Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 15 januari 2026 1 2 3
3.1
3.2 3.3 3.4
4 5
6 7
Opening Vaststellen van de agenda van 15 januari 2026 Vaststellen van de behandelvoorraad Ter vaststelling. LTA VOWE 15 januari 2026 Concept behandelvoorraad VOWE 15 jan 2026 Raadsbrief Beleidsregels Hotels en Tijdelijk verblijf (short stay) Dossier 5120 voorblad Raadsbrief Beleidsregels Hotels en Tijdelijk verblijf (short stay) Convenant 'investeren voor aantrekkelijke stad' met Stichting HOST Advies privaatrechtelijke mogelijkheden voor het reguleren van betaalbare short stay voor studenten Advies borgen betaalbaarheid bij short stay voor internationale studenten Samenwerkingsplan Beleidsregel hotels en aanpassing beleidsregel tijdelijk verblijf (short stay) Samenwerkingsverslag Beleidsregel hotels en aanpassing beleidsregel tijdelijk verblijf (short stay) Raadsvoorstel Zienswijze bij concept Kaderbrief 2027 GGDrU Raadsmemo Aankondiging behandelstukken GGDrU 2026 Raadsvoorstel Ontwerp-begroting 2027 GGDrU en Raadsvoorstel Begrotings-wijziging 2026-1 GGDrU Zie bijlage 3.2 Initiatiefvoorstel 'Tijd voor een nieuw Pact' Dossier 5113 voorblad Initiatiefvoorstel 'Tijd voor een nieuw Pact' Nota van uitgangspunten 'Tijd voor een nieuw Pact!' Verslagen besloten vergaderingen Er zijn geen besloten verslagen ter vaststelling. Toezeggingen/Moties Ter vaststelling: Lijst toezeggingen en moties Commissie Volksgezondheid Onderwijs, Werk en Economie.
Lijst aangenomen moties Commissie Volksgezondheid Onderwijs, Werk en Economie. Toezeggingenlijst VOWE 15 januari 2026 Motielijst VOWE 15 januari 2026 Lijst van Ingekomen stukken Er zijn geen ingekomen stukken. Raadsvoorstel Zoekproces grote locatie voor evenementen Wethouder: Oosters, Beleidsterrein: Evenementen Indicatieve behandeltijd: 150 minuten Het college stelt voor o.m. te besluiten: vast te stellen dat Rijnenburg Noord op basis van de vastgestelde criteria de enige kansrijke locatie is van min. 3 hectare, voor min. 10.000 bezoekers en max. 12 evenementendagen voor (zeer) grote evenementen per jaar. in de uitgangspuntennotitie Rijnenburg 2026 op te nemen dat ruimte voor grote evenementen onderdeel is van de integrale afweging voor het beoogde landschapspark Rijnenburg Rijnenburg Noord niet te ontwikkelen tot een tijdelijke evenementenlocatie voordat Rijnenburg in ontwikkeling gaat. de huidige beperkte winterstop voor evenementen die tot 2027 duurt, erna te continueren tot er een nieuwe grote locatie voor evenementen is en het Locatiebeleid Evenementen en de Omgevingsvisie Utrecht hierop aan te passen. Dossier 4788 voorblad Raadsvoorstel Zoekproces grote locatie voor evenementen Rapport haalbaarheidsonderzoek grote evenementenlocatie Quick scan ecologie Managementsamenvatting rekenrapport geluid evenementen terreinen Utrecht 13_11_2025 Quick scan kosten voor inrichting
8
9
9.1
9.2 9.3
9.4 9.5
Afweging en conclusie locaties Haalbaarheidsonderzoek Locatie grote evenementen Beleidsnota Locatiebeleid evenementen 2024 – 2030 (met wijziging p13) Samenwerkingsverslag fase 2 Raadsbrief brede ondersteuning toeslagaffaire Wethouder: Voortman, Beleidsterrein: Werk en Inkomen Indicatieve behandeltijd: 120 minuten. In het commissiedebat Signalering problemen Brede Ondersteuning voor gedupeerden Kinderopvangtoeslagenaffaire van 16 oktober jl. zegde wethouder Voortman toe nog in december een raadsbrief te sturen waarin het college op een groot aantal punten ingaat. De sprekersvolgorde is, net als bij raadsvoorstellen, vrij. Dossier 5079 voorblad Raadsbrief brede ondersteuning toeslagenaffaire Handreiking brede ondersteuning VNG Werkwijze uitvoering brede ondersteuning Buurtteams Utrecht Raadsbrief Voorschoolse Educatie voor meer kinderen gratis Wethouder: Eerenberg, Beleidsterrein: Onderwijs Indicatieve behandeltijd: 60 minuten. Geagendeerd door: Maartje Vermeulen (GroenLinks), Hester Assen (Pvda), Cees Bos (Stadsbelang Utrecht) en Venita Dada-Anthonij (D66). In mei was er een Raadsinformatiebijeenkomst over Voorschoolse Educatie (VE), want het bereik van VE is te laag. Het percentage is in 2024 verder gedaald. De fracties van GroenLinks, PvdA, Stadsbelang Utrecht en D66 zien dat het college stappen onderneemt.
In 2024 heeft de raad de nota uitgangspunten passende kinderopvang aangenomen waar voorschool onderdeel van is. Hiervan beginnen de eerste resultaten zichtbaar te worden. Er is een kwaliteitsmeting Voorschool geweest en onlangs heeft het college de stap gezet om de voorschool onderdeel te maken van de U-pas. Tegelijkertijd zien deze fracties dat andere steden voor een andere aanpak kiezen. Zij willen een debat hierover om te kijken of we in Utrecht wel het juiste doen. Dossier 5047 voorblad Raadsbrief Voorschoolse Educatie voor meer kinderen gratis Nadere regel Subsidie stimulering openen VE groepen gemeente Utrecht - DROP Raadsbrief bereik voorschoolse educatie en tijdelijke investering voor- en vroegschoolse educatie 2025-2027 Raadsbrief bereik voorschoolse educatie en tijdelijke investering voor- en vroegschoolse educatie 2025-2027 Infographic bereik voorschoolse educatie 2024 Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 3e kwartaal 2025 Raadsbrief kwartaalbrief onderwijs 3e kwartaal 2025 Monitor Leerlingenvervoer - Q2 2025 Raadsbrief kwartaalbrief onderwijs 4e kwartaal 2024 en 1e kwartaal 2025 Raadsbrief kwartaalbrief onderwijs 4e kwartaal 2024 en 1e kwartaal 2025 Evaluatie pilot Familieschool Overvecht, maart 2025 Verslag Familieschool, Lectoraat Jeugd HU, definitief oktober 2024 Monitor Leerlingenvervoer - Q3 2024 Monitor Leerlingenvervoer - Q4 2024 Stedelijk e.
Convenant School & Veiligheid update 2021 met handtekeningen partijen Bibliotheek Utrecht Beleidsplan 2025-2028 Raadsbrief Voorschoolse Educatie voor meer kinderen gratis Raadsbrief Voorschoolse Educatie voor meer kinderen gratis Nadere regel Subsidie stimulering openen VE groepen gemeente Utrecht - DROP Link Raadsinformatiebijeenkomst voorschool mei 2025 https://utrecht.bestuurlijkeinformatie.nl/Agenda/Index/26f2a7de-d057-4761-9e59-e900dded4dd4
Langetermijn agenda commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 15 januari 2026 Onderwerp
Beleidsveld
Meerjarenstr
Economische
ategie ROM
Zaken
Planning
Fatale
Datum
Beoogd
Beoogd
Beoogd
aanbieden
termijn
aangeboden
kwartaal
kwartaal
kwartaal
aan raad
Raadsb
commissie
commissie
raadsbeh
esluit
procedureel
inhoudelijk
andeling
2026 Q2
2026 Q2
2025 Q4
2026 Q1
2026 Q2
Toelichting wijziging planning
Utrecht Region Horecabrief
Economische
2026 Q2
Zaken Raadsvoorste
Evenementen
2025 Q4
Onderwijs
2025 Q4
2026 Q1
l grote locatie voor evenementen Raadsvoorste l Benoeming
12-11-
2025 Q4
2025 Q4
2025
voorzitter Raad van Toezicht NUOVO scholen Verordening
Onderwijs
2026 Q4
2026 Q4
2027 Q1
2027 Q1
q4 2025 wordt q4 2026 i.v.m.
Onderwijshui
actualisering van de planning
svesting
q1 2025 wordt q4 2025 i.v.m. actualisering van de planning q3 2024 wordt q1 2025,
Langetermijn agenda commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 15 januari 2026 i.v.m. actualisering van de planning van het raadsvoorstel Beleidsnota IHP. Nota
Sekswerk
2026 Q1
2026 Q1
2026 Q2
2025-10-28: Het opstellen
Sekswerkbele
van de beleidsnota heeft
id
vertraging opgelopen. De planning is dat de nota in Q1 2026 aan de raad wordt aangeboden. 2025-02-27: Was Q1 2025, wordt Q3 2025. De beleidsnota legt de meest recente besluiten en ontwikkelingen vast. In februari is de APV over kleinschalige locaties en darkrooms vastgesteld. Nu zijn er ontwikkelingen rondom het Paardenveld. Discussie en besluitvorming hierover willen we graag meenemen in de nota.
Begrotingswij
Volksgezond
ziging 2026-
heid
1-GGDrU
2026 Q3
01-122026
2026 Q3
2026 Q4
2026 Q4
Langetermijn agenda commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 15 januari 2026 Ontwerpbegr
Volksgezond
oting 2027-
heid
2026 Q2
30-06-
2026 Q2
2026 Q2
2026 Q2
2026 Q1
2026 Q1
2026 Q1
2026
GGDrU Concept
Volksgezond
kaderbrief
heid
2026 Q1
2026
2027-GGDrU Raadsvoorste
Werk en
l
inkomen
2026 Q2
toekomstsce nario's UW Aanpassing
Werk en
re-
inkomen
integratiever ordening Participatiew et in Balans
13-03-
2026 Q2
Concept-behandelvoorraad van de commissie VOWE, vast te stellen op de vergadering van 15 januari 2026
3.1
3.2
3.3
Titel
Soort
Ontvangen
Beleidsterrein
Beschrijving
In commissie
Raadsbrief Evaluatie short stay en actualisatie hotelbeleid
Agendering
8-1-2026
Economische Zaken (Schilderman)
Veegcommissie
Memo over GGDrUraadsvoorstellen, waaronder nog te ontvangen Zienswijze bij concept Kaderbrief 2027 GGDrU
Verzoek wethouder Eerenberg
8-1-2026
Volksgezondheid (Eerenberg)
Er is eerder een evaluatie gehouden over tijdelijk verblijf (short stay). Deze is uitgevoerd binnen de gemeente en bij een brede groep stakeholders. Inmiddels zijn er nieuwe beleidsregels opgesteld en van kracht. Echter, deze nemen volgens de fracties van de ChristenUnie, Student & Starter, PvdA en CDA niet alle problemen weg die zich momenteel voordoen bij short stay. Daarnaast missen de fracties de inbreng van studenten bij de evaluatie en bij het opstellen van dit beleid. De fracties willen met het college in gesprek over de uitkomsten van de evaluatie, de verwerking ervan in de nieuwe beleidsregels en de toekomst van short stay in Utrecht. De raad ontving 11 december jl. van de GGDrU de concept Kaderbrief 2027. De raad kan hierop een zienswijze indienen, het college stelt hiervoor een conceptbrief op die ze als voorstel de raad aanbiedt.
Behandelduur 60 min.
Veegcommissie
45 min.
Alvast agenderen voor de commissie voorafgaand
45 min.
Memo over GGDrUraadsvoorstellen, waaronder nog te ontvangen
Agenderende fracties: 1. ChristenUnie (Chirino) 2. Student & Starter (Usmany) 3. PvdA (Stam) 4. CDA (Van den Broek) 5. VVD (Al-Saqaff)
8-1-2026
Volksgezondheid (Eerenberg)
Om deze zienswijze tijdig bij de GGDrU te kunnen indienen, is een besluit bij de veegraad nodig Wethouder Eerenberg vraagt de commissie (memo 8 januari) vanwege de fatale termijn het nog te ontvangen raadsvoorstel te agenderen voor de veegcommissie. Interne processen worden versneld om het raadsvoorstel zo ruim mogelijk van tevoren te sturen, het kan zijn dat dit niet eerder dan 1 of 2 weken voor de commissie is. Wethouder Eerenberg neemt de commissie mee in GGDrU-stukken van komend jaar en de termijnen voor het tijdig indienen van zienswijzes van de raad.
1
Zienswijze bij concept: 1) Ontwerpbegroting 2027 2) Begrotingswijziging 2026-1
Hij vraagt de commissie om vanwege fatale termijnen de nog te ontvangen raadsvoorstellen te agenderen voor de commissie, zodat de raad tijdig een besluit kan nemen en de zienswijze tijdig naar de GGDrU kan. Interne processen worden versnel om de raad de voorstellen zo ruim mogelijk van tevoren te sturen, het kan zijn dat dit niet eerder dan 1 of 2 weken voor de commissie is. Zie voor alle informatie het memo van 8 januari 2025.
aan de raad van 11 juni resp. 19 november 2026
Het betreft de raadsvoorstellen met de zienswijze over: 1) De ontwerpbegroting 2027 Verzoek: agenderen voor de commissie die vooraf gaat aan de raad van 11 juni 2026 2) De begrotingswijziging 2026-1 Verzoek: agenderen voor de commissie die vooraf gaat aan de raad van 19 november 2026
3.4
Initiatiefvoorstel Tijd voor een nieuw pact Maartje Vermeulen (GroenLinks) en Hester Assen (PvdA)
Agendering
8-1-2026
Onderwijs (Eerenberg)
Noot van de griffie: Op dit moment is nog niet duidelijk in welke nieuwe commissie volksgezondheid gaat vallen. Wanneer dit duidelijk is, gaat het besluit van de commissie mee naar de concept-behandelvoorraad van die nieuwe commissie. Het aantal kinderen dat uitvalt van school en thuiszit neemt toe. Initiatiefnemers Maartje Vermeulen (GroenLinks) en Hester Assen (PvdA) vinden het bestaande Thuiszitterspact niet langer toereikend. Met dit initiatiefvoorstel stellen ze de raad voor: 1. De nota Tijd voor een nieuw pact, vast te stellen 2. Het college op te dragen: a) met scholen, ouders en betrokkenen een nieuw samenwerkingspact op te stellen volgens de uitgangspunten van de nota b) de raad jaarlijks over de voortgang van de afspraken te informeren
Veegcommissie
90 min.
2
3
Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Dossiernummer
5120
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
15 januari 2026
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsbrief Beleidsregels Hotels en Tijdelijk verblijf (short stay)
ID
5350
Behandelend ambtenaar
Mirjam Kragten
Telefoon E-mail
mirjam.kragten@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder
Wethouder Schilderman
Beleidsveld
Economische Zaken
Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Willemien Kok/Cie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie/06-24862310
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Volksgezondheid,
15 januari 2026
Onderwijs, Werk en Economie Voorgesteld besluit
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Mirjam Kragten
Datum
19 november 2025
mirjam.kragten@utrecht.nl
Kenmerk
30646517
Type brief
Aanbiedingsbrief
Onderwerp
Beleidsregels Hotels en Tijdelijk verblijf (short stay)
Bijlage(n)
6 (waarvan 1 onderaan bijgevoegd)
Beleidsveld
Economische Zaken
Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u over de vaststelling van de nieuwe beleidsregel hotels en de geactualiseerde beleidsregel tijdelijk verblijf (short stay). Hiermee geven wij richting aan de ontwikkeling van het aanbod van hotels en tijdelijk verblijf (hierna aangeduid als short stay) in Utrecht voor de komende jaren. We blijven zorgvuldig sturen op deze ontwikkeling, maar bieden enkel ruimte aan de groei en ambities van onze stad. De beleidsregels zijn opgesteld binnen de kaders van het bestaande beleid (inclusief aangenomen amendementen) en geven uitvoering aan de aangenomen moties M172: ‘Woningcrisis? Dan geen woningen ombouwen tot hotelkamers’ en M173: ‘Verduidelijk regelgeving voor tijdelijk verblijf’. De beleidsregel hotels en de geactualiseerde beleidsregel tijdelijk verblijf (short stay) treden in werking op 1 januari 2026. In de afgelopen periode hebben wij intensief samengewerkt met hoteliers, ontwikkelaars en belangenorganisaties. De uitkomsten van deze samenwerking, evenals de aanbevelingen uit evaluaties en onderzoeken, zijn verwerkt in de nieuwe beleidsregels. Daarnaast hebben wij met de hoteliers het convenant ‘Investeren voor een aantrekkelijke stad’ gesloten. Dit convenant is als bijlage toegevoegd.
Short stay in Utrecht: kleinschalig aanbod voor internationaal talent Utrecht trekt veel internationaal talent aan, waaronder studenten en kenniswerkers. Uit onderzoek blijkt dat deze doelgroepen behoefte hebben aan mogelijkheden om tijdelijk in de stad te verblijven, omdat de reguliere woningmarkt voor hen vaak moeilijk toegankelijk is. Om hierin te voorzien, faciliteert de gemeente Utrecht, in lijn met het besluit van de raad (amendement A2019/143 ‘Laat short stay niet ten koste gaan van wonen’), beperkte ontwikkeling van short stay-accommodaties: tijdelijke verblijfsvoorzieningen die vallen onder logies en niet onder reguliere woonruimte. Met het short staybeleid en de bijbehorende beleidsregel creëren we ruimte voor een beperkt aantal accommodaties, specifiek op locaties waar regulier wonen niet mogelijk of niet wenselijk is. Short stay biedt daarmee een aanvullend aanbod. Op deze manier concurreert dit aanbod dus niet met de al schaarse ruimte voor reguliere woonruimte, het draagt juist bij aan verlichting van de druk op de woningmarkt.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 november 2025 30646517
Beleidsactualisatie en bescherming huurders Met de nieuwe beleidsregel tijdelijk verblijf (short stay) verwerken we de aanbevelingen uit de evaluatie van het huidige short staybeleid. Hierdoor zijn de regels beter toepasbaar en voorkomen we dat short stay onbedoeld wordt ontwikkeld op plekken waar regulier wonen wel mogelijk is. Hierbij gaat het om de onderbouwing van ruimtelijk relevante aspecten zoals impact op de leefomgeving, lichtinval, geluid en parkeermogelijkheden. We toetsen elke aanvraag voor short stay aan deze voorwaarde en beschermen zo de schaarse woonvoorraad. Daarnaast scherpen we de voorwaarden aan voor short stay-accommodaties voor internationale studenten. Deze zijn alleen toegestaan als huurders voldoende worden beschermd tegen marktexcessen. Omdat short stay geen woonfunctie heeft is reguliere huurbescherming hierop niet van toepassing. Op basis van juridisch onderzoek (zie het advies ‘Privaatrechtelijke mogelijkheden voor het reguleren van betaalbare short stay voor studenten’) en na marktconsultatie is in de aangepaste beleidsregel een maximumprijs opgenomen voor huur en servicekosten. Deze maximumprijs is lager dan de prijs voor vergelijkbare short stay in andere steden (zie Advies ‘Borgen betaalbaarheid bij short stay voor internationale studenten’).
De maximale prijzen voor huur en servicekosten en bijbehorende onderbouwing zijn opgenomen in de bijlage bij deze brief. Kleinschalige ontwikkeling en actuele stand van zaken Short stay is in Utrecht een kleinschalig fenomeen. De gemeenteraad heeft op basis van marktonderzoek in het beleid een maximale ontwikkelruimte van 1.080 eenheden vastgesteld. Tot op heden zijn hiervan slechts 36 eenheden gerealiseerd. De resterende ontwikkelruimte is momenteel in ontwikkeling of opgenomen in concrete plannen. Dit betekent dat de beschikbare ruimte volledig is benut. Aangezien de daadwerkelijke realisatie van deze eenheden nog meerdere jaren in beslag neemt, kiezen we ervoor de ontwikkelruimte nu niet uit te breiden. Wanneer een geplande short stayontwikkeling niet doorgaat, komt de betreffende ontwikkelruimte opnieuw beschikbaar voor andere initiatieven. De geactualiseerde beleidsregel tijdelijk verblijf omvat een systematiek om deze ontwikkelruimte te verdelen als deze opnieuw beschikbaar komt. Deze verdelingssystematiek voldoet aan de jurisprudentie voor schaarse rechten. Ondanks het beperkte aantal eenheden, blijkt short stay in de praktijk een complex onderwerp dat vraagt om zorgvuldige afwegingen en duidelijke kaders.
Ruimte voor kleinschalige hotelinitiatieven die passen bij Utrecht Utrecht biedt bij nieuwe hotelinitiatieven (die niet passen binnen het omgevingsplan) alleen ruimte aan kleinschalige hotels met maximaal 50 kamers. Het gaat om zogeheten concept- en doelgroephotels die iets toevoegen aan de stad en hun directe omgeving. Een hotelinitiatief is niet passend wanneer het woningen verdringt. Daarom staan we niet langer toe dat bestaande woningen worden omgebouwd tot hotelkamers. In de nieuwe beleidsregel hotels staat beschreven aan welke voorwaarden nieuwe hotelinitiatieven moeten voldoen. Daarbij is er extra aandacht voor duurzaamheid, sociaal ondernemerschap en de wijze waarop een hotel ook aantrekkelijk is voor (buurt) bewoners. Samen met Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is bepaald wat wordt verstaan onder een concepthotel en een doelgroephotel, zodat initiatiefnemers en de gemeente duidelijke kaders hebben. Ook is in de beleidsregel opgenomen wanneer bestaande hotels mogen uitbreiden. Dat mag alleen als: • • •
De uitbreiding zorgt voor aantoonbare kwaliteitsverbetering van het hotel De uitbreiding past binnen bredere ruimtelijke afwegingen (planologische toets) De uitbreiding is maximaal 20% van de op 1 april 2020 toegestane kamercapaciteit
De mogelijkheid tot uitbreiding erkent het belang van ondernemerschap en biedt met heldere voorwaarden duidelijkheid voor zowel ondernemers als omwonenden.
2/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 november 2025 30646517
Beschermen leefbaarheid bij hotel- en short stayinitiatieven De leefbaarheid bij hotel- en short stayinitiatieven beschermen we door altijd te toetsen of de functie goed past op de locatie. Een omgevingsvergunning voor een nieuw hotel, short stayontwikkeling of uitbreiding van een bestaand hotel wordt alleen verleend als het plan geen onevenredige nadelige invloed heeft op het woon- en leefklimaat, de privacy van omwonenden, de verkeers- en parkeersituatie of het gebruik van aangrenzende percelen. In het bijzonder beschermen we ook de leefbaarheid in het wervengebied. Om overlast te voorkomen, staat het hotelbeleid geen clustering van minihotels toe in werfkelders. De werven versterken geluid, waardoor zelfs kleinschalige voorzieningen voor hinder kunnen zorgen. In de beleidsregel hotels is de definitie van clustering aangescherpt. Er is sprake van clustering als er meer dan één minihotel is gevestigd of planologisch mogelijk is in een werfkelder in het gebied tussen twee bruggen (een rak). De beleidsregel hotels staat hierdoor geen nieuwe minihotels of uitbreidingen van bestaande minihotels toe in werfkelders die niet passen in het Omgevingsplan. Convenant hoteliers - een aantrekkelijke stad voor duurzaam (zakelijk) meerdaags bezoek Op 1 oktober 2025 is het convenant ‘Investeren voor een aantrekkelijke stad’ getekend.
Met dit convenant formaliseren en bestendigen de gemeente Utrecht en de Utrechtse hotels verenigd in Stichting HOST de huidige samenwerking. De afgelopen jaren voerden beide partijen overleg over de besteding van het budget aantrekkelijke stad uit het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid. Deze middelen, in het verleden gekoppeld aan de baten toeristenbelasting, kunnen door de gemeente worden ingezet voor investeringen in een aantrekkelijke stad voor bewoners, bezoekers en evenementen. Met dit convenant streven we naar een sterk ontwikkelde en duurzame bezoekerseconomie met maatschappelijke meerwaarde voor de stad Utrecht, als bijdrage aan het thema Gezond Stedelijk Leven. We zetten in op een betere spreiding van het aantal hotelovernachtingen door het jaar heen en over de stad en op een groter aandeel zakelijk bezoek. Bijkomend versterken we de internationale positie van de regio als kennisknooppunt voor gezondheidsinnovaties met onze gezamenlijke inzet op zakelijke congressen die aansluiten bij Utrecht, Heart of Health. Samen stad maken Voor het opstellen van de beleidsregels is samengewerkt met hoteliers, toeristische organisaties, ontwikkelaars en andere belanghebbende partijen. Voor informatie over het traject verwijzen we u naar het Samenwerkingsplan en het Samenwerkingsverslag in de bijlage.
Vervolg In 2027 informeren wij u over de ontwikkelingen in het overnachtingenbeleid. Hierin blikken wij terug op de werking van de beleidsregels tot dan toe. Short stay is daarnaast ook landelijk een onderwerp van aandacht, wij volgen dit op de voet en spelen waar nodig in op ontwikkelingen. Wij vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
19 november 2025 30646517
Bijlagen -
Convenant 'investeren voor aantrekkelijke stad' met Stichting HOST Advies ‘Privaatrechtelijke mogelijkheden voor het reguleren van betaalbare short stay voor studenten’ Advies ‘Borgen betaalbaarheid bij tijdelijk verblijf (short stay) voor internationale studenten’ Samenwerkingsplan Samenwerkingsverslag
Bijlage: Onderbouwing maximale huurprijs short stay voor internationale studenten Het onderzoek ‘Borgen betaalbaarheid bij tijdelijk verblijf (short stay) voor internationale studenten’ adviseert een methodiek om de maximale huurprijs voor short stay te bepalen. Deze methodiek sluit aan bij onze beleidsdoelstellingen, beschermt de doelgroep internationale studenten tegen excessieve prijzen voor huur en servicekosten en is door marktpartijen als werkbaar beoordeeld. Hierbij is zoveel mogelijk rekening gehouden met de wens om de huurders te beschermen, aan te sluiten bij het Woningwaarderingsstelsel (WWS) en tegelijkertijd recht te doen aan het afwijkende karakter van short stay ten opzichte van regulier wonen. Het WWS-puntenstelsel zelf kan niet direct gebruikt worden om huurprijzen van short stay te bepalen omdat deze methodiek alleen geldt voor woningen. De in de toelichting op de beleidsregel opgenomen maximale huurprijs is daarom een afgeleide van het WWS-puntenstelsel. Deze maximale huurprijs omvat huur, alle voor het verblijf noodzakelijke diensten en BTW (21%). Daadwerkelijk gemaakte kosten voor gas, water en elektriciteit (GWL) mogen volgens marktarief worden doorberekend, hierdoor betreft de maximale huurprijs een bandbreedte.
Maximale huurprijzen zijn volgens deze methodiek in 2025 vastgesteld op: • Accommodatie 18m2 t/m 25m2: € 1.197 - € 1.272 • Accommodatie vanaf 26m2: € 1.490 - € 1.565 De maximale huurprijs is hoog vergeleken met de prijs van reguliere studentenkamers, maar blijft onder het niveau van commerciële short stay-aanbieders. In Amsterdam wordt bijvoorbeeld vergelijkbare short stay accommodatie voor studenten aangeboden vanaf € 1.719,50 (inclusief 21% btw, exclusief toeristenbelasting). Een lagere maximale huurprijs of het hanteren van een huurplafond inclusief gemaximeerde prijzen voor GWL kan ertoe leiden dat het ontwikkelen van dit type short stay financieel niet haalbaar is, waardoor realisatie uitblijft. Terwijl er wel degelijk behoefte is aan ruimte voor short stay voor internationale studenten. Bij de herontwikkeling van stadion Galgenwaard kunnen onder de in de beleidsregel opgenomen voorwaarden en maximumprijzen circa 200 eenheden short stay worden toegevoegd aan de programmering. Dit gebeurt op plekken waar geen reguliere woningen gerealiseerd kunnen worden en draagt zo bij aan de ambitie om short stay te ontwikkelen voor de doelgroep internationale studenten. In de praktijk zullen de maximumprijzen voor huur en servicekosten vooral in erfpachtcontracten worden vastgelegd. Deze privaatrechtelijke afspraken worden via contractbeheer geborgd.
4/4
CONVENANT ‘INVESTEREN VOOR AANTREKKELIJKE STAD’ Convenant ‘investeren voor aantrekkelijke stad’ van het Programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid – Gemeente Utrecht & Hotel Overleg Stad en Schil Utrecht (Stichting HOST) – 2025 tot en met 2030 Ondergetekenden - De publiekrechtelijke rechtspersoon Gemeente Utrecht gevestigd te Stadsplateau 1, 3521 AP Utrecht, rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder Schilderman, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 30 september 2025 met kenmerk 32064559, hierna te noemen: ‘gemeente’; En -
Stichting HOST, kantoorhoudende aan de Biltsestraatweg 92, 3573 PS te Utrecht, rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer Holscher, voorzitter, hierna te noemen: HOST;
De gemeente en HOST hierna gezamenlijk ook te noemen: Partijen; Overwegende dat: - De Utrechtse economie zoveel mogelijk moet bijdragen aan de doelen van het coalitieakkoord; Het versterken van een levendige en leefbare stad. Toerisme mag groeien, op voorwaarde dat dit niet ten koste gaat van andere belangrijke functies in de stad, zoals wonen. - Dat uit het huidige toerismebeleid volgt dat Utrecht zich richt op het stimuleren van duurzaam verblijfstoerisme; - De regio Utrecht zichzelf positioneert als Utrecht, Heart of Health en zakelijk bezoek wil aantrekken dat bijdraagt aan Gezond Stedelijk Leven; - Dat de gemeente Utrecht samen met de Utrechtse hoteliers streeft naar het vergroten van het aandeel zakelijk verblijfstoerisme ten opzichte van andere vormen van toerisme; - De gemeente Utrecht, in overleg met HOST, gebruik maakt van het budget aantrekkelijke stad (in het verleden gekoppeld aan de baten toeristenbelasting) uit het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid om dit te realiseren. - De gemeente Utrecht en HOST met dit convenant een meerjarige samenwerking formaliseren, met als doel om de duurzame bezoekerseconomie voor stad én regio te versterken.
ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN Artikel 1 Bestedingsrichtingen 1.1 De gemeente Utrecht spreekt de intentie uit om, indien zich voldoende initiatieven aandienen die zich kwalificeren, het jaarlijks vastgestelde bedrag voor het budget aantrekkelijke stad in het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid, doelstelling: werknemers en werkgelegenheid in te zetten om duurzaam verblijfstoerisme in de stad en de regio te stimuleren. Het totale bedrag voor 2025 is vastgesteld op 944.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd op basis van de loon-prijsindexatie van de gemeente. 1.2 Alleen initiatieven die in lijn zijn met gemeentelijk beleid, zoals Gezond Stedelijk Leven, kunnen worden gehonoreerd. Om de Utrechtse bezoekerseconomie op diverse manieren van een impuls te voorzien, is een aantal bestedingsrichtingen opgesteld waarvoor de middelen kunnen worden ingezet.
Voorstellen worden getoetst aan de in de bijlage opgenomen bestedingsrichtingen. Deze bestedingsrichtingen en bijbehorende percentages betreffen een richtlijn waarvan door de gemeente kan worden afgeweken. 1.3 Om meerjarig vooruit te kunnen plannen en te kunnen sparen, wordt een bestemmingsreserve ingesteld met de intentie om deze jaarlijks aan te vullen. Het bedrag uit de reserve wordt ingezet voor eenmalige grote uitgaven die niet passen binnen de bestedingsrichtingen van het jaarlijks toegekende bedrag. 1.4 Politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke activiteiten komen niet in aanmerking voor een bijdrage. Artikel 2 Invulling samenwerking 2.1 De bevoegdheid om te besluiten over de inzet van deze middelen ligt, op basis van de mandaatregeling, bij het afdelingshoofd en teammanagers van de afdeling Economie van de gemeente Utrecht. In de beoordeling worden voorstellen inhoudelijk door de gemeente getoetst aan de hand van de bestedingsrichtingen zoals opgenomen in de bijlage, financiële haalbaarheid en aantoonbare meerwaarde op bestaande en/of begrote activiteiten. Hierbij is de gemeente gehouden aan de wetgeving omtrent geldverstrekking zoals onder meer genoemd in de Awb en Aanbestedingswet. 2.2 HOST is adviseur en wordt altijd om advies gevraagd bij initiatieven en/of voorstellen die betrekking hebben op uitgaven die voortvloeien uit het convenant.
2.3 Daarnaast heeft HOST de mogelijkheid om initiatieven aan te dragen in lijn met de doelstellingen en bestedingsrichtingen in het convenant. 2.4 Indien derden zich melden bij HOST of de gemeente met een voorstel dat betrekking heeft op de afspraken in het convenant, vindt hierover voorafgaand aan besluitvorming altijd overleg plaats met HOST conform artikel 2.2. De gemeente informeert HOST tijdig en betrekt het advies van HOST bij de beoordeling. Indien de gemeente in afwijking van het advies van HOST een besluit neemt over de inzet van deze middelen, zal de gemeente dit zorgvuldig onderbouwen. Artikel 3 Overleg 3.1 De gemeente Utrecht en HOST streven naar het voeren van twee bestuurlijke overleggen per jaar. 3.2 De gemeente Utrecht en een door HOST aangestelde commissie voeren minstens één keer per kwartaal ambtelijk overleg. Tijdens dit overleg worden nieuwe voorstellen en lopende zaken besproken. 3.3 In afwijking van artikel 3.2 kan HOST de gemeente verzoeken om een voorstel met spoed te behandelen. De gemeente zal maximaal 10% van het jaarbedrag beschikbaar stellen voor spoedvoorstellen die door HOST worden aangedragen. De gemeente streeft ernaar om het voorstel dat spoed heeft binnen 5 werkdagen te behandelen en daarover een besluit te nemen, tenzij hier aanvullend juridisch advies voor nodig is.
3.4 In het laatste kwartaal van het jaar werken de partijen een gezamenlijk jaarplan uit voor het volgende jaar. De gemeente en HOST formuleren in overleg KPI's die worden opgenomen in het jaarplan. 3.5 In het eerste kwartaal van het kalenderjaar deelt de gemeente een overzicht met HOST over de totale bestedingen van deze middelen, uitgesplitst per bestedingsrichting, van het jaar ervoor. 3.6 In 2027 vindt een tussentijdse evaluatie plaats. Artikel 4 Begin en (tussentijdse) einde convenant 4.1. Dit convenant gaat in nadat deze door beide partijen is ondertekend en eindigt op 31 december 2030. Partijen treden uiterlijk zes maanden voor de einddatum in overleg over een mogelijke verlenging van dit convenant. Hierbij wordt ook het plafond van de reserve geëvalueerd.
4.2 De gemeente Utrecht kan dit convenant met inachtneming van een redelijke termijn opzeggen als de gemeenteraad anders besluit over de inzet van de middelen toeristenbelasting. Reeds schriftelijk toegezegde middelen voor initiatieven en de daarmee samenhangende verplichtingen zullen worden nagekomen. Artikel 5 Wijzigingen 5.1 Beide partijen treden in overleg over de noodzaak van wijziging van dit convenant als: • De verplichtingen uit het convenant niet worden nagekomen; • De actualiteit daartoe aanleiding geeft; - Indien blijkt dat de verdeelsleutel van de bestedingsrichtingen gewijzigd dient te worden, bijvoorbeeld bij aanpassing van de financiële kaders van de gemeente Utrecht; • als sprake is van onvoorziene omstandigheden die wezenlijke gevolgen hebben voor de uitvoering van dit convenant; • Als blijkt dat de door partijen geformuleerde uitgangspunten niet of onvolledig worden gerealiseerd of de geformuleerde bestedingsrichtingen niet volledig blijken te zijn; 5.2 Partijen treden in overleg binnen een maand nadat een partij de wens daartoe aan de andere partij (partijen) schriftelijk heeft medegedeeld. De wijzigingen worden in afschrift als bijlage aan het convenant gehecht. Artikel 6 Geschillenregeling 6.1. De afspraken in dit convenant zijn niet in rechte afdwingbaar. 6.2.
Indien er een geschil ontstaat over de samenwerkingsafspraken in het convenant, proberen partijen in goed onderling overleg een oplossing te vinden. 6.3 Wanneer partijen er niet in slagen om een oplossing te vinden voor het geschil, dan benoemt een commissie bestaande uit een vertegenwoordiger van de gemeente Utrecht en een vertegenwoordiger van HOST een door hen in overleg te benoemen neutraal persoon (mediator). Aan de hand van mediation wordt naar een oplossing gewerkt. Artikel 7 Bijlagen Het convenant bevat de volgende bijlagen, welke deel uitmaken van dit convenant. - Bijlage I Achtergrond en bestedingsrichtingen - Bijlage II (gewijzigd) coalitieakkoord 2022-2026; Ondertekening Aldus overeengekomen in tweevoud te Utrecht op 1 oktober 2025
Gemeente Utrecht,
Stichting HOST
BIJLAGE I Achtergrond: het belang van duurzaam (zakelijk) toerisme voor Utrechtse economie In Utrecht wordt toeristenbelasting geheven naar een vast percentage van de overnachtingsprijs. In 2025 bedraagt dit een percentage van 8,5% en vanaf 2026 gaat het om 10%. Een deel van de totale inkomsten wordt via het budget aantrekkelijke stad toegekend aan het programma Werk, toekomstbestendige economie en bestaanszekerheid. Dit deel kan worden ingezet voor bijdragen t.b.v. het stimuleren van duurzaam verblijfstoerisme. Hiermee komt de geïnde belasting direct ten goede aan de sector. Kwalitatief toerisme heeft een positieve economische impact op de stad. Zakelijke bezoekers dragen middels bestedingen direct bij aan de lokale economie (horeca, winkels, cultuur, toeleveranciers, etc.). Het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen becijfert dat een (internationale) congresbezoeker een economische waarde vertegenwoordigt van meer dan 400 euro per dag. Congressen en (meerdaagse) zakelijke evenementen zijn daarnaast een belangrijke schakel in de kenniseconomie. Deze brengen kenniswerkers en professionals samen en stimuleren zo kennisuitwisseling. Verder bieden zakelijke evenementen een podium voor Utrechtse bedrijven om hun innovaties te etaleren en om zakelijke kansen te verzilveren. Deze economische impact sluit goed aan op de kansen om (zakelijk) toerisme te verduurzamen.
Zo stelt onderzoek onder congres- en evenementorganisatoren dat duurzaamheidsdoelstellingen steeds belangrijker worden in deze markt. Het Utrecht Convention Bureau ziet een toenemende vraag naar duurzame evenementlocaties en accommodaties, aan bereikbaarheid per trein wordt steeds meer waarde gehecht en de bereidheid om meer te betalen om aan duurzaamheidsdoelstellingen te voldoen neemt toe. Verder is mentale en fysieke gezondheid en welzijn een snel opkomend thema. Het bieden van mogelijkheden om te bewegen en gezond (en lokaal) te consumeren tijdens een bezoek worden steeds belangrijker. Hier liggen kansen voor een duurzame ontwikkeling van het verblijfstoerisme in Utrecht. Bestedingsrichtingen 1) Versterken regiopositionering met het aantrekken van internationale congressen Met partners uit de stad en regio is een meerjarige acquisitieagenda voor internationale congressen (2024-2030) opgesteld. De regiopositionering Utrecht, Heart of Health1 is leidend in het type congressen waarop pro-actief wordt geacquireerd. Bij een aantal van deze congressen treedt de gemeente Utrecht op als gaststad. Hiervoor kunnen de middelen uit het convenant worden ingezet in het acquisitieproces, of om het zakelijk verblijf van de gasten te verlengen. Bijvoorbeeld met het aanbieden van een welkomstreceptie.
In deze regionale samenwerking streven ondergetekenden naar coalitievorming en Richtlijn: ca. 30% van het totale bedrag 2) Bijdragen aan aantrekkelijke (binnen)stad voor bezoekers In lijn met de omschrijving in de Voorjaarsnota 2024 (p.57), kan een deel van de middelen worden ingezet als bijdrage aan een aantrekkelijke (binnenstad) voor bezoekers en evenementen. Bijvoorbeeld via eenmalige investeringen in de openbare ruimte, of via het incidenteel organiseren van 1 In 2023 heeft de Economic Board Utrecht de regiopositionering Utrecht, Heart of Health vastgesteld.
Het fundament van deze positionering wordt gevormd door de innovatie-ecosystemen Life Sciences & Health, Earth en New Digital Society.
een landelijk evenement met internationale uitstraling of vergelijkbare activiteit. Richtlijn: ca. 20% van het totale bedrag 3) Versterken kennispositie en grip op duurzame ontwikkeling verblijfstoerisme Een deel van de middelen wordt benut voor onderzoek, monitoring & advies. Dit is noodzakelijk om scherp te blijven sturen op de laatste ontwikkelingen in de toerisme- en/of hotelbranche. Daarnaast zijn het ontwikkelen van beleid/visie, training, en het stimuleren van verduurzaming en innovatie onderdeel van deze bestedingsrichting. Richtlijn: ca. 20% van het totale bedrag 4) Ruimte voor duurzame initiatieven t.b.v. stimulering toerisme Ook is er ruimte voor initiatieven die, naast de vermelde bestedingsrichtingen, aantoonbaar bijdragen aan de ontwikkeling van duurzaam (zakelijk) toerisme en daarmee een positieve impact hebben op de Utrechtse economie. Enkele voorbeelden zijn aanvullende promotionele activiteiten op binnenlands toerisme, inzet op een boekingssysteem voor MICE-locaties, het toegankelijk maken van hotel- en congresvoorzieningen voor zakelijk bezoek. Richtlijn: ca. 20% van het totale bedrag 5) Aanvullen reserve Om meerjarig vooruit te kunnen programmeren, wordt een reserve ingesteld. Dit biedt de mogelijkheid om middelen op te sparen. Bijvoorbeeld om incidenteel een groot publieksevenement te kunnen organiseren dat de gemeentelijke ambitie ondersteunt.
Richtlijn: ca. 10% van het totale bedrag
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken
Aan: Egbert van de Zee Onderwerp: Privaatrechtelijke mogelijkheden voor het reguleren van betaalbare short stay voor studenten Kopie
Datum Van Doorkiesnummer
6 juni 2025 Iris Reidsma 030 – 286 0497 / 06 - 41 00 97 91
E-mail Bijlagen
iris.reidsma@utrecht.nl 2, Adviezen Hekkelman Advocaten
1. Inleiding 1. De gemeente Utrecht (hierna: ‘de gemeente’) staat onder omstandigheden toe dat locaties in Utrecht gebruikt worden voor tijdelijk verblijf (hierna ‘short stay’). Eén van deze voorwaarden is dat de betreffende locatie niet als wonen bestemd zou kunnen worden. Onder short stay verstaat de gemeente het bedrijfsmatig verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot zes maanden met een uitloop tot maximaal 12 maanden. Deze uitloopmogelijkheid zal waarschijnlijk verdwijnen. De gemeente staat short stay toe ten aanzien van specifieke doelgroepen (internationale kenniswerkers en internationale studenten) en op locaties met een hotelfunctie. 2. Op locaties die deze bestemming niet hebben, kan short stay mogelijk worden gemaakt indien het omgevingsplan wordt gewijzigd of indien een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt verleend. Bij het wijzigen van het omgevingsplan of het verlenen van een BOPA vindt een belangenafweging plaats en wordt getoetst aan de omgevingsvisie, het Beleid tijdelijk verblijf (short stay) en bijstelling hotels (hierna: ‘het short staybeleid’) en de Beleidsregels tijdelijk verblijf (short stay) gemeente Utrecht (hierna: ‘de Beleidsregels’). In art.
8 van de Beleidsregels (zoals geldend in juni 2025) staat dat aan het verlenen van een vergunning beperkende voorwaarden in tijdsduur en/of gebruik kunnen worden verbonden. In de toelichting op dit artikel staat dat de gemeente bij verhuur aan (internationale) studenten de voorwaarden kan stellen dat verhuur plaatsvindt conform het puntensysteem van het woningwaarderingsstelsel (de ‘WWS’), dat de verhuurder de mogelijkheid biedt tot tussentijdse contractovername (in de plaats stelling) en dat de bevoegdheid van de huurcommissie contractueel wordt vastgelegd. In de toelichting op dit artikel staat ook dat de vergunning kan worden ingetrokken of buiten werking kan worden gesteld indien deze voorwaarden worden overtreden. 3. In het short stay-beleid staat dat studenten die een short stay-accommodatie huren beschermd dienen te worden tegen excessen, zoals bijvoorbeeld te hoge huren of servicekosten. Volgens de gemeente is bescherming nodig omdat short stay-accommodaties vaak worden verhuurd met een zogenaamd huurcontract ‘naar zijn aard van korte duur’, waarop de huurbeschermingsregels niet van toepassing zijn.
In het short stay-beleid staat dat de gemeente er naar streeft om in anterieure overeenkomsten, erfpachtovereenkomsten en bij de omgevingsvergunningen op te nemen dat bij verhuur van tijdelijk verblijf accommodaties aan studenten de verhuurder ervoor zorgt dat de verhuur plaatsvindt conform het WWS-puntensysteem, de mogelijkheid biedt tot tussentijdse contractovername (in de plaats stelling) en ervoor zorgt dat de bevoegdheid van de huurcommissie contractueel wordt vastgelegd. 4. De gemeente heeft advocatenkantoor Hekkelman gevraagd om advies te geven over de mogelijkheid om via het publiekrecht de huurprijzen van short stay-accommodaties te reguleren. Advocaten gemeente Utrecht is onderdeel van de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Utrecht. Advocaten gemeente Utrecht werkt alleen in opdracht van de gemeente Utrecht. De aansprakelijkheid van Advocaten gemeente Utrecht is beperkt tot het bedrag dat in het desbetreffende geval door de beroepsaansprakelijkheidsverzekering wordt uitgekeerd.
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken Datum
6 juni 2025
Uit dit advies volgt dat er publiekrechtelijk geen mogelijkheden zijn, omdat er alleen voor woonruimte sturingsmechanismen zijn (te weten het aanwijzen van woningbouwcategorieën zoals bedoeld in artikel 5.161 van het Bkl). Voor short stay-accommodaties in de vorm van logies zijn geen publiekrechtelijke mogelijkheden (bijlage 1). In verband hiermee heeft de afdeling Ruimte van de gemeente mij verzocht om te adviseren of het mogelijk is om privaatrechtelijke afspraken te maken over de hoogte van huurprijzen van short stay-accommodaties. Gevraagd is of het mogelijk is om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst met het oog op het wijzigen of afwijken van het Omgevingsplan. Daarnaast is gevraagd of het mogelijk is om hierover in de erfpachtakte afspraken te maken. In aanvulling hierop is gevraagd of hiervoor het puntensysteem van het WWS bruikbaar is of dat de huurprijzen op andere wijze gereguleerd kunnen worden. 5. De opbouw van dit advies is als volgt. In paragraaf 2 staat een samenvatting van het advies. In paragraaf 3.1 wordt ingegaan op het risico dat short stay als wonen wordt aangemerkt. In paragraaf 3.2 wordt toegelicht wat de uitgangspunten zijn wanneer gemeentes contracten sluit. Vervolgens wordt in paragraaf 3.3 besproken of het mogelijk is om de huurprijzen te reguleren door middel van een anterieure overeenkomst.
In paragraaf 3.4 wordt besproken of het mogelijk is om de huurprijzen te reguleren via erfpacht. In paragraaf 3.5 worden enkele overige juridische kanttekeningen en praktische aandachtspunten besproken, zoals de (on)mogelijkheden om het puntensysteem van het WWS te gebruiken.
2. Samenvatting De kern: • De gemeente wenst op grond van haar short stay-beleid de prijzen van short stayaccommodaties te reguleren. • Het is ongebruikelijk dat gemeentes zich bemoeien met het prijsbeleid van ondernemingen en huurprijzen reguleren. Normaal gesproken wordt dit aan de markt overgelaten, met uitzondering van bepaalde door de wet geregelde gevallen van prijzen van woningen (sociale huur en middenhuur). • Er zijn geen publiekrechtelijke mogelijkheden om de huurprijzen van short stayaccommodaties te reguleren. Wel kunnen hierover contractuele afspraken worden gemaakt. • Er is in dit specifieke dossier onvoldoende juridische basis om in anterieure overeenkomsten de huurprijzen van short stay-accommodaties te reguleren, dit levert een groot risico op dat de gemeente wordt beschuldigd van misbruik van bevoegdheid. Afspraken in een anterieure overeenkomst moeten verband houden met de Etfal (de Evenwichtige Toedeling van Functies aan locaties), het afwegingskader van de Omgevingswet, en dat verband is in dit geval niet aan te tonen voor de gewenste prijsafspraken. • De gemeente kan wel via een erfpachtovereenkomst contractuele afspraken maken over het toegestane gebruik en de bevoegdheid tot verhuur. Erfpacht kan worden ingezet om gemeentelijke belangen na te streven.
Deze mogelijkheid wordt voor zover ik kan vaststellen niet vaak ingezet om het prijsbeleid van ondernemingen te beïnvloeden en in te grijpen op huurprijzen, behoudens voor zover sprake is van woonruimte (sociale huur en middenhuur). Voor zover ik heb kunnen vaststellen, ook na raadpleging van een aantal deskundigen, is er echter geen wet- of regelgeving die dit verbiedt. • Het maken van afspraken in de erfpachtakte over de huurprijzen van short stayaccommodaties heeft ook andere nadelen en risico’s. 1. Met name wanneer wordt afgesproken dat huurprijzen conform het WWS dienen te worden vastgesteld wordt het het risico vergroot dat een rechter oordeelt dat sprake is van gewone huur van woonruimte en niet van zogenaamde verhuur naar aard van aard van korte duur. Dit kan betekenen dat de huurders huurbescherming genieten
2/22
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken Datum
•
6 juni 2025
en dat in strijd met de publiekrechtelijke hotel- of short stay-bestemming wordt gehandeld waardoor de gemeente handhavend moet optreden en de huurders alsnog zouden moeten vertrekken. 2. De huurders hebben op basis van de afspraken in de erfpachtakte geen aanspraken op de exploitant. Nakoming van gemaakte afspraken is alleen mogelijk als de afspraken goed worden vastgelegd en als handhaving hiervan vervolgens goed is geborgd. 3. Het reguleren van de huurprijzen kan een negatieve invloed hebben op de grondwaarde en de canon die de gemeente in rekening brengt en heeft daarmee negatieve financiële gevolgen voor de gemeente. 4. Het WWS kan niet rechtstreeks van toepassing worden verklaard op de huurovereenkomsten die de exploitant en haar toekomstige huurders zullen sluiten, omdat het WWS niet van toepassing is bij verhuur naar aard van korte duur. Het is wel mogelijk om in de erfpachtakte het toegestane gebruik en de bevoegdheid tot verhuur beperken en de huurprijzen waarvoor verhuurd mag worden te maximeren. De gemeente heeft geen publiekrechtelijke bevoegdheid om te regelen dat short stayaccommodaties alleen door internationale studenten worden gehuurd. Ook via een erfpachtovereenkomst kunnen er geen afspraken worden gemaakt op grond waarvan short stay-accommodaties alleen mogen worden verhuurd aan internationale studenten.
Hiermee wordt waarschijnlijk in strijd gehandeld met het discriminatieverbod en het gelijkheidsbeginsel, zo volgt uit het advies van Hekkelman Advocaten (bijlage 2).
Nadere toelichting Definitie short stay en risico dat short stay als het verstrekken van (reguliere) woonruimte wordt beschouwd en niet als het verstrekken van logies en huur naar aard van korte duur 6. De gemeente verstaat onder short stay het bedrijfsmatig verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden, niet bedoeld voor toeristen. In de wet is de term short stay niet gedefinieerd. Dit maakt dat bij short stay discussie kan ontstaan of sprake is van het verstrekken van logies, dan wel dat sprake is van het verstrekken van woonruimte. Uit het advies van Hekkelman advocaten(zie bijlage 1) en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna “de Afdeling”) volgt dat short stay als logies (en niet als wonen) wordt gekwalificeerd als is geborgd dat het gaat om een verblijf van maximaal zes maanden én geen sprake is van een duurzaam verblijf met een woonkaraker. Ook bij een verblijf korter dan zes maanden kan dus sprake zijn van wonen. 7. Ook het huurrecht kent de term short stay niet. In het huurrecht wordt onderscheid gemaakt tussen zogenaamde ‘huur naar aard van korte duur’ en gewone huur van woonruimte.
Bij gewone huur van woonruimte zijn de huurbeschermingsregels over verhuur van woonruimte (zoals de regels over het WWS en regels over opzegging) van toepassing, bij huur naar aard van korte duur niet. Ook is de huurcommissie bij huur naar aard van korte duur niet bevoegd om de huurprijs te toetsen. Of sprake is van huur naar aard van korte duur is afhankelijk van de specifieke omstandigheden van het geval. Verhuur van een vakantiewoning of hotelkamer wordt beschouwd als huur naar aard van korte duur, maar langduriger verhuur van short stay-accommodaties is een schemergebied, waarover veel jurisprudentie is verschenen. Of sprake is van huur naar aard van korte duur is afhankelijk van 1) de duur van het gebruik, 2) de aard van het gebruik, 3) de aard van de woning en 4) hetgeen partijen omtrent de duur van het gebruik voor ogen heeft gestaan. Daarnaast geldt als algemeen uitgangspunt dat de vrijheid om een huurcontract naar aard van korte duur af te sluiten beperkt is. Hoe langer de duur van het gebruik, hoe eerder sprake is van gewone woonruimte. Op voorhand valt niet uit te sluiten dat short stay als reguliere verhuur van woonruimte zal worden beschouwd.
3/22
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken Datum
6 juni 2025
8. Of sprake is van het verstrekken van logies dan wel woonruimte is bepalend voor de vraag welke mogelijkheden de gemeente heeft voor het reguleren van huurprijzen. In het vervolg van het advies ben ik ervan uitgegaan dat short stay niet als woonruimte wordt aangemerkt en als verhuur naar aard van korte duur wordt beschouwd, maar bij voorbaat wijs ik wel op dit risico. Anterieure overeenkomst 9. Omdat uit het advies van advocatenkantoor Hekkelman volgt dat de gemeente geen mogelijkheid heeft om via het publiekrecht huurprijzen van short stay te reguleren, komt de vraag aan de orde of de gemeente contractueel (via een anterieure overeenkomst of via erfpacht) afspraken kan maken over short stay, De gemeente heeft contractsvrijheid en mag in beginsel zelf bepalen onder welke voorwaarden zij overeenkomsten aangaat. De vrijheid wordt beperkt voor zover sprake is van schending van wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, misbruik van bevoegdheid of onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht. 10. Indien de gemeente huurprijzen van short stay-accommodaties reguleert via een anterieure overeenkomst, kan sprake zijn van misbruik van bevoegdheid.
Via een anterieure overeenkomst kan de gemeente afspraken maken over kostenverhaal en over kwesties die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving of betrekking hebben op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar daarvan lijkt geen sprake te zijn bij het reguleren van huurprijzen van short stay-accommodaties op grond van het short stay-beleid, omdat de gemeente alleen het oogmerk heeft om huurprijsexcessen te voorkomen. De gemeente loopt daarom het risico dat sprake is van misbruik van bevoegdheid indien zij hierover in een anterieure overeenkomst afspraken zal maken en de ontwikkelaar deze afspraken alleen accepteert omdat anders geen planologische medewerking zou worden verleend door de gemeente. Erfpacht 11. Via uitgifte in erfpacht kan de gemeente afspraken maken over de erfpachtbestemming (de wijze waarop de erfpachter contractueel de in erfpacht uitgegeven zaak mag gebruiken) en de verhuurmogelijkheden. In algemene zin is het mogelijk om afspraken te maken over de erfpachtbestemming, ook als dit betekent dat de erfpachter vanwege de afgesproken erfpachtbestemming minder gebruiksmogelijkheden heeft dan hij op grond van het publiekrecht (zoals op grond van het Omgevingsplan of de vergunning) heeft. Ook kan in de erfpachtakte de bevoegdheid tot verhuur worden beperkt. Gemeentes mogen door middel van uitgifte in erfpacht gemeentelijke belangen nastreven.
De vrijheid van gemeentes wordt echter beperkt voor zover sprake is van strijdigheid met dwingende wet- en regelgeving of van onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht. Mijn inschatting is dat hiervan geen sprake is, maar ik kan dit ook niet volledig uitsluiten. Ik licht dit hierna toe. 12. Ik ben niet bekend met wet- en regelgeving die het maken van afspraken over huurprijzen van niet-woonruimte, zoals short stay, verbiedt. Voor zover ik heb kunnen vaststellen, ook na raadpleging van een aantal deskundigen, is er ook geen wet- of regelgeving die dit verbiedt. Wel wijs ik erop dat deze afspraken ongebruikelijk lijken te zijn en niet in lijn zijn met het meer algemene economische uitgangspunt van bijvoorbeeld huurrechtelijke wet- en regelgeving dat ervan uitgaat dat huurprijzen van short stay-accommodaties door de markt gereguleerd wordt. Dit maakt dat ik niet volledig kan uitsluiten dat een rechter het maken van afspraken over huurprijzen van short stay-accommodaties in strijd met wet- en regelgeving of de algemene beginselen van behoorlijk bestuur acht. 13. Ook kan niet volledig worden uitgesloten dat sprake is van onaanvaardbare doorkruising van de Omgevingswet of huurrechtelijke wet- en regelgeving. In de Omgevingswet is alleen ten aanzien
4/22
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken Datum
6 juni 2025
van woonruimte bepaald dat huurprijzen (indirect) gereguleerd kunnen worden door in het Omgevingsplan woningbouwcategorieën op te nemen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze woningbouwcategorieën gelimiteerd zijn en dat wettelijk ingrijpen alleen voor die specifieke woningbouwcategorieën werd toegestaan. Door sommige juristen wordt aangenomen dat het om die reden niet is toegestaan om contractuele afspraken te maken over andere, niet in de wet genoemde woningbouwcategorieën en ten aanzien hiervan ook geen huurprijsafspraken kunnen worden gemaakt. Uit de literatuur, rechtspraak en wetsgeschiedenis volgt volgens mij niet dat dit ook niet is toegestaan bij niet-wonen, zoals bij short stay. Ik kan echter ook niet (volledig) uitsluiten dat in zo’n geval sprake zou kunnen zijn van onaanvaardbare doorkruising van de Omgevingswet. Er is een klein risico dat de wet en de wetsgeschiedenis zo moet worden gelezen dat ingrijpen in de markt alleen is toegestaan voor schaarse woonruimte en uitdrukkelijk niet voor niet in de wet geregelde categorieën van bouwwerken, zoals bijvoorbeeld bedrijfsruimtes of short stay-accommodaties. Het doel van de Omgevingswet is namelijk wel om ruimte te maken voor ontwikkelingen en complicaties en regelgeving te verminderen waardoor ontwikkelingen beter van de grond komen. 14.
De huurprijs van short stay-accommodaties valt in beginsel niet onder huurprijsbeschermingsregels, omdat de huur van een hotelkamer of short stay-accommodatie in beginsel kwalificeert als ‘huur naar aard van korte duur’. Ik verwacht dat geen sprake is van doorkruising van huurwetgeving indien de gemeente contractuele afspraken maakt over de huurprijzen. In de wet staat geen verbod en ook uit de inhoud en strekking van de wet volgt dit volgens mij niet. Uit de wetsgeschiedenis van de Wet betaalbare huur volgt juist dat mag worden afgeweken van de Wet betaalbare huur, mits de regels over maximale huurprijzen worden gerespecteerd. De gemeente mag dus wel strengere regels hanteren. De enige kanttekening hierbij is dat hierover geen rechtspraak is verschenen en in de literatuur het risico dat sprake is van onaanvaardbare doorkruising van huurprijsbeschermingsregels wel wordt gesignaleerd. 15. De gemeente heeft geen publiekrechtelijke bevoegdheid om te regelen dat short stayaccommodaties alleen door internationale studenten worden gehuurd. De gemeente mag ook in de erfpachtakte niet opnemen dat verhuur alleen mag plaatsvinden aan internationale studenten. Uit het advies van Hekkelman Advocaten (bijlage 2) volgt dat dit in strijd is met het discriminatieverbod c.q. het gelijkheidsbeginsel.
Gevolgen indien sprake is van misbruik van bevoegdheid of onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht 16. Indien sprake is van misbruik van bevoegdheid, onaanvaardbare doorkruising van het publiekrecht of in strijd wordt gehandeld met het discriminatieverbod c.q. het gelijkheidsbeginsel dan zijn de gevolgen voor de gemeente groot: de gesloten overeenkomsten kunnen geheel of gedeeltelijk nietig zijn of de gemeente kan schadeplichtig zijn op grond van onrechtmatige daad. Om die reden is voorzichtigheid geboden en adviseer ik de gemeente om de betaalbaarheid van short stay-accommodaties in ieder geval niet via een anterieure overeenkomst af te dwingen. Overige aandachtspunten en risico’s 17. Naast het risico dat afspraken over huurprijsregulering niet zijn toegestaan, zie ik ook andere aandachtspunten bij het reguleren van huurprijzen via een anterieure overeenkomst of erfpachtakte. Die aandachtspunten zijn: • Indien de huurprijzen van short stay door de gemeente gereguleerd worden, is de kans groter dat er bij verhuur door de exploitant sprake is van gewone huur van woonruimte in plaats van huur naar aard van korte duur. Dit geldt met name indien aansluiting wordt gezocht bij het WWS-puntensysteem, wat nu juist (alleen) bij reguliere huur van woonruimte geldt. De huurders hebben dan huurbescherming en mogen in beginsel voor onbepaalde tijd blijven
5/22
Advocaten gemeente Utrecht Juridische Zaken Datum
•
•
•
6 juni 2025
wonen in de short stay-accommodatie. In dat geval wordt niet in lijn gehandeld met het short stay-beleid, past het gebruik niet meer binnen de logies-functie en wordt er gewoond op een locatie die niet geschikt is voor een gebruik als woonruimte. De gemeente zou in dat geval in beginsel publiekrechtelijk kunnen (of in geval van een verzoek om handhaving moeten) handhaven ten opzichte van zowel de exploitant/verhuurder als de huurders en de illegale situatie kunnen beëindigen. Dit lijkt mij echter een zeer onwenselijke situatie die voorkomen zou moeten worden. Het WWS is niet van toepassing op huur naar van aard korte duur. Voor het vaststellen van maximale huurprijzen kan wel aangehaakt worden bij de systematiek van het WWS, maar mogelijk kan hiermee niet exact de maximale huurprijs worden berekend, bijvoorbeeld omdat bepaalde gegevens ontbreken. Dit kan worden ondervangen door uit te gaan van bepaalde, nog onbekende, uitgangspunten. Zo wordt zoveel mogelijk recht gedaan aan het amendement ‘betaalbaar wonen voor internationale studenten’. Wel wordt hiermee (mogelijk) enigszins afgeweken van de toelichting op de Beleidsregels. Ik adviseer daarom om een vaste werkwijze uit te werken en de toelichting op de Beleidsregel te wijzigen door een beschrijving van die werkwijze (afspraken via erfpacht) hierin op te nemen.
Bij huur naar aard van korte duur kan de huurcommissie de huurprijzen niet toetsen. Omdat de huurprijzen alleen kunnen worden gereguleerd door afspraken te maken met de exploitant in de erfpachtakte, hebben huurders geen rechtstreekse aanspraak op de exploitant en kan de gemeente de exploitant alleen contractueel aan de gemaakte afspraken houden. Dit is minder effectief dan toetsing via bijvoorbeeld de huurcommissie en dit kan alleen gehandhaafd worden bij goede contractuele afspraken en een goed contractmanagement. De vraag is of dit voldoende geborgd kan worden, ook voor de toekomst. Als de gemeente via uitgifte in erfpacht de huurprijzen van short stay-accommodaties wil reguleren, dan kan dit een negatieve invloed hebben op de grondprijs c.q. canon en daarmee op de financiële haalbaarheid van projecten. De vraag is of dit wenselijk is en of hiermee voldoende rekening is gehouden bij het opstellen van de Grondprijzenbrief.