CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 4 maart 2021, gemeente Utrecht13.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

-

2.4

Scholen in buurten met een lage SES-score die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts kindcentrum en die daarbij een huisvestingsbehoefte hebben. Nieuwbouw in nieuwe buurten waar zowel behoefte is aan een kinderopvanglocatie als een school; Aansluiten bij geplande bouwprojecten: de scholen in de bestaande stad waarvoor al vervangende nieuwbouw of renovatie is gepland in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV). Een kindcentrum dat zich ontwikkelt in een wijk of subwijk waar nog geen enkele kindcentrumontwikkeling is.

Randvoorwaarden aan het inhoudelijk beleidsplan

UK-ontwikkelingen ontstaan in contact tussen scholen en kindpartners. Daarom stellen we bewust geen uniforme werkwijze voor het inhoudelijke beleidsplan vast. Het inhoudelijk beleidsplan moet wel aan een aantal kwaliteitseisen voldoen als er door de samenwerking een huisvestingsvraagstuk ontstaat. Zo vergroten we de kans op een duurzame samenwerking tussen de school, de kindpartners en de gemeente.

8 Jaarlijks in december vinden gesprekken plaats met schoolbesturen over wensen en de aanvragen die

zij gaan indienen. 31 januari deadline indienen aanvragen. Dan is er in juni overleg met scholen over voorgenomen besluiten op aanvragen en in december wordt het definitieve besluit gestuurd.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

15 / 29

Voorschoolse educatie (VE) is hierbij waar mogelijk onderdeel van de kinderopvang. Ook als een VE groep onverhoopt niet op dezelfde plek kan worden gerealiseerd (omdat meerdere scholen bijvoorbeeld één VE groep delen) moet deze samenwerking gewaarborgd zijn. Het kan daarbij ook zo zijn dat de VE door een andere kindpartner wordt uitgevoerd dan een eveneens verbonden KDV of BSO.

Een inhoudelijk beleidsplan bevat ten behoeve van een huisvestingsaanvraag in ieder geval de volgende vijf elementen: 1

2 3

4

5

2.4.1

Aansluiting gelijke kansenbeleid en brede talentontwikkeling. Op welke manier gaan de UK partners zorgen voor een doorgaande lijn en optimale, ononderbroken, brede ontwikkeling van alle kinderen? Een beschrijving van de gezamenlijke visie en het pedagogisch plan; Juridische constructie en/of aansturingsmodel. Er moet duidelijk zijn wie de verantwoordelijkheid heeft voor onderdelen of het hele UK en er moeten samenwerkingsafspraken zijn. Overigens betekent dit niet dat alleen met de vastgelegde partners kan worden samengewerkt, ook hier geldt keuzevrijheid van ouders (bv bij zorg); Overgangen van voorschools aanbod naar school, inclusief de beschrijving hoe om te gaan met het aanbieden van voorschoolse educatie binnen de opvang (met de hiervoor door de gemeente geselecteerde partners en conform het geldende uitvoeringskader); Overgang van school naar BSO; veel kinderen zijn niet alleen gedurende schooltijden op school, maar gaan buiten schooltijd naar de BSO. Scholen maken afspraken met opvangorganisaties over BSO-aanbod.

Overgang van school naar BSO; veel kinderen zijn niet alleen gedurende schooltijden op school, maar gaan buiten schooltijd naar de BSO. Scholen maken afspraken met opvangorganisaties over BSO-aanbod. Aanmeldbeleid

Ook Utrechtse Kindcentra moeten rekening houden met de regels rondom aanmeldbeleid en de keuzevrijheid van ouders voor enerzijds een school en anderzijds een kinderdagverblijf, ve-groep of bso. Om een gelijk speelveld tussen scholen te garanderen betekent daarom plaatsing op een kinderdagverblijf of VE-locatie bij een UK niet automatisch dat het kind ook naar de school in het UK kan. Partijen beschrijven in het aanmeldbeleid hoe zij hier mee om gaan.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

16 / 29

3 Proces Het huisvesten van een kindcentrum is complex. De school en de kindpartners vallen vaak onder verschillende organisaties met verschillende wet- en regelgeving. De gemeente streeft naar een duurzame en succesvolle samenwerking tussen de school en de kindpartners. Daarom heeft de gemeente een procedure ingericht voor huisvestingsvraagstukken van UK’s die financiering van de gemeente nodig hebben. De huisvesting van kinderopvang en huisvesting van onderwijs worden qua eigendom, onderhoud en risico’s anders behandeld. Onderwijs (inclusief VE) wordt met publieke middelen bekostigd en kinderopvang met private middelen. Vanuit de gemeente dient steeds te worden afgewogen of de samenwerking met de kinderopvang bijdraagt aan de ambitie om optimale ontwikkelingskansen voor kinderen te creëren, maar ook past binnen de regels van de Wet Markt en Overheid. De ervaring leert dan ook dat het van groot belang is om een aantal zaken in de samenwerking en de huisvesting vooraf met elkaar te regelen. Door tijdig een besluit te nemen en helderheid te creëren, zorgen we voor een duurzaam succesvolle samenwerking. Ook is het van belang dat de gemeente aan de voorkant betrokken wordt om mee te denken. Een goede afstemming werkt twee kanten op: Partijen weten tijdig wat er wel en niet mogelijk is.

En de gemeente kan dan bijvoorbeeld bij groei van het leerlingenaantal streven naar huisvestingsoplossingen waarbij de inhoudelijke uitgangspunten van het desbetreffende UK binnen de gemeentelijke kaders en wettelijke mogelijkheden zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Daarom hanteren we het volgende stappenplan bij UK’s die huisvesting nodig hebben die door de gemeente wordt gefinancierd. Stap

Planning in huisvestingscyclus

Opstellen ambitiedocument door de school en de kindpartners. Bespreken voornemen samenwerking met de gemeentelijke afdelingen MO en UVO voor een eerste inhoudelijke advisering. Inhoudelijke advisering heeft betrekking op: 1

i

ii iii

2

Delen de school en de kindpartners deze ambitie, en valt die ambitie binnen de gemeentelijke doelstellingen? Valt de school binnen het afwegingskader van de gemeente, zoals hierboven omschreven? Is de school opgenomen in het MPOHV?

Opstellen samenwerkingsplan door de school en de kindpartners. De gemeente toets op de volgende vraagstukken:

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

Vóór eerste voorbereidingsfase

Eerste voorbereidingsfase

17 / 29

i

Wordt er voldaan aan de vijf elementen van het inhoudelijk beleidsplan?

Opstellen business case huisvesting door de school en de kindpartners. De gemeente toetst op de volgende vraagstukken: 3

i ii

Wordt voldaan aan de gestelde randvoorwaarden Eerste voorbereidingsfase van de voorgestelde huisvestingsvariant? Worden ruimtes meervoudig gebruikt, zodat er zo efficiënt mogelijk gebruik gemaakt wordt van de ruimte in de stad?

4

De school dient een aanvraag voor financiering van het kindcentrum in bij de gemeente, zoals omschreven in de ‘Nadere regel over schoolgebouwen volgens onderwijsbeleid’ bij de ‘Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht’. De gemeente beoordeelt de aanvraag.

5

Als de gemeente de aanvraag voor financiering heeft Tweede voorbereidingsfase en toegekend: de realisatie van de huisvesting van de school eerste en tweede uitvoeringsfase en de kindpartners.

Uiterlijk bij aanvraag tweede voorbereidingsfase

In dit processchema zijn deadlines opgenomen, soms vroeg in het bouwproces. Het is echter noodzakelijk om deze planning aan te houden. In de tweede voorbereidingsfase van een bouwproject worden al overeenkomsten afgesloten met adviseurs en aannemer. Ook wordt een definitief ontwerp gemaakt. Wijzigingen later in het proces kunnen leiden tot hogere kosten en vertraging. Vertraging kan effect hebben op de school (tekort aan huisvesting) of kan andere bouwprojecten vertragen (bijvoorbeeld wanneer dezelfde tijdelijke huisvesting gepland staat).

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

18 / 29

4 Huisvestingsvarianten De gemeente ondersteunt en faciliteert de vorming van Utrechtse kindcentra. Huisvesting is voor alle partners een belangrijk aandachtspunt. De gemeente, de scholen en de kindpartners hebben belang bij een duurzaam succesvolle samenwerking tussen de partners. Een duurzaam succesvolle samenwerking betekent immers dat de risico’s voor alle partijen kleiner worden, maar vooral dat we langdurig de kinderen in onze stad kunnen laten profiteren van de voordelen van een UK. 4.1 4.1.1

Huisvesting van een Utrechts kindcentrum Ervaringen

De ervaringen bij de pilotprojecten (allen nieuwbouw)9 en de multifunctionele accommodaties onderstrepen het belang van heldere afspraken over organisatie, beheer en onderhoud van de huisvesting. Zonder heldere afspraken ontstaat er discussie tussen gebruikers en gemeente, of tussen gebruikers onderling. Ook lopen de gemeente en de gebruikers grote (financiële) risico’s, omdat er taken blijven liggen of verantwoordelijkheden niet helder zijn belegd. Discussies en risico’s die de weg voor nauwe samenwerking blokkeren. Daarom zijn drie huisvestingsvarianten uitgewerkt, van beperkte integratie tot volledige integratie. Uitgangspunt is dat de huisvestingsvariant aansluit bij de integratie van de samenwerking van de partners. Iedere variant kan een succesvol UK worden. In de eerste huisvestingsvariant zal meestal geen bemoeienis van de gemeente met ver- of nieuwbouw ten behoeve van de UK-vorming nodig zijn. Dit is alleen het geval als het gebouw voor de kindpartner eigendom is van de gemeente, of door de gemeente wordt gefinancierd. Het in hoofdstuk 2 uiteengezette afwegingskader betreft daarom vooral de varianten 2 en 3. Hoe groter de integratie van de huisvesting, hoe groter het aantal zaken waar afspraken over gemaakt moeten worden. Meer inhoudelijke samenwerking betekent immers ook meer samenwerking in de organisatie, het beheer en het onderhoud van het gebouw.

Het vraagt inzet van alle betrokken partijen bij de voorbereiding van de bouw. Inzet waarvan de vruchten in de decennia daarna kunnen worden geplukt. 4.1.2

Noodzakelijk om vooruit te plannen

Het MPOHV is gemaakt om de voorzieningen die de komende jaren nodig zijn te plannen. Door middel van het MPOHV worden tijdig de juist budgetten beschikbaar en voorkomen we dat alle bouwprojecten tegelijk worden opgepakt. Dat is in het belang van de gemeente, de schoolbesturen en de kindpartners.

Een kindpartner kan altijd huren van de gemeente als het een beleidsdoel dient, dan geldt het vastgoedbeleid omdat het een bestaand gebouw betreft. Deze alinea’s gaan voornamelijk over nieuwbouw ten behoeve van een kindpartner. 9

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

19 / 29

Om ervoor te zorgen dat een bouwproject doorgang kan vinden zonder vertraging en discussie, is opname in het MPOHV essentieel. Op het moment dat een school wel een inhoudelijk beleidsplan heeft dat voldoet aan de criteria (zoals gesteld in 3.4) maar niet is opgenomen in het MPOHV, is verbouw, herbouw of nieuwbouw (nog) niet aan de orde. Een school kan met de gemeente in gesprek gaan over opname in het MPOHV. De gemeente bekijkt dan of er ruimte is om aan het verzoek te voldoen. Het MPOHV wordt voor 10 jaar vastgesteld, maar wordt ieder jaar geactualiseerd. Deze actualisatie loopt gelijk met de cyclus voor reguliere aanvragen in het kader van de verordening onderwijshuisvesting. Dat betekent ook dat een UKontwikkeling in een vroeg stadium met de gemeente moet worden besproken, zoals in het proces (hoofdstuk 3) is omschreven. Dit betekent: -

In december een gesprek met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties; Deadline voor een aanvraag is op dit moment 31 januari; In juni overleg over de voorgenomen besluit op de aanvraag; In december het definitieve besluit.

Als een gemeentelijke investering noodzakelijk is, is opname in het MPOHV nodig. Daarvoor moet de noodzaak van de gemeentelijke investering in huisvesting van het UK worden aangetoond. Daarnaast kan gesproken worden over (minder vergaande) aanpassingen binnen het bestaande gebouw, in eerste instantie met het eigen schoolbestuur.

4.2

De huisvestingsvarianten

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Eigen huisvesting voor school en partner

Huisvesting school en partner onder één dak

Geïntegreerde huisvesting voor school en partner

minder automatische samenwerking tussen de partners om een doorgaande leerlijn te creëren

Nauwe samenwerking tussen de partners om een doorgaande leerlijn te creëren

Er is sprake van twee onafhankelijke objecten, met ieder een aparte eigenaar. Het schoolbestuur bouwt haar schoolgebouw op haar eigen kavel. De huisvesting van de

De gemeente financiert de huisvesting van de school. De kindpartner financiert zijn eigen huisvesting. De gemeente kan optreden als financier van de huisvesting van een kindpartner

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

Samenwerking functioneert als één organisatie om een doorgaande leerlijn te creëren

De gemeente financiert het onderwijsdeel. De gemeente financiert ook de nietonderwijsdelen van het perceel en het gebouw. De gemeente

20 / 29

kindpartners wordt zelfstandig verzorgd door middel van huur of eigendom van bestaande ruimtes in de wijk, of nieuwbouw. Gebouw, installaties en exploitatie zijn gesplitst.

4.3

op plekken waar een kindcentrum wenselijk is vanuit het gemeentelijk beleid. Er zijn twee variaties mogelijk:

ontvangt de huurpenningen. Er zijn twee variaties mogelijk:

a. Kindpartner investeert in eigen huisvesting; b. Gemeente investeert in huisvesting kindpartners.

a. Schoolbestuur volledig eigenaar gebouw; b. Gemeente volledig eigenaar gebouw.

Uitwerking huisvestingsvarianten

Zoals al eerder omschreven, geldt het principe dat de huisvestingsvariant aansluit bij de mate van integrale samenwerking tussen de kindpartners en de school. Variant 1 is daarin de minst geïntegreerde samenwerking, vertaald naar eigen huisvesting voor iedere partner. Wanneer de partners wel samenwerken, maar nog niet tot één organisatie zijn versmolten, is variant 2 een logische keuze. Bij volledige integratie van de leerlijnen en de organisaties, ligt variant 3 voor de hand. Bij iedere variant gelden echter ook de passende randvoorwaarden (zie bijlage I). Een voorbeeld: geïntegreerde huisvesting (variant 3) betekent ook dat er heldere afspraken moeten worden gemaakt over beheer van het gebouw. Dat is bij eigen huisvesting voor iedere partner (variant 1) niet nodig. Zo waarborgen we een duurzame samenwerking tussen de partners en verkleinen we de risico’s voor alle betrokken partijen. De school en de kindpartners kunnen een voorkeur uitspreken voor een variant, maar wanneer de gemeente wordt gevraagd te financieren, neemt de gemeente het besluit. Variant 1

Variant 2

Variant 3

Eigen huisvesting voor school en partner

Huisvesting school en partner onder één dak

Geïntegreerde huisvesting voor school en partner

Inhoudelijke samenwerking Samenwerkingsniveau tussen de partners om een doorgaande leerlijn te creëren.

Nauwe inhoudelijke samenwerking tussen de partners om een doorgaande leerlijn te creëren.

Inhoudelijke samenwerking functioneert als één organisatie om een doorgaande leerlijn te creëren

Organisatievorm

Aparte organisaties, eventueel één organisatie

Eén organisatie voor de gezamenlijke activiteiten,

Inhoudelijke samenwerking

Aparte organisaties.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

21 / 29

voor de gezamenlijke activiteiten.

Huisvestingsvorm

Eigen huisvesting voor iedere partner.

met één centrale aansturing.

Aansluitende huisvesting, Geïntegreerde gebruik van elkaars ruimtes huisvesting, gezamenlijke mogelijk. ruimtes mogelijk.

Juridische aspecten

Eigendom

Juridische vorm

Schoolbestuur eigenaar eigen gebouw en perceel. Kindpartners zelf eigenaar of huren bij derde partij.

Niet van toepassing.

Claimrecht geldt Economisch claimrecht alleen voor gemeente huisvesting school.

Huisvesting school en kindpartners is gesplitst in twee eigendommen. School is eigenaar van schooldeel. Eigendom van het nietonderwijsdeel kan op mee manieren geregeld worden: a. Kindpartner is eigenaar van eigen huisvesting; b. Gemeente is eigenaar en verhuurder van huisvesting kindpartner. Vereniging van eigenaren.

a. Schoolbestuur is volledig eigenaar van het gebouw. b. Gemeente is volledig eigenaar van het gebouw.

Eén beheerorganisatie, de eigenaar.

Claimrecht geldt voor Claimrecht geldt alleen voor volledige gebouw huisvesting school. (huisvesting school én partner).

Hypotheek

Gemeente vestigt hypotheek op nietonderwijsdeel met boetebeding.

Verrekening huursom tussen gemeente en schoolbestuur

a. Financieringsovereenkomst, inclusief betalingsafspraak huursom aan de gemeente. b. Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Niet van toepassing.

Financiën en besluitvorming

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

22 / 29

Bestuur

Geen besluit nodig.

a. Besluit college. b. Besluit gemeenteraad.

Besluit gemeenteraad.

Financier huisvesting kindpartners

Kindpartner.

Kindpartner of gemeente.

Gemeente.

Financiering huisvesting school

Gemeente.

Gemeente.

Gemeente.

Toename schuld gemeente

€0 tot 62 mln. extra tot aan Geen extra toename. 2040, afhankelijk van onderwijsbeleid.

Financieel risico gemeente huisvesting kindpartners

Geen extra risico.

Geen extra risico, tenzij gemeente investeert.

€31 tot 62 mln.10 extra tot aan 2040, afhankelijk van onderwijsbeleid. a. Schoolbestuur draagt aanzienlijk risico. b. Gemeente draagt aanzienlijk risico.

Projectmanagement Bouwheerschap huisvesting school

Schoolbestuur, tenzij Gemeente, tenzij anders anders overeen overeen wordt gekomen. wordt gekomen.

c. Schoolbestuur. d. Gemeente.

Bouwheerschap Kindpartner. huisvesting kindpartner

Gemeente, tenzij anders overeengekomen.

e. Schoolbestuur. f. Gemeente.

Complexiteit

Laag

Gemiddeld

Hoog

Tijd

Snel

Langzaam

Langzaam

Individuele verantwoordelijkheid school en kindpartners

Individuele verantwoordelijkheid school Gezamenlijke en kindpartners, verantwoordelijkheid. gezamenlijke

Beheercomplexiteit

Onderhoud en exploitatie

Voor het schatten van dit bedrag is uitgegaan van het huidige MPOHV 2015-2025. In het MPOHV is sprake van 2 projecten per jaar waar een UK gerealiseerd zal worden. Een investering van gemiddeld € 1.400.000 per project levert in 2040 deze bandbreedte op, afhankelijk van hoeveel projecten daadwerkelijk in variant 2 en 3 zullen vallen. Er wordt uitgegaan van een terugbetaling zoals genoemd in de randvoorwaarden. 10

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

23 / 29

verantwoordelijkheid gezamenlijke zaken via VvE. g. Demarcatie opgenomen in huurovereenkomst schoolbestuur en kindpartner. h. MFA-demarcatie van toepassing.

Demarcatielijst

Niet van toepassing.

VvE maakt een demarcatielijst, waarbij gemeenschappelijke taken worden ondergebracht bij de VvE-organisatie.

Schade aan gebouw en inboedel

Gemeente vergoedt schade huisvesting school conform verordening.

Gemeente vergoedt schade conform Gemeente vergoedt schade verordening. Behalve huisvesting school conform inboedel: gemeente verordening. vergoed inboedel van partner niet (eigen risico).

Belastingen

Gemeente vergoedt belastingen huisvesting school conform verordening.

Gemeente vergoedt belastingen huisvesting school conform verordening.

Leegstandsrisico

Laag: geen extra risico’s gemeente of school.

Gemiddeld: als gemeente Gemiddeld: als gemeente investeert en eigenaar investeert en eigenaar blijft, blijft, ligt het ligt het leegstandrisico bij leegstandrisico bij de de gemeente. gemeente.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

Gemeente vergoedt belastingen huisvesting school conform verordening (niet van kindpartner).

24 / 29

5 Randvoorwaarden huisvestingsvarianten Aan iedere huisvestingvariant worden een aantal randvoorwaarden gesteld. De randvoorwaarden zijn bedoeld om te zorgen voor een duurzaam succesvolle samenwerking tussen de school, de kindpartners en de gemeente. Daarnaast beperken de randvoorwaarden de risico’s voor alle betrokken partijen zo veel mogelijk. Hoe intensiever de samenwerking en daarmee de integratie van de huisvesting, hoe groter de organisatorische vraagstukken en de risico’s. Daarom nemen de randvoorwaarden toe naarmate de integratie van het gebouw toeneemt. De randvoorwaarden zijn hard, en worden zonder uitzondering aan iedere samenwerking gesteld. 5.1

Variant 1 - Eigen huisvesting voor iedere partner

In geval dat de partner eigenaar is van het perceel, of het gaat om splitsing van een gemeentelijk kavel om een kindcentrum-ontwikkeling mogelijk te maken, gelden de volgende aanvullende randvoorwaarden:   

5.2

Splitsing van de kavel moet op de specifieke locatie technisch en binnen alle wet- en regelgeving mogelijk zijn, waarbij het aan initiatiefnemer is dit aan te tonen. Overschrijdingen zijn voor eigen risico van de gemeente/school en de partner. Geen wederzijdse verantwoordelijkheden. Iedere kindpartner is zelf bouwheer. De gemeente treedt niet op als bouwheer, tenzij anders wordt overeengekomen.

Varianten 2 en 3

5.2.1

Randvoorwaarden voor beide varianten

Er gelden een aantal algemene randvoorwaarden voor de huisvesting van een kindcentrum. De gemeente bepaalt deze algemene randvoorwaarden, omdat er publieke middelen wordt geïnvesteerd in het schoolgebouw of een (voor)financiering wordt gedaan vanuit publieke middelen voor de kindpartners. Voor de varianten 2 en 3 gelden daarom de volgende randvoorwaarden:  

Het schoolbestuur en de partners maken een samenwerkingsplan. Het schoolbestuur en de partners vertalen het samenwerkingsplan naar een concrete business case, waarbij in ieder geval voorzien is in de inhoudelijke samenwerking, de organisatie en de exploitatie van het gebouw en de financiële afwikkeling van de samenwerking. Het schoolbestuur meldt zo vroeg mogelijk in het proces dat er een kindcentrum zal worden gevormd, zoals omschreven in de nadere regels van de verordening huisvesting scholen. Uiterlijk vóór de aanvraag van de tweede voorbereiding in het huisvestingsprogramma worden het samenwerkingsplan en de business case naar de gemeente gestuurd. Bij indiening van deze

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

25 / 29

stukken is het bouwprogramma goedgekeurd door de gemeentelijke projectleider. De gemeentelijke afdelingen Maatschappelijke Ontwikkeling en Utrechtse Vastgoed Organisatie beoordelen gezamenlijk de aanvraag. Wanneer deze stukken niet tijdig worden toegevoegd aan de aanvraag bij de gemeente, of de gemeente geen akkoord geeft op de realisatie voor huisvesting van het kindcentrum in de beschikking voor aanvraag van de tweede voorbereiding, is alleen huisvestingsvariant 1 mogelijk. Voor de start van de bouw moet minimaal een huur conform de gemeentelijke kaderbrief (kostprijsdekkende huur voor beleidsdoelen en marktconforme huur bij niet-beleidsdoelen met de kostprijsdekkende huur als minimum, zie Kaderbrief vastgoed 2017 en Wet Markt en overheid) zijn overeengekomen met de partners. Wanneer de partner(s) het huurbedrag niet kunnen betalen, worden de niet-onderwijsruimtes niet gerealiseerd. Voor opdrachtverlening van de bouw van het gebouw aan een aannemer, wordt een beheer- en organisatieplan opgesteld en ondertekend door alle kindpartners en de school. Indien de gemeente financier is van de huisvesting van een kindpartner, is de gemeente ook onderdeel van het plan.

Uitsluitend ruimtes voor kinderopvang (inclusief voorschoolse educatie), buitenschoolse opvang of ander aanvullend aanbod op het onderwijs (bijvoorbeeld een zorgpartner bij een school voor speciaal onderwijs) kan worden gerealiseerd. De gemeente zal alleen meewerken aan de kindcentrum-ontwikkeling bij publiek gefinancierde scholen die voldoen aan dit beleidsdocument. Particuliere scholen hebben een eigen verantwoordelijkheid. De gemeente speelt daar geen rol.

Bij financiering door de gemeente geldt de volgende voorwaarde:  5.2.2

De huursom wordt berekend aan de hand van het gemeentelijke vastgoedbeleid. Randvoorwaarden voor variant 2 – Huisvesting partners onder één dak

Voor variant 2 gelden de volgende aanvullende voorwaarden:  

  

Het schoolbestuur is de bouwheer. Het schoolbestuur wordt eigenaar van het onderwijsdeel van het gebouw. Wanneer een partner investeert in eigen huisvesting, kan dat een opstalrecht zijn van die partner (variant 2), of wordt het gebouw gesplitst in appartementsrechten. De looptijd van de huurovereenkomst met de partner(s) is bij nieuwbouw minimaal 10 jaar. De huurovereenkomst(en) zijn voor het contracteren van de aannemer getekend. Deze termijn zijn gekozen om het risico voor de gemeente te beperken. Voor deze variant is de oprichting van een Vereniging van Eigenaren (VvE) of het vastleggen van een opstalrecht een randvoorwaarde. Indien de gemeente partij wordt in de VvE, dan wordt een externe VvE-beheerder aangesteld. De reservering voor onderhoud wordt bepaald op MJOP die volgens de NEN2767 is opgesteld. In deze variant zijn de kinderpartner(s) en de school verplicht om gezamenlijke verantwoordelijkheden te regelen via de VvE (tenzij er sprake is van een opstalrecht). Nutsvoorzieningen en brandmeldinstallaties worden zo veel mogelijk gescheiden en op naam van de desbetreffende partner gezet. Ook het ontruimingsplan moet gescheiden per eigenaar geregeld worden. Indien naar mening van de gemeente het onvoldoende mogelijk is om installaties te scheiden, valt variant 2 af en kan alleen variant 3 worden gerealiseerd.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

26 / 29

 

Bij leegstand van de huisvesting van een kindpartner, is de eigenaar verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe huurder. Overschrijdingen na aanbesteding worden naar rato van het gefinancierde vloeroppervlak toegeschreven aan de gemeente en de financierende partner, tenzij de overschrijding duidelijk toe te wijzen is aan een specifieke partner. Dan wordt de overschrijding toegewezen aan de gemeente of de financier. Het extra vloeroppervlak dat wordt gerealiseerd ten behoeve van het kindcentrum is maximaal 40% bovenop de normen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Utrecht. De basisschool blijft de leidende partij. In de doelgroep 0- tot 12-jarigen is de doelgroep van de kinderopvang 1/3e deel. Dat is ruim onder het gestelde percentage van 40%.

Bij financiering door een externe financier geldt de volgende voorwaarde: 

5.2.3

De bancaire financier moet minimaal een A-label hebben. Wanneer er sprake is van een andere financier, moet een integriteitsonderzoek (Wet Bibob) en liquiditeitsonderzoek een positieve uitkomst kennen. Randvoorwaarden voor variant 3 – Volledig geïntegreerde organisatie en huisvesting

Voor variant 3 gelden de volgende aanvullende voorwaarden:    

De MFA-regeling is bij eigendom gemeente van toepassing, zoals omschreven in de nadere regels van de verordening huisvesting scholen. De gemeente of het schoolbestuur wordt eigenaar van het volledige gebouw en de volledige kavel. Er zal geen splitsing worden aangebracht in het gebouw of het kavel. De toekomstige eigenaar is ook de bouwheer. De looptijd van de huurovereenkomst met de partner(s) is bij nieuwbouw minimaal 10 jaar. De huurovereenkomst(en) zijn voor het contracteren van de aannemer getekend. Deze termijn zijn gekozen om het risico voor de gemeente te beperken. Overschrijdingen na aanbesteding worden naar rato van het gefinancierde vloeroppervlak toegeschreven aan de gebruikers, tenzij de overschrijding duidelijk toe te wijzen is aan een specifieke partner. Dan wordt de overschrijding toegewezen aan de gemeente of de partner (en verrekend in de huur). Voor opdrachtverlening van de bouw van het gebouw aan een aannemer, wordt een beheer- en organisatieplan opgesteld en ondertekend door alle kindpartners en de school. Indien de gemeente financier is van de huisvesting van een kindpartner, is de gemeente ook onderdeel van het plan. Het extra vloeroppervlak dat wordt gerealiseerd ten behoeve van het kindcentrum is maximaal 40% bovenop de normen in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Utrecht. De school blijft de belangrijkste functie.

In de doelgroep 0- tot 12-jarigen is de doelgroep van de kinderopvang 1/3e deel. Dat is ruim onder het gestelde percentage van 40%. Bij leegstand van de huisvesting van een kindpartner, is de eigenaar verantwoordelijk voor het vinden van een nieuwe huurder.

Bij variant 3A gelden de volgende voorwaarden:

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

27 / 29

 

De gemeente en het schoolbestuur sluiten voor verstrekking van een opdracht aan een aannemer een financieringsovereenkomst waarin de huursom die de kindpartner betaalt (deels) wordt overgedragen aan de gemeente, na aftrek van een vast bedrag voor onderhoudskosten (te bepalen aan de hand van het MJOP conform NEN2767). De huursom blijft ook na terugbetaling van de voorfinanciering toekomen aan de gemeente. Dat gebeurt om toekomstige kwaliteitsverbeteringen van schoolgebouwen en nieuwe toekomstige voorzieningen te kunnen financieren. Het economisch claimrecht geldt in deze variant voor het onderwijsdeel én niet-onderwijsdeel van het schoolgebouw. Dit wordt vastgelegd in de financieringsovereenkomst. Op het niet-onderwijsdeel wordt hypotheek gevestigd ten gunste van de gemeente, met een boetebeding ter hoogte van de waarde van het niet-onderwijsdeel als de gemeente het nietonderwijsdeel niet om niet terugkrijgt bij vertrek door de school. Indien bij eventuele leegstand:  nog geen nieuwe huurder is gecontracteerd, kan het schoolbestuur aan de gemeente vragen om de financiële verplichtingen richting de gemeente voor maximaal 3 maanden op te schorten;  die leegstand ten minste 3 maanden heeft aangehouden, mag de gemeente een huurder aandragen die door het schoolbestuur moet worden gecontracteerd.

Bij variant 3B gelden de volgende voorwaarden: 

De demarcatielijst voor gebouwen met meerdere gebruikers in de ‘Nadere regel over demarcatie bij bouw en exploitatie van schoolgebouwen’ bij de ‘Verordening huisvesting scholen gemeente Utrecht’ is wanneer de gemeente eigenaar is van het gebouw van toepassing.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

28 / 29

Bijlage I – Kaart met coalities

1

OBS Vleuterweide

A

Kindcentrum Haarrijn

2

Op de Groene Alm

B

Kindcentrum Haarzicht

3

St. Dominicus

C

Kindcentrum Leeuwesteyn

4

Kindercampus Molenpark

D

Kindcentrum Rijnvliet

5

Dr. Bosschool

6

OBS de Koekoek

7

OBS Tuindorp

8

OBS Voordorp

9

Dalton Rijnsweerd

10

OBS de Kleine Dichter

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

29 / 29

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=732df198-5222-45c6-9e2b-6d8b4127842e