CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 4 maart 2021, gemeente Utrecht13.196 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel van de Commissie Mens en Samenleving van 4 maart 2021

1 2 3

Opening 14.00 uur. Digitaal Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra Indicatieve aanvang: 14.00 uur; DIGITAAL Indicatieve behandeltijd: 120 min. Beleidsveld: Onderwijs - wethouder Klein Met dit raadsvoorstel legt het college de raad 2 beslispunten voor: 1. Vaststellen van het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra, met als belangrijkste onderdeel een afwegingskader voor kindcentra met een huisvestingsbehoefte. Hierbij wordt voorrang gegeven aan kindcentra die voldoen aan 4 nader genoemde criteria. 2. Investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0-4-jarigen als onderdeel van een kindcentrum. Het college benoemt hierbij 2 harde voorwaarden; * Huurpenningen die de gemeente ontvangt zijn (conform de kaderbrief vastgoed 2017) tenminste gelijk aan de kapitaallasten a.g.v.d. investering; * Er is een inhoudelijk beleidsplan dat aan aantal kwaliteitseisen voldoet. Dossier 1312 voorblad Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra.docx Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra.docx

3 Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra 1 Dossier 1312 voorblad.pdf

Commissie Mens en Samenleving Dossiernummer

1312

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

4 maart 2021

Agendapunt

3

Omschrijving

Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra

ID

1359

Behandelend ambtenaar

Onno James

Telefoon

14030

E-mail

o.james@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Onderwijs

Portefeuillehouder

Wethouder Klein

Beleidsveld

Onderwijs

Referendabel

Ja

Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Willemien Kok/Cultuur, Onderwijs, Sport/0624862310

Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Mens en Samenleving

4 maart 2021

Gemeenteraad

25 maart 2021

Voorgesteld besluit

1 Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Onderwijs, Vastgoed MO, UVO Simone Baksteen 7928366 Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra vast te stellen met als belangrijkste onderdeel een afwegingskader voor kindcentra met een huisvestingsbehoefte, waarin voorrang wordt gegeven aan kindcentra die voldoen aan een of meerdere van de volgende aandachtspunten: a. Scholen in buurten met lage SES-score die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts kindcentrum en die daarbij een huisvestingsbehoefte hebben; b. Nieuwbouw in nieuwe buurten waar zowel behoefte is aan een kinderopvanglocatie als een school; c. Aansluiten bij geplande bouwprojecten: de scholen in de bestaande stad waarvoor al vervangende nieuwbouw of renovatie is gepland in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV); d. Een kindcentrum dat zich ontwikkelt in een wijk of subwijk waar nog geen enkele kindcentrum-ontwikkeling is. 2. Te investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen als onderdeel van een Utrechts kindcentrum, met als harde voorwaarden: a. dat de huurpenningen die de gemeente ontvangt (rechtstreeks of via het schoolbestuur) conform de Kaderbrief vastgoed 2017 ten minste gelijk zijn aan de kapitaallasten als gevolg van de investering; b.

dat er een inhoudelijk beleidsplan is dat aan een aantal kwaliteitseisen voldoet om de kans op duurzaam succesvolle samenwerking tussen de school, kindpartners en de gemeente te vergroten.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting De gemeenteraad wordt gevraagd om het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra vast te stellen. In het uitvoeringsplan is een afwegingskader voor het vormen van een Utrechts kindcentrum met een huisvestingsbehoefte opgenomen. Verder wordt de gemeenteraad gevraagd binnen de kaders van de Kadernotavastgoed 2017 investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen als onderdeel van een Utrechts kindcentrum mogelijk te maken.

Context Aanleiding In het Coalitieakkoord Utrecht: ruimte voor iedereen is beschreven te streven naar de vorming van integrale kindcentra (IKC). Om dit te kunnen realiseren was er een uitwerking nodig van de door het college vastgestelde visie Integrale kindcentra: Het kind centraal. Het resultaat van deze uitwerking is het Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra. In dit uitvoeringsplan is ook de door de stuurgroep IKC ontwikkelde visie op integrale kindcentra meegenomen. In de IKC-stuurgroep participeren de schoolbesturen, de kinderopvangorganisaties en de ambtelijke organisatie van de gemeente. Andere input voor het uitvoeringsplan zijn de uitkomsten van de Evaluatie integrale kindcentra en de speerpunten in de Utrechtse Onderwijs Agenda. In dit uitvoeringsplan is de mogelijkheid opgenomen om als gemeente te investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0-4 jarigen als onderdeel van een Utrechts Kindcentrum. Dit gebeurt binnen de kaders van de door de gemeenteraad vastgestelde Kaderbrief vastgoed 2017. Doel Utrechtse kindcentra Een Utrechts kindcentrum (UK) is een intensieve samenwerking tussen ten minste een school, buitenschoolse opvang en kinderopvang (en dus ook voorschoolse educatie) om kinderen van 0 tot 12 jaar zo goed mogelijk te ondersteunen via een doorlopende ontwikkelingslijn en pedagogische begeleiding.

Daarbij is aandacht voor alle aspecten die met de opvoeding en ontwikkeling te maken hebben. Drempels tussen de verschillende voorzieningen worden beslecht. Het doel is om alle kinderen gelijke en optimale kansen voor de toekomst te geven. De partners werken intensief samen aan de toekomst van het kind. Hier kunnen extra partners bij aansluiten en naar behoefte ook samenwerken. Nieuwe naam: Utrechtse kindcentra Overal in Nederland worden integrale kindcentra gerealiseerd om doorgaande leerlijnen te creëren. Integrale kindcentra komen in Nederland voor onder de meest uiteenlopende namen: in Leeuwarden zijn het brede buurtscholen, in Heerhugowaard en Tiel spreekt men over kindercampus. Wij hebben het voortaan over Utrechtse kindcentra (UK). Deze naam is herkenbaar, maar doet ook recht aan de Utrechtse aanpak in het uitvoeringsplan. Huisvesting De inhoudelijke samenwerking is het uitgangspunt, niet het (school)gebouw. Wel geven partners aan dat de inhoudelijke ontwikkeling van een kindcentrum het best te realiseren is in één gebouw. Regelmatig zien we dan ook dat de wens voor een Utrechts kindcentrum kan leiden tot een huisvestingsvraagstuk, zeker bij nieuwbouw van een school in een nieuwe wijk. De huisvesting van de partners wordt dan gekoppeld aan een school die is opgenomen in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV).

Ook ligt er het vraagstuk van voorfinanciering van de kinderopvangruimtes. Hiervan hebben we geleerd dat een afwegingskader belangrijk is en dit hebben we dan ook opgenomen in dit uitvoeringsplan. Vier projecten zijn benoemd als pilotproject. Voor deze vier projecten is bij de start gesproken een kindcentrum te realiseren. Bij ieder project is een andere aanpak gekozen. De pilots zijn geëvalueerd, om te leren van de gekozen oplossingen. De ervaringen bij de pilotprojecten, maar ook bij de eerder gebouwde multifunctionele accommodaties, onderstrepen verder het belang van heldere afspraken over organisatie, beheer en onderhoud van de huisvesting. Zonder heldere afspraken ontstaat er discussie tussen gebruikers en gemeente, of tussen gebruikers onderling. Ook lopen de gemeente en de gebruikers (financiële) risico’s, omdat er taken blijven liggen of verantwoordelijkheden niet helder zijn belegd. Discussies en risico’s die in de weg staan van een duurzaam succesvolle samenwerking. 2

Alle betrokkenen hebben belang bij die duurzaam succesvolle samenwerking. Daarom zijn drie huisvestingsvarianten uitgewerkt, van beperkte integratie tot volledige integratie. Uitgangspunt is dat de huisvestingsvariant aansluit bij de mate van integratie van de samenwerking van de partners. Iedere variant kan een succesvol UK opleveren. Afwegingskader Daar waar de vorming van een UK kan plaatsvinden zonder dat er huisvestingsbehoefte ontstaat, kan dit uiteraard gewoon. Deze situaties vallen buiten het afwegingskader in dit uitvoeringsplan. Wel worden partners aangeraden om te komen tot duidelijke samenwerkingsafspraken in een inhoudelijk beleidsplan. De gemeente wil vanwege de financiële risico’s, de schaarse financiële middelen en haar taak als overheid juist een rol spelen op plekken waar een Utrechts kindcentrum het hardst nodig is en niet zonder de gemeente tot stand kan komen. Samenwerkingen die voldoen aan een of meerdere van de onderdelen van het afwegingskader, hebben voorrang boven andere UK-ontwikkelingen: -

Scholen in buurten met lage SES-score (dit meet de sociaaleconomische status van individuen, gezinnen of groepen) die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts kindcentrum en die daarbij een huisvestingsbehoefte hebben;

-

Nieuwbouw in nieuwe buurten waar zowel behoefte is aan een kinderopvanglocatie als een school;

-

Aansluiten bij geplande bouwprojecten: de scholen in de bestaande stad waarvoor al vervangende nieuwbouw of renovatie is gepland in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV);

-

Scholen in buurten waar nog geen ander Utrechts kindcentrum (in ontwikkeling) is.

Kwaliteitseisen inhoudelijk beleidsplan UK-ontwikkelingen ontstaan in contact tussen scholen en kindpartners. Daarom stellen we bewust geen uniforme werkwijze voor het inhoudelijke beleidsplan vast. Het inhoudelijk beleidsplan moet wel aan een aantal kwaliteitseisen voldoen als er door de samenwerking een huisvestingsvraagstuk ontstaat. Zo vergroten we de kans op een duurzame samenwerking tussen de school, de kindpartners en de gemeente. Een inhoudelijk beleidsplan bevat in ieder geval de volgende vijf elementen: 1. Aansluiting gelijke kansenbeleid en brede talentontwikkeling. Op welke manier gaan de UK partners zorgen voor een doorgaande lijn en optimale, ononderbroken, brede ontwikkeling van alle kinderen? 2. Een beschrijving van de gezamenlijke visie en het pedagogisch plan; 3. Juridische constructie en organisatiestructuur. Er moet duidelijk zijn wie de verantwoordelijkheid, het eigendom en de betalingsverplichting heeft voor onderdelen of het hele UK en er moeten samenwerkingsafspraken zijn. Overigens betekent dit niet dat alleen met de vastgelegde partners kan worden samengewerkt, ook hier geldt keuzevrijheid van ouders (bv bij zorg); 4.

Overgangen van voorschools aanbod naar school, inclusief de beschrijving hoe om te gaan met het aanbieden van voorschoolse educatie binnen de opvang (met de hiervoor door de gemeente geselecteerde partners en conform het geldende uitvoeringskader); 5. Overgang van school naar buitenschoolse opvang (BSO); veel kinderen zijn niet alleen gedurende schooltijden op school, maar gaan buiten schooltijd naar de BSO. Scholen maken afspraken met opvangorganisaties over BSO-aanbod. Huisvestingsaanvraag Door de huisvesting van kinderopvang via de methodiek voor huisvestingsaanvragen zoals die bij onderwijshuisvesting gebruikelijk is te laten lopen, kan het college een integrale afweging maken van alle voorzieningen die zijn aangevraagd. Door het besluit in deze afweging mee te nemen, kunnen de financiële gevolgen ook worden verwerkt in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV) en de Voorjaarsnota en Programmabegroting. 3

Gevolgen beleidskader 0- tot 4-jarigen voor huisvesting Met dit uitvoeringsplan krijgt de gemeente op sommige plekken een rol in de totstandkoming en de huisvesting van een UK. Dit is een belangrijke beleidswijziging ten opzichte van de huidige situatie die ook financiële gevolgen heeft. Dit komt omdat huisvesting voor 0- tot 4-jarigen geen onderdeel uit maakt van de wettelijke taak van de gemeente voor onderwijshuisvesting. Dit betekent onder andere dat voor de huisvesting van deze doelgroep geen middelen via de algemene uitkering Gemeentefonds beschikbaar worden gesteld door de Rijksoverheid. Beoogd effect De ontwikkeling van Utrechtse kindcentra draagt bij aan de talentontwikkeling van alle kinderen en past daarmee in onze opgave Gelijke Kansen. Met deze opgave streeft de gemeente Utrecht ernaar dat alle jeugdigen in Utrecht de kans hebben om gezond en veilig op te groeien en hun talenten te ontplooien. Met het vaststellen van dit uitvoeringsplan wordt helder vastgesteld onder welke voorwaarden de gemeente meewerkt aan de realisatie van Utrechtse kindcentra. Met dit uitvoeringsplan kunnen we invulling geven aan de vorming van Utrechtse kindcentra en daarmee aan de ambitie om ieder kind gelijke kansen voor brede talentontwikkeling te bieden.

Dit voorstel beschrijft heldere spelregels indien er ook een aanvullende huisvestingsbehoefte ontstaat bij de vorming van een kindcentrum. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Over kindcentra en vastgoed heeft u eerder de volgende stukken ontvangen of over besloten: - Evaluatie integrale kindcentra, in de raadsbrief van 15 april 2020; - Ambitie integrale educatieve basisvoorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar in Utrecht 20202023, in de raadsbrief van 15 april 2020; - Visie integrale kindcentra: ‘Het kind centraal’, in de raadsbrief van 10 januari 2018; - Kaderbrief vastgoed 2017, vastgesteld door de gemeenteraad in 2017.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra vast te stellen met als belangrijkste onderdeel een afwegingskader voor kindcentra met een huisvestingsbehoefte, waarin voorrang wordt gegeven aan kindcentra die voldoen aan een of meerdere van de volgende aandachtspunten: a. Scholen in buurten met lage SES-score die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts kindcentrum en die daarbij een huisvestingsbehoefte hebben; b. Nieuwbouw in nieuwe buurten waar zowel behoefte is aan een kinderopvanglocatie als een school; c. Aansluiten bij geplande bouwprojecten: de scholen in de bestaande stad waarvoor al vervangende nieuwbouw of renovatie is gepland in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV); d. Een kindcentrum dat zich ontwikkelt in een wijk of subwijk waar nog geen enkele kindcentrum-ontwikkeling is.

Argumenten 1.1

Ontwikkeling van Utrechtse kindcentra in buurten met lage SES-score draagt extra bij aan talent ontwikkeling en gelijke kansen. Juist voor kinderen in een achterstandspositie of kwetsbare positie is er vaak een groot verschil tussen de gang van zaken op school en de situatie thuis en in de buurt. Door aanbod tijdens schooltijd en aanbod buiten schooltijd op elkaar af te stemmen en meer integraal te maken kunnen kinderen meer gebruik maken van hun kansen. We zien de voorschoolse educatie hierbij als onlosmakelijk onderdeel van de kinderopvang, waardoor 4

samenwerking met kinderopvang óók op scholen in gebieden met lagere SES-score (waar vaak minder vraag is naar formele kinderopvang) noodzakelijk is. In gebieden waar sprake is van scholen met een achterstandsscore van meer dan 1,25 werken al veel scholen samen in de brede school. Toch zijn niet alle scholen met een hoge achterstandsscore onderdeel van een brede school. Wel ontvangen zij subsidie voor talentontwikkeling en werken ze vaak intensief samen met de voorschoolse educatie. We willen ook deze scholen de kans bieden om zich om te vormen tot een UK. Eventueel kan samengewerkt worden met of in bestaande brede scholen. 1.2

Het is efficiënt om in nieuwbouwgebieden direct een kindcentrum te realiseren. In nieuwbouwgebieden waar zowel behoefte is aan locaties voor kinderopvang als voor huisvesting van scholen is de toevoeging van kinderopvangplekken in een UK bijna vanzelfsprekend. In een nieuwe wijk is het relatief eenvoudig om voorzieningen die elkaar kunnen versterken ook in elkaars nabijheid te plaatsen. Bovendien zijn er in deze nieuwe buurten vaak nog geen bestaande voorschool en kinderopvangvoorzieningen, waar dat in bestaande buurten of wijken vaak wel het geval is. In de bestaande stad is nieuwbouw minder vanzelfsprekend. Hier zou de gemeente zich voor huisvesting in eerste instantie willen richten op de scholen waarvoor herbouw of verbouw noodzakelijk is. Op dat moment kan gekeken worden of er mogelijkheden en noodzaak zijn hierin ook huisvesting van kinderopvang mee te nemen en wat daarvan de consequenties zijn.

1.3

Met het afwegingskader is er duidelijkheid voor onderwijs- en kindpartners wat de gemeente kan doen op het gebied van huisvesting bij de vorming van een kindcentrum. We zien regelmatig dat de wens voor een kindcentrum kan leiden tot een huisvestingsvraagstuk, zeker bij nieuwe schoolgebouwen. Ook ligt er een vraagstuk van voorfinanciering van de kinderopvangruimtes. Om verder te komen was het nodig om hier duidelijkheid over te krijgen. We maken met het afwegingskader een duidelijke keus om als overheid een rol te spelen op plekken waar een Utrechts Kindcentrum het hardst nodig is en niet zonder de gemeente tot stand kan komen.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

De rol van de gemeente is ondersteunend en het uitvoeringsplan is geen pasklaar antwoord op elke huisvestingsbehoefte. We kwantificeren het aantal Utrechtse Kindcentra dat we willen niet. De prioriteit van de gemeente ligt in eerste instantie bij scholen in een buurt met een lage SES-score die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts Kindcentrum en bij nieuwe buurten waar Utrechtse Kindcentra vanaf het begin tot stand kunnen komen. De huisvesting van kinderopvang en huisvesting van onderwijs worden qua eigendom, onderhoud en risico’s anders behandeld. Basisonderwijs en de voorschool worden met publieke middelen bekostigd en kinderopvang met private middelen. Vanuit de gemeente dient steeds te worden afgewogen of de samenwerking met de kinderopvang bijdraagt aan de ambitie om optimale ontwikkelingskansen voor kinderen te creëren, maar ook past binnen de regels van de Wet Markt en Overheid. De ervaring leert dan ook dat het van groot belang is om een aantal zaken in de samenwerking en de huisvesting vooraf met elkaar te regelen. Door tijdig een besluit te nemen en helderheid te creëren, zorgen we voor een duurzaam succesvolle samenwerking. Met dit uitvoeringsplan hebben we de mogelijkheden om tijdig een onderbouwd besluit te nemen.

Beslispunt

5

2

Te investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen als onderdeel van een Utrechts kindcentrum, met als harde voorwaarden: a. dat de huurpenningen die de gemeente ontvangt (rechtstreeks of via het schoolbestuur) conform de Kaderbrief vastgoed 2017 ten minste gelijk zijn aan de kapitaallasten als gevolg van de investering; b. dat er een inhoudelijk beleidsplan is dat aan een aantal kwaliteitseisen voldoet om de kans op duurzaam succesvolle samenwerking tussen de school, kindpartners en de gemeente te vergroten.

Argumenten 2.1

Een beleidskader voor huisvesting voor 0-4 jarigen is nodig om huisvesting te kunnen realiseren voor niet-onderwijsruimtes. Een kindcentrum is vrijwel altijd een samenwerking tussen een publieke organisatie (een school) en een private organisatie (een kinderopvangaanbieder). Dat maakt de rol van de gemeente soms ingewikkeld. Enerzijds heeft de samenwerking in een kindcentrum voor de samenleving meerwaarde. Anderzijds dient de gemeente ook andere maatschappelijke belangen en wil de gemeente een gelijk speelveld creëren voor alle marktpartijen. De huisvesting van marktpartijen is geen taak van de gemeente, net als de huisvesting van 0-4 jarigen. Echter, de omvorming naar een kindcentrum kan leiden tot een huisvestingsbehoefte. Om hier als gemeente een rol in te kunnen spelen is een beleidskader nodig voor huisvesting voor 0-4 jarigen.

Kanttekeningen/Risico’s 2.1

De gemeente loopt een financieel risico Het eerste risico doet zich voor als een kinderopvangorganisatie de huur opzegt of failliet gaat, en de gemeentelijke kapitaallasten niet meer worden gedekt door huurinkomsten. Dit risico is reëel en kan bijvoorbeeld spelen als de vraag naar kinderopvang afneemt (bijvoorbeeld als de kinderopvangtoeslag wordt verlaagd). Om dit risico te beperken, stelt de gemeente als harde randvoorwaarde van een voorfinanciering dat de gemeente, zodra de leegstand langdurig aanhoudt, een huurder kan aandragen. Op die manier wordt de kans op langdurige leegstand verkleind. Het tweede risico doet zich voor als een schoolbestuur eigenaar is van het gebouw en failliet gaat, en daarmee het eigendom van het niet-onderwijsdeel van het gebouw door de curator kan worden verkocht. In dat geval geldt namelijk de privaatrechtelijke afspraak over het claimrecht van dat deel van het gebouw niet meer. Om dit te voorkomen, wordt in het uitvoeringsplan gewerkt met hypotheek op dit deel van het gebouw. Het risico op faillissement van een schoolbestuur is zeer klein, maar niet uit te sluiten. Het derde financiële risico doet zich voor als een schoolbestuur eigenaar is van het gebouw en de niet-onderwijsdelen verhuurt voor een lager tarief dan de kostprijs.

Op dat moment wordt niet alleen niet voldaan aan de Wet markt en overheid (indirecte staatssteun), maar zijn ook de kapitaallasten van de gemeente niet (volledig) gedekt. Dit risico wordt beperkt door in de bouwvoorbereiding een overeenkomst af te sluiten waarin een set afspraken wordt opgenomen om dit risico te voorkomen. Het vierde risico is dat het onduidelijk is of na afbetaling van de investering de gemeente nog steeds huur kan innen voor het niet-onderwijsdeel. De gemeente wil deze inkomsten inzetten voor toekomstige kindvoorzieningen. Jurisprudentie is hier 6

niet geheel duidelijk over of dit mogelijk is. Financieel is dit risico echter beperkt, omdat de investering dan al is terugverdiend. 2.2

De financiering vergroot de gemeentelijke schuld De gemeente schiet de investering voor, wat effect heeft op de hoogte van de gemeentelijke schuld. Iedere investering wordt echter gedekt door de huurinkomsten, waardoor op lange termijn een investering wordt terugverdiend. Daarnaast kan het college jaarlijks een bekostigingsplafond instellen, om te waarborgen dat de investeringen binnen de begroting passen. Daarmee past het voorstel binnen de financiële kaders.

2.3

Huisvesting van kinderopvang is geen wettelijke taak van de gemeente Dit komt omdat huisvesting voor 0- tot 4-jarigen geen onderdeel uit maakt van de wettelijke taak van de gemeente voor onderwijshuisvesting. Dit betekent onder andere dat voor de huisvesting van deze doelgroep geen middelen via de algemene uitkering Gemeentefonds beschikbaar worden gesteld door de Rijksoverheid. Desalniettemin vinden we het van belang om een rol te kunnen spelen als de vorming tot een kindcentrum leidt tot een huisvestingsbehoefte.

2.4

Gemeente en gebruikers lopen grote (financiële) risico’s als er geen duidelijke afspraken gemaakt zijn over organisatie, beheer en onderhoud van de huisvesting. Daarom zijn drie huisvestingsvarianten uitgewerkt, van beperkte integratie tot volledige integratie. Uitgangspunt is dat de huisvestingsvariant aansluit bij de integratie van de samenwerking van de partners. Iedere variant kan een succesvol Utrechts Kindcentrum worden. Maar er zijn wel duidelijke afspraken nodig om risico’s te voorkomen. Hoe groter de integratie van de huisvesting, hoe groter het aantal zaken waar afspraken over gemaakt moeten worden. Meer inhoudelijke samenwerking betekent immers ook meer samenwerking in de organisatie, het beheer en het onderhoud van het gebouw. Het vraagt inzet van alle betrokken partijen bij de voorbereiding van de bouw.

Financiën In sommige gevallen zal de gemeente de voorfinanciering voor de huisvesting van een Utrechts kindcentrum verzorgen. Bij een kindcentrum is altijd een school betrokken en de werkwijze is als volgt: -

-

-

-

Een schoolbestuur kan jaarlijks door middel van een aanvraag via de Verordening huisvesting scholen een verzoek doen aan de gemeente om huisvesting voor een kindpartner te financieren. Dit is uitgewerkt in de Nadere regel over schoolgebouwen volgens gemeentelijk beleid voor kinderen. Het college weegt alle binnengekomen aanvragen af, en stelt vast wat het maximale budget is dat de gemeente dat jaar wil financieren. Dat heet het bekostigingsplafond. Als de totale aangevraagde financiering hoger is dan het bekostigingsplafond, zal het college kiezen welke aanvragen voorrang hebben. Het college gebruikt daarvoor het afwegingskader zoals omschreven in het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra. Het benodigde budget (de voorfinanciering) en de dekking daarvoor (de huurinkomsten) worden jaarlijks in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV) verwerkt (via de Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting) en opgenomen in de Voorjaarsnota en de Programmabegroting. Door middel van het Huisvestingsprogramma onderwijshuisvesting wordt in december een besluit genomen over de ingediende aanvragen voor het realiseren van huisvesting voor kindpartners in een Utrechts kindcentrum. Het daaropvolgende jaar kan een schoolbestuur met de kindpartners aan de slag voor de realisatie van de huisvesting.

Het college kan jaarlijks sturen op de financiële middelen. De lasten en baten zijn altijd met elkaar in evenwicht, anders zal het college de aanvraag afwijzen of voorleggen aan de gemeenteraad. In de uitvoering zal het college altijd bij toekenning van financiering eisen, dat een huurovereenkomst en

7

een financieringsovereenkomst worden getekend vóór aanvang van de bouw. Daarmee wordt gewaarborgd dat de lasten worden gedekt door nieuwe baten. Vanwege de verbondenheid met een school, wordt een Utrechts kindcentrum ondergebracht bij het programma onderwijs. Voor de verhuur wordt echter de gebruikelijke methodiek van het programma Utrechts vastgoed toegepast. Verwachte lasten en baten Op basis van het MPOHV is gekeken waar we de ontwikkeling van UK’s verwachten, waar dat huisvestingsgevolgen heeft, en in welke financiële behoefte dit resulteert. De inschatting is gemaakt op basis van de resterende looptijd van het MPOHV, de periode 2021-2025. Schatting benodigde voorfinanciering, volledige periode 2021-2025

€ 13.800.000 ,12

Schatting benodigde voorfinanciering, gemiddeld per jaar

€ 2.800.000

De kapitaallasten van deze geschatte voorfinanciering worden volledig gedekt door de huurinkomsten. Verkleinen van financiële risico’s De gemeente loopt met deze financiering risico. Dit risico wordt echter in het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra verkleind door harde voorwaarden te stellen aan deze financieringsconstructie. Zo moet er een langjarig huurcontract worden getekend en heeft de gemeente invloed op het snel vinden van een nieuwe huurder als de vorige huurder vertrekt. De huurprijs voor de huisvesting van kindpartners wordt daarnaast berekend zoals dat gebruikelijk is binnen het programma Utrechts vastgoed en is vastgelegd in de Kaderbrief vastgoed 2017. In de huurprijs wordt het leegstandsrisico opgenomen.

Vervolg Met de mogelijkheid om te investeren in huisvesting voor kinderopvang voor 0-4 jarigen, zal de gemeente in overleg met de schoolbesturen treden om de huisvestingseffecten te verwerken in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV). Zodat de financiële planning past bij de UK-ontwikkelingen in de stad, en de verwachte huisvestingsaanvragen financieel gedekt zijn. Voor de periode vanaf 2026 (na het MPOHV) wordt nog geen plan gemaakt. Eventuele UK-ontwikkelingen met huisvestingsgevolgen worden in het opstellen van een volgend meerjarenplan meegenomen. Verder wordt het beleid voor huisvesting in dit uitvoeringsplan vertaald in een nadere regel op grond van de nieuwe verordening onderwijshuisvesting die ook dit jaar nog naar de raad gestuurd gaat worden.

Participatie Voor de Evaluatie integrale kindcentra zijn onder meer ouders geïnterviewd over hun ervaringen met kindcentra en wat zij hierin belangrijk vinden. Deze informatie is meegenomen in het uitvoeringsplan. Het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra is uitgebreid besproken met de IKC-stuurgroep (bestaande uit gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties). Daarnaast heeft het college de Utrechtse Onderwijs Agenda, de huisvestingsadviseurs van de schoolbesturen en de coördinatoren van de brede scholen geraadpleegd. Hun inbreng is meegenomen in het uitvoeringsplan, er is dan ook draagvlak voor dit plan.

Communicatie Het college heeft regelmatig contact met de schoolbesturen in het kader van de nieuwe verordening onderwijshuisvesting en met de kinderopvangorganisaties via de stuurgroep IKC. Bij vaststelling van de mogelijkheid om huisvesting te realiseren voor kinderopvang voor 0- tot 4-jarigen passen we de Nadere regel voor schoolgebouwen gemeentelijk beleid voor kinderen bij de Verordening huisvesting scholen toe.

8

Bijlagen Bijlagen voor besluitvorming: - Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra Bijlagen informatief: -

9

1 Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra.docx

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra Het Kind Centraal

29 januari 2021

Utrecht.nl

Colofon

uitgave Gemeente Utrecht onderwijs@utrecht.nl onderwijshuisvesting@utrecht.nl

in opdracht van Afdeling Onderwijs Organisatie onderdeel Maatschappelijke Ontwikkeling Gemeente Utrecht en Afdeling Onderwijs, Sport & MFA’s Organisatie onderdeel Utrechtse Vastgoed Organisatie Gemeente Utrecht

internet www.utrecht.nl/onderwijs www.utrecht.nl/onderwijshuisvesting

rapportage en informatie Maatschappelijke Ontwikkeling: Simone Baksteen, Alian de Jong Utrechtse Vastgoed Organisatie: Onno James, Jos Boon, Ben de Vor Met medewerking van de stuurgroep IKC-vorming Utrecht

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

2 / 29

Inhoud 1

Inleiding

5

2.Uitvoeringsplan

7

2.1.

Ambitie

7

1.2

Visie “Het Kind Centraal”

8

1.3

Stuurgroep integrale kindcentra Utrecht

8

1.4

Gelijke kansen voor ieder kind

9

1.4.1

Ambities

10

1.4.2

Bouwstenen

10

1.5

Complexiteit

11

1.5.1

Publiek-private samenwerking

11

1.5.2

Wet- en regelgeving

12

2

Afwegingskader

13

2.1

Vooral in gebieden met lage SES-score verder ontwikkelen tot Utrechts kindcentrum

13

2.2

Nieuwbouw in nieuwe buurten (door)ontwikkelen tot Utrechts kindcentrum

14

2.3

Prioritering bij een UK-ontwikkeling met een huisvestingsbehoefte

15

2.4

Randvoorwaarden aan het inhoudelijk beleidsplan

15

2.4.1 Overgang van school naar BSO; veel kinderen zijn niet alleen gedurende schooltijden op school, maar gaan buiten schooltijd naar de BSO. Scholen maken afspraken met opvangorganisaties over BSO-aanbod. Aanmeldbeleid 16

3

Proces

17

4

Huisvestingsvarianten

19

Huisvesting van een Utrechts kindcentrum

19

4.1 4.1.1

Ervaringen

19

4.1.2

Noodzakelijk om vooruit te plannen

19

4.2

De huisvestingsvarianten

20

4.3

Uitwerking huisvestingsvarianten

21

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

3 / 29

5

Randvoorwaarden huisvestingsvarianten

25

5.1

Variant 1 - Eigen huisvesting voor iedere partner

25

5.2

Varianten 2 en 3

25

5.2.1

Randvoorwaarden voor beide varianten

25

5.2.2

Randvoorwaarden voor variant 2 – Huisvesting partners onder één dak

26

5.2.3

Randvoorwaarden voor variant 3 – Volledig geïntegreerde organisatie en huisvesting

27

Bijlage I – Kaart met coalities

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

29

4 / 29

1 Inleiding Een Utrechts kindcentrum (UK) is een intensieve samenwerking tussen tenminste een school en een kinderopvang om kinderen van 0-12 jaar zo goed mogelijk te ondersteunen via een doorlopende ontwikkelingslijn en pedagogische begeleiding. Daarbij is aandacht voor alle aspecten die met de opvoeding en ontwikkeling te maken hebben. Het doel is om alle kinderen gelijke en optimale kansen voor de toekomst te geven. De samenwerking betreft onderwijs, buitenschoolse opvang en kinderopvang (en dus ook voorschoolse educatie). De partners werken intensief samen aan de toekomst van het kind. Hier kunnen extra partners bij aansluiten en naar behoefte ook samenwerken. We denken daarbij aan bijvoorbeeld een buurtteam of organisatie voor opvoedingsondersteuning. Ook organisaties die zich in den brede met educatie bezighouden, bijvoorbeeld op het gebied van natuur en milieu, sport en bewegen, kunst en cultuur, burgerschap en vreedzaam en wetenschap en techniek kunnen hier deel van uit maken. De gemeente Utrecht hecht grote waarde aan het creëren van gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren in de stad. Kinderen hebben meer kansen om hun (al dan niet) verborgen mogelijkheden te ontwikkelen als school, opvang, wijkvoorzieningen en thuis daar actief op gericht zijn.

Samenwerking tussen die leefsferen en soepele overgangen tussen de verschillende voorzieningen die kinderen in hun ontwikkeling doorlopen, dragen aan die kansen bij. Voor kinderen vanuit een achterstandssituatie en voor buurten of wijken waar veel achterstanden zijn, is dit extra belangrijk. Utrecht heeft in 2020 veertien coalities die zich ontwikkelen tot Utrechtse Kindcentra (UK’s)1. Uit onderzoek2 blijkt dat scholen en kinderopvangorganisaties een duidelijke wens hebben om één team te vormen. Samenwerken en relaties opbouwen worden gezien als een proces waar tijd en ruimte voor moet worden gemaakt. We zijn blij dat al zoveel partners in de stad het initiatief hebben genomen om hun school en kinderopvang om te vormen naar een kindcentrum. Dit is geen eenvoudige opgave aangezien er wel wat knelpunten zijn ten aanzien van de verschillende wet- en regelgeving binnen het onderwijs en de kinderopvang. Maar ook de verschillen in inspecties (onderwijsinspectie en GGD) en de verschillende rechtsposities (cao's) van de medewerkers. Desondanks zijn deze veertien UK's al gerealiseerd. De ontwikkeling van integrale kindcentra in Utrecht draagt bij aan de talentontwikkeling van alle kinderen en past daarmee in onze opgave Gelijke Kansen. Met deze opgave streeft de gemeente Utrecht ernaar

1

Zie voor uitleg van deze naam paragraaf 2.1

2

Evaluatie integrale kindcentra 2019, een kwalitatieve evaluatie, Afdeling Onderzoek gemeente Utrecht, 2019

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

5 / 29

dat alle jeugdigen in Utrecht de kans hebben om gezond en veilig op te groeien en hun talenten te ontplooien. UK’s leveren hier een belangrijke bijdrage aan omdat in een UK verschillende partijen vanuit gezamenlijke uitgangspunten de ontwikkeling van een kind stimuleren. En omdat er gemakkelijker verbinding gemaakt kan worden met de leefwerelden van een kind (thuis, op straat en school). Een UK gaat op gemeentelijk niveau dan ook niet alleen over onderwijs maar ook over aanpalende beleidsterreinen zoals jeugd. Kindcentra kunnen een goede bijdrage leveren aan het oplossen van achterstandsproblematiek voor 012 in sommige buurten en wijken. Samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs wordt daar bemoeilijkt door het ontbreken van (middelen voor) kinderopvang. Door hun economische omstandigheden maken ouders er in deze buurten en wijken veel minder gebruik van, dus een duurzame inhoudelijke samenwerking voor 0-12 jaar is moeilijker realiseerbaar. Zolang kinderopvang geen betaalde basisvoorziening is, zal dat een gegeven zijn. Voorschoolse educatie als door de gemeente bekostigde kinderopvangvoorziening biedt daar ten dele een antwoord op. Mede om die reden voert Utrecht een actief brede-schoolbeleid. Scholen met hoge achterstandsscores werken in die wijken in een netwerkconstructie samen met partners in de brede school. De brede school biedt op wijkniveau o.a.

naschoolse activiteiten aan. Kindcentra zullen deze netwerkvoorzieningen voor talentontwikkeling niet één-twee-drie vervangen en dat is ook niet de bedoeling. De gemeente beoogt met deze notitie wél om de ontwikkeling van Utrechtse Kindcentra ook in buurten of wijken met een lage SES-score3 waar mogelijk te bevorderen. Het brede schoolbeleid en de Kindcentra-ontwikkeling worden in Utrecht dus als aanvullende instrumenten voor talentontwikkeling voor álle kinderen gezien. Ook voorschoolse educatie vormt daar een onmisbare schakel in. In hoofdstuk 3 wordt een afwegingskader gepresenteerd. Het afwegingskader betreft alleen die situatie, waarin de kindcentrum-vorming kan leiden tot een huisvestingsbehoefte. Dan wordt het in deze nota gepresenteerde afwegingskader gehanteerd. Daarin hebben UK’s die tot ontwikkeling komen in Utrechtse buurten met een lage SES-score en kindcentra in nieuw te bouwen buurten en wijken voorrang.

3 De SES-score meet de sociaaleconomische status van individuen, gezinnen of groepen. Een SES-

score geeft aan in hoeverre bewoners van een buurt of wijk een opleiding hebben genoten, een baan hebben, enzovoort. We kiezen hier voor de SES-score als richtlijn, terwijl in het onderwijs gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde achterstandsscore. De achterstandsscore geeft op schoolniveau een indicatie van de mate waarin kinderen naar verwachting zullen afwijken van de gemiddelde citoscore, op basis van een aantal criteria, waar de SES van het gezin er een is. Dit is té fijnmazig om keuze voor een Utrechts Kindcentrum hier op te baseren, bovendien zijn er alleen achterstandsscores voor kinderen die al op school zitten.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

6 / 29

2.Uitvoeringsplan Uit het eerder genoemde onderzoek komt naar voren dat de inhoud het uitgangspunt is en niet het gebouw. Wel geven de kindpartners (kinderopvang, voorschool) aan dat de inhoudelijke ontwikkeling van een kindcentrum het best te realiseren is in één gebouw. Regelmatig zien we dan ook dat de wens voor een UK kan leiden tot een huisvestingsvraagstuk, zeker bij nieuwe schoolgebouwen. Het UK in wording heeft dan een plek nodig in het Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting (MPOHV). Ook ligt er het vraagstuk van financiering van de huisvesting van kinderopvang. Hiervan hebben we geleerd dat een afwegingskader helpt om keuzes te maken en te prioriteren. Dit afwegingskader in daarom opgenomen in dit beleidsdocument. 2.1.

Ambitie

In het licht van onze aanpak onderwijsachterstanden en gelijke kansen beleid vinden wij het belangrijk dat er kindcentrum-initiatieven ontstaan in buurten met een lage SES-score. Dit is nu nog onvoldoende het geval. In deze gebieden zijn vaak al wel brede scholen aanwezig. We kwantificeren het aantal Utrechtse Kincentra dat we willen niet. De prioriteit van de gemeente ligt in eerste instantie bij scholen in een buurt met een lage SES-score die zich verder willen ontwikkelen tot een Utrechts Kindcentrum en bij nieuwe buurten waar Utrechtse Kindcentra vanaf het begin tot stand kunnen komen. De gemeente, de schoolbesturen en de kindpartners delen de ambitie om ieder kind gelijke kansen voor brede talentontwikkeling te bieden. De vorming van een kindcentrum kan daar aan bijdragen. Om van deze ambitie tot uitvoering te komen, is dit uitvoeringsplan gemaakt. De grondslag van dit uitvoeringsplan ligt in de Agenda 2020-2022 van de Utrechtse Onderwijs Agenda, de gemeentelijke visie “Het Kind Centraal” en de visie van de stuurgroep integrale kindcentra Utrecht. In dit uitvoeringsplan geven we in hoofdstuk 2 aan welke thema's de komende jaren in gezamenlijkheid worden opgepakt om de vorming van Utrechtse Kindcentra te bevorderen, juist ook in die buurten waar veel achterstandsrisico’s zijn.

In hoofdstuk 3 geven we een afwegingskader voor gemeentelijke huisvestingsbeslissingen bij de vorming van Utrechtse Kindcentra, uiteraard alleen voor die plekken waar een huisvestingsvraag speelt in de vorming van Kindcentra. Uitgangspunt is dat huisvesting faciliterend is aan de inhoudelijke ontwikkeling die we voor ogen hebben. In hoofdstuk 4 werken we het proces bij een huisvestingsaanvraag nader uit en in hoofdstuk 5 worden de mogelijke huisvestingsoplossingen toegelicht. In hoofdstuk 6 zijn de randvoorwaarden van deze huisvestingsoplossingen uitgewerkt.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

7 / 29

1.2

Visie “Het Kind Centraal”

Onze kinderen zijn onze toekomst. Daarom is het van groot belang om te investeren in kinderen. Kinderen (en hun ouders) zijn gebaat bij een eenduidig pedagogisch klimaat, met vloeiende overgangen tussen de verschillende fases die zij doorlopen in hun ontwikkeling (baby-peuter-kleuter-basisschoolvoortgezet onderwijs). In een Utrechts Kindcentrum (UK) wordt deze samenwerking verder geïntensiveerd en geformaliseerd. Om deze samenwerking te stimuleren, heeft het college in december 2017 de visie “Het Kind Centraal” vastgesteld. Het uitgangspunt van een UK is om kinderen van 0-12 jaar zo goed mogelijk te ondersteunen via een ononderbroken ontwikkelingslijn en pedagogische begeleiding waarbij aandacht is voor alle aspecten die met de opvoeding en ontwikkeling te maken hebben. Zowel zorg, cognitie, sociaal emotionele ontwikkeling, opvang en brede talentontwikkeling maken hier deel van uit. Het doel is om alle kinderen gelijke en optimale kansen voor de toekomst te geven. Een UK richt zich op alle kinderen en legt een expliciete verbinding met de directe omgeving, de buurt of wijk. In een UK is intensieve samenwerking tussen diverse partijen, in de kern tussen onderwijs en opvang/voorschoolse educatie en mogelijk ook met andere partners.

Die samenwerking is formeel vastgelegd in de organisatie door een gezamenlijke visie en missie en uitvoering in de praktijk, bijvoorbeeld over afspraken over overdracht van dossiers en invulling van ouderbetrokkenheid of een doorlopende lijn in zorg, cognitie en brede talentontwikkeling. Ouders spelen een belangrijke rol als partner, maar ook als opvoeder en afnemer van kinderopvang. Hét UK bestaat niet, er is geen blauwdruk voor een kindcentrum, maar: het kind staat altijd centraal. Ieder Utrechts Kindcentrum zal anders zijn en maatwerk is aan de orde. De invulling van de pedagogische begeleiding kan verschillende vormen aannemen. Denk aan combinaties van school met zorgfuncties of kinderopvang. Overal in Nederland worden integrale kindcentra gerealiseerd om doorgaande leerlijnen te creëren. Kindcentra komen in Nederland voor onder de meest uiteenlopende namen: in Leeuwarden zijn het brede buurtscholen, in Heerhugowaard en Tiel spreekt men over kindercampus. Wij hebben het vanaf nu over Utrechtse kindcentra (UK).

1.3

Stuurgroep integrale kindcentra Utrecht

Sinds 2017 kent Utrecht de stuurgroep integrale kindcentra. Hieraan nemen deel de onderwijsbesturen van KSU, SPO Utrecht en PCOU Willibrord en de kinderopvangbesturen van KOKO, Ludens, KMN Kind en Co, BLOS, Partou, Smallsteps en The Learning Company.4 Tevens is er een ambtelijke

4 Smallsteps is een label van Kids Foundation en die is in 2020 gefuseerd met Partou. The Learning

Company (Saartje en ’t Fantaziehuis) is onderdeel van Kinderopvang Holding. Vriendjes is overgegaan naar Blos. Tot en met 2019 maakte ook Spelenderwijs (VVE) deel uit van de stuurgroep. Inmiddels is de VVE overgenomen door Kind en Co, Ludens, de samenwerking tussen deze beide onder de naam SAMEN, Koko en Blos.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

8 / 29

vertegenwoordiging vanuit de gemeente. De stuurgroep heeft met gezamenlijke financiering van de betrokken partijen een parttime stedelijk coördinator aangesteld. De eerste periode is vooral geïnvesteerd in deskundigheidsbevordering voor geïnteresseerde samenwerkingsteams vanuit scholen en kinderopvangorganisaties. Dit heeft geleid tot de vorming van 14 coalities van integrale kindcentra-inontwikkeling in de stad (zie kaart met coalities in bijlage I). Voortaan hebben we het over de 14 Utrechtse kindcentra (-in-wording, UK). Enkelen daarvan zijn inmiddels een volledig kindcentrum. Begin 2020 heeft deze stuurgroep de ambitie ‘Integrale Educatieve basisvoorzieningen voor kinderen van 0-13 jaar’ gepresenteerd en vastgesteld als stuk van de Utrechtse Onderwijs Agenda. De stuurgroep stelt dat deze basisvoorzieningen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan gelijke kansen voor alle kinderen en aan het oplossen van de grote bestaande knelpunten in personeelsvoorziening. Om hier uitvoering aan te kunnen geven is er volgens de stuurgroep gemeenschappelijke sturing nodig in de komende jaren onder de Utrechtse Onderwijs Agenda. Zeker vanwege de noodzaak tot samenhangend beleid met thema’s als de brede school, huisvesting, jonge kind, passend onderwijs en zorg en lerarenagenda.

De gemeente ondersteunt het voorstel om kindcentra-ontwikkeling direct onder de UOA te positioneren en te verbinden aan het thema Gelijke kansen op talentontwikkeling. In de ambitie stelt de stuurgroep verder dat Utrecht een rijke historie heeft als het gaat om brede schoolbeleid en talentontwikkeling. Brede scholen bestaan in Utrecht voornamelijk als netwerkstructuur, terwijl bij een kindcentrum juist gekozen wordt voor één gezamenlijke aansturing van talentontwikkeling en gelijke kansen, soms zelfs in één gebouw. Voor beide geldt dat gebruik gemaakt wordt van een gezamenlijke pedagogische visie, maar bij een integraal kindcentrum is deze gezamenlijke visie ook leidend voor ál het handelen. De stuurgroep vindt het daarom wenselijk dat het beleid voor brede scholen in de toekomst in samenhang met de ontwikkeling van kindcentra aangestuurd wordt. Daarom willen we de beleidsdoelen van de brede schoolagenda en de educatieve basisvoorzieningen van 0-13 in samenhang beleggen in een bestuurlijk overleg onder de Utrechtse Onderwijsagenda.

1.4

Gelijke kansen voor ieder kind

Een van de ambities van de Utrechtse Onderwijs Agenda is gelijke kansen op talentontwikkeling voor ieder kind. Utrechtse Kindcentra leveren hier een bijdrage aan. De gemeente onderschrijft in deze visie het uitgangspunt van het creëren van een ononderbroken ontwikkelingslijn, waarbij in de kern onderwijs, en opvang (inclusief voorschoolse educatie) en eventuele andere jeugd- en educatiepartners intensief samenwerken en idealiter vanuit één gezamenlijke aansturing en tenminste vanuit één visie deze samenwerking in visie en praktijk vormgeven. De gemeente zegt hierbij niet hoe het moet, maar wil de beweging stimuleren. We ondersteunen en faciliteren initiatieven als dit binnen onze mogelijkheden ligt. Utrechtse kindcentra…

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

9 / 29

   

1.4.1

bieden ondersteuning van kinderen van 0-12 jaar via een ononderbroken ontwikkelingslijn en pedagogische begeleiding, waarbij aandacht is voor alle aspecten die met opvoeding en ontwikkeling te maken hebben; leggen een expliciete verbinding met de directe omgeving; de buurt of de wijk;5 bieden maatwerk aan kinderen; geven ouders een belangrijke rol als partner, maar ook als opvoeder en afnemer kinderopvang; hebben medewerkers die ondersteunend aan elkaar zijn.

Ambities

Het landelijke ‘Pact voor kindcentra’ heeft in 2019 een opdracht gegeven aan het Kohnstamminstituut om te komen tot de belangrijkste kenmerken van een kindcentrum. Hieruit zijn de volgende vier ambities en 9 bouwstenen geformuleerd. Kinderen hebben recht op een veilig en uitdagend leerklimaat in de eigen omgeving

In de vroegste levensfase wordt de basis voor leren en ontwikkelen gelegd

Een kindcentrum wil daarom elk kind een plek bieden, thuis-nabij, in de eigen omgeving, samen met andere kinderen uit de buurt, dorp of stad.

In het kindcentrum komen daarom baby’s, peuters, kleuters en kinderen tot 13 jaar. Medewerkers kennen het kind en het gezin van jongs af aan. De omgeving is veilig, uitdagend en vertrouwd. Overgangen zijn vanzelfsprekend.

Alle kinderen kunnen op het kindcentrum hun talenten ontwikkelen

Kinderen worden voorbereid op de toekomst, maar vormen ook nu al met elkaar een gemeenschap, het kindcentrum zelf

In eigen tempo en naar eigen vermogen ontwikkelen zij zich ten opzichte van zichzelf. Niet het gemiddelde kind, maar de verschillen tussen kinderen, is het uitgangspunt. Elk kind is speciaal.

1.4.2

Kinderen kunnen in het kindcentrum oefenen in samenwerken, meedenken, meebeslissen en bijdragen aan de gemeenschap.

Bouwstenen

Een nieuwe identiteit

Eén visie

Het kindcentrum praat niet meer over school, kinderopvang of zorg – maar over spelen, leren en ontwikkelen. Het kindcentrum is een nieuwe organisatie, een ongedeelde integrale voorziening met één beleid, één leiding en vaak in één gebouw.

Alle medewerkers werken vanuit dezelfde kernwaarden en visie op de wijze waarop kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit is het fundament van hetkindcentrum en richtsnoer voor keuzes en werkwijzen in de praktijk van alle dag.

Brede doelen en een breed aanbod

Leren op maat

Het kindcentrum biedt een rijke speelleeromgeving met – verspreid over de dag – een breed aanbod van sport, kunst en cultuur, natuur, wetenschap en techniek, extra leerondersteuning of extra zorg. Er is veel aandacht voor spelend en bewegend leren en betekenisvol en

Kindcentra stellen persoonlijke leerdoelen vast voor elk kind. Kinderen en hun ouders denken hierin actief mee. Er is een grote variëteit in leerroutes en werkvormen, individueel en groepsgewijs. De vooruitgang van kinderen wordt nauwlettend gevolgd.

Het verbinden van de drie leefwerelden school, thuis en omgeving is heel belangrijk voor het creëren van gelijke kansen, geeft het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan. 5

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

10 / 29

onderzoekend leren. Buurt en ouders brengen levensechte inhoud in. Zo ontwikkelen kinderen kennis en vaardigheden en ontdekken ze wie ze zijn en willen zijn.

Eén team met verschillende professionals

Het kindcentrum als lerende gemeenschap

Leerkrachten, pedagogisch medewerkers, jeugdhulpverleners en vakleerkrachten vormen samen één team. Ze werken intensief samen op de werkvloer en kijken vanuit hun eigen expertise naar wat kinderen nodig hebben. Ze zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een groep of een unit.

Het kindcentrum is een lerende gemeenschap waarin de behoefte van het kind centraal staat. Medewerkers leren van en met elkaar, ontwerpen en onderzoeken. De directeur leidt het veranderingsproces en zorgt dat alle medewerkers optimaal kunnen bijdragen.

Kindnabije hulp

Ouders en kinderen denken en doen mee

Kinderen die extra ondersteuning nodig hebben krijgen hulp òp het kindcentrum en zoveel mogelijk ìn de groep. Op een manier waarop zoveel mogelijk kinderen meeprofiteren. Vragen rond gedrag of ontwikkeling van kinderen worden vroegtijdig onderkend en deskundig opgepakt. Indien nodig werken jeugdhulpverleners met de leerkrachten en pedagogisch medewerkers mee om met ingewikkeld gedrag in de groep om te gaan.

Ouders zijn belangrijke gesprekspartners voor de ontwikkeling van hun eigen kind(eren) en denken, doen en beslissen mee in het reilen en zeilen van het hele kindcentrum. Dat geldt ook voor de kinderen. Er is een ouderraad voor de ouders van alle leeftijdsgroepen en een kinderraad waarin kinderen meebeslissen. Kinderen oefenen in samenwerken, meedenken, meebeslissen en dragen bij aan de gemeenschap.

De hele dag, het hele jaar door Kinderen leren en ontwikkelen zich de hele dag door, het kindcentrum is dan ook de hele dag geopend. De dagindeling kenmerkt zich door een goede balans van inspanning en ontspanning, bewegen en stilzitten. Met verplichte en vrijwillige onderdelen waaruit ouders en kinderen kunnen kiezen. Sommige kindcentra zijn het hele jaar door open en bieden in overleg met de ouders flexibele vakanties.

1.5 1.5.1

Complexiteit Publiek-private samenwerking

Een kindcentrum is vrijwel altijd een samenwerking tussen een publieke organisatie (een school) en een private organisatie (een kinderopvangaanbieder). Dat maakt de rol van de gemeente soms ingewikkeld. Enerzijds heeft de samenwerking in een kindcentrum voor de samenleving meerwaarde. Anderzijds dient de gemeente ook andere maatschappelijke belangen en wil de gemeente een gelijk speelveld creëren voor alle marktpartijen. De huisvesting van marktpartijen is geen taak van de gemeente. De gemeente wil vanwege de financiële risico’s (bijvoorbeeld leegstand of faillissement) bij de huisvesting van een kindcentrum slechts een beperkte rol spelen, juist op de plekken waar de betrokkenheid van de gemeente het hardst nodig is. Daarom zijn op voorhand heldere voorwaarden geformuleerd (zie hoofdstukken 5 en 6).

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

11 / 29

1.5.2

Wet- en regelgeving

Het is een uitdaging om binnen de complexiteit van de bestaande wet- en regelgeving op het terrein van kinderopvang, huisvesting, onderwijs en zorg te creëren voor UK-initiatieven. Bekostigingsregimes, wetgeving, fiscale regels, cao’s en kwaliteitseisen van onderwijs en kinderopvang verschillen. De sectoren kennen andere organisatieculturen en de regels rondom privacy maken inhoudelijk samenwerken soms lastig. Daarnaast valt de huisvesting van kinderopvang en huisvesting van onderwijs qua eigendom, onderhoud en risico’s onder een volstrekt verschillend regime, onderwijs in het publieke domein en kinderopvang in het private domein. Ondanks de complexiteit stimuleren we in Utrecht de kindcentra-ontwikkeling, juist omdat we de inhoudelijke doelstellingen zo belangrijk vinden. Daarbij zoeken we steeds naar nieuwe mogelijkheden en oplossingen voor de uitdagingen in de praktijk. In de ambitie van de stuurgroep werden de volgende thema’s benoemd: 1 2 3 4 5 6

Talentontwikkeling en brede school; Jonge kind en doorgaande lijn; Passende kinderopvang, passend onderwijs en jeugdhulp; Personeelstekort en lerarenagenda; Gemeentelijk kwaliteitstoezicht en handhaving opvang; Huisvesting.

In dit uitvoeringsplan geven we nu het gemeentelijk beleid weer ten aanzien van de knelpunten op het gebied van huisvesting. Ondanks dat het geen overheidstaak is, wordt de ruimtebhoefte van de nietonderwijsfuncties voor een kindcentrum onder de voorwaarden uit dit uitvoeringsplan opgenomen in het MPOHV. Ook leggen we de basis voor een sterkere inhoudelijke relatie met talentontwikkeling en het brede schoolbeleid. Voor de overige thema’s zullen we de komende jaren al doende in samenwerking met het veld bijdragen aan oplossingen. Dat doen we in nauw overleg met de partners in de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) en de betreffende stuurgroep(en). Onze diensten krijgen daarbij de opdracht om steeds te kijken naar de achterliggende bedoeling van de diverse regelingen. In de praktijk betekent dit dat we vanuit de bedoeling – meer kansen op talentontwikkeling juist voor kwetsbare kinderen – waar dat nodig is de optimale rek in de wettelijke mogelijkheden zullen verkennen om knelpunten op te lossen die samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang, jeugdhulp, de educaties en jeugdgezondheid in de weg staan.

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

12 / 29

2 Afwegingskader De gemeente ziet de UK-ontwikkeling als een inhoudelijke ontwikkeling die meerwaarde biedt aan kinderen en ouders. Huisvesting is daarbij een middel. Dat is niet vanzelfsprekend onder één dak, maar kan ook in de (directe) nabijheid van elkaar. De UK-ontwikkeling is dan ook een kans waarbij de gemeente zoveel mogelijk de verbinding legt met het gemeentelijke jeugd- en onderwijsbeleid. Op sommige plekken zal dat tot een huisvestingsbehoefte leiden, op andere plekken niet. Daarnaast is het voor de gemeente niet mogelijk om op alle schoollocaties tegelijk de huisvesting aan te passen. Het is daarom belangrijk om te weten welke locaties voor huisvesting prioriteit hebben en welke locaties niet. Daar waar de vorming van een UK kan plaatsvinden zonder dat er huisvestingsbehoefte ontstaat, kan dit uiteraard gewoon. Deze situaties vallen buiten het afwegingskader in dit uitvoeringsplan. Wel worden partners aangeraden om te komen tot duidelijke samenwerkingsafspraken in een inhoudelijk beleidsplan. De gemeente wil vanwege de financiële risico’s, schaarse financiële middelen en haar taak als overheid juist een rol spelen op plekken waar een Utrechts kindcentrum het hardst nodig is en niet zonder de gemeente tot stand kan komen.

2.1

Vooral in gebieden met lage SES-score6 verder ontwikkelen tot Utrechts kindcentrum

Om te beginnen wil de gemeente de vorming van UK’s in samenhang zien met onder meer de brede scholen en scholen met een hoge achterstandsscore. In gebieden waar sprake is van scholen met een achterstandsscore7 van meer dan 1,25 werken al veel scholen samen in de brede school. Toch zijn niet alle scholen met een hoge achterstandsscore onderdeel van een brede school. Wel ontvangen zij subsidie voor talentontwikkeling en werken ze vaak intensief samen met de voorschoolse educatie. We willen ook deze scholen de kans bieden om zich om te vormen tot een UK. Eventueel kan samengewerkt worden met of in bestaande brede scholen. Integraal werken zorgt voor soepelere overgangen tussen

6 De SES-score meet de sociaaleconomische status van individuen, gezinnen of groepen. Een SES-score geeft aan in hoeverre

bewoners van een buurt of wijk een opleiding hebben genoten, een baan hebben, enzovoort. We kiezen hier voor de SES-score als richtlijn, terwijl in het onderwijs gebruik wordt gemaakt van de zogenaamde achterstandsscore. De achterstandsscore geeft op schoolniveau een indicatie van de mate waarin kinderen naar verwachting zullen afwijken van de gemiddelde citoscore, op basis van een aantal criteria, waar de SES van het gezin er een is. Dit is té fijnmazig om keuze voor een Utrechts Kindcentrum hier op te baseren, bovendien zijn er alleen achterstandsscores voor kinderen die al op school zitten. Het CBS berekent ieder jaar per school een achterstandsscore. De score drukt de verwachte onderwijsachterstand van kinderen uit, op basis van (negatieve) afwijking van de verwachte citoscore. Input hiervoor is oa de sociaal economische positie van gezinnen, opleidingniveau van ouders maar ook bv-schuldenproblematiek. 7

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

13 / 29

bijvoorbeeld de voorschool en de thuissituatie naar de eerste groepen basisonderwijs, en tussen wat er tijdens schooltijd gebeurt en daarna. Dit hoeft de werkzame netwerkstructuur van de meeste huidige brede scholen niet tegen te werken: we zoeken juist naar versterking en verbinding. Een Utrechts Kindcentrum kan dus daarnaast ook deel uit maken van een brede school. En een Utrechts kindcentrum zorgt voor afstemming, netwerk en brede samenwerking in de wijk, net als een brede school (of als onderdeel van een brede school). Juist voor kinderen in een achterstandspositie of kwetsbare positie is er vaak een groot verschil tussen de gang van zaken op school en de situatie thuis en in de buurt. Door aanbod tijdens schooltijd en aanbod buiten schooltijd op elkaar af te stemmen en meer integraal te maken kunnen kinderen meer gebruik maken van hun kansen. We zien de voorschoolse educatie hierbij als onlosmakelijk onderdeel van de kinderopvang, waardoor samenwerking met kinderopvang óók op scholen in gebieden met lagere SES-score (waar vaak minder vraag is naar formele kinderopvang) noodzakelijk is. Bovenstaande geldt uiteraard ook voor scholen waar geen sprake is van huisvestingsbehoefte voor meer integraal werken.

Figuur 1. Sociaaleconomische status per postcodegebied (CPB, 2017).

2.2

Nieuwbouw in nieuwe buurten (door)ontwikkelen tot Utrechts kindcentrum

De prioriteit ligt bij de gemeente dan ook in eerste instantie bij scholen in gebieden met een lage SESscore die zich verder willen ontwikkelen tot een UK. En in tweede instantie bij de UK’s in nieuwbouwgebieden waar zowel behoefte is aan locaties voor kinderopvang als voor huisvesting van scholen. Dan is de toevoeging van kinderopvangplekken in een UK bijna vanzelfsprekend. In een nieuwe

Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra | 29 januari 2021

14 / 29

wijk is het relatief eenvoudig om voorzieningen die elkaar kunnen versterken ook in elkaars nabijheid te plaatsen. Bovendien zijn er in deze nieuwe buurten vaak nog geen bestaande voorschool en kinderopvangvoorzieningen, waar dat in bestaande buurten vaak wel het geval is. In de bestaande stad is nieuwbouw minder vanzelfsprekend. Hier zouden we ons voor huisvesting in eerste instantie willen richten op de scholen waarvoor vervangende nieuwbouw, renovatie of uitbreiding noodzakelijk is. Op dat moment kan gekeken worden of er mogelijkheden en noodzaak zijn hierin ook huisvesting van kinderopvang mee te nemen en wat daarvan de consequenties zijn. Het is een gegeven dat geld voor onderwijshuisvesting niet kan worden ingezet voor huisvesting van andere activiteiten dan alleen onderwijs.

2.3

Prioritering bij een UK-ontwikkeling met een huisvestingsbehoefte

Samenwerkingen die voldoen aan een of meerdere van de onderdelen van het afwegingskader, hebben prioriteit boven andere UK-ontwikkelingen. Jaarlijks bij de aanpassing van het Meerjarenperspectief8 onderwijshuisvesting 2016-2025 (MPOHV) wordt bij de afweging of plaatsing op het MPOHV mogelijk is, prioriteit gegeven aan aanvragen van Utrechtse kindcentra die voldoen aan de volgende criteria: -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=732df198-5222-45c6-9e2b-6d8b4127842e