CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 11 februari 2021, gemeente Utrecht28.668 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel van de Commissie Stad en Ruimte van 11 februari 2021

1 2 3

Opening Aanvang: 10.00 uur Digitaal Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen Aanvang: 10.00 uur; Digitaal Indicatie behandeltijd: 90 min. Beleidsveld: Groen - wethouder Van Hooijdonk De gemeente Utrecht is deelnemer aan twee Gemeenschappelijke Regelingen voor recreatie; Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht. Op hun beurt zijn deze schappen deelnemers in de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). Eind vorig jaar constateerden RMN en haar deelnemers dat de situatie bij RMN niet in control is en dat stevig ingrijpen in de organisatie en in de uitvoering nodig is. Mede op basis van een advies van bureau Berenschot over toekomstperspectieven voor RMN hebben de besturen van de schappen de memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen” opgesteld, met richtinggevende uitspraken over de toekomstige samenwerking. Deze uitspraken koersen op een omvorming van de recreatieschappen en het onder brengen van taken bij andere uitvoerders. Er is daarmee geen draagvlak meer voor het voortbestaan van RMN, wat het opheffen hiervan tot gevolg heeft. De deelnemende gemeenten en de provincies Utrecht en Noord-Holland worden gevraagd een reactie te geven op deze richtinggevende uitspraken voor 26 februari 2021.

Het college stelt de raad voor te besluiten de conceptbrief aan het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht vast te stellen als reactie op hun memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen". Dossier 1555 voorblad Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking Recreatieschappen.docx Brief aan Recreatieschappen over Toekomstige samenwerking recreatieschappen.docx Brief van recreatieschappen aan deelnemers inzake toekomst RMN.pdf Memo Toekomstige samenwerking Recreatieschappen.pdf

3.1

Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland Dossier 1604 voorblad Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland.pdf

4

Quickscan Rijnenburg

Indicatieve aanvang: 11.35 uur; Digitaal Indicatie behandeltijd: 90 min. Beleidsveld: Ruimtelijke Ontwikkeling / Energie / Mobiliteit - wethouder Verschuure / wethouder Van Hooijdonk Geagendeerd door G. te Hoonte (VVD), C. Bos (SBU), H. van Deún (PVV), J. Koppelaar (S&S), M. van Heuven ( Partij voor de Dieren). Het college heeft de raad voorzien van een verstedelijkingsstudie van Rijnenburg, waarmee zij invulling geeft aan de moties 2019/M407 – Onderzoek ontwikkellocatie optimaal, 2020/M27 – Ontsluiting Rijnenburg is niet gratis! en 2020/M193 – Onderzoek naar start woningbouw in Rijnenburg. Naar aanleiding hiervan heeft een Raadsinformatiebijeenkomst plaatsgevonden waarin een nadere toelichting is gegeven en een gesprek met de onderzoekers is gevoerd over de gemaakte keuzes, gepresenteerde scenario’s en de financiële onderbouwing. Op basis van de Raadsinformatiebijeenkomst willen partijen in een commissiebehandeling (aanvullende) onderzoeksvragen meegeven voor de planstudie die middels de Programmabegroting 2020 is gestart (2020/A152 Ontwerpstudie naar Rijnenburg). Hierbij kan niet worden gewacht op de behandeling van de RSU2040 omdat het plan van aanpak voor de Ontwerpstudie nu reeds wordt opgesteld. Daarnaast willen de raadsleden graag in gesprek met de wethouder over een aantal gemaakte keuzes en gegeven toelichtingen tijdens de Raadsinformatiebijeenkomst.

Het gaat daarbij met name over de volgende onderwerpen: 1. De (wijze van) keuze van de scenario’s? 2. De investeringen van 3 mrd die elders in de stad plaats moeten vinden maar worden toegerekend aan Rijnenburg in relatie tot het mobiliteitsplan 2040 als uitgangspunt en de conclusies die daaraan in de raadsbrief worden gehangen. 3. Specifieke keuzes binnen o.a. de infrastructuur raming en excessieve kosten raming in de Quickscan Rijnenburg. 4. Het proces naar totstandkoming en de communicatie over dit rapport inclusief de reacties van derden op het rapport.

4.1

Aanvullende agendering PvdD: De verstedelijkingsplannen lijken de polder Rijnenburg als een leeg canvas te beschouwen waar naar eigen inzicht scenario’s van bebouwing en mobiliteiten op toegepast kunnen worden. De Partij voor de Dieren is sowieso geen voorstander van verstedelijking in de polder maar wil wel dat als er plannen gemaakt worden de nu aanwezige natuurwaarden als garanties in planvorming meegaan. Ook wil de PvdD zich nadrukkelijk uitspreken over de scenario’s. Raadsbrief Quickscan verstedelijking Rijnenburg Dossier 1559 voorblad Raadsbrief Quickscan verstedelijking Rijnenburg.pdf Rijnenburg Quickscan Verstedelijking - Eindrapport.pdf M27 Ontsluiting Rijnenburg is niet gratis.pdf M193 Onderzoek naar start woningbouw in Rijnenburg.pdf M407 Onderzoek ontwikkellocatie optimaal.pdf

4.2

Raadsbrief Motie Tweede Kamer proactieve aanwijzing over Rijnenburg en Reijerscop Dossier 1605 voorblad Raadsbrief Motie Tweede Kamer over proactieve aanwijzing over Rijnenburg en Reijerscop.pdf

3 Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen 1 Dossier 1555 voorblad.pdf

Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer

1555

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

11 februari 2021

Agendapunt

3

Omschrijving

Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen

ID

1605

Behandelend ambtenaar

Zeijl, Jan Willem van

Telefoon

14030

E-mail

j.w.van.zeijl@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Ruimtelijke ordening

Portefeuillehouder

Wethouder Van Hooijdonk

Beleidsveld

Groen

Referendabel

Nee

Raadsadviseur (lijst)

Manon Leenders/Wonen, Energie, Groen, Openbare Ruimte/030-2863710

Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Stad en Ruimte

11 februari 2021

Gemeenteraad

18 februari 2021

Voorgesteld besluit

1 Raadsvoorstel Reactie op memo Toekomst samenwerking Recreatieschappen.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Reactie op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen Beleidsveld Organisatieonderdeel Portefeuillehouder Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Groen Ontwikkelorganisatie Ruimte Lot van Hooijdonk Jan Willem van Zeijl 7169912 Volgt Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief aan het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht vast te stellen als reactie op hun memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen” Burgemeester en wethouders van Utrecht, De secretaris

De burgemeester,

Samenvatting Met de ter vaststelling voorliggende brief geeft de raad de gevraagde reactie op de memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen” van het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en van het Plassenschap Loosdrecht.

Context Aanleiding De Dagelijkse Besturen van de beide recreatieschappen bieden de raden en staten de mogelijkheid om een reactie te geven op hun memo “Toekomst samenwerking Recreatieschappen”. De gemeente Utrecht is deelnemer aan twee Gemeenschappelijke Regelingen voor recreatie; het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. In deze twee gemeenschappelijke regelingen zijn de deelnemers (gemeentes en provincies) samen verantwoordelijk voor beheer, onderhoud en de vernieuwing van een aantal recreatieterreinen en routes in de regio. Het Plassenschap Loosdrecht e.o. en het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden zijn, op hun beurt, deelnemers in de uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). Voor Utrecht is recreëren in de omgeving van de stad belangrijk, omdat de stad weinig landelijk gebied binnen haar gemeentegrenzen heeft. Eind vorig jaar constateerden RMN en haar eigenaren (Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht) dat de situatie bij RMN niet in control is en dat stevig ingrijpen in de organisatie en in de uitvoering nodig is. RMN informeerde daarop in maart haar deelnemers, de raden en staten van de deelnemende gemeentes en provincies. In het voorjaar vroeg RMN aan bureau Berenschot om te adviseren over toekomstperspectieven om deze ernstige situatie bij RMN te verhelpen.

De besturen van het recreatieschap de Stichtse Groenlanden en van het Plassenschap Loosdrecht besloten vervolgens om ook hun eigen toekomst met elkaar te bespreken alvorens een besluit over RMN te nemen (zie de brief van RMN aan uw raad van 13 juli 2020). In de brief Transitie recreatieschappen en RMN van 15 september jl. informeerden wij u over de lopende discussie over de transitie van de uitvoeringsorganisatie RMN en de beide schappen. Tevens lichtten wij in de brief de Utrechtse randvoorwaarden voor samenwerking en recreatie toe. De gemeenteraad gaf in de raadsvergadering van 17 september jl. aan de nadruk te willen leggen op het gratis toegankelijk zijn van recreatieterreinen en op een efficiëntere uitvoering van de recreatietaken. Relatie van deze reactie met de zienswijze op de begroting 2022 van de recreatieschappen Op 21 januari jl zijn de zienswijzen op de uitgangspunten voor de begroting 2022 geagendeerd. Deze uitgangspunten gaan uit van een ongewijzigd voortbestaan van de recreatieschappen. In de nu voorliggende reactie geeft u uw mening over het voornemen om de recreatieschappen om te vormen en hun uitvoeringsorganisatie RMN op te heffen. De gevolgen van de voorgenomen besluiten op de begroting 2022 worden in een later stadium bepaald.

Beoogd effect De beide besturen van de recreatieschappen passen op basis van de reactie van de raad hun proces aan om te komen tot een omvorming van de recreatieschappen en het opheffen van RMN. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad  Notitie ‘RMN in transitie’ is in maart 2020 door RMN aan raden en staten gezonden  Raadsbrief Beheer en ontwikkeling recreatie om de stad van 16 juni 2020  Rapport “Recreatie in Midden-Nederland” is op 13 juli 2020 door RMN aan raden en staten verzonden  Raads- en stateninformatiebijeenkomst van de recreatieschappen op 8 juli en 23 september jl.  Raadsbrief Transitie recreatieschappen en RMN van 15 september 2020  Brief “Toekomst samenwerking recreatieschappen” is op 10 december 2020 door recreatieschappen aan raden en staten verzonden  Raadsbrief Toekomst samenwerking recreatieschappen van 15 december 2020

2

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De bijgevoegde brief (bijlage 1) aan het Recreatieschap De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht vast te stellen als reactie op hun memo “Toekomst samenwerking Recreatieschappen”.

Argumenten 1.1

De reactie draagt bij aan de voorbereiding van toekomstige besluiten die aansluiten bij Utrechtse belangen. De Raad van de gemeente Utrecht is volgens de Gemeenschappelijke Regelingen gerechtigd om te reageren op een voorgenomen besluit tot aanpassing of opheffing van De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht. De recreatieschappen nemen nu nog geen besluit en kozen ervoor om eerst hun richtinggevende uitspraken te delen met de raden en staten van de deelnemers. Een reactie van de Raad van Utrecht getuigt van betrokkenheid bij het proces van de recreatieschappen, geeft aandachtspunten mee bij de voorbereiding van formele besluiten en draagt daardoor bij aan besluiten die aansluiten bij Utrechtse belangen.

1.2

De richtinggevende uitspraken in de memo voor de toekomst van Recreatieschap De Stichtse Groenlanden sluiten aan op de Utrechtse uitgangspunten voor recreatie. De memo en de passage ‘recreatie voor iedereen’ sluiten aan op de Utrechtse uitgangspunten. De richtinggevende uitspraken voor het Recreatieschap sluiten goed aan op de Utrechtse inzet om de aansturing van het beheer van regionale recreatievoorzieningen eenvoudiger en efficiënter te organiseren, om logische clusters van taken en gebieden samen te stellen, om de samenwerking met andere terreinbeheerders op te zoeken.

1.3

De memo en de richtinggevende uitspraken voor de toekomst van Plassenschap Loosdrecht sluiten aan op de Utrechtse uitgangspunten voor recreatie. De memo en de passage ‘recreatie voor’ iedereen sluiten aan op de Utrechtse uitgangspunten. De richtinggevende uitspraken voor het Plassenschap sluiten goed aan op de Utrechtse inzet om de aansturing van het beheer van regionale recreatievoorzieningen eenvoudiger en efficiënter te organiseren. Het omvormen van de gemeenschappelijke regeling biedt Utrecht een gelegenheid om de toekomstige bijdrage aan het beheer en onderhoud van “Loosdrechtse” recreatiegebieden beter af te stemmen op het beperkte gebruik door de Utrechters.

1.4

De richtinggevende uitspraken van de recreatieschappen dienen in lijn te komen met de nota Verbonden Partijen van de gemeente Utrecht. De memo geeft de voorbereiding van de besluitvorming over nieuwe samenwerkingsvormen aan. De besluiten dienen te voldoen aan onze nota Verbonden Partijen. De reactie bevat een verzoek om in de voorbereiding van te nemen besluiten, rekening te houden met het afwegingskader voor het aangeven van nieuwe organisatievormen. Mocht er – naast het samenwerken met de provincies en andere gemeentes – ook gedacht worden aan het laten uitvoeren door een externe partij, dan dienen de recreatieschappen aan te geven hoe de controle op de uitvoering is gewaarborgd

1.5

Een nieuwe of vernieuwde organisatie van de samenwerking voor recreatie is gebaseerd op een heldere scheiding van opdrachtgever en opdrachtnemer. De problematische situatie bij de uitvoeringsorganisatie RMN is mede ontstaan doordat geen heldere scheiding tussen de opdrachtgevers (de recreatieschappen) en de opdrachtnemer (RMN) bestond. De recreatieschappen dienen straks aan te geven hoe zij de opdrachtgevende en opdrachtnemende rol gaan scheiden. Een heldere scheiding van deze rollen is essentieel om te voldoen aan de nota verbonden Partijen, om

3

toekomstige problematiek te voorkomen en is daarmee een cruciaal onderdeel van de te nemen besluiten over een hernieuwde organisatie van de samenwerking. 1.6

De financiële gevolgen van de richtinggevende uitspraken zijn slechts globaal bekend. In de voorlegde memo “Toekomstige samenwerking recreatieschappen” ontbreekt een financiële duiding van de richtinggevende uitspraken, over de uitvoering van taken, het beheer van gebieden en de vorm van de organisatie. In het rapport “Recreatie in MiddenNederland” (Berenschot, juli 2020) is een globale raming van de kosten van alternatieve organisatievormen aangegeven. Terecht stellen de recreatieschappen dat een betere financiële doorrekening noodzakelijk is om besluiten over omvormen of opheffen van de gemeenschappelijke regelingen mogelijk te maken. Een belangrijke kostenbepalende factor zijn de frictiekosten voor personeel van RMN. Bij herplaatsing van het personeel bij één of meerdere van de huidige deelnemers zijn deze kosten lager dan bij ontslag. In de reactie is gesteld dat de financiering van de nieuwe, hernieuwde organisatievormen, inclusief frictiekosten, binnen de huidige bijdrage van de gemeente Utrecht dient te worden georganiseerd.

1.7

Een realistische planning is nodig voor zorgvuldige besluitvorming. De recreatieschappen bieden de deelnemers een eerste inzicht in de planning om de richtinggevende uitspraken om te zetten naar besluiten en naar nieuwe organisatievormen. De planning is ambitieus omdat naast de liquidatie van RMN ook het omvormen of opheffen van bestaande recreatieschappen en oprichten van nieuwe recreatiecollectieven wordt voorgesteld. Deze trajecten dienen bovendien in een strakke regie te worden uitgevoerd om ten allen tijden de aansturing en uitvoering van recreatietaken te garanderen. Tegelijkertijd is de ambitieuze inzet van de recreatieschappen te waarderen om een einde te maken aan een 10 jaar durende discussie, Inde reactie wordt daarom aangedrongen op een meer gedetailleerde planning dat de recreatieschappen helpt om regie op het traject te voeren en de deelnemers realistische verwachtingen meegeeft.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

De uitvoering dient dus ruim voor 2022 te zijn geborgd bij andere uitvoerders om het beheer en onderhoud van de recreatiegebieden te continueren. De recreatieschappen zien geen perspectief voor het voorbestaan van hun uitvoeringsorganisatie (RMN). Zij koersen op de ontmanteling van RMN per 1 januari 2022. Het beheer en het onderhoud van recreatiegebieden dient te allen tijde te zijn geborgd.. Dit hoort een wezenlijk onderdeel te zijn van de besluiten die de recreatieschappen voor de zomer willen nemen.

Financiën De voorbereiding van de besluiten over het omvormen van de recreatieschappen wordt bekostigd door de provincie Utrecht. De kosten van de voorbereiding van het opheffen van de uitvoeringsorganisatie RMN worden gedekt binnen de begroting van RMN. In beide trajecten worden in het voorjaar van 2021 de financiële gevolgen van het daadwerkelijk uitvoeren van besluit op rij gezet. De voorgenomen besluiten worden voorzien van een financiële paragraaf, inclusief de gevolgen voor de deelnemers, en aan raden en staten voorgelegd. Als uitgangspunt is meegegeven dat de toekomstige samenwerking en uitvoering van de taken met de huidige bijdrage van de gemeente Utrecht en de bijdragen van andere deelnemers moet worden georganiseerd.

Vervolg De Dagelijkse Besturen van de schappen leggen de ingediende reacties en de verwerking daarvan in een definitief memo voor aan de Algemene Besturen van de recreatieschappen, naar verwachting in maart 2021. 4

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden.

Communicatie Niet van toepassing,

Niet-Referendabel Dit raadsbesluit is niet referendabel omdat het een besluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Reactiebrief op memo Toekomst samenwerking van Recreatieschappen Bijlagen informatief - Brief deelnemers inzake toekomst RMN - Memo Toekomstige Samenwerking Recreatieschappen

5

1 Brief aan Recreatieschappen over Toekomstige samenwerking recreatieschappen.docx

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

Recreatieschap De Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht Mevrouw C. Larson en dhr. J. van Everdingen Postbus 8058 3503 RB UTRECHT VERSIE VOOR BESLUITVORMING

Behandeld door

J.W.J. van Zeijl

Datum

<volgt>

Doorkiesnummer

030 - 28 60262

Ons kenmerk

7169912

E-mail

j.w.van.zeijl@utrecht.nl

Onderwerp

Toekomstige samenwerking

Bijlage(n)

-

Uw kenmerk

-

Verzonden

Uw brief van

9 december 2020

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

recreatieschappen

Beste mevrouw Larson en mijnheer van Everdingen, Op 9 december jl. heeft u ons uw memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen” toegezonden. In de begeleidende brief vraagt u de deelnemende gemeenten en de provincies Utrecht en Noord-Holland een reactie te geven op de richtinggevende uitspraken in dit memo. In het afgelopen jaar hebben de deelnemers het belang van goede recreatievoorzieningen voor onze inwoners bevestigd en uitgesproken dat het tijd is om deze opgave op een andere manier te organiseren. We waarderen de manier waarop u dit proces tot nu toe organiseerde. De bereidheid van de betrokken bestuurders om de samenwerking te vernieuwen, de betrokkenheid bij dit proces, geven vertrouwen in de toekomst. Onze inzet is om samen met u in te zetten op een breed palet aan recreatievoorzieningen die voor alle inwoners aantrekkelijk, toegankelijk én betaalbaar zijn en blijven en deze inzet op een redelijke en logische manier opnieuw te organiseren. In onderstaande tekst is onze reactie puntsgewijs beschreven. 1. Richtinggevende uitspraken Recreatieschap De Stichtse Groenlanden: De richtinggevende uitspraken voor het Recreatieschap sluiten goed aan op de Utrechtse inzet om de aansturing van het beheer van regionale recreatievoorzieningen eenvoudiger en efficiënter te organiseren en om de samenwerking met andere terreinbeheerders op te zoeken.

Wij hechten zeer aan de uitwerking van uw richtinggevende uitspraak om de taken en gebieden rond Utrecht logisch te ordenen. Uit recent onderzoek blijkt dat Utrechtse recreanten met name in de directe omgeving van de stad recreëren. Het vergroten van de exploitatiemogelijkheden op recreatieterreinen draagt bij aan gevarieerde en aantrekkelijke recreatievoorzieningen, maar dit mag niet ten koste gaan van de toegankelijkheid.

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

<volgt> 7169912

2. Richtinggevende uitspraken Plassenschap Loosdrecht: De richtinggevende uitspraken voor het Plassenschap sluiten goed aan op de Utrechtse inzet om de aansturing van het beheer van regionale recreatievoorzieningen eenvoudiger en efficiënter te organiseren. Uit recente onderzoeken blijkt dat de Utrechtse recreanten met name in de directe omgeving van de stad recreëren. Wij willen graag met u voldoende informatie op tafel krijgen om een goede afweging te maken tussen de meerwaarde van onze deelname aan een nieuwe of vernieuwde samenwerking en onze bijdrage. Hierbij kunt u ook het optimaliseren van de begroting betrekken door het vergroten van de exploitatiemogelijkheden op de gebieden, voor zover dat niet ten koste gaat van de toegankelijkheid. 3. Continueren en borgen van het beheer en onderhoud van recreatiegebieden: De recreatieschappen koersen op de ontmanteling van RMN per 1 januari 2022. Het beheer en het onderhoud van recreatiegebieden dienen wat ons betreft ten allen tijde te zijn geborgd. De uitvoering dient dus ruim voor 2022 te zijn geborgd bij andere uitvoerders om het beheer en onderhoud van de recreatiegebieden te continueren. Dit hoort een wezenlijk onderdeel te zijn van het besluit dat u voor de zomer over de uitvoeringsorganisatie gaat nemen. . 4.

Nieuwe organisatievormen en onze Nota verbonden partijen: U geeft in uw memo aan besluitvorming over nieuwe samenwerkingsvormen voor te bereiden. Uw besluiten zullen wij met de zomer toetsen aan onze nota Verbonden Partijen. Wij verzoeken om nu al rekening te houden met het afwegingskader voor het aangaan van samenwerkingsorganisaties uit de nota. Een nieuwe samenwerkingsvorm dient ten minste de democratische legitimiteit in te vullen, beleidsarme of beleidsneutrale taken te omvatten, schaalvoordelen op te leveren, de eigen en de gezamenlijke verantwoordelijkheden van de deelnemers helder in te vullen. Alle partners hebben zeggenschap en kunnen invloed uitoefenen. Beleid en ontwikkeling van beleid kan dus overeenkomstig onze nota Verbonden Partijen geen taak zijn van de nieuw te vormen organisatie. Mocht er – naast het samenwerken met de provincies en andere gemeentes – ook gedacht worden aan het laten uitvoeren van beheertaken door een externe partij, dan dient u aan te geven hoe de controle op de uitvoering is gewaarborgd. 5. Scheiding van rollen tussen opdrachtgever en opdrachtnemer: De problematische situatie bij de uitvoeringsorganisatie RMN is mede ontstaan doordat geen heldere scheiding tussen de opdrachtgevers (de recreatieschappen) en de opdrachtnemer (RMN) bestond.

Bij de omvorming van de recreatieschappen dient u aan te geven hoe u de opdrachtgevende en de opdrachtnemende rol gaat scheiden. Dit is ook een vereiste uit onze nota Verbonden Partijen, zie boven. Een heldere scheiding van deze rollen is essentieel om in de toekomst, problemen te voorkomen en is daarmee een cruciaal onderdeel van de te nemen besluiten over een hernieuwde organisatie van de samenwerking. 6. Financieel kader: De deelnemers van de recreatieschappen hebben de afgelopen jaren hun bijdragen aan de recreatieschappen aanzienlijk verruimd. Zij droegen zo bij aan het oplossen van een deel van de problemen bij de uitvoeringsorganisatie RMN. Uit de richtinggevende uitspraken blijkt dat u nu een bredere oplossing voorstaat, waarbij zowel naar de uitvoeringsorganisatie als naar de structuur met recreatieschappen gekeken wordt. Wij geven u graag mee dat wij onverkort vasthouden aan het belang van recreatie in de regio en aan regionale samenwerking. Tegelijkertijd geven wij u mee dat zowel de bekostiging van de transformatie als het beheer van de recreatievoorzieningen binnen de huidige, eerder verhoogde deelnemersbijdrage moet passen. Deze randvoorwaarde geldt ook voor het opvangen van eventuele frictiekosten als gevolg

2/3

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

<volgt> 7169912

van het herplaatsen of ontslaan van het personeel van RMN. Wij vragen u om een gedetailleerd inzicht in de financiële gevolgen van de aanstaande besluiten op te stellen en voor de zomer met ons te delen. 7. Realistische planning: U geeft ons al een eerste inzicht in de planning om te komen toe een reeks van samenhangende besluiten over bestaande gemeenschappelijke regelingen en over nieuwe organisatievormen. Wij vragen u ons snel te informeren over de planning van het voortraject inclusief de informatievoorziening om ons in staat te stellen tijdig onze bijdrage te leveren. Een verdere uitwerking van de invulling en de planning van de vereiste onderdelen is ook nodig om zorgvuldig om te gaan met het personeel van RMN, om de aansturing en uitvoering van recreatietaken in deze roerige tijden te garanderen en om verwachtingen realistisch te maken. Wij stellen het op prijs dat u ons in dit stadium al betrekt bij toekomstige besluiten en vragen u om bovenstaande reactie, onderdeel te maken van uw toekomstige besluiten. Tenslotte Wij waarderen uw ambitie om de richtinggevende uitspraken met voortvarendheid om te zetten naar besluiten en naar nieuwe organisatievormen. Bij een start van het besluitvormingstraject in juni is het zomerreces een belangrijke factor die de eindtijd bepaalt.

Wij stellen u voor om de griffies van raden en staten ruim van te voren te betrekken bij de planning en invulling van de benodigde besluiten om tot tijdige maar ook zorgvuldige besluitvorming te kunnen komen.

Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

3/3

1 Brief van recreatieschappen aan deelnemers inzake toekomst RMN.pdf

Aan de deelnemers van Plassenschap Loosdrecht e.o. en recreatieschap Stichtse Groenlanden: de raden en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Woerden, Wijdemeren en IJsselstein en de staten en het college van Gedeputeerde Staten van de provincies NoordHolland en Utrecht

Utrecht, 9 december 2020 Onderwerp: Toekomstige samenwerking Recreatieschappen Geachte deelnemer, Hiermee informeren wij u over de voortgang van het proces om te komen tot een nieuwe toekomstige samenwerking voor de recreatieschappen. Bijgevoegd treft u aan de opgestelde memo “Toekomstige samenwerking Recreatieschappen” en de bestuursvoorstellen van de beide schappen met richtinggevende uitspraken. De deelnemende gemeenten en de provincies Utrecht en Noord-Holland worden gevraagd een reactie te geven op de richtinggevende uitspraken. Deze reactie ontvangen wij graag voor 26 februari 2021. Hieronder leest u de context en lichten wij ons verzoek toe. Context In 2019 is geconstateerd dat de situatie bij de recreatieschappen zorgelijk is. Daarop is een proces gestart van RMN in transitie. In maart 2020 heeft u de rapportage ‘RMN in transitie’, ontvangen waarin de analyse is gegeven met een afwegingskader en mogelijke toekomstperspectieven voor een hernieuwde samenwerking. Door de besturen van de beide schappen is daarop aan Bureau Berenschot gevraagd om vier perspectieven nader uit te werken. Berenschot heeft in de notitie ‘Organisatie van de recreatietaken in Midden Nederland, doorhakken bestuurlijke knoop over de toekomst van RMN’ het bestuurlijke keuzeproces uitgewerkt en een uitwerking gegeven van de vier perspectieven.

Het bureau constateerde dat de basis van samenwerking niet eenduidig was en dat voor het kiezen van een nieuw samenwerkingsmodel per schap duidelijkheid moet zijn wat de basis is van deze samenwerking. Op 8 juli 2020 en op 23 september 2020 zijn informatiebijeenkomsten gehouden waarin nadere toelichtingen zijn gegeven over de beide rapporten. Tevens bent u daarbij geïnformeerd over de vervolgstappen. In september is aangegeven dat de besturen van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden en van het Plassenschap Loosdrecht in gesprek gaan over de samenwerking en het toekomstbeeld hiervan, ieder voor het eigen schap. De besturen zien hun discussie als de noodzakelijke voorbereiding op de besluitvorming over de toekomst van de beide recreatieschappen én daarmee ook over de toekomst van hun uitvoeringsorganisatie RMN. Uitkomsten gesprekken toekomst recreatieschappen De dagelijks besturen van beide schappen spraken per schap dit najaar in twee zogenaamde dialoogsessies over hun toekomst. De uitkomsten van beide sessies zijn door de besturen verwerkt in een memo ‘Toekomstige samenwerking Recreatieschappen’ (bijlage 1). Hierin zijn richtinggevende uitspraken over de toekomstige samenwerking verwerkt. Deze uitspraken koersen op een omvorming

van de recreatieschappen en het onder brengen van taken bij andere uitvoerders. Er is daarmee geen draagvlak meer voor het voortbestaan van RMN, wat het opheffen hiervan tot gevolg heeft. In de brief van 13 juli 2020 is aangekondigd om de gemeenteraden en Provinciale Staten van beide provincies, als deelnemers van de recreatieschappen, nadrukkelijk in de discussie over de toekomst van de schappen te betrekken. Het bestuur van de schappen stelt u nu in de gelegenheid om te reageren op de richtinggevende uitspraken, verwoord in de bestuursvoorstellen (bijlage 2 en 3) en de overwegingen in de memo. Omdat het lastig is om een geschikte datum te vinden zonder bestuurlijke verplichtingen is afgesproken om twee informatieavonden te beleggen. Deze zullen worden gehouden op dinsdagavond 5 januari 2021 en op donderdagavond 7 januari 2021. Beide avonden zullen starten om 19.30 uur. Wij nodigen u uit om bij één van deze digitale informatiebijeenkomsten aanwezig te zijn. Tijdens deze bijeenkomst zal een nadere toelichting worden gegeven op de stukken die u nu zijn voorgelegd en het vervolgproces. Een definitieve uitnodiging met inloggegevens volgt zo spoedig mogelijk. Vervolgproces In het vervolgproces wordt het richtinggevend voorstel uitgewerkt tot concrete voorstellen en concrete besluiten.

Er zal een projectleider worden aangesteld die de vragen en opmerkingen die in de memo zijn opgenomen zal beantwoorden en verder uitwerken. Naar verwachting zal een aanpassing van de gemeenschappelijke regelingen van beide recreatieschappen onderdeel zijn van de uitwerkingen. Een eventuele aanpassing zal te zijner tijd vanzelfsprekend ter besluitvorming aan u worden voorgelegd. Het opheffen van de bedrijfsvoeringorganisatie RMN heeft grote consequenties voor de medewerkers en geeft onzekerheid. Deze onzekerheid mag niet te lang duren. Als streefdatum voor het opheffen is 1 januari 2022 genoemd. Dit is ambitieus, maar wordt haalbaar geacht. De door raden en staten gegeven reacties zullen wij betrekken bij het vervolg van de discussies en de uitwerkingen. Wij streven ernaar om voor de zomer 2021 nog de eerste stappen te zetten naar de nieuwe samenwerkingsvorm. Wij zullen u hierover consulteren, zodat u nauw betrokken blijft bij het vervolgproces. Bijgevoegd treft u aan een overzicht van het ‘Proces RMN in transitie’, met daarin een overzicht van de genomen stappen en een globaal inzicht in de vervolgstappen. De planning is nog niet uitgewerkt en data kunnen dus veranderen. Zodra de planning concreter is zal deze ook met u gedeeld worden. Namens de dagelijkse besturen van Plassenschap Loosdrecht e.o. en Recreatieschap Stichtse Groenlanden,

Mw. C. Larson Voorzitter

J. van Everdingen MSc Voorzitter

Bijlagen: • Memo Toekomstige samenwerking Recreatieschappen met de volgende bijlagen: a. Memo ‘Stichtse Groenlanden ontwikkelen tot een eenvoudiger stelsel voor recreatie b. Memo ‘Bouwstenen voor discussie over de toekomst van Plassenschap Loosdrecht e.o.’ c. Uitkomsten vervolg Dialoogsessie SGL 26-10-2020 d. Uitkomsten vervolg Dialoogsessie Plassenschap Loosdrecht 09-11-2020

1 Memo Toekomstige samenwerking Recreatieschappen.pdf

Memo Onderwerp Aan Van Datum Bijlagen

Toekomstige samenwerking Recreatieschappen Besluitvorming over richtinggevende uitspraken voor vervolgstappen nieuw organisatie recreatietaken Midden Nederland Het dagelijks bestuur van Plassenschap Loosdrecht e.o. en Recreatieschap Stichtse Groenlanden Secretaris bestuurlijke begeleidingsgroep RMN in transitie 7 december 2020 a. Memo ‘Stichtse Groenlanden ontwikkelen tot een eenvoudiger stelsel voor recreatie b. Memo ‘Bouwstenen voor discussie over de toekomst van Plassenschap Loosdrecht e.o.’ c. Uitkomsten vervolg Dialoogsessie SGL 26-10-2020 d. Uitkomsten vervolg Dialoogsessie Plassenschap Loosdrecht 09-11-2020

Inleiding en bestuurlijke vraag Na de vaststelling van de rapportage ‘RMN in transitie’ en het uitbrengen van het rapport ‘Organisatie van de recreatietaken in Midden Nederland’, door Bureau Berenschot, is door de Dagelijks Besturen van het Plassenschap Loosdrecht en het Recreatieschap Stichtse Groenlanden in het najaar van 2020 gesproken over de toekomst van de beide schappen, mede in relatie tot de toekomst van de bedrijfsvoeringorganisatie Recreatie Midden Nederland (RMN). De gesprekken vonden plaats in twee zogenaamde dialoogsessies. Van deze dialoogsessies zijn de uitkomsten op hoofdlijnen op papier gezet. Op basis van de gesprekken is deze memo opgesteld. In de vergaderingen van het Dagelijks Bestuur van 19 november 2020 is het eerste concept van deze memo besproken en is, met enkele kleine aanpassingen, hiermee ingestemd. Met dit memo wordt richting gegeven aan het opnieuw organiseren van de recreatietaken die op dit moment bij de schappen zijn belegd en waarvan de uitvoering door RMN wordt verzorgd, door middel van richtinggevende uitspraken. Met deze uitspraken kan een projectleider bestuurlijk gelegitimeerd vervolgstappen zetten om de recreatietaken in Midden Nederland op een andere manier te organiseren. De uitspraken worden voorgelegd aan de deelnemers van de schappen, gemeenten en provincies Utrecht en Noord-Holland, met het verzoek om hiermee in te stemmen.

Aan de leden van het dagelijks bestuur van beide recreatieschappen wordt gevraagd in te stemmen met de volgende vier richtinggevende uitspraken en de verdere uitwerking: 1. Voor het Plassenschap Loosdrecht: a. Het uitwerken van een samenwerking binnen het schap op basis van centrumconstructie waarbij de gemeente Wijdemeren als opdrachtnemer kan optreden voor beheer en onderhoud en toezicht en handhaving van de gebieden. b. Het laten vervallen van de verordende bevoegdheid en de nautische bevoegdheid voor de plassengebieden om deze toe te wijzen aan de gemeente Wijdemeren (als opdrachtnemer van de samenwerking) en hierover advies in te winnen. c. Een verkenning uitvoeren naar scheiding van de zogenaamde ‘natte’ en ‘droge’ taken van het Plassenschap. d. Nader verkennen of samenwerking met de Vinkeveense plassen mogelijk is en op welke termijn.

Pagina 1 van 7

2. Voor het Recreatieschap Stichtse Groenlanden: a. Het uitwerken van een samenwerking op basis van een convenant met een Stuurgroep die toekomstbestendig is. b. De wijze van aansturing en uitvoering van de nieuwe samenwerking verkennen, aan de hand van een logische ordening van gebieden en taken, met uitwerking van de volgende aspecten: 1. Onderzoeken of een centrumconstructie met de provincie Utrecht of een gemeente haalbaar is en aan welke eisen die moet voldoen. 2. Gesprekken met niet-commerciële terreinbeheerders aangaan om te bezien op welke wijze samenwerking mogelijk is (gebiedsgericht). 3. Onderzoeken of de taak van toezicht en handhaving overgedragen kan worden aan de RUD. c. De uitkomsten van de verkenning samenwerking Vinkeveense plassen met het Plassenschap Loosdrecht worden waar mogelijk betrokken bij bovenstaande uitwerking. 3. De gevolgen te onderzoeken van de wijzigingen voor de externe opdrachten die door RMN worden uitgevoerd voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en het Routebureau Utrecht, alsmede de positie van het Routebureau als organisatorisch onderdeel van RMN en hiervoor voorstellen te doen. 4. Het voornemen uit te spreken om Bedrijfsvoeringorganisatie RMN op te heffen. Hiervoor een liquidatieplan te laten opstellen door een apart hiervoor aangestelde projectleider met ondersteuning van een bureau.

Als streefdatum voor de liquidatie te opteren voor 1 januari 2022. In het kader van de verdere uitwerking wordt een projectleider aangesteld voor de vervolgstappen, in lijn met de bovenstaande drie richtinggevende uitspraken. Deze projectleider is verantwoordelijk voor het samenbrengen van de noodzakelijke expertise. Uitwerking van de bestuurlijk vraag Sinds het verschijnen van het Berenschot-rapport “organisatie van de recreatietaken in Midden Nederland” zijn een aantal bijeenkomsten (zowel ambtelijk als bestuurlijk) georganiseerd waarin – in lijn met het advies in het Berenschot-rapport – de verschillende aspecten van de toekomstige organisatie van de recreatietaken zijn besproken. Op basis van de opbrengst van deze bijeenkomst zijn vier richtinggevende uitspraken geformuleerd over de toekomstige organisatie van: • • • •

de recreatietaken in het Plassenschap Loosdrecht, de recreatietaken in het Recreatieschap Stichtse Groenlanden, de taken die RMN thans uitvoert voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en het Routebureau Utrecht, het opheffen van de bedrijfsvoeringorganisatie RMN

Verder wordt voorgesteld om een projectleider in te huren om de uitspraken uit te werken in concrete voorstellen. Voor het opheffen van RMN zal een aparte projectleider geworven worden.

Pagina 2 van 7

Recreatie voor iedereen Als gemeenschappelijk waarden en strategisch kader voor het waarom van de samenwerking bij recreatieve taken zijn de volgende overwegingen door de besturen gedeeld en onderschreven. Recreatie is belangrijk en de afgelopen tijd laat ons dat ook duidelijk zien. Recreatie moet voor iedereen beschikbaar, dichtbij, eigentijds en (vrij) toegankelijk zijn. Kwaliteit en veiligheid zijn daarbij ook belangrijke waarden. Het is daarom ons gezamenlijk streven om verscheidenheid aan recreatieactiviteiten mogelijk te maken. Recreatie is ook overal. We moeten redeneren vanuit gedrag en behoeftes van mensen. De gezamenlijke aandacht betreft de recreatieterreinen, maar ook de fiets- en wandelpaden en routes. Voor recreanten zijn de grenzen tussen gemeentes en terreinbeheerders irrelevant. Recreatie is grenzeloos. Groen, landschap en cultureel erfgoed zijn belangrijke waardes in Utrecht en zijn de dragers voor recreatie in deze regio. Het behartigen van deze waarden is van groot belang gezien de ruimtelijke ontwikkeling van de regio. Er is sprake van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om aan deze waardes te werken op basis van solidariteit. Groen, maar ook de plassen, zijn belangrijk voor de toekomst van de regio. In gezamenlijkheid willen wij invulling geven aan de recreatietaken.

De recreatietaken voor de schappen De structuur van de samenwerking is besproken en heeft geleid tot de volgende overwegingen. De huidige recreatietaken die door RMN worden uitgevoerd voor de schappen zijn in de volgende onderdelen in te delen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Gebieden, onderhoud en beheer (inclusief de exploitatie in sommige gebieden) Wandel- en fietspaden, onderhoud en beheer Toezicht en handhaving Ontwikkeling van nieuwe recreatie Bedrijfsvoering Communicatie

Van deze taken is aangegeven dat de onderdelen 5 en 6 slechts beperkt moeten zijn en alleen ter ondersteuning van de collectieve taken. Bij de communicatie kan aansluiting gezocht worden bij de Destinatie Management Organisaties die actief zijn in het gebied (Visit Utrecht Region en Gooi en Vechtstreek). Onderdeel 4 “ontwikkeling van nieuwe recreatie” vindt niet plaats binnen deze samenwerkingsvorm maar op een hoger niveau met meerdere partijen en in samenhang met andere maatschappelijke discussies voor ruimtegebruik. Voor het Recreatieschap Stichtse Groenlanden betreft dit een onderdeel van het programma ‘Groen Groeit Mee’. Voor het Plassenschap Loosdrecht ligt de ontwikkelopgave bij het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. De ontwikkeling van de ‘eigen gebieden’, zoals het programma ‘Vinkeveense Plassen’, wordt gezien als een uitvoerende taak bij beheer en onderhoud. De bundeling van de taken in de onderdelen 1, 2 en 3

Pagina 3 van 7

Samenwerking concentreert zich daarmee op de onderdelen 1, 2 en 3 (beheer en onderhoud van gebieden, wandel- en fietspaden en op toezicht en handhaving). Hieronder wordt mede begrepen de exploitatie van diverse terreinen en de daarmee verband houdende pacht- en huurovereenkomsten. De hiermee gegenereerde inkomsten komen ten goede aan het beheer en onderhoud van de gebieden. Bij het Plassenschap is onderscheid te maken tussen twee soorten taken, te weten de ‘natte’ taken en de ‘droge’ taken. De ‘natte’ taken zien op de werkzaamheden op en direct rond de Loosdrechtse plassen. De ‘droge’ taken betreffen het Veenweidegebied (voormalige gemeenten Breukelen en Loenen). Nu gekeken wordt naar logische ordening wordt voorgesteld om ook een verkenning uit te voeren naar het scheiden van deze taken en om bij de ‘droge’ taken te onderzoeken of aansluiting bij Stichtse Groenlanden een optie is. Aan de hand van een logische ordening (clusters) van gebieden, wandel- en fietspaden wordt bekeken of samenwerking gezocht kan worden met andere beheerorganisaties, zoals een Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Erfgoed Utrecht. Uitgangspunt hierbij is dat de terreinen, wandel- en fietspaden een volledige recreatieve invulling moeten blijven behouden. Voor toezicht en handhaving moet bekeken worden of aansluiting bij de Regionale UitvoeringsDienst (RUD) een mogelijkheid is.

Voor het Plassenschap is het gewenst dat de coördinatie van deze taken op en rondom de plassen bij de gemeente Wijdemeren komt te liggen. Bij de keuze voor een centrumconstructie ligt volledige aansluiting, dus ook de functies onderbrengen, bij de gemeente voor de hand. Naast de plassen bij het Plassenschap heeft ook Stichtse Groenlanden een plassengebied, te weten de Vinkeveense plassen als programma B, te beheren. Voor beide zogenaamde “natte” taken zou het niet onlogisch zijn deze samen te voegen. Er ligt in de uitvoering van het beheer en onderhoud en toezicht en handhaving een nauwe relatie tussen deze twee “natte” gebieden. Een gezamenlijke uitvoering van taken lijkt voor de hand te liggen. Er ligt wel een verschil van focus tussen de twee natte gebieden, met name de ontwikkelopgave bij de Vinkeveense plassen verschilt van de beheer taak bij het Plassenschap. Nadere verkenning moet uitwijzen of samenwerking meerwaarde heeft en op de korte termijn kan worden verwezenlijkt of pas op een langere termijn. Externe opdrachten Speciale aandacht is nodig voor de twee externe opdrachten die RMN is aangegaan met andere partijen. Dit betreft het beheer, onderhoud toezicht en handhaving voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en de werkzaamheden van het Routebureau Utrecht. Voor beide onderdelen zijn Dienstverleningsovereenkomsten afgesloten.

Voor het Routebureau Utrecht geldt daarnaast dat de medewerkers ondergebracht zijn in de organisatie van RMN. Door beide schappen is aangegeven dat het Routebureau Utrecht behouden moet worden en als geheel elders moet worden ondergebracht. Gelet op de positie van de provincie Utrecht bij de totstandkoming van deze opdrachten is het logisch deze provincie te vragen hier een voortrekkersrol in te willen vervullen.

Pagina 4 van 7

Organisatievormen In de uitkomsten van de dialoogsessies van beide schappen is duidelijk een gezamenlijke lijn te ontdekken. • •

• • •

De wens om collectief samen te werken met de huidige partners. (Solidariteit en financiële ondersteuning door alle partijen) De samenwerking eenvoudig van opzet (zo licht mogelijk). o Geen onnodige complexe discussies over bedrijfsvoering en Planning en Control documenten, zoals een kadernota, etc. o Discussie over de recreatiegebieden en recreatietaken. Samenwerking in een Stuurgroep, met onderliggend wellicht een convenant. (Liever geen Gemeenschappelijke Regeling met veel verplichtingen). Afspraken vastleggen voor meerdere jaren en als zodanig toekomstbestendig van opzet. Vanuit dit gegeven is er geen ruimte, maar ook geen behoefte aan een gezamenlijke bedrijfsvoeringorganisatie.

Voor het Plassenschap is nadrukkelijke gesproken over de samenwerking met een centrumconstructie. De gemeente Wijdemeren heeft zich aangeboden om als opdrachtnemer op te treden. Vanuit die rol willen zij beheer en onderhoud uitvoeren. Toezicht en handhaving zou ook bij de gemeente kunnen worden ondergebracht. De coördinatie van deze taken is daarmee geen punt van discussie meer. Voor Stichtse Groenlanden is er nog geen volledig uitgekristalliseerde optie uitgewerkt. Ook hier ligt er, voor wat betreft beheer en onderhoud van de gebieden en paden, een optie voor een centrumconstructie, waarbij de provincie Utrecht zou willen uitwerken welke mogelijkheden er zijn om dit vanuit de provincie op te pakken. Het zou de mogelijkheid kunnen geven om ook breder te kijken dan alleen naar de gebieden van Stichtse Groenlanden, maar over de gehele provincie heen. Een andere variant is de taken van beheer en onderhoud van gebieden en paden neer te leggen bij niet commerciële terreinbeheerders. Hierbij wordt gedacht aan de samenwerking met Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Landschap Erfgoed Utrecht. Wel vanuit een aansturing op recreatieve doeleinden door een nieuw te vormen collectief, voor wat betreft de recreatieve gebieden en paden. Dit vergt een nadere verkenning vanuit de gebieden en met de genoemde instanties of dit aansluit bij hun doelstellingen en uitvoering.

Voor toezicht en handhaving zou de samenwerking met de RUD nader onderzocht moeten worden. De handhavingstaken van de provincie Utrecht, waaronder de ‘groene BOA’s”, zijn belegd bij de RUD. Voor de recreatieve taken kan hierbij aansluiting gezocht worden.

Positie RMN Aan de hand van de richting die de deelnemers van de schappen willen inslaan wordt ook duidelijk wat de positie van de bedrijfsvoeringorganisatie is. Uit de richtinggevende perspectieven die zijn gedeeld komt naar voren dat voor het voortbestaan van RMN geen draagvlak bestaat. Beide besturen kiezen voor een nieuwe samenwerking, een nieuwe opzet en een andere uitvoering.

Pagina 5 van 7

Een definitieve beslissing om RMN op te heffen en te liquideren kan nu nog niet genomen worden. In de statuten wordt aangegeven dat er daarvoor een liquidatieplan moet worden opgesteld die aan de deelnemers moet worden aangeboden. Het liquidatieplan omvat de verplichtingen van de deelnemers tot deelneming in de financiële consequenties van de opheffing en een regeling met betrekking tot de gevolgen, die de opheffing voor het personeel heeft. Ook in de nieuwe samenwerking blijven veel werkzaamheden die RMN nu verricht bestaan. Het streven is er dan ook op gericht om daar waar het kan het principe “mens volgt werk” te hanteren. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij het opdrachtgeverschap van de nieuwe samenwerking. Om dit vorm te geven moeten de werkzaamheden omgezet worden in dienstverleningsovereenkomsten (DVO). Dit past ook bij de gewenste nieuwe vorm van samenwerking en opdrachtgeverschap om door middel van DVO’s werkzaamheden uit te laten voeren. De wens is om de omzetting naar een nieuwe constructie snel maar ook zorgvuldig vorm te geven. Daarbij is als streefdatum voor liquidatie 1 januari 2022 aangegeven. Dit is ambitieus, maar voor de medewerkers in de organisatie is het van belang onzekerheden zo kort mogelijk te laten duren.

Aandachtspunten bij de uitwerking Bij de uitwerking van het richtinggevend besluit zijn er diverse aandachtspunten. 1. Een samenwerking moet robuust en toekomstbestendig zijn en dus voor een langere periode in stand blijven. De discussie over de samenwerking heeft inmiddels ruim 8 jaar geduurd en de nieuwe keuze nu moet dus duidelijkheid geven. Het beleidsveld recreatie heeft een grote uitdaging en die kan alleen goed worden vorm gegeven wanneer er rust is op de samenwerking en de organisatievorm. 2. De deelnemersbijdrage is bestemd voor de recreatiegebieden en paden en niet voor de (bedrijfsvoering)organisatie die de uitvoering verzorgt. Alleen voor die (bedrijfsvoering)aspecten die voor de uitvoering noodzakelijk zijn. De financiële bijdrage van de provincies Utrecht en Noord-Holland moet zoveel mogelijk gewaarborgd worden. 3. Bij de nadere uitwerking van de samenwerkingsvorm moet duidelijk worden of het eigendom van de gebieden en paden, die nu bij het Plassenschap Loosdrecht en Recreatieschap Stichtse Groenlanden ligt, in gezamenlijkheid kan worden doorgezet of dat ontvlechting van de eigendommen noodzakelijk is. Ontvlechting van eigendommen is moeizaam en kost veel tijd en energie, leert de liquidatie van Recreatieschap Utrechtse Heuvelrug, Vallei en Krommerijn Streek. 4.

Bij de verdere uitwerking moet worden aangegeven of er een noodzaak is voor een verordende bevoegdheid voor de samenwerking of dat dit op individueel niveau onderling voldoende afgestemd kan worden om eenduidigheid op de recreatieterreinen te waarborgen. Dit geldt eveneens voor de nautische bevoegdheden voor de plassengebieden. 5. De uitwerking van de hernieuwde samenwerking vergt een heldere governance, waarin nadrukkelijk aandacht wordt gegeven aan de rollen van opdrachtgever en opdrachtnemer. Hierbij moet ook betrokken worden de democratische legitimiteit van de nieuwe samenwerking en de rol en positie van de gemeenteraden en Provinciale Staten in de samenwerkingsvorm.

Pagina 6 van 7

6. Bij de keuze voor het opheffen van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht moet duidelijk zijn welke kosten gemoeid zijn met de ontvlechting, maar ook met de invlechting van de werkzaamheden in nieuwe vormen, en of deze in verhouding staan met het continueren van de schappen. 7. De gevolgen van de gewijzigde besluiten voor de externe opdrachten die door RMN worden uitgevoerd voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug en het Routebureau Utrecht, alsmede de positie van het Routebureau als organisatorisch onderdeel van RMN. Hiervoor moet een oplossing gevonden worden. Het voortbestaan van het Routebureau staat niet ter discussie en moet in stand blijven.

Pagina 7 van 7

3.1 Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland 1 Dossier 1604 voorblad.pdf

Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer

1604

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

11 februari 2021

Agendapunt

3.1

Omschrijving

Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland

ID

1655

Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder

Wethouder Van Hooijdonk

Beleidsveld

Groen

Referendabel Raadsadviseur (lijst)

Manon Leenders/Wonen, Energie, Groen, Openbare Ruimte/030-2863710

Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Stad en Ruimte

11 februari 2021

Gemeenteraad

18 februari 2021

Voorgesteld besluit

1 Raadsbrief Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland.pdf

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

J.W.J. van Zeijl

Datum

15 december 2020

Doorkiesnummer

030 - 2860262

Kenmerk

7169912

E-mail

j.w.van.zeijl@utrecht.nl

Onderwerp

Transitie recreatieschappen en Recreatie Midden-Nederland

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Groen

Geachte leden van de raad, In de raadsvergadering van 17 september jl. hebben wij toegezegd om u te informeren over de gesprekken die de recreatieschappen De Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht voeren over hun eigen toekomst en daarmee ook over de toekomst van hun uitvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). De dagelijks besturen van de recreatieschappen hebben de betrokken raden en staten op 10 december jl. in een afzonderlijke brief geïnformeerd over de uitkomst van de gevoerde gesprekken. In deze brief lichten wij het proces, de uitkomsten en inzet vanuit Utrechts perspectief toe. Context Eind vorig jaar constateerden RMN en haar eigenaren (Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht) dat de situatie bij RMN ernstig is en dat stevig ingrijpen in de organisatie en in de uitvoering nodig is. In dit voorjaar vroeg RMN aan bureau Berenschot om te adviseren over toekomstperspectieven om deze ernstige situatie bij RMN te verhelpen (zie de brief van RMN aan uw raad van 15 juli 2020). De besturen van het recreatieschap de Stichtse Groenlanden en van het Plassenschap Loosdrecht besloten vervolgens om ook hun eigen toekomst met elkaar te bespreken alvorens een besluit over RMN te nemen. Voor Utrecht is recreëren in de omgeving van de stad belangrijk, omdat de stad weinig landelijk gebied binnen haar gemeentegrenzen heeft. Op 15 september jl.

stuurden wij u een brief over de “Transitie recreatieschappen en RMN" met een uitgebreide beschrijving van onze randvoorwaarden voor samenwerking en recreatie. Uw raad gaf in de raadsvergadering van 17 september jl. aan de nadruk te willen leggen op het gratis toegankelijk zijn van recreatieterreinen en op een efficiëntere uitvoering van de recreatietaken. Stand van zaken Dit najaar voerden de dagelijkse besturen van beide recreatieschappen twee zogenaamde dialoogsessies over de toekomst van hun samenwerking. De uitkomsten van de dialoogsessies zijn

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

15 december 2020 7169912

verwerkt in de notitie ‘Toekomstige samenwerking Recreatieschappen’ zoals op 10 december jl. aan de staten en raden is gestuurd.. Wij zetten de essenties uit de notitie voor u hieronder op een rij. In de eerste dialoogsessies benoemden de DB’s: 1. De motieven voor hun samenwerking: regionale solidariteit, efficiëntie door schaalvoordeel, risico delen over meerdere deelnemers. 2. De voorwaarden om met elkaar recreatiegebieden te beheren en te onderhouden, zoals: vanuit gebruikers denken bij het invullen van een gevarieerd aanbod, toegankelijkheid behouden voor iedereen, exploitatie van gebieden binnen grenzen optimaliseren, natuur zo mogelijk combineren met recreatie. 3. Hun nadrukkelijke wens voor de toekomst om de organisatiestructuur van de recreatieschappen en RMN ingrijpend te vereenvoudigen. De tweede dialoogsessie is georganiseerd rond de drie vragen die wij (zie ook raadsbrief "Transitie recreatieschappen en RMN") aandroegen voor de discussie: “Welke taken kunnen we beter collectief dan individueel als gemeente doen? Is er voor de uitvoering van collectieve taken een uitvoeringsorganisatie nodig of is zelf uitvoeren of uitbesteden van de collectieve taak een optie? Welke bestuurlijke sturing past het beste bij de collectief uit te voeren beheertaken?”. In de tweede dialoogsessies spraken de DB’s zich uit: 1.

Voor belangrijke taken en gebieden willen zij met elkaar willen blijven samenwerken, in de vorm van een opdrachtgevend collectief of collectieven. 2. De samenwerking kan in de vorm van één of meerdere stuurgroep(en) worden georganiseerd, met wellicht een onderliggend convenant. Een belangrijke voorwaarde voor een dergelijke samenwerking is het borgen van ‘regionale solidariteit’. Een voorbeeld van een lichtere organisatievorm is de bestuursovereenkomst voor het beheer van de Rods-gebieden (‘Recreatie om de stad’). Deze uitspraak impliceert de ontmanteling van één of beide gemeenschappelijke regelingen en het opbouwen van nieuwe collectieven. 3. Voor de uitvoering van de recreatietaken voor het Plassenschap is een centrumconstructie met de gemeente Wijdemeren denkbaar. Voor Stichtse Groenlanden kunnen beheer- en onderhoudstaken ofwel worden neergelegd bij een centrumconstructie met de provincie Utrecht ofwel bij niet-commerciële terreinbeheerders zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten of Stichting Erfgoed Utrecht. Voor ‘toezicht en handhaving’ kan de samenwerking met de Regionale Uitvoerings Dienst worden onderzocht. De taak ‘communicatie’ kan wellicht samen met Destinatie Management Organisaties (Visit Utrecht Region en Gooi en Vechtstreek).worden opgepakt.

De DB’s kiezen voor een koers met een nieuwe samenwerking, een vereenvoudigde opzet en een uitvoering door andere organisaties. De dagelijkse besturen van de recreatieschappen willen een nieuwe richting inslaan waarbij voor het voortbestaan van RMN als uitvoeringsorganisatie onvoldoende perspectief en draagvlak bestaat. Utrechts perspectief De richtinggevende uitspraken van de DB’s van de recreatieschappen sluiten goed aan op de gewenste inzet en randvoorwaarden die met uw raad zijn besproken. Bij een nadere uitwerking door de recreatieschappen van de richtinggevende uitspraken, hechten we aan het uitlijnen en actualiseren van de historisch gegroeide taken. Het tot stand komen van logische clusters van gebieden en taken is essentieel om eenduidige opdrachten te formuleren en om concreet overleg met potentiele opdrachtnemers te kunnen voeren. Deze uitwerking biedt Utrecht ook de mogelijkheid om de

2/3

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

15 december 2020 7169912

gemeentelijke recreatiegebieden bij deze clustervorming te betrekken. De recreatiegebieden in Utrecht zijn namelijk net als de gebieden van de recreatieschappen historisch ontstaan, met onderlinge verschillen in eigen of externe uitvoering, ligging op of buiten eigen grondgebied en wel of niet in eigendom van de gemeente. In ieder geval moet Utrecht zich buigen over een nieuwe contractnemer (nu: RMN) voor het zwemgedeelte van de Haarrijnse Plas. Een nieuwe, logische organisatie van recreatie biedt de gemeente Utrecht meer ruimte en flexibiliteit om hedendaagse coalities te vormen. Wij denken daarbij verder dan de discussie in de schappen over bestaande taken en gebieden; wat ons betreft gaat het ook om de ontwikkeling van nieuwe (recreatie)gebieden, routes en paden. De nieuwe koers voor recreatie kan ook de aanzet zijn tot een grotere betrokkenheid én verantwoordelijkheid van de provincie Utrecht bij de landschappen rondom Utrecht. Dit sluit goed aan bij onze inzet bij de ontwikkeling van de Pijler ‘Groen en Landschap’ die in het kader van het REP wordt opgesteld. De visie pleit immers voor een meer integrale benadering en programmering van de opgaven voor groen, landschap, landbouw, natuur én recreatie Vervolgstappen De besturen van de schappen vatten de uitkomsten van beide dialoogsessies samen in de Notitie Toekomstige samenwerking Recreatieschappen.

Zij willen de raden en staten eerder dan de formele besluitvorming betrekken en kozen ervoor om u alvast een reactie te vragen op hun notitie met richtinggevende besluiten over de toekomst van de schappen. De DB’s van de schappen willen meer inzicht krijgen in de gevolgen van hun richtinggevende uitspraken op de bestaande gemeenschappelijke regelingen. Zij laten ook de haalbaarheid van mogelijke, lichtere organisatievormen verkennen op aspecten als de eigendommen van de recreatieschappen, de verrekening van BTW en vanzelfsprekend op het borgen van de regionale solidariteit. Op aangeven van Utrecht stellen zij logische bundels van gebieden en taken samen en overleggen zij met mogelijke opdrachtnemers. Tenslotte zetten zij de voorbereiding van de ontmanteling van de uitvoeringsorganisatie RMN in gang door het opstellen van een zogenaamd liquidatieplan. Dit plan is ook nodig om zorgvuldig om te gaan met de belangen van de medewerkers en van de eigenaren. Vanzelfsprekend houden wij ook in deze uitwerkingsfase vast aan de inzet zoals besproken in de raadsvergadering van 17 september jl.. De planning van de schappen is om in het voorjaar van 2021 een besluit over de toekomst van RMN en de recreatieschappen voor te bereiden.

De voorziene besluiten van de algemene besturen van de recreatieschappen worden vanzelfsprekend voorgelegd aan de raden en staten, naar verwachting uiterlijk het derde kwartaal van 2021. Wij zullen de gevraagde reactie op de richtinggevende uitspraken van de recreatieschappen opstellen en in januari aan uw raad voorleggen.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/3

4.1 Raadsbrief Quickscan verstedelijking Rijnenburg 1 Dossier 1559 voorblad.pdf

Commissie Stad en Ruimte Dossiernummer

1559

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

11 februari 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=c15f78f8-12eb-48d8-a6d0-2cf9612217c9