CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 23 november 2023, gemeente Utrecht27.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Redenen voor niet-gebruik regelingen lopen sterk uiteen

Regeling

Vaak gehoorde algemene reden(en) niet-gebruik

Vaak gehoorde specifieke reden(en) niet-gebruik

U-pas

Niet willen

Onduidelijk aanbod: wat heb ik eraan? Aanbod sluit niet aan op behoeften. Budget te beperkt.

U-polis

Niet bekend

Onduidelijk aanbod: is het beter dan mijn huidige (goedkopere) polis?

61 Gemeente Utrecht (2023). Interviews gemeente. 62 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 63 Gemeente Utrecht (2022). Communicatiestrategie Missieteam Rondkomen, Meedoen, Schuldenvrij

en Communicatieplan Rondkomen, Meedoen, Schuldenvrij. 64 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 65 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente. 66 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente; Interviews samenwerkingspartners.

47

Individuele

Niet bekend

-

Bijzondere Bijstand

Complexe aanvraag

-

Kwijtschelding

Niet bekend

-

Regeling tegemoetkoming

Niet bekend, weet niet hoe

Onduidelijk aanbod: heb ik hier recht

zorgkosten

aan te vragen

op en wanneer?

inkomenstoeslag (IIT)

gemeentebelasting

Bron: Rekenkamer Utrecht (2023) o.b.v. interviews doelgroep

Binnen de doelgroep is met name behoefte aan betere informatievoorziening over de verschillende armoederegelingen. Welke regelingen zijn er überhaupt? Onze respondenten zijn het vaakst onbekend met de regeling tegemoetkoming zorgkosten (33%) en de U-polis (29%). Er leven ook vragen rond het gebruik van de regelingen. Bijvoorbeeld over de bestedingsmogelijkheden van de U-pas of de situaties waarin het zinvol is om bijzondere bijstand aan te vragen. Eén respondent vertelt over haar U-polis: “Ik heb de aanvullende verzekering, die is prettig. Maar ik krijg weinig informatie over welke behandelingen wel en niet worden vergoed. Ik durf niet meer naar de tandarts te gaan uit angst voor een onverwachts hoge rekening.”67 Er is behoefte aan simpele, eenduidige, laagdrempelige en volledige informatie over het aanbod, hoe regelingen kunnen worden aangevraagd en hoe gebruik daarvan inwoners kan helpen bij het rondkomen en meedoen. Breed scala aan mogelijkheden om het bereik te vergroten Gemeente, samenwerkingspartners en inwoners zijn het erover eens dat het bereik van de armoederegelingen beter kan en beter moet. Zij zien dit als blijvend aandachtspunt voor de komende jaren.68 De belangrijkste mogelijkheden die hierbij in de gesprekken benoemd worden, zijn: ▪ Schaamte wegnemen: verschillende geïnterviewden69 zien dat armoede voor een deel nog taboe wordt gevonden.

Met name ook voor nieuwe doelgroepen is het van belang om schaamte weg te nemen en aan hen duidelijk te maken dat zij recht op ondersteuning hebben in hun situatie. De huidige campagne “Weet waar je recht op hebt” sluit hierop aan. ▪ Toegang verbeteren70: de toegang is met De Geldzaak, het sleutelpersonennetwerk en andere partners de afgelopen jaren fijnmaziger geworden. De meningen zijn erover verdeeld of de toegang beter wordt door verdere verbreding of juist door concentratie. Ook de ervaringen in de praktijk zijn op dit punt niet eenduidig.

67 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview inwoner. 68 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente; Interviews samenwerkingspartners. 69 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 70 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente; Interviews samenwerkingspartners.

48

▪

▪

▪

▪

▪

Bekendheid71: de bekendheid van de verschillende regelingen blijkt in de praktijk wisselend. Met name bij de regelingen op het gebied van zorgkosten speelt dit nog een grote rol. Omdat hiermee het risico op zorgmijding vergroot wordt, is het vergroten van de bekendheid nodig. En ook hier verdienen nieuwe doelgroepen specifieke aandacht, mede gezien het feit dat de regeling tegemoetkoming zorgkosten oorspronkelijk juist voor de middeninkomens bedoeld was. Vereenvoudigen72: het gaat hierbij zowel om het aanvraagproces als om de voorwaarden van de regelingen. Met name de aanvraag van de Bijzondere Bijstand wordt vaak als complex en veelomvattend benoemd. Overzicht73: in de huidige situatie zijn regelingen versnipperd en heeft de doelgroep vaak ondersteuning nodig van professionals om de regelingen te herkennen en aan te vragen. En ook de administratie vraagt veel van inwoners. De gemeente Utrecht wil met het Virtueel Inkomensloket inzetten op het aanpakken van dit knelpunt, maar dit systeem is nog in ontwikkeling. De implementatie laat lang op zich wachten. Dienstverlening74: in de dienstverlening voor de doelgroep zijn met name de aspecten cultuur-sensitief en stress-sensitief werken benoemd. Laatstgenoemde heeft binnen de gemeentelijke organisatie aandacht gekregen in trainingen van de medewerkers.

Dienstverlening vanuit vertrouwen en cultuursensitief werken zijn volgens de samenwerkingspartners vooral nodig om het vertrouwen van de doelgroep in de overheid te vergroten. Aanpak75: het vergroten van het bereik van de regelingen via het netwerk van samenwerkingspartners is volgens betrokkenen goed, maar kan ook verder worden verbeterd door onderlinge afstemming. Tegelijkertijd is er behoefte om meer outreachend te gaan werken en de doelgroep – gebiedsgericht, huis-aan-huis – op te gaan zoeken. De daarvoor benodigde informatie is aanwezig, maar mag vanwege privacywetgeving niet worden gebruikt.

Daarnaast wordt in algemene zin nog opgemerkt dat de gemeente lessen kan trekken uit recente ervaringen met incidentele, deels landelijke regelingen. Zo kenden de lokale SintMaartenkledingpas en de landelijke energietoeslag beide een groot bereik. Bij de witgoedregeling76 waren de ervaringen minder positief. Zowel de positieve als minder positieve ervaringen kunnen gebruikt worden om het bereik verder te verbeteren. In paragraaf 4.2.1 gaan we hier verder op in.

71 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente; Interviews samenwerkingspartners. 72 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente; Interviews samenwerkingspartners. 73 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 74 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 75 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente; Interviews samenwerkingspartners. 76 Zie Schaf een energiezuinige koelkast aan met korting : Nieuws (u-pas.nl).

49

Voedselbank Lombok 50

4

UITVOERING EN EFFECTEN

In dit hoofdstuk beoordelen we de mate waarin de uitvoering van de Utrechtse armoedeaanpak aansluit bij de behoeften in de stad. Daarnaast beoordelen we de effectiviteit van de armoedeaanpak. Hiermee beantwoorden we de vierde en vijfde onderzoeksvraag. In paragraaf 4.1 geven we de belangrijkste bevindingen weer. Deze bevindingen lichten we toe in paragraaf 4.2. De uitvoering, afgezet tegen de bijbehorende normen, leidt in figuur 4.1 tot onze bevindingen Hierin leggen we ook direct de relatie tussen de onderzoeksvraag, de norm(en) en de bijbehorende criteria. Figuur 4.1

Normen, criteria en beoordeling “Uitvoering en effecten”

51

4.1

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN 1. De uitvoering van de armoedeaanpak is in hoofdzaak belegd bij de afdeling Werk en Inkomen. Vanwege het brede karakter van de thematiek is samenwerking met andere afdelingen noodzakelijk, maar we zien dat dit geen vanzelfsprekendheid is. Daarnaast is er in de stad een groot aantal partijen actief waar de gemeente in meer of mindere mate mee samenwerkt. In het versterken van het netwerk, de gezamenlijke inzet en de samenwerking tussen partijen in het netwerk is volgens onze respondenten nog veel winst te behalen. Ook ontbreekt regie op subsidieverstrekking. Daarnaast sluit de armoedeaanpak onvoldoende aan op de behoeften van de doelgroep. 2. Het effect van de Utrechtse armoedeaanpak is moeilijk te isoleren. Dat komt ten eerste door de grote invloed van de coronacrisis en de koopkracht- en energiecrisis op de ontwikkeling van de doelgroep. Daarnaast is de gemeentelijke aanpak niet los te beoordelen van de inspanningen van de rijksoverheid en de samenwerkingspartners in de stad. Toch zien we dat de gemeentelijke doelstelling op meedoen verder uit zicht raakt. Wel zijn samenwerkingspartners positief over de gemeentelijke aanpak. De armoederegelingen helpen Utrechters bij rondkomen en meedoen. Maar doordat deze regelingen niet volledig aansluiten op de behoeften van de doelgroep is het effect niet optimaal.

4.2

TOELICHTING OP DE BEVINDINGEN

Om de aanpak doelmatig en doeltreffend uit te voeren moet intern (binnen de gemeente) en extern (tussen gemeente en samenwerkingspartners) goed worden samengewerkt. Ook moet de aanpak op papier aansluiten op de behoeften van de doelgroep in de praktijk. Daarnaast moet de armoedeaanpak ervoor zorgen dat de doelgroep beter kan rondkomen en meedoen. 4.2.1 INTEGRALE SAMENWERKING NA AFLOPEN ACTIEAGENDA AFGESCHAALD De uitvoering van de armoedeaanpak is in hoofdzaak belegd bij de afdeling Werk en Inkomen. Vanwege het brede karakter van de thematiek is samenwerking met andere afdelingen noodzakelijk, maar we zien dat dit geen vanzelfsprekendheid is De uitvoering van de armoedeaanpak is hoofdzakelijk belegd bij de afdeling Werk en Inkomen (WenI). Maar armoede is meer dan alleen het hebben van een laag inkomen; er is vaak sprake van multi-problematiek (zie ook paragraaf 2.2.2). Om effectief te zijn is het dus belangrijk dat de relevante organisatieonderdelen binnen de gemeente samenwerken op de armoedeaanpak. Wij constateren dat die integrale samenwerking na het aflopen van de actieagenda is afgeschaald. 52

Bij de ontwikkeling van de actieagenda Utrechters Schuldenvrij in 2018 werd binnen de gemeente onderkend dat de armoedeaanpak een gezamenlijk opgave is. Het ontwikkelen van de actieagenda gebeurde dan ook in samenwerking tussen verschillende organisatieonderdelen. Dat is als positief ervaren.77 Na vaststelling van de actieagenda werd een integraal team opgericht met deelnemers uit verschillende organisatieonderdelen (WenI, MO, Volksgezondheid en Communicatie) om structureel en integraal aan de opgave te (blijven) werken. Het betrekken van Onderwijs is minder goed gelukt, ondanks dat zij een belangrijke signalerende rol heeft in armoedebestrijding.78 De samenwerking binnen het team over de afgelopen jaren wordt als prettig en effectief beoordeeld.79 De vaste overlegstructuren worden daarvoor als belangrijke verklaring genoemd.80 Nadat de actieagenda eind 2022 was verlopen, stopte ook het integraal team dat uitvoering gaf aan de acties van de agenda. Waar gezamenlijk en structureel overleg tussen organisatieonderdelen voorheen een vanzelfsprekendheid was, moesten betrokken medewerkers elkaar in 2023 zelf weer actief opzoeken. Door de hoge werkdruk en het wegvallen van de gezamenlijke opgave (met een gezamenlijk budget) ervaart men minder snel een prikkel om dat te doen.81 De actieagenda heeft er niet toe geleid dat samenwerken als een vanzelfsprekendheid werd gezien.

Het integrale team wordt gemist, en geïnterviewden hopen dat aan de nieuwe armoedeaanpak in een soortgelijk team kan worden gewerkt. Binnen de gemeente geeft men aan dat in de samenwerking tussen WenI en MO nog altijd ruimte voor verbetering zit, vooral daar waar werk en zorg naadloos met elkaar verbonden zijn. Zo moet uiteindelijk de integrale dienstverlening aan de inwoner worden verbeterd.82 De gemeente geeft in haar ambtelijke reactie aan dat zij 2023 als overgangsjaar zien. Er zijn voor 2023 crisismaatregelen getroffen en er wordt gewerkt aan de nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid. Hierbinnen krijgt ook de interne samenwerking weer vorm door het instellen van werkgroepen waarin verschillende afdelingen zijn vertegenwoordigd. Samenwerkingspartners van de gemeente merken dat beleidsafdelingen weinig meer met elkaar om tafel zitten.83 Dat maakt het schakelen met de gemeente lastig. Er wordt intern vooral naar elkaar gewezen als een initiatief niet bij één afdeling thuishoort.84 Het gebrek aan integraliteit leidt er soms toe dat goed bedoelde maatregelen niet aansluiten bij de wensen van de doelgroep in de praktijk.85 Zo kunnen U-pashouders vanaf februari 2023 met een kapotte koelkast een energiezuinige koelkast aanschaffen met € 260 korting. In de praktijk blijkt dat met dat bedrag alleen een kleine koelkast kan worden gekocht. Voor grotere 77 Rekenkamer Utrecht (2023).

Interview gemeente. 78 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 79 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 80 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 81 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 82 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 83 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 84 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 85 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners.

53

gezinnen die op bijstandsniveau leven is dat ontoereikend.86 Samenwerkingspartners zijn ervan overtuigd dat deze witgoedregeling beter aan had kunnen sluiten op de behoeften van de doelgroep en daarmee effectiever had geweest wanneer intern betere afstemming had plaatsgevonden tussen Ruimte en WenI en extern tussen gemeente en samenwerkingspartners.87 Om armoede effectief aan te kunnen pakken moet over afdelingsgrenzen worden heen gekeken.88 De opgave moet volgens samenwerkingspartners daarom intern worden verbreed: alle beleidsafdelingen die op armoede actief zijn moeten met elkaar worden verbonden rondom de opgave.89 Samenwerking met partners verloopt goed, maar in het versterken van het netwerk, de gezamenlijke inzet en de samenwerking tussen partijen in het netwerk valt nog winst te behalen. Ook ontbreekt regie op subsidieverstrekking Samenwerkingspartners in de stad zijn voor de gemeente essentieel om armoede aan te pakken. Ze weten vaak wat er speelt in de stad en wat de behoeften van de doelgroep zijn. Veel samenwerkingspartners hebben een ingang bij de doelgroep en hebben een signalerende functie richting de gemeente. Het is dus belangrijk dat de samenwerking tussen de gemeente en haar partners goed verloopt. Samenwerkingspartners zijn overwegend positief over deze samenwerking. Contact met de gemeente is laagdrempelig.

De ambtelijke organisatie is betrokken en staat open voor feedback. Een geïnterviewde vertelt: “Ook naar negatieve geluiden wordt geluisterd. Er is ruimte voor vertrouwen.”90 Maar het is voor samenwerkingspartners niet altijd duidelijk wie binnen de gemeente met de gegeven input of feedback aan de slag gaat.91 Zij missen daarnaast een proactieve samenwerking tussen partijen in de stad.92 Met een meer effectieve samenwerking onderling kan beter van elkaar worden geleerd door knelpunten te bespreken en op te lossen en kunnen uitdagingen gezamenlijk worden aangepakt. Cliënten kunnen dan ook gemakkelijker worden doorverwezen tussen partijen, waardoor zij sneller passende ondersteuning krijgen. Sommige samenwerkingspartners ervaren hierop nog te weinig regie van de gemeente.93 Zij verwachten een faciliterende en ook een meer sturende rol van de gemeente op de samenwerking tussen partijen in het netwerk. De gemeente Utrecht kan duidelijker aangeven welke partner voor een onderdeel van de aanpak de eerstaangewezen partij is, gebaseerd op de meeste impact die hun dienstverlening heeft.

86 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 87 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 88 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 89 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 90 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 91 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner 92 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 93 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners.

54

Sommige samenwerkingspartners missen ook regie op de subsidieverstrekking.94 Met de meeste samenwerkingspartners gaat de gemeente een tijdelijke subsidierelatie aan. Veel geïnterviewden geven aan op zoek te zijn naar duurzame financiering om hun activiteiten langdurig te kunnen voortzetten.95 Het is voor hen vaak niet altijd duidelijk waar men binnen de gemeente terecht kan voor subsidie. Gemeentelijke subsidies worden namelijk vanuit verschillende organisatieonderdelen (en verschillende afdelingen daarbinnen) verstrekt. Subsidieaanvragers worden ook regelmatig tussen afdelingen doorverwezen.96 En de verhoudingen voelen soms scheef, waarbij de ene partij meer subsidie krijgt dan een andere partij terwijl dezelfde subdoelgroep wordt bediend of van elkaar niet duidelijk is wat de inzet oplevert.97 Binnen WenI hanteert men beleidsregels waar een subsidieaanvraag aan wordt getoetst. Maar vanwege het brede karakter van de thematiek worden lang niet alle partners / initiatieven uit middelen van WenI gefinancierd. Geïnterviewden binnen de gemeentelijke organisatie geven zelf ook aan zoekende te zijn in subsidieverstrekking: “Het aantal initiatieven groeit, maar het geld is beperkt.

Dat knelt.”98 Aanpak sluit soms nog onvoldoende aan op behoeften doelgroep Het totaalpakket aan structurele armoederegelingen moet brede ondersteuning bieden bij het rondkomen en meedoen aan de maatschappij. Die ondersteuning is het meest effectief wanneer deze aansluit op de behoeften die de doelgroep heeft. De gemeente Utrecht is regelmatig in gesprek met de Armoedecoalitie, het sleutelpersonennetwerk99 en andere partners in de stad om die behoeften te bepalen. Ook de klanttevredenheidsonderzoeken van de U-pas worden daarvoor gebruikt.100 Aan de hand van de MERs wordt duidelijk welke huishoudens moeite hebben met rondkomen en meedoen. Op basis daarvan worden armoederegelingen ontwikkeld voor en toegespitst op de huishoudens die op dat moment het meest hulpbehoevend zijn.101 Bij de ontwikkeling van de nieuwe armoedeaanpak organiseert de gemeente een aantal sessies om van inwoners te horen welke ondersteuning zij (nog) missen.102 Desondanks zien samenwerkingspartners, professionals en de Utrechters met een laag inkomen die wij hebben geïnterviewd dat er soms nog onvoldoende aansluiting is tussen de aanpak op papier en de behoeften in de praktijk. Dat geldt bijvoorbeeld voor de U-pas: “Het tegoed op de U-pas is ontoereikend om het hele jaar van te kunnen sporten.”103 Met name op de armoederegelingen is een verbeterslag te maken (zie paragraaf 3.2.3). Daarnaast

94 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 95 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 96 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 97 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 98 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente. 99 Deze organisatie probeert ervoor te zorgen de verschillende groepen Utrechters toegankelijke en

juiste informatie krijgen over de voor hen belangrijke zaken, waaronder de armoederegelingen. 100 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente. 101 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente. 102 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 103 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview inwoner.

55

moet beter worden nagedacht over wat het effect van een regeling is op de gebruiker, en of dat het gewenste effect is.104 Het aanbieden van gemeentelijke ondersteuning op één fysieke locatie kan het voor inwoners laagdrempeliger maken om hulp te zoeken.105 Ook een meer menselijke benadering waarbij aandacht is voor de persoonlijke situatie van de hulpvrager kan daarbij helpen.106 Het is belangrijk dat er een vertrouwensband ontstaat tussen de hulpvrager (inwoner) en de hulpbieder (gemeente).107 Partners merken bij veel inwoners de behoefte om uit de (langdurige) armoede te komen. Om daarbij te ondersteunen moet de gemeente meer toekomstperspectief bieden: betere begeleiding van inwoners om op een duurzame wijze vanuit een uitkering aan het werk te gaan of te participeren in de samenleving.108 4.2.2

EFFECTIVITEIT ARMOEDEAANPAK NIET EENDUIDIG VAST TE STELLEN

Effect armoedeaanpak moeilijk te isoleren Wij constateren dat het effect van de armoedeaanpak op het ondersteunen van Utrechters in (dreigende) armoede moeilijk is te isoleren. De mate van effectiviteit is daarom moeilijk vast te stellen. Dat komt ten eerste door de coronacrisis en de koopkracht- en energiecrisis, waardoor steeds meer Utrechters moeite hebben gekregen met rondkomen en meedoen. Het gaat hier om externe factoren, die buiten de gemeentelijke invloedssfeer liggen, maar die een grote impact hebben gehad op de ontwikkeling van de doelgroep. Ten tweede kan de gemeente maar beperkt invloed uitoefenen met haar armoedeaanpak. Op rondkomen is ze grotendeels afhankelijk van de rijksoverheid, aan wie het voeren van inkomenspolitiek is voorbehouden. En om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat inwoners een huur betalen die passend is bij het inkomen (en daardoor meer geld overhouden om rond te komen) is de gemeente afhankelijk van verhurende partijen. De gemeente gaat subsidierelaties aan met tal van partners in de stad om Utrechters te ondersteunen en om meer doelgroepen te bereiken. De inzet van de gemeente – en het effect daarvan – is daardoor niet los te zien van de inspanningen (en resultaten) van de rijksoverheid, verhuurders, samenwerkingspartners en andere partijen in de stad.

Tot slot wordt uit de eindrapportage van de actieagenda niet duidelijk in hoeverre de gemeentelijke inzet sinds 2019 heeft bijgedragen aan rondkomen of meedoen.109 In de rapportage is voornamelijk aandacht voor de effecten van de schuldenaanpak. Effectiviteit van de armoederegelingen blijft onbesproken. Door de eerdergenoemde crises zien 104 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 105 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 106 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 107 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 108 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 109 Gemeente Utrecht (2023). Actieagenda Utrechters Schuldenvrij Eindrapportage 2019-2022.

56

ambtenaren dat de inkomensbasis van de doelgroep onvoldoende is om van rond te kunnen komen. De gemeente is daardoor vooral bezig te voorkomen dat deze inwoners door het ijs zakken door extra in te zetten op maatregelen die helpen bij rondkomen en het voorzien in de basisbehoeften. Doordat de invloed van de gemeente op rondkomen gelimiteerd is “(…) blijft onze inzet voornamelijk beperkt tot pleisters plakken. En dat is soms frustrerend.”110 Dit wordt ook herkend door de partners in de stad.111 Bij een goede inkomensbasis kan de gemeente vooral toezien op het stimuleren van meedoen: “Daar zijn wij als gemeente het best op toegerust. Dat is de situatie waar ik idealiter naar terug zou willen.”112 Doelstelling op meedoen raakt verder uit zicht Naast dat het effect van de gemeentelijke aanpak moeilijk te isoleren is zien we een aantal negatieve trends. Zo is het gebruik van de armoederegelingen sinds 2018 niet substantieel toegenomen (zie paragraaf 3.2.3). Daarnaast blijkt uit de effectdoelstelling113 die de gemeente hanteert op meedoen dat steeds meer Utrechters – die slecht kunnen leven van hun inkomen – moeite hebben met meedoen. De data zijn afkomstig uit de Utrecht Monitor en over de effectdoelstelling wordt in de Jaarstukken gerapporteerd.

In 2017 ervaarde 56% van alle Utrechters die slecht kunnen leven van hun inkomen weinig tot geen problemen met meedoen.114 In 2021 (de laatste gegevens) was dat 50%, een ongunstige daling, en bovendien 15 procentpunten lager dan de vooraf vastgestelde doelstelling voor dat jaar (65%). De gemeente geeft daarvoor als belangrijkste verklaring dat “(…) door de toenemende inflatie en de stijgende lasten die daarmee gepaard gaan inwoners in toenemende mate minder goed kunnen rondkomen.”115 Maar deze verklaring staat los van de ontwikkeling die zichtbaar is op meedoen, en ook al voor de koopkrachtcrisis was dit percentage dalende.116 Tegelijkertijd werd in deze periode de doelstelling verschillende keren verhoogd. Ook professionals en samenwerkingspartners van de gemeente zien dat Utrechters met een laag inkomen onvoldoende rondkomen en kunnen meedoen. Zij denken dat het wegvallen van de incidentele landelijke en lokale ondersteuningsmaatregelen (zoals de energietoeslag) dat zal verergeren. Professionals zien voornamelijk dat de inkomensbasis van veel Utrechters – zowel inkomen uit werk als de uitkering – tegenwoordig te laag is om van rond te kunnen komen.117 Zij hebben daardoor moeite met het betalen van de energierekening

110 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 111 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview samenwerkingspartner. 112 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 113 De effectdoelstelling luidt: “Van alle Utrechters die aangeven slecht te kunnen leven van hun

inkomen stijgt het percentage dat ‘weinig tot geen problemen ervaart met meedoen’.” 114 Gemeente Utrecht (2018). Jaarstukken 2017, p. 133. 115 Gemeente Utrecht (2022). Jaarstukken 2021, p. 188. 116 Van 56% in 2017 naar 54% in 2019. Zie: Gemeente Utrecht (2018). Jaarstukken 2017, p. 133. En: Gemeente Utrecht (2020). Jaarstukken 2019, p. 160. 117 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. En Armoedecoalitie (2023). Uitkomsten mini-enquête bestaanszekerheid Utrecht.

57

(ondanks de bestaande compensatieregelingen), zorgkosten en boodschappen.118 De voedselbanken die wij hebben bezocht geven aan dat hun klantbestand het afgelopen jaar flink is gegroeid. In sommige gevallen moeten producten worden bijgekocht om aan de vraag te kunnen voldoen.119 Kanttekening bij deze ontwikkelingen is wel dat de gemeente weinig invloed heeft op de inkomensbasis van haar inwoners. Ook voor de lage middeninkomens wordt rondkomen en meedoen lastiger. Zij verdienen vaak net meer dan 125% van het WSM en maken daardoor geen aanspraak op de meeste lokale regelingen. Dat terwijl hun besteedbaar inkomen vaak gelijk is aan of (mede door gebrek aan recht op regelingen) zelfs lager is dan het inkomen van mensen tot 125% WSM. Zo vertelt één inwoner: “Ons inkomen zou te hoog zijn om ondersteuning van de gemeente nodig te hebben, maar toch zijn we iedere week afhankelijk van de Voedselbank.”120 Ook Utrechters met te veel spaargeld komen voor de meeste regelingen niet in aanmerking: “Toen ik twee jaar geleden aan de bel trok omdat ik niet meer rond kon komen bleek ik te vermogend te zijn om aanspraak te maken op gemeentelijke ondersteuning. Ik heb dus eerst mijn spaargeld op moeten maken voordat ik werd geholpen.”121 Er komen dus nieuwe doelgroepen bij. Die zijn nog beperkt in beeld en worden minder goed door de gemeente bereikt.

De gemeente en de samenwerkingspartners blijken zich daarvan ook bewust.122 Partners positief over aanpak, armoederegelingen helpen gebruikers bij rondkomen en meedoen Er zijn signalen dat de gemeentelijke inzet een positieve bijdrage levert op rondkomen en meedoen. Zo blijkt uit de MER 2023 dat alle huishoudtypen in Utrecht kunnen rondkomen, mits zij gebruik maken van alle landelijke en lokale armoederegelingen. Dat was in eerdere MERs nog niet het geval. Daarnaast oordelen samenwerkingspartners positief over de gemeentelijke inzet. Zij zien over het algemeen een proactieve, betrokken en verbindende gemeente die doorlopend invloed naar zich toetrekt.123 Dat geldt voornamelijk voor de inzet op rondkomen, waarbij de gemeente de grenzen van het wettelijk toelaatbare opzoekt om het inkomen van haar inwoners te verruimen. Zo wordt de vermogensgrens voor het kwijtschelden van de gemeentebelasting door het Rijk bepaald. Zij heeft gemeenten nieuwe ruimte geboden om de vermogensgrens te verhogen. De Utrechtse gemeenteraad heeft ervoor gekozen om die ruimte maximaal te benutten. In 2023 mogen Utrechters daardoor meer spaargeld124 hebben om in aanmerking te (blijven) komen voor kwijtschelding van de gemeentebelastingen.

118 Armoedecoalitie (2023). Uitkomsten mini-enquête bestaanszekerheid Utrecht. 119 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 120 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview inwoner. 121 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview inwoner. 122 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente; Interviews samenwerkingspartners. 123 Gemeente Utrecht (2023). Interviews samenwerkingspartners. 124 Het gaat om ongeveer € 4.350 voor echtparen, ongeveer € 3.950 voor alleenstaande ouders en

ongeveer € 3.275 voor alleenstaanden.

58

Daarnaast kent de gemeente sinds ongeveer een jaar de individuele inkomenstoeslag (IIT) zelf toe aan Utrechters die daar recht op hebben.125 Het bedrag wordt daardoor automatisch overgemaakt, ondanks dat daar wettelijk gezien eerst toestemming van de ontvanger voor nodig is. Tot slot voert de gemeente sinds 2017 een lobby richting het Rijk om onder andere de inkomensbasis te verhogen.126 In 2023 heeft het Rijk een aantal (structurele) maatregelen genomen om die basis te verhogen, waaronder een stijging van het minimumloon (waar ook de uitkeringen aan zijn gekoppeld).127 Maar ook de extra maatregelen die de gemeente heeft genomen om de koopkrachtcrisis te bestrijden worden gewaardeerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om het verstrekken van de Sint-Maartenkledingpas en het oprekken van de inkomensgrens bij de energietoeslag tot 150% WSM. Partners onderschrijven ook de keuzes die de gemeente maakt binnen de aanpak. Ambtenaren geven aan dat de effectiviteit van de aanpak weliswaar moeilijk is vast te stellen, maar dat zij wel het gevoel hebben dat zonder de gemeentelijke inzet de negatieve gevolgen van de voorgenoemde crises groter zouden zijn geweest.128 Tot slot zijn geïnterviewde Utrechters met een laag inkomen overwegend positief over het effect van de armoederegelingen op hun persoonlijke situatie.

De Utrechters die de IIT, bijzondere bijstand en / of regeling tegemoetkoming zorgkosten gebruiken, geven aan dat deze regelingen helpen bij het rondkomen. De extra middelen worden voornamelijk besteed aan de basisbehoeften, zoals boodschappen en kleding, maar ook aan leuke dingen zoals cadeautjes voor de feestdagen of een uitje. De meeste geïnterviewde gebruikers van de U-pas vertellen dat deze helpt bij het meedoen, vaak omdat ze de pas gebruiken voor uitgaven die ze normaliter niet kunnen bekostigen. De Utrechters die wij hebben gesproken gebruiken de U-pas vooral om met het OV te reizen, activiteiten / uitjes te ondernemen (zoals een bioscoopbezoek) en om te sporten. Ook ouders zijn positief: “Door de U-pas kunnen mijn kinderen beter meedoen. Ze gaan regelmatig zwemmen en ik heb een laptop voor schoolwerk kunnen kopen.”129 Uit de klanttevredenheidsonderzoeken van de U-pas blijkt tevens dat de tevredenheid van Upasgebruikers door de jaren heen toeneemt: van een 7,6 in 2018 naar een 7,9 in 2022.130

125 Rekenkamer Utrecht (2023). Interviews gemeente. 126 Zie bijvoorbeeld Gemeente Utrecht (2017). Utrecht Inclusief deel 2, p. 4. 127 Gemeente Utrecht (2023). Actieagenda Utrechters Schuldenvrij Eindrapportage 2019-2022. 128 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview gemeente. 129 Rekenkamer Utrecht (2023). Interview inwoner. 130 Interne documenten: In10 & Paspartous (2018). Perceptie & gebruik U-pas. Tevredenheid 2018

Pashouders en Partners. En: Paspartous (2023). Perceptie & gebruik U-pas. Klanttevredenheidsonderzoek onder Pashouders & Partners.

59

Effect regelingen kan verder wordt vergroot door betere aansluiting op de doelgroep De U-pas heeft een positief effect op meedoen. Maar we zien ook dat de pas onvoldoende ondersteuning biedt om volwaardig mee te kunnen doen aan de maatschappij. Dat heeft een aantal oorzaken. Ten eerste wordt het budget door veel respondenten als te beperkt ervaren. Zo is het budget te krap om het hele jaar van te kunnen sporten of om regelmatig met het OV te reizen. De Upas is daarmee ontoereikend om op een structurele en consistente wijze te ondersteunen bij het meedoen. Ten tweede vindt een deel van de respondenten het aanbod voor volwassenen, en met name ouderen, te smal. Gepensioneerden maken dan ook het minst gebruik van de Upas.131 Er zijn vooral te weinig mogelijkheden om sociale activiteiten te ondernemen. Met het gezin uit eten kunnen gaan of met vrienden wat drinken op het terras worden als voorbeelden genoemd. De consequentie kan zijn dat mensen in een sociaal isolement terechtkomen en vereenzamen. Niet alle geïnterviewde U-pasbezitters gebruiken echter de pas en zij maken hun budget daardoor niet op. In 2021 werd gemiddeld 61% van het U-pasbudget benut.132 Er is behoefte aan betere informatievoorziening over het aanbod, onder zowel de geïnterviewde Upasbezitters als niet-bezitters. Zo kan niet-gebruik worden gereduceerd.

Voorgenoemde behoeften komen ook naar voren in het meest recente klanttevredenheidsonderzoek naar de U-pas. Daaruit blijkt dat onder U-pasbezitters vooral behoefte is aan een vergroot aanbod, hoger budget en meer informatie over waar de U-pas voor kan worden gebruikt.133

131 Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (2022). Armoedemonitor 2022 Rapportage ontwikkelingen

armoede in Utrecht,, p. 28. 132 Gemeente Utrecht (2022). Armoedemonitor 2022, p. 28. 133 Intern document: Paspartous (2023). Perceptie & gebruik U-pas. Klanttevredenheidsonderzoek onder Pashouders & Partners.

60

Servicepunt Werk en Inkomen

61

BIJLAGE 1 ONDERZOEKSVERANTWOORDING WERKWIJZE Het onderzoek voerden wij uit aan de hand van vier stappen: ▪ Documentstudie: Aan de hand van beschikbare gegevens is een beeld gevormd van de omvang van de doelgroepen, en de ontwikkelingen daarvan. Daarnaast hebben we de gemeentelijke aanpak op het gebied van armoede, middelen en bereik aan de hand van normen en bijbehorende criteria geanalyseerd. Er is gebruik gemaakt van zowel openbare, als interne gegevens en documenten. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is verderop in deze bijlage opgenomen. ▪ Interviews gemeente en samenwerkingspartners: Alle relevante partijen zijn in kaart gebracht en benaderd. Gesprekken zijn gevoerd aan de hand van een gestandaardiseerde vragenlijst. ▪ Interviews doelgroep: 1. Om zoveel mogelijk verschillende Utrechters te kunnen spreken, is gekozen voor een brede insteek. We hebben zoveel mogelijk gemeentelijke

2. 3.

4.

5.

samenwerkingspartners in de stad benaderd om via hen met de doelgroep in contact te komen. Waar mogelijk is gekozen voor zoveel mogelijk spreiding over de stad. Voorafgaand aan het afnemen van de interviews hebben we de conceptvragenlijst voorgelegd aan Panel Meetellen. Samen met leden van het panel is de vragenlijst afgestemd zodat de vragen toegankelijk en begrijpelijk waren voor de beoogde doelgroep en er geen belangrijke elementen ontbraken. Er is rekening gehouden met de sensitieve aard van de vragen. Aan het begin van elk interview is vermeld dat vragenlijsten volledig anoniem verwerkt worden, dat antwoorden geen gevolgen hebben voor de persoonlijke situatie en dat er geen antwoord gegeven hoeft te worden als een respondent dat niet wil. We hebben zowel mensen telefonisch, als face-to-face gesproken (afhankelijk van de situatie en mogelijkheden). Zie tabel B1.1.

Tabel B1.1

Bronnen interviews doelgroep Soort interview

Wijk

Totale respons

Armoedecoalitie

Telefonisch

Stadsbreed

9

Werk en Inkomen

Telefonisch

Stadsbreed

6

Papiercafé

Face-to-face

Kanaleneiland

3

Papiercafé

Face-to-face

Overvecht

3

Panel meetellen

Face-to-face

Stadsbreed

6

Spreekuur Sociaal

Face-to-face

Kanaleneiland

6

Voedselbank

Face-to-face

Lombok

15

Voedselbank

Face-to-face

Overvecht

18

Raadslieden (FAS)

Totaal

66

62

▪

Analyse en rapportage: In het onderzoek hebben we gebruik gemaakt van zowel kwalitatieve, als kwantitatieve gegevens, die vooral veelzeggend zijn in aanvulling op elkaar. De ontwikkeling van de doelgroep, het bereik en de (financiële) middelen zijn grotendeels kwantitatief benaderd, maar krijgen ook aandacht in de gesprekken die we hebben gevoerd. Ook bij de interviews die we bij de doelgroep hebben afgenomen, is sprake van een combinatie. Het doel van de interviews was voornamelijk om een beeld te kunnen schetsen van de leefwereld en behoeften van mensen die moeite hebben om rondkomen. Doordat er niet alleen open, maar ook gesloten vragen zijn gesteld, is het mogelijk om de informatie ook te kwantificeren. Wel blijven de uitkomsten hiermee indicatief.

GERAADPLEEGDE PERSONEN Gemeente Utrecht: ▪ Wethouder Armoede ▪ Bestuursadviseur wethouder ▪ Directeur Werk en Inkomen ▪ Manager beleid en contractmanagement ▪ Unit managers Werk en Inkomen (2) ▪ Senior beleidsmedewerkers armoede (2) ▪ Senior beleidsonderzoekers (2) ▪ Businesscontroller ▪ Adviseur businesscontroller ▪ Beleidsmedewerker bestaanszekerheid ▪ Communicatieadviseur Externen: ▪ Armoedecoalitie ▪ Big Brothers, Big Sisters Utrecht ▪ Buurtteams Jeugd en Gezin ▪ Buurtteams Sociaal ▪ De Geldzaak ▪ Grote Utrecht Stadsdiner ▪ Hogeschool van Amsterdam ▪ Jeugdeducatiefonds ▪ Rode Kruis Utrecht ▪ Sleutelpersonennetwerk ▪ Stichting Al Amal ▪ Stichting Leergeld Utrecht ▪ Stichting Leren voor de Toekomst ▪ Stichting Utrecht op Orde ▪ Stichting Weekje Weg 63

▪ ▪

U Centraal Voedselbank Utrecht

Doelgroep, via: ▪ Armoedecoalitie ▪ Buurtteam Kanaleneiland / FAS Spreekuur ▪ De Geldzaak / U Centraal ▪ Panel Meetellen ▪ Papiercafé Kanaleneiland ▪ Papiercafé Overvecht ▪ Voedselbank Lombok ▪ Voedselbank Overvecht ▪ Werk en Inkomen

GERAADPLEEGDE DOCUMENTEN Gemeentelijke documenten: ▪ Gemeente Utrecht (14 mei 2013). Commissiebrief Dashboard Kwartaalinformatie Werk en Inkomen eerste kwartaal 2013. (13.031061) ▪ Gemeente Utrecht (5 september 2013). Commissiebrief Dashboard Kwartaalinformatie Werk en Inkomen tweede kwartaal 2013. (13.056025) ▪ Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (november 2013). Armoedemonitor 2013 Armoede en het bereik van financiële regelingen in de gemeente Utrecht.

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Gemeente Utrecht (2015). Volksgezondheidsbeleid 2015-2018 Bouwen aan een gezonde toekomst. Gemeente Utrecht (2015). Vernieuwing Utrechtse Armoedeaanpak 2016-2019 Utrecht Inclusief. Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (maart 2015). Armoedemonitor 2015 Factsheet Armoede in Utrecht. Gemeente Utrecht (10 december 2015). Raadsvoorstel Vernieuwing Armoedeaanpak: Utrecht Inclusief. Gemeente Utrecht (2016). Notitie Utrecht Inclusief – Vernieuwing van de Utrechtse armoedeaanpak 2016-2019. Gemeente Utrecht (2016). Notitie Utrecht inclusief deel 2: inzet van de armoederegelingen. Gemeente Utrecht (2016). Verdieping Utrecht inclusief deel 2: inzet van de armoederegelingen. Gemeente Utrecht (30 juni 2016). Jaarstukken 2015. Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (2017). Armoedemonitor 2017. Gemeente Utrecht (29 juni 2017). Jaarstukken 2016. Gemeente Utrecht (15 december 2017). Raadsbrief Armoedemonitor 2017 en voortgang onderdelen armoedeaanpak. (4993645) 64

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Gemeente Utrecht (5 juli 2018). Jaarstukken 2017. Gemeente Utrecht (…). Actieagenda 2019 en verder Utrechters schuldenvrij. Gemeente Utrecht (6 juni 2019). Jaarstukken 2018. Gemeente Utrecht (10 februari 2020). Raadsbrief Proces aanscherpen armoedebeleid. (7240958) Gemeente Utrecht (8 mei 2020). Jaarstukken 2019. Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (2021). Armoedemonitor 2021 Rapportage ontwikkelingen armoede in Utrecht. Gemeente Utrecht (1 april 2021). Beantwoording diverse toezeggingen Armoedebeleid. (8671988) Gemeente Utrecht (29 mei 2021). Jaarstukken 2020. Gemeente Utrecht (10 november 2021). Raadsbrief Armoedemonitor en dashboard. Gemeente Utrecht, Onderzoek & Advies (2022). Armoedemonitor 2022 Rapportage ontwikkelingen armoede in Utrecht. Gemeente Utrecht (16 juni 2022). Jaarstukken 2021. Gemeente Utrecht (23 juni 2022). Raadsbrief MER en Armoedemonitor. Gemeente Utrecht, Concernaudit (9 september 2022). Rapport Veerkracht en gelijke kansen. Gemeente Utrecht (28 september 2022). Raadsbrief Update koopkrachtcrisis en extra maatregelen. Kinderombudsman (3 oktober 2022). Brief Inbreng Kinderombudsman commissiedebat armoede- en schuldenbeleid. Gemeente Utrecht (31 oktober 2022). Raadsbrief Concernaudit 213a onderzoek: Veerkracht en Gelijke Kansen. (10189214) Gemeente Utrecht (9 november 2022). Raadsbrief Minima Effect Rapportage & update koopkrachtcrisis.

Gemeente Utrecht (30 november 2022). Raadsbrief Financiële regelingen om kinderen in armoede te laten sporten. Gemeente Utrecht (23 december 2022). Raadsbrief Aanpak koopkrachtcrisis 2023. Gemeente Utrecht (19 januari 2023). Conceptverslag openbare vergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. Gemeente Utrecht (27 juni 2023). Raadsbrief Financieel beeld armoedebegroting 2023. Gemeente Utrecht (6 juli 2023). Jaarstukken 2022.

Interne gemeentelijke documenten: ▪ Gegevens over aantal toegekende armoederegelingen. ▪ Gegevens over beschikbare (financiële) middelen. ▪ Gemeente Utrecht (2022). Communicatiestrategie Missieteam Rondkomen, Meedoen, Schuldenvrij en Communicatieplan Rondkomen, Meedoen, Schuldenvrij. ▪ In10 & Paspartous (2018). Perceptie & gebruik U-pas. Tevredenheid 2018 Pashouders en Partners. 65

▪

Paspartous (2023). Perceptie & gebruik U-pas. Klanttevredenheidsonderzoek onder Pashouders & Partners.

Schriftelijke vragen, moties en amendementen: ▪ Gemeente Utrecht (10 december 2015). Amendement Oude schoenen, nieuwe schoenen, (A2015/79). ▪ DENK, BIJ1, EenUtrecht, UtrechtSolidair, Volt (10 november 2022). Amendement Meer kinderen ondersteunen tegen armoede. Andere bronnen: ▪ GroenLinks, D66, ChristenUnie (mei 2018). Coalitieakkoord Utrecht 2018-2022 Ruimte voor iedereen. ▪ Gemeente Oss (24 oktober 2019). Beleidskader Armoede & Schulden 2020-2024. ▪ Armoedecoalitie Utrecht (24 februari 2022). Sociaal Stembus Akkoord Laat álle Utrechters meedoen! ▪ Rijksoverheid (31 maart 2022). Kamerstuk Nationaal plan kindergarantie. ▪ Nibud (16 april 2022). Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2022. ▪ GroenLinks, D66, PvdA, Student & Starter, ChristenUnie (1 juni 2022). Coalitieakkoord Utrecht 2022-2026 Investeren in Utrecht. Kiezen voor gelijke kansen, betaalbaar wonen en klimaat. ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (12 juli 2022). Kamerbrief Aanpak geldzorgen, armoede en schulden. ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (12 juli 2022). Visual Aanpak ▪

▪ ▪

▪ ▪ ▪

▪

geldzorgen, armoede en schulden. Algemeen Dagblad (15 september 2022). Nieuwe groep ‘werkende armen’ klopt aan bij schuldhulpverleners door energiecrisis. Nibud (oktober 2022). Update Minima-effectrapportage 2023. NOS (6 december 2022). CPB: koopkracht daalt in twee jaar met zo’n 4 procent, ondanks prijsplafond. Nibud (21 januari 2023). Nibud: 2023 wordt financieel bijkomen van de klap van 2022. U pas (13 februari 2023). Schaf een energiezuinige koelkast aan met korting. Algemeen Dagblad (12 juni 2023). Utrecht zoekt de grens op met vrijstellen van gemeentelijke belasting: ‘Er zijn schrijnende verhalen’. Commissie Sociaal Minimum (30 juni 2023). Een zeker bestaan. Naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum.

Websites: ▪ Centraal Bureau voor de Statistiek (8 december 2021). Laag en langdurig laag inkomen; kenmerken, regio (indeling 2021) 2011-2020. Geraadpleegd via: https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/85066NED/table ▪ Centraal Bureau voor de Satistiek (z.d.). Inflatie – Hoe hoog is de inflatie in Nederland? 66

▪

▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Gemeente Utrecht, Utrecht in cijfers (z.d.). Aandeel huishoudens met een inkomen tot …% van het wettelijk sociaal minimum. Geraadpleegd via: https://utrecht.incijfers.nl/jive/ Gemeente Utrecht, Utrecht in cijfers (z.d.). Dashboard Werk & inkomen (wijken). thema - Werk & inkomen (wijken) - Onbekend (incijfers.nl) Kennisplatform inclusief samenleven (z.d.) De KIS wijkmonitor – versie najaar 2022. Geraadpleegd via: KIS Wijkmonitor (kis-wijkmonitor.nl) Nibud: Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) Rijksoverheid (z.d.). Armoede verminderen. Geraadpleegd via: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/armoedebestrijding/armoede-verminderen. UWV (z.d.) Actuele bedragen. Verkregen via: https://www.uwv.nl/particulieren/bedragen/detail/sociaal-minimum.

67

BIJLAGE 2 ARMOEDEREGELINGEN Met minimaeffectrapportages (MERs) brengt het Nibud het effect van het minimabeleid op het huishoudbudget van Utrechters met een laag inkomen in kaart. Dat gebeurt voor twaalf huishoudtypen op vijf verschillende inkomensniveaus. Uit de MER 2023 blijkt dat alle huishoudtypen het basispakket134 én uitgaven voor sociale participatie135 kunnen betalen, mits zij gebruik maken van alle landelijke en lokale armoederegelingen. De regelingen die het Nibud gebruikt in de berekeningen zijn weergegeven in tabel B2.1. Tabel B2.1

Armoederegelingen in analyse Nibud

Regeling

Type

Definitie

Algemene

Landelijk

Korting op de inkomensbelasting en premie volksverzekering

heffingskorting

voor iedereen boven de 18 jaar.

Arbeidskorting

Landelijk

Heffingskorting voor alle werkenden.

Inkomensafhankelijke

Landelijk

Korting voor werkenden met één of meerdere kinderen jonger

combinatiekorting Ouderenkorting en alleenstaande

dan twaalf jaar. Landelijk

Heffingskorting voor AOW-gerechtigden.

Landelijk

Bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Geldig voor mensen met een inkomen onder

ouderenkorting Zorgtoeslag

de inkomens- en vermogensgrens. Huurtoeslag

Landelijk

Bijdrage van de overheid voor de huurkosten van huurders van een zelfstandige huurwoning. Hoogte is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huurprijs. Ook voor deze toeslag geldt een vermogensgrens.

Kinderopvangtoeslag

Landelijk

Tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

Kindgebonden budget

Landelijk

Een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen voor alle Nederlanders met kinderen jonger dan 18 jaar.

Kinderbijslag

Landelijk

Kwijtschelding lokale

Utrechts

Een bedrag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar (en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar) dat ieder kwartaal wordt uitgekeerd. Dit bedrag is onafhankelijk van het inkomensniveau.

lasten

Utrechters zonder vermogen en een laag inkomen die daardoor de gemeentelijke- en/of waterschapsbelasting niet kunnen betalen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding.

U-polis

Utrechts

Collectieve zorgverzekering. Bestaat uit een basisverzekering met twee aanvullende pakketten.

U-pas

Utrechts

Een ‘meedoen-pas’ voor Utrechters met een laag inkomen. Kinderen en volwassenen krijgen jaarlijks een persoonlijk budget

134 Uitgaven die die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. 135 Uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan,

vakantie/uitgaan en recreatief vervoer.

68

dat zij kunnen inzetten voor schoolwerk en/of sportieve en culturele activiteiten. Individuele

Utrechts

Inkomenstoeslag

Een aanvullend jaarlijks bedrag voor huishoudens die ouder zijn dan 21 jaar, maar jonger dan de AOW-leeftijd en die drie jaar of langer een inkomen tot 110% WSM hebben. Voor gehuwden/samenwonenden met minimaal 1 kind van 12 tot 18 jaar is de inkomensgrens 125% WSM. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van de gezinssamenstelling.

Compensatie hoge energiekosten

Utrechts

Vergoeding van € 1.300 voor huishoudens met een inkomen tot en met 125% WSM.

Bron: Nibud (26 april 2022). Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2022.

69

REKENKAMER UTRECHT wil bijdragen aan het verbeteren van het gemeentelijke bestuur en het versterken van de controlerende rol van de gemeenteraad. Dat doet de Rekenkamer via het doen van onafhankelijk onderzoek naar de doeltreffendheid en doelmatigheid van het gevoerde beleid en bestuur. Voor de inwoners van de gemeente Utrecht wil de Rekenkamer zichtbaar maken hoe publiek geld wordt besteed en wat er terecht komt van de voornemens van de gemeente.

70

Aan de gemeenteraad van de gemeente Utrecht Behandeld door

Gerth Molenaar

Datum

16 oktober 2023

Doorkiesnummer

06 – 49 75 43 00

Ons kenmerk

11631907

E-mail

g.molenaar@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlagen

4

Rekenkamerrapport ‘Pleisters plakken’ met persbericht, publiekssamenvatting en raadsvoorstel

Geachte leden van de gemeenteraad, De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar het armoedebeleid van de gemeente Utrecht. Hierbij bied ik u het rapport ‘Pleisters plakken – Een onderzoek naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak in de gemeente Utrecht.’ aan met bijbehorend persbericht, publiekssamenvatting en raadsvoorstel. Op deze documenten rust een embargo tot dinsdag 17 oktober 2023 9.00 uur, waarna deze openbaar worden gemaakt op onze website. De technische bijeenkomst, waarin het rapport wordt gepresenteerd, zal worden gepland in aanloop naar de vergadering van de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van december 2023. U ontvangt hiervoor te zijner tijd per e-mail apart een uitnodiging. Over de raadsbehandeling van het rekenkamerrapport wordt u via de griffie nader geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht

Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer

PUBLIEKSSAMENVATTING REKENKAMERRAPPORT ‘PLEISTERS PLAKKEN’ Het lukt de gemeente Utrecht niet om alle inwoners te helpen die moeite hebben om te leven van hun inkomen. De prijzen zijn de afgelopen tijd gestegen. Dat maakt het voor veel mensen nóg moeilijker om met hun geld het einde van de maand te halen. Door de hogere prijzen zijn er ook Utrechters bijgekomen die eerst wel van hun inkomen konden leven, maar nu niet meer. Niet alle inwoners weten de hulp van de gemeente te vinden. Anderen weten niet wat de gemeente voor hulp biedt en of zij recht hebben op hulp van de gemeente. Het is voor de gemeente belangrijk dat alle Utrechters kunnen rondkomen en meedoen. Dat betekent: ▪ Iedereen heeft elke maand genoeg geld om van te leven. ▪ Iedereen kan genoeg activiteiten doen met andere mensen, zoals sporten. Dit zijn de twee grootste doelen die de gemeente heeft om armoede in de stad tegen te gaan. De gemeente helpt Utrechters die een laag inkomen hebben door hen bijvoorbeeld geld te geven of geen gemeentelijke belasting te vragen. Dit moet inwoners helpen om beter rond te kunnen komen en mee te kunnen doen. De rekenkamer onderzocht of dat lukt. De rekenkamer sprak met 66 Utrechters over hun situatie en ervaringen met de hulp van de gemeente. Hiervoor ging de rekenkamer langs bij verschillende locaties van de voedselbank en op andere plekken in de stad.

De rekenkamer ziet dat het nog niet lukt om alle Utrechters te laten leven van hun inkomen en mee te laten doen. Dat heeft volgens de rekenkamer vier oorzaken: 1. Sommige inwoners weten niet dat de gemeente hulp biedt. Of ze weten niet dat ze van de hulp gebruik mogen maken. Daardoor worden niet alle inwoners met geldproblemen door de gemeente geholpen. 2. Door het stijgen van de prijzen kunnen mensen met hetzelfde geld minder kopen. Hierdoor is het voor Utrechters met een laag inkomen nog zwaarder geworden om van hun geld te kunnen leven. 3. De gemeente helpt alleen inwoners met een laag inkomen. Door het stijgen van de prijzen komen ook inwoners die meer verdienen in de problemen. Deze mensen willen graag hulp van de gemeente. Maar zij mogen nu geen ondersteuning krijgen.

1

4. De ondersteuning door de gemeente past niet altijd bij wat Utrechters nodig hebben. Daardoor kunnen inwoners die ondersteuning krijgen soms nog steeds niet van hun inkomen leven. De rekenkamer raadt de gemeente aan om: 1. Keuzes uit te werken over welke Utrechters hulp krijgen en welke niet. 2. Ervoor te zorgen dat alle Utrechters die recht hebben op ondersteuning die ook krijgen. 3. Ervoor te zorgen dat de ondersteuning beter past bij wat Utrechters nodig hebben. 4. Afdelingen van de gemeente meer met elkaar samen te laten werken. 5. Duidelijk te maken welke subsidies het meeste effect hebben en meer te sturen op samenwerking in de stad.

Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer

2

Voorstel aan de gemeenteraad

Rekenkamerrapport Het gaat niet goed Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Volksgezondheid Volksgezondheid Naomi Meys 11699957 Volgt Nee

De rekenkamer stelt de raad voor te besluiten om het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. Uit te werken hoe de gemeente gaat sturen op het bereiken van de doelen door de partijen en netwerken, om daarmee meer Utrechters met mentale problemen te bereiken. 2. Het onderwerp mentale gezondheid integraal op te pakken. En te zorgen voor samenhang tussen de netwerken en aansluiting tussen de preventieve zorg en de eerstelijnszorg, voor betere onderlinge verwijzingen. Zo kunnen wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg worden ontlast. 3. Het beleid voor mentale gezondheid een concreet doel te geven en het doel en het budget ervoor beter op elkaar af te stemmen. En alleen de interventies te subsidiëren die bij dat doel aansluiten en goed onderbouwd zijn, om de doeltreffendheid en doelmatigheid te vergroten. 4. In het nieuwe beleid afspraken te maken over evaluatie en monitoring zodat duidelijker wordt wat het beleid oplevert en indien nodig bijgestuurd kan worden. 5. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

De rekenkamer,

de secretaris,

de voorzitter,

dr. G. Molenaar

drs. P.W.D. Venhoeven

Samenvatting De rekenkamer Utrecht heeft onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid van het beleid voor mentale gezondheid. De resultaten van het onderzoek zijn vastgelegd in het rapport Het gaat niet goed. De rekenkamer doet aanbevelingen die voorliggen in dit raadsvoorstel.

Context Aanleiding Het afgelopen decennium blijkt uit diverse onderzoeken dat steeds meer mensen problemen ervaren met hun mentale gezondheid. Gedurende de pandemie is de mentale gezondheid sterk verslechterd, met name onder jongeren. Uit de data van het meest recente Utrechtse Gezondheidsprofiel 2022 blijkt dat met name de mentale gezondheid van jongvolwassen Utrechters (16 t/m 25 jaar) onder druk staat. Mentale gezondheid was onder de noemer ‘psychische gezondheid’ opgenomen in het volksgezondheidsbeleid ‘Gezondheid voor iedereen 2019-2023’. De rekenkamer heeft onderzocht in hoeverre dit beleid doeltreffend is. Binnenkort komt er een nieuwe beleidsnota volksgezondheid (Q1 2024 in de raad). Juridische context Rekenkamer Utrecht is een onafhankelijk bestuursorgaan van de gemeente Utrecht, met een grondslag in de gemeentewet (artikel 81 en 182-185). De rekenkamer heeft taken en bevoegdheden op een bij wet duidelijk afgebakend terrein. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur (gemeentewet, artikel 182). Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat daarbij geen controle van de jaarrekening aangezien dat het werkterrein is van de accountant.

De gemeenteraad heeft binnen de kaders van de wet voor Rekenkamer Utrecht het juridisch kader nader vastgelegd in een verordening. De Verordening Rekenkamer Utrecht is begin 2021 geactualiseerd (Gemeenteblad nr. 23412, 26 januari 2021). Beslistermijn Geen specifieke beslistermijn voorzien. Beoogd effect Het doel van dit onderzoek is de gemeenteraad inzicht geven in de uitvoering van het beleid van mentale gezondheid en de doeltreffendheid hiervan. De centrale vraag van het onderzoek luidt: In hoeverre is het Utrechtse beleid voor mentale gezondheid doeltreffend? Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad In oktober 2019 is de nota ‘Gezondheid voor iedereen 2019-2023’ vastgesteld. Met een amendement heeft de gemeenteraad het speerpunt psychische gezondheid aan de nota toegevoegd. In het raadsbesluit draagt de raad het college op om het speerpunt verder uit te werken en de raad daarover te informeren. Deze informatie is terug te vinden in de eerste, tweede en derde voortgangsrapportage.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Uit te werken hoe de gemeente gaat sturen op het bereiken van de doelen door de partijen en netwerken, om daarmee meer Utrechters met mentale problemen te bereiken.

Argumenten 1.1

De aanpak is gericht op samenwerking met andere partijen in netwerken, maar de gemeente geeft weinig sturing aan de inzet van deze partijen voor het bereiken van de doelen en op de samenhang binnen en tussen netwerken.

2

1.2

Er is geen samenhangend pakket aan activiteiten om de mentale gezondheid van Utrechters te verbeteren.

1.3

Het oorspronkelijke speerpunt is nooit uitgevoerd. Veel partijen kennen het beleid voor het speerpunt psychische gezondheid niet. De drie focuspunten die in 2021 in de plaats daarvan zijn gekomen, landen ook niet in de netwerken.

1.4

Uit incidentele subsidies Versneld vernieuwen en Herstel en veerkracht zijn allerlei verschillende initiatieven gefinancierd, maar die bereiken weinig Utrechters met mentale problemen.

1.5

Het bereik blijft ver achter bij de omvang van het probleem, naar schatting alleen al 12.000 jongvolwassenen hebben matige tot ernstige psychische klachten. Daarnaast ligt in de verhouding tussen de hoogte van de subsidies en het kleine aantal bereikte Utrechters ondoelmatigheid op de loer.

Beslispunt 2

Het onderwerp mentale gezondheid integraal op te pakken. En te zorgen voor samenhang tussen de netwerken en aansluiting tussen de preventieve zorg en de eerstelijnszorg, voor betere onderlinge verwijzingen. Zo kunnen wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg worden ontlast.

Argumenten 2.1

Partijen die zich bezighouden met mentale gezondheid zien in de praktijk geen integrale aanpak.

2.2

Tussen netwerken is weinig samenhang en er vindt weinig uitwisseling plaats.

2.3

Er is geen goede aansluiting tussen de preventieve zorg (gefaciliteerd vanuit Volksgezondheid) en de eerstelijnszorg (buurtteams, opdracht vanuit Maatschappelijke Ontwikkeling, maar bijvoorbeeld ook huisartsen). Als over en weer duidelijk is waar zij naar kunnen doorverwijzen, draagt dat bij aan het vergroten van de toegankelijkheid van ondersteuning van Utrechters met mentale problemen.

Beslispunt 3

Het beleid voor mentale gezondheid een concreet doel te geven en het doel en het budget ervoor beter op elkaar af te stemmen. En alleen de interventies te subsidiëren die bij dat doel aansluiten en goed onderbouwd zijn, om de doeltreffendheid en doelmatigheid te vergroten.

Argumenten 3.1

Het speerpunt psychische gezondheid heeft geen concreet doel.

3.2

Er is onvoldoende structureel personeel en budget voor de uitvoering van het speerpunt.

3.3

Wat de activiteiten van het speerpunt opleveren, is grotendeels onbekend, want er is nauwelijks aandacht voor monitoring en evaluatie. Zo kan ook nooit voor de meest doeltreffende of doelmatige interventies worden gekozen.

3.4

De focus is verschoven van de mentale gezondheid van alle Utrechters naar alleen jeugdigen en jongvolwassenen. Maar deze keuze is niet expliciet meegedeeld aan de gemeenteraad.

3

Beslispunt 4

In het nieuwe beleid afspraken te maken over evaluatie en monitoring, zodat duidelijker wordt wat het beleid oplevert en indien nodig bijgestuurd kan worden.

Argumenten 3.1

Er is geen uitwerking van het Utrechts sturingsmodel voor het speerpunt psychische gezondheid.

3.2

Er zijn nauwelijks afspraken over evaluatie en monitoring met de netwerken en partijen die zich op mentale gezondheid richten.

3.3

Er zijn nog slechts in beperkte mate resultaten bekend van wat de subsidies hebben opgeleverd.

Financiën De financiële consequenties van dit voorstel zijn op dit moment onbekend. Deze zijn afhankelijk van de besluitvorming en de precieze opvolging van de beslispunten daarna.

Vervolg Met het voorliggend besluit wordt het college verzocht om de raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen worden uitgevoerd.

Participatie Er is een groot aantal personen en organisaties in het onderzoek betrokken:  Binnen de gemeentelijke organisatie sprak de rekenkamer tijdens het onderzoek met 17 personen.  De rekenkamer sprak daarnaast met 16 partijen die zich bezighouden met mentale gezondheid.

Communicatie Rekenkamer Utrecht stuurt het rapport en de bijbehorende documenten in eerste instantie toe aan de gemeenteraad en het college van B&W. Vervolgens worden deze ook openbaar gemaakt op de website van de rekenkamer. Daarbij worden ook de respondenten, perscontacten en andere geïnteresseerden op de hoogte gesteld. In een technische bijeenkomst licht de rekenkamer de onderzoeksresultaten nader toe.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Rekenkamerrapport Het gaat niet goed. Een onderzoek naar de uitvoering en doeltreffendheid van het beleid voor mentale gezondheid in Utrecht Bijlagen informatief - Persbericht - Publiekssamenvatting - Infographic

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4a02f90d-c289-469a-9c2b-d73bfa035804