CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 23 november 2023, gemeente Utrecht27.973 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 23 november 2023 1 2 3

3.1

3.2

3.3 4

5 6 7

8

Opening Vaststellen van de agenda van de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 23 november 2023 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Ingekomen agenderingen VOWE 23 november Behandelvoorraad VOWE 23 november Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Pleisters plakken' Raadsvoorstel Pleisters plakken Rekenkamerapport Pleisters plakken Aanbiedingsbrief gemeenteraad rekenkamerrapport Pleister plakken Publiekssamenvatting Pleisters plakken Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Het gaat niet goed' Raadsvoorstel rekenkamerrapport Het gaat niet goed Rekenkamerrapport Het gaat niet goed Aanbiedingsbrief gemeenteraad rekenkamerrapport Het gaat niet goed Publiekssamenvatting rekenkamerrapport Het gaat niet goed Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Overzicht raadsbrieven VOWE 28 september tm 15 november Verslagen Ter vaststelling de verslagen van de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 5 oktober 2023 en van de commissievergadering over de programmabegroting op 25 oktober.

Conceptverslag VOWE PB behandeling 25 oktober Conceptverslag VOWE 5 oktober def Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Lijst van toezeggingen en moties VOWE 23 november 2023 Lijst met ingekomen stukken Er zijn geen ingekomen stukken. Raadsvoorstel 'Vermaakje' openstellen voor meer horecagelegenheden Beleidsveld: Economische Zaken Wethouder: Schilderman Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Restaurants kunnen 4 x per jaar een ‘Vermaakje’ (entertainment) aanvragen. Het college stelt de gemeenteraad nu voor om: - ook dag- en avondhoreca met een exploitatievergunning in de gelegenheid te stellen een Vermaakje aan te vragen. - daarbij een sluitingstijd van 01.00 uur te hanteren Dossier 3577 voorblad Raadsvoorstel 'Vermaakje' openstellen voor meer horecagelegenheden Ontwikkelingskader Horeca 2018 - versie september 2023 Ontwikkelingskader Horeca 2018 - versie september 2023 wijzigingen bijhouden Raadsvoorstel Voordracht en herbenoeming leden Raad van Toezicht Stichting Primair Onderwijs Beleidsveld: Onderwijs Wethouder: Eerenberg Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Het college stelt de gemeenteraad voor dhr. J. Louise als nieuw lid te benoemen en mevr. L. Janssen en dhr. E.S. Derks te herbenoemen als leden van de Raad van Toezicht van Stichting Openbaar Primair Onderwijs Utrecht.

De benoeming van leden van de raad van Toezicht in het openbaar onderwijs is een wettelijke bevoegdheid van de gemeenteraad. Dossier 3603 voorblad Raadsvoorstel Voordracht en herbenoemingen leden Raad van Toezicht SPO

9

10

Aanbiedingsbrief aan gemeenteraad Benoeming Louise en herbenoeming Janssen en Derks RvT SPO Utrecht Gebundelde cv's voordracht en herbenoeming RvT SPO Onderwijshuisvesting Beleidsveld: Onderwijs Wethouder: Eerenberg Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door: Maartje Vermeulen (GroenLinks), Hester Assen (PvdA), Berdien van der Wilt (D66), Bert van Steeg (CDA), Margreet Ramaker (VVD), Juriaan Otto (EenUtrecht), Chris Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Louise de Vries (Partij voor de Dieren), Iskender Şimşek (DENK), Esma Kendir (Student & Starter). De gemeente geeft elk jaar een groot deel van het onderwijsbudget uit aan onderwijshuisvesting. Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen in het basisonderwijs, voortgezet en speciaal onderwijs. Hiervoor krijgen zij budget vanuit het Rijk. Het huidige Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting (MPOHV) loopt t/m 2025. Momenteel spreken scholen, schoolbesturen en de gemeente over de nieuwe meerjarenstrategie onderwijshuisvesting 2026-2041. De raad ontvangt dit in 2024 in de vorm van een raadsvoorstel. De fracties van GroenLinks, D66, PvdA, CDA, VVD en EenUtrecht willen hierop kunnen sturen en willen input meegeven.

Denk aan: · Hoe kunnen we omschakelen naar (nog) meer Utrechtse Kindcentra, waar er naast ruimte voor onderwijs ook ruimte is voor voorschool, kinderopvang en BSO en faciliteiten in het kader van de rijke schooldag of lunch op school? Wat is voor deze omschakeling nodig? · Er is zorg over het aansluiten van aanbod en vraag naar scholen. Er zijn scholen die lokalen leeg hebben staan en er zijn scholen die kampen met krapte. Wat zijn hiervoor de plannen/ ideeën ? · Wat is belangrijk voor duurzame, gezonde huisvesting bij zowel nieuwbouw als renovatie? Op welke wijze kunnen we zorgen voor meer flexibiliteit van functies in onderwijsgebouwen, denk ook aan samenwerking tussen speciaal en regulier onderwijs en samenwerking tussen schoolbesturen. Dossier 3731 voorblad Beantwoording SV nr. 108 Onderwijshuisvesting Raadsbrief Voortgangsrapportage Onderwijshuisvesting 2023 Voortgangsrapportage Onderwijshuisvesting 2023 Basisbanen Beleidsveld: Werk en Inkomen Wethouder: Voortman Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Geagendeerd door: Ilse Raaijmakers (PvdA), Juriaan Otto (EenUtrecht), Julia Kleinrensink (GroenLinks), Venita Dada-Anthonij (D66), Rik van der Graaf (ChristenUnie), Mariam Al-Saqaff (VVD), Bert van Steeg (CDA) Het college is gestart met een pilot voor basisbanen waarbij in samenwerking met Stichting Lunchmaatje enkele basisbanen zijn gecreëerd.

De agenderende fracties van PvdA, EenUtrecht, Groenlinks, D66 en ChristenUnie willen in gesprek over de huidige invulling van basisbanen in Utrecht, specifiek over de voorwaarden die nu worden gesteld en het beperkt aantal banen dat tot nu is gerealiseerd. Ook hebben de fracties vragen bij de financieringsconstructie en de maatschappelijke kosten- en batenanalyse. We willen daarnaast weten hoe Utrecht succesvolle lessen van basisbanen die elders in het land zijn gerealiseerd zoals in Groningen meeneemt in de Utrechtse aanpak. VVD en CDA willen in gesprek over de huidige invulling van basisbanen in Utrecht, onder welke voorwaarden dit gebeurt en hoe dit zich verhoudt tot ontwikkelbanen en vrijwilligerswerk. Ook wil de fractie in gesprek over de kosten-batenanalyse en een integrale afweging van alle andere activiteiten op het gebied van W&I. Dossier 3732 voorblad Raadsbrief Stand van zaken basisbanen SV 2023_186_Werk maken van basisbanen Beantwoording SV2023 nr 186 over Werk maken van Basisbanen Raadsbrief Ontwikkelbaan als Utrechtse variant van de basisbaan

Stuk: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek ‘Pleisters plakken’ Beleidsveld: Werk en Inkomen Portefeuillehouder: Linda Voortman

Stuk: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek ‘Het gaat niet goed’ Beleidsveld: Volksgezondheid Portefeuillehouder: Eelco Eerenberg en de rekenkamer

De rekenkamer heeft het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak van de gemeente Utrecht onderzocht en gepubliceerd in het rapport ‘Pleisters plakken’. De rekenkamer concludeert dat het Utrechtse armoedebeleid ruimhartig is maar dat er structureel te weinig geld is en reserves ingezet moeten worden en dat het daarom niet mogelijk is alle Utrechters in financiële problemen te helpen. De rekenkamer presenteert het rapport aan de raad tijdens een technische sessie voorafgaand aan de commissiebehandeling. De rekenkamer heeft de uitvoering en doeltreffendheid van het beleid voor mentale gezondheid in Utrecht onderzocht en gepubliceerd in het rapport ‘het gaat niet goed’. Hoofdconclusie van de rekenkamer is dat het niet goed gaat met de mentale gezondheid van Utrechters en niet met het gemeentebeleid hierop. In het bijbehorende raadsvoorstel stelt de rekenkamer voor het college o.m. te verzoeken dit onderwerp integraal op te pakken, het een concreet doel te geven en doel en budget op elkaar af te stemmen. De rekenkamer presenteert het rapport aan de raad tijdens een technische sessie. Noot van de griffie Het college ziet (zie bestuurlijke reactie) verband tussen de aanbevelingen van de rekenkamer en de nieuwe nota volksgezondheid.

Ze is van mening dat het één niet los van het ander gezien kan worden en dat de aanbevelingen breder toepasbaar zijn dan alleen op mentale gezondheid. Volgens de verordening op de rekenkamer stelt het college binnen 6 weken na het raadsbesluit een plan van aanpak op, waarin ze ingaat op hoe en wanneer ze de aanbevelingen uitwerkt. Het college stelt voor dit plan van aanpak tegelijkertijd met de nieuwe nota te presenteren. Deze nota komt naar verwachting Q2 2024 (bron: de LTA) De rekenkamer geeft aan dat het aan de raad is om te besluiten om het plan van aanpak tegelijkertijd met de nieuwe nota volksgezondheid te presenteren. Het

Voorstel: 1) agenderen voor de commissie van 21 december, behandeltijd: 90 minuten 2) de technische presentatie van de rekenkamer agenderen voor de rib-avond van 12 december, 60 min. Voorstel: 3) agenderen voor de commissie van 21 december, behandeltijd: 90 minuten 4) de technische presentatie van de rekenkamer agenderen voor de rib-avond van 12 december, 60 min. 5) bij het raadsbesluit tevens te besluiten of het college het plan van aanpak binnen 6 weken na het raadsbesluit danwel dit later want tegelijkertijd met de nota volksgezondheid naar de raad stuurt.

#RAAD030# Behandelvoorraad commissie Volksgezondheid, onderwijs, werk en economie volksgezondheid, drugs, sekswerk, onderwijs, MBO, werk en inkomen, economische zaken, evenementen 15 november 2023

Vergadercyclus november 2023 Dinsdag 12 december (rib) Rekenkamer en wethouder Voortman (werk & inkomen) Technische toelichting Rekenkamer op het rapport ‘Pleisters plakken’

60 min.

Rekenkamer en wethouder Eerenberg (volksgezondheid) Technische toelichting Rekenkamer op het rapport ‘Het gaat niet goed’

60 min.

Donderdag 21 december (commissie)

te verdelen tijd: ochtend = 150 minuten, middag = 165 minuten, avond = 180 minuten

Rekenkamer en wethouder Voortman (werk & inkomen) Raadsvoorstel en rekenkameronderzoek ‘Pleisters plakken’

90 min.

Rekenkamer en wethouder Eerenberg (volksgezondheid) Raadsvoorstel en rekenkameronderzoek ‘Het gaat niet goed’

90 min.

Te verwachten raadsvoorstellen en brieven, o.a. uit Lange Termijnagenda en uitvoering van het coalitieakkoord Nieuwe Nieuw Beleidsveld Raadsvoorstel (Rv) of brief Aanbieding planning aan raad (voetnoot)

Economie

Evenementen

1 2

Evaluatie ondernemersfonds Rv standplaatsenbeleid 1e gezamenlijke financieringen verduurzaming en verdichting bedrijventerrein met Ontwikkelingsmaatschappij Utrecht (OMU) Evaluatie omscholingsregeling* (brief) Rv Aanpassing/actualisering hotelbeleid Rv Beleidsnota arbeidsmarkt Rv Beleidsnota werklocaties

Q3 2023 Q4 20231 Q4 2023

Rv locatieprofielen Evenementen Grootschalige evenementenlocatie

Q1 2024

Bron: raadsbrief 28 september 2023 Zie raadsbrief 10 oktober 2023

2023 Q1 2024 Q2 2024 Q3 2024

meerdere momenten2

X X

#RAAD030# Nieuwe planning

Raadsvoorstel (Rv) of brief

Aanbieding aan raad

Onderwijs

Rijkspilot ‘school en omgeving’ (voorheen aanpak rijke schooldagen) in 3 wijken Rv kaders bibliotheek Rv Integraal huisvestingsplan (voorheen MPOHV) Rv aanpassing verordening leerlingenvervoer

Q3 20233

MBO

Jaarlijkse MBO-brief

Q1 2024

Werk & inkomen

Rv bestendigen Ondernemers Centraal

Komt niet meer als Rv maar loopt mee in de P&C-cyclus6 Q2 2024 X7

Rv beleidsnota handhaving sociaal domein Rv beleidsnota werk en re-integratie Rv Aanpassing re-integratieverordening n.a.v. wetsvoorstel Breed offensief Rv beleidsnota Financiële bestaanszekerheid (voorheen armoedebeleid) Rv U-pas verordening Uitwerking wijkgericht werken W&I (w.o. werkwinkel en werkmatchers in de wijk) Opschaling aanpak arbeidsmarkttekorten energietransitie in uitvoering Banenplan werkgevers in verbinding met bestaande initiatieven zoals WSP en actie-agenda banenafspraak Herziening participatiewet (bijdrage aan totstandkoming menswaardige bijstand en aanpalende wetgeving) Volksgezondheid

Rv ontwerpwijziging Gemeenschappelijke regeling GGDrU t.g.v. de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen Rv Zienswijze concept-kaderbrief 2025 GGDrU Rv Zienswijze concept-begroting 2025 Rv Nota volksgezondheid 2024-2027 Rv Zienswijze conceptbegrotingswijziging 2024_1

Q2 2024 Q3 2024

(voetnoot)

X4 X5

Q3 2024

Q1 2024 (waars. jan)

X

X8

Q1 2024 (waars. jan) X9 2024

2024/2025

Q4 2023

X

Q4 2023 Q2 2024 X10 Q3 2024

Komt terug in kwartaalbrief onderwijs Bron: raadsbrief van 1 november 2023 (waar i.t.t. de LTA Q2 2024 i.p.v. Q4 2023 genoemd wordt) 5 Planning is verschoven van Q2 naar Q3 2024 (bron: LTA najaar 2023). College geeft aan dat raadsbesluit in 2024 nodig is. 6 Bron: LTA najaar 2023 7 Is visie voor heel sociaal domein geworden, die aansluit op de beleidsnota financiële bestaanszekerheid. Verschoven van Q4 2023 naar Q2 2024. 8 Waarschijnlijk januari 2024 9 Waarschijnlijk januari 2024, tegelijkertijd aangeboden en samenhang met RV Financiële bestaanszekerheid 10 Planning verschoven van Q4 2023 naar Q2 2024 omdat de uitwerking meer tijd vraagt. 3 4

Nieuw

Beleidsveld

#RAAD030# Volksgezondheid

Rv Zienswijze concept-kaderbrief 2026 GGDrU

Drugs

geen

Sekswerk

Stand van zaken moties11

Q1 2024

Rv Wijziging APV voor de proeftuinen en beleidswijzigingen n.a.v. rapport Sorgdrager over sekswerk

Q2 2024

Uitvoeringsplan Ongelijk investeren voor gelijke kansen

Q4 2023*

Kansengelijkheid

11 12

Q4 2024

Bron: raadsbrief 9 november 2023 Nieuw in LTA; in debat sekswerk waren aanpassingen in bestaande regelgeving i.v.m. het legaliseren van thuiswerk al aangekondigd.

X12

Voorstel aan de gemeenteraad

Rekenkamerrapport: Pleisters plakken Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Werk en Inkomen Werk en Inkomen Johan Snoei 11631907 Volgt Nee

De rekenkamer stelt de raad voor te besluiten om het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. Met scenario’s de mogelijke ontwikkeling van de armoedeproblematiek in beeld te brengen en (financieel) houdbare beleidsopties voor de armoedeaanpak te formuleren aan de hand van keuzes tussen het verdiepen van de aanpak voor de huidige doelgroep en / of het verbreden van de aanpak naar de nieuwe, bredere doelgroep. 2. Het bereik van de armoederegelingen bij de beoogde doelgroep te vergroten door de bekendheid te vergroten, aanvraagprocessen te versimpelen en het aanbod minder versnipperd te maken. 3. Verdere maatregelen te nemen om het gebruik en de effecten van de armoederegelingen te verbeteren. 4. Ervoor te zorgen dat binnen de gemeentelijke organisatie weer structureel tussen de organisatieonderdelen wordt samengewerkt aan de uitvoering van de nieuwe armoedeaanpak, zodat de problemen van inwoners in samenhang met elkaar worden aangepakt. 5. Het subsidiekader en de -verantwoording voor armoedebestrijding te verbeteren en daarmee beter af te wegen welke subsidies het meeste opbrengen. En meer te sturen op de verbinding tussen samenwerkingspartners in het netwerk. 6. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

De rekenkamer,

de secretaris,

de voorzitter,

dr. G. Molenaar

drs. P.W.D. Venhoeven

Samenvatting Rekenkamer Utrecht heeft onderzoek gedaan naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak van de gemeente Utrecht. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Pleisters plakken.

Context Aanleiding Steeds meer Utrechtse huishoudens kregen de afgelopen jaren door de coronacrisis, de energiecrisis en de koopkrachtcrisis moeite om rond te komen en mee te doen aan de samenleving. Armoede werkt door op andere levensterreinen, zoals gezondheid, welzijn, onderwijs en werk en draagt daarmee ook bij aan een toenemende kansenongelijkheid in de samenleving. De gemeente Utrecht richt zich met het centrale doel van de armoedebestrijding op rondkomen en meedoen. Rekenkamer Utrecht onderzocht of het gelukt is om de Utrechtse huishoudens in armoede te bereiken en of de gekozen aanpak effectief is. Op dit moment stelt de gemeente Utrecht een nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid op. De rekenkamer hoopt hier met de uitkomsten van haar onderzoek een bijdrage aan te leveren zodat uiteindelijk meer inwoners (weer) rond kunnen komen en mee kunnen doen aan de samenleving. Juridische context Rekenkamer Utrecht is een onafhankelijk bestuursorgaan van de gemeente Utrecht, met een grondslag in de gemeentewet (artikel 81 en 182-185). De rekenkamer heeft taken en bevoegdheden op een bij wet duidelijk afgebakend terrein. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur (gemeentewet, artikel 182).

Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat daarbij geen controle van de jaarrekening aangezien dat het werkterrein is van de accountant. De gemeenteraad heeft binnen de kaders van de wet voor Rekenkamer Utrecht het juridisch kader nader vastgelegd in een verordening. De Verordening Rekenkamer Utrecht is begin 2021 geactualiseerd (Gemeenteblad nr. 23412, 26 januari 2021). Beoogd effect Het doel van dit onderzoek is om de Utrechtse gemeenteraad inzicht te geven in de effecten van de Utrechtse armoedeaanpak op Utrechtse huishoudens in (dreigende) armoede. De rekenkamer kijkt daarbij naar de behoeften van deze huishoudens en in hoeverre de gemeentelijk armoedeaanpak daarbij aansluit en effect heeft. De centrale vraag van het onderzoek was: Lukt het de gemeente Utrecht om met de armoedeaanpak de Utrechtse huishoudens in (dreigende) armoede te bereiken en is de aanpak effectief? Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad In december 2015 heeft de gemeenteraad ‘Utrecht Inclusief’ vastgesteld: de vernieuwing van de Utrechtse Armoedeaanpak voor de periode 2016-2019. Een jaar later is door de gemeenteraad op 8 december 2016 ‘Utrecht Inclusief deel 2’ vastgesteld. In juni 2019 heeft de gemeenteraad de Actieagenda ‘Utrechters schuldenvrij’ vastgesteld.

In de aanloop naar een nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid is op 27 juni 2023 een brief aan de raad gestuurd met daarin de leidende principes. Hierover is door de raad gesproken in een raadsinformatiebijeenkomst op 29 augustus 2023 en in de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie op 7 september 2023.

2

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Met scenario’s de mogelijke ontwikkeling van de armoedeproblematiek in beeld te brengen en (financieel) houdbare beleidsopties voor de armoedeaanpak te formuleren aan de hand van keuzes tussen het verdiepen van de aanpak voor de huidige doelgroep en / of het verbreden van de aanpak naar de nieuwe, bredere doelgroep.

Argumenten 1.1

Ondanks de toename van het budget van de gemeente Utrecht voor armoedebestrijding is dit de afgelopen jaren steeds meer onder druk komen te staan.

1.2

De Utrechtse armoedeaanpak richt zich voornamelijk op de huishoudens met een inkomen onder of gelijk aan 125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). Deze groep is in aantal stabiel, maar neemt in relatieve zin af door de groei van de stad en de relatief grote toename van het aantal huishoudens met een hoger inkomen.

1.3

Het inkomen stijgt met name de laatste jaren onvoldoende mee om prijsstijgingen te compenseren.

1.4

Het is voor Utrechters die moeite hebben met rondkomen steeds moeilijker geworden om in hun basisbehoeften te voorzien.

1.5

Utrechters die al langer in armoede leven, geven aan dat de (financiële) problemen zich voor hen hebben verergerd.

1.6

Ook huishoudens met een inkomen hoger dan 125% WSM komen vaker in de problemen. Zij komen in veel gevallen niet in aanmerking voor structurele armoederegelingen.

1.7

Utrechters die gebruik maken van de armoederegelingen besteden het geld voornamelijk aan basisbehoeften zoals boodschappen en kleding.

1.8

Armoederegelingen dragen positief bij, maar het effect kan nog worden vergroot door een betere aansluiting op de behoeften van de doelgroep.

Beslispunt 2

Het bereik van de armoederegelingen bij de beoogde doelgroep te vergroten door de bekendheid te vergroten, aanvraagprocessen te versimpelen en het aanbod minder versnipperd te maken.

Argumenten 2.1

Het blijft een grote uitdaging om de doelgroep(en) van de armoederegelingen te bereiken.

2.2

Vooral inwoners die jong, ouder of laaggeletterd zijn en inwoners met een migratieachtergrond worden moeilijker bereikt, waarbij de redenen en oorzaken per regeling verschillen.

2.3

Aanvraagprocessen zijn vaak onnodig complex, het aanbod van armoederegelingen is versnipperd en de regelingen sluiten niet altijd aan op de behoeften van de doelgroep.

3

Beslispunt 3

Verdere maatregelen te nemen om het gebruik en de effecten van de armoederegelingen te verbeteren.

Argumenten 3.1

Armoederegelingen zijn het meest effectief als zij aansluiten op de behoeften van de doelgroep.

3.2

De aansluiting op de behoeften van de doelgroep blijkt in de praktijk nog niet altijd volledig.

3.3

De effectdoelstelling van de gemeente Utrecht laat een negatieve ontwikkeling zien: het percentage Utrechters dat problemen ervaart met meedoen – onder de Utrechters die slecht kunnen leven van hun inkomen – neemt toe.

3.4

Samenwerkingspartners in de stad zijn positief over de Utrechtse aanpak, maar zien ook dat een groeiende groep Utrechters ondanks alle (deels tijdelijke) maatregelen onvoldoende kan rondkomen en meedoen aan de samenleving.

Beslispunt 4

Ervoor te zorgen dat binnen de gemeentelijke organisatie weer structureel tussen de organisatieonderdelen wordt samengewerkt aan de uitvoering van de nieuwe armoedeaanpak, zodat de problemen van inwoners in samenhang met elkaar worden aangepakt.

Argumenten 4.1

Omdat bij armoede vaak sprake is van multi-problematiek is het belangrijk dat alle relevante organisatieonderdelen samen aan deze opgave werken.

4.2

Aan de actieagenda Utrechters Schuldenvrij werd in een integraal team met deelnemers uit verschillende organisatieonderdelen (WenI, Maatschappelijke Ontwikkeling, Volksgezondheid en Communicatie) structureel en integraal gewerkt.

4.3

Nadat de actieagenda eind 2022 was verlopen, stopte ook het integraal team dat uitvoering gaf aan de acties uit de agenda.

4.4

Vooral de samenwerking tussen Werk en Inkomen en Maatschappelijke Ontwikkeling moet beter.

4.5

Samenwerkingspartners in de stad merken dat de verschillende afdelingen minder met elkaar afstemmen. Dit leidt er soms toe dat goed bedoelde maatregelen en regelingen onvoldoende aansluiten op de praktijk.

Beslispunt 5

Het subsidiekader en de -verantwoording voor armoedebestrijding te verbeteren en daarmee beter af te wegen welke subsidies het meeste opbrengen. En meer te sturen op de verbinding tussen samenwerkingspartners in het netwerk.

Argumenten 5.1

Uit de verantwoordingsinformatie wordt niet duidelijk welke partijen subsidie ontvangen, waarom, hoeveel en hoe hun inzet bijdraagt aan de gemeentelijke doelen.

4

5.2

Binnen de gemeente is men zoekende bij subsidieverstrekking, omdat het aantal initiatieven groeit en het geld beperkt is. Er wordt daarom breder gezocht naar mogelijkheden om initiatieven (financieel) te ondersteunen.

5.3

Het ontbreekt de raad, de gemeente en de samenwerkingspartners aan een helder zicht op hoe de subsidieverstrekkingen bij armoedebestrijding tot stand komen en hoe onderlinge verschillen worden verklaard

5.4

Partners missen een proactieve samenwerking tussen de verschillende partijen in de stad die zich inzetten voor armoedebestrijding.

5.5

Partners weten niet altijd van elkaars bestaan af en / of wat voor dienstverlening de verschillende partners aanbieden.

5.6

Partners verwachten een faciliterende en ook een meer sturende rol vanuit de gemeente op de samenwerking tussen partijen in het netwerk.

5.7

Cliënten kunnen dan gemakkelijker worden doorverwezen tussen partijen, waardoor zij sneller passende ondersteuning krijgen.

Beslispunt 6

De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

Argumenten 6.1

Bij de formulering van de aanbevelingen heeft de rekenkamer concrete voorstellen gedaan om invulling te geven aan de aanbevelingen en tegelijkertijd ruimte gelaten aan het college om de aanbevelingen nader in te vullen.

6.2

In artikel 11 (lid 8) van de Verordening Rekenkamer Utrecht 2018 is opgenomen dat het college binnen zes weken na besluitvorming over de aanbevelingen van de rekenkamer een plan van aanpak opstelt over de implementatie van de raadsbesluiten.

6.3

In artikel 11 (lid 9) is opgenomen dat het college jaarlijks (bij de Jaarstukken) aan de raad rapporteert over de stand van zaken van de uitvoering van de raadsbesluiten die genomen zijn naar aanleiding van rekenkamerrapporten.

Kanttekening 6.1

Indien nuttig kan via een expliciet besluit van de gemeenteraad van de standaardtermijn van zes weken worden afgeweken.

Financiën De financiële consequenties van dit voorstel zijn op dit moment onbekend. Deze zijn afhankelijk van de besluitvorming en de precieze opvolging van de beslispunten daarna.

Vervolg Met het voorliggend besluit wordt het college verzocht om de raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen worden uitgevoerd.

Participatie Er is een groot aantal personen en organisaties in het onderzoek betrokken: ▪ Binnen de gemeentelijke organisatie sprak de rekenkamer tijdens het onderzoek met 13 personen. ▪ Bij samenwerkingspartners en kennisinstellingen sprak de rekenkamer met 19 personen. 5

▪

Aan de hand van een vastgesteld vragenformulier ging de rekenkamer in gesprek met 66 inwoners.

Communicatie Rekenkamer Utrecht stuurt het rapport en de bijbehorende documenten in eerste instantie toe aan de gemeenteraad en het college van B&W. Vervolgens worden deze ook openbaar gemaakt op de website van de rekenkamer. Daarbij worden ook de respondenten, perscontacten en andere geïnteresseerden op de hoogte gesteld. In een technische bijeenkomst licht de rekenkamer de onderzoeksresultaten nader toe. Specifiek voor dit onderzoek heeft de rekenkamer een flyer opgesteld met de belangrijkste uitkomsten en de werkwijze tijdens het onderzoek (achterzijde). De folder is op de locaties verspreid die tijdens het onderzoek bezocht zijn.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming ▪ Rekenkamerrapport Pleisters plakken. Een onderzoek naar de naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak in de gemeente Utrecht. Bijlagen informatief ▪ Persbericht ▪ Publiekssamenvatting ▪ Infographic ▪ Folder

6

PLEISTERS PLAKKEN EEN ONDERZOEK NAAR HET BEREIK EN DE EFFECTIVITEIT VAN DE ARMOEDEAANPAK IN DE GEMEENTE UTRECHT

1

PLEISTERS PLAKKEN EEN ONDERZOEK NAAR HET BEREIK EN DE EFFECTIVITEIT VAN DE ARMOEDEAANPAK IN DE GEMEENTE UTRECHT

17 oktober 2023 Eindrapport 2

REKENKAMER UTRECHT LEDEN ▪

Paul Venhoeven (voorzitter)

▪

Sjoerd Keulen

▪

Nanda ‘t Lam

MEDEWERKERS ONDERZOEK ▪

Johan Snoei

▪

Vince van Houten

▪

Jelte Schat

CONTACTGEGEVENS 030 - 286 1391 rekenkamer@utrecht.nl utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer Postbus 16200, 3500 CE Utrecht

3

INHOUD DEEL I Bestuurlijk rapport ...................................................................................................... 5 1

Doelstelling onderzoek .................................................................................................... 5

2

Conclusies en aanbevelingen .......................................................................................... 6

3

Bestuurlijke reactie college van B&W ............................................................................ 13

4

Nawoord rekenkamer .................................................................................................... 17

DEEL II Nota van Bevindingen ............................................................................................. 20 1

2

3

4

Inleiding......................................................................................................................... 20 1.1

Aanleiding ..............................................................................................................20

1.2

Doel en onderzoeksvragen.....................................................................................20

1.3

Werkwijze en afbakening onderzoek ......................................................................21

1.4

Leeswijzer ..............................................................................................................22

Armoede in Utrecht ....................................................................................................... 24 2.1

Armoede verdiept en verbreedt zich .......................................................................24

2.2

Rondkomen en meedoen moeilijk voor doelgroep ..................................................28

Aanpak, middelen en bereik .......................................................................................... 33 3.1

Belangrijkste bevindingen ......................................................................................34

3.2

Toelichting op de bevindingen ................................................................................35

3.2.1

Onderbouwing armoedeaanpak op orde .........................................................35

3.2.2

Inzet armoedebestrijding uitgebreid, sinds 2021 tekorten ................................39

3.2.3

Bereik doelgroep een blijvend aandachtspunt .................................................44

Uitvoering en effecten ................................................................................................... 51 4.1

Belangrijkste bevindingen ......................................................................................52

4.2

Toelichting op de bevindingen ................................................................................52

4.2.1

Integrale samenwerking na aflopen actieagenda afgeschaald.........................52

4.2.2

Effectiviteit armoedeaanpak niet eenduidig vast te stellen ...............................56

BIJLAGE 1 Onderzoeksverantwoording ............................................................................... 62 BIJLAGE 2 Armoederegelingen ............................................................................................ 68 4

DEEL I BESTUURLIJK RAPPORT 1

DOELSTELLING ONDERZOEK

Aanleiding Steeds meer Utrechtse huishoudens kregen de afgelopen jaren door de coronacrisis, de energiecrisis en de koopkrachtcrisis moeite om rond te komen en mee te doen aan de samenleving. De Utrechtse armoedeaanpak richt zich vooral op de inwoners met een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). De armoedeproblematiek heeft zich voor deze groep inwoners verergerd en er zijn nieuwe groepen met een (laag) middeninkomen in financiële problemen bij gekomen. Armoede werkt door op andere levensterreinen, zoals gezondheid, welzijn, onderwijs en werk en draagt daarmee ook bij aan een toenemende kansenongelijkheid in de samenleving. Binnen de stad zijn op dit moment al grote verschillen tussen wijken zichtbaar. Met name in Overvecht is de problematiek groot: een derde van de huishoudens daar leeft van een inkomen onder of gelijk aan 125% WSM. De gemeente Utrecht heeft haar armoedeaanpak sinds 2015 op verschillende momenten vernieuwd. In de periode 2016 – 2019 was Utrecht Inclusief van kracht, in de periode 2019 – 2022 werd uitvoering gegeven aan de actieagenda Utrechters Schuldenvrij. De gemeente richt zich met het centrale doel van de armoedebestrijding op rondkomen en meedoen.

Het Centraal Planbureau heeft in augustus 2023 becijferd dat – zonder aanvullend beleid – het aantal mensen in armoede de komende jaren gaat toenemen naar 5,7% van de bevolking, dat neerkomt op ongeveer 1 miljoen Nederlanders.1 Rekenkamer Utrecht onderzocht of het gelukt is om de Utrechtse huishoudens in armoede te bereiken en of de gekozen aanpak effectief is. Op dit moment stelt de gemeente Utrecht een nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid op. Wij hopen hier met de uitkomsten van ons onderzoek een bijdrage aan te leveren zodat uiteindelijk meer inwoners (weer) rond kunnen komen en mee kunnen doen aan de samenleving. Centrale vraag De centrale vraag van ons onderzoek was: Lukt het de gemeente Utrecht om met de armoedeaanpak de Utrechtse huishoudens in (dreigende) armoede te bereiken en is de aanpak effectief? Deze rapportage bestaat uit twee delen: I. het bestuurlijk rapport en II. de nota van bevindingen. In dit eerste deel gaan we in op de overkoepelende conclusies en aanbevelingen. De nota van bevindingen bevat onze bevindingen waarop deze conclusies

1 Zie Raming Augustus 2023 (concept-Macro Economische Verkenning 2024) | CPB.nl

5

en aanbevelingen zijn gebaseerd. De nota kwam tot stand door de praktijk van de armoedeaanpak af te zetten tegen vooraf opgestelde normen. Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd in de periode april – juli 2023. Naast de documentstudie en analyse van beschikbare data hebben wij interviews gehouden met professionals binnen de gemeentelijke organisatie, bij samenwerkingspartners en met kennisinstellingen. Aan dit onderzoek werkten daarmee veel personen binnen en buiten de gemeentelijke organisatie mee. Wij danken hen hartelijk voor hun bijdrage aan het onderzoek. Wij spraken daarnaast met inwoners en ervaringsdeskundigen. In het bijzonder bedanken wij daarom de 66 Utrechters die ons hebben verteld over hun – vaak moeilijke – financiële situatie. Deze inbreng is van grote betekenis voor ons onderzoek. Een uitgebreide toelichting op de onderzoeksmethode is opgenomen in bijlage 1.

2

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Op basis van de bevindingen komen wij tot de volgende hoofdconclusie met vier deelconclusies. Wij formuleren hierbij vijf aanbevelingen. HOOFDCONCLUSIE Het Utrechtse armoedebeleid is ruimhartig, maar we zien dat er sinds 2021 te weinig structureel geld is en reserves ingezet moeten worden om Utrechters te ondersteunen. Het is voor de gemeente Utrecht daarom niet mogelijk om alle Utrechters in financiële problemen te helpen. Het lukt de gemeente en samenwerkingspartners ook niet om de armoedeproblemen structureel op te lossen en zij ervaren hun inzet daarom ook in toenemende mate als het plakken van pleisters. Dit heeft vier belangrijke oorzaken. De afgelopen jaren lukte het ten eerste onvoldoende om de doelgroep van de armoederegelingen met een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum te bereiken. Daarnaast zien we ook dat mensen met inkomens daarboven vaker in de problemen komen. De doelgroep van de armoedeaanpak verbreedt zich dus. Ten derde blijkt dat de gebruikers van de armoederegelingen ervaren dat de regelingen niet volledig aansluiten op hun behoeften. En zij gebruiken de regelingen voornamelijk om in hun basisbehoeften als boodschappen en kleding te kunnen voorzien. De inflatie zorgt er bovendien voor dat met een gelijkblijvend geldbedrag minder kan worden bekostigd.

Er is dus voor de komende tijd een verhoging van de uitgaven per inwoner noodzakelijk om het effect voor gebruikers tenminste op het huidige peil te kunnen behouden en waar mogelijk te verbeteren.

6

7

AANBEVELING 1: Breng met scenario’s de mogelijke ontwikkeling van de armoedeproblematiek in beeld en formuleer (financieel) houdbare beleidsopties voor de armoedeaanpak aan de hand van keuzes tussen het verdiepen van de aanpak voor de huidige doelgroep en / of het verbreden van de aanpak naar de nieuwe, bredere doelgroep. Armoedebegroting onder druk, ontwikkelingen maken keuzes noodzakelijk Het budget voor armoedebestrijding is in de periode 2015 – 2022 toegenomen van € 20 miljoen naar bijna € 32 miljoen. Verschillende colleges hebben in deze periode een financiële impuls gegeven aan de armoedebestrijding. Ondanks deze toename is het budget de afgelopen jaren toch steeds meer onder druk komen te staan. Tot 2021 was er sprake van een sluitende begroting, daarna ontstonden tekorten op het reguliere budget. Tot 2024 kunnen landelijke steunpakketten en de inzet van reserves uitkomst bieden, maar daarna is de reserve (naar verwachting) leeg. In de Voorjaarsnota 2023 heeft het college de raad geïnformeerd over het verwachte tekort op het brede sociaal domein. De Utrechtse armoedeaanpak richt zich voornamelijk op de huishoudens met een inkomen tot 125% van het wettelijk sociaal minimum (WSM). Het aantal huishoudens in deze groep was in de periode 2015 – 2020 min of meer stabiel.

Door de “De laatste tijd merk ik groei van de stad en de relatief grote toename van het aantal dat rondkomen in deze huishoudens met een hoger inkomen nam het aandeel dure tijd niet meer lukt” huishoudens tot 125% WSM in relatieve zin wel af. Met name de laatste jaren stijgt het inkomen onvoldoende om de prijsstijgingen te compenseren. Het is daarmee voor Utrechters die moeite hebben met rondkomen steeds moeilijker geworden om in hun basisbehoeften te kunnen voorzien. En Utrechters die al langer in armoede leven, geven aan dat de (financiële) problemen zich voor hen hebben verergerd. Citaat inwoner: "Ik leef al langere tijd van een uitkering. Het laatste jaar merk ik dat rondkomen in deze dure tijd niet meer lukt. Ik leen nu vaker geld van vrienden." Daarnaast blijkt dat ook huishoudens met een inkomen hoger dan 125% WSM vaker in de problemen komen. Zij komen in veel gevallen niet in aanmerking voor de structurele armoederegelingen. Citaat inwoner: “Ik wil er graag voor pleiten dat de gemeente meer gaat doen voor de middeninkomens. Ik heb het gevoel dat die groep nu nog vergeten wordt. Via het buurtteam word ik wel geholpen, maar zij kunnen nu ook niet veel voor me betekenen.” Utrechters die al wel gebruik maken van de armoederegelingen “Ik wil ervoor pleiten dat besteden het geld voornamelijk aan basisbehoeften als de gemeente ook meer boodschappen en kleding.

De regelingen dragen daarmee gaat doen voor positief bij, maar het effect kan nog verder worden vergroot door middeninkomens” een betere aansluiting op de behoeften van de doelgroep. Gegeven de huidige situatie en de ontwikkelingen van de armoede in de stad bevelen wij aan om met verschillende scenario’s de ontwikkeling van de armoedeproblematiek in de tijd 8

in beeld te brengen en houdbare beleidsopties te formuleren voor de invulling en bekostiging van de nieuwe armoedeaanpak. Maak daarbij keuzes tussen het verdiepen van de aanpak voor de huidige doelgroep en / of het verbreden van de aanpak naar de nieuwe, bredere doelgroep. Daarmee kan inzicht gegeven worden in de groep huishoudens die (financiële) ondersteuning van de gemeente kunnen (blijven) verwachten en welke huishoudens niet of minder. DEELCONCLUSIE 1: VERGROTEN BEREIK ONVOLDOENDE GESLAAGD De afgelopen jaren is het de gemeente Utrecht onvoldoende gelukt om de doelgroep van de structurele armoederegelingen te bereiken. AANBEVELING 2: Vergroot het bereik van de armoederegelingen bij de beoogde doelgroep door de bekendheid te vergroten, aanvraagprocessen te versimpelen en het aanbod minder versnipperd te maken. Bereiken doelgroep armoederegelingen een blijvend aandachtspunt De uitvoering van armoederegelingen is voor gemeenten een directe mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de armoedeproblematiek. De gemeente Utrecht heeft zes structurele armoederegelingen: de U-pas, U-polis, Individuele Inkomenstoeslag (IIT), Bijzondere Bijstand, Kwijtschelding gemeentebelasting, en de regeling tegemoetkoming zorgkosten (RTZ). De doelstellingen, voorwaarden en mate van “Ik weet niet of ik als beleidsvrijheid om keuzes te maken verschilt per regeling.

Het werkende wel in blijft ook een grote uitdaging om de doelgroep(en) van de aanmerking kom voor regelingen te bereiken. Het bereik van de U-pas blijft min of armoederegelingen” meer stabiel, van de IIT is het gebruik toegenomen en van de Upolis en de RTZ neemt het gebruik af. Prestatiedoelstellingen worden dan ook in wisselende mate gehaald. Vooral inwoners die jong, ouder of laaggeletterd zijn en inwoners met een migratieachtergrond worden moeilijker bereikt, waarbij de redenen en oorzaken per regeling verschillen. Citaat inwoner: “Ik ken niet alle armoederegelingen van de gemeente. En ik weet ook niet goed of ik er als werkende wel voor in aanmerking kom." Voor de armoederegelingen zelf is het belangrijk dat de bekendheid “Armoederegelingen toeneemt, de aanvraagprocessen worden versimpeld, het aanbod mogen wel meer minder versnipperd wordt gepresenteerd en dat de regelingen (nog) bekendheid krijgen” beter aansluiten op de behoeften van de doelgroep. Citaat inwoner: “Ik vind dat armoederegelingen wel wat meer bekendheid mogen krijgen. Informeer daarover via buurtteams en buurthuizen, en versimpel het aanvraagproces zodat iedereen op eigen kracht een aanvraag kan indienen." De armoederegelingen zouden door aanpassing in de voorwaarden voor een bredere doelgroep (> 125% WSM) toegankelijk kunnen worden 9

gemaakt zodat ook lage middeninkomens in aanmerking komen voor ondersteuning bij rondkomen en meedoen. De mate waarin dit gedaan wordt, hangt mede af van politieke keuzes (zie ook de toelichting op aanbeveling 1 en de hoofdconclusie). Maar los van de beleidskeuzes die gemaakt worden blijft het nodig om het bereik binnen de afgebakende doelgroep zo groot mogelijk te maken. Het is ook belangrijk dat bij deze groep wordt ingezet op preventie en vroegsignalering, Zo kan worden voorkomen dat nieuwe doelgroepen “door het ijs zakken”, langdurig in de armoede raken, en mogelijk schulden opbouwen. Wij bevelen daarom aan om ook de komende jaren in te blijven zetten op het vergroten van het bereik van de armoederegelingen bij de beoogde doelgroepen. Ook het netwerk van de gemeente Utrecht in de stad kan hiervoor beter worden benut. Samenwerkingspartners en Utrechters in armoede wijzen daarnaast op de inzet op passende natuurlijke vindplaatsen om (met name) ook de nieuwe doelgroepen te bereiken. Bijvoorbeeld voor de werkende armen via de grote (lokale) werkgevers of voor gezinnen met kinderen via scholen. DEELCONCLUSIE 2: GEBRUIK EN EFFECTEN AANPAK NIET OPTIMAAL De armoedeaanpak van de gemeente Utrecht sluit niet volledig aan op de behoeften van de doelgroep en de gewenste effecten raken verder uit zicht.

AANBEVELING 3: Neem verdere maatregelen om het gebruik en de effecten van de armoederegelingen te verbeteren. Effect armoedeaanpak vergroten door gerichte maatregelen Armoederegelingen zijn het meest effectief als zij aansluiten op de behoeften van de doelgroep. De gemeente Utrecht is daarom ook met regelmaat in gesprek met de Armoedecoalitie, het netwerk van sleutelpersonen en andere samenwerkingspartners in de stad. Gebruikers van armoederegelingen zijn overwegend positief over de effecten op hun persoonlijke situatie. Toch blijkt de aansluiting op de behoeften van “Ik zou graag een de doelgroep in de praktijk nog niet altijd volledig. De bekendheid uitgebreider boekje van de mogelijkheden van de verschillende regelingen speelt met informatie willen” hierbij een rol, maar ook de voorwaarden die gesteld worden en het aanbod zelf bieden soms onvoldoende maatwerk. Zo vinden ouderen het aanbod van de U-pas voor hun leeftijd beperkt, lijkt de U-polis op het eerste gezicht voor de doelgroep te duur, en zijn de voorwaarden voor de bijzondere bijstand te complex om zelfstandig te kunnen beoordelen hoe deze regeling kan worden aangevraagd en gebruikt. Citaat inwoner: "Het effect van de U-pas is voor mij nu beperkt. Er staat weinig op voor oudere volwassenen. Ik zou graag een uitgebreider boekje met informatie over alle mogelijkheden willen."

10

Het effect van de armoedeaanpak is moeilijk te isoleren van alle externe ontwikkelingen die plaatsvinden. De afgelopen jaren hebben de coronacrisis en de koopkracht- en energiecrisis grote impact gehad. Daarnaast is de gemeente ook afhankelijk van de maatregelen van de rijksoverheid en andere samenwerkingspartners zoals woningcorporaties. Uit onze interviews met inwoners constateren we dat de armoederegelingen een positieve bijdrage leveren op rondkomen en meedoen. Toch laat de effectdoelstelling van de gemeente Utrecht een negatieve ontwikkeling zien: het percentage Utrechters dat problemen ervaart met meedoen – onder de Utrechters die slecht kunnen leven van hun inkomen – neemt toe. Samenwerkingspartners in de stad zijn positief over de Utrechtse aanpak, maar zien ook dat een groeiende groep Utrechters ondanks alle (deels tijdelijke) maatregelen onvoldoende kunnen rondkomen en meedoen aan de samenleving. Wij bevelen daarom aan om verdere maatregelen te nemen om het gebruik en de effecten van de armoedeaanpak te verbeteren. Daarbij kan gedacht worden aan het optimaliseren van het budget van de regelingen (wanneer heeft dit de meeste toegevoegde waarde), het vergroten van de aansluiting op de behoeften van huidige (niet-)gebruikers en betere informatievoorziening over de verschillende mogelijkheden in het aanbod.

DEELCONCLUSIE 3: INTEGRALE AANPAK AFGESCHAALD Binnen de gemeente Utrecht wordt op verschillende manieren samengewerkt aan armoedebestrijding. Integrale samenwerking blijkt echter geen vanzelfsprekendheid. AANBEVELING 4: Zorg ervoor dat binnen de gemeentelijke organisatie weer structureel tussen de organisatieonderdelen wordt samengewerkt aan de uitvoering van de nieuwe armoedeaanpak, zodat de problemen van inwoners in samenhang met elkaar worden aangepakt. Integrale samenwerking aan de opgave moet structureel worden gemaakt De uitvoering van de armoedeaanpak is in hoofdzaak belegd bij Werk en Inkomen (WenI). Omdat bij armoede vaak sprake is van multi-problematiek is het belangrijk dat alle relevante organisatieonderdelen samen aan deze opgave werken. Aan de actieagenda Utrechters Schuldenvrij werd in een integraal team met deelnemers uit verschillende organisatieonderdelen (WenI, Maatschappelijke Ontwikkeling, Volksgezondheid en Communicatie) structureel en integraal gewerkt. Nadat de actieagenda eind 2022 was verlopen, stopte ook het integraal team dat uitvoering gaf aan de acties uit de agenda. Door het wegvallen van de gezamenlijke opgave met een gezamenlijk budget is deze samenwerking gestopt. Vooral de samenwerking tussen WenI en MO moet beter. Samenwerkingspartners in de stad merken dat de verschillende afdelingen minder met elkaar afstemmen.

Dit leidt er soms toe dat goed bedoelde maatregelen en regelingen onvoldoende aansluiten op de praktijk. 11

Wij bevelen daarom aan dat de gemeente de interne samenwerking tussen de organisatieonderdelen bij de opgave versterkt. Armoede is namelijk niet alleen het hebben van een laag inkomen; het werkt vaak door op andere levensterreinen waardoor inwoners te maken hebben met multi-problematiek. Dit maakt een integrale aanpak noodzakelijk. Bij de uitwerking van de nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid heeft de interne samenwerking op dit moment weer vorm gekregen door de instelling van integrale werkgroepen. Wij benadrukken echter het belang van een meer structurele, integrale samenwerkingsvorm die de komende jaren in stand blijft. DEELCONCLUSIE 4: OPBRENGST SUBSIDIES ARMOEDEBESTRIJDING NIET HELDER Er is geen helder zicht op de opbrengsten van de subsidies die worden verstrekt voor armoedebestrijding. Ook ontbreekt het aan sturing op de onderlinge samenwerking tussen de samenwerkingspartners. AANBEVELING 5: Verbeter het subsidiekader en de -verantwoording voor armoedebestrijding en weeg daarmee beter af welke subsidies het meeste opbrengen. En stuur meer op de verbinding tussen samenwerkingspartners in het netwerk. Inzicht bij subsidies en verbinding in het netwerk moeten beter De gemeente Utrecht subsidieert jaarlijks meerdere partners die zich inzetten voor armoedebestrijding. In de periode 2016 – 2022 ging het gemiddeld om circa € 0,8 miljoen per jaar.

Uit de verantwoordingsinformatie wordt echter niet duidelijk welke partijen subsidie ontvangen, waarom, hoeveel en hoe hun inzet bijdraagt aan de gemeentelijke doelen. Niet alle partijen die zich inzetten voor armoedebestrijding komen in de verantwoordingsinformatie voor, terwijl zij wel aangeven een gemeentelijke subsidie voor armoedebestrijding te ontvangen. Omgekeerd staan er wel partijen in het overzicht die subsidie ontvangen vanuit armoedebestrijding waarbij niet direct duidelijk is op welke manier zij bijdragen aan de gestelde doelen. Binnen de gemeente is men ook zoekende bij subsidieverstrekking, omdat het aantal initiatieven groeit en het geld beperkt is. Er wordt daarom breder gezocht naar mogelijkheden om initiatieven (financieel) te ondersteunen. Hierdoor ontbreekt voor de raad, de gemeente en de samenwerkingspartners een helder zicht op hoe de subsidieverstrekkingen bij armoedebestrijding tot stand komen en hoe onderlinge verschillen worden verklaard. De gemeente Utrecht werkt nu voornamelijk intensief samen met de Armoedecoalitie en het sleutelpersonennetwerk. Maar er zijn in de stad veel meer relevante partners en partijen die op armoedebestrijding actief zijn. De partners missen een proactieve samenwerking tussen de verschillende partijen in de stad die zich inzetten voor armoedebestrijding.

De gemeente laat het nu vooral aan de partijen zelf om samenwerkingsverbanden te organiseren. Maar partners weten niet altijd van elkaars bestaan af en / of wat voor dienstverlening de 12

verschillende partners aanbieden. Zij verwachten daarom juist een faciliterende en ook een meer sturende rol vanuit de gemeente op de samenwerking tussen partijen in het netwerk. Cliënten kunnen dan ook gemakkelijker worden doorverwezen tussen partijen, waardoor zij sneller passende ondersteuning krijgen. Wij bevelen daarom aan om allereerst het subsidiekader voor armoedebestrijding te verbeteren. Maak inzichtelijk welke partijen subsidie ontvangen, hoeveel en waarom. Motiveer waarom juist die partijen met hun inzet gaan bijdragen aan de gestelde doelen voor armoedebestrijding. Evalueer vervolgens die inzet aan de hand van een impactanalyse en communiceer daarover. Zo is voor alle partijen transparant welke partners subsidie ontvangen, hoeveel, waarom en wat de inzet oplevert. Het maken van scherpere keuzes in de subsidieverstrekking op basis van impact kan ook tot een besparing / meer doelmatige toewijzing van financiële middelen leiden. Daarnaast bevelen wij aan om meer te sturen op de verbinding tussen partners in het netwerk, zodat van elkaar kan worden geleerd door knelpunten te bespreken en op te lossen en kunnen uitdagingen gezamenlijk worden aangepakt.

3

BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN B&W

Afgelopen periode heeft u onderzoek gedaan naar het bereik en de effectiviteit van de armoedeaanpak in de gemeente Utrecht. We zijn dankbaar met het zorgvuldige onderzoek van de rekenkamer naar ons armoedebeleid. Het rapport komt op het juiste moment omdat we de conclusies en aanbevelingen kunnen gebruiken bij de vormgeving van het nieuwe armoedebeleid. Hieronder gaan wij in op de conclusies en aanbevelingen. Hoofdconclusie Kunnen rondkomen en meedoen is een belangrijke voorwaarde voor gezond stedelijke leven voor iedereen. Financiële bestaanszekerheid is noodzakelijk om een zekerder bestaan te kunnen opbouwen. Het voorkomt veel individueel leed, stress en maatschappelijke kosten. Het rapport ‘Pleisters plakken’ geeft op basis van een zorgvuldig onderzoek een goed beeld van het Utrechtse armoedebeleid van de afgelopen jaren, de effecten en de uitdagingen die we hierop hebben. Het Utrechts armoedebeleid heeft als doel dat alle Utrechters kunnen rondkomen en meedoen. Een ambitieus doel waar wij als stad maar ten dele een bijdrage aan kunnen leveren. Steeds meer Utrechtse huishoudens kregen de afgelopen jaren moeite met rondkomen, door de coronacrisis, energiecrisis en de koopkrachtcrisis. Wij delen uw analyse dat kunnen rondkomen onderdeel is van landelijk beleid van de rijksoverheid. Als gemeente kunnen wij hier beperkt invloed op uitoefenen. 13

Wij herkennen ons in de conclusie dat het nog niet goed genoeg lukt om de doelgroep van onze armoederegelingen te bereiken en dat de regelingen niet altijd volledig aansluiten op de behoeften van inwoners. Dit hangt samen met een aantal uitdagingen. Om meer mensen te bereiken moeten inwoners weten waar ze recht op hebben en in staat zijn om de regeling aan te vragen. Dit hangt samen met de kwaliteit van onze publieke dienstverlening. Het aanvragen moet makkelijk en begrijpelijk zijn en zo min mogelijk stress opleveren. Ambtenaren worden daarom getraind in stress-sensitieve dienstverlening. Op dit moment werken we aan de nota Financiële Bestaanszekerheid waarin het nieuwe Utrechtse armoedebeleid vormt krijgt. De inzichten uit de hoofdconclusie en de aanbevelingen in het rapport Pleisters plakken geven ons goede input om het armoedebeleid verder te verbeteren. Hieronder geven we uitgebreider reactie op de verschillende aanbevelingen. AANBEVELING 1: Breng met scenario’s de mogelijke ontwikkeling van de armoedeproblematiek in beeld en formuleer (financieel) houdbare beleidsopties voor de armoedeaanpak aan de hand van keuzes tussen het verdiepen van de aanpak voor de huidige doelgroep en/ of het verbreden van de aanpak naar de nieuwe, bredere doelgroep.

De aanbeveling om gebruik te maken van scenario's om de mogelijke ontwikkeling van de armoedeproblematiek in beeld te brengen, inclusief de verschillende houdbare beleidsopties, nemen wij over en passen we toe bij de ontwikkeling van de nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid. De huidige tijd, waarbij middelen en capaciteit onder druk staan, vraagt ons om scherpe keuzes te maken. We willen ongelijk investeren voor gelijke kansen, maar met de huidige middelen worden we al gevraagd om keuzes te maken binnen de groep mensen met minder kansen. In de Raadsbrief leidende principes nota Financiële Bestaanszekerheid beschrijven we al drie thema's waar we in het nieuwe beleid bijzondere aandacht aan willen besteden: - Kinderen en jongeren; - Het bereik van onze regelingen; - De aanpak van schulden. De keuze voor deze thema's is op basis van het coalitieakkoord, gesprekken met inwoners en professionals, de Armoedecoalitie en input vanuit raadsdebatten. In het uitvoeringsprogramma dat jaarlijks volgt op de nota stellen we de prognose op basis van nieuwe gegevens bij en passen we het beleid waar nodig aan. AANBEVELING 2: Vergroot het bereik van de armoederegelingen bij de beoogde doelgroep door de bekendheid te vergroten, aanvraagprocessen te versimpelen en het aanbod minder versnipperd te maken. 14

We herkennen dat het bereiken van de doelgroep voor onze armoederegelingen een aandachtspunt blijft en nemen aanbeveling 2 over. Het verbeteren van het bereik van inwoners die onder de inkomensgrens van het armoedebeleid vallen is één van de drie thema's van de nieuwe nota Financiële Bestaanszekerheid. Uw rapport bevestigt welke groepen we moeilijker bereiken. Redenen verschillen per regeling en per doelgroep. Een belangrijke voorwaarde is het versimpelen van het aanvraagproces. De afgelopen jaren hebben we het voor de inwoners met een bijstandsuitkering al makkelijker gemaakt, door een deel van de regelingen automatisch toe te kennen (Individuele Inkomsten Toeslag (IIT) en de U-pas). Ook de energietoeslag hebben we grotendeels geautomatiseerd kunnen toekennen. De lessen die we hierbij hebben geleerd nemen we mee. Het aanvragen van regelingen mag geen dagtaak voor inwoners zijn, dit moet eenvoudiger worden. We willen daarom de beweging maken om zoveel mogelijk regelingen waar mogelijk ambtshalve te verstrekken. We zetten daarnaast in op het verder uitbouwen van het Virtueel Inkomsten Loket. Het Virtueel inkomstenloket moet in de toekomst een grote rol spelen in de aanvraag van regelingen. Hiermee proberen we ook versnippering van de regelingen te verminderen. Inwoners hoeven dan niet voor elke regeling los een aanvraag in te dienen en dezelfde bewijsstukken aan te leveren.

Een geautomatiseerde- of een zeer eenvoudige aanvraag is niet voor alle regelingen mogelijk. Voor de bijzondere bijstand blijft dit een uitdaging. Het is daarvoor noodzakelijk om een goed beeld van iemands situatie te hebben. Daarom is het ook belangrijk om te blijven inzetten op het verbeteren van de toegang en de mogelijkheid om ondersteuning te krijgen, bijvoorbeeld via de Geldzaak of het sleutelfigurennetwerk. Ook subsidiëren we partners die dicht(erbij) onze inwoners staan. Bijvoorbeeld stichting Leergeld als het gaat om schoolgaande kinderen, of Al Amal die de positie van inwoners met een migratieachtergrond helpt te verbeteren. Daarnaast blijven we inzetten op het beter bekend maken van de regelingen. We gaan door met de stadsbrede communicatiecampagne ‘Weet jij waar je recht op hebt’. Met deze campagne worden inwoners bewust gemaakt van de regelingen waar ze recht op hebben. Uiteindelijk blijft wel het dilemma dat wanneer alle huidige regelingen een 100% bereik hebben, we met het huidige armoedebudget een tekort hebben. Zoals aanbeveling 1 beschrijft is het noodzakelijk dat we keuzes maken waar of op wie we inzetten. AANBEVELING 3: Neem verdere maatregelen om het gebruik en de effecten van de armoederegelingen te verbeteren. We zijn blij om te lezen dat gebruikers overwegend positief zijn over de effecten die onze armoederegelingen hebben op hun persoonlijke situatie.

We vinden het belangrijk dat onze regelingen aansluiten op de behoefte van de gebruikers. Daarin zoek je als overheid naar

15

een balans tussen de vrijheid en autonomie van inwoners. Daarom zullen regelingen die hulp in natura of meedoen bieden nooit helemaal aansluiten op de behoefte van álle gebruikers. Dat neemt niet weg dat we er naar streven om een zo compleet mogelijk aanbod te bieden. Enerzijds door ‘gewoon’ geld te geven, zoals de IIT, anderzijds door veel verschillende kostensoorten te vergoeden bij de bijzondere bijstand en een gevarieerd aanbod aan mogelijkheden om de U-pas in te zetten. We zien ook dat de U-pas steeds meer gebruikt wordt. De benutting van de U-pas was afgelopen pasjaar (2022-2023) 70,9 %. Dit was het pasjaar ervoor (2021-2022) 64,8 %. In de nota Financiële Bestaanszekerheid en daaropvolgende uitvoeringsprogramma gaan we ook in op de beschikbare budgetten en hoe we deze inzetten. Uw aanbeveling nemen we dan ook over. Via instrumenten zoals de Armoedemonitor, de Minima-effectrapportage en klanttevredenheidsonderzoeken voor onder andere de U-pas blijven we het effect van onze regelingen monitoren. Ook blijven we in verbinding met de stad en halen we actief input op bij inwoners over het effect van onze regelingen. Op basis daarvan bekijken we hoe we de regelingen kunnen verbeteren en de budgetten zo optimaal mogelijk verdelen. De keuzes en afwegingen die we daarbij maken, maken we inzichtelijk.

AANBEVELING 4: Zorg ervoor dat binnen de gemeentelijke organisatie weer structureel tussen de organisatieonderdelen wordt samengewerkt aan de uitvoering van de nieuwe armoedeaanpak, zodat de problemen van inwoners in samenhang met elkaar worden aangepakt. Met het aflopen van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij is ook het integrale opgaveteam gestopt. Hierdoor is de samenwerking tussen de interne organisatieonderdelen (OO) niet meer formeel georganiseerd op dit onderwerp. Voor de nieuwe nota’s in het sociaal betrekken we collega’s van de verschillende afdelingen. Voor de nota financiële bestaanszekerheid doen we dit door collega’s vanuit verschillende expertises en afdelingen mee te laten denken in themagroepen. Dit willen we blijven doen na vaststelling van de nota bij de uitwerking van concrete plannen. Daarmee krijgt de samenwerking een structureel karakter. Deze aanbeveling nemen wij daarmee over. AANBEVELING 5: Verbeter het subsidiekader en de -verantwoording voor armoedebestrijding en weeg daarmee beter af welke subsidies het meeste opbrengen. En stuur meer op de verbinding tussen samenwerkingspartners in het netwerk. We herkennen dat de totstandkoming van subsidieverstrekkingen in het kader van het bestrijden van armoede en schulden niet altijd helder is voor samenwerkende partijen.

We onderzoeken hoe we de subsidiekaders en verantwoording kunnen verbeteren, dit wordt 16

onderdeel van de nieuwe nota of het uitvoeringsprogramma. Deze aanbeveling nemen wij over. Veel van onze partners sluiten aan bij de bijeenkomsten van de Armoedecoalitie. Daar is ruimte om met elkaar signalen en ervaringen uit te wisselen en samen op te trekken. We verwachten van partners in de stad dat zij zichzelf ook actief inzetten om het netwerk in de stad te onderhouden en hierbij aan te sluiten. Hiervoor hebben we ook in samenwerking met de Armoedecoalitie het fondsennetwerk opgericht. We nemen daarom de aanbeveling om meer te sturen op de verbinding tussen samenwerkingspartners niet over en verwijzen daarbij naar de bestaande overlegstructuren. We vinden het wel belangrijk om hier als gemeente goed op aangehaakt te blijven en te ondersteunen waar nodig. Daarnaast kijken we samen met individuele partners goed naar het aanbod dat zij bieden en waar dat overlapt met andere organisaties. Daarbij spreken we af welke oplossingen voorliggend zijn en welke oplossing als vangnet wordt ingezet. Organisaties hebben daar onderling ook contact over. Tot slot Wij danken u voor uw aandacht voor uw onderzoek en aandacht voor ons armoedebeleid, juist nu steeds meer Utrechters te maken krijgen met de effecten van armoede. Wij gaan daarom voortvarend aan de slag met uw aanbevelingen en nemen deze mee in het opstellen van de nota Financiële Bestaanszekerheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=4a02f90d-c289-469a-9c2b-d73bfa035804