Agendabundel
Tekst van het document
De heer Gilissen (VVD) kan zich voorstellen dat mevrouw Podt gaat vragen om dingen extra te gaan doen terwijl bekend is dat het budget amper toereikend is. Hij vraagt hoe mevrouw Podt die extra's wil financieren. Mevrouw Podt (D66) vindt dat een goede vraag. Dit is iets waarop het bestuur zichzelf moet aanspreken. Zij bevestigt zich schuldig te maken aan extra voorstellen. Tegelijkertijd denkt zij dat haar voorstellen ook extra geld gaan opleveren omdat er voor gezorgd wordt dat mensen niet vastlopen in het systeem. Zij stelt voor daar op een brede manier naar te kijken.
Pagina 15 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
730
740
750
760
770
De heer Gilissen (VVD) denkt dat mevrouw Podt gelijk kan hebben wanneer zij zegt dat dit onder de streep iets gaat opleveren met ook minder kosten bij de gemeente, mensen beter geïntegreerd raken en sneller aan een baan komen en zij dan minder lang afhankelijk zijn van de financiële bijdrage van de overheid. Hij stelt voor dat te monitoren. Hij stelt voor de wethouder te vragen dat in kaart te brengen. Dan is over enkele jaren na te gaan of dat in voldoende mate is gelukt. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt aanvullend de wethouder in hoeverre extra financiering mogelijk is uit de Participatiewet-activiteiten. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat mevrouw Podt ervan uitgaat dat het oude systeem minder goed werkt dan het nieuwe systeem, terwijl dat nog niet is getoetst. Hij vraagt op basis waarvan zij denkt dat dat het geval is. Hij vraagt hoe mevrouw Podt kan aantonen dat de extra financiering het nodige oplevert. Mevrouw Podt (D66) vindt het idee van de heer Gilissen uitstekend. Zij hoopt dat de heer Gilissen ook zal aandringen op de ondersteuning van de ondertussengroepers. Zij voorziet dat deze mensen straks zonder meer vast komen te zitten. De heer Gilissen (VVD) wil daarover nadenken. Hij denkt wederom dat mevrouw Podt ook daar een punt heeft. Tegelijkertijd benadrukt hij dat het geld ergens vandaan moet komen.
Hij is ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op de suggestie van de heer Dekkers. Mevrouw Assen (PvdA) gaat in op of de ambities matchen met het budget. Het uitstel werd pas bekend tijdens de programmabegroting. Zij vraagt of de wethouder kansen ziet bij de Voorjaarsnota 2021 iets te doen aan het budget. Mevrouw Podt (D66) hoopt dat deze wethouder en het college zich niet laten weerhouden door de vestzakbroekzak die zij straks verwacht. Zij sluit zich graag aan bij de vraag van de heer Dekkers. Richting Stadsbelang Utrecht merkt zij op dat nog weinig bekend is over hoe dit systeem gaat werken. Wel is bekend dat het huidige systeem failliet is. In het voorliggende systeem zitten veel aangrijpingspunten om aan te nemen dat dit beter gaat. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn met verder te gaan op de communicatie. Het gebrek aan communicatie leidt tot veel onzekerheid/onduidelijkheid onder inburgeraars. Op de gemeentelijke website staat nu nog de datum juli 2021 met hele summiere reformatie. Waarop mensen recht hebben in Utrecht is eigenlijk nergens te vinden, ook niet op de website van Welkom in Utrecht en Vluchtelingenwerk. Zij vraagt hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat mensen van alle verschillende inburgeringregiems zo snel mogelijk weten wat er voor hen van belang is. Zij vervolgt met nader in te gaan op het Stadsgesprek uit 2016.
Destijds was al te zien hoe groot de bereidheid was en is in de Utrechtse samenleving nieuwkomers op weg te helpen of om samen met hen nieuwe zaken op te zetten: van de Voorkamer tot Welkom in Utrecht en New Neighbours. Zij wil graag dat initiatieven van onderop deel blijven uitmaken van de Utrechtse aanpak, ook als het einde van de financiering door bijvoorbeeld het Initiatievenfonds in beeld komt. Zij oppert dat het logisch is omdat samen te doen met de Welkom-Huizen. Zij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. D66 is ontzettend blij dat voor de inburgering in Utrecht gebruik gemaakt wordt van de kennis en ervaring van De Stem - een groep nieuwkomers die nu al meedenkt. D66 wil toe naar volwaardig medezeggenschap, zoals dat ook gekend wordt voor bijvoorbeeld het Cliëntenplatform Werk & Inkomen. Daar heeft de gemeente een verordening die regelt hoe en waarover mensen adviseren. Zij vindt dat een goede Pagina 16 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
780
790
800
810
820
manier om de kwaliteit van de dienstverlening te borgen en voor mensen om kennis te maken met medezeggenschap. Haar fractie denkt ook dat het lidmaatschap van een Cliëntenplatform een uitstekende invulling is van het participatieverklaringstraject. Zij vraagt een toezegging hierop van de wethouder. De heer Gilissen (VVD) vraagt of mevrouw Podt het een goed idee vindt om ook digitale middelen veel meer in te zetten en mensen online actief te bevragen zodat een brede vertegenwoordiging ontstaat en mensen op die manier worden betrokken en dat er niet een klein clubje ontstaat van mensen die betrokken zijn. Mevrouw Podt (D66) is het daarmee eens. Zij denkt dat dat voor een groot deel al gebeurt. Zij vindt in dit verband meer altijd beter. Zij vervolgt haar betoog. Zij benadrukt dat nieuwkomers niet blanco in Nederland komen; zij hebben opleiding en werkervaring. Ze kunnen vaak niet direct aan de slag omdat diploma's niet erkend worden. D66 wil ervoor zorgen dat talenten worden benut en zoveel mogelijk ingezet op een leven lang leren. Het tussentijds aanpassen van een persoonlijk integratieplan is daarvoor een mogelijkheid. Zij spreekt in dit verband over “leerbaarheid”. Zij vraagt of afspraken te maken zijn over werkervaring op een lager niveau met perspectief op een opleiding na de eerste periode. Zij vraagt hierop de reactie van de wethouder.
Het is niet eenvoudig een persoonlijk integratieplan goed op te stellen. In de gemeente Weert is in het afgelopen jaar geëxperimenteerd met een pilot rond deskundigheidsbevordering op dit terrein. Zij maakten met een commissie specifiek hiervoor een Plan van Aanpak. Zij vraagt of de wethouder daar naar wil kijken voor Utrecht. Haar fractie vindt de inzet spannend op mensen die straks de Z-route moeten volgen. Is daarop voldoende aanbod en deskundigheid, ook passend bij mensen die lastiger leren? Zij vraagt hierop de reactie van de wethouder. In 2017 organiseerde haar fractie een bijeenkomst met Pharos over nieuwkomers en gezondheid. In die bijeenkomst bleek dat daar veel blinde vlekken waren. Nieuwkomers hebben meer informatie nodig over het Nederlandse zorgsysteem en over hun eigen gezondheid. Recent onderzoek toont aan dat de gezondheid van veel nieuwkomers erop achteruitgaat tijdens hun verblijf in Nederland. Bijna de helft van de Syrische nieuwkomers krijgt te maken met problemen in de mentale gezondheid. Het lijkt haar fractie belangrijk daarvoor expliciet aandacht te hebben binnen de inburgeringcoalitie en met sleutelpersonen. Dat ziet zij nu minimaal terug. Zij vraagt hierop de reactie van de wethouder. Mevrouw Van Mil (Student & Starter) is het eens met mevrouw Podt over het belang van het mentale welzijn in de inburgeringroute.
Zij is vooral benieuwd hoe zij ziet dat dit beter te integreren is in die route. Hoe moet het gemeentebestuur daarmee omgaan? De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) brengt in herinnering dat zijn fractie uitgebreid gesproken heeft over een zorgkloof vooral als het gaat om mensen met een migratieachtergrond. Haar reactie leek destijds afwijzend. Nu hoort hij haar hetzelfde zeggen. Hij vraagt hoe mevrouw Podt denkt de zorgkloof te kunnen dichten. Mevrouw Podt (D66) vindt de vraag van mevrouw Van Mil een mooie. Zij denkt aan twee zaken heel concreet: allereerst dat het gaat om het bereiken van veel nieuwkomers vooral waar het gaat om de mentale gezondheid. Mensen vinden het vaak lastig hierover te spreken. Zij ziet heel veel mooie dingen gedaan worden, dwars door de taal heen. Ze denkt dat daarvoor alle ketenpartners hard nodig zijn. Een andere persoonlijke hickup voor haar is de vergoeding van tolken in de zorg. Dat is niet iets dat gemakkelijk op te lossen is in Utrecht. Zij verneemt graag of de wetPagina 17 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
830
840
850
860
870
houder daarop wil reflecteren. Ze denkt dat dit een groot gebrek is, zeker als het gaat om de mentale gezondheid. In reactie op Stadsbelang antwoordt mevrouw Podt (D66) dat het haar nog niet helder is wat die fractie precies bedoelt met groeven en kloven. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat mevrouw Podt het zojuist zelf verwoord heeft, dat de zorg niet altijd aansluit. Hij vindt het vreemd dat zij het niet begrijpt terwijl zij het zelf benoemt. Mevrouw Podt (D66) vervolgt haar inbreng in haar termijn met in te gaan op de rol van de vrouwelijke nieuwkomers. Die nieuwkomers komen nog lastiger aan een baan, ook wanneer zij een baan op hoog niveau hadden in het land van herkomst. Zij hebben nog vaker dan mannen mentale problemen. Veel vrouwen startten hun leven op achterstand omdat ze later naar Nederland kwamen. Zij stelt voor specifiek aandacht te schenken in de begeleiding aan vrouwen en aan kinderopvang en aan niet uitkeringsgerechtigde vrouwen die thuis zitten omdat hun man al aan het werk is en zij daardoor geen of minder recht hebben op begeleiding. Mevrouw Podt krijgt graag een toezegging van de wethouder dat ook niet-uitkeringsgerechtigde nareizigers de begeleiding richting de arbeidsmarkt krijgen die ze nodig hebben.
Haar fractie wenst iedereen in Utrecht heel veel succes die zich inzet om ruimte te geven aan de ambities van nieuwkomers in Utrecht, bedrijven, taalscholen, initiatiefnemers en vrijwilligers en de nieuwkomers zelf. De heer Gilissen (VVD) deelt de observatie van mevrouw Podt over de drempels voor de betrokkenheid van vrouwen. Een deel daarvan is cultureel bepaald. Hij vindt dat vanuit het bestuurlijke gedacht een vuist gemaakt zou moeten worden om op te komen voor de vrouwen die zelf die keuze willen maken. Hij vraagt hoe mevrouw Podt dat ziet. Mevrouw Podt (D66) is er altijd voor om vrouwen te ondersteunen, welke drempels zij ook ervaren. Ook wanneer dat culturele drempels zijn, vindt zij dat prima. In de afgelopen jaren kwam zij vrouwen en mannen tegen die zelf graag willen dat de vrouw richting de arbeidsmarkt gaat. Dan blijkt het vaak lastig daarop nog begeleiding te krijgen omdat de man de begeleiding al heeft gehad. Zij bevestigt dat het bestuur zou moeten beginnen bij de mensen die zelf graag willen maar die door het systeem zoals het bestuur dat in elkaar gezet heeft niet aan de bak komen. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) spreekt haar woord van dank richting het college en de ambtenaren voor dit in haar ogen goede plan. Zij vindt het des te vervelender dat het wetsvoorstel aan de basis van dit voorstel is uitgesteld.
Dat neemt niet weg dat het bestuur hierover nu kan spreken. Zij vraagt of de wethouder de mogelijkheden kan toelichten voor een eerdere invoer van (delen van) dit plan of dat een hybride versie van het wetsvoorstel zal ingaan. Wat zou de wethouder nu kunnen doen vanuit dit voorstel voordat het wetsvoorstel daadwerkelijk realiteit is? Ook haar fractie maakt zich zorgen over de tussengroep. Hoe ziet de wethouder deze groep en met welke voorstellen is deze groep beter ondersteuning te bieden wanneer zij nog in dat oude systeem vallen. Zij vraagt daarvoor expliciet aandacht. Een gepersonaliseerd plan voor de inburgering, klinkt als muziek in haar oren. Dan dient wel goed geluisterd te worden en gekeken naar wat de inburgeraar wil en kan bij een hoger taalniveau dan B2. Dient gekeken te worden naar behaalde diploma’s om de kennis en kunde goed in te zetten. Zij vraagt hoe de wethouder deze mogelijkheden ziet. Pagina 18 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
Hiernaast vraagt zij aandacht voor het bedrijfsleven en licht zij toe die steviger in te zetten voor een steviger bereik van deze vaak talentvolle groepen. Zij vraagt de wethouder daarop specifiek terug te komen.
880
890
900
910
920
Mevrouw Van Mil (Student & Starter) complimenteert de wethouder met het vele werk dat verricht is. Haar fractie heeft nog een aantal vragen over het verschil tussen de visie en de praktijk. Haar fractie vindt dat een aantal groepen ontbreekt in de nota. Haar fractie vraagt zich af hoe haalbaar de route-Z is voor de groep laaggeletterden en hoe dan om te gaan met die groep. Zij refereert aan en sluit zich aan bij de desbetreffende inbreng van D66 en de ChristenUnie. Deze groep valt nu nog onder de oude wet. Zij vraagt of het college een overgangsregeling kan instellen. Haar fractie ondersteunt de Welkom-Huizen van harte. Haar fractie stelt vragen over de praktijk. Het lijkt haar heel goed te kijken naar wat er al is in de stad zoals bibliotheken en buurthuizen. Zij vraagt de wethouder vooral gebruik te maken van plekken van statushouders die al bekend zijn, zoals Villa Vrede en de Vormkamer. Zij doet de suggestie die plekken te betrekken in het opzetten van de Welkom-Huizen zodat sprake is van een aansluiting. De Welkom-Huizen willen de nieuwkomers zich welkom laten voelen in Utrecht. Echt welkom voelen gaat ook over het hebben van ontmoetingen en toenadering van Utrechtse inwoners. Het is heel waardevol de gewone Utrechter te betrekken bij het welkom heten van de nieuwkomers.
Zij vraagt de wethouder wat het plan is om de Welkom-Huizen in beeld te krijgen bij de gewone Utrechter. Ook haar fractie vraagt aandacht voor het mentale welzijn en zij koppelt dit ook aan het welkomgevoel. Zij refereert hierbij aan de inbreng van D66 hierover. Zij vraagt hiervoor de reactie van de wethouder als het gaat om ruimte maken in het beleid. Zij sluit zich aan bij de inbreng van mevrouw Podt over het extra kijken naar de inzet van tolken om meer en betere zorg te kunnen bieden. Zelfredzaamheid is een van de belangrijkste doelen. Heel veel inburgeraars voelen zich pas zelfredzaam wanneer ze een baan hebben. Zij ziet dat de arbeidsmarkt nog steeds het mechanisme heeft van uitsluiting. Zij noemt het begrip discriminatie op de arbeidsmarkt in dit verband. De nota kan alleen succesvol zijn wanneer ook gewerkt wordt aan een inclusieve werkvloer. Dat onderwerp komt niet echt terug in de nota. Zij vraagt hoe de wethouder hierover denkt. Mevrouw Streefland (ChristenUnie) vindt het mooi dat mevrouw Van Mil de Welkom-Huizen expliciet noemt. Zij vindt die ook heel belangrijk in de stad. De weg van de gewone Utrechter wordt momenteel al nadrukkelijk gevonden door heel veel Utrechtse kerken. Zij ziet daar heel veel verbinding en heel veel bijdragen van vrijwilligerswerk. Dat zou haars inziens breder kunnen. Zij vraagt naar de voorstellen van Student & Starter in dit opzicht.
Mevrouw Van Mil (Student & Starter) vindt het goed om te horen dat de kerken de weg al gevonden hebben. Zij zou het mooi vinden wanneer ook andere groepen zoals studenten, en mogelijk ook gepensioneerden deze plek zouden weten te vinden. Zij pleit ervoor de Welkom-Huizen zichtbaar te maken. Zij pleit ook voor een campagne zodat de Utrechters weten dat die Welkom-Huizen bestaan. De heer Van Waveren (CDA) besteedt aandacht aan het navolgende: De kwaliteit van het voorstel, de aandachtspunten van het CDA: de taal, de bijzondere situatie en de behoefte van één contactpersoon en het financiële kader. Pagina 19 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
930
940
950
960
Hij ziet dat taal ontbreekt in de uitgangspunten. De rest van het voorstel is doordrenkt van het belang van taal. Hij pleit ervoor zoveel mogelijk in de Nederlandse taal te doen in de Welkom-Huizen. Als het gaat om de behoefte van één contactpersoon vindt hij die informatie ontbreken in de nota; hoe wordt er voor één contactpersoon gezorgd? Hij vraagt de wethouder of dit extra aandacht kan krijgen in de nota. Met betrekking tot het financiële kader leest hij dat het college terugkomt bij de raad als dat kader niet uitkomt. De nota zelf geeft niet bepaald inzicht in of het gaat om voldoende financiële middelen. Hij vraagt meer informatie over de verdeling van de middelen vóór de raadsvergadering. Het gaat hem daarbij ook om de inhoud. Hij vraagt de toezegging van de wethouder van een uitgebreide brief over hoe dat gaat werken, wat het gaat kosten, welke locaties er voor zijn, het aantal locaties zodat over dat deel van de uitwerking ook nog bestuurlijk is te spreken. De heer Van Deún (PVV) vindt het leren over de Nederlandse cultuur essentieel en wat de PVV betreft is dat verplicht met het oog op integratie in de samenleving. Hij vindt dat het huidige systeem niet werkt. Ook anderen refereerden daaraan. Zijn fractie vraagt zich af of het voorliggende voorstel het allemaal verbetert. Hij krijgt graag de reflectie van het college over wat aan fraude gedaan wordt.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt over welke fraude de heer Van Deún spreekt. De ervaring leert dat fraude niet kwam van de kant van nieuwkomers, maar bijvoorbeeld wel van de kant van taalscholen. Een van de redenen voor het voorliggende is de aanpak daarvan. De heer Van Deún (PVV) antwoordt bevestigend. Hij spreekt dan over de aanbieders. Dat moet goed worden bekeken in de Europese aanbesteding. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met te betreuren dat het college vraagt hierover te besluiten nu minister Koolmees het in ieder geval heeft uitgesteld tot 2022. In maart 2021 komen er eerst verkiezingen. Hij voorziet dat het allemaal weer kan veranderen. Hij vraagt wat het meer gaat kosten nu er al een winstwaarschuwing is van het college dat het waarschijnlijk niet budgettair neutraal kan. De raad wordt voorgesteld te besluiten over enkele leidende principes. Wat de PVV betreft is taalonderwijs niet vrijblijvend, ook niet voor nareizigers. Bij het niet nakomen mogen daarop wat hem betreft forse sancties staan wanneer opzettelijk sprake is van onvoldoende inzet. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat het niet vrijblijvend zijn als leidend principe wordt toegevoegd. Anders overweegt zijn fractie een amendement. De heer Sungur (DENK) vraagt aan welke sancties de heer Van Deún denkt. De heer Van Deún (PVV) licht toe dat wat hem betreft sancties altijd maatwerk zijn.
De uiterste sanctie is dit huis of dit land verlaten wanneer daartoe mogelijkheden zijn. Het is ook mogelijk mensen te treffen in hun portemonnee. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de heer Van Deún sancties noemt als signaal of omdat hij van mening is dat het effectief is. De heer Van Deún (PVV) noemt het effectief. Anders zou zijns inziens het wetboek van strafrecht wel geschrapt kunnen worden. Hij benadrukt het ultimum remedium hierin. Dit wordt als laatste ingezet wat hem betreft. Hij herhaalt zijn argumenten. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat er dan voorligt aan effectief inburgeringbeleid wanneer dit het ultimum remedium is, wanneer hij ook niet gelooft dat het voorliggende voorstel niet effectief is.
Pagina 20 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
970
980
990
1000
1010
De heer Van Deún (PVV) licht toe dat dit te maken heeft met zijn inschatting dat het gaat om vrijblijvendheid. Hij vindt dat mensen ervan overtuigd moeten worden dat de Nederlandse taal en de Nederlandse gewoonten belangrijk zijn om te integreren. Aan een verplichting koppelt hij sancties, anders hoeft de overheid het zijns inziens niet te verplichten. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met “lerend ontwikkelen”. Zijn fractie vindt dat een vaag uitgangspunt. Dat doet hem denken aan zelfsturende teams uit het verleden. De PVV wil weten voor het scheppen van duidelijkheid welke koers het bestuur vaart. Dit mag wat hem betreft geschrapt worden uit beslispunt 1d. Dit zou zijns inziens niet als uitgangspunt vastgesteld moeten worden. Leren en bijsturen geldt in zijn ogen voor elk besluit en elk handelen van de gemeente. Hij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. Ook hierop overweegt zijn fractie een amendement. Beslispunt 2 is niet gebaseerd op het uitstel van de minister. Wat zijn fractie betreft kan dat ook een aantal maanden worden uitgesteld in dit besluit. Dan is het stadsbestuur aanbeland na de verkiezingen en is een betere inschatting te maken van hoe in 2022 en daarna verder is te gaan en wat het allemaal gaat kosten. Dan is daarop terug te komen bij de Voorjaarsnota. Nu lijkt het een open einde rekening.
Mevrouw Assen (PvdA) is blij met de inzet van de wethouder en diens toon. Zij stelt dat Utrecht veel te bieden heeft voor iedereen, en zeker ook voor deze nieuwe groep Utrechters. Utrechters willen er alles aan doen om inburgeraars vanaf dag 1 te laten meedoen. Haar fractie juicht dat toe. Zij sluit graag aan op wat al gezegd is door D66 en de ChristenUnie over onder andere de Ondertussengroep. Zij ziet in het inkoopconvenant niet terug dat taalonderwijs ook op hoger niveau te geven is. Zij vraagt of de wethouder daarop een toezegging kan doen. Zij denkt dat maatwerk op alle niveaus nodig is. Zij geeft een antivoorbeeld van maatwerk dat in de praktijk is gebleken bij de hogeschool. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen in gesprek te gaan met de hoge school. Zij beseft dat de wethouder daarover niet gaat. Een goed gesprek kan in de optiek van haar fractie veel goed doen. De verbreding in trajecten in de onderwijs- of werkroute lijkt haar goed. Er zijn meer sectoren dan horeca, zorg en bouw. Zij ziet meer sectoren waar direct behoefte is aan nieuwe studenten en werknemers en ook vaak vrijwilligers op diverse niveaus. Zij vraagt of de wethouder zich voorneemt ook trajecten te bieden richting bijvoorbeeld onderwijs en politie.
Zij vraagt dit omdat dit haar extra waardevol lijkt aangezien dit ook sectoren zijn waar het belang van diversiteit en inclusie groot is en ze plekken betrekken midden in de samenleving. Haar fractie krijgt hierop graag een toezegging. De PvdA denkt ook dat basisbanen waardevol kunnen zijn voor statushouders. Zij vraagt of de wethouder dit deelt en zo ja hoe hij daarmee een koppeling wil maken. Haar fractie legde al vaker de focus op zelfredzaamheid, ook op andere terreinen. Zij deelt het doel binnen het Utrechts model. De PvdA vindt dat een goed doel. De vraag is wat te doen wanneer het niet lukt, en wat als de focus daarop te vernauwend werkt. Zij vraagt hoe de wethouder aankijkt tegen de in de Raadsinformatiebijeenkomst geuite zorgen over de focus op zelfredzaamheid. De heer Gilissen (VVD) vraagt mevrouw Assen hoe zij het financiële plaatje ziet met dit lange verlanglijstje in relatie tot het gegeven dat het nu al niet heel erg overhoudt.
Pagina 21 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1020
1030
1040
1050
1060
Mevrouw Assen (PvdA) is dan benieuwd naar de extra kosten die de heer Gilissen ziet in haar betoog. Er zijn al bestuurlijke voorstellen gedaan voor de basisbanen. Zij betreurt het in dat opzicht dat de tegenbegroting van de PvdA niet is aangenomen. Zij is ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op het zojuist gevoerde debatje. Ook hierbij ziet haar fractie dat het zich uiteindelijk terugbetaalt. Zij vraagt de wethouder hoe alle ambities te rijmen met het budget. Zij benadrukt dat zij ook winst ziet in een betere integrale samenwerking. Zij ziet niet direct waar enorme zakken met geld erbij moeten. Zij verneemt dat graag van de heer Gilissen wanneer hij dat wel ziet. De heer Gilissen (VVD) noemt daarop twee dingen: (1) de kosten gaan voor de baat uit. Hij pleit ervoor ook binnen het bestaande aanbod te kijken naar een zo groot mogelijke inzet op activiteiten die ervoor zorgen dat mensen zo snel mogelijk zelfvoorzienend zijn. Hij noemt in dit verband de taal. (2) er moet dan ook nu geld beschikbaar zijn. Hij vraagt waar het geld vandaan moet komen wanneer het bestuur begin 2021 iets extra's wil doen. Mevrouw Assen (PvdA) legt dit terug bij de wethouder: denkt hij dat basisbanen kunnen matchen met de plannen die mevrouw Voortman daar deels voor heeft? Anders weet het bestuur sinds kort dat de nieuwe wet opnieuw is uitgesteld.
Zij hoopt dat bij de Voorjaarsnota daarvoor een passend nieuw voorstel komt. Het lijkt haar niet zinvol om over concrete posten te gaan praten wanneer van tevoren bekend is dat voorstellen in die richting het niet gaan halen. Zij deelt met de heer Gilissen dat er ook veel zit in het effectiever doen van het bestaande aanbod. Ze noemt in dit verband het psychosociale en het inzicht bij het bestuur waar het nog beter kan. Zij vervolgt haar betoog. Zij sluit aan op de inbreng van mevrouw Podt op de mogelijke winst die de behalen is op het psychosociale vlak bij de ondersteuning van statushouders. Zij noemt de proeftuinen in Haarlem en Dordrecht in dit verband om tot een laagdrempelig en lokaal, meer passend en meer effectief aanbod te komen. Zij noemt de stevige aanbevelingen in dit verband: integrale samenwerking en een afzonderlijke sociale kaart voor statushouders. Zij vraagt of de wethouder kan toezeggen hiervan kennis te nemen en na te gaan wat daarvan is over te nemen in Utrecht. Zij vraagt de wethouder ook een sociale kaart voor Utrecht te maken. Zij denkt niet dat daaraan een hoog kostenplaatje hangt. Zij vraagt ook aandacht van de wethouder voor het meer intensiveren van de integrale samenwerking. De PvdA denkt dat huisvesting een groot probleem blijft, juist om de doorgaande lijn te bewaken. Zij vraagt hoe de wethouder dit duidt en wat zijn oplossing is.
Haar suggestie in dit verband is te stoppen met de verkoop van sociale huurwoningen. De heer Sungur (DENK) houdt zijn inbreng kort. Hij richt zijn bijdrage vooral op de gezondheid. Hij refereert aan de inbreng van mevrouw Podt en mevrouw Assen. Ook zijn fractie mist in het stuk de bijzondere aandacht voor de gezondheidssituatie van de individuele inburgeraar. De inburgeraars verlieten hun eigen land niet zomaar. Veel van deze mensen maakten veel mee in hun thuisland. Hij verzoekt de wethouder meer aandacht te schenken aan de gezondheidssituatie van nieuwkomers. Daarnaast sluit zijn fractie zich graag aan bij de vraag wat er gaat gebeuren met de mensen die in de huidige regeling vallen terwijl bekend is dat die regeling niet de meest optimale is. Hoe kan het bestuur ook die groep meenemen? Hij legt de vraag voor welk onderdeel van het plan alvast is in te voeren voordat de wet in werking is getreden. Pagina 22 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1070
De heer Dekkers (GroenLinks) steunt van harte het voorliggende raadsbesluit met de leidende principes en de uitgangspunten voor de uitvoering van de inburgering. Het nieuwe stelsel lerend ontwikkelen en onderwijs regionaal inkopen. Zijn fractie is ook blij met de bovenwettelijke ambities van Utrecht, zoals de WelkomHuizen en een hoger taalniveau voor hoger geschoolden en vaktaal op de werkvloer. Zijn fractie is er trots op dat Utrecht voorop liep in het ontwikkelen van het nieuwe inburgeringstelsel. Hij noemt de wezenstrekken ervan. Hij vindt het hoog tijd afscheid te nemen van de oude regeling. De minister heeft een half jaar uitstel aangekondigd.
1080
1090
1100
1110
GroenLinks ondersteunt het college in zijn streven vast te houden aan de ambities en de pogingen op 1 juli de nieuwe aanpak te starten. Hij vernam op de Raadsinformatiebijeenkomst dat er verschillende scenario's worden onderzocht en dat er in dat opzicht landelijk gelobbyd wordt. Hij vraagt of de wethouder iets meer kan zeggen over de scenario's en de lobby. Zijn fractie stemt graag af met de andere fracties en de wethouder over hoe een uitspraak van de gemeenteraad die lobby kan ondersteunen. De zorgen van zijn fractie hebben meer te maken met de landelijke regelgeving en financiering dan met de Utrechtse ambities. Hij gaat in dit verband in op de mensen die buiten de regeling vallen. Hij noemt in dit verband de Ondertussengroep. Hij stelt voor die groep zoveel mogelijk mee te nemen in het nieuwe stelsel. Hij herhaalt het begrip gezinsmigranten in verband met een kleine groep vluchtelingen die niet onder de inburgeringplicht valt, zoals gepensioneerde vluchtelingen en mensen met een tijdelijke vergunning. Hij vraagt of de wethouder kan zeggen hoe ervoor te zorgen dat deze groepen niet in de problemen komen. De gemeente krijgt voor deze groepen geen of minder geld. De vraag is of is na te gaan is of aanvullende financiering te regelen is uit bijvoorbeeld de Participatiewet.
Richting de heer Gilissen vraagt hij of zijn fractie hem aan zijn zijde vindt in de landelijke lobby wanneer de gemeente geldtekort heeft voor zaken die het gemeentebestuur belangrijk vindt, om wel voldoende geld te regelen. Tot de nieuwkomers behoren ook jonge moeders. Om volwaardig mee te kunnen doen is voor hen de beschikbaarheid van kinderopvang belangrijk. De heer Gilissen (VVD) vindt dat heer Dekkers hem een terechte vraag stelde over de landelijke lobby. Hij stelt hem een wedervraag. Deze raad, GroenLinks voorop maakt er zijns inziens een gewoonte van de lobbybrieven flink aan te zetten. Hij vraagt of de heer Dekkers ook bereid is gedurende een lobbytraject te doen wat gemeente zelf kan doen. De heer Dekkers kan bij de raad een amendement indienen om direct de portemonnee te trekken voor alle plannen die hij extra wil, en waarvoor hij ook naar het Rijk kijkt. Mogelijk kunnen partijen elkaar dan vinden. Wanneer de heer Dekkers direct zijn portemonnee trekt is hij bereid een dergelijke lobbybrief mee te ondertekenen. De heer Dekkers (GroenLinks) verduidelijkte dat het hier over verschillende dingen gaat. De gemeente heeft de extra kosten niet veroorzaakt. Die zijn er in verband met het uitstel van de wet. Hij vindt het dan volstrekt redelijk om samen met andere gemeenten te gaan lobbyen naar het Rijk voor die extra kosten.
Hij noemt ook in dit verband de eigen middelen uit de Participatiewet of uit mogelijke andere bronnen. Hij is het ermee eens na te gaan of de extra investeringen ook de gewenste revenuen opleveren. In dit verband vraagt hij de wethouder of extra financiering te vinden is. Pagina 23 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1120
1130
1140
1150
1160
De heer Gilissen (VVD) licht toe dat het hem vooral gaat om de extra lokale ambities; in de woorden van de heer Dekkers bovenwettelijke ambities. Hij vraagt de heer Dekkers daarvoor concrete voorstellen te doen en daarbij te kijken naar andere gemeentelijke budgetten. De heer Dekkers (GroenLinks) betwijfelt of het nodig is om dit nu al bij de komende bespreking aan de orde te stellen. Hij vervolgt zijn betoog. Hij vraagt de wethouder of de kinderopvang gewaarborgd is en of die opvang onderdeel is van de inkoopvoorwaarden. Hij sluit zich aan bij D66 en bij anderen die opmerkingen maakten over het maatwerk op alle niveaus. De gemeente wil het nieuwe stelsel lerend ontwikkelen. Dat kan wat hem betreft niet zonder de inbreng van inburgeraars en de ervaringen van hen. Hij sluit zich aan bij het voorstel van D66 over de medezeggenschap. Hij verneemt graag van de wethouder hoe hij in dat lerend ontwikkelen de praktijk en de leefwereld van inburgeraars inbouwt, bijvoorbeeld door inbreng van henzelf of door onderzoek. De heer Dekkers benadrukt dat inburgering geen eenzijdige activiteit is van nieuwkomers. Daarom moeten wat hem betreft de Welkom-Huizen neergezet worden op plekken waar ook andere Utrechters komen. Hij denkt daarbij aan Wijkcultuurhuizen, scholen, buurthuizen.
Wanneer de gemeente mensen wil laten inburgeren via bijvoorbeeld werkstages of vrijwilligerswerk, moeten vrijwilligersorganisaties werkgevers en maatschappelijke organisaties openstaan voor nieuwkomers. Hij vraagt de wethouder wat de gemeente gaat doen aan die kant van de inburgering. De heer Boudens (SP) staat op het standpunt dat taal- en inburgeringonderwijs niet overgelaten moet worden aan de markt. Zijn fractie is blij dat het college het op dat punt eens lijkt te zijn met zijn fractie. Hij ziet het inkoopconvenant dan ook als vooruitgang. Hij looft het daadkrachtig optreden van de gemeente en de kwaliteit van het voorgestelde beleid. Hij vindt de vliegende start prijzenswaardig. Het uitstel van de wet vindt hij zuur voor diegenen die nu langer een beroep moeten doen op een falend systeem, maar biedt mogelijk wel ook kansen het voorgestelde beleid te perfectioneren. Hij licht een tweetal thema’s uit een Raadsinformatiebijeenkomst over dit onderwerp: (1) Van belang om scherp te blijven op de mogelijkheid dat de papieren werkelijkheid en de beleving van inburgeraars te ver uit elkaar gaan lopen. Het verdient zijns inziens aanbeveling te voorzien in een evaluatiemoment. Idealiter zou een dergelijk moment een dialoog omvatten met inburgeraars om meer zicht te krijgen op de belevingswereld van de inburgeraars en de effectiviteit van het beleid.
Hij vraagt de verantwoordelijke wethouder om een reactie op zijn voorstel om de dialoog met de inburgeraars als evaluatiemethode op te nemen. (2) Het zou zomaar kunnen dat de gemeente bij de volgende verkiezingen te maken heeft met een college met een hele andere ideologische overtuiging. Om te voorkomen dat het inburgeringbeleid steeds meeverandert met de ideologische veranderingen, vindt hij het verstandig om een deel van het beleid te verwetenschappelijken. Door bepaalde kernelementen in een wetenschappelijk kader te plaatsen, wil hij het beleid minder volatiel te maken. Die verwetenschappelijking is op twee manieren te bewerkstelligen. Hij heeft daarvoor uitwerkingen bedacht op pragmatische basis. Hij denkt aan het plaatsen van voetnoten en transparant maken van waar bestaande beroepen op wetenschap vandaan komen. In de raadsbrief die het uitstel van de wet Pagina 24 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1170
1180
1190
1200
1210
aankondigt, leest hij dat het huidige stelsel aantoonbaar leidt tot geen goede inburgering. Dat inzicht hoorde hij veelvuldig langskomen in het debat van vandaag. Dat maakt hem nieuwsgierig naar het onderzoek dat dat zou moeten aantonen. De vraag is dan hoe bijvoorbeeld de kwaliteit van inburgering te meten. Ten tweede is het mogelijk om wetenschappers om advies te vragen. De voorzitter attendeert de heer Boudens op de mogelijkheid technische vragen te stellen aan de ambtelijke ondersteuning voorafgaande aan de vergadering. Dat neemt niet weg dat hij het recht heeft om dit in dit verband aan de orde te stellen. Mevrouw Van Mil (Student & Starter) vindt dit een interessante invalshoek. Zij voorziet een tweesplitsing. Aan de ene kant wil de heer Boudens de dialoog aangaan met de inburgeraars voor eigen ervaring en aan de andere kant stelt hij een verwetenschappelijking voor van het beleid. Zij vindt dat nogal uiteen lopen. Beleid moet wat haar betreft ook gestoeld zijn op praktijk en dus op dialoog. Hoeveel nut heeft dan de verwetenschappelijking van dat beleid? Zij is benieuwd hoe de SP dat bijeen weet te brengen. De heer Boudens (SP) vindt de verwetenschappelijking van het beleid in ieder geval verstandig. Die onderliggende onderzoeken zijn er al en zijn kennelijk op te vragen. Hoeveel moeite is het dan om die in een bibliografie zichtbaar te maken voor de lezer.
Dit verbijzondert hij van de belevingswereld van de inburgeraars. Hij wil antwoord geven op de vraag of datgene wat het bestuur doet, aankomt. Hij vraagt de reactie van de wethouder op de verwetenschappelijking van het integratiebeleid. De heer Gilissen (VVD) betuigt steun aan het voorstel van de heer Boudens. Hij vergelijkt het met Weten wat Werkt, het effect van het Utrechtse beleid extern te laten valideren vanaf de start. Hij denkt daarbij aan de inschakeling van een universiteit. Uit zijn interrupties blijkt zijn bijzondere aandacht op dit beleid. Hij sluit zich aan bij de opmerking van de heer Van Waveren. Hij maakte terecht het punt dat waar het stuk doorspekt is van het belang van taal, dat nog niet helemaal naar voren komt in de uitgangspunten. Hij schetst aan de hand van situaties in het dagelijks leven het belang van taal voor de inburgering. Hij vraagt de reactie hierop van de wethouder: waarom wel in het stuk zelf maar niet als één van de leidende uitgangspunten. Hij geeft de heer Van Deún gelijk op het punt van dat inburgering niet vrijblijvend kan zijn. Zijn fractie zoekt naar een goede balans tussen de preek, de wortel en de stok. Hij vraagt de visie van de wethouder op die balans.
Naar aanleiding van zijn interruptie op de inbreng van mevrouw Podt benadrukt de heer Gilissen dat de VVD wil voorkomen dat door een te losse opvatting over inburgering ideeën in de stad komen die haaks staan op de basale immateriële waarden: de gelijkwaardigheid van man en vrouw, de vrijheid van godsdienst. Hij refereert aan ideeën die haaks staan op de algemeen geaccepteerde. Ook dat fenomeen vindt hij onvoldoende terugkomen in het voorstel van het college. Hij noemt in dit verband ook de basisvaardigheden en -kennis van de Nederlandse samenleving. Hij krijgt graag de reactie van de wethouder op hoe hij vanuit de Utrechtse aanpak erop wil toezien dat mensen van meet af aan worden gewezen op het gegeven dat in de Nederlandse samenleving veel geaccepteerd wordt op het gebied van seksuele vrijheid, gelijkwaardigheid van man en vrouw, et cetera.
Pagina 25 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1220
1230
1240
1250
Mevrouw Podt (D66) vraagt in hoeverre mensen accepterend zullen reageren op aanwijzingen van bovenaf, op het doen en laten van mensen in Nederland. De heer Gilissen (VVD) antwoordt te denken dat dat helpt. Dat is volgens hem fundamenteel niet anders dan dat mevrouw Podt en haar partijgenoot op de foto gaan als het gaat om de vrijheid van vrouwen om zelf te kunnen beslissen over wat er in een wijk gebeurt. Hij noemt in dit verband de kracht van de herhaling en de kracht van het goede voorbeeld, de kracht van laten zien, niet alleen in het proces van inburgering, maar ook als samenleving in den brede als het gaat om wat men doorgaans normaal/gewoon vindt in Nederland, waar ook de ruimte is voor vooral het gesprek, het debat. Daar zit wat hem betreft de essentie: het gesprek altijd aan te gaan over zaken die in Nederland ervaren worden als normaal. Dat past wat hem betreft bij het uitgangspunt van maatwerk. Hij vindt dat de stad de verplichting heeft dat gesprek te blijven voeren. Mevrouw Podt (D66) merkt op dat de heer Gilissen nu iets anders zegt. Zij betwist niet dat dat gesprek gevoerd moet worden. Dan gaat ze wel uit van een gesprek en dan gaat ze niet uit van een overheid die zegt hoe het zit. Een van de belangrijke Nederlandse waarden is dat de Nederlandse samenleving een pluriforme is en dat er ruimte is voor verschillen.
Daarover zou het gesprek moeten gaan wat haar betreft, continu. Niet op het moment van binnenkomst, maar continu. De heer Gilissen (VVD) merkt op dat daar zijn opvatting verschilt van die van D66. Hij vindt dat er een moment komt waarop een streep gezet wordt, waarop intolerantie ontstaat tegenover intolerantie en dat de overheid daarin ook een rol speelt. Alles is te zeggen, dat kan leiden tot een gesprek. Maar wanneer mensen fundamenteel de waarden van de stad van het land van de Nederlandse samenleving ter discussie stellen, moet de overheid een streep trekken wat hem betreft. De overheid zou wat hem betreft een streep moeten trekken bij het belemmeren van anderen, het ontnemen van vrijheden van anderen. Mevrouw Podt (D66) vindt dat de heer Gilissen nu erg stoer doet over zaken waarover D66 en VVD niet fundamenteel van mening verschillen. Natuurlijk zit daar een grens. Ook daarover is het van belang het gesprek aan te gaan. Wat haar betreft mag de vrijheid er zijn om anders over dingen te denken. De heer Gilissen (VVD) bestrijdt dat het gaat om stoerdoenerij. Hij is deze mening toegedaan, waarover hij vindt dat de samenleving heel veel heeft laten liggen in de afgelopen decennia. Wat hem betreft gaat de overheid het gesprek aan. Er komt een moment waarop het gesprek stopt en waar een streep getrokken wordt. Dat mogen mensen weten en voelen.
Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd wat de heer Gilissen voor zich ziet bij hoe in Utrecht die streep getrokken wordt. De heer Gilissen (VVD) bevestigt dat dat een zoektocht is. Het begint er wat hem betreft mee dat de gemeenteraad, als bestuur van de stad, weerbaar is en dat het bestuur de discussie niet vermijdt. In de afgelopen decennia vindt hij dat het bestuur veel te omslachtig en veel te voorzichtig is omgegaan met het onderwerp. Dat is iets dat bij het bestuur zelf ligt. Hij bevestigt dat mensen niet bestraft kunnen worden voor wat ze vinden. Hij vindt dat bijvoorbeeld vrouwenbesnijdenis is te sanctioneren. Dat vindt hij mishandeling. Het isoleren van vrouwen valt onder de categorie waartegen het bestuur van de stad iets zou moeten doen. Dan wordt die streep mogelijk ook het strafrecht, al is de bewijsvoering vaak lastig. Hij vindt het benoemen van zaken in de politiek, en de daarmee de mentaal te trekken streep, en daarover in de politiek te spreken, een belangrijke stap. Pagina 26 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal 1260
1270
1280
1290
1300
Mevrouw Podt (D66) vindt de discussie koddig worden. De heer Gilissen spreekt over een mentale streep. De voorbeelden die de heer Gilissen noemt, zijn strafbaar. Niemand in deze vergadering zegt dat dat een goed idee is. Zij vraagt dan naar wat de heer Gilissen hiermee wil. Mevrouw Van Mil (Student & Starter) sluit zich volledig aan bij de inbreng van mevrouw Podt. Zij bevestigt dat dit voorbeelden zijn die strafbaar zijn in het Nederlandse wetboek van strafrecht. Dit is niet de streep die de politiek zou moeten trekken. De heer Gilissen (VVD) vindt dit onderwerp allesbehalve koddig omdat wat hij beschreef, plaatsvindt. Dat gebeurt onder het mom van culturele vrijheid. Door daarvoor van begin af aan aandacht te vragen, hoopt hij uiteindelijk dingen te kunnen voorkomen in plaats van vanuit het strafrecht ertegen op te treden. Het komt zijns inziens voort uit een doorgeschoten culturele vrijheid, waarmee de vrijheid van anderen wordt belemmerd. Daarom wil hij vanaf dag 1 daaraan aandacht besteden. Hij wil het bespreekbaar maken en als het nodig is die streep trekken. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) citeert uit de Nota van Uitgangspunten en stelt naar aanleiding van dat citaat dat het college mensen onder aan de ladder plaatst. Hij stelt dat daarmee het college mensen op achterstand zet. Hij vindt het noemen van de ladder in dit verband onwenselijk.
Hij vindt dat mensen niet minder zijn wanneer ze onderaan staan. Het gaat om mensen met een verhaal, met kennis en ervaring. Op deze mensen wordt een beroep gedaan niet alleen Utrechter te zijn maar zich ook Utrechter te voelen. In een tweede citaat benadrukt de heer De Boer dat nieuwkomers nu al volwaardig meetellen als nieuwe Utrechter. Stadsbelang is niet alleen tevreden wanneer ze kunnen meedoen op het niveau dat bij ze past maar wanneer ze vanaf dag 1 de verantwoordelijkheid nemen en alles op alles zetten om de Nederlandse taal te leren en daarvoor hun best te doen. Waar dat niet lukt, hulp te vragen. Zijn fractie is pas tevreden wanneer die hulpvraag beantwoord wordt en deze Utrechters gefaciliteerd worden op de juiste manier. Hij vraagt waarom de wethouder nieuwkomers wegzet onderaan de ladder. Waarom spreekt de wethouder over een ladder? Hij vraagt de reactie van de wethouder. Mevrouw Assen (PvdA) maakte de wethouder complimenten voor zijn toon over mensen die in Utrecht inburgeren. Zij vraagt hoe de heer De Boer het voorliggende plan met feitelijk meer ambities dan in veel andere gemeenten, rijmt met zijn duiding. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) bevestigt dat in het plan op zich goede elementen zitten. Hij benadrukt de manier van denken nogal wit te vinden. Hij schetst de indruk die hij krijgt door de woorden die de wethouder heeft gebruikt.
Hij benadrukt dat de kennis en ervaring van deze mensen niet tot uiting komen met de door de wethouder gebruikte woorden. Hij vervolgt zijn betoog in zijn termijn. Drie onderwerpen zijn belangrijk in het proces volgens de wethouder: de begeleiding, de Welkom-Huizen en het taalonderwijs. Volgens zijn fractie zijn taal, de eigen verantwoordelijkheid en de hulpvraag en de ondersteuning die daarbij hoort en de Welkom-Huizen de belangrijkste punten. Hij schetst wat hiervan zijns inziens niet goed terugkomt in de nota: de taal en de eigen verantwoordelijkheid. Hij vraagt of de wethouder het eens is met Stadsbelang dat taal het voertuig is voor meedoen in de Nederlandse samenleving. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of de heer De Boer het eens is met zijn fractie dat juist de verbinding die gelegd wordt met andere domeinen de kracht is van dit voorstel. Dat het niet alleen gaat om taal, maar wel om bijvoorbeeld taal in werk. Hij Pagina 27 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1310
1320
1330
1340
1350
is ervan overtuigd dat het benutten van taal in de praktijk heel erg helpt om beter te worden in het gebruik ervan. Ten tweede vraagt hij of de heer De Boer de opvatting deelt dat het allemaal om de eigen verantwoordelijkheid laten draaien van de inburgeraar, juist het falen is van het oude systeem. Hij vindt het juist goed nu ook toe te gaan naar de andere kant aan die verantwoordelijkheid voor de inburgering. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) is het eens met heer Dekkers over taal. Wat hem betreft moet de basis de eigen verantwoordelijkheid zijn van deze mensen. Hij herhaalt zijn argumenten. Hij staat op het standpunt dat de overheid de mensen faciliteert in hun eigen verantwoordelijkheid. Uiteindelijk moeten ze het zelf gaan doen. Hij herhaalt zijn stellingname. Hij vervolgt zijn betoog. Het college trekt twee jaar uit voor het lerend ontwikkelen van het nieuwe stelsel. Hij vraagt of de wethouder het eens is met Stadsbelang dat vooral geleerd moet worden van wat er in de afgelopen decennia op dit vlak gebeurd is, ook al zijn er dingen niet goed gegaan. Zij vraagt op welke wijze de wethouder gaat leren van de geschiedenis van al die kennis en ervaring die is opgedaan en niet alleen met betrekking tot plan Einstein.
Welke onderzoeken neemt de wethouder mee naast die van dit plan? Hij krijgt graag een overzicht van de onderzoeken die meegenomen zijn in deze nota en hoe het lerend proces is. Hij vindt dat ontbreken. Hij herhaalt zijn stellingname. Hij vraagt wat de wethouder bedoelt met “iedereen”. Integratie en participatie vanaf dag 1. Hij stelt dat dat volgens hem moet zijn dat mensen hun best doen vanaf dag 1 met taal en participatie. Dan volgt de integratie vanzelf. Hij herhaalt zijn uitgangspunten. Wat hem betreft moet uitgegaan worden van de kennis en ervaring die mensen al hebben en de mogelijke onontdekte talenten vinden en benutten. Hij vindt dat mensen niet voortdurend aan de hand gehouden moeten worden. Hij schaart dat onder het denken dat hij verwerpt. Hij vraagt wat de wethouder bedoelt met “bruisende plekken”. Hij vraagt of dit het centraal stellen van de leefwereld, tegenspreekt. Mevrouw Podt (D66) heeft de idee dat Stadsbelang nu een eindeloze lijst tekstuele suggesties geeft voor hoe het ook anders kan. Zij doet de suggestie die lijst op te sturen aan de wethouder. De voorzitter vindt dit een terechte constatering. Tekstuele zaken zijn aan te geven. De commissie is vooral geïnteresseerd in wat Stadsbelang zelf wil. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) betwijfelt dat inburgeraars behoefte hebben aan bruisende plekken.
Wat hem betreft zou het gaan om plekken die passen bij de leefwereld van de nieuwe Utrechter. Zijn fractie staat positief tegenover Welkom-Huizen. Hij bekritiseert de tekst over het onderzoek vanuit het gegeven dat daarvan al zoveel op de plank ligt in binnen en buitenland. In zijn beleving ontbreken voor de inkoop concrete kaders. Hij vraagt de wethouder hoe hij gaat toetsen dat daadwerkelijk de kwaliteit is geleverd en hoe te zien is dat de doelen bereikt zijn en effect hebben. Hij vraagt wanneer de wethouder hierover blij en tevreden zal zijn en hoe hij de raad daarover gaat informeren om dat te toetsen. Over de afronding van de leerroute na drie jaar en de beëindiging van de begeleiding vraagt hij naar de betekenis daarvan voor de kosten wanneer iemand het niet haalt. De voorzitter merkt op dat de heer De Boer een technische vraag stelde. Hij vraagt hem aan te geven wat Stadsbelang anders wil aan dit voorstel. De heer De Boer (Stadsbelang Utrecht) rondt hiermee zijn bijdrage af. Pagina 28 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1360
1370
1380
1390
1400
De voorzitter stelt om 13.45 uur voor tot 14.15 uur te schorsen voor de lunch. De commissie gaat daarmee akkoord. Schorsing en heropening van de vergadering. De beantwoording De voorzitter doet een beroep op de commissie terughoudend om te gaan met interrupties in verband met het tijdsverloop. Wethouder Van Ooijen dankt de commissie voor haar mooie woorden over het voorliggende voorstel, zeker ook toekomend aan de ambtelijke organisatie. Dit dan uitgezonderd de woorden van Stadsbelang Utrecht. Stadsbelang Utrecht gebruikte lelijke woorden en de wethouder neemt zich voor daarop afzonderlijk in te gaan. Hij gaat in op een aantal algemene punten en vervolgens zal hij ingaan op individuele fracties. Hij noemt de gestelde vragen over het financiële kader. In algemene zin merkt de wethouder op dat door de VNG en door individuele gemeenten stevig onderhandeld is met minister Koolmees over de financiën. Uit berekeningen van de gemeente kwam naar voren dat de wet niet uitvoerbaar was volgens het financiële stramien dat werd aangeleverd. Die lobby had ook resultaat. De financiën zijn daarop aangepast en veel positiever voor gemeenten, veel meer in verhouding tot de taak. Ook nu is het college midden in die lobby beland nu de gemeente te maken krijgt met de Ondertussengroep.
De gemeente wil niet graag te maken krijgen met een situatie waarin over een aantal jaren weer gerepareerd moet worden. Het college wil daarmee meteen aan de slag. Ook daarop wordt stevig gelobbyd om na te gaan wat voor die groep extra is te doen. De Participatiewet is al betrokken vanuit het team Statushouders, dat in deze nota nog een speciale plek krijgt. De clausule geldt dat in principe daar mensen naar werk worden begeleid. Het college denkt dat enerzijds er nog onvoldoende informatie is om bij de Voorjaarsnota al te weten welk bedrag extra nodig zou zijn en anderzijds dat het bestuur nog uit kan met de bestaande middelen ook nog in het jaar 2022. Dat betreft de lopende budgetten die in het verleden zijn ontvangen. De wethouder verwacht niet dat de Voorjaarsnota van 2021 benut zal worden. Mocht dat nodig zijn dan krijgt de raad dat te zien in de integrale afweging. Heel veel zaken die extra zijn opgenomen kosten geen extra geld, maar zijn een verslimming van de bestaande inzet. Hij noemt in dat verband het programma Kansrijke Stad waarin een bestaande inzet slim te koppelen is waardoor een plus te realiseren is. Ook het team Begeleiding, waarin de inzet vanuit het team Statushouders, maar ook vanuit de maatschappelijke en de sociaal psychologische begeleiders gebundeld worden waarmee de versterking is te realiseren. Dat is de kans in de regie.
Die plus is op deze manier te realiseren zonder extra geld uit te trekken. In het kader van evaluatie en monitoring vroeg Stadsbelang wanneer de wethouder tevreden zal zijn. De VVD sprak in dit verband over de kosten die voor de baat uitgaan. Dat moet dan ook opgepakt worden. In dit verband noemt de wethouder het Cliëntenplatform. Hij noemt ook de dialoog met de inburgeraars en de wetenschap in het beleid, in de evaluatie en in de monitoring. In het Utrechtse sturingsmodel is een heel belangrijke rol weggelegd voor de cliënt, voor hun bijdrage, voor hun inbreng. Daaraan moet het bestuur een stevige vorm geven. Hij waakt voor teveel formalisering. Het geformaliseerde karakter is niet altijd behulpzaam om de goede signalen te krijgen op het juiste moment. Hij vindt dat de Pagina 29 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1410
1420
1430
1440
1450
dialoog wel sterker aan te zetten en op te nemen is in de nota. Hij zegt toe in de nota Opgave Inburgering de inbreng van cliënten breder en beter vorm te geven. Mevrouw Podt (D66) zoekt naar de betekenis van “wat sterker”. Zij zal dat op zijn merites beoordelen. Zij is niet van de zwaar opgetuigde formulieren. Tegelijkertijd wil zij wel voorkomen in een situatie terecht te komen dat het allemaal gratuit wordt. Om die reden refereerde zij aan het Cliëntenplatform. Zij benadrukt dat de rechten van medezeggenschap heel duidelijk gemaakt zijn: waarover mag meegedacht en meebeslist worden. Zij vindt het van belang dat dat aandacht krijgt. De wethouder stelt in het vooruitzicht het sterker beschrijven op twee punten te doen: welke rol en taak de cliënten te geven? Daarin zal terug te lezen zijn op welke momenten en op welke zaken cliënten zullen meedenken en meebeslissen. De voorzitter heeft begrepen van en verneemt bevestiging van de wethouder dat hij dit gaat doen voordat dit raadsvoorstel naar de raad gaat. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. Meer wetenschap in het beleid. De wethouder zet uiteen dat op dit moment het college in gesprek is met de universiteit. Hij brengt het begrip herijking hiermee in verband en het nadrukkelijker betrekken van de wetenschappers bij wat de gemeente momenteel uitvoert en organiseert.
Hij stelt voor de raad op de hoogte te houden van de vorderingen in die gesprekken. Wanneer daarover een uitkomst te melden is, zal hij de raad daarvan op de hoogte brengen. De voorzitter concludeert op de bevestiging van zijn navraag dat de wethouder de raad schriftelijk gaat informeren medio volgend jaar. De heer Gilissen (VVD) vindt het prima die gesprekken af te wachten. Zijn inbreng was gericht op de rol van inburgeraars bij evaluatie en op de monitoring van de effecten van het Utrechts beleid. Wethouder Van Ooijen refereert aan de inbreng van de wetenschap in de Raadsinformatiebijeenkomst. Hij vindt dat de wetenschap betrokken moet worden ook wanneer de wetenschap een beetje terughoudend is in de invulling van de pretenties van de gemeente. Hij bevestigt graag te willen weten of het beleid effectief is, of het efficiënt is en of de middelen op de goede manier besteed worden en ook of het uiteindelijk inburgeraars verder helpt in hun maatschappelijke loopbaan. Hij vervolgt zijn beantwoording met in te gaan op de vertraging. Ingaand op de vraag of het lerend ontwikkelen te schrappen is, zet de wethouder uiteen dat het juist nu nodig is om dit besluit te nemen. Hij licht toe dat het gaat om het kunnen maken van tempo op het moment suprème. Het lerend ontwikkelen is een belangrijk onderdeel hiervan.
Het college constateert dat de Ondertussengroepen door elkaar heen zullen lopen. Die zijn nog aan het inburgeren in de komende jaren. Hij licht toe en benadrukt dat het nieuwe stelsel langzaam opgebouwd moet worden. Het college doet dat ook. De wethouder verwacht dat het moeilijk zal zijn om een eenheid te creëren met al die verschillende Ondertussengroepen. Het college is er alert op om te voorkomen dat het uit de klauwen gaat lopen. De wethouder verwacht dat op enig moment er gemengde groepen zullen ontstaan. Dat is ook nodig voor het verkrijgen van voldoende massa. Sneller is mogelijk wanneer de wetgever de gemeente de ruimte geeft daartoe. Wanneer de gemeente de ruimte niet krijgt op een aantal onderdelen, bijvoorbeeld op het PIP, kan de gemeente dat ook niet altijd doen. Het heeft niet alleen te maken met het financiële, maar ook met de wetgeving.
Pagina 30 van 69
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 10 december 2020 digitaal
1460
1470
1480
1490
1500
Met betrekking tot de psychosociale gezondheid stelde de fractie van DENK daarover specifieke vragen. De gemeente is op dat gebied al behoorlijk actief. Vluchtelingenwerk heeft daarop mooie programma’s lopen. De wethouder noemt in dit verband de Mindfit-training. Het is ook een onderdeel van het PIP. Juist door de Buurtteamorganisaties dichterbij te halen in deze Nota van Uitgangspunten is de inzet daarop te zien. Het college probeert de gezondheid onderdeel te maken van de inburgering. De wethouder zegt toe kennis te nemen van de experimenten uit Haarlem en Dordrecht en wanneer die experimenten de gedachten in Utrecht aanvullen, neemt hij die experimenten op. Hij zegt toe daarop terug te komen bij de commissie vóór de behandeling van de nota in de raad en dat gekeken wordt of dat tot een aanvulling leidt op de nota van uitgangspunten. De heer Sungur (DENK) verzoekt de wethouder in de strekt ter vervanging iets meer aandacht te schenken, ook in woorden, aan de gezondheid en aan de aspecten die hij zojuist noemde zodat het in de nota duidelijk naar voren komt dat dit een belangrijk onderwerp is. Wethouder Van Ooijen had de indruk dat het college dat al stevig heeft neergezet, juist door de Buurtteamorganisaties een steviger rol te geven. Het gaat dan niet over woorden maar vooral over daden. Hij neemt zich zijn suggestie ter harte.
Hij zal de strekt ter vervanging op zijn merites beoordelen en wat daarin vervolgens terugkomt. Hij vervolgt zijn beantwoording met in te gaan op de individuele fracties. Gevraagd is hoe ver de wijzigingen in het PIP (het Persoonlijk Inburgeringplan) reiken en hoe daar voldoende maatwerk is te bieden. De gemeente Weert is genoemd. Het college staat een basic beschikking voor ogen die ook naar het DUO gaat. In die beschikking wordt in feite de route bepaald op basis waarvan de inburgeraar aan de slag gaat. Hij noemt de drie routes: de B1, de Onderwijsroute en de Z-route. In de gekozen route wil het college voldoende maatwerk houden om daarbinnen te kunnen variëren. Wanneer overgegaan wordt op een andere route, komt het wettelijke om de hoek kijken. Dan zal er een andere beschikking moeten komen. Het college wil snel kunnen schakelen als bijvoorbeeld de onderwijsroute tot de mogelijkheden behoort. Mevrouw Podt (D66) vraagt of iemand die ouder is en hoger onderwijs heeft genoten perspectief te bieden is bijvoorbeeld door eerst de taal te leren gecombineerd met eenvoudiger werk met daarbij de afspraak dat later het onderwijs nog te genieten is. Ook in dat geval zou de verordening gewijzigd moeten worden, maar daarover worden dan afspraken gemaakt met de inburgeraar. Wethouder Van Ooijen vindt deze vraag ingewikkeld.
Hij benadrukt dat het de wens is om in het begin een zo volledig mogelijke inschatting te maken. Wanneer gedacht wordt dat iemand de onderwijsroute aankan, dan is het de wens dat iemand ook voor die route gaat. Dan is het al mogelijk om aan de voorkant veel taal te kiezen en het onderwijs later aan de orde te laten komen. In dat geval zou het college niet willen dat iemand genoodzaakt is eerst voor een andere route te gaan – de B1 route met een hoger taalniveau zou het in dat geval zijn om daarna nog op de onderwijsroute uit te komen. In dit specifieke geval zou iemand direct in de onderwijsroute kunnen instromen. Mevrouw Podt (D66) is dit niet oneens met de wethouder. Het probleem is dat vaak te zien is dat wanneer mensen hier net zijn, zij op het gebied van de leerbaarheid vaak slechter scoren dan bijvoorbeeld na een paar jaar. Dan wil de wethouder die