CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 16 december 2021, gemeente Utrecht30.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Nu het resterende deel wordt ingevuld via het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) vindt een saldo-neutrale overheveling plaats van het GBTP (stijging) naar het IGPP (afname). In de begroting 2022 is een deel (€ 236K) daarvan al (saldo-neutraal) verwerkt. Het resterende deel (€ 47K) wordt in deze kadernota verwerkt. Zoals blijkt uit tabel 2 blijft het totaal van de gemeentelijke bijdragen (GBTP) en vergoedingen (IGPP) per saldo gelijk. Tabel 2: Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht Bedragen x € 1.000

Verwerking taakstelling repressieve efficiency Utrecht

GBTP

IGPP

Totaal

Taakstelling repressieve efficiency Utrecht

-1.552

-283

Verwerking in gemeentelijke bijdrage/vergoeding Initiële verwerking 2015-2018 Mutatie opgenomen in begroting 2022 Verwerkt in gemeentelijke bijdrage/vergoeding

-1.835 236 -1.599

-236 -236

-1.835 -1.835 -1.835

47

-47

-

Nog te verwerken begroting 2023/actualisatie 2022

1 Dit betekent dat de bijdrage van de gemeente Utrecht inmiddels lager is dan dat het geval zou zijn geweest

als de nieuwe financieringssystematiek in combinatie met de bezuinigingen niet zou zijn ingevoerd. Als voordeelgemeente draagt Utrecht nu bij aan de compensatie van de nadeelgemeenten.

Pagina

7

2.2

Loonaanpassing De gemeentelijk bijdrage wordt geïndexeerd volgens artikel 4.3 van de Gemeenschappelijke Regeling. De loonaanpassing volgt de algemene loonontwikkeling2. Voor de kadernota hanteert de VRU de procentuele mutatie van het indexcijfer ‘prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers’ zoals berekend door het Centraal Plan Bureau (CPB)3. De ontwikkeling van dit indexcijfer en de relatie met de begroting van de VRU is weergeven in tabel 3. Tabel 3: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers' Jaar

Loonaanpassing Begroting Kadernota 2022 2023

Bijstelling

2021 2022 Subtotaal

1,6% 1,3% 2,9%

0,5% 3,1% 3,6%

-1,1% 1,8% 0,7%

2023 Subtotaal

-

2,0% 2,0%

2,0% 2,0%

2,9%

5,6%

2,7%

Totaal

Het restant van de stelpost looncompensatie in de geactualiseerde begroting 2021 bedraagt 1,6% en is bedoeld voor de CAO 2021. In de begroting 2022 is de stelpost voor loonontwikkeling verhoogd met 1,3% naar 2,9%. Op basis van de actuele berekeningen van het CPB in de septembercirculaire 2021 wordt de stelpost nu bijgesteld van 2,9% naar 3,6% voor 2021-2022. Voor 2023 is de loonontwikkeling door het CPB geraamd op 2,0%. In tabel 4 is het financiële effect van de verwachte loonontwikkeling op de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) opgenomen en op de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP). Tabel 4: financieel effect loonaanpassing Bedragen x € 1.000

Loonaanpassing

Loonaanpassing

Financieel effect 2023 Bijdrage Vergoeding Totaal GBTP IGPP

Mutatie stelpost looncompensatie 2022 Prognose premieontwikkeling 2022 Inzet stelpost looncompensatie 2022 Mutatie lasten loonaanpassing 2022

0,7% 1,2% -1,2% 0,7%

474 531 -531 474

9 11 -11 9

483 541 -541 483

Stelpost looncompensatie 2023 Premieontwikkeling 2023 Mutatie lasten loonaanpassing 2023

2,0% 2,0%

1.331 p.m. 1.331

27 p.m. 27

1.358 p.m. 1.358

Totaal effect

2,7%

1.804

36

1.841

Voor de jaren 2021 tot en met 2023 is een stelpost voor looncompensatie opgenomen, omdat de CAO voor deze jaren tijdens het opstellen van deze kadernota nog niet bekend is. De premieontwikkeling heeft ook invloed op de loonkosten. Op basis van de premieprognose van het ABP van juli 2021 stijgt het werkgeversaandeel in 2022 met ca. 1,2%. Het definitieve besluit over de premie van 2022 wordt eind november 2021 genomen. Voor de premieontwikkeling 2023 is een p.m. post opgenomen, omdat hiervoor nog geen premieprognose bekend is. De premiestijgingen worden ten laste van de stelpost voor looncompensatie gebracht.

2 Bijdrageverordening, artikel 1: de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en

mutaties in de premieplichtigen van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling. 3 Gepubliceerd in Tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2021.

Pagina

8

Bij het opstellen van de begroting 2023 en bij actualisatie van de begroting 2022 wordt de loonontwikkeling nog bijgesteld op basis van de dan geldende CAO (mits bekend) en vastgestelde premie’s. Een eventueel positief of negatief effect wordt dan verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodat uiteindelijk de werkelijke loon- en premieontwikkeling wordt betaald. Het financiële effect van de loonontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota 2023 van de VRU, wordt volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen. De loonontwikkeling van het Rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de loonontwikkeling 2023 van gemeenten wordt bij de meicirculaire 2022 toegekend.

2.3

Prijsaanpassing Voor de prijsaanpassing hanteert de VRU de procentuele mutatie van het Bruto Binnenlands Product zoals berekend door het Centraal Plan Bureau4. Dit is conform artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU. Daarbij vindt jaarlijks een correctie plaats op basis van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo wordt nooit te veel of te weinig geïndexeerd. Voor 2023 bedraagt de cumulatieve prijsaanpassing 3,7%. De ontwikkeling van dit indexcijfer is weergeven in tabel 5. In tabel 6 is het financiële effect van deze prijsaanpassing opgenomen. Tabel 5: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product' Jaar

Prijsaanpassing Begroting Kadernota 2022 2023

Bijstelling

2020 2021 2022 Subtotaal

1,7% 1,5% 1,4% 4,6%

2,3% 2,3% 1,8% 6,4%

0,6% 0,8% 0,4% 1,8%

2023 Subtotaal

-

1,9% 1,9%

1,9% 1,9%

4,6%

8,3%

3,7%

Totaal

Tabel 6: financieel effect prijsaanpassing Bedragen x € 1.000

Prijsaanpassing

Prijsaanpassing

Financieel effect 2023 Bijdrage Vergoeding Totaal GBTP IGPP

Mutatie prijsaanpassing 2020 Mutatie prijsaanpassing 2021 Mutatie prijsaanpassing 2022 Mutatie lasten prijsaanpassing 2022

0,6% 0,8% 0,4% 1,8%

186 248 124 558

9 11 10 30

195 259 134 588

Prijsaanpassing 2023 Mutatie lasten prijsaanpassing 2023

1,9% 1,9%

592 592

41 41

633 633

Totaal effect

3,7%

1.150

71

1.221

Het financiële effect van de prijsaanpassing zoals opgenomen in de kadernota 2023 van de VRU, wordt volgens de huidige systematiek van het gemeentefonds indirect gecompenseerd via de algemene uitkering die gemeenten van het Rijk ontvangen. De prijsontwikkeling van het Rijk wordt vertaald naar het accres van de algemene uitkering voor gemeenten. De compensatie voor de prijsontwikkeling 2023 wordt bij de meicirculaire 2022 aan gemeenten toegekend. 4 Gepubliceerd in Tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2021 en verzamelde bijlagen Actualisatie Verkenning

middellange termijn 2022-2025 (september 2021) | CPB.nl (verzamelde bijlagen met lange reeksen; bijlage 01 MEV 2022)

Pagina

9

2.4

Lasten FLO-overgangsrecht Het financiële kader van de lasten FLO-overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De eerstvolgende actualisatie van de kostenprognose wordt verwerkt in de meerjarenraming van de begroting 2023. Op basis van de huidige berichtgeving over de lasten voor het FLO-overgangsrecht is er geen aanleiding het huidig meerjarig financieel kader bij te stellen. Dit betekent dat de budgetten voor FLO alleen worden verhoogd met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 7 is de meerjarenraming van de lasten FLO-overgangsrecht weergegeven. Tabel 8 geeft inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2023. Tabel 7: meerjarenraming lasten FLO-overgangsrecht 2023-2026 Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming FLO-overgangsrecht

2023

2024

2025

2026

Begroting 2022 Lasten FLO-overgangsrecht Storting/ onttrekking reserve FLO-overgangsrecht Lasten FLO- overgangsrecht begroting 2022

3.504 -459 3.045

3.251 -206 3.045

2.978 67 3.045

2.710 335 3.045

Kadernota 2023 Lasten FLO-overgangsrecht Storting/ onttrekking reserve FLO-overgangsrecht Lasten FLO- overgangsrecht kadernota 2023

3.599 -471 3.127

3.339 -212 3.127

3.058 69 3.127

2.783 344 3.127

82

82

82

82

Mutatie lasten FLO-overgangsrecht

De mutatie van de lasten FLO-overgangsrecht kan worden opgevangen door inzet van de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. Tabel 8: financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000

Lasten FLO-overgangsrecht

Lasten FLO-overgangsrecht 2022 Lasten FLO-overgangsrecht 2023 Mutatie lasten FLO-overgangsrecht Correctie loon- en prijsaanpassing 2023* Totaal effect GBTP 2023

Financieel effect 2023 GBTP Structureel Incidenteel Totaal

3.045 3.127 82

-

3.045 3.127 82

-82

-

-82

-

-

-

*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de lasten FLO-overgangsrecht zijn onderdeel van de totale loonaanpassing (zie paragraaf 2.2). Daarom is een correctie toegepast.

2.5

Brede doeluitkering Rampenbestrijding De hoogte van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) bedraagt voor 2023 op basis van de beschikking van 7 juni 2021 van het rijk € 9,7 miljoen. Dat is € 197K meer dan opgenomen in de huidige meerjarenraming. Het betreft met name de structurele doorwerking van de indexering van de rijksbijdrage voor 2021. Deze extra inkomst wordt in mindering gebracht op de bijdrage van de gemeenten voor het GBTP. De indexering van de BDuR 2022 en 2023 is nog niet bekend. In tabel 9 is het financiële effect van de BDuR opgenomen.

Pagina

10

Tabel 9: financieel effect mutatie BDuR Bedragen x € 1.000

Financieel effect 2023 Bijdrage Vergoeding Totaal GBTP IGPP

Brede doeluitkering Rampenbestrijding

2.6

Loon- en prijsbijstelling BDuR 2021 Loon- en prijsbijstelling BDuR 2022 Loon- en prijsbijstelling BDuR 2023

-197 p.m. p.m.

-

-197 -

Totaal effect

-197

-

-197

Samenvatting mutatie GBTP financieel kader Tabel 10: effect financieel kader op bijdrage GBTP Bedragen x € 1.000

Mutaties financieel kader 2023

Structureel Incidenteel

Totaal

Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds* Loonaanpassing Prijsaanpassing Lasten FLO-overgangsrecht Brede doeluitkering Rampenbestrijding

47 1.804 1.150 -197

-

47 1.804 1.150 -197

Totaal mutatie bijdrage GBTP

2.805

-

2.805

*De bijstelling van de ijkpuntscores leidt alleen tot onderlinge verschuivingen tussen de bijdragen van gemeenten. Het financieel effect van de bijstelling van ijkpuntscores voor 2023 wordt veroorzaakt door de verwerking van de invulling van het restant taakstelling repressieve efficiency Utrecht (zie paragraaf 2.1).

Pagina

11

3 Ontwikkelingen 3.1

Concessievergoeding openbaar meldsysteem Uit onderzoek in opdracht van het Veiligheidsberaad is duidelijk geworden dat de rol van de veiligheidsregio in het exploiteren van een openbaar meldsysteem (OMS) geen wettelijke grondslag heeft. Dit was de aanleiding voor het inrichten van een landelijke voorziening als vervanger van het huidige regionale OMS. De consequentie van deze ontwikkeling is dat de concessievergoeding van € 1,1 miljoen op termijn volledig vervalt bij ingebruikname van de landelijke voorziening. Tijdens het algemeen bestuur van 29 maart 2021 is ingestemd met het instellen van het OMSfonds. Dit fonds voorkomt een stijging van de gemeentelijke bijdrage als gevolg van het wegvallen van de OMS-opbrengsten in deze beleidsperiode (tot en met 2023). Bij de zienswijzen is door een aantal gemeenten gevraagd om het wegvallen van de OMS-opbrengsten structureel op te vangen binnen de begroting van de VRU door nieuwe bezuinigingen door te voeren. Eventuele bezuinigingen van deze omvang vragen om fundamentele keuzes in de taakuitvoering. In aanloop naar de nieuwe beleidsperiode (2024-2027) wordt daarom de bestuurlijke afweging gemaakt of de daling van de OMS-opbrengsten vanaf 2024 via een bezuiniging moet worden opgevangen en zo ja, welke keuzes dit vergt in de taakuitvoering.

Het OMS voor de veiligheidsregio’s Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek is in 2014 gezamenlijk aanbesteed. De overeenkomsten van de drie regio’s met zes leveranciers hebben een looptijd tot 30 april 2024. Inmiddels is duidelijk geworden dat de landelijke voorziening gefaseerd in gebruik wordt genomen: regio’s sluiten aan vanaf het moment dat de overeenkomst met de huidige OMS-leveranciers afloopt. Eind 2021 moeten de eerste regio’s op de landelijke voorziening aangesloten zijn. Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek zullen als één van de laatste regio’s aansluiten. In 2021 waren de veiligheidsregio’s Utrecht, Flevoland en Gooi en Vechtstreek de enige regio’s die nog een concessievergoeding hanteren. Net als in andere veiligheidsregio’s met een lopende concessieovereenkomst wordt - vooruitlopend op de overgang naar de landelijke voorziening - de concessievergoeding per 2022 op nihil gesteld, zodat abonnees geen financieel nadeel ondervinden van de gefaseerde ingebruikname van de landelijke voorziening. Gelet op de gezamenlijke aanbesteding wordt het verlagen van de concessievergoeding uiteraard ook in afstemming gedaan met de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek. In de begroting voor 2022 is al rekening gehouden met het wegvallen van de OMS-opbrengsten. Derhalve leidt deze ontwikkeling niet tot een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage.

Pagina

12

4 Risico’s 4.1

Omgevingswet Om de (financiële) gevolgen van de stelselherziening als gevolg van de Omgevingswet voor de veiligheidsregio’s goed in beeld te brengen, heeft de voormalige programmaraad Risicobeheersing aan onderzoeksbureau Cebeon gevraagd dit te onderzoeken. Het onderzoek heeft geleid tot inzicht in de verandering in tijd en kosten (meer- of minderkosten) die de veiligheidsregio’s, gemiddeld en geaggregeerd, besteden aan taken op het gebied van risicobeheersing, als gevolg van de invoering van de Omgevingswet en daarmee samenhangende nieuwe wet- en regelgeving. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen implementatiekosten en structurele uitvoeringskosten. Op basis van het rapport is een inschatting gemaakt wat de (financiële) gevolgen zijn voor de VRU. Op grond van de Cebeon-berekeningen kunnen de incidentele kosten voor de VRU geschat worden op ca. 1 miljoen euro (als één van de grotere regio’s, met middel/hoog risicoprofiel). Incidenteel is er enkele jaren geleden eenmalig een opleidingsbudget van € 70K vrijgemaakt, alsmede een budget van € 30K voor de implementatie DSO. De overige kosten voor onder meer opleiding en projectleiding en productontwikkeling zijn tot nu toe binnen de eigen begroting opgevangen. Door al deze eerdere activiteiten zullen de nog te verwachten implementatiekosten lager uitvallen.

Het gaat dan vooral om personele capaciteit voor het realiseren van de aansluiting op gemeenten, provincies en omgevingsdiensten en mogelijk ook nog kosten m.b.t. samenwerkingsafspraken. De inschatting is dat dit in de huidige beleidsperiode nog ca. € 100K-€ 200K aan personele capaciteit vraagt. Financiële dekking voor deze incidentele kosten voor 2022 en 2023 wordt gezocht binnen de kaders van de begroting van de VRU met mogelijk de inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve. Door de wijziging in taken en benodigde uitvoeringsniveau veranderen ook de structurele kosten. Op basis van de berekening van Cebeon kunnen de structurele kosten voor de VRU geschat worden op ca. 0,5-1,5 miljoen euro. Deze kosten hebben met name betrekking op personeelskosten. Cebeon schat in dat ruim een kwart van de verwachte meerkosten bij advies samenhangt met advisering over de omgevingsvisie, -plannen en programma’s (kerninstrumenten). Dit is een nieuw type adviezen. Daarnaast verwacht Cebeon dat de kosten per advies zullen stijgen. Enerzijds doordat de tijdsbesteding aan meer complexe aanvragen en processen zal toenemen. Anderzijds doordat het benodigde kennisniveau (en daarmee de inschaling) van de medewerkers omhoog moet om deze complexe aanvragen te behandelen.

Tussen het Rijk en de bestuurlijke partners zijn afspraken over het monitoren en evalueren van de financiële gevolgen van de stelselherziening Omgevingswet. De inzet is dat de wet budgetneutraal kan worden ingevoerd, waarbij de minister heeft afgesproken op zoek te gaan naar oplossingen als uit de financiële evaluatie blijkt dat de invoeringskosten substantieel hoger zijn dan eerder voorzien.

4.2

Taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer) Bij de voorbereidingen voor aanpassingsvoorstellen voor de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) is aan het licht gekomen dat de arbeidsvoorwaarden van brandweervrijwilligers op dit moment in strijd zijn met Europese wet- en regelgeving, in het bijzonder met de zogenaamde deeltijdrichtlijn. De reden hiervan is dat werkzaamheden en aanstellingseisen van beroepskrachten en vrijwilligers gelijk zijn, zodat brandweervrijwilligers op grond van het gelijkheidsbeginsel door hun werkgevers – de veiligheidsregio’s – feitelijk als deeltijdwerkers beschouwd zouden moeten worden.

Pagina

13

De minister van Justitie en Veiligheid en het Veiligheidsberaad hebben laten onderzoeken hoe de brandweervrijwilligers nadrukkelijk en fundamenteel zijn te onderscheiden van de beroepskrachten, zodat wordt voldaan aan de normen uit Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie. In de denkrichting wordt een taakdifferentiatie voorgesteld tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers, waarbij het systeem van vrijwilligheid behouden blijft. Uitgangspunt van de denkrichting is een werkbaar en fundamenteel onderscheid te maken tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers dat geen afbreuk doet aan het niveau en de kwaliteit van brandweerzorg. Om te komen tot een fundamenteel onderscheid tussen vrijwilligers en beroepsmedewerkers zijn de volgende denkrichtingen uitgewerkt: 1. Verplichte beschikbaarheid voor vrijwilligers vervalt; 2. Specialistische taken voor vrijwilligers worden beperkt tot maximaal één; 3. Beroepskrachten gaan ten opzichte van vrijwilligers meer niet-repressieve taken uitvoeren; 4. Beroepskrachten krijgen een zwaardere belasting op het gebied van vakbekwaamheid met als gevolg zwaardere opleidingseisen. Er bestaat een reëel risico dat de kosten voor brandweerzorg als gevolg van de taakdifferentiatie op basis van de genoemde denkrichtingen significant stijgen.

De eventuele verschuiving van taken van vrijwilligers naar beroepskrachten kan leiden tot meer (parttime) beroepsaanstellingen en daarmee tot extra loonkosten voor de werkgever. Ook de kosten voor vakbekwaamheid kunnen toenemen als gevolg van een verschuiving van specialistische taken. Er is nog geen duidelijkheid over de omvang en fasering van de eventuele meerkosten als gevolg van de taakdifferentiatie. In de uitwerking van de denklijn wordt de focus vooralsnog met name gelegd op bouwsteen 1. Concreet betekent dat voor de VRU dat de huidige praktijk met gekazerneerde vrijwilligers en vormen van piketregelingen voor vrijwilligers zullen moeten worden beëindigd, waarbij er sprake kan zijn van afkoop of afbouwregelingen. Daarbij zal er gekeken moeten worden naar het implementeren van alternatieven zoals ‘slimme piepers’ ten behoeve van de paraatheid. Uitgangspunt van het Veiligheidsberaad is dat eventuele financiële consequenties als gevolg van wijzigingen in het stelsel door het Rijk worden gecompenseerd.

Pagina

14

5 Bijdrage gemeentelijk basistakenpakket In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de bijdrage voor het gemeentelijk basistakenpakket (GBTP) in 2023 opgenomen op basis van de mutaties in het financiële kader (zie hoofdstuk 2) en ontwikkelingen (zie hoofdstuk 3). Tabel 11 : mutaties bijdrage GBTP Totaal Mutaties 2023 Totaal

Bedragen x € 1.000

Gemeente

Bijdrage GBTP begroting 2022

Mutaties Mutaties financieel ontwikkelingen kader

Bijdrage GBTP kadernota 2023

Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Bilt De Ronde Venen Soest Houten Utrechtse Heuvelrug Woerden Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Veenendaal Zeist Amersfoort Utrecht

358 554 596 697 816 872 947 1.126 1.155 1.393 1.557 1.634 1.723 2.641 2.632 2.685 2.329 3.091 3.010 3.471 3.920 3.765 3.183 4.100 9.870 27.693

11 29 5 25 23 26 22 37 34 48 32 52 55 76 70 69 84 74 87 114 36 125 125 118 334 1.093

-

369 583 600 722 839 898 969 1.163 1.190 1.440 1.589 1.687 1.778 2.717 2.701 2.754 2.413 3.166 3.097 3.585 3.957 3.890 3.308 4.218 10.204 28.786

Totaal

85.819

2.805

-

88.624

Pagina

15

6 Vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket In tabel 12 is per gemeente de ontwikkeling van de vergoeding voor het gemeentelijk pluspakket (IGPP) opgenomen. Vanaf 2018 zijn de taakuitvoeringsovereenkomsten (TUO’s) afgesloten voor onbepaalde tijd. Voor 2023 gaan we daarom uit van voortzetting van de plustaken. De vergoedingen voor 2023 kunnen nog veranderen als er tussentijds nog wijzigingen in de TUO’s worden doorgevoerd. Tabel 12: ontwikkeling vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) Vergoeding IGPP begroting 2022

Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Bilt De Ronde Venen Soest Houten Utrechtse Heuvelrug Woerden Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Veenendaal Zeist Amersfoort Utrecht Nog toe te rekenen Totaal

Gemeente

Mutaties TUO's 2023

Loon- & prijsaanpassing 2023

Vergoeding IGPP begroting 2023

39 19 19 19 91 24 16 77 65 102 129 163 12 69 911 455 1.025 534

-9 -1 -0 -1 -1 -0 -48 -

1 1 1 1 0 1 0 2 0 1 5 1 0 2 26 17 34 15

31 20 20 20 90 25 16 79 64 102 134 164 13 70 936 472 1.011 549

3.770

-60

107

3.817

Pagina

16

7 Bijlagen 7.1

Bijlage 1: Uitkering gemeentefonds, onderdeel B&R In onderstaande tabel zijn de bedragen opgenomen die de gemeenten in het gemeentefonds ontvangen voor het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding. De bedragen voor 2021-2023 zijn gebaseerd op de septembercirculaire gemeentefonds 2021. Tabel 13: bedragen GF onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding per gemeente Bedragen x € 1.000

Bedrag subcluster Brandweer en Rampenbestrijding 2020

2021

2022

2023

Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Bilt De Ronde Venen Soest Houten Utrechtse Heuvelrug Woerden Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Veenendaal Zeist Amersfoort Utrecht

366 575 617 726 846 906 1.010 1.205 1.252 1.444 1.652 1.791 1.912 2.770 2.811 2.837 2.883 3.203 3.238 3.490 4.121 4.213 4.323 4.330 10.615 31.517

387 622 633 770 888 953 1.056 1.277 1.320 1.528 1.724 1.901 2.011 2.915 2.951 2.978 3.055 3.348 3.412 3.692 4.233 4.515 4.549 4.563 11.266 33.624

403 649 660 804 926 993 1.101 1.332 1.376 1.593 1.799 1.984 2.098 3.041 3.078 3.108 3.187 3.494 3.559 3.851 4.416 4.710 4.745 4.761 11.752 35.058

408 656 667 813 936 1.004 1.112 1.348 1.390 1.609 1.819 2.006 2.121 3.073 3.112 3.143 3.222 3.532 3.598 3.893 4.462 4.763 4.797 4.814 11.882 35.433

Totaal

94.655

100.172

104.478

105.611

Gemeente

Opgemerkt wordt dat de begroting van gemeenten ten aanzien van de brandweer en rampenbestrijding naast de bijdrage aan de VRU ook bestaat uit andere kosten zoals de huisvestingskosten voor de brandweerposten (voor zover dit niet via het individueel gemeentelijk pluspakket bij de VRU wordt afgenomen), de kosten voor de gemeentelijke crisisbeheersing en de bluswatervoorziening.

Pagina

17

7.2

Bijlage 2: Meerjarenraming bijdragen en vergoedingen 2023-2026 Tabel 14: bijdragen en vergoedingen 2023-2026 per gemeente* Bedragen x € 1.000

Gemeente

GBTP 2023

IGPP 2023

Bijdrage 2023

GBTP 2024

IGPP 2024

Bijdrage 2024

GBTP 2025

IGPP 2025

Bijdrage 2025

GBTP 2026

IGPP 2026

Bijdrage 2026

Renswoude Eemnes Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten Rhenen Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Bilt De Ronde Venen Soest Houten Utrechtse Heuvelrug Woerden Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Veenendaal Zeist Amersfoort Utrecht Nog toe te rekenen

369 583 600 722 839 898 969 1.163 1.190 1.440 1.589 1.687 1.778 2.717 2.701 2.754 2.413 3.166 3.097 3.585 3.957 3.890 3.308 4.218 10.204 28.786 -

31 20 20 20 90 25 16 79 64 102 134 164 13 70 936 472 1.011 549

369 614 620 742 839 898 969 1.183 1.190 1.531 1.614 1.687 1.794 2.717 2.701 2.833 2.478 3.267 3.231 3.749 3.957 3.903 3.378 5.154 10.677 29.797 549

373 590 607 730 849 908 980 1.177 1.203 1.457 1.607 1.707 1.799 2.748 2.732 2.785 2.446 3.201 3.133 3.624 4.001 3.937 3.356 4.266 10.323 29.139 -

31 20 20 20 89 25 15 79 64 101 134 164 13 68 936 472 1.011 549

373 621 627 750 849 908 980 1.197 1.203 1.546 1.632 1.707 1.815 2.748 2.732 2.864 2.509 3.301 3.266 3.788 4.001 3.950 3.423 5.202 10.795 30.150 549

373 590 607 730 849 908 980 1.177 1.203 1.457 1.607 1.707 1.799 2.748 2.732 2.785 2.446 3.201 3.133 3.624 4.001 3.937 3.356 4.266 10.323 29.139 -

31 20 20 20 88 25 15 79 63 99 134 164 13 60 936 472 642 549

373 621 627 750 849 908 980 1.197 1.203 1.544 1.632 1.707 1.815 2.748 2.732 2.864 2.508 3.300 3.266 3.788 4.001 3.950 3.415 5.202 10.795 29.781 549

373 590 607 730 849 908 980 1.177 1.203 1.457 1.607 1.707 1.799 2.748 2.732 2.785 2.446 3.201 3.133 3.624 4.001 3.937 3.356 4.266 10.323 29.139 -

31 20 20 20 87 25 15 79 62 98 134 164 13 60 936 472 642 549

373 621 627 750 849 908 980 1.197 1.203 1.543 1.632 1.707 1.815 2.748 2.732 2.864 2.507 3.299 3.266 3.788 4.001 3.950 3.415 5.202 10.795 29.781 549

Totaal

88.624

3.817

92.440

89.676

3.810

93.485

89.676

3.429

93.105

89.676

3.426

93.102

De bijdrage voor het basistakenpakket (GBTP) stijgt met € 1,05 miljoen in 2024 ten opzichte van 2023 als gevolg van het wegvallen van de incidentele dekking uit het OMS-fonds voor de structureel vervallen concessievergoeding OMS per 1-1-2022 (zie paragraaf 3.1). *deze meerjarenraming is onder voorbehoud van wijzigingen als gevolg van de nadere uitwerking van het financieel kader en ontwikkelingen bij de actualisatie van de begroting 2022 en het opstellen van de begroting 2023.

Pagina

18

1 Uitnodiging zienswijze kadernota VRU 2023.pdf

re

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT Datum

22 november 2021 contactpersoon Dhr. B.B. van ‘t Hoog Stafafdeling Bestuur & Control

Aan de gemeenteraden van de deelnemende VRU-gemeenten

Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht 088 878 1000 Bestuurlijke.zaken@vru.nl Ons kenmerk 21.0003139 Onderwerp Uitnodiging zienswijze kadernota VRU 2023

Uw kenmerk

Bijlagen 1

Geachte raad,

Ingevolge de gemeenschappelijk regeling van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) wordt u elk jaar uitgenodigd uw zienswijze te geven op de begrotingskaders, zoals vertaald in de kadernota. Hierbij ontvangt u de kadernota voor het begrotingsjaar 2023. De kadernota is op 8 november jl. behandeld in de vergadering van het algemeen bestuur van de VRU, bestaande uit alle burgemeesters van gemeenten in de provincie Utrecht. Daarbij zijn de adviezen van de bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën en de adviescommissie gemeentesecretarissen veiligheid betrokken. Op 27 september en 1 november jl. hebben (online) bijeenkomsten plaatsgevonden voor de betrokken ambtenaren van de gemeenten, waarin de mutaties, ontwikkelingen en risico’s nader zijn toegelicht. Overeenkomstig uw wens, ontvangt u de kadernota in een vroeg stadium. Zodoende bent u in staat de financiële effecten, voor zover nu bekend en vastgesteld, te betrekken bij het opstellen van uw gemeentebegroting. In dat verband verwijzen wij naar de tabel in bijlage 1 bij deze brief, waarin de gemeentelijke bijdragen en vergoedingen aan de gemeenschappelijke regeling VRU zijn opgenomen. Financiële situatie gemeenten De VRU erkent de financiële situatie waarin een groot deel van de gemeenten verkeren.

Om de gemeenten zoveel mogelijk financieel comfort te bieden wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de financiële krapte bij gemeenten door gedurende deze beleidsperiode: -

geen bijdrage te vragen voor nieuwbeleid, maar in plaats daarvan structurele kosten voor nieuw beleid te dekken uit besparingen door steedsefficiénter te gaan werken en bestaand beleid te heroverwegen (nieuw voor oud);

-

-

geen bijdrage te vragen voor de incidentele kosten voor organisatieontwikkeling door

Veiligheidsregio Utrecht Postbus 3154 3502 GD Utrecht 088 878 1000 info@vru.nl

inzet van de ontwikkel- en egalisatiereserve die wordt gevoed uit positieve resultaten van de VRU;

www.vru.nl

schommelingen in de gemeentelijke bijdrage zoveel mogelijk te voorkomen door de inzet van reserves.

Ei veiligheidsregioutrecht

De financiéle positie van de gemeenten wordt uiteraard ook betrokken bij de invulling van de financiéle en beleidsmatige kaders voor de begroting 2023. De voorliggende kadernota bevat dan

brandweer.nl/utrecht WwW @vrutrecht

f) @vrubrandweer Iban NL18 BNGH 0285 1331 79 kvk

Wij helpen mensen in nood, motiveren mensen om zelfredzaamte zijn en dragenbij

aan het wegnemenvan onveilige situaties. Elke dag weer, en steeds beter.

51817330 Pagina 1

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT

Uv

ook geen mutatie van de gemeentelijke bijdrage, anders dan de actualisatie van de ijkpuntscores en de reguliere loon- en prijsaanpassing. Ontwikkeling bijdrage gemeentelijk basistakenpakket In de kadernota ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de bijdrage voor het (collectieve) gemeentelijk basistakenpakket (GBTP). Het gemeentelijk basistakenpakket bevat de reguliere taken van de VRU conform het vastgestelde beleidsplan 2020-2023 (bestaand beleid). De kadernota 2023 bevat naast de reguliere bijstelling van het financiële kader, een overzicht van ontwikkelingen en risico’s die op termijn mogelijk van invloed zijn op de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage. Ondanks dat wij de financiële effecten van de risico’s nog niet exact kunnen, inschatten willen wij gemeenten zo vroeg mogelijk informeren. Mutaties financieel kader De mutaties van het financiële kader hebben voor het grootste deel betrekking op de loon- en prijsaanpassing, inclusief de stelpost voor de loonontwikkeling 2023. Hiervoor worden dezelfde percentages gehanteerd als waarmee de uitkering aan gemeenten via het gemeentefonds wordt geïndexeerd. Op 4 november jl. werd bekend dat er een principe-akkoord gesloten is voor een nieuwe cao voor de periode 2021 en 2022. Zowel werkgevers als vakbonden leggen dit principe-akkoord nu voor aan hun achterbannen.

Daarmee is de cao voor 2021 en 2022 nog niet definitief en zijn er voor 2023 nog geen concrete afspraken gemaakt. In de voorliggende kadernota zijn stelposten opgenomen voor de loonontwikkeling tot en met 2023. In de begroting 2023, die wij in maart 2022 voorleggen aan het algemeen bestuur, wordt conform de reguliere werkwijze de loonontwikkeling bijgesteld op basis van de definitieve cao en de dan bekende premieontwikkeling. Ontwikkelingen De financiële effecten van het Openbaar Meldsysteem (OMS)zijn al verwerkt in de begroting 2022, waardoor dit geen financieel effect heeft op de gemeentelijke bijdrage 2023. Risico's Wij zien een aantal risico’s die (mogelijk en/of op termijn) een financieel effect hebben op onze begroting. Het betreft de volgende onderwerpen: s

Omgevingswet; Taakdifferentiatie brandweer (verplichtend of niet verplichtend karakter van de brandweer).

Samengevat: financiële consequenties kadernota 2023 In totaal vragen wij een bedrag van € 88,6 miljoen aan gemeentelijke bijdragen voor 2023. Ten opzichte van de begroting 2022 betekent dit een stijging van € 2,8 miljoen (3,3%). Deze stijging is enkel het gevolg van de reguliere loon- en prijsaanpassing die weer gelijk is aan de ontwikkeling van het gemeentefonds. Ontwikkeling vergoeding individueel gemeentelijk pluspakket Op verzoek van gemeenten levert de VRU ook diensten aan individuele gemeenten. Hiervoor betalen deze gemeenten een (kostendekkende) vergoeding. De stijging van de vergoedingen voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) is hoofdzakelijk het gevolg van de loon- en prijsaanpassing.

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Pagina

21.0003139

2

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT

Wu

Zienswijze Wij verzoeken u uw zienswijze uiterlijk 3 februari 2022 aan het bestuur van de VRU kenbaar te maken,ter attentie van de concerncontroller, de heer Van 't Hoog. Het proces daarna zieter als volgt uit: -

De zienswijzen worden besproken in de vergadering van het algemeen bestuur op 7 februari 2022. De uitkomst van de bespreking van de zienswijzen in het algemeen bestuur op 7 februari wordt betrokken bij het opstellen van de ontwerp-begroting 2023 die voorligt in het algemeen bestuur op 28 maart 2022.

-

De ontwerp-begroting wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden, waarna het algemeen bestuur de begroting 2023 op 4 juli 2022 vaststelt.

Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,

De heer J.R. Donker secretaris

Uw kenmerk

Ons kenmerk

Pagina

21.0003139

3

VEILIGHEIDSREGIO UTRECHT

Wu

Bijlage 1: Bijdrage en vergoeding 2023 per gemeente

Renswoude Eemnes

Oudewater Woudenberg Montfoort Lopik Bunnik Bunschoten

ee See AO 716 816 872 947 1.146

Rhenen

Wijk bij Duurstede Baarn Leusden IJsselstein De Bilt De Ronde Venen Soest Houten Utrechtse Heuvelrug Woerden Vijfheerenlanden Stichtse Vecht Nieuwegein Veenendaal Zeist Amersfoort Utrecht Nog toe te rekenen Totaal

Uw kenmerk

;

if 29 > 25 23 26 22 37

-eee SH 614 1 1 -§ = 1

.

“020 _ 742 839 898 969 1.183

Lib >

34

-

1.190

1.484 1981 1.634 1.739 2.641 2.632 2.761 2.394 31093 3.159 3.634 3,920 CEVA 3.202 SOL 10.326 28.718 534

48 32 a2 55 76 70 69 84 74 87 114 36 125 125 118 334 1.093 =

=d 1 2 0 . Z -0 0 5 1 = 0 1 26 17 -14 15

LSL 1.614 1.687 1.794 277 2.70) 2.833 2.478 3.267 3.251 3.749 3,957 3,903 3.378 5.154 10.877 29.797 549

89.589

2.805

47

92.440

Ons kenmerk

Pagina

21.0003139

4

3.2.3 Wensen en bedenkingen VRU: Oprichting Stichting Risicobeheer Veiligheidsrisico's 1 Raadsvoorstel Wensen en bedenkingen oprichting Stichting risicobeheer veiligheidsrisico's.docx

Voorstel aan de gemeenteraad

Wensen en bedenkingen VRU: Oprichting Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid G.P.C. Klabbers 9528265 3 februari 2022 Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief vast te stellen met wensen en bedenkingen van de raad op het ontwerpbesluit van de VRU ten aanzien van de oprichting en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarin de raad aangeeft positief te staan tegenover de oprichting van een landelijke stichting die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. De gemeenschappelijke regeling van de Veiligheidsregio Utrecht voorziet in de mogelijkheid tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. De gemeenteraden van deelnemende VRU-gemeenten worden gevraagd hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken aan het Algemeen Bestuur van de VRU. Op basis van alle reacties zal het Algemeen Bestuur van de VRU een definitief standpunt bepalen.

Context Aanleiding Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen. Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen bij de veiligheidsregio’s is er een toenemend bewustzijn bij de veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerkers. Daarnaast is er sprake van een “verharding” van de verzekeringsmarkt, dit betekent dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de Raad van commandanten en directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling.

Kort gezegd is het de bedoeling om met de oprichting van een landelijke stichting risicobeheer veiligheidsregio’s: - Landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen - Het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken); - Een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de nietverzekerbare aanspraken; - Het oprichten van een (landelijk) expertisebureau dat kan adviseren en bemiddelen; - Het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden, w.o. met de VNG. Juridische context Het algemeen bestuur van de veiligheidsregio is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voorts wordt het besluit niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Beoogd effect Een adequate landelijke advisering aan veiligheidsregio’s op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en de borging van aansprakelijkheden door oa gezamenlijke inkoop van verzekeringen.

Eerdere besluitvorming Niet van toepassing.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 2

1

De bijgevoegde brief vast te stellen met wensen en bedenkingen van de raad op het ontwerpbesluit van de VRU ten aanzien van de oprichting en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarin de raad aangeeft positief te staan tegenover de oprichting van een landelijke stichting die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt.

Argumenten 1.1

De dekking van de huidige ongevallenverzekering sluit niet meer aan bij de verwachting van veiligheidsregio’s en medewerkers. Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden.

1.2

De verzekeringsmarkt is verhard Het aantal aanbieders neemt af en de premies stijgen. Bovendien worden de voorwaarden versoberd met als gevolg dat de verzekerbaarheid op de huidige wijze onder druk komt te staan.

1.3

De samenwerking van veiligheidsregio’s in een landelijke stichting risicobeheer zorgt naar verwachting op termijn voor een efficiency- en kwaliteitsslag en een besparing op de kosten. Er is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door “eenpitters” met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd. Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades.

Kanttekeningen/ Risico’s 1.1

De uiteindelijke kosten voor de oprichting en deelname aan de landelijke stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s zijn nog niet bekend. Aanvullend op de brief is door de VRU aangegeven dat de beraamde kosten voor de oprichting en deelname aan de stichting € 22.500 per veiligheidsregio bedraagt. Als volgende stap moet er nog een waarborgfonds worden opgericht met als doel om de niet-verzekerbare risico’s te kunnen dragen. De VRU gaat de gemeenteraden van de VRU-gemeenten hier in de eerste helft van 2022 over informeren en hierbij hebben de gemeenteraden opnieuw de mogelijkheid om hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Financiën De uiteindelijke kosten voor de oprichting en deelname aan de landelijke stichting risicobeheer Veiligheidsregio’s zijn nog niet bekend. De jaarlijkse kosten voor de oprichting en deelname van de 3

stichting risicobeheer zijn geraamd op € 22.500 per veiligheidsregio. Door de VRU is aangegeven dat dit bedrag uit de bestaande begroting van de VRU wordt gedekt. Als volgende stap moet er een waarborgfonds worden opgericht met als doel om de niet-verzekerbare risico’s te kunnen dragen. De kosten voor het waarborgfonds zijn nog niet bekend.

Vervolg Wat volgt is de oprichting van een waarborgfonds. Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed. Dit zal ook door het algemeen bestuur van de VRU aan de gemeenteraad worden voorgelegd om wensen en bedenkingen kenbaar te maken.

Participatie Over dit voorstel heeft geen participatie plaatsgevonden.

Communicatie Naast het verzenden van de brief met wensen en bedenkingen is geen aanvullende communicatie voorzien.

Niet-Referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 3 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Brief wensen en bedenkingen van de gemeenteraad op het ontwerpbesluit van de VRU ten aanzien van de oprichting en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Bijlagen informatief - Brief aan gemeenteraden inzake wensen en bedenkingen Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. - Ontwerpbesluit VRU deelname Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s.

4

1 Concept brief wensen en bedenkingen oprichting en deelname stichting risicobeheer veiligheidsregio's.docx

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Veiligheidsregio Utrecht t.a.v. Mevrouw Van Elderen-Verhoeven Archimedeslaan 6 3584 BA UTRECHT

Behandeld door

G.P.C. Klabbers

Datum

3 februari 2022

Doorkiesnummer

14 030

Ons kenmerk

9528265

E-mail

Gwenn.klabbers@utrecht.nl

Onderwerp

Wensen en bedenkingen oprichting Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s

Uw kenmerk

21.0003078

Verzonden

Uw brief van

11 november 2021

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Bijlage(n)

Geachte mevrouw Van Elderen-Verhoeven, Per brief van 11 november 2021 heeft het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht ons geïnformeerd over de voorgenomen oprichting en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s. Hierbij maken wij onze wensen en bedenkingen aan u kenbaar. Wij staan positief tegenover de oprichting van een landelijke stichting die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Voor de oprichting en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s hebben wij aanvullend op de brief begrepen dat de jaarlijkse kosten geraamd zijn op een bedrag per veiligheidsregio van €22.500 inclusief btw. Wij gaan ervan uit dat u binnen uw begroting ruimte vindt om deze kosten op te vangen. Hopende u hierbij voldoende geïnformeerd te hebben.

Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Merel van Hall

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

1 Brief aan gemeenteraden inzake wensen en bedenkingen Stichting Risicobeheer Veiligheidsregios.pdf

Datum

11 november 2021

Aan de gemeenteraden van de deelnemende VRU-gemeenten Ter attentie van de voorzitter door tussenkomst van de Colleges van burgemeesters en wethouders

contactpersoon Mevr. I. van Elderen-Verhoeven Accountmanagement Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht 088 878 3662 accountmanagement@vru.nl Ons kenmerk 21.0003078

Onderwerp Wensen en bedenkingen Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s

Uw kenmerk 0000751

Geachte raad,

Bijlagen 1

Op 4 oktober jl. heeft het Veiligheidsberaad, het overlegorgaan van de 25 voorzitters veiligheidsregio, mede op advies van de Bestuurlijke Advies Commissie Brandweer het principebesluit genomen tot het oprichten van een stichting Risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Het algemeen bestuur van uw veiligheidsregio is bevoegd tot het oprichten van een stichting indien de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet en dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht te zijn voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Voorts wordt het besluit niet genomen dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Dit is op basis van artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. De gemeenschappelijke regeling van Veiligheidsregio Utrecht voorziet in de mogelijkheid tot het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon. Hieronder licht ik u toe waarom de oprichting van deze stichting wordt geacht bijzonder aangewezen te zijn van het daarmee te dienen openbaar belang.

Huidige situatie De Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio’s (RCDV) is enige tijd aan de slag met het thema ‘Goedwerkgeverschap na dienstongevallen’. Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Hierbij is veelal geen bewuste afweging gemaakt rondom aanspraken bij ongevallen. Als gevolg van een aantal interne en externe ontwikkelingen is een toenemend bewustzijn bij veiligheidsregio’s ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen tijdens het werk. Dit bewustzijn is de afgelopen jaren gegroeid door een toenemende onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak. In de loop der tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Veelal spitst zich dit toe op de vraag of aan alle elementen van ongevalsdefinitie is voldaan, terwijl de medewerker evident letsel heeft opgelopen tijdens zijn werk. Daarnaast is sprake van een ‘verharding’ van de verzekeringsmarkt, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te

Veiligheidsregio Utrecht Postbus 3154 3502 GD Utrecht 088 878 1000 info@vru.nl www.vru.nl brandweer.nl/utrecht veiligheidsregioutrecht @vrutrecht @vrubrandweer Iban NL18 BNGH 0285 1331 79 kvk 51817330 Pagina

1

staan. Dit alles heeft bijgedragen aan de gedachte dat verzekeren ‘slechts’ een van de mogelijke opties is om financiële risico’s als gevolg van schade bij ongevallen op te vangen. In feite is daarmee de stap gezet van ‘verzekeringsdenken naar risicodenken’. Ook is de stap van ‘verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’: niet de verzekering, maar de aanspraak dient leidend te zijn voor de medewerker. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Door onderling samen te werken en verbindingen te leggen met externe expertise in bestuurlijke context kan deze kwetsbaarheid worden verminderd. Om invulling te geven aan deze uitdagingen is de RCDV het Project Risicomanagement & Verzekeringen gestart om via landelijke samenwerking, antwoord te vinden op bovenstaande ontwikkeling. Kort gezegd is het de bedoeling om: Landelijk te komen tot één set van aanspraken bij dienstongevallen Het collectief inkopen van één ongevallenverzekering (voor verzekerbare aanspraken); Een waarborgfonds op te richten om een oplossing te bieden voor (in ieder geval) de niet-verzekerbare aanspraken; Het oprichten van een (landelijk) expertisebureau dat kan adviseren en bemiddelen; Het aangaan van strategische samenwerkingsverbanden, w.o. met de VNG.

De voorliggende brief gaat over de stap op te komen tot een stichting risicobeheer. De aangewezen rechtsvorm voor het expertisebureau risicobeheer is een stichting. Deze stichting behoeft bovendien een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Toekomstige situatie De veiligheidsregio’s hebben straks een gezamenlijk expertisebureau risicobeheer waarmee zij collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. Op termijn kunnen ook andersoortige risico’s door dit expertisebureau worden opgepakt en vindt ook de schadebehandeling centraal plaats. Hiermee ontstaat een professionele organisatie die invulling geeft aan het risicobeheer van de veiligheidsregio’s. Het expertisebureau risicobeheer heeft bovendien samenwerkingsverbanden afgesloten met soortgelijke organisaties, zoals VNG Risicobeheer en Verzekeringsbedrijf Groot Amsterdam om het initiatief waar mogelijk te versterken. Deelname aan het expertisebureau risicobeheer is vrijwillig. Naar verwachting levert de samenwerking behalve een efficiency- en kwaliteitsslag op termijn ook een besparing op door één gezamenlijke inkoop van de ongevallenverzekering en het collectief afhandelen en registreren van schades. Privaatrechtelijk Voor de activiteiten van het expertisebureau risicobeheer is een vergunning van de Autoriteit Financiële Marken (AFM) vereist.

Dit vloeit voort uit wet- en regelgeving over het adviseren en bemiddelen rondom verzekeringen. Deze vergunningsplicht heeft tot gevolg dat het oprichten van een privaatrechtelijke rechtspersoon noodzakelijk is. Het is niet mogelijk om deze activiteiten onder te brengen bij een veiligheidsregio of een andere rechtspersoon. Hier liggen drie overwegingen aan ten grondslag: 1. Het is de verwachting van juridisch experts dat de AFM niet akkoord gaat met het onderbrengen van deze activiteiten bij een rechtspersoon met andersoortige activiteiten;

Uw kenmerk 0000751

Ons kenmerk 21.0003078

Pagina

2

2. 3.

Het samenvoegen van de activiteiten van het expertisebureau met de werkzaamheden van een veiligheidsregio leidt tot aansprakelijkheidsrisico’s voor de veiligheidsregio’s; Het expertisebureau is wettelijk verplicht om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Net als de AFM zal de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bedenkingen hebben bij het samenvoegen van activiteiten.

Stichting De aangewezen rechtsvorm voor deze samenwerking is een stichting. De keuze voor de stichting is afgeleid van het reeds gegeven advies over de rechtsvorm voor een waarborgfonds. Dit fonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. Dit heet ‘verzekeren’ en is daarmee een activiteit die een vergunning van De Nederlandse Bank (DNB) vereist. Er kan echter voor het fonds een beroep worden gedaan op een vrijstelling van deze vergunningsplicht. Hierbij is het dan wel van belang dat geen sprake is van een winstoogmerk. Dat maakt dat gekozen moet worden tussen de rechtsvorm ‘stichting’ en de rechtsvormen ‘onderlinge waarborgmaatschappij’. Dit laatste is een bijzondere verenigingsvorm. Gelet op de wens voor een lichte structuur wordt voor het waarborgfonds een stichting beoogd (een vereniging is in dat opzicht veel omvangrijker). Om de activiteiten van het expertisebureau hierop te laten aansluiten ligt een stichting eveneens voor de hand. Hiermee wordt geen zwaardere structuur opgetuigd dan strikt noodzakelijk is. Vervolg Wat volgt is een waarborgfonds, dat eveneens een (separate) stichting dient te zijn. Dit fonds beoogt een financieringsoplossing te zijn voor in ieder geval niet-verzekerbare risico’s.

Naar verwachting is een voorstel hierover in de eerste helft van 2022 gereed, waarna ook voor dit fonds een voorstel voor een soortgelijke procedure volgt. Het is niet mogelijk om de oprichting van beide stichtingen tegelijkertijd voor te leggen als gevolg van de beperkte tijd die resteert tot aan de einddatum van de ongevallenverzekeringen van de veiligheidsregio’s. Aangezien voor het invullen van het expertisebureau risicobeheer een aantal extra stappen moet worden gezet, zoals de aanvraag van een vergunning bij de AFM en het bemensen van deze organisatie is ervoor gekozen om eerst te komen tot de oprichting van het expertisebureau. Verzoek Gelet op het bovenstaande verzoek ik u hierbij om eventuele wensen en bedenkingen ten aanzien van de oprichting en deelname aan de stichting risicobeheer veiligheidsregio’s kenbaar te maken. Graag ontvang ik uw reactie binnen 6 weken na toezending van deze brief. Met vriendelijke groet, Namens het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht,

mevrouw S.A.M. Dijksma voorzitter algemeen bestuur

Uw kenmerk 0000751

de heer J.R. Donker secretaris

Ons kenmerk 21.0003078

Pagina

3

1 Ontwerpbesluit VRU deelname Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio's.pdf

Het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Utrecht;

gelet op: -

Artikel 31a, lid 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

overwegende: -

-

de veiligheidsregio’s veelal problemen ervaren bij het inkopen van onder meer de ongevallenverzekering; de verzekeringsmarkt ‘verhardt’, hetgeen inhoudt dat het aantal aanbieders afneemt, premies stijgen en voorwaarden versoberd worden met als gevolg dat de verzekerbaarheid onder druk komt te staan; het verzekeren van financiële risico’s geen schade voorkomt; de veiligheidsregio’s in het kader van goedwerkgeverschap een gezamenlijke lijn willen hanteren bij de afhandeling van schades na ongevallen; het bovenstaande vraagt om een omslag ‘van verzekeringsdenken naar risicodenken’ en om een omslag ‘van verzekeringsdenken naar het denken in aanspraken’; de verzekeringsfunctie bij de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is georganiseerd; de veiligheidsregio’s door samenwerking een beter antwoord kunnen bieden op deze interne en externe ontwikkelingen; het derhalve van bijzonder aangewezen belang is dat de veiligheidsregio’s afspraken maken hoe hier invulling aan te geven; deze samenwerking vorm moet krijgen in een expertisebureau risicobeheer die de veiligheidsregio’s adviseert rondom risicobeheer en bemiddelt en ondersteunt bij inkoop van in ieder geval (ongevallen)verzekeringen; de samenwerking naar verwachting behalve een kwaliteitsslag tevens een efficiencyslag oplevert; er voor de oprichting van het expertisebureau een separate rechtspersoon vereist is omdat dit voortvloeit uit

het wettelijk kader dat geldt voor het ‘adviseren en bemiddelen’ rondom verzekeringen; in de vergadering van het Veiligheidsberaad van 4 oktober 2021 het principebesluit is genomen om te komen tot de oprichting van een expertisebureau risicobeheer wetende dat; o De aangewezen rechtsvorm een stichting is; o Deze stichting een vergunning behoeft van de Autoriteit Financiële Markten (AFM); o Deelname aan de stichting vrijwillig is; voor het afdekken van niet-verzekerbare risico’s een voorstel voor de oprichting van een waarborgfonds in voorbereiding is, waarvoor eveneens de oprichting van een separate stichting noodzakelijk is; de formele oprichting van de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s zo spoedig mogelijk volgt en dat ter voorbereiding hierop ondertussen zoveel mogelijk voorbereidingen worden getroffen, zoals de voorbereiding van de vergunningsaanvraag bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM); de raden van de inliggende gemeenten in de gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen ten aanzien van deelname aan de stichting kenbaar te maken; besluit:

-

tot oprichting van en deelname aan de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, die namens de veiligheidsregio Utrecht in ieder geval ondersteuning biedt bij de afhandeling van ongevallen en de gezamenlijke inkoop van een ongevallenverzekering, gehoord hebbende de gemeenteraden.

Utrecht, 11 november 2021,

mevrouw S.A.M. Dijksma voorzitter

de heer J.R. Donker secretaris

3.3 Agenderingen ter plaatse, mede op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven 1 Overzicht raadsbrieven 2 november tm 1 december 2021.docx

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 16 december 2021 Ingekomen raadsbrieven 2 november t/m 1 december 2021 Nr.

Ontvangstdatum

Beleidsveld

Onderwerp

1

23-11-2021

Internationale Zaken

Raadsbrief deelname en vervolg COP26

2

17-11-2021

Openbare Orde en Veiligheid

Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht

3

16-11-2021

Openbare Orde en Veiligheid

Raadsbrief Opbrengsten wapeninleveractie en bewustwordingscampagne

4

16-11-2021

Openbare Orde en Veiligheid

Raadsbrief Toezegging Public Attitude Survey

5

05-11-2021

Openbare Orde en Veiligheid

Raadsbrief Update gevolgen en aanpak coronavirus in Utrecht

6

03-11-2021

Openbare Orde en Veiligheid

Raadsbrief Evaluatie lachgasverbod

7

10-11-2021

Bestuurlijke zaken

Raadsbrief Geen centrale intocht Sinterklaas

8

02-11-2021

Bestuurlijke zaken

Raadsbrief Reactie op initiatiefvoorstel referendum op raadsinitiatief

9

05-11-2021

Prostitutie

Raadsbrief Beëindigen tender het Nieuwe Zandpad en instellen expertcommissie

10

03-11-2021

Burgerzaken

Raadsbrief Opkomstbevordering bij verkiezingen

Aandachtspunt

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 16 december 2021 Ingekomen raadsbrieven 2 november t/m 1 december 2021 Nr.

Ontvangstdatum

Beleidsveld

Onderwerp

11

30-11-2021

Wijkgericht werken en participatie

Raadsbrief Vierde Voortgangsrapportage Samen Stad Maken

12

25-11-2021

Financiën

Raadsbrief Toezegging automatische kwijtschelding en update stand van zaken bghu

13

16-11-2021

Financiën

Raadsbrief over Reactie op Rekenkamerbrief Regeling risicovolle projecten van 8 november

14

05-11-2021

Financiën

Raadsbrief Beantwoording diverse toezeggingen raadscommissies Programmabegroting 2022

15

16-11-2021

Diversiteit

Raadsbrief Voortgang onderzoek institutioneel racisme

Aandachtspunt

4 Verslag 18 november 2021 1 Conceptverslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, bestuur en financiën d.d. 18 november 2021.doc

Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIËN D.D. 18 NOVEMBER 2021 [Typ hier]

Datum verslag Locatie Verslag door Vaststelling verslag

26 november 2021 Stadhuis, de hal Geertjan Benus (Notutekst) december 2021

Verslag openbare vergadering Commissie Veiligheid, bestuur en financiën 10

Aanwezigen: Middagvergadering De voorzitter, mevrouw R. Heijne, de burgemeester mevrouw S. Dijksma, de wethouder de heer E. Eerenberg en voorts de leden: mevrouw S. Schers (GroenLinks), mevrouw Bijsterbosch (D66), mevrouw R. Streefland (ChristenUnie), mevrouw T. Meerding (VVD), mevrouw H. Assen (PvdA), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw A. Sasbrink (Partij voor de Dieren), de heer R. Wiegant (SP), mevrouw M. van Mil (Student & Starter), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer E. Abassi (DENK), de heer H. van Deún (PVV), en van de griffie de commissiegriffier de heer J. Schueler en de (commissiesecretaris).

30

Avondvergadering1(agendapunt 7) De voorzitter, mevrouw T. Sturkenboom, de burgemeester mevrouw S. Dijksma, de wethouder mevrouw L. Voortman, de wethouder de heer E. Eerenberg, de wethouder de heer K. Diepeveen en voorts de leden, mevrouw S. Schers (GroenLinks), de heer F. Dekkers (GroenLinks), de heer M. Saiah (D66), mevrouw R. Streefland (ChristenUnie), mevrouw T. Meerding (VVD), mevrouw H. Assen (PvdA), mevrouw I. Raaijmakers (PvdA), de heer B. van Steeg (CDA), mevrouw J. Zwinkels (CDA), mevrouw A. Sasbrink (Partij voor de Dieren), de heer R. Wiegant (SP), mevrouw M. van Mil (Student & Starter), mevrouw E. Kendir (Student & Starter), de heer M. Sungur (DENK) de heer El Abassi (DENK), en van de griffie de commissiesecretaris de heer J. Schueler.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0e46eb60-11d4-4caf-b87d-58175de99186