CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 11 januari 2022, gemeente Utrecht24.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Fietsparkeren In 2019 boden de bewaakte fietsenstallingen in de binnenstad (de stationsstallingen niet inbegrepen) ruimte aan 2.500 fietsen. Ongeveer 1.000 van deze plekken waren zogenaamde pop-upplekken die alleen beschikbaar zijn op piekmomenten. In november 2019 bleek uit een telling dat er op dat moment een gemiddeld tekort was van 4.300 fietsparkeerplekken, op piekmomenten zelfs een tekort van 11.600. Een deel van dit tekort in is de loop van 2020 opgelost door het toevoegen van bijna 1.500 fietsenklemmen

in de openbare ruimte en de bewaakte stalling bij de Neude.In hetzelfde jaar kwam er een fietsenstalling bij met 700 plekken in het voormalige postkantoor aan de Neude. In de loop van 2021 komen er nog 900 stallingsplekken bij in House Modernes aan de Lange Viestraat. In de fietsenrekken in de openbare ruimte van de binnenstad kunnen (in 2021) 9.000 fietsen terecht. Dat brengt het totaal aan fietsparkeerplekken in de binnenstad (inclusief pop-upplekken) op 13.000.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 63

Efficiënt 64 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

7. Bevoorrading op maat

In 2040 wordt bevoorrading efficiënter en schoner georganiseerd. Daardoor blijft de binnenstad leefbaar. Voor verschillende logistieke stromen zijn verschillende oplossingen nodig. Dit is een complexe opgave waarbij de belangen van de ondernemers (snelle betaalbare levering op flexibele momenten en regelmatig ophalen van afval) en het publiek belang (zo min mogelijk verkeer en schoon vervoer) niet direct te vertalen zijn naar een eenvoudig uitvoerbare oplossing. Om te komen tot de gewenste omslag, is maatwerk nodig, samenwerking tussen ontvangers van goederen en producenten van afvalstromen en enige sturing door de overheid. Goede logistiek is van levensbelang voor een sociaal en economisch vitale en ook fraaie binnenstad. Het gaat om de bevoorrading van bedrijven, instellingen en particulieren, horecalogistiek, waaronder gekoeld vervoer, verhuizingen, bouwlogistiek inclusief klusbussen, afvalinzameling en retourlogistiek (bijvoorbeeld lege flessen, maar ook retourzendingen van onlinebestellingen). Een laatste categorie is de op- en afbouw van evenementen. Voor de bevoorrading van bedrijven in het voetgangersgebied gelden momenteel venstertijden, die voor milieuvriendelijke voertuigen iets ruimer zijn. Al deze vervoersbewegingen vragen veel ruimte en hebben een nadelig effect op de leef-

omgeving. In de toekomst moet het bevoorradingssysteem dan ook efficiënter en duurzamer worden.

Wat zie je in 2040?

Gemeente en ondernemers werken toe naar een systeem waarbij veel meer lading wordt gebundeld. Dat wil zeggen dat de beladingsgraad omhoog gaat (geen halflege vrachtvoertuigen) op zowel de heen- als terugweg. Daarbij rekening houdend met de aslastbeperkingen op bruggen en kelders. Alleen zo is het mogelijk het aantal vervoersbewegingen en het beslag op de schaarse ruimte te beperken.

■

Bevoorrading en afvalinzameling gebeurt meer met boten.

■

Je ziet steeds meer lichte emissieloze voertuigen voor bevoorrading en afvalinzameling, zoals elektrische bakfietsen en bevoorradingswagentjes.

■

Als je door de binnenstad wandelt, heb je minder last van bevoorradend verkeer doordat er genoeg plekken zijn voor laden en lossen en meer wordt vervoerd over het water.

■

Er worden geen losse vuilniszakken en ander afval meer op straat aangeboden.

Het gebruik van minder gewenste voertuigen kan worden beperkt door bepaalde verkeersbewegingen door de binnenstad voor deze wagens te verbieden. In 2040 worden goederen zoveel mogelijk op een andere manier afgeleverd en opgehaald dan met een auto over de weg. Daarom maakt de gemeente vervoer over water voor verladers aantrekkelijker, bijvoorbeeld door hiervoor ruimere venstertijden te hanteren. Een deel van de bevoorrading (bierboot) en de afvoer van bedrijfsafval (ecoboot) gaat in 2021 al via het water van de Oudegracht. De gemeente werkt mee aan onderzoek naar meer vervoer over water. Uiteraard alleen waar de bescherming van de kwetsbare werven dat toelaat. Ook stimuleert de gemeente vervoer met Licht Elektrische Vrachtvoertuigen (LEVV’s) en vrachtfietsen.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 65 - 65

2021

2040 ▲ Van logistiek met voornamelijk zware voertuigen in 2021 naar een systeem met overslagpunten, meer kleine lichte voertuigen en weer vervoer over water in 2040.

De toekomstige logistiek in de binnenstad vraagt om goede toegankelijkheid en voldoende ruimte voor kleine vrachtvoertuigen (zoals vrachtfietsen) en om voldoende plekken waar die in de binnenstad, dichtbij de bestemmingen, kunnen laden en lossen. Ook voor de traditionele logistiek blijven laad- en losplekken beschikbaar. Die kunnen deels flexibel worden gebruikt in de tijd, bijvoorbeeld overdag als laad- en losplek, ’s nachts als taxistandplaats. Voor het bezorgen en ophalen van goederen en het ophalen van afval en grondstoffen, komen binnen de singels in de toekomst alleen nog schone voertuigen en vaartuigen in aanmerking. Door de beperkingen bij bruggen, werf- en straatkelders zijn deze bovendien in een groot deel van de binnenstad klein en licht.

66 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid

Om beschadiging van kwetsbare bruggen en kelders te voorkomen, wordt de belastbaarheid van (bevoorradings)routes opnieuw bekeken. Bepaalde routes, zoals de binnenstadsas, blijven geschikt voor zwaarder verkeer.Voor elk van de logistieke stromen is een afweging te maken tussen het inzetten van een groter aantal kleine voertuigen of van een kleiner aantal grote voertuigen. Wat de beste oplossing is, is afhankelijk van de route en de bestemming en hangt bijvoorbeeld af van de belastbaarheid en ruimtelijke mogelijkheden van de locatie. Om goederenstromen te kunnen bundelen en over te slaan op andere voer- en vaartuigen, heb je hubs nodig, locaties voor op- en overslag. In een efficiënt goederenvervoersysteem zijn voor elke goederenstroom hubs nodig, want elke stroom heeft zijn eigen kenmerken en heeft weer een ander type overslaglocatie nodig.

Aan de rand van de stad, in de stad en ook in de binnenstad zijn dan ook hubs van verschillende omvang nodig. Een aantal daarvan zijn in 2021 al in bedrijf. Daarnaast zullen er in de stad nieuwe locaties voor moeten worden gevonden.'Daarnaast moeten nieuwe locaties voor hubs in de stad worden gevonden. Geschikte ruimte is waarschijnlijk moeilijk te vinden, maar is essentieel voor het functioneren van het systeem en daarmee voor de binnenstad. Samenwerking tussen vervoersdiensten en de ontwikkeling van open data kunnen bijdragen tot het efficiënter ophalen en bezorgen van goederen en afval. De gemeente onderzoekt ook of ruimte-efficiënte, schone logistiek kan worden gestimuleerd met prijsbeleid en of de toegang voor minder gewenste voertuigen kan worden beperkt. Mogelijk worden goederenstromen in de toekomst kleiner als winkels in de binnenstad vaker plekken

2021

2040 ▲ Van afvalinzameling met lichte en zware voertuigen in 2021 naar afvalinzameling per boot en met lichte emissieloze voertuigen op locaties verder van het water in 2040.

worden waar je producten kan zien en beleven, maar waar niet ook altijd de voorraad aanwezig is. Het product dat je in de winkel uitkiest, wordt vaker bij je thuis afgeleverd. Dit heeft effect op de logistiek. Het is sowieso een trend dat winkels een minder grote bulkvoorraad in de winkel aanhouden en juist meer kleine hoeveelheden van een grotere diversiteit aan producten. Ook bouwplaatsen in de binnenstad (ook die voor wegwerkzaamheden) moeten steeds ruimteefficiënter worden. Dat wil zeggen dat spullen pas geleverd worden op het moment dat ze op de bouwplaats echt nodig zijn. De gemeente stuurt hier onder meer op via de voorwaarden en kosten van vergunningen voor bouwterreinen. Innovatieve oplossingen zijn nodig voor kleinschalige bouwwerkzaamheden zoals verbouwingen, onderhoudsen restauratiewerkzaamheden, waarbij traditioneel vaak diverse klusbussen worden ingezet.

Voor de inzameling van afval in de binnenstad zijn nieuwe oplossingen noodzakelijk, niet alleen door de kwetsbaarheid van werf- en straatkelders, maar ook door veranderende eisen die worden gesteld aan de arbeidsomstandigheden van vuilnis-inzamelaars. In het algemeen zet Utrecht afval zo min mogelijk op straat en worden glas, papier en groenafval zo veel mogelijk van de rest gescheiden. Afvalzakken van bewoners en kliko’s met bedrijfsafval dragen niet bij tot de beleving van de schoonheid van de binnenstad. Maar ondergrondse inzameling, zoals in de rest van Utrecht, is op veel plekken van de binnenstad niet mogelijk doordat er geen ruimte is in de ondergrond en doordat zware voertuigen er niet kunnen komen. Kleine voertuigen over de weg hebben als nadeel dat ze meer verkeersbewegingen maken en hogere kosten opleveren. Dat maakt het extra interessant om te

onderzoeken of inzameling in ongebruikte werfkelders mogelijk zou kunnen zijn, in combinatie met afvaltransport per boot. Daarbij wordt gedacht aan de inrichting van inwerpopeningen op straatniveau en inzameling per boot op het niveau van de werf. Als de Oudegracht de hoofdader zou kunnen worden voor afvalinzameling per boot en eventueel ook delen van de (Kromme) Nieuwegracht of Plompetorengracht, dan kan dit voor het merendeel van de binnenstad een duurzame oplossing zijn. Daarnaast zijn emissieloze, kleine en lichte inzamelvoertuigen nodig die gebruik maken van hubs (verzamelplaatsen) aan de rand van de binnenstad. Ook als Utrecht volledig circulair wordt en er geen afval overblijft maar alleen grondstoffen, blijft een goed inzamelsysteem nodig.

Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 67

Variatie 68 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Variatie Opvallend in de Utrechtse binnenstad is de grote variatie aan functies en sferen op een klein oppervlak. Er zijn vele vormen van wonen, winkels, werken, studeren, uitgaan en cultuur naast elkaar. Je vindt stille hoekjes naast drukke, levendige plekken. Oude bebouwing naast moderne architectuur. Groene tuinen naast drukke stadspleinen. Deze variatie trekt weer een grote diversiteit aan mensen, die de aantrekkingskracht van de binnenstad nog groter maakt. De tweede ambitie voor 2040 in deze omgevingsvisie is dan ook: Variatie in de binnenstad vasthouden en vergroten.

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 69

De veelheid aan functies, vaak vlak naast elkaar, geeft elk deel van de binnenstad zijn eigen sfeer. Dat komt doordat de verhouding tussen de verschillende functies overal weer anders is. Variatie bestaat ook binnen de functies: er zijn vele soorten woningen, winkels, horeca en culturele voorzieningen. Deze veelzijdigheid is een kwaliteit van de binnenstad. Tegelijkertijd is het belangrijk dat functies in een straat of plein goed bij elkaar passen en elkaar niet onnodig tot last zijn, maar elkaar versterken. Natuurlijk mag het soms een beetje schuren de stad is tenslotte levend en in gebruik en bij de binnenstad horen ook rafelrandjes - maar sociale samenhang en economische vitaliteit staan voorop.

▲ Variatie is een kwaliteit van de binnenstad. Elk deel van de binnenstad heeft zijn eigen sfeer.

70 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

De kenmerkende variatie in de Utrechtse binnenstad is ook terug te vinden in de diversiteit van de mensen die er wonen, werken, studeren, winkelen of de stad om een andere reden bezoeken, want de verschillende functies trekken een breed publiek. Ouderen en jongeren, studenten, werkenden en daklozen, rijken en minder rijken, bewoners en bezoekers, mensen uit de stad, de regio en steeds vaker van verder weg komen op de binnenstad af. De binnenstad is een plek waar je allerlei mensen tegenkomt, elkaar kan ontmoeten, samen iets kan beleven, kan zien en gezien worden.

Aan de andere kant zijn er ook Utrechters die bijna nooit naar de binnenstad komen. Utrechters met een migratieachtergrond bijvoorbeeld komen er relatief weinig en ook zijn er relatief weinig binnenstadsbewoners uit deze groep. Blijkbaar is het aanbod voor hen nog niet gevarieerd genoeg. Andere groepen mensen die je minder in de binnenstad tegenkomt, zijn ouderen, kinderen en mensen met een beperking. Ook voor deze groepen blijkt de binnenstad niet zo toegankelijk te zijn. Bijvoorbeeld omdat de drukke fietsroutes door de binnenstad hen afschrikken. Of omdat de hoge kosten van wonen in de binnenstad voor hen niet zijn op te brengen. Aan de ene kant wordt de binnenstad gekenmerkt door diverse sferen en mensen, aan de andere kant is het niet het domein van alle Utrechters. De samenstelling van de bevolking van de binnenstad is geen afspiegeling van die van de gehele stad. Zo wonen er relatief veel jonge, alleenstaande Utrechters met een westerse achtergrond. Dat maakt het de moeite waard de variatie aan functies en de diversiteit aan mensen in de binnenstad te vergroten. De binnenstad moet van alle Utrechters zijn en voor iedereen iets om trots op te zijn.

▲ In de binnenstad kun je rustige groene hoven vinden vlakbij drukke winkelstraten.

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 71

Locatie-specifiek 72 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

8. Elke functie op de juiste plek

Voor een vitale binnenstad is het belangrijk dat functies in gebouwen en in de openbare ruimte op de juiste plek zitten en elkaar versterken, of in ieder geval zo min mogelijk hinder van elkaar ondervinden. De komende twintig jaar vindt in sommige delen van de binnenstad waarschijnlijk een lichte verschuiving van functies plaats. Deze omgevingsvisie legt niet de planning of zonering van functies vast. Dat wordt georganiseerd zodra dat in een deelgebied aan de orde is. In samenspraak met betrokkenen wordt dan, op het schaalniveau van een straat, plein of buurt, bepaald welke functies in gebouwen en openbare ruimte passen. De binnenstad van Utrecht is veelzijdig. In elke buurt vind je een specifieke mix van wonen en bedrijvigheid. Een divers aanbod van functies in panden en in de openbare ruimte maakt de binnenstad levendig.In panden vind je bijvoorbeeld woningen, onderwijs, winkels, dienstverlening, kantoren, horeca, kerken, culturele en maatschappelijke voorzieningen. In de openbare ruimte gaat het om functies als verblijf, verkeer, markten, spelen, terrassen en evenementen. In delen van de binnenstad waar vooral wordt gewoond, is de dynamiek laag. Hier veranderen functies heel geleidelijk en beheerst. Om te beoordelen of een nieuwe functie op een bepaalde

plek past, zijn er overheidsprocedures voor participatie, planning en vergunning. Die zijn voor de reguliere planvorming in gebieden met een lage dynamiek goed toepasbaar. Op andere plekken, zoals in het kernwinkelgebied, is de dynamiek zo hoog dat je nauwelijks kan voorspellen hoe het gebruik van gebouwen en openbare ruimte zich de komende tijd ontwikkelt. Het zijn plekken met veel kansen en ruimte voor nieuwe ontwikkelingen, soms met leegstand, vormen van hinder of die om andere redenen kwetsbaar zijn. Om daar de juiste balans tussen functies te vinden, is maatwerk nodig. Om in complexe situaties en op dynamische plekken te bepalen welke functies passen in een straat of gebied en om de samenhang tussen gebouwen en openbare ruimte zo goed mogelijk te maken, zet de gemeente het gebiedsprofiel in als een nieuw sturingsmiddel. In een gebiedsprofiel wordt vastgelegd welke functies op straat en in de panden passen, aan welke eisen de uitstraling van panden en de openbare ruimte zou moeten voldoen, maar ook over welke onderwerpen beheerafspraken gemaakt moeten worden, waar-op wordt gehandhaafd. In een gebiedsprofiel kan, waar nodig, maatwerk worden geleverd op het schaalniveau van een straat, plein en buurt. Zie deel C voor een toelichting.

Wat zie je in 2040? ■

In de binnenstad vind je nog steeds een grote variatie aan functies, van wonen tot cultuur, van winkels tot werken, van kerken tot horeca.

■

Functies passen bij de sfeer van de omgeving.

■

Als straten veranderen, werken bewoners, ondernemers en gemeente samen aan een plan voor het gebied.

■

De gemeente treedt actief op de vastgoedmarkt op zodat functies op de juiste plek komen.

Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie Binnenstad - 73| Variatie - 73

Om de juiste functie op de juiste plek te krijgen zet de gemeente de komende jaren in op een actiever vastgoedbeleid waarbij een afweging gemaakt wordt tussen maatschappelijke en economische waarde. In overleg met eigenaren of door zelf actiever op te treden kan de gemeente bij transacties van beeldbepalend vastgoed in de binnenstad meer sturen op de gewenste functies op een specifieke plek. Een gebiedsprofiel wordt alleen opgesteld als daarvoor een noodzaak is, die blijkt uit bijvoorbeeld leegstand, overlast of een hoge doorstroming. Daarnaast moet er ook zicht zijn op realisatie van de eerste stappen die in het gebiedsprofiel worden benoemd. Het is de bedoeling dat het opstellen van een gebiedsprofiel in een vlot proces tot stand komt en snel tot concrete resultaten leidt. Hoewel in een gebiedsprofiel ook doelstellingen voor de lange termijn worden benoemd, is het vooral bedoeld als afsprakenkader voor de uitvoering. In deel C van deze omgevingsvisie wordt nader ingegaan op het opstellen van een gebiedsprofiel. ▲ TivoliVredenburg, voorbeeld van vastgoed waarmee de gemeente een sturende rol heeft gehad in het Utrechtse cultuuraanbod.

74 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Samen regie voeren op vastgoed

De gemeente kan het wenselijk vinden dat een gebouw een andere bestemming krijgt, publiek toegankelijk wordt of bruikbaar voor culturele of maatschappelijke functies, doelen of waarden zoals energietransitie, circulaire economie, gezondheid, natuur-inclusiviteit of sociaaleconomische doelen. Om dat te bereiken is regie nodig op vastgoed in de binnenstad. Zo'n regiefunctie komt alleen tot zijn recht als er een visie op vastgoed is. Niet alleen op het niveau van afzonderlijke panden, maar op dat van de hele binnenstad. Wat zijn de beeldbepalende of strategische gebouwen? Welke bijdrage leveren ze aan de kwaliteiten van de binnenstad? Hoe kan die bijdrage behouden blijven of worden versterkt? Samen regie voeren op vastgoed houdt in dat de gemeente met vastgoedeigenaren in gesprek gaat. Wat is de wenselijke ontwikkeling van de binnenstad (of het gebied waarvoor een gebiedsprofiel wordt opgesteld) en hoe belangrijk is het vastgoed voor die ontwikkeling? Samen komen gemeente en vastgoedeigenaren tot de juiste functies in de juiste panden. Met een visie op vastgoed kan tijdig worden ingespeeld op vrijkomende gebouwen. De gemeente kan afspraken maken met vastgoedeigenaren, maar beschikt ook zelf over instrumenten om actief te sturen. Zo kan de gemeente besluiten om over te gaan tot strategisch behoud, aankoop van panden of verkoop van eigen vastgoed.

Onderdeel van een strategisch vastgoedbeleid is het anticiperen op vrijkomend

vastgoed. Een actief vastgoedbeleid gericht op de ‘juiste functie op de juiste plek’, gaat niet noodzakelijkerwijs uit van maximale huuropbrengsten, maar van het belang van de functie voor de kwaliteit van de binnenstad, de strategische locatie en aantrekkelijkheid van de plek in het geheel van de binnenstad. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat op een bepaalde plek maatschappelijke of culturele functies de voorkeur hebben boven de maximale huuropbrengsten. Al dan niet in combinatie met andere functies die hogere huuropbrengsten opleveren, zodat de mix van functies aantrekkelijk blijft vanuit economisch perspectief. Meer regie op vastgoed draagt zo bij aan het waarmaken van de ambities uit deze omgevingsvisie (of van ambities uit gebiedsprofielen). Het gaat erom commerciële functies op de juiste plek te krijgen en ook om betaalbare woningen, culturele of maatschappelijke functies een plek te geven,

die anders misschien uit de binnenstad verdwijnen. Anders gezegd: een bewuste vastgoedstrategie draagt bij tot economische, culturele en sociale vitaliteit. Een actiever vastgoedbeleid kost geld. Per situatie kan dit verschillen. Afspraken met vastgoed-eigenaren over de invulling van panden of het toegankelijk maken van panden zullen veelal zijn gebaseerd op vrijwilligheid. Dan is er niet veel extra geld nodig. Het inzetten van gemeentelijke panden om ambities waar te maken zal vaak wel geld kosten of minder opbrengsten met zich meebrengen dan maximaal mogelijk zou zijn. Bij de aankoop van panden zijn altijd aanvullende middelen nodig om de ambities waar te maken. Gaat de gemeente zelf exploiteren, dan zullen de huurinkomsten waarschijnlijk niet voldoende zijn om de kosten van aankoop en eventueel verbouwing te dekken. Als de gemeente een pand weer doorverkoopt, zullen de randvoorwaarden die de gemeente stelt de verkoopprijs lager maken. Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 75

Droomhuis 76 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

9. Een gevarieerd woningaanbod

Een vitale binnenstad kan niet zonder bewoners. Zonder bewoners verliest de binnenstad zijn ziel. Het is belangrijk dat er in de binnenstad een gevarieerd woningaanbod blijft zodat de bevolkingssamenstelling divers blijft. Gezien de stijgende vastgoedprijzen en hoge huren bestaat het risico dat er in 2040 in de binnenstad alleen nog dure woningen zijn waarin een eenzijdig samengestelde bevolking woont. In 2020 stond Utrecht op de 7de plek van Europese steden met de gemiddeld hoogste huurprijs voor een gemeubileerde eenkamerappartement, studio’s of privékamers (bron: housinganywhere.com). In 2021 wonen de meeste binnenstadsbewoners met veel plezier in deze wijk vanwege de prachtige omgeving met veel erfgoed en de nabijheid van voorzieningen op bijna elk gebied. In 2021 telt de binnenstad 14.500 inwoners. Het aantal inwoners van het gehele centrum van de stad zal volgens prognoses groeien van 19.000 in 2020 tot zo'n 31.000 in 2040, voornamelijk door woningbouw in het Beurskwartier en het stationsgebied (die beide buiten deze omgevingsvisie vallen). De groei van het aantal woningen nabij de binnenstad maakt dat de dynamiek in het centrum, en daardoor ook in de historische binnenstad, groter wordt. De woningvoorraad in de binnenstad wijkt af van het Utrechts gemiddelde. Er is relatief minder sociale huur, middenhuur en betaalbare koop

aanwezig. De woningen zijn gemiddeld een kwart duurder dan in de rest van de stad. Actuele ontwikkelingen op de woningmarkt zijn schaarste, een aanhoudende stijging van de prijzen en een grote vraag naar betaalbare huur- en koopwoningen. Betrokken bewoners zorgen voor levendigheid, sociale veiligheid en sociale samenhang in de binnenstad, vooral als zij langer op één plek wonen. Een gevoel van eigenaarschap gaat over het algemeen samen met betrokkenheid en zorg voor de omgeving, waaronder het erfgoed. Binnenstadsbewoners verhuizen echter vaker dan gemiddeld in Utrecht. Behoud van woonruimte en continuïteit van bewoners is gezien de schaarste aan woningen en met het oog op sociale samenhang een speerpunt voor de gemeente. Daarom wordt zo mogelijk voorkomen dat woonruimten een andere functie krijgen. Transformatie van woningen naar andere functies wordt tegengegaan. Het onttrekken van woningen voor shortstay (gemeubileerde woonruimteverhuur tot maximaal 12 maanden) is vanaf april 2020 verboden. Vakantieverhuur (Airbnb) mag niet langer dan 60 dagen.

Wat zie je in 2040? ■

Er zijn woningen voor diverse huishoudens en doelgroepen.

■

Het aantal betaalbare huur- en koopwoningen is toegenomen.

■

Vakantieverhuur van woningen blijft beperkt mogelijk.

■

Woningsplitsing en omzetting in kamers vinden niet plaats als het de leefbaarheid aantast.

■

Boven winkels wordt weer meer gewoond.

■

Het valt op dat er onder de bewoners in de binnenstad meer diversiteit is: je ziet meer mensen met een migratieachtergrond, ouderen, gehandicapten en kinderen.

Als je de variëteit aan woningen in de binnenstad behoudt en waar mogelijk groter maakt, krijg je ook een grotere diversiteit aan bewoners en versterk je de binnenstad als geheel. Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie Binnenstad - 77| Variatie - 77

De bouw van betaalbare woningen in de binnenstad is een lastige opgave. Immers, de vastgoedprijzen zullen de komende jaren vermoedelijk alleen maar stijgen en de locaties waar woningen kunnen worden toegevoegd zijn schaars. De gemeente Utrecht heeft en bouwt zelf geen woningen, maar heeft wel een aantal sturingsmogelijkheden, bijvoorbeeld door eisen te stellen aan de maximale koop- en verhuurprijs van woningen. Daar waar mogelijkheden zijn voor nieuwbouw of transformatie in de binnenstad, kiest de gemeente voor een zo gevarieerd mogelijk aanbod aan betaalbare huur- en koopwoningen. Dit betekent dat waar mogelijk woningen worden toegevoegd in de categorieën: sociale huur, middenhuur en (innovatieve vormen van) betaalbare koop. Gezien de huidige bevolkingssamenstelling van de binnenstad, zijn er vooral meer betaalbare woningen nodig voor ouderen, gezinnen met kinderen, lagere inkomensgroepen en Utrechters met een beperking. Ook zijn er weinig woningen beschikbaar voor bijzondere huishoudsamenstellingen. Met het oog op de gewenste variatie, kijkt de gemeente bij nieuwe ontwikkelingen per binnenstadsbuurt welk type woning gewenst is.

78 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

De gemeente stimuleert de ontwikkeling van geclusterde en collectieve woonvormen (voortbouwend op traditionele ‘hofjes’), die zijn gericht op ‘samen leven’ en het creëren van een gemeen-schapsgevoel. De buitenruimte kan daar een rol bij spelen. Zie bijvoorbeeld bewoners die samen een binnenhof beheren en daar gezamenlijk gebruik van maken. Hier maakt de gemeente afspraken over met ontwikkelaars. Een andere manier waarop de gemeente de variëteit aan woningen en dynamiek in de binnenstad kan stimuleren, is het combineren van wonen met andere functies zoals werken. De gemeente moedigt wonen boven winkels aan omdat het extra woonruimte oplevert en goed is voor de sociale veiligheid en leefbaarheid van het kernwinkelgebied, terwijl op de begane grond andere functies mogelijk zijn. Een aandachtspunt daarbij is dat functies elkaar kunnen hinderen en dat wonen niet altijd goed samengaat met andere functies. De functie ‘wonen’ kan een toegevoegde waarde hebben voor de kwaliteit van een gebied. De sociale samenhang en sociale veiligheid kunnen worden vergroot en soms kan de ruimtelijke kwaliteit door nieuwbouw of transformatie worden vergroot. Zie bijvoorbeeld de transformatie van de Wolvenpleingevangenis. Bij vastgoedontwikkeling in de binnenstad gaat de gemeente

het liefst in zee met partijen die kansen zien om die toegevoegde waarde te realiseren. Om meer greep op de woningvoorraad te krijgen (niet alleen bij nieuwe woningen maar ook bij de verkoop van bestaande), wil de gemeente het nieuwe instrument opkoopbescherming inzetten (verplichting tot zelfbewoning bij aankoop). Daarmee kan worden voorkomen dat beleggers betaalbare koopwoningen opkopen om ze voor veel geld te verhuren. Voor nieuwbouw is deze bescherming al in het beleid opgenomen. Voor de bestaande woningvoorraad is dit instrument nog niet wettelijk beschikbaar. De gemeente Utrecht werkt de opkoopbescherming uit samen met andere gemeenten en het Rijk. Het omzetten van woningen naar kamerverhuur en het splitsen van woningen is lucratief voor de eigenaar, maar wanneer dit op grote schaal plaats vindt, heeft het een ongewenst effect op de woningvoorraad en op de leefbaarheid. Een vergunning voor het splitsen of omzetten (verkameren) van zelfstandige woningen is daarom alleen mogelijk als de leefbaarheid in de buurt het toelaat en de druk op de openbare ruimte hierdoor niet te groot wordt. Denk bijvoorbeeld aan geluidsoverlast of aan de ruimte die nodig is voor extra auto- en fietsparkeren.

Om de leefbaarheid te bevorderen stelt de gemeente extra oppervlakte- en geluidsisolatieeisen bij het splitsen en omzetten van woningen. Om de leefkwaliteit van kleinere woonruimtes te garanderen en te voorkomen dat het onaantrekkelijke doorgangshuizen worden, stelt de gemeente bij splitsing oppervlakte-eisen. De gemeente kijkt periodiek of de voorwaarden in de Huisvestingsverordening nog actueel zijn. Daarbij wordt voor de verschillende wijken en buurten gekeken of er maatwerk nodig is. Dan gaat het bijvoorbeeld om de vraag of de leefbaarheidstoets zwaarder (of minder zwaar) kan wegen voor woningen in de binnenstad.

Wie woont er in de binnenstad? In de binnenstad wonen mensen met diverse achtergronden, maar het merendeel is relatief jong, autochtoon en alleenstaand. De bevolkingssamenstelling met veel jongeren (ongeveer 60% is jonger dan 35 jaar) en tijdelijke bewoners zorgt voor dynamiek en een hoge doorstroom (binnenstadsbewoners verhuizen vaker dan de gemiddelde Utrechter). De historische binnenstad is een aantrekkelijk (tijdelijk) woongebied voor veelal hoogopgeleide buitenlandse werknemers van Utrechtse bedrijven, de universiteit en voor internationale studenten. Dat geeft nieuwe energie en creativiteit, maar vraagt ook om balans in de beschikbaarheid van woningen. Ongeveer een derde van de binnenstadsbewoners komt uit het buitenland. Daarvan heeft 60% een westerse en 40% een nietwesterse achtergrond. Ongeveer 70% van de bewoners is alleenstaand en het aandeel gezinnen is laag (rond de 1000 gezinnen met kinderen oftewel minder dan 10% van de huishoudens, tegen 27% in heel Utrecht). Binnenstadsbewoners zijn tevreden over hun buurt (gemiddeld cijfer 7,8 tegen 7,3 voor heel Utrecht). Bron: Utrecht in cijfers Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 79

Gezond 80 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

10. Maatschappelijke voorzieningen op peil en een gezonde leefomgeving Om wonen in de binnenstad aantrekkelijk te houden voor diverse groepen bewoners is het belangrijk dat de voorzieningen voor bewoners goed zijn. Er is en blijft een aantal wijkoverstijgende maatschappelijke functies gehuisvest in de binnenstad zoals kerken, scholen en instellingen voor GGZ, verpleging en verzorging, en dak- en thuislozen. Dak- en thuislozen horen bij de binnenstad en voor hen blijven er in de binnenstad een aantal voorzieningen. Kerken hebben een belangrijke sociaal-maatschappelijke functie, die een intrinsiek onderdeel is van het binnenstedelijke en kerkelijke leven. De binnenstadskerken worden in zeer hoge mate multifunctioneel gebruikt voor religieuze bijeenkomsten, voor kunst en cultuur (bijv. concerten) en maatschappelijke activiteiten. De binnenstad is onder meer zo’n populair woongebied doordat er genoeg maatschappelijke voorzieningen zijn voor bewoners, zoals basisscholen, culturele voorzieningen, gezondheidscentra, beheerde speeltuinen en sportscholen. Voor sommige voorzieningen, zoals veldsporten, een kinderboerderij of een ziekenhuis moeten binnenstadsbewoners iets verder van huis, maar ze bevinden zich wel op fietsafstand. Een tekort heeft de binnenstad in 2021 aan ruimte voor huisartsen en speelplekken.

Ook is er behoefte aan meer ruimte voor commerciële maatschappelijke voorzieningen, zoals kinderopvang en praktijken voor fysiotherapeuten.

Ook in 2040 zijn er voor binnenstadsbewoners voldoende voorzieningen nodig voor de verschillende fasen van hun leven, zoals kinderopvang, (basis)scholen, winkels, speelplekken en gezondheidszorg. De gemeente zet zich in voor voldoende van deze voorzieningen in of nabij de binnenstad. Voor kleine kinderen ontstaat meer speelruimte als meer hoven worden geopend en deze beter worden ingericht (richting 2). Daarnaast zijn er kansen om meer speelvoorzieningen te realiseren bij de aanleg van het singelpark (richting 16). Maatschappelijke voorzieningen voor binnenstadsbewoners kunnen ook een plek krijgen in het gebied net buiten de singel. Voor de gezondheid van binnenstadsbewoners zijn niet alleen zorgvoorzieningen belangrijk, maar ook een gezonde leefomgeving en een sociaal netwerk om als dat nodig is op terug te vallen. De gemeente streeft naar voldoende woningen voor permanente bewoning, zodat de sociale samenhang in stand blijft of wordt vergroot (zie richting 9). Inzet daarbij zijn woningen met voldoende kwaliteit, ook op het gebied van isolatie van warmte en geluid.

Wat zie je in 2040? ■

In de binnenstad vind je alle voorzieningen die nodig zijn om prettig te kunnen wonen en werken, zoals scholen, speelvoorzieningen en huisartsen.

■

In de binnenstad zijn nog steeds voorzieningen voor dak- en thuislozen.

■

Er is een huisartsenpost aan het Stationsplein.

■

Je kunt naar het toilet in publiek toegankelijke gebouwen. Dit is afgesproken met de eigenaren en huurders.

Er zijn veel factoren die bijdragen tot een gezond stedelijk leven, ook in de binnenstad. Een positief effect heeft het hebben van werk en een inkomen, het volgen van een opleiding, het bezit van een passende woning en wonen in een omgeving zonder overlast. Ook mobiliteit en de inrichting van de buitenruimte dragen bij tot een gezond stedelijk Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie Binnenstad - 81| Variatie - 81

leven in de binnenstad. De gemeente zet in op actieve vormen van mobiliteit (lopen, fietsen) en een groenere openbare ruimte. Dit kan de leefbaarheid en gezondheid van bewoners positief beïnvloeden. Bewoners van de binnenstad hebben onvermijdelijk soms last van bijvoorbeeld geluidsoverlast door uitgaanspubliek (op straat of in bierbootjes) en van de slechte luchtkwaliteit op de binnenstadsas. Daar staat tegenover dat er ook altijd wel stille plekken in de buurt zijn, zoals Zonnenburg. Deze plekken zullen ook in de komende jaren worden gekoesterd. De gemeente stuurt op de aanwezigheid van voldoende en betaalbare ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, zoals (para)medische beroepen. Dat kan door, waar nodig, bij nieuwbouw een maatschappelijk programma mee te geven. Door actief vastgoedbeleid kan de gemeente op tijd ingrijpen als panden met een maatschappelijke bestemming van eigenaar of gebruiker wisselen en zo nodig besluiten opnieuw plaats te maken voor een maatschappelijke functie (zie ook kader bij richting 8).

◄ Ook voor ouderen zijn er voldoende voorzieningen om in de binnenstad te kunnen blijven wonen.

82 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Naast maatschappelijke voorzieningen voor binnenstadsbewoners zijn er in de binnenstad verschillende wijkoverstijgende voorzieningen, zoals het Bartholomeusgasthuis (verpleeg- en verzorgingshuis) en een instelling voor geestelijke gezondheidszorg (Altrecht) en verslavingszorg. De binnenstad oefent ook aantrekkingskracht uit op dak- en thuislozen. Daarnaast bezoeken groepen bedelaars de binnenstad regelmatig. Voor deze groepen is de binnenstad zowel een verblijfsplek als de locatie voor instellingen die hen opvangt en woonruimte biedt. Dat zijn bijvoorbeeld De Tussenvoorziening (SleepInn) en het Leger des Heils. Deze voorzieningen blijven in de binnenstad. Maatschappelijke voorzieningen waaraan behoefte is en waarbij de gemeente de komende jaren wil helpen deze een plek te geven, zijn een huisartsenpost in of nabij het Centraal Station, inpandige fietsenstallingen en meer openbare toiletten in (openbare) gebouwen. Ook dit vraagt een actief gemeentelijk vastgoedbeleid. In 2021 zijn er al openbare toiletten in onder meer de fietsenstalling aan de Neude en het Vredenburg. Deze laatste is tot laat geopend. De gemeente stimuleert ook ondernemers om publiek toegankelijke toiletten in te richten of in hun plannen op te nemen. Er is met name overdag een behoefte aan bij jonge kinderen en ouderen en in de nachtelijke uren bij het uitgaanspubliek.

▲ Er wordt druk gespeeld in speeltuin 'Het kleine bos' aan de Nicolaasdwarsstraat.

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 83

Ondernemend 84 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

11. Winkelen, werken, cultuur beleven en ontmoeten

Door de groei van de stad en door maatschappelijke ontwikkelingen zoals internetwinkels en de coronacrisis, is de verwachting dat er wijzigingen gaan optreden in de samenstelling van het winkelgebied in de binnenstad. Ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente kunnen inspelen op de veranderingen en de binnenstad aantrekkelijk houden voor consumenten, bezoekers en werknemers.

de Mariaplaats. Daarnaast zijn er kleinere concentraties van winkels en bedrijvigheid aan de Oudegracht, de Springweg, de Lijnmarkt en de Twijnstraat. Regelmatige markten zijn er op het Vredenburg (algemene warenmarkt die zich snel ontwikkelt naar een food markt en de biologische boerenmarkt), het Janskerkhof (bloemen en planten), de Breedstraat (stoffen) en het Jacobskerkhof (tweedehandsmarkt).

Utrecht heeft een economisch vitale binnenstad, maar de mix aan winkels, horeca, culturele functies, plekken om te studeren, te wonen en te werken vraagt wel om aandacht. Op een aantal plekken in het kernwinkelgebied loopt de leegstand van winkelpanden de afgelopen jaren op. Die leegstand wordt versterkt door de coronacrisis. Het is in 2021 niet te voorspellen hoeveel bedrijven na de coronacrisis weer opveren.

Ook vind je winkels en horeca aan de routes naar het kernwinkelgebied toe, zoals de Biltstraat en Voorstraat, Nachtegaalstraat en Nobelstraat, Amsterdamsestraatweg, Westerkade en in zekere zin ook de Kanaalstraat. Voor elk gebied is een mix van functies denkbaar die past bij de identiteit en kwaliteit.

Vanouds zijn er veel winkels en markten in de historische binnenstad. In de jaren zeventig kwam daar het overdekte winkelcentrum Hoog Catharijne bij, het grootste en populairste van Nederland met een landelijke uitstraling. Het recent verbouwde winkelcentrum is een impuls voor de hele binnenstad, die profiteert van de bovenregionale betekenis van Hoog Catharijne. Winkels zijn, behalve in Hoog Catharijne, geconcentreerd in en rond het kernwinkelgebied tussen het Vredenburg, de Neude, de Dom en

Wat zie je in 2040? ■

In het kernwinkelgebied vind je naast winkels ook andere functies zoals kunst en cultuur, werken en ook wonen boven winkels.

■

Ook in winkelpanden zelf vind je, naast detailhandel, een variatie aan andere functies, zoals cultuur, horeca en werkplekken.

Eén van de uitdagingen voor 2040 is de binnenstad aantrekkelijk en levendig te houden, terwijl de winkelfunctie verandert. Al een aantal jaren is een verschuiving te zien in het koopgedrag. Mensen kopen steeds meer goederen via internet. Terwijl in 2021 de omzet in veel winkels in modeartikelen zeer onder druk staat, blijven de huurprijzen voor winkelruimte in het centrum relatief hoog. Deze verschuivingen hebben gevolgen voor het Utrechtse kernwinkelgebied. Traditionele winkels die onvoldoende antwoord hebben op de groei van directe internetaankopen of Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie Binnenstad - 85| Variatie - 85

▲ De bloemenmarkt op het Janskerkhof.

veranderende consumentenwensen, verdwijnen. Ook komen er winkelconcepten met een steeds kortere levensduur. Deze ontwikkelingen zijn te zien aan het aantal panden in het kernwinkelgebied dat in 2021 leeg staat en te huur is. De verwachting is dat de leegstand in Utrecht beperkt blijft. Utrecht groeit naar een stad met meerdere centra. Verwacht wordt dat de binnenstad inclusief Hoog Catharijne de belangrijkste winkelconcentratie van Utrecht blijft, maar dat in een aantal van oudsher belangrijke winkelstraten in het kernwinkelgebied de leegstand na corona snel zal oplopen en de winkelfunctie zal wijzigen.

86 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Hiervoor wordt een plan van aanpak retailontwikkeling, leegstand en transformatie binnenstad opgesteld waarin ook direct rekening wordt gehouden met de uitgangspunten van de omgevingsvisie. In dit plan wordt bepaald welk aanbod aan voorzieningen zoals winkels maar ook andere functies zich daar zal ontwikkelen. Het winkelgebied behoudt zijn waarde door menging van verschillende en nieuwe functies in een aantrekkelijke mix. Al deze functies samen vormen één samenhangend belevingsgebied in 2040.

Het winkelgebied in de toekomst wordt diverser. Ondernemers, cultuurmakers en vastgoedeigenaren en gemeente zetten zich de komende jaren in om het winkelgebied te ontwikkelen tot ‘belevingsgebied’, van ‘place to buy’ naar ‘place to be’, een plek om te beleven en te ontmoeten. Er komen nieuwe functies en voorzieningen, die samen de veranderende winkelfunctie opvangen en versterken, zoals horeca, werk- en ontmoetingsplekken, diensten (ook maatschappelijke), ontspanning, groene verblijfsruimten, kunst en cultuur of sport. Ook komen er naar verwachting nieuwe speciaalzaken met bijzondere formules. Ook zullen winkels vernieuwen door meer beleving te bieden in plaats van voornamelijk directe verkoop. Om klanten te blijven trekken, zijn ondernemers aangewezen op vernieuwing en creativiteit. Tijdelijke leegstand wordt ondervangen met tijdelijke functies, zoals culturele functies en pop-upwinkels. Om een levendig winkelgebied te behouden, hebben ondernemers voldoende ruimte nodig om aan te sluiten bij trends en ontwikkelingen. Conceptueel ondernemen (detailhandel, horeca en culturele ondernemers die samenwerken en elkaar versterken) kan voor een impuls zorgen. Hetzelfde geldt voor ‘blending’ (het mixen van functies) en ‘blurring’ (het vervagen van grenzen tussen functies), zowel op de schaal van een zaak

Bezoekers kernwinkelgebied

als van een straat. Het kan om kleine, incidentele initiatieven gaan, grote evenementen of een permanente combinatie van horeca, dienstverlening, onderwijsinstellingen, detailhandel en werkplekken. Het is belangrijk om winkels de mogelijkheid te geven mee te veranderen met de wensen van consumenten. Daarom moet het beter mogelijk worden, functies binnen panden te mengen. Om winkelstraten toekomstbestendig te maken, kunnen ook functieverschuivingen binnen straten nodig zijn. Eén van de middelen om hierin te sturen, is het gebiedsprofiel. Het gebiedsprofiel is een middel om in te spelen op de dynamiek van deelgebieden, omdat ze optimaal rekening kunnen houden met de karakteristieken van elk deelgebied.

Deze grafiek plaatst het bezoek aan het Utrechtse winkelgebied in historisch perspectief. Zo telde het kernwinkelgebied van Utrecht in 2002 ongeveer 500.000 passanten per week (getelde bezoeken) en werden na een piek in 2006 met meer dan 800.000 wekelijkse voorbijgangers, in 2019 een dikke 600.000 passanten geteld. Door de coronacrisis was dat aantal in juni 2020 tot bijna de helft geslonken. Passantenonderzoek laat zien dat 52% van het bezoek aan het kernwinkelgebied uit Utrecht zelf afkomstig is, 17% uit de regio en 31% uit de rest van Nederland (of daarbuiten). Hieruit blijkt dat het kernwinkelgebied een belangrijke bovenregionale functie heeft.

Van de inwoners neemt 52% de fiets voor een bezoek aan het kernwinkelgebied. 63% van de bezoekers van buiten de stad komt met het openbaar vervoer. Zo’n 57% van het winkelend publiek combineert het bezoek met gebruik van andere voorzieningen, waarvan 51% aan de horeca en 17% aan andere vrijetijdsvoorzieningen. Dit onderstreept het belang van het kernwinkelgebied als belevingsgebied. Bronnen: onderzoeksbureau Locatus, Centrummanagement Utrecht, Strabo, Passantenonderzoek Kernwinkelgebied en Hoog Catharijne Utrecht, 2018; I&O Research, Koopstromenonderzoek 2018

Voor het nieuwe winkelen is het belangrijk dat de winkels en hun concepten passen bij de locatie en sfeer van een gebied; de verschillende winkels en andere functies vullen elkaar aan. Ook de sfeer en functies in de openbare ruimte kunnen de identiteit van een ‘belevingsgebied’ (winkel- en/of horecagebied) versterken. Ondernemers kunnen zorgen voor meer variatie in het aanbod door ook doelgroepen aan te spreken die nu minder gebruik maken van het winkelgebied, zoals Utrechters met een migratieachtergrond. ▲ Ontwikkeling passanten centrum Utrecht 2002-2019

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 87

Schetsmatige weergave van functies in de binnenstad (2021)

Legenda Wonen in hoge dichtheid Wonen in gemiddelde dichtheid Wonen in lage dichtheid Werken grootschalig Werken kleinschalig Voorzieningen Detailhandel Horeca Cultuur Overig

88 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Schetsmatige weergave van functies in de binnenstad (2040) Op de functiekaart van 2040 is te zien dat op een aantal plekken in de binnenstad functies meer worden gemixt, vergeleken met de situatie in 2021, bijvoorbeeld in en rond het winkelgebied en in Wijk C. Ook is de functieverandering in het westelijke deel van het centrum (Beurskwartier) zichtbaar.

Legenda Wonen in hoge dichtheid Wonen in gemiddelde dichtheid Wonen in lage dichtheid Werken grootschalig Werken kleinschalig Voorzieningen Detailhandel Horeca Cultuur Overig

Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 89

◄ De Steenweg in 1926, 2021 en hoe het er in 2040 kan uitzien, met meer groen en verblijfsplekken.

90 - Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie

Voor een vitaal en afwisselend winkelgebied is een gevarieerd vastgoedaanbod nodig, met zowel dure locaties op de meest gewilde plekken, bijvoorbeeld voor grote warenhuizen, als goed-kopere locaties met kleine panden voor bijvoorbeeld starters, cultuurmakers, vintage en snuffelwinkels.

Voor de Utrechtse inwoners, de economie, de werkgelegenheid en het vestigingsklimaat voor bedrijven in de stad en regio is het van groot belang dat het winkelgebied zich tot belevingsgebied ontwikkelt en dat de culturele instellingen zich in de binnenstad kunnen blijven ontwikkelen.

voor de economische vitaliteit dat het gebied aaneengesloten is en dat er geen gaten vallen in de plinten van panden waar niets te zien of te doen is. Mocht dit toch dreigen te gebeuren, dan heeft het de voorkeur om het winkelgebied te concentreren binnen een iets kleiner gebied.

Deze ontwikkeling naar een meer gemengd belevingsgebied met culturele functies , past goed bij de binnenstad waar je vanouds veel culturele instellingen vindt (Theater Kikker, Werftheater, Louis Hartlooper Complex). Centraal Museum, Stadsschouwburg en Tivoli-Vredenburg hebben zelfs een landelijke of internationale uitstraling. Daarnaast zijn er vele podia, musea, galeries en andere culturele locaties zoals Het Utrechts Archief en de Bibliotheek. De kunst en cultuursector voegt economische waarde toe, zorgt voor banen, levendigheid in de stad en honderdduizenden bezoekers en draagt bij aan persoonlijke ontwikkeling (educatieve functie) en ontmoeting.

Als de stad groeit naar 450.000 inwoners, wordt, ondanks de beoogde spreiding naar de nieuwe centrumgebieden in de stad, de binnenstad voor nog meer mensen een belangrijke ontmoetingsplek.

Dat kan door aan de uiterste randen winkelruimte om te vormen naar werkruimte of woonruimte. Concentratie op een kleiner gebied is gunstiger voor het functioneren van het geheel, dan gaten laten bestaan in het midden. Vanzelfsprekend moet aan dergelijke ingrepen een zorgvuldige analyse voorafgaan van de economische kansen en het consumentengedrag. Daarbij spelen looproutes (winkelrondjes) en winkels die als publiekstrekker fungeren een hoofdrol.

Grote en kleine culturele instellingen en ondernemers versterken elkaar en werken samen met partijen in de hele stad. Bij culturele producties zijn maker en organisatie vaak nauw verweven. De gemeente wil de culturele partijen in hun zoektocht naar locaties voor dit maakproces een plek geven, niet alleen aan de randen van de stad, maar ook in de binnenstad. Een brede programmering inpandig en op straat.

De detailhandel ontwikkelt zich tot een aantrekkelijke mix met cultuur en andere publieksfuncties. Het winkelgebied is ook in 2040 een aaneengesloten en aantrekkelijk gebied waar veel te beleven valt. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid van de gemeente om dit te bereiken. Vastgoedeigenaren en ondernemers kunnen bijvoorbeeld voor meer aantrekkelijkheid zorgen door voor een aantal panden (tijdelijk) lagere huren af te spreken. Hierdoor worden misschien experimenten mogelijk met nieuwe concepten die nieuwe doelgroepen trekken (zoals Utrechters die nu nog niet vaak naar de binnenstad komen) en zo de variatie in de binnenstad vergroten.

Om tijdig te bepalen welke typen winkels en andere functies groeien en welke juist krimpen, is het belangrijk dat ondernemers samen met de gemeente het functioneren van het gebied monitoren en bijsturen als dat nodig is. Om de gewenste ontwikkelingen mogelijk te maken, kan uitwerking in een gebiedsprofiel effectief zijn.

Het is niet te voorspellen of het huidige kernwinkelgebied door de verandering naar belevingsgebied groter wordt of juist kleiner. Het is belangrijk Omgevingsvisie Binnenstad | Variatie - 91

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=872926a9-6fa7-4411-99cc-7f25ad57ffb9