Agendabundel
Tekst van het document
Op het kleine oppervlak van de binnenstad bevinden zich negen musea, zoals het Centraal Museum, Museum Speelklok, DOMUnder en het Volksbuurtmuseum, stuk voor stuk vindplaatsen van schoonheid. In de binnenstad staan monumentale standbeelden en hedendaagse kunstwerken. Daarnaast vind je er waardevol immaterieel erfgoed, zoals de kennis en tradities van de universiteit en de culturen van beiaard en klokkenluiden. Ook vieringen zoals de vrijmarkt in de nacht voor Koningsdag en de Sint-Maartenstraditie (Unesco werelderfgoed) zijn verbonden met de Utrechtse binnenstad. Schoonheid vind je op de vele plekken in de binnenstad voor kunst en cultuur, zoals de Stadschouwburg of TivoliVredenburg. Aan de stijl en schaal van de gebouwen, grachten, pleinen en straten is de geschiedenis van de stad af te lezen met al zijn tijdlagen. Ook voor wie de geschiedenis niet precies kent, is die historie voelbaar. Elk tijdperk bracht Utrecht weer nieuwe gebouwen en een ander gebruik van de openbare ruimte. Het gaat niet om erfgoed dat eeuwenlang onveranderd is gebleven of zal blijven. Wel inspireert het inwoners en bezoekers steeds weer en verdient het bij nieuwe ontwikkelingen inspiratiebron te zijn. Het is belangrijk dat beeldbepalende gebouwen en het kenmerkende historische straten- en stegenpatroon in de binnenstad behouden blijven.
▲ De Neude rond 1890. Utrecht had toen 84.000 inwoners, maar fietsen en auto’s waren er nog niet.
Die maken immers dat Utrechters en bezoekers van de schoonheid van de stad kunnen genieten. Hetzelfde geldt voor de hedendaagse architectuur en de inrichting van pleinen en straten. In 2021 verkeert die historische binnenstad over het algemeen in een goede staat, zij het dat het behoud en herstel van gebouwen, de werven en hun kelders veel aandacht vragen en permanent zullen blijven vragen van de gemeente en de eigenaren. Ook is het erfgoed niet altijd goed zichtbaar doordat monumentale gebouwen niet toegankelijk zijn en de openbare ruimte intensief wordt gebruikt. Verduurzaming van erfgoed is noodzakelijk om monumentale gebouwen in de toekomst te kunnen blijven benutten.
Goed rentmeesterschap en dus zuinig zijn op erfgoed loont, want erfgoed van hoge kwaliteit trekt bewoners én bezoekers aan. Anders gezegd: tussen bezoekersmotieven, economisch functioneren en de staat van het erfgoed bestaat een directe relatie. In de richtingen die hierna staan beschreven, wordt duidelijk op welke manier de binnenstad zijn kwaliteiten kan behouden, verder ontwikkelen, benutten en beter beleefbaar maken. Dat gaat niet vanzelf. Ingrepen zijn nodig, zowel op het niveau van bouwwerken, werven, wal- en kluismuren, openbare ruimte als de structuur van straten en stegen, om de schoonheid van de binnenstad in 2040 beter tot zijn recht te laten komen. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 27
Publiek toegankelijk 28 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
1. Beeldbepalende gebouwen publiek toegankelijk maken
De kwaliteit van de historische en nieuwe architectuur wordt optimaal benut als Utrechters en bezoekers bijzondere gebouwen ook van binnen kunnen zien en beleven. Door investeringen van ondernemers, instellingen, particuliere eigenaren en gemeente zijn de meeste panden in de binnenstad in 2021 bouwkundig in goede staat. De restauratie van Domtoren en Domkerk is in volle gang. Ook de werven met hun kelders en wal- en kluismuren worden onder handen genomen. De vele monumenten, met hun beschermde status, blijven behouden. Voor aanpassingen zijn vergunningen nodig. Dat maakt het mogelijk om de panden met hun tijd mee te laten gaan en tegelijkertijd de monumentale waarden te behouden. Daarnaast is het de moeite waard als bijzondere panden niet alleen van buiten te zien zijn, maar ook zoveel mogelijk voor publiek toegankelijk. Het publiek toegankelijk maken van religieuze gebouwen zal gebeuren in overleg met eigenaar/ gebruikers met respect voor de oorspronkelijke functie van het gebouw. Daarbij hoort vanzelfsprekend dat deze toegankelijkheid geldt voor iedereen, ook voor mensen in een rolstoel. Behouden en passend ontwikkelen geldt overigens ook voor de panden die geen beschermde monumentale status hebben, zowel uit het oogpunt van aantrekkelijkheid als vanuit een verantwoord omgaan met grondstoffen (circulariteit).
Monumenten kunnen vaak goed worden aangepast aan de dynamiek van de stad. Erfgoed en ontwikkeling zijn dan een gouden combinatie. Een voorwaarde is dat er zorg voor wordt gedragen dat ingrepen in het erfgoed omkeerbaar zijn en de transformatie een kwalitatief waardevolle laag aan de geschiedenis van het pand toevoegt. Het “verhaal van het eeuwenoude gebouw” maakt deel uit van het visitekaartje van de functie die er gevestigd is. Het warenhuis de Winkel van Sinkel werd bijvoorbeeld eerst een bankgebouw en is nu grand café. Zulke transformaties zijn vaker mogelijk en daarom streeft de gemeente ernaar, erfgoed en andere beeldbepalende gebouwen (deels) functies te geven die als toegevoegde waarde hebben dat iedereen van de schoonheid kan genieten. Bij transformatie, verkoop of nieuwbouw van prominente gebouwen brengt de gemeente dit belang in of voert zij een actief vastgoedbeleid. Bijvoorbeeld bij de herontwikkeling van beeldbepalende monumenten als stadskastelen, kerken, gebouwen van de universiteit of op de bolwerken. Daarom neemt de gemeente ook een sturende rol bij de herontwikkeling van een prominent pand als de voormalige bibliotheek aan de Stadhuisbrug of een pand als dat van het voormalige Utrechts Centrum voor de Kunsten aan het Domplein.
Dit laatste pand kan, met zijn binnenhof en kelder met Romeinse en middeleeuwse resten, een belangrijke rol spelen bij het beleefbaar maken van de schoonheid van Utrecht.
Wat zie je in 2040? ■
Er zijn meer karakteristieke beeldbepalende gebouwen waar je regelmatig in kunt. Ook bijzondere (werf)kelders.
■
Bij transformatie van een beeldbepalend gebouw wordt de geschiedenis van de plek met trots benut.
■
Met nieuwe technieken kun je de historie zien en beleven.
■
De werven liggen er mooi bij.
■
De werven zijn goed toegankelijk zodat mensen deze unieke plekken kunnen ervaren. Waar dat haalbaar is en goed inpasbaar is, zijn de werven toegankelijk gemaakt voor mensen met een lichamelijke beperking.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 29 - 29
▲ In de voormalige Westerkerk is nu een horecabedrijf gevestigd.
Nergens op de wereld zijn grachten met werven en werfkelders te vinden zoals in Utrecht. Ze zijn het resultaat van een bijzondere wisselwerking tussen publiek en privaat eigendom en gebruik. Ze vormden de haven van de middeleeuwse handelsstad. De werven zijn onderdeel van de ziel van de stad, maar ze zijn ook kwetsbaar. Om het te behouden, moeten eigenaren en gemeente de komende jaren investeren om ze in goede staat terug te brengen. Vervolgens is
30 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
permanent onderhoud nodig. Om werven, kelders, de straten boven de kelders en kades duurzaam te behouden, zijn waarschijnlijk ook aanpassingen nodig in gebruik en beheer. Ongebruikte kelders kunnen weer een functie krijgen. Bijzondere (werf) kelders kunnen publiek toegankelijk worden en de werven bijzonder onderdeel van de openbare ruimte. Zo blijft de schoonheid van dit erfgoed beleefbaar voor bewoners en bezoekers.
Werven en kelders - kwetsbaar erfgoed De Utrechtse werven en kelders zijn uniek erfgoed. Aan de in totaal 5 kilometer stadsgracht zijn meer dan 850 kelders en zeer waarschijnlijk veel meer. Tijdens een grootscheeps onderzoek zijn begin 2020 zestig onbekende kelders ontdekt. Utrecht wil dit erfgoed beschermen, toegankelijk en beleefbaar maken voor toekomstige generaties. De gemeente heeft een programma Wervengebied dat de bedoeling heeft gemeente en eigenaren te laten samenwerken op het gebied van beheer en onderhoud. De kwetsbaarheid van werven en van straat- en werfkelders stelt grenzen aan de toekomstige gebruiksmogelijkheden en belastingen. Meer wordt duidelijk als de draagkracht van keldergewelven nader is onderzocht in 2021 en de verschillende eigenaren en de gemeente afspraken hebben gemaakt. De kelders zijn niet gebouwd op het hedendaagse zwaar verkeer en zijn soms aangetast door slecht onderhoud, lekkage, boomwortels, verbouwingen en/of zwaar verkeer op de straten boven de gewelven. In 2021 geldt
voor voertuigen op straten met straat- en werfkelders een maximum aslast van 2 ton (2000 kilo); in sommige straten met straatkelders gelden hogere maximale aslasten. De funderingen van de oeverconstructies (walen kluismuren, watergevels) aan weerszijden van het water beperken de mogelijkheden voor scheepvaart en baggeren. Voorkomen moet worden dat het baggeren en de waterverplaatsing door scheepvaart de grachten dieper maakt dan goed is voor het behoud van deze funderingen.
In elk geval blijft op straat het motto: 'kleiner, lichter en schoner'. Te zware voertuigen worden geweerd, ook voor bouwverkeer, bevoorrading en afvalinzameling. Grote bomen zijn niet overal mogelijk. In de grachten gelden beperkingen voor de (gemotoriseerde) scheepvaart. Bron: https://erfgoed.utrecht.nl/werven
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 31
Monumenten in de binnenstad 1.200 rijksmonumenten, 665 gemeentelijke monumenten en 340 andere beeldbepalende gebouwen.
Legenda Grens omgevingsvisie Rijksmonument Gemeentelijk Monument Rijksbeschermd Stadsgezicht Zocherplantsoen (beschermd Rijksmonument) Domplein (beschermd archologisch Rijksmonument)
32 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Je als ondernemer onderscheiden kan ook door je erfgoedlocatie te gebruiken. Een ondernemer die in 2020 een modezaak vestigde in het middeleeuwse huis Drakenburg aan de Oudegracht, geeft zijn personeel vooraf een geschiedenislesje. De ondernemer: “We willen dat onze medewerkers niet alleen kennis hebben over de producten die we verkopen, maar ook iets kunnen vertellen over het pand waarin we zitten. Ik verwacht dan ook dat er niet alleen mensen bij ons binnenlopen om iets te kopen, maar ook om het prachtige gebouw te bewonderen.” Bron: DUIC
Erfgoed als inspiratiebron voor ondernemers, personeel en klanten
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 33
Doorsteekjes 34 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
2. Stegen en hoven openen
Er ontstaat meer ruimte in de binnenstad door stegen en hoven die zijn afgesloten te openen en aantrekkelijk in te richten. De ruimtelijke structuur (het netwerk van water, groen, bouwblokken, pleinen, stegen en straten) is, net als de gebouwen, onderdeel van de schoonheid van de Utrechtse binnenstad. Dit samenspel van vormen en patronen, van gebouwen en openbare ruimte wordt de ‘morfologie’ van de binnenstad genoemd. Bepalend voor die morfologie zijn vijf elementen, waarbij het vooral draait om de loop van het water: 1. 2. 3.
4.
De singel met park loopt om de binnenstad heen en begrenst deze. Twee grachten slingeren van noord naar zuid. Het patroon van straten en stegen loopt grotendeels parallel aan het water en haaks erop. De hoofdstraten lopen parallel aan de grachten (Springweg, Lange Nieuwstraat, Steenweg en Lange Elizabethstraat). Haaks daarop staan de smallere zijstraten en stegen. De hoofdroute oost-west van Vredenburg naar de Nobelstraat (de binnenstadsas) is een doorbraak uit de 20e eeuw. De stadspleinen liggen verspreid door de binnenstad aan de belangrijkste straten. De ontstaansgeschiedenis, vorm en betekenis van de pleinen lopen uiteen, waardoor elk plein zijn eigen identiteit heeft.
5.
6.
Kenmerkend voor de binnenstad zijn de gesloten bouwblokken met binnenhoven. Dit zijn vaak intieme, (semi-)toegankelijke groene ruimtes. Er zijn twee 'voorsteden', middeleeuwse uitbreidingen buiten de stadsmuren: de Bemuurde Weerd in het noorden en het Ledig Erf in het zuiden. Gezien hun gebruik, sfeer en ontstaansgeschiedenis worden in de voorsteden bij herinrichtingen dezelfde materialen en inrichtingsprincipes gebruikt als in de binnenstad.
De stad investeert al lang in het behouden, versterken en benutten van al deze structuren. Zo is het in de jaren zeventig gedempte deel van de singel tussen 2001 en 2020 in ere hersteld. De komende jaren wordt gewerkt aan verder herstel van dit netwerk, zoals de reconstructie van de Leidse Rijn, die Lombok weer verbindt met de historische binnenstad.
Wat zie je in 2040? ■
Stegen en hoven zijn opgeknapt, vergroend en vaker open.
■
Er loopt een steeg tussen het Achter Clarenburg en de Rijnkade.
■
De omgeving van de parkeergarages Strosteeg en Paardenveld is herontwikkeld zodat het weer past in het historische patroon van straten en stegen.
■
De Leidse Rijn is hersteld en weer verbonden met de singel.
Waar de Utrechtse stedenbouwkundige structuur van bouwblokken, stegen en binnentuinen is aangetast en het netwerk grover is geworden, streeft de gemeente er naar kansen op herstel te benutten zodra zich herontwikkeling voordoet. Dat kan de komende jaren bijvoorbeeld gebeuren in de omgeving van parkeergarage Paardenveld en bij de Springweg-parkeergarage aan de Strosteeg.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 35 - 35
▲ Teugelhof.
36 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
▲ Reguliersteeg.
▲ Inrichtingsprincipe voor de stegen. Van links naar rechts: openstellen stegen, zicht vanuit panden en groen in de steeg, opengestelde groene binnenhoven, nieuwbouw met behoud steeg.
Als ooit de herontwikkeling van parkeergarage Rijnkade op de agenda komt, dan biedt een nieuwe steeg tussen Rijnkade en Achter Clarenburg kansen op verfijning van het voetgangersnetwerk (uiteraard ook bedoeld voor iedereen die gebruik maakt van een rolstoel, scootmobiel of ander hulpmiddel).
De gemeente zet zich in om meer van de stegen en binnentuinen in de binnenstad openbaar toegankelijk te maken als onderdeel van de beleefbare geschiedenis van de stad. Zo wordt het publieke domein vergroot en wordt de kwaliteit van de besloten hoven hersteld en voor meer mensen bruikbaar.
Van de bestaande stegen en hoven zijn er veel afgesloten. Andere zijn al openbaar toegankelijk geworden, zoals de tuin van Hotel Karel V en de oude Hortus Botanicus, nu tuin van het Universiteitsmuseum.
De inrichting van deze hoven verdient veelal verbetering. Zo is vaak vergroening mogelijk. Groen kan bijdragen aan de schoonheid van de binnenstad, maar ook aan het vergroten van de variatie en veerkracht en daarnaast bijdragen aan de ontspannen sfeer die we graag behouden in de binnenstad.
Bewoners, bedrijven en instellingen zoals musea en de universiteit kunnen een belangrijke rol spelen bij de sociale veiligheid en het beheer van deze besloten plekken. Bij transformaties is het oorspronkelijke patroon van stegen en binnentuinen in de hele binnenstad het uitgangspunt. Als meer hoven en stegen (overdag) openbaar toegankelijk zijn en groener worden ingericht, kan de bestaande ruimte beter worden benut. Dan kunnen er aan het fijnmazige netwerk van de binnenstad groene routes voor voetgangers worden toegevoegd.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 37
Stedenbouwkundige patronen in de binnenstad (2021) Op een aantal plekken kan het stedenbouwkundige patroon worden versterkt, door bijvoorbeeld de singelroute door te laten lopen (Wolvenplein en Van Asch van Wijkskade). Ook kan het netwerk worden verfijnd door stegen en routes te herstellen (Kroonstraat-Paardenveld, Rijnkade-Achter Clarenburg en omgeving Strosteeg) en de kwaliteit daarvan te vergroten (Vrouwjuttenhof).
Legenda Grens omgevingsvisie Singel Grachten Pleinen Hoven Straten en stegen Historische voorsteden Zwakke plekken
38 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Stedenbouwkundige patronen in de binnenstad (2040) Legenda Grens omgevingsvisie Singel Grachten Pleinen Hoven Straten en stegen Historische voorsteden Herstelde groenverbinding Herstelde verbinding
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 39
Wijk C: een uniek stuk binnenstad De Utrechtse volkswijk Wijk C heeft een roerige geschiedenis achter de rug. Ooit was het één van de meest dichtbevolkte wijken van de binnenstad, met veel kleine arbeiderswoningen dicht op elkaar gebouwd. Om cholera-uitbraken te voorkomen zoals in de 19de eeuw plaatsvonden, werd er grondig gesloopt en herbouwd'. Ook economische crises en stadsvernieuwingsprojecten lieten hun sporen na. Gelukkig is een deel gered van de sloophamer en zijn er enkele woonstraten bewaard gebleven. Vooral dankzij protesten van bewoners, die trots zijn op hun bijzondere stuk binnenstad. Hoe kan Wijk C eruit zien in 2040? Een korte reis door de tijd...
1860
Nauwe straatjes, steegjes en vooral véél kleine woningen. De wijk lag geïsoleerd door de singel, bruggen waren schaars. Maar wél goed verbonden met de rest van de binnenstad. Mooi zichtbaar is hoe de ruimte rondom de Jacobikerk nog echt een plein vormde.
40 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
1977
Ruim honderd jaar later herken je de wijk nauwelijks terug: vooral in het noorden is vrijwel alle oorspronkelijke bebouwing gesloopt. Op braakliggende terreinen verrezen in de jaren zeventig en tachtig kantoorgebouwen, om de stad mee te krijgen in de vaart der volkeren. De auto is overal aanwezig: de singel is gedempt om zo snel mogelijk in de binnenstad te kunnen komen, en vrijwel alle openbare ruimte wordt gebruikt voor parkeren. De Sint Jacobsstraat is doorgebroken en vormt een barrière tussen Wijk C en de rest van de binnenstad.
2021
2040?
Fantastisch, de singel is hersteld! Maar hoewel de auto steeds meer uit het stadsbeeld verdwijnt, zijn de sporen van het verleden nog voelbaar.De busbaan op het Vredenburg en de drukke Sint Jacobsstraat zorgen voor goede bereikbaarheid van de binnenstad en omliggende wijken, maar vormen ook barrières tussen de wijk en de rest van de binnenstad. De entrees van de wijk zijn vaak slecht herkenbaar en rommelig. De locatie van kantoren en de parkeergarage heeft niets te maken met het historische stratenpatroon, waardoor de paar authentieke straten plots doodlopen. Het politiebureau is hier een voorbeeld van: het werd gebouwd toen de singel al gedempt was, en bij het ontwerp werd vooral gekeken naar de aansluiting op autowegen. Daardoor sluit het gebouw niet goed aan op de singel en de Paardenveldbrug (zie cirkel in kaart).
busbaan
Onderstaande beelden zijn géén ontwerp voor de wijk, maar een verbeelding van de ambities voor Wijk C in 2040. Groener, klimaatbestendiger en beter aangesloten op de omgeving. Bestaande oversteken op deze belangrijke busbaan worden verbeterd door een andere vormgeving. Waar de kans zich voordoet kunnen grotere kantoorgebouwen worden herontwikkeld tot woon- en werkbuurten. De kwaliteiten van de binnenstad staan hierbij voorop: stegen en hoven, mooie materialen en een goede balans tussen kleinere en grotere gebouwen. Een levendige mix van nieuwe toevoegingen én de kwaliteiten die Wijk C nu al heeft.
doodlopers
entrees
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 41
Verfijnde architectuur 42 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
3. Bestaande kwaliteiten benutten bij nieuwbouw
Nieuwe architectuur sluit goed aan bij de schaal en het karakter van de binnenstad doordat de bestaande gebouwen en de historisch gegroeide stedenbouwkundige structuur de basis zijn voor nieuwe ontwikkelingen. Daar hoort ook het samenspel bij tussen bebouwing en buitenruimte. De binnenstad is dynamisch en past zich steeds weer aan nieuwe omstandigheden aan. Gebouwen in de binnenstad zijn meestal onderdeel van een gesloten bouwblok, soms met een toegankelijk hof aan de binnenzijde. De afzonderlijke gebouwen hebben een kleine schaal die past bij die van de voetganger. De voorgevels zijn smal en hoog (zijn verticaal geleed) en hebben een bouwhoogte van drie tot vier verdiepingen. Daarbij hebben panden hoge plafonds op de begane grond en deze ruimtes hebben vaak al heel wat functies gehad. Elk pand heeft aan de straat een of meer voordeuren. Ook hebben de panden verschillende dakvormen, kappen in verschillende richtingen, variëren de goothoogten en verspringen de kroonlijsten (zie illustratie). In de architectuur van de binnenstad is een kleinschalige vlakverdeling in de gevels kenmerkend, met name de verhouding tussen open en dicht is daarbij bepalend. Verder is de architectuur in de binnenstad vooral heel gevarieerd. Bij grootschalige transformaties (bijvoorbeeld te verwachten in Wijk C) wordt aansluiting gezocht bij deze bestaande kwaliteiten.
De verdeling in percelen gaat hand in hand met de functies van panden. Elke functie beslaat een pand. Het doorbreken van naast elkaar gelegen panden, door tussenmuren volledig te verwijderen om bijvoorbeeld een groot winkeloppervlak te krijgen op de begane grond, is in de binnenstad niet toegestaan. Bij nieuwbouw betekent dit dat de variatie in panden en gevels niet alleen maar cosmetisch mag zijn. Met andere woorden: de gevels laten ook echt zien wat de gebruikseenheden zijn van de gebouwen erachter. Daarmee voorkom je dat grootschalige functies (zoals een XLsupermarkt of kantoren) die niet passen bij de schaal van de historische gebouwen geforceerd worden ingepast. Grootschalige functies maken de begane grond van gebouwen (plinten) vaak saai of onaantrekkelijk. Functies als deze zijn in andere delen van de stad beter op hun plaats.
Wat zie je in 2040? ■
Er zijn gebouwen van topkwaliteit bijgekomen, geïnspireerd door kenmerken van de plek.
■
Doorbraken tussen panden (horizontale samenvoegingen) vinden niet meer plaats.
Het maken van nieuwe kappen op platte daken is alleen wenselijk wanneer dit vanuit historisch perspectief waarde heeft, dus als een kap wordt teruggebracht die ooit is verwijderd. En alleen als het goed inpasbaar is in de huidige situatie. Ook in de binnenstad krijgen daken steeds vaker nieuwe functies, zoals (groen) dakterras, energieopwekking, waterbuffering of klimaatinstallaties. Mits ze goed kunnen worden ingepast en geen overlast veroorzaken voor de omgeving, zijn dit Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 43 - 43
gegeven. Wel dat er veel aandacht is voor vormgeving van een hoog kwaliteitsniveau, zodat nieuwe architectuur zich kan meten met historische panden. Goede nieuwbouw brengt in principe evenveel rijkdom en variatie mee als de historische bebouwing. ▲ Nieuwe architectuur in de Korte Jansstraat.
▲ Nieuwe architectuur in de Twijnstraat aan de Werf.
wenselijke ontwikkelingen die kwaliteit toevoegen aan het wonen in de binnenstad. Ook publieke toegankelijkheid van (groene) daken, daken die je kan gebruiken als uitbreiding van de openbare ruimte, is in de binnenstad gewenst.
materialen kunnen worden hergebruikt. Circulaire economie staat nog in de kinderschoenen. De gemeente is aan het leren en experimenteren met een circulaire aanpak zowel wat betreft technische als financiële aspecten. Na 2023 is een versnelling voorzien. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld door circulair in te kopen, nieuwe gebouwen en wegen zo circulair mogelijk te (laten) bouwen en afval te gebruiken als grondstof waar dat mogelijk is.
Gebouwen bieden ook kansen voor stadsnatuur: vleermuizen, vogels en insecten leven op daken, in dakgoten en kieren van muren. Planten zoals tongvarens groeien in de koekoek (kelderraam) van souterrains of in kademuren. Bij nieuwbouw kun je rekening houden met stadsnatuur door natuurinclusief te bouwen, bijvoorbeeld met groene daken en gevels. Daarmee vergroot je de biodiversiteit en ook is het fijn te leven in een omgeving waar je op verschillende manieren in aanraking komt met natuur, bijvoorbeeld doordat je vogels ziet en hoort. Circulair bouwen is normaal in 2040 en verplicht in 2050. Ook in de binnenstad worden panden dan niet alleen duurzaam gebouwd en gebruikt, maar ook zodanig gedemonteerd of gesloopt dat
44 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Extra aandacht krijgt de aantrekkelijke invulling van plinten, van gebouwen op ooghoogte. In belangrijke plinten (en zichtbaar op daken) zijn bergingen, technische ruimtes, klimaatbeheersingsinstallaties en dergelijke niet toegestaan, tenzij zeer zorgvuldig ingepast. Daarbij wordt ook rekening gehouden met mogelijke geluidsoverlast en geurhinder. Nieuwe architectuur moet ook een verfijning en detaillering krijgen die aansluit bij de historische gebouwen. Dat wil niet zeggen dat nieuwbouw in de binnenstad ‘historiserend’ moet zijn vorm-
De genoemde kenmerken gelden niet alleen voor de historische binnenstad, maar grotendeels ook voor het aangrenzende centrumgebied. Hoewel de bebouwing rond het station een andere schaal heeft en de stedenbouwkundige opzet anders is, gelden de algemene kwaliteiten die zijn benoemd in deze omgevingsvisie ook voor nieuwe grote gebouwen. Voor een goed functionerend centrumgebied is architectuur van kwaliteit nodig, gebouwen die aantrekkelijk zijn op ooghoogte en passen bij de schaal en het tempo van de voetganger. Dat wil zeggen: levendige plinten door veel voordeuren en functies aan de straat. Een hoge verdieping op de begane grond maakt dit mogelijk. Met deze kenmerken als uitgangspunt, kan de binnenstad nog aan kwaliteit en samenhang winnen, of het nu om nieuwe gebouwen gaat of om of aanpassingen aan de bestaande. Nieuwe architectuur krijgt een zodanige kwaliteit dat het kan uitgroeien tot erfgoed. De architectuur kan, binnen de genoemde randvoorwaarden, zeker een hedendaagse vormgeving krijgen of vernieuwend materiaalgebruik.
Kenmerken van bouwblokken in de binnenstad
▲ Variatie in hoogte en vorm kroonlijst.
▲ Kappen en nokrichting.
▲ Variatie in vorm en grootte percelen: rooilijn van voor- en achtergevel vastleggen.
▲ Variatie in daktype (kapvorm of plat dak) en nokrichting.
▲ Variatie in breedtes van panden.
▲ Gesloten bouwblok met voordeuren en binnenterrein (erf en tuin).
▲ Functie gaat samen met perceel: geen horizontale samenvoegingen.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 45
Beleving en gebruik 46 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
4. Ruimte maken
Om de binnenstad voor meer mensen aantrekkelijk te maken, is het belangrijk dat de openbare ruimte sfeervol, veilig en toegankelijk is ingericht voor gebruik door iedereen. In 2040 is er meer publieke ruimte die door iedereen kan worden benut en niet permanent wordt toegewezen aan één bepaalde functie. Het behoud van ons gebouwde erfgoed is behoorlijk goed geregeld. Dat is anders met onze buitenruimte en met het samenspel van beide. Alleen bij uitzondering is de openbare ruimte wettelijk beschermd zoals het Zocherplantsoen (rijksmonument). Daarnaast is de gemeente verplicht het beschermde stadsgezicht in stand te houden, inclusief het groen, het water en de morfologie. In de Utrechtse binnenstad heeft de inrichting van de openbare ruimte niet overal dezelfde kwaliteit als de monumentale bouwwerken die er langs staan. Historische panden, grachten, pleinen, monumentale bomen en beeldende kunst in de openbare ruimte komen niet altijd goed tot hun recht. Soms zijn ze zelfs nauwelijks te zien en slecht toegankelijk door de vele obstakels. Het opwaarderen van de directe omgeving van een beschermd monument heeft een positieve invloed op de waardering en beleving ervan. De manier waarop de openbare ruimte in de Utrechtse binnenstad wordt gebruikt en ingericht kan beter en ook groener. Dat maakt
de binnenstad voor meer mensen bruikbaar en beleefbaar en maakt de binnenstad ook economisch aantrekkelijker. Mensen voelen zich welkom in een fraaie en verzorgde omgeving waar wat te beleven valt. Doordat Utrecht groeit, komen steeds meer mensen naar de binnenstad en wordt de openbare ruimte intensiever gebruikt. Daar komt de tendens bij dat mensen de buitenruimte steeds meer waarderen en benutten. Om die redenen is er meer ruimte nodig voor voetgangers, inclusief gebruikers van kinderwagens, scootmobielen, rolstoelen of andere hulpmiddelen. Voor voetgangers en zeker voor mensen met een beperking is de binnenstad niet erg gastvrij en comfortabel. Voetpaden zijn vaak smal en er staan hinderlijke obstakels. De voetganger krijgt vaak de restruimte toegedeeld. In straten en stegen is het belangrijk meer ruimte vrij te spelen voor de mensen die er lopen. Pleinen, werven en bruggen moeten ruim blijven voor voetgangers, voor zowel bereikbaarheid van functies als ook om prettig te verblijven. Het maken van meer ruimte en het verbeteren van de kwaliteit van deze ruimte gaan hand in hand. De binnenstad wint aan kwaliteit als de buitenruimte minder vol staat met objecten die de aandacht afleiden van de gebouwen met etalages, straten en pleinen, het groen en het water.
Er is alleen plek voor objecten die bijdragen aan de sfeer van de binnenstad en tegelijkertijd het gebruik mogelijk maken.
Wat zie je in 2040? ■
Doordat er meer ruimte is voor voetgangers, kun je beter wandelen en genieten van de schoonheid van de binnenstad.
■
Mensen met een beperking kunnen zich onbelemmerd bewegen doordat er minder hinderlijke obstakels op straat staan.
■
Terrassen en tijdelijke verkooppunten zijn goed ingepast in de omgeving.
■
Gevelreclame is in stijl met de omgeving.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 47 - 47
Een groot deel van de openbare ruimte wordt op dit moment alleen gebruikt voor het plaatsen van ‘privaat’ eigendom van particulieren en bedrijven, zoals sandwichborden, grote windschermen en parasolconstructies bij terrassen, bouwterreinen voor werk aan de weg of aan panden, afvalcontainers van bedrijven, uitgestalde waren, informatiezuilen, geparkeerde fietsen, auto’s of vrachtauto’s zonder oog voor sfeer en uitstraling. Het resultaat daarvan is op sommige plekken een gezellig levendig straatbeeld, maar vaker is de publieke ruimte overvol en slecht toegankelijk. Daarom wordt steeds kritischer gekeken naar permanent privaat of commercieel gebruik van de openbare ruimte, kostbare ruimte die je ook kan delen. Waar de openbare ruimte nu soms een verzamelplaats lijkt van spullen die niet meer op privéterrein passen, kiest de gemeente, vanwege de toenemende druk op de ruimte, steeds vaker voor het algemeen belang; meer publieke ruimte maken.
▲ Verrommeling van de openbare ruimte.
48 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Het straatbeeld kan ook worden verbeterd door een weloverwogen plaatsing van bijvoorbeeld fietsenrekken, palen en borden. Het is belangrijk dat deze niet vanuit één vorm van gebruik (zoals verkeer, winkels, horeca) worden geplaatst, maar dat wordt gekeken naar de samenhang tussen de vormen van gebruik, de ruimtelijke kwaliteit en het beheer.
De Utrechtse binnenstad moet vol leven zijn en daar horen ook wat rommeligheid en rafelrandjes bij, maar in 2040 liefst minder dan nu. Er zijn meerdere manieren om de binnenstad – in het algemeen belang - mooier te maken voor iedereen. De bedoeling is de binnenstad zo aantrekkelijk in te richten dat deze levendigheid en gebruik juist beter mogelijk maakt. De gemeente ondersteunt initiatieven vanuit de stad (van onder-nemers, bewoners of bijvoorbeeld culturele instellingen) mits die initiatieven de aantrekkelijkheid en het publieke karakter van de openbare ruimte niet aantasten. Bij een plek waar wordt geleefd, gewerkt en bewogen, is het belangrijk dat er ook ruimte vrij blijft. Plekken die voor ademruimte zorgen, flexibel gebruik en spontane initiatieven mogelijk maken. Zo kan een plein dagelijks worden gebruikt voor terrassen en verkeer en wekelijks voor een markt, maar op een ander moment ook voor een straatmuzikant, een concert, sportevenement of demonstratie. Dat kan het beste als de ruimte niet permanent wordt opgedeeld in strookjes of plekken die elk zijn toegewezen aan één specifieke functie. Een meer flexibel ruimtegebruik vergroot de gebruiksmogelijkheden.
Zo kunnen culturele aanbieders de mogelijkheid krijgen zich ook buiten hun eigen pand te laten zien of een culturele manifestatie te houden in de openbare ruimte, zonder dat het per se een evenementenlocatie moet zijn. Dit voegt waarde toe.
▲ Een voorbeeld van flexibel gebruik van de openbare ruimte: Boven: In de spits wordt de ruimte vooral gebruikt voor komen en gaan. Midden: In het weekend wordt dezelfde ruimte gebruikt voor verblijf. Onder: Op bijzondere dagen kan er een evenement zijn op dezelfde plek. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 49
▲ Gevelreclames en een terrasinrichting die passen bij het monumentale karakter van gevel en omgeving.
Met het oog op het groeiende ruimtegebrek in 2040, kiest de gemeente er de komende jaren voor om steeds minder permanente claims te accepteren en beleid en handhaving hierop toe te snijden. In 2040 ziet de binnenstad er aantrekkelijker uit doordat de buitenruimte als geheel wordt benaderd en de benodigde functies in samenhang een plek krijgen, zowel in plaats als in tijd. Om de gezamenlijke economische waarde en de gebruiksmogelijkheden van de binnenstad te vergroten wordt privaat gebruik beperkt in de ruimte of flexibel gemaakt in de tijd. Door de kwaliteit van de ruimte te verbeteren, wordt de belevingskwaliteit van de openbare ruimte ook groter en wordt de binnenstad interessanter voor consumenten en voor ondernemers om zich te vestigen. Voor Utrechters en bezoekers wordt de binnenstad meer uitnodigend.
50 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Bij een hoogwaardig straatbeeld hoort ook een kwaliteitsslag in de gevelreclame en op termijn ook het opruimen van reclamevlaggen en reclameborden door zowel gemeente als bedrijven. Ook de uitstraling van (tijdelijke) verkeersborden valt te verbeteren. Natuurlijk zijn sommige verkeersborden noodzakelijk en uiteraard kunnen ondernemers en organisaties hun aanbod blijven aanprijzen. De ruimtelijke kwaliteit van de binnenstad is een aansporing om dat op een aantrekkelijke en stijlvolle manier te doen. Speciale aandacht vraagt de inpassing van horecaterrassen. Een kwalitatief hoogwaardige terrasinrichting is voor gasten aantrekkelijk. Naast het terrasmeubilair wordt de kwaliteit van terrassen ook bepaald door de grootte en locatie. Veel horecaterrassen verlevendigen de openbare ruimte op een prettige manier en zijn ideale
plekken om de schoonheid van de binnenstad te beleven. Veel Utrechters en bezoekers waarderen deze terrassen. Op een aantal werven en pleinen staat de ruimte bijna permanent vol met parasols, windschermen, verlichting en versieringen. Jammer is dat je, door de aanwezigheid van dergelijk terrasmeubilair, de omgeving niet meer ervaart en daardoor de schoonheid van de binnenstad aantast. De meeste terrassen staan permanent opgesteld, ook als er weinig gasten zijn doordat het nog vroeg is of slecht weer. Zulke lege terrassen nemen kostbare voetgangers- en verblijfsruimte in beslag. Op plekken waar de terrasfunctie overheersend is, beperkt het een ander gebruik van de ruimte. Voor mensen die niet iets willen consumeren op een terras zijn er op de Utrechtse pleinen bijvoorbeeld maar weinig bankjes.
Om te komen tot een goede balans tussen privaat en publiek gebruik, kan het vergunnen van terrassen anders worden aangepakt. Daarbij kunnen flexibelere terrasopstellingen mogelijk worden, zowel in de tijd als in de ruimte. Het vergunnen en begrenzen van terrassen is al maatwerk en dat kan nog worden verfijnd, onder meer door terrasvergunningen niet meer eeuwigdurend uit te geven maar voor een beperkte periode, zodat de gemeente, als dat nodig is, kan bijsturen. Door meer te variëren in de terrasgrootte per dag(deel) of seizoen, kan de gemeente inspelen op andere vragen om ruimte. Denk aan een smal, permanent basisterras met uitbreidingen op de momenten dat er ruimte voor is, zoals dat in 2021 al kan bij markten (bijvoorbeeld op het Vredenburg) en evenementen (bijvoorbeeld op de Neude). In elke straat en op elk plein zijn de beschikbare terrasruimte en de behoefte aan ruimte voor andere doelen weer anders. Voor elke locatie komt het er op aan, in goed overleg met de gemeente, ondernemers, hun buren en andere betrokkenen, het ruimtebeslag van terrassen en de beschikbaarheid van terrassen in de tijd te beoordelen ten opzichte van ander ruimtegebruik. Dit betekent niet dat terrassen die in 2021 bestaan zo maar worden opgeheven. Soms kan dit betekenen dat er, op termijn minder terrasruimte beschikbaar is dan nu of dat die ruimte minder vaak beschikbaar is.
▲ Dit terras met uitnodigende stoeltjes en tafeltjes is ruim opgesteld waardoor het terras onderdeel maakt van de pleinruimte en niet daarvan is afgeschermd, zoals vaak gebeurt met schermen en grote parasols.
Op andere plekken kan juist terras-uitbreiding mogelijk zijn. Ook een betere vormgeving en aankleding van terrassen is een manier om de schoonheid van de binnenstad te vergroten. Tegelijk kunnen die het economisch functioneren verbeteren, want permanente overkappingen en schermen zijn vaak niet nodig en doen afbreuk aan de kwaliteit van de ruimte. Een ruime opstelling met hoogwaardig meubilair – waarover met de ondernemer afspraken gemaakt worden bij het verlenen van de terrasvergunning – is uitnodigend. In nauw overleg kunnen ondernemers een kwaliteitsslag maken die voor iedereen voordelen heeft. Uitgangspunt voor 2040 is dat pleinen, grachten en bruggen ruim blijven, met minder permanente
verkooppunten, zoals kiosken of kramen. Daardoor blijft er voldoende ruimte voor voetgangers en blijft er zicht op het water, bomen of gebouwen. Voor betrokken ondernemers kan een nieuwe plek in bestaand vastgoed aantrekkelijk zijn. Een andere alternatief voor permanente verkooppunten zijn de tijdelijke plaatsing van foodtrucks. Ook tijdelijke verkooppunten moeten enige kwaliteit hebben, kort voor de openingstijden worden opgebouwd en direct na sluiting weer opgeruimd en schoongemaakt. Zo kan een plek ook voor andere functies worden gebruikt. Een ruimere inrichting van de buitenruimte met meer comfort is ook wenselijk bij de opstelling van sommige markten. Deze kunnen aangenamer worden ingericht met meer groen en zitplekken, die juist ook op marktdagen kunnen worden gebruikt. Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 51
Uitnodigend 52 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
5. Uitnodigende inrichting openbare ruimte
Inrichting van de openbare ruimte heeft één belangrijk doel: uitnodigende plekken maken die bruikbaar zijn en betekenisvol voor allerlei mensen. De inrichting moet de functies van een plek ondersteunen, de kwaliteit en identiteit versterken en de schoonheid van de omgeving beleefbaar maken. De aantrekkelijkheid van de openbare ruimte van de binnenstad heeft voor een belangrijk deel te maken met de ontstaansgeschiedenis van de plek. Het ontstaan van de pleinen heeft bijvoorbeeld vaak te maken met een (voormalige) kerk of klooster. Veel pleinen ontlenen daaraan ook hun karakter. De werven zijn zonder weerga door hun oorspronkelijke havenfunctie aan de rivier. De Utrechtse binnenstad heeft vlak bij elkaar verschillende plekken, met verschillend karakter en sfeer. Dit vormt de basis voor inrichting en gebruik. Dat kan, als de inrichting niet bestaat uit een opeenstapeling van ‘sectorale’ ingrepen (de plaatsing van fietsenrekken, paaltjes, afvalbakken, uitgifte terrasvergunning als aparte ingrepen), maar wanneer de benodigde functies in samenhang een plek krijgen. Bij de inrichting is de identiteit van de plek leidend. Deze wordt bepaald door de ruimtelijke situatie, de functies in de buitenruimte en de aangrenzende gebouwen. In delen van de Utrechtse binnenstad is de kwaliteit van de openbare ruimte er de afgelopen jaren fors op vooruit gegaan.
De gemeente blijft hier structureel aan werken met een vast palet aan
hoogwaardige materialen: verhardingen van (fietsvriendelijke) gebakken klinkers, natuurstenen banden, comfortabel straatmeubilair, duurzame verlichting en robuust groen. Materialen die passen bij de sfeer, allure en schoonheid van de binnenstad, bij het intensieve gebruik en bij de verschillende sferen van deelgebieden. Door de materialen, de inrichtingsprincipes (bijvoorbeeld ‘stoepparkeren’) en de wijze van aanleg doordacht te standaardiseren, ontstaat een rustig straatbeeld en wordt het beheer vereenvoudigd.
Wat zie je in 2040? ■
Pleinen, straten en groene plekken stralen een allure uit die past bij het karakter van de plek.
■
De openbare ruimte is ingericht met duurzame materialen, met bijpassende accenten op bijzondere plekken.
Ook een groene inrichting draagt bij tot een mooiere binnenstad. Groen verhoogt bovendien de ecologische waarde en kan de biodiversiteit versterken. Daarom worden, bij de aanleg van nieuw groen zoveel mogelijk planten van de zogenaamde ‘Utrechtse soortenlijst’ gebruikt. Tot slot kan groen de binnenstad klimaatbestendiger maken en zo op verschillende manieren de verblijfswaarde vergroten. In de binnenstad bestaat de basisinrichting van de openbare ruimte in 2040 uit duurzame materialen en een zorgvuldige afwerking die tegen een stootje kan. Er is aandacht voor ambachtelijk vakwerk bij aanleg en onderhoud. Op bijzondere en unieke plekken, zoals de pleinen, kan van de basisinrichting worden afgeweken en wordt het niveau - in aansluiting op structuur en gebruik op die plekken – nog hoger. Soms worden objecten Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 53 - 53
gebruikt die speciaal voor Utrecht zijn ontworpen. De basisinrichting van straten en grachten bestaat uit de klassieke profielindeling met een rijloper (het deel van de straat waar het verkeer op rijdt of loopt) en (rabat)stroken aan de zijkanten. In de rabat-stroken worden de monumentale stoepen opgenomen die bij huizen horen. ▲ Nu doorsnijdt een belangrijke verkeersroute met o.a. bussen logistiek verkeer en fietsverkeer het Janskerkhof. De ruimte is opgedeeld voor een veelheid aan functies. De restruimte is voor de voetganger.
▲ Mogelijk toekomstbeeld van het Janskerkhof als samenhangende pleinruimte, met stralend erfgoed en waar je je vrij kan bewegen. Met meer groen en ook zitgelegenheid buiten de terrassen.
54 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Als verbijzondering op deze basisinrichting, kunnen pleinen worden ingericht met bijzondere materialen en speciale vormgeving die het karakter van de plek ondersteunen. Vaak ook maken bomen deel uit van de bestaande kwaliteit. Die kan daarnaast worden versterkt door de programmering van de ruimte. Op het Vredenburg bijvoorbeeld (tegelijk hart van het winkelgebied en achtertuin van TivoliVredenburg) kunnen meer (muzikale) activiteiten de samenhang tussen gebouwen en plein groter maken. Dat past bij de ambitie, het kernwinkelgebied te ontwikkelen tot een gebied waar je meer kan beleven dan alleen winkelen. En het sluit aan bij het idee om TivoliVredenburg een nieuwe toegang te geven op de hoek van het plein. Op het Domplein ontbreekt samenhang tussen de betekenis van het plein en die van de meeste panden. De uitstraling van de aanwezige horeca kan bijvoorbeeld meer aansluiten op de identiteit van het plein, de plek waar Utrecht is ontstaan.
Ook al is de kwaliteit van de inrichting van het plein enige jaren geleden sterk verbeterd, de verblijfskwaliteit laat er nog te wensen over. Hoewel veel mensen het plein bezoeken, kun je, buiten de terrassen, bijna nergens lekker zitten en genieten van de schoonheid van Domtoren en Domkerk. Een kans om de identiteit van deze plek te versterken biedt het pand van het voormalige Utrechts Centrum voor de Kunsten. Een bezoek aan Utrecht kan vanuit het Domplein beginnen, op de plek vanuit waar de stad is ontstaan én geboren. Ook een openbare fietsenstalling in dit pand zou de kwaliteit van het Domplein ten goede komen. Een ander voorbeeld is het Janskerkhof. In 2021 is de ruimtelijke situatie een versnipperde pleinruimte zonder overkoepelende kwaliteit. De busbaan heeft een belangrijke ontsluitende en sociale functie en is dominant aanwezig. Het ruimtelijk effect daarvan is dat deze de pleinruimte in tweeën deelt. Ook de rest van het plein is pragmatisch opgedeeld voor de verschillende gebruikers zonder samenhang tussen de functies (zoals terrassen, parkeren en verblijven). Er is nauwelijks een plek die zich leent om even te gaan zitten voor een praatje of de Janskerk te bewonderen. Het opdelen in stukjes plein voor elke functie levert niet de ruimtelijke kwaliteit op die je op deze plek in de stad mag verwachten. De eigen sfeer die de zaterdagse
planten- en bloemenmarkt geeft en het kenmerkende bomendak, kan meer worden benut. Het Janskerkhof kan beter en mooier – voor iedereen. Wil je de schoonheid van de binnenstad beter tot zijn recht laten komen, dan moet je gebouwen en openbare ruimte als geheel zien, straten en pleinen beter inrichten en daarbij functies in gebouwen, gebruik en beheer in samenhang bezien. Een openbare ruimte van hoge kwaliteit is aantrekkelijker voor verblijf. Uitgangspunt vormt daarbij de identiteit en kwaliteit van de plek. Dat geldt bijvoorbeeld voor de kerkgebouwen en hun oorspronkelijke functie, het houden van missen of kerkdiensten. Het gebruik en de inrichting van de kerkpleinen houdt rekening met de beleving en het functioneren van de levende geloofsgemeenschappen en met de rust die daarvoor op sommige momenten in de week wordt gevraagd. De Commissie Welstand en Monumenten Gemeente Utrecht toetst de kwaliteit van bouwplannen in de binnenstad. De toetsing van de kwaliteit van plannen voor de openbare ruimte vindt plaats door de gemeentelijke BInG-toetsing (Beheer Inrichting en Gebruik). BInG-toetsing kan worden verbeterd door niet alleen te adviseren over de wijze van inrichting, maar ook of de inrichtingsopgave past bij de integrale doelstellingen uit deze omgevingsvisie.
▲ (Boven) Op de Neude heeft het autoparkeren van 1974 in 2021 plaats gemaakt voor een trotse vlag, geparkeerde fietsen, terrasmeubilair en afvalcontainers. Nog steeds geen echt uitnodigende ruimte. (Onder) Op het Domplein parkeren in 2021 geen auto's meer zoals in 1965 en is er vrije ruimte die de bomen en het erfgoed beter tot hun recht laten komen. Maar er is weinig uitwisseling tussen gebouwen en plein.
Een goed functionerende en fraaie openbare ruimte heeft een positieve invloed op het vestigingsklimaat van bewoners en ondernemingen. Er is ook een wisselwerking tussen de kwaliteit van de openbare ruimte en het succes van een onderneming. Voor bezoekers is
een positieve beleving van de openbare ruimte namelijk belangrijk. De gemeente rekent op de medeverantwoordelijkheid van ondernemers, kerken, universiteit, instellingen en bewoners voor verbeteringen van de inrichting of het beheer in de openbare ruimte van de binnenstad.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 55
Parkeren minder in straatbeeld 56 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
6. Goed bereikbaar en minder parkeren op straat
Om meer ruimte te scheppen op hetzelfde oppervlak en de schoonheid van de binnenstad beter tot zijn recht te laten komen, kiest de gemeente voor minder parkeerruimte voor auto's op straat. Bewoners (inclusief mensen met een beperking), ondernemers, werknemers en bezoekers van winkels, kerken, culturele en maatschappelijke instellingen kunnen hun bestemming in 2040 nog steeds bereiken, maar niet altijd op dezelfde manier als twintig jaar daarvoor. Fietsen en lopen hebben de voorkeur. Die manieren om je te verplaatsen zijn gezond en nemen bovendien minder ruimte in. Eind 20e eeuw is een aantal pleinen, zoals Neude en Domplein, parkeervrij gemaakt. Toch domineren rijdende en geparkeerde auto’s, maar ook taxi’s, vrachtauto’s, touringcars en klusbussen op veel plekken in de binnenstad nog steeds het straatbeeld. Het aantal rijdende en geparkeerde fietsen is in dezelfde tijd enorm toegenomen. Waar ooit auto’s stonden, staan nu vaak fietsen van particulieren en bezorgfietsen van bedrijven. Dat is uit het oogpunt van duurzaamheid en gezondheid natuurlijk een grote vooruitgang. Lopen, fietsen en openbaar vervoer zijn overigens in de binnenstad in 2021 ook al meestal effectiever dan de auto. De gemeente streeft naar veel minder gemotoriseerd verkeer in het centrum. Vermindering van het verkeer is belangrijk voor de verkeersveiligheid. Utrecht werkt aan de landelijke ambitie richting nul
verkeersdoden in 2040. We verlagen daarom ook in de binnenstad zoveel mogelijk de maximum snelheid, uiteraard passend bij de functie van de straat. Dit past bij het streven van de gemeente naar spreiding van functies over de stad. In de binnenstad worden functies geconcentreerd die zijn gericht op langzaam verkeer, terwijl in andere delen van de stad functies ruimte kunnen krijgen die autoverkeer aantrekken. In de binnenstad rijdt in 2040 alleen nog emissievrij bestemmingsverkeer. Doorgaand verkeer wordt tegengegaan door verdere compartimentering van de binnenstad. Dat wil zeggen dat de binnenstad wordt verdeeld in kleine gebieden, waartussen doorgaand gemotoriseerd verkeer niet is toegestaan. Dat betekent soms dat je een langere route moet rijden om op je bestemming te komen. De bedoeling is echter dat er in totaal minder autoverkeer is. Ook gereguleerde toegang helpt om alleen noodzakelijk verkeer in de binnenstad te laten komen. Denk daarbij aan bewoners en logistieke functies waarvoor geen alternatief mogelijk is. Minder parkeerplaatsen op straat voor bewoners en bezoekers betekent ook dat er minder bestemmings- en zoekverkeer is. Deze maatregel maakt ruimte vrij voor ander gebruik van de openbare ruimte, zoals groen, verblijf, informeel sporten en langzaam verkeer.
Wat zie je in 2040? ■
Er rijden en staan minder auto’s op straat, want je parkeert vaker in de bestaande garages en buiten de binnenstad.
■
Meer bewoners en bezoeker komen met emissieloze (deel) auto’s, (deel)fietsen, openbaar vervoer en te voet naar de binnenstad.
■
Er zijn voldoende in- en uitstapplekken voor taxi’s en touringcars, maar geen permanente parkeerplekken voor deze functies in de binnenstad of aan de singel.
■
In woonstraten hebben autoparkeerplekken plaatsgemaakt voor fietsenrekken, groen en verblijfsplekken.
■
Er zijn meer fietsparkeerplekken in rekken of vakken op straat en in gebouwde (buurt)stallingen.
Omgevingsvisie Omgevingsvisie Binnenstad Binnenstad | Schoonheid | Schoonheid - 57 - 57
Zo profiteert Utrecht meer van de kwaliteit van zijn erfgoed en de schoonheid van de binnenstad. Woningen en andere bestemmingen blijven met de auto bereikbaar voor laden, lossen, verhuizen en natuurlijk ook voor bewoners met een beperking. Er blijven minimaal hetzelfde aantal en wellicht meer gehandicaptenparkeerplaatsen van goede kwaliteit in de binnenstad. Kort parkeren voor het in- en uitstappen voor de passagiers van auto, (regio)taxi en touringcar kan op aangewezen plekken. ▲ Principe voor autoparkeren in 2040: deelauto’s staan vlakbij het centrum geparkeerd, privéauto’s staan op eigen terrein of buiten de binnenstad geparkeerd. Parkeerplaatsen voor bezoekers liggen verder weg.
In de periode tot 2040 parkeren steeds meer mensen buiten de binnenstad. Vanaf de parkeerplekken daar bereiken bewoners en bezoekers de binnenstad te voet, per (deel)fiets of openbaar vervoer. Dit geldt ook voor werknemers die buiten Utrecht wonen. Deelauto’s kunnen dichterbij worden geparkeerd dan privéauto’s, bij voorkeur in de bestaande garages. Er worden geen nieuwe parkeergarages bijgebouwd in de binnenstad. De parkeerkosten variëren: hoe dichter bij de binnenstad, hoe hoger de prijs. Wellicht krijgen bewoners voor het kort parkeren een jaarlijks ‘tegoed’ van een bepaald aantal uren of dagen als aanvulling op een parkeervergunning op afstand of als zij een (deel)auto huren. Ook nieuwe soorten aanbod van parkeren op afstand, mede door ondernemers in de binnenstad ontwikkeld, kunnen bijdragen tot de gastvrijheid.
58 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Voorbeelden: een festivalfiets of parkeren in combinatie met een Jaarbeursshuttle. Duidelijke communicatie en aanwijzingen voor bezoekers vergroten het gevoel van gastvrijheid en verminderen het zoekverkeer. Daarbij wordt ook het gebruik van mobiele routeplanners op internet betrokken, naast andere op dat moment actuele technieken. In 2040 zijn deelauto’s en andere vormen van deelmobiliteit voor bewoners en ondernemers van de binnenstad een nog interessanter alternatief voor de eigen auto (‘gebruik’ in plaats van ‘bezit’). Mobiliteit wordt steeds vaker aangeboden als een dienst (‘mobility as a service’ - MAAS). De gemeente zet zich in voor meer, laagdrempelig aanbod van deelmobiliteit, toegankelijk voor iedereen. Ook voor mensen met een klein budget kan ‘mobility as a service’ aantrekkelijk zijn, omdat je af en toe een auto gebruikt maar er geen hoeft te bezitten. Misschien krijg je met korting toegang tot deelmobiliteit (voor een bepaalde periode) bij inlevering van je parkeervergunning. Deelauto’s, -scooters en -fietsen kunnen ook een belangrijke rol spelen bij de eerste en laatste kilometer(s) naar parkeerplaatsen die op afstand liggen. Taxí’s en touringcars zijn een aanvulling op het openbaar-vervoersysteem. Taxivervoer moet in de binnenstad voldoende beschikbaar blijven, maar zonder een groot permanent ruimtebeslag.
Lang parkeren en wachten op klanten (bufferen) door touringcars of taxi’s vindt plaats op afstand. Op korte termijn zijn er op korte loopafstand van het stadscentrum 11 plekken waar touringcars kort kunnen parkeren om passagiers te laten in- en uitstappen, gelijkmatig verdeeld over zes locaties rondom de singels. Lang parkeren kan aan de randen van stad zoals aan de Reactorweg of bij P+R Westraven en P+R De Uithof (USP). Vooral bij de uitgaanlocaties en stations zijn opstelplekken nodig voor taxi’s. Deze kunnen flexibel gebruikt worden in de tijd. ’s Nachts heeft de binnenstad genoeg ruimte voor een aantal taxiwachtplekken op straat. Overdag is er meer loopruimte nodig en zijn de taxistand-plaatsen niet in gebruik. Een voorbeeld is de bestaande plek op de Lange Viestraat.
Autoparkeren
Een particuliere auto staat gemiddeld voor 95% van de tijd geparkeerd. Voor auto’s zijn er in 2020 2.000 parkeerplaatsen in de openbare ruimte van de historische binnenstad. In parkeergarages in en aan de randen van de binnenstad is plek voor bijna 6.000 auto’s. Ter vergelijking: 2.000 parkeerplaatsen, oftewel 22.000 vierkante meter, of 3,5 voetbalveld, betekent een ruimtebeslag van drie keer het Vredenburgplein. Ongeveer twee derde van de huishoudens in de binnenstad heeft geen eigen auto (meer dan in andere Utrechtse wijken) en een derde maakt wel eens gebruik van een deelauto (ook meer dan in andere wijken). Als de bestaande parkeerplaatsen worden vervangen door plekken voor deelauto’s, dan is hiervoor slechts ongeveer 10% van de ruimte nodig, want een deelauto wordt gemiddeld door tien huishoudens gebruikt. Bron: utrecht-monitor.nl
Er is ook een oplossing nodig die inspeelt op de toenemende markt voor taxi’s op basis van oproepen door klanten, die deels in de plaats komt van het instappen op een vaste plek. In de toekomst kan, verspreid over de binnenstad, een beperkt aantal taxi-in- en uitstapplekken voor overdag komen. Belangrijk is dat deze plekken geen permanente opstelplaats zijn en dat het lang parkeren (‘bufferen’) plaatsvindt buiten de binnenstad. Bij een oproep rijden taxi's vanaf de bufferplek naar een vrije opstapplek in de binnenstad.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 59
▲ Inrichtingsprincipe voor de grachten. Links de situatie in 2021, rechts die in 2040.
Wellicht zijn deze opstapplekken niet exclusief voor taxi’s, maar zijn het plekken die ook door ondernemers of binnenstadsbewoners kunnen worden gebruikt voor in- en uitstappen of laden en lossen. Utrecht is fietsstad nummer 1 van Nederland, een predikaat om trots op te zijn. Je ziet het terug aan de grote hoeveelheid fietsers (ruim 30.000 per dag langs het Vredenburg in het voorjaar van 2020) en de vele geparkeerde fietsen in de binnenstad. Ook in 2040 zijn fietsers zeer welkom in de binnenstad. De fiets blijft een goed alternatief voor de auto.
Op piekmomenten zijn er niet genoeg van dergelijke 'formele' fietsparkeer-plekken voor alle fietsen. In de binnenstad staan regelmatig meer dan 12.000 fietsen geparkeerd in de openbare ruimte, met pieken die nog hoger liggen. Voor Veel Utrechters gebruiken de fiets voor bezoekjes aan de binnenstad en zetten hem dan los op straat. Op rustige momenten is dit geen probleem, maar op de piekmomenten zijn er zoveel mensen die hun fiets ‘even’ op straat plaatsen dat er steeds meer plekken zijn die niet meer begaanbaar zijn voor voetgangers.
Dat neemt niet weg dat niet alleen autoparkeren, maar ook dat van fietsen, scooters en andere tweewielers in de binnenstad steeds meer ruimte opslokt.het merendeel van deze fietsen is er een parkeer-plek in een rek of stalling.
Utrecht wil enerzijds fietsers de ruimte geven en anderzijds plaats maken voor voetgangers, mensen met een beperking, groen en verblijfsfuncties. Voor deze opgave is geen gemakkelijke oplossing voor handen.
60 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Om het succes van de fiets vast te houden, is het noodzakelijk om voldoende fietsparkeerplekken te hebben. Tegelijk is het nodig om de fietsparkeerdruk op sommige plekken te verlagen. Snelle, comfortabele looproutes kunnen een aantrekkelijk alternatief bieden voor de fiets voor kortere afstanden in de binnenstad. Ook een goede aansluiting tussen (wellicht verder gelegen) stallingen en (snelle, comfortabele) looproutes kunnen bijdragen aan het verminderen van de fietsparkeerdruk. Het lijkt logisch om de vermindering van autoparkeerplaatsen te benutten om ruimte voor fietsparkeren te winnen. Dit kan op een aantal plekken een goede stap zijn, maar dat schuurt met de wens om ruimte maken voor groen of voor voetgangers en verblijf. Het inpandig stallen van fietsen is een andere oplossingsrichting. Dit is een dure oplossing maar vergroot wel de mogelijkheden voor ander gebruik van de ruimte op straat. Voor bezoekers en voor bewoners zijn stallingen nodig. Inpandige openbare fietsenstallingen voor bezoekers moeten goed bereikbaar zijn vanaf de belangrijkste fietsroutes. In 2040 ga je vanaf daar te voet verder, veel minder dan in 2021 gehinderd door grote aantallen geparkeerde fietsen. In de stallingen vind je diensten zoals een toiletvoorziening, verhuur van bakfietsen of
► De Oudegracht vroeger, in 2021 en mogelijk in de toekomst: In 2040 is er langs de grachten minder parkeerruimte en meer ruimte voor voetgangers, fietsers en groen.
kinderbuggy’s, een fietsenmaker of postpakkettenpunt. Misschien zijn ook andere soorten dienstverlening mogelijk en kun je hier een drankje kopen. Voor bewoners zijn er buurtstallingen. Deze kunnen kleinschalig zijn en liggen dicht bij de woning. Het is echter zeer de vraag of het lukt om alle fietsen een plek te bieden in een inpandige stalling en de groei van het aantal fietsen bij te houden. Met name op de piekmomenten, zoals zaterdagmiddag, lijkt het moeilijk om te voldoen aan de vraag naar parkeerruimte voor fietsen. Daarnaast zou een groter aanbod aan fietsparkeerplekken er toe kunnen leiden dat nóg meer mensen per fiets naar de binnenstad komen, waardoor de vraag naar parkeerruimte nóg groter wordt. Een fietsvriendelijke inrichting van de binnenstad met voldoende fietsparkeerplekken op straat en inpandig is nodig. Experimenten met kortparkeerzones voor fietsen zijn denkbaar. Zo komt er ruimte voor voetgangers, groen en klimaatadaptatie. Als er voldoende plekken (in stallingen, rekken en vakken) zijn gerealiseerd om fietsen te parkeren, is het mogelijk om in de directe omgeving daarvan het fietsparkeren op straat niet toe te staan. Steeds meer mensen maken gebruik van deelfietsen, ook ter vervanging van een eigen fiets. De gemeente ondersteunt deze ontwikkeling en ziet deelfietsen ook als belangrijk voor- en natransport bij gebruik van het openbaar vervoer.
Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid - 61
Fietsparkeren (2020) Legenda Fietsenstalling Pop-up fietsenstalling
62 - Omgevingsvisie Binnenstad | Schoonheid
Daarnaast zijn deelfietsen een interessant onderdeel van mobiliteit als dienst (MAAS). Voor deelfietsen is, net als wellicht in de toekomst voor deelscooters en deelsteps, plaats in de stalling. Duidelijk is dat een overstap van eigen fiets naar deelfiets de behoefte aan fietsparkeerplaatsen kan verminderen. In drukke delen van de binnenstad staan in 2040 bezorgfietsen en –scooters niet meer op de openbare stoep bij de zaak geparkeerd. Zo staan ze voetgangers en mensen met een beperking niet meer in de weg en blijven de straten aantrekkelijk en uitnodigend. Het is logisch om ondernemers te verplichten een stalling voor hun ‘wagenpark’ in te richten, net als voor auto- en fietsparkeren. Ook andere oplossingen zijn denkbaar, zoals scherper geplande afhaalmomenten voor bezorgers, die aankomen zodra de bestelling klaar staat. De binnenstad is in 2040 goed bereikbaar te voet, per fiets en - voor wie dat echt nodig is -ook met de auto. Op rustige plekken kun je je fiets gewoon buiten neerzetten. Op straat geparkeerde fietsen horen bij Utrecht en verlevendigen het straatbeeld. Prioriteit heeft het zoeken naar nieuwe oplossingen voor voldoende fietsparkeren op straat en inpandig om daarnaast ook ander gebruik van de publieke ruimte mogelijk te maken.