CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 22 mei 2025, gemeente Utrecht37.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 22 mei 2025 1 2 3

3.1

3.2

3.3 4

5

6 7

Opening Vaststellen van de agenda van 22 mei 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Ingekomen agenderingen Commissie EDVW PROCEDUREEL 22 mei 2025 Lange Termijnagenda commissie EDVW 22 mei 2025 Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie EDVW 22 mei 2025 Raadsvoorstel rekenkamerrapport 'Gas terugnemen' Dossier 4683 voorblad 20250429 Aanbiedingsbrief raadsvoorstel rekenkamer en rapport Gas terugnemen 20250429 Raadsvoorstel rekenkamerrapport Gas terugnemen 20250429 Rekenkamerrapport Gas terugnemen 20250429 Persbericht 'Gas terugnemen' 20250429 Publiekssamenvatting 'Gas terugnemen' Initiatiefvoorstel ‘Utrecht geeft thuis’ Dossier 4703 voorblad Initiatiefvoorstel Utrecht geeft thuis Actieplan Utrecht Geeft Thuis Impact Rapport Wonen Eerst Den Bosch Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven commissie EDVW 3 april tm 15 mei 2025 Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag openbare bijeenkomst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 10 april 2025.

Conceptverslagen besloten bijeenkomst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 13 maart 2025 2025.04.10 Gemeente Utrecht - Conceptverslag Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Toezeggingenlijst commissie EDVW 22 mei 2025 Motielijst commissie EDVW 22 mei 2025 Ingekomen stukken Geen. Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Wethouders: De Vries en Eerenberg, beleidsterreinen: Wonen en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening Indicatieve behandeltijd: 240 minuten De raad wordt gevraagd de nota Woonbeleid vast te stellen. Hierin worden betaalbaar, passend en prettig wonen als belangrijkste doelen uitgewerkt in subdoelen en uit te voeren activiteiten. Daarbij zijn de volgende principes leidend: - Ongelijk investeren voor gelijke kansen; - De beweging van woningmarkt naar volkshuisvesting lukt alleen als we er samen voor gaan; - Ruimte om te onderzoeken en te experimenteren; - We werken wijkgericht. Dossier 4540 voorblad Raadsvoorstel Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Beleidsnota Wonen in Utrecht ‘Van woningmarkt naar volkshuisvesting 2025-2030’ Wijkanalyses en wijkrichtingen Verslag geluiden ophalen fase 1 Participatieverslag fase 2 Inhoudelijke trends en ontwikkelingen in het wonen

8

9

U10 Woonbehoefteonderzoek - Gemeente Utrecht Advies Doorstroming Utrecht Woonzorgbehoefteonderzoek & aandachtsgroepen (provincie Utrecht) Reactienota Beleidsnota Wonen in Utrecht Raadsbrief Voortgang buurtagenda maart 2025 Wethouder: De Vries, beleidsterrein: Buurt- en wijkgericht werken Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Jantine Zwinkels (CDA), Berdien van der Wilt (D66), Titus Stam (PvdA), Lenno van Straalen (ChristenUnie), Charlotte Passier (Volt), en Gert Dijkstra (EenUtrecht) De bovenstaande fracties willen een vervolg geven aan het commissiedebat van 9 januari over wijken buurtgericht werken naar aanleiding van een nieuw ontvangen raadsbrief op 25 maart. De fracties zijn benieuwd naar het effect van de buurtagenda’s in de praktijk. Ze willen ook weten hoe het staat met de voortgang op eerdere toezeggingen. Tevens zou eind Q1 2025 meer informatie bekend zijn over de indicatoren waarop de dataverzameling voor Utrechtse wijken en buurten wordt gebaseerd (vraag van het CDA). Tot slot wil het CDA van de wethouder horen in hoeverre er ook geld beschikbaar is en blijft voor de wijkbureaus en de uitvoering van de buurtagenda’s.

Dossier 4685 voorblad Raadsbrief Voortgang buurtagenda maart 2025 Poster_Buurtagenda_2025_Zuilen_Oost Poster_Buurtagenda_2025_Terwijde Poster_Buurtagenda_2025_Pijlsweerd Poster_Buurtagenda_2025_Parkwijk_Zuid Poster_Buurtagenda_2025_Ondiep_ 2e Daalse buurt Poster_Buurtagenda_2025_Kanalen_Eiland Raadsbrief ontwikkelen energieprojecten Wethouder: Maatoug, beleidsterrein: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door Gertjan te Hoonte (VVD), Joost Vasters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), David Bosch (UtrechtNu!), Charlotte Passier (Volt), Kisten Alblas (ChristenUnie), Pepijn Zwanenberg (groep Zwanenberg), Anneloes Krul (Partij voor de Dieren) en Joachim Cornielje (PvdA). Het college heeft de raad geïnformeerd over de voortgang van een aantal energieprojecten. De fracties van de VVD en UtrechtNu! willen met het college in debat over de brief. In het bijzonder gaat het dan over de gewijzigde rol die de gemeente voor zichzelf ziet en de wijze waarop daarvoor budget wordt vrijgemaakt. Het college wil actief energieprojecten (mede)ontwikkelen om vertraging in de energietransitie te voorkomen, nu marktpartijen vaker afhaken door onzekerheden.

De fracties van D66, GroenLinks, Volt, ChristenUnie, groep Zwanenberg, Partij voor de Dieren en PvdA hebben begrip voor de noodzaak om door te pakken, maar ook behoefte aan heldere kaders voor de rol van de gemeente: wanneer zelf ontwikkelen/regisseren en wanneer faciliteren? Ook bespreken zij graag in hoeverre de risico's op vertraging met de aangepaste rol worden beperkt en of mogelijk nog andere mitigerende maatregelen nodig zijn. Dossier 4684 voorblad Raadsbrief ontwikkelen energieprojecten

Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 22 mei 2025

Stukken afkomstig van commissieleden Datum: 15-5-2025 Raadslid Raaijmakers (PvdA) heeft een initiatiefvoorstel opgesteld, met als bijlage het actieplan ‘Utrecht geeft Soort stuk: Initiatiefvoorstel thuis’. Voorstel is het actieplan vast te stellen. Hierin zijn ‘Utrecht geeft thuis’ verschillende actiepunten opgenomen, met als doel het verminderen en verkorten van dakloosheid in de gemeente Wethouder: De Vries Utrecht door de omslag van opvang naar wonen te versnellen. Beleidsterrein: Wonen

Stukken afkomstig van de Rekenkamer Datum: 28-4-2025 De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van het project Soort stuk: Rapport en Overvecht-Noord aardgasvrij. De resultaten zijn vastgelegd raadsvoorstel Rekenkamer in het rapport Gas terugnemen. De rekenkamer stelt voor Utrecht: 'Gas terugnemen' te besluiten het college te verzoeken: 1. Voorafgaand aan de start van het project een Wethouder: Maatoug projectplan op te stellen met een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen Beleidsterrein: Energie & voor een sluitende businesscase. Klimaat 2. Bij de start van het project een krachtenveldanalyse uit te voeren en gezamenlijk een effectieve samenwerkingsvorm vast te stellen. 3. Tussentijds tijdig bij te sturen en/of te temporiseren als een project of de omstandigheden hierom vragen. 4. In structurele bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen te

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 26 juni 2. Tijd: 60 minuten

Voorstel: 3. Agenderen voor de commissie EDVW van 26 juni 4. Tijd: 90 minuten

investeren. 5. A. Zich als gemeente te houden aan de spelregels van de Regeling Risicovolle Projecten. 6. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd. En de rekenkamer stelt de raad voor uit te spreken: 5. B. Scherper te zijn bij projecten met toenemende risico’s.

2

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 22 mei 2025 Onderwerp

Beleidsveld

Planning

Fatale

Datum

Beoogd

Aangeboden/

Toelichting wijziging

Toelichting in geval van

aanbieden

termijn

aangeboden

kwartaal

Gestopt

planning

gestopt

aan raad

Raadsb

commissie

esluit

procedureel

Nota wijk- en

Buurt- en

2024 Q3

Gestopt

20240425 De ‘nota Wijk- en

buurtaanpak

wijkgericht

buurtaanpak 2024 en verder’

2024 en verder

werken

wordt een ‘Uitvoeringsprogramma Buurten wijkgericht werken’. Deze is op 27 september 2024 naar de raad gestuurd.

Aanpassing

Circulaire

afvalstoffenver

Economie

2024 Q2

23-04-

Aangeboden

2024

ordening n.a.v. actualisatie VNG modelverorden ing en aanpassing definitie van een huis-aanhuisblad Beleidsnota

Circulaire

Utrecht

Economie

Circulair

2024 Q4

17-092024

Aangeboden

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 22 mei 2025 Evaluatie en

Wonen en

aanpassing

Volkshuisvesting

2024 Q3

Gestopt

Het ministerie van binnenlandse zaken heeft het

leegstandsvero

experiment m.b.t. de

rdening

leegstandswet, waar Utrecht aan meedoet, verlengd tot 31 december 2029. De extra bevoegdheden die zijn vastgelegd in de leegstandsverordening blijven daarmee beschikbaar de komende periode, waardoor de noodzaak vervalt om de leegstandsverordening in 2024 aan te passen.

Inzet Fonds

Wonen en

betaalbare

Volkshuisvesting

2024 Q2

Gestopt

Zoals aangegeven in de commissie EDVW van 11 april

koop voor

wordt er nu gewerkt aan een

betaalbaar en

uitvoeringsprogramma

collectief

coöperatief wonen i.p.v. een

wonen

raadsvoorstel. De omzetting van de doelbestemming van de inzet fonds betaalbare koop wordt gedaan bij het eerstvolgende product van de P&C-cyclus. Dit is conform de nieuwe standaard voor beleidsdocumenten en de

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 22 mei 2025 raadsbrief Betaalbaar wonen en inzet fonds betaalbare koop (29 november 2023). Kaders publiek

Energie en

warmtebedrijf

Klimaat

2025 Q2

2025 Q2

Er is meer tijd nodig om een goede vergelijking te maken tussen de varianten en ook de twee aangenomen moties zorgvuldig te verwerken. Wij verwachten het voorstel in Q2 aan uw raad aan te bieden.

Klimaatvisie

Energie en

2025 Q3

2025 Q4

Klimaat Beleidsnota

Wonen en

Wonen

Volkshuisvesting

Beleidsnota

Vastgoed

2025 Q1

Aangeboden

2025 2024 Q4

Vastgoed

19-12-

Aangeboden

2024

Wijziging

Wonen en

Huisvestingsve

Volkshuisvesting

rordening

25-03-

2026 Q1

De volgende benodigde wijziging van de Huisvestingsverordening staat in het teken van de nieuwe Beleidsnota Wonen (waarover de raad nog moet besluiten) en de aangekondigde Wet versterking regie op de

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 22 mei 2025 volkshuisvesting. Deze wijzigingen zijn nu nog niet bekend of zeker. Als die duidelijkheid er is, start de voorbereiding voor het wijzigen van de Huisvestingsverordening. We verwachten dit in Q1 2026 aan te bieden aan de gemeenteraad. Zienswijze

Milieu en

Ontwerp

Emissieloos

Programmabeg

Vervoer

2024 Q2

27-06-

Aangeboden

2024

roting 2025 Herijking

Energie en

Regionale

Klimaat

2025 Q2

2025 Q2

2026 Q4

2026 Q4

Energiestrategi e Raadsvoorstel

Milieu en

Gebiedsplan

Emissieloos

Gebiedsgericht

Vervoer

Grondwaterbe heer Beleidsnota

Milieu en

Luchtkwaliteit

Emissieloos Vervoer

2024 Q3

18-102024

Aangeboden

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 22 mei 2025 Zienswijze

Circulaire

ontwerp-

Economie

2025 Q1

begrotingswijz iging AVU 2025 Beleidsnota

Energie en

Warmte

Klimaat

Zienswijze

Circulaire

programma-

Economie

en productbegroti ng AVU 2026

2025 Q3 2025 Q1

2025 Q3 Aangeboden

Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL commissie van 22 mei 2025 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Buurt- en wijkgericht werken, Samen voor Overvecht

Wethouder

Commissie EDVW tot kerstreces 2025 • 26 juni veegcommissie • 18 september • 16 oktober • 4 december RIB EDVW tot kerstreces 2025 • 17 juni • 9 september • 7 oktober • 25 november Dagdelen commissie Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

4683

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

22 mei 2025

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel rekenkamerrapport 'Gas terugnemen'

ID

4905

Behandelend ambtenaar Telefoon E-mail Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder Beleidsveld Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

22 mei 2025

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Aan de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

Behandeld door

Johan Snoei

Datum

28 april 2025

Doorkiesnummer

06 – 34 61 22 80

Ons kenmerk

30225679

E-mail

j.snoei@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlagen

4

Raadsvoorstel ‘Gas terugnemen’ met rekenkamerrapport, persbericht en publiekssamenvatting

Geachte leden van de gemeenteraad en het college van B&W, De Rekenkamer Utrecht voerde op verzoek van de gemeenteraad onderzoek uit naar het project Overvecht-Noord aardgasvrij. Hierbij bied ik u het raadsvoorstel ‘Gas terugnemen – Een kroniek van het verloop en de voorspelbare beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij’ aan met bijbehorend rekenkamerrapport, persbericht en publiekssamenvatting. Op deze documenten rust een embargo tot dinsdag 29 april 2025 8.00 uur, waarna deze openbaar worden gemaakt op onze website. De technische bijeenkomst, waarin het rapport wordt gepresenteerd, zal later worden gepland. U ontvangt hiervoor te zijner tijd per e-mail een uitnodiging. Over de raadsbehandeling van het raadsvoorstel wordt u via de griffie nader geïnformeerd. Met vriendelijke groet,

Drs. P.W.D. Venhoeven Voorzitter Rekenkamer Utrecht

Stadhuisbrug 1 Utrecht Postbus 16200, 3500CE Utrecht 030-286 13 91 | utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer

Voorstel aan de gemeenteraad

Rekenkamerrapport: Gas terugnemen Beleidsvelden Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Geheim

Energie(transitie) Ontwikkelorganisatie Ruimte Johan Snoei 30225679 Volgt Nee

De rekenkamer stelt de raad voor te besluiten om het college van burgemeester en wethouders het volgende te verzoeken: 1. Voorafgaand aan de start van het project een projectplan op te stellen met een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen voor een sluitende businesscase. 2. Bij de start van het project een krachtenveldanalyse uit te voeren en gezamenlijk een effectieve samenwerkingsvorm vast te stellen. 3. Tussentijds tijdig bij te sturen en/of te temporiseren als een project of de omstandigheden hierom vragen. 4. In structurele bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen te investeren. 5. A. Zich als gemeente te houden aan de spelregels van de Regeling Risicovolle Projecten. 6. De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

En de rekenkamer stelt de raad voor uit te spreken: 5. B. Scherper te zijn bij projecten met toenemende risico’s.

De rekenkamer,

de secretaris,

de voorzitter,

dr. G. Molenaar

drs. P.W.D. Venhoeven

Samenvatting De Rekenkamer Utrecht heeft op verzoek van de gemeenteraad onderzoek gedaan naar de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij. De resultaten hiervan zijn vastgelegd in het rapport Gas terugnemen.

Context Aanleiding In 2016 wordt besloten om van Overvecht-Noord uiterlijk in 2030 de eerste aardgasvrije wijk van Utrecht te maken. Vol gas en vol goede moed ging de gemeente samen met externe samenwerkingspartners aan de slag. Begin 2024 verliezen de samenwerkende partijen perspectief op een haalbaar project en een betaalbare aansluiting op een warmtenet voor de wijk. De samenwerking in project Overvecht-Noord aardgasvrij wordt dan ook (vroegtijdig) beëindigd en de wijk gaat (nog) niet van het aardgas af. Dit besluit leidt in de Utrechtse politiek tot schriftelijke vragen en een spoeddebat. In de raadsvergadering van 25 april 2024 heeft de gemeenteraad unaniem een motie aangenomen waarin de rekenkamer verzocht wordt diepgaand onderzoek te doen naar de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van de samenwerking in het project. Op 21 mei 2024 is de gemeenteraad met een brief geïnformeerd over het besluit van de rekenkamer om gehoor te geven aan het verzoek. Vervolgens is op 20 juni 2024 een gesprek gevoerd met de raadswerkgroep Energie over de hoofdlijnen van een voorstel voor dit onderzoek. De gemeenteraad is op 21 juni 2024 met een aanvullende reactiebrief over de uitkomsten van het overleg op de hoogte gesteld. Op 27 juni 2024 stemde de gemeenteraad hiermee in.

Juridische context De Rekenkamer Utrecht is een onafhankelijk bestuursorgaan van de gemeente Utrecht, met een grondslag in de gemeentewet (artikel 81 en 182-185). De rekenkamer heeft taken en bevoegdheden op een bij wet duidelijk afgebakend terrein. De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur (gemeentewet, artikel 182). Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat daarbij geen controle van de jaarrekening aangezien dat het werkterrein is van de accountant. De gemeenteraad heeft binnen de kaders van de wet voor Rekenkamer Utrecht het juridisch kader nader vastgelegd in de Verordening Rekenkamer Utrecht (Gemeenteblad nr. 473707, 7 november 2023). Beoogd effect Het doel van dit onderzoek is om – in overeenstemming met de motie – de gemeenteraad inzicht te geven in de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij. Daarbij keken wij specifiek naar de rol die de gemeente Utrecht hierbij heeft gehad. Dit beschouwden wij ook in relatie tot externe partijen, waaronder Eneco en de betrokken woningcorporaties.

De centrale vraag van het onderzoek was: Hoe is de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van ‘Overvecht-Noord aardgasvrij’ verlopen en welke rol heeft de gemeente hierbij gehad? Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad De gemeenteraad heeft tijdens de looptijd van het project een aantal besloten genomen die (in)direct invloed hebben gehad op het project. Met de Programmabegroting 2021 wordt besloten om € 3,75 miljoen aan het project toe te wijzen. Vervolgens wordt in 2021 met het vaststellen van de Transitievisie Warmte deel I de gemeente gemandateerd om de uitbreiding van het warmtenet in Overvecht-Noord met Eneco te verkennen. Kort daarna besluit de gemeenteraad om project Overvecht-Noord aardgasvrij onder te brengen bij de Regeling Risicovolle Projecten. En eind 2022 stelt de gemeenteraad het Crisis- en herstelwet bestemmingsplan kookgasvrij Overvecht vast waarmee de Crisis- en herstelwet kan worden ingezet om deelproject elektrisch koken te realiseren.

2

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Stel voorafgaand aan de start van het project een projectplan op met een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen voor een sluitende businesscase.

Argumenten 1.1

Het doel van project Overvecht-Noord aardgasvrij was om concrete resultaten te bereiken: het vinden en realiseren van alternatieven voor koken en voor warm water en verwarmen. Gaandeweg wordt het project een landelijke proeftuin, met landelijke leerdoelen. Binnen de gemeentelijke projectorganisatie heeft leren echter geen plaats gekregen met concrete leerdoelen.

1.2

De gemeente heeft voorafgaand aan de start van project Overvecht-Noord aardgasvrij te weinig cruciale informatie verzameld om een goed onderbouwde keuze voor Overvecht-Noord als eerste aardgasvrije wijk van Utrecht te maken. Elementen die de wijk daarom op eerste gezicht geschikt lijken voor deze keuze blijken in de uitvoering nadelen te zijn. Met een zorgvuldig onderzoek voorafgaand aan de wijkkeuze had de gemeente deze verrassingen vooraf beter in beeld kunnen brengen.

1.3

Een sluitende businesscase is essentieel voor het doen slagen van transitieprojecten. Bij project Overvecht-Noord aardgasvrij zijn de variabelen voor een sluitende businesscase niet van tevoren in beeld gebracht. Mede daardoor kwamen onoverkomelijk knelpunten in de onderhandelingen pas op tafel in de eindfase van het project. Als deze variabelen voorafgaand aan het project in beeld waren gebracht had eerder vastgesteld kunnen worden of er perspectief zou zijn op een sluitende businesscase.

Beslispunt 2

Voer bij de start van het project een krachtenveldanalyse uit en stel gezamenlijk een effectieve samenwerkingsvorm vast.

Argumenten 2.1

Aan de start van project Overvecht-Noord aardgasvrij zijn niet alle belangen, voorwaarden en uitgangspunten van de individuele samenwerkende organisaties met elkaar gedeeld.

2.2

Ook was de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden tussen de samenwerkende organisaties en personen lang onduidelijk.

2.3

Datzelfde gold voor de manier waarop de samenwerkende organisaties en personen zich in de organisatie- en overlegstructuur tot elkaar verhielden.

2.4

Mede daardoor konden de kritische grenzen voor het project niet worden vastgesteld.

2.5

Voor een effectieve samenwerking is in ieder geval nodig dat de gemeente als regievoerder de kritische grenzen van het opgestelde projectplan bewaakt, samenwerkende partijen motiveert en voor blijvende verbinding in het netwerk zorgdraagt.

3

Beslispunt 3

Stuur tijdig tussentijds bij en/of temporiseer als een project of de omstandigheden hierom vragen.

Argumenten 3.1

Tijdens de looptijd van project Overvecht-Noord aardgasvrij veranderden de omstandigheden meermaals. Bijvoorbeeld wanneer de wijk minder geschikt bleek te zijn om aardgasvrij te maken dan van tevoren was gedacht. Of wanneer essentiële wet- en regelgeving meermaals door het Rijk werd uitgesteld.

3.2

Desondanks koos de gemeente er steeds voor project Overvecht-Noord aardgasvrij in zijn oorspronkelijke omvang en met de oorspronkelijke randvoorwaarden door te zetten.

3.3

Veranderende omstandigheden vormden voor de gemeente ook geen reden om bij te sturen op de inhoudelijke doelstelling en planning van project Overvecht-Noord aardgasvrij.

3.4

Het is belangrijk om samen met de samenwerkende partijen op tussentijdse momenten gezamenlijk vast te stellen of nog aan de kritische grenzen van het project wordt voldaan.

3.5

Daarvoor moet een passende fasering met go/-no-go of temporiseermomenten worden bepaald.

3.6

Zo kan tussentijds beter worden bijgestuurd in bijvoorbeeld de omvang, planning of randvoorwaarden van een project.

Beslispunt 4

Investeer in structurele bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen.

Argumenten 4.1

Bij project Overvecht-Noord aardgasvrij was er binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende kennis van de (energie)transitie.

4.2

De gemeente was daardoor mede afhankelijk van ingehuurde expertise.

4.3

Ook omdat er veel personele wisselingen hebben plaatsgevonden tijdens project Overvecht-Noord aardgasvrij was er beperkt sprake van structurele kennisopbouw binnen de gemeentelijke organisatie.

4.4

Voor lange termijn transities is structurele kennis(opbouw) binnen de gemeentelijke organisatie een vereiste.

4.5

Een algemeen kennis- en vaardighedenniveau op alle aspecten van de (energie)transitie is essentieel om transitieprojecten te doen slagen. En ook om ingebrachte kennis en expertise van externen op waarde te kunnen beoordelen en in projecten toe te passen.

4.6

Ook zijn vernieuwende samenwerkingscompetenties vereist om transities in een projectmatige aanpak en samen met andere afdelingen binnen de gemeente en met de samenwerkingspartners vorm te geven.

4

4.7

Opgebouwde kennis en vaardigheden moeten geborgd worden in de gemeentelijke organisatie, zodat deze behouden blijft bij personele wisselingen of het aflopen van tijdelijke inhuurcontracten.

Beslispunt 5A

Houd je als gemeente aan de spelregels van de Regeling Risicovolle Projecten.

Argumenten 5A.1

Project Overvecht-Noord aardgasvrij is aan de Regeling Risicovolle Projecten toegevoegd.

5A.2

Tegen de spelregels in is op dat moment door de gemeente geen startdocument aangeleverd en vastgesteld. Ook in de jaren daarna is het startdocument niet met de gemeenteraad gedeeld.

5A.3

Daardoor kon de gemeenteraad minder goed de kritische grenzen van het project bewaken en verloop van risico’s monitoren.

5A.4

Het kunnen bewaken van de kritische grenzen en het monitoren van het verloop van risico’s voor de gemeenteraad essentieel is om tijdig bij te kunnen sturen.

Beslispunt 5B

Wees als gemeenteraad scherper bij projecten met toenemende risico’s.

Argumenten 5B.1

De gemeenteraad is bij project Overvecht-Noord aardgasvrij over het algemeen adequaat geïnformeerd over (de ontwikkelingen in) het project.

5B.2

De gemeenteraad heeft daarbij ook meermaals informatie ontvangen over toenemende risico’s.

5B.3

De gemeenteraad heeft deze informatie nooit geagendeerd of anderszins benut om op het project bij te sturen.

Beslispunt 6

De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.

Argumenten 6.1

Bij de formulering van de aanbevelingen heeft de rekenkamer ruimte gelaten aan het college om de aanbevelingen nader in te vullen.

6.2

In artikel 12 (lid 9) van de Verordening rekenkamer gemeente Utrecht 2023 is opgenomen dat het college binnen zes weken na besluitvorming over de aanbevelingen van de rekenkamer een plan van aanpak opstelt over de implementatie van de raadsbesluiten.

Kanttekeningen 6.1

Indien nuttig kan via een expliciet besluit van de gemeenteraad van de standaardtermijn van zes weken worden afgeweken.

5

6.2

In artikel 12 (lid 10) is opgenomen dat het college jaarlijks (bij de Jaarstukken) aan de raad rapporteert over de stand van zaken van de uitvoering van de raadsbesluiten die genomen zijn naar aanleiding van rekenkamerrapporten.

Financiën De financiële consequenties van dit voorstel zijn op dit moment onbekend. Deze zijn afhankelijk van de besluitvorming en de precieze opvolging van de beslispunten daarna.

Vervolg Met het voorliggend besluit wordt het college verzocht om de raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop de aanbevelingen worden uitgevoerd.

Participatie Binnen de gemeentelijke organisatie sprak de rekenkamer met huidig en voormalig medewerkers die binnen organisatieonderdeel Ruimte betrokken zijn (geweest) bij project Overvecht-Noord aardgasvrij. Daarnaast hebben we gesproken met vertegenwoordigers van de samenwerkingspartijen die bij het project betrokken zijn geweest: Eneco, Stedin, de woningcorporaties (Woonin, Portaal, Bo-Ex), bewonerscoöperatie Energie-U en externe adviseurs. Ook hebben wij experts gevraagd om op onze nota van bevindingen te reflecteren. Deze reflecties hebben we meegenomen in onze bestuurlijk weging en de formulering van onze conclusies en aanbevelingen.

Communicatie Rekenkamer Utrecht stuurt het rapport en de bijbehorende documenten in eerste instantie toe aan de gemeenteraad en het college van B&W. Vervolgens worden deze ook openbaar gemaakt op de website van de rekenkamer. Daarbij worden ook de respondenten, perscontacten en andere geïnteresseerden op de hoogte gesteld. In een technische bijeenkomst licht de rekenkamer de onderzoeksresultaten nader toe.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming: ▪ Rekenkamerrapport Gas terugnemen. Een kroniek van het verloop en de voorspelbare beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij. Bijlagen informatief: ▪ Persbericht. ▪ Publiekssamenvatting. ▪ Infographic.

6

GAS TERUGNEMEN EEN KRONIEK VAN HET VERLOOP EN DE VOORSPELBARE BEËINDIGING VAN HET PROJECT OVERVECHT-NOORD AARDGASVRIJ

GAS TERUGNEMEN EEN KRONIEK VAN HET VERLOOP EN DE VOORSPELBARE BEËINDIGING VAN HET PROJECT OVERVECHT-NOORD AARDGASVRIJ

29 april 2025 Eindrapport

REKENKAMER UTRECHT LEDEN ■ ■ ■

Paul Venhoeven (voorzitter) Sjoerd Keulen Nanda ‘t Lam

MEDEWERKERS ONDERZOEK ■ ■ ■

Johan Snoei Vince van Houten Fleur Bubbert

CONTACTGEGEVENS rekenkamer@utrecht.nl www.utrecht.nl/bestuur-en-organisatie/rekenkamer Postbus 16200, 3500 CE Utrecht

INHOUD

DEEL I BESTUURLIJK RAPPORT

8

Onderzoek: Uitvoering, planning, beëindiging Overvecht-Noord aardgasvrij������������������������ 8 Conclusie: Overvecht-Noord aardgasvrij een erg hoge ambitie en voorspelbare beëindiging� 10 Deelconclusie 1: Voorafgaand aan de start te weinig cruciale informatie voor de wijkkeuze������������������������������������������������������������������������������������������������� 11 Deelconclusie 2: Gebrek aan instrumenten om project tot uitvoering te brengen en te laten slagen����������������������������������������������������������������������������������������� 11 Deelconclusie 3: Lange tijd onvoldoende inzicht in uiteindelijk onoverkomelijke knelpunten in de samenwerking en de businesscase���������������������������������� 12 Deelconclusie 4: Geen bijsturing van het project in reactie op veranderende omstandigheden������������������������������������������������������������������������������������������� 12 Deelconclusie 5: Gemeenteraad adequaat geïnformeerd maar maakt onvoldoende gebruik van beschikbare informatie������������������������������������������������������������� 13 Aanbevelingen: Duidelijkheid vooraf, bekwaam uitvoeren en tijdig bijsturen���������������������� 14 Aanbeveling 1: Stel voorafgaand aan de start van het project een projectplan op met een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen voor een sluitende

businesscase������������������������������������� 14 Aanbeveling 2: Voer bij de start van het project een krachtenveldanalyse uit en stel gezamenlijk een effectieve samenwerkingsvorm vast��������������������������������� 14 Aanbeveling 3: Stuur tijdig tussentijds bij en/of temporiseer als een project of de omstandigheden hierom vragen������������������������������������������������������������������� 14 Aanbeveling 4: Investeer in structurele bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen���������������������������������� 15 Aanbeveling 5A: Houd je als gemeente aan de spelregels van de regeling risicovolle projecten�������������������������������������������������������������������������������������� 15 Aanbeveling 5B: Wees als gemeenteraad scherper bij projecten met toenemende risico’s��� 15

Bestuurlijke reactie college van B&W��������������������������������������������������������������������������������������� 16 Nawoord rekenkamer������������������������������������������������������������������������������������������������������������������ 24

4

DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN

26

1 Inleiding: Aanleiding, afbakening en leeswijzer������������������������������������������������������������������ 28 2 Projectomgeving: Voortdurende onzekerheden en onduidelijkheden������������������������������ 33 2.1 De wijk: Keuze voor Overvecht-Noord lijkt logisch, maar gaandeweg blijkt deze wijk toch geen ‘laaghangend fruit’���������������������������������������������������������������������������� 33 2.2 Samenwerking: Overlegstructuur wijzigt meermaals vanwege behoefte aan meer inhoud en betere samenwerking���������������������������������������������������������������������� 37 2.3 Wet- en regelgeving: Tijdige kaders blijven uit, ondanks toezeggingen van het Rijk������� 40 3 Projectorganisatie: Zoekende naar een passende aanpak������������������������������������������������ 48 3.1 Uitvoering: Grotendeels in overeenstemming met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, besluiten goed gemotiveerd��������������������������������������������������������� 49 3.2 Rolinvulling: Gemeente worstelt gedurende het project met invullen regierol, kennis en kunde laten te wensen over��������������������������������������������������������������� 51 3.3 Middelen en instrumenten: Duidelijk inzicht in bestede middelen, passende wettelijke instrumenten ontbreken�������������������������������������������������������������������� 54 3.4 Informatievoorziening: Gemeenteraad

vaak, volledig en realistisch over het project geïnformeerd, veel informatie wordt door de raad niet benut������������������������� 58 3.5 Planning: Voortdurend onder druk en bijgesteld door interne en externe veranderingen� 62 3.6 Businesscase: Voor de gemeente onnavolgbaar en bron van wantrouwen, en niet sluitend te krijgen�������������������������������������������������������������������������������������������������� 63 3.7 Tijdlijn met belangrijkste momenten���������������������������������������������������������������������������������� 68 4 Verkennende fase: 2015 – 2019��������������������������������������������������������������������������������������������� 71 4.1 2015 – november 2016: Beginfase met het Energieplan en Energieagenda’s gericht op stadsbrede energietransitie������������������������������������������������������������������������������ 74 4.2 November 2016 – november 2017: Aan de slag met Overvecht-Noord, eerste projectgroep ingericht en projectplan opgesteld, voor het eerst de wijk in����������������������� 76 4.3 December 2017 – december 2018: Opmaat nieuwe structuur en specifiekere afspraken, afzonderlijke studies roepen veel vragen op, Transitieplan 1.0 niet vastgesteld, PAW-subsidie toegekend����������������������������������������������������������������������� 81 4.4 December 2018 – november 2019: Nieuwe programmanager, evaluaties

regietafel en programmateam, Transitieplan vastgesteld, Eneco uit Regietafel��������������� 89 5 Voorbereidingsfase: 2020 – 2023���������������������������������������������������������������������������������������� 100 5.1 November 2019 – juli 2020: Verdere focus op organisatie Overvecht-Noord, start deelproject elektrisch koken����������������������������������������������������������������������������������� 102 5.2 Juli 2020 – november 2020: Warmtenet blijkt beste alternatief, kostenneutraal overstappen wordt uitgangspunt������������������������������������������������������������������������������������� 107 5.3 November 2020 – april 2021: Onrendabele top bij aanleggen warmtenet, Deelproject elektrisch koken verloopt door knelpunten stroef ��������������������������������������� 112 5.4 April 2021 – september 2021: Stedin start met vervangen gasleidingen, gemeenteraad draagt college op om uitbreiding warmtenet met Eneco te verkennen��� 117 5.5 September 2021 – april 2022: Gemeente bereidt onderhandelingen met Eneco voor, wijkuitvoeringsplan herhaaldelijk uitgesteld����������������������������������������������������������� 122 5.6 April 2022 – februari 2023: Weinig voortgang, project elektrisch koken maakt 320 woningen aardgasvrij����������������������������������������������������������������������������������������������� 127

5

6 Onderhandelingsfase: 2023 – maart 2024�������������������������������������������������������������������������� 137 6.1 Februari 2023 – juni 2023: Marktconsultatie uitgevoerd, gemeente, Eneco en woningcorporaties sluiten intentieovereenkomst, Eneco vraagt Wis aan������������������ 140 6.2 Juni 2023 – augustus 2023: Eerste pogingen om businesscase sluitend te krijgen vallen tegen, houding tegenover bewonersinitiatieven verandert����������������������� 146 6.3 Augustus 2023 – oktober 2023: Aanscherpingen in businesscase mogelijk volgens second opinion, maar ook nieuwe besparingen vallen tegen ��������������������������� 150 6.4 Oktober 2023 – januari 2024: WIS-aanvraag gehonoreerd, sluitende businesscase is binnen de gestelde randvoorwaarden niet haalbaar ��������������������������� 154 6.5 Januari 2024 – maart 2024: Gemeenteraad stemt voorstel bewonersinitiatieven weg, scope project wordt verkleind en steeds meer knelpunten in de businesscase ���� 161 7 Vroegtijdige beëindiging samenwerking: maart 2024 – april 2024 ��������������������������������� 169 7.1 Maart 2024: Gezamenlijk besluit gemeente en Eneco om samenwerking te beëindigen������������������������������������������������������������������������������������������������������������������ 172 7.2 April 2024: Communicatie naar buiten verloopt niet volgens afspraken������������������������� 175 7.3 Achteraf:

Onenigheid over oorzaken voor en communicatie over beëindigde samenwerking blijft, ook deel van de risico’s blijft onduidelijk ���������������������������������������� 178 BIJLAGE 1 Beoordeling normen������������������������������������������������������������������������������������������������� 182 BIJLAGE 2 Lijst met afkortingen������������������������������������������������������������������������������������������������� 188 BIJLAGE 3 Onderzoeksverantwoording ������������������������������������������������������������������������������������� 189 BIJLAGE 4 Reactie externe experts�������������������������������������������������������������������������������������������� 203

6

I

Deel I

Bestuurlijk rapport

Deel I – Bestuurlijk rapport

I DEEL I BESTUURLIJK RAPPORT

ONDERZOEK: UITVOERING, PLANNING, BEËINDIGING OVERVECHT-NOORD AARDGASVRIJ Aanleiding In 2016 wordt besloten om van Overvecht-Noord uiterlijk in 2030 de eerste aardgasvrije wijk van Utrecht te maken. Vol gas en vol goede moed ging de gemeente samen met externe samenwerkingspartners aan de slag. Begin 2024 verliezen de samenwerkende partijen perspectief op een haalbaar project en een betaalbare aansluiting op een warmtenet voor de wijk. Project Overvecht-Noord aardgasvrij wordt dan ook (vroegtijdig) beëindigd en de wijk gaat (nog) niet van het aardgas af. Dit besluit leidt in de Utrechtse politiek tot schriftelijke vragen en een spoeddebat. In de raadsvergadering van 25 april 2024 neemt de gemeenteraad unaniem een motie aan waarin de rekenkamer wordt verzocht diepgaand onderzoek te doen naar de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging 1 van het project. Het voorliggend rapport presenteert de uitkomsten hiervan. Ieders hoop moet zijn dat dit niet het einde van de verduurzaming van de wijk zal zijn, maar dat alleen tijdelijk sprake zal zijn van gas terugnemen. We hopen dat onze aanbevelingen daaraan zullen bijdragen. Doel en centrale vraag Het doel van dit onderzoek is om – in overeenstemming met de motie – de gemeenteraad inzicht te geven in de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van het project OvervechtNoord aardgasvrij.

Daarbij kijken wij specifiek naar de rol die de gemeente Utrecht hierbij heeft gehad. Dit beschouwen wij ook in relatie tot externe partijen, waaronder Eneco en de betrokken woningcorporaties. De centrale vraag van het onderzoek is: Hoe is de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van ‘Overvecht-Noord aardgasvrij’ verlopen en welke rol heeft de gemeente hierbij gehad?

Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd in de periode juli 2024 tot en met maart 2025. We voerden een uitgebreide documentstudie uit aan de hand van interne en openbare documenten over het project. Daarnaast hebben wij interviews gehouden met (huidige en vroegere) betrokkenen in de gemeentelijke organisatie en met externe partijen waarmee door de gemeente is samengewerkt.

1

8

Wanneer in dit rapport wordt gesproken van de ‘beëindiging’ van project Overvecht-Noord aardgasvrij, dan betreft dit de vroegtijdige beëindiging van de samenwerking tussen de gemeente en haar samenwerkingspartners in dit project op 4 april 2024. De gemeente werkt op moment van schrijven van dit rapport aan een nieuwe aanpak voor Overvecht-Noord.

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I Aan externe deskundigen is gevraagd om te reflecteren op de bevindingen van ons onderzoek. Hun reacties zijn onverkort opgenomen in bijlage 4 bij dit rapport. Onze bevindingen hebben we vastgelegd per thema en in verschillende tijdlijnen om het verloop van het project in verschillende fasen te reconstrueren. Wij bedanken alle betrokkenen hartelijk voor hun bijdrage aan ons onderzoek. Een uitgebreidere toelichting op de gehanteerde onderzoeksmethode is opgenomen in bijlage 3.

RAPPORT ‘GAS TERUGNEMEN’

Project ‘Overvecht-Noord aardgasvrij’ had een erg hoge ambitie en een voorspelbare beëindiging Deze hoofdconclusie is gebaseerd op vijf deelconclusies: Deelconclusie 1 De gemeente verzamelde voorafgaand aan het project te weinig informatie voor de wijkkeuze.

Deelconclusie 2 De gemeente had te weinig instrumenten om het project te laten slagen.

€ Deelconclusie 3 Er was lange tijd onvoldoende inzicht in onoverkomelijke knelpunten in de businesscase.

Deelconclusie 4 Bij veranderende omstandigheden werd niet bijgestuurd op het project.

Deelconclusie 5 Gemeenteraad adequaat geïnformeerd, maar stuurt onvoldoende bij.

Aanbevelingen om soortgelijke projecten in de toekomst beter te laten verlopen: tijdig tussentijds bij en/of je als gemeente aan de vooraf een projectplan op met 1 Stel 3 Stuur 5 A Hou temporiseer als een project of de spelregels van de Regeling een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen voor een sluitende businesscase. bij de start een 2 Voer krachtenveldanalyse uit en stel samen een effectieve samenwerkingsvorm vast.

9

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

omstandigheden hierom vragen.

in structurele 4 Investeer bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeente en met externe partijen.

Risicovolle Projecten. B Wees als gemeenteraad scherper bij projecten met toenemende risico’s.

Deel I – Bestuurlijk rapport

I CONCLUSIE: OVERVECHT-NOORD AARDGASVRIJ EEN ERG HOGE AMBITIE EN VOORSPELBARE BEËINDIGING Op basis van de bevindingen komen we tot de volgende hoofdconclusie:

De gemeente Utrecht stelt zichzelf in 2016 met het project Overvecht-Noord aardgasvrij een erg hoge ambitie door Overvecht-Noord als eerste wijk van Utrecht in één keer aardgasvrij te willen maken. De Rekenkamer Utrecht realiseert zich dat het project één van de landelijke proeftuinen was. De gemeente kiest ervoor om met het project te ‘pionieren’ en gaandeweg te leren binnen deze landelijke context. Binnen de gemeentelijke projectorganisatie krijgt leren echter geen plaats met concrete leerdoelen. De focus ligt bij de gemeente vanaf de start op concrete resultaten: het vinden en realiseren van alternatieven voor koken en voor warm water en verwarmen. Gedurende het gehele project blijft de focus liggen op het behalen van concrete resultaten om zo de hele wijk aardgasvrij te maken. Het ontbreekt de gemeente daarvoor echter aan voldoende geld, kennis, instrumenten en doorzettingsmacht om dit project in goede banen te leiden en tot een succesvol resultaat – een aardgasvrije wijk Overvecht-Noord in 2030 – te komen. Het project is onvoldoende projectmatig aangepakt waardoor te lange tijd te veel onduidelijkheden bleven bestaan. Passende momenten zijn niet aangegrepen om de projectsturing of de doelstelling aan te passen of om gas terug te nemen.

Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de wijk toch minder geschikt is om volledig aardgasvrij te maken dan van tevoren was gedacht of wanneer nieuwe wet- en regelgeving meermaals wordt uitgesteld. En ook niet wanneer blijkt dat de aardgasleidingen in de wijk al eerder vervangen moeten worden dan waar oorspronkelijk van was uitgegaan. Wat resulteert is een project dat voortkabbelt, waarin geen harde besluiten worden genomen en waarin uitgangspunten en voorwaarden van betrokken partijen te lang onduidelijk zijn. Ook de individuele belangen van de betrokken partijen worden niet expliciet besproken. Onoverkomelijke knelpunten komen daardoor pas zeer laat ter sprake, in de loop van 2023 tijdens de besprekingen over de businesscase van de uitbreiding van het warmtenet. Die knelpunten hadden al veel eerder bekend kunnen zijn en ze waren voor een deel ook al eerder duidelijk. Het onderlinge vertrouwen tussen betrokken partijen neemt gedurende het project steeds verder af. Dit komt door discussies over de mate van transparantie tijdens de onderhandelingen, door de ongunstige uitkomsten van verschillende versies van de businesscase en de volatiliteit daarvan. Gegeven alle onzekerheden, de zwakke positie van de gemeente en het groeiende wantrouwen was de beëindiging van de samenwerking in het project voorspelbaar.

Ook de gemeenteraad heeft ontvangen signalen over de toenemende projectrisico’s niet benut om bij te sturen, terwijl de raad wel adequaat over het project is geïnformeerd.

10

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I Deze hoofdconclusie baseren we op de volgende vijf deelconclusies:

DEELCONCLUSIE 1: VOORAFGAAND AAN DE START TE WEINIG CRUCIALE INFORMATIE VOOR DE WIJKKEUZE De gemeente Utrecht verzamelt voorafgaand aan de start van het project te weinig cruciale informatie om een goed onderbouwde keuze voor Overvecht-Noord als eerste aardgasvrije wijk van Utrecht te kunnen maken. De keuze is op dat moment (2016/2017) gebaseerd op: ■ het willen voorkomen van de vervanging van aardgasleidingen in de wijk (uiterlijk in 2030); ■ het feit dat een groot deel van de woningen in het bezit is van woningcorporaties; ■ de aanwezigheid van een al bestaand warmtenet in de wijk; ■ en het positieve maatschappelijk effect van het project dat deze wijk goed kan gebruiken. De aanname dat deze kenmerken de wijk goed geschikt maken om volledig van het gas af te halen, blijkt in de loop van het project onjuist te zijn. Met een zorgvuldig onderzoek voorafgaand aan de wijkkeuze had de gemeente deze verrassingen vooraf beter in beeld kunnen brengen.

DEELCONCLUSIE 2: GEBREK AAN INSTRUMENTEN OM PROJECT TOT UITVOERING TE BRENGEN EN TE LATEN SLAGEN Vanaf de start van het project had de gemeente niet het benodigde geld, onvoldoende kennis en niet de juiste instrumenten tot haar beschikking om het project tot uitvoering en een succesvol resultaat te brengen. Gedurende het project werd gewacht op en gezocht naar aanvullende gelden en duidelijkheid over de noodzakelijke instrumenten (met name landelijke wet- en regelgeving). De gemeente haalt samen met de samenwerkingspartners landelijke subsidies binnen van het Programma Aardgasvrije Wijken (PAW) en van de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). En de gemeenteraad stelt Coronagelden voor het project beschikbaar. De gemeente gaat gedurende het project zorgvuldig met de beschikbare financiële middelen om. Deze blijken echter bij lange na niet genoeg om de onrendabele top van het project te kunnen dekken en worden daarom – terecht – in reserve gehouden. De kennis die nodig is om het project uit te voeren en te laten slagen moet werkende weg worden opgebouwd en ingehuurd. Kennis van de verschillende warmteoplossingen (technieken) en van de businesscase wordt ingebracht door externe adviseurs. De benodigde interne samenwerking tussen de verschillende organisatieonderdelen blijkt uitdagend.

En er is, mede vanwege de lange doorlooptijd van het project en de vastgestelde maximale duur van 3 jaar bij inhuurcontracten, regelmatig sprake van verloop en wijzigingen in de personele bezetting. Dit raakt ook de sleutelposities van de programmamanager, projectmanager en de omgevingsmanager. De inzet richt zich lange tijd op communicatie en participatie, waarvoor de gemeente de kennis en vaardigheden wel in huis heeft, maar de door de wijk gewenste duidelijkheid over wanneer en hoe men van het aardgas af zou gaan kon niet worden gegeven. De gemeente Utrecht wil wel al direct vanaf het begin de regie voeren over het project. En zij krijgt in 2019 deze rol ook toebedeeld vanuit het Klimaatakkoord. Het wordt echter niet duidelijk wat ‘regie’ precies inhoudt en de gemeente blijft daarmee jarenlang zoekende naar de ‘juiste’ manier om hier invulling aan te geven.

11

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I Wettelijke instrumenten die de gemeente doorzettingsmacht kunnen geven blijven uit. Zo moet de Wet collectieve warmte (Wcw) ervoor zorgen dat gemeenten een bepaald gebied kunnen toewijzen aan een warmtebedrijf. En de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) moet gemeenten een aanwijsbevoegdheid geven om gebieden aan te kunnen wijzen voor de overgang naar een alternatief voor aardgas en de termijn waarop dat gaat gebeuren. Beide wetten zijn gedurende het project echter meermaals uitgesteld en zijn uiteindelijk niet in werking getreden vóór de vroegtijdige beëindiging van dit project.

DEELCONCLUSIE 3: LANGE TIJD ONVOLDOENDE INZICHT IN UITEINDELIJK ONOVERKOMELIJKE KNELPUNTEN IN DE SAMENWERKING EN DE BUSINESSCASE De onderling uiteenlopende uitgangspunten, voorwaarden en belangen van de gemeente en de samenwerkingspartijen worden niet direct bij de start van het project in kaart gebracht en besproken. De gemeente en samenwerkingspartners stellen vast dat ze aan de slag moeten, dat niemand weet hoe, maar dat ze “het gaan uitvinden” door samen aan de slag te gaan. ‘Haalbaar’ en ‘betaalbaar’ worden belangrijke begrippen, echter zonder deze helder te definiëren. Pas in 2023 wordt een intentieovereenkomst tussen de samenwerkingspartners getekend, met daarin een eerste schets van de voorwaarden die in een uiteindelijke Gebiedsovereenkomst moeten komen te staan. Daarnaast blijkt al snel dat beschikbare data over de wijk niet kloppen (bijvoorbeeld over de hoeveelheid gasaansluitingen), omdat de verschillende bronnen niet met elkaar overeenkomen. Er ontstaat ook in toenemende mate – met name in de onderhandelingsfase – discussie over de mate van transparantie naar buiten toe en over de businesscase van Eneco. De tegenstrijdige belangen die naar boven komen, waren ook al aan de oppervlakte gekomen toen gesproken werd over de lobby naar de Rijksoverheid om de transitie mogelijk te maken.

Alleen de gemeente en Eneco willen op de lobby inzetten, maar beiden vanuit een ander perspectief en belang. Zo denken zij verschillend over het al dan niet in meerderheid in publiek eigendom brengen van het warmtenet. Er bestaat hiermee lange tijd onduidelijkheid over elkaars uiteenlopende positie, ambities, financiën en knelpunten.

DEELCONCLUSIE 4: GEEN BIJSTURING VAN HET PROJECT IN REACTIE OP VERANDERENDE OMSTANDIGHEDEN Alhoewel de omstandigheden veranderen kiest de gemeente Utrecht er steeds voor het project in zijn oorspronkelijke omvang en met de oorspronkelijke randvoorwaarden door te zetten. De overstap moet voor alle bewoners van de wijk haalbaar en betaalbaar zijn. Het begrip ‘betaalbaar’ wordt landelijk niet duidelijk gedefinieerd, waarna de gemeente – na lange tijd afwachten – zelf kiest voor ‘woonlastenneutraal’. Dat betekent dat de alternatieve warmteoplossing gebouweigenaren en bewoners niet méér mag gaan kosten dan een aardgasaansluiting. De wijkbrede scope en de gekozen definitie van betaalbaarheid maken de haalbaarheid van het project nog complexer dan het al was. Overvecht-Noord blijkt bovendien qua karakteristieken een complexere wijk om aardgasvrij te maken dan eerder was verondersteld. De bebouwing van de wijk blijkt gevarieerder dan gedacht, met wooneenheden (zoals woonboten) en bedrijfspanden die complexer zijn om aardgasvrij te maken. En het reeds bestaande warmtenet in de wijk blijkt juist een nadeel te zijn, omdat de meest rendabele woningen in de wijk daar eerder al op zijn aangesloten. De woningcorporaties streven andere doelen en planningen na dan de gemeente Utrecht en dragen financieel en 12

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I coöperatief minder bij dan de gemeente had verwacht. En vanwege incidenten elders moeten brosse aardgasleidingen in de wijk eerder worden vervangen. Hiermee verdwijnt een belangrijke rationale voor het project en wordt het project maatschappelijk bezien duurder. Vertraging vanuit het Rijk in het opstellen en behandelen van wet- en regelgeving zorgt voor voortdurende onduidelijkheid van de juridische context. Doordat het project te traag verloopt kunnen cruciale, kostprijsverlagende momenten niet worden benut. Toch leiden deze veranderende omstandigheden er niet toe dat de gemeente bijstuurt op de inhoudelijke doelstelling en planning van het project. Er wordt vastgehouden aan een wijkbrede scope en woonlastenneutraliteit, en 2030 blijft het jaar waarin de hele wijk aardgasvrij moet zijn.

DEELCONCLUSIE 5: GEMEENTERAAD ADEQUAAT GEÏNFORMEERD MAAR MAAKT ONVOLDOENDE GEBRUIK VAN BESCHIKBARE INFORMATIE De gemeenteraad ontvangt veel informatie van het college over de ontwikkelingen binnen en rondom het project, maar maakt daar onvoldoende gebruik van. De raadsbrieven en de voortgangsrapportages vanuit de Regeling Risicovolle Projecten (RRP) geven ruim voldoende inzicht in de (negatieve) ontwikkeling van de risico’s. De gemeenteraad heeft deze rapportages nooit geagendeerd of anderzijds benut om op het project bij te sturen. Een belangrijke kanttekening die bij de RRP-rapportages moet worden gemaakt is dat de gemeente zich bij project Overvecht-Noord aardgasvrij niet volledig aan de spelregels van de RRP heeft gehouden. Er is namelijk bij aanvang van de regeling geen startdocument gemaakt. Er ontbreken daardoor vooraf vastgestelde kaders waaraan de voortgang op het project kan worden afgemeten, zoals de risico’s, financiën en planning van het project. Deze aspecten werden daardoor niet getoetst aan de ‘nulmeting’ die het startdocument normaliter biedt, maar er werd teruggegrepen op de veranderingen ten opzichte van de voorgaande voortgangsrapportage, eerder verzonden raadsbrieven en de Transitievisie Warmte. Hierdoor lopen zowel het college als de gemeenteraad het risico dat belangrijke momenten om bij te sturen en van te leren worden gemist.

13

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I AANBEVELINGEN: DUIDELIJKHEID VOORAF, BEKWAAM UITVOEREN EN TIJDIG BIJSTUREN Op basis van de hoofdconclusie en de vijf deelconclusies doen we vijf aanbevelingen.

AANBEVELING 1: STEL VOORAFGAAND AAN DE START VAN HET PROJECT EEN PROJECTPLAN OP MET EEN HELDER DOEL, EN EEN GEDEGEN ANALYSE VAN DE PROJECTOMGEVING EN DE VARIABELEN VOOR EEN SLUITENDE BUSINESSCASE Wees vooraf duidelijk over de uiteindelijke doelstelling(en) van het project. Stel voor de start van een project expliciet vast of dit zal worden uitgevoerd om lokaal te leren en verbeteren en / of om een concreet resultaat te bereiken. Richt de projectaanpak en de monitoring van de uitvoering daarop in. Analyseer daarnaast gedegen de karakteristieken van de wijk die bepalend zijn voor een succesvolle, wijkgerichte aanpak. De ervaring met Overvecht-Noord leert dat deze kennis gaandeweg opdoen vroeg of laat kan leiden tot een onhaalbaar project. Breng aan het begin van het project de variabelen in kaart waarvan de businesscase afhankelijk is. En stel daarmee als gemeente met de samenwerkende partijen de haalbaarheid en betaalbaarheid van het project vast. De uitkomst leidt tot een go / no-go-besluit om al dan niet daadwerkelijk met het project te starten.

AANBEVELING 2: VOER BIJ DE START VAN HET PROJECT EEN KRACHTENVELDANALYSE UIT EN STEL GEZAMENLIJK EEN EFFECTIEVE SAMENWERKINGSVORM VAST Deel bij de start van een project de belangen, voorwaarden en uitgangspunten van alle individuele samenwerkende partijen en bepaal hiermee kritische grenzen voor het project, voor de individuele partijen, en voor de samenwerking. Stel daarnaast duidelijk vast welke rollen, taken en verantwoordelijkheden de samenwerkende organisaties en personen hebben. En hoe zij zich in de organisatie- en overlegstructuur tot elkaar verhouden. Definieer als gemeente ook in bredere zin de manier waarop invulling wordt gegeven aan de regierol in de energietransitie. Voor een effectieve samenwerking is in ieder geval nodig dat de gemeente als regievoerder de kritische grenzen van het opgestelde projectplan bewaakt, samenwerkende partijen motiveert en voor blijvende verbinding in het netwerk zorgdraagt.

AANBEVELING 3: STUUR TIJDIG TUSSENTIJDS BIJ EN/OF TEMPORISEER ALS EEN PROJECT OF DE OMSTANDIGHEDEN HIEROM VRAGEN Benut de kritische grenzen voor het project en de samenwerking om op tussentijdse momenten gezamenlijk vast te stellen of hieraan nog wordt voldaan. Bepaal een passende fasering met go / no-go of temporiseer-momenten. Zo kan tussentijds beter worden bijgestuurd in bijvoorbeeld de omvang, planning of randvoorwaarden van het project.

14

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I AANBEVELING 4: INVESTEER IN STRUCTURELE BEKWAAMHEID EN SAMENWERKING BINNEN DE GEMEENTELIJKE ORGANISATIE EN MET EXTERNE PARTIJEN Voor langetermijntransities is structurele kennis(opbouw) binnen de gemeentelijke organisatie vereist. Een algemeen kennis- en vaardighedenniveau op alle aspecten van de (energie)transitie is essentieel voor een succesvolle aanpak, waarbij ingehuurde expertise een aanvulling vormt en niet een afhankelijkheid. De gemeente heeft kennis en vaardigheden nodig voor de uitvoering van projecten, en om ingebrachte kennis en expertise van externen op waarde te kunnen beoordelen en in projecten toe te passen. Gemeentelijke medewerkers moeten zich ontwikkelen van onbewust onbekwaam naar bewust (on)bekwaam. Ook zijn vernieuwende samenwerkingscompetenties vereist om transities in een projectmatige aanpak en samen met andere afdelingen binnen de gemeente en met de samenwerkingspartners vorm te geven. Transities vragen van medewerkers aanpassing in hun manier van werken, en in hun houding en gedrag. Er moet daarbij ook oog zijn voor veranderende belangen van de samenwerkende partijen na de transitie. Zorg ervoor dat de opgebouwde kennis en vaardigheden geborgd worden in de gemeentelijke organisatie, zodat deze behouden blijft bij personele wisselingen of het aflopen van tijdelijke inhuurcontracten.

AANBEVELING 5A: HOUD JE ALS GEMEENTE AAN DE SPELREGELS VAN DE REGELING RISICOVOLLE PROJECTEN Zorg er als gemeente voor dat aan de voorwaarden van de Regeling Risicovolle Projecten (RRP) wordt voldaan. In de geleverde voortgangsrapportages zijn alle aspecten uit de regeling steeds opgenomen en zijn ontwikkelingen duidelijk beschreven. Maar de raad moet ook – uiterlijk zes maanden na toewijzing van een project aan de RRP – kunnen beschikken over een startdocument om de kritische grenzen van het project te bewaken en het verloop van de risico’s goed te kunnen monitoren. Gebruik deze monitoring niet alleen om op reguliere momenten de gemeenteraad te informeren over de voortgang, maar ook tussentijds wanneer het project richting de kritische grenzen beweegt en / of risico’s toenemen. De RRP biedt de mogelijkheid voor het sturen van tussentijdse rapportages op momenten dat ontwikkelingen niet kunnen wachten tot een reguliere rapportage. Tussenrapportages kunnen een belangrijk signaal zijn voor de gemeenteraad om direct op te acteren.

AANBEVELING 5B: WEES ALS GEMEENTERAAD SCHERPER BIJ PROJECTEN MET TOENEMENDE RISICO’S Maak als gemeenteraad gebruik van de beschikbare informatie door bijvoorbeeld vragen te stellen (mondeling of schriftelijk) of een voortgangsrapportage of tussenrapportages te agenderen wanneer toenemende risico’s in het project zichtbaar worden.

15

Bestuurlijk rapport ‘Gas terugnemen’

Deel I – Bestuurlijk rapport

I BESTUURLIJKE REACTIE COLLEGE VAN B&W Op 26 maart ontvingen wij de versie voor bestuurlijk wederhoor van uw rapport ‘Gas terugnemen. Een kroniek van het verloop en de voorspelbare beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij’. Deze brief bevat onze bestuurlijke reactie op uw conclusies en aanbevelingen. De centrale vraag van het onderzoek luidt: ‘Hoe is de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van Overvecht-Noord aardgasvrij verlopen en welke rol heeft de gemeente Utrecht hierbij gehad?’ Het is goed om te zien dat de rekenkamer een diepgaande analyse op dit project heeft uitgevoerd die leidt tot uitgebreide conclusies en aanbevelingen. Wij hebben deze met interesse gelezen en willen daar de volgende reactie op geven. De reactie in het kader van het ambtelijk wederhoor is op zorgvuldige wijze in het eindrapport verwerkt.

AMBITIES VAN DE STAD VRAGEN OM PIONIEREN Het rapport van de Rekenkamer laat goed zien welke ontwikkeling vanaf 2016 tot april 2024 heeft plaatsgehad. Op grond van ambitieuze doelstellingen is begonnen zonder dat de weg naar het eindresultaat bekend was. Er zijn grote stappen gezet, en die waren niet gezet als destijds niet gekozen zou zijn voor een transitie-aanpak. Vele factoren, waar u in de conclusies en aanbevelingen op duidt, waren bij de start niet stabiel of wettelijk verankerd. Tegelijk was er voldoende basis om aan dit traject te beginnen. De landelijke richting werd steeds duidelijker en in Overvecht-Noord wilden we daarop inspelen. De hoge ambities van de gemeente Utrecht op het terrein van energie en duurzaamheid liggen al vast in de coalitieakkoorden uit 2018 en 2022. Daarin staan concrete doelen die, met steun van de meerderheid van de gemeenteraad, zijn vertaald in projecten zoals Overvecht-Noord. Reeds in 2018 bevat het akkoord de uitspraak dat in 2030 in ieder geval 40.000 bestaande woningen gasloos zouden zijn. En zelfs in het akkoord uit 2014 staan ambities vermeld over een schaalsprong van verduurzaming in de gebouwde omgeving en brede afspraken met woningcorporaties. Daarboven is in 2019 een motie aangenomen die het college opdraagt om namens de gemeente de klimaatcrisis uit te roepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8b4f7847-a09b-4f52-b5b4-fb828b8a5ab3