Agendabundel
Tekst van het document
Monitoren en bijsturen Na de invoering moeten de effecten nauwlettend worden gevolgd. We kijken of het systeem in de praktijk werkt zoals bedoeld en of er bijsturing nodig is. De impact van dit voorstel monitoren we via bestaande instrumenten, zoals de Minima Effect Rapportage. Daarnaast willen we natuurlijk zien of onze doelen van meer regie en meer eenvoud ook daadwerkelijk zo worden ervaren. We geven inwoners regie over hun uitgaven Via de inwonersenquête onderzoeken we welke mate van keuzevrijheid en regie Utrechters in armoede ervaren. We doen dit middels vragen als “ik kan zelf mijn leven inrichten zoals ik dat wil”. Om de antwoorden te kunnen vergelijken voeren we nog in 2026 een nulmeting uit. Daarnaast verwachten we een positief effect bij de al gehanteerde effectindicatoren uit de beleidsnota Financiële Bestaanszekerheid: -
Percentage inwoners met een minimuminkomen dat bereikt wordt door armoederegelingen Percentage Utrechters dat (zeer) slecht kan leven van het inkomen Percentage Utrechters dat (zeer) slecht kan rondkomen, kan toch meedoen Percentage Utrechtse huishoudens dat rond kan komen bij gebruik van alle regelingen voor alle gehanteerde inkomensgrenzen Het aandeel van het U-pasbudget van kinderen dat wordt uitgegeven aan meedoen stijgt
16
Onze regelingen vormen samen een eenvoudig geheel Een eenvoudiger geheel aan regelingen zou moeten leiden tot minder vragen en hulpverzoeken. Dit verwachten we te merken in het aantal vragen over armoederegelingen aan het klantcontactcentrum en in de ervaring van hulpverleners.
17
Bijlage 1: Overzicht besparingen Onderstaande tabel biedt een overzicht van de regeling en subsidies die we bundelen. Soort
Bedrag (x €1.000)
Ontvangers / toelichting
Sport & cultuur
€120
Sport Utrecht
Vrijwillige inzet voor elkaar
€375
Al Amal; St. Weekje weg;
Samen voor Overvecht
€200
Dit betreft een deel van het MO budget
Actieagenda
€300
Diverse regelingen/subsidies
Nota bestaanszekerheid
€450
Diverse regelingen/subsidies
Totaal
€1.445
18
Bijlage 2: Alternatieven die we hebben overwogen U-pas voor iedereen Het idee van een U-pas die door iedere Utrechter te koop is, zoals in Rotterdam, vinden we erg sympathiek. Het grootste voordeel is dat het de pas normaliseert: als iedereen hem kan hebben, is het niet langer direct een ‘armenpas’. Dit kan het stigma voor mensen met een laag inkomen aanzienlijk verminderen. Met dit voorstel zetten we al een belangrijke eerste stap in die richting. Door de inkomensgrens te verhogen naar 150%, maken we de pas toegankelijk voor een veel grotere en meer diverse groep. Dit draagt al bij aan het doorbreken van het stigma. De volledige stap naar een universele pas is echter een groot project op zich. Ons huidige voorstel is al zeer ambitieus. De invoering hiervan, met alle veranderingen die erbij komen kijken, zou onnodig vertragen als we ook de U-pas voor iedereen beschikbaar willen maken.
Sociaal partnerportaal Een centraal ‘sociaal loket’ waar inwoners voor alle regelingen terechtkunnen, lijkt een goede manier om het makkelijker te maken. Toch hebben we hier niet voor gekozen. Een loket vereenvoudigt weliswaar het aanvraagproces, maar het verandert niets aan de afhankelijkheid van ingewikkelde regels en organisaties. Ons doel is fundamenteler: we willen niet de voordeur simpeler maken, maar het hele huis verbouwen. Echte regie betekent zelf kunnen beslissen, niet makkelijker kunnen aanvragen.
AOW-gerechtigden volledig uitsluiten van de U-pas De vraag wordt soms gesteld of de U-pas nog nodig is voor AOW’ers, omdat deze groep op papier financieel stabieler is dan bijvoorbeeld werkenden met een minimuminkomen. Ook maken zij minder gebruik van de U-pas. Voor ons is het antwoord duidelijk: ja, de pas blijft voor hen beschikbaar. Ten eerste zou het uitsluiten van een hele groep een breuk zijn met het solidaire karakter van de pas. Ten tweede verwachten we dat het gebruik zal stijgen met de uitbreiding van de bestedingsmogelijkheden, zodat deze meer aansluiten op de behoefte. Ten derde is de U-pas voor veel ouderen een middel om mee te doen in de samenleving en eenzaamheid tegen te gaan. Daarom was het volledig uitsluiten van AOW’ers voor ons geen serieuze optie.
Alles via de Individuele inkomenstoeslag De optie die het meest het ‘Gewoon geld geven’ ideaal van Volt benadert, is om de bedragen voor de Individuele Inkomenstoeslag (IIT) te verhogen. Er zijn geen voorwaarden verbonden aan de besteding en de toekenning verloopt grotendeels automatisch, waardoor de uitvoeringskosten gering zijn. Toch hebben we hier niet voor gekozen. De belangrijkste reden is dat de IIT niet direct kan worden toegekend, maar een wachttijd heeft, omdat er sprake moet zijn van langere tijd in armoede leven. Daarnaast is de doelgroep kleiner: onder meer kinderen en AOW’ers hebben er geen recht op.
19
Besluit tot wijziging van Subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht -
Gelezen het initiatiefvoorstel van raadslid Linda Bode van 14 november 2025;
-
Gelet op de subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht;
Overwegende dat de subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht moet worden gewijzigd met het aanbod van de U-pas, doelgroep en tegoed U-pas volwassenen en kinderen;
Besluit de subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I A. Artikel 4 komt te luiden: Recht op een U-pas hebben: a.
inwoners van 18 jaar of ouder met een inkomen van maximaal 150% van de bijstandsnorm. Bij het toetsen van het inkomen wordt in voorkomend geval uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden;
b. inwoners van 18 jaar of ouder met een gemeentelijke uitkering; c.
inwoners die een AOW-uitkering ontvangen en daardoor een inkomen hebben dat maximaal 125% van de bijstandsnorm is. Bij het toetsen van het inkomen wordt in voorkomend geval uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden;
d. inwoners van 18 jaar of ouder die toegelaten zijn tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen of een minnelijke schuldregeling en daardoor een besteedbaar inkomen hebben dat maximaal 150% van de bijstandsnorm is. Bij het toetsen van het inkomen wordt in voorkomend geval uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden; e.
inwoners van 18 jaar of ouder die door aantoonbare structurele kosten toch een besteedbaar inkomen hebben dat maximaal 150% van de bijstandsnorm is. De aanvragen van deze inwoners worden via maatwerk verstrekt. Bij het toetsen van het inkomen wordt in voorkomend geval uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden; en
f.
kinderen van inwoners als bedoeld in de onderdelen a tot en met e, die jonger zijn dan 18 jaar.
B.
Artikel 5 komt te luiden:
Van het recht op een U-pas is uitgesloten, de inwoner die: a.
geen geldig verblijfsrecht heeft volgens artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, met uitzondering van de vreemdeling die met instemming van de Nederlandse overheid verblijft in een instelling bedoeld voor de opvang van asielzoekers;
b. onbetaald verlof geniet als bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de Werkloosheidswet, of die gehuwd is met iemand die onbetaald verlof geniet, voor zover het gebrek aan inkomen daarvan het gevolg is; c.
rechtens van zijn vrijheid is beroofd, anders dan op grond van bepalingen in de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten;
d. voltijd onderwijs volgt dat door de Rijksoverheid is gefinancierd en aanspraak kan maken op studiefinanciering op grond van de Wet Studiefinanciering 2000, tenzij de inwoner een of meer kinderen heeft waar hij of zij voor zorgt en beschikt over een gezinsinkomen dat, inclusief de toelage op grond van de Wet Studiefinanciering, niet meer bedraagt dan 150% van de bijstandsnorm; e.
een internationale student is die in verband met studie hier tijdelijk verblijft, behalve als de student een of meer kinderen heeft waar hij of zij voor zorgt en het gezinsinkomen niet meer bedraagt dan 150% van de bijstandsnorm.
C. Artikel 11 komt te luiden: De U-pas is bedoeld voor sportieve, culturele, educatieve, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten en goederen. Het gaat om: a.
Een eenmalige of regelmatige activiteit;
b. Het lidmaatschap van een organisatie; c.
Zwemlessen;
d. Gebruiksgoederen, waaronder fiets, laptop, witgoed, kleding en visuele hulpmiddelen, die volgens het college de maatschappelijke participatie bevorderen; en e.
Mobiliteitsbewegingen.
D. Artikel 12 komt te luiden: Het tegoed op de U-pas voor volwassenen is vastgesteld op de volgende bedragen: a.
18 jaar tot de AOW gerechtigde leeftijd, met een huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: € 500,-.
b. 18 jaar tot de AOW gerechtigde leeftijd, met een huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: €125,-.
c.
Vanaf de AOW gerechtigde leeftijd, met een huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: € 150,-.
E.
Artikel 13 komt te luiden: Het tegoed op de U-pas voor kinderen jonger dan 18 jaar is vastgesteld op de volgende bedragen: a.
0 tot en met 3 jaar, met een huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: € 300,-.
b.
0 tot en met 3 jaar, met een huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: € 75,-.
c.
4 tot en met 11 jaar, met een huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: € 600,-.
d.
4 tot en met 11 jaar, met een huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: € 150,-.
e.
12 tot en met 17 jaar, met een huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: € 800,-.
f.
12 tot en met 17 jaar, met een huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: € 200,-.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2027.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
De burgemeester Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Miguel Israel
Bijlage: Was-wordt tabel Overzicht van de wijzigingen in de Subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht 1. Artikel 4: Recht op een U-pas (Doelgroep) •
•
Was (tot 1 juli 2027): o
Inwoners van 18 jaar of ouder met een inkomen van maximaal 125% van de bijstandsnorm.
o
Inwoners in schuldsanering of minnelijke schuldregeling met een besteedbaar inkomen van maximaal 125% van de bijstandsnorm.
o
Inwoners met aantoonbare structurele kosten met een besteedbaar inkomen van maximaal 125% van de bijstandsnorm.
o
Bij het toetsen van het inkomen wordt uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden.
o
Kinderen jonger dan 18 jaar van bovengenoemde inwoners.
Wordt (vanaf 1 juli 2028): o
Inwoners van 18 jaar of ouder met een inkomen van maximaal 150% van de bijstandsnorm.
o
Inwoners in schuldsanering of minnelijke schuldregeling met een besteedbaar inkomen van maximaal 150% van de bijstandsnorm.
o
Inwoners met aantoonbare structurele kosten met een besteedbaar inkomen van maximaal 150% van de bijstandsnorm.
o
Bij het toetsen van het inkomen wordt in voorkomend geval uitgegaan van het inkomen van het gezamenlijke huishouden.
o
Kinderen jonger dan 18 jaar van bovengenoemde inwoners.
2. Artikel 5: Uitsluitingsgronden •
Was (tot 1 juli 2027): o
Voltijdstudenten met studiefinanciering zijn uitgesloten, tenzij zij één of meer kinderen verzorgen en een gezinsinkomen hebben dat, inclusief studietoelage, niet meer bedraagt dan 125% van de bijstandsnorm.
o
Internationale studenten zijn uitgesloten, behalve als zij één of meer kinderen verzorgen en het gezinsinkomen niet meer bedraagt dan 125% van de bijstandsnorm.
o
•
Overige uitsluitingsgronden (geen geldig verblijfsrecht, onbetaald verlof, rechtens van vrijheid beroofd) blijven ongewijzigd.
Wordt (vanaf 1 juli 2027): o
Voltijdstudenten met studiefinanciering zijn uitgesloten, tenzij zij één of meer kinderen verzorgen en een gezinsinkomen hebben dat, inclusief studietoelage, niet meer bedraagt dan 150% van de bijstandsnorm.
o
Internationale studenten zijn uitgesloten, behalve als zij één of meer kinderen verzorgen en het gezinsinkomen niet meer bedraagt dan 150% van de bijstandsnorm.
o
Overige uitsluitingsgronden blijven ongewijzigd.
3. Artikel 11: Het aanbod van de U-pas •
Was (tot 1 juli 2027):
De U-pas is bedoeld voor sportieve, culturele, educatieve, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten en goederen. Het gaat om: a. Een eenmalige of regelmatige activiteit; b. Het lidmaatschap van een organisatie; c.
Zwemlessen;
d. Gebruiksgoederen, die volgens het college de maatschappelijke participatie bevorderen; en e. Mobiliteitsbewegingen. •
Wordt (vanaf 1 juli 2027):
De U-pas is bedoeld voor sportieve, culturele, educatieve, recreatieve en andere maatschappelijke activiteiten en goederen. Het gaat om: a. Een eenmalige of regelmatige activiteit; b. Het lidmaatschap van een organisatie; c.
Zwemlessen;
d. Gebruiksgoederen, waaronder fiets, laptop, witgoed, kleding en visuele hulpmiddelen, die volgens het college de maatschappelijke participatie bevorderen; en e. Mobiliteitsbewegingen. 4. Artikel 12: Tegoed U-pas volwassenen •
Was (tot 1 juli 2028): o
•
Het tegoed op de U-pas voor volwassenen van 18 jaar of ouder is vastgesteld op €150,- per U-pasjaar. Maximaal €105,- hiervan mag worden besteed aan mobiliteitsbewegingen.
Wordt (vanaf 1 juli 2028): o
Het tegoed wordt gedifferentieerd op basis van leeftijd en huishoudinkomen. Maximaal €105,- hiervan mag worden besteed aan mobiliteitsbewegingen:
▪
18 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd, huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: €500,- .
▪
18 jaar tot AOW-gerechtigde leeftijd, huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: €125,- .
▪
Vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd, huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: €150,- .
5. Artikel 13: Tegoed U-pas kinderen •
Was (tot 1 juli 2027): o
•
Het tegoed op de U-pas voor kinderen jonger dan 18 jaar is vastgesteld op basis van leeftijd: ▪
0 tot en met 3 jaar: €170,- .
▪
4 tot en met 11 jaar: €325,- .
▪
12 tot en met 17 jaar: €450,- .
Wordt (vanaf 1 juli 2027): o
Het tegoed wordt gedifferentieerd op basis van leeftijd en huishoudinkomen: ▪
0 tot en met 3 jaar, huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: €300,- .
▪
0 tot en met 3 jaar, huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: €75,-.
▪
4 tot en met 11 jaar, huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: €600,-.
▪
4 tot en met 11 jaar, huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: €150,-.
▪
12 tot en met 17 jaar, huishoudinkomen tot 125% van de bijstandsnorm: €800,-.
▪
12 tot en met 17 jaar, huishoudinkomen boven 125% van de bijstandsnorm: €200,-.
Besluit tot wijziging van Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Utrecht De raad van de gemeente Utrecht; - gelezen het voorstel van Linda Bode van 14 november 2025; - gelet op artikel 8, eerste lid onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet; Overwegende dat de verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Utrecht moet worden gewijzigd met de wijziging op referteperiode, inkomensnorm en hoogte van de toeslag. Besluit het volgende:
Artikel I A. Artikel 1 komt te luiden: In deze verordening wordt verstaan onder: d. Referteperiode: periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum;
B. Artikel 2 komt te luiden: Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de referteperiode, over de gehele periode bezien, het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 101% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. C. Artikel 3 komt te luiden: 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt: a. € 50 voor een alleenstaande of gehuwden zonder een ten laste komend kind; c. € 50 voor de alleenstaande ouder of gehuwden met ten minste 1 ten laste komend kind van 12 jaar of ouder. D. Artikel 7 komt te luiden: Op aanvragen die zijn ingediend voor 1 juli 2027 en waarop nog niet onherroepelijk is beslist op het tijdstip dat de wijziging van deze verordening in werking is getreden, wordt beslist met toepassing van deze verordening zoals deze luidde voor deze wijziging.
Artikel II
Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2027.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.
De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Miguel Israel
Bijlage: Was-wordt tabel Overzicht van de wijzigingen in de Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Utrecht
1. Artikel 1. Definities Was (tot 1 januari 2028): d. Referteperiode: periode van 12 maanden voorafgaand aan de peildatum; Wordt (vanaf 1 januari 2028): d. Referteperiode: periode van 60 maanden voorafgaand aan de peildatum;
2. Artikel 2. Langdurig laag inkomen Was (tot 1 januari 2028): Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de referteperiode, over de gehele periode bezien, het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 125% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. Wordt (vanaf 1 januari 2028): Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de referteperiode, over de gehele periode bezien, het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 101% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.
3. Artikel 3. Hoogte individuele inkomenstoeslag Was (tot 1 januari 2028): 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt: a. € 125 voor een alleenstaande of gehuwden zonder een ten laste komend kind; b. € 50 voor de alleenstaande ouder of gehuwden met uitsluitend een ten laste komend kind jonger dan 12 jaar; c. € 800 voor de alleenstaande ouder of gehuwden met ten minste 1 ten laste komend kind van 12 jaar of ouder. Wordt (vanaf 1 januari 2028): 1. Een individuele inkomenstoeslag bedraagt: a. € 50 voor een alleenstaande of gehuwden zonder een ten laste komend kind;
b. € 50 voor de alleenstaande ouder of gehuwden met uitsluitend een ten laste komend kind jonger dan 12 jaar; c. € 50 voor de alleenstaande ouder of gehuwden met ten minste 1 ten laste komend kind van 12 jaar of ouder.