CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 5 december 2024, gemeente Utrecht35.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 5 december 2024 1 2 3

Opening Vaststellen van de agenda van 5 december 2024 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Behandelvoorraad 5 december 2024 Commissie Veiligheid Bestuur en Financiën Ingekomen agenderingen commissie VBF 5 december 2024 Lange Termijnagenda commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 Raadsvoorstel Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 3.1 2024 Dossier 4369 voorblad Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht 2010 partiële herziening 2024 Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 partiële herziening 2024 Toelichting bij Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2024 Overzicht van de wijzigingen APV (was-wordt lijst) Raadsbrief Evaluatie APV harddrugsverbod Bijlage bij raadsbrief Rapportage situatie Lucasbolwerk 2023 Ipsos I&O Bijlage bij raadsbrief Rapportage Evaluatie Maatregelen tegen harddrugsgerelateerde overlast Utrecht 7-11-2024 Bijlage bij raadsbrief Factsheet Eropaf team 3.1.1 Beantwoording SV 2024 nr.

157 over Minder en betere regels, meer focus in de handhaving Beantwoording SV2024 nr 157 over Minder en betere regels, meer focus in de handhaving 3.2 Raadsvoorstel Normenkader rechtmatigheid 2024 Dossier 4384 voorblad Raadsvoorstel Normenkader rechtmatigheid 2024 Normenkader rechtmatigheid 2024 3.3 Raadsvoorstel Eindejaarswijziging Programmabegroting 2024 Dossier 4396 voorblad Raadsvoorstel Eindejaarswijziging Programmabegroting 2024 Eindejaarswijzigingen programmabegroting 2024 3.4 Raadsvoorstel Benoeming leden adviescommissie Participatie Raadsvoorstel Benoeming leden adviescommissie Participatie Plan van aanpak Adviescommissie Participatie 2025-2027 (concept) 3.5 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 4 Verslagen Ter vaststelling: Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 17 oktober 2024 Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën PB 22 oktober 2024 Conceptverslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën PB 23 oktober 2024 Conceptverslag VBF 17 oktober 2024 Financiënbegroting2025 22 oktober 2024 VBFBegroting2025 23 oktober 2024 5 Toezeggingen/Moties Ter vaststelling: Lijst aangenomen moties commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 Lijst moties en toezeggingen commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024

Toezeggingenlijst commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 Motielijst commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 5 december 2024 6 Ingekomen stukken Geen. 7 Stopzetten samenwerking met Dawah-Groep

7.1 8

9

9.1

10

Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Geagendeerd door: Mahmut Sungur (Denk), Tess Meerding (VVD) en Bert van Steeg (CDA) De fractie van DENK wil in debat met de fracties en de burgemeester over het stopzetten van de samenwerking met Dawah-Groep en wat zij ziet als het zoveelste geval waarin islamitische predikers en organisaties door de gemeente en een aantal fracties worden gecriminaliseerd. De fractie van de VVD heeft een eigen agendering en wil met de burgemeester in debat over de samenwerking met de Dawah groep: hoe deze tot stand heeft kunnen komen, waar deze uit bestond en of deze samenwerking niet eerder beëindigd had moeten worden. De CDA-fractie vraagt zich daarnaast af hoe deze samenwerking te rijmen viel met de doelstellingen van Utrecht zijn we Samen. Dossier 4348 voorblad Raadsbrief Samenwerking Dawah groep SV 2024 nr. 167 Stoppen samenwerking Dawah Groep (met antwoord) Beantwoording SV2024 nr 167 over Stoppen samenwerking met Dawah Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Financiën Indicatieve behandeltijd: 30 minuten De onroerendezaakbelasting (OZB) is een belasting die door de gemeente Utrecht wordt geheven op onroerende-zaken, zoals huizen, bedrijfspanden en ander vastgoed.

De WOZ-waarde wordt bepaald aan de hand van verschillende factoren, zoals locatie, type pand en grootte. Daartoe wordt de Verordening onroerende-zaakbelastingen jaarlijks geactualiseerd. Met dit raadsvoorstel wordt de raad voorgesteld om de tarieven voor 2025 vast te stellen. Dossier 4385 voorblad Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 (dec 2024) MET WIJZIGINGEN Raadsvoorstel Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025 (dec 24) Verordening Onroerende-zaakbelasting 2025 gemeente Utrecht Handhavingsdossier Binnenstad Wethouder: / Eerenberg Indicatieve behandeltijd: 90 minuten Geagendeerd door: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Hessel Stellinga (CDA), Ruud Maas (Volt), Derk van Bergen (ChristenUnie), Gertjan te Hoonte (VVD). De agenderende fracties willen graag met elkaar en met de wethouder in gesprek over de situatie zoals die nu voorligt in het conflict van de gemeente met de eigenaar van pand A; ook bekend als ‘handhavingsdossier Binnenstad’. Het gaat de fracties dan o.a. om de volgende onderwerpen: Het verloop van het (juridische) traject en de mogelijke alternatieven. De financiële gevolgen voor de gemeente en de beïnvloedbaar ervan. Wat dit voorbeeld zegt over de aanpak van de gemeente in juridische procedures. Hoe op deze aanpak intern bij de gemeente op wordt gereflecteerd. De privacy van de betrokken pandeigenaar.

Voor dit debat zijn de woordvoerders uit de raadscommissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (ROG) uitgenodigd om deel te nemen. Dossier 4293 voorblad Raadsbrief Stand van zaken aanpak handhavingsdossier Binnenstad Fotorapportage handhavingsdsossier Binnenstad Beantwoording SV2024 nr 111 over Handhavingsdossier Binnenstad Aanpak 2024 Bijlage bij Beantwoording SV2024 nr 111 Totaal overzicht kosten Raadsbrief Stand van zaken Handhavingsdossier Binnenstad Raadsbrief Stand van zaken Handhavingsdossier Binnenstad Fotorapportage herstelwerkzaamheden Kostenoverzicht handhavingsdossier Binnenstad Raadsvoorstel Zienswijze wijzigen gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief (HUA) Wethouder: Streefland, Beleidsterrein: Personeel en Organisatie Indicatieve behandeltijd: 30 minuten. De gemeenschappelijke regeling (GR) van het Utrechts Archief (HUA) wordt gewijzigd i.v.m. de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2022. Hoewel het voornemen was de huidige wijziging te combineren met andere noodzakelijke aanpassingen door het aanstaande uittreden van het Rijk, is dit laatste vertraagd. Daarom wil het algemeen bestuur van het HUA nu toch graag de GR aanpassen om zo de rechtmatigheid op orde te brengen.

Een aantal artikelen worden in het ontwerpbesluit gewijzigd, waaronder de zienswijzeprocedure bij bepaalde bestuursbesluiten, burgerparticipatie en inspraak voor ingezetenen en uittredingsbepalingen. In dit raadsvoorstel wordt voorgesteld géén zienswijze in te dienen op het ontwerpbesluit tot wijziging van de GR HUA.

11

12

Dossier 4306 voorblad Raadsvoorstel Zienswijze wijzigen gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief (HUA) Ingekomen brief HUA Ontwerpwijziging GR HUA Ontwerpbesluit tot wijziging Gemeenschappelijke Regeling HUA 3 partijen Toelichting wijziging Gemeenschappelijke Regeling HUA 7-2024 Gemeenschappelijke Regeling HUA 3 partijenversie, inclusief wijzigingen Raadsvoorstel Verordening gemeentelijke ombudsman & Raadsvoorstel Aanpassing Mandaatregeling en overige verordeningen i.v.m. instelling gemeentelijke ombudman De heer Van Heuven (Dagelijks Bestuur) Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Op 27 juni jl. heeft de raad besloten tot het instellen van de gemeentelijke ombudsman per 1 januari 2025. De technische uitvoering van dit besluit wordt verankerd in de Verordening gemeentelijke ombudsman, ter vervanging van de verordening Utrechts Ombudsloket. De instelling van een gemeentelijke ombudsman heeft tot gevolg dat ook een aantal andere verordeningen van de raad moet worden aangepast. Bij drie verordeningen gaat het om het vervangen van het woord ‘Utrecht ombudsloket’ in ‘gemeentelijke ombudsman (Verordening CPR, Gedragscode en Referendumverordening). In de Mandaatregeling van de raad worden tegelijkertijd ook enkele andere juridisch/technische aanpassingen voorgesteld.

Omdat het eerdere besluit van de raad per 1 januari 2025 ingaat, is nodig dat de verordening waarin dit besluit verder wordt verankerd, ook op 1 januari 2025 in werking treedt. Hiertoe dient over het voorstel in de raad van 12 december besloten te worden. In deze zelfde raadsvergadering zal ook de benoeming van de gemeentelijk ombudsman en de plaatsvervangend gemeentelijke ombudsman plaatsvinden. Raadsvoorstel Verordening Ombudsman Utrecht 12 dec 2024 DEF CONCEPT_ Verordening gemeentelijke ombudsman Utrecht DB Raadsvoorstel aanpassing Mandaatregeling en overige verordeningen i.v.m. Ombudsman. definitief DB Aanpassing Mandaatregeling met wijzigingen raad 12 december 2024 DB Aanpassing Mandaatregeling schoon raad 12 december 2024 DB Wijzigingsbesluit Gedragscode voor raadsleden en commissieleden gemeente Utrecht raad 12 december 2024 DB Gedragcode raadsleden en commissieleden met wijzigingen raad 12 december 2024 DB Wijzigingsbesluit Verordening CPR gemeente Utrecht raad 12 december 2024 DB Wijzigingsbesluit Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht.raad 12 december 2024 DB Verordening raadgevend referendum met wijzigingen raad 12 december 2024 Raadsvoorstel Verlaging fractiebijdrage ten behoeve van overschrijding presentievergoedingen voor commissieleden De heer van Heuven (Dagelijks Bestuur) Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Ambtelijk is dit raadsvoorstel

aangekondigd. Het dagelijks bestuur bereidt een raadsvoorstel voor over verlaging van de fractiebijdrage om de overschrijding van de kosten van de presentievergoedingen voor commissieleden te compenseren. Ten behoeve van een sluitende begroting van 2025 is het dagelijks bestuur voornemens u voor te stellen 125.000 euro, in plaats van 75.000 euro, in mindering te brengen op de fractiesubsidies. Omdat dit besluit betrekking heeft op 2025 is het belangrijk dat de gemeenteraad nog dit kalenderjaar een besluit neemt. 12 december 2024 Raadsvoorstel inzake bijdrage van fracties aan presentievergoeding commissieleden 12 december 2024 Verordening op de financiële bijdrage aan fracties gemeente Utrecht (met wijzigingen bijhouden) 12 december 2024 Besluit tot wijziging Verordening financiële bijdrage fracties Utrecht

#RAAD030# Behandelvoorraad Vergadering Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (PROCEDUREEL) Openbare orde en Veiligheid (incl. mensenhandel en drugscriminaliteit), Handhaving en Vergunningen, Representatie, Bestuurlijke zaken, Internationale zaken, Participatie, Burgerzaken incl. verkiezingen, Personeel en Organisatie, Financiën en inkoop, Ombudszaken en Klachtafhandeling

Te verwachten Raadsvoorstellen

Komende vergaderingen VBF

Komende RIB-avonden VBF

16 januari 2025 13 februari 2025

14 januari 2025 4 februari 2025

Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Ter vaststelling op 5 december 2024)

Stukken afkomstig vanuit het college Datum: 12 november 2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2024 Burgemeester Dijksma Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Commissiegriffier: Jelmer Lok Datum: 19 november 2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Normenkader rechtmatigheid 2024 Wethouder Schilderman Beleidsterrein: Financiën Commissiegriffier: Jelmer Lok Datum: 19 november 2024 Soort stuk: Eindejaarswijziging Programmabegroting 2024 Beleidsterrein: Financiën Wethouder: Schilderman Commissiegriffier: Jelmer Lok

De Algemeen plaatselijke verordening (APV) Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Er worden twee artikelen toegevoegd: - Een verbod op ‘technische hulpmiddelen’ ten behoeve van de aanpak tegen ondermijnende criminaliteit; - Een verbod op openlijk harddrugsgebruik ten behoeve van de zorgaanpak. Daarnaast worden een aantal artikelen gewijzigd en een tweetal bepalingen geactualiseerd.

Voorstel: 1. Aangeven of er behoefte is aan een technische bijeenkomst of RIB over dit voorstel (mogelijkheid 14 januari, RIB-avond VBF is aanwezig) 2. Agenderen voor de commissie VBF van 16 januari 2024 3. Tijd: 150 minuten

Het college is verantwoordelijk voor de naleving van de wet- en regelgeving en moet dan ook voortdurend inzicht in hebben in welke wet- en regelgeving van toepassing is. Het normenkader bevat de externe wetgeving, de gemeentelijke verordeningen en raadsbesluiten waar bepalingen over financiële beheershandelingen in voorkomen. Het normenkader moet actueel gehouden worden en jaarlijks worden aangepast naar de relevante nieuwe wet- en regelgeving.

Voorstel:

De Programmabegroting wordt jaarlijks driemaal bijgewerkt (technische mutaties). Deze derde begrotingswijziging wordt als separaat raadsvoorstel aangeboden. Het betreft neutrale mutaties zonder beleidsgevolgen waarmee eerder gemaakte beleidskeuzes uitgevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld door het overhevelen van budgetten naar andere programma’s.

Voorstel:

1.

Het voorliggende voorstel wordt op 5 december besproken in de adviescommissie C&F;

2.

Gelet op de aard en inhoud van het voorstel dit als A-punt door te geleiden naar de Raad.

1.

Het voorliggende voorstel wordt op 5 december besproken in de adviescommissie C&F;

2.

Gelet op de aard en inhoud van het voorstel dit als A-punt door te geleiden naar de Raad.

Agenderingen Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (Ter vaststelling op 5 december 2024) Stukken afkomstig vanuit het DB Datum: 28 november 2024 Soort stuk: Raadsvoorstel Benoeming leden adviescommissie Participatie en (concept) plan van aanpak Portefeuillehouder: De heer Zwanenberg (DB Raad) Beleidsterrein: Participatie Commissiegriffier: Jelmer Lok

Het voornemen is de adviescommissie Participatie een structureel karakter te geven. De eerdere gesprekken over de structurele functie en taken van de adviescommissie resulteerden in het bijgevoegde (concept) plan van aanpak, dat een leidraad zal vormen voor de komende twee jaar. Het debat is bedoeld om de commissieleden de gelegenheid te geven input te leveren op dit plan van aanpak. Tevens wordt een nieuw lid van de adviescommissie voorgedragen voor benoeming. Omdat de adviescommissie Participatie wordt voortgezet, is het niet nodig bestaande leden nogmaals te benoemen.

Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie VBF 16 januari 2025 2. Tijd: 30 minuten

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIEN 5 december 2024 Onderwerp

Derde

Beleidsveld

Financiën

Portefeuill

Planning

Fatale termijn

Datum

Beoogd

Beoogd

Beoogd kwartaal

Toelichting wijziging

ehouder

aanbiede

Raadsbesluit

aangeboden

kwartaal

kwartaal

raadsbehandeling

planning

n aan

commissie

commissie

raad

procedureel

inhoudelijk

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

2025 Q1

2025 Q1

Wethouder

Begrotingswijziging

Schilderm

2024

an

Actualisatie

Financiën

Wethouder

financiële

Schilderm

verordening

an

Nota WAAVA

Financiën

Wethouder

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

20241709 Was Q2,

Schilderm

wordt Q4. De nota

an

WAAVA wordt aangepast na consequenties van de Voorjaarsnota 2024 (technische maatregelen die betrekking hebben op activabeleid) en de notitie grondbeleid van commissie BBV. Over deze aangepaste nota zullen we in gesprek gaan met de adviescommissie Controle & Financiën.

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIEN 5 december 2024 Nota Verbonden

Financiën

Partijen

Wethouder

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q4

20242205 Op verzoek

Schilderm

van de adviescommissie

an

wordt de nota verbonden partijen na de zomer geagendeerd om in gesprek met de adviescommissie de nota te verfijnen. De planning voor de nota verbonden partijen is daarom aangepast naar Q4 2024.

Programmabegrotin

Financiën

Wethouder

g 2025 en Tweede

Schilderm

Berap 2024 en

an

2024 Q3

12-09-

2024 Q4

2024 Q4

2024 Q3

2024 Q4

2024 Q2

2024 Q3

2024 Q2

2024 Q3

2024

Verordeningen 2025 Tweede

Financiën

Wethouder

begrotingswijziging

Schilderm

2024

an

Voorjaarsnota 2024

Financiën

Wethouder

en 1e

Schilderm

Bestuursrapportage

an

2024 Q2

2024 Q2

16-052024

en meelopende stukken Jaarstukken 2023 en

Financiën

Wethouder

Resultaatbestemmin

Schilderm

g

an

2024 Q2

16-052024

LANGE TERMIJNAGENDA COMMISSIE VEILIGHEID, BESTUUR EN FINANCIEN 5 december 2024 Eerste

Financiën

Wethouder

begrotingswijziging

Schilderm

2024

an

Zienswijze

Financiën

Wethouder

meerjarenbegroting

Schilderm

BghU

an

Raadsvoorstel

Participatie

Kwantitatieve

Wethouder

2024 Q2

2024 Q2

19-05-

2024 Q2

2024 Q3

2024 Q2

2024 Q2

2024 2025 Q1

2025 Q2

2025 Q2

2025 Q2

2024 Q4

2025 Q1

2025 Q1

2025 Q1

Oosters

indicatoren Samen stad maken Raadsvoorstel Samenwerking,Participatie- en Inspraakverordening

Participatie

Wethouder Oosters

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

4369

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

5 december 2024

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel Wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024

ID

4587

Behandelend ambtenaar

Fabienne Wind

Telefoon

14030

E-mail

fabienne.wind@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Veiligheid

Portefeuillehouder

Burgemeester Dijksma

Beleidsveld

Openbare Orde en Veiligheid

Referendabel

Ja

Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Raadsadviseur/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Veiligheid, Bestuur en

5 december 2024

Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Voorgesteld besluit

16 januari 2025

Voorstel aan de gemeenteraad

Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Fabienne Wind 12718397 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. De verwijzing naar bestemmingsplan te vervangen door omgevingsplan (artikel 2:12 APV); b. Toevoegen van een verbod om op openbare plaatsen technische hulpmiddelen bij zich te hebben, te vervoeren of te gebruiken die tot doel hebben het plegen, faciliteren, afschermen en verhullen van strafbare feiten die de openbare orde kunnen verstoren (artikel 2:24a APV); c. Laten vervallen van het uitvoeren van een evaluatie naar hulpmiddelen bij winkeldiefstal (artikel 2:25 derde lid APV); d. Toevoegen van een verbod op openlijk harddrugsgebruik (artikel 2:45a APV); e. Schrappen van de vereiste dat een organisator van een evenement niet onder curatele mag staan of uit de ouderlijke macht of voogdij mag zijn ontzet, en het wijzigen van de vereiste dat een organisator van een evenement de leeftijd van achttien jaar moet hebben bereikt (artikel 5:24 en artikel 5:35 APV); f. Laten vervallen van de definitie klein evenement (artikel 5:30 onder c APV); g. Verduidelijken van de voorwaarden voor straatfeesten zonder vergunning (artikel 5:32 APV); h.

Toevoegen van een artikellid waarmee wordt geregeld dat een eerder ingediende aanvraag voor een evenement voorgaat op een later ingediende aanvraag voor een evenement op dezelfde datum en locatie (artikel 5:34 APV); i. Toevoegen van een artikellid waardoor een reservering op de reserveringskalender evenementen van rechtswege vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend (artikel 5:26 en artikel 5:36 APV); j. Toevoegen van een weigeringsgrond voor een evenementenvergunning als is aangetoond dat de aanvrager geen goed organisator is (artikel 5:37 APV). 2. Dit besluit direct na publicatie in werking te laten treden op grond van artikel 1.4 van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester

Samenvatting De beslispunten onder 1 betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk Er worden twee artikelen toegevoegd: - Een verbod op technische hulpmiddelen ten behoeve van de aanpak tegen de ondermijnende criminaliteit (punt 1b); - Een verbod op openlijk harddrugsgebruik ten behoeve van de zorgaanpak (punt 1d); Er worden acht artikelen gewijzigd: Schrappen van de vereiste dat een organisator van een evenement niet onder curatele mag staan of uit de ouderlijke macht of voogdij mag zijn ontzet, en het wijzigen van de vereiste dat een organisator van een evenement de leeftijd van achttien jaar moet hebben bereikt (punt 1e en 1j) - Verduidelijken van voorwaarden voor straatfeesten zonder vergunning (punt 1g en 1h) - Toevoegen van een artikellid waarmee wordt geformaliseerd dat een eerder ingediende aanvraag voor een evenement voorgaat op een later ingediende aanvraag voor een evenement op dezelfde datum en locatie (punt 1i) - Toevoegen van een artikellid waardoor een reservering op de reserveringskalender evenementen van rechtswege vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend (punt 1f en 1k); - Een weigeringsgrond om een evenementenvergunning te verlenen als is aangetoond dat de aanvrager geen goed organisator is (punt 1l). Redactioneel - Twee bepalingen worden geactualiseerd (punt 1a en 1c).

Context Aanleiding De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Bij deze aanpassing is rekening gehouden met: - de model APV van de VNG - de 100 ideeën voor de regelgeving - de gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen - de lokale situatie en praktijk. Juridische context Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waaronder ook het wijzigen van verordeningen valt. Tegen het besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld omdat het een algemeen verbindend voorschrift is. Gelet op de wens om het verbod op openlijk harddrugsgebruik doorlopend van kracht te laten zijn, wordt voorgesteld dat de verordening gelet op artikel 1 lid 4 sub 1 van de Referendumverordening direct in werking treedt en niet pas nadat de termijn van vijf weken ten behoeve van een mogelijk referendum is verstreken. Beslistermijn Het is wenselijk dat de behandeling van het raadsvoorstel zo spoedig mogelijk plaatsvindt, zodat duidelijkheid komt over het verbod op openlijk harddrugsgebruik dat tot 1 februari 2025 geldt. Hiervoor is het nodig dat de raad uiterlijk 23 januari 2025 over het voorliggende raadsvoorstel beslist.

Bij besluitvorming na 23 januari 2025 stopt het verbod op openlijk harddrugsgebruik per 1 februari 2025. Beoogd effect Het doel van deze partiële herziening is om weer een actuele APV te hebben: - die aansluit bij de model-APV van de VNG en de 100 ideeën voor de regelgeving; - die aansluit bij geldende regelgeving (verwijzing naar het omgevingsplan en schrappen van het uitvoeren van een evaluatie);

2

-

die aansluit bij de noodzaak om op te treden tegen de orde verstorende effecten van ondermijnende criminaliteit (verbod technische hulpmiddelen); die kwetsbare harddrugsgebruikers naar opvang en zorg toe te geleiden en waarmee kan worden opgetreden tegen aanhoudende overlast die ondernemers, omwonenden en studenten ervaren (verbod op openlijk harddrugsgebruik); die aansluit bij de bestaande praktijk (aanpassingen reserveringskalender) en de lokale behoefte (wijziging straatfeesten, weigeringsgrond evenementen en vereisten aan een organisator van evenementen).

-

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Onderstaand overzicht van eerdere besluitvorming of informatievoorziening aan de gemeenteraad is gerangschikt per onderwerp in volgorde van het voorstel. Toevoegen van een verbod op technische hulpmiddelen (punt 1b) 24 juni 2024: Raadsbrief Voornemen nieuwe APV-bepaling als onderdeel van de aanpak Grenzen stellen perspectief bieden. Toevoegen van een verbod op openlijk harddrugsgebruik (punt 1c) 2 juli 2023: Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2023. 6 juni 2023: Raadinformatiebijeenkomst Situatie Lucasbolwerk. Toevoegen van een weigeringsgrond bij een aanvraag voor een evenementenvergunning (punt 1h) 9 november 2023: Motie Na wangedrag rode kaart voor festivals en evenementen.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. De verwijzing naar bestemmingsplan te vervangen door omgevingsplan (artikel 2:12 APV); b. Toevoegen van een verbod om op openbare plaatsen technische hulpmiddelen bij zich te hebben, te vervoeren of te gebruiken die tot doel hebben het plegen, faciliteren, afschermen en verhullen van strafbare feiten die de openbare orde kunnen verstoren (artikel 2:24a APV); c. Laten vervallen van het uitvoeren van een evaluatie naar hulpmiddelen bij winkeldiefstal (artikel 2:25 derde lid APV); d. Toevoegen van een verbod op openlijk harddrugsgebruik (artikel 2:45a APV); e. Schrappen van de vereiste dat een organisator van een evenement niet onder curatele mag staan of uit de ouderlijke macht of voogdij mag zijn ontzet, en het wijzigen van de vereiste dat een organisator van een evenement de leeftijd van achttien jaar moet hebben bereikt (artikel 5:24 en artikel 5:35 APV); f. Laten vervallen van de definitie klein evenement (artikel 5:30 onder c APV); g. Verduidelijken van de voorwaarden voor straatfeesten zonder vergunning (artikel 5:32 APV); h.

Toevoegen van een artikellid waarmee wordt geregeld dat een eerder ingediende aanvraag voor een evenement voorgaat op een later ingediende aanvraag voor een evenement op dezelfde datum en locatie (artikel 5:34 APV); i. Toevoegen van een artikellid waardoor een reservering op de reserveringskalender evenementen van rechtswege vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend (artikel 5:26 en artikel 5:36 APV); j. Toevoegen van een weigeringsgrond voor een evenementenvergunning als is aangetoond dat de aanvrager geen goed organisator is (artikel 5:37 APV).

Argumenten

3

1.1

Het verbod om op openbare plaatsen het bij zich hebben, vervoeren of gebruiken van technische hulpmiddelen die zijn bestemd voor het voorbereiden, plegen, faciliteren, afschermen of verhullen van strafbare feiten gaat ernstige aantasting van de openbare orde tegen. Criminelen maken in steeds meer gevallen gebruik van technische hulpmiddelen bij het plegen van stafbare feiten. Bij o.a. zware georganiseerde criminaliteit, mobiel banditisme en high impact crimes worden technische hulpmiddelen ter voorbereiding, uitvoering en afscherming van strafbare feiten ingezet. Zo is het gebruikelijk voor criminelen om bij plofkraken, beschietingen, explosies, liquidaties en berovingen technische hulpmiddelen, zoals bakens, trackers of sweep apparatuur te gebruiken. Dergelijke strafbare feiten hebben een grote impact op de openbare orde en veiligheid in de stad, en zorgen voor gevoelens van onveiligheid en onbehagen.

1.2

Het verbod op technische hulpmiddelen maakt preventief optreden mogelijk. Net als bij het verbod op het bij zich hebben en vervoeren van inbrekerswerktuigen (artikel 2:24) en stoffen die brand bevorderen (artikel 2:25a) is het verbod op technische hulpmiddelen bedoeld om preventief op te kunnen treden. Met deze bepaling kan preventief door middel van een last onder dwangsom worden opgetreden bij technische hulpmiddelen die zijn bestemd voor criminele doeleinden. Zo moet worden voorkomen dat een persoon opnieuw een technisch hulpmiddel inzet waarmee de openbare orde kan worden verstoord. Net als bij de genoemde bepalingen moet een overtreding blijken uit de feiten en omstandigheden opgenomen in het proces-verbaal of de bestuurlijke rapportage van een opsporingsambtenaar. Deze bepaling sluit aan bij andere preventieve bepalingen in de APV, zoals artikelen 2:24 en 2:25a.

1.3

Een verbod op technische hulpmiddelen komt tegemoet aan de steeds verder reikende technische mogelijkheden. Inzet van technische hulpmiddelen door criminelen wordt op grote schaal toegepast. Door de snelle ontwikkeling van techniek en de dalende prijzen is de inzet van technische hulpmiddelen laagdrempelig geworden. Door het gebruik van technische middelen wordt opsporing en bewijsvergaring complex, aangezien de fysieke aanwezigheid van een crimineel beperkt kan blijven tot het feitelijke uitvoeringsmoment. Om lokale regelgeving met de ontwikkelingen en tijdgeest mee te laten gaan, en in te spelen op de huidige problematiek is deze toevoeging noodzakelijk.

1.4

Een verbod op openlijk harddrugsgebruik maakt Utrecht minder aantrekkelijk voor kwetsbare harddrugsgebruikers en dealers. Na het invoeren van het verbod op harddrugsgebruik in de openbare ruimte in augustus 2023 is een sterke krimp te zien in de grootte van de groep harddrugsgebruikers bij de overlastlocatie op het Lucasbolwerk. Sinds de invoering van de APV-bepaling is de groep van ruim 120 overlastgevende personen naar 54 personen gedaald. Dit heeft ertoe geleid dat de grootschalige overlast is doorbroken. Om te voorkomen dat de groepen van overlastgevende drugsgebruikers en dealers van buiten Utrecht terugkomen of zich verplaatsen naar elders in de stad moet het verbod blijven gelden voor de gehele gemeente.

1.5

De doelgroepen uit Utrecht komen door dit verbod beter in beeld. Er is een uitstroom van overlastgevende personen met onbekende woon-of verblijfplaats en van overlastgevende personen buiten Utrecht. Hierdoor komen Utrechtse kwetsbare harddrugsgebruikers beter in beeld. Met de APV-bepaling is het mogelijk om kwetsbare harddrugsgebruikers toe te geleiden naar zorg, hulp en

4

opvang of het harddrugsgebruik naar een daartoe bestemde binnenruimte te verplaatsen. 1.6

Het verbod op openlijk harddrugsgebruik is een middel om ernstige aantasting van de openbare orde tegen te gaan. Naast de groep overlastgevende personen is ook het aantal geregistreerde incidenten van overlastgevende harddrugsgebruikers sterk gedaald vanaf augustus 2023. Dit is te verklaren door de inzet van een pakket aan maatregelen met als doel de drempel om in de openbare ruimte harddrugs te gebruiken te verhogen en de zorg, hulp en opvang toegankelijker te maken. Op locaties die zijn aangewezen als verblijfsontzeggingengebied kan een tijdelijke verblijfsontzegging worden opgelegd bij harddrugsgebruik. Op deze manier versterken de maatregelen elkaar. Zo kan de overlast op die locaties worden verminderd. Het niet opnemen van dit verbod kan erin resulteren dat het de aanpak en inzet verandert.

1.7

Het artikel ten aanzien van straatfeesten is geactualiseerd en verduidelijkt. Hierdoor zijn er geen open normen meer, is duidelijker gemaakt wat wel en niet onder de voorwaarden wordt volstaan en wanneer een melding volstaat en zijn wijzigingen van de regels in de voorwaarden opgenomen. Delen uit de bestaande toelichting zijn in de regels verwerkt omdat die in de praktijk worden toegepast (niet in een park), maar niet zo in de regels staan. Er is meer ruimte gekomen voor locaties omdat de voorwaarden zien op hoofdwegen en hoofdfietsroutes en niet meer enkel op doorgaande wegen, wat een ruimer begrip is. Ook is het knelpunt opgelost dat objecten niet groter mogen zijn dan 10 m2, wat vaak wel het geval is en daardoor er formeel een vergunningplicht geldt. Er is aangesloten bij de maximale grootte van 25 m2 uit het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop).

1.8

Door de aanpassing aan de reserveringskalender voor evenementen wordt het principe wie het eerst komt, wie het eerst maalt dat in de praktijk wordt gehanteerd, geformaliseerd. Hiermee worden geen onnodige aanvragen in behandeling genomen, zodat we ervoor kunnen zorgen dat evenementen elkaar op een locatie niet onnodig in de weg zitten.

1.9

Met het van rechtswege laten vervallen van een reservering wanneer er geen aanvraag voor een evenement volgt, blijft er ruimte om andere evenementen door te kunnen laten gaan en blijven plekken niet onnodig gereserveerd. Hiermee zijn er mogelijkheden om te zorgen voor spreiding van evenementen in de stad die niet op de reserveringskalender stonden en die nog een locatie zoeken.

1.10

Met het toevoegen van de weigeringsgrond in artikel 5:37, derde lid onder e is voldaan aan de wens om een vergunningaanvraag van een organisator van een evenement te kunnen weigeren, wanneer er sprake is van wangedrag (het niet zijn van een ‘goed organisator’). Hiermee is voldaan aan de motie rode kaart, waarin wordt opgeroepen wangedrag van organisatoren van evenementen aan te pakken.

1.11

Met de aanpassingen aan artikel 5:25 en 5:34 komen eisen te vervallen die lastig te toetsen zijn, en geen direct verband hebben met het organiseren van evenementen. Dit is in navolging van de beantwoording van de schriftelijke vragen Minder en betere regels, meer focus op handhaving. De voorwaarde dat een organisator niet onder curatele mag staan dan wel uit de ouderlijke macht of voogdij mag zijn ontzet, komt te vervallen. De voorwaarde van de leeftijdsgrens van 18 jaar wordt aangepast.

5

Hiermee wordt het mogelijk gemaakt dat de leeftijdsgrens niet langer een hard vereiste is, maar kan het worden meegewogen als daartoe aanleiding bestaat. 1.12

Door de overige aanpassing wordt de APV geactualiseerd.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

Het verbod op technische hulpmiddelen is innovatief, waardoor het niet zeker is dat het de rechtelijke toets doorstaat. Op dit moment ontbreken bepalingen waarmee effectief opgetreden kan worden tegen personen die technische hulpmiddelen voorhanden hebben waarvan uit de feiten en omstandigheden aannemelijk is dat deze niet voor legale doeleinden zullen worden ingezet. De verbodsbepaling is daarmee innovatief en nog niet getoetst door een rechter. Echter, soortgelijke bepalingen, zoals die over inbrekerswerktuigen, hebben de toets bij de rechter reeds doorstaan.

1.2

Het verbod op openlijk harddrugsgebruik werkt vooral in combinatie met andere maatregelen. Uit de evaluatie volgt dat het effect van één specifieke maatregel lastig te duiden is. De APV-bepaling is immers onderdeel van een breed pakket aan maatregelen (om de zorg, opvang en hulp toegankelijker te maken) dat bij ernstige overlast locaties is ingezet. Daarmee versterkt de APV-bepaling de werking van andere maatregelen.

1.3

Een boete voor openlijk harddrugsgebruik is minder effectief. Met de APV-bepaling kunnen ook mensen met weinig inkomen of mensen zonder vaste woon- of verblijfplaats een boete opgelegd krijgen. Innen van boetes zijn onder die omstandigheden nagenoeg onmogelijk. Binnen de persoonsgerichte aanpak kunnen ten aanzien van openstaande boetes op maat afspraken worden gemaakt. Het kan er zelfs toe leiden dat alsnog een zorgtraject wordt opgestart.

Beslispunt 2

Dit besluit direct na publicatie in werking te laten treden op grond van artikel 1.4 van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht.

Argumenten 2.1

Directe inwerkingtreding is noodzakelijk om het verbod op openlijk harddrugsgebruik doorlopend van kracht te laten zijn. Op dit voorstel is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht van toepassing. Dit betekent dat het raadsbesluit in werking treedt 5 weken na bekendmaking (artikel 1:3 lid 1 Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht). Het is echter noodzakelijk dat het raadsbesluit direct na vaststelling in werking treedt. Dit zorgt ervoor dat het verbod op openlijk harddrugsgebruik niet eerst afloopt en later weer in werking treedt. Zo wordt voorkomen dat er een ‘gat’ ontstaat waarin het verbod tijdelijk niet van kracht is. Bij toepassing van artikel 1:4 lid 1 blijft de mogelijkheid bestaan over het raadsbesluit een raadgevend referendum te houden. Op basis van de uitkomst van een eventueel referendum kan worden voorgesteld het raadsbesluit in te trekken.

Financiën Punt 1b: toevoegen van een verbod op technische hulpmiddelen.

6

Het handhaven van dit verbod geschied vanwege het innovatieve karakter van de bepaling vooralsnog alleen door de politie. Bij overtreding van deze APV-bepaling zal een last onder dwangsom (hierna: LOD) worden opgelegd. Het aantal op te leggen LOD’s is op voorhand lastig in te schatten. De verwachting is dat het binnen de huidige juridische capaciteit van Openbare Orde en Veiligheid kan worden opgepakt. Dit wordt gemonitord. Mocht dit aantal exponentieel groeien, dan moet worden bezien of de capaciteit moet worden uitgebreid. Punt 1d: toevoegen van een verbod op openlijk harddrugsgebruik. Het handhaven in dit verbod geschied op locaties waar sprake is van ernstige overlast. Op die locaties is al sprake van extra handhavingsinzet, dat binnen het handhavingsbudget valt. Punt 1a, 1c, 1e-1j. De wijzigingen genoemde punten hebben geen financiële gevolgen.

Vervolg Algemeen Na vaststelling wordt het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024’ op www.overheid.nl bekend gemaakt. Daarbij hoort ook een aan de wijzigingen aangepaste toelichting. De wijzigingen worden geconsolideerd verwerkt (opgenomen in de APV). Na de officiële bekendmaking op www.overheid.nl passen we Utrechtse webpagina www.utrecht.nl/apv aan.

Communicatie Zie ook ‘Algemeen’ onder het kopje ‘Vervolg’.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlage besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024. Bijlagen informatief: - Raadsbrief evaluatie APV harddrugsverbod - Rapportage situatie Lucasbolwerk 2023 door Ipsos I&O - Rapportage Evaluatie Maatregelen tegen harddrugsgerelateerde overlast door Bureau Beke - Factsheet Eropaf team - Toelichting Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2024 - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2024.

7

Besluit tot wijziging van de

Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024

De raad van de gemeente Utrecht;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 november 2024, kenmerk 12718397; Gelet op artikel 149 en artikel 108 eerste lid Gemeentewet;

Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen:

Artikel I A. In artikel 2:12, tweede lid, onder d wordt “geldend bestemmingsplan” vervangen door “het omgevingsplan”.

B.

Artikel 2:24a komt te luiden:

Artikel 2:24a Technische hulpmiddelen 1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet, artikel 139d,

tweede lid onder a en artikel 350d van het Wetboek van Strafrecht is het verboden op een

openbare plaats technische hulpmiddelen te vervoeren, te gebruiken of bij zich te hebben die tot doel hebben het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare 2.

feiten waarmee de openbare orde kan worden verstoord.

Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het technische hulpmiddel niet is bestemd of gebruikt voor de in het eerste lid bedoelde handelingen.

C. Artikel 2:25, derde lid, komt te vervallen. D. Artikel 2:45a komt te luiden:

Artikel 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebruik

Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw

harddrugs of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. E.

Artikel 5:24, eerste lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:

“Voor het verkrijgen van een vergunning kan de burgemeester de volgende eisen aan een organisator stellen: a.

b. c.

hij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

hij moet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; en

hij moet aantoonbare ervaring hebben in het organiseren van vergelijkbare evenementen als het evenement waarvoor vergunning wordt aangevraagd.”

F.

In artikel 5:26 wordt een zesde lid toegevoegd dat komt te luiden:

“Een reservering op de reserveringskalender evenementen vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend, gelet op artikel 5:27, tweede lid”.

G. Artikel 5:30, eerste lid, onder c komt te vervallen. H. Artikel 5:32 wordt gewijzigd en komt te luiden: Artikel 5:32 Melding straatfeest 1.

Het verbod uit artikel 5:31, eerste lid, om zonder vergunning een evenement te houden geldt niet voor eendaagse straatfeesten als: a.

b.

c. d. e. f.

g. h. i.

j. k. 2.

er niet meer dan 200 personen tegelijkertijd aanwezig zijn;

het evenement niet plaatsvindt in een park, op hoofdwegen en hoofdfietsroutes en de

doorgang voor hulpdiensten bij noodsituaties minimaal 3,50 meter breed is en 4,20 meter hoog;

het evenement op een werkdag of een zaterdag plaatsvindt tussen 09.00 uur en 23.00

uur of op een zondag of officieel erkende feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur;

het geluidsniveau van versterkt (muziek)geluid op een afstand van 15 meter van een

geluidsbron niet hoger is dan 70 dB(A) en 85 dB(C);

tijdens het evenement geen eten, drinken of goederen worden verkocht;

er geen objecten worden geplaatst met een oppervlakte van meer dan 25 m² per object;

er geen ander evenement in de omgeving van het straatfeest is; er een organisator aanwezig is tijdens het evenement;

de organisator uiterlijk 14 dagen voor het evenement een melding doet van het

evenement met een door de burgemeester vastgesteld formulier;

binnen 10 dagen na ontvangst van de melding geen tegenbericht is verzonden door de

burgemeester, en

de organisator tijdens het evenement een ontvangstbevestiging kan laten zien van de

aanmelding van het evenement.

Als het vermoeden bestaat dat op een evenement één van de weigeringsgronden van artikel

1:8 of artikel 5:37, tweede lid, van toepassing is, dan kan de burgemeester, in afwijking van

het eerste lid, bepalen dat het verbod in artikel 5:31, eerste lid, toch geldt. De burgemeester zendt dit tegenbericht binnen tien dagen na ontvangst van de melding. I.

Aan artikel 5:34 wordt een vierde lid toegevoegd dat komt te luiden:

“Voor aanvragen van evenementen die niet op de reserveringskalender evenementen staan geldt

dat een ontvankelijke aanvraag voor een datum en locatie voorrang heeft op een later ingediende aanvraag voor een evenement voor diezelfde datum en locatie.” J.

Artikel 5:35, eerste lid, wordt gewijzigd en komt te luiden:

“Voor het verkrijgen van een vergunning kan de burgemeester de volgende eisen aan een organisator stellen: a.

b.

hij mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn;

hij moet de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt; en

c.

K.

hij moet aantoonbare ervaring hebben in het organiseren van vergelijkbare evenementen als het evenement waarvoor vergunning wordt aangevraagd.”

In artikel 5:36 wordt een zesde lid toegevoegd dat komt te luiden:

“Een reservering op de reserveringskalender evenementen vervalt als niet tijdig een aanvraag is ingediend, gelet op artikel 5:37, tweede lid”.

L.

Aan artikel 5:37, derde lid, wordt onderdeel e toegevoegd dat komt te luiden:

“een organisator aantoonbaar gedrag heeft vertoond of aantoonbaar heeft gehandeld waaruit blijkt dat hij geen goed organisator is.”

Artikel II Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <DATUM>.

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

De griffier, Miguel Israel

Bijlage: Toelichting bij ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2024 Artikelsgewijze toelichting Waar in een bestaande toelichting op een artikel van de APV inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht naar aanleiding van dit besluit, zijn deze wijzigingen weergegeven in het rood. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel B (Technische hulpmiddelen, artikel 2:24a) - Artikel I, onderdeel D (Verbod openlijk harddrugsgebruik, artikel 2:45a) - Artikel I, onderdeel E (Eisen organisator, artikel 5:24) - Artikel I, onderdeel G (Begripsbepaling buitenevenement, artikel 5:30) - Artikel I, onderdeel H (Melding straatfeest, artikel 5:32) - Artikel I, onderdeel F (Reserveringskalender evenementen, artikel 5:26) - Artikel I, onderdeel I (Indienen aanvraag, artikel 5:34) - Artikel I, onderdeel J (Eisen organisator, artikel 5:35) - Artikel I, onderdeel K (Reserveringskalender evenementen, artikel 5:36) - Artikel I, onderdeel L (Weigeringsgronden, artikel 5:37) Artikel I, onderdeel B Artikel 2:24a Technische hulpmiddelen Eerste lid Steeds vaker verstoren strafbare feiten de openbare orde. Zo zorgt o.a. een ram- en plofkraak, explosie, beschieting, liquidatie, beroving en autodiefstal voor ordeverstoringen en gevoelens van onveiligheid in de samenleving.

Gelet op het grote effect dat dergelijke criminaliteit heeft op de openbare orde en veiligheid is het wenselijk om te kunnen optreden tegen het bij zich hebben, gebruiken of vervoeren van technische middelen die tot doel hebben het voorbereiden, faciliteren, plegen, afschermen of verhullen van strafbare feiten. Bij veel vormen van criminaliteit wordt gebruik gemaakt van de hedendaagse technische mogelijkheden in de vorm van technische hulpmiddelen. Bij een technisch hulpmiddel kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een baken, een Target Blue Eye of een drone. Het zijn vaak middelen zijn die een software of hardware applicatie bevatten waarmee in de openbare ruimte bijvoorbeeld personen of goederen kunnen worden gevolgd of criminelen uit het vizier van opsporingsinstanties kunnen blijven. Het is niet mogelijk een alomvattende definitie van technische hulpmiddel te geven, vanwege de constante ontwikkelingen op technologisch gebied. Met betrekking tot bepaalde technische hulpmiddelen zijn reeds strafrechtelijke verboden opgenomen in artikelen 139d, tweede lid onder a en 350d van het Wetboek van Strafrecht, en artikel 10.15 van de Telecommunicatiewet. In het Wetboek van Strafrecht en de Telecommunicatiewet wordt geen aandacht besteed aan aantasting van de openbare orde en overlast als gevolg van de inzet van technische hulpmiddelen op openbare plaatsen.

Om hiertegen op te kunnen treden is het noodzakelijk in de APV een artikel op te nemen dat het voorkomen van aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat tot doel heeft.

Momenteel kan er onvoldoende worden opgetreden op openbare plaatsen tegen het gebruik, vervoer of bezit van technische hulpmiddelen voor criminele doeleinden. Met deze bepaling moet kunnen worden opgetreden tegen technische hulpmiddelen die de openbare orde kunnen aantasten, doordat het gebruik, vervoer of bezit voor criminele doeleinden is bestemd. Net zoals bij inbrekerswerktuigen en het vervoer van stoffen die brand bevorderen, moet de openbare orde zoveel mogelijk worden beschermd door in een vroeg stadium handhavend te kunnen optreden. Daarbij zijn, evenals bij genoemde bepalingen het geval is, de omstandigheden waaronder de technische hulpmiddelen bezit, vervoerd of gebruikt worden doorslaggevend. Tweede lid Uiteraard is het verbod niet van toepassing indien een technisch hulpmiddel niet voor het plegen van een strafbaar feit is bestemd. Aangezien veel voorwerpen als technisch hulpmiddelen kunnen worden beschouwd, is het niet de bedoeling dat de verdenking van het bij zich hebben, gebruiken of vervoeren van een dergelijk hulpmiddel lichtvaardig of gemakkelijk wordt uitgesproken. Bij de handhaving van deze bepaling moet hier aandacht aan worden besteed. Dit houdt in dat personen op straat niet preventief op het bezit, gebruik of vervoer van dergelijke hulpmiddelen kunnen worden gecontroleerd, zonder dat daartoe aanleiding is.

Vervolgens moet in een proces-verbaal of een bestuurlijke rapportage door een opsporingsambtenaar worden opgenomen op basis van welke feiten of omstandigheden er sprake is van een overtreding. Het tweede lid is dan ook opgenomen om optreden tegen technische hulpmiddelen met legale doeleinden te voorkomen.

Artikel I, onderdeel D Artikel 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebruik Dit artikel bevat een verbod op het gebruik van harddrugs (lijst I van de Opiumwet), het treffen van voorbereidingen voor dat gebruik en het bezit van voorwerpen en stoffen die als hulpmiddel kunnen dienen bij het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte en in voor het publiek toegankelijke gebouwen. Het verbod heeft als doel de openbare orde te beschermen door het tegengaan van overlast en hinder die met het gebruik van harddrugs op voor publiek toegankelijke plaatsen gepaard gaan. Dit is een ander doel dan de Opiumwet, waarmee het belang van de volksgezondheid wordt beschermd. Overigens verbiedt de Opiumwet het openlijk gebruik van harddrugs als zodanig niet. Een verbod op openlijk harddrugsgebruik is noodzakelijk, omdat de overlast als gevolg van openlijk harddrugsgebruik ernstig is toegenomen. De groep van kwetsbare harddrugsgebruikers is gegroeid en andere aanpakken om deze overlast tegen te gaan hebben niet het beoogde effect gehad. Zonder openlijk harddrugsverbod blijft het voor grote groepen gebruikers, ondanks het ruime zorgaanbod, aantrekkelijk om in de openbare ruimte harddrugs te gebruiken. Om kwetsbare harddrugsgebruikers meer naar opvang en zorg toe te geleiden is een verbod op openlijk harddrugsgebruik noodzakelijk.

Het verbod kan ervoor zorgen dat kwetsbare harddrugsgebruikers bij daartoe aangewezen maatschappelijke instellingen binnen harddrugs gebruiken en de nodige zorg en begeleiding krijgen. Met dit verbod wordt aantasting van de openbare orde tegengegaan. Het overlastgevende harddrugsgebruik brengt sterke gevoelens van onbehagen en onveiligheid met zich mee en gaat vaak gepaard met criminaliteit. Zo hebben de plekken waar openlijk harddrugs worden gebruikt een aanzuigende werking op dealers, andere drugsgebruikers, verslaafden en kwetsbare personen. Vervuiling en verloedering liggen op de loer. Het verbod geldt voor de gehele gemeente. Om de handhavingscapaciteit effectief en efficiënt in te zetten wordt gehandhaafd op excessen. Daarmee zal handhaving alleen worden ingezet op plaatsen waar structureel overlast wordt ervaren van openlijk harddrugs gebruik. Bij de handhaving wordt oog gehouden voor de zorg voor mensen die verslaafd zijn en worden zij zoveel mogelijk gewezen op de mogelijkheid om bij daartoe aangewezen maatschappelijke instellingen binnen drugs te gebruiken.

Artikel I, onderdeel E Artikel 5:24 Vereisten organisator In dit artikel zijn een aantal vereisten opgenomen waaraan een organisator moet voldoen om voor een vergunning in aanmerking te komen. Deze eisen zijn opgenomen omdat de persoon van de organisator van belang is voor een goede voorbereiding en organisatie van het evenement. Dit zal namelijk van grote invloed zijn op het verloop van het evenement. Een organisator heeft daarom een bijzondere verantwoordelijkheid. Hij zal het evenement gedegen en deskundig moeten voorbereiden, organiseren en begeleiden. Ook zal hij het door hem in te zetten personeel en de bezoekers moeten kunnen aanspreken op hun gedrag. Hierbij speelt het eigen gedrag van de organisator een grote rol. Als niet aan een of meer eisen kan worden voldaan dan moet de vergunning worden geweigerd. Aanhef en onder a Een organisator mag niet in enig opzicht van slecht levensgedrag te zijn. In het licht daarvan worden in ieder geval de volgende zaken als voorbeelden van slecht levensgedrag beschouwd: betrokkenheid bij geweldsdelicten, witwaspraktijken, gebruik en/of handel in drugs, rijden onder invloed, discriminatie, eerdere weigering van een vergunning vanwege levensgedrag. Per geval wordt bekeken wat hier nog meer onder valt.

Uitsluitend gedragingen die in een periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag hebben plaatsgevonden worden meegenomen in de beoordeling omtrent het levensgedrag, zodat iemand niet voor een langere tijd achtervolgd wordt door fouten die in het verleden gemaakt zijn. Als de burgemeester bekend is met gedragingen van een organisator die getuigen van slecht levensgedrag dan wordt in de regel de vergunning geweigerd. Aanhef en onder b De leeftijdseis is in overeenstemming met wat naar de huidige inzichten aan personen van die leeftijd kan worden overgelaten. Van een persoon die deze leeftijd heeft bereikt, mag een zekere mate aan levenservaring, verantwoordelijkheidsgevoel en overwicht verwacht worden om een goed organisator te zijn. Van personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt zal dat per geval van de persoon en de situatie afhangen. In de gevallen waarin hier twijfel over bestaat - of er sprake is van een goed organisator - kan de burgemeester een leeftijdseis stellen als vereiste voor een vergunning. Aanhef en onder c Het criterium dat een organisator aantoonbare ervaring moet hebben met vergelijkbare evenementen zorgt ervoor dat volkomen onervaren organisatoren evenementen organiseren die de nodige impact hebben op de belangen die de vergunningplicht voor evenementen beoogt te beschermen.

Juist vanwege het ontbreken van ervaring is de kans groter dat de voorbereiding en /of uitvoering van een evenement te wensen overlaat met alle gevolgen van dien. Van de burgemeester kan dan ook niet verwacht worden dat aan een dergelijk evenement medewerking wordt verleend. Ook kan niet worden verwacht dat de gemeente en/of hulpdiensten bij de aanvraag van een vergunning of begeleiding van een evenement dat deel voor zijn (hun) rekening neemt waarin de organisator in gebreke blijft vanwege gebrek aan ervaring. Voor kleine en ‘risicoloze’ evenementen zal niet snel ervaring als vereiste worden gesteld, omdat de onervarenheid van de organisator niet direct tot aantasting van de belangen zal leiden waarvoor een vergunningenstel is ingeroepen. Het gebrek aan ervaring weegt

daarom zwaarder naarmate het evenement risicovoller is en/of de grootschaligheid van het evenement toeneemt. Maar, dat hoeft niet zo te zijn. Elk evenement kent naar inhoud een bepaald risico, dus de burgemeester kan dit vereiste altijd stellen als de situatie daarom vraagt. Artikel I, onderdeel F Artikel 5:26: Reserveringskalender evenementen Zesde lid Een reservering op de reserveringskalender evenementen komt te vervallen als niet tijdig een aanvraag om een vergunning is ingediend voor het evenement. Tijdig wil zeggen 12 weken voor start van het evenement, gelet op artikel 5:27 APV. Hiermee worden plekken vrijgemaakt voor andere aanvragen voor evenementen die niet op de reserveringskalender staan, maar nog wel binnen de termijn van artikel 1:8 afgehandeld kunnen worden. Dit betreft vaak kleine(re) evenementen, omdat de behandeltermijn van grote evenementen langer is dan de tijd die nog over is (minder dan 12 weken) om een aanvraag tijdig te vergunnen. Wordt alsnog een aanvraag ingediend voor het evenement dat op de reserveringskalender stond dan geldt artikel 5:34, lid 4; een ontvankelijke aanvraag gaat voor een later ingediende aanvraag.

Artikel I, onderdeel G Eerste lid Artikel 5:30 Begripsbepaling buitenevenement Het begrip evenement is algemeen omschreven. Onder deze definitie vallen dan ook alle soorten evenementen voor zover deze op of aan de weg of het openbaar water plaatsvinden, zoals sportevenementen en straatfeesten op de openbare weg, maar ook herdenkingsplechtigheden en optochten niet zijnde openbare manifestaties. Daarnaast vallen ook kermissen, circussen en braderieën onder de definitie. Aangezien de genoemde activiteiten dezelfde uitstraling kunnen hebben als een evenement is het logisch dat de toetsingscriteria, die bij een evenement van belang zijn, ook hierop van toepassing zijn. Van de definitie zijn activiteiten uitgezonderd die al onder een ander wettelijk regime vallen. Bioscoopvoorstellingen behoren niet tot de uitzonderingen en vallen dus onder de definitie van een evenement. Utrecht kent geen openluchtbioscoop waarmee de noodzaak om dergelijke bioscoopvoorstellingen onder de uitzonderingen te laten vallen niet aan de orde is.

Artikel I, onderdeel H Artikel 5:32 Melding straatfeest Algemeen Voor het organiseren van straatfeesten is in het kader van de vermindering van administratieve lasten gekozen voor een meldingsplicht. Een straatfeest valt onder het begrip evenement zoals bepaald in artikel 5:30 APV, maar daar geldt onder voorwaarden een meldingsplicht voor in plaats van een vergunningplicht. Het is aan een organisator om aan de voorwaarden te voldoen en ook tijdig een melding te doen. Een straatfeest is een kleinschalige activiteit die niet langer dan 1 dag duurt, die in de openbare ruimte plaatsvindt, met als doel vermaak en ontspanning voor (de buren uit) de straat of naastgelegen straten. Het gaat om het bevorderen van de sociale verbinding tussen deze personen en de activiteiten op het evenement zien daar ook op. Het gaat dus niet om een verjaardagsfeest dat in de openbare ruimte plaatsvindt. Bij een straatfeest past geen commercieel doel. Een straatfeest is

namelijk niet ter promotie van andere activiteiten. Daarom moet voor (deels) commerciële activiteiten op een straatfeest een ‘gewone’ evenementenvergunning worden aangevraagd. Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan dan betekent dit overigens niet dat het evenement helemaal niet door kan gaan, maar dat dit niet mogelijk is met een melding. De situatie moet bijvoorbeeld beter beoordeeld (kunnen) worden aan de hand van stukken, de impact op de omgeving moet meer in kaart gebracht worden of er zijn aanvullende voorwaarden nodig voor het evenement. Geschikte locaties voor straatfeesten zijn: pleinen, grasvelden, sportvelden, parkeerplaatsen en vergelijkbare locaties. Veelal zitten straatfeesten andere activiteiten niet in de weg. Een combinatie van activiteiten, zoals bij een ander feest, braderie of in een winkelgebied past minder goed bij het doel van een straatfeest (sociale verbinding) en is daarom veelal geen geschikte locatie. Straten kunnen worden afgesloten als voldoende maatregelen worden genomen. Straatfeesten in parken zijn niet toegestaan. Daar is een evenementenvergunning voor nodig, zodat (aanvullende) maatregelen in een vergunning kunnen worden opgenomen om het groen te beschermen.

Eerste lid, onder a Er is een maximum aantal personen opgenomen om te voorkomen dat in een lange straat, vaak een hoofdweg, een straatfeest wordt georganiseerd voor de hele straat en dat dit met een melding mogelijk is. Het maximaal aantal bezoekers geldt als deze tegelijkertijd aanwezig zijn. Eerste lid, onder b Straatfeesten kunnen niet plaatsvinden op hoofdwegen, ontsluitingswegen, hoofdfietsroutes, busroutes en routes voor hulpdiensten. Die wegen moeten vrij blijven voor verkeer en bereikbaarheid. Daar is altijd een evenementenvergunning voor nodig, omdat bij afsluitingen van deze wegen en routes gekeken moet worden naar omleidingen en veelal een mobiliteitsplan onderdeel is van het evenement. Een andere straat mag worden afgesloten voor verkeer en er kunnen objecten op de ‘normale’ doorgaande weg worden geplaatst als er voldoende ruimte over blijft voor hulpdiensten. De weg mag niet geblokkeerd worden door objecten. Als er hekken worden gebruikt voor de afsluiting dan moeten die voldoen aan de landelijke richtlijn (CROW 96b: omleidingen en tijdelijke bewegwijzering). Dit wil vaak zeggen een rood/wit afzethek of dranghek met een C1 verkeersbord er op. Zonder de juiste afzetting mag een straat niet worden afgesloten.

Soms moeten ook andere verkeersmaatregelen genomen worden, zoals het omdraaien van de rijrichting, toestaan dat er in twee richtingen gereden kan worden of het plaatsen van omleidingsborden. Dit verschilt per situatie en is de verantwoordelijkheid van de organisator. Eerste lid, onder d Tijdens een straatfeest is versterkt (muziek)geluid toegestaan. Vooral bedoeld voor sfeer en niet hoofdactiviteit. De geluidsnorm is gelijk aan niet-muziekevenementen zodat mogelijke geluidsoverlast in de omgeving van het evenement beperkt blijft. Om hiervoor te zorgen wordt een afstand van 15 meter van de geluidsbron aangehouden als meetpunt met een Leq van 1 minuut. Hiervoor is gekozen, omdat in straten al snel een geluidsgevoelige gevel dichterbij ligt dan 15 meter (de geluidsbron staat op een oprit van een woning) en dit van invloed is op het geluidsniveau. Eerste lid, onder e De Alcoholwet bepaalt dat er geen vergunning of ontheffing nodig is als er een besloten feest wordt gehouden, waarvoor geen entree wordt gevraagd en waarbij niet betaald hoeft te worden voor het schenken van de alcoholhoudende drank. Als er sprake is van het vragen en betalen van een vaste bijdrage wordt ervan uit gegaan dat er sprake is van het anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank (artikel 1 jo. 3 Alcoholwet, Uitspraak Hoge Raad van 10 februari 1987, N.J. 1987, nr. 836).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8b0af50c-a18d-4bf7-b3fd-87456a5698cb