CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 20 april 2021, gemeente Utrecht21.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 20 april 2021 1

1.1

Burgeragendering Evenementengeluid Tijd: 19.30 - 20.30 uur Beleidsveld: Economische Zaken/ wethouder Klaas Verschuure Digitale raadsinformatiebijeenkomst: de raadsleden gaan in gesprek met de indiener van deze burgeragendering en met de betrokken ambtenaren. De heer Zorn/Nijssen namens de Utrechtse Stichting tegen Geluidsoverlast . De gemeentelijke verordening op de burgeragendering stelt dat na het aanbieden van de burgeragendering aan de raad de raad de burgeragendering in procedure neemt en vraagt de procedurecommissie om dit te agenderen voor inhoudelijke behandeling in een raadscommissie, voorafgegaan door een Raadsinformatiebijeenkomst (RIB). Motivering RIB De woordvoerders Economische Zaken gaan in de RIB over de burgeragendering graag in gesprek met de indiener en de op het beleidsveld betrokken ambtenaren. Tijdens de RIB willen ze graag: Verdiepende vragen aan de indiener stellen over de burgeragendering; Een (korte) toelichting door het stadskantoor. Toelichting ontvangen van meepraters (schriftelijk); Toelichting op het Burgeragendering: De initiatiefnemer stelt de gemeenteraad voor: •De geluidsnormen bij buitenevenementen strenger te maken, d.w.z.

lager dan 80 dBA buiten aan de gevel van woningen; •Bij het strenger maken van geluidsnormen ook de tijdsperioden van blootstelling (het aantal tijdsblokken), de afstand tussen het evenement en woningen en de geluidsisolatie van woningen mee te nemen, alsmede het maximale geluidsniveau bij beeldbepalende evenementen en bij ontheffingen; •Het college, eventueel d.m.v. een motie, te verzoeken de nieuwe normen te verwerken in de beleidsregels Burgeragendering Evenementengeluid-Info-en-Bijdragen-deelnemers WEB.docx Link naar informatie Utrechtse Stichting tegen Geluidsoverlast.docx bijdrage bewoner Veilinghaven- RIB Burgeragendering Evenementengeluid.pdf Bijdrage -RIB Burgeragendering Evenementengeluid-Nota medische en fysiologische aspecten van geluid definitief-Dhr Zorn.pdf Bijdrage-RIB Burgeragendering Evenementengeluid-Geluidsonderzoek Lepelenburg.pdf bijdrage-RIB Burgeragendering Evenementengeluid- bewoner Stadhuisplein.pdf Bijdrage-RIB Burgeragendering Evenementegeluid-bewoners Stadhuisplein 2.pdf format burgeragendering evenementengeluid.pdf presentatie-RIB burgeragendering evenementengeluid- GU.pdf Bijdrage UStG- RIB burgeragendering Evenementengeluid- 20 april 2021.pdf Aanbieding Burgeragendering Evenementengeluid Dit punt wordt in de avond behandeld.

Ben Nijssen, namens de Utrechtse Stichting tegen Geluidsoverlast, zal hierbij de burgeragendering Evenementengeluid aanbieden. Dossier 1541 voorblad.pdf Burgeragendering evenementengeluid .docx

2.1

Tijd: 19.30 - 21.00 uur Beleidsveld Merwedekanaalzone, wethouder Diepeveen Digitale raadsinformatiebijeenkomst gesprek raadsleden met ambtenaren en betrokkenen Agendeerders: woordvoerders Merwedekanaalzone Op 9 maart ontving de gemeenteraad drie raadsvoorstellen verband houdende met de verdere ontwikkeling van de Merwedekanaalzone, deelgebied 5 (zie hiernaast). Ook wordt door het college een zogenoemde voorhangprocedure gevoerd voor wat betreft de privaatrechtelijke stukken waarover na besluitvorming door de raad over de raadsvoorstellen het college een definitief besluit neemt. De raad wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen over de privaatrechtelijke stukken kenbaar te maken. Al vanaf eind 2020 vindt tussen de woordvoerders op dit onderwerp tezamen met de griffie en de projectorganisatie afstemming plaats over de wijze waarop de uitgebreide en complexe raadsvoorstellen behandeld kunnen worden. Dit overleg heeft geresulteerd in een opgesteld spoorboekje voor een periode die tot nu toe doorloopt tot eind september/ begin oktober (besluitvorming door de raad over de raadsvoorstellen). Het spoorboekje geeft richting en kan gedurende het proces verder worden ingevuld. Binnen dit kader zijn afspraken gemaakt voor een tweetal RIB’s op initiatief van het college die al hebben plaatsgevonden op 23 maart en 1 april.

Voor het verdere proces wordt door de woordvoerders voorzien in een drietal RIB’s waarvan wordt voorgesteld deze te laten plaatsvinden op respectievelijk 20 april, 29 april (besloten RIB = dus commissie) en 18 mei. Op 20 april wordt het thema Mobiliteit met betrekking tot de raadsvoorstellen besproken, op 29 april zullen financiële aspecten met betrekking tot de voorstellen aan de orde komen en op 18 mei komen ander aspecten met betrekking tot de stukken aan de orde. Op 20 april zullen ook belangengroepen (gerichte uitnodiging) de gelegenheid krijgen het woord te voeren, op 18 mei vindt mogelijk een ruimere gelegenheid plaats voor meepraters, doch dit zal in een nader voorstel nog aan u worden voorgelegd. Hieronder treft u het globale programma aan met betrekking tot de RIB van 20 april a.20 minuten voor een technische toelichting door het college; b.20 minuten voor een wetenschappelijke presentatie over het deelmobiliteitsconcept c.50 minuten voor gesprek met vertegenwoordigers uit de omliggende buurten en met (andere) belanghebbenden(organisaties).

De aanvragers stellen als vragen vooraf: •Hoe verhouden de plannen Merwedekanaalzone zich tot de gemeentelijke kaders/mobiliteitsplannen op stedelijk en regionaal niveau? •Wat betekenen de plannen voor het verkeer in de omliggende wijken en voor de Merwedekanaalzone zelf? oParkeren, oDeelmobiliteit en MaaS oToegankelijke van alternatieve vormen Mobiliteit voor alle doelgroepen oToegankelijkheid van wegen met auto’s of fietsen oToevoegen van bruggen en andere bestaande verbindingen in alle deelgebieden Welke eisen gelden er voor de bruggen. Hoogte en/of ophaalbaar, aanlanding? oVervoer over water oOpenbaar vervoer (Tram en Bus en contractuele afspraken tot 2023). En welke scenario’s zijn er bij wel/niet door gaan aanvraag tramlijnen? O Kleinschalig wijk- Doelgroepenvervoer. •Hoe komt het vervoer in het gebied Merwede eruit te zien? Parkeren: met name de afspraken over ondergronds parkeren Deelmobiliteit en MaaS Parkeren op afstand. Welke rechten en waar? en hoe men het conceptueel ziet werken.

Als voorbeelden: Hoe komt een supermarktbestelling bij je woning maar ook hoe kom je als gezin met meerdere kinderen in kinderzitjes bij de (deel) auto? •Organisatie en (financiële) verantwoordelijkheden mobiliteitsbedrijf Hoe verhouden de investeringen van en financiële risico’s van de marktpartijen bij het huidige mobiliteitsconcept ten opzichte van het hanteren van de reguliere realisatie op basis van de nota Parkeren -en stallen? De programma’s van 29 april en 18 mei volgen nog. Aangenomen kan worden dat - in lijn met het programma van 20 april - 90 minuten behandeltijd nodig is. Merwedekanaalzone-Info-en-Bijdragen-deelnemers-WEB.docx Bijdrage-Waterscouting-Utrecht-4-zeeverkennergroepen-RIB-MWKZ.pdf Presentatie-RIB-MWKZ-Mobiliteit-GU.pptx twee links stukken RIB MWKZ.docx Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 2 uitwerking van de Ruimtelijke Agenda 22/3 Toevoeging de per abuis vergeten zin 'of zoveel eerder als het college de raad (gedeeltelijk) in openbaarheid kan informeren' toegevoegd aan de alinea geheimhouding op pagina 2. Dossier 1535 voorblad

2.2

2.3

Raadsvoorstel Omgevingsvisie Merwedekanaalzone deel 2, aanvulling PlanMER en nieuwe wandel - en fietsbruggen..docx Raadsbrief Toelichting besluitvorming Merwedekanaalzone.docx Bijlage raadsbrief - Schematisch overzicht besluitvormingstraject Merwedekanaalzone Uitgebreide context plannen Merwedekanaalzone.docx 1. Omgevingsvisie MWKZ deel 2 uitwerking van de ruimtelijke agenda.pdf Bijlage 1.1 Overzicht van de participatie (Gemeente Utrecht, december 2020).pdf Bijlage 1.2 Nulmeting 2020 - leefbaarheid Rivierenwijk Transwijk Dichterswijk.pdf Bijlage 1.3 Mobiliteit Merwedekanaalzone - Goudappel Coffeng, april 2020.pdf Bijlage 1.4 Variantenstudie loop- en fietsbruggen Merwede - Goudappel Coffeng, december 2019.pdf Bijlage 1.5 Actualisatie cijfers en reactie op inspraak bruggenstudie - september 2020.pdf Bijlage 1.6 locatieonderzoek woonboten MWKZ - februari 2021.pdf Bijlage 1.7 Rapport_Verkeersonderzoek Merwedekanaalzone (oktober 2019).pdf 2. Aanvulling PlanMER MWKZ.pdf 3. Reactienota MWKZ Omgevingsvisie deel 2 en Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan Merwede.pdf Bijlage 3.1 Overzicht inspraakreacties en beantwoording.pdf 5. Aanpak Monitoring Merwedekanaalzone - 15 januari 2021.docx 6. Buurtaanpak Rivierenwijk en Transwijk - oktober 2020.pdf 7.

Buurtagenda Dichterswijk 11 januari 2021.pdf Raadsvoorstel Invoering betaald parkeren omgeving Merwedekanaalzone Dossier 1435 voorblad Raadsvoorstel Parkeerregime Merwede en omgeving.docx Raadsbrief Toelichting besluitvorming Merwedekanaalzone.docx Bijlage raadsbrief - Schematisch overzicht besluitvormingstraject Merwedekanaalzone 1. Onderzoek Goudappel Coffeng: Parkeerregulering in de omgeving van de Merwedekanaalzone.pdf 2. Figuur Loop isochronen Merwede deelgebied 5 incusief nieuwe bruggen.pdf 3. Figuur Gebieden invoeren betaald parkeren Merwede en omgeving.pdf 4. Figuur Eindbeeld parkeerregime Merwede en omgeving.pdf Stedenbouwkundig Plan Merwede 22/3 Toevoeging van de per abuis vergeten gemeentewetartikelen 55 lid 1, 86 lid 2 en 25 lid 2 van de Gemeentewet en de zin 'of zoveel eerder als het college de raad (gedeeltelijk) in openbaarheid kan informeren' toegevoegd aan de alinea geheimhouding. Dossier 1572 voorblad Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Plan Merwede.docx Raadsbrief Toelichting besluitvorming Merwedekanaalzone.docx Bijlage raadsbrief - Schematisch overzicht besluitvormingstraject Merwedekanaalzone Uitgebreide context plannen Merwedekanaalzone.docx 1. Stedenbouwkundig Plan Merwede.pdf 2. Beeldkwaliteitsplan Merwede.pdf 6.1 Afwegingskader verbonden partijen WKO BV.pdf 7.1 Afwegingskader verbonden partijen Mobiliteitsbedrijf Merwede.pdf 8.

Inrichtingsplan Openbare ruimte Merwede.pdf 10. CV's Kwaliteitsteam.pdf

4

Tijd:19.30 - 20.45 uur Digitale raadsinformatiebijeenkomst: gesprek tussen raadsleden, ambtenaren, experts en belangstellenden. Beleidsveld: Sport/ wethouder Maarten van Ooijen Agendeerders: Tessa Sturkenboom (Student & Starter), Has Bakker (D66), Martijn van Dalen (VVD), Lau Bosse (PvdA), Bert van Steeg (CDA) Motivatie: Er zijn terechte zorgen dat deze corona-epidemie de kansenongelijkheid vergroot. Ook op het gebied van sport en bewegen geldt dit. Het bevorderen van kansengelijkheid en pedagogische ontwikkeling van het kind gebeurt in Utrecht al via de aanpak Vreedzame Scholen. Geïnspireerd door deze aanpak, zijn de fracties van Student & Starter, D66, VVD, PvdA en CDA nieuwsgierig of zo’n integrale aanpak ook voor de sport en onderwijs zou werken. Het idee achter zo een brede en integrale aanpak is het verbeteren van de kansengelijkheid; om van ieder kind (en oudere jeugd) zijn/haar/hun eigen ‘sporttalent’-van beweging en motoriek tot mindset- te ontwikkelen. Om ieder gelijke kansen op ontwikkeling van sporttalenten te geven, is een (gestructureerde) samenwerking tussen verschillende partijen nodig. Zoals vakleerkrachten in het basisonderwijs van verschillende scholen, BSO, trainers en coaches bij sportclubs en buurtsportcoaches die in de buurt actief zijn.

De agenderende fracties zijn benieuwd op welke mogelijke manieren samenwerkingen tussen verschillende partijen als het onderwijs, sportclubs, buurtsportcoaches e.d. kunnen worden samengebracht, om zo toe te werken naar een breed gedragen ontwikkeling van jeugd op sporten en bewegen. Ook willen de fracties graag vanuit het onderwijs weten of een dergelijke aanpak aansluit op de eigen activiteiten van de scholen en hoe ze die willen en kunnen vormgeven. In Almere wordt het benutten en stimuleren van de ontwikkeling van talenten in de sport en bewegen bij jeugd gedaan via het Almere Kenniscentrum Talent. Een ander voorbeeld waar de ontwikkeling van het talent van het kind centraal staat, is de Ruud Nistelrooy Academy. De fracties horen graag input van deze experts hoe zij deze brede en integrale aanpak gerealiseerd hebben. Ook willen de agenderende fracties weten op welke manieren de afdelingen sport en onderwijs kunnen samenwerken en welke kansen zij zien om zo’n brede integrale aanpak op gebied van sport en onderwijs te realiseren. Hierbij valt te denken aan het ontwikkelen van een leerlijn welke door BSO, sportclubs en vakleerkrachten worden gebruikt. Maar ook wat zijn de mogelijkheden en kansen om het Atheletics Skills Model (ASM) te koppelen aan bewegingsonderwijs en aanbod van sportclubs.

Jeugd-in-sport-Info-en Bijdragen-deelnemers-WEB.docx Locatie nieuwbouw Ronald McDonaldhuis Tijd: 21.00 - 23.00 uur Beleidsveld: Ruimtelijke Ontwikkeling/ wethouder Klaas Verschuure Digitale raadsinformatiebijeenkomst: raadsleden gaan in gesprek met ambtenaren Agenderenden: Jelmer Schreuder, D66, Martijn van Dalen, VVD, Jantine Zwinkels, CDA Motivatie: De locatiekeuze voor het Ronald McDonaldhuis ligt gevoelig en leidt tot stevig debat over de belangenafweging die hierbij gemaakt moet worden voor wat betreft de gebiedsontwikkeling, het erfgoed, het landschap, de natuur en de belangen van jonge patiënten en hun ouders. De gemeenteraad heeft op 18 februari ruimte gevraagd aan de provinciale staten om tot een integrale afweging te kunnen komen, en de staten hebben zich niet uitgesproken over de locatiekeuze en de gemeenteraad hiervoor eerst aan zet gelaten. Fracties willen informatie ophalen bij gebiedspartners, belanghebbenden en ambtenaren over de mogelijkheden en belemmeringen voor de locatiekeuze voor nieuwbouw van het Ronald McDonaldhuis. Hierbij staan de volgende vragen centraal: 1. Welke rol speelt de verplaatsing van het Ronald McDonaldhuis in het totaal van de ontwikkelingen op het USP? 2. Welke locatie heeft de voorkeur en waarom? 3. Hoe zwaar weegt het belang om het Ronald McDonaldhuis op een korte afstand tot de kinderziekenhuizen te plaatsen? 4.

Welke belemmeringen spelen er op verschillende locaties en zijn die overkomelijk? Ronald-McDonaldhuis-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemers-WEB.docx Presentatie-RIB-RonaldMcDonaldhuis-GU.pdf bijldrage-RIB-RonaldMcDonalshuis-De-Brauw-Blackstone-Westbroek-Notitie Omgevingsvisie-en-Interim-Omgevingsverordening-provincie-Utrecht.pdf Bijdrage-USP-instellingen-brief aan Gedeputeerde Staten in reactie op brief 30 maart 2021RIB-Locatie-McDonaldshuis.pdf Bijdrage-Brief-GS-aan-USP-30-maart-2021-RIB-locatie-McDonaldhuis.pdf 1. USP partners zienswijze POVI 10 okt 2020 bijlage 2.pdf 1. USP partners zienswijze POVI 10 okt 2020 bijlage 4.pdf 1. USP partners zienswijze POVI 10 okt 2020 bijlage 6.pdf 1. USP partners zienswijze POVI 10 okt 2020.pdf 2a. 20210302 Notitie DBBW Omgevingsvisie provincie.pdf 2b. 20210416 Notitie DBBW Omgevingsvisie gemeente.pdf 3. 202102 Impressie rmcd 5 feb klein Locatie E.pdf Bijdrage- RIB nieuwbouw MacDonaldhuis- UMC filmpje.docx

5.1

Tijd: 21.15 - 22.45 uur Beleidsveld Energie / wethouder Lot van Hooijdonk Digitale raadsinformatiebijeenkomst met twee onderdelen: 1. Toelichting door het College op het voorstel en beantwoording vragen raadsleden/ 2. gesprek tussen raadsleden, ambtenaren, bewoners en vastgoedeigenaren. Agendeerders: Gertjan te Hoonte (VVD), Rachel Heijne (GL), Jelmer Schreuder (D66), Jan Wijmenga (CU), Henk van Déun (PVV), Jantine Zwinkels (CDA), Tessa Sturkenboom (S&S) en Maarten van Heuven (PvdD), Lau Bosse (PvdA), Stefan Gaillard (SBU). Het college heeft de raad een voorstel doen toekomen voor de vaststelling van de transitievisie warmte. De transitievisie komt voort uit de ambities om het gebruik van aardgas af te bouwen. Het betreft hier deel 1 van de visie waarin het college onder andere kaarten voorlegt aan de raad die de ontwikkelrichting van een wijk aangeven. Het college geeft aan dat de transitievisie onderdeel wordt van de Omgevingsvisie. De raad heeft eerder diverse bijeenkomsten over de transitie gehad maar daarbij nog niet de uitgewerkte versie kunnen zien en bespreken. Ook heeft de raad zich eerder al specifieke laten informeren over warmteopslag. De fracties van VVD, GroenLinks, D66, ChristenUnie, PVV, CDA, S&S en PvdD willen zich daarom nader laten informeren over het voorstel en de consequenties daarvan en inwoners de kans geven daarop te reageren.

Toelichting op het voorstel De agenderende fracties willen graag een nadere toelichting op het voorstel, waarbij de toelichting specifiek is gericht op de onderstaande (verduidelijkende) vragen. Informatie die vooraf gedeeld kan worden ontvangt de raad graag vooraf zodat de RIB zich kan richten op de verduidelijking van de openstaande vragen. De vragen zijn verzameld en vooraf aan het college gestuurd. Vragen: Een toelichting op de werking van de kaarten. In het plan lijken diverse transities te zitten, van gas naar warmtenet HT, van gas naar warmtenet LT, van HT naar LT. Graag een toelichting hoe de verschillende transities in elkaar zitten en welke consequenties dat op hoofdlijnen heeft voor bewoners, vastgoedeigenaren, producten en netbeheerders in een gebied. De 9 onderzochte scenario’s. De criteria om te komen tot gebiedsgerichte aanpak. De methode waarop maatschappelijke waarde is berekend en hoe dit zich verhoudt tot de andere principes inclusief de publieke waarden De samenhang van publieke waarden met de ontwikkelingen rondom nieuwe warmtewet Relatie met proefwijken Deel II Reacties van bewoners & vastgoedeigenaren Doel van dit deel is om bewoners en vastgoedeigenaren uit te nodigen en hen de kans te geven om zorgpunten te delen.

Transitievisie Warmte deel 1-Info-en-Bijdragen-deelnemers WEB.docx Bijdrage-RIB Transitievisie Warmte deel 1- werkgroep Warm Tuindorp.docx Bijdrage 1-deelnemer G-RIB Transitievisie Warmte-reactie op Raadsvoorstel Transitie Warmte deel I.docx Bijdrage 2- deelnemer G- RIB Transitievisie Warmte- Voortgang Programma Aardgasvrije Wijken RIA Utrecht.docx Bijdrage 3-deelnemer G.- RIB Transisitievisie Warmtekamerbrief-over-voortgang-omgevingswet.pdf Bijdrage 4-deelnemer G.- RIB Transitievisie Warmte-Stappenplan voor een CO² vrije Bijdrage 5- deelnemer G.- RIB Transitievisie Warmte-Gemeenten willen regels tegen gasklever.docx Raadsvoorstel Transitievisie Warmte deel I Dossier 1662 voorblad Raadsvoorstel Transitievisie Warmte deel I.docx Transitievisie Warmte deel I.pdf Participatierapport Transitivisie Warmte update februari 2021.pdf Tijd: 21.30 - 23.00 uur Beleidsveld: Openbare Ruimte/ wethouder Kees Diepeveen Digitale raadsinformatiebijeenkomsten: gesprek raadsleden met ambtenaren en betrokkenen Agenderenden: Melody Deldjou Fard (GroenLinks), Rick van der Zweth (PvdA), Cees Bos (SBU) en Ismail El Abassi (DENK) Motivatie Agenderende partijen zijn in afwachting van de brief van het college. We agenderen nu alvast een RIB en daarna een commissie debat om de stukken te bespreken.

In de RIB krijgen we graag een toelichting van de ambtenaren over het 1) gemaakte keuzes wat betreft de begraafplaats, 2) het proces tot nu toe, 3) de wijze voor een keuze van een exploitant en 4) het vervolg. Graag krijgen we de gelegenheid tot vragen. Ook horen we graag betrokkenen en gaan we met hen in gesprek.

6.1

6.2

Islamitische begraafplaats-Info-en-Bijdragen-deelnemers WEB.docx Bijdrage GU- RIB Islamitische begraafplaats- infographic Wlb (verzoek om eigen begraafplaats).pdf Bijdrage GU- RIB Islamtische begraafplaats- infographic Wlb (verzoek om deel van gemeentelijke begraafplaats).pdf Raadsbrief Startnotitie Islamitische begraafplaats Dossier 1715 voorblad Raadsbrief Startnotitie Islamitische begraafplaats (januari 2021).pdf Startnotitie Islamitische begraafplaats.pdf BIJLAGE H Projectbrief en Intentieverklaringen SMUO en partners_Geredigeerd.pdf BIJLAGE I Introductie en Ondernemersplan BIBIN_Geredigeerd.pdf VERVALLEN Raadsbrief Startnotitie Islamitische begraafplaats (december 2020) (1).pdf Raadsbrief Resultaten juridisch onderzoek Islamitische begraafplaats Dossier 1795 voorblad Raadsbrief Resultaten juridisch onderzoek Islamitische begraafplaats.pdf Notitie Advies met betrekking tot uitgifte begraafplaats.pdf

Burgeragendering Evenementengeluid Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal

20 april 2021 Marijn de Pagter 19.30-20.30 uur Hybride bijeenkomst: Gespreksleider, initiatiefnemer en gast op stadhuis, Raadszaal Raadsleden en ambtenaren digitaal aanwezig Bespreken Burgeragendering toelaatbare geluidsniveaus Gesprek tussen raadsleden en aanwezigen wethouder Verschuure Stefan Kortekaas (GU) Michel Winkelman (GU) De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie Stad & Ruimte op een nader te bepalen datum Website gemeente en facebook 1 deelnemer, indiener burgeragendering 1 deelnemer, bewoner Domplein 5 deelnemers gemeente Utrecht 1 deelnemer, CMU

Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Bertrokken ambtenaren/presentatoren Vervolg

Links naar Deelnemers

Programma -Presentatie initiatiefnemer voorstel en introductie meeprater door initiatiefnemer. -Vragen door raadsleden aan de initiatiefnemer -Toelichting Gemeente Utrecht over: 1. Hoe geluid gemeten en gehandhaafd wordt 2. Welke maatregelen effectief zijn om geluidsoverlast te verminderen 3. Wat zijn de consequenties van het verlagen van de maximale norm met 10 of 20 Db.? -Vragen door raadsleden -Laatste vragen aan initiatiefnemer -Afronding

Motivatie Agendeerders: De heer Zorn/Nijssen namens de Utrechts Stichting tegen Geluidsoverlast. Verzoek agendering voor RIB en Commissiebehandeling: De gemeentelijke verordening op de burgeragendering stelt dat na het aanbieden van de burgeragendering aan de raad de raad de burgeragendering in procedure neemt en vraagt de 1

procedurecommissie om dit te agenderen voor inhoudelijke behandeling in een raadscommissie, voorafgegaan door een Raadsinformatiebijeenkomst (RIB). Motivering RIB De woordvoerders Economische Zaken gaan in de RIB over de burgeragendering graag in gesprek met de indiener en de op het beleidsveld betrokken ambtenaren. Tijdens de RIB willen ze graag: 1. Verdiepende vragen aan de indiener stellen over de burgeragendering; 2. Een (korte) toelichting door het stadskantoor. 3. Toelichting ontvangen van meepraters (schriftelijk); Toelichting op het Burgeragendering: De initiatiefnemer stelt de gemeenteraad voor: • De geluidsnormen bij buitenevenementen strenger te maken, d.w.z. lager dan 80 dBA buiten aan de gevel van woningen; • Bij het strenger maken van geluidsnormen ook de tijdsperioden van blootstelling (het aantal tijdsblokken), de afstand tussen het evenement en woningen en de geluidsisolatie van woningen mee te nemen, alsmede het maximale geluidsniveau bij beeldbepalende evenementen en bij ontheffingen; • Het college, eventueel d.m.v. een motie, te verzoeken de nieuwe normen te verwerken in de beleidsregels.

2

Link naar informatie Utrechtse Stichting tegen Geluidsoverlast. http://www.ustg.nl/rib-burgeragendering-evenementengeluid/

In 2018 en 2019 vond het festival “Utrecht Drijft” plaats. Dit is een zeer hard technofestival met onder andere een drijvend podium. Ik woonde toen in een apartementengebouw uit 2005, op de 5e verdieping, opgesteld in een L-vorm naast een klein parkje bij de ingang van de Veilinghaven, waar het podium lag. Eerst was ik enthousiast. Volgens het wijkbericht beloofde het een kleurrijk spektakel te worden. Na de soundcheck was ik was zeer verbaasd dat dit met zo'n grote installatie mocht in een woonwijk. Ik was zeer boos dat er niet op het telefoonnummer opgenomen werd waar ik had willen vragen om het iets zachter te doen, want mijn toen 2 maanden oude zoontje had toen nog veel slaap nodig. Na 8 uur hard techno was ik zo boos dat ik een klacht bij de gemeente heb ingediend. Daar heb ik nooit meer iets op vernomen, behalve 5 maanden later (het werd nogmaals doorgestuurd naar Evenementen) en nog een paar maanden later (u krijgt volgende week waarschijnlijk antwoord van een collega). Dus heb ik de evenementen kalender in de gaten gehouden en direct gereageerd met mijn zienswijze toen het evenement werd aangekondigd. De procedure is echter dat je pas bezwaar kunt maken als de vergunning is verleend, vreemd genoeg. Op mijn bezwaar kreeg ik reactie: volgens vergunningverlener waren er geen klachten bekend in de voorgaande editie. Zo gaat dat dus.

Wel is er een aanvullende bepaling opgenomen dat er dit keer gemeten zou worden en gehandhaafd op geluid. Toch mooi leek me. Het kon op mijn balkon onder voorwaarde dat ik de ruwe meetdata zou krijgen. Ik ben zelf na een uurtje weg gegaan, ik vond het te hard. Ik had al wat notities gemaakt van tijdstippen waarop het echt hard ging om te vergelijken maar had er wel vertrouwen in. Ik heb meetdata gekregen. Hierin bleek helaas een gat van 100 minuten, ongeveer vanaf het moment dat het voor het eerst echt hard ging. In totaal zijn er 130 meetpunten van elk 1 minuut. Er is in het begin 1x gewaarschuwd bij een overschrijding van 2 dB waarna het zachter is gezet. Volgens mijn waarneming was er op dat tijdstip echter even een rustiger nummer, waarna het weer heel hard is gegaan. Uit de metingen zag ik, afhankelijk van welke correcties je toepast, dat het festival minstens 20x te hard ging. Als een onterecht toegepaste gevelreflectiecorrectie (de meetapparatuur stond op mijn hoekbalkon naast de gevel, en volgens in de beleidsregels wordt geen gevelreflectiecorrectie genoemd dus dat zit al in de norm) niet wordt toegepast waren er 66 overschrijdingen, en als gecompenseerd wordt voor het feit dat de meetapparatuur naast de gevel staat zou je op 115 van de 130 meetpunten komen.

Hierover ben ik in discussie geweest met de handhaver, zodat hij voor een volgende editie een negatief advies zou kunnen geven, maar we waren het nog niet volledig eens. Mijn conclusies: Het verschil tussen het waarnemen van overlast en de door handhaving getrokken conclusies is erg groot. Handhaving met deze norm heeft daardoor heel beperkt zin: het positieve is dat de organisatie zich beter aan de begin- en eindtijd houdt. De organisatie zoekt op verschillende technische manieren de rand op: met hele korte extreem harde stukjes in nummers (20 seconden, terwijl de meetpunten 1 minuut meten) zodat het harde geluid uitmiddelt in elk meetpunt. Ze vertrouwt erop dat ze gewaarschuwd wordt en regelt dan heel precies terug, zodat ze zo hard mogelijk kunnen blijven draaien. Dat dit niveau overlast veroorzaakt voor omwonenden is voor hen geen probleem. Zolang handhaving maar niet te hard in grijpt. En dat gebeurt niet. En zolang die vergunning er maar weer komt. En die komt er. En daarnaast: de norm van 80 dB gedurende 8 uur is ongezond hard. Je kunt een klein kind niet laten slapen met oordopjes.

Mijn appartement was niet eens de dichtstbijzijnde woning, dus voor mijn woning was zelfs een iets lager getal berekend, maar dat was met ramen dicht nog veel te hard om verantwoord een baby in deze goed geïsoleerde woning te laten slapen: wij konden elkaar binnen slechts met hard praten verstaan.

In 2020 heeft om andere redenen het festival niet plaatsgevonden. Zo wel dan had ik in ieder geval weer bezwaar gemaakt, hoewel dat veel gedoe is. Inmiddels ben ik verhuisd naar een rustigere plek in Utrecht. Ik hoop voor mijn onderburen (2 jonge kinderen) en alle andere kinderen die hier wonen dat de gemeente Utrecht het voorkomen van geluidsoverlast door festivals beter regelt.

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

Stichting Groene Ster Duurzaam! 30 september 2017

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

Voorwoord Veel personen en instanties die betrokken zijn bij geluid producerende evenementen worstelen met de medische en fysiologische effecten van geluid op de omgeving. Dat geldt voor de organisatoren, de regel stellende instanties (meestal gemeenten), juristen (advocaten en rechters) en de omwonenden zelf. Omdat binnen onze stichting veel kennis en kunde beschikbaar is en we van diverse kanten vragen krijgen over het onderwerp hebben we deze notitie opgesteld. Daarbij hebben we geprobeerd zo veel mogelijk technisch jargon te vermijden. Maar dat neemt niet weg dat de notitie met een stevig stuk wetenschappelijke literatuur is onderbouwd. In hoofdstuk 1 wordt een aantal in de literatuur veel gebruikte begrippen rond geluid en geluid meten uitgelegd. Hoofdstuk 2 behandelt de fysiologische relatie tussen geluid en het menselijk lichaam. Er wordt beschreven hoe geluid tot het menselijk lichaam en het centrale zenuwstelsel doordringt. De voor het gehoor schadelijke gevolgen van geluid worden in hoofdstuk 3 beschreven (Engels: “auditory effects of noise”). Hoofdstuk 4 beschrijft de schadelijke effecten van geluid op andere orgaansystemen dan het gehoor (Engels: “non-auditory effecs of noise”). In hoofdstuk 5 wordt de impact van deze nieuwe wetenschappelijke inzichten op het juridisch kader bij evenementen besproken. Hoofdstuk 6 geeft tenslotte de samenvatting.

Voor vragen of opmerkingen kunt u terecht bij het bestuur van de stichting: Stichting Groene Ster Duurzaam! Postbus 8501 8903 KM Leeuwarden Of bestuur@groenesterduurzaam.nl

Eindredactie: mr.drs. Th.C. van Gelder Luchtvaartgeneeskundige en medisch specialist Anesthesiologie

1

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

Inhoudsopgave 1. Wat is geluid en hoe meten we geluid?....................................................pag. 3 2. Hoe wordt geluid waargenomen/geregistreerd?......................................pag. 5 2.1. Luchtgeleiding: Rechtstreeks naar het oor 2.2. Beengeleiding: via het bot van de schedel naar het oor 2.3. Via de omgevingslucht naar de borstholte en de buik 2.4. Rechtstreeks van de omgevingslucht naar de huid 2.5. De beat; het ritme van de muziek; psychofysiologisch effect 2.6. Mee-resoneren van voorwerpen, ruiten en wanden in de woning 3. Gehoorschade door geluid……………………………………………………………………..pag. 7 3.1. Lawaaidoofheid 3.2. Oorsuizen, piep in het oor 3.3. Tijdelijk verschuiven van de gehoordrempel 3.4. Overgevoeligheid voor dagelijks geluid (hyperacusis) 4. Niet-auditieve schade van geluid……………………………………………………………pag. 10 4.1. Verhoogde prikkelbaarheid 4.2. Lichamelijke reactie op blootstelling aan acuut geluid 4.3. Cardiovasculaire effecten van geluidhinder 4.4. Cognitieve stoornissen 4.5. Slaapverstoring 4.6. Verstoring van het dag-nachtritme 4.7. Bijzondere kwetsbaarheid van kinderen 5. Nieuwe medische inzichten en het bestaande juridische kader……………..pag. 15 5.1. Welke wettelijke regels gelden bij geluidshinder van evenementen? 5.2. Het begrip “onduldbare hinder” en de Nota Limburg 5.3. Nota Limburg schiet op een aantal punten te kort 5.4.

Verwachting: Verdere uitwerking van het begrip “onduldbare hinder” 5.5 Ontwikkeling: Normeren van bastonen, laagfrequent geluid en voelbaar geluid van evenementen door middel van dB(C) 5.6. Ontwikkeling: Géén verschuiving van de nachtperiode en/of verstoring van het dag-nachtritme 5.7 Ontwikkeling: Aparte normen ter voorkoming van slaapverstoring bij kinderen 6. Samenvatting……………………………………………………………………………………….pag. 19

2

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

1. Wat is geluid en hoe meten we geluid? Geluid is een mechanische drukgolf die zich in eerste instantie via de omgevingslucht voortplant. Geluid ontstaat doordat een geluidsbron de luchtmoleculen om de bron heen in trilling brengt. Die trilling wordt doorgegeven totdat die de luchtmoleculen bij de waarnemer van het geluid bereikt. Via diverse zintuigen (met name het gehoor, het gevoel en de huid) registreert de waarnemer de trilling van de luchtmoleculen. Niet alleen lucht, maar ook andere gassen, vloeistoffen en vaste stoffen zijn in staat om geluidsgolven door te geven. De snelheid waarmee een geluidsgolf zich voorplant verschilt van stof tot stof. Met het toenemen van de afstand tot de bron neemt de trilling in sterkte af en uiteindelijk dooft de trilling uit. Geluid is een communicatiemiddel, een bijproduct van huishoudelijke en industriële activiteiten en een drager van muziek. Vaak is geluid ook een bron van hinder. Bij het beoordelen van geluidhinder wordt een aantal technische begrippen gebruikt: a) De toonhoogte van geluid wordt bepaald door de frequentie: het aantal trillingsgolven per seconde. De natuurkundige maat voor die frequentie is de Hertz (Hz). 1 Hertz betekent één trillingsgolf per seconde, 10 Hertz 10 trillingen per seconde, 100 Hertz 100 trillingen per seconde, enz.

Het gehoor neemt lage frequenties waar als lage tonen (bastonen) en hoge frequenties waar als hoge tonen (pieptonen). Het menselijk gehoor kan tonen waarnemen tussen de 20 Hertz en de 20.000 Hertz. Met het stijgen van de leeftijd neemt het vermogen om hoge tonen waar te nemen sterk af. Naast hoorbaar geluid zijn er ook geluidsgolven die het menselijk gehoor (net) niet waar kan nemen. De niet hoorbare lage tonen noemen we infra-geluid en de niet hoorbare hoge tonen noemen we ultra-geluid. b) Voor de sterkte van geluid geldt de decibel (dB) als maat. Hoe sterker het geluid, des te meer decibel er kan worden gemeten. Van belang is dat de decibel een logaritmische schaal heeft. Dat wil praktisch zeggen dat per drie decibel verhoging de hoeveelheid gemeten/geproduceerd geluid verdubbelt. c) Het menselijk gehoor is niet voor iedere frequentie even gevoelig. Hoge en lage tonen worden minder sterk waargenomen dan tonen in het spraakgebied. Het spraakgebied ligt tussen de 500 en 5000 Hertz. Om de sterkte van spraakgeluid op het menselijk gehoor te kunnen beoordelen is daarom voor geluidmeetapparatuur een speciaal filter(patroon) ontwikkeld. Dat is het A-filter. Geluidsterkte in decibel (dB) die gecorrigeerd is voor waarnemen van spraakgeluid door toepassing van dat A-filter noemen we dB(A).

Vanuit de gedachte dat mensen beschermd moeten worden tegen gehoorverlies in het spraakgebied zijn in de 20e eeuw veel regels opgesteld en beschermingsmaatregelen verplicht gesteld. Daarbij is de dB(A) centraal gesteld (zie onder). d) Ook buiten het spraakgebied, met name in de lage tonen/frequenties, kan geluid goed worden waargenomen. Toepassen van het A-filter bij een geluidsmeting geeft een onderwaardering van die lage tonen (bastonen). Om die reden is het C-filter ontwikkeld. Geluidsterkte in decibel (dB) die gecorrigeerd is voor waarnemen van bastonen door toepassing van dat C-filter noemen we dB(C). Pas de laatste jaren is het inzicht ontstaan dat de dB(A) geen goede maat is voor

3

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN geluidshinder veroorzaakt door geluid met lage frequenties en geluidstrillingen beneden de gehoorgrens. Voor die hinderbeleving is de dB(C) een veel geschiktere maat 1. e) Verwarring ontstaat doordat geluidsdeskundigen vaak termen door elkaar gebruiken. Zo worden bijvoorbeeld voor de gewone ongecorrigeerde decibel ook de termen “kale decibel”, “dB(Z)”, “ongewogen decibel”, “SPL” of “sound pressure level” gebruikt. f) Bij evenementen in de open lucht spelen eigenschappen van geluid en een aantal omgevingsfactoren een belangrijke rol bij de voortplanting (en dus de mate van overlast) van het geluid. Geluidsgolven van tonen in het spraakgeluid doven sneller uit dan geluidsgolven in het frequentiegebied van basgeluid. Bastonen hebben dus een groter doordringend vermogen en het basgeluid draagt veel verder dan spraakgeluid. Wind is verplaatsen van omgevingslucht. Bij stevige wind ontstaat benedenwinds van de geluidsbron een “geluidskegel” waarbinnen het geluid tot op grote afstand van de bron kan worden waargenomen. Bovenwinds van de bron is veel minder geluid te horen. Warme temperatuurlagen boven koude oppervlakken (inversies) zijn ook berucht: de warme laag kaatst (met name het basgeluid) terug naar het aardoppervlak.

Het resultaat kan zijn dat een waarnemer op afstand een “dubbele dosis” geluid ontvangt: namelijk het geluid dat hem rechtsreeks bereikt én het geluid dat omhoog gericht was maar door de inversielaag teruggekaatst wordt. Dat is ook de belangrijkste reden dat geluid over water in de avond en vroege nacht veel verder draagt dan over land. g) De dB(A) en dB(C) geven samen een goede indruk van het geluidsniveau op en rond een evenemententerrein. Voorwaarde is dan wel dat die waarden worden gemeten zowel bij de geluidsbronnen zelf als bij de geluidsgevoelige gebouwen in de omgeving (woningen). Voor een nog gedetailleerder beeld van het brongeluid kan een spectraalmeting worden gedaan. Daarvoor is een geluidsmeter nodig die tegelijkertijd voor alle geluidsfrequenties de geluidsterkte kan meten. Zo’n spectrum laat zien hoe voor een bepaalde geluidsbron de toonhoogten (frequenties) en geluidsterkten (decibellen) onderling samenhangen. Maatgevend in Nederland is de Richtlijn Muziekspectra in Horecabedrijven van de Nederlandse Stichting Geluidhinder (NSG). Daarbij heeft de NSG voor horecabedrijven en muziekevenementen de gangbare spectra bepaald die vijf verschillende muziekstijlen kenmerken.

Het is mogelijk om een aantal spectraalmeters op en rond een evenemententerrein te plaatsen en dat netwerk van meters te koppelen aan een computerprogramma (bijvoorbeeld het “Insight Now”™ systeem van de firma Munisense). Op die manier kan direct worden vastgesteld welke geluidsbron op een terrein met meerdere podia verantwoordelijk is voor hoge geluidsniveaus en welke woningen in de omgeving daar het meeste last van hebben.

1 ISO 1996 Acoustics - Description, measurement and assessment of environmental noise, deel 1, pag 13 6.1"descriptors for community noise".

4

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

2. Hoe wordt geluid door het menselijk lichaam waargenomen/geregistreerd? Het menselijk lichaam registreert geluidsdrukgolven op verschillende manieren: a) Rechtsreeks vanuit de omgevingslucht naar het oor. b) Vanuit de omgevingslucht via botgeleiding van de schedel naar het oor. c) Rechtstreeks vanuit de omgevingslucht naar de borstholte en de buik. d) Rechtstreeks vanuit de omgevingslucht naar de huid. e) Als de “beat”; het ritme van de muziek; een psychofysiologisch effect. f) Via het mee-resoneren van voorwerpen, ruiten en wanden in de woning. Het menselijk oor registreert het hoorbare deel van het geluid. De effecten onder punt a en b noemen we HOORBAAR geluid. De effecten onder c en d treden vooral op bij lage trilling/geluidsfrequenties (diepe bastonen). We spreken van VOELBAAR geluid. De effecten onder e en f zijn psychofysiologische aspecten van geluid. Hieronder worden de effecten nader toegelicht.

2.1. Luchtgeleiding: Rechtstreeks van de omgevingslucht naar het oor

De (geluids)drukgolven in de omringende lucht veroorzaken een wisselende druk op het trommelvlies. Het trommelvlies trilt mee in de frequentie van de drukgolven. Via de gehoorbeentjes wordt die trilling voortgeleid naar het slakkenhuis. In het slakkenhuis worden de drukwisselingen omgezet in (milivolt) elektrische signalen naar de hersenen.

2.2. Beengeleiding: Van de omgevingslucht via het bot van de schedel naar het oor

Een tweede route waarlangs geluidstrillingen het menselijk oor kunnen bereiken is via de zogeheten botgeleiding (beengeleiding): Als de gehoorgang of het uitwendig oor helemaal wordt afgesloten van de buitenwereld (bijvoorbeeld door oordopjes of een gehoorbeschermer) hoort iemand tóch geluid (maar zachter). Dat komt doordat het bot van de schedel gaat meetrillen met de drukgolven. Die trillingen worden doorgegeven aan het slakkenhuis. Het slakkenhuis zet die trillingen weer om in elektrische signalen naar de hersenen. Het maximale verschil tussen luchtgeleiding en botgeleiding naar het menselijk oor is ongeveer 30 decibel. Gehoordopjes en soundbarriers geven dus maar een beperkte bescherming van het gehoor: ze houden maximaal 10 tot 25 dB(A) tegen. Behalve als het hierboven beschreven HOORBAAR geluid kunnen drukgolven van geluidsbronnen ook nog op andere plaatsen in het menselijk lichaam worden geregistreerd: namelijk als voelbare drukwisselingen. Je zou kunnen spreken van VOELBAAR geluid. Dat voelbare geluid bereikt het lichaam op twee manieren: via de borst en buikholte en via de huid.

2.3. Rechtstreeks van de omgevingslucht naar de borstholte en de buik

De drukgolven die zich voortplanten in de omgevingslucht komen via de geopende luchtwegen in de longen en geven druk in de borstholte en op het middenrif. Daarbij komt dat de borstholte door grootte en bouw bijzonder gevoelig is voor frequenties van 50 tot 100 Hz. (dat is de zogenaamde “eigen frequentie” van de borstholte, die dan extra gaat resoneren). Het middenrif geeft de drukgolven weer door aan de buikorganen. Het resultaat is dat de druk van de geluidsbron voelbaar is in de borst en de buik via de druk- en rekreceptoren in de borst en buikholte. Deze receptoren zetten de rek- en druksensatie om in elektrische signalen naar het ruggenmerg, de hersenstam en de hersenen.

5

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

2.4. Rechtstreeks van de omgevingslucht naar de huid

Over het gehele lichaam vinden we in de huid receptoren die temperatuur, pijn, aanraking, druk en rek van de huid registreren. De drukgolven voortgeplant in de lucht grijpen rechtsreeks op de huid aan en veroorzaken prikkeling van de druk- en rekreceptoren in de huid. Deze receptoren zetten de rek en druksensatie om in elektrische signalen naar het ruggenmerg, de hersenstam en de hersenen. Het meest praktische voorbeeld van voelbaar geluid is de voorbijrijdende auto waarin een (jongere) bestuurder de ramen gesloten heeft maar de basboxen vol open heeft staan. Het basgeluid hóór je bijna niet maar voel je des te beter; door trillingen in borst- en buikholte en de drukwisselingen op de huid. De effecten van voelbaar geluid doen zich nauwelijks voor bij geluid in het spraakgebied (dB(A) maar vooral bij drukgolven met een lage frequentie: diepe bastonen en lage frequenties beneden de gehoordrempel. Bij die lage frequenties kunnen de drukgolven ook dieper in het lichaam doordringen en meer energie overbrengen. Om die reden dient voor het vaststellen van de mate van hinder de dB(C) als maat te worden ingezet 2, zoals de recente vakliteratuur ook aanbeveelt 3.

2.5. De beat; het ritme van de muziek; psychofysiologisch effect

Moderne popmuziek heeft een basritme (in de betekenis van “beat”) waarvan de frequentie vaak op 120 tot 160 slagen per minuut ligt. Het basisritme(natuurlijke ritme) van het menselijk lichaam wordt vooral bepaald door de frequentie van de hartslag: tussen de 60 en 75 slagen per minuut. Als het lichaam via één of meer van bovenbeschreven zintuigsystemen een beat registreert die aanmerkelijk hoger is dan het hartritme, ontstaat een opgezweept of opgejaagd gevoel. Er ontstaan dan ook lichamelijk stressverschijnselen (hartkloppingen, gejaagd gevoel, misselijkheid). In een situatie dat voelbaar geluid relatief overheerst wordt dat opgejaagde gevoel vaak nog sterker. Zeker als dit binnenshuis voelbaar is en lang aanhoudt kan sprake zijn van onduldbare hinder.

2.6. Mee-resoneren van voorwerpen, ruiten en wanden in de woning

Drukgolven met een lage frequentie dringen sterker door in de woning dan drukgolven uit het spraakgebied. Bovendien kunnen lage drukgolven veel meer energie overbrengen. Het resultaat is dat niet alleen geluid met een lage frequentie maar ook het doordringen in de woning van geluid dat op de grens van het hoorbare gebied ligt er voor kan zorgen dat voorwerpen, ruiten en wanden in de woning gaan meetrillen op de beat van de popmuziek en daarmee een aparte hinderbron gaan vormen. Het meetrillen van huisraad (wanddecoraties, servies, glazen en meubels) wordt “rattle noise” genoemd 4. Deze vorm van geluidshinder doet zich vooral voor bij frequenties lager dan 100 Hz, en kan al optreden bij geluidsniveaus op de gevel vanaf 60 dB(C) 5.

2

ISO 1996 Acoustics - Description, measurement and assessment of environmental noise. J.S. Haakmeester, “Handreiking evenementen in ruimtelijke ordening: overzicht van de jurisprudentie”, Jurisprudentie Milieurecht, 17 mei 2017. 4 T.N.O. onderzoeksrapport nummer 2013-R10188, van 9 jan 2013 over “rattle noise” in woningen als gevolg van laag overvliegende helikopters. 5 Idem, pagina 38 en 39: Sound Pressure Levels vanaf 65 decibel. 3

6

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

3. Gehoorschade door geluid Een uitstekend overzicht van de medisch aspecten van geluidhinder wordt gegeven in het review-artikel van Bosner e.a. in het medisch vaktijdschrift The Lancet 6. Schadelijke effecten van geluid worden primair ingedeeld in twee groepen: de effecten op het gehoororgaan en de effecten op andere orgaansystemen dan het gehoor. We spreken van auditieve (auditory) en niet-auditieve (non-auditory) effecten 7. In dit hoofdstuk worden de auditieve vormen van geluidshinder besproken.

Er zijn vier vormen van auditieve schade (Auditory effects of noise) te onderscheiden:

a) Lawaaidoofheid (Noise Induced Hearing Loss ofwel NIHL) b) Oorsuizen (Tinnitus) c) Tijdelijke verschuiving van de gehoordrempel (Temporary Threshold Shift ofwel TTS) d) Overgevoeligheid voor dagelijks geluid (hyperacusis)

3.1. Lawaaidoofheid

Blootstelling aan zware geluidsdruk in het frequentiegebied tussen de 500 en de 5.000 Hertz kan het menselijk oor blijvend beschadigen. We spreken dan van lawaaidoofheid. Tot de industrialisatie deed dat probleem zich alleen voor bij mensen die vuurwapens afschoten (jagers en militairen). Met de opkomst van de zware industrie in de 19e en 20e eeuw werd lawaaidoofheid voor grote groepen arbeiders een beroepsziekte. Vanaf de eerste helft van de 20e eeuw is vanuit de sociale geneeskunde en de bedrijfsgeneeskunde veel energie gestoken in het voorkomen van lawaaidoofheid bij arbeiders in de industrie, de (scheeps)bouw en de transportsector. Door enerzijds het beperken van geluidsproductie aan de bron en anderzijds bescherming tegen geluid bij de werknemer (oordopjes, soundbarriers, beperking van de duur van de blootstelling) kon lawaaibeschadiging worden voorkomen. Het dB(A) systeem was voor het grenzen stellen bij lawaaidoofheid de maat der dingen. Voor het vaststellen van de grenzen van geluidshinder vanuit het oogpunt van voorkomen van gehoorbeschadiging is het dB(A)-systeem ook nu nog het meest gebruikte en meest geschikte. Tegenwoordig is ontstaan van gehoorschade niet alleen een probleem voor sommige werkomgevingen, maar ook in de recreatieve sector en privé sfeer.

Het bezoeken van muziekevenementen met elektronisch versterkt geluid en gebruik van telefoons en MP3 spelers kunnen ook blijvende gehoorschade veroorzaken. De kans op schade aan het gehoor is evenredig met enerzijds de geluidsterkte in dB(A) en anderzijds de duur van de blootstelling aan het harde geluid. Bij een blootstelling langer dan 8 uur per dag aan omgevingsgeluid hoger dan 80 decibel is de kans op gehoorschade groot. Het is dan ook verboden voor werksituaties. MP3-spelers kunnen veel harder en ook in discotheken komen geluidsniveaus tot 110 en 120 decibel voor. Bij 100 decibel kan na 4 minuten al gehoorschade optreden 8. Jaarlijks komen er minimaal 22.000 jongeren bij met blijvende gehoorschade door te harde muziek. Dit komt voornamelijk door het verkeerd gebruik van MP3-spelers, andere audioapparaten, of in discotheken bij het uitgaan. Waarschijnlijk is dit een onderschatting, want het is gebleken dat van de jongeren van 13 tot 15 jaar al 10% een meetbare 6

Bosner e.a., The Lancet, 12 april 2014, “Auditory and non-auditory effect of noise on health”. Om nazoeken makkelijker te maken wordt steeds tussen haakjes de in het Engels gebruikte term van een Nederlands begrip gegeven. 8 Bron: website GGD Groningen; https://ggd.groningen.nl/milieu-gezondheid/gehoorschade. 7

7

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN gehoorschade heeft opgelopen. 100.000 jongeren tussen 15 en 25 jaar hebben een gehoorverlies van 20 decibel. Deze jongeren zijn in de sociale omgang gehandicapt 9. In discotheken en bij popconcerten is het geluidniveau vaak zo hoog dat (blijvende) gehoorbeschadiging kan optreden. De rijksoverheid heeft er echter voor gekozen hiervoor geen regels voor op te stellen. Zij ziet de bescherming tegen deze vorm van gehoorverlies als een verantwoordelijkheid van de bezoekers zelf. In 2011 is een convenant gesloten tussen organisatoren van popconcerten, vertegenwoordigers van geluidsbedrijven en de Nationale Hoorstichting. Afgesproken is dat het geluidniveau bij concerten niet hoger is dan 103 dB(A) en dat gehoorbescherming en informatie voor bezoekers beschikbaar worden gesteld. In 2014 hebben de brancheorganisaties van poppodia, festivals en evenementen met het ministerie van VWS een convenant gesloten waarin deze afspraken zijn uitgebreid met het meten, vastleggen en rapporteren van het geluidsniveau aan het ministerie. Dat convenant is in 2016 vernieuwd 10. Naar schatting hebben 450.000 jongeren tussen 15 en 25 jaar een gehoorverlies van 10 decibel of meer. Van deze groep hebben 100.000 jongeren een gehoorverlies van 20 decibel. De verwachting is dat dit bij oudere leeftijd erger wordt.

De relatie tussen geluidsniveau en de duur van de blootstelling aan hard geluid is eenvoudig af te leiden uit deze tabel van de gezamenlijke GGD-en 11:

3.2. Oorsuizen, piep in het oor

De tweede veel voorkomende beschadiging van het gehoor is blijvend oorsuizen of een blijvende piep in het oor 12. Dit symptoom kan zowel na kortdurende als na chronische te hoge

9

Idem. Tweede Convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector van 30 juni 2016. stcrt-2016-36467 : Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. 11 Bron: https://www.jouwggd.nl/gezondheid/gehoorschade 12 Bosner e.a., The Lancet, 12 april 2014, “Auditory and non-auditory effect of noise on health”, 10

8

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN blootstelling aan geluid optreden en langere tijd aanhouden of blijvend zijn. Ook deze vorm van gehoorschade treedt op steeds jongere leeftijd op. In de jeugd gezondheidsenquête van de GGD Groningen geeft 6% van de 12-18 jarigen aan vaak tot altijd een pieptoon te horen, gecorreleerd aan het luisteren naar harde muziek. Ook andere onderzoeken geven aan dat op de eerste jaren van het voortgezet onderwijs tot 10% van de jongeren last heeft van oorsuizen. Op deze leeftijd is de voornaamste oorzaak het luisteren naar te hard afgestelde MP3-apparatuur ed. Telefoons en MP3-spelers kunnen tot 130 decibel geluid produceren via de oortelefoon. Later is ook te harde muziek in het uitgaansleven een belangrijke oorzaak. Onderzoek onder 130.000 jongeren toont aan dat 93% last heeft van het gehoor na een bezoek aan een discotheek of een muziekevenement. Na een dag heeft 38% nog steeds een piep in het oor 13.

3.3. Tijdelijk verschuiven van de gehoordrempel

De meeste mensen ervaren tijdelijk gehoorverlies na blootstelling aan te hard geluid. Ook kan tijdelijk een piep in het oor of oorsuizen optreden. Dit kan al na één bezoek aan een discotheek of een muziekevenement. Wanneer de blootstelling te vaak of te lang is, kunnen de symptomen blijvend zijn 14.

3.4. Overgevoeligheid voor dagelijks geluid (hyperacusis)

Tevens kan overgevoeligheid voor dagelijkse geluiden optreden. Hyperacusis is de medische benaming voor een overgevoeligheid voor normale dagelijkse geluiden. Het roeren in een koffiekopje, het uitruimen van de vaatwasser of het openen van een plastic zakje, kunnen voor iemand met hyperacusis erg onaangenaam tot zeer pijnlijk zijn 15.

3.5. Gehoorschade: zelden bij omwonenden

Lawaaidoofheid, tinnitus en verschuiving van de gehoordrempel zijn een medisch probleem voor medewerkers van evenementenorganisaties en bezoekers van evenementen. Ook vanuit het oogpunt van de volksgezondheid is gehoorschade bij grote groepen jongeren die muziekevenementen bezoeken een groot probleem. Voor direct omwonenden van muziekevenementen vormt auditieve schade door geluidhinder meestal géén probleem, omdat in de regel aan de gevel van kwetsbare woningen deze geluidsniveaus niet gehaald worden.

pag.1326. 13 Bron: GGD Groningen; https://ggd.groningen.nl/milieu-gezondheid/gehoorschade. 14 N. Petrescu, McGill Journal of Medicine, november 2008, “Loud music listening”, pag. 169-176. 15 Bron: Hoorstichting; https://www.hoorstichting.nl/het-gehoor/gehoorschade/soorten-gehoorschade.

9

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

4. Niet-auditieve schade van geluid Voor omwonenden van evenementen met versterkt geluid staat de niet-auditieve hinder en schade van geluid centraal. Er zijn verschillende vormen van niet-auditieve schade van

geluid (Non-auditory effects of noise) die ook onderling samenhangen: a) Verhoogde prikkelbaarheid (Annoyance) b) Lichamelijke reactie op geluid (Physiological reaction to acute noise) c) Hart- en vaatziekten (Cardiovascular disease) d) Cognitieve stoornissen (Decreased cognitieve performance) e) Slaapverstoring (Sleep disturbance) f) Verstoring van het dag-nachtritme (Circadian rythm disturbance) g) Bijzondere kwetsbaarheid van kinderen

De afgelopen twintig jaar is uitgebreid epidemiologisch onderzoek gedaan naar de effecten van chronische blootstelling aan geluid. Met name op het gebied van wegverkeer, railverkeer en luchtverkeer. Daaruit komt naar voren dat er een duidelijke relatie is tussen de blootstelling aan geluidhinder en het ontstaan van hoge bloeddruk (hypertensie), ischemische hartziekten (waaronder hartinfarct), hersenbloedingen, dementie en suikerziekte (diabetes mellitus) 16. Bij evenementen met versterkt geluid is er geen sprake van chronische blootstelling maar acute en relatief kortdurende blootstelling. Ook op dat gebied is veel onderzoek verricht. Een goed overzicht van de interactie van de niet-auditieve effecten van geluidhinder geeft het schema uit het artikel van Münzel, e.a 17:

16 T. Münzel e.a., “Cardiovascular effects of environmental noise exposure”, European Heart Journal van 13 januari 2014, pag. 833. 17 Idem, pag. 831.

10

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

4.1. Verhoogde prikkelbaarheid

Verhoogde prikkelbaarheid (Noise induced annoyance) is de meest frequent voorkomende reactie binnen een populatie bij blootstelling aan geluidshinder. Die verhoogde prikkelbaarheid ontstaat doordat het geluid verstorend werkt op het ritme van dagelijkse activiteiten (werken, ontspannen, studeren/leren, rusten, slapen) 18. Daarbij ontstaan ook negatieve lichamelijke reacties zoals boosheid, ongenoegen, vermoeidheid en stress-gerelateerde symptomen (zie hieronder).

4.2. Lichamelijke reactie op blootstelling aan acuut geluid

Blootstelling aan acuut geluid is uitgebreid onderzocht in veldsituaties en in de laboratoriumomgeving. Het veroorzaakt verhoging van de bloeddruk, verhoging van de hartslag en het slagvolume. Die reacties zijn het gevolg van het vrijkomen van catecholamines (stresshormonen) in de bloedbaan. Deze verschijnselen doen zich niet alleen voor bij hoge geluidsniveaus, maar ook bij geluid van relatief geringe sterkte wanneer concentratie vragende activiteiten, rust of slaap worden verstoord 19.

In het gangbare wetenschappelijke model (zie de figuur op pagina 10) veroorzaakt blootstelling aan hinderlijk geluid het activeren van twee neuro hormonale stress-systemen; bij de sympathische reactie worden vanuit de bijnierschors de zogeheten vluchthormonen zoals adrenaline en noradrenaline in de bloedbaan gebracht. Ze zorgen voor verhoogde hartslag en verhoogde bloeddruk. Daarnaast komen ook corticosteroïde hormonen in de bloedbaan. Die hebben een dempende werking op lichaamsschade veroorzakende prikkels. Beide hormonale stressreacties hebben géén hersenschors-activiteit (cognitief proces) nodig om op gang te komen. Iemand hoeft zich dus niet bewust te zijn van het veroorzakende geluid; het proces is subcorticaal en reflexmatig 20. Het effect beperkt zich niet tot bloeddruk en hartslag, maar heeft ook invloed op de vethuishouding, suikerstofwisseling, elektrolytenbalans en bloedstolling. Samengevat: zowel het objectieve niveau van blootstelling aan geluid als de subjectieve perceptie en onderbewuste waarneming van geluid bepalen het effect van geluid op het neuro hormonale stelsel.

4.3. Cardiovasculaire effecten van geluidhinder

Zowel kortdurende blootstelling als langdurige blootstelling aan geluidshinder veroorzaken verschijnselen die op de lange termijn verbonden zijn met hart- en vaat ziekten (hoge bloeddruk, ischemische hartziekten en beroerte) 21. Als eerste leidt blootstelling aan hinderlijk geluid (via versterkte werking van het autonome zenuwstelsel) tot verhoogde systolische en diastolische bloeddruk. Secundair daaraan en als gevolg van verstoringen in hierboven genoemde metabole balansen ontstaat dan op termijn een grotere kans op hypertensie, arteriosclerose, hartinfarct en beroerte. Voor langdurige blootstelling aan geluidshinder is zelfs een “dosis-respons-relatie” gevonden. Die relatie komt neer op een stijging van het relatieve risico op hart- en vaatziekte (met name hypertensie, ischemische hartziekten en hartinfarct) van 7 tot 17% per 10 dB stijging in equivalent geluidsniveau 22. 18

Bosner e.a., “Auditory and non-auditory effect of noise on health”,The Lancet, 12 april 2014, pag.1328. T. Münzel e.a., “Cardiovascular effects of environmental noise exposure”, European Heart Journal van 13 januari 2014, pag. 830. 20 Idem. 21 Bosner e.a., The Lancet, 12 april 2014, “Auditory and non-auditory effect of noise on health”, pag.1328 22 Idem, pag. 1329. 19

11

Nota FYSIOLOGISCHE EN MEDISCHE ASPECTEN VAN GELUIDHINDER BIJ EVENEMENTEN

4.4. Cognitieve stoornissen Concentratiestoornissen en leer(prestatie)stoornissen zijn de meest voorkomende cognitieve effecten van blootstelling aan geluidshinder. Enerzijds worden die veroorzaakt door de directe blootstelling aan geluid op het moment dat de geluidshinder zich voordoet. Daarnaast is er een vertraagd effect doordat de geluidshinder slaapstoornissen veroorzaakt die de dag(en) daarna leiden tot deze cognitieve stoornissen. Kinderen in de leeftijd van 7 tot 19 jaar zijn extra gevoelig voor de blootstelling aan hinderlijk geluid 23. 4.5. Slaapverstoring

Slaapverstoring is de ergste vorm (“most severe”) van de niet-auditieve schade veroorzaakt door geluid 24. Ook tijdens de slaap dringt geluid tot het centrale zenuwstelsel door (via het Ascending Reticular Activating System naar de Hypothalamus en eventueel naar de hersenschors): Het lichaam herkent, evalueert en reageert op omgevingsgeluid óók tijdens de slaap. Die reactie van het lichaam op geluid tijdens de slaap is géén “aan-uit- mechanisme”, maar een graduele reactie die varieert tussen een geïsoleerde vegetatieve reactie (b.v. verhoging van hartslag en bloeddruk) tot volledig ontwaken. Uit wetenschappelijk onderzoek is een hele duidelijke relatie naar voren gekomen tussen nachtelijk geluid (dus na 23:00 uur) van wisselende sterkte en hoge bloeddruk 25 en andere hart- en vaatziekten 26. Ouderen, kinderen, mensen met onregelmatige diensten en mensen met bestaande slaapstoornissen zijn verhoogd gevoelig/kwetsbaar voor slaapverstoring 27. Korte termijneffecten van slaapverstoring door geluid zijn: - hoofdpijn - vermoeidheid - concentratiestoornissen - opgejaagd gevoel - duizeligheid en misselijkheid - Stemmingsveranderingen - Subjectieve en objectieve slaperigheid overdag

4.6. Verstoring van het dag-nachtritme

Bij veel evenementen wordt versterkt muziekgeluid tot 23:00 uur vergund. In het weekend en voorafgaande aan feestdagen wordt die eindtijd van versterkte muziek regelmatig verschoven naar 24:00 of 01:00 uur. Dat betekent, zeker bij meerdaagse evenementen, dat het dagnachtritme van omwonenden ernstig verstoord raakt. Het menselijk lichaam kan per periode van 24 uur het dag-nachtritme (de biologische klok) met maximaal een uur naar voren of naar achteren opschuiven. Zo’n onfysiologische verschuiving gaat steeds gepaard met een algemeen gevoel van onwelbevinden en vermoeidheids-, lichamelijke en psychische klachten. 23

Bosner e.a., The Lancet, 12 april 2014, “Auditory and non-auditory effect of noise on health”, pag.1329 T. Münzel e.a., “Cardiovascular effects of environmental noise exposure”, European Heart Journal van 13 januari 2014, pag. 831. 25 Idem, pag. 832. 26 Bosner e.a., The Lancet, 12 april 2014, “Auditory and non-auditory effect of noise on health”, pag.1330 27 Idem. 24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=44e3ce17-2a0a-4a63-8a2a-20cd9d7e2d26