CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente Utrecht45.123 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

En we hebben dit debat echt eindeloos in de commissie ook, volgens mij, gehad. De heer Stellinga. Ja, de slotconclusie, voorzitter, is dat de wethouder en het college dus wel voorsorteren op hoger bouwen dan de dom, terwijl wij de mogelijkheid willen openhouden dat de markt de enige uitzondering daarop was. En dat betreuren wij. Nee, voorzitter, en dan als ik hier probeer te zeggen wij liggen verrassend dicht bij elkaar, dan moet u mij niet weer een hele andere uitleg van mijn eigen woorden in de mond te leggen. Ja, mits en nee, tenzij ligt er eenmaal dicht bij elkaar. Ik zeg ja, mits. U zegt nee, tenzij. Ik blijf bij de ja, mits variant. Voorzitter, maar als de wethouder in een omgevingsvisie ja, mits opneemt voor iets, dan betekent het dat die mits moet gaan beargumenteren en alleen als hij dat goed kan, dat hij dan het plan kan tegenhouden. Dat realiseert de wethouder zich. Ja.

De voorzitter: Ik stel voor dat de wethouder verder gaat. Dat was een ja zonder mits, voorzitter. Amendement 94, geen gentrificatie. Daar heeft het college een dilemma en het dilemma is het volgende, namelijk dat we het gewoon helemaal met u eens zijn. Die stad moet inclusief, die moet divers. Je moet daar kunnen willen wonen waar je zou wensen te wonen. Je moet andere buren tegenkomen dan hoe je er zelf uitziet, maar soms is het toevoegen van duurdere 31

woningen of het toevoegen van middenhuur op plekken ook iets heel zinvols om te doen. En dat is ook van dit college juist het beleid in bijvoorbeeld Overvecht. Niet om mensen de wijk uit te jagen, maar om de wijk juist via een andere lijn diverser te maken. En uw amendement, die ook zegt het moet actief tegengegaan worden, zou ertoe kunnen leiden dat je zegt van ja, maar die inzet in Overvecht, die kan dan niet meer. En dat zou het college betreuren. En dan moet ik toch tot een ontraden komen. Ik vind het in ieder geval al mooi dat mijn eerste amendement in mijn nieuwe politieke leven u al gelijk voor een dilemma stelt, natuurlijk. Maar volgens mij, gentrificatie betekent dat mensen die in een wijk wonen eigenlijk de wijk worden uitgedreven. En volgens mij, wat u ook zegt, wat in Overweg gebeurt, betekent niet dat mensen die daar wonen moeten verhuizen en weg moeten, maar betekent dat er andere mensen bij komen. Dat is een ander verhaal. Gentrificatie gaat over mensen die de wijk worden uitgedreven. Dus ik denk eigenlijk dat we het, misschien hier ook weer, eigenlijk bij elkaar eens zijn. Dat is fijn, voorzitter. En tegelijkertijd zijn er ook mensen die de term gentrificatie sec gebruiken voor het toevoegen van duurdere woningen. En u bedoelt hem niet zo, dus dat is fijn. U heeft gehoord wat ik heb gezegd. Ik doe u hetzelfde aanbod.

Ze zijn een heel eind in de beantwoording als de Partij voor de Dieren. En wie weet brengt dat iets moois. Ze mogen me mailen. Amendement 95. Identiteit van de stad is ook het bestaande, heren. Wacht even hoor, want de heer Soenger nog op het vorige amendement, of niet? Ja, precies, voorzitter. Want ja, stellen dat er ook mensen zijn die er iets anders van maken of vinden, kan natuurlijk geen argument zijn. Gentrificatie is wat het is. En het gaat over het verdrijven van bepaalde mensen uit bepaalde wijken. Dus ik zou dan de wethouder willen vragen om vanuit die definitie te redeneren en dan ook een nieuwe appreciatie van het voorstel te doen. Voorzitter, dat heb ik denk ik in mijn appreciatie al gezegd, namelijk als dit is wat uw definitie van gentrificatie is, dan is het college het zeer met u eens. Ik weet echt dat er ook mensen zijn, dat zijn ook mensen die hier bijvoorbeeld soms inspreken bij plannen die bedoeld zijn om wijken een boost te geven, dat ook mensen zeggen nee, maar nu doet u aan gentrificatie en dat moet u niet doen. Dan is het toch iets wat in ieder geval het college wel voorstaat, zoals in Overvecht. Ik zou die uitzondering wel mogelijk willen maken met dit amendement. Volgens mij gaat ons dat lukken in de tekst. Dat denk ik echt. Amendement 95. Identiteit van de stad is ook het bestaande, heren.

Naar mijn oordeel staat dit eigenlijk allemaal hartstikke goed in de cedebouwvisie, want we hebben gezegd dat we steeds uitgaan van de kracht van het bestaande en dat er andere zaken zijn. Toevoegingen, het moet aansluiten. Ik ben in die zin ook een beetje zoekende naar wat de PvdA als precieze aanscherping wenst. Als het een aanscherping moet zijn, dan denk ik dat het college al best goed had gewogen in welke mate wij van het bestaande uit willen gaan. Dus als dit een aanscherping is, dan zou het zonde zijn als daar weer ontwikkelingen door stil komen te staan.

De voorzitter: De heer Van de Zweth.

De heer van de Zweth (PvdA): Ja, voorzitter. Het klopt wel dat een deel er ook gewoon staat. Dus er staat bijvoorbeeld met zuiners met grondstoffen omgaan en dergelijke. Nou, daar past geen of minder sloopnieuwbouw bij, maar dat staat er niet. Er staat gemeenschappen opbouwen. Dat kan hetzelfde zijn als je sociale structuren behouden. Maar ook dat laatste, dat staat er weer niet. Dus volgens mij gaat het echt niet verlammend werken. Is het een mooie aanvulling, maar scherpt het wel aan in de richting. En dat is wat dit amendement beoogt en 32

hoeft de wethouder die zorg van platleggen daarin niet te hebben. Voorzitter. Ik wil hier eigenlijk niet pleinair aan de close reading doen. Mag ik De heer Van der Swet: Zo even één woordje suggereren, want als dit een uitgangspunt is dan denk ik dat ik enorm geholpen zou zijn om dat ergens in een van uw zinnen toe te voegen. Want als u zegt dat het niet iets van ontwikkeling mag tegengaan, dan zijn we het gewoon eens met elkaar. Amendement 96. Mag ik zelf even meegeven aan u, Allend, voor hen die wellicht een gewijzigd amendement willen indienen, om dat gewoon nu te maken, zodat we dat zo meteen ook gewoon in tweede ronde meteen kunnen doen, in het kader van dat ik uw tijd in de gaten houd. De wethouder.

Amendement 96, middenbouw als missing link. Uitgesproken in het commissiedebat. Dit is een keurige verwoording daarvan. Positief advies. Amendement 97, Utrecht durft te experimenteren. Dat is ook een beetje de ja-mits-stijl en toon, denk ik. Dat is dus positief advies, overigens in zijn algemeenheid en niet specifiek over de DOM. Dan het amendement op stuk nr. 98, over verticaal bestemmen. Daar ben ik af en toe een beetje het versiebeheer kwijt. Volgens mij heeft u het nu zo opgeschreven dat het allemaal klopt, dus een positief advies. Dan krijgen we het spiegelbeeldige amendement op stuk nr. 99. Daar ga ik hetzelfde op adviseren als richting het CDA, want ik blijf in die ja-mitsen. Dat is dus ook niet een ja-uitroepteken, want dat zou dit amendement dan weer zijn. Die ontraad ik ook, omdat ik denk dat we het echt over de mits moeten hebben. Voorzitter.

Dat waren alle ingediende amendementen. Ik heb nog één opmerking van GroenLinks die ik even wil, eerlijk gezegd, tegenspreken. Ik heb in het commissiedebat juist gezegd dat ik geen teksten ga aanpassen, omdat de suggestie die u deed voor een aanpassing van de tekst direct bij de VVD, De opmerking toen in het commissiedebat opleverde, zien wij juist weer niet voor ons. Dus toen heb ik u uitgenodigd om het hier vandaag te doen. Ik heb dus niet het mandaat gevoeld in het commissiedebat om nog een tekst aan te passen, op eigen gezag. Dan heb ik echt een andere herinnering, want u heeft volgens mij echt gezegd dat dit het enige punt is waarop u gezegd hebt dat u zelf de tekst gaat aanpassen. Dus dan moet u misschien even terugluisteren, maar u heeft echt nadrukkelijk dit als bijgezegd dat dit het ene punt is waar u de tekst gaat aanpassen. Het is wat het is. Ik kijk even, want de heer Ter Hoonten.

Ja, ik zou graag een punt van orde maken, want de wethouder heeft een heel mooi positief advies gegeven over een amendement waarvan bij de laatste ambtelijke check toch nog blijkt dat daar C3, C4 staat en dat moet zijn C4, C5. Dus ik wil de wethouder daar even naar zijn ambtenaar op wijzen. Er is een nieuwe versie ingediend, maar ik kom dan, dat is mijn punt van orde. Volgens mij moet ik dan gewoon een nieuwe versie indienen, omdat het een amendement is.

Ja, ik denk het ook. We gaan dat toch doen. ...heb ik de indruk. Dus misschien doen we even een snel rondje. De heer Van der Swet. 33

Ja, voorzitter. Een snel rondje is goed, maar ik wou vragen om het even te combineren... ...met even een korte pauze, toiletbreak en dergelijke. Want mij zou nog een suggestie gedaan worden... ...en dan pas kan ik de boel verwerken, dus dat kan ik nu nog niet doen. Dus dat dat allemaal even tegelijk loopt voor de snelheid.

Ja, we kunnen ook verder gaan, gewoon met arbeidsmarkt. En dat we daarna dit even herpakken. Daar heeft u... Want ik zit ook gewoon even te kijken... Tenzij u allemaal een toiletbreak nodig heeft, dat kan hoor. Ik kan mij afronden, maar dan moet de spreektijd lopen, want dan trek ik amendement 86 in en dan wil ik graag een nieuwe versie daarvan indienen die de juiste kavels aanwijst en die zit in de mailbox. En dat wordt dan amendement 100? Dan is die alvast ingediend. Mevrouw Sassbrink.

Mevrouw Sasbrink (PvdD): Ik heb twee nieuwe versies ingediend. Bij amendement 89 heb ik het vloeroppervlak van de liften uitgehaald. Bij amendement 87 stond de Menselieuwe Zon dus in verschillende buurten. Deze staat nu in enkele buurten en is nu ook mede namens groep Zwanenberg.

De voorzitter: Oké, dus dat worden amendement 101 en 102. Goed. En dan de heer Dijkstra

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Ja, ik had graag nummer 100 gehad natuurlijk, maar goed, dat gaat niet meer. Jammer. Ik trek dan hetzelfde rijtje amend 91 in. Hoogbouw ja, indien betaalbaar. En ik dien een nieuw amendement in, waarin het woordje altijd nu is vervangen door inbeginsel. Dus dat het eerste woordje altijd wordt inbeginsel. Dus dan is het geen rigide meer, maar het is een opener richting.

De voorzitter: Dat wordt dan amendement 103. Ik zou het lastig vinden als straks de beraadslaging beëindigd wordt zonder dat gecheckt wordt of de wethouder die woorden heeft gebruikt. Ik wil niet de suggestie hebben dat we segregatie nastreven. De heer Zwanenberg had u...

De heer Zwanenberg (groep Zwanenberg): Ja, ik wacht nog op een ambtelijk reactie, maar ik heb zelf het dictum aangepast en ze kan hem op zich hier nu voor de leeuwen gooien bij de wethouder. Anders moet ik wachten op ambtelijk reactie.

34

De voorzitter: Goed, ik hoor het al. De heer Van der Zwethh is ook nog aan het knobbelen op een tekst, volgens mij. Aan het wachten. Ook dat. We gaan even vijf minuten schorsen. Niet meer.

De voorzitter: Ik heropen de vergadering en ik wil u even een ordevoorstel doen. De heer Dekkers, excuses, ik ga even een ordevoorstel doen. Want de wethouder wil toch heel graag even over een aantal teksten, dan kan ik me iets bij voorstellen, ook gewoon even overleg hebben met zijn ambtelijke staf. En er wordt ook nog wat gesleuteld, begrijp ik. En mijn voorstel is dat we nu eerst gewoon met het onderwerp arbeidsmarkt beginnen en dat we daarna even dit herpakken. Want dan voorkomen we gewoon ongelukken, want dat moeten we niet hebben. Ik zie daar instemmend geknik bij, dus dat gaan we ook doen. Dat betekent dat wij toe zijn aan agendapunt 12, de beleidsnota arbeidsmarkt. Daar hebben we een medespeech, namelijk van de heer Hans Gelijns van D66. Ik geef hem heel graag het woord.

De heer Gelijns (D66): Beste voorzitter, beste raadsleden, beste Utrechters. Een bijzonder moment om hier te staan. Ik ben Hans Gelijns, raadslid voor D66 en al 40 jaar een Utrechter. Vanuit Limburg Nederweerd hierheen gekomen voor de liefde en nooit meer weggegaan. Samen met mevrouw Petra, onze twee dochters Floor en Jules en hond Charlie geniet ik dagelijks van deze stad. Die heb ik zien groeien en bloeien in al die jaren. En toch voelt Utrecht voor mij op veel plekken nog altijd als één groot gezellig dorp. Naast mijn werk als ondernemer en adviseur ruimtelijke orde en milieu heb ik altijd vrijwilligerswerk gedaan in onze stad. Want ik geloof in de kracht van de gemeenschap. Een stad bouw je samen. En wat mij nu drijft om hier te staan. De wens om Utrecht nog groener, duurzamer maar ook gezelliger te maken. Mijn vader is nu 95. En als ik die leeftijd ook haal, merk ik zelf ook nog de gevolgen van de keuzes die we nu maken. Ik wil dan kunnen zeggen, we hebben het goede gedaan. Voor de stad, voor elkaar en samen. Voorzitter, dat lukt alleen maar als we ook de mensen hebben die het verschil kunnen maken. Technici, vakmensen, specialisten. En daarom steunt D66 de ambities in deze nota arbeidsmarkt. We willen een arbeidsmarkt die meebeweegt met onderwijs dat klaar is voor de toekomst. Investeren in digitale vaardigheden, innovatie en levenslang leren is daarbij essentieel.

Daar hoort ook een nieuwe vaardigheid bij, het effectief inzetten van AI, kunstmatige intelligentie. Daarom dien ik het volgende amendement in. AI, de revolutie, komt sneller dan je denkt. Daarin vraag ik om zowel in het raadsbesluit als in de nota zelf meer en explicieter aandacht te besteden aan de snelle opmars van de technologie kunstmatige intelligentie en de invloed hiervan op de arbeidsmarkt. Het amendement wordt gesteund door VVD, UtrechtNu!, EenUtrecht, ChristenUnie, Volt en VVD. Voorzitter, ik heb er ontzettend veel zin in om samen met jullie te werken en Utrecht nog mooier te maken. Laten we de handen uit de mouwen steken en aan de slag gaan. Dank jullie wel.

De voorzitter: Ik wil u van harte feliciteren met uw Medispeech. Heel mooi, dank u wel. Dan gaan we kijken wie er nog meer een bijdrage wil in deze ronde. Ja, gaat uw gang mevrouw Alsakaf.

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Voorzitter. We hebben het hier over onze arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt in Utrecht is krap. Wie er onmisbaar zijn, zijn de mbo'ers. De VVD vindt dat we niet alleen het mbo moeten benoemen in onderwijsstukken of het moeten verstoppen in de tekst bij de arbeidsmarkt, maar dat we het een prominente plek moeten geven, dat we duidelijk moeten maken dat het NBO uitmaakt, dat het NBO nodig is. Om die reden willen we het toevoegen als een van de doelgroepen van deze beleidsnota. Daar dienen wij dan ook een amendement op in. Dat amendement heet NBO maakt het verschil, mede ingediend door Student & Starter UtrechtNu!, EenUtrecht, DENK CDA en Volt.

De voorzitter: Amendementen 105. Vraag van mevrouw Raaijmakers.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Ja voorzitter, ik deel alles helemaal wat er net gezet wordt over mbo'ers, maar als ik dit element lees kan ik het ook zo opvatten alsof we pleiten dat mbo'ers minder keuzevrijheid krijgen bij hun studie. Dus ik vraag even naar indieners of dat ook wat ermee bedoeld wordt.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Dank voor deze vraag. Nee, het is niet minder, maar juist meer vrijheid, zou ik zeggen. Het idee hierachter is dus dat de gemeente in gesprek kan gaan met de onderwijsinstellingen, kijken van joh, zijn er misschien nog andere opleidingen nodig die passen bij de regio, die toegevoegd kunnen worden? Bijvoorbeeld in het noorden van het land zijn er veel meer opleidingen op het gebied van melkveehouderschap. Dat past daar dan weer bij die regionale economie. Ook kan je kijken naar de huidige opleidingen. Zo'n opleiding als economie is natuurlijk best wel breed. Je kan wel kijken van, joh, hoe spit je dat dan toe op wat er nodig is hier in Utrecht. Dus op die manier proberen we het eigenlijk te bewerkstelligen.

De voorzitter: Raaijmakers.

Mevrouw Raaijmakers (PvdA): Met dit amendement wordt dus niet gezegd, we voeren dat gesprek met werkgevers, maar ook echt nadrukkelijk met de instellingen zelf.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Ik zie eigenlijk dat de gemeente daar het spel in het web is. Die heeft contact met ondernemers, met onderwijsinstellingen en juist die afweging maakt van wat de gemeente dan ook ziet als toegevoegde waarde voor onze economie en voor onze mbo'ers. Wat kunnen we dan toevoegen? Dat lijkt me wel een hele mooie rol voor deze gemeente.

De voorzitter: Gaat u verder.

36

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Dat was hem, voorzitter.

De voorzitter: Oké, dan kijk ik eventjes verder. De heer Van Heuven.

De heer Van Heuven (PvdD): Deze beleidsnota legt er terecht de aandacht op de arbeidskrapte, want die is inderdaad heel groot. En in realiteit is deze nog een heel stuk groter dan in de beleidsnota staat aangegeven. Want als je namelijk kijkt naar het aantal Utrechters die kunnen en willen werken, dus als je ook de netto arbeidsparticipatie meerekent, dan zijn er 1,44 keer zoveel banen als dat de inwoners zijn. En zelfs met de verwachte groei van 100.000 mensen in Utrecht blijft dus nog een overschot van 30.000 banen ten opzichte van werkende inwoners. Daarom vinden wij dat er nu ander beleid moet komen rond het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid. Daarom hebben we ook een motie met als dictum een realistisch streefgetal te maken voor het aantal banen ten opzichte van het aantal mensen. Dat kan en wil werken, waarbij wordt toegewerkt naar een gezonde arbeidsmarkt die in balans is en dit in het vierde kwartaal van dit jaar te delen met de Raad en verdere verdichting niet als uitgangspunt te nemen bij nieuwe gebiedsontwikkelingen, totdat er een prognose is waarbij onder dit streefgetal wordt gegaan en wanneer er toch verder verdicht wordt in te zetten op de kraptesectoren die benoemd worden in de beleidsnota.

De voorzitter: Motie krijg het nummer 191 en een vraag van mevrouw Bode.

Mevrouw Bode (Volt): Ik heb wat vraagtekens bij die berekening, want wij hebben hier bijvoorbeeld hoofdkantoren, ik noem een Rabobank, die voor zeer veel standplaatsen zorgen en ook voor zeer veel mensen die van buiten Utrecht komen. Wordt de berekening daardoor niet veel krapper voorgesteld dan die in werkelijkheid is?

De heer Van Heuven (PvdD): Volgens de informatie die ik heb, worden de mensen van buiten Utrecht ook al niet meegenomen in de huidige berekening van het collegium. En als je mensen van buiten de stad meeneemt in die berekening, dan maak je jezelf ervan ook weer afhankelijk en creëer je dus ook weer niet werkgelegenheid voor mensen binnen de gemeente. En het streefgetal om te kijken of verdichting nodig is, is nu niet realistisch en daarom moeten we kunnen sturen op de juiste indicatoren en dat zou bijvoorbeeld moeten bevallen.

De voorzitter: Mevrouw Bode.

Mevrouw Bode (Volt): Wij zijn zeker voor het sturen op de juiste indicatoren. Daar zal ik zometeen nog iets over zeggen, maar we wachten nu wel even de reactie van de wethouder af op de wijze van berekening.

37

De heer Van Heuven (PvdD): Dat is natuurlijk altijd een goed idee als mevrouw Bode daarvoor kiest.

De voorzitter: Mevrouw Chirino.

Mevrouw Chirino (ChristenUnie): Ik vraag me af wat de Partij voor de Dieren bedoelt met het woord realistisch.

De heer Van Heuven (PvdD) Ja, dat is natuurlijk altijd een goeie. Nu is het niet realistisch, omdat het getal dus lager is dan dat het echt is. Wij hebben een berekening gemaakt waarvan wij denken dat die klopt. Dus wij geven hierbij de opdracht aan het college. Ga inderdaad na of wat wij zeggen klopt en ga ook een getal maken dat realistischer is wat het nu is en pas daar het beleid op aan.

De voorzitter: Gaat u verder.

De heer Van Heuven (PvdD): Ik was klaar, dank u wel.

De voorzitter: Nou, dat is mooi. De heer van Steeg, CDA.

De heer van Steeg (CDA): Dank, voorzitter. We hebben inderdaad een debat gehad over de arbeidsmarkt, een belangrijk onderwerp, zeker als het gaat over omschoning wat dat betreft. We zijn op zich positief over de nota, maar we zien ook in deze nota dat de financiële dekking onvoldoende is voor alle plannen die het college voorstelt, met name als het gaat over arbeidsmarktdiscriminatie. Dus we kijken met belangstelling uit naar de voorjaarsnota volgende week. Dat zal daar ongetwijfeld ook consequenties hebben. Nog wel een motie, ook over digitalisering en AI. De naam heeft ook een digitaal leven lang leren en ontwikkelen. En die draagt het college op: digitalisering en AI mee te nemen als onderdeel van subdoelstelling 3.1 een leven lang ontwikkelen en daarbinnen concreet te maken. Twee, digitalisering en AI een plek te geven bij de uitwerking van het werkcentrum en regionaal talentfonds. En de raad in de jaarlijkse raadsbrieven te informeren over de invulling hiervan. Mede ingediend door mevrouw Hessel. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Bode, Volt

38

Mevrouw Bode (Volt): Dank, voorzitter. Volt is blij met de beleidsnota Arbeidsmarkt, want we hopen dat deze nota kan bijdragen om het tekort aan personeel in essentiële beroepen te verminderen. We denken dan met name aan onderwijs, IT en energietransitie, sectoren die een investering zijn in de toekomst van Utrecht. We willen de nota graag versterken met betere indicatoren. Er staan nu veel indicatoren op regionaal niveau in en die vertellen ons weinig over de inzet van de gemeente. Dus je kunt er niet aan aflezen of we ons belastinggeld effectief besteden of niet. Daarom neem ik vandaag het amendement in indicatoren arbeidsmarkt die passen bij onze inzet, samen met de VVD. De strekking daarvan is dat de indicator in de begrotingscyclus wordt vervangen door een nieuwe, namelijk het aantal Utrechters dat via gemeentelijk gefaciliteerde trajecten, scholing, matching of werkcentrum, een baan vindt of behoudt in een tekortsector.

De voorzitter: Het amendement krijgt nummer 106. Ik kijk even verder. Zijn er nog anderen? Ja, de heer Sungur.

De heer Sungur: Dank, voorzitter. Gelet op de vele voorstellen die ik vandaag zal indienen, zal ik me beperken enkel tot het lezen van concrete voorstellen in het dictum. Geen plaats voor arbeidsmarktdiscriminatie. Met dit amendement beogen wij dat het bestrijden van arbeidsmarktdiscriminatie wordt verankerd in de beleidsnota arbeidsmarkt als subdoelstelling op pagina 8.

De voorzitter: Het amendement krijgt nummer 107. Anderen nog? Dan kijk ik voorzichtig naar de wethouder. Even een minuutje.

De voorzitter: We schorsen even voor twee minuten.

[Schorsing]

Wethouder Schilderman: Bedankt voorzitter. Bedankt ook voor de leden van de raad voor dit belangrijke onderwerp. Een onderwerp die heel bepalend is voor hoe de ontwikkeling van onze stad eruit komt te zien. Maar eentje waar we denk ik zeker over koepelend nog weinig over hebben gesproken met elkaar. U heeft daar een aantal voorstellen voor ingediend. De eerste kwam als onderdeel van een prachtige medespeech. Gefeliciteerd met uw eerste bijdrage in de gemeenteraad. Dat is amendement 104. Over AI-revolutie komt sneller dan je denkt. Die geef ik graag mee het oordeel aan de Raad. Dit kan technisch gezien sowieso. De vraag is wel. Ja, er zit geen extra capaciteit bij bij dit amendement, ook niet een prioriteit. Die moeten we laten hierdoor. Dus ja, u geeft hiermee wel nadruk, maar u kunt daarmee denk ik niet verwachten dat er een volledig nieuwe beleidslijn hierop opgestart wordt. Want dan zouden we echt iets moeten laten om dit te doen. Met die een verstandig oordeel raadt. Amendement 105 van de VVD: MBO maakt het verschil. Ja, de warme woorden die door de VVD over het NBO gezegd worden, die 39

worden helemaal herkend door het college. Dat is natuurlijk ook de reden dat wij daar veel aandacht voor hebben, speciale plannen voor hebben. Ik durf zelfs te zeggen, een wethouder die er helemaal voor gaat en die leest natuurlijk ook terug wat voor een inzet wij als gemeente ook zelf doen om hier een ondersteuning aan te geven. Het is wel goed om even te melden dat er demografisch gezien een minder instroom is van jongeren. En daarmee ook gewoon een minder grote instroom van mbo'ers. En wij zien het probleem dus ook niet zozeer dat er een verschil is tussen de aansluiting van onderwijs en arbeidsmarkt, want die opleidingen zijn er, die banen zijn er, maar we hebben relatief minder jonge mensen. En het gaat ook nog over wat je op dat moment aan het studeren bent, in hoeverre dat dan daadwerkelijk bijdraagt. Daarbij geldt ook bij deze, geldt natuurlijk ook voor het vorige amendement, er wordt ook niet aangegeven wat er minder kan. Dus ook hiermee, als u deze aanneemt, kunt u niet verwachten dat er een heel uitgebreide, aanvullende inzet komt op hetgeen wat er nu al is, want dan zouden we ergens ook iets moeten laten hebben. Dat gezegd hebben de oordeelraad. Dan de partij voor de dieren met de motie op stuk nr. 191 over arbeidskrapte.

We hebben best een tijdje naar die berekening zitten kijken, maar die berekening is niet de wijze waarop er nu naar arbeidskrapte gekeken wordt, omdat het volgens mij, zoals in het debatje met Volt, ook naar voren komt dat er geen rekening mee gehouden wordt dat de arbeidsmarkt ook regionaal is. Die stopt niet bij de grenzen van de gemeente. Mensen werken misschien op de ene plek. Daar wordt in die zin ook geen rekening mee gehouden, maar de zogenoemde werkgelegenheidsfunctie zegt iets over de verhouding tussen wonen en werken in een gebied en niet iets over hoe krap de arbeidsmarkt is in dat plek. Dat betekent dus ook niet zozeer dat er teveel banen zijn. Deze optelling klopt dus niet helemaal. Daarnaast hebben wij in de RSU gewoon afspraken en een richting gegeven over hoe wij kijken naar de ontwikkeling van banen in onze stad. Die houden wij dan ook aan. Daarmee ontraad ik deze motie. CDA, motie 192, ook het digitaal een lang leven ontwikkelen. Daar kan ik een gedeelte natuurlijk hetzelfde over zeggen wat ik richting D66 zei over AI. Door dit aan te nemen is het niet zo dat er opeens allerlei extra nieuwe aandacht en capaciteit voor kan komen. En u geeft hierin ook niet aan over wat er minder zou moeten. Wat ik als een werkbare uitvoering hiervan vind, is dat wij Ik denk dat het belangrijkste voor ons is dat we in de toekomst en in de toekomst ook.

Dat gezegdhebbende geef ik hem ook oordeel en raad mee. Volgt amendement 106 over de indicatoren. De beleidsnota gaat over het realiseren van een weerbare en wendbare arbeidsmarkt. Daarom is er juist gekeken naar de vaardigheden die werkenden opdoen en de maten waarin werkenden dit werk ook kunnen vinden. We kunnen daarmee iets zeggen over de ontwikkelingen op het gebied van de arbeidsmarkt. Op dit moment gaat het voorstel van Volt alleen in van zaken die binnen de stad gebeuren en missen de regio dus hierin ook als component. Daarnaast is de data die genoemd wordt op dit moment niet beschikbaar, dus die kunnen we op dit moment ook niet geven. Het mist de aandacht voor de zaken vanuit het werkgeverservicepunt. Dat wordt namelijk nu op deze manier ook niet ingezet, want dat doen wij vanuit een inzet dat gewoon zoveel mogelijk mensen aan het werk zijn. En niet zozeer dat ze alleen in die tekortsectoren zitten. Dat gezegd hebbende snap ik wel dat Volt natuurlijk op zoek is om wat mee te krijgen over wat de gemeente aan het doen is. Wat zijn de activiteiten die daarin plaatsvinden? Daarom zeg ik u ook graag toe dat wij dit weer gaan geven in het uitvoeringsplan dat volgend jaar komt en dat u daarin die zaken ook beter kan voeren.

We denken dat dat soort indicatoren ook beter passen bij een uitvoeringsplan, omdat je dan ook daadwerkelijk kan volgen bij de specifieke activiteit hoe dat gaat. Dus wij onderraden het amendement.

40

De voorzitter: Mevrouw Bode.

Mevrouw Bode (Volt): Ja, dank voorzitter. Fijn om deze toezegging te horen. Daarbij wil ik nog wel benadrukken dat het ja, we kijken naar activiteiten, maar het gaat uiteindelijk om het resultaat van waar we het budget voor inzetten. Dus als dat in die toezegging ook zo gezien wordt, dan zijn we daar blij mee.

Wethouder Schilderman: Ja, dat kunnen wij zeker zo zien. We zullen wel moeten onderzoeken waarop we precies gaan kunnen meten, maar daar komen we dan op terug in het uitvoeringsplan. Dan de verrassing van DENK, amendement 107. Ik heb hem net snel bekeken en laat ik dan even terugvallen op het gesprek dat wij hebben gehad in de commissie. Het volledig uitbannen van discriminatie is niet iets dat wij op die manier kunnen waarmaken, hoe belangrijk wij dat ook vinden, want discriminatie heeft geen plek in onze stad. En ook niet in onze arbeidsmarkt. Dus het is een heel reëel groot probleem. Alleen de gemeente heeft geen handhavingscapaciteit hierop. Dat heeft niet zozeer met de capaciteit te maken binnen ons gemeente. Maar dat is omdat de arbeidsinspectie degene is die hierop kan handhaven. En dat kan de gemeente dus niet. En als u dit toevoegt op deze manier, wekt u de suggestie alsof wij arbeidsmarktdiscriminatie kunnen uitbannen, wat wij niet kunnen. De doelstelling dat dit niet zou moeten voorkomen in de stad, die voelen wij ten sterkste. En wat wij wel natuurlijk doen, is bij de inclusieve arbeidsmarkt hier nog verder daar aandacht onderbrengen. Misschien is het ook goed dat wij sturen naar binnenkort ook een update over wat er allemaal gebeurd is op het vlak om mensen hier wel bewuster over te maken. Dat zullen wij u voor de zomer nog toezetten.

De voorzitter: De heer Sungur.

De heer Sungur (DENK): Ja, voorzitter. Het gaat allereerst niet om het verbannen, uitbannen van arbeidsmarktdiscriminatie, hoe graag wij dat ook zouden willen. Het amendement richt zich op het bestrijden ervan. En we hebben natuurlijk ook een heel aanpak op inclusie en diversiteit, waarin we ook echt wel aandacht besteden aan arbeidsmarktdiscriminatie en stagediscriminatie. Dus de enige weg om dit te doen is echt niet alleen maar via de instrumenten die inderdaad de Arbeidsinspectie kennen. Dus hoe reflecteert de wethouder hierop?

Wethouder Schilderman: Ja, de zaken die wij kunnen doen, die staan natuurlijk ook benoemd en die staan gewoon benoemd in ons uitvoeringsplan inclusieve arbeidsmarkt. En daar ondernemen wij ook zaken over, maar die gebeuren ook al. Dus dat is de inzet die er reeds is. En door dit toch weer te geven, wekt u denk ik wel deze suggestie. En daarom adviseren wij daar negatief over.

De voorzitter: De heer Sungur.

41

De heer Sungur (Denk): Nee, door dit te doen, maak ik het juist belangrijk, omdat het ook als probleem wordt aangekaart in dezelfde beleidsnota. Als we kijken naar de staat van de arbeidsmarkt in Utrecht, dan spreekt het college zelf over het probleem van stage- en arbeidsdiscriminatie. Dan is het gewoon heel frappant dat we daar vervolgens bij de doelstelling helemaal niets over opnemen. Vandaar dit voorstel. Over de handhavingscapaciteit heb ik aangegeven, maar laat ik daar ook nog aan toevoegen dat de indicator die genoemd wordt, dat kunnen we ook niet op die manier meten. Dus daarmee met dit amendement wordt toch een verwachting gewekt die wij niet op deze manier kunnen waarmaken.

De voorzitter: Oké, dan zijn we daarmee aan het einde van de bijdrage van de wethouder. Ik kijk even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Als dat niet zo is, gaan we op een later moment over de ingediende amendementen en motie stemmen. Dan herpak ik hiermee het agendapunt 11, want dan hebben we nog één amendement dat ingediend moet worden uit mijn hoofd, dat van de heer Van der Zwethh, en dan een reactie van de wethouder. U kunt dat vanaf uw plek even doen. Even het nummer welke u intrekt.

De heer Van der Zwethh (PvdA): Helemaal goed. Dan trek ik het amendement op stuk nr. 95 in. Hetzelfde amendement wordt ervoor terug ingediend, maar er werd gezegd sluit aan op de bestaande gebouwing en nu is het als uitgangspunt, sluit het aan op de bestaande gebouwing.

De voorzitter: Ja, dat woord wat de wethouder u suggereerde, heeft u toegevoegd. Daarmee is het amendement 107 geworden. 108? Is dat heel zeker? Oké, 108. Excuses. En dan kijk ik naar de wethouder. De heer Zwanenberg.

De heer Zwanenberg (groep Zwanenberg): Ik had er ook nog iets voor de tweede termijn. Ik trek amendement 94 in en dien een nieuw amendement in met als dictum: besluiten aan het ontwerp raadsvoorstel bij beslis punt 1 toe te voegen met diem verstand dat in de visie onder hoofdstuk 3.1: ruimte voor gemeenschappen op blad 24 de volgende richtlijn wordt toegevoegd en die is aangepast. En zorg ervoor te dragen dat de ruimtelijke ontwikkelingen in de buurt niet wordt ingezet voor gentrificatie met als inzet om het verdrijven van minder draagkrachtige bewoners actief tegen te gaan. En deze wordt ook nog gesteund door EenUtrecht.

De voorzitter: Dan geef ik nu het woord aan de heer Dekkers.

De heer Dekkers (GroenLinks): Bedankt, voorzitter. De motie bouwen aan open gemeenschappen constateert dat het belangrijke uitgangspunt is de nota ruimte voor gemeenschappen, maar we streven wel naar ontmoeting binnen gemeenschappen en tussen 42

gemeenschappen. Daarom verzoek ik deze motie om in de tekst duidelijker aan te geven dat we niet gesloten gemeenschappen willen bouwen. Ingediend door mijzelf. De naam staat verkeerd gespeld. En ook toegevoegd Groep Zwanenberg.

De voorzitter: Het is Fred Dekkers. De motie krijgt nr. 193. Dan kijk ik of de wethouder in de gelegenheid is om meteen op de gewijzigde amendementen en de ingediende motie te reageren.

Wethouder Eerenberg: Dank, tweede termijn. Misschien even expliciteren waarom ik het namens het college heb gedaan en hoe ik het heb gedaan. U gaat vandaag ook weer de spelregels vastleggen voor hoe we een mooie stad tot 2040 maken. De belangrijke waarde daarvan is dat ook ideeën van de gemeente worden uitgevoerd. Eigenlijk dat alle ideeën van alle politieke stromingen een kans krijgen om te landen in zo'n visie die gewoon weer tot 2040 geldig is. Vandaar de wat onderhandelende stijl. Amendement 100 van de VVD, met de goede kavelaanduidingen, onderstreept denk ik ook precies het stijlverschil dat ik in de eerste termijn zei, maar mijn beoordeling blijft hetzelfde. Klopt technisch, kun je zo doen. Oordeelraad. Amendement 101, toegankelijke liften, heeft geen oppervlakte meer, maar zijn nog steeds toegankelijk. Positief advies. Amendement 102, biodiversiteit en stedenbouw, heeft nu een escape voor als de mensluwe zon niet lukt, zodat we er dan toch fijne plekken om te wonen kunnen bouwen. Positief advies. Ik denk dat ik het goed zeg als 103 de aangepaste EenUtrecht is over hoogbouw, ja, indien betaalbaar. Ik waardeer de stap richting het verhaal dat ik hier verteld heb. Ik blijf vinden dat er situaties zijn waarbij andere criteria nevengeschikt zijn aan betaalbaarheid, bijvoorbeeld het besparen van ruimte elders. Of het afmaken van een hoek van een stadion.

Er zijn soms andere redenen om voor bepaalde vormen van hoogbouw te kiezen. Dus ik zou toch voor die nevengeschiktheid blijven gaan.

De voorzitter: De heer Dijkstra.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Ziet de wethouder dat het niet wordt uitgesloten met deze tekst?

Wethouder Eerenberg: Dat zie ik zeker en daarom ook de waardering waar ik mee begon. Ik denk toch dat in stedenbouw en ruimtelijke ontwikkeling je altijd die afwegingen hebt van die verschillende zaken en dat die echt nevengeschikt kunnen zijn tot elkaar. En tegelijkertijd heb ik u ook gezegd dat er geen verrassingshoogbouwprojecten in deze stad gaan komen. Dus u kunt zelf altijd nog dat debat hier voeren. Het tweede deel van uw amendement overigens. U krijgt al die NVU's. Noten van uitgangspunten voor de luisteraars thuis. Dus u bent ook in staat om dan die toets zelf te doen. Dus ik ken u ook als een partij die daar dan consequent het debat over voert. Dat is ook goed. Als u het mij vraagt, denk ik dat je de criteria voor hoogbouw altijd nevengeschikt af zou moeten wegen.

43

De voorzitter: Dijkstra.

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Maar dit wil eigenlijk alleen maar zeggen dat niet alle criteria gelijk zijn, maar er eentje is die net eventjes in beginsel iets belangrijker kan zijn, namelijk betaalbaarheid. Wie kan daarop tegen zijn, wethouder?

Wethouder Eerenberg: Ondergetekende, want ik zie dat net anders. Maar u heeft vooral ook een debat met elkaar. Dus ik vind echt de criteria bij hoogbouw nevengeschikt. U vindt betaalbaarheid net iets belangrijker dan de anderen. Amendement 108: Identiteit van de stad is ook het bestaande eren. Dat is nu geen wetmatigheid meer, maar wel iets wat we best vaak zo moeten doen en overigens ook al doen. Dat is positief advies. Amendement 109 heeft de klem op wanneer je wijken een boost wil geven waar dat evident nodig is, zonder dat je de bestaande bewoners verjaagt. Dat wil absoluut niemand. Heeft u nu opgelost in de tekst, dus een positief advies. De motie nr. 193 van GroenLinks. Daar was ik in het commissiedebat inderdaad aan begonnen. Ik blijf er positief over in de advisering en ik neem aan dat we vanavond zullen zien hoe de rest van de Raad daarover denkt.

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar mevrouw Sasbrink (PvdD).

Mevrouw Sasbrink (PvdD): Een vraag over hoe de wethouder dan deze motie zou uitvoeren, want deze roept op om in deze tekst van de stedenbouwvisie duidelijker aan te geven hoe we dat met die gemeenschappen gaan doen. Maar wij stellen toch als raad deze visie vast. Hoe weet ik dan wat de wethouder daarna nog gaat aanpassen?

Wethouder Eerenberg: Dat is nooit onzichtbaar, maar dit was precies het commissiedebat. Namelijk dat GroenLinks vroeg of het college de tekst kon aanpassen. Ik deed daar een poging toe, omdat ik zei dat niemand in deze stad gemeenschappen wil die elkaar niet tegenkomen. Dat is ook nooit bedoeld met deze stedenbouw. Dat staat er ook niet. Zal ik die tekst aanpassen? Toen zei de VVD terecht dat daar iets voor het weet stond dat ze niet wilde. Nu komen we weer precies op dit punt, naar aanleiding van uw vraag. De bedoeling van deze stedenbouwvisie is een mooie stad maken waar iedereen welkom is, waar mensen elkaar ontmoeten. U kent mij een beetje. Zo'n type tekst zal ik dan toevoegen. Meer dan dat kan ik op basis van deze motie nu niet voor u betekenen.

De voorzitter: De heer Dekkers.

44

De heer Dekkers (GroenLinks): Dan even van de orde. Volgens mij was het ook de suggestie in de commissie om middels moties die wijzigingen in te brengen. Dan is het misschien verstandig om die motie in stemming te brengen voor de stemming over het raadsbesluit.

De voorzitter: Dat is van de orde. De heer Te Hoonte.

De heer Te Hoonte (VVD): Wij worden genoemd, dus nu wordt de bal bij de VVD neergelegd, maar volgens mij kwam dat ook omdat de wethouder in het debat namelijk aangaf dat we ook tegenwoordig zo'n soort rondje nog doen waarbij het college nog wijzigingen in beleidsnota's doet op basis van dit debat en dat dan via een collegebesluit meent te kunnen vaststellen. Dat was uw standpunt en volgens mij heb ik daarom gezegd van dan moeten we dat hier ook maar zo doen, want dat is al eerder gebeurd. Dus als u zegt dat dat niet kan, dan moeten we die nota’s ook weer even tegen het licht houden.

De voorzitter: De wethouder.

Wethouder Eerenberg: Voorzitter, ik deed poging om het eigenlijk met u eens te zijn. Je ziet eigenlijk dat de vraag van mevrouw Sasbrink precies weer hetzelfde dilemma op tafel legt. Ik zeg nogmaals dat de bedoeling van deze stedenbouwvisie is om een mooie stad voor iedereen te bouwen waarin mensen elkaar ontmoeten. Volgens mij is niemand in deze zaal daartegen. Dat zal dan ook ongeveer de zin zijn. die erin terechtkomt. Ik zal zorgen dat dat navolgbaar is naar u. Maar ja, u gaat het wel zo besluiten met elkaar op verzoek van GroenLinks, tenzij u dat niet wil. Maar ik ben het ermee eens.

De voorzitter: En ik zeg erbij, als het een vaststaande tekst had moeten worden, had het geen motie moeten zijn, maar een amendement. En dat had ook gekund, hè? Mevrouw Sasbrink, dat is wel hetzelfde punt.

Mevrouw Sasbrink (PvdD): Mijn vervolgvraag die ik net al aan de wethouder wilde zetten. Was het niet dan veel handiger geweest als hij aan GroenLinks had geadviseerd om dit even in een amendement te zetten, zodat wij ook weten waar we het over hebben? Vindt de wethouder dat dat ook in het vervolg een handigere route zou zijn?

Wethouder Eerenberg: Ja, maar ik heb ook een beetje mildheid, omdat ik merk dat er wat verwarring is over de orde bij GroenLinks en dat men in een korte tijd een poging heeft gedaan, een punt wat men kennelijk graag had willen maken, toch alsnog te maken. Ik probeer de hand uit te steken door daar hier een paar zinnen over te zeggen waar volgens mij ook niemand van 45

schrikt. Laten we het de volgende keer beter doen, dat ben ik met u eens, maar volgens mij helpt het om nu te zeggen, zo dan maar doen.

De voorzitter: De heer Te Hoonte.

De heer Te Hoonte (VVD): Ja, toch nog een kort punt van orde. Want is het misschien een idee dat we, want volgens mij is er gewoon wat onduidelijkheid over hoe dit nu werkt bij de beleidsnota's, dat de Griffie en het stadskantoor daar samen nog een keertje over zitten en ons over informeren hoe we dit in de toekomst doen. Want nu doet de ene partij het ene en het andere het andere. Het is allemaal op basis van advies van iemand. Maar het is niet één lijn volgens mij op dit moment.

De voorzitter: Oké, de Griffier fluistert mij in dat hij daar meer waarde in ziet. Nou, heeft u die alweer binnen. De heer Dijkstra nog?

De heer Dijkstra (EenUtrecht): Een klein afsluitend punt voor u misschien. Ik had als de motie 187 zou worden aangenomen, dat gaat over een burgerberaad, dan zouden we de rest niet meer hoeven te behandelen vanavond. Dus ik stel voor om die motie dan dus als eerste in stemming te brengen. Dat is even puur even praktisch.

De voorzitter: Dat staat genoteerd. Daar heeft u gelijk in. Dat gezegd hebbend, kunnen we dan dit agenda punt afronden? Dat gaan we doen. Dan gaan we op een later moment vanavond stemmen over de amendementen en over de moties. Dan gaan we verder met agenda punt 13, woonboulevard. Even kijken, wie kan ik het woord geven voor een aanvullend voorstel? De heer Van der Zwethh.

De heer Van der Zweth (PvdA): Dank, voorzitter. Bij de Woonboulevard komt opnieuw een bedrijfinvesteringszone. Dan betalen de ondernemers voor de leefbaarheid en de uitstraling van het hele gebied. Een mooi initiatief. Alleen is het nu zo dat de procentuele bijdrage hiervan afloopt wanneer de WOZ-waarde stijgt. Oftewel, de IKEA betaalt een veel lager procentueel tarief als grote onderneming dan een kleine ondernemer die daar zit. Dus een degressief stelsel. En dat is op zich niet waar wij voor staan. Tien jaar geleden heeft de SP daar al over aangedragen. Vijf jaar geleden hebben wij dat toen samen gedaan. Dit jaar doen we dat wederom, dat we vinden dat er een vlak tarief moet zijn, zodat iedereen relatief hetzelfde betaalt. En in absolute zin betalen de grote jongens dan meer. Ook hier de sterkste schouders. Dus wij dienen een amendement in om de BIZ-bijdrage op 0,11% te zetten van de heffingsmaatstaf.

De voorzitter: Dat amendement krijgt nummer 110. 46

Mevrouw Al-Saqaff, vraag.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Ik vraag me af waar dit eigenlijk vandaan komt. De ondernemers zijn zelf tot een overeenstemming gekomen en hebben dit zelf aangevraagd. Waarom moet de PvdA zich daar dan nog in gaan mengen?

De heer Van der Zwethh (PvdA): Omdat je hier collectief iets doet, vanuit solidariteit en voor het geheel. En dat wij het gewoon ook eerlijk vinden dat daar een procentueel gelijk tarief wordt gevraagd. Overigens hebben we nu op een tarief gezet dat het hele bedrag dat wordt opgehaald weer hetzelfde is. Maar dat degenen die meer kunnen betalen daar wat meer aan bijdragen. En ik kan me zo voorstellen dat het voor een kleine ondernemer heel moeilijk is om dit punt te maken. En dat we dit politiek gezien wel kunnen doen.

De voorzitter: Mevrouw Al-Saqaff.

Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Nou, er wordt wel degelijk input op gehaald, dus dat punt kan wel gemaakt worden. Ik heb daar geen signalen over gehad. Ik vraag me af, als ondernemers het er samen over eens zijn, waarom moet dan de PvdA, omdat zij dat vinden, het toch gaan aanpassen? Dan horen we toch wel van die ondernemers die nou zelf hierom hebben gevraagd. Dit is een eigen initiatief.

De heer Van der Zwethh (PvdA): Ja, voorzitter, zo wordt het een soort ondernemersfonds debat. We kunnen er als politiek ook wat van vinden. Ideologisch kan je er wat van vinden hoe die bijdrages tot stand komen voor investeringen ten goede van ons allemaal en het collectief in dit gebied. En dat vinden wij. Wij vinden dat de grotere ondernemers daar een fair share moeten betalen, een eerlijk aandeel, en dat daar gelijk tarief al bij hoort. En let wel, vaak als je dat principe doortrekt, zou je eigenlijk vaak zeggen als een ondernemer groter is, gaan ze percentueel ook wat meer betalen. Dat is hoe we dat meestal doen in Nederland. Dat stellen we hier niet eens voor. We stellen hier een vlak tarief voor. Omdat dat solidariteit toont en omdat dat eerlijker is.

De voorzitter: De heer Sungur.

De heer Sungur (DENK): Ja, waarom stel je dat andere niet voor eigenlijk?

47

De heer Van der Zwethh (PvdA): Nou, omdat vijf jaar geleden en tien jaar geleden dit al niet lukte. Dus als dit nu lukt, dan gaan we over vijf jaar weer verder gesprekken voeren. Maar ik vind dit toch wel een goede eerste stap.

De voorzitter: Oké, goed zo. Dan kijk ik even verder. Zijn er nog anderen? Ja, mevrouw Chirino.

Mevrouw Chirino (ChristenUnie): Ja, kort de bijdrage vanuit hier. Voorzitter, we hebben als ChristenUnie het raadvoorstel en de plannen van de ondernemers met belangstelling gelezen. En in het debat heeft de wethouder toegezegd, naar aanleiding van ons verzoek, in gesprek te gaan met de vereniging over de verhoudingen op het gebied van uitgaven aan marketing versus openbare ruimte. Maar dit was geen formele toezegging. Dus ik wil de wethouder nog vragen dat nu alsnog te doen en te vragen wanneer ze daarover kan terugkoppelen aan de raad.

De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog anderen? Dat is niet het geval. Dan kijk ik even naar de wethouder. Wethouder Schilderman.

Wethouder Schilderman: Bedankt, voorzitter. Amendement 110 van de PvdA. We hebben dit ook gewisseld tijdens de commissie, maar de BIS is opgesteld voor en door de ondernemers. De lopende verordening heeft ook al dezelfde stafel. Daarbij geldt ook dat kleine ondernemers in verhouding meer baat hebben bij de BIS dan de grotere ondernemers. Er wordt gezamenlijk een groter publiek bereikt dan dat ze alleen zouden bereiken. Dat is ook de reden dat ze marketing ook wel erg belangrijk vinden. Er komt nog een definitieve draagvlakmeting. Daarbij moet 50% van de totale WOZ waarde van panden instemmen met de BIS. Met het voorstel van de PvdA wordt het met name voor de grote vastgoedbezitters een stuk duurder. Daarmee is er een reële kans dat de BIS er op deze manier niet gaat komen. Daarom ontraden wij dit voorstel. Dan vroeg de ChristenUnie nog een toezegging. Ja, ik had gepoogd die al formeel te maken, maar anders maak ik hem bij deze nog formeel in het derde kwartaal.

De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we op een later moment vandaag over het amendement stemmen. Gaan we verder met agenda punt 14. Het raadsvoorstel, wijziging, verordening, jeugdwet, gemeente Utrecht. Wie van u kan ik het woord geven voor een aanvullend voorstel? De jeugdwet, mevrouw Ramaker, gaat uw gang.

Mevrouw Ramaker (VVD): Voorzitter. De overheid, ook de gemeente Utrecht, moet bezuinigen op de jeugdzorg en moet keuzes maken. Het is daarom goed dat het Rijk de gemeente heeft gehoord en met 3 miljard euro extra voor de jeugdzorg komt. Daarom dienen wij VVD samen met D66, ChristenUnie en Volt de motie in: De gemeente is nu aanzet door financiële geste van het Rijk voor Jeugdzorg. Het voorstel is bij de voorjaarsnota 2025 in een aparte bijlage zo concreet mogelijk de inhoudelijke en financiële consequenties in beeld te brengen van het extra budget 48

dat Utrecht ontvangt van de 3 miljard euro die het Rijk beschikbaar stelt voor de periode 20252027 aan de jeugdzorg.

De voorzitter: Motie krijgt nummer 194, en een vraag van mevrouw Assen.

Mevrouw Assen (PvdA): Weet de VVD al dat dit bedrag toereikend gaat zijn voor gemeenten om alle jeugdzorgtaken en aanbevelingen van Van Ark uit te voeren?

Mevrouw Ramaker (VVD): Nee, dat weet de VVD niet. Daarom dient de VVD ook samen met de andere partijen deze motie in. En de commissie van ARC heeft gezegd van één de helft moet het Rijk voor dat tekort over de brug komen en de andere helft is aan de gemeentes. Dus we zijn heel benieuwd waar gemeente Utrecht mee gaat komen.

Mevrouw Assen (Pvda): Ja vindt de VVD in deze situatie, waarbij rijk en gemeente zo tegenover elkaar stonden en er zulke forse bezuinigingen speelden, het woord gester echt gepast?

Mevrouw Ramakers (VVD): Ik kan me nog herinneren dat de VVD een actuele motie heeft ingediend over van tafel weglopen bij het ISA-akkoord. Dat vond de VVD eigenlijk helemaal niet zo handig dat de gemeente Utrecht dat wilde doen. En nu zien wij ook dat het Rijk geluisterd heeft naar de gemeente. De gemeenten hebben best wel amok gemaakt hierover. Dus daarom vinden wij het ook logisch dat we nu ook van de gemeente Utrecht horen wat die gaat doen.

De voorzitter: De laatste keer mevrouw Assen.

Mevrouw Assen (PvdA): Ja, dat inzicht vind ik ook waardevol om te krijgen. Maar ik constateer wel dat het nog onzeker is of er voldoende geld komt om taken uit te voeren. En ik de woordkeuze ook bij de constatering dan erg bijzonder vind.

Mevrouw Ramakers (VVD): Het staat onder druk de jeugdzorg. We hebben nu de verordening hier als raadsvoorstel voorgelegd. Het is heel erg belangrijk voor iedereen die gebruik maakt van deze zorg, kinderen en jongeren, of dat mogelijk is en of die wettelijke kwaliteit gewaarborgd kan worden. De VVD maakt zich daar echt zorgen over. Die vindt het ook echt heel belangrijk dat de gemeente Utrecht duidelijk is over wat dat nou voor onze inwoners kan betekenen.

De voorzitter: Ik kijk even verder. Zijn er nog anderen die een voorstel willen indienen? Dat lijkt niet het geval. Dan geef ik het woord aan wethouder De Vries. 49

Wethouder De Vries: Dank u wel, voorzitter, en ook dank voor het indienen van deze motie. We hebben het daar in het debat natuurlijk ook al wel vaker over gehad, dus ik begrijp ook waar de vraag vandaan komt. Ik twijfel een beetje, want ik kan eigenlijk twee dingen doen. Zoals die nu letterlijk geformuleerd staat, zou ik hem negatief moeten adviseren, omdat er nu wordt gesproken over een bijlage bij de voorjaarsnota. Wat ik wel zou kunnen toezeggen, is dat ik wel tegemoet kom aan de wens en aan de vraag. Want nogmaals, die snap ik ook, en dat we tegelijkertijd met de voorjaarsnota daar ook een brief op meesturen. Dan doen we eigenlijk hetzelfde. Wat doen we aan uw wens? Dus dat zou ik als toezegging kunnen meegeven. Als u zegt dat u echt die motie een plek wil geven, dan zal daar een kleine aanpassing in moeten. Dus dat is eigenlijk een beetje waar ik tussen twijfel. Dus voor nu zou ik zeggen dat ik een toezegging doe. Als mevrouw Ramaker zegt dat ze dat anders ziet vormen, dan is dat natuurlijk aan haar, voorzitter.

De voorzitter: Ik kijk even naar mevrouw Ramaker.

Mevrouw Ramakers (VVD): Het belangrijkste is dat het ook concreet en duidelijk is, dat het voor ons als raad ook vervolgbaar is en als dat via een brief kan, kan de VVD zich daar ook in vinden.

De voorzitter: Dat is helder en dat betekent dan neem ik aan dat de motie wordt ingetrokken. Ik kijk even hoor, u mag dat ook later doen.

Mevrouw Ramakers (VVD): Ja, ik hoor intrekken.

De voorzitter: Motie 194 is ingetrokken. Dank u wel, mevrouw Ramaker. We gaan verder, want we hebben een volgend agendapunt. Dat is agendapunt 15, afrondende besluitvorming na het debat over de halfjaarlijkse voortgangsrapportatie Realisatie sociale huisvesting Q4 2024. Nu heb ik begrepen dat u ook een deels besloten wenst te vergaderen over dit onderwerp. Dat is het geval. Dus wat we gaan doen, want het is geagendeerd door D66, PvdA en Volt, is dat we eerst het openbare deel doen. Dan gaan we daarna de zaal leegmaken en zullen we tenslotte het besloten deel doen. Is dat goed? U heeft alleen maar een voorstel in het besloten deel, denk ik. Dan beginnen we nu eerst met D66. Ik kijk even wie daar het woord neemt. Ik denk dat dat mevrouw Van der Wild is. Kan dat kloppen? We gaan proberen dit voor de lunchpauze af te ronden. Zodat u nog steeds zicht houdt op het afronden van uw raadsvergadering in het middagdeel. Maar er moet daarna niets geks gebeuren meer. Maar het kan wel. Anders kijk ik even naar Volt. Bent u klaar voor agenda punt 15? Ja, mevrouw Bode, dan begin ik even met u.

50

Mevrouw Bode (Volt): Ik ben een beetje een vliegende kiep op dit onderwerp, want ik vervang Charlotte Passier hierin. Maar wat we hierover willen zeggen. Zoals u weet zijn we al langer kritisch op de inzet van tijdelijke woningen, omdat de woonbehoefte van mensen niet tijdelijk is en de woningen vaak op minder geschikte plaatsen staan, met alle gezondheidsgevolgen ook vandien. Tijdelijke woningen zijn bedacht als snelle oplossing voor het realiseren van woningen, maar dit blijkt in de realiteit meer tijd in beslag te nemen dan verwacht. Daarnaast is met de huidige projecten, die nu in de haalbaarheidsfase zitten, het laaghangend fruit geplukt. Daarom dienen we een motie in om de focus te leggen op het realiseren van permanente woningen boven tijdelijke woningen met als dictum

draagt het college op prioriteit te geven aan permanente woningbouw boven tijdelijke woningbouw en punt 2 geen mensen en middelen in te zetten om nog eenmaal de nieuwe mogelijkheden voor extra locaties voor tijdelijke woningen in de stad te verkennen. Het is mede namens GroenLinks, EenUtrecht, D66 en Partij voor de Dieren.

De voorzitter: Dank u wel. De motie krijgt nr. 195. Vraag van de heer van de heer Van der Zweth.

De heer Van der Zwethh (PvdA): Het is toch al lang beleid dat permanente woningbouw voortijdelijk gaat? Dat doet het college toch? Heeft deze raad dat al vaak uitgesproken?

Mevrouw Bode (Volt): Dat lijkt beleid te zijn, alleen zien we in de praktijk dat we heel vaak nog gesprekken hebben over tijdelijke woningen en die komen daarna weer terug, omdat die vertragingen oplopen, omdat er allerlei nieuwe ontwikkelingen zijn, waardoor het toch anders gaat. En daarom is deze motie bedoeld om toch te benadrukken dat we echt de focus willen hebben op permanente woningen.

De voorzitter: Van der Zwethh.

De heer Van der Zwethh (PvdA): Dat zijn plekken waar permanent niet kan. Dat is juist. En dan is elke toegevoegde tijdelijke woning de enige optie om een woning toe te voegen, dus daar een vraag over. Betekent deze motie dat we dat dan nu uitsluiten als er een nieuwe plek is waar we niet kunnen bouwen, om welke reden dan ook? Stikstof, et cetera. Maar tijdelijk bouwen kan wel. Een nieuwe plek. Wordt dat uitgesloten met deze motie?

Mevrouw Bode (Volt): Nee, dat wordt niet uitgesloten.

De voorzitter: Gaat u verder. O, wacht even. Mevrouw Zwinkels. 51

Mevrouw Zwinkels (CDA): Ik heb hetzelfde gevoel als de heer Van der Zweth bij dit voorstel. Het lijkt wel degelijk te worden uitgesloten nu met het dictum dat er nog onderzoek naar mag worden gedaan. Wat wordt er dan precies beoogd hiermee? Omdat het al beleid is dat permanente woningen voorrang en prioriteit hebben op tijdelijke woningen.

Mevrouw Bode (Volt): dat dat ook blijkt in de inzet van mensen en middelen die hiervoor ingezet worden. Daarvoor wordt het nu nog steeds besteed, ook aan projecten met tijdelijke woningen die lopen, die toch minder haalbaar lijken te zijn. En het gaat erom dat je kunt het geld en de tijd van mensen maar één keer inzetten. Zet dat dan meer gefocust in op permanente woningen?

De voorzitter: Zwinkels.

Mevrouw Zwinkels (CDA): En daarmee dus niet meer voor tijdelijke woningen?

Mevrouw Bode (Volt): Nee, de focus op permanente woningen.

De voorzitter: De heer Van der Graaf.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie): Nou begint het ook een beetje te zoeken, want op twee interrupties hoorde ik een ander antwoord. Volgens mij kan je twee dingen doen. Of je houdt het huidige systeem overeind. Dat is één permanent wonen, dan tijdelijk wonen en dan hebben we nog een trap naar beneden af te lopen. En dan is duidelijk de prioriteit op permanent wonen, maar tijdelijk wonen blijft onderdeel. Is dat, als ik het goed begrijp, wat u wil? Of gaan we echt een fundamenteel iets anders veranderen? Maar dan moet u zeggen, we stoppen helemaal met tijdelijk wonen. Dan is duidelijk wat u bedoelt.

De voorzitter: Mevrouw Bode.

Mevrouw Bode (Volt): We doen niet af aan de stappen die er nu zijn. Alleen zien we in de praktijk dat er heel veel tijd, aandacht en mensenmiddelen uitgaan naar tijdelijke woningen, waarvan het beeld was dat ze snel gerealiseerd kunnen worden en dat ze bijdragen aan het oplossen van een woningcrisis. Dat is niet zo. We hebben recent ook vragen gesteld over tussen de rails. Er blijken heel vaak toch knelpunten te zijn die op voorhand niet worden voorzien. Ga dan dat geld inzetten om te zorgen dat al die woonprojecten voor permanente woningen mogelijk versneld kunnen worden.

52

De voorzitter: Van der Graaf.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie): Ja voorzitter, maar dan zie ik het gewoon als een forse ondersteuning van wat we aan het doen zijn. Focus op permanente woningen. Als dat echt ergens niet lukt, dan doen we kansen voor tijdelijk wonen. Anders gaan we goed kijken hoe we mensen op straat zo goed mogelijk kunnen helpen. Dat is gewoon een forse ondersteuning van het staand beleid. Dat is voor mij hartstikke goed nieuws, maar dat is niet per se nodig in een motie.

De voorzitter: Mevrouw Bode.

Mevrouw Bode (Volt): Daar wil ik wel op reageren. We vinden deze motie wel nodig, omdat we merken dat het in de praktijk anders gaat. Het kan gezien worden als forse ondersteuning. Wij zien dit ook als een forse check en mogelijk bijsturing op wat er nu in de praktijk gebeurt.

De voorzitter: U was al op ditzelfde punt. We gaan niet twee rondes interrupties op één motie doen. Nee, echt niet. We gaan verder met mevrouw Van der Wilt.

Mevrouw Van der Wilt (D66): Het aantal jongeren dat zich als dakloos meldt in Utrecht stijgt hard. Het is belangrijk dat we duidelijke inzichten krijgen wat de zorgbehoefte is die zij hebben. Nu komt dat eigenlijk nog helemaal niet terug in de voortgangsrapportage. We hebben nog geen indicatie van dit aantal en wat ons betreft zijn we daar aan het sturen in de mist. Daarom deze motie met als dictum zicht op onze jongeren. Die draagt op, samen met belangenorganisaties en aanbieders van de Hulp voor Dak- en Thuisloze Jongeren, nog in 2025 te komen met een indicatie van het aantal woningzoekende kwetsbare jongvolwassenen in Utrecht. In de voortgangsrapportage Sociale Huisvesting te reflecteren op de vraag of het huidige en geplande aanbod aansluit op deze behoefte. En op basis hiervan samen met de corporaties bij het nieuwe verdeelbesluit aanvullende afspraken te maken over het realiseren van extra woonplekken voor kwetsbare jongeren. We dienen deze motie in samen met Student & Starter, EenUtrecht, CDA en de PvdA.

De voorzitter: De motie krijgt nummer 196 en een vraag van de heer Van der Zweth.

De heer Van der Zweth (PvdA): Ja, voorzitter, moet het voor mevrouw Van der Wilt letterlijk gaan om we bouwen een nieuwe woning specifiek voor jongeren, dus een studio of net iets voor die doelgroep? Of mag het ook dat er een doorstroomoffensief komt, zeg maar, en dan komt er ook een woning vrij voor jongeren als jongeren maar geholpen worden? 53

Mevrouw Van der Wilt (D66): Dank voor deze vraag. Als de PvdA close reading heeft gedaan, heb ik expres gezegd dat er ook woonplekken zijn in de dictum 3, omdat ik geloof dat het breder plaatje is en dat het op een andere manier kan worden gerealiseerd. Het feit is dat we nu geen cijfers hebben van de woonvraag en dat baart mij zorgen, want volgens mij hebben we daarmee de urgentie met elkaar nog onvoldoende te pakken.

De voorzitter: Oké, dank u wel. Dan kijk ik even rond. Dan zijn we daarmee denk ik aan het einde van de inbreng van de Raad in het openbare deel. En kan de heer De Vries, de wethouder, nu op beide ingediende moties zijn openbare reactie geven?

Wethouder De Vries: Dank u wel, voorzitter. Dan begin ik met de motie van Volt, motie op stuk nr. 195. Ik hoorde het debat net even aan en toen dacht ik inderdaad dat dit eigenlijk ook wat we doen. We schrijven er iets over op in de nota. We schrijven boventijdelijk al op dat het permanent voorrang heeft. De andere kant is dat als kansen zich ervoor doen — dat schrijven we ook op in de nota — dan zullen we die ook grijpen. We hebben nog lopende locaties waarop we nog steeds inzetten. Ik hoor ook niet dat daar iets anders op zou moeten, dus dan zou mijn advies toch zijn overbodig, zoals net ook onderdeel was van het debat hier.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=84374380-63dc-47ad-968a-a80be29d3c60