CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Mens en Samenleving (2008-2021) 23 juni 2021, gemeente Utrecht40.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In het 'verkennend onderzoek nieuwe fietsverbindingen' zijn acht bruggen en één tunnel beoordeeld als meest wenselijk, waaronder de Boorstraat. Om de technische haalbaarheid en uitvoerbaarheid van deze fietsverbinding te onderzoeken stellen we voor 0,5 miljoen euro te programmeren. Inpandige fietsenstallingen stationsgebied (Jaarbeurspleingebouw en Knoop) In het centrum van Utrecht groeit de vraagt naar fietsparkeren. Gezien de groeiende drukte in het centrum van geparkeerde fietsen, ligt er nog een forse taak ten aanzien van fietsparkeren, met name in gebouwde voorzieningen. Deze vraag laat zich uitsplitsen naar binnenstad (een tekort aan circa 4.000 fietsparkeerplekken) en OV gerelateerde fiets-parkeerplekken (ruim 9.000 extra fietsparkeerplekken o.b.v. groei Utrecht CS tot 2030) Het gebied is volop in ontwikkeling en het tempo van ontwikkelen van het gebied maakt dat we nu moeten aanhaken. Voor 2021 staan de ontwikkeling van de Knoop (door Rijksvastgoed) en de start van de tender voor de uitgifte van het Jaarbeurspleingebouw al op de agenda. In het Programma Bereikbaarheid is een budget gereserveerd door het “on hold” zetten van het project fietsroute langs het spoor Amsterdam. Daarnaast is cofinanciering noodzakelijk.

Het investeringsvoorstel is exclusief de structurele exploitatie- en beheer/onderhoudslasten die geregeld moeten worden in de parkeerexploitatie na gereedkoming van de stalling en waarvoor een business case moet worden opgesteld samen met ProRail en NS.

2.3.4 Wonen Binnen de verstedelijkingsopgave is de woningbouwproductie de kern. Wij stellen voor een impuls te geven om de beoogde 3.000 woningen per jaar te kunnen realiseren. x€ 1.000 2021 Toevoegen reserve betaalbaar wonen (conform motie erfpacht conversieregeling 2017) Risico planschade Investeringsruimte pre-grondexploitaties Anticiperende verwervingen (risicoreservering) Totaal

2022

2023

2024

2025

7.000 900 1.500 1.500 10.900

1.500 1.500 3.000

Reserve betaalbaar wonen Voor het realiseren van meer betaalbare woningen in het sociale en middenhuursegment zijn middelen beschikbaar uit de conversieregeling 2017, die door middel van motie 2017/191 zijn geoormerkt. De geïnventariseerde projecten voor de besteding van deze middelen overschrijden ruimschoots de

36

beschikbare middelen. Gezien de urgentie van deze stedelijke opgave en de wens om ook op langere termijn betaalbaar wonen te kunnen blijven stimuleren, is een toevoeging wenselijk. Opvangen risico planschade bij actualiserende bestemmingsplannen Bij het in procedure brengen van actualiserende bestemmingsplannen is het niet mogelijk om eventuele planschade claims te dekken uit de business case van het betreffende gebied, aangezien er geen sprake is van een gebiedsontwikkeling. Daarom stellen wij voor om voor het opvangen van deze specifieke risico’s 0,9 miljoen euro te bestemmen. Investeringsruimte pre-grondexploitaties Met deze investeringsruimte kunnen wij voorstellen aan de Raad doen voor het oppakken en doelmatig invullen van een gebiedsontwikkeling. Wij denken hierbij aan het beschikbaar stellen van voorbereidingskredieten of aanvullende gewenste investeringen ten laste van gebiedsontwikkelingen waar een batig saldo op wordt verwacht die niet onder het BBV vallen, maar wel de doelmatigheid van de ontwikkeling vergroten en bijdragen aan het realiseren van de (ruimtelijke) ambities in de RSU. Anticiperende verwervingen (risicoreservering) In de voorjaarsnota stellen we voor om financiële ruimte te bestemmen voor het opvangen van risico’s op anticiperende aankopen.

Met deze financiële ruimte kunnen wij ook aankopen doen ten behoeve van het invullen van de ambities uit de (nog vast te stellen) RSU 2040. Het gaat dan om locaties waar grondpositie cruciaal is voor het realiseren van de gewenste ruimtelijke opgave (waaronder dubbel ruimtegebruik). Dit kan een opgave zijn die niet door de markt wordt opgepakt (bijvoorbeeld recreatief groen) of een opgave waarbij door middel van een gemeentelijke grondpositie betere sturing mogelijk is op de (programmatische) invulling.

2.3.5. Openbare ruimte De investeringen die wij voorstellen in de openbare ruimte zijn gericht op het behouden en het toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. Daarnaast maakt de realisatie van het Lombokplein ook woningbouw mogelijk. In het MPR heet deze categorie investeringen, in lijn met de barcodethema’s Mobiliteit/groen.

2021 Integrale aanpak Openbare Ruimte Kanaleneiland - Winkelcentrum Vasco Da Gamalaan en herinrichting Columbuslaan Realisatie Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn Integrale aanpak Openbare Ruimte Overvecht Herinrichting openbare ruimte Taagdreef en omgeving Integrale aanpak Openbare Ruimte Overvecht Watertoren Totaal

2022

2023

2024

x€ 1.000 2025

750

14.405 200

300 14.405

1.250

Integrale aanpak Openbare Ruimte Kanaleneiland - Winkelcentrum Vasco Da Gamalaan en herinrichting Columbuslaan In Kanaleneiland ligt een grote opgave om de openbare ruimte te vernieuwen. De inrichting van veel wegen is versleten en er ligt een opgave voor groot onderhoud. Het groen wordt niet optimaal gebruikt voor gezonde verstedelijking. De inrichting van de straten is te veel gericht op auto’s en 50 kilometer per uur. Door de straten her in te richten (versmallen) leveren we een bijdrage aan de klimaatbestendigheid van de wijken. Vernieuwing / herinrichting openbare ruimte is essentieel voor wijkverbetering en voor het toevoegen van circa 2.000/3.000 woningen in Kanaleneiland. Het investeringsvoorstel Vasco Da Gamalaan en de herinrichting Columbuslaan richt zich op de openbare ruimte bij het winkelcentrum aldaar. We willen hier de kans benutten om de openbare ruimte integraal in te richten, in combinatie met de investeringen vanuit Stadsbedrijven in rioleringen en verharding.

37

Realisatie Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn (in combinatie met betaalbaar wonen Lombokplein) De Leidse Rijn wordt bevaarbaar gemaakt en het Westplein wordt omgevormd van een verkeersplein naar een levend stukje stad. Hier komen woningen (met name in sociaal en midden categorie) en andere functies. Lombok zal weer meer verbonden zijn met de stad. Ook de Graadt van Roggenweg wordt geherstructureerd tot een stadsstraat voor bestemmingsverkeer, in de lijn van het stedelijke mobiliteitsbeleid. De (her)ontwikkeling van het Lombokplein kan op korte termijn starten, omdat de grond in bezit van de gemeente is. De realisatie kan in 2024 starten met werkzaamheden voor de herinrichting en vanaf 2027 kunnen gronduitgiftes plaatsvinden. Bij het in procedure brengen en daarna vaststellen van het bestemmingsplan door de raad in 2022, moet de financiële uitvoerbaarheid worden aangetoond. Wij stellen wij voor 14,4 miljoen euro te bestemmen voor de investeringsopgave Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn. Samen met de 5,5 miljoen euro die wij in het MPR (paragraaf 6.6) bestemmen in de reservering betaalbaar wonen en de al eerder in de programmabegroting bestemde meerjarige financiële ruimte is de dekking volledig om daadwerkelijk te kunnen starten met (de voorbereiding van) de realisatie van Lombokplein en doorvaarbare Leidse Rijn.

Integrale aanpak Openbare Ruimte Overvecht - Watertoren en Herinrichting openbare ruimte Taagdreef en omgeving In Overvecht ligt een grote opgave om de openbare ruimte te vernieuwen. De inrichting van veel wegen is versleten en er ligt een opgave voor groot onderhoud. Het groen wordt niet optimaal gebruikt voor gezonde verstedelijking. De inrichting van de straten is te veel gericht op auto’s en 50 kilometer per uur. Door de straten her in te richten (versmallen) leveren we een bijdrage aan de verkeersveiligheid, vergroening en klimaatbestendigheid van de wijken. Vernieuwing / herinrichting openbare ruimte is essentieel voor wijkverbetering en voor het toevoegen van duizenden woningen in Overvecht. De voorbereiding van project Herinrichting Taagdreef en omgeving loopt al enige tijd. Het FO / SO is besproken met omwonenden in het gebied. De Watertoren in Overvecht is overgedragen van Vitens naar een private eigenaar. Er ligt een bouwenvelop voor de ontwikkeling van de Watertoren. Aansluitend aan die ontwikkeling willen we als gemeente Park de Watertoren deels herinrichten en een betere rol laten vervullen voor (ontmoeten in) de wijk.

2.4. Knelpunten De gemeentelijke begroting staat voortdurend onder spanning door ontwikkelingen die onvermijdelijk op ons afkomen. Dat kunnen prijsstijgingen zijn of consequenties van wettelijke verplichtingen. Als de kosten van deze knelpunten niet langer kunnen worden uitgesteld en ook niet kunnen worden opgevangen binnen de programma’s, moeten ze worden opgelost. Zo blijft de begroting reëel sluitend. Hieronder vindt u de knelpunten per programma. Vervolgens geven we in dit hoofdstuk per programma meer uitleg over de knelpunten. Samenvatting knelpunten Programma Bewoners en Bestuur Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en erfgoed Openbare ruimte en groen Werk en Inkomen Ondersteuning op maat Volksgezondheid Veiligheid Utrechts Vastgoed Overhead Geheim knelpunt

2021 606 232 3.725 0 0 170 600 1.000 1.640 0

2022 606 270 3.728 400 0 120 780 1.000 2.296 200

2023 606 315 5.058 400 0 0 680 0 1.918 200

2024 606 205 4.058 400 0 0 680 0 1.918 200

x € 1.000 2025 606 105 4.558 400 0 0 680 0 2.068 200

Totaal

7.973

9.400

9.177

8.067

8.617

38

Programma Bewoners en Bestuur Omschrijving Meerkosten BRP

2021 121

2022 121

2023 121

2024 121

x € 1.000 2025 121

Doorontwikkeling Bewoners en Bestuur

335

335

335

335

335

Redacteuren extra taken

150

150

150

150

150

Totaal

606

606

606

606

606

Meerkosten BRP Het landelijk onderhoud van de Basis Registratie Personen (BRP) wordt gefinancierd door alle gebruikers, dus ook door gemeenten. De betaling is op basis van verzonden en ontvangen BRP-gegevens en verloopt gestaffeld. Vanaf 2021 zal de gemeente in een hogere staffel vallen. De oorzaak is dat steeds meer geautomatiseerde systemen gebruik maken van de relevante gegevens uit de BRP in plaats van losstaande gegevensbestanden op te bouwen. Bij de volgende staffel gaan we naar 0,121 miljoen euro meerkosten per jaar waar geen dekking voor is binnen de bestaande begroting. Doorontwikkeling Bewoners en Bestuur Toegenomen landelijke, lokale en interne wet- en regelgeving vraagt een extra investering op de kwaliteit van het (openbare) besluitvormingsproces en op de kwaliteit van de organisatie. Ditzelfde geldt voor de taakverzwaring in de dienstverlening aan inwoners en organisaties die willen participeren in de politiek-bestuurlijke besluitvorming. Tot slot wordt er ruimte gereserveerd voor het versterken van de controlerende rol van de gemeenteraad door inzet van incidentele onderzoeken en adviezen. Redacteuren extra taken In 2020 is de wet digitale toegankelijkheid ingegaan. Deze wet vraagt dat alle content die wij online publiceren voldoen aan de digitale toegankelijkheidseisen. Dit zijn 38 eisen waaraan content en techniek moet voldoen.

Daarnaast hebben we vanaf 2021 ook te maken met de wet Single Digital Gateway en de dienstenwet. De Wet Single Digital Gateway en de dienstenwet stelt ons dat wij een deel van onze website en diensten in het Engels moeten gaan aanbieden aan onze inwoners. Deze wetten vragen extra handelingen en kennis van onze redacteuren maar ook extra ondersteuning en advies aan de organisatie. Door de enorme hoeveelheid content die dagelijks geplaatst moet worden vraagt dit extra capaciteit. Uitbreiding van redactiecapaciteit is nodig om te kunnen blijven voldoen aan de aangescherpte wet- en regelgeving. Programma Ruimtelijke Ontwikkeling, Wonen en erfgoed Omschrijving 2021 Doorontwikkeling RUD 32

2022 30

2023 15

2024 15

x € 1.000 2025 15

Digitalisering Erfgoed

200

240

300

190

90

Totaal

232

270

315

205

105

Doorontwikkeling RUD De Regionale Uitvoeringsdienst groeit uit de kinderschoenen en dit vereist een investering in de professionaliteit van de RUD-organisatie, de onderlinge samenwerking tussen de deelnemers en het accounthouderschap vanuit de deelnemers. Dit besef is het afgelopen jaar gegroeid bij alle deelnemers in de context van het traject Kleur Bekennen, de komst van de Omgevingswet en het aanstaande advies van de commissie Van Aartsen over het VTH-stelsel. Op 11 februari 2021 heeft het Algemeen Bestuur van de RUD unaniem besloten om de doorontwikkeling uit te voeren. Digitalisering Erfgoed Een grote hoeveelheid erfgoeddata moet worden geordend en ontsloten. Op dit moment voldoet de documentatie erfgoed niet aan de archiefwet. Daarnaast vragen interne gemeentelijke processen om een bredere aanpak van de data- en documentatiestromen bij Erfgoed. De gemeente is bevoegd gezag en erkend depot in de erfgoedwet in het kader van vergunningverlening. Met de komst van de omgevingswet (digitale stelsel) wordt de digitalisering daarmee extra urgent.

39

Programma Openbare ruimte en groen Omschrijving Openbare Ruimte GWW index en BDB index Uithoflijn groot onderhoud Rattenbestrijding Maaibeheer Herziening Programma Wervengebied Nota Beheer Openbare Ruimte Havens emissievrije boten Opvangen knelpunt Havens emissievrije boten Totaal

2021 3.144 96 185 300 0 0 0

2022 3.144 96 185 300 0 0 50

2023 3.144 96 185 300 1.330 0 50

2024 3.144 96 185 300 330 0 50

x € 1.000 2025 3.144 96 185 300 330 500 50

0

-47

-47

-47

-47

3.725

3.728

5.058

4.058

4.558

Openbare Ruimte GWW index en BDB index De gemeente Utrecht werkt met een index die meebeweegt met de prijzen in de markt. Gemeentebreed wordt een verzamelindex gehanteerd, de IMOC, die voor de gehele breedte van de gemeentelijke dienstverlening prijscompensatie biedt. Een aantal markten heeft een grotere fluctuatie dan de IMOC. De grond-, weg-, waterbouwindex (GWW) en de bouwindex (BDB) is veel hoger dan de IMOC-index. De hogere indexen GWW en BDB met betrekking tot 2018 en 2019 zijn incidenteel gecorrigeerd in 2020, de structurele verwerking vanaf 2021 is een knelpunt. Herverdeling van middelen (van het ene programma naar het andere) is onderzocht om dit knelpunt vanaf 2021 op te lossen, maar leidt tot knelpunten in andere programma's waar verplichtingen voor zijn aangegaan. Bijvoorbeeld met jeugdzorgaanbieders, de politie, et cetera. Uithoflijn groot onderhoud Het groot onderhoud van de Uithoflijn overeenkomstig afspraken met de Provincie Utrecht. Rattenbestrijding De kosten in verband met de rattenbestrijding nemen toe omdat er meer meldingen binnenkomen over rattenoverlast. De toename van het aantal meldingen leidt tot het nemen van meer (fysieke) maatregelen om de overlast terug te dringen. In de loop van 2021 volgt een evaluatie op de rattenbestrijding.

Maaibeheer Nieuwe aanbesteding maaibestek valt duurder uit dan geraamd en is hoger zoals bij de integrale afweging 2020 toegekend, zie raadsbrief oktober 2020. Herziening Programma Wervengebied Conform de voorgestelde financiële strategie bij het programmaplan Wervengebied is voor de jaren 2021 -2023 een concrete planning gemaakt van de benodigde werkzaamheden in het kader van: a. herstel van wal- en kluismuren b. maatregelen om zwaar verkeer te weren c. inzet van interventieteam ten behoeve van bescherming en veiligheid erfgoed d. noodzakelijke onderzoeken naar schade en herstel van kelders e. samenwerking tussen gemeente en keldereigenaren in te vullen f. intensivering beheer. De totale kosten voor 2021-2023 bedragen 48,3 miljoen euro. Beschikbaar, na de "herlabeling" van de beschikbare budgetten van project Wal- en kluismuren, is voor het programma nog 38,9 miljoen euro beschikbaar voor de meest dringende werkzaamheden. Voor de eerste drie jaren is aanvullend nog 9,4 miljoen euro nodig. Van deze 9,4 miljoen euro kunnen we conform de huidige regelgeving een deel van de kosten activeren waardoor het benodigde budget in 2023 1,330 miljoen euro bedraagt, waarvan 0,330 miljoen euro structurele kapitaallasten.

40

Nota Beheer Openbare Ruimte In de financiële strategie, zoals beschreven in de Nota Beheer Openbare Ruimte, is een knelpunt ‘op termijn’ benoemd. Beginnend in 2025, het laatste jaar van de meerjarenbegroting, is er cumulatief structureel jaarlijks oplopend 0,95 miljoen euro nodig voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte om de toenemende onderhouds- en vervangingsinspanning in de naoorlogse wijken "het hoofd te kunnen bieden" en het achterstallig onderhoud weg te werken. Logischer is om de start van het ingroeipad van het benodigde budget, in de Nota beheer openbare ruimte 0,950 miljoen euro vanaf 2025 cumulatief per jaar, aan te passen aan de vertraagde besluitvorming. Omdat de Nota beheer openbare ruimte pas in februari 2021 is vastgesteld, circa een half jaar later dan eerder verwacht, is het niet mogelijk om de planning zoals in de Nota benoemd al in 2021 volledig waar te maken. Indien we het ingroeipad ook met een half jaar vertragen dan kunnen we in 2025 volstaan met een budgetverhoging van 0,500 miljoen euro. Daarna blijft het bedrag cumulatief 0,950 miljoen euro per jaar. Havens emissievrije boten Conform besluit uit het Coalitieakkoord zijn de laatste jaren de tarieven voor emissieboten fors verhoogd. De tarieven voor de emissievrije boten zijn daarentegen alleen geïndexeerd. Eigenaren hebben hun motoren sneller vervangen dan verwacht.

Dit heeft ertoe geleid dat de opbrengsten uit deze tarieven zijn gedaald, waardoor ook de kostendekkendheid van de haventarieven is afgenomen. Opvangen knelpunt Havens emissievrije boten Voorstel is het knelpunt havens emissievrije boten op te vangen binnen de verordening door middel van een tariefstijging van de beroepsvaart. Programma Werk en Inkomen Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Beschermingsbewind

0

400

400

400

400

Totaal

0

400

400

400

400

Beschermingsbewind Door de rechtbank kunnen bewoners onder andere vanwege schuldenproblematiek onder bewind worden gesteld. De bewindvoerders declareren hun kosten bij Werk en Inkomen als bijzondere bijstand. In 2017 is extra budget beschikbaar gesteld om deze kosten op te vangen. In het coalitieakkoord is een taakstelling meegegeven dat door de effecten van de actieagenda schulden gedacht werd dat deze kosten zouden dalen. Dit effect zien we niet optreden, hoewel schuldenbewind afneemt zien we het aantal toestandenbewinden toenemen. Ook worden door de actieagenda ook meer bewoners gewezen op de mogelijkheid tot bewindvoering. We verwachten dat de kosten nog iets dalen door aanvullende acties, maar niet genoeg om de daling in het budget te compenseren. Programma Ondersteuning op maat Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Risico kostenstijgingen jeugd, WMO en Asiel en Integratie

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

Risico kostenstijgingen jeugd, WMO en Asiel en Integratie Het programma ondersteuning op maat is een breed programma voor alle Utrechters, die in meer of mindere mate ondersteuning nodig hebben in leven van alle dag. In dit programma wordt jaarlijks circa 300 miljoen euro aan lasten gemaakt. We zien de laatste jaren dat programmaonderdelen structureel uit de pas gaan te lopen. Vooralsnog is dit voor de jaren 2021 en 2022 incidenteel op te vangen, mede dankzij de incidentele extra rijksbijdrage voor de jeugdzorg (zie ook de toelichting in Hoofdstuk 4, in de Eerste bestuursrapportage) in die jaren en door binnen het programma te schuiven. Binnen het beleidsterrein Asiel en integratie lopen veel incidentele baten af (bijv. voor Plan Einstein en de LVV-pilot). Dit betekent dat er voor een deel van deze activiteiten vanaf 2023 geen toereikend budget is. Vanaf

41

2023 worden de middelen voor Beschermd Wonen doorgedecentraliseerd naar alle gemeenten, waarmee een groot deel van de flexibiliteit in het programma verdwijnt. In de financiële strategie van deze voorjaarsnota gaan wij ervan uit dat het Rijk de kostenstijgingen voor jeugd en WMO (o.a. abonnementstarief) structureel compenseert net als de nieuwe taak onder de Inburgeringswet. De VNG is hierover indringend in gesprek met het Rijk, met als eerste resultaat een verhoging van het incidentele bedrag voor jeugdzorg in 2021. Deze bijdrage vermindert het risico in het programma en is daarmee niet vrij inzetbaar. Programma Volksgezondheid

x € 1.000 2021

2022

2023

2024

2025

Implementatie richtlijn Visus en Ondergewicht

170

120

0

0

0

Totaal

170

120

0

0

0

Omschrijving

Implementatie richtlijn Visus en Ondergewicht Deze richtlijnen zijn herzien op basis van wetenschappelijke inzichten. Hierbij is aangegeven dat onderzoeken naar de visus (gezichtsvermogen) en het gewicht op een eerder moment (vervroeging van twee jaar) moeten plaatsvinden. Hierdoor worden kinderen eerder geholpen, waardoor minder gezondheidsschade optreedt. Door de verschuiving van deze contactmomenten is er een overgangsperiode waarin een dubbele hoeveelheid kinderen gezien moeten worden in het basisonderwijs. Landelijk zijn geen middelen beschikbaar gesteld waardoor er een dekkingsprobleem is voor de overgangsperiode: 0,170 miljoen euro incidenteel 2021 en voor 2022 0,120 miljoen euro (t/m einde schooljaar juli 2022). Programma Veiligheid Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

0

280

280

280

280

VRU kosten FLO (Functioneel Leeftijdsontslag)

400

400

400

400

400

Investering in ventilatie brandweerkazernes

200

100

0

0

0

Totaal

600

780

680

680

680

VRU aanpassing ijkpunt scores

VRU aanpassing ijkpunt scores De Veiligheidsregio Utrecht krijgt haar budget van de 26 deelnemende gemeenten. De bijdrage van Utrecht is ongeveer 1/3. De verdeling van het budget vindt plaats volgens een verdeelmodel net zoals het gemeentefonds. Jaarlijks worden dan de ijkpunt scores per gemeente berekend. Op basis van die scores berekent de VRU welke gemeente welke bijdrage moet betalen. Belangrijkste parameter is het aantal inwoners. Als de stad Utrecht relatief meer inwoners heeft ten opzichte van de overige gemeenten wordt ons relatieve aandeel hoger en dan moet Utrecht relatief meer betalen, andere gemeenten minder. Dit doet zich nu voor. Op basis van de berekende ijkpuntscore moet Utrecht vanaf 2022 0,280 miljoen euro meer betalen. VRU kosten FLO (Functioneel Leeftijdsontslag) Bij het vormen van de Veiligheidsregio zijn afspraken gemaakt over functioneel leeftijdsontslag voor brandweerpersoneel (wetgeving), de FLO. Voor de komende jaren zijn de kosten hiervoor 0,4 miljoen euro hoger. Investering in ventilatie brandweerkazernes Uit nadere onderzoeken blijkt dat de installaties van 3 locaties brandweer niet voldoen aan Bouwbesluit 2012, de richtlijnen van het RIVM en de Arbowet. De brandweerpost aan de Belcampostraat voldoet inmiddels wel, nu een aantal gebreken is hersteld.

Om zorg te dragen voor een gezonde en veilige werkomgeving voor de VRU moeten er in de drie panden aanpassingen worden gedaan aan de klimaatinstallaties.

42

Programma Utrechts Vastgoed

x € 1.000 2021

2022

2023

2024

2025

Tijdelijke invulling Oudegracht 167

1.000

1.000

0

0

0

Totaal

1.000

1.000

0

0

0

Omschrijving

Tijdelijke invulling Oudegracht 167 Het complex aan de Oudegracht 167 (voormalige Openbare Bibliotheek en Broese Boekhandel) staat sinds medio 2020 leeg. Momenteel vindt er besluitvorming plaats over de pandvisie en wordt dit verder uitgewerkt om te komen tot een definitieve invulling. Naar verwachting kunnen er tot 2023 tijdelijke initiatieven in het complex gehuisvest worden. De huuropbrengsten van deze initiatieven zijn fors lager dan de begrote opbrengsten. Om dit tekort op te vangen is er extra budget nodig. Programma Overhead Omschrijving

2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Het nieuwe werken 3.0

1.050

1.550

1.300

1.300

1.300

590

746

618

618

768

1.640

2.296

1.918

1.918

2.068

Overheadopslag knelpunten Totaal

Het nieuwe werken 3.0 Pre corona was er sprake van een grote druk op het aantal werkplekken in het stadskantoor. De wettelijke ARBO-eisen kwamen in gedrang. Met de COR is afgesproken hoe de werkgever gaat voldoen aan de wettelijke ARBO-eisen. Door corona zijn we digitaal gaan werken en onderzoeken wijzen uit dat post-corona het hybride werken de nieuwe werkwijze zal zijn. Het hybride werken vraagt om aanpassingen om het stadskantoor zoals voorzieningen in de IT: devices, infrastructuur en toepassingen (infrastructuur). Maar hybride werken gaat ook over de thuiswerkplek laten voldoen aan ARBO-eisen en veilige apparatuur. Overheadopslag knelpunten De overhead biedt ondersteuning om oplossingen voor maatschappelijke opgaven te kunnen realiseren. Denk aan control op ruimtelijke projecten of bezwaar & beroep bij uitkeringen in het sociaal domein. In begroting van 2021 is aangegeven dat de overhead meebeweegt met de omvang van de organisatie (maximaal 25,7% van de apparaatslasten). Op deze manier kan de overhead de gewenste ondersteuning blijven bieden. Knelpunten die leiden tot een grotere organisatie, zoals onder andere extra taken voor redacteuren en de rattenbestrijding, leiden tot een verhoging van de overhead. Geheim knelpunt 2021

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

Geheim knelpunt

0

200

200

200

200

Totaal

0

200

200

200

200

Omschrijving

Geheim knelpunt Dit knelpunt wordt in een aparte, geheime bijlage toegelicht.

43

3. Actualisatie financieel beeld In dit hoofdstuk geven we meer in detail een toelichting op het actuele financiële beeld. We beginnen met het financiële beeld en de financiële ontwikkelingen. Vervolgens gaan we in op de groei en ontwikkelingen en de onvermijdelijke coronakosten. We ronden het hoofdstuk af met de financiële strategie die ons in staat stelt om tot een sluitend meerjarenbeeld te komen.

3.1. Financieel beeld Onderstaande tabel laat de samenhang zien tussen de beschikbare financiële ruimte en de bestemming van deze middelen. Samenvattend financieel beeld Omschrijving Financiële ontwikkelingen Bijsturingen maatregelenpakketten Nieuwe activiteiten Groeikader Knelpunten Aanvulling scenario C Financiële strategie Totaal Financiële ruimte Vereveningen via de algemene dekkingsreserve Saldo

x € 1.000 2025 Structureel -7.104 -7.104 0 0 -1.885 -1.885 -3.122 -3.122 -8.617 -8.527 0 0 20.638 20.638 -90 0

2021 5.127 -880 -4.868 1.350 -7.973 -1.969 -773 -9.986

2022 -7.039 0 -8.961 -3.122 -9.400 0 20.638 -7.884

2023 -8.065 0 -2.525 -3.122 -9.177 0 20.638 -2.251

2024 -7.509 0 -1.885 -3.122 -8.067 0 20.638 55

9.986

7.884

2.251

-55

90

0

0

0

0

0

0

0

In deze tabel staan de positieve bedragen voor voordelen ten opzichte van de vastgestelde meerjarenraming (minder uitgaven of meer inkomsten) en negatieve bedragen voor nadelen (meer uitgaven of minder inkomsten). De meerjarenraming is in de actuele Programmabegroting 2021 vastgelegd. Een aantal onderdelen van bovenstaande tabel zijn al toegelicht in hoofdstuk 2, te weten: • Bijsturingen maatregelenpakketten (zie hoofdstuk 2.1) • Nieuwe activiteiten (zie hoofdstuk 2.2) • Knelpunten (zie hoofdstuk 2.4) De overige onderdelen in de tabel worden in onderstaande hoofdstukken onderbouwd en toegelicht.

45

3.2. Financiële ontwikkeling Sinds de vaststelling van de Programmabegroting 2021 zijn er ontwikkelingen geweest die het gemeentelijke financiële beeld beïnvloeden. Hiermee wordt de ruimte bepaald om knelpunten, nieuwe activiteiten en uitgaven voor de groeiende stad te kunnen dekken. In dit beeld zijn de autonome ontwikkelingen verwerkt (accres gemeentefonds, bijstellingen in verband met onder andere loon- en prijscompensatie), de middelen die we verwachten als gevolg van de groei van de stad en overige ontwikkelingen. De samenstelling van de financiële ruimte is als volgt: Financiële ontwikkelingen Omschrijving Te bestemmen resultaat 2020 Autonome ontwikkelingen Groei van de stad Overige ontwikkelingen Totaal

2021 15.679 -10.584 -950 982

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

-9.789 3.122 -372

-10.965 3.122 -222

-10.559 3.122 -72

-10.154 3.122 -72

5.127

-7.039

-8.065

-7.509

-7.104

Hierboven zijn de mutaties geordend per onderwerp. In onderstaande paragrafen lichten wij deze mutaties toe.

3.2.1. Te bestemmen resultaat 2020 Het voorlopige resultaat over het begrotingsjaar 2020 bedraagt 28,613 miljoen euro (exclusief winsten uit grexen) voor bestedings- en dekkingsvoorstellen. Op dit resultaat wordt per saldo 12,934 miljoen euro in mindering gebracht als gevolg van de (technische) bestedings- en dekkingsvoorstellen bij de Jaarrekening 2020. Bij de behandeling van de jaarstukken worden de bestedings- en dekkingsvoorstellen in een separaat raadsvoorstel voorgelegd. Voorgaande cijfers zijn nog onder voorbehoud van de uitkomsten uit de accountantscontrole.

3.2.2. Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen bestaan uit externe, niet beïnvloedbare nominale (loon en prijs) en reële (volume) ontwikkelingen in 2021 en 2022. Deze ontwikkelingen zijn verwerkt conform vastgesteld beleid. x 1.000 Omschrijving Gemeentefonds Loon- en prijscompensatie programma’s Vrijval weerstands- vermogen Belasting en heffingen (inflatiecorrectie) Totaal

2021 -5.017 -5.567 0 0

2022 17.254 -30.835

2023 16.078 -30.835

2024 16.484 -30.835

2025 16.889 -30.835

3.792

3.792

3.792

3.792

-10.584

-9.789

-10.965

-10.559

-10.154

Gemeentefonds Met het Interbestuurlijk Programma dat is overeengekomen tussen het nieuwe kabinet en de decentrale overheden zijn uitgangspunten afgesproken die doorwerken in de systematiek en de omvang van het gemeentefonds. Het gemeentefonds beweegt mee met een breed deel van de rijksuitgaven. De begroting, en dus ook de algemene uitkering wordt in constante prijzen geraamd. Voor het jaar t+1 worden jaarlijks bij de voorjaarsnota de budgetten gecompenseerd voor stijgende kosten. Dat is ook het moment om de raming van de algemene uitkering te gaan prognosticeren inclusief de loon en prijsontwikkeling voor t+1 (het is een combinatie van correctie van het prijspeil en herverdeelnadelen).

46

Loon- en prijscompensatie programma’s De bijstelling van het gemeentefonds hebben we nodig om een deel van onze uitgaven te indexeren voor loon- en prijsontwikkelingen. De uitkomst van de cao-onderhandelingen is nog niet duidelijk. We werken in deze Voorjaarsnota, gezien de financiële krapte, met voorzichtige aannames. Hierin is tevens een volledig jaar van de huidige CAO (effect: 1,75%) opgenomen. Voor de prijsindex hanteren we het gemiddelde van de ontwikkeling van de overheidsconsumptie over de afgelopen 3 jaren. Die bedraagt 2,15%. In de berekening van de prijsindex 2022 is ervoor gekozen een gedifferentieerde index te hanteren, namelijk Grond-, weg- en waterbouw index (GWW) en de Bouwindex. We hanteren ook gemiddelde over de afgelopen 3 jaren, de GWW index bedraagt 3,35% en de BDB index bedraagt 2,5%. Zowel de looncorrectie over 2021 als de loon- en prijsontwikkeling 2022 vertalen we vanaf 2022 naar een gewogen index voor de subsidiebudgetten. Met de geschetste ontwikkelingen bedraagt die 3,3% voor 2022. Weerstandsvermogen Op basis van de voorlopige jaarrekeningcijfers blijkt de stand van het weerstandsvermogen 0,8. Er is dus geen afroming of toevoeging nodig om het weerstandsvermogen op 0,8 te krijgen (zie hoofdstuk 3.6 voor spelrelgels van het herstelplan). Momenteel vindt de controle van de jaarrekening door de accountant plaats.

Eventuele correcties die daaruit voortvloeien kunnen impact hebben op het weerstandvermogen. Belastingen (inflatiecorrectie) Jaarlijks indexeren we de belastingopbrengst met de inflatie. Evenals voorgaande jaren bepalen we die aan de hand van de verwachte loon- en prijsontwikkeling vanaf 2022. De indexering komt daarmee op 3,3%.

3.2.3. Groei van de stad x € 1.000 Omschrijving Gemeentefonds, groei van de stad Belasting en heffingen Toename OZB Afdracht ondernemersfonds Totaal

2021

2022

2023

2024

2025

-2.728 1.778 2.000 -222

854 2.268 2.551 -283

854 2.268 2.551 -283

854 2.268 2.551 -283

854 2.268 2.551 -283

-950

3.122

3.122

3.122

3.122

Groei van de stad (volumeontwikkelingen) Op basis van ramingen die de afdeling Onderzoek opstelt, worden de parameters van de algemene uitkering jaarlijks geactualiseerd bij de voorjaarsnota. We actualiseren het lopende jaar en ramen de groei voor het komende jaar. De groei voor het komend jaar trekken we structureel door. We ramen dus niet de groei voor de jaren t+2+3+4. We ramen immers ook niet de eventuele extra lasten die zich in de jaren t+2+3+4 gaan voordoen. Belastingen en heffingen Onroerendezaakbelasting (OZB) Met de groei van de stad neemt het bestand aan woningen en niet-woningen toe waarover onroerendezaakbelasting (OZB) wordt ontvangen. We ramen extra OZB-inkomsten omdat uit de jaarrekening van 2020 blijkt dat er een toename van OZB is en deze is te danken aan extra opbrengsten uit woningen. Er is rekening gehouden met een areaaltoename voor woningen van 2 miljoen euro. Daarnaast is, door het uitbreiden van het woningenbestand, rekening gehouden met 0,551 miljoen euro extra opbrengsten als gevolg van een toegenomen areaal woningen. Deze toename is exclusief de OZB toename zoals beschreven in hoofdstuk 3.5. Afdracht ondernemersfonds Conform de spelregels wordt 11% van de OZB-inkomsten aan het ondernemersfonds afgedragen.

47

3.2.4. Overige ontwikkelingen Naast de bovenstaande ontwikkelingen zijn er nog andere ontwikkelingen die invloed hebben op het financiële beeld. x € 1.000 Omschrijving 2021 2022 2023 2024 2025 Toevoegjaar 0 0 0 0 0 Rente 574 0 0 0 0 Dividend 480 -300 -150 0 0 Erfpacht -72 -72 -72 -72 -72 Totaal

982

-372

-222

-72

-72

Toevoegjaar Iedere voorjaarsnota wordt er een nieuwe jaarschijf toegevoegd aan de meerjarenbegroting. Door wijzigingen in de begroting die wel meerjarig maar niet structureel zijn, kan er daarbij een saldo in de begroting ontstaan. Dat saldo wordt opgenomen in de voorjaarsnota onder de noemer toevoegjaar. Het saldo van de begroting uit de nieuw toegevoegde jaarschijf 2025 is echter nihil. Rente Over 2021 wordt ten opzichte van de geldende begroting een voordeel verwacht van per saldo 0,574 miljoen euro. Als gevolg van een gedaalde marktrente wordt in 2021 voor 1,387 miljoen euro aan lagere externe rentelasten voorzien. Door een verwacht verminderd extern beroep op met name kredietfaciliteiten wordt 0,3 miljoen euro minder aan rentebaten voorzien. Tenslotte wordt door afwijkende boekwaarden van activa, grondexploitaties en van vaste activa-reserves vanuit de interne rentetoerekening een nadeel voorzien van 0,506 miljoen euro. Dit is een inschatting op basis van de balanscijfers 2020 na afsluiting periode 13. Met betrekking tot de jaren 2022 t/m 2025: de sterk gedaalde marktrente heeft bij her- en aanvullende financieringen een verlagend effect op de gemiddelde rente van de gemeentelijke leningenportefeuille. Op grond van BBV-voorschriften moet de interne toerekening zoveel mogelijk aansluiten bij de werkelijke rentelasten, dit met inachtneming van een beperkt toegestane marge.

Op dit moment voorzien wij dat de dalende gemiddelde rente van de leningenportefeuille ons noodzaakt om de interne rente met ingang van 2022 te verlagen van 2% naar 1,5%. Voor de interne rentetoerekening is dit gemeentebreed budgetneutraal: tegenover de verlaging van het financieringsresultaat op centraal niveau staat verlaging van de kapitaallastenbudgetten van organisatieonderdelen. Vandaar dat de effecten hiervan voor de jaren 2022 t/m 2025 vooralsnog op nihil gesteld zijn. Wel kunnen er buiten de interne rentetoerekening budgettaire effecten optreden bij onderdelen waarbij met de interne rente wordt gerekend, zoals rioolheffingen. Dividend De gemeente Utrecht is aandeelhouder van de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en bezit 1,37% van de aandelen. Er ligt een aanbeveling van de Europese Centrale Bank om over de boekjaren 2019 en 2020 (normaal te ontvangen en te verantwoorden in resp. 2020 en 2021) vooralsnog niet meer dan circa 26 miljoen euro aan dividend uit te keren. Die aanbeveling heeft een looptijd t/m eind september 2021. BNG heeft te kennen gegeven binnenkort dit bedrag tot uitkering te brengen. Het dividendbesluit over 2019 bedroeg 71 miljoen euro. De resterende 45 miljoen euro blijft in principe gereserveerd voor uitkering maar dan na september 2021 en er van uit gaand dat er niet nog meer (ECB-)beperkingen komen.

Recent heeft BNG Bank haar resultaat over 2020 gepubliceerd. Ten opzichte van de raming geeft dit voor 2021 een voordeel van 0,48 miljoen euro. Ook voor dit bedrag heeft BNG laten doorschemeren dit na september 2021 tot uitkering te willen brengen maar ook dit is onder voorbehoud van mogelijke toekomstige ECB-aanbevelingen. Op grond van de huidige economische ontwikkeling met mogelijke kredietrisico’s verwachten wij voor 2022 en 2023 een daling van het nettoresultaat van de bank en/of verlaging van de door haar toegepaste payout ratio. Als gevolg daarvan worden lagere dividendbaten voorzien. Wel verwachten wij met ingang van 2024 een herstel naar de geldende ramingen Erfpacht

48

In het rekeningresultaat 2020 zijn incidentele opbrengsten opgenomen uit de conversie van erfpachtcontracten naar eeuwigdurende afkoop. Met deze conversie vervallen echter ook de structurele inkomsten in de vorm van de canons. De structurele inkomstendaling verwerken we in deze voorjaarsnota.

3.3. Groei en investeringen In de jaren voor corona groeide de bevolking jaarlijks met tussen 4.100 en 5.400 inwoners. De helft van deze groei komt uit geboorte(overschot) en vestigingsoverschot (vestiging minus vertrek). Het aantal op te leveren woningen fluctueert de komende jaren rond 3.000, met een bandbreedte tussen 2.000 en 4.000 woningen. Dat sluit aan bij de woningbehoefte van 60.000 tot 2040. In 2020 groeide de stad ‘slechts’ met 1.636 Utrechters. De belangrijkste oorzaken houden verband met Corona: afgenomen immigratie en toegenomen binnenlands vertrek. In 2019 was er nog een sterke toename van immigratie. In 2019 was er ook al een toename van binnenlands vertrek, maar die toename is in het afgelopen jaar versterkt. Landelijke prognoses zeggen dat in 2021 en 2022 nog een coronaeffect optreedt in de bevolkingsgroei door beperkte buitenlandse immigratie, daarna bereikt de groei weer het oude niveau. Voor Utrecht geldt in 2021 en 2022 dat we verwachten met respectievelijk 2.281 en 685 minder mensen te groeien dan de prognose van eind 2020. Deze vertraging’ in de groei lijkt vooralsnog niet significant van invloed op langetermijngroei en het bereiken van de mijlpaal van 450.000 inwoners. De vertraging van de groei leidt tot een nadeel in de begroting 2021. De gerealiseerde groei in 2020 is veel lager dan de prognose.

Daardoor neemt het Gemeentefonds in 2021 minder toe dan begroot. Deze groeivertraging werkt structureel door naar de Begroting 2022. De nieuwe groeiprognose voor 2022 maakt het verschil maar deels goed. In Utrecht hanteren we het uitgangspunt groei voor groei: extra inkomsten (gemeentefonds en belastingen) dankzij de groei worden bestemd voor uitgaven in verband met de groei. Dit is vastgelegd in het coalitieakkoord. De begrote groei-inkomsten 2021 zijn in de programmabegroting deels bestemd voor noodzakelijke extra exploitatie-uitgaven als gevolg van de groei (referentiekader) en deels voor groei-investeringen. Omdat er minder inwoners zijn in 2021, worden er minder onvermijdelijke exploitatiekosten gemaakt. Daarom stellen wij voor een deel van de toegekende middelen uit het referentiekader terug te halen uit de programma’s en toe te voegen aan het financiële beeld ter compensatie van het nadeel. Opbouw en verdeling groeiruimte Omschrijving Groei van de stad Referentiekader groei Voorzieningen Leidsche Rijn Investeringen groei Totaal

2021 -950 1.350

2022 3.122 478 -1.000 -2.600

2023 3.122 478 -1.000 -2.600

2024 3.122 478 -1.000 -2.600

x € 1.000 2025 3.122 478 -1.000 -283

400

0

0

0

0

Referentiekader groei Door de tegenvallende groei van het aantal inwoners is bij het referentiekader groei meer budget toebedeeld dan achteraf gezien nodig was voor de uitvoering van (wettelijke) taken, zoals publieksdienstverlening en zorg. We brengen nu de budgetten in lijn met de noodzakelijke middelen voor de taakuitvoering door een budgetuitname. Deze uitname wordt naar evenredigheid gedaan en heeft alleen effect op onze eigen organisatie. In 2021 halen we geen middelen terug bij partners in de stad, die taken uitvoeren die deels uit het referentiekader groei worden bekostigd.

Referentiekader groei Bewoners en Bestuur Stedelijke ontwikkeling Openbare ruimte en groen Werk en inkomen Onderwijs Ondersteuning op Maat Samenleven en Sport

2021 -80 -57 -430 -190 -3 -440 -85

2022 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30

2023 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30

x € 1.000 2024 -30 -20 -150 -70 0 -153 -30

49

Volksgezondheid Veiligheid Totaal

-55 -10 -1.350

-20 -5 -478

-20 -5 -478

-20 -5 -478

Voorzieningen Leidsche Rijn Bij de start van de ontwikkeling van Leidsche Rijn is ervoor gekozen de voorzieningen te realiseren voordat de bewoners zich vestigen. De gedachte hierachter was dat het stadsdeel van meet af aan kon functioneren op een vergelijkbaar niveau als de bestaande stad. In het referentiekader Leidsche Rijn is in verband hiermee een frictiesysteem opgenomen. De structurele dekking voor de (instandhouding van) de voorzieningen komt uit de extra gemeentefondsinkomsten en belastingopbrengsten dankzij de groei van Leidsche Rijn. Omdat de voorzieningen eerder zijn gerealiseerd ontstaan er kosten. Die komen ten laste van de stelpost referentiekader Leidsche Rijn en worden gedekt door de reserve Leidsche Rijn. Vooruitlopend op de realisatie van de groei in Leidsche Rijn zijn en worden dus via de stelpost referentiekader Leidsche Rijn incidentele bedragen toegekend voor opgeleverde (maatschappelijke) voorzieningen en openbare ruimte. De structurele kapitaallasten, exploitatie-uitgaven en onderhoudslasten worden gedekt uit de groeiruimte. Op basis van de huidige bevolkingsprognoses komen er na 2022 of 2023 geen structurele kosten van voorzieningen in Leidsche Rijn meer ten laste van de groeiruimte. Investeringen Uit de groeimiddelen is 2,6 miljoen euro beschikbaar voor investeringen in verband met de groei van de stad.

Met de RSU 2040 werken we verder toe naar één integrale stedelijke investeringsagenda met verschillende dekkingsbronnen, waaronder de groeimiddelen. Daarbij hanteren we de lijn dat meeropbrengsten in de fysieke leefomgeving (i.c. grondexploitatie, erfpacht en parkeerinkomsten) in beginsel worden ingezet voor dekking van de investeringsopgaven uit de RSU 2040, tenzij zwaarwegende financiële overwegingen andere bestuurlijke afwegingen vragen. De lijn ‘herinvesteren, tenzij …’ is onderdeel van de voorgestelde investeringsstrategie bij de RSU. Het investeringspakket is opgenomen in hoofdstuk 2.3. Investeringsruimte Omschrijving Groei Vrijval reserve grondexploitaties Verdichting Leidsche Rijn

2021 0 32.770 0

2022 2.600 0 9.000

2023 2.600 0 2.000

2024 2.600 0 2.000

x € 1.000 2025 2.600 0 2.000

Totaal

32.770

11.600

4.600

4.600

4.600

Vrijval reserve grondexploitaties Door de positieve ontwikkeling van het actueel geprognosticeerd resultaat op de grondexploitaties Leidsche Rijn, Stationsgebied en Binnenstedelijk is er financiële ruimte beschikbaar in de reserve grondexploitaties (32,77 miljoen euro). Het resultaat grondexploitatie Leidsche Rijn is positief (15,9 miljoen winstneming en 4,5 miljoen vrijval risicoreservering) met name door het vervallen van het stikstofrisico bij deelgebied Haarrijn. Het geprognosticeerd resultaat grondexploitatie Stationsgebied is verbeterd (10,6 miljoen euro) door de realisatie van de uitgifte van Wonderwoods in het Healthy Urban Quarter. Wij stellen voor financiële ruimte in de reserve grondexploitatie te onttrekken en te bestemmen voor het investeringspakket in paragraaf 2.3.

50

Verdichting Leidsche Rijn Naast de in de Jaarstukken 2020 verwerkte verbeterde geprognosticeerde resultaten op de grondexploitatie is de verwachting dat er komende jaren aanvullende financiële ruimte beschikbaar zal zijn vanwege een verdichtingsopgave in Leidsche Rijn. In lijn met de RSU 2040 gaan wij ervan uit dat wij 1000 woningen extra kunnen toevoegen in Leidsche Rijn. Daarvoor zullen wij komend jaar een voorstel aan de Raad voorleggen. Als de Raad instemt met deze verdichting, zal dit in de Jaarstukken 2021 en bij het Meerjarenperspectief Ruimte 2022 onderdeel zijn van de actualisatie van de grondexploitatie Leidsche Rijn, die dan een verbetering van het saldo laat zien. De verbetering van het saldo leidt conform de BBV-richtlijnen tot een hogere tussentijdse winst in van 9 miljoen euro in 2022 en de drie daarop volgende jaren tot een hogere tussentijdse winstneming van 2 miljoen euro. De financiële ruimte van in totaal 15 miljoen euro door de verwachte hogere opbrengsten koppelen wij in paragraaf 2.3 aan het deel van het investeringspakket dat geprogrammeerd is in jaarsneden 2022-2025. Randvoorwaarde voor het uitvoeren van deze investeringen is de verwerking van voornoemde geprognosticeerde opbrengsten in de Jaarstukken 2021 en in de besluitvorming over het MPR 2022. Daarna kunnen de uitgaven voor deze investeringen worden geautoriseerd.

3.4. Aanvulling Scenario C In de begroting 2021 is scenario C uitgangspunt. In de Voorjaarsnota 2021 blijft dit scenario het uitgangspunt. We hebben wel te maken met langere en strengere lockdowns. De omvang van de onvermijdelijke kosten in dit scenario is daarom geactualiseerd. Deze kosten komen voort uit het feit dat de gemeente meer kosten maakt, of dat de gemeente als gevolg van corona minder baten heeft. In deze paragraaf lichten we de financiële effecten van de actualisatie toe. Scenario C Begroting 2021 -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x € 1.000 Programma

2020

VJN 2021

Algemene Middelen

31 1.035 1.400 3.500 150 1.100 -835 3.163 3.690 800 635 2.000 557 761 8.200 5.518

Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal

2.100

Compensatie rijk VJN 2021 -4.000

Saldo VJN na Rijkscompensatie 2021 -1.900

2022 1.600

2023 1.100

2024 500

925 0 0 0

0 0 0 0

925 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

0 0 0 0

900 11.000 1.344 1.746 0 1.335 1.000 398 476

0 -3.000 0 0 0 0 0 0 0

900 8.000 1.344 1.746 0 1.335 1.000 398 476

0 3.200 300 328 0 1.125 0 0 0

0 0 300 328 0 0 0 0 0

0 0 300 328 0 0 0 0 0

3.950 25.174

-1.500 -8.500

2.450 16.674

2.750 9.303

3.050 4.778

0 1.128

51

Scenario C actualisatie -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x€ 1.000 Programma

JS 2020

Algemene Middelen Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal

-2.662 2.975 1.840 248 0 -1.623 0 3.864 3.770 525 590 1.000 503 747 -7.691 4086

VJN Compensatie Saldo VJN na 2021 rijk VJN Rijkscompensatie 2021 2021 2022 2.233 -7.964 -5.731 1.513 9.563 -10.340 -777 720 3.788 -685 3.103 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 12.700 -5.500 7.200 8.000 3.109 -2.467 642 585 3.140 0 3.140 459 0 0 0 0 1.233 0 1.233 553 500 0 500 0 650 0 650 0 805 -25 780 0 1.500 -1.000 500 2.400 39.221 -27.981 11.240 14.230

2023 713 0 0 0 0 0 3.200 235 459 0 0 0 0 0 3.250 7.857

2024 413 0 0 0 0 0 0 185 459 0 0 0 0 0 900 1.957

Verschil B2021 en actualisatie scenario C -/- opbrengst / positief resultaat +/+ kosten / negatief resultaat x€1.000 Programma

Algemene Middelen Bereikbaarheid Bewoners en bestuur Cultuur Economie Diverse programma's Ondersteuning op maat Openbare ruimte & groen Overhead Samenleven en Sport Stedelijke Ontwikkeling Vastgoed Veiligheid Volksgezondheid W&I Totaal

2020

VJN 2021

-2.693 4.010 440 -3.252 -150 -523 835

133 8.638 3.788 0 0 -900 1.700

Compensatie rijk VJN 2021 -3.964 -10.340 -685 0 0 0 -2.500

701 1.765 80 1.394 -275 0 -45 -102 -1.000 -500 -54 252 -14 329 509 -2.450 -1.431 14.047

-2.467 0 0 0 0 0 -25 500 -19.481

Saldo VJN na Rijkscompensatie 2021 -3.831 -1.702 3.103 0 0 -900 -800

2022 -87 720 0 0 0 0 4.800

2023 -387 0 0 0 0 0 3.200

2024 -87 0 0 0 0 0 0

Totaal -7.085 3.028 3.543 -3.252 -150 -1.423 8.035

-702 285 -65 1.394 131 131 0 0 0 -102 -573 0 -500 0 0 252 0 0 304 0 0 -1.950 -350 200 -5.434 4.927 3.079

-115 131 0 0 0 0 0 900 829

104 1.867 -275 -720 -1.500 198 290 -691 1.969

De actualisatie leidt per saldo tot een stijging van de totale verwachte onvermijdelijke kosten (en derving van inkomsten) van 1,969 miljoen euro. Het bedrag dat in de algemene reserve wordt gereserveerd voor de dekking van deze onvermijdelijke kosten wordt daarom met dit bedrag verhoogd. Met name voor 2021 is de verwachting dat de gederfde inkomsten hoger zullen zijn dan begroot als gevolg van de langere en strengere lockdowns. Op basis van toezeggingen door het Rijk rekenen we op compensatie van het Rijk, vergelijkbaar met 2020, waardoor het financieel effect van de gemeente per saldo beperkt is. In de jaren daarna zijn met name de onvermijdelijke kosten van de extra en zwaardere zorgvraag hoger ingeschat. Hieronder worden de mutaties per programma groter dan 0,5 miljoen euro ten opzichte van de begroting nader toegelicht.

52

Algemene Middelen Het programma Algemene Middelen laat een groot voordeel zien. Dit wordt veroorzaakt omdat we voor een groot deel van de stijging van de onvermijdelijke kosten rekenen op compensatie van het Rijk. Dit betreft met name compensatie voor gederfde inkomsten uit toeristen- en precariobelasting, en markt- en evenementenleges (5 miljoen euro voor 2020 en 2021). Daarnaast hebben wij vanuit het Rijk compensatie ontvangen voor het gemeentelijke schuldenbeleid, voor noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep en voor voorschoolse voorziening peuters die in het programma Algemene Middelen zijn geland (2 miljoen euro 2020 en 2021). Voor een bedrag van 3,9 miljoen euro zijn er wel toezeggingen van het Rijk, maar zijn nog geen concrete toekenningen gedaan. Dit betreft gederfde toeristen- en precariobelasting voor 2021. Deze Rijkscompensatie is dus nog onzeker. Het saldo van 2021 is positief, omdat een deel van de Rijkscompensatie over 2020 nog in 2021 wordt ontvangen. Bereikbaarheid De coronamaatregelen leiden tot een sterke afname van het aantal parkeerbewegingen. De gemiste parkeerinkomsten in 2020 waren hoger dan de compensatie van het Rijk. Door de lockdowns in de eerste helft van 2021 zijn ook de gemiste opbrengsten voor 2021 hoger dan eerder verwacht en dat deze ook naar verwachting (deels) worden gecompenseerd.

De definitieve compensatie hiervan zal plaatsvinden in 2021, derhalve worden deze opbrengsten als voordeel naar 2021 verschoven. Bij een versoepeling van de coronamaatregelen per medio 2021 is de verwachting dat het corona-virus nog enig effect zal hebben op de parkeerbaten in de eerste maanden van 2022 (0,720 miljoen euro). Bewoners & Bestuur De extra onvermijdelijke kosten van het programma Bewoners & Bestuur zijn voor het jaar 2021 niet bij de begroting 2021 geprognotiseerd. Met deze actualisatie van scenario C zijn deze wel geprognosticeerd. Ongeveer een derde van de onvermijdelijke kosten wordt veroorzaakt door de extra kosten van de Tweede kamer verkiezing waarbij rekening moest worden gehouden met de RIVM maatregelen en de extra eisen vanuit het rijk (onder andere early voting, centrale stemopneming en briefstemmen). De extra kosten worden maar gedeeltelijk gecompenseerd vanuit het rijk. Een deel van de kosten zit in een minder efficiënte manier van werken. Daarnaast wordt er een ‘boeggolf’ verwacht als de reisrestricties worden opgegeven (opeenstapeling vraag naar onder andere reisdocumenten). Om dat te kunnen wegwerken zal er extra personeel moet worden ingehuurd. De langere en diepere lockdown van 2021 leidt tot een verdere inkomstenderving van de leges. Huwelijken blijven voorlopig klein en verlopen reisdocumenten worden maar beperkt (rond de 40%) aangevraagd.

Diverse programma’s Compensatie van het Rijk voor het jaar 2020 voor overige onderwerpen. Deze gecompenseerde bedragen zijn niet toebedeeld aan een programma. Openbare ruimte & groen Hogere lasten komen deels door de gederfde inkomsten en deels door de hogere lasten met betrekking tot afvalinzameling. Door de coronamaatregelen zullen in 2021 naar verwachting minder leges- en huurinkomsten binnenkomen (0,485 miljoen euro). Het betreft de leges en huur voor o.a. evenementen, standplaatsen en verkeersontheffingen. Bij het inzamelen van het huishoudelijk afval wordt tijdens de lockdown door het vele thuiswerken en internet bestellingen meer afval opgehaald ondanks het feit dat de winkels en horeca gesloten zijn. Bij de afvalscheidingsstations zijn tijdens de lockdown erg veel bezoekers en dit leidt tot meer afval. In 2021 is een aanname gedaan voor de rijkscompensatie 2020 en 2021 waardoor het saldo onvermijdelijke kosten in 2021 lager is geworden. Vastgoed De huurderving als gevolg van de coronamaatregelen en extra personele inzet is in 2020 1 miljoen euro lager dan verwacht bij de begroting 2021. Overhead De hogere lasten komen door de aanhoudende coronamaatregelen. Hierdoor zijn interne maatregelen genomen om het werken mogelijk te maken. Ten behoeve van het thuiswerken is het aantal telefoonabonnementen en de mogelijkheid om te streamen uitgebreid.

Ook om de gemeentelijke kantoren na de lockdown weer veilig en gezond te kunnen gebruiken, moet er extra schoongemaakt

53

worden, zijn preventieve middelen aangeschaft en worden er maatregelen getroffen om werken met 1,5 meter afstand mogelijk te maken. Bovendien heeft er een eerste investering plaatsgevonden in de techniek voor videoconferenties, om elkaar hybride te kunnen ontmoeten. Om de crisis en de nasleep daarvan het hoofd te bieden is extra menskracht ingezet op de helpdesk en op het gebied van communicatie, bezwaar en beroep, crisismanagement, business continuïteitsmanagement en securitymanagement. Stedelijke ontwikkeling Het gaat bij Stedelijke ontwikkeling voornamelijk om de inkomstenderving leges omgevingsvergunningen en woonruimtezaken. Het Economisch Instituut voor de Bouw verwacht in 2021 en 2022 een krimp in de bouw door de economische gevolgen van de corona-pandemie. Er wordt daarom een daling verwacht van het aantal aanvragen voor omgevingsvergunningen. Naar verwachting zal er in 2021 vanwege de corona-crisis 1,105 miljoen euro minder legesopbrengsten worden ontvangen dan begroot. Scenario C gaat uit van versoepelingen van coronamaatregelen per medio 2021 waardoor de prognose van lagere baten in 2022 bijgesteld is. Ondersteuning op maat Het is op basis van de prognoses te zien dat de maatschappelijke effecten van deze crisis groot zijn.

De groep die al kwetsbaarder was, wordt extra geraakt door de gevolgen van de coronacrisis en wordt ingeschat dat een nieuwe groep ontstaat door de verwachte recessie die in de problemen komt. De extra middelen worden ingezet op korte en lange termijn om de negatieve gevolgen in de ontwikkeling van de zorgvraag zo veel mogelijk te beperken. Veiligheid en Volksgezondheid Deze programma’s hebben geen mutatie die groter is dan 0,5 miljoen euro. Werk & Inkomen De onvermijdelijke kosten laten een daling zien ten opzichte van de begroting 2021. Bij armoede & schulden is sprake van een vertragend effect in de kosten. De nieuwe prognose laat zien dat de verwachtte boeggolf later komt en de extra kosten stijgen (0,750 miljoen euro). Tegenover deze stijging is er sprake van een daling van de extra kosten voor het verstrekken van de bijstand. Dit is naar beneden bijgesteld op basis van de laatste prognose van het Central Planbureau (1,7 miljoen euro).

3.5. Financiële strategie In hoofdstuk 1 hebben we reeds kort toegelicht hoe we met de financiële strategie komen tot een sluitend financieel beeld. In dit hoofdstuk geven we per onderdeel meer in detail weer hoe de financiële strategie is opgebouwd. Voordat we de financiële strategie toelichten informeren we u over de stand van zaken van de opdracht om 0,8 miljoen te besparen door Vernieuwing Sociaal Domein per 2023. Stand van zaken Vernieuwing Sociaal Domein Zoals in de programmabegroting 2021 aangegeven informeren we u in deze voorjaarsnota over de lopende opdracht om door middel van vernieuwing in het sociaal domein 0,8 miljoen euro te besparen per 2023. Er worden vier zoekrichtingen genoemd die invulling moet geven aan de bezuinigingstaakstelling van 0,8 miljoen euro op het sociaal domein per 2023. Dit zijn de Regeling Tegemoetkoming Ziektekosten (RTZ), Dyslexiezorg, Social Return (SROI) en MBO-teams. We onderzoeken momenteel per onderdeel de haalbaarheid van een aanpassing, versobering of afschaffing waarbij we ook kijken naar de impact op de transformatie binnen het sociaal domein. We kijken daarbij naar het besparingspotentieel qua bedrag in relatie tot de impact op de inwoners en de zorg die we bieden. • Volledige afschaffing van de RTZ levert maximaal 0,5 miljoen euro op.

De afweging die nog gemaakt moet worden is of het voor de gebruikers van deze regeling hanteerbaar is dat ze een tegemoetkoming van 200 euro per jaar kunnen missen. We onderzoeken of versobering een optie is, zodat degene die deze tegemoetkoming het hardst nodig hebben wellicht gespaard kunnen worden. • Voor het dossier EED (dyslexie) realiseren we de functie van poortwachter. Deze functie heeft als belangrijk doel om de kwaliteit van de ketenzorg rond leren spellen en lezen te verbeteren én de

54

•

•

relatief hoge kosten terug te dringen. Daarbij houden we in ere dat elk kind die deze zorg nodig heeft ze ook krijgt. Samen met mbo’s en regiogemeenten willen we de jeugdhulp en het mbo-onderwijs beter op elkaar aan laten sluiten We zijn in gesprek met bestuurders van de mbo’s en omliggende gemeenten. Dit kan er voor zorgen dat deze aansluiting inhoudelijk eenvoudiger en financieel duurzamer wordt. Het meer inzetten van social return (SROI) kan een besparing op onze uitkeringslasten opleveren. Om dit te bereiken is er een investering nodig in de social return organisatie en de inbedding in de gehele inkooporganisatie. Momenteel wordt uitgewerkt wat er nodig is en welke besparing dit dan kan opleveren.

Financiële strategie In onderstaande tabel en uitwerking geven we een overzicht van en toelichting op de wijze waarop we tot een sluitend financieel beeld komen bij het eerder gepresenteerde tekort van 20,6 miljoen euro. Samenvatting financiële strategie Omschrijving Risico's vergroten Vrijval onderuitputting gladheidsbestrijding Inboeken te verwachten accres GF Financiële techniek Kapitaallasten als gevolg van vrijval activareserve Minimale set versoberingen Slimmer organiseren en begroten representatie, volksfeesten en internationale activiteiten Btw-voordeel reïntegratiebudget Vrijvallen subsidie Landhuis Oud Amelisweerd Btw-verlaging sport

2022

2023

2024

x € 1.000 2025

200 8.000

200 8.000

200 8.000

200 8.000

-848

-848

-848

-848

-848

75

100

100

100

100

400

400

400

400

100

100

100

100

450

450

450

450

2021

Inkomsten verhogen Verhoging OZB Totaal

-773

12.236

12.236

12.236

12.236

20.638

20.638

20.638

20.638

Vrijval onderuitputting gladheidsbestrijding Als gevolg van zachtere winters zien we een jaarlijkse onderuitputting van het budget gladheidsbestrijding van 0,2 miljoen euro. Daarmee kan 0,2 miljoen euro structureel vrijvallen. Eventuele extra kosten, bijvoorbeeld bij een strenge winter, komen ten laste van het jaarrekeningresultaat. Inboeken te verwachten accres gemeentefonds De omvang van het gemeentefonds loopt mee met de uitgaven van het Rijk. Dit noemen we ‘de trap op en trap af’-methode. Deze toename en afname noemen we het accres. Als gevolg van corona is het accres tijdelijk bevroren. Onduidelijk is wat het nieuwe accres wordt. Voorafgaand aan de coronacrisis bedroeg de groei van het accres gemiddeld 1,2%. De verwachting is dat het nieuwe Kabinet zal kiezen voor een strategie waarbij zij zal investeren in plaats van stevig bezuinigen. Wij houden hierdoor dus rekening met inkomsten vanuit het Rijk. Door uit te gaan van 1,2% gaan we ervan uit dat het accres voor Utrecht 8 miljoen euro structureel bedraagt.

55

Kapitaallasten als gevolg van vrijval activareserve Naast structurele middelen is er ook behoefte aan incidentele middelen. Bijvoorbeeld omdat knelpunten spelen in 2021 en maatregelen pas ingaan per 2022. Net als bij de financiële strategie in de begroting 2021 zien we een manier om incidentele middelen vrij te spelen door een vaste activareserve te laten vrijvallen en dit op te lossen door een extra last op de structurele middelen. Slimmer organiseren en begroten representatie, volksfeesten en (inter)nationale activiteiten Door onze activiteiten effectiever te organiseren en meer in lijn te brengen met de organisatie kan een kostenbesparing gerealiseerd worden zonder dat we aan kwaliteit inboeten. Dat doen we door beter en meer digitaal samen te werken. Zo hebben we bijvoorbeeld minder reis- en verblijfkosten en minder fysieke ontvangsten. De geringe onderuitputting op het budget voor volksfeesten wordt ingeleverd. Btw-voordeel reïntegratiebudget Onze inzet is erop gericht dat bijstandsgerechtigden gaan werken of participeren naar vermogen. Dit bereiken we door het begeleiden en faciliteren van werkzoekenden. Dit doen we deels zelf en deels door inkoop van dienstverlening. Hiervoor zetten we vooral het re-integratiebudget in. Tot voorkort was een deel van de btw op ingekochte dienstverlening niet ‘compensabel’ en daardoor kostprijsverhogend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=295a11b4-07d2-46c1-9a17-23253a14f2e5