CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 26 juni 2025, gemeente Utrecht38.388 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Opbrengsten gemeente

Conclusie financiën

De aandeelhouders van HVC ontvangen een jaarlijkse vergoeding van 1% van het bedrag waarvoor elke aandeelhouder garant staat. Dit bedrag moet (in principe) gereserveerd als risicoreserve maar heeft wel een licht positief effect op de solvabiliteit. De gemeente kan de waarde die opgebouwd wordt in HVC niet ten gelde maken, omdat bij een eventuele verkoop van de aandelen alleeen de nominale warden van de aandelen wordt terugbetaald; de 21 .000 euro die wordt ingelegd. Voorkeur voor variant 3, omdat het probleem om eigen vermogen in te kunnen brengen voor de gemeente Utrecht zwaar weegt.

Aannames voor berekening Op basis van het aantal aan te sluiten woningen in drie buurten bestaande bouw wordt uitgegaan van een benodigde investering van 300 mln als startkapitaal voor 3 projecten. 1. We gaan er in de berekening vanuit van dat er een waarborgfonds komt (zie kader) 2. 3. We nemen een aandeel in het lokale warmtebedrijf van 10% Startkapitaal Benodigd EV 20% Eigendomsverhouding 10% € 300.000.000,00 € 60.000.000,00 € 6.000.000,00 Uit bovenstaande tabel blijkt dat de eigendomsvariant 2 een investering van ca 6 mln euro vraagt als startkapitaal voor het realiseren van 3 buurten bestaande bouw van de gemeente. Dit bedrag kan ook gefaseerd worden uitgegeven.

or 3 projecten.

Uit: Raadsbrief 30 september 2024

Risicoanalyse eigendomsvarianten publiek warmtebedrijf Inschatting van de variant die de meeste kans biedt op realisatie van de beheersmaatregel en daarmee de kans op een succesvol warmtenetproject vergroot.

Bij de beoordeling wordt aangenomen dat er over vijf jaar bij elke variant een competent warmtebedrijf operationeel is, waardoor er geen verschil in bedrijfsvoering wordt verwacht.

Toelichting De gemeenteraad heeft verzocht om een gedetailleerde risicoanalyse met betrekking tot de oprichting van een publiek warmtebedrijf. In het kader van deze analyse zijn de risico’s in kaart gebracht die samenhangen met de realisatie van een warmtenetproject, waarna bijbehorende beheersmaatregelen zijn geformuleerd. Vervolgens is beoordeeld bij welke eigendomsvariant de kans het grootst is dat deze beheersmaatregelen daadwerkelijk kunnen worden gerealiseerd, en daarmee de kans op een succesvol warmtenetproject toeneemt. Bij deze beoordeling is aangenomen dat over vijf jaar, ongeacht de eigendomsvariant, sprake is van een capabel en professioneel functionerend warmtebedrijf, waardoor mogelijke verschillen in bedrijfsvoering buiten beschouwing zijn gelaten. Daarnaast is als uitgangspunt genomen dat er (zicht op) een rendabel warmtenetproject moet zijn voordat een warmtebedrijf bereidt zal zijn om dit uit te voeren. Voor deze beoordeling is de volgende scoremethodiek gehanteerd:

minste kans op succes

meeste kans op succes

Maatschappelijke achtergrond van warmtenetten Recent zijn er diverse aanlegprojecten voor warmtenetten in grote steden stopgezet, omdat ze volgens de warmtebedrijven die de projecten uitvoeren fnancieel niet haalbaar zijn. Deze warmtenetten kunnen voor de betreffende wijken wel de oplossing zijn met de laagste nationale kosten. Voorstellen voor een nieuwe warmtewet van het kabinet en de parlementaire behandeling daarvan – voorzien voor dit jaar – zullen mede bepalen of deze impasse doorbroken kan worden. In de risicoanalyse is daarom uitgegaan dat betaalbaarheid voornamelijk door het Rijk georganiseerd gaat worden en dat op korte termijn de Wet collectieve warmte zal worden aangenomen.

Samenvatting risicoanalyse Risicocategorie Betaalbaarheid Vollooprisico Financiering Beschikbaarheid warmtebron Uitvoerbaarheid Marktontwikkelingen Zorgvuldige besluitvorming Conclusie

Variant 1

Variant 2

Variant 3

9

Kenmerk: 12749496/LG/20240916 Onderwerp: Plan van aanpak publiek warmtebedrijf.

1. Betaalbaarheid

Gevolg

Oorzaak

1.1 Toegenomen kosten van warmteproductie of distributie, waardoor het duurder wordt voor eindgebruikers.

Stijgende kosten voor warmteproductie door duurdere grondstoffen en/of (elektriciteits)marktprijzen.

Beheersmaatregelen publiek warmtebedrijf

Lange termijn electriciteit- of grondstofcontracten.

1.2 Politieke of maatschappelijke druk om tarieven laag te houden, ondanks stijgende operationele kosten. Conclusie betaalbaarheid

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Toelichting Stijgende prijzen voor elektriciteit of andere grondstoffen kunnen leiden tot hogere kosten voor de productie en distributie van warmte. Dit verhoogt de tarieven voor eindgebruikers en kan daarmee het draagvlak voor warmtenetten onder druk zetten. Dit risico vraagt om actief kostenbeheer, gespecialiseerde kennis over tariefstelling en lange termijn prijszekerheid, bijvoorbeeld via langetermijncontracten. Daarnaast kan nationale compensatie of stimuleringsbeleid helpen de betaalbaarheid te waarborgen. Als er succsvol wordt gelobbyd voor stimuleringsbeleid hebben alle varianten voordeel. Tijdens de energiecrisis die ontstond door het uitbreken van de oekraïne oorlog heeft de Rijksoverhied aan prijscompensatie gedaan voor klanten van een warmtenet. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Slecht beheer (asset management) van het warmtebedrijf.

Voldoende schaalgrootte bereiken zodat activiteiten ‘in huis’ kunnen worden uigevoerd. Competent team. Efficiëntie in operatie en goed asset beheer. Kosten monitoring. Regelmatig onderhouds- en risicobeheerplan bijwerken

Goed beheer is belangrijk om kosten laag te houden. Schaalgrootte is hierbij van belang: grotere bedrijven kunnen meer expertise intern organiseren en zijn minder afhankelijk van externe inhuur. Onderscheidend tussen de varianten is de schaal van het uieindelijke warmtebedrijf: variant 3 is regionaal. Variant 2 is regionaal met een lokale dochter-BV. Variant 1 is lokaal.

Onverwachte operationele kosten (machine)breuk of falende technieken.

In de begroting een reservering opnemen voor tegenvallers. Sturen op bewezen/betrouwbare technieken. Afdoende verzekering afsluiten.

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Veranderende wettelijke verplichtingen.

Flexibiliteit in bedrijfsvoering ingebouwd. Flexibiliteit in warmtebronnen (goede bronnenstrategie).

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Kritiek op tariefsverhoging en/of zorgen over betaalbaarheid.

Transparantie in kosten en bedrijfsvoering. Actief communiceren.

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Variant 1 geeft de minste kans op succesvolle mitigatie van het risico betaalbaarheid.

2. Volloop risico

Gevolg

Oorzaak

Beheersmaatregelen publiek warmtebedrijf

2.1 Onvoldoende aantal afnemers sluit zich aan, waardoor het project financieel niet rendabel is.

Gebrek aan bewustwording bij bewoners en bedrijven over de voordelen en noodzaak van een warmtenet.

Draagvlak creëren door vroegtijdige betrokkenheid van bewoners en bedrijven. Binnen het bedrijf een competent team (o.a. goede (markt)data analysten en communicatie adviseurs/medewerkers.

Bij Variant 1 is er directe afstemming tussen gemeente en warmtebedrijf, wat kan bijdragen aan meer lokaal vertrouwen. Tegelijkertijd zullen sommige bewoners juist meer vertrouwen hebben in een ervaren, regionaal opererend bedrijf zoals in Variant 3. Vertrouwen moet in alle gevallen actief worden opgebouwd, zeker gezien het huidige kritische sentiment rond warmtenetten. Welke variant op termijn het meeste vertrouwen zal genieten, is nu nog niet te voorspellen.

Gebrek aan subsidies of financiële prikkels om de overstap naar warmtenet mogelijk te maken.

Goede relaties met Rijk (via o.a. lobbyisten).

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Als andere verwarmingsopties goedkoper zijn, of de perceptie is dat dit het geval is (concurrentie van individuele systemen, zoals warmtepompen of hybride installaties), kiezen klanten mogelijk niet voor het warmtebedrijf.

Goede relaties met Rijk (via o.a. lobbyisten).

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Beperkte betrokkenheid van woningcorporaties en ontwikkelaars bij het gebruik van warmtenetten in renovatie- of bouwplannen.

Samenwerken met woningcorporaties, gebouweigenaren, projectontwikkelaars en bedrijven om het warmtenet te integreren in verduurzamingsprojecten. Voor WoCo’s: intensief op drie niveaus (operationeel, strategisch, bestuurlijk) tijd steken in samenwerking. Binnen het bedrijf goede relatie- en accountmanagers.

Dit zal moeten gebeuren vanuit de samenwerking tussen het warmtebedrijf en de gemeente als regisseur/uitgever van warmtekavels.

Geen vertrouwen bij potentiele klanten dat het warmtebedrijf in staat is om binnen gestelde kaders een succesvol warmtenet aan te leggen.

Actieve acquisitie via marketing en informatiecampagnes over reeds behaalde resultaten. Doorvoeren van 'radicale' transparantie. Voornamelijk op het gebied van kosten en een eerlijke aanbieding. Gedragen als betrouwbare partner.

Een publiek warmtebedrijf moet kunnen aantonen dat het binnen gestelde kaders een succesvol warmtenet kan aanleggen. Een gebrek aan vertrouwen hierin kan leiden tot terughoudendheid bij bewoners en bedrijven, weerstand tegen aansluitingen en politieke druk. Dit kan de voortgang van het project ernstig vertragen of zelfs blokkeren. Dit vertrouwen moet worden opgebouwd. In alle drie de varianten zijn hier goede kansen voor. Daarbij moet rekening worden gehouden met huidige negatieve sentiment over warmtenetten.

Wantrouwen of onduidelijkheid over de betrouwbaarheid en/of de duurzaamheid van het warmtenet (de techniek/bron).

Track record zichtbaar maken. Klantonderzoek uitvoeren om behoeften te begrijpen. Binnen het bedrijf goede ontwerpers en ingenieurs om het beste ontwerp te maken en medewerkers die ontwerp keuzes kunnen uitleggen aan toekomstige klanten.

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Trage of onvolledige uitrol van het warmtenet, waardoor bewoners andere oplossingen overwegen.

Inzet van tijdelijke/mobiele warmtecentrales om warmte te kunnen leveren aan klanten. Binnen het bedrijf goede projectleiders realisatie (uitvoering).

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Beperkte financiële draagkracht van lage-inkomensgroepen.

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Toelichting

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Totaal aanpak ontwikkelen inclusief aanbod voor de inpandige aanpassingen. Goede relatie met het Rijk (o.a. via lobbyisten). Conclusie Volloop risico

Het vollooprisico – de bereidheid van bewoners en bedrijven om zich aan te sluiten op het warmtenet – kan in alle varianten gemitigeerd worden en is niet onderscheidend. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

3. Financiering

Conclusie financiering

Beheersmaatregelen publiek warmtebedrijf Groeien van project financiering naar balans financiering.

Gevolg

Oorzaak

3.1 Beschikbaarheid eigen vermogen bij aandeelhouders.

Geen eigenvermogen, beperkingen voor het aantrekken van leningen.

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Toelichting

3.2 Afhankelijkheid van subsidies die mogelijk lager uitvallen of niet worden toegekend.

Onvoldoende subsidie.

Proactief inspelen op subsidieaanvragen en voorbereidingen treffen. Flexibele business case opstellen die minder afhankelijk is van subsidies. Relatie met branchegenoten, goede informatievoorziening (korte lijntjes).

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

3.3 Extra kapitaal nodig voor de realisatie van een project.

Financiele tegenvallers.

Tijdige besluitvorming en planningen om kostenoverschrijdingen te voorkomen. Tijdige afstemming met financiers over betalingsschema's. Tegenvallers financieren vanuit de reserve (als die er is) of extra lening van vreemd vermogen. Partnerships met woningcorporaties en gebouweigenaren (etc.) aangaan.

Door een gedegen investeringsplanning, partnerships en een flexibele financieringsstrategie kan een warmteproject zich wapenen tegen onverwachte kostenoverschrijdingen. Dit verkleint het kasstroomrisico en verhoogt de kans op een financieel gezond en succesvol project.

Voor het aantrekken van leningen is eigenvermogen of een garantstelling nodig. Voor Variant 1 draagt de gemeente de volledig zorg voor inbreng eigenvermogen en/of garantstelling. Het leenvermogen (en solvabiliteit) van de gemeente loopt tegen haar grenzen aan. Een investering in een warmtebedrijf zal daarom concurreren met andere beleidsopgaven. Bij Variant 2 zullen EBN en NetVerder het grootste gedeelte van het eigenvermogen en de garantstelling verzorgen. De gemeente draagt nog 10% van het risico. Bij Variant 3 is er een grotere garantstelling, dan bij Variant 2, hier staat een marktconforme vergoeding tegenover. De inleg van het benodigde eigenvermogen is in Variant 3 veel lager.

De minste kans op succesvolle mitigatie van het risico financiering, is er voor Variant 1. In Variant 3 is het financieringsrisico voor de gemeente het beste te dragen, omdat het voor de gemeente Utrecht makkelijker is om een garantstelling af te geven dan om eigen vermogen in te brengen.

4. Beschikbaarheid warmtebron

Conclusie beschikbaarheid warmtebron

Beheersmaatregelen publiek Variant 1 warmtebedrijf Diversificatie van warmtebronnen om afhankelijkheid te minimaliseren (robuste bronnenstrategie) Back-upsystemen integreren in de infrastructuur. Flexibele infrastructuur (o.a. dimensionering leidingen) ontwerpen die overschakelen op alternatieven mogelijk maakt.

Gevolg

Oorzaak

4.1 Als de gekozen warmtebron wegvalt (bijvoorbeeld door technische, juridische of milieuredenen), is het project kwetsbaar.

Afhankelijkheid van een specifieke bron.

Variant 2

Variant 3

Toelichting

4.2 Warmtebronnen op elektriciteit (zoals warmtepompen) kunnen niet ontwikkeld worden.

Door netcongestie is niet de benodigde netaansluiting beschikbaar.

Gebruik maken van alternatieve aansluit contracten (Groeps Transport Overeenkomst = e-hub, of Capaciteits beperkend contract (CBC). Het aanleggen van een Directe Lijn tussen een bestaande aansluiting en de te ontwikkelen warmte bron Inzetten van generatoren en Energie Opslag Systemen.

Het verkrijgen van een grootverbruik aansluiting is zeer beperkt mogelijk en hierdoor een hoog risico. Door een combinatie van technische, financiële en bestuurlijke maatregelen kan het risico van netcongestie beheersbaarder worden gemaakt. Dit vraagt vroegtijdige en intensieve samenwerking met netbeheerders en andere partijen, maar geeft geen garantie op succes. Dit risico kan lastig in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt laag ingeschat.

4.3 Een duurzame bron kan op lange termijn minder capaciteit leveren dan verwacht.

Uitputting of beperking.

Robuuste bronnenstrategie Nieuwe warmtebronnen in eigen beheer ontwikkelen Initiatieven (op termijn) koppelen waar mogelijk Langetermijncontracten afsluiten met (externe) leveranciers.

Door te investeren in een robuuste en diverse warmtebronnenstrategie en tijdig nieuwe warmteopties te ontwikkelen, kan het risico van verminderde capaciteit worden beperkt. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

4.4 Suboptimale en ongecoordineerde ontwikkeling en inzet van bronnen.

Concurrentie om bronnen.

Goede samenwerking Actief bronnen ontwikkelen en samenwerkingsovereenkomsten aangaan met bezitters van mogelijke warmtebronnen. Langetermijncontracten afsluiten met leveranciers. Langetermijncontracten afsluiten met leveranciers.

Een duidelijke regierol van de gemeente en coördinatie tussen betrokken partijen zijn essentieel om concurrentie om warmtebronnen te voorkomen.

4.5 (strengere) milieuregels kunnen het gebruik van bepaalde bronnen beperken.

Regulering.

Samenwerken met overheden: Provincie, het Rijk en het Waterschap (aquathermie) om regelgeving vroegtijdig te anticiperen.

Door actief samen te werken met overheden en vroegtijdig in te spelen op veranderende regelgeving, kan het risico op strengere milieuregels worden beperkt. Het ontwikkelen van een flexibele bronnenstrategie en het proactief managen van vergunningstrajecten zorgen ervoor dat het warmtebedrijf zich kan aanpassen aan toekomstige wetgeving en duurzaamheidseisen. Dit is een project risico en wordt daarom gelijk gescoord voor alle varianten.

Door een diverse en flexibele warmtebronnenstrategie te hanteren en samen te werken met verschillende partners, kan de kwetsbaarheid bij het wegvallen van een warmtebron sterk worden verminderd. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

De beschikbaarheid van warmtebronnen is niet onderscheidend. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

5. Uitvoerbaarheid

Conclusie uitvoerbaarheid

Beheersmaatregelen publiek warmtebedrijf

Gevolg

Oorzaak

5.1 Variant 1 vertraagd en/of Variant 2 blijkt niet of pas later een mogelijjkheid.

Wet collectieve warmte (Wcw) wordt niet, of aangepast aangenomen.

5.2 Fouten in ontwerp, aanleg of technologie kunnen leiden tot vertragingen en extra kosten.

Technische complexiteit.

Technisch onderzoek vooraf uitvoeren. In huis de benodigde kennis en expertise opbouwen, dus binnen het bedrijf goede ontwerpers en ingenieurs om het beste ontwerp te maken.

Het risico op fouten in ontwerp, aanleg en technologie kan worden beperkt door gedegen technisch onderzoek, het opbouwen van interne (binnen het warmtebedrijf) expertise en samenwerking met ervaren partners. Door een innovatiecultuur te stimuleren en vooraf grondige analyses te maken kan het warmtebedrijf efficiënter en met minder risico’s te werk gaan. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

5.3 Het aanleggen van warmteleidingen kan moeilijk zijn vanwege drukte in de ondergrond, vervuiling van de ondergrond, weerstand van waterbedrijven, bodemgesteldheid of weerstand van belanghebbenden.

Geen ruimte in de ondergrond.

Samenwerking met vergunningverlener voor vergunningen en coördinatie. Flexibele planning met buffers voor tijd en budget. Binnen het bedrijf goede projectleiders realisatie (uitvoering).

Door een goede samenwerking met vergunningverleners, flexibele planning, deskundige projectleiding en tijdige participatie kan het risico op vertragingen en kostenoverschrijdingen bij de aanleg van leidingen worden beperk. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

5.4 Vertragingen bij vergunningverlening door (gemeente)

Vergunningsprocedures.

Vergunningstraject optimaliseren door nauwe samenwerking met afdeling binnen de gemeente verantwoordelijk voor het afgeven van de benodigde vergunning. Stakeholdermanagement inzetten om vroegtijdig belangen af te stemmen en knelpunten op tijd te signaleren.

Door vroegtijdige afstemming met de gemeentelijke vergunningverlener, efficiënt stakeholdermanagement, bestuurlijke lobby en strakke monitoring kan het risico op vertragingen bij vergunningverlening worden beperkt. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

5.5 Onvoldoende ervaring of capaciteit van aannemers kan tot inefficiënties leiden.

Capaciteit van partners.

Professionele partners met bewezen ervaring selecteren. Regelmatige evaluaties tijdens uitvoering om problemen tijdig te signaleren. Lange termijn relatie aangaan met partners verantwoordelijk voor de uitvoer. Bijvoorbeeld door niet op project basis te contracteren, maar garanties te geven op 'werk'.

Door te werken met ervaren aannemers, langetermijncontracten te hanteren, kwaliteitscontroles uit te voeren en rekening te houden met marktcapaciteit, kan het risico op inefficiënties en vertragingen in de uitvoering van het warmteproject aanzienlijk worden verminderd. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Flexibiliteit in bedrijfsstructuur. Actieve lobby en participaties in consultaties.

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Toelichting Variant 1 en Variant 2 komen onder druk te staan als de Wcw niet wordt goedgekeurd. Bij vertraging of uitstel van wetgeving ontstaat onzekerheid over juridische kaders, eigenaarschap, investeringszekerheid, en verantwoordelijkheden. Voor Variant 2 is ook een wijziging in de Energiewet nodig ivm groepsverbod Stedin. Variant 3 is niet afhankelijk van de voortgang van de Wcw.

De risico's voor uivoerbaarheid kunnen in alle varianten gemitigeerd worden. Een lichte voorkeur voor Variant 3 in verband met de afhankelijkheid van de inwerkingtreding van de Wcw.

6. Marktontwikkelingen

Conclusie marktontwikkelingen

Beheersmaatregelen publiek warmtebedrijf Monitoring wetgeving en marktontwikkelingen. Toegang tot juridisch advies

Gevolg

Oorzaak

6.1 Afnemers kunnen verplicht worden tot andere vormen van verduurzaming die aansluiten bij andere systemen. Zoals bijvoorbeeld een verplichting op een hybride warmtepomp

Veranderende regelgeving

Variant 1

Variant 2

Variant 3

Toelichting

6.2 Ontwikkeling van nieuwe verwarmingssystemen kan het nut van reeds gerealiseerde warmtenetten verminderen.

Innovatie

Investeren in nieuwe technologieën en verbeteringen aan bestaande infrastructuur. Flexibele infrastructuur (o.a. temperatuurniveaus, dimensionering leidingen) ontwerpen die overschakelen op alternatieven mogelijk maakt. Op de hoogte blijven van innovaties en ontwikkelingen (energieopslag, isolatie)

Door innovatie actief te stimuleren en de infrastructuur flexibel en toekomstbestendig te maken, kan het warmtebedrijf concurreren met opkomende technologieën. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

6.3 Schommelingen in prijzen van gas, elektriciteit of andere energiedragers beïnvloeden de concurrentiepositie.

Fluctuaties in energiemarkten

Diversificatie van bronnen Scenario-planning toepassen om flexibel in te spelen op schommelingen. Duurzaam imago versterken om marktaandeel te behouden.

Door het toepassen van een flexibele strategie die diversificatie, scenarioplanning en een sterk imago omvat, kan het warmtebedrijf beter omgaan met prijsfluctuaties in de energiemarkt. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

6.4 Een economische crisis kan de betaalbaarheid en bereidheid tot aansluiten verminderen.

Economische conjunctuur

Lange termijn contracten afsluiten voor gas en/of elektriciteit

Door een proactieve benadering van beleidsontwikkeling en prijsstabilisatie kan het warmtebedrijf zich voorbereiden op economische fluctuaties, wat bijdraagt aan het behoud van klantbetrokkenheid en bedrijfscontinuïteit. Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt gemiddeld ingeschat.

Dit risico kan in alle varianten gemitigeerd worden. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Er is geen variant die inherent minder risico loopt door marktontwikkelingen.

7. Zorgvuldige besluitvorming

Totaal zorgvuldige besluiltvorming

Beheersmaatregelen publiek Variant 1 warmtebedrijf Brede consultaties en workshops organiseren met alle belanghebbenden. Hierbij inhoudelijke experts betrekken. Binnen het bedrijf werknemers die participatieprocessen kunnen begeleiden en goede marketing & communicatie.

Gevolg

Oorzaak

7.1 Onvoldoende, te veel, of slecht getimde afstemming met stakeholders, zoals bewoners of bedrijven kan tot weerstand leiden.

Gebrek aan stakeholderinbreng.

Variant 2

Variant 3

Toelichting

7.2 Gemeenteraad/ of politieke partij wenst ongewenst af te wijken van eerdere toezeggingen of afspraken.

Politieke tegenstand.

Directie handelt volgens governance structuur. Aanstellen van een Raad van Commissarissen.

Het risico dat de gemeenteraad of een politieke partij afwijkt van eerdere toezeggingen of afspraken kan leiden tot vertragingen of onzekerheid in de voortgang van het warmteproject. Het is daarom belangrijk dat het college van burgemeester en wethouders, evenals de gemeenteraad, handelen conform de vastgestelde governance structuur. Bij Variant 1 is het risico het grootst dat dit niet gebeurd.

7.3 Complexe governance of trage besluitvorming kan het projecttempo frustreren.

Vertraging in besluitvorming.

Werkbare governance structuur De aanwezigheid van escalatiemechanismen die het proces versnellen wanneer beslissingen niet tijdig worden genomen.

Om dit risico te beheersen, is het belangrijk een heldere, efficiënte governancestructuur op te zetten, waarbij verantwoordelijkheden en besluitvormingsprocessen duidelijk zijn. Bij Variant 1 is er slechts 1 aandeelhouder, hierdoor de minste kans op vertraging.

Een goede afstemming met stakeholders is cruciaal voor het succes van een warmteproject. In Variant 1 is de afstemming tussen gemeentelijke en warmtebedrijf activiteiten het sterkst. Variant 3 brengt binnen het bedrijf ervaringen uit warmteprojecten, maar ook uit op het gebied van afvalinzameling. Bij Variant 2 is naast ervaring uit warmteprojecten ook ervaring uit Stedingroep aanwezig.

Zorgvuldige besluitvorming is niet onderscheidend. De kans op succesvolle mitigatie wordt hoog ingeschat.

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

4609

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

26 juni 2025

Agendapunt

3.2

Titel

Raadsvoorstel Herijking Regionale Energiestrategie (RES)

ID

4831

Behandelend ambtenaar

Klundert, Inge van de

Telefoon

030 2864115

E-mail

i.van.de.klundert@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema Portefeuillehouder

Wethouder Maatoug

Beleidsveld

Energie en Klimaat

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

26 juni 2025

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Regionale Energiestrategie (RES) Herijking regio Utrecht Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Inge van de Klundert 30278401 Volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Regionale Energiestrategie (RES) Herijking regio Utrecht inclusief bijlagen vast te stellen met daarin als belangrijkste punten: a) Een geactualiseerde onderbouwing voor het realiseren van het regiobod van 1,8 TWh duurzame elektriciteit met zon en wind in 2030; b) Samen met de regio U16 te onderzoeken wat een kwantitatieve regionale ambitie voor duurzame elektriciteit tot 2035 en 2040 kan zijn; c) Indien mogelijk gebruik te maken van nieuwe faciliterende instrumenten voor de realisatie van de wind- en zonprojecten, zoals publieke financiering; d) In 2025 een regionaal energiebeeld van het energiesysteem op te stellen. 2. Een aantal percelen langs de snelweg A12 toe te voegen als focusgebied zon in de eerstvolgende actualisatie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht en Beleidsnota opwekgebieden schone energie. 3. De Regionale Energiestrategie (RES) Herijking op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht door toevoeging aan het overzicht ‘Lijst beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting In de RES Herijking is een nadere regionale onderbouwing van zoekgebieden wind en zon op land, opgenomen voor het realiseren van 1,8 TWh in 2030. Voor de Utrechtse inzet zijn de focusgebieden uit de vastgestelde Beleidsnota opwekgebieden schone energie (12 december 2024) in de RES Herijking als inzet voor Utrecht opgenomen. Daarnaast zijn er in de RES Herijking voorstellen gedaan om: - in 2025 een regionaal energiebeeld op te stellen - een kwantitatieve regionale ambitie duurzame elektriciteit voor 2035 en 2040 te onderzoeken - en nieuwe faciliterende instrumenten te onderzoeken en toe te gaan passen om wind en zonprojecten te blijven realiseren (zoals bijvoorbeeld publieke financiering). Op het gebied van warmte en zon op dak blijven we kennis uitwisselen met elkaar en bevestigen in deze RES Herijking onze samenwerking opnieuw. Uit een verkenning van Rijkswaterstaat naar mogelijkheden voor het opwekken van elektriciteit langs de snelwegen (Opwek van Energie op Rijksvastgoedgronden, OER) komt bij de A12 een aantal percelen naar voren die potentieel geschikt zijn voor zonnepanelen. Het voorstel is deze percelen als focusgebied toe te voegen aan de aangewezen focus- en zoekgebieden (Beleidsnota opwekgebieden schone energie) zodat we daar met onze samenwerkingspartners de volgende stap kunnen nemen.

Context Aanleiding In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt om in regionaal verband samen te werken aan duurzame elektriciteit via grootschalig zon op dak, zon op land en windenergie. Op deze manier levert elke regio in Nederland een bijdrage aan de landelijke doelstelling om in 2030 35 TWh aan schone elektriciteit op land op te wekken. In Utrecht werken we samen in de U16 aan de Regionale Energiestrategie (RES). In 2021 werd door 16 gemeenten, 4 waterschappen en provincie Utrecht besloten over de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES 1.0) (7 oktober 2021). De RES 1.0 bevat naast inhoudelijke kaders ook de afspraak met regelmaat een geactualiseerde versie van de RES aan de volksvertegenwoordigingen voor te leggen. Vanwege diverse ontwikkelingen in de regio, zoals het aanwijzen van nieuwe zoekgebieden zon en wind, is een herijking van de RES1.0 nodig. Eerder hebben we u geïnformeerd dat alle snelwegtracés in Utrecht zijn toegelaten tot het programma OER (Opwek Energie op Rijksvastgoedgronden) (11 april 2023). Dit betekent dat RWS een voorverkenning doet naar mogelijke potentie voor het opwekken van elektriciteit met zon en wind langs de snelwegen (raadsbrieven 5 juli 2023 en 19 december 2023). Ondertussen zijn voor bijna alle snelwegtracés voorverkenningen uitgevoerd. Uit de voorverkenningen lijkt er langs de A12 potentie voor zon te zijn.

Gezien de afspraken uit de beleidsnota Opwekgebieden schone energie leggen we dit focusgebied ter besluitvorming aan u voor. Juridische context In 2021 is tussen de provincie Utrecht, 16 regiogemeenten (waaronder de gemeente Utrecht) en 4 waterschappen in de regio Utrecht de bestuurlijke afspraak gemaakt om te komen tot de Regionale Energiestrategie 1.0 (RES 1.0). Tevens is in de RES1.0 met elkaar afgesproken om de RES1.0 in 2025 te actualiseren. De juridische status van zowel de RES 1.0 als de RES Herijking is niet vastgelegd. Daar kan de gemeente een eigen keuze in maken. Deze RES Herijking past het best bij het niveau van een beleidsnota omdat het kaderstellend is voor de verdere uitvoering van zon- en windprojecten. Het vaststellen van een beleidsnota is een bevoegdheid van de raad op grond van de Gemeentewet. De RES Herijking past niet helemaal in de Utrechtse standaard voor beleidsdocumenten die in het kader van Sturen en verantwoorden zijn vastgesteld door de raad. Daar kan weinig invloed op worden uitgeoefend, gezien de eerdere bestuurlijke afspraken op regionaal niveau hierover. Wel is geprobeerd om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bedoeling van de Utrechtse standaard voor beleidsdocumenten, zeker daar waar het de bevoegdheden van college en raad betreft als ook wat wettelijk gezien moet, zoals het uitvoeren van een milieueffectrapportage.

Eerder is de raad geïnformeerd dat door de invoering van de Omgevingswet (raadsbrief 21 december 2022) voor een RES met een kaderstellend karakter een planmer- procedure moet worden doorlopen. De plan-m.e.r. procedure is uitgevoerd. Het planMER is als bijlage bij de RES Herijking gevoegd en is 2

ter inzage gelegd (14 februari 2025). Het planMER geeft inzicht in de milieueffecten van de zoekgebieden, maar bevat zelf geen besluit of kaderstelling. Het college heeft op grond van artikel 160 lid 1 onder b Gemeentewet de bevoegdheid om een beslissing van de raad uit te voeren en voor te bereiden, waaronder het doorlopen van de mer.-procedure. Dat betekent dat het college op basis daarvan ter voorbereiding van het raadsbesluit over de RES Herijking het mandaat heeft met de RESpartners te onderhandelen en de voorbereidingen te doen voor de uiteindelijke vaststelling van de RES Herijking door de raad. De onderdelen uit de RES Herijking worden opgenomen in het thematisch beleid van de Omgevingsvisie Utrecht. Voor de Utrechtse inzet op schone elektriciteit is deze één op één gelijk aan de vastgestelde focus- en zoekgebieden uit de Beleidsnota opwekgebieden schone energie (vastgesteld door de raad op 12 december 2024). Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de Omgevingsvisie Utrecht, namelijk dat al het beleid over de fysieke leefomgeving op één plek staat, nemen we de RES- Herijking op in de Omgevingsvisie. De raad is bevoegd om de RES Herijking vast te stellen, omdat het hierbij gaat om kaderstelling wat tevens op grond van artikel 3.1 van de Omgevingswet een bevoegdheid is van de raad.

De RES leidt niet tot een verandering van de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende overheidslagen. Zo zijn gemeenten het bevoegd gezag voor zonneparken tot 50 MW en windparken tot 5 MW (15 MW in de nieuwe Energiewet). De provincie is het bevoegd gezag voor windinitiatieven tussen de 5 en 100MW. De RES Herijking is een actualisatie van de RES 1.0. Na vaststelling van de RES Herijking wordt de RES 1.0 niet ingetrokken, omdat deze deels indirecte juridische betekenis heeft gekregen in enkele beleidsdocumenten. Echter de RES 1.0 wordt na vaststelling van de RES Herijking beleidsmatig niet meer toegepast. In de beleidsnota staat dat het college zonneprojecten groter dan 5 ha en op trede 3 of 4 van de voorkeursvolgorde zon vallen aan de raad ter besluitvorming voorlegt. Omdat de mogelijke potentie voor zon langs de snelweg A12 groter is dan 5 ha, legt het college deze percelen ter besluitvorming aan de raad voor. Beslistermijn De RES 1.0 bevat de afspraak om met regelmaat een geactualiseerde versie voor te leggen aan de gemeenteraden. Met het Rijk is afgesproken om iedere twee jaar het Rijk voor de zomer te informeren over de stand van zaken van de uitvoering van de RES. Regionaal is daarom afgesproken om te streven naar vaststelling van de RES Herijking rond de zomer.

Beoogd effect De RES Herijking moet uiteindelijk een bijdrage leveren aan het realiseren van duurzame elektriciteit in de regio U16. Daarmee worden we minder afhankelijk van anderen voor onze energievoorziening en leveren we een bijdrage aan de maatregelen die we moeten nemen om de klimaatcrisis tegen te gaan. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening • Raadsbrief Concept Regionale Energiestrategie-Herijking en planMER, 14 februari 2025 • Raadsbesluit Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie Utrecht, 12 december 2024 • Raadsbrief Lopende projecten zon- en windenergie en geothermie, 22 oktober 2024 • Raadsbrief Notitie reikwijdte en detailniveau plan-m.e.r. RES Herijking U16 & Regionaal uitvoeringsprogramma RES U16, 17 januari 2024 • Raadsbrief Inzet herijking regionale energiestrategie U16, 19 december 2023 • Raadsbrief Intentieverklaringen verkenning opwek energie langs A2 Noord en A28 (5 juli • • • •

2023) Raadsbrief Voortgangsrapportage RESU16 2023, 11 april 2023 Raadsbrief Zoekgebieden duurzame energie en RESU16 (21 december 2022) Raadsbrief Besluitvorming RES1.0 in RESU16, 18 januari 2022 Raadsbesluit Regionale Energiestrategie 1.0, 7 oktober 2021

3

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De Regionale Energiestrategie (RES) Herijking regio Utrecht inclusief bijlagen vast te stellen met daarin als belangrijkste punten: a) Een geactualiseerde onderbouwing voor het realiseren van het regiobod van 1,8 TWh duurzame elektriciteit met zon en wind in 2030; b) Samen met de regio U16 te onderzoeken wat een kwantitatieve regionale ambitie voor duurzame elektriciteit tot 2035 en 2040 kan zijn; c) Indien mogelijk gebruik te maken van nieuwe faciliterende instrumenten voor de realisatie van de wind- en zonprojecten, zoals publieke financiering; d) In 2025 een regionaal energiebeeld van het energiesysteem op te stellen.

Argumenten 1.1

De eerder vastgestelde Utrechtse inzet is grotendeels in de RES Herijking overgenomen. De Utrechtse gemeenteraad heeft vroegtijdig in het proces van de RES Herijking de inzet vanuit gemeente Utrecht vastgesteld bij het raadsbesluit over de beleidsnota opwekgebieden schone energie (12 december 2024). Deze inzet is grotendeels overgenomen in de RES Herijking. Alleen het onderdeel voor het zoeken naar oplossingen van verschillende ontwikkelopgaven in de Nieuwe Hollandse Waterlinie (beslispunt 2c raadsbesluit beleidsnota opwekgebieden schone energie) is niet concreet geland in de RES Herijking, omdat dit vooral bovenlokaal speelt en niet regiobreed. Dit betekent dat we daarmee zelf actief aan de slag blijven in het Ruimtelijk perspectief Kraag van Utrecht Nieuwe Hollandse Waterlinies. Dit doen we samen met buurgemeenten, de provincie en het Rijk.

1.2

Het verkennen van een mogelijke extra opgave na 2030 is nodig omdat in de toekomst substantieel meer zon- en windenergie nodig is Volgens de huidige inzichten is het stroomgebruik rond 2050 tot drie keer zo hoog als nu. Volgens het Nationaal Plan Energiesysteem is in de periode 2030-2050 een verdrievoudiging van de hoeveelheid zon-op-land en een verdubbeling van wind op land nodig. In de RES Herijking is daarom het voorstel om te gaan kijken naar een kwantitatieve regionale ambitie voor opwek voor de periode tot 2035 en 2040 in de volgende RES -Herijking (medio 2029). Daarmee is de regio voorbereid op de mogelijkheden om minder afhankelijk te zijn van anderen in de energievoorziening. Uit de planMER (bijlage) blijkt dat de regio technisch gezien voldoende potentie heeft om bovenop de huidige ambitie van 1,8 TWh meer duurzame elektriciteit op te gaan wekken.

1.3

Het onderzoeken en toepassen van nieuwe faciliterende instrumenten is nodig om voortgang te houden in de realisatie van projecten. De ‘makkelijke’ zonprojecten op land zijn in de afgelopen jaren gerealiseerd of bijna gerealiseerd. Door diverse ontwikkelingen, zoals netcongestie en nieuwe regelgeving vanuit het Rijk, zoals de voorkeursvolgorde zon op land, is het tegenwoordig lastiger om zon- en windprojecten te realiseren. Om voortgang te houden op de realisatie van de regionale doelstellingen, gaan we in de regio aan de slag met het onderzoeken en toepassen van nieuwe faciliterende instrumenten zoals maatschappelijke business cases, publieke financiering, AgriPV, slimme netoplossingen en het inpassen van wind op bedrijventerreinen. Maatschappelijke business cases zijn methodieken om zowel het economische als maatschappelijk nut in beeld te brengen Dit doen we in wisselende samenstellingen, omdat we op deze manier aansluiten bij de vragen vanuit de diverse projecten. In de gemeente Utrecht onderzoeken we voor de geluidswal A12 en de Nedereindse Plas (raadsbrief 22 oktober 2024) of het zelf 4

ontwikkelen van deze projecten mogelijk is. Deze kennis delen we met de regiogemeenten die hiermee ook aan de slag willen. 1.4

Het opstellen van een regionaal energiebeeld is nodig om beter te kunnen gaan sturen op de toekomstige inrichting van het energiesysteem. Het energiesysteem loopt tegen haar grenzen aan omdat 1) de regio hard groeit met woningen en bedrijven; 2) de huidige technologische ontwikkelingen meer elektriciteit vragen; 3) de ambitie is om de CO2 -uitstoot te verminderen. Dit heeft geleid tot netcongestie op invoeding (najaar 2021) en afname (najaar 2022) in de regio. Hoewel in de regio flinke netuitbreidingen zullen plaatsvinden, kan het elektriciteitsnet met de groei van het elektriciteitsverbruik niet steeds verder uitgebreid blijven worden. Dit brengt te hoge kosten met zich mee en de ruimte in onze regio is hiervoor te beperkt. Daarom moeten we het energiesysteem voor de toekomst nu anders gaan inrichten. Dit kunnen we bijvoorbeeld doen door vraag en aanbod van elektriciteit in tijd en ruimte dichter bij elkaar te brengen. In 2025 volgt vanuit de regio een regionaal energiebeeld om dit energiesysteem beter in kaart te brengen. Hierin zal de impact van de ontwikkelingen, de belangen en afhankelijkheden en de sturingsmogelijkheden in beeld worden gebracht.

1.5

De reactie op de zienswijzen en het advies van de commissie MER hebben onder andere geleid tot een explicieter rol van energiecoöperaties bij de uitvoering van de RES Herijking In totaal zijn er 51 zienswijzen op de concept RES Herijking en/of planMER ingebracht. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen in de RES Herijking: - Verduidelijking of aanvullingen ten aanzien van teksten waaronder het expliciet maken van de rol van energiecoöperaties, een toelichting om aan te geven wat precies wordt bedoeld bij het onderzoek naar maatschappelijke businesscases en het toevoegen van de mogelijkheden van energie-opslag bij dit onderzoek - De mogelijkheid voor gemeenten om een inspanningsverplichting voor lokaal eigendom onder de Energiewet te gebruiken is toegevoegd. De inzet van Oudewater is naar beneden bijgesteld, omdat een zoekgebied wegvalt doordat dit gebied niet in de provinciale Omgevingsverordening past.

Kanttekeningen/ Risico’s 1.1

Inwoners van de gemeenten zijn niet direct betrokken geweest bij het opstellen van de RES Herijking Participatie over de RES Herijking heeft alleen plaatsgevonden op regionaal niveau bij de formele besluitvormingsmomenten en niet met direct omwonenden. Dit is bij de vaststelling van de NRD (17 januari 2024) besloten. Op het grootste deel van de actualisaties voor de onderbouwing van het regionale bod heeft al participatie bij gemeenten plaatsgevonden. Voor gemeente Utrecht was dit in het traject tot besluitvorming over de beleidsnota opwekgebieden schone energie (12 december 2024). Met het ter inzage leggen van de concept RES Herijking en de planMER hebben 51 (belangen)partijen en bewoners zienswijzen ingebracht die hebben geleid tot aanpassingen in de RES Herijking. Bij de verdere integrale gebiedsontwikkeling van de specifieke zoekgebieden zon en wind in Utrecht is participatie met omwonenden en stakeholders voorzien zoals in ‘Samen stad maken’ is afgesproken.

1.2

Planuitval blijft mogelijk waardoor de inzet voor de regio niet kan worden gerealiseerd. Met de Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie zijn alle mogelijke gebieden, die als geschikt uit de planMER zijn gekomen, in beeld gebracht. Bij deze beleidsnota is besloten om alle potentiële gebieden in beeld te houden. We willen ons maximaal inzetten om zoveel mogelijk zon en/of wind te gaan 5

ontwikkelen op eigen grondgebied. We zitten aan de bovenkant van de technische potentie in Utrecht en zijn afhankelijk van de haalbaarheid van duurzame opwek in gebieden met cultuurhistorische waarden. Deze maximale inzet is ook nodig om de inzet voor het regiobod vanuit Utrecht (355 GWh) gestand te doen. Voor de RES Herijking zijn de nu lopende wind- en zonprojecten en de focusgebieden ingebracht zoals besloten bij de Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie. Met de lopende projecten en nieuwe ontwikkelingen in de focusgebieden komen we tot een opwekpotentieel van 303 GWh. Hiermee bereikt de Utrechtse inzet, als het lukt het maximale potentieel te ontwikkelen, 85% van toegezegde inzet in de regio. Planuitval in deze gebieden blijft mogelijk. Bijvoorbeeld omdat grondeigenaren geen medewerking verlenen of omdat het vanwege netcongestie niet lukt om een aansluiting op het elektriciteitsnet te krijgen. Om de inzet in de regio te realiseren zijn dus zon en/of windprojecten nodig in de zoekgebieden die gelegen zijn in cultuurhistorisch erfgoed, waaronder de Hollandse Waterlinies. Daarvoor werken we samen met provincie, buurgemeenten en Rijk aan een Ruimtelijke perspectief Kraag van Utrecht. Voor het realiseren van het regiobod of om meer schone elektriciteit te realiseren in 2035 en 2050 kan Utrecht geen nieuwe aanvullende zoeklocaties in de regio inbrengen.

Met het vaststellen van de Beleidsnota zijn een aantal moties (M522, M523 en M524) aangenomen om te onderzoeken of meer zon op land in Rijnenburg/Reijerscop of tijdelijk in Rijnenburg-Noord mogelijk is. Als dit mogelijk is, kunnen deze zoekgebieden een deel van de planuitval opvangen. Deze zoekgebieden worden pas in de RES opgevoerd als de gemeenteraad hierover een besluit genomen heeft volgens de afspraken in de Beleidsnota Opwekgebieden schone energie. De inzet van Utrecht in de RES Herijking is een zelfbindende afspraak. De afspraken geven Utrecht wel de verantwoordelijkheid om de inspanningen te plegen; daarop spreken de gemeenten elkaar onderling ook aan. 1.3

Het is nog niet bekend of deze faciliterende instrumenten helpen om projecten te realiseren De gemeente Utrecht onderzoekt nu of we een aantal projecten zelf kunnen ontwikkelen (raadsbrief 9 april 2025). Het is nog niet zeker of we de zon- en windprojecten ook daadwerkelijk kunnen realiseren. Door de mogelijkheden te onderzoeken, doen we in ieder geval (leer)ervaringen op, die we met de regio kunnen delen. Ook kijken we waar we met elkaar kunnen samenwerken.

1.4

De gemeente neemt niet alle adviezen van de commissie MER over waardoor er vragen kunnen ontstaan over het nut van de uitgevoerde planMER In de planMER hebben we 54 zoekgebieden voor zon milieutechnisch onderzocht. Dit helpt om keuzes te maken en de plannen te realiseren. De commissie MER heeft een advies uitgebracht op het milieuonderzoek. De meeste adviezen zijn overgenomen en de planMER is daarvoor aangepast. Eén deel van de adviezen richt zich op het maken van meer alternatieven voor de opwek van zon. Dit advies nemen we niet over. De commissie kijkt naar de regio als een geheel waar de opgave vrij over verdeeld kan worden. Dit past niet bij de huidige regionale samenwerking en de ambities en besluitvormingsprocessen die gemeenten hebben doorlopen om tot de aangewezen zoekgebieden te komen. Het is niet verplicht om de adviezen van de commissie MER over te nemen.

1.5

De RES Herijking kijkt niet vooruit op de opgave voor duurzame opwek na 2030. Het is niet gelukt om gezamenlijk naar de opgave voor duurzame opwek na 2030 te kijken. Ondanks dat we weten dat de elektriciteitsvraag na 2030 blijft toenemen en de opgave in de regio groter wordt. Er zijn procesafspraken in de RES Herijking gemaakt dat we uiterlijk in 2029 een nieuwe actualisatie maken en dat we de opgave voor na 2030 gaan onderzoeken. Mogelijke afspraken hierover worden in de volgende RES Herijking (3.0) vastgelegd (uiterlijk 2029).

6

Beslispunt 2

Een aantal percelen langs de snelweg A12 toe te voegen als focusgebied zon in de eerstvolgende actualisatie van de Ruimtelijke Strategie Utrecht en Beleidsnota opwekgebieden schone energie

Argumenten 2.1

Het toevoegen van nieuwe geschikte focusgebieden past bij de ambitie om zoveel mogelijk energie zelf op te wekken. Uit een voorverkenning van Rijkswaterstaat in het kader van OER (Opwek van Energie op Rijksvastgoedgronden) blijkt er tussen de 14-22 ha ruimte te zijn voor zon langs de snelweg A12. De percelen zijn in eigendom van Rijkswaterstaat. Er is 14 ha kansrijk en 8 ha beperkt kansrijk (beperkt onder andere vanwege de verkeersveiligheid). In de Beleidsnota opwekgebieden schone energie is als ambitie opgenomen dat we zoveel mogelijk elektriciteit zelf willen opwekken in gebieden die geschikt zijn. Tijdens het opstellen van de Beleidsnota Opwekgebieden schone energie leek de kansrijkheid voor potentie langs de A12 beperkt. De locatie is daarom niet opgenomen in de Beleidsnota. Na de zomer willen we de samenwerkingsovereenkomst tekenen en verder gaan met de volgende stap om tot afwegingen voor de ontwikkeling van dit gebied te komen.

Groen: 14 ha kansrijk Oranje: 8 ha beperkt kansrijk 2.2

Uit het planMER-onderzoek van de regio blijkt dat de energie-opbrengsten en de mogelijkheden voor een aansluiting op het elektriciteitsnet van deze locaties gunstig beoordeeld zijn. Uit de planMER regio Utrecht (bijlage bij deze RES Herijking) zijn de OERprojecten als zoeklocatie meegenomen. Ook de milieu-effecten van deze locatie zijn in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat deze locatie goed scoort op energieopbrengst en minder goed scoort op ecologie omdat er is beschermde flora aanwezig is. Locatie specifiek onderzoek zal de effecten en maatregelen voor ecologie in kaart gaan brengen. Niettemin zijn er geen belemmeringen in het kader van bijvoorbeeld cultuurhistorisch erfgoed of beschermde natuur. De locatie ligt dicht bij het windpark Rijnenburg en bedrijventerreinen waardoor er een positieve beoordeling ten opzichte van de aansluiting op het elektriciteitsnet is. Nader milieu-onderzoek op de specifieke beoogde locaties zal uit moeten wijzen of de locatie geschikt is.

Kanttekeningen/ Risico’s 2.1

Het is onzeker of het gebied kan worden ontwikkeld. 7

De voorverkenning voor dit gebied is bijna afgerond. Uit de laatste af te ronden onderzoeken naar o.a. verkeersveiligheid en mogelijke reserveringen van andere opgaves op deze percelen (bijvoorbeeld leidingentracés) zal moeten blijken of er daadwerkelijk potentie voor zon is. Na de voorverkenning zullen meer nadere onderzoeken moeten plaatsvinden, o.a. naar ecologie, lichtschittering en verkeersveiligheid, het aansluiten op het elektriciteitsnet et cetera. Het merendeel van de onderzoeken in de (voor)verkenningsfase is op kosten van RWS. De uiteindelijke planontwikkeling en exploitatie zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer(s). 2.2

Het is onzeker of er een interessante business case voor (markt)partijen te maken is en het project wordt gerealiseerd. De businesscase voor zonneprojecten is op het moment niet goed. Dit heeft te maken met onder andere oplopende (bouw)kosten, lagere energieprijzen en hogere transportkosten. Door het project snel op de markt aan te bieden, zal moeten blijken of partijen interesse hebben in dit project. Het is mogelijk dat er geen interesse is of dat er later belemmeringen aan het licht komen die nu nog niet zijn voorzien waardoor de business case niet rondkomt. Bij de uitvraag is (het organiseren van) lokaal eigendom één van de vereiste. Daarmee krijgen energiecoöperaties een plek in dit project.

Beslispunt 3

De Regionale Energiestrategie (RES) Herijking op te nemen in de Omgevingsvisie Utrecht door toevoeging aan het overzicht ‘Lijst beleidsdocumenten van de Omgevingsvisie Utrecht’ en de internetpagina https://omgevingsvisie.utrecht.nl/.

Argumenten 3.1

Op deze manier krijgt de Beleidsnota een juridische status in de Omgevingswet als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. In de Omgevingsvisie Utrecht (en de beleidsnota's en visies die daar deel van uitmaken) staat het gemeentelijke beleid over de fysieke leefomgeving. Energie is daar een belangrijk onderdeel van. Dit beleid geldt voor de gehele gemeente.

Financiën Uit RES Herijking volgen geen directe financiële consequenties. De RES Herijking biedt de kaders waarmee invulling kan worden gegeven aan de ontwikkeling van zon op land en windprojecten. Voor de Utrechtse projecten zijn de financiële kaders in de beleidsnota opwekgebieden voor schone energie opgenomen waarvoor dekking is in het programma Klimaatvriendelijk stad. De uitvoering van de regionale taken is tot en met 2027 gewaarborgd door een bijdrage van rijksmiddelen en bijdragen naar rato uit de verschillende gemeenten (raadsbrief 17 januari 2024). De bijdrage van de gemeente Utrecht (ca. € 58.000) wordt bekostigd uit het Programma Klimaatvriendelijke stad. Eind 2027 zal een nieuw regionaal programma voor besluitvorming aan het college van B&W inclusief dekking voor de uitvoering van de regionale werkzaamheden worden voorgelegd. De uiteindelijke planontwikkeling en exploitatie van een windpark of zonneveld, waaronder de percelen langs de A12 zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De gemeente spreekt met de initiatiefnemer af hoe de plankosten die de gemeente maakt, worden doorberekend. Deze afspraken worden vastgelegd in een bouwenvelop of een anterieure overeenkomst. Bij sommige projecten kiezen we ervoor om zelf projecten te gaan ontwikkelen (raadsbrief 9 april 2025).

Vervolg Na besluitvorming over de RES Herijking door gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van de waterschappen, zal de RES Herijking aan het rijk worden toegestuurd. Tweejaarlijks zal een Voortgangsrapportage bij het Rijk worden ingediend. De eerstvolgende Voortgangsrapportage moet medio 2027 worden ingediend bij het Rijk. U wordt daarover geïnformeerd. In de RES Herijking 8

is afgesproken om in 2029 een nieuwe RES Herijking op te stellen en ter besluitvorming aan de gemeenteraden voor te leggen. Als het gaat over de concrete projecten voor zon en wind in de gemeente Utrecht zijn in de Beleidsnota opwekgebieden schone energie indicatoren aan de realisatie van de vergunde en gerealiseerde projecten opgenomen. Hierover zal in de jaarlijkse Voortgangsrapportage Energie van de stad worden gerapporteerd. Voor de percelen langs de A12 geldt dat we met projectpartners, waaronder Rijkswaterstaat, stappen gaan zetten om het project verder te concretiseren en uiteindelijk te realiseren. De eerste stap is het sluiten van een samenwerkingsovereenkomst tussen de projectpartners waarin afspraken worden gemaakt over lokaal eigendom, participatie met omwonenden, uitgiftestrategie, doorlooptijd van het project, projectmanagement et cetera. De samenwerkingsovereenkomst is de opmaat om het project bij (markt)partijen aan te bieden en vervolgens stappen te gaan zetten naar vergunningverlening. Gedurende dit proces kan altijd blijken dat er belemmeringen naar voren komen die niet zijn op te lossen, waardoor het project niet kan worden gerealiseerd.

Samen stad maken (voorheen: Participatie) Voor deze herijking is ‘Gemeente aan zet’ van toepassing: er is niet samengewerkt met Utrechters voor dit voorstel. Op het grootste deel van de actualisaties in de RES heeft al participatie plaatsgevonden, specifiek bij de besluitvorming en realisatie van een project en in het beleidsproces van met name gemeenten. Bij vaststelling van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (raadsbrief 17 januari 2024) is daarom besloten de participatie over de RES Herijking vooral via de formele besluitvormingsmomenten te laten lopen. Met het ter inzage leggen van de RES Herijking zijn inwoners en maatschappelijke partijen in de gelegenheid geweest om hun inbreng te geven op het regionale schaalniveau. Dit sluit ook aan bij de huidige Participatie- en inspraakverordening van de gemeente Utrecht. Op regionaal niveau zijn er verschillende bijeenkomsten georganiseerd voor en met regionale stakeholders zoals LTO, Natuur en Milieu Federatie en Energie van Utrecht. Op 24 februari jl. is een bijeenkomst over de concept RES Herijking georganiseerd voor regionale stakeholders. Voor de percelen langs de A12 is het participatieplan onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst. Minimaal 50% lokaal eigendom is één van de randvoorwaarden.

Communicatie Inwoners en stakeholders zijn over de RES Herijking geïnformeerd via de gemeentepagina, de website van de gemeente, de website van de provincie en op de website van de RES. Tot op heden werd gesproken van de RES U16. In praktijk is U16 een onbekend begrip of regio, zowel binnen de regio als erbuiten. Dat leidde tot onduidelijkheid en verwarring. Daarom wordt in de RES Herijking gesproken van RES-regio Utrecht. Totdat de besluitvorming in alle 16 gemeenten, vier waterschappen en de provincie rond is, is geen actieve communicatie voorzien over de RES Herijking. Voor de percelen langs de A12 is het communicatieplan onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst.

Bijlagen Bijlagen besluitvorming RES Herijking inclusief de volgende bijlagen: • PlanMER • Nota van beantwoording NRD • Nota van beantwoording RES Herijking • Advies commissieMER op PlanMER RES Herijking regio Utrecht • Reactie op advies commissieMER op PlanMER RES Herijking regio Utrecht Bijlagen informatief 9

RES regio Utrecht Herijking Onderweg naar 2050

De RES regio Utrecht is een samenwerkingsverband van 16 Utrechtse gemeenten; Bunnik, De Bilt, Houten, Stichtse Vecht, Utrechtse Heuvelrug, Utrecht, De Ronde Venen, Zeist, Woerden, Wijk bij Duurstede, Nieuwegein, IJsselstein, Montfoort, Oudewater, Lopik en Vijfheerenlanden, de provincie Utrecht, Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waterschap Rivierenland en waterschap Vallei en Veluwe en netbeheerder Stedin.

STARTEN 6 mei 2025

1

1. Overview Inhoud: 1. Overview

Voor u ligt de Herijking van de RES regio Utrecht (voorheen RES U16). Hierin leest u de doelstelling en stand van zaken van de realisatie van de elektriciteits- en warmtetransitie in de RES regio Utrecht. Ook leest u over de werkwijze en de samenwerking binnen de RES regio Utrecht. De RES Herijking vervangt de RES 1.0.

2. Waar staan we nu

1.1 Hoe leest u dit document 3. Energiesysteem

4. Warmtetransitie

5. Grootschalige Opwek

6. Zon op daken & objecten

7. Hoe werkt de RES

Direct naar: 8. Energie besparen 9. Lokaal eigenaarschap 10. Energiebronnen Bijlage: PlanMER

U kunt het document van begin tot einde doorlopen. Via het menu aan de linkerzijde kunt u ook direct naar het onderwerp waar u meer over wilt weten. Per inhoudelijk deel is er een infographic met direct daaronder de belangrijkste opgaven en doelstellingen.

1.3 Hoofdlijnen RES Herijking: onderweg naar 2050 In 2021 werd er in regio Utrecht in 16 gemeenteraden, provinciale staten en 4 algemeen besturen van waterschappen besloten over de RES 1.0. Met het oog op de klimaatdoelen voor 2050 werd een gezamenlijke ambitie van 1,8 TWh duurzame elektriciteitsopwek in 2030 vastgesteld. Deze was onderbouwd met plannen, zoekgebieden en de afspraak mogelijke planuitval op te vangen door te blijven zoeken naar aanvullende gebieden. Voor de warmtetransitie werd afgesproken kennis en expertise uit te wisselen en goed af te stemmen als gemeenten in concurrentie konden komen op eenzelfde warmtebron.

In dit document zitten links. Door hierop te klikken krijgt u meer informatie over het betreffende onderwerp. Links met dit icoon verwijzen naar een externe website. Beleidskeuzes en kaderstelling staan altijd in de hoofdtekst, nooit achter een link.

Meer dan de helft van de opgave voor 2030 gerealiseerd en in de pijplijn Er is veel gebeurd de afgelopen jaren. Zon op dak is ruim verdubbeld. Hetzelfde geldt voor grootschalige opwek met zonnevelden en windmolens. In totaal is nu ruim 60% van de opgave voor 2030 gerealiseerd of zit in de pijplijn. Realisatie van het resterende deel is uitdagend en we lopen achter op de planning. Daarbij zijn er stevige verschillen tussen gemeenten. Realisatie van het doel in 2030 vraagt onverminderde inzet.

Download de pdf en open deze in Acrobat om de leesbaarheid van dit document te vergroten. Mocht u toch problemen ondervinden met de leesbaarheid van het document, lees dan hier de online versie. Deze geeft de beste leeservaring.

Vertrekpunt in 2021 was het Klimaatakkoord met landelijk afspraken over de reductie van CO2 uitstoot. De 1,8 TWh voor 2030 is in dit licht een deel van de opgave. Het landelijke doel is in 2050 klimaatneutraal te zijn.

1.2 Hoe is dit document opgebouwd Voor deze Herijking gebruiken we het toekomstig energiesysteem als basis. Dit systeem kent grote ontwikkelingen die sterk doorwerken op de RES. Vervolgens is het opgebouwd rond de onderwerpen Warmtetransitie, Grootschalige Opwek van elektriciteit en Zon op daken en objecten. Onder Hoe werkt de RES leest u meer over de samenwerking, de werkwijze van de RES en het vervolg van deze Herijking en de opgave. Een overzicht van waar we nu staan en welke stappen de afgelopen jaren al zijn gezet in de energietransitie, leest u in Waar staan we nu. Hieronder worden de hoofdlijnen van de RES Herijking weergegeven.

Energiesysteem als vitale infrastructuur De laatste jaren is steeds duidelijker geworden dat het energiesysteem een vitale infrastructuur is voor de regio. Zonder voldoende energie is het moeilijk wonen en werken. De beschikbaarheid van energie was de afgelopen decennia zo vanzelfsprekend dat daar bij ruimtelijke keuzes geen rekening mee gehouden hoefde te worden. Inmiddels is nieuwbouw van woon- en werkgebieden vaak alleen mogelijk als de energievoorziening (o.a. aansluitbaarheid, warmte, elektriciteit, energieopslag) integraal wordt meegenomen in de planvorming. Samenwerking in de RES kan bijdragen aan het verkleinen van het probleem van netcongestie en het beperken van de afhankelijkheid van de regio van andere schaalniveaus. Nu en voor de toekomst. Deze RES Herijking begint daarom bij het energiesysteem. Daarna wordt vanuit die context de rol vanuit de RES-samenwerking beschreven op de thema’s warmtetransitie en elektriciteitsopwekking. 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=95e1e107-c787-4a96-a4ab-3505a9c8961c