Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 26 juni 2025 1 2 3
3.1
3.2
3.3 3.4 3.5 4
5
Opening Vaststellen van de agenda van 26 juni 2025 Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) Deze punten worden alleen procedureel behandeld. De leden van de commissie bespreken of, op welke wijze en voor hoe lang zij deze raadsvoorstellen en onderwerpen willen bespreken. Na vaststelling van dit behandeladvies, wordt het stuk voor een volgende vergadering geagendeerd. Ingekomen agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL 26 juni 2025 Behandelvoorraad PROCEDUREEL Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 Lange Termijnagenda Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 Raadsvoorstel Eigendomsvariant publiek warmtebedrijf Dossier 4607 voorblad Raadsvoorstel Eigendomsvariant Publiek Warmtebedrijf Afwegingskader Eigendomsvariant publiek warmtebedrijf Risicoanalyse Eigendomsvariant publiek warmtebedrijf Raadsvoorstel Herijking Regionale Energiestrategie (RES) Dossier 4609 voorblad Raadsvoorstel Herijking Regionale Energiestrategie Regionale Energiestrategie (RES) Herijking inclusief bijlagen Raadsvoorstel zienswijze GR Omgevingsdienst Raadsvoorstel zienswijze Begroting Omgevingsdienst Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Raadsbrieven Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 15 mei tm 19 juni 2025 Ingekomen stukken
Ingekomen stuk: 1. de Bombardon, ouderparticipatie opvang en maatschappelijk vastgoed beleid 2. Klankbordgroep OVN en BenW en raad nav rapporten Berenschot en Rekenkamer Het ingekomen stuk staat voor leden, conform AVG, in iBabs achter een slotje. Openbare lijst LIS cie 26-6-25 Raadsvoorstel rekenkamerrapport 'Gas terugnemen' Wethouder: Maatoug, beleidsterreinen: Energie en Klimaat Indicatieve behandeltijd: 120 minuten De Rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar de planning, uitvoering en vroegtijdige beëindiging van het project Overvecht-Noord aardgasvrij. De resultaten zijn vastgelegd in het rapport Gas terugnemen. De rekenkamer stelt voor te besluiten het college te verzoeken: 1. Voorafgaand aan de start van het project een projectplan op te stellen met een helder doel, en een gedegen analyse van de projectomgeving en de variabelen voor een sluitende businesscase. 2. Bij de start van het project een krachtenveldanalyse uit te voeren en gezamenlijk een effectieve samenwerkingsvorm vast te stellen. 3. Tussentijds tijdig bij te sturen en/of te temporiseren als een project of de omstandigheden hierom vragen. 4. In structurele bekwaamheid en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie en met externe partijen te investeren. 5. A. Zich als gemeente te houden aan de spelregels van de Regeling Risicovolle Projecten. 6.
De raad binnen zes weken door middel van een plan van aanpak te informeren over de wijze waarop deze aanbevelingen worden uitgevoerd.
En de rekenkamer stelt de raad voor uit te spreken: 5. B. Scherper te zijn bij projecten met toenemende risico’s. Dossier 4683 voorblad Raadsvoorstel rekenkamerrapport Gas terugnemen Aanbiedingsbrief raadsvoorstel rekenkamer en rapport Gas terugnemen Rekenkamerrapport Gas terugnemen Persbericht 'Gas terugnemen'
6
Publiekssamenvatting 'Gas terugnemen' Raadsbrief Evaluatie Overvecht-Noord aardgasvrij Rapportage Berenschot Evaluatie Overvecht-Noord aardgasvrij Initiatiefvoorstel ‘Utrecht geeft thuis’ Wethouder: De Vries, beleidsterreinen: Wonen en Volkshuisvesting Indicatieve behandeltijd: 60 minuten Ingediend door Ilse Raaijmakers (PvdA) Raadslid Raaijmakers (PvdA) heeft een initiatiefvoorstel opgesteld, met als bijlage het actieplan ‘Utrecht geeft thuis’. Voorstel is het actieplan vast te stellen. Hierin zijn verschillende actiepunten opgenomen, met als doel het verminderen en verkorten van dakloosheid in de gemeente Utrecht door de omslag van opvang naar wonen te versnellen. Dossier 4703 voorblad Initiatiefvoorstel Utrecht geeft thuis Actieplan Utrecht Geeft Thuis Impact Rapport Wonen Eerst Den Bosch Raadsbrief reactie initiatiefvoorstel Utrecht geeft thuis 0606
Agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Vast te stellen op 26 juni 2025
Stukken afkomstig vanuit het college Datum: 6-6-2025 Om bij te dragen aan de warmtetransitie en woningen in de toekomst gasloos te kunnen verwarmen, is een publiek Soort stuk: Raadsvoorstel Warmtebedrijf nodig. Hierbij zijn drie varianten onderzocht Eigendomsvariant publiek (100% eigendom, gedeeld eigendom en regionale warmtebedrijf samenwerking). Op basis van een risicoanalyse, een afwegingskader en een analyse van de financiële Wethouders: Maatoug en consequenties en het mogelijke bouwtempo bij nieuwbouwprojecten, stelt het college voor te kiezen voor Schilderman regionale samenwerking. Concreet betekent dit dat het Beleidsterrein: Energie en college de raad verzoekt opdracht te geven tot een raadsvoorstel waarin de raad instemt met deelneming in Klimaat, Circulaire Economie, HVC. HVC is een publiek energie- en afvalbedrijf van 52 en Financiën gemeenten en 8 waterschappen. Een keuze voor HVC als warmtebedrijf betekent dat HVC ook de verwerking van restafval en GFT voor Utrecht gaat verzorgen. Datum: 27-5-2025 Soort stuk: Raadsvoorstel Herijking Regionale Energiestrategie (RES) Wethouder: Maatoug Beleidsterrein: Energie en Klimaat
De RES Herijking omvat een nadere onderbouwing van regionale zoekgebieden voor energiewinning uit wind en zon op land. Dit ten behoeve van het opwekken van 1,8 TWh in 2030, in de regio. Voor Utrecht zijn de focusgebieden uit de vastgestelde Beleidsnota opwekgebieden schone energie (12 december 2024) opgenomen. Daarnaast wordt voorgesteld in 2025 een regionaal energiebeeld op te stellen, een regionale ambitie duurzame elektriciteit voor 2035 en 2040 te onderzoeken én nieuwe faciliterende instrumenten te onderzoeken om wind en zonprojecten te blijven realiseren. Uit een verkenning van Rijkswaterstaat naar mogelijkheden voor het opwekken van energie langs snelwegen, komen enkele percelen langs de A12 in beeld. Voorgesteld wordt deze
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 18 september 2. Tijd: 90 minuten
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 18 september 2. Tijd: 90 minuten
als focusgebied toe te voegen aan de focus- en zoekgebieden uit de Beleidsnota opwekgebieden schone energie. Datum: nnb Soort stuk: Raadsvoorstel zienswijze GR Omgevingsdienst Wethouders: Beleidsterrein:
Datum: nnb Soort stuk: Raadsvoorstel zienswijze Begroting Omgevingsdienst Wethouder: Beleidsterrein:
De Omgevingsdienst Utrecht (ODrU) en de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) zijn gefuseerd, waarbij een nieuwe gemeenschappelijke regeling is opgesteld. De raad is bevoegd een zienswijze in te dienen naar aanleiding van deze nieuwe regeling. De zienswijze wordt ambtelijk voorbereid door het college. Omdat de deadline voor het aanleveren van de zienswijze is gesteld op 6 oktober, dient deze behandeld te worden in de commissie van 18 september (raad 2 oktober). Het voorstel is momenteel nog niet voorhanden en wordt naar verwachting nog voor het zomerreces aangeboden aan de raad.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 18 september 2. Tijd: 30 minuten Eventueel gelijk behandelen met Raadsvoorstel zienswijze Begroting Omgevingsdienst (samen 60 minuten)
De nieuwe Omgevingsdienst heeft een kadernota en begroting opgesteld die aan de raden wordt voorgelegd met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen. Het college bereid een voorstel voor. De deadline voor het aanleveren van de zienswijze is 17 oktober. Dit betekent dat de zienswijze behandeld moet worden in de commissie van 18 september (raad 2 oktober). Het voorstel is momenteel nog niet voorhanden en wordt uiterlijk 10 september aangeboden aan de raad.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDVW van 18 september 2. Tijd: 30 minuten Eventueel gelijk behandelen met Raadsvoorstel zienswijze GR Omgevingsdienst (samen 60 minuten)
Let op: In de vergadering van mei is besloten de ‘raadsbrief Voortgang Buurtagenda maart 2025’ door te schuiven naar de commissie van september. Hiervoor was 60 minuten gereserveerd.
2
Behandelvoorraad Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid Vastgoed en Wonen PROCEDUREEL commissie van 26 juni 2025 Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Milieu en Emissieloos vervoer, Vastgoed, Wonen en Volkshuisvesting, Buurt- en wijkgericht werken, Samen voor Overvecht
Wethouder De Vries Raadsbrief Voortgang buurtagenda maart 2025 Geagendeerd door Jantine Zwinkels (CDA), Berdien van der Wilt (D66), Titus Stam (PvdA), Lenno van Straalen (ChristenUnie), Charlotte Passier (Volt), en Gert Dijkstra (EenUtrecht)
Doorgeschoven van de agenda van 22 mei naar de agenda van 18 september.
Commissie EDVW tot kerstreces 2025 • 18 september • 16 oktober • 4 december RIB EDVW tot kerstreces 2025 • 9 september • 7 oktober • 25 november Dagdelen commissie Ochtend 10.00 - 13.00 uur (180 min - 30 min opening = 150 min beschikbaar) Middag 14.00 uur - 16.45 uur (165 min beschikbaar) Avond 20.00 – 23.00 uur (180 min beschikbaar)
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 Onderwerp
Beleidsveld
Planning
Datum
Aangeboden/
aanbieden
aangeboden
Gestopt
Toelichting wijziging planning
Toelichting in geval van gestopt
aan raad Nota wijk- en
Buurt- en
2024 Q3
Gestopt
20240425 De ‘nota Wijk- en buurtaanpak
buurtaanpak 2024
wijkgericht
2024 en verder’ wordt een
en verder
werken
‘Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken’. Deze is op 27 september 2024 naar de raad gestuurd.
Zienswijze
Circulaire
programma- en
Economie
2025 Q1
Aangeboden
productbegroting AVU 2026 Zienswijze
Circulaire
ontwerp-
Economie
2025 Q1
begrotingswijzigin g AVU 2025 Aanpassing
Circulaire
afvalstoffenverorde
Economie
2024 Q2
23-04-
Aangeboden
2024
ning n.a.v. actualisatie VNG modelverordening en aanpassing definitie van een huis-aan-huisblad Beleidsnota Utrecht
Circulaire
Circulair
Economie
2024 Q4
17-092024
Aangeboden
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 Beleidsnota
Energie en
Warmte
Klimaat
Eigendomsvariant
Energie en
publiek
Klimaat
2025 Q3 2025 Q2
Er is meer tijd nodig om een goede vergelijking te maken tussen de
warmtebedrijf
varianten en ook de twee aangenomen moties zorgvuldig te verwerken. Wij verwachten het voorstel in Q2 aan uw raad aan te bieden.
Herijking Regionale
Energie en
Energiestrategie
Klimaat
Klimaatvisie
Energie en
2025 Q2 2026 Q1
Klimaat
Zoals vermeld in de Voortgangsrapportage Energie van de stad 2024, informeren we de raad in het najaar over de voortgang van de klimaatvisie.
RV zienswijze
Milieu en
begroting incl
Emissieloos
kadernota van de
Vervoer
nieuwe fusie organisatie omgevingsdienst RV zienswijze
Milieu en
concept
Emissieloos
gemeenschappelijk
Vervoer
e regeling van de nieuwe fusie
2025 Q3
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 organisatie omgevingsdienst (rud en odru) Raadsvoorstel
Milieu en
Gebiedsplan
Emissieloos
Gebiedsgericht
Vervoer
2026 Q4
Grondwaterbeheer Zienswijze Ontwerp
Milieu en
Programmabegroti
Emissieloos
ng 2025
Vervoer
Beleidsnota
Milieu en
Luchtkwaliteit
Emissieloos
2024 Q2
27-06-
Aangeboden
2024 2024 Q3
18-10-
Aangeboden
2024
Vervoer Beleidsnota
Vastgoed
2024 Q4
Vastgoed
19-12-
Aangeboden
2024
Evaluatie en
Wonen en
2024 Q3
Gestopt
aanpassing
Volkshuisve
het experiment m.b.t. de leegstandswet, waar
leegstandsverorden
sting
Utrecht aan meedoet, verlengd tot 31
ing
Het ministerie van binnenlandse zaken heeft
december 2029. De extra bevoegdheden die zijn vastgelegd in de leegstandsverordening blijven daarmee beschikbaar de komende periode, waardoor de noodzaak vervalt om de leegstandsverordening in 2024 aan te passen.
Beleidsnota Wonen
Wonen en Volkshuisve sting
2025 Q1
25-032025
Aangeboden
Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 26 juni 2025 Wijziging
Wonen en
2026 Q1
De volgende benodigde wijziging van
Huisvestingsverord
Volkshuisve
de Huisvestingsverordening staat in
ening
sting
het teken van de nieuwe Beleidsnota Wonen (waarover de raad nog moet besluiten) en de aangekondigde Wet versterking regie op de volkshuisvesting. Deze wijzigingen zijn nu nog niet bekend of zeker. Als die duidelijkheid er is, start de voorbereiding voor het wijzigen van de Huisvestingsverordening. We verwachten dit in Q1 2026 aan te bieden aan de gemeenteraad.
Inzet Fonds
Wonen en
betaalbare koop
Volkshuisve
11 april wordt er nu gewerkt aan een
voor betaalbaar en
sting
uitvoeringsprogramma coöperatief wonen
collectief wonen
2024 Q2
Gestopt
Zoals aangegeven in de commissie EDVW van
i.p.v. een raadsvoorstel. De omzetting van de doelbestemming van de inzet fonds betaalbare koop wordt gedaan bij het eerstvolgende product van de P&C-cyclus. Dit is conform de nieuwe standaard voor beleidsdocumenten en de raadsbrief Betaalbaar wonen en inzet fonds betaalbare koop (29 november 2023).
Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer
4607
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
26 juni 2025
Agendapunt
3.1
Titel
Raadsvoorstel Eigendomsvariant publiek warmtebedrijf
ID
4829
Behandelend ambtenaar
Groot, Liesbeth de
Telefoon
14030
liesbeth.de.groot@utrecht.nl
Datum collegebesluit Geocodering
Stad Utrecht
Thema Portefeuillehouder
Wethouder Maatoug
Beleidsveld
Energie en Klimaat
Referendabel
Ja
Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)
Mariska de Vos/Cie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen/06 38628458
Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Commissie Energie(transitie),
26 juni 2025
Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit
Voorstel aan de gemeenteraad
Eigendomsvariant Publiek Warmtebedrijf Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Energie en Klimaat, Circulaire Economie, Financiën Ontwikkelorganisatie Ruimte Liesbeth de Groot 3027056 Volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Het college opdracht te geven om een raadsvoorstel over deelneming in HVC voor te bereiden, waardoor HVC als publiek warmtebedrijf in Utrecht kan opereren en verantwoordelijk wordt voor de verwerking van restafval en GFT van Utrechtse huishoudens, onder de volgende voorwaarden: a. De gemeente en HVC maken voorafgaand aan deelname afspraken over onder andere zeggenschap op duurzaamheid, dimensionering en bewonersparticipatie van de aan te leggen warmtesystemen in de stad; b. De gemeente, HVC en de AVU maken voorafgaand aan deelname bindende afspraken zodat afvallogistiek, overslaglocatie en de verwerking van afval terdege zijn geborgd; c. Uit het juridische due diligence onderzoek en de onafhankelijke financiële analyse blijkt dat aandeelhouder worden van HVC geen onaanvaardbare juridische en financiële risico’s met zich meebrengt.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting De gemeente Utrecht heeft een publiek warmtebedrijf nodig om bestaande woningen van het aardgas af te helpen en collectieve energiesystemen voor nieuwbouwprojecten te kunnen realiseren. Hiervoor zijn drie eigendomsvarianten mogelijk. Uit de risicoanalyse en het afwegingskader volgt de duidelijke conclusie dat de variant “100% gemeentelijk warmtebedrijf” afvalt. De varianten “deelname HVC” en “warmtebedrijf met EBN/NetVerder” scoren heel vergelijkbaar op de relevante onderdelen. Het college stelt de raad voor om te kiezen voor de eigendomsvariant HVC en opdracht te geven een raadsvoorstel tot instemming met deelneming in HVC voor te bereiden. HVC is een bestaand milieubedrijf dat hoofdzakelijk actief is in delen van Noord-Holland, Zuid-Holland en Flevoland. Doorslaggevend in de keuze voor deze eigendomsvariant zijn de financiële consequenties voor de gemeente (zeker nu het wettelijke kader van de Wcw nog niet is vastgesteld) en daarnaast het tempo dat HVC kan maken, met name voor nieuwbouwprojecten. Een keuze voor HVC als warmtebedrijf betekent dat HVC ook de verwerking van restafval en GFT voor Utrecht gaat verzorgen. We blijven aansluiting zoeken bij de regiogemeenten, in het bijzonder Nieuwegein, en werken met de provincie uit wat het betekent dat er straks meerdere publieke warmtebedrijven actief zijn in de regio.
Context Aanleiding Het behouden van voortgang in de warmtetransitie is een grote uitdaging waar niet alleen Utrecht voor staat. Gezien onze grote opgave en ambities om zo min mogelijk afhankelijk te worden van anderen voor onze warmtebronnen, onder de randvoorwaarde dat publieke belangen goed geborgd zijn, hebben we op korte termijn een publiek warmtebedrijf nodig dat aan de slag kan. Naar aanleiding van het afketsen van een publiek-private samenwerking tussen de gemeente en Eneco, als gevolg van de aangekondigde wetswijziging in de nieuwe Wcw, heeft het college op 23 april 2024 besloten om voorbereidingen te treffen voor het opstellen van een eerste van twee beoogde raadsvoorstellen over de oprichting van een publiek warmtebedrijf. Op 30 september 2024 is de raad geïnformeerd over de volgende drie mogelijke publieke eigendomsvarianten: 1. Variant 1 = 100% gemeentelijk warmtebedrijf ➢ Een lokaal bedrijf met 1 aandeelhouder 2. Variant 2 = gedeeld eigendom in een publiek warmtebedrijf met EBN en NetVerder ➢ Een lokaal bedrijf met 2 aandeelhouders: Utrecht en een nog op te richten regionaal “UWO (Utrechts Warmte Ondersteuningsbedrijf) waarbij NetVerder, EBN en provincie Utrecht de aandeelhouders van het UWO zijn, óf ➢ Een lokaal bedrijf met 3 aandeelhouders: NetVerder, EBN en Utrecht 3.
Variant 3 = deelname in HVC ➢ Een bovenregionaal warmtebedrijf met 50+ aandeelhouders (gemeenten en waterschappen) De drie varianten zijn in een afwegingskader (bijlage 1) vergeleken vanuit verschillende invalshoeken: energie, publieke belangen, financiën, sturing en complexiteit/tempo. In een risicoanalyse zijn de risico’s van de warmtetransitie vertaald naar beheersmaatregelen die liggen bij (1) het rijk, (2) de gemeente als regisseur voor de warmtetransitie, (3) de gemeente als aandeelhouder van een publiek warmtebedrijf en (4) een publiek warmtebedrijf. Vervolgens is beoordeeld in welke eigendomsvariant de beheersmaatregelen van de vierde categorie het beste getroffen kunnen worden. Deze beoordeling is opgenomen in bijlage 2. De beheersmaatregelen die nodig zijn in de eerste drie categorieën, zijn in elke eigendomsvariant hetzelfde. HVC, EBN en NetVerder zijn in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op het afwegingskader en risicoanalyse. EBN en NetVerder zijn het niet op alle punten eens, met name de 2
weging die wij geven aan de wijze waarop de verschillende warmtebedrijven risico’s kunnen beheersen. Dat heeft er deels ook mee te maken dat we nu nog niet goed kunnen beoordelen hoe EBN/NetVerder gaan opereren zodra ze warmtebedrijven hebben opgericht. Een keuze voor HVC als warmtebedrijf betekent dat HVC ook de verwerking van restafval en GFT voor Utrecht gaat verzorgen. Omdat afvalverwerking nu door de Gemeenschappelijke Regeling Afvalverwijdering Utrecht (hierna: ‘AVU’) – waaraan de gemeente deelneemt – wordt aanbesteed bij private partijen, is een onderzoek uitgevoerd waarbij de huidige situatie is vergeleken met de optie om het restafval en GFT door HVC te laten verwerken. Hieruit komt naar voren dat de tarieven op lange termijn vergelijkbaar zijn en dat HVC net als de huidige afvalverwerker AVR goed scoort op duurzaamheid. Juridische context Het raadsvoorstel dat nu voorligt is nog niet het daadwerkelijke (voorgenomen) voorstel of besluit tot (instemming met) de voorgenomen deelneming ex artikel 160 lid 2 Gemeentewet, dit volgt in 2026. Het onderhavige voorstel wordt – conform de raadsbrief Plan van aanpak warmtebedrijf van 30 september 2024 aan de raad voorgelegd om (nu al) draagvlak te creëren voor het voorbereiden van een deelneming in HVC en de raad in positie te brengen om hierover in een vroeg stadium kaders te stellen.
De Nota Verbonden Partijen en het Kader Geldverstrekkingen zijn als leidraad (beleid) van toepassing op het besluitvormingsproces en de juridische grondslag voor een besluit tot deelneming in een publiek warmtebedrijf. (zie kopje vervolg) Dit besluit moet daarnaast voldoen aan de wettelijke kaders en regelgeving. Dit behelst – naast de Gemeentewet – in elk geval de volgende wetten en regels: • Burgerlijk Wetboek • Huidige Warmtewet • Wet collectieve warmtevoorziening (verwachte inwerkingtreding per 1 januari 2026) • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (inwerkingtreding op 1 januari 2026) • Wet markt en overheid (geen ongeoorloofde bevoordeling van overheidsbedrijven) • Staatssteunregels en aanbestedingsregels De voorgenomen deelneming in HVC levert geen (ongeoorloofde) staatssteun op, omdat HVC een marktconforme garantstellingsprovisie uitkeert aan de aandeelhouders die garant staan voor door HVC aangegane geldleningen bij externe financiers. De (voorgenomen) deelneming in HVC kwalificeert zich niet als een aanbesteding. Wel spelen er bij de verwerking van het Utrechts rest- en gft-afval door HVC aanbestedingsrechtelijke aspecten. De juridische consequenties hiervan worden uitgezocht zodat de uiteindelijke deelname in HVC juridisch correct kan plaatsvinden. Beslistermijn Er is geen specifieke beslistermijn voorzien.
Beoogd effect Met een publiek warmtebedrijf dat eigenaar is van nieuwe collectieve warmtesystemen in bestaande en nieuwbouw, wordt voortgang in de warmtetransitie zoveel mogelijk geborgd en worden publieke belangen zoals duurzaamheid en betaalbaarheid beschermd. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Raadsbrief Marktconsultatie warmtenetten bestaande bouw 7 juni 2023 Raadsbrief Startscenario publiek warmtebedrijf Utrecht/Nieuwegein 17 mei 2023 Raadsbrief Ontwikkelingen in de warmtetransitie ‘sturen met onzekerheden’ deel II 21 november 2023 Raadsbrief Reactie Eneco op verzoek tot samenwerking 12 maart 2024 Raadsbrief Speelveld warmtetransitie en voorbereidingen publiek warmtebedrijf 24 april 2024 Raadsbrief Plan van aanpak publiek warmtebedrijf 30 september 2024
3
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Het college opdracht te geven om een raadsvoorstel over deelneming in HVC voor te bereiden, waardoor HVC als publiek warmtebedrijf in Utrecht kan opereren en verantwoordelijk wordt voor de verwerking van restafval en GFT van Utrechtse huishoudens, onder de volgende voorwaarden: a. De gemeente en HVC maken voorafgaand aan deelname afspraken over onder andere zeggenschap op duurzaamheid, dimensionering en bewonersparticipatie van de aan te leggen warmtesystemen in de stad. b. De gemeente, HVC en de AVU maken voorafgaand aan deelname bindende afspraken zodat afvallogistiek, overslaglocatie en de verwerking van afval terdege zijn geborgd. c. Uit het juridische due diligence onderzoek en de onafhankelijke financiële analyse blijkt dat aandeelhouder worden van HVC geen onaanvaardbare juridische en financiële risico’s met zich meebrengt.
Argumenten 1.1
De voorkeur voor HVC als publiek warmtebedrijf voor Utrecht komt voort uit een brede afweging en een risicoanalyse. Binnen de invalshoeken “Energietransitie”, “publieke belangen”, “sturing”, “tempo” en “financiën” zijn de laatste twee doorslaggevend omdat de eigendomsvarianten elkaar op de overige onderdelen weinig ontlopen én we met HVC afspraken kunnen maken over zeggenschap en samenwerking met bewoners(initiatieven). Het argument dat HVC snel aan de slag kan weegt relatief zwaar gezien de opgave die er ligt, met name ook in de nieuwbouw (zie argument 1.2). Uit de risicoanalyse blijkt tevens dat we in varianten 2 en 3 de risico’s voldoende kunnen beheersen, maar dat de financiële risico’s in variant 3, volgens onze risicoanalyse het kleinst zijn en het beste te beheersen zijn.
1.2
Met HVC is een operationeel publiek warmtebedrijf beschikbaar dat in nieuwbouw en bestaande bouw direct aan de slag kan. HVC is een bestaand warmtebedrijf dat ruim 15 jaar ervaring heeft met de realisatie van warmtenetten. Er hoeft dus, na toetreding van de gemeente Utrecht, geen organisatie te worden opgetuigd. NetVerder en EBN maken weliswaar tempo met het opbouwen van hun deskundigheid, maar het kost meer tijd om een gezamenlijk warmtebedrijf op te richten dat operationeel is en dezelfde schaal heeft als HVC. Met de keuze voor HVC verkleinen we het risico dat nieuwbouwprojecten vertraging oplopen en op het moment dat er sprake is marktfalen, ofwel marktpartijen die niet in staat zijn om collectieve systemen te realiseren onder de door ons gestelde voorwaarden.
1.3
Deelname in HVC is vanuit financieel perspectief de meest gunstige keuze voor de gemeente. De gemeente moet voor een deelneming in HVC 21.000 euro eigen vermogen inbrengen plus een garantstelling voor een deel van de schuldenlast van HVC. De inbreng van eigen vermogen in de beide andere eigendomsvarianten is veel omvangrijker. Op termijn zal het in deze varianten gaan om tientallen miljoenen, hetgeen een beslag legt op het leenvermogen van de gemeente en waarbij meer financiële dekking benodigd is voor de structurele rentekosten. Ook de (leer)kosten van het opbouwen van een eigen warmtebedrijf worden in de HVC variant bespaard. In het licht van de financiële en budgettaire uitdagingen waarvoor ook de gemeente Utrecht zich gesteld ziet, weegt dit financiële aspect zwaar.
4
1.4
Deelname in HVC als warmtebedrijf is op korte termijn minder risicovol voor de gemeente dan het oprichten van een nieuwe entiteit zoals in de variant met NetVerder en EBN, of zelf een warmtebedrijf oprichten. De kans dat in (eerste) warmtenetprojecten financiële tegenvallers voorkomen is reëel. HVC kan deze risico’s goed inschatten en op een transparante manier met de gemeente delen. Indien tegenvallers zich toch voordoen, is er reeds een bestaande buffer aan eigen vermogen en financiële stabiliteit door een reeds bestaande diversificatie van activiteiten en inkomsten die daar nu al uit voortkomen. Dit in tegenstelling tot beginnende warmtebedrijven waar het risico groter is dat aandeelhouders moeten bijstorten, omdat er nog geen reserves en weinig inkomsten bestaan.
1.5
De eigendomsvariant met HVC is mogelijk onder zowel bestaande en toekomstige wetgeving voor warmte HVC opereert al een aantal jaar als warmtebedrijf onder de bestaande wetgeving. Variant 1 is financieel onhaalbaar zonder een waarborgfonds van het Rijk en voor variant 2 is een wetswijziging nodig omdat NetVerder en EBN op dit moment nog geen taken mogen uitvoeren als warmteleverancier. Overigens is doorgang van de Wcw nog steeds wenselijk. Voornamelijk om twee redenen: 1) omdat hiermee de tarievensystematiek wordt gereguleerd en 2) het toewijzen van kavels aan het publiek warmtebedrijf of een warmtegemeenschap wordt gereguleerd.
1.6
Aandeelhouder worden van het afvalverwerkingsbedrijf betekent meer inspraak en invloed op investeringen op het gebied van o.a. duurzaamheid in de afvalketen. De duurzaamheidsprestaties van HVC en de huidige verwerker zijn vergeleken en die liggen dicht bij elkaar. Als aandeelhouder van HVC hebben we inspraak op toekomstige investeringen op gebied van duurzaamheid van de afvalverwerking. Aandeelhouders kunnen initiatieven aandragen en bij een sluitende businesscase en akkoord op de aandeelhoudersvergadering, worden pilots opgezet. Dit levert naar verwachting meer inspraak en invloed op dan in de huidige situatie met private partijen die worden aanbesteed. Op de verwerkingsmarkt voor het afval is krapte, waardoor we in onze aanbestedingen weinig marktwerking ervaren. Al vele jaren is de private verwerker AVR de verwerker van ons afval. Zij blijken steeds de enige die het volume afval van Utrecht kunnen verwerken, inclusief het nascheiden van het plastic, blik en pak. In de aanbestedingen nemen we altijd eisen op met betrekking op duurzaamheid van transport en CO2 afvang. Hoewel er aan de contractuele eisen voldaan wordt, zorgen deze eisen niet voor een doorslaggevend onderscheid tussen verwerkers. Hierdoor hebben we maar een beperkte aanjagende rol. Als aandeelhouder van HVC hebben we meer invloed hebben op de strategie en investeringen op gebied van duurzaamheid.
1.7
Voor de verwerking van het afval geldt dat de tarieven tussen HVC en de huidige aanbestedingsroute via AVU op lange termijn vergelijkbaar zijn. De verwerkingskosten van afval zijn vergeleken tussen HVC en onze huidige verwerker AVR. Het beeld is dat het financieel verschil op de lange termijn beperkt is, maar wel kan fluctueren gedurende de jaren. Er zijn jaren geweest dat de afvaltarieven bij HVC wat hoger waren dan bij commerciële partijen (en andere jaren juist lager), maar dit verschil is niet groot en het voordeel van HVC is dat de tarieven daar stabieler zijn en dus voorspelbaar. In tegenstelling tot tarieven die op moment van aanbesteden flink kunnen fluctueren. Een keuze voor HVC zou betekenen dat de afvalverwerking in publieke handen wordt gebracht en niet meer hoeft te worden aanbesteed.
1.8
Met randvoorwaarde 1.a borgen we sturing op het energiesysteem van de toekomst. We willen we extra contractuele afspraken met HVC maken over duurzaamheid, dimensionering en bewonersparticipatie van de aan te leggen warmtesystemen in de stad.We vinden het van belang dat de keuzes voor bijvoorbeeld warmtebronnen en
5
ontwerp van warmtesystemen in dienst staan van het toekomstige energiesysteem voor de hele stad. We willen hierover meer zeggenschap dan alleen ons zeggenschap als één van de 53 aandeelhouders. Daarom willen we aan de voorkant afspraken met HVC maken over duurzaamheid en dimensionering van de aan te leggen warmtesystemen. Dit gaan we de komende maanden concretiseren in contractuele afspraken die aansluiten bij de beleidskaders in de beleidsnota Warmte en de bronnenstrategie. Afspraken gaan o.a. over inzet van duurzame bronnen; temperatuurniveau van de netten; het inzetten van fossiele brandstoffen alleen voor piekbelasting in de transitiefase; verdeling van kosten in de ontwikkelfase en de samenwerking met bewonersinitiatieven. HVC wil graag samenwerken met bewoners(initiatieven) om tot warmteoplossingen te komen die op veel draagvlak kunnen rekenen. HVC heeft aangegeven ook als kennis- of uitvoeringspartner van warmtegemeenschappen te kunnen dienen. We maken afspraken met HVC over bewonersparticipatie en lokaal eigenaarschap bij warmtenetten. 1.9
Doordat de gemeente, HVC en de AVU voorafgaand aan deelname afspraken maken, borgt de gemeente de continuïteit qua afvallogistiek, overslaglocatie en de verwerking van afval. De verwerking van ons afval wordt nu door de Gemeenschappelijke Regeling Afval Verwijdering Utrecht (AVU) aanbesteed. Al jaren is AVR de (markt)partij die ons restafval verwerkt. Om de overgang naar HVC op het gebied van afvallogistiek en verwerking soepel te laten verlopen, zullen een aantal afspraken gemaakt moeten worden. Dit betreft: • Logistiek en overslaglocatie: AVR is eigenaar van de overslaglocatie op Lage Weide. Het afval dat wij met onze vuilniswagens inzamelen, wordt op de overslag gestort en vanaf daar verscheept naar de AVR-afvalenergiecentrale in Rotterdam. Onduidelijk is nog of in de situatie van aandeelhouderschap bij HVC nog gebruik kan worden gemaakt van de overslag van AVR voor het Utrechts afval. Daarover moeten afspraken worden gemaakt tussen HVC en AVR. Lukt dit niet, dan moet worden uitgeweken naar een alternatieve locatie. Voorwaarde daarbij is dat een nieuwe locatie geen grote invloed heeft op de afvalinzameling. Als het gemiddeld langer duurt om naar een alternatieve overslaglocatie te rijden, dan heeft dat effect op het aantal inzamelwagens en personeel dat we nodig hebben om in te zamelen. Maar langere rijdafstanden brengen ook meer vervoer en meer uitstoot met zich mee.
De afhankelijkheid van een overslaglocatie in de buurt is dus groot. Bij de besluitvorming over een deelneming in HVC moet er zicht zijn op het duurzaam (mede)gebruik van de AVR-locatie of een alternatieve overslaglocatie. HVC heeft aangegeven hier mogelijkheden voor te zien. • Nascheiding: Het afval van Utrecht wordt nagescheiden: het plastic blik en pak wordt samen met het restafval ingezameld en voor verbranding eruit gehaald. Voordat HVC het Utrechtse afval kan verwerken, zal geborgd moeten zijn dat er voldoende capaciteit is om na te scheiden, om de hoeveelheid Utrechts afval aan te kunnen.
1.10
Door een externe juridische due diligence en financiële risicoanalyse uit te voeren, kan de gemeente de juridische en financiële risico's inschatten. Op basis van bekende financiële informatie over HVC, brengt aandeelhouder worden van HVC geen onaanvaardbare risico's met zich mee, maar voordat we aandeelhouder worden vragen we onafhankelijke bureaus om dat te toetsen. Zij gaan de juridische en financiële risico's van aandeelhouderschap in kaart te brengen en eventuele red flags (juridische geschillen; achterstallige betaling; lage solvabiliteit etc.) benoemen.
Kanttekeningen/Risico’s 1.1
De keuze die Utrecht maakt is van invloed op het speelveld in de regio.
6
De keuze van gemeente Utrecht raakt omliggende gemeenten op 2 manieren. 1. Op het gebied van afvalbeheer heeft een deelname in HVC effect op de gemeenschappelijke regeling AVU. De primaire taak van AVU is het aanbesteden van de verwerkingscontracten voor de grote afvalstromen (grof) restafval en GFT, maar ook glas, papier en textiel. Ook organiseert AVU aanbestedingen voor transport en overslag van afval. Als de gemeente aandeelhouder van HVC wordt, dan moet het Utrechtse rest- en gft afval voortaan door HVC worden verwerkt. Het is echter wenselijk dat de gemeente blijft deelnemen aan de gemeenschappelijke regeling AVU en niet hoeft uit te treden. AVU en gemeente Utrecht vullen elkaar namelijk aan op dossierkennis in duurzaamheid en circulariteit en Utrechtse ambities worden in aanbestedingen verwerkt. De gemeenten in de provincie Utrecht zijn afhankelijk van de kennis en de hoeveelheid afval die Utrecht inbrengt. Op dit moment wordt uitgezocht of en zo ja hoe geregeld kan worden dat de gemeente bepaalde afvalstromen door HVC laat verwerken en deelnemer aan de gemeenschappelijke regeling AVU blijft. 2. De provincie Utrecht is met EBN en NetVerder in gesprek om het Utrechts warmte ondersteuningsbedrijf (UWO) op te richten. Deze partijen hebben op 16 mei een intentieovereenkomst getekend voor oprichting van het UWO.
Wij ondersteunen de oprichting van het UWO omdat we zien dat het UWO van belang is om andere gemeenten in de provincie te ondersteunen en de opgave in de gehele provincie te kunnen realiseren. Meer dan één publiek warmtebedrijf in de provincie is zeker geen overbodige luxe gezien de grote opgave. HVC is vanwege de voordelen op tempo en financiën de beste optie voor Utrecht, maar dat hoeft voor andere gemeenten in de provincie Utrecht niet te gelden. Het argument van de financiën telt minder zwaar in gemeenten met voldoende geld op de bank of een groter leenvermogen. Het argument van tempo geldt minder zwaar in gemeenten zonder grote nieuwbouwprojecten die gebruik moeten maken van collectieve warmte/koudesystemen en ook minder voor gemeenten die in bestaande bouw beginnen met inzetten op individuele oplossingen. Of een gemeente aandeelhouder is van Stedin kan ook meespelen in de afweging. De lokale context speelt een belangrijke rol in de afweging. 1.2
Met deze keuze hebben we geen garantie voor een betaalbare warmtevoorziening Voor een betaalbare warmtevoorziening is meer nodig dan een publiek warmtebedrijf. Uit de risicoanalyse blijkt dat betaalbaarheid voor alle warmteprojecten één van de grootste risico’s is en dat dit risico optreedt ongeacht welke eigendomsvariant we kiezen. Voor betaalbare warmte blijven subsidies, prijsgaranties en tarieflimieten nodig. Het thema betaalbaarheid speelt vooral bij het verduurzamen van bestaande bouw. Als de betaalbaarheid daarvan niet op rijksniveau wordt geborgd, zal het publiek warmtebedrijf zich in eerste instantie vooral richten op nieuwbouwprojecten.
1.3
De indruk kan ontstaan dat bewonersinitiatieven gedwongen worden samen te werken met HVC, in plaats van met de gemeente. De door de raad op 12 december 2024 aangenomen motie “Steun lokale initiatieven voor warmtenetten” is opgenomen in de beleidsnota warmte die op dit moment ter inzage ligt en in Q3 2025 ter besluitvorming aan u wordt voorgelegd. De beleidsnota warmte beschrijft de kaders voor de warmtetransitie, met vier mogelijke varianten van samenwerking met- en eigendom door bewonersinitiatieven. Een van de varianten is de warmtegemeenschap, waarbij we bewonersinitiatieven de ruimte geven om op te groeien tot warmtegemeenschap en zelf een kavel exploiteren. Dat mogen ze doen zonder samenwerking met HVC en/of gemeente. Het is ook denkbaar dat HVC participeert in de warmtegemeenschap, of de gemeente. Alle varianten waarbij de gemeente samenwerkt met een warmtegemeenschap worden momenteel samen met bewonersinitiatieven onderzocht in het Europese project E2cuties.
7
1.4
De gemeente Utrecht kan door geldverstrekkers aangesproken worden als HVC niet meer aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De gemeente staat garant voor de leningen van HVC. HVC heeft op dit moment een schuldenlast van ruim 600 mln. De gemeente Utrecht komt bij een deelneming garant te staan voor circa 11% van deze schuldenlast. Om te voorkomen dat aandeelhouders hoofdelijk worden aangesproken vraagt HVC elke bank die gegarandeerde financiering verstrekt de aandeelhouders te berichten dat in het geval de bank aandeelhouders zou willen aanspreken, de bank dat uitsluitend pro rata zal doen. In het verleden zijn gemeenten nog nooit aangesproken. Het due diligence onderzoek gaat meer inzicht bieden in de financiële positie van HVC en met name de solvabiliteit; de mate waarin HVC in staat is om haar schuldenlast op lange termijn te dragen. Dit is een voorwaarde voor deelneming in HVC (zie beslispunt 1c). Daarnaast kan de garantstellingprovisie die jaarlijks wordt ontvangen worden gestort in een risicovoorziening om, naast andere risicobeheersmaatregelen, te komen tot een structurele beheersing van dit financiële risico.
Financiën De voorbereidingen voor het aangaan van deelname in HVC betreffen personele inzet en o.a. het laten uitvoeren van een due diligence onderzoek en een financiële risicoanalyse door twee externe partijen. Voor deze kosten (circa 35.000) is dekking opgenomen binnen het programma Klimaatvriendelijke Stad, onderdeel Energie. Met de voorbereiding wordt een volgende stap gezet naar een voorstel tot toetreding, waarbij onderstaande financiële uitgangspunten van toepassing zullen zijn. Participeren in HVC vraagt om een eenmalige investering van ca € 21.000. Voor die € 21.000 verkrijgt de gemeente 10,9% van de aandelen die aan aandeelhoudende gemeenten zijn uitgegeven. De aandelen wordt dan aangeboden tegen een nominale waarde van € 45,45 per stuk. Deze inleg is dus laag. Daar staat tegenover dat bij een eventuele verkoop van aandelen ook alleen de nominale waarde wordt ontvangen. Bij een deelname aan HVC zal de gemeente een garantie ter hoogte van € 62 miljoen euro moeten afgeven voor een deel van de leningen die HVC is aangegaan. Dit garantiebedrag vertegenwoordigt ca. 10,9% van de leningen van HVC en zal toenemen als HVC meer gaat lenen om warmteprojecten uit te voeren. De aandeelhoudersvergadering houdt toezicht op de ontwikkeling van de garantstelling want alle belangrijke nieuwe investeringen (> € 10 mln) worden ter goedkeuring aan de aandeelhoudersvergadering voorgelegd.
Omdat HVC als publieke partij geen voordeel mag hebben van deze garantstelling boven marktpartijen wordt een garantstellingsprovisie van 1% van de hoogte van de garantstelling jaarlijks uitbetaald aan deelnemers. Conform kader geldverstrekkingen moet er een risicovoorziening worden getroffen. Het is een mogelijkheid om daar deze provisie voor te gebruiken. Het due diligence onderzoek levert input voor de kwantificering van het risico. En daarmee voor de bepaling van het effect op de benodigde weerstandscapaciteit rekening houdend met de afdekking van het risico met de risicoreserve. De kans dat er een beroep op de garantstelling wordt gedaan of de gemeente extra eigen vermogen moet storten wordt op het eerste gezicht laag ingeschat (dit moet worden bevestigd door de resultaten van de onafhankelijke financiële analyse). Naarmate HVC meer leningen aangaat (ten behoeve van de warmtetransitie), neemt het risico wel naar rato toe.
Vervolg Indien de raad instemt met dit voorstel, bereidt het college een raadsvoorstel voor over instemming met deelneming in HVC. Het voorstel voor een deelneming in HVC wordt alleen aan de raad voorgelegd als voldaan kan worden aan de in het beslispunt opgenomen uitgangspunten met betrekking tot afval, energie en risicobeheersing. Na instemming met dit voorstel, zullen we voor januari 2026 in ieder geval de volgende vervolgstappen zetten:
8
1. Extern due diligence onderzoek Door bureaus AKD en PWC wordt mede in het licht van relevante beleidskaders (met name kader geldverstrekkingen en Nota verbonden partijen) een juridische due diligence gedaan en een nadere analyse van de financiële positie van HVC, de solvabiliteit en in hoeverre HVC haar verplichtingen jegens haar geldverstrekkers de afgelopen jaren is nagekomen. Dit laatste i.v.m. de garantie die de gemeente moet afgeven. 2. Vervolggesprekken over consequenties voor de regio Met de provincie hebben we afgesproken dan we samen uitwerken wat het voor de regio betekent dat er straks meerdere warmtebedrijven actief zijn in de regio, welke governance modellen daarbij horen en hoe we sturen op publieke waarden. Met de gemeente Nieuwegein trekken we samen op om de mogelijke consequenties voor ons gezamenlijke warmtenet (van Eneco) in beeld te brengen en daarover waar nodig afspraken te maken. 3. Contractuele afspraken met HVC over warmte Met HVC stellen we een overeenkomst op waarin we een aantal afspraken vastleggen over de wijze waarop het publiek warmtebedrijf samenwerkt met gemeente, bewonersinitiatieven en andere partners in de stad. We maken o.a. afspraken over de zeggenschap die gemeente houdt over duurzaamheid en dimensionering van de in Utrecht te ontwikkelen warmtesystemen door HVC, waaronder de keuze voor warmtebronnen en temperatuur van de warmtenetten.
Ook maken we een start met een gezamenlijk implementatieplan, met o.a. aandacht voor fasering, planning, ondergrondse ordening en de impact van de aanleg van een warmtenet op de openbare ruimte van de gemeente Utrecht. 4. Afspraken over afval met HVC en AVU Met HVC en de AVU maken we afspraken over: • Afvallogistiek (inclusief the last mile) • Een duurzame overslaglocatie die geen grote nadelige impact heeft op de inzameling en afvallogistiek van de gemeente Utrecht; • Afvalverwerking (inclusief voldoende nascheidingscapaciteit om het plastic, blik en pak in het Utrechtse afval na te scheiden) 5. Voorbereiden deelneming Utrecht in HVC De gemeentelijke besluitvorming voor deelneming is als volgt: a. Collegevoorstel I met voornemen deelneming in HVC (grondslag is de Gemeentewet). Dit collegevoorstel bevat ook een toezichtsarrangement en risicoanalyse conform de Nota verbonden partijen. Onderdeel van deze stap is dat er wensen en bedenkingen worden opgehaald bij de raad. b. Raadsvoorstel II voor instemming over de deelneming (grondslag is Nota verbonden partijen) als ook voor het investeringsbudget (grondslag Gemeentewet). Deze stap kan gecombineerd worden met stap 1. De wensen- en bedenkingenprocedure op het collegevoorstel kan dan plaats vinden in de commissievergadering waarin het raadsvoorstel wordt behandeld.
Het blijft wel één collegebesluit en één raadsvoorstel, maar beiden worden tegelijkertijd in besluitvorming gebracht. c. Collegevoorstel II besluit tot deelneming in HVC (grondslag Gemeentewet). 6. Besluit aandeelhouders van HVC over toetreding Utrecht In december 2025 nemen aandeelhouders van HVC een besluit over uitgifte van aandelen aan Utrecht + ondertekenen toetredingsverklaring ballotageovereenkomst (na collegebesluit tot deelneming). Zo snel mogelijk in 2026 leggen we een voorstel over daadwerkelijke deelneming in HVC aan u voor.
Samen stad maken (voorheen: Participatie) We hebben het kompas doorlopen en komen voor het besluit over keuze voor een publiek warmtebedrijf uit op gemeente aan zet. Het type besluit leent zich niet voor een peiling onder bewoners, wel is op DenkMee en aan het Klimaatpanel in juni 2024 gevraagd wat inwoners belangrijk vinden wanneer warmtenetten in publieke handen komen. Utrechters geven aan vertrouwen te 9
hebben in een publiek warmtebedrijf als het betaalbaar is, als er geen winstoogmerk is, als je kunt overstappen en als ze kunnen meebeslissen over de keuzes van het bedrijf. Omdat het oprichten van een publiek warmtebedrijf mogelijk impact heeft op de samenwerking met buurtinitiatieven zijn daar gesprekken mee geweest. Met de initiatieven Warm Lunetten, Oog voor Warmte en Griftstroom is gesproken over het voornemen een publiek warmtebedrijf op te richten. Zij staan in principe positief tegenover (samenwerking met) een publiek warmtebedrijf, mits dit de kans om een succesvolle warmtegemeenschap te worden niet verkleind. Zowel HVC als EBN/NetVerder hebben uitgesproken dat ze de samenwerking met buurtinitiatieven verwelkomen. De initiatieven hebben meegedacht over de teksten van de concept beleidsnota warmte, waarin de kaders worden opgenomen voor samenwerking tussen de initiatieven en het publiek warmtebedrijf.
Communicatie Wij communiceren over dit raadsvoorstel middels een persbericht.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming Bijlagen informatief - Afwegingskader - Risicoanalyse
10
Afwegingskader eigendomsvarianten publiek warmtebedrijf Het raadsvoorstel voor de keuze van een eigendomsvariant voor een publiek warmtebedrijf is gebaseerd op dit afwegingskader. Drie varianten zijn vergeleken en beoordeeld op vijf invalshoeken (zie onder). De beoordeling is gebeurd uitgaande van de situatie in de gemeente Utrecht en geldt nadrukkelijk niet onverkort voor andere gemeenten. Conclusie: * Variant 1 scoort duidelijk het minst. De varanten 2 en 3 zijn vergelijkbaar. * Om twee voor de gemeente Utrecht specifieke redenen valt de keuze op variant 3 (deelnemning in HVC). 1. De gemeente Utrecht heeft behoefte aan tempo in verband met de grote nieuwbouwopgave en de collectieve warmtesystemen die nodig zijn om deze nieuwbouw te kunnen realiseren. 2. Het voor de gemeente Utrecht in de huidige financiele situatie (met name de solvabiliteit) niet goed mogelijk om het geld te leben dat nodig is voor inbreng van eigen vermogen dat nodig is in de varianten 1 en 2 .
Energietransitie
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Toelichting
Passend bij Utrechtse ambitie op “Energiesysteem van de toekomst”
In alle varianten is ambitie en kennis aanwezig om integrale warmtesystemen over de hele keten te organiseren en daarbij ook naar verschillende bronnen en opslag te kijken. NetVerder heeft als voordeel dat het als organisatie dichter bij de zusterorganisatie Stedin Netbeheer staat. Nadeel is dat NetVerder op dit moment geen elektriciteit mag produceren of verkopen. HVC heeft ervaring met het flexibel en zo nodig tijdelijk inzetten van bronnen om in stappen te komen tot een optimaal systeem en werkt vanuit regie op de hele keten. De verschillen tussen de varianten zijn niet onderscheidend voor de keuze.
Draagvlak inwoners
In alle varianten zal gewerkt moeten worden aan draagvlak. Uit de bespreking met het Klimaatpanel (en de daarop volgende DenkMee) is gebleken dat de meeste bewoners vertouwen hebben in een publiek warmtebedrijf als het betaalbaar is, als er geen winstoogmerk is, als je kunt overstappen en als ze kunnen meebeslissen over de keuzes van het bedrijf. Overstappen kan in geen van de varianten, maar de andere voorwaarden zijn in alle varianten even goed te borgen. Het vertrouwen tussen bewoners en warmtebedrijf zal in alle varianten opgebouwd moeten worden en hangt af van het handelen door het warmtebedrijf. Dat kunnen we nu nog niet beoordelen.
Competenties in huis
HVC heeft de meeste warmtesystemen aangelegd en is sinds 2008 actief in warmte. NetVerder en EBN hebben competenties in huis op het gebied van infrastructuur en bronnen en zijn deze snel aan het uitbouwen.
Ervaring met duurzame bronnen en opslag
De gemeente is bezig met het opzetten van een samenwerking met EBN gericht op de ontwikkeling van aardwarmte. Daarnaast heeft EBN een verplichte deelname in aardwarmteproject. Bij nieuwe aardwarmteprojecten van HVC zal EBN een verplichte partner zijn. HVC heeft ervaring met verschillende warmtebronnen zoals aardwarmte, restwarmte, aquathermie. Ervaring met opslag moet bij alle partners nog grotendeels worden opgedaan.
Koppeling bestaande net Eneco
Het is nog onduidelijk in welke publiek handen het Eneco-net terecht komt en hoe dit in het lokale warmtebedrijf landt. In alle varianten zijn de mogelijkheden hiervoor aanwezig. In het advies van de verkenner worden zowel de varianten 2 als 3 genoemd als mogelijkheid. Het is onwaarschijnlijk dat de gemeente zelf Eneco overneemt, omdat hiervoor de middelen ontbreken.
Conclusie energietransitie
Variant 1 is ongewenst. Er zijn verschillen tussen variant 2 en 3, maar die zijn niet onderscheidend voor de keuze.
Publieke belangen
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Toelichting
Betaalbaarheid (tarieven)
Betaalbare tarieven moeten landelijk worden geborgd met tarieven obv kostprijs plus. Variant 1 en 2 hebben naar verwachting meer opstartkosten wat een negatief effect kan hebben op de tarieven. HVC heeft momenteel lagere tarieven dan de meeste andere warmtebedrijven en heeft vastgelegd om tenminste 5% onderhet ACM tarief te blijven. Ambterlijk advies is om als gemeente de landelijke richtlijnen voor vaststelling tarieven te volgen en daar niet als aandeelhouder op te willen sturen.
Duurzaamheid bronnen
-De schaarste van duurzame bronnen in Utrecht, in relatie tot betaalbaarheid, is de grote uitdaging -Verduurzaming van bronnen is geborgd in de Wcw. -Gemeente, HVC, NetVerder als EBN verschillen niet duidelijk van elkaar in duurzaamheidsambities.
Duurzaamheid profiel partners
Komt voort uit motie CU. De potentiële partners zijn allen op hun eigen terrein bezig met verduurzaming. EBN heeft nog fossiele activiteiten, maar juist de warmtenetten moeten helpen met het afbouwen daarvan. HVC maakt soms nog gebruik van gasketels als tijdelijke oplossing, maar alleen met zicht op een duurzame bron en om de ontwikkeling van warmtenetten gaande te houden. Ook uit de bronnenstrategie van de gemeente blijkt dat de inzet van tijdelijke gasketels als piek of back up nog nodig is. Ook de elektriciteit die nodig is voor warmteproductie is nog niet 100% duurzaam. Geen enkel warmtebedrijf zal dus vanaf moment nul 100% duurzaam kunnen opereren.
Betrouwbaarheid (leveringszekerheid)
Wettelijk geborgd door toets ACM bij kaveltoewijzing. We gaan er vanuit dat in alle varianten een betrouwbaar warmtebedrijf wordt opgebouwd.
Transparantie
In variant 3 heeft de gemeente als aandeelhouder inzicht in de onderbouwing van investeringsbeslissingen groter dan 10 mln euro. Op verzoek kan inzicht in onderdelen van de bedrijfsvoering geboden worden. In de varianten 1 en 2 kan dit op een vergelijkbare manier afgesproken worden. In de Varianten 2 en 3 hebben we geen inzicht in de geldstromen van andere aandeelhouders. Alleen in Variant 1 hebben we 100% invloed op de transparantie van het warmtebedrijf.
Toekomstbestendigheid lange termijn keuzes
Dit gaat over het doen van investeringen waarvan niet zeker is dat ze zich in de toekomst terugverdienen. Bijvoorbeeld overdimensioneren van transportleidingen of tijdelijk inzetten van gasketels tot een duurzame bron gereed. In variant 1 heb je als gemeente de meeste ruimte om (voor eigen rekening) risico's te nemen met het oog op een toekomstig gewenste situatie. In de variant 3 zal deze ruimte beperkt worden door de andere andeelhouders, tenzijn de gemeente garant staat voor het risico. In variant 2 is het afhankelijk van de afspraken die de aandeelhouders maken over het vereiste projectrendement i.r.t. het accpeteren van risico's. Dat is nu nog niet te zeggen. Daarom beoordelen we de varianten 2 en 3 als niet onderscheidend. is. Als de ingecalculeerde groei van het aantal aansluitingen niet optreedt, dan maakt het warmtebedirjf verlies of moeten de tarieven omhoog.
Combineren van maatschappelijke opgaven
Als enige aandeelhouder kun je als gemeente makkelijker sturen op het combineren van verschillende opgaven in een wijk of kavel. Dit belang hebben overige aandeelhouders niet of minder. Wel valt hier in alle varianten goede afspraken over te maken en kan als voorwaarde worden meegenomen.
Zeggenschap bewoners
De beoogde partners in varianten 2 en 3 zien meerwaarde in samenwerking met en zeggenschap van bewoners en zijn ook in gesprek met Energie Samen.
Gedeeld eigendom met warmtegemeenschap
Of financiële participatie door bewoners in het warmtebedrijf wenselijk is, moet nog blijken aangezien bewoners dan ook financiële risico's lopen. In variant 1 kan de gemeente dit naar eigen wensen inrichten. In variant 2 en 3 zijn er obstakels maar is het niet onmogelijk. Zowel NetVerder, EBN als HVC laten zich hier positief over uit, maar dit geeft geen garanties.
Conclusie publieke belangen
Variant 1 kan het beste inspelen op de lokale publieke belangen. Voor de varianten 2 en 3 is dit vergelijkbaar.
Sturing
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Toelichting
Overzichtelijke eigendomsstructuur
Het meest eenvoudig is variant 1, omdat er maar 1 aandeelhouder is. HVC 50+ aandeelhouders waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen gemeenten en waterschappen, die allemaal evenveel invloed hebben. De eigendomsstructuur van HVC wordt onoverzichtelijker wanneer HVC deelnemingen aangaat met andere partners, bijvoorbeeld bewoners, waarbij er een aparte BV opgericht moet worden voor de betreffende buurt. Bij variant 2 ligt zou er sprake zijn van van in totaal 3 of 4 aandeelhouders waarbij er boven het lokale Utrechtse warmtebedrijf mogelijk nog sprake is van een regionaal warmte ondersteuningsbedrijf (UWO) waarin EBN, NetVerder en de provincie aandeelhouder zijn.
Zeggenschap vanuit aandeelhoudersrol op koers van warmtebedrijf
Bij variant is de invloed als enige aandeelhouder maximaal. Bij variant 2 is dit afhankelijk van de afspraken die bij oprichting worden gemaakt. Wel is de gemeente hier aan de voorkant bij en heeft op die manier invloed op de aandeelhoudersovereenkomst en missie en visie van het lokale warmtebedrijf. In variant 3 staat de aandeelhoudersovereenkomst al vast en wordt Utrecht 1 van de ruim 50 aandeelhouders. In de aandeelhoudersvergadering van HVC wordt gestreeft naar unanieme besluitvorming en zal Utrecht op basis van ervaring en deskundigheid invloed kunnen uitoefenen.
Zeggenschap vanuit aandeelhoudersrol op Utrechtse projecten
De afspraak bij HVC is dat er alleen projecten in de aandeelhoudersvergadering worden gebracht waar de betreffende gemeente achter staat. Enige voorwaarde is dat die projecten passen binnen het beleid van HVC en voldoen aan de vastgestelde hurdle rate. HVC zegt flexibel te zijn in het inwilleigen van wensen van de gemeente (en bewoners) zolang aan deze voorwaarden wordt voldaan. In variant 2 kunnen vergelijkbare afspraken worden gemaakt. Ook EBN en NetVerder zullen eisen stellen aan de hurdle rate. In variant 1 is de zeggenschap van de gemeente groter en kunnen in theorie ook onrendabele projecten gerealiseerd worden. Dit gaat dan wel gepaard met het risico dat de gemeente als aandeelhouder op moet draaien voor financiele tekorten van het warmtebedrijf.
Zeggenschap vanuit aanwijsbevoegdheid op Utrechtse projecten
De gemeente bepaalt de kavelindeling en wijst een warmtebedrijf aan voor een warmtekavel. bij de vaststelling van het warmtekavel kan de gemeente kaders opstellen. Zonder samenwerking met de gemeente is het moeilijk voor een warmtebedrijf om tot planuitwerking te komen. In deze samenwerking is de gemeente gebonden aan door haarzelf vastgesteld beleid en de kaders uit het Warmteplan. In samenwerkingsafspraken tussen gemeente en warmtebedijrf kan opgenomen worden in welke mate de beleidskaders van de gemeente ook bindend zijn voor het warmtebedrijf.
Gevoelig voor politieke dagkoersen
Een warmtebedrijf dat op grotere afstand van de gemeente staat is minder gevoelig voor politieke dagkoersen.
Conclusie sturing
Meeste invloed op sturing in variant 1 en de minste in variant 3. Echter, te veel politieke invloed op een publiek bedrijf vormt een risico voor de bedrijfsvoering.
Tempo / complexiteit
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Toelichting
Snelheid tot oprichting
Bij variant 2 moeten eerst nog afspraken worden gemaakt over zeggenschap en kost het proces tot oprichting tijd met het opstellen van een samenwerkingsovereenkomst en oprichtingsdocumenten. Tevens moeten er een directeur en bestuurders worden aangesteld. Dit is tevens afhankelijk van snelheid EBN en NetVerder (en provincie). Bij variant 1 moet dit ook allemaal nog gebeuren, maar zijn we niet afhankelijk van andere aandeelhouders. Deelname in HVC kan naar verwachting snel worden gerealiseerd aangezien de huidige aandeelhouders en de AVU zich hier al positief over hebben uitgesproken en in december 2025 hierove reen besluit kunnen nemen.
Gevolgen voor de regio
Indien Utrecht voor HVC kiest heeft dit invloed op de gemeenten om ons heen.
Snelheid na deelname
Gemeente mist competenties die partners al in huis hebben of aan het opbouwen zijn. Bij HVC is het bedrijf klaar en bij NetVerder en EBN wordt dit nog opgebouwd.
Wetswijziging nodig
Twee wijzigingen in de Wcw zijn nodig voor variant 2, daarnaast moet het rijk middelen beschikbaar stellen zodat EBN de rol van Nationale Deelneming Warmte kan uitvoeren. De wetswijziging is ook nodig voor het waarborgfonds. Zonder waarborgfonds is variant 1 niet haalbaar voor de gemeente omdat de risico's te groot zijn.
Conclusie tempo / complexiteit
Voorkeur voor variant 3, omdat snelheid voor de gemeente Utrecht zwaar weegt, vanwege de urgentie om collectieve warmtesystemen voor de nieuwbouw te kunnen realiseren.
Financiën
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Toelichting
Leergeld
In variant 1 en 2 verwachten we extra kosten door onervarenheid als warmtebedrijf. Dit zijn kosten voor het opbouwen van het team en de uitvoering van projecten.
Inbreng eigen vermogen
Uitgaande van een startkapitaal voor het aanleggen van 3 buurten bestaande bouw is een eigen vermogen van 60 miljoen nodig. Dit kan ook gefaseerd worden uitgegeven in ca 10 jaar. De nieuwbouwprojecten zijn hierin nog niet zijn meegerekend. In Variant 1 moet de gemeente dit volledig financieren. In variant 2 is op basis van 10% eigendom een eigen vermogen van 6 miljoen nodig in deze 10 jaar. Deze bedragen moet de gemeente lenen en heeft een negatief effect op het solvabiliteitsratio en de netto-schuldquote van de gemeente. De gemeente loopt tegen de onderste signaalwaarde van de solvabiliteit aan. Instappen in HVC vraagt eenmalige investering van ca 21.000 euro, zijnde de nominale waarde van de aandelen bij de oprichting van HVC. Dit kan gedekt worden vanuit de begroting.
Risico op bijstorten
Uit de risico analyse blijkt dat er rekening gehouden moet worden met tegenvallers in de eerste warmteprojecten. Bij variant 1 en 2 is nog nog geen eigen vermogen opgebouwd voor opvangen tegenvallers, dus als er een tegenvaller optreedt moeten de aandeelhouders bijstorten. In variant 2 is dit risico voor de gemeente 10 keer kleiner. Dit risico is in variant 3 nog minder vanwege het opgebouwde eigen vermogen van HVC. HVC heeft daarbij een breder palet aan activiteiten waarmee risico's beter gespreid zijn.
Rentelasten gemeente
In de varianten 1 en 2 moet de gemeente geld lenen om te kunnen investeren. In variant 3 is een geldlening niet nodig.
Garantstelling
Aandeelhouders van HVC staan naar rato garant voor een deel van de uitstaande geldleningen van HVC en kunnen hierop worden aangesproken door de bank wanneer HVC in gebreke blijft. De kans dat dit risico optreedt is gering omdat HVC een finaniceel robuust bedrijf is met een stabiele kasstroom. Een due diligence onderzoek wordt uitgevoerd indien wordt gekozen voor deze eigendomsvariant. In variant 1 en 2 wordt de eerste 15 jaar geen vergoeding voor de inbreng van het eigen vermogen (dividenduitkering) verwacht, ook daarna kan het nodig zijn om de opbrengsten in het bedrijf te laten en ten goede te laten komen aan de warmtetransitie. Op deze manier bouwt de gemeente wel waarde op in het bedrijf die te gelde kan worden gemaakt bij een eventuele verkoop.