CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 12 februari 2026, gemeente Utrecht34.912 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Formele wet Met deze bedenkingen ligt het voor de hand dat bij deze botsing van rechten de landelijke wetgever aan zet is. De formulering van deze verbodsbepaling, waarbij iedere vorm van schriftelijke en mondelinge communicatie in een straal van 25 meter is verboden, komt op ons over als een ingrijpend verbod op de vrijheid van meningsuiting aldaar. In dat geval is er mogelijk niet langer sprake van beperking van het verspreidingsrecht én is het niet langer aan lagere regelgevers maar aan de formele wetgever om dit recht te beperken. De discussie tussen het recht op de vrijheid van meningsuiting en vrije toegang tot abortusklinieken moet op landelijk niveau worden beslecht. Het is bij uitstek aan de formele wetgever om hierin een belangenafweging te maken en te zorgen dat een beperking bij wet is voorzien en noodzakelijk is ter bescherming van de gezondheid en de rechten en vrijheden van anderen. Omdat het hier gaat om een fundamentele afweging tussen grondrechten, ligt het niet op de weg van de gemeentelijke wetgever om deze kwestie zelfstandig te beslechten.. 3. Handhaving op de voorgestelde APV-bepaling De voorgestelde bepaling is een lex specialis. Dat betekent dat de bepaling voorrang krijgt boven de algemenere artikelen 2:2 en 2:30 van de APV.

Het verbod om iedere vorm van mondelinge of schriftelijke communicatie met een persoon die binnen een straal van 25 meter is van een gebouw voor medische zorg voor geboorteregeling en dat wil betreden of verlaten te verbieden, is verstrekkend. Het houdt de facto ook in dat het begroeten of de weg vragen aan een persoon die een gebouw voor medische zorg voor geboorteregeling - waaronder ook een ziekenhuis, huisartsen- of verloskundigenpraktijk en apotheek kan vallen - binnen gaat, al strafbaar is. Ook personeel dat elkaar voor een ingang treft maar nog niet in functie is, mag elkaar niet begroeten. Dat zou al strafbaar zijn. Voor de handhaving betekent dit dat in die gevallen ook artikel 2:30a APV wordt overtreden en er moet worden gehandhaafd. Zij kunnen namelijk geen onderscheid maken naar inhoud van de communicatie. Handhaving van deze bepaling is niet eenvoudig, aangezien er geverifieerd moet worden of een persoon of medewerker de zorginstelling in wil, en of er sprake is van een uitzonderingsgrond. Handhavers moeten bijvoorbeeld nagaan (mogelijk bij de werkgever of door middel van schriftelijke bescheiden) of het een medewerker in functie betreft. Bijkomend, is het bij voorbaat niet duidelijk of een persoon voornemens is de zorginstelling te betreden. Dit leidt ertoe dat personen niet weten of ze iemand wel of niet kunnen aanspreken.

Zo bezien schiet deze bepaling zijn doel voorbij. 2/3

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

4 februari 2026 34050116

4. Uitzonderingen op het verbod In het vierde lid worden drie uitzonderingen op het verbod vermeld. De uitwerking van de tekst van deze uitzonderingen is niet eenduidig. De uitzonderingen kunnen aan de ene kant zo worden geïnterpreteerd dat de personen zelf in een straal van 25 meter personen mogen aanspreken. Aan de andere kant kan het ook zo worden geïnterpreteerd dat de personen in het vierde lid onder a tot en met c uitgezonderd zijn van het verbod, en juist mogen worden aangesproken door anderen. Samenvattend Hoewel we het belang op vrije toegang tot zorg erkennen, is het geen uitgemaakte zaak dat deze verstrekkende beperking nog onder het verspreidingsrecht valt. Het verbod stelt ook situaties strafbaar die vallen onder normale omgangsvormen en gaat daarmee zijn doel voorbij. Daarnaast is het bij een botsing van zulke fundamentele rechten en een mogelijke beperking op een grondrecht aan de formele wetgever om hier een belangenafweging in te maken. Wij verzoeken u om deze aandachtspunten mee te nemen in de verdere afwegingen bij het initiatiefvoorstel.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/3

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

5121

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

12 februari 2026

Agendapunt

12

Titel

Raadsvoorstel Zienswijze kadernota 2027 en toekomstscenario's VRU

ID

5351

Behandelend ambtenaar

Ellen Peeters

Telefoon E-mail

e.peeters@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Veiligheid

Portefeuillehouder

Burgemeester Dijksma

Beleidsveld

Openbare Orde en Veiligheid

Referendabel

Nee

Reden niet referendabel

Sub i: Raadsvoorstel over de Wet gemeenschappelijke regeling.

Raadsadviseur (lijst)

Raadsadviseur/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Veiligheid, Bestuur en

5 februari 2026

Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Voorgesteld besluit

12 februari 2026

Voorstel aan de gemeenteraad

Zienswijze Kadernota 2027 en toekomstscenario's Veiligheidsregio Utrecht (VRU) Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Ellen Peeters 34049082 volgt Nee (artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze van de raad op de kadernota 2027 en de toekomstscenario’s VRU, waarin de raad aangeeft zich onder voorwaarden te kunnen vinden in: a. de geactualiseerde begroting voor 2026, b. de kaders voor 2027, c. het scenario ‘op orde’, waarbij het gaat het om de benodigde middelen om de huidige taken te kunnen blijven uitvoeren in de gewijzigde omstandigheden. Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Met deze zienswijzebrief laat de raad aan de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) weten zich te kunnen vinden in de geactualiseerde begroting voor 2026, in de kaders voor de ontwerpbegroting van 2027 en in de keuze voor het toekomstscenario ‘op orde’ voor 2027 en verder. De raad geeft daarbij wel een aantal voorwaarden mee om de kosten te beperken.

Context Aanleiding De raad is verzocht om uiterlijk 9 maart 2026 een zienswijze te geven op de door de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aangeboden Kadernota 2027, met daarin de kaders voor de begroting van 2027 en de geactualiseerde begroting 2026. Tevens wordt de raad uitgenodigd om een zienswijze te geven op het VRU-besluit om te kiezen voor het scenario ‘Op Orde’ voor 2027 en verder. Met de kadernota informeert de VRU de gemeenten over de financiële en beleidsmatige kaders voor de ontwerpbegroting voor 2027. Deze wordt in het voorjaar van 2026 opgesteld. De zienswijzen op de kaders worden daarbij meegenomen. De ontwerpbegroting 2027 wordt vervolgens ook weer aan de gemeenten voorgelegd, voordat deze in de zomer van 2026 door het algemeen bestuur wordt vastgesteld. De ontwerpbegroting voor 2027 is echter vooral afhankelijk van het gekozen toekomstscenario. Toekomstscenario’s Vorig jaar deelde de VRU bij de kadernota 2026 concept toekomstscenario’s met de gemeenteraden. Inmiddels zijn deze scenario’s, en nog extra bezuinigingsscenario’s die op verzoek van de raden zijn toegevoegd, verder uitgewerkt en heeft het algemeen bestuur van de VRU een keuze gemaakt. Het bestuur heeft gekozen voor het scenario ‘op orde’. De VRU noemt drie ontwikkelingen die het opstellen van toekomstscenario’s noodzakelijk maakten: 1.

De brandweertaak is veel complexer geworden door de komst van zonnepanelen, buurtbatterijen en elektrische auto’s. 2. Maatschappelijke onrust in Nederland, geopolitieke onrust in de wereld, klimaatverandering en digitalisering zijn van invloed op de taakuitvoering door de VRU. 3. Het inwoneraantal in de regio is fors toegenomen en de gemeentelijke bijdrage aan de VRU is de afgelopen 14 jaar, met uitzondering van de loon- en prijsindexering, vrijwel niet structureel verhoogd. Uit een benchmark van Berenschot blijkt dat in onze veiligheidsregio de brandweerrepressie (de grootste kostenpost binnen de VRU) veel goedkoper is dan gemiddeld in Nederland, dankzij een veel groter aantal vrijwilligers dan in de veiligheidsregio’s van de andere grote steden. Nu is de rek eruit. Daarom moesten ambities, zoals vastgelegd in bestuursagenda, worden bijgesteld. Daartoe zijn op verzoek van het algemeen bestuur toekomstscenario’s opgesteld. VRU heeft vijf scenario’s opgesteld. Eerst waren dat ‘op orde’, ‘op koers’ en ‘op kop’. Gemeenten hebben daar de scenario’s ‘nullijn’ en ‘-3%’ aan toe laten voegen. 1. Op orde: Bij dit scenario gaat het om de benodigde middelen om de huidige taken te kunnen blijven uitvoeren in de gewijzigde omstandigheden. 2.

Op koers: Dit scenario bevat dezelfde maatregelen als het scenario ‘op orde’, aangevuld met een aantal ambities zoals opgenomen in de vastgestelde bestuursagenda. 3. Op kop: Dit scenario richt zich op versnelling, innovatie en het verder uitbreiden van de maatschappelijke rol van de VRU. 4. Nullijn: zonder extra middelen de benodigde investeringen realiseren. 5. -3%: zonder extra middelen de benodigde investeringen realiseren met daar bovenop een bezuinigingstaakstelling. Deze scenario’s staan kort beschreven in de bijlage ‘Toekomstscenario’s – alle scenario’s toegelicht’. Met uitzondering van het scenario ‘op kop’ zijn hierin ook de financiële gevolgen per scenario benoemd. In september 2025 heeft het algemeen bestuur van de VRU een voorkeur uitgesproken voor het scenario ‘op orde’ en opdracht gegeven om dit scenario verder uit te werken. Dit is gedaan in de bijlage ‘Toekomstscenario’s’. Hierin staat beschreven voor welke taken extra geld nodig is. Om binnen

2

dit scenario zoveel mogelijk te besparen, is ervoor gekozen om enkele zeer gewenste onderwerpen te schrappen als deze niet onvermijdelijk, onoplosbaar of onuitstelbaar worden geacht. Juridische context De kadernota wordt conform artikel 4.3 Gemeenschappelijke Regeling VRU voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. Beslistermijn Een zienswijze kan uiterlijk 9 maart 2026 worden ingediend. Indien deze op tijd is aangeleverd, wordt de zienswijze meegenomen bij het opstellen van de ontwerpbegroting voor 2027. Beoogd effect Het bestuur van de VRU betrekt de zienswijze van gemeente Utrecht bij de besluitvorming over de begroting 2027. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - De voorliggende kadernota heeft betrekking op het vierde jaar van de nieuwe beleidsperiode 2024-2027. Voor deze periode is de gewenste beleidsontwikkeling opgenomen in de Bestuursagenda VRU 2024-2027. Het regionale risicoprofiel vormt de basis voor deze bestuursagenda. De raad heeft 2 december 2022 een reactie gegeven op het Ontwerp-regionaal risicoprofiel 2023 ’Veiligheid in samenspel’ en inbreng meegegeven voor het Beleidsplan 20242027 (Gemeenteraad 1 december 2022, agendapunt 16). Deze zijn vervolgens in juli 2023 vastgesteld.

- Eveneens op 2 december 2022 heeft de raad een instemmende zienswijze gegeven op het Ontwerp wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke Regeling VRU (Gemeenteraad 1 december 2022, agendapunt 17) . De nieuwe Gemeenschappelijke Regeling VRU is op 24 november 2023 in werking getreden. - Op 12 juni 2025 heeft de raad de VRU in een zienswijze laten weten positief te zijn over een nullijn scenario en aangegeven dat een -3% scenario passend is bij onze financiële situatie, maar dat u de consequenties van dergelijke bezuinigingen in termen van veiligheid voor onze stad graag uitgewerkt ziet (Gemeenteraad 12 juni 2025, agendapunt 10). - Op 26 november 2025 is de raad in de gelegenheid gesteld om een webinar van de VRU bij te wonen over de toekomstscenario’s.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De bijgevoegde brief vast te stellen als zienswijze van de raad op de kadernota 2027 en de toekomstscenario’s VRU, waarin de raad aangeeft zich onder voorwaarden te kunnen vinden in: a. de geactualiseerde begroting voor 2026, b. de kaders voor 2027, c. het scenario ‘op orde’, waarbij het gaat het om de benodigde middelen om de huidige taken te kunnen blijven uitvoeren in de gewijzigde omstandigheden.

Argumenten 1.1

Het scenario ‘op orde’ is het minst dure scenario dat geen afbreuk doet aan de veiligheid in de stad Het scenario ‘op orde’ bevat de benodigde middelen om de huidige taken te kunnen blijven doen, in een sterk groeiende regio met veranderende risico’s (zonnepanelen, buurtbatterijen, elektrische auto’s, maatschappelijke onrust in Nederland, geopolitieke onrust in de wereld, klimaatverandering en digitalisering). In de bezuinigingsscenario’s ‘nullijn’ en ‘-3%’ moet de VRU bezuinigen op het primaire proces. Het is niet mogelijk om dit te realiseren zonder brandweerkazernes te sluiten. Om de nullijn of -3% lijn te bereiken zouden onder meer 17 tot 27 van de 70

3

(vrijwilligers)kazernes gesloten moeten worden. Dat betekent dat de brandweer niet meer overal op tijd kan komen. 1.2

De geactualiseerde begroting 2026 bevat nieuwe kosten die onvermijdelijk, onoplosbaar en onuitstelbaar zijn. Het gaat hier o.a. om: - Het verbeteren van de digitale veiligheid, die nu onvoldoende is. (€1,7 miljoen) - Het toevoegen van personeel om de bezetting op de beroepskazernes op orde te krijgen. Door nieuwe regels over hun inzetbaarheid is een andere roosterfactor nodig. (€500.000) - Het duikteam dat aan strengere landelijke vakbekwaamheidsregels moet voldoen. (€44.000) - Microsoft licenties die duurder zijn geworden en andere noodzakelijke software. (€448.000)

1.3

Een analyse van de jaarrekeningen van de VRU toont de onoplosbaarheid van de nieuwe kosten vanaf 2028 niet volledig aan en maakt dat de gemeente meer grip wil krijgen op de VRU-begroting. Een analyse van de jaarrekeningen van de VRU laat oplopende positieve jaarrekeningsaldi zien: in 2023 €4,5 mln en in 2024 €7,3 mln. In de afgelopen jaren zijn deze saldi deels ingezet voor knelpunten binnen de VRU en deels uitgekeerd aan deelnemende gemeenten. Daarnaast valt op dat de VRU moeite heeft om vacatures in te vullen, wat leidt tot onderbestedingen maar ook tot een hoog aandeel externe inhuur. In 2024 betreft het aandeel inhuur 29% (kosten als % van totale loonsom). De VRU slaagt er tot op heden in om dergelijke overschrijdingen zelf financieel op te vangen. Dit gegeven in combinatie met de positieve jaarresultaten roept de vraag op of er realistischer begroot kan worden. Daarom zijn de volgende voorwaarden opgenomen in de zienswijzebrief waarvan het gewenst is deze over 2 jaar te evalueren. - Gemeente Utrecht committeert zich niet aan extra uitgaven bovenop het scenario op orde; - Positieve rekeningresultaten moeten worden teruggestort naar gemeenten; - Meer inzicht in haalbaarheid, planning en risico acceptatie van ICT-uitgaven is noodzakelijk; - De nieuwe indexeringssystematiek moet aansluiten bij de landelijke systematiek en verrassingen voorkomen.

De gemeente zal de ambtelijke beheerorganisatie verstevigen om de grip op deze verbonden partij te versterken en toe te werken naar bestuurlijke besluitvorming waar vooraf al wordt gewerkt aan gedeelde beelden en draagvlak.

Kanttekeningen/Risico’s 1.1

De gevraagde gemeentelijke bijdrage voor 2026 en voor het op orde scenario vanaf 2027 en verder past niet binnen de huidige begroting van het programma Veilige Stad. De VRU vraagt voor 2026 om een aanvullende bijdrage van € 1,7 miljoen van deelnemende gemeenten, waarvan € 0,552 miljoen van de gemeente Utrecht. De VRU heeft dit bedrag nodig voor noodzakelijke uitgaven die niet kunnen wachten tot 2027 (zie argument 1.2), waarmee vooruit wordt gelopen op het toekomstscenario ‘op orde’. Dit bedrag wordt aangevuld met een verwacht positief resultaat van € 1,2 miljoen uit 2025. De benodigde investering voor 2026 is dus in totaal € 2,9 miljoen. Het deel voor de gemeente Utrecht van € 0,552 euro voor 2026 is niet op te vangen binnen het programma Veilige Stad. Dat geldt ook voor de extra bijdrage van 1,434 miljoen die VRU vraagt van de gemeente Utrecht, welke voor 1,226 miljoen euro voortvloeit uit het toekomstscenario ‘op orde’. Deze knelpunten worden daarom betrokken bij de beleidsarme voorjaarsnota.

4

Financiën De gemeentelijke jaarlijkse bijdrage aan de VRU bestaat uit twee onderdelen, namelijk een vergoeding voor het Gezamenlijk basistakenpakket en een veel kleiner Individueel gemeentelijk pluspakket. Deze worden hieronder afzonderlijk toegelicht. Gezamenlijk basistakenpakket De 26 gemeenten binnen de veiligheidsregio Utrecht betalen samen de gezamenlijke kosten. Gemeente Utrecht betaalt als grootste gemeente 32,06% van dit bedrag, conform de nieuwe ijkpuntscores van het Gemeentefonds uit de septembercirculaire 2025. Dit was vorig jaar 32,02%. De bijdrage van gemeente Utrecht zal als gevolg van loon- en prijsaanpassingen stijgen van €35,031 miljoen in 2026 naar €36,793 miljoen in 2027, zo is beschreven in de kadernota 2027. Het toekomstscenario ‘op orde’ leidt tot extra bijdragen waardoor de Utrechtse bijdrage voor het gezamenlijke basistakenpakket in 2026 €35,452 zal bedragen en in 2027 €38,214 miljoen. De financiële gevolgen van dit scenario zullen landen in de ontwerpbegroting voor 2027. Individueel gemeentelijk pluspakket Op verzoek van gemeenten levert de VRU ook diensten aan individuele gemeenten. Hiervoor betalen deze gemeenten een (kostendekkende) vergoeding. De bijdrage voor de gemeente Utrecht voor het individueel gemeentelijk pluspakket stijgt van € 0,583 miljoen in 2026 naar € 0,620 miljoen in 2027 ten gevolge van loon- en prijscompensatie.

Utrecht krijgt hier het volgende voor: - VRU-personeel dat onze 50 geboorde brandputten beproeft - Een tunnelveiligheidsbeambte - Maatwerk op gebied van trainingen en oefeningen, specifiek voor Utrechtse crisisteams - Beheerpakketten op de zeven brandweerposten die van gemeente Utrecht zijn. Totale bijdrage en financiële knelpunten Het gezamenlijk basistakenpakket en het individueel pluspakket zorgen samen voor de volgende totale bijdragen. Deze knelpunten betrekken we bij de beleidsarme Voorjaarsnota 2026. 2025 2026 2027

Gevraagde bijdrage van GU € 33.373.000 € 36.035.000 € 38.834.000

Knelpunt € 0.552 mln € 1.226 mln

In maart 2026 neemt het Algemeen Bestuur VRU nog besluit over enkele aanvullende onderwerpen die niet in de toekomstscenario's zijn meegenomen. Een positief besluit zal de gemeente Utrecht vanaf 2027 €0,208 miljoen extra kosten. Het gaat om kosten voor behoud van de AED-inzet door de brandweer, voor behoud van zes duikteams, voor een extra peloton voor natuurbrandbestrijding en om het opnemen van een volumecomponent in de financieringssystematiek. Dit laatste moet ertoe leiden dat een gemeente meer gaat betalen aan de VRU naarmate de gemeente groeit, om grote sprongen in de gemeentelijke bijdrage, zoals nu wordt gevraagd, te voorkomen. Alles bij elkaar is de prognose van de VRU vanaf 2027 als volgt, waarbij vanaf 2028 nog geen loonen prijsindexatie is verrekend en is uitgegaan van een aandeel van 32% voor gemeente Utrecht. Ook hiervoor is geen dekking beschikbaar binnen het programma Veilige Stad. 2027 2028 2029 2030 2031

Gevraagde bijdrage van GU* € 39.042.000 € 39.292.000 € 39.292.000 € 39.500.000 € 40.875.000

Knelpunt € 1.434 mln € 1.684 mln € 1.684 mln € 1.891 mln € 3.268 mln

* Bijdrage is voor structurele afdekking van het scenario op orde in het gezamenlijk basistakenpakket, plus de kosten voor het gemeentelijk pluspakket, plus een mogelijk positief besluit op behoud AED-inzet, behoud duikteams, extra natuurbrandbestrijding en het invoeren van een volumecomponent.

Vervolg De aan de VRU kenbaar gemaakte zienswijze wordt verwerkt in de ontwerpbegroting 2027 en besproken in de vergadering van het algemeen bestuur VRU op 30 maart 2026. De ontwerpbegroting 5

2027 wordt weer voor zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden, waarna het algemeen bestuur de begroting 2026 op 6 juli 2026 vaststelt.

Samen stad maken Gemeente is aan zet. Over dit voorstel heeft geen samenwerking plaatsgevonden. De ontwerpbegroting 2027 wordt ter inzage gelegd voordat deze wordt behandeld in de raad.

Communicatie Naast het verzenden van de zienswijzebrief is geen aanvullende communicatie voorzien.

Niet referendabel Op dit raadsbesluit is de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht niet van toepassing omdat het een raadsbesluit betreft over stukken van een gemeenschappelijke regeling (artikel 1:2 lid 2 onder i Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming: - Zienswijzebrief toekomstscenario’s en kadernota 2027 VRU Bijlagen informatief: - Aanbiedingsbrief toekomstscenario’s en kadernota VRU - Toekomstscenario’s – alle scenario’s toegelicht - Toekomstscenario’s VRU - Kadernota VRU 2027 - Overzicht prognose gemeentelijke bijdrage meerjarenraming ontwerpbegroting VRU 2027 inclusief IGPP

6

Gemeenteraad Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/gemeenteraad

VERSIE VOOR BESLUITVORMING Dagelijks Bestuur Veiligheidsregio Utrecht L. van Aalst – Veldman Postbus 3154 3502 GD UTRECHT

+Behandeld door

E.L. Peeters

Datum

volgt

Doorkiesnummer

63219

Ons kenmerk

34049082

E-mail

e.peeters@utrecht.nl

Onderwerp

Bijlage(n)

-

Zienswijze toekomstscenario's en kadernota 2027 Veiligheidsregio Utrecht (VRU)

Uw kenmerk

25.0002464

Verzonden

Uw brief van

9 december 2025

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Geachte mevrouw Van Aalst - Veldman, Per brief van 9 december 2025 heeft de secretaris van het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Utrecht (VRU) de Kadernota 2027 aan ons aangeboden met daarin de kaders voor de begroting van 2027 en de geactualiseerde begroting voor 2026. Ook heeft u de uitwerking van de toekomstscenario’s ter zienswijze aangeboden. Daarbij zijn wij in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 9 maart 2026 een zienswijze bij u in te dienen. In deze brief is onze zienswijze verwoord. Voor wij ingaan op de scenario's en de kadernota willen wij u laten weten zeer blij te zijn met het werk dat u doet voor de veiligheid van onze inwoners. De repressieve brandweerinzet, de preventieve inzet bij bouwprojecten en bij de vele evenementen in onze stad, de bestrijding van vijf opgeschaalde incidenten afgelopen jaar en het weerbaar maken van onze stad tegen langdurige stroomuitval vinden wij zeer belangrijk. En we weten dat op de achtergrond nog meer goed werk wordt verricht. Dank daarvoor. De recente explosie in onze binnenstad heeft opnieuw aangetoond hoe belangrijk onze samenwerking is. Vorig jaar hebben we u in onze zienswijzen laten weten dat bezuinigen helaas noodzakelijk is. U heeft daarop uitgewerkt hoe u aan deze bezuinigingen kunt voldoen. Dat kan volgens u alleen door brandweerkazernes te sluiten.

Daardoor zullen de opkomsttijden van de brandweer niet meer aan de norm kunnen voldoen. U vermoedde waarschijnlijk al dat wij dat niet willen. Het algemeen bestuur heeft wat ons betreft dan ook terecht die opties afgewezen. Het eerstvolgende scenario waarbij u in staat bent om de huidige taken te blijven uitvoeren is het op orde scenario. Hoewel dit scenario niet past in onze begroting voor het programma Veilige stad, zien wij ons genoodzaakt toch - onder ondergenoemde voorwaarden - met dit scenario in te stemmen. De veiligheid van onze inwoners mag niet in gevaar komen. Ook met de kadernota 2027, waarin een extra bijdrage voor 2026 wordt gevraagd die eerder nog niet in beeld was, gaan wij node akkoord. Wij begrijpen dat de extra uitgaven voor 2026 onvermijdelijk, onoplosbaar en onuitstelbaar zijn.

Gemeenteraad Datum Ons kenmerk

Volgt 34049082

Wij geven daarbij wel een aantal voorwaarden mee: -

-

-

-

-

Gemeente Utrecht committeert zich niet aan extra uitgaven boven op het toekomstscenario ‘op orde’. Naast het toekomstscenario spelen ook andere vraagstukken waar budgettaire claims uit kunnen volgen, zoals de herstructurering van de huisvesting van de VRU en de indexeringssystematiek. Hiervoor verwachten wij allereerst oplossing binnen de eigen begroting en - indien aan de orde – duidelijke voorstellen die wij separaat kunnen wegen. We verwachten voor volgende jaren dat middelen die (jaarlijks) overblijven worden teruggestort naar gemeenten in plaats van dat er knelpunten mee opgevangen worden. We verwachten dat eventuele knelpunten met aparte voorstellen in de begroting van het volgende jaar worden ingediend, dit in tegenstelling tot het positieve rekeningresultaat van 2025 van 1,2 miljoen dat u benut om knelpunten in 2026 op te vangen. Om de uitgaven op het gebied van ICT- beter te kunnen beoordelen verwachten we een nadere inzichtelijke onderbouwing over de haalbaarheid, planning en risico-acceptatie inclusief een onderscheid in maatregelen welke technisch en/of juridisch strikt noodzakelijk zijn en de maatregelen die niet tot die categorie behoren. Het gaat hier immers om een fors aandeel van de knelpunten, namelijk ruim 2 miljoen in 2026.

Deze bedragen nemen de komende jaren toe en we verwachten dit jaar een scherpe analyse én herziene voorstellen in de volgende kadernota 2028. De nieuwe indexeringssystematiek waar u aan werkt moet aansluiten bij de landelijke systematiek (gemeentefonds) en verrassingen voorkomen. De financiële implicaties hiervan zijn op dit moment nog niet te overzien. We verwachten dat dit traject in nauwe samenwerking met gemeenten wordt ingestoken en dat de financiële gevolgen tijdig bestuurlijk in beeld worden gebracht. Over 2 jaar willen we evalueren hoe het staat met het scenario op orde. Om na te gaan of aan bovengenoemde randvoorwaarden is voldaan en of dit leidt tot financiële bijsturing.

We zijn uiteraard bereid om nauw met u samen te werken om aan deze voorwaarden te kunnen voldoen. De bedrijfsvoering van gemeente Utrecht ten aanzien van de VRU zal hiertoe worden verstevigd. Samen met u willen we toe naar bestuurlijke besluitvorming waar vooraf al wordt gewerkt aan gedeelde beelden en draagvlak. Hoogachtend, Gemeenteraad van Utrecht,

de griffier, Miguel Israel

de voorzitter, Sharon A.M. Dijksma

2/2

Aan de gemeenteraden in de Veiligheidsregio Utrecht

Datum 9 december 2025

Uw kenmerk -

Contactpersoon L. van Aalst – Veldman

Onderwerp Zienswijze toekomstscenario’s en Kadernota VRU 2027

Ons kenmerk 25.0002464

Afdeling Bestuurlijke zaken

Geachte raad, In juli 2025 hebben wij u bij de aanbieding van de financiële stukken al meegenomen in de actuele ontwikkelingen en de toekomstscenario’s van de VRU. Ook hebben wij u op 26 november 2025 tijdens een webinar bijgepraat over de toekomstscenario’s. Mocht u niet in de gelegenheid geweest zijn om het webinar bij te wonen, dan bieden wij u de mogelijkheid om deze via de volgende link terug te kijken: webinar toekomstscenario’s. Bij deze brief bieden wij u de uitwerking van de toekomstscenario’s ter zienswijze aan. Daarnaast ontvangt u hierbij de kadernota VRU 2027 met daarin de financiële kaders voor de begroting van 2027 als de geactualiseerde begroting voor 2026. Ook daarover nodigen wij u uit uw zienswijze kenbaar te maken aan het bestuur van de VRU. Zowel over de toekomstscenario’s als over de kadernota is op 1 december 2025 unaniem een besluit genomen door het algemeen bestuur. Toekomstscenario’s De klassieke rol van de veiligheidsregio is die van brandweerorganisatie gericht op blussen en redden en als adviseur met specifieke expertise ten aanzien van brandveiligheid. Brandbestrijding is steeds complexer geworden. De woningbrand blijft, maar het blussen van zonnepanelen, elektrische auto’s en buurtbatterijen is erbij gekomen. Hierdoor neemt het risico op brand toe en ook de wijze waarop de branden bestreden worden wijzigt.

Incidentbestrijding is al lang niet meer het enige wat van ons gevraagd wordt. Langdurige, multidisciplinaire en complexe crises geven ons een andere rol. De wereld verandert. Ontwikkelingen zijn complexer en doen zich steeds sneller en op grote schaal voor. Maatschappelijke onrust in Nederland, geopolitieke onrust in de wereld, klimaatverandering en digitalisering zijn voorbeelden van ontwikkelingen die invloed hebben op onze rol. Maar ook op de verwachting van inwoners en wat zij van ons nodig hebben. Dat heeft gevolgen voor onze taakuitvoering. Daarnaast nemen wettelijke verplichtingen en veiligheidseisen toe. De opgaven waarvoor wij gesteld staan, nemen in risico’s, zwaarte en complexiteit toe. Om onze taakuitvoering goed te kunnen blijven doen, is het nodig dat wij onze organisatie robuust inrichten. Daarbij komt dat onze regio de afgelopen jaren een aanzienlijke groei in het aantal inwoners heeft doorgemaakt en blijft groeien. Ondanks deze ontwikkelingen is de gemeentelijke bijdrage aan de VRU de afgelopen 14 jaar, met uitzondering van de loon- en prijsindexering, vrijwel niet

Adres Archimedeslaan 6 3584 BA Utrecht Post Postbus 3154 3502 GDUtrecht Contact 088 878 1000 info@vru.nl

IBAN NL18BNGH 0285 133 179 BTW NL 8111.97.955B01 KvK 51817330

Veiligheidsregioutrecht Veiligheidsregio_Utrecht @vrutrecht

structureel verhoogd. Nieuwe ontwikkelingen of financiële knelpunten zijn binnen de eigen begroting opgelost. Daarnaast is er sinds de oprichting van de VRU structureel bezuinigd. Dankzij schaalvoordelen, interne ombuigingen en samenwerkingen is het gelukt om meer te doen met minder middelen. Maar de rek is er nu uit. Na 14 jaar bezuinigen en het opvangen van nieuwe ontwikkelingen is er geen financiële ruimte meer in de begroting. In 2023 hebben we onze bestuursagenda vastgesteld voor de beleidsperiode 2024-2027. Hierin hebben we ook onze ambities weergegeven. Maar gezien de beperkte financiële ruimte, bij zowel gemeenten als de VRU, is het nodig om deze ambities bij te stellen. Op het verzoek van het algemeen bestuur zijn op basis van de bestuursagenda toekomstscenario’s uitgewerkt. Bij het in kaart brengen van de verschillende toekomstscenario’s is onder andere in beeld gebracht wat er nodig is om de huidige taakuitvoering in stand te laten. Daarvoor zijn extra middelen nodig en die benodigde investeringen zijn inzichtelijk gemaakt. Ook zijn besparingsopties verkend, waarbij is onderzocht wat er nodig is om een 0% of -3% bezuinigingslijn te behalen. Het algemeen bestuur heeft op 1 december 2025 een besluit genomen over de toekomstscenario’s.

Ten aanzien van de bezuinigingslijnen heeft het bestuur geconcludeerd dat deze direct invloed hebben op de wettelijke taakuitvoering van de veiligheidsregio. Zelfs om de nullijn te bereiken zouden onder meer 27 van de 70 (vrijwilligers)kazernes gesloten moeten worden. Dit heeft consequenties voor de uitvoering van onze wettelijke taak en voor onze opkomsttijden. Daarom heeft het algemeen bestuur unaniem besloten om in te zetten op het op orde scenario. Wat dit scenario inhoudt, en welke middelen daarvoor nodig zijn, wordt hierbij aangeboden. Daarnaast zijn ter informatie ook de andere scenario’s, en de verschillen daartussen, inzichtelijk gemaakt in een aanvullende toelichting die ook bij deze brief wordt aangeboden. Er heeft een gewogen afweging plaatsgevonden van de noodzaak en kosteneffectiviteit van de gevraagde middelen. Ook is daarbij kritisch gekeken naar eventuele mogelijkheden om toch nog te besparen. Ambities en wensen zijn losgelaten, we hebben ons gericht op noodzakelijke vereisten om de taakuitvoering verantwoord voort te kunnen zetten. De maatregelen die gevraagd worden, zorgen er gefaseerd voor dat we vanaf 2030 op orde zijn. We realiseren ons dat het moment lastig is. Gezien de beperkte financiële ruimte bij gemeenten en bij de VRU, liggen er ingewikkelde keuzes voor.

Daarom is er een zorgvuldige afweging gemaakt en de benodigde middelen die gevraagd worden zijn dan ook onvermijdbaar, onoplosbaar en onuitstelbaar. Kadernota VRU 2027 Aan de hand van de kadernota VRU 2027 informeert de VRU de gemeenten over de financiële en beleidsmatige kaders voor de begroting van 2027. Hierbij ligt de nadruk op ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen. De kadernota bevat de reguliere bijstelling van het financiële kader op basis van de gangbare indexeringssystematiek (hoofdstuk 2) en ontwikkelingen (hoofdstuk 3). Hieronder worden de belangrijkste onderdelen uit de kadernota toegelicht.

Onderwerp Zienswijze toekomstscenario’s en Kadernota VRU 2027

Uw kenmerk -

Ons kenmerk 25.0002464

2

10% korting BDuR Met ingang van 2026 heeft het Rijk een korting van 10% op de BDuR doorgevoerd. Voor 2026 hebben we dit incidenteel kunnen opvangen door een onttrekking aan de algemene reserve. Voor 2027 hebben we de gemeentelijke bijdrage moeten verhogen om tot een structureel sluitende begroting 2027 te komen met de mededeling dat we bij de kadernota met voorstellen komen hoe we 10% korting kunnen verwerken. We hebben nu in de kadernota de 10% korting op de BDuR verwerkt zonder dat hiervoor de gemeentelijke bijdrage moet worden verhoogd. We hebben geprobeerd hiermee gemeenten comfort te bieden. We hebben hiervoor de volgende maatregelen getroffen. • De loon-en prijsbijstelling van de BDuR 2025 is verwerkt, deze was aanzienlijk hoger dan begroot en structureel gereserveerd; • De loon-en prijsbijstelling van de BDuR 2026 en 2027 is verwerkt; • Het BDuR-budget voor de versterking van de crisisbeheersing is met 10% verlaagd Loon- en prijsaanpassing De reguliere loon- en prijsaanpassing is berekend. De stelpost voor loonontwikkeling 2025/2026 is naar beneden bijgesteld (van 8,2% naar 7,4%) in afwachting van een nieuwe cao voor de veiligheidsregio’s vanaf 1 augustus 2025. Voor 2027 is eveneens een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen. De stelposten worden afgewikkeld en verrekend met de gemeentelijke bijdrage zodra de cao voor de betreffende begrotingsperiode bekend is.

Dit kan in de toekomst voor gemeenten nog tot voor- of nadelen leiden maar door middel van het toepassen van deze (gangbare) systematiek benaderen we zo goed mogelijk de werkelijke loonontwikkeling. Knelpunten 2026 Bij de behandeling van de ontwerpbegroting van de VRU voor 2026 heeft het dagelijks bestuur voorgesteld om een bedrag van € 4,8 miljoen uit het resultaat van 2024 te reserveren als overbruggingsmaatregel voor de jaren 2026 en 2027. Dit in afwachting van de verdere uitwerking en besluitvorming over de onderwerpen uit de toekomstscenario’s. Het algemeen bestuur heeft besloten om hiervoor geen reserve in te stellen en deze middelen ook niet toe te voegen aan de algemene reserve. Om de noodzakelijke operationele en financiële knelpunten die gerelateerd zijn aan de toekomstscenario’s voor 2026 op te lossen wordt nu een incidenteel bedrag van € 2,9 miljoen gevraagd ter overbrugging. We stellen in de kadernota voor het verwachte positieve rekeningresultaat van € 1,2 miljoen, zoals opgenomen in de tweede bestuurlijke rapportage 2025, hiervoor in te zetten via een onttrekking aan de algemene reserve. De gemeentelijke bijdrage voor 2026 wordt voor het resterend benodigde bedrag incidenteel verhoogd met € 1,7 miljoen.

Relatie met de toekomstscenario’s Besluitvorming over de toekomstscenario’s wordt integraal verwerkt in de ontwerpbegroting VRU 2027 en de geactualiseerde begroting VRU 2026. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdrage zoals opgenomen in de kadernota VRU 2027 in de ontwerpbegroting VRU 2027 wordt aangevuld met het financiële effect van deze besluitvorming. In de kadernota zijn in bijlage 3 de financiële effecten per gemeente inzichtelijk gemaakt. De ontwerpbegroting VRU 2027 wordt, na vaststelling door het algemeen bestuur in maart 2026, voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden.

Onderwerp Zienswijze toekomstscenario’s en Kadernota VRU 2027

Uw kenmerk -

Ons kenmerk 25.0002464

3

Zienswijzen Wij stellen u hierbij in de gelegenheid om uw zienswijze op de uitwerking van het toekomstscenario op orde en op de kadernota VRU 2027 kenbaar te maken aan het bestuur van de VRU. We verzoeken u vriendelijk om dit uiterlijk 3 maart 2026 te doen. U kunt uw reactie richten aan mevrouw Van Aalst – Veldman (directielid VRU met de portefeuille financiën). De ingediende zienswijzen worden besproken tijdens de vergadering van het algemeen bestuur op 30 maart 2026. In deze vergadering worden ook de ontwerpbegroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 behandeld. Na deze bespreking wordt de ontwerpbegroting 2027 ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. Het algemeen bestuur stelt de definitieve begroting 2027 vervolgens vast op 6 juli 2026. Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur,

J.R. Donker secretaris

Onderwerp Zienswijze toekomstscenario’s en Kadernota VRU 2027

Uw kenmerk -

Ons kenmerk 25.0002464

4

Kadernota VRU 2027 Kaders begroting 2027 & geactualiseerde begroting 2026 Algemeen bestuur (vastgesteld 1 december 2025)

1

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Context Opbouw kadernota Proces

4 4 4 4

2 2.1

Financieel kader Verdelingsgrondslag 2.1.1 Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds 2.1.2 Compensatiemechanisme Loon- en prijsontwikkeling 2.2.1 Indexeringsgrondslag 2.2.2 Loonontwikkeling 2.2.3 Prijsontwikkeling FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid Rijksbijdrage Brede doeluitkering Rampenbestrijding Samenvatting mutaties GBTP financieel kader

5 5 5 6 8 8 8 9 11 12 15

Ontwikkelingen Toekomstscenario’s Knelpunten 2026 3.2.1 Autonome ontwikkelingen 3.2.2 Goed werkgeverschap 3.2.3 Voortschrijdend inzicht 3.2.4 Financieel effect knelpunten 2026 Bestuurlijke opdrachten 3.3.1 Doorbelasten liftopsluitingen 3.3.2 Doorbelasten dienstverlening ambulancezorg 3.3.3 Analyse AED-taak 3.3.4 Toekomstbestendigheid waterongevallenbestrijding 3.3.5 Samenwerkingsmogelijkheden 3.3.6 Volumecomponent in financieringssystematiek Overige ontwikkelingen 3.4.1 Visie op huisvesting 3.4.2 Dekkingsplan Samenvatting mutaties GBTP Ontwikkelingen

16 16 16 17 18 18 19 20 20 20 21 21 21 21 22 22 22 23

2.2

2.3 2.4 2.5 3 3.1 3.2

3.3

3.4

3.5

2

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Risico’s Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) Vrijwilligheid brandweerpersoneel Overeenkomst van opdracht (OvO) Rijksbijdrage (BDuR) CAO Regeling voor vervroegd uittreden (RVU) Overige onvoorziene exploitatierisico’s Milieurisico PFAS Vitaalverklaring veiligheidsregio’s Indexeringssystematiek

24 24 25 26 27 27 27 28 28 29

5

Gemeentelijke bijdrage GBTP 2026 en 2027

30

Bijlage 1 – Financieel effect op GBTP per investering van € 1 miljoen

32

Bijlage 2 – Gemeentelijke vergoeding IGPP 2026/2027

33

Bijlage 3 – Meerjarenraming gemeentelijke bijdrage GBTP

34

3

1 Inleiding 1.1

Context

In de Kadernota 2027 schetsen we de financiële en beleidsmatige kaders voor het opstellen van de begroting 2027 en de actualisatie van de begroting 2026, zoals staat in artikel 4.3 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Utrecht. Deze kaders maken deel uit van het proces van begroting en verantwoording (zie figuur 1). Figuur 1: proces begroting en verantwoording VRU

Kaders begroting

Begroting (ontwerp/def)

Actualisatie begroting

Jaarstukken/ jaarrekening

De gemeenten worden in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze over de algemene financiële en beleidsmatige kaders te geven. De zienswijzen betrekken we bij het opstellen van de ontwerpbegroting van 2027 en de geactualiseerde begroting 2026. Voordat het bestuur de begroting definitief vaststelt, wordt deze ook voor zienswijzen aan de gemeenten aangeboden. De gemeenten hebben op deze manier twee momenten om invloed uit te oefenen op de begroting van de VRU.

1.2

Opbouw kadernota

Bij het opstellen van de kadernota ligt de nadruk op de ontwikkelingen die effect hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage. We maken hierbij het volgende onderscheid:   

Technische toepassing van het financiële kader (hoofdstuk 2). Toekomstscenario’s en bestuurlijke opdrachten (hoofdstuk 3). Risico’s (hoofdstuk 4).

In hoofdstuk 5 geven we de effecten uit hoofdstuk 2 en 3 op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) weer. In hoofdstuk 6 brengen we de vergoeding voor het individueel gemeentelijk pluspakket (IGPP) per gemeente in beeld.

1.3

Proces

De kadernota VRU 2027 geeft de kaders voor de begroting 2027 en de actualisatie van de begroting 2026 weer. Besluitvorming hierover vindt in het algemeen bestuur plaats op 1 december 2025. Gelijktijdig ligt nog een aantal voorstellen ter besluitvorming voor, die van invloed zijn op de hoogte van de gemeentelijke bijdrage voor de komende jaren. Dit betekent dat in deze kadernota een aantal pm-posten is opgenomen. De besluitvorming over deze voorstellen, waaronder de toekomstscenario’s, wordt verwerkt in de ontwerpbegroting VRU 2027. (Bijlage 3 van deze kadernota is toegevoegd na besluitvorming door het AB op 1 december 2025.)

4

2 Financieel kader 2.1

Verdelingsgrondslag

2.1.1 Bijstelling ijkpuntscores gemeentefonds De ijkpuntscores van het Gemeentefonds voor het onderdeel ‘Crisisbeheersing en Brandweer’ vormen de basis voor de verdeling van de bijdrage per gemeente voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Dit uitgangspunt is opgenomen in artikel 4.2 A van de Gemeenschappelijke Regeling. In het verdeelmodel voor de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP hebben we de nieuwe ijkpuntscores uit de septembercirculaire 2025 toegepast. In tabel 1 zijn de percentages voor de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting 2026 opgenomen op basis van de septembercirculaire 2025. Tabel 1: verdelingsgrondslag (relatief aandeel ijkpuntscores) gemeentelijke bijdrage GBTP Verdelingsgrondslag bijdrage GBTP Gemeente

Begroting 2026

Amersfoort Baarn

Kaders Mutatie (q) maatstaven

begroting 2026a en 2027

11,41%

0,074%

11,49%

1,85%

-0,009%

1,84%

Bunnik

1,07%

-0,002%

1,07%

Bunschoten

1,30%

-0,008%

1,29%

De Bilt

3,04%

-0,013%

3,02%

De Ronde Venen

3,00%

-0,019%

2,99%

Eemnes

0,65%

0,005%

0,65%

Houten

3,15%

-0,003%

3,15%

IJsselstein

2,15%

-0,013%

2,13%

Leusden

1,98%

0,004%

1,98%

Lopik

0,85%

-0,001%

0,85%

Montfoort U

0,87%

-0,005%

0,86%

Nieuwegein

4,44%

0,059%

4,49%

Oudewater

0,66%

0,007%

0,67%

Renswoude

0,36%

0,001%

0,36%

Rhenen

1,24%

-0,002%

1,24%

Soest

3,15%

-0,002%

3,15%

Stichtse Vecht

4,40%

-0,091%

4,31%

Utrecht

32,02%

0,043%

32,06%

Utrechtse Heuvelrug

3,51%

-0,021%

3,49%

Veenendaal

4,60%

0,037%

4,63%

Vijfheerenlanden

3,73%

0,019%

3,75%

Wijk bij Duurstede

1,59%

-0,008%

1,58%

Woerden

3,52%

-0,023%

3,50%

Woudenberg

0,83%

0,000%

0,83%

Zeist

4,65%

-0,028%

4,62%

TOTAAL

100,00%

0,000%

100,00%

5

Sinds de herijking van het gemeentefonds heet dit subcluster ‘Crisisbeheersing en brandweer’ (voorheen ‘Brandweer en Rampenbestrijding’). De maatstaven in dit subcluster zijn: aantal bedrijfsvestigingen, aantal kernen met minstens 500 adressen, lokale centrumfunctie, omgevingsadressendichtheid en aantal woonruimten. De weging per maatstaf is vastgesteld in de Rijkscirculaire. De maatstaven en weging worden vertaald naar ijkpuntscores per gemeente. Het aandeel van de gemeente Amersfoort, Nieuwegein, Utrecht en Veenendaal is relatief meer toegenomen dan gemiddeld. Het aandeel van de gemeente Stichtse Vecht is verhoudingsgewijs het meest gedaald als gevolg van de afname van het aantal grote woonkernen. 2.1.2 Compensatiemechanisme De financieringssystematiek van de VRU is sinds 2015 gebaseerd op de verdeling van het subcluster ‘Crisisbeheersing en brandweer’ binnen het Gemeentefonds. Hierdoor draagt elke gemeente evenredig bij aan het budget voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP). Bij de vaststelling van dit nieuwe financieringsmodel is afgesproken dat gemeenten geen nadeel mogen ondervinden door de overgang naar dit model. Gemeenten die voordeel behaalden bij de invoering van deze systematiek dragen daarom een deel van hun voordeel af om gemeenten die nadeel ondervinden te compenseren. Dit wordt het compensatiemechanisme genoemd.

Bij het opstellen van de kadernota wordt jaarlijks getoetst of het relatieve aandeel in het budget van de nadeelgemeenten is afgenomen ten opzichte van de ijkpuntscore die is vastgesteld bij de overgang naar het huidige financieringsmodel. Het aandeel van de gemeente IJsselstein is in verhouding tot het basisjaar licht gedaald waardoor het te compenseren nadeel daalt met € 10K. Dit leidt tot een verlaging van de bijdrage van de voordeelgemeenten voor hetzelfde bedrag. Over het geheel gezien heeft dit geen effect op de totale omvang van de gemeentelijke bijdrage. In 2026 ontvangen vier gemeenten nog jaarlijks een compensatie via dit mechanisme: Houten (€341K), IJsselstein (€129K), Nieuwegein (€110K) en Veenendaal (€799K). Het totale nadeel van € 1,4 miljoen wordt gecompenseerd door alle voordeelgemeenten. Op dit moment kent het compensatiemechanisme een open einde, wat betekent dat er geen einddatum voor deze regeling is vastgesteld. Cebeon heeft op verzoek van de bestuurlijke adviescommissie ‘Bedrijfsvoering en financiën’ advies uitgebracht over de afbouw van het compensatiemechanisme. Uit dat advies komt naar voren dat het compensatiemechanisme als open einde-regeling onvoldoende rekening houdt met de kostenontwikkelingen per gemeente.

Dit komt voor het subcluster ‘Crisisbeheersing en brandweer’ binnen het gemeentefonds tot uitdrukking in kostenbepalende structuurkenmerken per gemeente, zoals het aantal woonruimten, de bebouwingsdichtheid en bedrijvigheid. De (ijkpunt)score van gemeenten op deze kenmerken wordt jaarlijks geactualiseerd en op basis hiervan ontvangen gemeenten middelen uit het gemeentefonds. Dit heeft tot gevolg dat de verdeling op basis van de ijkpuntscores met en zonder compensatie nog steeds aanzienlijke verschillen in de gemeentelijke bijdrage tot gevolg heeft. Het advies van Cebeon is dan ook om het compensatiemechanisme af te bouwen. Om grote wijzigingen in de bijdragen per individuele (nadeel-)gemeente te voorkomen, adviseert Cebeon om een ruime overgangsperiode aan te houden.

6

De onderstaande tabel geeft de compensatiebedragen en de mutatie weer. Tabel 2: Mutatie compensatiebedragen per gemeente Bedragen x €1.000

Kadenota 2026

Gemeente

Compensatie 2025a/ 2026

Amersfoort

0

-

0

Baarn

-29

0

-29

Bunnik

-33

0

-33

Bunschoten

-22

0

-22

De Bilt

-125

1

-124

De Ronde Venen

-113

1

-112

Eemnes

-27

0

-27

Houten

341

-

341

IJsselstein

139

-10

129

Leusden

-2

0

-2

Lopik

-58

0

-58

Montfoort

-49

0

-48

Nieuwegein

110

-

110

Oudewater

-31

0

-31

Renswoude

-25

0

-25

Rhenen

-19

0

-19

Soest

-48

0

-48

Stichtse Vecht

-198

1

-196

Utrecht Utrechtse Heuvelrug

Kadernota 2027 Mutatie

Compensatie 2026a/ 2027

0

-

0

-202

1

-200

Veenendaal

799

-

799

Vijfheerenlanden

-212

2

-211

Wijk bij Duurstede

-86

1

-85

Woerden

-39

0

-39

Woudenberg

-33

0

-33

Zeist

-37

0

-37

Totaal

-

-

-

Een voorstel over de afbouw van het compensatiemechanisme wordt separaat aan het bestuur voorgelegd. Ter voorbereiding worden gemeenten gedurende 2026 actief betrokken bij dit proces. De implementatie van de besluitvorming is gepland in de Kadernota VRU 2028.

7

2.2

Loon- en prijsontwikkeling

2.2.1 Indexeringsgrondslag Naar aanleiding van de zienswijzen op de Kadernota VRU 2026 heeft het bestuur van de VRU opdracht gegeven tot een gezamenlijke verkenning naar een werkbare afstemming tussen de prijsaanpassingssystematiek van de VRU en de indexeringssystematiek van de gemeenten (het gemeentefonds). Deze verkenning is gewenst vanwege een wijziging in de indexeringssystematiek van het gemeentefonds, waardoor gemeenten op een andere wijze worden gecompenseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Om invulling te geven aan deze opdracht is er een gezamenlijke werkgroep ingericht met vertegenwoordigers van zowel gemeenten als de VRU. Cebeon participeert hierbij als externe adviseur. De bestuurlijke adviescommissie bedrijfsvoering en financiën fungeert als bestuurlijke stuurgroep. In het najaar van 2025 heeft de werkgroep een eerste analyse van de verschillende methodieken opgesteld. Er worden twee varianten uitgewerkt waarbij de voor- en nadelen, evenals de financiële risico’s van de diverse methodieken en voorstellen, in kaart worden gebracht. Deze worden vervolgens ter toetsing en advisering voorgelegd aan Cebeon. De rapportage van de werkgroep wordt 25 februari 2026 ter oordeelsvorming en besluitvorming voorgelegd aan de bestuurlijke adviescommissie Bedrijfsvoering & Financiën.

2.2.2 Loonontwikkeling We indexeren de loongevoelige, structurele budgetten met het CPB indexcijfer 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers', omdat er voor de komende periode nog geen cao akkoord beschikbaar is. Voor de loonbijstelling volgen we de algemene loonontwikkeling 1. De ontwikkeling van dit indexcijfer en de relatie met de reeds vastgestelde begroting 2026 is weergeven in tabel 3. Tabel 3: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers' en financieel effect op GBTP Loonbijstelling loongevoelige budgetten Jaar

Financieel Bijstelling effect GBTP

Begroting 2026

Kaders 2026a

Kaders 2027

2025 2026

4,8%

4,8%

4,8%

3,4%

2,6%

2,6%

-0,8%

-638

Subtotaal 2026

8,2%

7,4%

7,4%

-0,8%

-638

2027

-

-

5,7%

5,7%

4.881

Subtotaal 2027

-

-

5,7%

5,7%

4.881

8,2%

7,4%

13,1%

4,9%

4.243

Totaal

(x € 1.000)

0,0%

-

1 Bijdrageverordening VRU 2015 artikel 1: ‘de loonontwikkeling conform de Collectieve Arbeidsregeling (CAR) en mutaties in de premieplichtigen

van de werkgever op basis van wet CAR en rechtspositieregeling’.

8

Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is een stelpost voor loonontwikkeling opgenomen, omdat het huidige cao-akkoord tot 1 augustus 2025 loopt en we de omvang van de loonontwikkeling voor de periode daarna nog niet weten. Vooralsnog is er geen zicht op een principeakkoord, omdat de onderhandelingen medio september 2025 door de vakcentrales eenzijdig zijn opgeschort. Eind oktober 2025 hebben de vakcentrales laten weten dat zij de onderhandelingen willen hervatten. Voor het actualiseren van de stelpost voor de loonontwikkeling 2026 is aangesloten bij de meest recente raming van de index 'Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers' uit de macroeconomische verkenning (MEV26). In de vastgestelde begroting VRU 2026 is reeds een stelpost van 8,2% voor de nieuwe cao vanaf 1 augustus 2025 opgenomen. De stelpost voor de loonontwikkeling wordt nu bij de actualisatie van de begroting VRU 2026 met 0,8% verlaagd naar 7,4%. Dit is in lijn met de loonontwikkeling bij gemeenten. Voor 2027 is de loonontwikkeling door het Centraal Planbureau (CPB) op basis van de septembercirculaire 2025 geraamd op 5,7%. De stelpost voor loonontwikkeling verwerken we in de (ontwerp)begroting VRU 2027. De kosten die ten laste van de stelpost loonontwikkeling worden gebracht, komen voort uit de cao en worden uitgewerkt in de CAR(-UWO) Veiligheidsregio’s.

Hierin worden ook de kosten meegenomen die voortkomen uit de invoering van de landelijke ‘Regeling erkenning en aanspraken Posttraumatische Stressstoornis (PTSS) als beroepsziekte’. Deze PTSS-regeling zal op 17 november 2025 worden vastgesteld door het dagelijks bestuur en treedt per 1 februari 2026 in werking. Een klein deel dat ziet op een extra aanvulling voor repressieve vrijwilligers is echter niet opgenomen in de landelijke regelgeving. Na instemming van de Ondernemingsraad is afgesproken dat dit onderdeel van het reeds bestaande coulancebeleid gecontinueerd wordt tot en met 31 december 2028. Het aangepaste coulancebeleid wordt eveneens vastgesteld door het dagelijks bestuur en verwerkt in de begroting van de VRU. De stelpost voor loonontwikkeling wordt na vaststelling van een nieuwe cao voor de veiligheidsregio’s 2 en de bijbehorende (werkgevers)lasten structureel verrekend met de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP, waarbij een eventueel overschot wordt teruggegeven aan gemeenten.3 2.2.3 Prijsontwikkeling Voor de prijsbijstelling van de prijsgevoelige budgetten hanteert de VRU op basis van het gangbare financieel beleid de procentuele mutatie van het indexcijfer ‘Prijs bruto binnenlands product’ (pbbp) zoals gepubliceerd in de meest recente septembercirculaire conform de berekeningen van het CPB4. Dit staat beschreven in artikel 1 sub j van de Bijdrageverordening VRU.

In aansluiting op de gegeven indices die het Rijk heeft opgenomen in de septembercirculaire voor het gemeentefonds, hebben wij de indexatie van specifiek de investeringsbudgetten gebaseerd op het (doorgaans lagere) CPB indexcijfer ‘prijs bruto overheidsinvesteringen’ (iboi)5.

2 De huidige CAO voor de veiligheidsregio’s kent een looptijd tot 1 augustus 2025.

3 Een eventueel tekort wordt via de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP doorbelast aan gemeenten 4 Prijsindexen CPB MEV 2025 (m.b.t. 2025) en CEP 2024 (m.b.t. 2023,2024,2026).

5 Voor het eerst gepubliceerd in tabel 4.2.2 van de septembercirculaire 2023 en direct toegepast in de gerelateerde Kadernota VRU 2025.

9

Op basis van bestaand beleid vindt jaarlijks een correctie plaats aan de hand van de geactualiseerde cijfers over de voorliggende twee jaren ten opzichte van de begroting. Zo indexeren we nooit te veel of te weinig en sluiten we zo goed mogelijk aan op de werkelijke prijsontwikkeling. De ontwikkeling van de prijsindexcijfers (pbbp en iboi) en de relatie met de vastgestelde begroting 2026 inclusief bijstelling is weergeven in respectievelijk tabel 4 en 5. Tabel 4: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto binnenlands product (pbbp)' en financieel effect op GBTP Prijsbijstelling algemene prijsgevoelige budgetten Jaar

Financieel Bijstelling effect GBTP

Begroting 2026

Kaders 2026a

Kaders 2027

2024

4,0%

5,1%

5,1%

1,1%

288

2025 2026

2,7%

3,6%

3,6%

0,9%

236

2,6%

2,5%

2,5%

-0,1%

-26

Subtotaal 2026

9,3%

11,2%

11,2%

1,9%

498

(x € 1.000)

2027

-

-

2,5%

2,5%

668

Subtotaal 2027

-

-

2,5%

2,5%

668

9,3%

11,2%

13,7%

4,4%

1.166

Totaal

Tabel 5: Ontwikkeling CPB indexcijfer 'Prijs bruto overheidsinvesteringen (iboi)' en financieel effect op GBTP Prijsbijstelling investeringsbudgetten Jaar

Financieel Bijstelling effect GBTP

Begroting 2026

Kaders 2026a

Kaders 2027

2024

3,0%

3,5%

3,5%

0,5%

70

2025 2026

2,3%

3,3%

3,3%

1,0%

139

2,2%

2,5%

2,5%

0,3%

42

Subtotaal 2026

7,5%

9,3%

9,3%

1,8%

251

(x € 1.000)

2027

-

-

2,5%

2,5%

354

Subtotaal 2027

-

-

2,5%

2,5%

354

7,5%

9,3%

11,8%

4,3%

605

Totaal

10

2.3

FLO-overgangsrecht en tweede loopbaanbeleid

Het financiële kader van de lasten van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) met betrekking tot het overgangsrecht bestaat uit een structurele en een incidentele component. Schommelingen in de kostenprognose worden geëgaliseerd via de bestemmingsreserve ‘Lasten FLO-overgangsrecht’. De actualisatie van de kostenprognose is verwerkt in de kaders voor de meerjarenraming van de begroting 2027 en de geactualiseerde begroting van 2026. Op basis van de huidige inzichten en cao-afspraken over het FLO-overgangsrecht zien we geen aanleiding het huidig meerjarig financiële kader bij te stellen. De huidige cao kent een looptijd tot 1 augustus 2025. Na vaststelling van een volgende cao maken we een nieuwe doorrekening, die ook met terugwerkende kracht een financieel effect genereert. Daarna kunnen we bepalen welke structurele financiële ruimte we verwachten in relatie tot de afbouw van de lasten voor het FLO-overgangsrecht. Dit doen we in samenhang met de landelijke afspraken over het tweede loopbaanbeleid. In 2021 is hiervoor een vierjarig onderzoek gestart door de Universiteit Maastricht in opdracht van het Landelijk Overleg Brandweer Arbeidsvoorwaarden (LOBA). Dit onderzoek moet de basis vormen voor herziening van het tweede loopbaanbeleid en wordt afgerond in 2026. Besluitvorming wordt in de tweede helft van 2026 verwacht.

Dit betekent dat we de budgetten voor het FLO-overgangsrecht bij het opstellen van de kaders voor de begroting 2027 en geactualiseerde begroting 2026 nu alleen verhogen met de reguliere loon- en prijsaanpassing. In tabel 6 is de geactualiseerde meerjarenraming voor het FLOovergangsrecht weergegeven. Tabel 7 geeft een actueel inzicht in het financiële effect op de gemeentelijke bijdrage voor het gezamenlijk basistakenpakket (GBTP) voor het jaar 2026 en 2027. Tabel 6: meerjarenraming FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan 2026-2030 Bedragen x € 1.000

Meerjarenraming FLO overgangsrecht en tweede loopbaan

2026

2027

2028

2029

2030

Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

2.948

3.091

3.091

3.091

3.091

Storting/ onttrekking reserves FLO-overgangsrecht

215

66

66

66

66

Storting/ onttrekking reserves FLO-tweede loopbaan

183

189

189

189

189

3.346

3.346

3.346

3.346

3.346

Lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

2.911

2.988

2.988

2.988

2.988

Storting/ onttrekking reserves FLO-overgangsrecht

250

350

350

350

350

Storting/ onttrekking reserves FLO-tweede loopbaan

183

189

189

189

189

Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026a en 2027

3.344

3.527

3.527

3.527

3.527

Mutatie structurele lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

-2

181

181

181

181

Begroting 2026

Lasten FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026 Begroting 2026a en 2027

De actualisatie van de meerjarenraming leidt niet tot een mutatie van de gemeentelijke bijdrage. Begin 2026 wordt de kostenprognose voor de FLO nog geactualiseerd en als incidentele mutatie budgetneutraal verwerkt in de geactualiseerde begroting 2026 en ontwerpbegroting 2027.

11

Tabel 7: Financieel effect mutatie lasten FLO-overgangsrecht Bedragen x € 1.000

FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

Financieel effect 2026a en 2027 Begroting 2026

Kaders 2026a

Kaders 2027

3.346

3.346

3.346

-

3.344

3.527

Mutatie lasten FLO-overgangsrecht en tweede loopbaan

-

-2

181

Correctie loon- en prijsaanpassing *

-

2

-181

Financieel effect op gemeentelijke bijdrage (GBTP)*

-

-

-

FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan begroting 2026 FLO-overgangsrecht & 2e loopbaan kaders 2026a en 2027

*De loon- en prijsaanpassing met betrekking tot de FLO-lasten is onderdeel van de totale loon- en prijsaanpassing (zie paragraaf 2.2.2 en 2.2.3). Om dubbeltelling te voorkomen is een correctie toegepast.

De lasten voor het FLO-overgangsrecht volgen de loonontwikkeling conform de cao-afspraken. We indexeren het structureel FLO-budget op dezelfde wijze als de overige loon- en prijsgevoelige budgetten.

2.4

Rijksbijdrage Brede doeluitkering Rampenbestrijding

Op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking in het regeerprogramma is de rijksbijdrage Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vanaf 2026 met 10% gekort voor alle veiligheidsregio’s. In de voorjaarsnota 2025 van het Rijk is de korting van 10% niet gerepareerd. De korting is evenredig over alle onderdelen van de BDuR toegepast. De omvang van de rijksbijdrage BDuR voor de VRU bedraagt voor 2026 volgens de laatste prognose6 € 14,1 miljoen. Hierin is de structurele korting van 10% (€ 1,4 miljoen) verwerkt. Na verrekening met de eerder gereserveerde stelpost voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) van de BDuR (€ 0,4 miljoen), leidt dit zonder aanvullende maatregelen vanaf 2026 tot een structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor het GBTP (€ 1,0 miljoen)7. Voor het jaar 2026 is ter dekking van deze verhoging een incidentele onttrekking aan de bedrijfsvoeringsreserve (algemene reserve) begroot. In de meerjarenraming van de vastgestelde begroting 2026 is vanaf 2027 een verhoging van het GBTP opgenomen. Om te voorkomen dat de gemeentelijke bijdrage met ingang van 2027 structureel moet worden verhoogd stellen we nu de volgende maatregelen voor.

6 Te verwachten BDuR-rijksbijdrage voor 2026 conform de BDuR-junibrief 2025

7 In de meerjarenraming van de vastgestelde begroting VRU 2026 is een verhoging van het GBTP met € 1,1 miljoen opgenomen als gevolg van de

resterende korting van 10% op de BDuR. Dit bedrag is in de kadernota VRU 2027 naar beneden bijgesteld naar € 1 miljoen (€ 986K).

12

Tabel 8: maatregelen korting 10% rijksbijdrage BDuR Bedragen x € 1.000

Financieel effect GBTP

Brede doeluitkering Rampenbestrijding

2026

2026a 2027 incl.LPO '25 structureel

Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR (excl. korting van 10%)

14.923

15.453

15.453

Rijksbijdrage Brede Doeluitkering BDuR (incl. korting van 10%)

13.433

14.065

14.065

10% korting BDuR Invulling 10% korting structureel (surplus LPO 2024)

1.490

1.388

1.388

-402

-402

-402

Restant 10% korting

1.088

986

986

10% korting BDuR-budget versterking crisisbeheersing

-

-334

-334

Surplus LPO BDuR 2025

-

-305

-305

Mutatie stelpost LPO BDuR 2026 (stelpost van 225K naar 285K) Stelpost LPO BDuR 2027 (2%)

-

-60

-60

-

-

-287

Aanvullende maatregelen kadernota VRU 2027

-

-699

-986

-1.088

-287

-

-

-

-

Aanvullende maatregelen Kadernota VRU 2027:

Dekking '10% korting' incidenteel (onttrekking algemene reserve) Nog in te vullen korting BDuR

Bij vaststelling van de begroting VRU 2026 is uitgegaan van een korting van € 1,49 miljoen op de BDuR (10%). In de ‘BDuR-junibrief’ van het Rijk is de omvang van de korting berekend op € 1,39 miljoen. Dit betekent dat het restant van de korting dat nog moet worden ingevuld € 1 miljoen bedraagt. De 10% korting is op het totaal van de rijksbijdrage BDuR toegepast en daarmee ook doorgevoerd op de extra middelen die via de BDuR aan alle veiligheidsregio’s zijn toegekend voor de versterking van de crisisbeheersing. Het geoormerkte budget voor de VRU voor de versterking van de crisisbeheersing van € 3,3 miljoen is gefaseerd over de jaren 2023-2026 toegekend. We stellen nu voor om de korting van 10% vanaf 2026 vooralsnog conform de systematiek van het Rijk ook op dit budget toe te passen (€ 334K). Met het Rijk wordt gesproken over compensatie voor de korting op de BDUR-gelden. Dit is van belang omdat het Rijk veel vraagt van de Veiligheidsregio's in het kader van crisisbeheersing, bijvoorbeeld als het gaat om veerkracht en weerbaarheid. Hoewel het Rijk niet voornemens is om de korting ongedaan te maken, is het Rijk wel voornemens middelen ter beschikking te stellen voor veerkracht en weerbaarheid. Met deze middelen kan de versterking van crisisbeheersing doorgang vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5af0d6fa-2429-4405-a7bd-77f865915cf5