Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 30 januari 2024 1
1.1 2
2.1
Herontwikkeling IBB Tijd: 19.30 - 20.30 uur Locatie: Oude stadhuis Beleidsveld: Wonen en volkshuisvesting / Wethouder: Dennis de Vries Agendeerders: Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Maarten Koning (D66), Titus Stam (PvdA), Tess Meerding (VVD), Jantine Zwinkels (CDA), Pepijn Zwanenberg (GroenLinks), Charlotte Passier (Volt), Lenno van Straalen (ChristenUnie) Motivatie: Het tekort aan studentenhuisvesting in Utrecht is al vele malen aan bod geweest in de raad. Samen met partners uit de stad is het Actieplan Studentenhuisvesting opgesteld, waarin onder meer de ambitie is uitgesproken om 5300 woningen toe te voegen tot 2030. Een van de plannen van de SSH om meer woningen voor studenten toe te voegen is de herontwikkeling van de IBB. Hier zouden zij in eerste instantie in 2025 mee beginnen, echter kreeg de raad in juli bericht dat deze ontwikkeling uit wordt gesteld naar 2030. We gaan graag in gesprek over de factoren die meespelen bij het besluit tot uitstel van de ontwikkeling, en op hoe wij het tempo van het realiseren van studentenwoningen hoog kunnen houden. Het doel van deze RIB is het spreken met de gemeente, de SSH en Jebber over de uitgestelde herontwikkeling van de IBB, en te kijken naar hoe de ambities over de woningaantallen zoals gesteld in het actieplan studentenhuisvesting waargemaakt kunnen worden.
De agendeerders willen graag dat de herontwikkeling eerder dan 2030 start, en willen weten wat hiervoor nodig is. De RIB willen we onderverdelen in drie blokken waarbij de volgende partijen willen uitnodigen. Aftrap en toelichting (5 min) Uitleg huidige situatie herontwikkeling en toelichting ambitie actieplan studentenhuisvesting (30 min) SSH/Jebber Gemeente Urgentie en probleem (15 min) VIDIUS Woningzoekenden Woonbestuur/Huidige bewoners IBB Uitloop, discussie en vragen (10 min) HerontwikkelingIBB-Concept-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemersWEB Presentatie-RIB-Herontwikkeling IBB-door-GU Raadsbrief “Herontwikkeling IBB Studentencomplex” Raadsbrief “Herontwikkeling IBB Studentencomplex” Schriftelijke vragen 160 “Herontwikkeling IBB studentencomplex” Segregatiemonitor Tijd: 19.30 - 20.45 uur Locatie: Oude stadhuis Beleidsveld: Onderwijs / Wethouder: Eelco Eerenberg Agendeerders: Ilse Raaijmakers (PvdA), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Berdien van der Wilt (D66), Joram van Velzen (Student & Starter), Derk van Bergen (ChristenUnie) Motivatie: Het tegengaan van segregatie in het onderwijs is voor de fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter, VVD en ChristenUnie een belangrijk doel. De segregatie in Utrecht is groot. De buurt waarin je opgroeit, de scholen die je bezoekt zijn van invloed op de kansen in je leven.
Ook in de Utrechtse raad wordt dit al lang gezien als probleem, maar oplossingen zijn niet makkelijk gevonden. Segregatie is echter van zoveel invloed dat mede daarom door een meerderheid in de raad gevraagd te starten met een segregatiemonitor om te volgen hoe het met segregatie gesteld is en welke interventies effectief zijn om segregatie tegen te gaan. Deze monitor is er nu. De vraag is tot welke acties deze monitor leidt en hoe die acties segregatie tegengaan. Daarover willen fracties spreken tijdens een RIB met betrokkenen en deskundigen zodat duidelijk is welke stappen gezet kunnen worden om segregatie tegen te gaan, welke het college van plan is te nemen, welke doelen worden gesteld en hoe dit behaald moeten gaan worden. Vervolgens voeren deze fracties daarover in de commissie het debat. Segregatiemonitor-Concept-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemersWEB RIB-Segregatiemonitor-Presentatie-Kenniscentrum Gemengde Scholen Debat Segregatie in het onderwijs Dossier 3872 voorblad Raadsbrief Segregatiemonitor Primair Onderwijs 2020-2021 Segregatiemonitor basisonderwijs 2020-2021
Herontwikkeling IBB Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren Vervolg
30 januari 2024 Fred Dekkers 19.30 – 20.30 uur Zaal Bespreken raadsbrief Gesprek tussen raadsleden en aanwezigen Dennis de Vries Twee ambtenaren Dit onderwerp is nog niet geagendeerd voor een debat in de gemeenteraad. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook 1 Deelnemer, BoKS (huurdersvertegenwoordiging van de SSH) 1 Deelnemer, SSH 2 Deelnemers, Solgu en U op Leeftijd 2 Deelnemers, VIDIUS Studentenunie
Links naar Deelnemers
Programma 1. Aftrap en toelichting (5 min) 2. Uitleg huidige situatie herontwikkeling en toelichting ambitie actieplan studentenhuisvesting (30 min) a. Presentatie gemeente b. Presentatie SSH 3. Urgentie en probleem (15 min) a. Presentatie VIDIUS b. Presentatie BoKS 4. Uitloop, discussie en vragen (10 min)
Motivatie Agendeerders Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Maarten Koning (D66), Titus Stam (PvdA), Tess Meerding (VVD), Jantine Zwinkels (CDA), Pepijn Zwanenberg (GroenLinks), Charlotte Passier (Volt), Lenno van Straalen (ChristenUnie) Motivatie
1
Het tekort aan studentenhuisvesting in Utrecht is al vele malen aan bod geweest in de raad. Samen met partners uit de stad is het Actieplan Studentenhuisvesting opgesteld, waarin onder meer de ambitie is uitgesproken om 5300 woningen toe te voegen tot 2030. Een van de plannen van de SSH om meer woningen voor studenten toe te voegen is de herontwikkeling van de IBB. Hier zouden zij in eerste instantie in 2025 mee beginnen, echter kreeg de raad in juli bericht dat deze ontwikkeling uit wordt gesteld naar 2030. We gaan graag in gesprek over de factoren die meespelen bij het besluit tot uitstel van de ontwikkeling, en op hoe wij het tempo van het realiseren van studentenwoningen hoog kunnen houden. Het doel van deze RIB is het spreken met de gemeente, de SSH over de uitgestelde herontwikkeling van de IBB, en te kijken naar hoe de ambities over de woningaantallen zoals gesteld in het actieplan studentenhuisvesting waargemaakt kunnen worden. De agendeerders willen graag dat de herontwikkeling eerder dan 2030 start, en willen weten wat hiervoor nodig is. De RIB willen we onderverdelen in drie blokken waarbij de volgende partijen willen uitnodigen. 5. Aftrap en toelichting (5 min) 6. Uitleg huidige situatie herontwikkeling en toelichting ambitie actieplan studentenhuisvesting (30 min) a. Gemeente b. SSH 7. Urgentie en probleem (15 min) a. VIDIUS b. BoKS 8.
Uitloop, discussie en vragen (10 min)
Bijdrage Deelnemer, BoKS (huurdersvertegenwoordiging van de SSH) BoKS zat tijdens een groot deel van dit proces hierover samen met de SSH & Gemeente als 3e partij aan tafel namens de huurders. Wij zijn zeer bekend met niet alleen de huidige situatie en het nijpende tekort/urgente probleem, maar ook hoe, in onze ogen als 3e partij met soms iets meer afstand, dit probleem door fouten in het proces en systeem is ontstaan, en welke lessen de Gemeente(raad) hier uit kan trekken om dit proces te verbeteren. Graag zouden wij dit perspectief tijdens de RIB uitgebreid toelichten en waar nodig vragen beantwoorden. Deelnemer, Solgu en U op Leeftijd Wij zullen bij de RIB aanwezig zijn namens Solgu. We hebben enkele aanvullende vragen: Hoe kan de gemeente regiehouden op realisatie van voldoende woningen van voldoende kwaliteit voor studenten met een beperking (‘mindervalide’)? Toegankelijkheid is nog algemeen geformuleerd in de bouwenvelop en nog niet concreet gemaakt. Het volgen van het bouwbesluit is volstrekt onvoldoende om toegankelijkheid te bereiken. Solgu stelt een werkwijze conform Utrecht Standaard Toegankelijk voor. Solgu wil dat alle woningen minimaal rolstoelbezoekbaar worden gemaakt zoals in Utrecht de afspraak is. Daarnaast gebruiken niet alle studenten met een beperking een rolstoel.
Denk ook aan huisvesting voor studenten met chronische onzichtbare beperkingen waarbij de studentenwoning aan specifieke eisen moet voldoen. Wordt bij de ontwikkeling van de studentenwoningen ook rekening gehouden met studenten met
2
andere beperkingen?
3
Herontwikkeling IBB complex
30 januari 2024
Indeling presentatie 1. Toelichting studentenhuisvesting in Utrecht 2. Proces voorgenomen herontwikkeling IBB Complex in Rubenskwartier
Studentenhuisvesting in Utrecht • Covenant Studentenhuisvesting en Actieplan Studentenhuisvesting: Q2 2024 stand van zaken brief -Informatie over voortgang gelijktijdig met het MPR • Bijna 3.700 studenteneenheden, waarvan 1.400 onzelfstandig, in de planvoorraad (Peilstok, 2023) • Sociale huur = corporatiehuur. Studentenhuisvesting= sociale huur • De SSH is bij veel projecten de ontwikkelaar of de (beoogde) afnemer. • Onzelfstandige eenheden realiseren blijft een hele grote uitdaging - Lobby modernisering puntensysteem voor kamers (WWSO)
Gebied Rubenskwartier: meerdere initiatieven Vanaf 2020: • Diakonessenhuis transformatieopgave • SSH IBB-laan 1300 + 700 • UMC Zusterflats: 180 + 50+ • IBB hof: toevoegen winkels en woningen + 60 • De kwekerij: +1168 • Gemeente: openbare ruimte Verdubbeling aantal woningen heeft grote impact: ruimtelijk programmatische verkenning
Ruimtelijk programmatische verkenning Verkenning met alle initiatiefnemers:
• Wat is de impact van de verdichting, meer bewoners, intensiever gebruik openbare ruimte en voorzieningen? • Welke kansen voor meerwaarde door samenwerking (parkeren, energie, toevoeging gebouwd programma, functiemenging) ? • Inzet: versnellen van planproces • Vervolgstap: Idocs voor deelprojecten
Uitkomst: de meerwaarde van samenhang • Aandachtspunten: • Aantrekkelijke woonomgeving (vergroenen, verbinden) • Gemengd stedelijk gebied (divers programma) • Onderzoek Parkeren: • Gebouwde oplossingen bieden mogelijkheden voor verdichten en vergroenen. • Halvering van aantal parkeerplaatsen is mogelijk door dubbelgebruik • Onderzoek Energie: • Stedin gasleidingen vervangen in 2026, gebied gasloos? • Energieuitwisseling tussen gebruikers is kansrijk • Gebruik bodemwarmte vraagt om gecombineerde oplossingen. • Financien: • Individuele oplossingen (energie, parkeren) zijn kostbaar • Subsidie bij gebiedsgerichte aanpak vanwege synergie kansrijker
Vervolg na RIB en cie. Wonen maart 2023 • April: concept intentiedocument naar initiatiefnemers Verkenning met 2 scenario’s • Op eigen plot met bijbehorende beleidsuitgangspunten • Gebiedsontwikkeling met samenhangende keuzes
• Mei: besluit SSH om herontwikkeling IBB uit te stellen tot 2030 • Juni: gesprek met SSH over vervolg • Juli: raadsbrief • Sept: beantwoording SV
Stand van zaken Rubenskwartier • Initiatiefnemers maken pas op de plaats • Fase 4 van de Kwekerij wordt gestart; oplevering 2027/2028 • Gemeente start met IPvE/FO openbare ruimte • Gemeente wil graag starten met initiatiefnemers
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
behandeld door
G.J.H. van Dam
Datum
5 juli 2023
Doorkiesnummer
030 2862612
Kenmerk
11264023
ge.van.dam@utrecht.nl
Onderwerp
Herontwikkeling IBB studentencomplex
Bijlage(n)
-
Beleidsveld
Ruimtelijke Ordening
Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren wij u over het besluit van Stichting Studenthuisvesting (SSH) om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex uit te stellen met minimaal 5 jaar (van 2025 naar 2030). Koerswijziging voor IBB complex door SSH. Op 16 mei heeft SSH ons geïnformeerd dat zij het besluit heeft genomen om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex uit te stellen tot in ieder geval 2030. Dit besluit kwam voor ons onverwacht omdat zij eerder juist aandrongen op het maken van tempo. SSH geeft hiervoor een aantal redenen aan. De belangrijkste redenen waarom SSH dit besluit heeft genomen zijn o.a. de verslechterde marktomstandigheden zoals oplopende rente en hoge bouwkosten. SSH heeft zich daarom genoodzaakt gevoeld om de projectenportefeuille opnieuw tegen het licht te houden en prioriteiten te bepalen. Een tweede belangrijke reden die SSH aangeeft is de betaalbaarheid van de studentenkamers aan de IBB laan, welke nu tot het goedkoopste aanbod van SSH behoren en voorzien in een grote behoefte. De huidige bouwkosten en de druk op de investeringscapaciteit van SSH maakt dat SSH naar eigen zeggen niet de beoogde kwaliteitsslag kan maken zonder dat dit ten koste gaat van de betaalbaarheid van de kamers.
Naast deze redenen voor hun besluit is SSH van mening dat het proces van herontwikkeling ingewikkelder wordt omdat de gemeente samenhang ziet tussen de herontwikkeling van het IBB complex en de andere ruimtelijke ontwikkelingen in het Rubenskwartier. Wens en inzet gemeente om tempo te maken Begin dit jaar gaf SSH nog aan dat zij juist tempo willen maken met de herontwikkeling. In de raadsinformatiebijeenkomst van 14 maart 2023 en het debat in de commissie Wonen van 23 maart 2023 heeft de raad aangedrongen op het maken van tempo en aangegeven dat de toename van studenteneenheden in dit gebied een belangrijk onderdeel is van de opgave voor de stad vanwege het tekort aan studentenwoningen.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
5 juli 2023 11264023
Wij hebben tijdens de raadscommissie toegezegd tempo te maken bij de planontwikkeling van de projecten in het Rubenskwartier. Om hieraan tegemoet te komen hebben wij een voorstel gedaan om gezamenlijk met de partijen onderzoek te doen naar samenhang en de verbindende elementen in de gebiedsontwikkeling (middels een IDOC). Daarnaast is er ook ruimte om zelf onderzoek te doen naar een geheel eigen ontwikkeling op eigen kavel. Zo ontstaat een proces dat maximale flexibiliteit biedt om samen goede keuzes te maken en te onderzoeken of en zo ja op welke onderdelen partijen meerwaarde zien in gemeenschappelijke elementen en zo niet hoe partijen hun initiatief wel haalbaar op eigen kavel kunnen realiseren, waarbij ook de impact op de omgeving is meegewogen. Onze inzet is om met dit proces gezamenlijk snel goed onderbouwde afwegingen te kunnen maken op basis van welke principes de planrealisatie verder wordt uitgewerkt. Vanwege het besluit van SSH is dit voorstel om samen versneld tot keuzes te komen over de richting niet meer met SSH besproken. Onze inzet naar aanleiding van het raadsdebat in de commissie Wonen van 23 maart 2023 om tempo te maken met de planontwikkeling heeft hun besluit om dit project uit te stellen niet veranderd, omdat de afwegingen door SSH zijn gemaakt op de gehele portefeuille.
Wij vinden het jammer dat SSH dit besluit over het IBB complex heeft genomen omdat we bij de herontwikkeling van het IBB complex potentie zien om de noodzakelijke (netto) groei van het aantal studenteneenheden te realiseren. Wij hebben daarom contact opgenomen met SSH om te verkennen of we ondanks dit besluit toch alvast het planproces kunnen opstarten om de randvoorwaarden van de toekomstige herontwikkeling van het IBB complex uit te werken. SSH heeft aangegeven dat ze in de komende periode een aantal scenario’s voor de toekomst van het IBB gaat verkennen. Dit richt zich in eerste instantie op de wijze waarop het complex op de juiste wijze langer verhuurd kan worden. Het doel van SSH is om na 2030 het kameraanbod te vernieuwen en/of uit te breiden, de woonlasten laag te houden en de sfeer van het complex met haar eigen unieke identiteit te behouden. Vervolgstappen Vanwege de grote behoefte aan studentenhuisvesting zullen wij onderzoeken wat de heroriëntatie van SSH op de portefeuille betekent voor de ontwikkelingen in onze stad. Hierover zullen wij na de zomer de raad informeren. Op korte termijn vervolgen wij de gesprekken met de andere initiatiefnemers in dit gebied om vervolgens gezamenlijk te bepalen hoe wij het planproces gaan vormgeven en waar samenwerking in dit proces wenselijk is.
De samenwerking in het Rubenskwartier heeft als doel dat de partijen meerwaarde zien bij de condities waarin het toevoegen van programma plaatsvindt in een kwalitatief goede leef- en verblijfsomgeving en tegelijkertijd niet belemmerend werkt in het realiseren van de verschillende individuele belangen. Met dit basisprincipe als uitgangspunt hopen wij op korte termijn met de overige partijen overeenstemming te bereiken hoe wij met elkaar het planproces gaan inrichten. SSH heeft aangegeven graag op de hoogte te willen blijven van de ontwikkelingen in het gebied en mogelijk op onderdelen, zoals bij de verkenning van een collectieve parkeervoorziening en de herinrichting van de omliggende straten, samen op te trekken.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
de secretaris,
5 juli 2023 11264023
de burgemeester,
3/3
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2023, NUMMER 160
Datum Van Behandeld door Doorkiesnummer E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
29 september 2023 College B&W Cecile van Dijck 14030 Cecile.van.dijck@utrecht.nl 11641247 Wonen en Volkshuisvesting
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2023 nummer 160 van Ruben Snijder en Annemarijn Oudejans (Student & Starter), Maarten Koning (D66), Titus Stam (PvdA), Tess Meerding (VVD), Rik van der Graaf (CU), Pepijn Zwanenberg (GL) van 31 augustus 2023 over Herontwikkeling IBB studentencomplex. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Waarom kwam de beslissing om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex met minimaal 5 jaar uit te stellen zo onverwacht voor het college? Antwoord 1 Zoals al is aangegeven in de raadsbrief van 5 juli 2023, heeft de SSH ons op 16 mei geïnformeerd over het besluit dat zij had genomen om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex uit te stellen tot in ieder geval 2030. Voor het college kwam dit onverwacht, omdat een scenario van eventueel uitstellen nog niet eerder besproken was. De SSH had tot die tijd juist aangedrongen om meer tempo te maken met de herontwikkeling. Vraag 2 Wat zijn de specifieke economische factoren die hebben geleid tot de herprioritering die genoemd wordt in de brief? Antwoord 2 De SSH heeft aangegeven dat de verslechterde marktomstandigheden, zoals oplopende rente en hoge bouwkosten, en het complexe planproces de belangrijkste redenen zijn voor de herprioritering.
Door deze omstandigheden is de SSH gedwongen kritisch te kijken haar investeringsprogramma. Daarnaast is de betaalbaarheid van de studentenkamers aan de IBB-laan, welke nu tot het goedkoopste aanbod van SSH behoren en nog steeds voorzien in een grote behoefte, nog een factor om de herontwikkeling uit te stellen. Herontwikkeling in een tijd van hoge bouwkosten en oplopende rentelasten zou het volgens SSH moeilijk maken de nieuw te ontwikkelen eenheden in een vergelijkbaar prijssegment te verhuren. Vraag 3 Kan het college meer inzicht geven in de herprioritering? Zijn er andere ontwikkelingen waar de SSH eerder aan begint?
Antwoord 3 In de harde planvoorraad staan bijna 3.500 studentenwoningen tot 2030. Projecten die de komende jaren door de SSH worden gerealiseerd zijn: • Kwekerij fase 3: 206 studenteneenheden • High Five (USP): 925 studenteneenheden • Wisselspoor: 335 studenteneenheden Verder kunnen op de Kwekerij fase 4 circa 400 studenteneenheden worden gebouwd. De SSH is ook betrokken bij projecten als mede ontwikkelaar of in gesprek met partijen om complexen turn key over te nemen. Zo is SSH betrokken bij de ontwikkeling van HOTA op het Berlijnplein. Woningcorporatie CAZAS Wonen is de hoofdontwikkelaar. Van de 250 woningen zijn er 167 voor studenten. Bij het project Livingstonelaan (569 studenteneenheden) is in de voorlopige versie van de bouwenvelop de voorkeur uitgesproken voor de SSH als afnemer. Naast het realiseren en het aankopen van nieuwbouw heeft de SSH ook recent de beslissing gemaakt om het Tuindorp-West Complex (TWC) te verduurzamen. Het TWC betreft circa 900 studentenwoningen, waarvan een gedeelte ook een monumentale status heeft. Vraag 4 De vraagstellers maken zich zorgen over het aantal studentenwoningen dat gerealiseerd gaat worden in relatie tot de afspraken in het actieplan studentenhuisvesting. Deelt het college deze zorgen? Antwoord 4 We delen deze zorgen en die hebben mede geleid tot het actieplan studentenhuisvesting dat voor de zomer is vastgesteld.
In dit actieplan studentenhuisvesting is opgenomen dat we het huidige tekort (5.300 eenheden) willen inlopen. Dat betekent dat we nog voor 2.000 extra woningen aan harde plancapaciteit moet worden ontwikkeld en dan met name onzelfstandige eenheden. Dat is een blijft een stevige opgave. Tegelijkertijd zien we dat sinds 2020 het aantal opgeleverde studenteneenheden toeneemt: in de periode 2020 t/m 2022 zijn er 2.250 eenheden opgeleverd (met daarin 200 kamers, een kleine 10%). Aanvullend zien we in de harde plannen ongeveer 3.500 woningen opgenomen, waarvan bijna 40% uit kamers bestaat. Voor de helderheid: de herontwikkeling van het IBB was nog niet in deze harde plannen opgenomen. Mede aan de hand van de concrete maatregelingen uit het actieplan (waaronder verlaagde grondprijs voor specifieke eenheden en de inzet per studentenhuisvestingsproject op 50% kamers) willen we deze lijn voortzetten. Vraag 5 Wat zijn de gevolgen van het uitstellen van de herontwikkeling van het IBB-complex op de ontwikkeling van het Rubenskwartier en de verduurzamingsplannen voor de IBB? Antwoord 5 De SSH geeft aan de intentie te hebben om op langere termijn het IBB te herontwikkelen Tot die tijd worden de huidige kamers en woningen gewoon verhuurd. Wat betreft verduurzaming van het IBB complex: waar dat nog niet is gedaan wordt onder andere dubbel glas geplaatst.
Verder heeft het besluit van SSH om de herontwikkeling en verduurzaming van het IBB uit te stellen tot gevolg dat een collectieve gebiedsgerichte aanpak voor het Rubenskwartier voor bijvoorbeeld gemeenschappelijke parkeervoorzieningen, energie, vergroening, klimaatadaptatie en het toevoegen van woningen en voorzieningen op dit moment beperkter mogelijk is. Naast SSH heeft Syntrus Achmea ook aangegeven nu niet te willen starten met de herontwikkeling van de winkels en woningen aan de IBB-hof, vanwege de verslechterde marktomstandigheden. UMC heeft wel urgentie om te starten met de herontwikkeling van de 'zusterflats' aan de Burgemeester Ter Pelkwijklaan. We willen met UMC op korte termijn een Intentiedocument en IPOK voor de herontwikkeling afsluiten om dit deelgebied te transformeren.
2
Vraag 6 Kan het college een tijdlijn voorleggen van de herontwikkeling en de verduurzamingsplannen? Antwoord 6 Het is op dit moment nog niet mogelijk om een concrete tijdlijn voor te leggen voor de herontwikkeling en verduurzaming van het IBB. SSH geeft aan de herontwikkeling uit te stellen tot in ieder geval 2030. Vraag 7 Is de wethouder bereid om in gesprek te treden met SSH om de herontwikkeling toch eerder van start te laten gaan? Zo niet, waarom niet? Antwoord 7 In de beantwoording van de vragen 2 en 3 is aangegeven welke afwegingen de SSH heeft gemaakt bij het besluit om de herontwikkeling later te doen. Zoals aangegeven in de raadsbrief van 5 juli 2023 hebben wij daarom contact opgenomen met SSH om te verkennen of we ondanks dit besluit toch alvast het planproces kunnen opstarten om de randvoorwaarden van de toekomstige herontwikkeling van het IBB complex uit te werken. SSH gaf toen aan daar geen aanleiding toe te zien, en zich in eerste instantie te richten op de wijze waarop het complex op de juiste wijze langer verhuurd kan worden. Vraag 8 Kan de wethouder bij de SSH benadrukken dat bij vertraging van de herontwikkeling de verduurzaming van de verouderde, nog niet verduurzaamde studentenflats op de IBB de hoogste prioriteit moet hebben? Zo niet, waarom? Antwoord 8 Zie antwoord op vraag 5.
Verder staan in de Nationale Prestatieafspraken afspraken over de verduurzaaming van het bezit van woningcorporaties. Corporaties gaan al hun woningen met een E-, F-, of G-label (met uitzondering voor monumenten en voor sloop aangemerkte woonruimte) tot en met 2028 versneld verduurzamen. We spreken de SSH periodiek zowel ambtelijk als bestuurlijk. In die overleggen zullen we ook stilstaan bij de vorderingen die ze in dat opzicht maken. Vraag 9 Waarom overweegt SSH niet om bij hogere bouwkosten toch door te gaan met de bouw, zij het mogelijk met minder woningen? Het bouwen van 600 woningen in plaats van 700 blijft namelijk gunstig voor de grote groep woningzoekenden. Antwoord 9 Het vraagstuk ten aanzien van de hoge bouwkosten en lage rente in combinatie met de betaalbaarheid verandert niet substantieel door 100 woningen minder te bouwen. Zie verder antwoord op vraag 2 en 3. Vraag 10 Kan het college duidelijkheid verschaffen over het mogelijk in geding komen van de kwaliteit van het IBB-complex? Antwoord 10 Zie het antwoord op vraag 8. Vraag 11 Is het college bereid om bindende afspraken te maken over de realisatie van de herontwikkeling? Antwoord 11 Een toekomstige herontwikkeling van dit project zal bij afwijking van het bestemmingsplan (straks omgevingsplan) het Utrechts planproces doorlopen. In de verschillende fases van de planvorming zullen dan afspraken worden vastgelegd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester, 3
Schriftelijke herontwikkeling IBB studentencomplex 31 Augustus 2023 Op 16 mei heeft Stichting Studenthuisvesting (SSH) ons college op de hoogte gesteld van haar besluit om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex uit te stellen. Op 5 juli 2023 ontving de gemeenteraad het voorgenomen besluit om deze herontwikkeling met minimaal 5 jaar uit te stellen, waardoor het van 2025 naar 2030 wordt verschoven. Dit komt op een moment waarop er onder de studentengemeenschap aanzienlijke woningnood heerst. Het Actieplan studentenhuisvesting, dat afgelopen voorjaar werd gepresenteerd, wees uit dat onze stad momenteel een tekort van ongeveer 5300 studentenwoningen heeft.1 De wachttijd voor een kamer bij SSH bedraagt momenteel drie jaar.2 Bovendien resulteert dit uitstel in de vertraging van de bouw van 700 extra eenheden en het langer aanhouden van veel niet-verduurzaamde studentenkamers.3 Dit is in contrast met het belang dat tijdens het commissiedebat in maart werd benadrukt, namelijk de noodzaak om de ontwikkelingsplannen te versnellen. De vragenstellers voorzien grote gevolgen voor de doelstellingen zoals besproken in het actieplan studentenhuisvesting, de verdere ontwikkelingen van het Rubenskwartier en de rest van de stad. Op dit moment zijn de wachttijden voor een studentenwoning enorm lang en daar maken de vragenstellers zich zorgen over.
Het is voor de vragenstellers van groot belang om helder inzicht te krijgen in de redenen en gevolgen van deze vertraging. Hieronder volgen enkele vragen die wij hebben met betrekking tot het uitstel van de herontwikkeling van het IBB studentencomplex, alsmede de genomen maatregelen en reacties van de gemeente Utrecht:
Vragen:
1 https://www.duic.nl/wonen/vraag-naar-duizenden-studentenwoningen-in-utrecht-gemeente-wiltekortwegwerken/#:~:text=Utrecht%20heeft%20op%20dit%20moment,een%20huis%20en%20voorzieningen%20delen; Afgelopen jaren maar 200 ‘gewone’ studentenkamers bijgebouwd in Utrecht, maar nú gaat gemeente het tij keren | Wonen in Utrecht | AD.nl 2 Duizenden nieuwe studenten, maar kamers zijn er niet in Utrecht: hospitaverhuur wordt populairder | Wonen in Utrecht | AD.nl 3 https://ureka.utrecht.nl/app/document?url=https:%2F%2Fapi1.ibabs.eu%2Fpublicdownload.aspx%3Fsite%3DUtrecht%26id%3D a5efb852-62b7496f-b32b-d1ba41d1b9f0
4
1. Waarom kwam de beslissing om de herontwikkeling van het IBB studentencomplex met minimaal 5 jaar uit te stellen zo onverwacht voor het college?
2. Wat zijn de specifieke economische factoren die hebben geleid tot de herprioritering die genoemd wordt in de brief?
3. Kan het college meer inzicht geven in de herprioritering? Zijn er andere ontwikkelingen waar de SSH eerder aan begint?
4. De vraagstellers maken zich zorgen over het aantal studentenwoningen dat gerealiseerd gaat worden in relatie tot de afspraken in het actieplan studentenhuisvesting. Deelt het college deze zorgen?
5. Wat zijn de gevolgen van het uitstellen van de herontwikkeling van het IBB-complex op de ontwikkeling van het Rubenskwartier en de verduurzamingsplannen voor de IBB?
6. Kan het college een tijdlijn voorleggen van de herontwikkeling en de verduurzamingsplannen? 7. Is de wethouder bereid om in gesprek te treden met SSH om de herontwikkeling toch eerder van start te laten gaan? Zo niet, waarom niet?
8. Kan de wethouder bij de SSH benadrukken dat bij vertraging van de herontwikkeling de verduurzaming van de verouderde, nog niet verduurzaamde studentenflats op de IBB de hoogste prioriteit moet hebben? Zo niet, waarom?
9. Waarom overweegt SSH niet om bij hogere bouwkosten toch door te gaan met de bouw, zij het mogelijk met minder woningen? Het bouwen van 600 woningen in plaats van 700 blijft namelijk gunstig voor de grote groep woningzoekenden.
10. Kan het college duidelijkheid verschaffen over het mogelijk in geding komen van de kwaliteit van het IBB-complex?
11. Is het college bereid om bindende afspraken te maken over de realisatie van de herontwikkeling? Gesteld door: ● Ruben Snijder en Annemarijn Oudejans, Student & Starter ● Maarten Koning, D66 ● Titus Stam, Partij van de Arbeid ● Tess Meerding, VVD ● Rik van der Graaf, ChristenUnie ● Pepijn Zwanenberg, GroenLinks
5
Segregatiemonitor Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Werkvorm Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren Vervolg
30 januari 2024 Margreet Ramaker 19.30 – 20.45 uur Zaal Gesprek tussen raadsleden en aanwezigen Eelco Eerenberg Volgt De gemeenteraad debatteert op 8 februari over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie: Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook 1 Deelnemer 1 Deelnemer, Kindercampus Molenpark basisschool 1 Deelnemer, SPO Utrecht
Links naar Deelnemers
Programma 1. Welkom met gespreksleider Margreet Ramaker, aanleiding onderzoek Segregatiemonitor inventariseren wie er is 2. Gemeente en Oberon over de resultaten uit het onderzoek Ruimte voor vragen raadsleden 3. Presentatie wetenschapper over de risico's segregatie onderwijs Ruimte voor vragen raadsleden 4. Presentatie Stichting Gemengde Scholen Voorbeelden van gemeentelijk aanpak in het land Ruimte voor vragen raadsleden 5. Informeel gesprek met partijen Utrechtse onderwijs: schoolbestuur, schoolleider e.a. Schoolbestuur SPO Utrecht schoolleider PCOU leerkracht Op de Dreef ruimte voor vragen raadsleden 6. Vragen en afsluiting
Motivatie 1
Agendeerders Ilse Raaijmakers (PvdA), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Berdien van der Wilt (D66), Joram van Velzen (Student & Starter), Derk van Bergen (ChristenUnie) Motivatie Het tegengaan van segregatie in het onderwijs is voor de fracties van de PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter, VVD en ChristenUnie een belangrijk doel. De segregatie in Utrecht is groot. De buurt waarin je opgroeit, de scholen die je bezoekt zijn van invloed op de kansen in je leven. Ook in de Utrechtse raad wordt dit al lang gezien als probleem, maar oplossingen zijn niet makkelijk gevonden. Segregatie is echter van zoveel invloed dat mede daarom door een meerderheid in de raad gevraagd te starten met een segregatiemonitor om te volgen hoe het met segregatie gesteld is en welke interventies effectief zijn om segregatie tegen te gaan. Deze monitor is er nu. De vraag is tot welke acties deze monitor leidt en hoe die acties segregatie tegengaan. Daarover willen fracties spreken tijdens een RIB met betrokkenen en deskundigen zodat duidelijk is welke stappen gezet kunnen worden om segregatie tegen te gaan, welke het college van plan is te nemen, welke doelen worden gesteld en hoe dit behaald moeten gaan worden. Vervolgens voeren deze fracties daarover in de commissie het debat.
Bijdrage Deelnemer Ik ben gepromoveerd op vlak van contacten tussen etnische groepen en adviseer graag over dit onderwerp.
2
Raadsinformatiebijeenkomst over onderwijssegregatie 30 januari 2023. Utrecht
Vooraf • Dank voor de uitnodiging • Complimenten voor de zorgvuldige manier waarop het gezamenlijke aanmeldbeleid is ontwikkeld en uitgevoerd. • Goed dat nu de volgende stap wordt gezet. • Vraag: welke maatregelen uit de praktijk zijn voor Utrecht relevant? • Antwoord: drie aanbevelingen & overzicht maatregelen – Zie ook onze notitie
Drie aanbevelingen (1) 1. Bouw bij de nieuwe stap rond het voorkomen en bestrijden van segregatie voort op de ervaringen met het zorgvuldige proces van het ontwikkelen en uitvoeren van beleid rond het aanmelden. Betrek alle stakeholders.
Drie aanbevelingen (2) 1. 2. Ga als gemeente, schoolbesturen en besturen uit de kinderopvang samen aan de slag met de wettelijke opdracht rond onderwijssegregatie.
Drie aanbevelingen (3) 1. 2. 3. Ontwikkel samen met betrokkenen een Utrechtse aanpak tegen onderwijssegregatie waarin je maatregelen combineert, op maat voor de stad en de specifieke situatie in verschillende wijken/buurten.
Relevante bouwstenen (a) • Spelregel toevoegen aan aanmeldbeleid Voorbeeld Nijmegen
• Dubbele wachtlijsten hanteren Voorbeeld NPR school en Weesp
• 20% plekken reserveren voor ondervertegenwoordigde groepen Voorbeeld België, vgl Weesp
• Ouderinitiatieven stimuleren/ondersteunen Voorbeeld Amsterdam
Relevante bouwstenen (b) • Scholen die meer afspiegeling willen een platform bieden en ondersteunen. Tenminste één per wijk/buurt?
• Stimuleren dat kleine scholen fuseren en zo samen meer gemengd raken Samenwerkingsscholen?
• Onderwijshuisvesting benutten Toets bij nieuwbouw/uitbreiding. Herschikken: Rotterdam
Naar een Utrechtse aanpak • Combineer de bouwstenen op maat van de stad en wijken/buurten Visie en draagvlak vormen daarbij het cement
• Neem als besturen en gemeente het voortouw vanuit je wettelijke opdracht • Betrek alle stakeholders in een zorgvuldig proces
Vragen?
Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer
3872
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
30 januari 2024
Agendapunt
2.1
Titel
Debat Segregatie in het onderwijs
ID
4079
Behandelend ambtenaar
C.J. Cock & A. de Jong
Telefoon
14030
Carlijn.cock@utrecht.nl
Datum collegebesluit Thema Portefeuillehouder
Wethouder Eerenberg
Beleidsveld
Onderwijs
Referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd
Vergaderdatum
Raadsinformatiebijeenkomst
30 januari 2024
Voorgesteld besluit
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
C.J. Cock & A. de Jong
Datum
16 november 2023
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
11765197
Carlijn.cock@utrecht.nl
Onderwerp
Segregatiemonitor basisonderwijs
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
Onderwijs
Geachte leden van de raad,
Voor u ligt de Utrechtse segregatiemonitor basisonderwijs 2020/2021. De monitor is ontwikkeld naar aanleiding van de motie ‘Maak werk van een segregatiemonitor primair onderwijs’ van 18 februari 2021. In de raadsbrief sociaaleconomische segregatie in het onderwijs van 30 september 2021 beschrijven wij de huidige stappen die wij ondernemen om de tweedeling in Utrecht tegen te gaan. In deze brief lichten wij de belangrijkste resultaten van de Utrechtse segregatiemonitor en de vervolgstappen toe. Utrecht is een diverse stad waar mensen met verschillende achtergronden samenleven. Voor een diverse stad is het belangrijk dat mensen - ondanks verschillende opvattingen – elkaar respecteren. We willen een Utrecht creëren waar iedereen ongeacht afkomst, religie, seksuele oriëntatie of genderidentiteit zich welkom en veilig voelt. Daarom willen wij stimuleren dat volwassenen, jongeren en kinderen elkaar op een waardevolle manier ontmoeten. Het onderwijs is bij uitstek een ontmoetingsplek voor kinderen en jongeren met verschillende achtergrondkenmerken. Wij zien echter in de praktijk dat deze ontmoeting niet altijd plaatsvindt binnen de school. Enerzijds wordt dit veroorzaakt doordat mensen met verschillende kenmerken in verschillende wijken wonen en daardoor naar andere scholen gaan. Dit noemen we woonsegregatie.
Anderzijds zien wij scholen met een homogene samenstelling in gemengde buurten. In dit geval zijn de scholen geen afspiegeling van de wijk en praten we over schoolkeuzesegregatie. Onderwijssegregatie bestaat dus deels uit woonsegregatie en deels uit schoolkeuze segregatie. Segregatiemonitor basisonderwijs 2020-2021 In de segregatiemonitor basisonderwijs is de onderwijssegregatie onderzocht in Utrecht. Er is gekeken naar segregatie op basis van inkomen, opleiding en herkomst. Deze kenmerken omvatten niet alle sociale en culturele diversiteit die in de stad zichtbaar is. Onderwijssegregatie kan zich op allerlei groepskenmerken manifesteren. Onderwijssegregatie naar opleiding, inkomen en herkomst zijn met name relevant vanwege effecten op sociale cohesie in de samenleving. Daarnaast is er, voor zover mogelijk, onderscheid gemaakt tussen onderwijs- en woonsegregatie.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
16 november 2023 11765197
Een maatstaf voor onderwijssegregatie wordt uitgedrukt in het percentage leerlingen dat van school zou moeten wisselen om te komen tot een volledig gelijke verdeling. Belangrijkste resultaten Uit de resultaten van de monitor blijkt dat 63 procent van de leerlingen van school zou moeten wisselen om tot een gelijke verdeling te komen op basis van het inkomen van de ouders. De onderwijssegregatie op basis van inkomen is groter dan op basis van opleiding en herkomst. Verschil woon- en schoolkeuze segregatie Uit de monitor blijkt dat het verschil in leerlingenpopulatie tussen wijken tussen de 50 en 62 procent te verklaren is door woonsegregatie. Dat is een groot deel, maar lang niet alle onderwijssegregatie in Utrecht kunnen we toeschrijven aan woonsegregatie tussen wijken. Bijna de helft (38 tot 50 procent) van de onderwijssegregatie kan worden toegeschreven aan verschillen in schoolkeuze binnen wijken. Als we onderscheid maken tussen de verschillende achtergrondkenmerken zien we dat bij inkomen 38 procent bestaat uit schoolkeuzesegregatie, voor opleiding is dit 40 procent en voor afkomst 50 procent. Verschillen in inkomen zorgen dus vaker voor segregatie op basis van waar mensen wonen, verschillen in afkomst liggen vaker aan de basis van segregatie door schoolkeuze.
Hoewel de totale onderwijssegregatie naar herkomst het kleinst is, is het aandeel schoolkeuzesegregatie hierin het grootst. Bij onderwijssegregatie naar inkomen en opleiding speelt woonsegregatie een grotere rol dan schoolkeuzesegregatie. Wijken Onderwijssegregatie naar opleiding is het grootst in de binnenstad. In de binnenstad gaan geen leerlingen naar school uit gezinnen waarvan de ouders geen startkwalificatie hebben en 94 procent beschikt over een hbo of wo diploma. 75 Procent van de leerlingen in de binnenstad woont niet in de binnenstad. Dit komt vooral omdat er in de binnenstad veel minder kinderen wonen dan dat er onderwijsplaatsen beschikbaar zijn. Scholen in de binnenstad zijn veelal van een specifieke pedagogische richting waardoor ouders er bewust voor kiezen en ervoor willen reizen. De onderwijssegregatie naar inkomen is veruit het grootst in Zuidwest. Ook de onderwijssegregatie naar herkomst is het grootst in Zuidwest, gevolgd door Oost (figuur 8 in de rapportage). Zuidwest is een wijk met buurten die onderling sterk verschillen op basis van achtergrondkenmerken. Hierdoor zien we dat de kans op woonsegregatie binnen de wijk hier groter is (de populatie van Dichterswijk heeft heel andere kenmerken dan van Transwijk, en beide zijn Zuidwest). In de rapportage kijken we hoeveel iedere wijk bijdraagt aan de schoolkeuzesegregatie in de gehele stad.
Door de hoge mate van onderwijssegregatie in Zuidwest zien we een grote bijdrage van deze wijk aan de verschillen in de totale stad Utrecht (figuur 9 in de rapportage). Vergelijking met andere steden en gebieden Onderwijssegregatie naar opleiding van ouders is in Utrecht vergelijkbaar met Amsterdam. In vergelijking met Rotterdam is de onderwijssegregatie iets hoger in Utrecht en in vergelijking met Den Haag juist lager. Deze steden hebben in de afgelopen tijd ook onderzoek gedaan naar onderwijssegregatie binnen het basisonderwijs. Op dit moment wordt onderzoek gedaan naar onderwijssegregatie in heel Nederland, in opdracht van het ministerie van OCW. In stedelijke gebieden is de onderwijssegregatie voor alle kenmerken groter dan in minder verstedelijkte gebieden. Dat geldt ook voor Utrecht, ten opzichte van de rest van Nederland. Utrecht heeft een meer diverse populatie (naar opleiding, inkomen en herkomst) dan veel minder verstedelijkte gebieden. In steden zijn er binnen een beperkte reisafstand om het woonadres meer scholen om uit te kiezen. Hierdoor zijn de mogelijkheden voor het ontstaan van zowel woonsegregatie als schoolkeuze segregatie binnen steden groter dan in minder verstedelijkte gebieden.
2/3
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
16 november 2023 11765197
Vrijheid van schoolkeuze Wij vinden het belangrijk dat leerlingen met verschillende achtergrondkenmerken elkaar ontmoeten op school. Echter, het tegengaan van onderwijssegregatie is een complex vraagstuk dat op gespannen voet staat met de vrijheid van schoolkeuze en sterk ook wordt beïnvloed door woonsegregatie. Inkomen bepaalt voor een groot deel waar je kunt wonen in de stad. Als iedereen in zijn of haar eigen buurt naar school gaat, kan die school een perfecte afspiegeling van de buurt zijn, maar kan het nog steeds zo zijn dat kinderen niet in contact komen met kinderen uit andere groepen. Daarnaast is het Nederlandse onderwijssysteem ingericht naar denominaties en pedagogische onderwijsconcepten. Er bestaat een vrije keuze voor ouders om die school te kiezen die het best past bij de eigen identiteit en ideeën over opvoeding. Er kan dus een beleidsmatige/politieke wens bestaan om scholen zo gemengd mogelijk te laten zijn, deze wens staat op gespannen voet staan met de uitgangspunten van onderwijs in je eigen woonomgeving en het uitgangspunt van vrije schoolkeuze. Aanpak Het aanpakken van de segregatie binnen het onderwijs vraagt allereerst om het tegengaan van woonsegregatie. Als wijken gemengder zijn, hebben kinderen een grotere kans om gemengder naar school te gaan. Daarnaast vraagt het tegelijkertijd om een aanpak op schoolkeuzesegregatie.
Binnen alle wijken is er sprake van schoolkeuzesegregatie. Wij gaan verkennen of we een concrete casus kunnen gebruiken als pilot waarbij we binnen één buurt scholen zien met homogene en heterogene populaties. Op die manier kunnen wij analyseren hoe schoolkeuzesegregatie binnen één buurt tot stand komt, hoe de schoolkeuze wordt gemaakt en op welke wijze deze schoolkeuze is te beïnvloeden. Omdat het aanpakken van het tegengaan van segregatie in het onderwijs geen snelle oplossingen kent, kijken we ook naar andere interventies in de stad waarbij we ontmoeting tussen scholen en hun leerlingen stimuleren. In de raadsbrief sociaaleconomische segregatie in het onderwijs van 30 september 2021 hebben wij aantal van deze interventies toegelicht. Dit is een aanpak die we verder kunnen onderzoeken en waar mogelijk versterken. Vervolg Voor de aanpak van het tegengaan van segregatie is er draagvlak nodig vanuit de schoolbesturen. Wij gaan daarom met de schoolbesturen primair onderwijs op 14 december a.s. in gesprek over hoe wij gezamenlijk een vervolg aan de segregatiemonitor geven. Naar aanleiding van het commissiedebat op 5 oktober jl. zien wij een kans om uw raad binnenkort te betrekken op het te ontwikkelen beleid op de aanpak segregatie en wat wij daarbij voor ogen hebben om samen met UOA partners op te pakken.
Deze monitor zien we als een nulmeting en we herhalen de monitor iedere twee jaar.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
3/3
Segregatiemonitor basisonderwijs Deze monitor is door het gebruik van interactieve figuren en toelichtingen het best leesbaar in de webpublicatie: https://utrecht-monitor.nl/segregatiemonitor-basisonderwijs
Analyse over schooljaar 2020/2021
Utrecht.nl/ onderzoek 1
Colofon uitgave Onderzoek & Advies Gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE Utrecht 030 286 1350 onderzoek@utrecht.nl
Oberon Onderzoek | Advies Postbus 1423 3500 BK Utrecht 030 230 6090 info@oberen.eu
in opdracht van Maatschappelijke Ontwikkeling - Onderwijs Gemeente Utrecht internet www.utrecht.nl/onderzoek www.oberon.eu rapportage Ebbo Bulder (Oberon) Sjerp van der Ploeg (Oberon) Maarten van Son (gemeente Utrecht) Robin Tromp (gemeente Utrecht) informatie onderzoek@utrecht.nl 030 - 286 1350 projectnummer F167 foto omslag Beeldbank gemeente Utrecht bronvermelding Het overnemen van gegevens uit deze publicatie is toegestaan met de bronvermelding: gemeente Utrecht, Oberon November 2023
2
Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................4 Inleiding en leeswijzer..............................................................5 1.
Onderwijssegregatie in Utrecht .......................................8
1.1 Voor welk achtergrondkenmerk is onderwijssegregatie in Utrecht het grootst?................. 8 1.2 Hoe groot is de onderwijssegregatie in Utrecht ten opzichte van Nederland en andere G4gemeenten?........................................................................................................................................ 9 1.3 Welk deel van de onderwijssegregatie in Utrecht is het gevolg van woonsegregatie in de stad? ................................................................................................................................................. 10
2.
Leerlingen en scholen in de wijk ....................... 12
2.1 Hoeveel scholen en leerlingen zijn er per wijk? ..................................................................... 12 2.2 Hoeveel kinderen gaan in een andere wijk naar school? ...................................................... 13 2.3 Hoe groot zijn de verschillen in achtergrondkenmerken van groepen kinderen per wijk?15 2.4 Hoe groot zijn de verschillen in sociaaleconomische positie van huishoudens in wijken en subwijken? .................................................................................................................................. 18
3.
Onderwijssegregatie per wijk ............................ 21
3.1 In welke wijk is de onderwijssegregatie het grootst? ........................................................... 21 3.2 Welke wijken dragen het meest bij aan schoolkeuzesegregatie in Utrecht? ...................... 23
4. Onderwijssegregatie voor alle groepen leerlingen per wijk ..................................................... 26 4.1 Tussen welke groepen leerlingen is de onderwijssegregatie het grootst? ........................ 26 4.2 Hoeveel woonsegregatie en onderwijssegregatie zien we in de middengroep? ................ 28 4.3 Welke wijken dragen het meest bij aan schoolkeuzesegregatie ten opzichte van de middengroep? .................................................................................................................................. 29
Methodische verantwoording ................................... 31
3
Samenvatting Het basisonderwijs is een plek waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten, elkaars leefwereld leren kennen en met sociale en culturele verschillen leren omgaan (SCP, 2021). Uit onderzoek blijkt dat verschillende groepen kinderen op basis van bijvoorbeeld inkomen, herkomst of sociale achtergrond naar verschillende scholen gaan (Inspectie van het Onderwijs, 2020; KBA, Kohnstamm Instituut, Oberon & SEOR, 2023). In deze monitor kijken we, voor het schooljaar 2020/2021, in welke mate Utrechtse kinderen met verschillende achtergrondkenmerken samen naar de basisschool gaan. De monitor is ontwikkeld naar aanleiding van de motie ‘Maak werk van een segregatiemonitor primair onderwijs’ van 18 februari 2021. Het onderzoek geeft antwoord op de vraag in welke mate basisschoolleerlingen in Utrecht en in de tien Utrechtse wijken gesegregeerd naar school gaan. De mate van onderwijssegregatie naar opleiding, inkomen en herkomst in Utrecht vergelijken we met die in Nederland en de andere G4-gemeenten. Dit is een eerste meting om te monitoren hoe de onderwijssegregatie in Utrecht zich ontwikkelt. •
•
•
•
•
•
•
In Utrecht is de onderwijssegregatie op basis van inkomen groter dan die op basis van opleiding en herkomst. De onderwijssegregatie in steden is groter dan gemiddeld in Nederland, dat geldt ook voor Utrecht. Binnen de G4-gemeenten is de onderwijssegregatie naar inkomen in Utrecht het laagst, samen met Amsterdam. In landelijk onderzoek is een vergelijking gemaakt van de onderwijssegregatie over een periode van vijf jaar. Hieruit is op te maken dat de onderwijssegregatie in Utrecht naar zowel inkomen, opleiding als herkomst is afgenomen sinds schooljaar 2017/2018 (KBA, Kohnstamm Instituut, Oberon & SEOR, 2023). Woonsegregatie verklaart ruim de helft van de onderwijssegregatie in de stad. Hoewel de totale onderwijssegregatie naar herkomst het kleinst is, is het aandeel schoolkeuzesegregatie hierin het grootst. Bij onderwijssegregatie naar inkomen en opleiding speelt woonsegregatie een grotere rol dan schoolkeuzesegregatie. Voor alle achtergrondkenmerken kan grofweg 38 tot 50 procent van de onderwijssegregatie worden toegeschreven aan schoolkeuzesegregatie. Gemiddeld in Utrecht gaan leerlingen met ouder(s) met een hbo- of wo-diploma meer gesegregeerd naar school dan leerlingen met ouders zonder startkwalificatie. Leerlingen met een laag huishoudinkomen gaan meer gesegregeerd naar school dan leerlingen met een hoog huishoudinkomen.
Leerlingen waarvan beide ouders in het buitenland geboren zijn gaan iets meer gesegregeerd naar school dan leerlingen waarvan beide ouders in Nederland geboren zijn. Dit patroon is niet gelijk voor alle wijken in Utrecht. Als we naar de tien Utrechtse wijken kijken, dan behoort Zuidwest voor alle drie de achtergrondkenmerken tot de drie wijken met de meeste onderwijssegregatie. Zuidwest levert daarmee ook de grootste bijdrage aan de totale schoolkeuzesegregatie in Utrecht. Daarbij zien we grote verschillen in sociaaleconomische positie tussen subwijken in Zuidwest. Leidsche Rijn behoort voor alle drie de achtergrondkenmerken tot de drie wijken met de minste onderwijssegregatie. Na Zuidwest is in Oost de onderwijssegregatie naar herkomst het grootst, terwijl de onderwijssegregatie naar inkomen in Oost juist het kleinst is van alle wijken. Tegelijkertijd zit Oost in de middenmoot met onderwijssegregatie naar opleiding. We zien dat onderwijssegregatie niet in alle wijken op dezelfde manier voorkomt bij alle achtergrondkenmerken. In de binnenstad en Noordoost gaan nauwelijks leerlingen naar school met ouders zonder startkwalificatie. Ook zonder de onderwijssegregatiemaat kunnen we stellen dat leerlingen in de binnenstad en Noordoost op school (bijna) geen kinderen tegenkomen met ouders zonder startkwalificatie.
In Overvecht gaan nauwelijks leerlingen naar school met een hoog huishoudinkomen. Leerlingen in Overvecht zullen op school daarom weinig kinderen tegenkomen met een hoog huishoudinkomen.
4
Inleiding en leeswijzer Het basisonderwijs is een plek waar kinderen elkaar kunnen ontmoeten, elkaars leefwereld leren kennen en met sociale en culturele verschillen leren omgaan (SCP, 2021). Zo kan het basisonderwijs een bijdrage leveren aan een sterkere sociale samenhang in de samenleving. De vraag is dan ook in welke mate kinderen met verschillende leefwerelden samen naar school gaan. Uit onderzoek blijkt dat verschillende groepen kinderen op basis van bijvoorbeeld inkomen, herkomst of sociale achtergrond naar verschillende scholen gaan (Inspectie van het Onderwijs, 2020; KBA, Kohnstamm Instituut, Oberon & SEOR, 2023). Dat noemen we onderwijssegregatie. Leerlingen met verschillende leefwerelden komen elkaar dan minder vaak tegen op school. Deze monitor is ontwikkeld naar aanleiding van de motie ‘Maak werk van een segregatiemonitor primair onderwijs’ van 18 februari 2021. Het onderzoek geeft antwoord op de vraag in welke mate basisschoolleerlingen in Utrecht en in de tien Utrechtse wijken gesegregeerd naar school gaan. De mate van onderwijssegregatie naar opleiding, inkomen en herkomst in Utrecht vergelijken we met die in Nederland en de andere G4gemeenten. Dit is een eerste meting om te monitoren hoe de onderwijssegregatie in Utrecht zich ontwikkelt. Oorzaken Onderwijssegregatie heeft verschillende oorzaken, waaronder schoolkeuzegedrag van ouders, het schoolsysteem (bijv.
toelatingsbeleid van scholen) en woonsegregatie. Bij woonsegregatie wonen verschillende groepen kinderen bijvoorbeeld in verschillende buurten omdat er in een buurt voornamelijk goedkopere of juist hele dure woningen staan. Kinderen die in hun eigen buurt naar school gaan komen elkaar daar tegen. Op deze manier kan woonsegregatie bijdragen aan onderwijssegregatie. Onderwijssegregatie is daardoor een optelsom van verschillende vormen van segregatie. Zolang er vrijheid van schoolkeuze is en er gesegregeerd gewoond wordt, zal er altijd enige mate van onderwijssegregatie bestaan. De vraag is dus niet zozeer óf er sprake is van onderwijssegregatie in het basisonderwijs, maar hoe groot de onderwijssegregatie is. Deze vraag beantwoorden we in deze rapportage. Gevolgen Onderzoek binnen en buiten Nederland laat zien dat op gemengde scholen geen betere leerprestaties worden behaald dan op meer gesegregeerde scholen, met de uitzondering van burgerschapsonderwijs (Bakker, 2012; KBA, Kohnstamm Instituut, Oberon & SEOR, 2023). Uit onderzoek blijkt dat leerlingen gemiddeld hoger scoren op aspecten van burgerschapsonderwijs naarmate een school meer gemengd is (Sincer e.a., 2022). Daarnaast is er door onderwijssegregatie niet alleen sprake van een ongelijke verdeling van leerlingen, maar ook van een ongelijke verdeling van leraren over scholen.
Ervaren leerlaren vinden scholen met meer gewichtenleerlingen vaak minder aantrekkelijk om te werken (Inspectie van het Onderwijs, 2019). Inhoud van deze monitor In deze monitor kijken we, voor schooljaar 2020/2021, in welke mate Utrechtse kinderen met verschillende achtergrondkenmerken samen naar de basisschool gaan. Gaan kinderen met verschillende achtergrondkenmerken vooral samen naar school, dan is de onderwijssegregatie laag. Gaan kinderen met verschillende achtergrondkenmerken vooral gescheiden naar school, dan is de onderwijssegregatie hoog. We kijken daarbij naar drie achtergrondkenmerken: • Opleiding van de ouders • Inkomen van het huishouden • Herkomst van de ouders Deze achtergrondkenmerken omvatten niet alle sociale en culturele diversiteit die in de stad zichtbaar is. Onderwijssegregatie kan ook op andere groepskenmerken voorkomen. Onderwijssegregatie naar opleiding, inkomen en herkomst zijn met name relevant vanwege effecten op sociale cohesie in de
5
samenleving. Voor het berekenen van de onderwijssegregatie zijn telkens drie groepen gemaakt naar opleiding, inkomen en herkomst (zie ook ‘Methodische verantwoording’ voor verdere toelichting). Opleiding Voor de indeling naar opleiding kijken we naar de opleiding van de ouders van kinderen die in Utrecht naar school gaan. Om groepen kinderen te vergelijken is de volgende driedeling gemaakt: • Beide ouders hebben geen startkwalificatie • Eén of beide ouders hebben een havo/vwo of mbo-2,-3,-4 diploma • Eén of beide ouders hebben een hbo- of wo-diploma Inkomen Voor de indeling naar inkomen kijken we naar het gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen van de huishoudens van kinderen die in Utrecht naar school gaan. Ook hierin is een indeling in drie groepen gemaakt: • Laagste 20% inkomens • Middelste 60% inkomens • Hoogste 20% inkomens Herkomst Voor de indeling naar herkomst kijken we naar het geboorteland van de ouders van kinderen die in Utrecht naar school gaan. Hierin is de volgende indeling in drie groepen gemaakt: • Beide ouders zijn in Nederland geboren • Eén ouder is in Nederland geboren en één ouder is in het buitenland geboren • Beide ouders zijn in het buitenland geboren Dissimilarity Index Een maat om te bepalen of groepen kinderen samen of gescheiden naar school gaan is de Dissimilarity Index. De Dissimilarity Index heeft een waarde tussen 0 en 1.
Een waarde van 0 betekent dat er geen segregatie is. Alle groepen kinderen zijn dan gelijk verdeeld over de verschillende scholen in het gebied. Kinderen gaan dan samen naar school. Een waarde van 1 betekent dat er volledige segregatie is. Elke groep kinderen is dan oververtegenwoordigd op elk een andere school in het gebied. Kinderen gaan dan gescheiden naar school. Ook verbeeldt de Dissimilarity Index een gedachte-experiment waarmee de mate van segregatie zichtbaar wordt. Door de waarde van 0 tot 1 te vermenigvuldigen met 100 krijg je een percentage leerlingen van een groep dat van school zou moeten wisselen om tot een evenwichtige verdeling te komen voor groepen op basis van het achtergrondkenmerk. Dit is een gedachte-experiment om het resultaat makkelijker te interpreteren. Het betekent niet dat er leerlingen van school moeten wisselen. Bij het lezen van de resultaten gebruiken we geen vuistregel om aan te geven of we een bepaalde waarde op deze index veel of weinig onderwijssegregatie vinden. Dit komt omdat de waarde van de Dissimilarity Index afhangt van de indeling van de groepen die we kiezen. Bij een extremere verdeling, bijvoorbeeld door de 10% hoogste en laagste inkomens te vergelijken, zullen we waarschijnlijk een hogere waarde zien voor de Dissimilarity Index zien (zie ook de Methodische Verantwoording).
Een vaste grenswaarde voor veel of weinig onderwijssegregatie vinden we daarom niet passend. Je kunt bij een gelijke definitie van groepen wel segregatie tussen wijken, gemeenten of verschillende schooljaren vergelijken. Daardoor zien we of onderwijssegregatie in een wijk hoger of lager is dan in andere wijken of steden. Als de onderwijssegregatie bekend is voor meerdere jaren dan kunnen we ook zien of deze toeneemt of afneemt. Dit is een eerste rapportage, met alleen cijfers voor schooljaar 2020/2021.
Hutchens Index Naast de Dissimilarity Index berekenen we ook de Hutchens Index. De Hutchens Index heeft ook een waarde tussen 0 tot 1, waarbij 0 geen onderwijssegregatie betekent en 1 veel onderwijssegregatie. Omdat de berekening anders is, zijn de Hutchens Index en de Dissimilarity Index niet gelijk aan
6
elkaar. We gebruiken zowel de Hutchens Index als de Dissimilarity Index omdat ze verschillende informatie geven over onderwijssegregatie. Hierdoor vullen ze elkaar goed aan. • De Dissimilarity Index is makkelijker uit te leggen. Door het gedachte-experiment krijgen we een beeld van de mate waarin leerlingen samen of gescheiden naar school gaan. Met de Hutchens Index kan dit niet. • De Hutchens Index laat zien wat de bijdrage is van elke wijk aan de totale onderwijssegregatie in de stad. Hierdoor is de onderwijssegregatie in de stad (grofweg) te splitsen in woonsegregatie en schoolkeuzesegregatie. Met de Dissimilarity Index kan dit niet. Met de Dissimilarity Index en de Hutchens Index vergelijken we steeds twee groepen leerlingen met elkaar. Voor het vergelijken van de totale mate van segregatie in een wijk of de stad gebruiken we alleen de Dissimilarity Index. De Hutchens Index gebruiken we alleen om te laten zien welk percentage van de onderwijssegregatie kan worden toegeschreven aan verschillen tussen wijken (‘woonsegregatie’) en verschillen binnen wijken (‘schoolkeuzesegregatie’).
Leeswijzer In hoofdstuk 1 ‘Onderwijssegregatie in Utrecht’ vergelijken we voor ieder achtergrondkenmerk (opleiding, inkomen, herkomst) steeds de twee groepen leerlingen met elkaar die op dat achtergrondkenmerk het verst uit elkaar liggen (bijvoorbeeld de groep met het laagste en het hoogste huishoudinkomen). Dit hoofdstuk toont het kernresultaat van de analyse voor Utrecht in relatie tot Nederland en andere G4-gemeenten. In hoofdstuk 2 ‘Leerlingen en scholen in de wijk’ gaan we in op het aantal leerlingen en scholen per wijk (2.1 & 2.2). Ook beschrijven we in dit hoofdstuk de verdeling van groepen leerlingen per achtergrondkenmerk in wijken (2.3) en de sociaaleconomische positie van de huishoudens van leerlingen in subwijken (2.4). Dit geeft meer context bij de resultaten uit hoofdstuk 1 en het is een belangrijk uitgangspunt voor het lezen van hoofdstuk 3. In hoofdstuk 3 gaan we in op de onderwijssegregatie per wijk. Daarmee krijgen we ook meer inzicht in de oorzaken van segregatie. Welke verschillen zien we al in de stad? En welke verschillen ontstaan bij het kiezen voor een school? In hoofdstuk 4 kijken we nog naar onderwijssegregatie tussen de middengroep en de uiterste groepen. Hierdoor zien we welke groepen makkelijker mengen en welke groepen wat minder. Tot slot is er een methodische verantwoording.