Agendabundel
Tekst van het document
Door de regelingen kan alleen de prikkel om te gaan werken minder worden. Wethouder Voortman vervolgt haar beantwoording met het blokje Maatregelen op de korte termijn. Verschillende fracties hebben gevraagd naar de studenten. De landelijke lijn wordt gevolgd. Nog deze week verwacht de wethouder een brief met andere kaders. Het college lobbyt uiteraard voor een betere oplossing voor studenten. Student&Starter vroeg hoeveel studenten gebruik gaan maken van de energietoeslag voor studenten met een eigen energierekening. Dit is nog onbekend. Als hier wel informatie over komt, dan zal die worden gedeeld in de brief bij de begrotingscommissie of in de brief van december. Mevrouw Kendir (Student&Starter) vraagt hoe de situatie van studenten gevolgd gaat worden. Wethouder Voortman vraagt signalen te delen. Zij zal in ieder geval proberen de situatie in kaart te brengen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) is benieuwd naar de keuze van de gemeente Utrecht. Het Rijk zegt namelijk dat de gemeente kan kiezen voor het stellen van aanvullende eisen. Wethouder Voortman legt uit dat het Rijk aangeeft dat studenten individuele bijzondere bijstand gegeven moet worden als zij een eigen energiecontract hebben. Hier heeft de gemeente ook Pagina 10 van 28
5
10
15
20
25
30
budget voor gekregen. Hieromheen kunnen andere keuzes worden gemaakt maar die gaan dan wel ten koste van iets anders. Dan het noodnummer. Er is al een noodnummer voor als iemand afgesloten dreigt te worden: 0302865211. Daarnaast zijn er zeven punten in de stad waar mensen klaar zitten om mensen te helpen met geldzaken. Nog een apart noodnummer vindt de wethouder niet een goed idee maar ze is benieuwd waar deze suggestie van de armoedecoalitie vandaan komt. Dit zal worden nagevraagd. Voorts komt de energietoeslag van 500 euro half oktober. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt waarom het zolang heeft geduurd voordat deze toeslag er was. Wethouder Voortman antwoordt dat het geld er een paar weken geleden nog niet was en dat een en ander goed ingeregeld moet worden. Dan de individuele inkomenstoeslag. De drie jaar is een raadsbesluit geweest. Verkorten kan maar kost enkele miljoenen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de kosten in beeld gebracht kunnen worden. Wethouder Voortman antwoordt dat de kosten in beeld gebracht kunnen worden en dat ook bekeken kan worden of er mogelijk ook andere effecten kunnen ontstaan als de toeslag eerder wordt gegeven. Verder zal het automatisch verstrekken zoveel mogelijk worden toegepast bij regelingen. Met betrekking tot warme plekken in de stad merkt de wethouder op, dat het geen goed idee is om aparte warme plekken voor arme mensen in te richten.
Mensen moeten ondersteund worden om hun huis te verwarmen en daarnaast kunnen mensen naar plekken gehaald worden met een bepaalde functie zoals een bibliotheek of een buurthuis. Dan het bedrag van 14 euro. De eigen inhuur van de gemeente krijgt 14 euro. Wethouder Streefland is bezig met een uitwerking en in het vierde kwartaal komt hier informatie over. De wethouder stelt voor een technische sessie te houden. Vervolgens gaat de wethouder in op het outreachend huis-aan-huis werven. Dit wordt al gedaan met de energieteams maar het is goed om gericht te kijken naar wat waar nodig is. Zij zegt toe dat gekeken zal worden wat kan worden gedaan. Het is wel zo, dat de capaciteit eindig is. Verder vroegen verschillende fracties naar kwijtschelding. In het algemeen geldt dat gemeenten dit niet mogen maar het punt zal wel meegegeven worden voor de lobby. Over kwijtschelding voor mensen met een heel beperkt vermogen zal de wethouder in overleg gaan met haar collega bij Financiën. In de brief die komt bij de begrotingscommissie komt zij hierop terug.
35
Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat zij heeft gevraagd of de inkomensgrens verhoogd kan worden.
40
Wethouder Voortman antwoordt dat dit volgens haar wettelijk bezien niet kan. Zij zal dit nagaan en komt hierop terug. Dan de studielening. D66 gaf aan dat het onwenselijk is dat de studielening wordt opgeteld bij het inkomen. Dit kan zij niet toezeggen dat dit wordt losgelaten. De landelijke lijn wordt hierin gevolgd.
45
50
55
60
Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt of de wethouder het ermee eens is, dat de situatie zoals die nu is niet wenselijk is. Wethouder Voortman vindt ook dat het niet wenselijk is dat alleen studenten met een eigen energiecontract een energietoeslag krijgen. Vervolgens gaat zij in op de dierenvoedselbank. De dierenvoedselbank hoort erbij en de wethouder spreekt ook binnenkort met de dierenvoedselbank en in dit gesprek wil zij het hebben over de dierenartskosten. Dan het virtueel inkomensloket. De individuele inkomenstoeslag zal ook via dit loket gaan lopen. Een en ander gaat zo snel als kan. De leden worden via de dashboardbrief op de hoogte gehouden. De ChristenUnie vroeg naar ‘bereken u recht’. Dit zal worden meegenomen en op de website worden gezet. Met betrekking tot de sociale winkel geeft de wethouder aan hier langs te zijn geweest. Het is een succesvol concept en er wordt bekeken of dit in de toekomst in meerdere wijken kan komen. Vervolgens het aantal U-polis houders. Een deel van afname komt doordat er relatief veel inwoners zijn uitgestroomd uit de bijstand en daarnaast speelt het feit dat er twee pakketten zijn die niet voor iedereen passend zijn. Er wordt bekeken hoe de toekomst van de gemeentelijke zorgverzekering eruit moet zien. De heer Sungur (DENK) vraagt wanneer de commissie hier een terugkoppeling op kan krijgen. Pagina 11 van 28
5
10
15
20
25
30
35
Wethouder Voortman antwoordt dat in de volgende dashboardbrief de stand van zaken wordt gegeven. Student&Starter vroeg naar het verder versterken van het Jeugdeducatiefonds. Afgelopen zomer is de pilot van het Jeugdeducatiefonds voortgezet en is een structurele samenwerking aangegaan. Daarnaast wordt ook samengewerkt met stichting Leergeld. Dan de brugfunctionaris op scholen. Een en ander hieromtrent zal worden onderzocht en het Jeugdeducatiefonds start ook met een pilot. De VVD vroeg wat gedaan kan worden om mensen voltijd te laten werken. Met het Werkgeverservicepunt wordt gezocht naar een passende baan voor mensen in de bijstand en naar begeleiding en scholing op maat. Er wordt ook bekeken welke stappen gemaakt kunnen worden om voltijd te kunnen werken en er is ook een bonus voor werkgevers die bijstandsgerechtigden een urenuitbreiding geven. Voorts is het zo, dat bij mensen die bijstandsgerechtigd zijn vaak ook andere problematiek speelt. Het is de vraag of die allemaal voltijd aan het werk kunnen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt het ermee eens te zijn dat het niet voor iedereen mogelijk is om voltijd te werken. Een bonus zou bij de werknemer terecht moeten komen. Wethouder Voortman merkt op dat als mensen meer gaan werken, zij ook meer gaan verdienen. De werking van de bonus zal zij toelichten in de brief bij de rapportage over Werkbeweging.
Dan de personeelstekorten in de kinderopvang en de BSO. De aanpak in Amsterdam kent zij niet. Hier zal navraag naar worden gedaan en over een maand is er een ronde tafelgesprek met de kinderopvang. Een en ander zal daar besproken kunnen worden. De VVD vroeg wat gedaan wordt voor woningbezitters. Er is hulp bij het isoleren van woningen voor woningeigenaren met een laag inkomen en de U-Pas is ook voor hen beschikbaar. Bijzondere bijstand kan ook maar bij een grote overwaarde van het huis geldt dat dit wordt verstrekt als lening. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de woningbezitters de volgende keer wel meegenomen kunnen worden. Wethouder Voortman geeft aan dat bij de effectrapportage 2023 bekeken zal worden of zij meegenomen kunnen worden. Vervolgens gaat zij in op het direct geven van geld. Het punt is, dat deskundigen hier verschillend over denken. Wat de wethouder vaak hoort, is dat er behoefte is aan bonnen voor voedsel en kleding. BIJ1 vroeg of het beleid aangepast kan worden voor de voedselbank. De wethouder gaat hier niet over omdat de Voedselbank geen onderdeel is van de gemeente maar zij kan dit wel meenemen in de gesprekken met de Voedselbank. Verder zal wethouder Van Hooijdonk vanmiddag ingaan op de vraag of mensen met slechte isolatie van hun huis geholpen kunnen worden. BIJ1 vroeg ook naar het prijsplafond.
De fractie is nog in afwachting daarvan en zal dan bekijken of dit voldoende is.
40
De voorzitter concludeert dat wethouder Van Hooijdonk vanmiddag op de vraag van BIJ1 zal ingaan.
45
Wethouder Voortman merkt op dat BIJ1 aangaf dat voorkomen moet worden dat mensen uit de schuldhulpregeling vallen. De gemeente laat niemand uit de schuldhulp vallen door energiekosten. Dan het eerder uitkeren van een deel van de energietoeslag in 2023. Half oktober wordt de 500 euro overgemaakt en vervolgens wordt onderzocht of de energietoeslag voor 2023 al gedeeltelijk in 2022 kan worden overgemaakt. In een van de twee toegezegde brieven komt zij hierop terug. Het CDA gaf aan met maatschappelijke organisaties samen te werken. Hier is de wethouder het mee eens.
50
55
60
Vervolgens gaat de wethouder verder met het blokje hoe verder. De suggesties die zijn gedaan zoals een glijdende schaal en het verhogen van de inkomensgrens, worden in overweging genomen om tot een aanpak te komen die zoveel mogelijk mensen helpt. Voor volgend jaar is een half miljoen euro aan extra middelen beschikbaar en dit loopt op naar 1 miljoen euro structureel in 2025. Verder kunnen mensen nog geholpen worden met spouwmuur- en vloerisolatie. Bijzondere bijstand voor voedsel vindt de wethouder niet passend. Volgende week gaat de wethouder in overleg met het Rode Kruis over de optie van voedselbonnen. De uitbreiding van de U-Pas wordt meegenomen in de overwegingen in de brief voor 2023. Mevrouw De Vries (PvdD) heeft de wethouder gevraagd om bij het Rijk aan te dringen op het snel invoeren van een lagere btw op groente, fruit en biologisch voedsel. Pagina 12 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Voortman antwoordt dit met haar collega bij Volksgezondheid te zullen bespreken. D66 vroeg aan het Rijk te vragen of structurele maatregelen mogelijk zijn. Dit zal worden gevraagd. De PvdA vroeg wat wordt gedaan om werkgevers te benaderen. Er is een digitale flyer gemaakt voor werkgevers voor als zij werknemers met geldzorgen hebben. Deze flyer is ook breed gedeeld in de stad. Dan de intergenerationele armoede. Dit zal worden meegenomen in het beleid en aandacht voor kinderarmoede is hierin cruciaal. Verschil tussen gender meenemen in beleid: alleen als er echt duidelijk een meerwaarde is. GroenLinks vroeg of de inkomensgrens opgetrokken kan worden. Dit wordt meegenomen in de overwegingen voor het nieuwe armoedebeleid. DENK vroeg naar beleid voor gezinnen bij de individuele inkomenstoeslag. De suggestie zal worden meegenomen in het nieuwe beleid. De wethouder kan alleen niet toezeggen of het in het voorstel komt. Dan de vergroting van de groep U-Pas houders. Dit is een terugkerend dilemma waarover gesproken dient te worden. Dan de informatievoorziening in verschillende talen. Dit kan niet als het gaat om informatie die direct uit de gemeente komt. Er kan wel via sleutelfiguren worden gecommuniceerd. In de brief van december zal zij terugkomen op het hiaat in de communicatie waar mevrouw Raaijmakers het college op heeft gewezen.
Verder kan het opnemen van internetabonnementen onderzocht worden bij het nieuwe armoedebeleid. Ten aanzien van een gratis paspoort voor U-Pashouders merkt zij op, dat bij de voorjaarsnota is toegezegd dat eerst binnen de overige leges wordt onderzocht wat de financiële en technische mogelijkheden zijn en in welke mate er voldoende dekking kan worden gevonden. Voor de begrotingsbehandeling wordt hierop teruggekomen. Stadsbelang Utrecht had het over gratis reizen voor alle ouderen. De Provincie voert hier een proef voor uit. Hierna kan bekeken worden wat het vervolg hierop kan zijn. Ten slotte het blok communicatie. Energiebedrijven zijn aangesloten bij de vroeg signalering. D66 vroeg naar de website. De website moet duidelijk zijn en er dient informatie huis-aan-huis te worden verspreid. Dan het basisinkomen. Invoering vergt veel terwijl de energie nu nodig is voor acute maatregelen. Tot slot komt er dit jaar een grote campagne in de stad om mensen te wijzen op de armoederegelingen. Gemiste vragen De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) heeft een vraag gesteld over het centraal fysieke informatiepunt. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) heeft gevraagd of bij de bijzondere bijstand, als mensen al energietoeslag krijgen, of er dan geen extra aanvraag moet komen en alleen een rekening. Verder wordt een huis vaak als vermogen gezien.
Kan een huis niet mee worden geteld? Wethouder Voortman geeft met betrekking tot het centraal informatiepunt aan, dat op dit moment op verschillende plekken informatie is te vinden. Het centraal informatiepunt is er dus eigenlijk al. Tegen GroenLinks zegt zij, dat niet nogmaals gevraagd zal worden naar iets wat men al heeft gekregen. Bij de energietoeslag hoeft overigens niet veel te worden opgegeven. Bij het vergroten van de groep die in aanmerking komt voor energietoeslag zal een eigen woning niet meetellen. Voor de bijzondere bijstand telt een eigen woning wel mee. De voorzitter herhaalt de toezeggingen. Wethouder Voortman stuurt in het vierde kwartaal een brief over maatregelen die na 1 januari 2023 voor koopkracht van inwoners nodig zijn. Wethouder Voortman stuurt in 2023 de minimaeffectrapportage. In de brief van december geeft zij aan wanneer deze precies komt. Wethouder Voortman stuurt voor het weekend voor het begrotingsdebat op 19 oktober een brief waarin wordt ingegaan op de kledingpas, de mogelijkheden voor het verhogen van de inkomensgrens en de vermogensgrens bij het kwijtschelden van gemeentebelastingen, het noodnummer en het onder de aandacht brengen van nieuwe maatregelen bij werkgevers.
Wethouder Voortman stuurt in december een brief waarin zij de commissie informeert over het aantal ervaringsdeskundigen bij organisaties in de stad en over hoe de gemeente communiceert met inwoners in de stad en in welke taal. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de brief van oktober de dashboardbrief is. Pagina 13 van 28
De voorzitter constateert dat de dashboardbrief al op de planning staat. Hij concludeert dat bij het slotdebat van de begrotingbehandeling verder gesproken zal worden. De voorzitter schorst de vergadering om 13.20 uur. 5
10
15
LIJST VAN TOEZEGGINGEN Wethouder Voorman zal met betrekking tot agendapunt 7, Raadsbrief minimaeffectrapportage en de armoedemonitor: • de commissie in het vierde kwartaal een brief over maatregelen die na 1 januari 2023 voor koopkracht van inwoners nodig zijn sturen. • de commissie in 2023 de minimaeffectrapportage sturen. In de brief van december geeft zij aan wanneer deze precies komt. • de commissie voor het weekend voor het begrotingsdebat op 19 oktober een brief sturen waarin wordt ingegaan op de kledingpas, de mogelijkheden voor het verhogen van de inkomensgrens en de vermogensgrens bij het kwijtschelden van gemeentebelastingen, het noodnummer en het onder de aandacht brengen van nieuwe maatregelen bij werkgevers. • de commissie in december een brief sturen waarin zij de commissie informeert over het aantal ervaringsdeskundigen bij organisaties in de stad en over hoe de gemeente communiceert met inwoners in de stad en in welke taal.
Pagina 14 van 28
Verslag openbare middagvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie 5
10
15
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
29 september 2022 zaal 1e etage, stadhuis mw. I.L. Vos (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouders, dhr. E. Eerenberg, de leden, mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), dhr. H. Dijkstra (CDA), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. L. Bode (Volt), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), dhr. R. van den Enk (Student & Starter), mw. H. Assen (PvdA), mw. B. van der Wilt (D66), mw. N. Oul Fakir (Bij1), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. I. Simsek (DENK), de commissiegriffier, mw. W. Kok
Verslag commissie Onderwijs, Werk en Economie 20
1. Opening.......................................................................................................................................16 8. Beantwoording SV 2022, nr. 110 over Loten voor de middelbare school, vooral voor VMBOleerlingen………………………………………………………………. .................................................16 9. Raadsvoorstel bekostiging leerlingenvervoer ...........................................................................22 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................28
25
De voorzitter heropent de vergadering om 14.15 uur.
1. Opening
8. Beantwoording SV 2022, nr. 110 over Loten voor de middelbare school, vooral voor VMBO-leerlingen
30
35
40
De voorzitter meldt dat schriftelijke vragen zijn geagendeerd door PvdA, GroenLinks, D66, Bij1, CDA en VVD. Eerder voerde de commissie hierover het debat. Nu is de beantwoording van vragen door het college aan de orde. Wethouder Eerenberg herhaalt de vragen, waarna het antwoord volgt. In hoeverre vindt het college het huidige lotingsproces eerlijk en transparant? Het proces is naar het oordeel van het college eerlijk en transparant. Men weet hoe het nieuwe systeem werkt en wat te doen wanneer men wordt uitgeloot. Tegelijkertijd is het systeem voor velen ook ingewikkeld. Het college vindt het minder transparant dat er ook nog een proces is waarbij scholen zelf kijken naar de capaciteit van de klas. Ze kunnen de capaciteit van klassen oprekken, om daarmee een loting te voorkomen. Pagina 15 van 28
Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat het proces minder transparant is op het moment dat een leerling is uitgeloot. Dan blijken opeens minder scholen plek te hebben, dan alleen de scholen waar loting plaatsgevonden heeft. Valt daarin winst te behalen? 5
10
15
20
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het college dat ook een transparant proces vindt. Men krijgt te horen dat een kind is uitgeloot. In de tussentijd is een eventuele plek op andere scholen bezet. Dat valt niet te voorspellen, ook niet in de communicatie. De teleurstelling die daarbij optreedt, kan niet worden voorkomen. In het proces dat vervolgens moet plaatsvinden, zoals het maken van een nieuwe keuze, is in beginsel helder, maar daar is zeker ruimte voor verbetering. De PvdA vroeg naar de brede scholen in de stad en of ernaar kan worden gestreefd om het concept overal, van Vmbo-basis tot gymnasium, toe te passen. De schoolbesturen zullen daarin de partner van de gemeente moeten zijn. Ze hebben in de raadsinformatiebijeenkomst aangegeven dat het een mooie, maar ingewikkelde wens is. Daarvoor zijn of grote scholen of meerdere kleine scholen in wijken nodig. Vmbo-Basis en Vmbo-Kader onderwijs heeft behoefte aan praktijklokalen. Veel gebouwen voldoen niet aan de vierkante meternorm. Aan de gebouwenkant is het dus ingewikkeld om te doen. Hoe vervelend dat ook is, het heeft ook met imago te maken. Er zijn ouders en kinderen die bewust voor een school met een bepaald imago kiezen. Zo zijn er ouders die bewust niet kiezen voor een school waar Vmbo in zit.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt het college of het wellicht interessant is om te kijken naar een pilot waarin wordt gekeken naar een soort ‘Highschool-model’.
25
Wethouder Eerenberg heeft reguliere gesprekken met schoolbesturen. Hij zal deze wens met de schoolbesturen bespreken om te vernemen of er behoefte is om een extra locatie met dit brede profiel in Utrecht te starten. De wethouder kan hier geen toezegging doen over een pilot, omdat het de schoolbesturen zijn die het moeten exploiteren en uitvoeren.
30
Mevrouw Assen (PvdA) sprak onlangs met de directeur van het Globe College, dat een brede scholengemeenschap binnen het Vmbo biedt. Misschien werkt het alleen wanneer het voor alle scholen wordt georganiseerd. Het is begrijpelijk dat dit in Utrecht niet direct mogelijk is. Betreffende het argument over de gebouwen kwam ter sprake dat het ook met de huidige bebouwing toekan, wanneer daar een onderbouw en bovenbouw worden gevestigd, zonder dat megacomplexen hoeven te ontstaan. Mevrouw Assen nodigt de wethouder uit om hierop door te denken, zonder meteen op te houden bij de praktische bezwaren.
35
40
45
50
55
Wethouder Eerenberg begrijpt dat mevrouw Assen kennelijk informatie heeft over een relatief eenvoudige manier om dit soort grote brede scholen in de stad te gaan laten vestigen. Hij ziet dat oprecht niet. Er moeten echt ingrepen worden gedaan in het gebouw. Het voortgezet onderwijs werkt met vaklokalen. Dat zet allerlei beperkingen op het gebouw. De wethouder is zeer geïnteresseerd. Hij zal met de directie van het Globe College in gesprek over de manieren waarop dit eenvoudig zou kunnen plaatsvinden. Mevrouw Assen (PvdA) kan zich voorstellen dat het een aparte raadsinformatiebijeenkomst waard is. Zij wil niet suggereren dat het met een vingerknip geregeld is. Wethouder Eerenberg zal bij het Globe College navragen hoe men het ziet. De PvdA vroeg verder of huisvesting flexibeler kan worden ingericht. Dat is een lastig dilemma. Dat is vanuit ruimte en lokalen gezien efficiënt om te doen. Ook dat vergt een dieper en langer gesprek, want waar wordt de grens gelegd qua veiligheid, leerlingengroepen die door elkaar lopen, verschillende schooltijden. Daar zit een wereld van praktische bezwaren achter. Het kan flexibeler. In primair onderwijs ziet de wethouder daarin sneller resultaten, omdat het meer gelijksoortig is dan het voortgezet onderwijs.
Tot slot vroeg de PvdA of het college deelt dat een plaatsing buiten de top 3 voor een kind heel erg is en dat het voorkomen zou moeten worden. De wethouder deelt dat de teleurstelling groot is, maar hij kan het niet voorkomen. Het is inherent aan welk lotingssysteem dan ook. In het Pagina 16 van 28
lotingssysteem zijn er kinderen die op plek 4, 5 of 6 van hun voorkeuren terechtkomen. Een systeem dat voorkomt dat kinderen onder de top 3 zakken bestaat niet. 5
De heer Stellinga (CDA) vraagt of de wethouder het met hem eens is dat de kans in het Amsterdamse systeem dat men lager dan de tweede of derde keuze uitkomt aanmerkelijk kleiner is dan in het Utrechtse systeem.
10
Wethouder Eerenberg antwoordt dat hij het daarmee niet eens is. Zoals uit de presentatie van de hoogleraar bleek, zijn de verschillen relatief klein. Het kan zeker zijn dat een Amsterdamse leerling vaker op een hogere voorkeur komen, maar het beeld van de wethouder is niet dat het om grote aantallen gaat. Het Amsterdamse model heeft ook nadelen. Was het maar zo absoluut. Dan zou direct worden overgestapt op het Amsterdamse model.
15
De heer Stellinga (CDA) stelt voorop dat er geen ideaal systeem is. Het is toch zo dat in het Amsterdamse systeem de kans groter is dat een kind op een eerste, tweede of derde voorkeur terecht komt dan in het Utrechtse systeem.
20
Wethouder Eerenberg verwijst naar een nader onderzoek dat hij dadelijk gaat toezeggen. Het beeld dat het college heeft, is dat het om geringe aantallen gaat waar het verschil maakt. In het Amsterdamse systeem moet een top 12 worden ingevuld. Dat maakt het systeem minder laagdrempelig. Alle systemen hebben nadelen.
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) bekeek twee evaluaties van het Amsterdamse systeem. Voor sommige leerlingen is het geen ramp om op een andere voorkeur uit te komen. Het Amsterdamse systeem kent ook veel nadelen. Utrecht kan leren van de uitkomsten in Amsterdam. Het is goed om die uitkomsten mee te nemen in de toekomst.
30
35
Wethouder Eerenberg zegt toe dat opnieuw onderzoek wordt gedaan met Utrechtse en actuele data. Dat onderzoek vergt tijd. Ouders moeten worden bevraagd over hun echte voorkeur c.q. de voorkeur van het kind, om te kunnen vergelijken wat er uit het systeem volgt. Met een ander systeem moet een schaduwloting worden gedraaid om resultaten te kunnen vergelijken. Het onderzoek zal komend voorjaar worden uitgevoerd, omdat dan een loting zal plaatsvinden. Na de zomer van 2023 volgen de uitkomsten van het onderzoek. Het onderzoek wordt samen met de schoolbesturen uitgevoerd. Ze zijn ter goeder wil. Onderdeel van het onderzoek is ook om te kijken hoe het Utrechtse model net wat kan worden verbeterd, waarbij mogelijk wat plussen van het Amsterdamse model kunnen worden overgenomen en waarbij wat minnen kunnen worden verzacht. De evaluaties van Amsterdam zullen worden meegenomen.
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het goed om onderzoek te doen. Er zijn echter meer vragen gesteld, bijvoorbeeld over het kansrijk adviseren en andere thema’s. Gaat alle aandacht naar het toegezegde onderzoek of valt een en ander te combineren?
45
Wethouder Eerenberg is daar wat terughoudend in. Dat is reden dat een jaar wordt uitgetrokken voor het onderzoek. Het is heel druk bij Onderwijs. Er zit zeker concurrentie op. Met een tijdshorizon van een jaar moet het lukken. De boodschap van de wethouder aan de mensen die werken bij Onderwijs is dat als er iets moet gebeuren in scholen dit voorrang heeft op dit soort beleidsvorming. De commissie wordt daarvan dan op de hoogte gesteld.
50
Mevrouw Assen (PvdA) vindt het belangrijk dat alles, ook als het gaat over loting, bijdraagt aan kansengelijkheid waar dat kan. Het is noodzakelijk dat het onderdeel uitmaakt van het onderzoek.
55
Wethouder Eerenberg beaamt dat het zeker gaat over het bestrijden van kansenongelijkheid. Dat is de reden dat bij krapte wordt gekozen voor loting en voor dit systeem. Daarom is de ‘broerzusregeling’ niet meer van kracht. De wethouder voelt ruimte om te kiezen voor kwaliteit en bedankt de commissie daarvoor.
60
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat de minister met ingang van volgend schooljaar een verandering in het tijdspad van de aanmeldprocedure heeft aangekondigd. Het zou mooi zijn als in Utrecht dan al stappen kunnen worden gezet. Hoe verhoudt het Utrechtse zich met het landelijke? Pagina 17 van 28
Wethouder Eerenberg zegt dat het ideaalbeeld is dat het haalbaar is. Het is wel druk. Lukt het niet dan is er sprake van een tussenjaar. De commissie vraagt om het onderzoek vooral zorgvuldig en volgens de juiste insteek te doen. 5
10
15
GroenLinks heeft gevraagd of er scholen met brede brugklassen kunnen komen. De wethouder heeft eerder al een raadsbrief toegezegd in het eerste kwartaal 2023. Het is zeker de ambitie van alle partijen. Schoolbesturen willen graag toewerken naar brede brugklassen, maar er zijn nog wat ingewikkeldheden om dat goed in te voeren. Assertieve ouders lijken voorrang te hebben was ook een vraag. Dat is niet juist als het gaat over de loting. Die werkt voor iedereen gelijk. Wel heeft men een licht voordeel wanneer men de brieven en de informatie beter begrijpt. Een onderdeel van het onderzoek is om het lotingsysteem nog beter en simpeler te maken. Er zijn wel voorbeelden van assertieve ouders die het schooladvies weten te beïnvloeden. De wethouder gaat uit van de professionaliteit van de teams op scholen. Dit is al jaren onderwerp van gesprek, als docent weerbaar zijn tegen dat soort, altijd goed bedoelde, interventies van ouders. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) benadrukt dat het haar vooral gaat om de nazorg voor uitgelote leerlingen.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Eerenberg zegt dat de communicatie voor iedereen, die is uitgeloot, gelijk is. Er kan een tweede ronde loting zijn, als de tweede keuze ook een school is met te weinig plekken, of directe plaatsing als op de tweede keuze wel plek is. De wethouder heeft niet het idee dat tussen die twee smaken nog routes zijn, die daar doorheen kruisen. Hij zal de schoolbesturen vragen of er een tussenvariant is voor uitgelote ouders, -die noch een tweede loting, noch directe plaatsing kiezen-, die wat anders weten te regelen. Dat laatste kan niet de bedoeling zijn. Dit zal worden uitgezocht in het toegezegde onderzoek. GroenLinks vroeg naar een transparante procedure voor uitgelote kinderen. Voor het antwoord verwijst de wethouder naar zijn antwoord op de eerste vraag van de PvdA. D66 is benieuwd hoe kan worden voorkomen dat kinderen direct van hun eerste keuze naar een zesde keuze kunnen gaan met het lotingssysteem. Deze vraag zal onderdeel uitmaken van het onderzoek. Het zou mooi zijn als het Utrechtse model zo kan worden aangepast dat dit kan worden voorkomen. De omgang van een school met het dubbeladvies is een bekend onderwerp. Laat het Havo/VWO zijn. De schoolbesturen interpreteren de wet dat in dat voorbeeld voor Havo moet worden gekozen. Er zijn steden die in dat geval zeggen dat juist voor VWO moet worden gegaan.
‘Doorgroei’ zou mogelijk moeten zijn op de school waarvoor het kind is ingeloot. Als dan toch wordt gesimuleerd in het onderzoek, dan kan het dubbeladvies, in het kader van kansenongelijkheid, worden gebruikt om te kijken wat er dan gebeurt. Mevrouw Van der Wilt (D66) proefde in een eerdere commissie dat verschillende partijen leidend willen laten zijn wat het kind en het gezin wil, als het dubbeladvies er is en niet wat de schoolbesturen willen. Het college zou daarin stelling moeten nemen, namens de gemeenteraad, richting de schoolbesturen. Het zou jammer zijn als dat pas in een onderzoek naar voren komt. Hoe kijkt de wethouder hiernaar? Wethouder Eerenberg vindt dat als er sprake is van een dubbeladvies, het gehele advies in een schoolcarrière waargemaakt zou moeten worden. Het lotingssysteem werkt nu zo dat bij een dubbeladvies, bijvoorbeeld Havo/VWO, van een plaatsing op Havo wordt uitgegaan. Dat moet veranderd worden in het lotingssysteem. De wethouder zou dat graag via de weg van het onderzoek doen. Krijgt een leerling een Havo/VWO-advies dan is de bedoeling van dat advies dat het perspectief op VWO wordt gehouden. De leerling moet op een school terecht komen waar dat perspectief waar gemaakt kan worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft het idee dat niet landelijk maar in Utrecht het laagste advies leidend is voor de middelbare school.
Wethouder Eerenberg hoort hierover dat de wetgever hierin onduidelijk is geweest. Dat zorgt ervoor dat deze ruimte genomen kan worden. De uitleg van de meerderheid van Utrechtse Pagina 18 van 28
scholen is dat de wet zo moet worden gelezen dat moet worden gegaan voor Havo bij een Havo/VWO-advies. Om het echt op te lossen, zou de wetgever deze onduidelijkheid moeten wegnemen. 5
De heer Otto (EenUtrecht) veronderstelt dat het kan schuren in een situatie waarin een kind Vmbo-/Havoadvies heeft. Het is goed om ervoor te zorgen kinderen naar het Vmbo gaan, omdat het een prima niveau is. We hebben die kinderen hard nodig. De stad moet uitstralen dat Vmbo gewoon prima is.
10
Wethouder Eerenberg is dat eens met de heer Otto. Bij een Vmbo/Havo-advies geldt dat de basisschool heeft gezien dat beide mogelijk zijn en dat daarop perspectief is. Het is niet de bedoeling dat een leerling, die het perspectief heeft op Havo, op een school komtwaar dat perspectief niet geboden wordt. Het is echt een drempel om naar een andere school te gaan. In het kader van hoog/laag zou men altijd voor hoog moeten gaan, al is de wethouder jaloers op de vakmensen die van het Vmbo komen. Zij kunnen een vak uitoefenen, wat niet iedereen kan.
15
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) hoorde de wethouder zeggen dat de wet hierover niet duidelijk is. Bij twijfel kan die ook ten positieve worden gebruikt. De raad kan dan aangeven hoe de politiek hier in staat. Het zou mooi zijn als die wens wordt uitgesproken voor het onderzoek. Wethouder Eerenberg is het hiermee helemaal eens.
25
30
35
40
45
50
55
60
D66 heeft gevraagd of er kleinere VO-scholen in de wijk kunnen komen. Dat staat op gespannen voet met de andere wens, namelijk bredere VO-scholen. Breder is vaak ook meer, aangezien er bepaalde faciliteiten nodig zijn. Daarnaast is er de stichtingsnorm, met een minimum aantal van 450 leerlingen. Vanwege de beleidskeuzes, de praktische uitvoerbaarheid voor het zijn van een VO-school, waarvoor enig volume nodig is en vanwege de wettelijke stichtingsnorm is het ingewikkeld om meer kleinschalig VO-onderwijs in de wijken na te streven. Op de vraag wanneer de raad kan meepraten over de Utrechts Onderwijs Agenda zegt de wethouder dat een overleg staat gepland in het najaar (binnen nu en zes weken). De uitnodiging volgt spoedig. Bij1 vroeg of het imago van Vmbo niet zou moeten worden verbeterd. De wethouder is het daarmee geheel eens. Hij zei daarover al het een en ander. Ten onrechte denken ouders en leerlingen dat een Vmbo geen goede school zou zijn en dat een leerling daar niet alle kansen krijgt. Dat is flauwekul. De stad Utrecht heeft echt goed Vmbo-onderwijs. Een voorbeeld voor het land van hoe het kan. Wat men op het Vmbo leert, is goud waard. De VVD stelde een vraag over de broer-/zusregeling. Die wordt uit gefaseerd voor de bestrijding van kansenongelijkheid. De beste kansenongelijkheidbestrijding per individu is de meest eerlijke keuze.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat de wethouder van vindt dat er ook ouders zijn die in de knel komen met hun planning, omdat hun kinderen naar twee verschillende scholen gaan. Wethouder Eerenberg moet eerlijk toegeven dat dit het resultant is van de keuze om de broer/zusregeling af te schaffen. Het zijn overigens wel kinderen van 12+. De meeste kinderen in het voortgezet onderwijs komen zelf van A naar B. Om voor elk individu de kansen op de eerste keuze in het lotingssysteem te maximaliseren en gelijk te maken, is de broer-/zusregeling afgeschaft. De wethouder werd gevraagd wat hij vindt van strategisch kiezen. De wetenschapper die de commissie had uitgenodigd, zei daarover zinnige dingen. Hij had een wetenschappelijke redenatie over strategisch kiezen. Strategisch kiezen heeft eigenlijk ook voordelen in een dergelijk systeem om tot de meest eerlijke loting te komen. Gezien de casussen, die langskomen, kan het zowel gunstig als nadelig uitpakken, wanneer een strategische keuze wordt gemaakt door ouder of kind. De wethouder durft er geen eindconclusie Pagina 19 van 28
aan te verbinden of het altijd voordelig of nadelig uitpakt. Het was een interessante suggestie van de wetenschapper om mensen te stimuleren om een eerlijke keuze te maken en op de achtergrond een computer de meest slimme lotingsstrategie te laten kiezen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat de vraag niet zozeer over strategisch kiezen ging. Wat vindt de wethouder ervan dat strategisch kiezen vooral nadelig werkt voor mensen met een sociaal slechtere positie? Wethouder Eerenberg zegt dat het precies niet is wat je wil. Dit zal uit het onderzoek moeten blijken, waarbij de systemen naast elkaar worden gezet. EenUtrecht is benieuwd hoeveel uitgelote kinderen er uiteindelijk naar een school buiten Utrecht gaan. In 2022 zijn 250 kinderen uitgeloot. Daarvoor koos 34% een school buiten de stad. In de eerste ronde heeft 20% van de kinderen al voor de loting gekozen voor een school buiten de stad. Van 250 uitgelote kinderen zijn er 164 in Utrecht geplaatst en 86 buiten de stad. Uit eigen beweging zijn 716 kinderen buiten Utrecht geplaatst. Student&Starter vroeg of alles rondom het Vmbo en het imago van Vmbo kan worden verbonden met het Actieplan. De wethouder zal dit bespreken met collega De Vries. Het Mbo Actieplan heeft kaders en middelen. Alle commissie- en raadsleden zijn uitgenodigd voor de Mbo werkconferentie. De wethouder nodigt de fractie van Student&Starter uit om de opmerking daar te maken. Een lijst van scholen die meerjarig populair zijn wordt gedeeld. Het is een overzicht van 4 jaren per school, per type onderwijs en of er wel of geen loting heeft plaatsgevonden.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is erg blij dat er een onderzoek wordt uitgevoerd, met als uitgangspunt gelijke kansen en duidelijke en transparante procedures. Kan in het onderzoek worden meegenomen of het praktisch uitvoerbaar is voor scholen en ouders? Wethouder Eerenberg belooft dat de uitvoerbaarheid ook wordt meegenomen. Daarom wordt het onderzoek ook in coproductie met de scholen uitgevoerd. Als er een ideaalplaatje is dat vervolgens nauwelijks uitvoerbaar is dan moet daarover het gesprek met elkaar worden gevoerd. Onbeantwoorde vragen De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Mevrouw Assen (PvdA) stelde vragen die ook raken aan het loten over kansrijk adviseren. Wat zijn de ervaringen daarmee? Hoe verhoudt kansrijk adviseren zich tot de manier waarop nu wordt geloot in Utrecht? Draagt het er in de praktijk aan bij dat kinderen daadwerkelijk iets hebben aan het kansrijke advies? De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) had gevraagd naar de opties voor regionale samenwerking, om lopende problemen op te lossen. Wethouder Eerenberg zegt dat er veel regionale samenwerkingen zijn. Een aantal voortgezet onderwijsinstellingen werken regionaal. Zij zijn in staat om met een regioblik te kijken. Er zijn geen afspraken over aantallen voor wel of niet buiten regio en in of buiten de stad.
Er is ook een omgekeerde beweging, waarbij kinderen uit de regio voor een school in de stad kiezen. Men weet elkaar te vinden en men weet wat er speelt. Er blijft vrijheid om te kiezen voor een school buiten de stad Een van de uitvloeisels van kansrijk adviseren is dat er ook wordt gekeken naar het dubbeladvies, zoals eerder toegelicht. Het primair onderwijs doet aan kansrijk adviseren. Op welke manier dat samenhangt met de loting? Daar waar het om een dubbeladvies gaat, snapt de wethouder dat. Daar waar het niet om een dubbeladvies gaat, geldt dat een loting wordt ingegaan. Dat staat los van kansrijk adviseren. Dat richt zich erop dat de kwaliteit van het schooladvies toeneemt. Dat is een brede aanpak om kinderen op de goede plek te krijgen. Het is wel zuur dat als veel tijd wordt gestoken in een beter advies, een kind dan door loting niet op de plek komt die het beste voldoet aan het advies. Dat is meer een vraagstuk ten aanzien van capaciteit, dan een vraagstuk ten Pagina 20 van 28
5
10
15
20
aanzien van de manier van loten. Alle kinderen komen met hetzelfde kansrijke advies, omdat dit de werkwijze is. Het dubbeladvies honoreren zodat het gehele perspectief geboden kan worden op de school van keuze. Het andere perspectief heeft te maken met capaciteit. Als de capaciteit zodanig kan worden vergroot waardoor loting kan worden voorkomen, dan is er de beste individuele matching. De vraag is dan wel of op de beste manier met publieke middelen wordt omgegaan. Het resultaat kan namelijk zijn dat er lege klassen zijn, of een lerarentekort. Het is goed om de onderzoekers te vragen een reflectie te geven op hoe het landschap eruit ziet. Maar het wel echt wat anders dan het lotingssysteem Mevrouw Assen (PvdA) stelt voor om op een later moment apart te spreken over het kansrijk adviseren en de brede scholengemeenschappen. Mogelijk neemt de raad daartoe het initiatief. Parallel, of inclusief, zouden de elementen inzake de demografie van stad hierbij als informatie moeten dienen. Wethouder Eerenberg vindt het een goed plan als de raad het initiatief neemt voor een gesprek over kansrijk adviseren. Schoolleiders worstelen hiermee. Los van dit onderzoek moeten commissie en raad van goede demografische informatie worden voorzien. Hoe zit het met onderwijshuisvesting en het budget daarvoor. Op basis van al die gegevens kan met de raad worden gesproken over de capaciteit.
Als de raad het initiatief neemt voor het gesprek dan levert het college vanzelfsprekend daarvoor de juiste technische informatie. De voorzitter constateert dat er verder geen vragen meer zijn, waarmee het debat eindigt.
25
Toezeggingen
30
Het college zal samen met scholen een nieuw onderzoek doen naar het loten voor de middelbare scholen te doen en de raad na de zomer van 2023 hierover te informeren. Hierin wordt de evaluatie van het Amsterdamse systeem meegenomen, net als hoe het Utrechtse systeem te verbeteren is. Voordat de opdrachtverstrekking voor het onderzoek wordt gedaan, wordt een brief met de kaders van het onderzoek aan de raad voorgelegd. Dit zal gebeuren aan het einde van het eerste kwartaal van 2023.
35
De voorzitter vraagt of het commissiedebat nog een vervolg moet krijgen, bijvoorbeeld in de raad. Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat dit debat geen vervolg hoeft te krijgen. Eventuele vervolgvragen zullen schriftelijk worden gesteld, of mondeling in raadsinformatiebijeenkomsten.
40
De voorzitter schorst de vergadering. Schorsing 15.05 tot 15.10 uur
9. 45
Raadsvoorstel bekostiging leerlingenvervoer
De voorzitter heropent de vergadering. Met dit raadsvoorstel wordt de huidige verordening, die regels opstelt dat ouders een vergoeding kunnen krijgen voor leerlingenvervoer, aangepast naar de modelverordening van de VNG.
50
Leerlingenvervoer staat binnenkort ook op de agenda voor de RIB en op de agenda van de volgende commissie Onderwijs, Werk en Economie. Het is de bedoeling om dan het bredere en grote debat te voeren. Dan is de RIB geweest en konden geluiden uit de stad worden opgehaald. Dit debat richt zich op de verordening zelf.
55
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat Volt het belangrijk vindt dat ieder kind passend onderwijs kan volgen en de fractie is blij dat de gemeente Utrecht dit ondersteunt. Kan de wethouder inzicht geven in de te verwachten stijging in het gebruik van leerlingenvervoer? Hoeveel extra kosten worden verwacht in de komende jaren en hoe worden die stijgende kosten gedekt? Heeft de wethouder inzicht in de oorzaak van deze stijging? Kan de wethouder delen wat Pagina 21 van 28
de uitkomsten waren van de participatie van de twee klankbordgroepen? Welke acties zijn naar aanleiding daarvan ondernomen? Zijn er ook ouders gehoord? Wat waren de uitkomsten daarvan? 5
10
15
20
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vertelt dat GroenLinks het belangrijk vindt dat leerlingenvervoer in Utrecht goed geregeld moet zijn. Juist voor deze kwetsbare jongeren is het belangrijk dat ze zeker weten dat ze op een veilige en prettige manier op school kunnen komen. In de aankomende RIB hoort de raad meer over onderwerpen als onveilige situaties in de bus, wisselend personeel en klachtafhandeling. Nu ligt de focus op de verordening. De basisgedachte van de verordening is gelijk gebleven. De verordening is aangepast aan de VNG modelverordening. Enkele onderdelen zijn verduidelijkt. Afgelopen maart is een landelijk onderzoek verricht. In de verordening wordt gesproken over de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Zou dit niet beter kunnen zijn: dichtstbijzijnde passende school? Zou de wethouder dit kunnen aanpassen? Ook wordt melding gedaan van het goedkoopst passend vervoer. Goedkoopst heeft niet altijd de beste kwaliteit. GroenLinks vraagt of het woord goedkoopst uit verordening kan worden geschrapt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat het toch juist hoe goedkoper hoe beter is en waarbij dan de kwaliteit op orde is. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) beaamt dat goedkoop ook belangrijk is. Het woord ‘passend’ dekt dat al. Het vervoer moet passend, kwalitatief en betaalbaar zijn.
Is het mogelijk om in de verordening meer flexibiliteit met betrekking tot meerdere adressen toe te voegen. Artikel 13, juncto 13 is nu wel heel erg strikt en sluit weinig aan op de praktijk. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op de problemen die er nu al zijn om kinderen überhaupt van A naar B te krijgen. Krijgt GroenLinks signalen van ouders met betrekking tot die flexibiliteit ten aanzien van meerdere adressen?
30
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat de verordening de kaders c.q. randvoorwaarden biedt. De randvoorwaarden moeten goed zijn. GroenLinks snapt dat er een personeelstekort is. Daarover zal het gaan in de RIB. Het is belangrijk dat het soms mogelijk is om bijvoorbeeld ook naar een sportschool of een andere plek vervoerd te kunnen worden.
35
Bij interruptie vraagt mevrouw Van der Wilt (D66) naar de afweging. Er moet extra aan planning worden gedaan. Ook de verschillende adressen kosten extra tijd. Heeft mevrouw Vermeulen signalen heeft dat ouders hierop vastlopen.
40
45
50
55
60
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat haar fractie signalen krijgt dat dit heel zwaar weegt. In het Ouders & Onderwijs onderzoek zijn die signalen terug te vinden. Er moet meer flexibiliteit komen. Over het personeelstekort komt de commissie nog te spreken. Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst op het onderzoek dat vraagt om ook de rittijd te verkorten. Dat zou voor een kind en de verordening zwaarder moeten wegen. Is GroenLinks dat met haar eens? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) las dat ook. De maximale rittijden had ze als vierde punt genoteerd. Het een sluit het ander niet uit. Het moet kwalitatief goed zijn. Maximale rittijden zijn erg belangrijk en daaraan moet zeker aandacht worden besteed in de verordening, net als aan flexibiliteit. Het zou naast elkaar moeten kunnen bestaan. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt welk signaal GroenLinks kreeg dat het nu niet goed gaat en dat de kwaliteit van het vervoer ondermaats is. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) kreeg de signalen vanuit voornoemd onderzoek en van ouders dat de reistijden nu heel erg lang zijn. Het gaat nu over de verordening c.q. het juridische kader waarbinnen te bewegen. Het is goed om daarin de randvoorwaarden goed te regelen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe het flexibele vervoer moet worden bekostigd, nu GroenLinks het goedkoopste vervoer geen goed idee vindt. Pagina 22 van 28
5
10
15
Voor mevrouw Vermeulen (GroenLinks) hoeft het niet duurder te worden. GroenLinks wil dat juist niet. Het is beter om niet expliciet in een verordening te stellen dat het goedkoopste vervoer het juiste is. Daarmee wordt een bepaald signaal afgegeven. Het moet passend, goed en betaalbaar zijn. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of GroenLinks deze punten maakt met het oog op de verordening, los van de praktijk van de personeelstekorten; dus met het oog op de duurzaamheid van de verordening, zonder afgeleid te zijn door tekorten die mogelijk spelen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat dit precies is wat zij bedoelt. Het gaat om de technische kant. In een RIB en de commissie wordt nog gesproken over de praktische uitvoering, wat er speelt en wat er beter kan in Utrecht. De maximale reistijden zouden beter gedekt kunnen worden. Kan er een maximum worden geplaatst in artikel 13 van de verordening? GroenLinks vindt het belangrijk dat het leerlingenvervoer heel goed geregeld is in Utrecht. De heer Dijkstra (CDA) meent te hebben gelezen dat nu een half uur per definitie als redelijk wordt bestempeld. Hij vindt dat een goed uitgangspunt.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) weet niet over welk artikel de heer Dijkstra het heeft. De maximumtijden mogen duidelijker. Voor de doelgroep zou het heel prettig zijn als daarvoor een plek kan worden gevonden in de verordening. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of 10 uur de lokale signalen betreft, of kwam het aantal naar voren uit het landelijk onderzoek. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft die informatie uit het landelijk onderzoek. De fractie kreeg geen signalen over zulke lange tijden in Utrecht. Juist door de rit van plek naar plek binnen de loopt de reistijd weleens uit. Extremere tijden ziet men vooral in regionale gebieden. De heer Simsek (DENK) vindt 10 uur in de bus zitten wel heel erg extreem. Stel dat de wethouder zegt dat de maximale reistijd niet kan worden uitgevoerd, wegens tijdgebrek, gebrek aan personeel etc. zou GroenLinks dan alsnog een maximum in de verordening vermeld willen zien? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil de wethouder vragen of meer ruimte in de verordening mogelijk is. De randvoorwaarde moet goed zijn en stellen dat uitkomen boven een aantal uur per dag niet wenselijk is. Bovendien verduidelijkt ze dat 10 uur de periode omvat dat de leerling in het busje zit, inclusief de schooltijd.
De heer Simsek (DENK) begrijpt hieruit dat, als het juridisch haalbaar is, GroenLinks het in de verordening opgenomen wil zien en dat later naar de praktische uitvoerbaarheid wordt gekeken. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil de randvoorwaarde in de verordening opgenomen zien. De voorzitter geeft mevrouw Van der Wilt het woord voor haar bijdrage namens D66. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt het goed dat de verordening is gewijzigd en meer toegankelijk is gemaakt. D66 steunt deze aanpassingen. De huidige situatie in het leerlingenvervoer is echt prangend en landelijk ook onderwerp van gesprek, onder andere vanwege tekorten. Via belangenorganisaties hoorde D66 dat kinderen soms uren moeten wachten, lessen missen en daardoor stress en verdriet ervaren. LBVO (Leerlingenbelang Voortgezet Onderwijs) ontving tot nu toe weinig negatieve signalen over de situatie in Utrecht. Het is belangrijk om naast deze technische verordening in november met elkaar in gesprek te gaan over de manier waarop leerlingenvervoer nu en in de toekomst wordt georganiseerd. Landelijk is naar aanleiding van een verzoek van ouders door de minister toegezegd om met gemeenten in gesprek te gaan om te werken aan normen voor maximale rittijden. Laat Utrecht dat gesprek niet afwachten, maar zelf ook al kijken naar een reële termijn en welke richtlijn ze wil nastreven. Pagina 23 van 28
5
10
15
20
De heer Dijkstra (CDA) bedankt het college, maar ook de griffie voor de adviesvragen. Deze zijn deels al genoemd door mevrouw Bode (Volt). Hij vindt het jammer dat nu wordt gesproken over de kaders en pas later over de praktische uitvoering en over het feit dat de doelgroep voor leerlingenvervoer groeit. Wat is hiervan de reden? Procedureel was het beter geweest om alles in één keer te vatten. Hoofdstuk 2, lid 5 gaat over de afwikkelingstermijn. De gemeente heeft maximaal acht weken om p de aanvraag te reageren. Als dat niet lukt dan heeft ze nog 4 weken extra voor bijvoorbeeld onderzoek. Na 12 weken kan het nog steeds zo zijn dat er geen besluit wordt genomen. Als men twaalf weken moeten wachten op een besluit van de gemeente, wat dan mogelijk nog niet is genomen, dan zou de beschikking eigenlijk automatisch moeten worden afgegeven. Hoe vaak komt dit voor? Zijn daarvan cijfers? Opvallend is dat er 123 afwijzingen zijn geweest in het afgelopen jaar. Welke redenen zijn er doorgaans voor afwijzingen? Wat houdt de nieuwe beleidsregel in? De voorzitter meldt dat in de vorige commissie is besproken wanneer wat zou worden behandeld. Deze wijze van behadeling was een besluit van de commissie. De voorzitter hoort de nodige technische aspecten.
Het staat een commissielid ter beschikking om met ambtenaren te bellen en zaken uit te vragen, zodat het debat in de commissie zich kan richten op het politieke aspect.
25
Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat met deze verordening zo ambitieus mogelijk moet worden ingezet en niet al moet worden ingeboet op ambities vanwege problemen met personeel. In die zin is de PvdA het eens met GroenLinks. Alles moet niet leiden tot extra druk op personeel. Er is sprake van hoge werkdruk en een hoog ziekteverzuim, met verloop tot gevolg. Dan is goedkoop dus wel degelijk duurkoop.
30
De heer Van den Enk (Student&Starter) vraagt zich af waarom de randvoorwaarden met betrekking tot materieel niet zijn opgenomen in de verordening. Met materieel worden de vervoersmiddelen bedoeld waarmee gereisd wordt. Bijvoorbeeld: Is de kwaliteit van het vervoersmiddel op orde?
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD het belangrijk vindt dat ouders en verzorgers financieel ondersteund worden in de kosten die zij maken wanneer hun kind gebruik moet maken van het leerlingenvervoer. De kwaliteit moet uiteraard op orde zijn. Het is heel erg jammer dat leerlingen lessen missen, maar de VVD maakt zich ook zorgen over de personeelstekorten. Wellicht kan het college rol spelen om het personeelstekort enigszins te dempen. Er moeten altijd gesprekken met de ouders gevoerd (blijven) worden om te weten of het vervoer nog altijd passend is bij de behoeften van de gezinnen en hun kinderen.
40
Voordat tot de beantwoording door het college wordt overgegaan, schorst de voorzitter de vergadering voor enkele minuten. Schorsing van 15.37 tot 15.40 uur
45
50
55
60
De voorzitter heropent de vergadering. Mevrouw Bode (Volt) hoorde de voorzitter deze commissie op de vingers tikken vanwege de vele technische vragen, die zijn gesteld. Als er dan nog zoveel vragen zijn, dan moet er toch een technische sessie zijn? De voorzitter antwoordt dat er een raadsvoorstel voorligt, dat automatisch in de commissie en raad aan de orde komt. Het stellen van technische vragen kan een technische sessie worden georganiseerd. Ook kan contact worden opgenomen met ambtenaren voor de beantwoording van vragen. Het debat in de commissie kan zich dan toespitsen op de politieke vragen. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder Wethouder Eerenberg vertelt dat de verordening bovenliggend is. Daaronder liggen de beleidsregels. Met de beleidsregels in de hand wordt aanbesteed. In de aanbesteding worden contractafspraken gemaakt. Voor het leerlingenvervoer moet naar het geheel van de afspraken Pagina 24 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
worden gekeken om een oordeel te kunnen vellen of alles gedekt is. Nu kijkt de commissie niet naar het geheel, maar alleen naar de verordening. Waarom nu dan toch los de verordening bespreken? Het betreft een update. De VNG heeft een nieuwe modelverordening. Knippen van het proces is onhandig, maar het heeft met termijnen te maken. De stad moet de kans worden geboden om eventueel een referendum te organiseren. Leerlingenvervoer is een open-einde-regeling. Als mensen recht hebben op een vergoeding vanuit de verordening dan krijgt men die. Het Rijk bekostigd de taken van gemeenten in dezen. Op de vraag over participatie moet de wethouder antwoorden dat er helaas geen ouders waren. Het college had dat graag anders gezien. Het heeft te maken met het vinden en enthousiasmeren van ouders voor een gesprek over dit type verordening. Wel zijn er eens in de zoveel tijd tevredenheidsonderzoeken. De professionals vinden het prima om de verordening langs deze lijn, op basis van de VNG modelverordening, aan te passen. Het woord ‘toegankelijk’ vervangen door het woord ‘passend’ maakt voor verordening veel verschil. Men kan rechten ontlenen aan een verordening. De dichtstbijzijnde toegankelijke school is een term waarover jurisprudentie is. Dichtstbijzijnde passende school is voor interpretatie vatbaar.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat juist het woord ‘passend’ steeds vaker wordt gebruikt. Toegankelijk wordt ook gezien als de toegankelijkheid tot het gebouw. Ze ziet juist in de loop der tijd een andere definitie. Wethouder Eerenberg stelt vast dat iedereen hetzelfde bedoelt met de woorden passend en toegankelijk. Bedoeld wordt de dichtstbijzijnde school die voor dat kind toegankelijk is. De fysieke component kan daarin een rol spelen. Juristen (van de VNG) vinden het gebruik van het woord ‘toegankelijker’ veiliger. De wethouder ontraadt om het woord ‘goedkoopst’ uit artikel 2 van de verordening te verwijderen. Dan is de prikkel in de verordening, om ook kosteneffectief te zijn, er helemaal uit. In de aanbesteding is dat gespecificeerd in 80% kwaliteit en 20% prijs. Er wordt nadrukkelijk gekozen voor kwaliteit. Er kan naar meerdere adressen worden gereden. Dat kan tot twee adressen. Dat is verwerkt in het samenspel van alle regels. De gemeente maakt afspraken over maximale rittijden. Dit gebeurt niet in de verordening, maar in de regels en aanbestedingen. Wanneer de maximale rittijd in de verordening zou worden opgenomen, dan wordt deze afdwingbaar. Er kunnen dan rechten aan worden ontleend. Nu is een afspraak gemaakt over zestig minuten. Als een maximum tijd in de verordening wordt opgenomen, dan gaat erop gepland worden. In totaal is het wel degelijk geregeld.
Bij interruptie vraagt de heer Simsek (DENK) hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat met de afspraken die worden gemaakt excessen worden voorkomen. Wethouder Eerenberg antwoordt dat de maximale tijd in de contractafspraken met de uitvoerder is geregeld. De contractuele afspraken worden gemonitord.
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of er iets terug te vinden is in de verordening over beleidsregels.
50
Wethouder Eerenberg vertelt dat de beleidsregel worden herzien. In totaal van de dingen die we hebben is het uiteindelijk geregeld. Het college heeft ervoor gekozen om dat niet in de verordening te doen. In de huidige praktijk zijn er 53 kinderen, die eerder op school worden afgezet en 49 kinderen die later worden afgezet. Dat gaat om een tijdsbestek van tussen 0 en 10 minuten. Voor vijf leerlingen lukt dat niet. Zij zijn binnen 20 minuten te laat op school. Het is een ander beeld dan de noodkreten die soms in de media worden geroepen. Voor de herfstvakantie wordt dit beeld opnieuw opgehaald, met de foto van nu.
55
Bij interruptie roept mevrouw Assen (PvdA) iedereen op om met de chauffeur mee te rijden. Haar ervaring na een ochtend is al anders.
Pagina 25 van 28
Wethouder Eerenberg vertelt dat oprecht is uitgevraagd. Overigens is het een goed idee om eens mee te rijden. Als het gaat om de norm, dan is dit hoe het is. In vergelijking met de landelijke kreten die worden geuit, valt het in Utrecht mee. 5
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) merkt op dat het niet alleen over tijd, maar ook over de periodes gaat waarbinnen kinderen in de bus zitten. Ze rijden mee van het ene naar het andere adres. De duur dat kinderen in de bus verblijven dat is een zorgpunt. Heeft het college dat aspect ook meegewogen?
10
Wethouder Eerenberg heeft het antwoord niet paraat. Hij voerde serieuze gesprekken en hoorde niet dat het gebeurt dat kinderen tien uur of meer in de bus, inclusief schooltijd, zitten Voor de herfstvakantie volgt een nieuwe foto. Het gaat de wethouder aan het hart, want het betreft een kwetsbare groep. Worden er kinderen belachelijk vroeg opgehaald om dit te doen?
15
D66 vroeg over de normen en reisuren hoe het met het landelijke traject loopt. Er was contact met het ministerie. Deze cijfers zijn gedeeld met het ministerie. Bevestigd werd het beeld dat het in Utrecht, in vergelijking met andere grote steden, meevalt. Het kan heel verstorend zijn voor een kind wanneer het 20 tot 30 minuten te laat op school komt. Er loopt een traject om chauffeurs te werven, specifiek voor deze doelgroep. Het wordt een soort best practice voor andere gemeenten om chauffeurs te werven .
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of Utrecht wat meer pro actief voorop kan lopen. 25
30
35
40
45
Wethouder Eerenberg is voor stille diplomatie. Hij probeerde te zeggen dat het ministerie de cijfers van Utrecht kent. Daarmee loopt de gemeente al voorop. Het college wil hierin zeker gang maken. De landelijke acht en vier weken is niet de Utrechtse praktijk voor het afgeven van een beschikking, maar de standaard verordening. Utrecht heeft de aanvraag doorgaans binnen drie weken afgehandeld en vaak lukt het binnen twee weken. De belangrijkste reden voor afwijzing is een onvolledige aanvraag. Ook zijn aanvragen soms ook bedoeld voor een andere gemeente. De gemeente zorgt dan wel voor het contact. Tenslotte kan een reden zijn dat de regeling er niet voor bedoeld is. Denk aan bijvoorbeeld vervoer naar naailes. De heer Dijkstra (CDA) is benieuwd of de gemeente verplicht is om de termijn van twaalf weken over te nemen? De verordening moet zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid staan. Kan een periode van minder weken worden opgenomen? Wethouder Eerenberg vertelt dat het doel van deze exercitie is om zoveel mogelijk aan te sluiten bij landelijke uitgangspunten. De periode van drie weken valt binnen die van twaalf weken. Door deze verordening sneuvelen geen ambities. De bedoeling van deze verordening is om aan te sluiten bij de landelijke ronde vanuit de VNG.
Utrecht staat boven de gemiddelden, die behaald worden met deze verordening, als het gaat over reistijden, sturen op kwaliteit en dergelijke. Binnen de verordening kunnen veel keuzes worden gemaakt en daarbij kiest Utrecht steeds de sociale kant. De verordening is geenszins een beperking van het beleid. Materieel is wel opgenomen in de verordening. Er kan bijvoorbeeld gekozen worden voor fiets, OV of vervoer per taxibusje. De voorzitter bedankt de wethouder voor de beantwoording en gaat over tot de tweede termijn.
50
Tweede termijn:
55
Mevrouw Van der Wilt (D66) hoorde de wethouder spreken over een foto. Het zou mooi zijn als die kan worden meegenomen in de RIB als eerste schets. Is dat haalbaar? Zaken kunnen nog in beleidsregels worden ingevuld. Komt dit dan nog langs de raad, of is er nog een moment waarop daar invloed kan worden uitgeoefend? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) verzoekt het college om het recente onderzoek Ouders & Onderwijs mee te nemen.