Agendabundel
Tekst van het document
Financiën De lasten en baten van het voorstel landen in het programma Ontwikkelen en Wonen voor iedereen. Vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koopwoningen Het voorstel tot invoering van een vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen brengt ook kosten voor toetsing met zich mee (doelstelling bebouwde omgeving). Het voorstel is om deze kosten door te berekenen aan de aanvrager. De kosten (leges) per aanvraag zijn €55,46 (prijspeil 2024k). Uitbreiding vitale beroepenvoorrang De toekenning van aanvragen voor de beroepenvoorrang ligt bij de volkshuisvestingsdienst (Het Vierde Huis). Deze kosten worden vooralsnog volledig gedekt uit de doelstelling huisvesting. De uitbreiding van de voorrang voor vitale beroepen met twee sectoren zal leiden tot meer aanvragen. In 2023 zijn voor de bestaande vitale beroepenvoorrang 329 aanvragen gedaan. Hiervan zijn slechts 86 aanvragen toegekend. Het ligt in de lijn der verwachting dat door het uitbreiden van het aantal vitale beroepen de aanvragen zullen toenemen. Dit zegt echter niets over hoeveel aanvragen daadwerkelijk worden toegekend en wat de effectiviteit van de voorrangsregel is. Tegelijk ontstaat hierdoor een risico. Omdat de uitvoeringskosten vooraf niet scherp in beeld te brengen zijn, is het aantal aanvragen voor vitale beroepenvoorrang in het contract volkshuisvestingsdiensten begrensd op 350 aanvragen.
Daarin is ook de proportionaliteit (staat in verhouding tot) en subsidiariteit (wat voegt het toe) van de vitale beroepenvoorrang betrokken. Hierin wordt de besluitvorming over de beleidsnota arbeidsmarkt die in Q2 aan de raad wordt aangeboden ook betrokken.
Vervolg Het besluit tot vaststelling van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht 2024 moet genomen worden door de gemeenteraad en treedt naar verwachting per 1 juli 2024 in werking. Het verplichte advies van de Provinciale Staten zal voor behandeling in de raad worden toegezonden.
Participatie De corporaties en regiogemeenten zijn betrokken geweest bij de voorgestelde aanpassingen conformde uitgangspunten van de Huisvestingswet. Deze afstemming heeft plaatsgevonden via de regionalebestuurstafel en het SWRU, het samenwerkingsverband van 18 corporaties in de Utrechtse regio. Daarnaast is het voorstel ook besproken in de Stuurgroep Huren waarin de Utrechtse corporaties, de overkoepelende huurdersverenigingen van deze corporaties samen met de gemeente deelnemen. Tot slot is het onderdeel koop met het Development Network Utrecht besproken.
Communicatie De gewijzigde Huisvestingsverordening zal worden gecommuniceerd via de gemeentelijke website, de U10 en via WoningNet Regio Utrecht. Daarnaast wordt deze gepubliceerd in de landelijke portalen voor wet- en regelgeving. Voor de uitbreiding van de beroepenvoorrang zal per beroepsgroep na invulling van de nadere regels worden gekeken op welk platform dit het beste kan worden gecommuniceerd. Via het Development Network Utrecht en op projectniveau zorgen we dat de
14
vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen voldoende bekend is bij geïnteresseerden bij nieuwbouwprojecten.
(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is niet van toepassing op beslispunt 1 conform artikel 1:2, lid 2 sub q van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht. De beslispunten 2 en 3 zijn wel referendabel, deze betreffen lokale besluiten die op regionaal niveau niet gelijkluidend zijn.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Wijzigingsbesluit Huisvestingsverordening gemeente Utrecht juli 2024 - Wijzigingsbesluit Legesverordening gemeente Utrecht 2024 Bijlagen informatief - Was-wordt wijzigingen Huisvestingsverordening gemeente Utrecht juli 2024 - Huisvestingsverordening gemeente Utrecht juli 2024 – wijziging bijhouden - Bijlage Analyse beroepenvoorrang - Toelichting Huisvestingsverordening gemeente Utrecht wijziging juli 2024 – wijziging bijhouden - Bijlage bij artikel 74 bestuurlijke boete - Advies Provinciale staten (wordt na ontvangst toegevoegd)
15
Besluit tot wijziging van de
Huisvestingsverordening gemeente Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht -
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum >
Gelet op de artikelen 4,5, 6, 7,9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 23a, 23b, 24,33a, 35, 40, 41 en 45 van de Huisvestingswet
Overwegende dat -
de Huisvestingswet in 2024 is gewijzigd;
de Huisvestingswet het mogelijk maakt een vergunningplicht voor betaalbare nieuwbouw koopwoningen in te voeren;
Besluit de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht als volgt te wijzigen:
Artikel I A. Artikel 1 Definities wordt als volgt gewijzigd, a. Na het onderdeel ‘bestaande woonruimte’ wordt het volgende onderdeel ingevoegd ‘betaalbare nieuwbouw koopwoning: een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet met een koopprijsgrens van maximaal €390.000,-.’ b. Bij het onderdeel ‘hospitaverhuur’ wordt ‘iemand’ vervangen door ‘de verhuurder’. c.
Bij het onderdeel ‘ingezetene’ wordt ‘bestemmingsplan’ vervangen door ‘omgevingsplan’.
d. Bij het onderdeel ‘onzelfstandige woonruimte’ wordt ‘huishouden’ vervangen door ‘bewoner’ en de zinsnede ‘als keuken en sanitaire voorzieningen’ vervalt. e. Het onderdeel ‘seniorenwoning’ vervalt. f.
Bij het onderdeel ‘woningvorming’ wordt ‘van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te gouden het verbouwen of in verbouwde staat houden van twee of meer woonruimten’ vervangen door ‘Een woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of die in verbouwde staat te houden.‘
g. Het onderdeel ‘zelfstandige woonruimte’ vervalt.
B. Aan artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte wordt aan het eerste lid toegevoegd: ‘sub c. betaalbare nieuwbouw koopwoningen.’
C. Artikel 3 Eisen verlening huisvestingsvergunning wordt als volgt gewijzigd: a. In onderdeel c wordt ‘€44.035’ vervangen door ‘€47.699‘ en wordt ‘€48.625’ vervangen door ‘€52.671’. b. Onderdeel d komt te luiden: ‘voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan €62.191 voor een eenpersoonshuishouden en €82.921 voor een meerpersoonshuishouden; en’ c.
In het vijfde lid wordt ’ €69.360’ vervangen door ’ €69.707 en wordt ’ €56.513 vervangen door ’ €61.046’.
d. Aan artikel 3 wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt: ‘In afwijking van het eerste lid, onder d, kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachte leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.’
D. Artikel 4 Jaarlijkse aanpassing van huur- en inkomensgrenzen wordt als volgt gewijzigd a. Aan het opschrift van artikel 4 wordt na ‘huur-‘ ‘koopprijs’ ingevoegd. b. In de eerste zinsnede wordt ‘2023’ vervangen door ‘2024’. c.
Aan artikel 4 wordt het onderdeel toegevoegd, dat luidt: ‘j. de koopprijsgrens in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomst artikel 7, vierde lid van de wet.
E. Artikel 5 vruchteloze aanbieding wordt als volgt gewijzigd a.
Het eerste lid komt te luiden: ‘In geval van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits a.de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; b.er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en c.er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.’
b. Aan artikel 5 wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt: ‘In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid 1 onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding als de verkoper van de woonruimte dertien weken langs, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a. de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs: De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; b.er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand met de woonruimte is geadverteerd; en c.er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
F. In artikel 6 , tweede lid sub e Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning wordt na ‘huur’ de zinsnede ‘- of koop’ ingevoegd.
G. In artikel 9 Inschrijfsysteem, algemene eisen vervalt het zesde lid.
H. Artikel 10 Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen wordt als volgt gewijzigd, a. Aan het opschrift van artikel 10 wordt na ‘instellingen‘ de volgende zinsnede toegevoegd: ‘betreffende de sociale huur’ b. In het vierde lid vervalt na ‘door een toegelaten instelling, behalve’ de zinsnede ‘als die woonruimte wordt verhuurd met een tijdelijk contract’ c.
Aan artikel 10 wordt een nieuw lid ligt toegevoegd, dat luidt: ‘De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 11a en 11b van de wet en als er een huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 11c van de wet is aangegaan.’
I.
Artikel 11 Bekendmaking van het aanbod wordt als volgt gewijzigd, a. Het eerste lid komt te luiden: ‘Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op het in de regio gangbare platform. In aanvulling hierop kunnen verhuurders ook op de eigen website of op een andere transparante wijze adverteren. b. In het derde lid wordt ‘afgeweken’ vervangen door ‘afgezien’
J.
In het vijfde lid van artikel 15 Lotingmodel wordt na de zinsnede ‘Burgemeester en wethouders kunnen’ de volgende zinsnede ingevoegd ‘in een nadere regel’.
K. In de tabel bij artikel 23 Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte wordt in de eerste kolom wordt na ‘6 kamers’ ‘of meer’ ingevoegd.
L. In artikel 24 Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte worden de tabellen als volgt gewijzigd, a. In tabel 1 in de derde kolom ‘Huishoudinkomen’ worden de bedragen gewijzigd. ‘€ 25.475’ wordt vervangen door ‘€ 27.725’, ‘€ 34.575’ wordt vervangen door ‘€ 37.625’, ‘€ 34.575’ wordt vervangen door ‘€ 37.625’, ‘€ 25.075’ wordt vervangen door ‘€ 27.225’, ‘€ 33.800’ wordt vervangen door ‘€ 36.675’, ‘€ 33.800’ wordt vervangen door ‘€ 36.675’. b. In tabel 1 in In de vierde kolom ‘Huurprijs tot’ worden de bedragen gewijzigd. ‘€ 647,19’ wordt vervangen door ‘€ 650,43’, ‘€ 647,19’ wordt vervangen door ‘€ 650,43’, ‘€ 693,60’ wordt vervangen door ‘€ 697,07’, ‘€ 647,19’ wordt vervangen door ‘€ 650,43’, ‘€ 647,19’ wordt vervangen door ‘€ 650,43’, ‘€ 693,60’ wordt vervangen door ‘€ 697,07’. c.
In tabel 2 in de eerste kolom wordt ‘€ 44.035 (eenpersoonshuishoudens)’ vervangen door ‘€ 47.699 (eenpersoonshuishoudens)’ en wordt ‘€ 48.625 (meerpersoonshuishoudens)’ vervangen door ‘€ 52.671 (meerpersoonshuishoudens)’.
d. In tabel 2 in de tweede kolom wordt ‘€ 56.513,-‘ vervangen door ‘€ 61.046,-‘ e. In tabel 2 in de derde kolom wordt ‘€ 693,60’ vervangen door ‘€ 697,07,-’. f.
In tabel 2 in de vierde kolom wordt ‘€ 808,06,-’ vervangen door ‘€ 879,66,-’.
M. Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding wordt als volgt gewijzigd, a. In het derde lid wordt na de zinsnede ‘de gemeente voorrang geven aan’ de volgende zinsnede ingevoegd ‘vitale beroepen, zijnde’ en de zinsnede ‘kinderopvang en brandweer’ toegevoegd. b. Aan artikel 25 wordt een nieuw lid toegevoegd, dat luidt: ‘Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding is maximaal 50%.’
N. Artikel 47 Voorrangsgronden wordt als volgt gewijzigd, a. Het eerste lid wordt komt te luiden:
‘Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte wordt bij de eerste verhuur voorrang gegeven aan: a. Doorstromers; en b. Vitale beroepen.’ b. ‘Het tweede lid komt te luiden: ‘Elke verhuurder past de voorrang uit het eerste lid toe voor 50% van de eerste verhuringen.’ c.
Het derde lid komt te luiden: ‘Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met: a.de aard van de woonruimte; b.de grootte van de woonruimte; c.de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of d.een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep.’
d. Het vierde lid komt te luiden: ‘Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde.’ e. Het vijfde lid komt te luiden: ‘Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het vierde lid. ‘
O. Artikel 48 Rangorde wordt als volgt gewijzigd, a. Het tweede lid wordt komt te luiden: ‘Als er meerdere voorrangsregels van toepassing zijn, geldt binnen de voorrangsregels de volgende onderlinge rangorde: a. Woningzoekenden die zowel voldoen aan voorrang voor doorstromers als voorrang voor vitale beroepsgroepen; b.Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor doorstromers; c.Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor vitale beroepsgroepen.’ b. Het derde lid komt te luiden: ‘Indien er meer gegadigden zijn dan wordt er geloot.’
P. Artikel 49 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstelling wordt als volgt gewijzigd,
a. Het eerste lid onder c komt te luiden: ‘van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden; b. Het eerste lid onder d komt te luiden: ‘van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;’ c.
Er wordt een nieuwe subcategorie toegevoegd die komt te luiden: ‘e. tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden.’
d. In het vierde lid wordt na de zinsnede ‘eerste lid onder a, b, c en d’ de volgende zinsnede ingevoegd ‘en e’.
Q. In onderdeel d van artikel 51 Weigeringsgronden worden ‘het bestemmingsplan en de beheersverordening’ vervangen door ‘het omgevingsplan’.
R. In onderdeel d van artikel 60 Weigeringsgronden worden ‘het bestemmingsplan, de beheersverordening’ vervangen door ‘het omgevingsplan’.
S. In het tweede lid onder b van artikel 65 Aanwijzing beschermde woonruimte wordt na de zinsnede ‘de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming’ de volgende zinsnede toegevoegd ‘De geldende WOZwaarde op de datum van inschrijving in de openbare registers is de WOZ-waarde met dezelfde peildatum als die van de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 66 van deze verordening.’
T. Aan artikel 71 Experimenten wordt een lid toegevoegd, dat luidt: ‘Burgemeester en wethouders kunnen het experiment uitwerken in een nadere regel’.
U. Het eerste lid van artikel 73 Rapportageverplichting wordt vervangen door: ‘De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf, in de Regionale corporatiemonitor van het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht, over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid, artikel 25, zesde lid en artikel 45. ‘
Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad;
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>
De burgemeester Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Merel van Hall
Besluit tot wijziging van de
Legesverordening gemeente Utrecht 2024, vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koopwoningen De raad van de gemeente Utrecht -
Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <datum >
Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 7 van de Huisvestingswet en artikel 2 lid 1 onder sub c van de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht.
Overwegende dat het vanwege de inwerkingtreding van het besluit tot wijziging van de
Huisvestingsverordening gemeente Utrecht (vergunningplicht betaalbare nieuwbouw koop), het wenselijk is de Legesverordening gemeente Utrecht 2024 te wijzigen.
Besluit de Legesverordening gemeente Utrecht 2024 als volgt te wijzigen:
Artikel I In de tarieventabel, behorend bij de Legesverordening gemeente Utrecht 2024 wordt in de paragraaf VI Wonen en Monumenten, na nummer 16 een nieuw artikel ingevoegd, dat komt te luiden: 16A. Huisvestingswet: vergunning betaalbare nieuwbouw koop 16A.1 De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 7 Huisvestingswet (vergunning betaalbare nieuwbouw koop) bedragen: €55,46.
Artikel II Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad;
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>
Commentaar [LH1]: @Derkx, Aniek hier moet een bedrag ingevuld worden Commentaar [LH2R1]: + check: in nummer 17 willen we dit ook voor deze aanvragen?: (1)17.Teruggaaf: intrekken aanvraag, weigering vergunning Huisvestingswet (2) (3)1.Indien na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van de Huisvestingswet maar voor het verlenen van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken of indien de gevraagde vergunning niet wordt verleend, wordt ambtshalve teruggaaf verleend die een percentage is van de geheven leges, welk percentage bedraagt 40% (1)2.Indien na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning op grond van de Huisvestingswet doch voor het verlenen van de opname 'staat van onderhoud en gebreken', deze aanvraag wordt ingetrokken wordt ambtshalve teruggaaf verleend die een percentage is van de geheven leges, welk percentage bedraagt 70% Commentaar [DA3R1]: doe maar niet, want we hebben dus geen geld dus durf dat nu niet te regelen
De burgemeester Sharon A.M. Dijksma
De griffier, Merel van Hall
Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in Huisvestingsverordening gemeente Utrecht
Bestaande tekst: Artikel 1 Definities ……………
-
-
-
-
-
hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door iemand die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het bestemmingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte.
De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewoner worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen als keuken en sanitaire voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden; seniorenwoning: woonruimte die geschikt is voor personen van 65 jaar en ouder; woningvorming: van onzelfstandig in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden het verbouwen of in verbouwde staat houden van twee of meer woonruimten; zelfstandige woonruimte: woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
……….. Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
Nieuwe tekst Artikel 1 Definities …………….. -
Betaalbare nieuwbouw koopwoning: : een nieuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet met een koopprijsgrens van maximaal € 390.000,-
-
hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door de verhuurder die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het omgevingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte. De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewoner worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden;
-
-
-
woningvorming: Een woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of die in verbouwde staat te houden;
…………
Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte
1.
De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:
1.
De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:
a.
sociale huurwoningen;
a.
sociale huurwoningen;
b.
middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd.
b.
middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd;
c.
betaalbare nieuwbouw koopwoningen.
………….
………………
Artikel 3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet:
Artikel 3 Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1.
Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet:
a.
de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet;
a.
de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet;
b.
de aanvrager is 18 jaar of ouder;
b.
de aanvrager is 18 jaar of ouder;
c.
voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 44.035 voor een eenpersoonshuishouden € 48.625 voor een meerpersoonshuishouden;
c.
voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 47.699 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.671 voor een meerpersoonshuishouden;
d.
voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 64.578 voor een eenpersoonshuishouden € 76.319 voor een meerpersoonshuishouden; en
d.
voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan € 62.191 voor een eenpersoonshuishouden en € 82.921 voor een meerpersoonshuishouden; e
e.
als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte.
e.
als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte.
2.
Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e.
3.
De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.
2.
Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e.
3.
De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A.
4.
Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e.
4.
Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e.
5.
In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 693,60 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 56.513,-.
5.
In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 697,07 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 61.046,-.
6.
In afwijking van het eerste lid, onder d, kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.
Artikel 4 Jaarlijkse aanpassing van huur- en inkomensgrenzen
Artikel 4 Jaarlijkse aanpassing van huur-, koop en inkomensgrenzen
De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2023. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd:
De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 2024. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd:
……
…… j.
Artikel 5 Vruchteloze aanbieding
Er is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte tenminste dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits:
de koopprijsgrens in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomstig artikel 7, vierde lid van de wet.
Artikel 5 Vruchteloze aanbieding 1.
a.de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet;
In geval van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.
b.er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en
b.
c.er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
c.
2.
de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding
als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a.
b. c.
de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
Artikel 6 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
Artikel 6 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning
……
…………….
e. kopie van het huurcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven;
e.kopie van het huur- of koopcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven;
……….. Artikel 9 Inschrijfsysteem, algemene eisen
……… Artikel 9 Inschrijfsysteem, algemene eisen
1.
Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden.
2.
Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk.
3.
4.
Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten. De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden;
5.
De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.
6.
De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 7:274c, tweede lid en
1.Verhuurders van de in artikel 8 bedoelde woonruimten zorgen voor het aanleggen en bijhouden van een inschrijfsysteem van woningzoekenden, zodat de rangorde bepaald kan worden. 2.Het inschrijfsysteem is transparant, controleerbaar, gebruiksvriendelijk en toegankelijk. 3.Als burgemeester en wethouders daarom verzoeken, legt verhuurder aan hen verantwoording af over de inschrijving voor en toewijzing van de woonruimten. 4.De administratiekosten die aan woningzoekenden berekend worden in verband met hun inschrijving, staan in redelijke verhouding tot de kosten die in verband met het inschrijfsysteem voor de woningzoekende gemaakt worden; 5.De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.
7:271, eerste lid, tweede volzin van het Burgerlijk Wetboek. Artikel 10 Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen …………. 4. Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve als die woonruimte wordt verhuurd met een tijdelijk contract, bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie. ………….
Artikel 10 Inschrijfsysteem van toegelaten instellingen betreffende de sociale huur ………….. 4.Een inschrijving eindigt na toewijzing van een woonruimte door een toegelaten instelling, behalve, bij woningruil of als de woonruimte is betrokken met gebruikmaking van een urgentie op volkshuisvestelijke gronden, met uitzondering van de terugkeerurgentie. ………… 6. De inschrijving die resulteert in een huurovereenkomst vervalt niet als het een tijdelijke huurovereenkomst betreft, zoals bedoeld in de artikelen 11a en 11b van de wet en als er een huurovereenkomst zoals bedoeld in artikel 11c van de wet is aangegaan.
Artikel 11 Bekendmaking van het aanbod 1.Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op de website van die verhuurder, op het in de regio gangbare platform of op een andere transparante wijze. 2.Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt. 3.Van het tweede lid kan worden afgeweken als een woonruimte bedoeld is:
Artikel 11 Bekendmaking van het aanbod 1.
Het aanbod van particuliere verhuurders wordt bekend gemaakt op het in de regio gangbare platform. In aanvulling hierop kunnen verhuurders ook op de eigen website, of op een andere transparante wijze adverteren.
2.
Het aanbod van toegelaten instellingen wordt op het in de regio gangbare platform bekend gemaakt.
3.
Van het tweede lid kan worden afgezien als een woonruimte bedoeld is:
……… ………. Artikel 15 Lotingmodel ……..
Artikel 15 Lotingmodel ………..
5. Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.
5.Burgemeester en wethouders kunnen in een nadere regel bepalen dat alleen specifieke typen woonruimte via loting mogen worden verdeeld.
Artikel 23 Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte
Artikel 23 Voorrang in verband met de grootte van de woonruimte
…….. 6 kamers …… Artikel 24 Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte
…… 6 kamers of meer ………… Artikel 24 Voorrang in verband met de prijs van de woonruimte
Tabel 1 kolom 3: - € 25.475
In tabel 1 kolom 3: - € 27.725
- € 34.575 - € 34.575 - € 25.075 - € 33.800 - € 33.800 In tabel 1 kolom 4: - € 647,19 - € 647,19 - € 693,60 - € 647,19 - € 647,19 - € 693,60
- € 37.625 - € 37.625 - € 27.225 - € 36.675 - € 36.675 In tabel 1 kolom 4: - € 650,43 - € 650,43 - €697,07 - € 650,43 - €650,43 - € 697,07
In tabel 2 kolom 1: - € 44.035 (eenpersoonshuishoudens) - € 48.625 (meerpersoonshuishoudens)
In tabel 2 kolom 1: - € 47.699 (eenpersoonshuishoudens) - € 52.671 (meerpersoonshuishoudens)
In tabel 2 kolom 2: - € 56.513,-
In tabel 2 kolom 2: - € 61.046,-
In tabel 2 kolom 3: - € 693,60
In tabel 2 kolom 3: - € 697,07
In tabel 2 kolom 4: - € 808,06,Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding
In tabel 2 kolom 4: - € 879,66,Artikel 25 Voorrang in verband met economische of maatschappelijke binding
………..
………….
3.Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, zorg, politie.
3.Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van artikel 14 van de wet, bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voor appartementen vanaf de eerste verdieping in de gemeente voorrang geven aan vitale beroepen, zijnde woningzoekenden met een economische binding aan de gemeente, die werkzaam zijn binnen de sectoren onderwijs, zorg, politie, kinderopvang, en brandweer.
……….
…………. 6.Het totaal aantal toewijzingen op basis van de voorrang voor economische of maatschappelijke binding is maximaal 50%.
Artikel 47 Voorrangsgronden
Artikel 47 Voorrangsgronden
1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte hebben doorstromers voorrang.
1.Bij het verlenen van een huisvestingsvergunning voor de in artikel 46 bedoelde woonruimte wordt bij eerste verhuur voorrang gegeven aan:
2.Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met:
a.
Doorstromers; en
b.
Vitale beroepen.
2.Elke verhuurder past de voorrang uit het eerste lid toe voor 50% van de eerste verhuringen.
a.de aard van de woonruimte; b.de grootte van de woonruimte; c.de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of
3.Naast of in plaats van de in de vorige leden genoemde voorrang kunnen burgemeester en wethouders in overleg met verhuurders ook andere categorieën woningzoekenden aanwijzen die voor aangewezen woonruimte voorrang krijgen bij het verlenen van een huisvestingsvergunning, in verband met: a.de aard van de woonruimte;
d.een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep.
3.Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde. 4.Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het derde lid.
b.de grootte van de woonruimte; c.de dringende behoefte aan een woonruimte voor een specifieke doelgroep; of d.een economische of maatschappelijke binding, zoals het behoren tot een bepaalde beroepsgroep. 4.Als burgemeester en wethouders het vorige lid toepassen, leggen zij dit vast in een nadere regel en geven hierbij eveneens de voorrangsvolgorde aan, die kan afwijken van de in het volgende artikel beschreven rangorde. 5.Burgemeester en wethouders rapporteren jaarlijks aan de raad over het verlenen van voorrang op grond van het vierde lid.
Artikel 48 Rangorde 1.De woonruimte wordt aangeboden aan de gegadigde die voldoet aan de eisen voor een huisvestingsvergunning en die op grond van het volgende lid als eerste voor de woonruimte in aanmerking komt. 2.Bij het bepalen van de volgorde worden alle belangstellende doorstromers op datum van inschrijving gerangschikt, daarna volgen de overige gegadigden op datum van inschrijving.
Artikel 48 Rangorde 1.
De woonruimte wordt aangeboden aan de gegadigde die voldoet aan de eisen voor een huisvestingsvergunning en die op grond van het volgende lid als eerste voor de woonruimte in aanmerking komt.
2.
Als er meerdere voorrangsregels van toepassing zijn, geldt binnen de voorrangsregels de volgende onderlinge rangorde: a.
Woningzoekenden die zowel voldoen aan voorrang voor doorstromers als voorrang voor vitale beroepsgroepen;
b.
Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor doorstromers;
c.
Woningzoekende die voldoet aan de voorrang voor vitale beroepsgroepen;
3. Indien er meer gegadigden zijn dan wordt er geloot.
Artikel 49 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstellling 1.Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op alle woonruimte in de gemeente Utrecht.
Artikel 49 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte, vrijstellling 1.
Het verbod van artikel 21, eerste lid van de wet is van toepassing op alle woonruimte in de gemeente Utrecht. Deze woonruimte mag niet
Deze woonruimte mag niet zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
a.anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden;
a.
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk aan de bestemming tot bewoning worden onttrokken of onttrokken gehouden;
b.anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden;
b.
anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar geheel of gedeeltelijk met andere woonruimte worden samengevoegd of samengevoegd gehouden;
c.
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;
d.
van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden;
e.
tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden.
c.van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet of omgezet gehouden; d.tot twee of meer woonruimten worden verbouwd of in die verbouwde staat worden gehouden. 2.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt.
2.
Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a. is vrijgesteld: woonruimte die wordt onttrokken door een toegelaten instelling, als aan die onttrekking een besluit van burgemeester en wethouders ten grondslag ligt.
3.
Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld:
3.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder c. is vrijgesteld: a.Woonruimte die is of wordt omgezet voor de huisvesting van maximaal drie personen;
a.
Woonruimte die is of wordt omgezet voor de huisvesting van maximaal drie personen;
b.
Woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur.
b.Woonruimte waar sprake is van hospitaverhuur. 4.Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c en d. zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte:
4.
……………..
Artikel 51 Weigeringsgronden ………. d. vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het bestemmingsplan, de beheersverordening, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het bestemmingsplan of de beheersverordening.
………
Van het verbod als bedoeld in het eerste lid onder a, b, c, d. en e zijn vrijgesteld situaties waarbij de eigenaar van de woonruimte:
…………….. Artikel 51 Weigeringsgronden ………. d.vergunningverlening zou leiden tot strijdigheid met het omgevingsplan, of met een omgevingsvergunning op grond waarvan afgeweken mag worden van het omgevingsplan. …………
Artikel 60 Weigeringsgronden
Artikel 60 Weigeringsgronden
………
………. d.sprake is van strijdigheid met het omgevingsplan, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het omgevingsplan is verleend.
d.sprake is van strijdigheid met het bestemmingsplan of de beheersverordening, tenzij een omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan of de beheersverordening is verleend.
………….
……… Artikel 65 Aanwijzing beschermde woonruimte
Artikel 65 Aanwijzing beschermde woonruimte
…………… Lid 2 onder b. De WOZ-waarde zoals die gold op de datum van inschrijving in de openbare registers ligt op die datum op of onder de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming.
…………
……….
Lid 2 onder b. De WOZ-waarde zoals die gold op de datum van inschrijving in de openbare registers ligt op die datum op of onder de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming. De geldende WOZ-waarde op de datum van inschrijving in de openbare registers is de WOZ-waarde met dezelfde peildatum als die van de dan geldende prijsgrens opkoopbescherming, als bedoeld in artikel 66 van deze verordening. ……….
Artikel 71 Experimenten
Artikel 71 Experimenten ………… 3.Burgemeester en wethouders kunnen het experiment uitwerken in een nadere regel.
Artikel 73 Rapportageverplichting 1.De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid onder f en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid en artikel 45. …………
Artikel 73 Rapportageverplichting
1.
De toegelaten instelling rapporteert jaarlijks achteraf, in de Regionale corporatiemonitor van het Regioplatform Woningcorporaties Utrecht , over de wijze waarop zij (al dan niet op basis van mandaat) invulling heeft gegeven aan artikel 11, derde lid, artikel 16, derde lid en vierde lid, artikel 17, artikel 22, artikel 23, tweede en vierde lid, artikel 24, vierde en vijfde lid, artikel 25, zesde lid en artikel 45.
………..
Huisvestingsverordening gemeente Utrecht
De raad van de gemeente Utrecht; -
gelet op de artikelen 4, 5, 7, 9 tot en met 14, 17, 20 tot en met 22, 23a, 23b, 23e, 24, 33a, 35,
-
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van <...> 2024;
-
40, 41, 45 van de Huisvestingswet 2014;
gezien het advies van de commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van <...> 2024
Overwegende dat: -
<..>
Besluit vast te stellen de volgende verordening:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: • • • • • • • • • •
aangepaste woonruimte: ingrijpend aangepaste woning, die naar zijn aard bestemd is voor bewoning door iemand met een fysieke beperking; advertentiemedium: een uitgave per verhuurder of groep van verhuurders, waarin voor toewijzing beschikbare woonruimte wordt aangeboden; beschermde woonruimte: een in artikel 65 aangewezen woonruimte waarvoor het verbod van artikel 41, eerste lid van de wet geldt; bestaande woonruimte: een woonruimte die op dit moment bewoond wordt, of in het verleden bewoond is geweest; betaalbare nieuwbouw koopwoning: een nietuw te bouwen voor verkoop bestemde woonruimte als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de wet met een koopprijsgrens van maximaal € 390.000,-. campuscontract: huurovereenkomst voor studenten zoals bedoeld in artikel 274d van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek; datum van inschrijving in de openbare registers: de datum van inschrijving in de openbare registers van de akte van levering van de woonruimte aan de nieuwe eigenaar; dienstwoning: woonruimte die door een werknemer bewoond moet worden om zijn uit het dienstverband voortvloeiende taken goed te kunnen vervullen; doorschuiver: doorstromer die binnen een doorschuifcomplex verhuist; doorschuifcomplex: gebouw waarin woonruimte bij voorrang wordt aangeboden aan doorstromers die in hetzelfde complex wonen;
•
• •
•
doorstromer: de woningzoekende die als hoofdhuurder daadwerkelijk en rechtmatig en niet op basis van de Leegstandwet een zelfstandige sociale huurwoning in de woningmarktregio bewoont, deze woning na verhuizing leeg achterlaat, en deze huurwoning is in eigendom van een verhuurder die via het in de regio gangbare platform verhuurt; gebruiksoppervlakte: de gebruiksoppervlakte wonen, als bedoeld in NEN 2580; hospitaverhuur: de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door iemand de verhuurder die voor minimaal vijftig procent juridisch eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. huishouden: een of twee volwassen personen, plus eventuele inwonende kinderen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren. Hierbij is er niet alleen sprake van het samen (willen) bewonen van een bepaalde woonruimte, maar ook van bewuste wederzijdse zorg en taakverdeling en de intentie om voor onbepaalde tijd met elkaar samen te wonen. Kinderen ouder dan 18 jaar gelden als inwonend als zij volgens de Basisregistratie Personen niet langer dan zes maanden uitgeschreven zijn geweest of na een uitschrijving van langer dan zes maanden weer twee jaar te staan ingeschreven.
In geval van co-ouderschap kunnen kinderen worden meegeteld als zij bij elke co-ouder minstens drie hele nachten per week of om de week een hele week bij elke co-ouder verblijven. Het coouderschap moet worden aangetoond met een gerechtelijke uitspraak, een echtscheidingsconvenant of een ouderschapsplan.
•
• • • • •
•
•
• • •
ingezetene: degene die in de Basisregistratie Personen van één van de gemeenten in de woningmarktregio is opgenomen en daar tenminste één jaar feitelijk en rechtmatig hoofdverblijf heeft in een woonruimte, die volgens het bestemmingsplan omgevingsplan is aangewezen of bestemd voor permanente bewoning; jongere: iemand in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 29 jaar; 18 tot en met 22 jaar dan wel 18 tot en met 27 jaar kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woonruimte, die geschikt is voor wonen of slapen met een oppervlakte van tenminste vijf vierkante meter; liberalisatiegrens: de maximale huur waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat, zoals weergegeven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag; mantelzorg: hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; middenhuurwoningen: woonruimte met een aanvangshuurprijs vanaf de liberalisatiegrens tot en met de middenhuurgrens. De middenhuurgrens is de maximale huur die gevraagd mag worden voor middenhuurwoningen zoals uitgewerkt in het Actieplan Middenhuur. onzelfstandige woonruimte: woonruimte die geen eigen toegang heeft, dus geen deur heeft die direct toegang geeft tot de woning en bereikbaar is via de straatzijde of vanuit een gemeenschappelijke verkeersruimte.
De woonruimte kan niet zelfstandig door een bewonerhuishouden worden bewoond, omdat wezenlijke voorzieningen als keuken en sanitaire voorzieningen zich buiten de woonruimte bevinden; particuliere vakantieverhuur: vorm van toeristische verhuur, waarbij de hoofdbewoner de woonruimte waar hij volgens de Basisregistratie Personen zelf woont, incidenteel, voor een korte periode en tijdens de eigen afwezigheid, toeristisch verhuurt; particuliere verhuurders: verhuurders van woonruimte die geen toegelaten instelling zijn; plankwoning: woning die op de nominatie staat om ingrijpend te worden verbeterd of te worden gesloopt, en voor tijdelijke bewoning in gebruik kan worden gegeven; prijsgrens opkoopbescherming: de jaarlijks geïndexeerde grens die aangeeft welke woonruimten onder de opkoopbescherming vallen;
• • • • •
•
•
•
• • •
•
• •
• • •
• • •
relatiebeëindiging: echtscheiding, verbreking geregistreerd partnerschap, verbreking samenlevingscontract en beëindiging samenwoning zonder overeenkomst; senioren: iemand van 65 jaar of ouder; seniorenwoning: woonruimte die geschikt is voor personen van 65 jaar en ouder; sociale huurwoningen: woonruimte met een aanvangshuurprijs tot en met de liberalisatiegrens; statushouder: vreemdeling die in Nederland een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft aangevraagd en een verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in artikel 8, onderdeel a, b en c van de Vreemdelingenwet 2000; toegankelijke woonruimte: een gelijkvloerse, rollatortoegankelijke of rolstoeltoegankelijke woonruimte die, inclusief de wezenlijke voorzieningen, zonder trap bereikbaar is voor personen met een functiebeperking; type woonruimte: seniorenwoonruimte, toegankelijke woonruimte, woonruimte met zorgvoorzieningen, aangepaste woonruimte, jongerenwoonruimte, wisselwoning, plankwoning, eengezinswoning, parterre-appartement, appartement vanaf eerste verdieping met lift, appartement vanaf eerste verdieping zonder lift, bovenwoning, benedenwoning, ondermaisonnette (begane grond) en bovenmaisonnette (vanaf eerste verdieping).
van groot-naar-beter-regel: voorrang bij woonruimten met maximaal drie kamers voor doorstromers die een woonruimte van minimaal 4 kamers achterlaten, waar zij minimaal een jaar gewoond hebben; verhuurvergunning opkoopbescherming: vergunning als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet; wet: Huisvestingswet 2014; wisselwoning: woning die voor tijdelijke bewoning wordt aangeboden aan personen die door ingrijpende verbetering de huidige woning moeten verlaten, maar na afronding van de werkzaamheden in deze woning terugkeren; woningmarktregio: gebied dat vanuit het oogpunt van het functioneren van de woningmarkt als een geheel wordt beschouwd, bestaande uit de gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater, De Ronde Venen, Woerden, De Bilt, Bunnik, Houten, IJsselstein, Nieuwegein, Stichtse Vecht, Utrecht, Zeist, Utrechtse Heuvelrug, Wijk bij Duurstede en de kernen Vianen, Hagestein, Everdingen, Zijderveld en Hoef en Haag in de gemeente Vijfheerenlanden; woningruil: Het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte met het oogmerk van daadwerkelijke permanente bewoning; woningvorming: Een woonruimte tot twee of meer zelfstandige woonruimten te verbouwen of die in verbouwde staat te houden; van onzelfstandige in zelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houdenhet verbouwen of in verbouwde staat houden van twee of meer woonruimten;
woningzoekende; huishouden dat staat ingeschreven in het inschrijfsysteem voor woningzoekenden; woonadres: woonadres als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel o, onder 1°, van de Wet Basisregistratie Personen; woongroep: door burgemeester en wethouders aangewezen groep van drie of meer huishoudens, die geen gemeenschappelijke huishouding voeren en geen onderlinge huurrelatie hebben, maar wel de intentie hebben om bestendig, voor onbepaalde tijd, samen te wonen in een met een gezinsverband vergelijkbaar samenlevingsverband in een of meer door burgemeester en wethouders daarvoor aangewezen woonruimten. woonruimte met zorgvoorzieningen: zelfstandige woonruimte (aanleunwoning of beschutte woning) waarbij gebruik gemaakt wordt van faciliteiten van zorgverlenende instellingen; WOZ-waarde: de waarde van de woonruimte, vastgesteld overeenkomstig de Wet waardering onroerende zaken; zelfstandige woonruimte: oOnder zelfstandige woning wordt verstaan de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn
•
van wezenlijke voorzieningen buiten de woning.woonruimte met een eigen toegang, die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte; zestigprocentmethode: Dde zestigprocentmethode verdeelt op basis van de WOZ-gegevens van dat jaar alle woningen van eigenaar-bewoners in Utrecht in vijf categorieën van elk twintig procent: goedkoop, middelduur (laag), middelduur, duur en zeer duur. De prijsgrens opkoopbescherming is het bedrag waarop of waaronder de categorieën goedkoop, middelduur (laag) en middelduur zich bevinden.
Hoofdstuk 2 Verdeling van woonruimte Paragraaf 2.1. Werkingsgebied Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1. De volgende categorieën woonruimte mogen alleen voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend: a. sociale huurwoningen; b. middenhuurwoningen die na 1 januari 2020 zijn opgeleverd; b. c. betaalbare nieuwbouw koopwoningen.. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op: a. woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid van de Leegstandwet, waarvoor een vergunning is afgegeven; b. onzelfstandige woonruimte; c.
dienstwoningen;
d. zelfstandige woonruimte met een vloeroppervlakte tot 30m2, verhuurd met een campuscontract of verhuurd door een toegelaten instelling; e. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; f.
wisselwoningen;
g. woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen, via intermediaire verhuur verhuurd aan een zorginstelling, die door die zorginstelling aan derden in gebruik worden gegeven met een contract dat onlosmakelijk verbonden is aan een zorgcontract van deze zorginstelling.
Paragraaf 2.2. De huisvestingsvergunning
Artikel 3. Eisen voor verlening huisvestingsvergunning 1. Een aanvrager komt in aanmerking voor een huisvestingsvergunning als deze aan de volgende voorwaarden voldoet: a. de leden van het huishouden hebben de Nederlandse nationaliteit of verblijven hier rechtmatig, zoals bedoeld in artikel 10, tweede lid van de wet; b. de aanvrager is 18 jaar of ouder; c.
voor een sociale huurwoning is het huishoudinkomen niet hoger dan de € 47.69944.035 voor een eenpersoonshuishouden en € 52.67148.625 voor een meerpersoonshuishouden;
d. voor een middenhuurwoning en een betaalbare nieuwbouw koopwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c,is is het huishoudinkomen niet hoger dan € 62.1914.578 voor een eenpersoonshuishouden en € 82.928176.319 voor een meerpersoonshuishouden; en e. als er voorrangsregels gelden, komt de aanvrager op basis daarvan als eerste in aanmerking voor de woonruimte. 2. Bij vruchteloze aanbieding wordt een vergunning verleend in afwijking van de voorwaarden uit het eerste lid onder c., d. en e. 3. De voorwaarde uit het eerste lid onder c. geldt niet voor degenen met een urgentie op volkshuisvestelijke of maatschappelijke gronden en voor degenen die uitgezonderd zijn van de inkomenstoets zoals vermeld in de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015, bijlage 1 onder A. 4. Bij woningruil en bij overlijden van de hoofdhuurder kan een huisvestingsvergunning worden verleend in afwijking van de voorwaarde uit het eerste lid onder e. 5. In afwijking van het eerste lid onder c. kan voor sociale huurwoningen met een huurprijs vanaf € 6973,0760 een huisvestingsvergunning worden verleend aan huishoudens met een huishoudinkomen tot € 61.04656.513,-. 5.6.
In afwijking van het eerste lid, onder d, kan het college van burgemeester en wethouders een afwijkende inkomensgrens vaststellen, wanneer vanwege de te verwachten leencapaciteit de inkomensgrens tot onevenredige effecten zou leiden.
Artikel 4. Jaarlijkse aanpassing van huur-, koopprijs- en inkomensgrenzen De in dit hoofdstuk genoemde bedragen zijn de bedragen die gelden in 20243. Deze bedragen worden jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd: a. de inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder c overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting; b. de inkomensgrens in artikel 3, eerste lid onder d overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; c. de huurprijs in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag;
d. de inkomensgrens in artikel 3, vijfde lid, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; e. de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 10 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte; f. de inkomensgrenzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; g. de huurprijzen in artikel 24, eerste lid, tabel 1, overeenkomstig artikel 27 van de Wet op de huurtoeslag; h. de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 1, overeenkomstig artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting; i. de inkomensgrens in artikel 24, vijfde lid, tabel 2, kolom 2, overeenkomstig de wijze waarop de inkomensgrens in artikel 16, lid 2 van het Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting wordt gewijzigd.; j. de koopprijsgrens als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder c, overeenkomstig artikel 7, vierde lid van de Huisvestingswett 2014.
Artikel 5. Vruchteloze aanbieding 1. In geval van een sociale huurwoning of een middenhuurwoning als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, Er is sprake van vruchteloze aanbieding als de eigenaar de woonruimte tenminste dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a. de woonruimte is aangeboden tegen een redelijke huurprijs, als beschreven in artikel 17, eerste lid van de wet; b. er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en c. er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze. 2. In geval van een betaalbare nieuwbouw koopwoning, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, is sprake van vruchteloze aanbieding als de verkoper van de woonruimte dertien weken lang, gerekend vanaf de datum van de eerste advertentie, zonder resultaat heeft aangeboden aan huishoudens die er op grond van artikel 3 voor in aanmerking komen, mits: a. de woonruimte is aangeboden tegen een marktconforme koopprijs. De verkoper kan hier wel ten gunste van de koper van afwijken; b. er tenminste driemaal, minimaal eenmaal per maand, met de woonruimte is geadverteerd; en c.
er is geadverteerd in een regionaal of lokaal advertentiemedium of op een andere, naar het oordeel van burgemeester en wethouders gelijkwaardige wijze.
Artikel 6. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1. Een huisvestingsvergunning wordt aangevraagd bij burgemeester en wethouders via een daartoe bestemd formulier. 2. Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt:
a. naam, adres, woonplaats, geboortedatum, nationaliteit en, indien van toepassing, de verblijfstitel van de aanvrager; b. omvang van het huishouden dat de nieuwe woonruimte gaat betrekken; c.
huishoudinkomen;
d. adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e. kopie van het huur- of koopcontract of schriftelijke verklaring van de eigenaar dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager in gebruik te geven; f.
beoogde datum van het betrekken van de woonruimte;
g. als dat van toepassing is: een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een specifieke voorziening; en h. als dat van toepassing is: de voorrangscategorie waartoe de aanvrager behoort. 1.3. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere gegevens te vragen die nodig zijn om te aanvraag te beoordelen. 2.4. De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a. aan wie de vergunning is verleend (volledige naam, geboortedatum, geboorteplaats, geboorteland); b. voor welke woonruimte de vergunning wordt verleend; c.
naam en adres van de verhuurder;
d. het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt; e. en binnen welke termijn van de vergunning gebruik moet zijn gemaakt.