CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 1 februari 2024, gemeente Utrecht42.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

5.5.2.2 Korte schets van de Omgevingswet

De Omgevingswet vraagt, onder meer, om een integrale benadering van de leefomgeving, gericht op een doelmatig beheer en ontwikkeling van de 'fysieke leefomgeving' (in dit plan kortweg 'de leefomgeving' genoemd). De gemeente krijgt meer ruimte om zelf te besluiten wat in een gebied het belangrijkst is. Verder wil de wet het aantal regels verminderen, ervoor zorgen dat de regels makkelijker te vinden en te begrijpen zijn en dat de procedures korter zijn. Om dat te bereiken bundelt de Omgevingswet zo'n 26 wetten in één wet en 100 Algemene maatregelen van bestuur (verder: AMvB; een AMvB is een besluit van de regering dat ook wettelijke regels bevat) in 4 AMvB's. Vervolgens zijn provincies en gemeenten aan zet. De gemeenten moeten al hun bestemmingsplannen overhevelen naar één omgevingsplan. In het omgevingsplan moeten ook de regels over de leefomgeving worden opgenomen die nu nog in verordeningen staan, zoals regels uit de Apv over het kappen van een boom. De Omgevingswet gaat over de leefomgeving, dus niet alleen over de ruimtelijke ordening, maar ook over milieuthema's en archeologie en over andere onderwerpen waar activiteiten bij horen die gevolgen kunnen hebben voor de leefomgeving, zoals windenergie of het beheersen van de gevolgen van de klimaatverandering. Die verbreding, van ruimtelijke ordening naar leefomgeving, geldt ook voor het omgevingsplan.

5.5.2.3 Nieuw in dit plan

Het omgevingsplan krijgt het karakter van een verordening die regels stelt over activiteiten die effect kunnen hebben op de leefomgeving. Die verandering vraagt om nieuwe, andere regels. Dit plan is een eerste stap naar het omgevingsplan. De regeling van dit plan heeft namelijk een structuur die het overzetten van de regels naar het omgevingsplan dat bij de invoering van de Omgevingswet de bestemmingsplannen zal vervangen makkelijker maakt. De algemene regels in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6 kunnen bij de invoering van de Omgevingswet vrijwel ongewijzigd worden overgezet naar het omgevingsplan. Dit plan maakt een scherper onderscheid tussen regels die direct verband houden met een bepaalde functie (bestemming) en regels die over een activiteit gaan die ook in andere functies (bestemmingen) denkbaar is. De regels over de activiteit 'bouwen' zijn bijvoorbeeld niet meer enkel in het artikel over de functie geregeld. Het maakt voor het bouwen zelf niet uit of de functie Wonen of Industrie is. Uit het feit dat een locatie de functie Wonen heeft volgt bijvoorbeeld niet dat je maximaal 12 meter hoog mag bouwen. Een regel met een maximum bouwhoogte kan wel nodig zijn om aan te sluiten op de hoogte van de bebouwing in de omgeving of om te voorkomen dat woonruimtes ontstaan die niet goed zijn voor de gezondheid, bijvoorbeeld omdat er boven die hoogte te veel verkeerslawaai is.

11/19

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Door de nieuwe opzet zijn er veel minder regels nodig. Het systeem van de Omgevingswet biedt die mogelijkheid. Als iemand een activiteit wil ondernemen die niet in strijd is met de wet, maar wel in strijd is met het omgevingsplan, dan kan hij of zij een vergunning aanvragen om toestemming voor die activiteit te vragen. Een verbod in het omgevingsplan, zoals 'het is verboden om hoofdgebouwen te bouwen', heeft dus geen absoluut karakter. Maar het zal duidelijk zijn dat de gemeente geen vergunning zal verlenen voor het bouwen van een huis midden op de openbare weg en wel voor de vervanging van een afgebrand huis.

5.5.2.4 Nieuwe termen, vrijwel geen verbrede reikwijdte

De Omgevingswet gebruikt nieuwe termen. Een 'bestemming' wordt in die wet 'functie' genoemd en 'gebruik' is straks een 'activiteit'. Om te oefenen met de nieuwe termen en om er alvast aan te wennen, zijn deze termen al gebruikt in de regels van de algemene regels. De term 'functie' betekent in dit plan: bestemming, gebruiksdoel; de term 'locaties' betekent hetzelfde als 'gronden' in het bestemmingsplan. 'Activiteit' kan doen, maar ook laten doen of nalaten betekenen. De Omgevingswet hanteert ook de term 'fysieke leefomgeving'. In dit plan spreken we van 'leefomgeving'. De term 'omgevingsvergunning' is in dit plan vervangen door 'vergunning', als het gaat om de omgevingsvergunning die de gemeente op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en straks op grond van de Omgevingswet kan vragen. De regels van het plan zouden de formele term moeten hanteren, bijvoorbeeld "omgevingsvergunning voor de activiteit zoals bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder b" of "omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit". Via artikel 1.46 heeft de eenvoudige term 'vergunning' wel die formele lading gekregen. Dit plan bevat verder kapregels uit de Apv.

Ook de regels voor de bescherming van de archeologische waarden zijn opgenomen, omdat de gemeente de bestemmingsplanregels en de regels uit de Verordening op de archeologische monumentenzorg voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet wil samenvoegen tot één regeling en de archeologische vergunning wil onderbrengen onder het systeem van de Wabo en de Omgevingswet.

5.5.3

Afwijken van het bestemmingsplan

Op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kan met een vergunning afgeweken worden van de regels van het bestemmingsplan. De Wabo geeft in artikel 2.12 drie methodes voor het verlenen van de vergunning om te mogen afwijken: • de reguliere procedure voor het afwijken op grond van regels die in het bestemmingsplan zelf staan (Wet ruimtelijke ordening) en voor de vergunning voor een activiteit die op grond van de regels vergunbaar is (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet); • de reguliere procedure voor het afwijken voor een activiteit die valt onder een categorie van de lijst van artikel 4 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht; • als het bovenstaande niet van toepassing is: er moet een ruimtelijke onderbouwing gemaakt worden en de uniforme, openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt gevolgd. Het is dus altijd mogelijk om een vergunning aan te vragen om van regels van het bestemmingsplan af te mogen wijken. Onder de Omgevingswet blijft deze systematiek min of meer gehandhaafd, waarbij het volgen van de reguliere vergunningprocedure, het uitgangspunt is. Er is een duidelijk verschil tussen methode 1 enerzijds en de methodes 2 en 3 anderzijds.

Bij de vergunningverlening volgens methode 1 toetst het college van burgemeester en wethouders de aanvraag alleen aan de regels van het bestemmingsplan. Als de aanvraag past, wordt de vergunning verleend. Het college bekijkt dus niet of de aanvraag voldoet aan de Wet ruimtelijke ordening, omdat de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan die toets al gedaan heeft. Bij de methodes 2 en 3 is dat anders en zal het college uitgebreider onderzoeken of het afwijken wel wenselijk is. Hieronder wordt dit met een voorbeeld verduidelijkt. 12

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering

Bij het opstellen van de regels van dit plan is rekening gehouden met de afwijkingsmogelijkheid onder 1 en met de andere methodes van afwijking. De regels verbieden veel activiteiten die tot verandering van de leefomgeving kunnen leiden, omdat dit plan in de eerste plaats wil zorgen voor een goed beheer van het plangebied. De regels verbieden bijvoorbeeld het zonder vergunning bouwen van hoofdgebouwen op locaties met de aanduiding 'overige zone - Omgevingskwaliteit'. Het idee hierachter is dat alle hoofdgebouwen die in die zone gebouwd mochten worden al gebouwd zijn en dat er geen plaats is voor nieuwe hoofdgebouwen. Maar het kan zijn dat een gebouw afbrandt of dat de eigenaar een gebouw wil vervangen. De regels van het plan bieden voor zo'n geval de mogelijkheid om een vergunning aan te vragen: de hierboven beschreven methode 1 wordt dan gevolgd. Dat is logisch, omdat bij vervanging van een hoofdgebouw niet hoeft te worden getoetst of het gebouw planologisch aanvaardbaar is. Het kan ook zijn dat de eigenaar van een schoolgebouw een hotel wil vestigen in die school. Het plan staat dat niet toe, maar via methode 2 kan toch een vergunning verleend worden. Of er komt een plan om een bedrijf af te breken voor het bouwen van een flat, wat vergund kan worden met de derde methode.

Bij dit soort initiatieven geeft het plan geen antwoord op de vraag of de ontwikkeling past in de omgeving. Dan moet de gemeente bijvoorbeeld onderzoeken of het initiatief in het gemeentelijke beleid past, in het eerste voorbeeld in ieder geval in het hotelbeleid en het verkeersbeleid. Het belang van het initiatief wordt uiteindelijk afgewogen tegen alle andere belangen die in het geding zijn, waaronder uiteraard de belangen van omwonenden. En de gemeente toetst natuurlijk ook of zo'n initiatief voldoet aan de wet en aan de verordening van de provincie. 2.2.4.6

De tekst van het kopje 'Beleidskader woningsplitsing en vorming' is aangepast vanwege nieuw beleid.

Oude tekst

Beleidskader woningsplitsing en vorming

Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2019 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht'. Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de nieuwe Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen. Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw Algemene regels voor bouwen en gebruik' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening 2019 die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad.

De beleidsregels 'Wijziging samenstelling van de woonruimtevoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat. In de beleidsregels zijn eisen opgenomen over de minimale omvang van woningen en is de verplichting opgenomen om de gevolgen van extra woningen of bewoners voor de bestaande situatie in beeld te brengen. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. Nieuwe tekst

Huisvestingsbeleid, woningvorming en omzetting

13/19

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Het beleid voor het omzetten, onttrekken, samenvoegen, woningvormen en kadastraal splitsen van woningen is per 1 juli 2023 gewijzigd met de inwerkingtreding van de nieuwe Huisvestingsverordening gemeente Utrecht en de uitwerking hiervan in de nadere regel 'Huisvestingsverordening gemeente Utrecht'. Omdat er in Utrecht schaarste is in alle segmenten van de woningvoorraad en daarnaast de leefbaarheid in alle wijken onder druk staat, heeft de gemeenteraad met de Huisvestingsverordening de gehele woningvoorraad als vergunningplichtig aangewezen (met uitzondering van een aantal categorieën woonruimte). Omdat is gebleken dat ongereguleerde omzetting en vorming van woningen kan leiden tot een aantasting van het woon- en leefklimaat, wordt daarnaast in lijn van het bestemmingsplan 'Chw bestemmingsplan algemene regels Utrecht' in alle bestemmingsplannen een regeling opgenomen voor omzetting en woningvorming. In verband met een goede ruimtelijke ordening worden regels gesteld die zien op een goede kwaliteit van het woon- en leefklimaat. Deze regels werken aanvullend op het Bouwbesluit, waarin veiligheid en gezondheid geregeld zijn en op de Huisvestingsverordening die gericht is op het beheer van een goede woningvoorraad. De nadere regels 'Huisvestingverordening gemeente Utrecht' zien onder meer op het beoordelen van de gevolgen voor het woon- en leefklimaat.

In de beleidsregels zijn eisen opgenomen over de minimale omvang van woningen en is de verplichting opgenomen om de gevolgen van extra woningen of bewoners voor de bestaande situatie in beeld te brengen. De bestemmingsregeling kan daarom nauw aansluiten bij de wijze waarop het beleid over omzetting en woningvorming is neergelegd in die beleidsregels. 2.2.4.7

In paragraaf 5.6.5 'Bouwen met een vergunning' is de tekst aangepast vanwege verouderde informatie. Oude tekst In artikel 17 staan de mogelijkheden voor het bouwen met een vergunning. Dat kan een vergunning zijn om in afwijking van regels te mogen bouwen of een vergunning voor het bouwen als dat zonder vergunning niet is toegestaan. De grondslagen voor deze vergunningen staan respectievelijk in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en in artikel 7c, lid 14, van het Besluit uitvoering Crisisen herstelwet. De werking is overigens vergelijkbaar: de bouwmogelijkheid die vergund kan worden, is in overeenstemming met de geest van het plan, als aan de voorwaarden die bij de vergunningplicht horen wordt voldaan. Dit artikel biedt de mogelijkheid om bouwwerken te bouwen die de buren als hinderlijk kunnen ervaren. Daarom doet degene die wil bouwen er goed aan om even met de buren te gaan praten, voordat de vergunningaanvraag gedaan wordt. Nieuwe tekst In artikel 18 staan de mogelijkheden voor het met een vergunning bouwen in afwijking van regels en voor het bouwen dat zonder vergunning niet is toegestaan. De grondslagen voor deze vergunningen staan respectievelijk in artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening en in artikel 7c, lid 14, van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

De werking is overigens vergelijkbaar: de bouwmogelijkheid die vergund kan worden is in overeenstemming met de geest van het bestemmingsplan, als aan de voorwaarden die bij de vergunningplicht horen wordt voldaan. Dit artikel biedt de mogelijkheid om bouwwerken te bouwen die de buren als hinderlijk kunnen ervaren. Daarom doet degene die wil bouwen er goed aan om even met de buren te gaan praten, voordat de vergunningaanvraag gedaan wordt. Zie ook paragraaf 5.5.3, waarin is uitgelegd hoe de afwijkmethode, methode 1, zich verhoudt tot de andere methodes om af te wijken van regels van het bestemmingsplan. De vergunning die met toepassing van de Crisis- en herstelwet vereist is, volgt ook deze methode 1. 2.2.4.8

In paragraaf 5.7.3.2 'Relatie met de huisvestingsverordening' is de tekst veranderd in verband met verouderde informatie. Oude tekst

14

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering

In artikel 21 wordt onderscheid gemaakt tussen twee manieren van wonen: het wonen in een woning en het wonen in een woonruimte die niet alle voorzieningen van een woning heeft, zoals een toilet, een doucheruimte of een keuken. De voorzieningen worden in het laatste geval gedeeld met andere bewoners. Deze woonvorm wordt in dit plan 'het bewonen van onzelfstandige woonruimte' genoemd. Daarmee sluit het plan aan op de termen van het woonbeleid. De reden om onderscheid te maken tussen de twee manieren van wonen is dat woningen een ander effect op de leefomgeving hebben dan onzelfstandige woonruimtes. In de "Beleidsregels wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht", een onderdeel van de omgevingsvisie, wordt dit nader uitgelegd. Vooralsnog bieden twee wetten bescherming tegen ongewenste effecten van woningsplitsing en van het omzetten van woningen: de Wet ruimtelijke ordening die opgaat in de Omgevingswet en de Huisvestingswet. De Wet ruimtelijke ordening en de Omgevingswet zien vooral op de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving, terwijl de Huisvestingswet een goede woningvoorraad voorop stelt. Vanuit deze verschillende gezichtspunten heeft de gemeente regels gesteld in zowel de huisvestingsverordening als het plan. Helaas leidt dat in een aantal gevallen tot een dubbele vergunningplicht.

De regeling in dit plan sluit aan bij de standaardregeling in andere bestemmingsplannen (bed-andbreakfast, bedrijf-aan-huis) en bij de regeling in het Chw bestemmingsplan Algemene regels over bouwen en gebruik (woningvorming en omzetting). Nieuwe tekst In Artikel 22 Activiteiten in de woning, nieuwe woonruimte is onderscheid gemaakt tussen twee manieren van wonen: het wonen in een woning en het wonen in een woonruimte die niet alle voorzieningen van een woning heeft, zoals een toilet, een doucheruimte of een keuken. De voorzieningen worden in het laatste geval gedeeld met andere bewoners. Deze woonvorm wordt in dit bestemmingsplan 'het bewonen van onzelfstandige woonruimte' genoemd. Daarmee sluit het bestemmingsplan aan op de termen van het woonbeleid. De reden om onderscheid te maken tussen de twee manieren van wonen is dat woningen een ander effect op de leefomgeving hebben dan onzelfstandige woonruimtes. In de Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht wordt dit nader uitgelegd. Vooralsnog bieden twee wetten bescherming tegen ongewenste effecten van woningsplitsing en van het omzetten van woningen: de Wet ruimtelijke ordening die opgaat in de Omgevingswet en de Huisvestingswet. De Wet ruimtelijke ordening en de Omgevingswet zien vooral op de leefbaarheid en de kwaliteit van de leefomgeving, terwijl de Huisvestingswet een goede woningvoorraad voorop stelt.

Vanuit deze verschillende gezichtspunten heeft de gemeente regels gesteld in zowel de huisvestingsverordening als het bestemmingsplan. Helaas leidt dat in een aantal gevallen tot een dubbele vergunningplicht. De minister heeft aangekondigd om de werking van de Huisvestingswet zo te willen verruimen dat gemeenten woningonttrekking in de vorm van bed-and-beakfast of vakantieverhuur (zoals via Airbnb) kunnen reguleren in de gemeentelijke huisvestingsverordening. De regeling in dit bestemmingsplan sluit aan bij de standaardregeling in andere bestemmingsplannen (bed-and-breakfast, bedrijf-aan-huis) en bij de regeling in het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht (woningvorming en omzetting). 2.2.4.9

In paragraaf 5.7.3.4 ' Algemene regels over wonen' zijn verschillende tekstdelen vervangen vanwege nieuw vastgesteld beleid.

Oude tekst (onder kopje 'Hospitaregeling nader toegelicht') De regel in lid 21.2, onder 3a, volgt uit de "Beleidsregels wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht''. Daarin wordt de regel als volgt toegelicht: ”Van de hospitaregeling zoals die voorheen gold, wordt vaak misbruik gemaakt. Dit kan

15/19

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

niet veranderd worden door het intensiveren van toezicht en handhaving. Ook heeft de regeling een aantal ongewenste neveneffecten. Zo kunnen met de regeling gemakkelijk arbeidsmigranten en prostituees in de anonimiteit worden gehuisvest. De regeling is daarom aangescherpt, zodat alleen nog de echte (ouderwetse) hospitasituatie uitgezonderd wordt van de vergunningplicht. De nieuwe regeling houdt in dat de eigenaar in de woning woont en kamers verhuurt aan maximaal 2 personen. In zo'n situatie is er strikt genomen geen sprake van omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte. Er is eerder sprake van inwoning: huurders bewonen woonruimte die door de eigenaar van de woning in gebruik is voor zijn of haar huishouden. Er bestaan één of meerdere huurcontracten van de eigenaar met de huurders. Daardoor is het niet langer mogelijk dat er huurcontracten tussen een hoofdhuurder en onderhuurders gelden. De eigenaar-bewoner moet voor minimaal 10% eigenaar van de woning zijn.” Met de vergunningplicht wordt de omzettingsvergunning van de huisvestingsverordening bedoeld. Iemand die kamers verhuurt op een manier die in strijd is met de regel onder 3a en die daarvoor geen vergunning heeft, kan handhaving verwachten op grond van die verordening, maar ook op grond van dit plan. Nieuwe tekst De regel in lid 15.2 onder 3a, volgt uit de 'Huisvestingsverordening gemeente Utrecht'.

Hospitaverhuur houdt in dat de woonruimte wordt verhuurd aan maximaal twee personen, door iemand die voor minimaal vijftig procent eigenaar is van de woonruimte en die met zijn huishouden zelf in de woonruimte blijft wonen; partners die gezamenlijk een woonruimte in eigendom hebben, kunnen gezamenlijk maar aan maximaal twee personen verhuren. Volgens deze regel is dus geen vergunning nodig als bijvoorbeeld een huishouden bestaat uit een man en een vrouw met elk 50% eigendom, drie kinderen; en twee huurders. In zo'n situatie is er strikt genomen geen sprake van omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte. Er is eerder sprake van inwoning: huurders bewonen woonruimte die door de eigenaar van de woning in gebruik is voor zijn of haar huishouden. Er bestaan één of meerdere huurcontracten van de eigenaar met de huurders. Daardoor is het niet langer mogelijk dat er huurcontracten tussen een hoofdhuurder en onderhuurders gelden. De eigenaar-bewoner moet voor minimaal 50% eigenaar van de woning zijn.” Met de vergunningplicht wordt de omzettingsvergunning van de huisvestingsverordening bedoeld. Iemand die kamers verhuurt op een manier die in strijd is met de regel onder 3a en die daarvoor geen vergunning heeft, kan handhaving verwachten op grond van die verordening, maar ook op grond van dit plan.

Oude tekst (onder kopje 'Wonen in bestaande onzelfstandige woonruimtes'), tweede alinea De regel onder 5a regelt dat onzelfstandige bewoning is toegestaan, wanneer de eigenaar zelf niet in de woning woont en deze verhuurt aan maximaal twee personen (met afzonderlijke huishoudens). Deze verhuursituatie is vergunningsvrij op grond van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid voor omzetten en splitsen en de door het college vastgestelde 'Beleidsregels voor wijziging van de woonruimtevoorraad. Nieuwe tekst De regel onder 5a regelt dat onzelfstandige bewoning is toegestaan, wanneer de eigenaar zelf niet in de woning woont en deze verhuurt aan maximaal drie personen (met afzonderlijke huishoudens). Deze verhuursituatie is vergunningvrij op grond van het door de gemeenteraad vastgestelde beleid voor omzetten en splitsen, zoals vastgelegd in de Huisvestingsverordening gemeente Utrecht (2023) en de door het coll0ege vastgestelde Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht. 2.2.4.10 In paragraaf 7.5.3.5 ' Woningvorming (splitsing) en omzetting' zijn verschillende tekstdelen vervangen vanwege nieuw vastgesteld beleid. Oude tekst (tweede en vijfde alinea): De regels in lid 21.3 zijn een ongewijzigde voortzetting van de geldende regeling in het Chw bestemmingsplan Algemene regels voor bouwen en gebruik. Die regeling volgt uit de "Beleidsregels

16

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering

wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten) ". Voor een inhoudelijke toelichting: zie de omgevingsvisie van de gemeente Utrecht. In een studentenstad als Utrecht is er een grote behoefte aan onzelfstandige woonruimte. De gemeente spant zich in om daarin te voorzien, maar wel voor zover de leefbaarheid niet teveel in het gedrang komt. Een woning die omgezet wordt naar een gebouw met onzelfstandige woonruimtes verandert de leefomgeving, omdat er meer volwassen bewoners komen die daar doorgaans voor hooguit enkele jaren blijven wonen. Tijdelijke bewoners leveren een andere bijdrage aan de sociale cohesie van een buurt dan een huishouden dat langdurig in een woning woont. Om te kunnen toetsen of leefbaarheid van een straat of buurt niet teveel wordt aangetast mag het omzetten alleen met een vergunning, waarbij de 'Beleidsregels wijziging samenstelling van de woningvoorraad (woningsplitsen en omzetten) gemeente Utrecht' worden toegepast (zie hierboven). Nieuwe tekst: De regels in lid 15.3 zijn een ongewijzigde voortzetting van de geldende regeling in het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht. Die regeling volgt uit de "Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht". Voor een inhoudelijke toelichting: zie de omgevingsvisie van Utrecht. In een studentenstad als Utrecht is er een grote behoefte aan onzelfstandige woonruimte.

De gemeente spant zich in om daarin te voorzien, maar wel voor zover de leefbaarheid niet teveel in het gedrang komt. Een woning die omgezet wordt naar een gebouw met onzelfstandige woonruimtes verandert de leefomgeving, omdat er meer volwassen bewoners komen die daar doorgaans voor hooguit enkele jaren blijven wonen. Tijdelijke bewoners leveren een andere bijdrage aan de sociale cohesie van een buurt dan een huishouden dat langdurig in een woning woont. Om te kunnen toetsen of leefbaarheid van een straat of buurt niet teveel wordt aangetast mag het omzetten alleen met een vergunning, waarbij de 'Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht' worden toegepast (zie hierboven). 2.2.4.11 In paragraaf 5.10 onder artikel 31 (Slotregel) is de naam van het bestemmingsplan aangepast. Hier stond eerst “Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht”. Dit is foutief. Dit is vervangen door: “Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering”.

17/19

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

3 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1

Stedin (indiener) streept in haar zienswijze drie zaken aan. 1. Het beoogde tracé kruist meerdere assets van Stedin. In de zienswijze wordt benoemd dat in het ontwerpbestemmingsplan het beoogde tracé meerdere elektriciteitskabels (midden- en hoogspanning), meerdere hoge- en lage druk gasleidingen en eventuele bovengrondse objecten van Stedin doorkruist of daar parallel aan loopt. Voor de bestaande assets is het belangrijk dat deze daar ongestoord en veilig liggen en deze te allen tijden bereikbaar blijven in de voorbereidende- en bouwfase en in de nieuwe situatie. Voor de nieuwe situatie geldt dat er ook in de grond nog steeds ruimte moet zijn om werkzaamheden te kunnen verrichten. Tot slot wordt voor de bestaande assets benoemd dat verplaatsing niet wenselijk is vanwege de hoge kosten die verplaatsing met zich meebrengen. Daarom vraagt indiener of initiatiefnemer de definitieve plantekeningen aan hen bekend kan maken om vervolgens in overleg te gaan of er eventueel maatregelen genomen moeten worden.

Reactie Naar aanleiding van de zienswijze heeft de Gasunie de plantekeningen afgestemd met Stedin en is de leiding op enkele punten tussen de 2 en 8 meter verschoven. Het beoogde tracé is ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan dan ook verschoven. Dit is zichtbaar op de verbeelding. Daarnaast heeft de Gasunie de nieuwe ligging van de gasleiding met de gemeente Utrecht afgestemd en is deze akkoord bevonden. Door de verschuiving van de gasleiding worden de assets van Stedin beschermd. Vanwege de verschuiving van de leiding is bekeken of de verschillende onderzoeken die in het kader van het bestemmingsplan zijn uitgevoerd nog gebruikt konden worden. Dit heeft geleid tot het opnieuw uitvoeren van een kwantitatieve risicoanalyse ten aanzien van externe veiligheid. Dit heeft niet geleid tot andere onderzoeksuitkomsten. 2. Er moet rekening gehouden worden met het nieuwe station op bedrijventerrein Rijpwetering. In de zienswijze wordt benoemd dat Stedin met de gemeente Utrecht werkt aan een nieuw 50/21 kV station op bedrijventerrein Rijpwetering. Dit station is nodig om de vraag naar elektriciteit van Leidsche Rijn mogelijk te maken. Dit nieuwe 50/21 kV station moet met twee 50 kVkabelverbindingen worden aangesloten op het 50 kV-station van Stedin aan de Atoomweg. Deze kabels worden waarschijnlijk langs hetzelfde tracé aangelegd. De ruimte in de ondergrond is schaars.

Indiener vraagt om ruimte te reserveren voor de 50 kV verbindingen voor de nieuw aan te leggen assets.

Reactie Het station op bedrijventerrein Rijpwetering valt buiten de reikwijdte van dit bestemmingsplan. Dit geldt mogelijk ook voor de onzekere ligging van de twee 50 kV-kabelverbindingen. In het kader van deze procedure kan geen rekening gehouden worden met deze benodigde ontwikkelingen. Wij adviseren indiener voor dergelijke vraagstukken om vroegtijdig met ons contact op te nemen of de plannen aan te geven in het Grote werken overleg (tweemaal per jaar) of het Beheer Openbare Ruimte (viermaal per jaar). Dit zijn overleggen waar netbeheerders met de gemeente Utrecht ervaringen en informatie uitwisselen. 3. Stedin wil graag zo vroegtijdig betrokken zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen. In haar zienswijze benoemt indiener dat ze graag vroegtijdig betrokken wil zijn bij de (her)inrichting van de openbare ruimte en/of nieuwe gebiedsontwikkelingen. Daarnaast wordt verzocht om rekening te houden met onder andere ruimtebeslag, toegestane activiteiten in plannen en het verlenen van vergunningen of het geven van randvoorwaarden of kaders bij andere plannen.

18

Datum Rapport

januari 2024 Vaststellingsrapport Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide – De Wetering

Reactie Wij publiceren vooraankondigingen voor ruimtelijke ontwikkelingen om aan te geven dat we voor een bepaalde locatie bepaalde ontwikkelingen mogelijk willen maken. Wij adviseren om deze aankondigingen en de publicatie van ontwerpbesluiten goed in de gaten. Er is altijd inspraak mogelijk op voorbereidingen van besluiten conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Daarnaast zijn er diverse overleggen tussen de gemeente Utrecht en netbeheerders (zie hierboven).

Zienswijze 2

Vitens (indiener) benoemt in haar zienswijze dat het beoogde tracé gelegen is in de boringsvrije zone Leidsche Rijn. De boringsvrije zone is een gebied rondom de grondwaterwinning Leidsche Rijn. Deze grondwaterwinning is de bron van de drinkwatervoorziening voor onder andere de gemeente Utrecht. De boringsvrije zone is onderdeel van een beschermingszone drinkwater zoals is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht. 1. Er wordt verzocht een aanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’ op te nemen. Indiener geeft aan dat om te voorkomen dat activiteiten plaatsvinden die verontreiniging of lokale opwarming van het grondwater tot gevolg hebben een aanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’ op te nemen voor de gronden waar een boringsvrije zone geldt in de Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.

Reactie In het bestemmingsplan hebben wij in de verbeelding voor de gronden waar een boringsvrije zone geldt in de Interim Omgevingsverordening een gebiedsaanduiding ‘milieuzone – boringsvrije zone’ opgenomen. In de regels is hiervoor een regel opgenomen dat het niet toegestaan is om dieper dan 40 meter onder maaiveld de gronden te roeren zonder dat hiervoor vooraf toestemming van de provincie is verkregen. Dit is in de toelichting nader toegelicht. Daarmee wordt tegemoetgekomen aan het verzoek van indiener.

19/19

Bestemmingsplan

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering Vastgesteld

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering

Utrecht

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

NL.IMRO.0344.BPCHWGASBEDLAGEWET-VA01 projectnummer:

20191066

opdrachtleider:

I. de Feijter

16-12-2022 10-03-2023 05-12-2023

status:

concept ontwerp vastgesteld

Verbeelding

g we en on pt Le

we

g

97

Le

pt

on

en

Fer miw eg

7-

15

111

921

9

48 8

23

49 0

18

Plangebied

20

8

Iso

to

pe

nw

Sa va nn ah we g

eg

til us w

Plangrens

48 6

n aa eb nn Zo

Na u

eg

22 24

Enkelbestemmingen 26

10

14

0

848 0

848

47 6

47

47

14 15 1

16

50 52

we g Po sit r

81

2

hnweg

65

Otto Ha

eg ctor w

270

Plu

284

ton ium

we

g

268

286

290

Dubbelbestemmingen

291291B

16

27 2768

48 -

39

60

49

us

160

Gebiedsaanduidingen geluidzone - industrie

128 114-

66

101 E10 1G

D 103

aa l

61

64 63

103 E10 3G

105 D

C 105

av-4

overige zone - archeologische verwachting 4

av-6

overige zone - archeologische verwachting 6

103 C

68

101

D

65

48 58

70

B

103

101

B

C

105

103

101

A

Waterstaat - Waterkering

WS-WK

mk an

44

201201N

Na util

59

43 -4 5

57

we g

47

50

43 -4 5

105 E10 5G

107 E10 7G D 107

107 C B

105 B

an iu

eg mw niu Ura

107

Ur

61A 25

eg

A

Leiding - Riool

16 4

w uli

A

L-R

63

52

274

6

Pa

107

Leiding - Hoogspanningsverbinding

g an

1 10507

L-HV

21

23

lfg

ing

Leiding - Gas

59

eg

100

0

Ato omw

98

272

8

L-G

282

weg

16 17

g

Wo

Me ijew ete r

Gemengd - Uit te werken

280

35

2

Sa va nn ah we

Kob alt

17

G

187

overige zone - industrieterreinzone

av-4

Sa va nn ah we g

G

V

189

55

1 1001 3

67

101

A

g

GD-U

Ferm

350

we g Po sit ro n

31

301

43

111

ete rin

Water

300

30

38

(b≤4.1)

WA

400

25

39

-2

5C

iweg

80

48

stw

Verkeer - Rijkswegen

61

Rea 81

12

2

V-RW

63

46 17

g

47

Pr oo

Verkeer

107

73-77

46 8 4-

18 33

20 sw e

11

BT-II

V

103 105

54 56

36

G av-6

Groen

15 -1 5A

23 A

19

47

Na ut ilu

L-R

G

om we g

A

G

Bedrijventerrein - II

on

Sa

17

va nn ah we g

At o

1010

av-4

BT-II 101

25

we g

Bedrijventerrein - I

weg

4

Rij ks

BT-I Otto Hahn

veiligheidszone

69 -6 9C

52

G

wetgevingzone - afwijkingsgebied 1

58A

Rijk sw eg

91

av-6

161

50

2 49

Functieaanduidingen

G stw ete rin

59 -

61

81

eg mw

(b≤5.1)

bedrijf tot en met categorie 5.1

nw

g ltwe

L-G

eg

(ew)

ecologische waarde

(gs)

geluidscherm

ne

ro

e yp

Kob a

71A

G

bedrijf tot en met categorie 4.1

oo At

G

g

151

oo

Rea ctor weg

60

Pr

(b≤4.1)

Plutoniu

mweg

71-

71K

G

H

n Ura eg

60

w ium

G

Bouwvlakken

G

V

bouwvlak 2-1 000 T

G

27

71

ewe ter ing mm

6A 6 6B

rin g

6D

8C

eg 2

8B

61

8A

50

6E 8

5 1A

G

Maatvoeringen

8E D 8

Rijk sw

6C

G

1 01

ete

30

all pla nts oe n

Hy eg nw

G 51

18

Figuren

68

G

orw eg

57

stw

ete

rin

4141A

Fa llp o

62W

eg

G

G

hartlijn leiding - gas

Mesonweg

w uli

Pa

Mesonweg

22 5

64

g an lfg Wo

32

G (ew) L-G

G

60 2 6

Le

G

24

G

g

lan ts oe n

59

WS-WK G

Pr oo

12

act

5 53 1 55

41

8

Re

10

4 47 9 45

maximum bouwhoogte (m)

16

66-

43

30 e on

3 33 1

maximum bebouwingspercentage (%)

2

r pe

28

80%

14

G

66

G

g

we

31

40

G

n

oe

we g

G K2 7 27

G E

D2 7

27

H2

27

7J

G

G 5B 2 255C

20 T20 V

t eid e

erin

ew

wet

Lag

mme

G

g rin ete stw

13 1A15 13

11 9 7

5

1

3

g rin Rij pw ete 3

1

5 7 9

Styne straat

11

13

2

4

Jule

15 6

8

ing

-2 169

13 1 3

1 17 5

21

11

15

9

19

7

13

5

11

23

2 4

sv

13

eld

6 8

25

se

We t

100

1 17 5

19

10 1

21

30 28

1 164

53

at

56 54

on s

65

118

116

114

110

112

106 108 40

36 38

21 17

0S

g rin ud we te Wo

38

23

67

21

69

19

71

90

22

40

147 40 149

92

8

42

151 44

73

94

153

46 155

46

41

145

44

96 7

39

23

at

42 44

9

tra

19

88

34 36

7

23 15

143

21

-16

Meredith Will

sonstraat

28 30

33

84 86

He rto gs we te rin g

25

139 141

1212C

tra a hs rac cha Ba rt

91

Bu

61

63

32 34

29 27

30 32

rgs

Jule Stynestra at

42

57 59

20191066.003

FORMAAT

A0

SCHAAL

1:2000

Vastgesteld

05-12-2023

KAART

1/1

Ontwerp

10-03-2023

GETEKEND

K. Heijmeriks

Voorontwerp

----------

IDN

NL.IMRO.0344.BPCHWGASBEDLAGEWET-VA01

Concept

16-12-2022

20

be

25

10

m Ro

29 27

43

82

35 33

22

9 11 13

straat

imhof

26

Stephen Sondhe

20 24

14 16

t

9 935

5

10 12

7

19

159

31

lantsoen

Styne straat Jule

8

18

Jerome Kernpla ntsoen

115

18

nd

90 88

137

78 80

1

97 1 3

4 6

2 1

3 5

n

37 35

135

eg

39

133

26

liw

allaa

76

131

28

31

98

129 22

PROJECT

Pau

Music

17

24

55

10204 1

er

Wil ls

76 74

8 89 7

aat llostr Nove Ivor

lantsoen

12

74

g

53

37

127 20

rwe

49 51

1

cto

41

39

72

125 18

ang

Paul Burkhardp

16

mu

10

45 47

eg

70

Sig

Llo yd We bbe rho f

w

n Ker

121 123

16

45

43

105

113

15

14

107 109

21

8

41 43

bestemmingsplan

13

lfg

f

6

68

12

51 49

47

111 17 19

119

10

Wo

rho

bbe

9800 1

15

117

66

Rea

We

6

2

yd

13

62 64

115

37

103

94 6 9

35

39

11 4

111 113

6

8

99 101

92

Llo

Waterwinpark

aa t

7 9

2

g

Operettelaan

ns tr

2 4

33

55 53

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering

we

535

Steph en Son dheim hof

lso

14

ks

155-

Operettelaan

8

29

31

Rij

2

Wil

ing

4 1-2

er

at

ith

Jerome Kernpla ntsoen

et

tra

31-123

Franz Lehársingel

2-42

Walter Kollolaan

Me red

1

nw

ins

61

de

te

rs

7

88

60

2 27 5

59

94

4

63

57

90

GEMEENTE TRECHT

56

58

109

Mid

me

1 2

3

4

5 6

11

9 10

8

7

5

1 3

13

9 11

Victor Herbertstraat

23

65

84

er in

54

7 69 1

86

tw et

g

21

67

am 82

es

50 52

19

Jerome Ke rnp

rH

ca

4

17

om eK ern pla nts o

en

75

8 85 3

Jule Styne straat

78 80

73

So

nw et

at

15

Burt Bacharach

68 70

72

tra

10

Os

Rudolf Kattnigghof

71

ns

Jer

red ith

69

dit hW ills o

25

13

75 73

Me

64 66

6

22 21

19

18

17

16

15

12

14 13

20

8

67

Me re

11

77

tra at

8 79 1 77

6

2 4

8 10

12 14

8

Jer om

60 58

15

6 63 1 65

23A

9

Mid

62

13

2

4

11

d

r oo

81

f

1

5 7

79

102-110

2 -7 25

3

tso

87 85 83

lan

tra at

en

89

ern p

5 57 5

on s

43

-N

an

Waterwinpark

Ba rth o

00

91

ills

eK

hW

59

rla ne l

10

17

5 49 1 50

46 48

52

me ne

11

-1

ith red

1 208

Jule

9 95 7

93

4 45 7

Styne

24

straat

26

15

10

Me

1 120

13 6 8

3

Me red it

Jule Styne straat

9

Co ha nh of

t

en

nk

Rij

6

Lio

27

aa

42 44

7

41

tr

40

5

org e

hs ac

an

1

tra ns lso Wil

22 11

9 2

4

25

18 20 7

Music

23

16

alkad

5

e

3

38

Ge

ar

tla allaa n

g

ch

er Music

rin

Ba

b Gil -9

te

39 rt

an

1 2

3

5

4

6

7

8

9

Paul Linckehof

6

2 4

8

10

14

12

73

we

37

Bu

Je

153

155 154

151

152

150

21 20

19 18

17 16

15 14

Jara Beneshof

5

1 3

9

7

11

13

1

eg

36

rw

f

to

ho

en

ing

rlin

Mi dd

er

Be

35

et sw

33 Jule Styne straat

32 34

og

at

ing

2 29 7

31

rt

ra

Irv

12

70-114

1T

ing

He

st

ink

2 1

Lie

ac

nn Ba

1 3

7

5

9 11

13

5

80% 30

Re

rry

8 7 6

2

G

19

Ha 4

3

2

14

21

er

5

13

2

01

de nw e

9 11

7 9

9

11

3

V G

nhof

G 45

Mid

5

7

5

Georg e Coha

of

43

ter

1 3

10 1

3 2

4 aat

ns h

6

20 21

ou ma

G

eg

18 19

tY

Richard Heubergerhof

6 5

Soe

19 17

12

3

13 12

(b≤5.1) [sba-1]

liw

8

7

Walter Kollolaan

7

G

8 23

alkad e Music

21

8

8

16 17

cen

20

115-149

47

u Pa

10

4

9

ing

g

14 15

11

9

6

10

4A

G

Kro

25

er

n ga

10 10

dhof

3

duc via

g

S 20 R 20 P 20

N 20

21 2 27 9

we t

6

4

G

10

A20 20 B 20 C 20 D

M 20

ade ink

ern dB Leo

nar

gs

2

lf Wo

1001T 1000T

11

14

21

10

25 A2

181A8

H G 24 24 20

E 20

G 20 L 20 K 20

21 4

4

Vin

12

1

16 15

4

G

13

12

16

22

Edmund Eyslerstraat

BT-I

rto

14

15 14

13

18

23

17

Lag ewe ide via duc t

E 25

27 A

4J K2 24

L E

23

4 31 1

25 6

10 8

15

14

24

18

47B

He

10

16

8

19

ing 1

18

rsstr

1

2

f

odge

3

lsonstraat

17

22

20

er

6

Richa rd R

1 4

ho

20 19

2

6

D

29

27

12 10 16 14

12

2

2 7

3

Bernstein kade

3

20 21

5 4

30

24

igh

et

G

34

Leonard

2 232

4

16 17

Le

av-6 G

7T

100

tw

2

6

ch

16

1

5

24 C H 20

J 20 A 22 22 33

31 14

16 18

20

6

2 210 5

6

18 19

6

47A

es

eg

5

24

B B 22

51 35 20

2 26 8

24 22

at

1

y Ba nnink stra

2

Harr

3

4 1 198

7

8

24

2 22 2E D

61B 37 24

30

31

5

6

7

8 1 176 10 9

14 15

So Meredith Wil

sw

9 8

1

41G

41-

0T

100

k Rij

36

t

G

rd oo

7

8

9

11 10

26 25

Mit

17

8 7

3

50

G

7 5

uli we g

G

19

18

38

rin

Pa

G

-N

an

40

21 20

23

9

42

es tra a

22

10 9

Lo ew

23

21

11

g

25

4 Fred Raymon

erik

24

11

27

Fred Raymondpad

Fre d

25

22

46

L-G

lfg an

we

te

28 27

eg

nw

ne

o cle

Nu

eg

26

24

12

13

44

rla me

Nedba lhof

15

26

ac to rw

G

ne en nk

28

16

15

12

13 12

rto

n

48

165 164

2 4

6

8 10

29

28

27

13

17

168 167

Oskar

oe ts

19

26 163

161

160

Walter Kollolaan

Franz Lehársingel

30

17

Re

Wo

He

g

32

14

21 54

WS-WK te rin

33

lan

23

58

L-HV

we

34

rp rte

25

Walter Kollolaan

162

Carl Zellerhof

2 4

8

6

12

10

31

G

2

oo st

35

18

Po

62

28

33

g

gs

29

32

34

we

G

31

29 7 2

Oskar Nedba lhof

36 35

ks

Pr

36

20

66

Walter Kollolaan

166

37

Heinrich Bertéstraat

GD-U

g

G

30

Rij

174 173

172

171

169

170

Franz von Suppéhof

1 3

7

5

9

11

10

rin

37

19

le Co

177 176

175

1 3

7

5

38

we

enw eon

G

41

50

11

39

st

G

Walter Kollolaan

6

2 4

8

13

9 11

42

VG eg

41

39

28 26

n 37 35

eg

cl Nu

orw

38

22 21

39

Walter Kollolaan

40

1

43

52

43

ew ete rin g

40 39

23

70

60

67 59-

Re act

g

24

3

45

56

44

13 12

5

31

64

G

25

47

80

Walter Kollolaan

46 45

41

26

49

68

l Mil löck erh of

oo

27

7

33

Kar

47

65 63

7-9

43

aa

29

9

rtl

14

10 12

48

G

3 324

29 28

13

n

17

28

tsoe

9

78

(gs)

G

45

30

rplan

15

Port e

53 51

82

178-187

69

G

ste

92

2 27 6

Cole

31

21

25

90

55

11 10

3 323

57

t

19

9 96 8

24

94

tra a

25 23

23

ks

88 86

74 2 7

11

eg

31

22

1 12 3

nin

11

50

liw

G

59

be Gil

12

Pa u

Bo cks tra at

21 f ho ke ne Kü n d ar Ed u

100

Ba n

52

51

g

Protonweg

49

y Ba nnink

8

2019

65

an

13

an

G

Pr

Kr om m

Jer ry

63

Je

Franz Lehársingel

Arthur Sullivanhof

2 4

8

6

12

10

54 53

lfg

G

47

d or

rry

76

15 14

7

Wo

61

84

56 55

G

G

61-

51

stra at

No n-

2

3

4

5

Alexandre Lecocqsingel

G

Rij

18

196

198 197

194

195

laa

193

er em

67

104

Kü nn ek eh of

g

1 13 1

22

n en nk

2

69

10 1068

102

d

to rw e

15

Rij

73 71

Ha

Ed ua r

(b≤4.1)

22

53 at

77 75

57

Robert Stolzlaan

ac

G

BT-II

G

C

55

36

81 79

Walter Kollolaan

4 6

8

10

58

V

rin g

11

Uraniumweg

ra st ink

3

5

7

12

14

ete

Re

G

83

110

16

24 A 24

57

40

38

89 87 85

124

nn

116

112

1 17 8

24

M 24

N 24

P R 24 S 24

71 6 59 1

4 44 6

130

126

Ba

201

118

114

60

G stw

te

128

12220 1

19 2009

13 1324

207

an

61

Paul Abrahamstraat

Pr oo

G

30

llola

216

214 n

Harr

llola an er K o

ho

f

1

er K o

at

rry

62-62A

Walt

tra

Ha

ler

Walt

eis

206

26 2

Kr

ck s

n

205

204

2 20032

2423 25

llola a

4

Fr itz

215

213

llola a

2 20098

22 56

r Ko

2

4 6

8

12

10

3

63

Bo

42

20 21

r Ko

7

Walt e

Je rry

210

1

2 21211

3

19

2

18 1 90 8

Koll olaa n

Jo ne sh of

3

5

7

64

219

2 21817

25 26

4

1716

Kr Fr

itz

Sid ne y

Walt e

Nico Dostalstraat

59

24

81

2 24 3

5 f

Walt er

ho eis ler

12 11

65

15

24

91 225

223

er K Walt

22

224

22 2210

laan ollo

222

2 1

21 6

13

Franz Lehársingel

24

21

23 22

66

32

D25

16 16 A

25

26

4 3

olaa n

G

V-RW

6

Koll

7

8

Walt er

15

14

49

G

5

19

es se lho f

20

B

1 90

46

Robert Stolzlaan

67

G

25

C

B2 7

G

11A

26 26 A

2 243

7 18

44

46

Lé on J

60

V

2 288A

101 A1

8 sh

1 17 6

Sid

48

68

G

4

101 01H G1

01B

103

G

2

27

A1 03

101

B1

03

C1

D1 01E

03

101

g

ne Jo y

11

50

ne

ánlaan h Kálm

of

d or

12

52

Emmeric

we

eg mw

13

42

54

No

n aa

n-

rtl

laa

be

1 14 5

13

niu

40

Gil

r me

56

G

ks

101

22

Rij

38

ne

an

en

Je

nk

Rij

58

G(ew)

Ura

60

16 4 1

g

103

21

20

ew ete rin

G

101 C

18 19

Kr om m

1 90

36

62

J1 01K

H1

E 10 D1 03

1 17 6

on Lé

34

64

18

3G 103

f lho se Jes

32

11

66

G

03 J1 03 K

Jacq

30

13

12

WS-WK G

rin g

30

Offe ues

28

43

1 14 5

70 8 6

12

ium ton

40

nba

26

chpla

en

ete

111

so nt

41

1

G stw

L

en ntso

24

2

pla

ch 39

3

Pr oo

121

ba

5

27

4

n fe

Of

20 2 2

s

37

29

ue

35

7

17

de

6

cq

Ja

33

L-G

G av-6

31

11

9

72

19

G

29

13

Plu

G

V

V

27

15

Jacq

131

nba Offe

17

ues

8

2

2 253

eg mw

chpla

G 21 19

G

10

4

B -4

21

oo At

74

ntso

en

14 2 1

72

WA

en

on

er

p Hy

ing

ts

70

lan

llp

68

Fa

A

o Le

G

Le oF

specifieke bouwaanduiding - 1

[sba-1]

53

G Pr oo stw

Kro

Bouwaanduidingen

157

24

RHO ADVISE RS

info@rho.nl www.rho.nl

N

Bestemmingsplan

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering Vastgesteld,

Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Aanleiding, doel en beleidskader

5

1.1

Aanleiding en doelstelling

5

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

5

1.3

Geldende plannen

6

1.4

Bestemmingsplanmethodiek

8

1.5

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Relevante beleidskaders

9

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal beleid

11

2.3

Gemeentelijk

13

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

9 beleid

18

Bestaande situatie, plan en uitvoeringsaspecten

19

3.1

Bestaande situatie

19

3.2

Planbeschrijving

19

3.3

Uitvoeringsaspecten

20

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

4.1

Economische

4.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 5

37

uitvoerbaarheid

37

uitvoerbaarheid

37

Juridische plantoelichting

39

5.1

Inleiding

39

5.2

Opbouw regels

39

5.3

Begrippen en meten (hoofdstuk 1 van de regels)

39

5.4

Artikelsgewijze

40

5.5

Algemene inleiding hoofdstukken

5.6

Bouwen en slopen (hoofdstuk 3 van de regels)

44

5.7

Gebouwen en locaties gebruiken (hoofdstuk 4 van de regels)

51

5.8

Grondwerk: activiteit in de bodem (hoofdstuk 5 van de regels)

61

5.9

Natuur, flora en fauna (hoofdstuk 6 van de regels)

62

5.10

Algemeen overgangsrecht

66

toelichting (hoofdstuk 2 van de regels) 3 tot en met 7

(hoofdstuk 7 van de regels)

2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

42

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

3

4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 Aanleiding, doel en beleidskader 1.1

Aanleiding en doelstelling

Als gevolg van de aardbevingen in Groningen werkt de Rijksoverheid aan een zo snel mogelijke afbouw van de gaswinning uit het Groningenveld. Eén van de maatregelen om dit te realiseren is de omschakeling van de grootste afnemers van laagcalorisch gas. Dit houdt in dat een groep van negen bedrijven verplicht moet omschakelen naar hoogcalorisch gas of een duurzaam alternatief. De werkzaamheden worden uitgevoerd in het kader van de ombouw van delen van het gastransportnet van G-gas (laagcalorisch gas) naar H-gas (hoogcalorisch gas). De regionale transportleiding ‘Utrecht’ loopt van afsluiterschema S-6227 (Utrecht) naar S-6265 (Lage Weide) te Utrecht. Het tracé heeft een lengte van circa 2,6 km. Het nieuwe gasleidingtracé voor hoogcalorisch gas is niet in zijn geheel in overeenstemming met de huidige planologische kaders. Een aanpassing van de geldende bestemmingsplannen is noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologische kaders om het voornemen voor de regionale transportleiding ‘Utrecht’ mogelijk te maken in de gemeente Utrecht. Hierbij zal worden aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied bestaat uit het nieuwe tracé van de gastransportleiding vanaf het afsluiterschema Lage Weide tot aan het afsluiterschema aan de Proostwetering. In figuur 1.1 is het nieuwe tracé weergegeven zoals het door de gemeente Utrecht loopt. Het plangebied ligt langs de A2 in de gemeente Utrecht. Het plangebied is grotendeels in gebruik voor verkeersdoeleinden. Hiernaast is het plangebied deels in gebruik voor bedrijven en groen.

Figuur 1.1 De ligging van het plangebied (bron: QRA)

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

5

1.3

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt in het plangebied (locatie leiding) de bestemmingsplannen die in de tabel hieronder genoemd worden. Tabel 1.1 Vigerende bestemmingsplannen Bestemmingsplan Lage Weide Actualisering diverse gebieden De Wetering Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht

Vastgesteld door Raad 29 november 2018 31 oktober 2013 4 februari 2016 2 februari 2023

Onherroepelijk Nee 15 oktober 2014 13 april 2016

In onderstaande figuren is het tracé met een roze lijn zichtbaar gemaakt in de geldende bestemmingsplannen.

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan Lage Weide

6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

Utrecht

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan Actualisering diverse gebieden

Figuur 1.4 Uitsnede bestemmingsplan De Wetering

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

7

1.4

Bestemmingsplanmethodiek

Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (hierna: Besluit uChw) is met ingang van 28 oktober 2016 gewijzigd. Sinds die datum beschikt de gemeente Utrecht juridisch gezien over één bestemmingsplan voor het hele grondgebied, verder 'het bestemmingsplan van Utrecht' genoemd. Dat bestemmingsplan kan in zijn geheel of gedeeltelijk gewijzigd worden. De gemeente Utrecht is opgenomen in artikel 7g van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wordt met regelmaat gewijzigd. Sinds de wijziging van 28 oktober 2016 beschikt de gemeente Utrecht juridisch gezien over één bestemmingsplan voor het gehele grondgebied, verder 'het bestemmingsplan van Utrecht' genoemd. Dat bestemmingsplan kan in zijn geheel of gedeeltelijk gewijzigd worden. De aanleg en het gebruik van de aardgasleiding wordt mogelijk gemaakt via een Chw bestemmingsplan. Dit houdt in dat de bestemmingen van de onderliggende bestemmingsplannen worden overgenomen, de regels uit het 'Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht' worden toegevoegd en de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' wordt toegevoegd.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande en de toekomstige situatie. Hierin wordt ook getoetst aan de uitvoeringsaspecten. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod.

8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

9

2.

3.

Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied Het doel van de toekomstige Omgevingswet (deze wet treedt vooralsnog in werking per 1 juli 2023) is het bereiken van een balans tussen: '(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in de omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving. Hiermee moet dus rekening worden gehouden bij het maken van beleidskeuzes. Het onderhavige bestemmingsplan ondervindt geen belemmeringen vanuit het beleid geformuleerd in de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainport ontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Plangebied Evenals de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau.

Het Barro vormt door het hoge abstractieniveau geen beperkingen voor de beoogde ontwikkeling. Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht. Plangebied De realisatie van een nieuw tracé is geen stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder vormt daarmee geen belemmering voor de ontwikkeling. Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 Het beleid voor buisleidingen op land is verder uitgewerkt in de Structuurvisie Buisleidingen. Deze is op 12 oktober 2012 vastgesteld. Deze Structuurvisie geeft aan langs welke hoofdverbindingen in de toekomst nog nieuwe buisleidingen van nationaal belang voor gevaarlijke stoffen gelegd kunnen worden. Het Rijk wil langs deze verbindingen ruimte hiervoor vrijhouden (buisleidingenstroken). Op een visiekaart zijn de hoofdverbindingen die van nationaal belang aangegeven. Op basis van de hoofdlijnen uit de Structuurvisie kunnen provincies en gemeenten het exacte buisleidingtracé bepalen. De uitwerking ligt dus bij provincies en gemeenten. Uitgangspunt daarbij is zoveel mogelijk bundeling met bestaande buisleiding(-stroken).

De nieuwe gastransportleiding van is niet opgenomen in het nationale beleid voor buisleidingen, maar is een gevolg van de in juni 2020 gewijzigde Gaswet welke voorziet in de omschakeling van verschillende bedrijven van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas om de gaswinning in Groningen terug te dringen. Plangebied De nieuwe gastransportleiding is niet opgenomen in het nationale beleid voor buisleidingen, maar is 1 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

Utrecht

een gevolg van de in juni 2020 gewijzigde Gaswet welke voorziet in de omschakeling van verschillende bedrijven van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas om de gaswinning in Groningen terug te dringen. Het beleid uit de Structuurvisie Buisleidingen vormt geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. Besluit en Regeling externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb) De volgende buisleidingen vallen onder de reikwijdte van het Bevb/Revb: aardgas met een uitwendige diameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPA (16 Bar) of meer; aardolieproducten met een uitwendige diameter van 70 mm of meer en een druk van 1.600 kPA of meer (aardolie, aardgasolie, vloeibare aardolieproducten, en derivaten); brandbare stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa (16 Bar) of meer; giftige stoffen, (stoffen die zijn geclassificeerd als acuut toxisch) en; specifieke stoffen met een uitwendige diameter van 70 mm of meer of een binnendiameter van 50 mm of meer en een druk van 1.600 kPa of meer (kooldioxide, zuurstof en stikstof). Het Bevb is niet van toepassing op: Leidingen op het continentaal plat of in de territoriale zee.

Voor buisleidingen in de mijnbouw geldt een aparte regeling (zie artikel 3 van de Revb); Gasleidingen (<1600 kPa) die deel uitmaken van het gasdistributienet (deze vallen onder de Gaswet); Andere mogelijk planologisch relevante buisleidingen zoals elektriciteits-, afvalwater- en rioolwaterleidingen (zie verder in dit document); Leidingen voor vervoer van gevaarlijke stoffen die deel uitmaken van een inrichting. Op grond van het Bevb (artikel 14, eerste lid) geeft een bestemmingsplan de ligging weer van de in het plangebied aanwezige buisleidingen alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Alleen voor buisleidingen voor aardgas met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa (16 tot en met 40 Bar) geldt een belemmeringenstrook van ten minste 4 meter. Naast buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen, zijn er nog andere buisleidingen die planologisch relevant worden geacht. Het gaat om leidingen met een (boven)regionale transportfunctie of leidingen die op een andere manier risico's met zich meebrengen voor mens of de leefomgeving wanneer deze leidingen beschadigd raken. Er is voor deze leidingen geen sprake van externe veiligheidscontouren. De leidingen vallen niet onder het Bevb.

Wel krijgt een dergelijke leiding ter bescherming van de leiding en om beheer en onderhoud niet onmogelijk te maken, een dubbelbestemming ter grootte van de belemmeringenstrook of zakelijk rechtstrook (aan weerszijden van de leiding). In vrijwel alle gevallen wordt hiervoor ook 5 meter aan weerszijden van een buisleiding aangehouden, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. Plangebied Dit bestemmingsplan sluit aan op het Bevb, in de zin dat een belemmeringenstrook aan weerszijden van de leiding is opgenomen voor de nieuwe leiding. Op de externe veiligheidsaspecten wordt in paragraaf 3.3.4 nader ingegaan.

2.2

Provinciaal beleid

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vormgegeven worden. De Omgevingsverordening heeft van 1 juni 2021 tot en met 12 juli 2021 ter inzage gelegen. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich meebrengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan gasleiding bedrijventerrein Lage Weide - De Wetering" (vastgesteld)

11

Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=047ab333-46d6-499a-b963-ec4ce599be33