CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Adviescommissie Controle en Financiën 17 november 2022, gemeente Utrecht27.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De focusgroep denkt gedurende de looptijd van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij met de gemeente mee over de koers, de duiding van de resultaten en nieuwe acties en maatregelen. In de focusgroep stelt de gemeente de leidende principes centraal, wat de deelnemers helpt om zich te richten op de hoofdlijnen en doelstellingen van de opgave. De gemeente gebruikt de leidende principes als waarde en om de manier van werken in te richten. Bevinding

De leidende principes zijn op basis van gesprekken met netwerkpartners geformuleerd. De netwerkpartners noemen de leidende principes herkenbare en mooie uitgangspunten en bevestigen dat deze in de focusgroep worden toegepast.

Kaders en randvoorwaarden De kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen van de opgave worden in dit onderzoek gevormd door de middelen, de netwerkpartners en de prestatieafspraken. Middelen Het budget voor MS bestaat uit meerdere deelbudgetten en is voor 2019 – 2022 als volgt opgebouwd: Overzicht investeringen Actieagenda op hoofdlijnen, bedragen x €1.000 Pijler

2019

2020

2021

2022

Rondkomen en meedoen

20

50

Praat erover

130

110

80

80

Op tijd erbij

300

400

500

500

Lage drempel

100

250

100

100

Organiseer simpel

110

240

400

400

Innovaties

200

300

400

400

Ervaringsdeskundigen

60

120

120

120

Programmakosten

120

120

110

110

1.040

1.590

1.780

1.710

Totaal

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

70

0

18/39

De middelen kunnen tussen de verschillende pijlers/instrumenten flexibel worden ingezet. De verantwoording is op het niveau van de opgave en niet op de specifieke onderdelen. Netwerkpartners Belangrijke netwerkpartners zijn de Armoedecoalitie, U-centraal en de Buurtteams. De Actieagenda is ontwikkeld samen met de netwerkpartners. Zij zijn vanaf het begin bij de opgave aangesloten en door hun logo in de Actieagenda te plaatsen hebben de netwerkpartners zich hieraan gecommitteerd. In de Actieagenda zijn de kwadranten van het Utrechts sturingsmodel, waaronder de leidende principes en kaders en randvoorwaarden vastgelegd. Prestaties Een deel van de schuldhulpverlening - budgetbeheer, schuldregeling en budget coaching - wordt door de gemeente uitgevoerd. De toeleiding van onder andere de Buurtteams door Lokalis en Buurtteam Sociaal naar schuldhulp en de financiële dienstverlening van U-Centraal vallen binnen de (gezamenlijke) contracten en subsidieafspraken van Werk en Inkomen en Maatschappelijke Ontwikkeling. Met verschillende andere partners zijn er geen vastgelegde afspraken of overeenkomsten. De gemeente heeft hierdoor beperkte sturingsmogelijkheden. Bevinding

Met enkele netwerkpartners zijn (financiële) afspraken gemaakt en vastgelegd. Met andere partners zijn er geen vastgelegde afspraken of overeenkomsten. De netwerkpartners hebben zich wel aan de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij en de daarin opgenomen leidende principes en kaders en randvoorwaarden gecommitteerd.

De beweging Een aspect van Betekenisvol sturen is dat de gemeente geen harde prestatiedoelstellingen stelt die een weerspiegeling zijn van haar eigen doelstellingen, maar daarentegen maximaal wil inhaken op de beweging die reeds door de netwerkpartnerts in gang is gezet in de stad. Om die beweging in beeld te brengen is relevante, betekenisvolle informatie nodig en inzicht in de data die daarvoor moeten worden verzameld. In 2018 en 2019 is via gesprekken en bijeenkomsten met de gemeenteraad en partners in de stad (zoals ervaringsdeskundigen, werkgevers en deurwaarders) informatie verzameld over de beweging ten aanzien van MS. In maart 2020, april 2021 en februari 2022 zijn de eerste drie voortgangsrapportages van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij uitgebracht. In de voortgangsrapportages zijn indicatoren opgenomen om enigszins kwantitatieve onderbouwing van de gewenste beweging te verzamelen, maar het is vanwege de afwezigheid van een lineaire relatie tussen maatregelen en prestaties niet mogelijk de resultaten en effecten toe te schrijven aan een specifiek instrument of een specifieke partner. Uit de voortgangsrapportages blijkt onder andere dat de vroeg-signalering is uitgebreid en de gemiddelde schuldenlast bij de start van een regeling in 2021 fors lager is dan daarvoor.

Ook is extra toegankelijke ingang voor schuldhulp door middel van een directe telefoonlijn gerealiseerd. Dit duidt erop dat we er als gemeente eerder bij zijn.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

19/39

In 2018 – 2021 hebben de indicatoren zich als volgt ontwikkeld:

Bron: Tweede voortgangsrapportage 2020 Actieagenda Utrechters Schuldenvrij

Uit de voortgangrapportages blijkt ook de impact van de coronapandemie. In 2020 lag het daadwerkelijk aantal bereikte huishoudens veel lager i.v.m. de beperkingen rondom corona. Hierdoor kregen mensen met financiële zorgen grotere problemen. Locaties waren beperkt open en was er meer digitale dienstverlening. Er zijn nieuwe doelgroepen ontstaan en nieuwe wegen ontwikkeld om hen te bereiken. Bevinding

Voor de opgave Meedoen en Schuldenvrij zijn tot nu toe drie voortgangsrapportages uitgebracht. De gemeente en de netwerkpartners hebben met behulp van de Actieagenda Utrechters Schuldenvrij een positieve beweging in gang gezet. Als gevolg van corona kregen mensen met financiële zorgen grotere problemen en zijn nieuwe doelgroepen ontstaan en bereikt.

Leren en verbeteren In Betekenisvol sturen draait het niet primair om verantwoording via prestatie-indicatoren, maar om leren en verbeteren. Periodiek wordt de voortgang van de Actieagenda besproken in de focusgroep. Hieruit bleek bijvoorbeeld dat de opvolging van een bepaalde interventie (‘het drie-gesprek’) soms onvoldoende is. Werk en Inkomen (W en I) en de samenwerkingspartners hebben daarom gezamenlijk hierop een versnelling ingezet om zodoende de inwoner die echt hulp nodig heeft niet kwijt te raken. Bevinding

Er zijn periodieke bijeenkomsten met netwerkpartners en er zijn monitoringonderzoeken die gebruikt worden om te reflecteren en feedback op te halen over de resultaten, succesverhalen, knelpunten en verbeterpunten. Leren en verbeteren krijgt op deze manier invulling binnen de opgave Meedoen en Schuldenvrij.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

20/39

3.3

Opgave Kansrijke Start

Kansrijke Start (KS) is onderdeel van het speerpunt Gezond en Veilig Opgroeien van de Nota ‘Gezondheid voor iedereen’ en is een sub-opgave van de opgave Gelijke Kansen Jeugd. Het wordt uitgevoerd door organisatieonderdeel Volksgezondheid.

Doelstellingen Het doel van KS is in de presentaties ‘Kansrijke Start’ van april en november 2020 geformuleerd als ‘Samen met relevante partijen, professionals en ervaringsdeskundigen verschil maken voor (ongeboren) kinderen die opgroeien in een kwetsbare situatie’. Hiermee wil de gemeente ‘De kansen en mogelijkheden van (aanstaande en jonge) gezinnen in een kwetsbare situatie vergroten, zodat kinderen gelukkig en gezond opgroeien en (later ook) kunnen meedoen in de maatschappij (en niet belemmerd worden door hun eigen problematiek of problemen in het gezin). Kortweg een goede startpositie voor ieder kind’. Om dit te bereiken zet gemeente Utrecht zich in voor een kansrijke start: de eerste 1000 dagen van een kind. Daarmee verkleinen we gezondheidsverschillen en bevorderen we gelijke kansen in onze stad. De relatie met de strategische doelstelling VGK blijkt impliciet uit de formulering van de doelstelling en ambitie van KS. Uit ons onderzoek blijkt dat vanuit deze verbinding is geredeneerd bij de invulling van speerpunten en activiteiten. In de Nota ‘Gezondheid voor iedereen’ is het inzetten op kansengelijkheid één van de uitgangspunten. Het gaat om de extra inzet voor inwoners die dat nodig hebben en niet vanzelfsprekend mee kunnen. Bevinding

Impliciet is de doelstelling van Kansrijke Start gerelateerd aan de strategische doelstelling Veerkracht en Gelijke Kansen. De relatie met VGK wordt gelegd door het wegnemen van gezondheidsverschillen in de eerste 1000 dagen van nieuw geboren Utrechters.

Leidende principes Momenteel wordt voor Kansrijke Start de omslag gemaakt naar Betekenisvol sturen, voor KS is nog geen uitgewerkt Utrechts sturingsmodel beschikbaar. Wel zijn in de presentaties KS van april en november 2020 uitgangspunten en actielijnen verwoord. Deze gelden als leidende principes en zijn bepaald op basis van interviews met ouders in kwetsbare situaties en met professionals die betrokken zijn bij de eerste 1000 dagen van een kind. De houding– en gedragsaspecten zijn richtinggevend voor de professionals en zijn het gezamenlijk kader op basis waarvan de gemeente en netwerkpartners handelen en keuzes maken. Leidende principes zijn: •

Werken vanuit de leefwereld;

•

Gelijkheid betekent niet voor iedereen hetzelfde;

•

Lerend organiseren;

•

Iedereen levert een bijdrage;

•

We benaderen gezondheid breed en positief.

De twee netwerkpartners die wij hebben gesproken waren niet direct betrokken bij het formuleren van de leidende principes, zij hebben aangegeven deze principes wel te onderschrijven.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

21/39

Bevinding

Voor Kansrijke Start is er nog geen volledig sturingsmodel met alle aspecten uitgewerkt. Wel zijn de randvoorwaarden geformuleerd en er wordt een monitoringsplan opgesteld. Door interviews met de stakeholders zijn uitgangspunten en actielijnen voor Kansrijke Start gedefinieerd. Deze zijn richtinggevend in het handelen en keuzes maken binnen de sub-opgave. De netwerkpartners onderschrijven deze principes.

Kaders en randvoorwaarden De kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen van de (sub-)opgave worden in dit onderzoek gevormd door de middelen, de netwerkpartners en de prestatieafspraken. Middelen Het budget voor KS is voor de periode 2018 – 2021 als volgt opgebouwd: Overzicht financiën Kansrijke Start, bedragen x €1.000 2019 1

Kansrijke Start

2

Regiodeal Overvecht

2020 90

2021 90

2022 90

n.t.b.

550

Gedurende de audit hebben wij geen gedifferentieerd inzicht verkregen in de besteding van deze middelen. Van KS als opgave zijn er geen financiële voortgangsrapportages. Er is wel een algemeen beeld van bekostigde activiteiten. De algemene middelen voor KS worden o.a. besteed aan 1) communicatie en bijeenkomsten, 2) interventies en activiteiten en 3) menskracht en monitoring. De middelen Regiodeal Overvecht worden onder andere besteed aan organisatie MDO Overvecht (zodat professionals in de geboortezorg elkaar leren kennen), aan thema-aanpak (samen met ouders een aanpak voor hun kinderen ontwikkelen) en Nu Niet Zwanger (NNZ) in Overvecht. Dit laatste betreft de uitvoering; de opstart van NNZ is bekostigd vanuit andere middelen van Volksgezondheid en MO-jeugdzorg. Netwerkpartners In de opgave KS is de gemeente primair facilitator. De belangrijkste netwerkpartners zijn organisaties en professionals die inhoudelijk en financieel onafhankelijk van de gemeente opereren. Deze partners zoals huisartsen, verloskundigen en ziekenhuizen hebben van oudsher een eigenstandige rol - en verantwoordelijkheid in de geboortezorg. De netwerkpartners zijn door de gemeente geselecteerd op basis van hun bestendige positie binnen de geboortezorg.

Prestaties Binnen KS zijn met de netwerkpartners geen inhoudelijke afspraken vastgelegd, de gemeente werkt informeel met de professionals samen op basis van vrijwilligheid. De inspanning is gericht op het inrichten van een netwerk en aansluiten bij bestaande initiatieven en trajecten. Speerpunten hierin zijn het oprichten van meer wijk gebonden geboortezorgnetwerken en het activeren van professionals (verloskundigen en kraamverzorgers) om kwetsbare ouders en kinderen tijdig te signaleren en passende zorg en ondersteuning te bieden. De twee netwerkpartners die wij hebben gesproken geven aan dat de gemeente Utrecht één van de gemeenten is die landelijk vooroploopt met KS.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

22/39

Bevinding

Op de leidende principes na zijn er voor Kansrijke Start geen kaders en randvoorwaarden geformuleerd ten aanzien van de netwerkpartners. Er is ‘overall inzicht’ in de kosten van de opgave, maar er is geen directe relatie te leggen tussen de activiteiten van de gemeente en de begrote versus bestede middelen.

De beweging Een aspect van Betekenisvol sturen is dat de gemeente geen harde prestatiedoelstellingen stelt die een weerspiegeling zijn van haar eigen doelstellingen, maar daarentegen maximaal wil inhaken op de beweging die reeds door de netwerkpartnerts in gang is gezet in de stad. Om die beweging in beeld te brengen is relevante, betekenisvolle informatie nodig en inzicht in de data die daarvoor moeten worden verzameld. De opgave is in de fase waarin de informatie die geschikt is voor het monitoren van de beweging wordt gedefinieerd. De monitoring zal worden ingericht op drie niveaus: proces, interventies en activiteiten en indicatoren. De basis wordt gevormd door de eigen indicatoren en aanvullend komt de set van indicatoren van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). De indicatoren worden momenteel als dashboard ontwikkeld. De indicatoren van VWS zullen (deels) aansluiten bij de eigen doelstellingen. De eerste resultaten van de monitor worden in 2022 verwacht. Bevinding

De gemeente heeft nog niet gedefinieerd welke informatie betekenisvol is voor de opgave KS. Dit is onderdeel van het lopende inrichtingsproces KS.

Leren en verbeteren In Betekenisvol sturen draait het niet primair om verantwoording via prestatie-indicatoren, maar om leren en verbeteren. Er zijn periodieke bijeenkomsten met netwerkpartners - zoals de Kansrijke Start-conferentie - die gebruikt worden om te reflecteren en feedback op te halen over de resultaten, succesverhalen, knelpunten en verbeterpunten. In KS is de rol van de gemeente hierbij agenderen en procesbewaking (het initiëren en versnellen van acties). Bijvoorbeeld via geboortenetwerken waarin professionals casuïstiek bespreken, waardoor er van elkaar wordt geleerd en vroeg-signalering mogelijk wordt. Ook stimuleert de gemeente dat geboortenetwerken doelen opstellen en helpt de gemeente hen bij het monitoren en bijstellen van leerdoelen om daar ook weer van te leren. Bevinding

Leren en verbeteren krijgt invulling binnen de opgave Kansrijke Start via periodieke bijeenkomsten met netwerkpartners.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

23/39

3.4

Opgave Gelijke Kansen Onderwijs

Gelijke Kansen Onderwijs (GKO) is een sub-opgave van de opgave Gelijke Kansen Jeugd en wordt uitgevoerd door Team Onderwijs van organisatieonderdeel Maatschappelijke Ontwikkeling.

Doelstellingen Team Onderwijs heeft de ambitie ‘Plaats voor iedereen: we zorgen dat in het onderwijs iedereen gelijke kansen heeft en zijn of haar talenten kan ontwikkelen’ vertaalt in ‘ Gelijke kansen in het onderwijs: elke

leerling verdient het onderwijs dat hem of haar stimuleert zijn of haar talenten maximaal te ontwikkelen en te benutten’. Deze ambities voor de opgave GKO zijn in de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) en de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) geconcretiseerd. GKO wil hiermee: -

kansengelijkheid en talentontwikkeling en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt faciliteren;

-

ieder kind de kans bieden om zijn talent te ontwikkelen via een brede scope en maatwerk van instrumenten;

-

taalachterstand bij jonge kinderen voorkomen.

Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) De UOA 2019-2022 kent als titel ‘Gelijke kansen voor ieder kind’ en zet in op vier sporen: 1) gelijke onderwijskansen voor ieder kind; 2) de beste leraren; 3) moderne en toekomstbestendige onderwijsvoorzieningen en 4) een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. In de UOA 2019-2022 wordt in de thema’s de link gelegd met het bevorderen van gelijke kansen, bijvoorbeeld: -

flexibel omgaan met de overgang van primair naar voortgezet onderwijs d.m.v. verlenging van de basisschoolperiode of uitstel van vroege selectie in het voortgezet onderwijs;

-

goede overdracht door blijvende aandacht voor een goede overdracht als leerlingen overstappen van de ene voorziening of school naar een andere school;

-

stimuleren van taalontwikkeling door het stimuleren van de woordenschatontwikkeling en het vergroten van de kennis van de wereld voor (jonge) kinderen.

Gelijke Kansen Alliantie Utrecht is aangesloten bij de Gelijke Kansen Alliantie (GKA). In de GKA werkt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) samen met scholen, gemeenten en maatschappelijke partners aan het verbeteren van kansengelijkheid. De GKA is vijf jaar geleden gestart met het initiëren en aanmoedigen van een groot aantal interventies in tal van gemeenten. Bevinding

Voor Gelijke Kansen Onderwijs is er geen startdocument waarin door het gemeentebestuur vastgestelde doelstellingen zijn geformuleerd. Landelijk wordt door alle betrokkenen, ook gemeente Utrecht, nog steeds verkend wat reële doelstellingen voor GKO zijn.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

24/39

Samen met de partners in het veld zijn in de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) en de Gelijke Kansen Alliantie (GKA) de ambities geconcretiseerd en vertaald naar gerichte speerpunten waar de gemeente en partners op willen inzetten.

Leidende principes Binnen Team Onderwijs is een doelenboom opgesteld voor het onderwijsveld in Utrecht. Deze sluit aan bij de ambities uit het Collegeakkoord 2018-2022 over kansengelijkheid en de aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt. Vanuit die doelen zijn leidende principes benoemd voor het totale onderwijsveld, inclusief de opgave GKO: -

ontwikkeling van kinderen en jongeren;

-

de omgeving van kinderen en jongeren;

-

gelijkheid betekent niet hetzelfde;

-

samen kom je verder.

Bevinding

Gelijke Kansen Onderwijs geeft aan samen met het onderwijsveld de leidende principes te hebben geformuleerd. Concernaudit had vanwege vertraging tijdens de uitvoering van het onderzoek geen mogelijkheden om bij netwerkpartners GKO de beleving van de leidende principes te bespreken.

Kaders en randvoorwaarden De kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen van de opgave worden in dit onderzoek beoordeeld via de middelen, de netwerkpartners en de prestatieafspraken. Middelen Voor de opgave GKO is geen specifiek budget opgenomen in de begroting van het programma Onderwijs, volgens betrokkenen mede omdat ‘gelijke kansen’ als een overkoepelend doel wordt gezien en niet als een op zichzelf staande opgave. Het is een doelstelling waar veel inspanningen vanuit Team Onderwijs aan bijdragen. De opgave GKO is hierom niet programmatisch opgezet maar is geïntegreerd in andere activiteiten en sub-begrotingen van Team Onderwijs. Bij de start van de opgave heeft Team Onderwijs een lijst van instrumenten en pilots (o.a. Stadsnetwerk Gelijke Kansen, aanmeldbeleid en Transformatieve school) opgesteld. De uitvoering is op basis van goodwill en wordt bekostigd vanuit bestaande budgetten. In de Programmabegrotingen 2022 en 2023 is een algemene programmadoelstelling opgenomen over Gelijke Kansen voor Ieder Kind. Zo wordt geprobeerd om de middelen en prestaties te specificeren en voor de toekomst te continueren. Netwerkpartners Belangrijke netwerkpartners zijn de schoolbesturen, de Gelijke Kansen Alliantie en het Stadnetwerk Gelijke Kansen. De positie van de gemeente Utrecht richting het onderwijsveld is niet die van opdrachtgever.

Er zijn veel samenwerkingspartners waarmee op verschillend niveau wordt samengewerkt. In de samenwerking met de verschillende partners die allen een verschillende rol hebben (scholen en schoolbesturen, Buurtteams etc.) is de ambitie om samen te leren, informatie te delen en elkaar van feedback voorzien belangrijk. Dit geeft volgens betrokkenen bij GKO een setting waarin de partners zelf in beweging komen en eigenaar

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

25/39

zijn van het netwerk. De gemeente werkt ook samen met bijvoorbeeld het Nederlands Jeugdinstituut (NJi), voor het modelmatig toetsen van interventies. Prestaties In samenwerking met de partners is inmiddels een aantal concrete resultaten geboekt zoals de vernieuwing van het aanmeldbeleid en de oprichting van de Transformatieve school. Eventuele prestatieafspraken met de partners zijn op interventie- en projectniveau bepaald en zijn opgenomen bij de subsidievoorwaarden daar waar er sprake is van een opdracht gevende rol. Daarnaast vragen we als gemeente bij subsidies ‘een inzet om een bepaalde waarde toe te voegen aan de stad’. De partners worden daarbij uitgedaagd de impact van hun inzet zo goed als mogelijk te duiden. Bevinding

Het is niet eenvoudig om de kosten voor Gelijke Kansen Onderwijs inzichtelijk te krijgen. Er is geen geoormerkt budget voor de opgave GKO en ook voortgangsrapportages bevatten geen gespecifieerde financiële overzichten. De kaders en randvoorwaarden met de netwerkpartners voor het realiseren van de doelstellingen van de opgave staan, voor zover vastgesteld, in de subsidievoorwaarden. Concernaudit had in de uitvoering van het onderzoek geen mogelijkheden om bij netwerkpartners de inrichting en uitwerking van de kaders en randvoorwaarden te bespreken.

De beweging Een aspect van Betekenisvol sturen is dat de gemeente geen harde prestatiedoelstellingen stelt die een weerspiegeling zijn van haar eigen doelstellingen, maar daarentegen maximaal wil inhaken op de beweging die reeds door de netwerkpartnerts in gang is gezet in de stad. Om die beweging in beeld te brengen is relevante, betekenisvolle informatie nodig en inzicht in de data die daarvoor moeten worden verzameld. De insteek is dat gemeente en partners samen informatie verzamelen en bepalen wat betekenisvol is om te leren en te verbeteren. Ook kennisinstituten haken aan om vanuit hun perspectief informatie en kennis aan te dragen. In de monitor Staat van de Jeugd bijvoorbeeld werkt de gemeente samen met Lokalis (Buurtteams), de Universiteit Utrecht en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). De ambitie is om gezamenlijk te investeren op de informatievoorziening rond kansengelijkheid om zo het gesprek en de samenwerking beter te kunnen voeden. De monitor Staat van de Jeugd is een compacte set cijfers waarin zichtbaar moet worden hoe het met kinderen en jongeren in Utrecht gaat. De eerste monitor wordt in 2022 gepubliceerd. Bevinding

Binnen de opgave Gelijke Kansen Onderwijs is nog niet uitgekristalliseerd hoe de kwalitatieve en kwantitatieve prestaties het beste kunnen worden gemonitord. Gemeente en netwerkpartners zoeken nog samen naar wat eigenlijk de ‘beweging’ inhoudt en welke informatie verzameld moet worden om die te duiden.

Leren en Verbeteren In Betekenisvol sturen draait het niet primair om verantwoording via prestatie-indicatoren, maar om leren en verbeteren.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

26/39

De organisatie benoemt als concrete voorbeelden van opbrengsten van GKO het aanmeldbeleid, het Stadsnetwerk Gelijke Kansen en de Brede School en daarbij de energie die voortvloeit uit de samenwerking aan GKO. Illustratief hiervoor is de mate waarin het aanmeldbeleid wordt gedragen door de Primair Onderwijs-scholen, zeker in vergelijking met andere gemeenten waar dit geprobeerd wordt. Utrecht zou landelijk als voorbeeld worden gezien voor het succesvol creëren van gezamenlijk perspectief en eigenaarschap. Gemeente Utrecht heeft voor Gelijke Kansen Onderwijs nog niet eenduidig welke interventies echt leiden tot gelijke kansen. Dit is volgens de organisatie een landelijk knelpunt: in het onderwijsveld zijn veel goedbedoelde ontwikkelingen waarvan het effect op de tweedeling niet duidelijk is. Betrokkenen vanuit organisatieonderdeel Maatschappelijke Ontwikkeling geven aan dat gelijke kansen voor de gehele organisatie een continu aandachtspunt is. De gemeente heeft regelmatig overleg met partners om met elkaar te reflecteren op de belangrijke vragen als: wat hebben we gedaan en wat willen we nog doen? En in dit kader is een trainee momenteel bezig met een brede data-analyse. Aan de hand van de beschikbare data worden modellen ontwikkeld waarmee de vraag kan worden beantwoord of de over de afgelopen periode ingezette interventies inderdaad bijdragen aan gelijke kansen.

Hiermee wordt een basis gelegd voor meer data gestuurd werken voor de opgaven van Onderwijs. Daar zal in de toekomst ook een scherpere monitoring van doelstellingen en resultaten uit voort kunnen komen. De volgende fase is de doorontwikkeling waarin breed wordt uitgewerkt hoe gemeente Utrecht samen met partners kan investeren in meer kansen voor jeugd in kwetsbare situaties. Bevinding

De opgave Gelijke Kansen Onderwijs is gestart als grotendeels ‘onontgonnen terrein’ en veel externe partners. Er zijn inmiddels een aantal projecten vanuit GKO opgestart en er vinden evaluaties plaats of deze initiatieven inderdaad hebben bijgedragen aan gelijke kansen in het onderwijs. De onderzoekers van Concernaudit hebben hierover geen rapportages kunnen inzien, omdat deze tijdens het onderzoek niet beschikbaar waren. Opgave GKO ziet het belang van de gezamenlijke basis en gedragen perspectief als belangrijk resultaat van de afgelopen jaren en wil ruimte om samen met de partners werkende-weg te ontdekken wat er mogelijk is en wat werkt. Concernaudit had door vertraging in de uitvoering van het onderzoek bij GKO geen mogelijkheden om bij netwerkpartners hun reflectie op de praktijk van leren en verbeteren te bespreken.

3.5

Opgave Inburgering

De opgave Inburgering wordt uitgevoerd vanuit Team Utrecht voor Iedereen en is een gezamenlijke opgave van de organisatieonderdelen Maatschappelijke Ontwikkeling (MO) en Werk en Inkomen (W en I).

Doelstellingen Per 1 januari 2022 is de Wet Inburgering van toepassing op asielstatushouders, gezins- en overige migranten van 18 jaar en ouder. De implementatie hiervan is ondergebracht in de veranderopgave Inburgering.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

27/39

De doelstellingen voor Inburgering zijn uitgewerkt in de ‘Nota van uitgangspunten opgave Inburgering’. De belangrijkste ambities zijn: •

ervoor zorgen dat iedereen zich kan ontplooien en een zelfstandig bestaan kan opbouwen;

•

iedereen kan meedoen en moet daar meteen mee kunnen starten.

De Nota van uitgangspunten is in januari 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. In de Nota wordt niet expliciet verwezen naar de strategische doelstelling VGK. Uit ons onderzoek blijkt dat deze relatie wel is gelegd bij de invulling van de doelstellingen van de opgave Inburgering. Betrokkenen geven aan dat er geïnvesteerd moet worden in mensen die naar Nederland komen zodat zij en hun kinderen gelijke kansen hebben om zich maximaal zich kunnen ontplooien in de samenleving. En ook in de communicatie met de gemeenteraad7 worden de ambities van de opgave verbonden met de coalitiedoelstellingen over gelijke kansen in Utrecht. Bevinding

De doelstellingen van de opgave Inburgering zijn logisch gerelateerd aan de strategische doelstelling VGK.

Leidende principes In de Nota van uitgangspunten zijn de ambities en leidende principes opgenomen die de uitgangspunten van de gemeente beschrijven. Enkele zijn: •

iedereen kan meedoen en moet daar meteen mee kunnen starten;

•

maximale slagingskans door maatwerk: per persoon: wat, hoe, wanneer.

De leidende principes van de opgave zijn bepaald in gesprekken met de belangrijke partners in de stad. Als belangrijke partners zijn genoemd organisaties die nu al betrokken zijn bij inburgering zoals de Inburgeringscoalitie met o.a. Vluchtelingenwerk en (progressieve) organisaties die mee willen met het maken van nieuwe inhoudelijke – en financieringsafspraken in lijn met de leidende principes. De leidende principes moeten richting geven aan de aanpak en uitvoering van de opgave en zijn binnen de opgave reeds toegepast om: -

netwerkpartners te selecteren;

-

selectiecriteria te benoemen in het aanbestedingstraject taalaanbieders.

Bevinding

De leidende principes zijn door de organisatie vastgesteld en worden onderschreven door de netwerkpartners, als een gedeelde waarde die richting geeft aan de uitwerking van de opgave Inburgering. De komende twee jaar worden in de opgave Inburgering de leidende principes nog wel nader uitgewerkt, zodat er meer concrete kaders uit voortkomen.

Kaders en randvoorwaarden De kaders en randvoorwaarden voor het realiseren van de doelstellingen van de opgave worden in dit onderzoek beoordeeld via de middelen, de netwerkpartners en de prestatieafspraken.

7

Utrechtse aanpak vooruitlopend op nieuw stelsel inburgering, raadsbrief van het college van burgemeester en wethouders, 20 maart 2019,

6040479

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

28/39

Middelen Het budget voor de opgave Inburgering is nog niet eenduidig vast te stellen. De kosten van de opgave zijn verdeeld over de organisatieonderdelen Maatschappelijke Ontwikkeling en Werk en Inkomen. Stichting Vluchtelingenwerk bijvoorbeeld krijgt een lumpsum financiering als subsidie en andere netwerkpartners, zoals vrijwilligersorganisaties, krijgen een (doorlopende) subsidie die zij soms al kregen in het kader van integratie van vluchtelingen. Voor de nieuwe taak taalonderwijs is recentelijk een aanbesteding geweest. De contractvoorwaarden per 1 juli 2022 moeten nog worden uitgewerkt. Netwerkpartners In de periode 2018–2020 is vanuit het beleidsterrein Asiel en Integratie met name samengewerkt met het Team Statushouders (gemeentelijk team Werk en Inkomen) en Stichting Vluchtelingenwerk. Deze activiteiten hebben betrekking op bestaande voorzieningen voor statushouders. In de Nota van uitgangspunten zijn voor de opgave Inburgering de netwerkpartners benoemd voor de periode 2021–2022. De belangrijkste netwerkpartners zijn: •

Stichting Vluchtelingenwerk (actief bij de begeleiding van inburgeraars)

•

Buurtteams (idem)

•

Taalscholen (verzorgen inburgeringsonderwijs;).

•

Organisatieonderdeel Werk en Inkomen (Team Statushouders en Werkgeversservicepunt)

•

Inburgeringscoalitie (ervaringsdeskundigen en klankbordgroep de Stem)

•

Vrijwilligersorganisaties (overige activiteiten)

Stichting Vluchtelingenwerk, Buurtteams en Team Statushouders hebben jarenlange ervaring met het begeleiden van statushouders. De aanbesteding voor het taalonderwijs is ten tijde van dit onderzoek in de afronding. De voorwaarden zullen vastgelegd worden in de inkoopcontracten, maar deze zijn nog niet definitief. Wel heeft de gemeente gekozen voor een beperkt aantal taalaanbieders (drie) die in lijn met de leidende principes het innovatieve taalonderwijs in Utrecht zullen aanbieden. Door taalonderwijs (kennisoverdracht) te combineren met ontwikkeling op de werkvloer hebben inburgeraars meer kans hun talenten te ontplooien en daarmee kansengelijkheid op de arbeidsmarkt. Dit is onderdeel van het nieuwe beleid en de kansen die de regierol voor gemeenten in de nieuwe inburgeringswet biedt. De gemeente maakt met een aantal netwerkpartners formele samenwerkingsafspraken (middels subsidiebeschikkingen) maar werkt samen met een brede vertegenwoordiging van organisaties in de stad. Deze worden ook deels gesubsidieerd door de gemeente, maar zijn vaker gericht op een sociale basis voor alle Utrechters, waar statushouders ook gebruik van kunnen maken. De gemeente wil graag ‘samen met de stad bouwen’ en werkt daarom samen met een zo breed mogelijke afspiegeling. Betrokkenen geven aan dat het risico hiervan is dat het netwerk niet-efficiënt is in de besluitvorming.

De wens van de gemeente om het samen te doen met alle partners in het veld is een uitdaging omdat bij inburgering veel partijen betrokken zijn.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

29/39

Prestaties Medio 2017/ begin 2018 stelde gemeente Utrecht binnen de U-16 gemeenten8 het ’Plan van aanpak Huisvesting en integratie Vluchtelingen Regio Utrecht’ vast. De afspraken gingen over de huisvesting van statushouders, een taak die strikt genomen niet onder de opgave inburgering valt. Er waren ook afspraken gericht op gezamenlijke voorbereidingen van de nieuwe Wet Inburgering, met als belangrijkste punt de gezamenlijke inkoop van taalonderwijs. In de periode 2018–2019 was de opgave gericht op het beïnvloeden van rijksbeleid en om te komen tot beleid dat past bij de Wet Inburgering. In Utrecht werd de Doorgaande Lijn ontwikkeld, waarbij nieuwe inburgeraars die ook een uitkering in het kader van de Participatiewet hadden, begeleid werden door de gemeente en Stichting Vluchtelingenwerk. In 2020 is het Utrechtse beleid ontwikkeld wat heeft geleid tot de uitgangspuntennotitie, vastgesteld door de gemeenteraad in januari 2021. In de opgave Inburgering worden de prestaties van de huidige voorzieningen verbonden met de nieuwe taken van de gemeente. In de opgave Inburgering zijn prestaties samen met de netwerkpartners geformuleerd. Het gaat hier om uitvoering van taken uit de Wet Inburgering en de Nota van uitgangspunten opgave Inburgering gemeente Utrecht. Voor doorlopende activiteiten zijn de prestaties vastgelegd in subsidiebeschikkingen.

Vluchtelingenwerk bijvoorbeeld levert volgens de subsidiebeschikking begeleiding, opvang en ondersteuning van asielzoekers, maatschappelijke en juridische begeleiding van statushouders en Plan Einstein Haydn (betreft begeleiding, opvang en ondersteuning van asielzoekers), specifieke werving, intake en coördinatie. Tijdens dit onderzoek was nog niet bekend welke taalscholen geselecteerd zouden worden. Nadere afspraken over prestaties worden in het 1e kwartaal 2022 verder met hen uitgewerkt. Voor de overige netwerkpartners zijn er het kader van de opgave nog geen meetbare prestaties benoemd. Als onderdeel van een pilot wordt met de netwerkpartners uitgewerkt wat precies wordt opgeleverd en hoe de prestaties zullen worden gemeten. Bevinding

Het is niet eenduidig vast te stellen wat de omvang is van de begrote en bestede middelen voor de (verander)opgave Inburgering, omdat de middelen niet zijn geoormerkt. In de voortgangsrapportages (raadsbrieven) is geen financiële verantwoording van de programmakosten opgenomen. De kaders voor de samenwerking zijn nu nog breed en zullen verder uitgewerkt worden in een tweejarige pilot. De gemeente kiest voor een netwerk van beperkte omvang. Binnen dat netwerk is er ruimte voor het leren van de taal, liefst in combinatie met werk (taalaanbieders, werkgevers), maatschappelijke en juridische ondersteuning (vluchtelingenwerk en Buurtteams) en het ontwikkelen van een sociaal netwerk. Uit ons onderzoek komt naar voren dat voor de netwerkpartners (taalaanbieders/Vluchtelingenwerk/ Buurtteams) financiële- en inhoudelijke afspraken zijn vastgelegd of worden uitgewerkt in contracten en subsidiebeschikkingen.

De beweging Een aspect van Betekenisvol sturen is dat de gemeente geen harde prestatiedoelstellingen stelt die een weerspiegeling zijn van haar eigen doelstellingen, maar daarentegen maximaal wil inhaken op de De regio U16 bestaat uit de gemeenten Bunnik, De Bilt, De Ronde Venen, Houten, IJsselstein, Lopik, Montfoort, Nieuwegein, Oudewater, Stichtse Vecht, Utrecht, Utrechtse Heuvelrug, Vijfheerenlanden, Wijk bij Duurstede, Woerden, Zeist. 8

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

30/39

beweging die reeds door de netwerkpartnerts in gang is gezet in de stad. Om die beweging in beeld te brengen is relevante, betekenisvolle informatie nodig en inzicht in de data die daarvoor moeten worden verzameld. Sinds 2018 zijn er vanuit de opgave drie raadsbrieven (voortgangsrapportages) uitgebracht. Hierin rapporteert de het college over de voortgang in de beleidsontwikkeling en de voortgang van de reguliere taken en ambities, bijvoorbeeld vanuit de voortgangsrapportages van de Buurtteams en Vluchtelingenwerk. Binnen de (verander)opgave Inburgering is nog niet uitgekristalliseerd hoe de kwalitatieve en kwantitatieve prestaties het beste kunnen worden gemonitord, dit is ook onderdeel van de tweejarige pilot. Op die manier zal worden onderzocht hoe wettelijke taken en ambities zo goed mogelijk in de praktijk kunnen worden gebracht. Ook wordt onderzocht hoe de inzet van verschillende Utrechtse organisaties goed kan worden verbonden aan de nieuwe taken van de gemeente. Het Rijk zal ook bepaalde prestaties monitoren en verwacht van de gemeenten hier informatie voor vast te leggen. Welke informatie wordt verwacht, is nog niet duidelijk. Bevinding

Het is nog niet vastgesteld welke data en informatie een relevante duiding zijn van de prestaties en effecten ten aanzien van inburgering. Ook is nog niet concreet benoemd welke beweging de gemeente wil monitoren en welke de knoppen zijn om die eventueel bij te sturen.

Leren en verbeteren In Betekenisvol sturen draait het niet primair om verantwoording via prestatie-indicatoren, maar om leren en verbeteren. Het nieuwe inburgeringsstelsel wordt - in een periode van twee jaar - lerend ontwikkelend opgebouwd. Dit maakt het mogelijk om te onderzoeken welke inrichtingskeuzes het meest effectief zijn voor het realiseren van de ambities. De gemeente begint 1 juli 2022 met het verweven van nieuwe en bestaande gemeentelijke taken en deze te verbinden (bij te stellen) met nog lopende contracten en/of samenwerkingen met partners in de stad. Op basis daarvan vindt de definitieve inrichting plaats. Instrumenten die hiervoor - volgens de Nota ontwikkeld zullen worden zijn: -

Ontwikkelgroepen waarin ontwikkelafspraken worden gemaakt, in lijn met de gemeentelijke ambitie en aanpak.

-

Kwartaalgesprekken ofwel accountgesprekken: doet de netwerkpartner wat de gemeente wil?

-

Stuurgroep-overleggen waarin maandelijks wordt besproken hoe de samenwerking gaat.

Na een pilotperiode van twee jaar wil de gemeente - op basis van de ervaringen - opdrachten in de markt zetten die passen bij de Utrechtse lokale samenleving en die bijdragen aan onze ambitie. Bijvoorbeeld via een nadere subsidieregel waar partijen op kunnen inschrijven. Bevinding

De (verander)opgave Inburgering is momenteel in ontwikkeling. De komende twee jaren wil de gemeente met de netwerkpartners lerend ontwikkelen. Daarna worden definitieve keuzes gemaakt over de inrichting en de manier waarop prestaties verantwoord zullen worden.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

31/39

4 Doelmatigheid in de uitvoering Dit hoofdstuk beschrijft de doelmatigheid van de opgaven onder de strategische doelstelling Veerkracht en Gelijke Kansen. Voor doelmatigheid geldt dat van belang is tegen welke kosten de prestaties worden geleverd. Bij afwezigheid van kwantitatieve procesinformatie benadert Concernaudit de doelmatigheid door te beoordelen of er sprake is van: •

inzicht in de begrote en bestede middelen;

•

keuze voor netwerkpartners en kwaliteit van het netwerk;

•

keuze voor instrumenten, prestaties en de realisatie van prestaties.

De middelen, de netwerkpartners en de prestaties worden door middel van het Utrechts sturingsmodel verbonden met de ambities en doelstellingen van de gemeente. Het systematisch doorlopen van de kwadranten van dit model ondersteunt volgens gemeente Utrecht het doelgericht in beweging komen van gemeente en partners en helpt bij de samenwerking met en tussen de ketenpartners. De gedeelde waarden (leidende principes) zouden helpen om in de waan van de dag steeds alle netwerkpartners weer op hetzelfde doel te focussen. Middelen Bij geen van de beoordeelde opgaven is het mogelijk om eenduidig inzicht te krijgen in de begrote en bestede middelen. De belangrijkste reden die de organisatie hiervoor geeft is dat de activiteiten uitgevoerd worden vanuit andere overkoepelende projecten en/of geldstromen die niet via de gemeente lopen. De tweede reden is dat de rol van de gemeente zelden die van opdrachtgever is, veel vaker is de gemeente initiator en aanjager van ontwikkelingen. Hierdoor is het budget voor rechtstreekse interventies beperkt. De kosten voor de gemeente zijn veelal projectkosten. Tegen deze achtergrond geldt dat er weinig gedetailleerde sturing en rapportage is over de begrote en bestede middelen per opgave en dat – gedetailleerde - financiële overzichten geen kernonderdeel zijn van de voortgangsrapportages aan de gemeenteraad.

De opgave Meedoen en Schuldenvrij is relatief het meest inzichtelijk voor wat betreft inzicht in de begrote en bestede middelen. Er valt echter niet af te leiden of voor de bestede middelen er meer of minder dan de afgesproken prestaties zijn gerealiseerd, omdat hiervoor van te voren geen ijkpunten zijn benoemd. Het netwerk Gemeente Utrecht werkt in de uitvoering van de maatschappelijke opgaven nauw samen met veel partners. De netwerkpartners van de opgaven Kansrijke Start, Meedoen en Schuldenvrij en Inburgering zijn zonder uitzondering positief over de uitvoering en samenwerking volgens het Utrechtse sturingsmodel. Het model stroomlijnt volgens hen de samenwerking met de gemeente en ondersteunt de verbinding binnen het veld met de meest betrokken organisaties. Het Sturingsmodel ondersteunt dat een veelheid aan organisaties mee kan doen en mee wil doen. Daarbij is bij partners het besef dat dit succes een keerzijde heeft: de gemeente moet bij elke stap in de uitvoering alle partners binnen boord houden. Vanuit de gesprekken met de externe

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

32/39

samenwerkingspartners blijkt - meer dan bij de gemeente - een bewustzijn van het risico van variatie en omvang van het netwerk. In de gemeentelijke organisatie constateren wij nog weinig bewustwording en expliciete keuzes over de variatie en omvang van de netwerken, de omvang van het netwerk is nog niet expliciet een beheersingsvraagstuk. Prestaties De gedachte is dat binnen het Sturingsmodel wordt gestuurd op de inhoud: met de partners wordt afgesproken wat de gemeente wil bereiken en het wordt aan hun professionaliteit overgelaten om te bepalen wat hiervoor nodig is. Op opgaveniveau zijn veelal activiteiten afgesproken, die door de gemeente of een netwerkpartner zullen worden uitgevoerd. Waar er sprake is van gemeentelijk opdrachtgeverschap is dat in de subsidiebeschikking opgenomen, zo niet dan gaat het vooral om kwalitatieve ‘prestaties’: het gezamenlijk ondernemen van, of gezamenlijk uitwerken van, of gezamenlijk verkennen van. De prestaties die worden afgesproken en/of zijn gerealiseerd zijn hierdoor vooral kwalitatief, zoals betere samenwerking en dialoog, vroeg signalering en brede aanpak. Voor de beoordeelde opgaven zijn vooral kwantitatieve prestaties en bijna geen kwantitatieve (concrete doelen in getallen, percentages) opgenomen. De opgave Meedoen en Schuldenvrij is het meest ver uitgewerkt in kwantitatieve prestaties.

Een relatie tussen de middelen en de activiteiten en de afgesproken versus gerealiseerde prestaties is hierdoor niet te leggen. Bevindingen • •

•

•

Inzicht in de begrote en bestede middelen ontbreekt, op het niveau van de afzonderlijke opgaven en daardoor ook op het niveau van de strategische doelstelling. De leidende principes zijn op opgaveniveau geformuleerd. Tussen de beoordeelde opgaven is er consistentie in de leidende principes. Daarmee is bewust of onbewust eenzelfde gemeentelijke visie ingevuld ten aanzien van de uitgangspunten/-waarden die van belang worden geacht voor het bevorderen van veerkracht en kansengelijkheid. Vanuit de onderliggende opgaven worden meerdere doelgroepen bediend (jeugd / volwassen/ inburgeraars) en meerdere thema’s (onderwijs / inkomen). Ook geldt dat de inzet preventief (kansrijke start) en correctief (meedoen) is. Hierdoor is er een brede werking van instrumenten die elkaar aanvullen. De breedte van het netwerk introduceert bij sommige opgaven een risico op inefficiëntie. De gemeente lijkt zich hiervan bewust maar heeft nog geen aanpak om dit risico te beheersen.

Conclusie Het Utrechts sturingsmodel is belangrijk bij de samenwerking met de ketenpartners en dankzij dit model wordt het gesprek gevoerd en is er interactie en gezamenlijk eigenaarschap op de ambitie. Er zijn geen criteria voor het selecteren van samenwerkingspartners en het evalueren van de effectiviteit van het netwerk. Eventuele overlap tussen doelstellingen en activiteiten van netwerkpartners is geen aandachtspunt want dat is in deze aanpak geen belemmering. Het netwerk is bedoeld om zoveel mogelijk organisaties aan boord te krijgen: meedoen, meepraten en meedenken zijn belangrijker dan vastomlijnde prestaties afspreken en monitoren.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

33/39

5 Doeltreffendheid van uitvoering en beleid Dit hoofdstuk beschrijft de realisatie van beoogde prestaties en effecten van de beoordeelde opgaven en de strategische doelstelling Veerkracht en Gelijke Kansen. Veerkracht en Gelijke Kansen Zoals eerder aangegeven heeft de Concerndirectie in 2018 de ambities voor de strategische doelstelling VGK benoemd. Destijds is met de ambities richting meegegeven, maar er zijn geen meetbare prestaties benoemd. In ons onderzoek geven respondenten aan dat VGK in de organisatie als breed als urgent wordt ervaren, maar niet als strategische doelstelling. De gemeente heeft beperkte invloed op realisatie van VGK, mede daarom zou de organisatie dit vooral als een waarde ervaren waaraan elke activiteit moet worden getoetst en niet een doelstelling waarvan de realisatie zichtbaar en meetbaar is. Utrecht Monitor Voor VGK als geheel zijn er geen indicatoren vastgesteld, wel worden algemene ontwikkelingen in de stad in kaart gebracht, onder andere via de Utrecht Monitor9. Uit diverse recente onderzoeken van de afdeling Onderzoek en Advies blijkt dat de meeste inwoners de stad als prettig ervaren en kunnen meedoen. Toch zien we grote verschillen ontstaan op het gebied van gezondheid, inkomen en vermogen, kansen op een goede woning of opleiding.

De ontwikkeling waarbij maatschappelijke scheidslijnen steeds groter worden, is in grote steden al langer gaande, ook in Utrecht. Zo ervaart eind 2021 36% van de inwoners met alleen basisonderwijs hun gezondheid als goed, tegen 87% van de inwoners met een HBO/WO-opleiding. Het aantal inwoners dat langdurig in armoede leeft (>4 jaar) stijgt nog elk jaar. Huurders en jongeren (als ze al een woning weten te bemachtigen) zijn een groter deel van hun inkomen kwijt aan woonlasten dan kopers. In bepaalde wijken en buurten worden kinderen in kwetsbare omstandigheden onderschat in hun mogelijkheden voor (vervolg)onderwijs. Kortom: ook in Utrecht is er nog sprake van toenemende ongelijkheid en maatschappelijke scheidslijnen. Bevinding

Uit de algemene monitoringgegevens komt naar voren dat het realiseren van veerkracht en gelijke kansen voor alle Utrechters in deze collegeperiode achterblijft bij de ambities. Ondanks alle inspanningen van de gemeente en haar partners is de realisatie van de ambities van VGK (dat iedereen in de stad kan meedoen en ook mensen in een kwetsbare situatie kansen krijgen zich te ontwikkelen; dat iedereen in Utrecht een gezond leven kan leiden, mee kan en mag doen, zich kan ontwikkelen en de ruimte voelt om zichzelf te zijn; en dat iedereen in Utrecht erbij hoort en mee kan doen) steeds uitdagender. Onderstaande een beoordeling van de doeltreffendheid van beleid, op opgaveniveau. In dit onderzoek is het maatschappelijk effect van de opgaven niet beoordeeld. Vaak is er geen causaal verband aan te wijzen 9

De Utrecht Monitor maakt met cijfers en trends een dwarsdoorsnede van de stad.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

34/39

tussen de activiteiten vanuit de opgave en de maatschappelijke ontwikkelingen. Dit maakt het ingewikkeld om de impact vast te stellen. Meedoen en Schuldenvrij In de initiële beschrijving van de opgaven (bijlage bij Directieagenda november 2018) zijn voor Meedoen en Schuldenvrij onderstaande resultaten benoemd: Opgave Meedoen en Schuldenvrij: wat hebben we bereikt over 4 jaar? In 2022 staat er een betere aanpak, waarbij de gemeente samen met partners in de stad aan de ambitie werkt. De aanpak leidt tot de volgende deelresultaten: -

Er is minder stigma en schaamte rond schulden.

-

We zijn eerder in contact met inwoners met (oplopende) schulden.

-

We helpen meer mensen duurzaam uit de schulden en bieden hen zo meer kansen om mee te doen.

-

Nieuwe doelgroepen (werkende armen, zzp-ers, jongeren) zijn in beeld en worden actief benaderd.

-

Door innovaties is de schulddienstverlening efficiënter en effectiever geworden.

In het Coalitieakkoord 2018–2022 zijn de volgende doelstellingen benoemd: Activering, inkomen en aanpak van armoede: -

We geven de huidige armoede-aanpak een flinke impuls. We hebben daarbij speciale aandacht voor het ondersteunen van kinderen in armoede.

-

We stimuleren maatschappelijke initiatieven die een bijdrage leveren aan het armoedebeleid.

-

We zetten in op uitbreiding van de buurtgerichte vroeg signalering van schulden in samenwerking met buurtteams en verbeteren de toegankelijkheid tot schuldhulpverlening.

-

We focussen op het voorkomen van schulden en het innoveren van de schuldhulpverlening voor jongeren en zzp’ers.

-

Mensen die feitelijk op (of onder) de armoedegrens leven, maar nu buiten de armoederegeling vallen, moeten toegang krijgen tot bepaalde voorzieningen zoals de U-pas. We komen met voorstellen om dit mogelijk te maken.

-

We onderzoeken aan de hand van de minima-effectrapportages of voor bepaalde groepen de individuele inkomenstoeslag moet worden aangepast om echt meedoen mogelijk te maken.

De doelstellingen zijn geformuleerd als ‘ER-doelen’. Deze gebruik je als algemeen uitgangspunt en zijn na te streven, maar niet-meetbare doelen als beter, klantgerichter, minder, eerder en meer. De maatregelen in het Coalitieakkoord zijn kwalitatief en niet kwantitatief of SMART10 geformuleerd. Om de beweging in de stad in beeld te brengen moet de gemeente kwantitatieve en kwalitatieve informatie verzamelen. Voor de opgave Meedoen en Schuldenvrij is deze informatie benoemd in hoofdstuk 3. Hiernaast verzamelt de gemeente informatie uit het veld vanuit bijeenkomsten, armoedeconferenties en dergelijke. Het beeld komt naar voren dat de gemeente succesvol is in de vroeg signalering en bereiken van nieuwe doelgroepen. Sommige doelstellingen zoals minder stigma en minder schaamte zijn moeilijker inzichtelijk te maken. Conclusie

Hoewel niet SMART geformuleerd, blijkt uit dit onderzoek dat de opgave Meedoen en Schuldenvrij op het gebied van de ER-doelstellingen succesvol is: we focussen, stimuleren en zetten in op. Over realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten kan geen uitspraak worden gedaan.

De geformuleerde doelen geven concreet aan wanneer welke resultaten bereikt moeten zijn. SMART is een acroniem voor Specifiek, Meetbaar, Acceptabel, Realistisch en Tijdgebonden. 10

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

35/39

Kansrijke Start In de initiële beschrijving van de opgaven (bijlage bij Directieagenda november 2018) zijn voor Kansrijke Start geen specifieke resultaten benoemd. Het kernteam Jeugd heeft de opgave Gelijke kansen Jeugd uitgewerkt in drie inhoudelijke lijnen te weten 1) Kansrijke Start; 2) Utrechtse Onderwijsagenda en 3) Ontwerpproces Jonge Kind. Kansrijke Start bevat de vertaalslag van de doelstellingen van Volksgezondheid die de opgave GK Jeugd onderschrijven. De resultaten van KS passen binnen de ambities voor jeugd. De belangrijkste bijdrage van de opgave is beweging op gang brengen en een netwerk bouwen en partijen bij elkaar brengen van het sociale en medische domein. Concrete resultaten tot nu toe van KS zijn de samenwerking met huisartsen, verloskundigen en het initiëren van meer geboortenetwerken, start van Nu Niet Zwanger (NNZ) en de invoering van het kennismakingsgesprek van de jeugdgezondheidszorg. Deze activiteiten zouden bijdragen aan een betere startpositie en daarmee bevordering van gelijke kansen. Gelijke Kansen Onderwijs In de initiële beschrijving van de opgaven (bijlage bij Directieagenda november 2018) zijn voor Gelijke Kansen Onderwijs geen specifieke resultaten benoemd. Volgens de organisatie van GKO komt dit overeen met de rest van Nederland, waarbij het gehele beleidsveld nog niet eenduidig weet hoe ‘gelijke kansen’ te duiden.

In het Coalitieakkoord 2018–2022 zijn de volgende doelstellingen benoemd: Maatregelen onderwijs jeugd en talentontwikkeling -

We investeren structureel in de nieuwe Utrechtse Onderwijsagenda en geven daarbinnen prioriteit aan kansengelijkheid en talentontwikkeling, het terugdringen van het tekort aan leraren en de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt.

-

We willen dat ieder kind de kans heeft om zijn talent te ontwikkelen. Dat vraagt om een brede scope en maatwerk: van het aanpakken van (taal)achterstand tot extra inzet op het gebied van bijvoorbeeld sport en cultuur. Het versterken van kansengelijkheid en het behoud van keuzevrijheid voor ouders en kinderen gaan daarbij hand in hand.

-

We willen taalachterstand bij jonge kinderen voorkomen en aanpakken. Daarom houden we de komende jaren de kwaliteit en infrastructuur voor de aanpak van onderwijsachterstanden en vroeg- en voorschoolse educatie zoveel mogelijk op peil en maken ons daar, samen met de onderwijspartners, ook hard voor bij de Rijksoverheid.

-

In het kader van kansengelijkheid is een nauwe aansluiting tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs belangrijk. Daarom streven we naar de komst van een Tienercollege in Overvecht. Dit is een brede scholengemeenschap (vmbo, havo en vwo) waar kinderen al vanaf de laatste klas van het basisonderwijs kunnen meedraaien. Met een verlengde brugklas, zodat leerlingen pas later een niveau hoeven te kiezen en overstappen tussen niveaus makkelijker wordt.

-

We gaan door met de brede school aanpak, met aandacht voor bijvoorbeeld sporten, bewegen, cultuur en huiswerkbegeleiding. We stimuleren op basis van die doelstelling de samenwerking tussen scholen en informele activiteiten in de buurt (zoals taallessen of activiteiten van sportverenigingen). We faciliteren en stimuleren de totstandkoming van Integrale Kind Centra in de stad.

In lijn met de doelstellingen van het Coalitieakkoord 2018-2022 zijn er allerlei initiatieven ontplooid vanuit GKO. Eind 2021 zijn operationeel:

•

Aanmeldbeleid: centrale aanmelding voor scholen naar keuze voor alle kinderen in de stad. Hiermede zijn schaduwlijsten niet meer aan de orde en is er meer kansengelijkheid.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

36/39

•

Stadsnetwerk Gelijke Kansen: een bundeling van vrijwilligersorganisaties die ondersteuning en hulp bieden voor extra leertijd voor leerlingen in Utrecht. De ondersteuning kan op school plaatsvinden (onder schooltijd of daarbuiten) of buitenschools, zoals huiswerkmaatjes of taalmentoren.

•

Transformatieve School: investering van de Gelijke Kansen Alliantie in een professionaliserings- en cultuurveranderingsprogramma. Jongeren en leerkrachten leren een brug te slaan tussen de straat-, thuis- en schoolcultuur, die niet een geheel vormen en daardoor belemmerend kunnen zijn voor de ontwikkeling van met name jongeren die op straat opgroeien.

• •

Brede Scholen: extra aanbod (cultuur, sport etc.) ten behoeve van talentontwikkeling. 10-14 onderwijs bij Academie 10: verlengde brugperiode.

Conclusie

Hoewel niet SMART geformuleerd, blijkt uit dit onderzoek dat de opgave Gelijke Kansen Onderwijs op activiteitenniveau actief is, hoewel de onderbouwing voor de activiteiten niet altijd expliciet is. Onderwijs participeert in de landelijke evaluatie die meet in hoeverre deze initiatieven inderdaad resulteren in meer veerkracht en meer kansengelijkheid. De lopende trajecten om modellen uit te werken en data te verzamelen en te analyseren zullen op termijn duidelijkheid scheppen ten aanzien van de gerealiseerde effecten. Inburgering In de initiële beschrijving van de opgaven (bijlage bij Directieagenda november 2018) zijn voor inburgering onderstaande resultaten benoemd: Opgave Goede inburgering en integratie: wat hebben we bereikt over 4 jaar? -

Brede intake en persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) met maatwerk als uitgangspunt.

-

Ontzorgen is maatwerk: financiële ondersteuning/ontzorgen van de asielmigrant indien nodig en zo kort mogelijk.

-

Duale trajecten: inzetten op ontwikkeling trajecten taal gecombineerd met opleiding (vrijwilligers)werk samen met werkgevers, onderwijs.

-

De werkwijze zoals op Plan Einstein is ontwikkeld wordt voortgezet (plan Einstein 2.0).

De resultaten zijn kwalitatief geformuleerd. Elk van de resultaten is sinds 2018 in raadsinformatiebrieven benoemd als uitgangspunt en ambitie van de gemeente, evenals in de Nota van uitgangspunten opgave Inburgering. De uitwerking van de duale trajecten is onderdeel van de pilot die is gepland voor de periode 2022–2024. Uit de voortgangsinformatie is niet af te leiden hoeveel PIP’s sinds 2018 daadwerkelijk zijn opgesteld en evenmin hoe wordt gemonitord dat zij hebben bijgedragen aan zelfredzame en veerkrachtige inburgeraars. Hetzelfde geldt voor Plan Einstein 2.0. Conclusie

Hoewel niet SMART geformuleerd, blijkt uit dit onderzoek dat de opgave Inburgering op het gebied van de ambities succesvol is. Over realisatie van de beoogde maatschappelijke effecten kan geen uitspraak worden gedaan.

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

37/39

Bijlagen Verantwoording Lijst van auditgesprekken Medewerkers 1.

Directeur Volksgezondheid

2.

Directeur Werk en Inkomen

3.

Manager Onderwijs

4.

Strategisch adviseur sociaal domein

5.

Adviseur Maatschappelijke Ontwikkeling, Betekenisvol sturen

6.

Teammanager Sociaal Domein Maatschappelijke Ontwikkeling / Opgavemanager Veranderopgave Inburgering

7.

Beleidsadviseur Maatschappelijke Ontwikkeling/ Projectleider Programma Utrecht voor Iedereen

8.

Strategisch adviseur Maatschappelijke Ontwikkeling – Team Jeugd / opgavetrekker Gelijke Kansen Jeugd en Brede Veranderopgave Inclusie

9.

Senior beleidsadviseur Volksgezondheid / Opgavetrekker Opgave Kansrijke Start

10. Adviseur Gezondheid 11. Teammanager Werk en Inkomen / Opdrachtgever Opgave Meedoen en Schuldenvrij 12. Senior Projectmanager Werk en Inkomen / Opgavetrekker opgave Meedoen en Schuldenvrij 13. Beleidsadviseur Onderwijs / Secretaris Utrechtse Onderwijs Agenda 14. Beleidsadviseur Onderwijs / Projectleider Gelijke kansen in het onderwijs. 15. Adviseur Business control Onderwijs Netwerkpartners 1.

McDonald’s (Werkgeversalliantie)

2.

U-centraal

3.

Armoedecoalitie

4.

Raedelijn

5.

GGD–regio Utrecht (GGDrU)

6.

Stichting Vluchtelingenwerk West en Midden-Nederland

Van elk gesprek is een schriftelijk verslag gemaakt dat bij de geïnterviewde is teruggelegd ter correctie en aanvulling. De bevindingen in dit rapport zijn gebaseerd op de definitieve gespreksverslagen.

Lijst van bestudeerde documentatie Algemeen •

Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Ruimte voor iedereen’

•

Kernboodschap Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen, juli 2020

•

Toolkit Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen » Documentenbibliotheek (utrecht.nl):

•

Programmabegroting Gemeente Utrecht 2018, 2019, 2020

•

Jaarstukken Gemeente Utrecht 2018, 2019, 2020

•

Samenwerken aan een veerkrachtige stad. Advies van de Taskforce Maatschappelijke Effecten Corona, mei 2021

•

Corona Maatregelpakketten (zie Programmabegroting 2021)

•

Global Goals - Veerkracht en gelijke kansen - Utrecht (incijfers.nl)

•

Dashboard2020 - Sociale kracht - Utrecht (incijfers.nl)

•

Utrecht Monitor | Gemeente Utrecht (utrecht-monitor.nl)

Eindrapport Veerkracht en Gelijke Kansen | 09-09-2022

38/39

Opgave Meedoen en Schuldenvrij •

Actieagenda 2019 en verder ‘Utrechters Schuldenvrij’

•

Eerste Voortgangsrapportage Actieagenda Utrechters Schuldenvrij

•

Tweede Voortgangsrapportage Actieagenda Utrechters Schuldenvrij

•

Derde Voortgangsrapportage Actieagenda Utrechters Schuldenvrij

•

Raadsbrief 6820735 ‘Volgen, spiegelen en leren: Actieagenda Utrechters Schuldenvrij’, dd. 25 september 2019

•

Raadsbrief 7279944 ‘Voortgang actieagenda Utrechters Schuldenvrij’, dd. 6 maart 2020

•

Raadsbrief 8621523 ‘Tweede voortgangsrapportage actieagenda Utrechters Schuldenvrij’, dd. 1 april 2021

•

Raadsbrief 9727518 ‘Derde voortgangsrapportage actieagenda Utrechters Schuldenvrij’, dd. 16 februari 2022

Opgave Kansrijke Start •

Presentatie staf Volksgezondheid Kansrijke Start, april 2020

•

Presentatie speerpunten Kansrijke Start Utrecht 2021 strategiegroep en werkgroep, november 2020

•

Pakket 2 Corona overzicht budget en begroting

•

Het jonge kind | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

•

Gezondheid jeugd | Utrecht Monitor (utrecht-monitor.nl)

•

Volksgezondheidsmonitor Utrecht - Nieuws, cijfers, open data

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=83d0c7fa-6aad-484e-918b-e30a186ba35d