Agendabundel
Tekst van het document
De raad is aan zet om op basis van de menukaart die gevallen “aan te vinken” waarvoor bindend advies geldt of hij kan zelf een geval formuleren. Het advies is om terughoudend om te gaan met het toevoegen van een geval waarvoor bindend advies gaat gelden. Voor deze gevallen gelden immers dezelfde termijnen en de (nog in te stellen) verkorte werkwijze van de raad. Hoe meer gevallen de raad vaststelt, hoe groter het effect op de werkdruk van raad(-scommissie), college en ambtelijke organisatie. Bedenk daarbij ook dat elk geval waarvoor bindend advies moet worden uitgebracht ook effect heeft op de initiatiefnemers in de stad. Het is juridisch niet mogelijk om generiek alle buitenplanse afwijkvergunningen onder het bindend advies te brengen: de raad moet alleen die gevallen aanwijzen waarvoor zij het bindend advies noodzakelijk achten. ➔ Voor dit scenario is een amendement nodig op het raadsvoorstel.
De raad geeft bindend advies bij…
Ambtelijk advies / motivatie
Effect raad
Effect
Effect uitvoering
Oorsprong
initiatiefnemer projecten, die niet in overeenstemming zijn met door de
Het meest concrete plan is hierbij
AVvgB
gemeenteraad vastgestelde UPP producten en met de
maatgevend. Deze categorie
omgevingsvisie Utrecht, waarin door de raad beleidsmatige
betreft een algemene categorie
uitgangspunten zijn geregeld die de fysieke leefomgeving raken.
waarvoor bindend advies nodig is.
bouwen, vervanging van, uitbreiding van
In de huidige praktijk is dit
In 2022 zijn 2
Aan het einde van
Bij aanpassing werkwijze
woningen/woongebouwen met bijbehorende bouwwerken,
(meestal) een wijziging
plannen boven de
het traject heeft
bindend advies raad blijft
ongeacht de maatvoering, boven de 100 woningen;
Omgevingsplan. Het kan zijn dat
100 woningen aan de
initiatiefnemer pas
behalen wettelijke termijnen
het aantal afwijkvergunningen
raad voorgelegd via
duidelijkheid. Beperkt
een risico. Bij gelijkblijvende
onder de Omgevingswet toeneemt.
een afwijkvergunning.
voortraject mogelijk
werkwijze altijd
Want bij gelijke geschiktheid kiest
In 2021 nul.
als raad bindend adv.
overschrijding termijnen
AVvgB
de initiatiefnemer de procedure. Het realiseren van nieuwe opstallen en functiewijzigingen van
In de huidige praktijk zal dit een
Behalen wettelijke termijnen
bestaande opstallen met bijbehorende gronden, de daaruit
wijziging Omgevingsplan zijn. Het
is risico
voortkomende bouwactiviteiten als ook uitbreiding van bestaande
kan zijn dat onder de Ow het aantal
functies van kantoren waarbij het bruto vloeroppervlak in het
afwijkvergunningen toeneemt.
voorgestelde project meer dan 1.500 m2 betreft en volumineuze
Advies is om dit niet op te nemen
detailhandel;
als bindend advies.
het realiseren van antennemasten voor telecommunicatie op
Zat in AVvgB, is nu geactualiseerd.
woongebouwen en/of antennemasten hoger dan 5 meter gemeten
Een deel is inmiddels
vanaf de dakrand van een gebouw.
vergunningsvrij en daarnaast is in de praktijk reeds in voldoende dekking voorzien waardoor dergelijke initiatieven anno 2023 nauwelijks nog voorkomen. Advies is om bindend advies aan de raad te vragen als sprake is van plaatsing op woongebouwen of in geval de antennemast hoog boven een gebouw uitkomt.
AVvgB
AVvgB
functiewijzigingen van niet-woonpanden naar onzelfstandige
Deze staat sinds 2014 in de AVvgB
woonruimtes/wooneenheden boven de 200 stuks
en is sindsdien een paar keer
AVvgB
toegepast. Het aantal is omgezet van “maximaal 200” met AVvgB naar “meer dan 200” met bindend advies. De aanleg van zonnevelden (een verzameling van meer dan 50
In de praktijk zal dit meestal een
AVvgB/Amb
zonnepanelen die op een frame of ander soort drager rechtstreeks
wijziging Omgevingsplan zijn, of is
telijk
op de grond of boven het water wordt geplaatst).
de raad reeds betrokken via een vast te stellen ruimtelijk document. Advies is om dit op te nemen als bindend advies.
Een ontwikkeling waarbij het noodzakelijk is dat voor het initiatief
Wanneer een MER moet worden
een milieueffectrapport op grond van de Omgevingswet en het
gemaakt, betreft dit altijd een
Omgevingsbesluit moet worden gemaakt
ontwikkeling met impact op het
AVvgB
milieu. Het kan dat deze aanvraag via een omgevingsplanwijziging wordt behandeld, maar een afwijkvergunning is wel mogelijk. de ontwikkeling overschrijdt de schaal of de structuur van de buurt
Dit is een wijziging Omgevingsplan.
of wijk,
Advies om deze niet op te nemen
Het realiseren van een project/ontwikkeling (of tijdelijke
Sinds dec. ‘22 is dit onderdeel van
functiewijziging van niet-woongebouwen) met meer dan 250
de AVvgB voor 3 projecten.
tijdelijke woningen voor de duur van maximaal 15 jaar
Actuele ontwikkelingen maken dat
(bijvoorbeeld in het geval van tijdelijke opvang van vluchtelingen of
een snelle realisatie soms
statushouders boven 200 kamers/wooneenheden.)
noodzakelijk is, waarvoor een
AVvgB
Ambtelijk
wijziging Omgevingsplan te lang duurt. Een afwijkvergunning kan in deze situaties een oplossing zijn. De aanleg van nieuwe (of wijziging van bestaande) lokale
Kan niet altijd via BOPA, soms is
infrastructurele verbindingen /voorzieningen
aanpassing omgevingsplan hiervoor nodig. Raad is altijd wel
AVvgB
betrokken via beschikbaar stellen van financiële middelen voor een infrastructurele reconstructie. Bouwen of aanleg van voorzieningen in de hoofdgroenstructuur
Advies is om deze niet op te
waarbij het gaat om structurele aantasting van die -structuur en
nemen, deze komt namelijk de
dat er onvoldoende compensatie ter plaatse mogelijk is, voor
inhoudelijke drempel niet over
zover het buiten het bomenbeleid valt.
(lees: een dergelijke aanvraag zal inhoudelijk geweigerd worden vóórdat het aan de raad voorgelegd zou worden ).
Ambtelijk
Ontvangen reacties Bindend Advies Omgevingswet en werkwijze gemeenteraden, griffies 100.000+ gemeenten ’s-Hertogenbosch
In ’s-Hertogenbosch is in 2021 (door de vorige raad dus) al een besluit genomen met het oog op de nieuwe Omgevingswet. Toen is men door politieke weerstand niet verder gekomen dan 40 woningen. Bij de coalitievorming (bestuursakkoord) is echter afgesproken om deze grens te verruimen tot 100 woningen. Bij de behandeling van dat voorstel vond verder weinig discussie plaats (vreemd genoeg ook niet door de oppositie). Zie bijlage voor het voorstel met links naar de vorige besluiten. Raadsvoorstel 100 woningen.pdf
Delft
In Delft heeft onze werkgroep Omgevingswet hierover bijgaande memo geschreven voor ons Presidium dat hiermee heeft ingestemd.
05. Memo Omgevingswet en Bindend Advies.pdf
Haarlem
In de raad van 22 september 2022 heeft de gemeenteraad van Haarlem onderstaande nota Adviesrecht raad afwijking omgevingsplan vastgesteld incl. twee aangenomen amendementen. Zie vooral amendement 18.02 waarin het adviesrecht wordt gewijzigd van o.a. gebouwen van 2.500 m2 (voorstel college) naar 500 m2. https://gemeentebestuur.haarlem.nl/Vergaderingen/Raad/2022/22september/19:30/Adviesrecht-raad-afwijking-omgevingsplan Tegelijk werden ook Delegatie omgevingsplan Haarlem en Lijst verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten vastgesteld (agendapunten 19 en 20). Deze 3 nota’s aangaande de Omgevingswet werden vlak voor de verkiezingen in maart 2022 aangehouden voor besluitvorming in de raad en uiteindelijk alle drie vastgesteld in de raad van 22 september.
Zoetermeer Contactpersoon: Robin Blokland
Op 21 september 2020 heeft de gemeenteraad van Zoetermeer al een lijst met gevallen aangewezen waarover hij een bindend advies wil geven voordat het college de vergunning mag verlenen. Omdat we beleidsarm over willen gaan is de lijst gelijk gebleven aan de lijst met gevallen waarover de gemeenteraad nu een
verklaring van geen bedenkingen voor moet afgeven. Zo blijft de positie van de raad gelijk aan de huidige situatie. Om dit advies in te winnen hebben we werkafspraken opgesteld. Deze zijn onlangs met een memo naar de raad gestuurd (dit advies is afgestemd met de griffie en daarna besproken in het presidium van de gemeenteraad). Zie voor het memo: College B&W Zoetermeer - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) De aanvraag omgevingsvergunning voor het afwijken van het omgevingsplan volgt in beginsel de reguliere procedure. Dit betekent dat het college 8 weken na ontvangst aanvraag een besluit moet nemen. Deze termijn mag éénmalig met 6 weken verlengd worden (in totaal dus 14 weken). Het zal moeilijk worden om de termijn van max 14 weken te halen. We proberen dit toch te doen, door vooral het vooroverleg te gaan benutten. Dan is de aanvraag en het beslissen op de aanvraagvergunning een formaliteit. En zou dit ook redelijk gemakkelijk geagendeerd moeten kunnen worden in de raad. Verder zullen we (ambtelijke organisatie) met de aanvrager in gesprek gaan als we zien dat de termijn niet haalbaar is om minnelijk af te spreken dat het college later een besluit neemt. Dit laatste mag op grond van de wet. Meeste aanvragers zullen daar wel aan mee willen werken. Als een aanvrager niet wil meewerken dan zal het college een besluit moeten nemen.
Als er op dat moment nog geen advies van de raad ligt, betekent dit dat het college de aanvraag zal weigeren. We zien dat Utrecht zijn lijst wil gaan aanpassen. Dat zal op termijn ook wel voor Zoetermeer gaan gelden, maar daarvoor moeten wij eerst verder uitvoering geven aan de Omgevingsvisie Zoetermeer 2040. Dit is echter voor een later moment. Sowieso hebben we in Zoetermeer afgesproken om het adviesrecht van de raad na 2 jaar te evalueren.
Zwolle
In Zwolle heeft de raad de gevallen waarop adviesrecht van toepassing gaat zijn vorig jaar bepaald (februari 2022), zie schema. Voor deze gevallen is ook participatie verplicht gesteld. In januari jl. hebben we met de raadswerkgroep Omgevingswet gesproken over het besluitvormingsproces a.d.h.v. van bijgevoegd memo. Dit memo en het gevoerde gesprek werk ik nu uit tot een voorstel voor een proces voor het adviesrecht. Dit doen we vanuit de griffie in samenspraak met de afdelingen Concernstaf en Fysieke Leefomgeving (vergunningen, juridische planologie en de procescoördinator Omgevingswet). Komt behoorlijk wat bij kijken. De gerenommeerde juristen gemeenterecht die we hebben geraadpleegd verschillen bijvoorbeeld van inzicht of de bestuurscommissie art 83. (zie memo) van de raad om de bevoegdheid gedelegeerd kan krijgen
om besluiten te nemen over bindende adviezen. Wij zouden zo’n commissie graag achter de hand willen hebben om erg lange termijnen te voorkomen. Memo Schema categorieen Omgevingswet besluitvormingsproces bindend advies.pdf bindende adviezen gemeenteraad.docx
Almere
In Almere is sinds 17 oktober 2019 een ‘Regeling Categorieën van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist’ van kracht. Het voorstel van het college voor deze regeling is destijds door de raad geamendeerd. Het voorstel van het college om voor woningbouw geen verklaring van geen bedenkingen af te geven is door de raad ingeperkt tot projecten van maximaal 150 woningen en 15 meter bouwhoogte (vier bouwlagen). Ook is een uitzonderingsbepaling in de regeling toegevoegd, naar voorbeeld van de ‘voorhangprocedure’ die Almere tot dat moment kende. Zie artikel 4 van deze regeling: https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR628259 De hierboven beschreven regeling is beleidsneutraal omgezet naar een nieuwe regeling voor het adviesrecht. Die ‘Regeling adviesrecht gemeenteraad bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten Almere 2022’ is op 7 juli 2022 door de raad vastgesteld. Beleidsneutraal houdt in dat de raad in dezelfde gevallen in de gelegenheid wordt gesteld een bindend advies uit te brengen als onder de huidige regeling een vvgb zou worden afgegeven. Ook de uitzonderingsbepaling blijft gelden. Het college heeft daarbij aangegeven de toepassing van de regeling een jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet te zullen evalueren. Zie Raadsvoorstel en besluit en bijbehorende regeling
Venlo rv + rb 11 Vaststellen lijst van gevallen adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten.pdf
Apeldoorn
In Apeldoorn werken we met een raadswerkgroep Omgevingswet die samen met de ambtelijke deskundigen het implementatietraject bewaakt en voorstellen doet voor de wijze van behandeling van onderwerpen die de raad aangaan. In november 2022 is nog gesproken over het bindend adviesrecht en de delegatiebevoegdheid van onderdelen van het omgevingsplan van raad aan college. Hiervoor is vervolgens eerst een technische informatieavond belegd (bijspijkeren van inhoudelijke kennis van met name de nieuwe raadsleden en fractievertegenwoordigers) om daarna hierover door te praten in een politieke setting. Over de delegatiediscussie konden raad en college het nog niet eens worden en krijgt dat nog een vervolg.
Voor wat betreft het bindend adviesrecht is aangesloten bij de huidige wijze van werken en is de zogenaamde algemene verklaring van geen bedenkingen omgezet naar een lijst van gevallen waarvoor een bindend advies is vereist met als uitgangspunt dat het niet de bedoeling/er geen aanleiding is om hier nu anders mee om te gaan. Inzet is dus de huidige afspraken hierover voort te zetten. Wat dit betekent voor het proces is nog geen onderwerp van gesprek geweest. Nu de inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien per 1 januari a.s. zullen hierover nog afspraken moeten worden gemaakt. Ook hiervoor kan de raadswerkgroep Omgevingswet worden ingezet.
Alphen aan den Rijn
Net als veel andere gemeenten worstelen wij ook nog steeds met hoe om te gaan met het bindend adviesrecht van de gemeenteraad. Door het steeds uitstellen van de Omgevingswet is hier nog steeds geen invulling aan gegeven. Wel wordt er binnen de organisatie in overleg met de griffie en de Raadsklankbordgroep Omgevingswet nagedacht over hoe een en ander zijn beslag moet c.q. gaat krijgen. Daarin wordt ingegaan op de te volgen procedure als een raadsbesluit is benodigd. Het meest voor de hand liggende is om de raad aan de “voorkant” mee te nemen. Hier zijn verschillende opties over denkbaar maar een definitieve beslissing is nog niet genomen. Het voorstel over het bindend adviesrecht van de raad en de rol en positie van de raad in dit proces wordt op korte termijn verwacht. Een duidelijk antwoord kan ik dus (nog) niet geven.
Rotterdam 22bb1997.pdf
In de praktijk wordt in de huidige situatie maar hoogst zelden een vvgb procedure gevolgd. De verwachting is dat dit in de nieuwe situatie ook niet zo snel zal gebeuren. We hopen dat signalen dat er iets speelt rond een bepaald project ons tijdig bereiken zodat het vragen om een bindend advies uit te brengen niet als een verrassing komt. Maar een precieze uitwerking hebben we nog niet.
Zaanstad In Zaanstad is op 22 september 2022 een positief besluit genomen op het raadsvoorstel (Bindend) adviesrecht gemeenteraad bij afwijken van omgevingsplan. Het besluit luidde als volgt: Gevraagd besluit 1. De volgende categorieën van gevallen aan to wijzen waarvoor op grond van artikel 16.15a, aanhef, onder b. - 1 ° Omgevingswet en artikel 4.21 Omgevingsbesluit een (bindend) advies van de gemeenteraad wel is vereist: a) Het realiseren van meer dan 50 woningen, met uitzondering van de gevallen die betrekking hebben op onder 2 genoemde aanvragen; b) Het realiseren van meer dan 5.000 m2 aan bvo aan kantoorruimte, dienstverlening, bedrijfsruimte, horeca, commerciële ruimte, maatschappelijke en recreatieve voorzieningen of een combinatie daarvan, met uitzondering van de gevallen die betrekking hebben op de in onder 2 genoemde aanvragen. c) Het bouwen, verbouwen of slopen van objecten gelegen in een (als ooit aangewezen) beschermd stads- of dorpsgezicht, voor zover hiervoor een afwijking van het omgevingsplan nodig is. 2. De volgende categorieën van gevallen aan to wijzen waarvoor de raad op grond van artikel 16.15a, aanhef, onder b. - 1 ° Omgevingswet en artikel 4.21 Omgevingsbesluit een (bindend) advies van de gemeenteraad in elk geval niet vereist acht: a) Aanvragen die passen binnen ter visie liggende ontwerp omgevingsplannen;
b) Aanvragen die passen binnen door de raad vastgesteld beleid, een stedenbouwkundige visie, een masterplan of een gebiedsvisie; c) Aanvragen waarvoor met een omschreven doel grond van de gemeente is afgenomen maar de planologische regeling nog niet aan dat doel is aangepast en het (bouw)plan past binnen dat omschreven doel. 3. Aanvullend to bepalen dat alle overige categorieën van gevallen door de gemeenteraad worden aangewezen als categorieën waarin (bindend) advies niet is vereist, tenzij de gemeenteraad zelf aangeeft, op basis van de ter kennis gebrachte aanvragen, dat een aanvraag anderszins politiek gevoelig is. 4. Dat deze categorieën van gevallen (zoals onder 1 en 3 hierboven) van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, eveneens zijn aangewezen in het geval dat het college van burgemeester en wethouders instemmingsrecht hebben over een aanvraag om een omgevingsvergunning en niet zelf bevoegd gezag zijn voor de beslissing op die aanvraag, zoals bedoeld in artikel 16.15a, aanhef en onder b, onder 2°, in verbinding met artikel 16.16 van de Omgevingswet. 5. Te bepalen dat het college de werking van de regeling van het (bindend) adviesrecht zal evalueren na twee jaar werking van de Omgevingswet. 6. Te besluiten dat dit besluit in werking treedt op het moment dat in werking treedt de regeling (bindend) advies van de gemeenteraad, thans artikel 16.15a Omgevingswet. 7.
Te besluiten dat per datum inwerkingtreding van het voorliggende besluit, het besluit van de gemeenteraad 23 januari 2014, 2014/5 (besluit lijst gevallen verklaring van geen bedenkingen) wordt ingetrokken.
Leeuwarden
Agenda Zaanstad - Raadsvergadering donderdag 22 september 2022 19:00 - 23:00 - iBabs RIS (bestuurlijkeinformatie.nl) De gemeenteraad van Leeuwarden heeft eind 2021 de lijst vastgesteld waarvoor bindend advies door de gemeenteraden verplichte participatie. Voor de gevallen die op de lijst staan laten we het college van B&W besluiten om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren.
Daarmee wordt de behandeltermijn verlengd van ten hoogste 8 weken naar ten hoogste 6 maanden en is er voldoende tijd om de besluitvorming inclusief advies door de gemeenteraad op tijd af te ronden.
Ede
Ook in Ede is stilgestaan bij het onderwerp. In de bijlage de memo over het besluit van gemeenteraad Ede mbt Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit (BOPA) met Adviesrecht van de raad (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR677557/1). Deze is definitief. In de memo wordt ook de mogelijke praktische invulling van dat adviesrecht beschreven om die termijnen te behalen. Deze is nog niet definitief, moet nog langs het presidium.
Memo praktische invulling adviesrecht raad bij BOPAs.docx
Voorstel aan de gemeenteraad
Vaststelling Chw bestemmingsplan Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Ruimtelijke Ontwikkeling Ontwikkelorganisatie Ruimte Philippe Thijssen en Leentje Savelsberg 11086202 Volgt Nee (artikel 3 lid 2 onder f Verordening raadgevend referendum) Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en het voorstel om de ambtshalve wijzigingen en wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen in het Chw bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ te verwerken. 2. Geen exploitatieplan vast te stellen. 3. Het Chw bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ vast te stellen, dat is vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPHOOGBOUWLRCENTRN-VA01.gml met ondergrond NL.IMRO.0344.BPHOOGBOUWLRCENTRN-VA01.dgn vast te stellen, waarmee de ontwikkeling naar een gemengd hoogstedelijk gebied met 3 torens van maximaal 140 meter mogelijk wordt gemaakt met onder meer maximaal 1.015 woningen en aanvullende, gemengde functies.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Met het vaststellen van het bestemmingsplan wordt de ontwikkeling naar een gemengd hoog stedelijk gebied met 3 torens van maximaal 140 meter mogelijk gemaakt. Het programma van deze torens bestaat uit appartementen, maximaal 1.015 woningen, voor verschillende doelgroepen, maatschappelijke voorzieningen, leisure, horeca, commerciële voorzieningen en detailhandel.
Context Aanleiding In 2004 heeft het college van B&W de Visie Leidsche Rijn Centrum vastgesteld. In deze visie is Leidsche Rijn Centrum Noord aangewezen als het gebied waar hoogbouw gerealiseerd kan worden. Het is een plek waar wonen en werken zijn geconcentreerd en waar publieksfuncties voor levendigheid op straat zorgen. Vervolgens is in 2006 het Masterplan Leidsche Rijn Centrum door de gemeenteraad vastgesteld. De Hoogbouwkavel is hierin van intensieve en hoge bebouwing voorzien. Het is een plek geschikt voor hoogbouw vanwege de beschikbare ruimte en zichtbaarheid vanaf grote afstand. In 2006 ontstond het plan de ‘Belle van Zuylen’ voor de hoogbouwkavel: een toren met een hoogte van maximaal 262 meter. In januari 2010 maakte de gemeente Utrecht bekend dat de bouw van de toren niet doorging. Nadat in 2010 de ontwikkeling van de Belle van Zuylen werd beëindigd, liet de gemeente Utrecht een studie doen naar de mogelijkheden van het gebied. Er werd breed geparticipeerd met belangstellenden en omwonenden over een alternatieve invulling van de plek. De ruimtelijke randvoorwaarden en input vanuit de omgeving zijn vervolgens vertaald in de hoogbouwvisie voor Leidsche Rijn Centrum Noord, die niet bestuurlijk werd vastgesteld. In de raadsbrief van 20 december 2017 is de gemeenteraad geïnformeerd over de voorgenomen start van de selectie voor de Hoogbouwkavel.
Daarnaast heeft er op 1 februari 2018 een raadsinformatiebijeenkomst over de Hoogbouwkavel plaatsgevonden. Op 13 maart 2018 heeft het college de selectiestukken voor de Hoogbouwkavel definitief vastgesteld. Op 16 maart 2018 is de gemeenteraad geïnformeerd over de start van de selectieprocedure voor de Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord. Tijdens dit selectieproces hebben ontwikkelaars, vastgoedgebruikers, ontwerpers, beleggers en gebruikers de kans gekregen om met een vernieuwend en ambitieus plan te komen voor de kavel op deze prominente locatie in Leidsche Rijn Centrum nabij NS- Station Utrecht Leidsche Rijn en rijksweg A2. Op 19 november 2019 is het college een ontwikkelingsovereenkomst met de ontwikkelcombinatie KEES B.V aangegaan. Op 17 juni 2021 is het Stedenbouwkundig Plan (SP) Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum vastgesteld. Het bestemmingsplan is gebaseerd op dit vastgestelde Stedenbouwkundig Plan. De grond is nu nog in eigendom van gemeente Utrecht. Voordat de bouw start zal de grond via een uitgifte overeenkomst worden overgedragen aan consortium KEES (Koopmans van Eesteren en Stadswaarde). Bomen Op de locatie staan nog geen bomen. Bij de beplanting van de centrale publieke ruimte, het “Groene plein”, in overeenstemming met het stedenbouwkundig plan, wordt deels voortgegaan op de laanbomen in de Stockholmstraat en Oslostraat.
Bij de verdere inrichting komen er een aantal bomen bij. Onder het toekomstige plein komt geen parkeergarage, waardoor de bomen in de volle grond kunnen staan. Bomen in de volle grond groeien doorgaans beter, bereiken op den duur een hogere kwaliteit en zijn meer toekomstig bestendig. Bij de soortkeuze wordt rekening gehouden met biodiversiteit, de stadscondities (hoogbouw) en klimaatbestendigheid. Juridische context Op grond van artikel 3.1 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een bestemmingsplan vast. Met de eerdere terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is de bestemmingsplanprocedure gestart. Voor iedereen is het mogelijk geweest om een zienswijze te geven tijdens de zes weken dat het ontwerp ter inzage lag. Er zijn 10 zienswijzen ingediend, waarvan 3 positieve reacties. De zienswijzen zijn beantwoord en hierbij is afgewogen of een aanpassing van het bestemmingsplan nodig is. De raad kan het bestemmingsplan nu vaststellen.
2
Nadat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan bekend is gemaakt, staat hiertegen zes weken beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (artikel 8.2 lid 2 sub a van de Wro). Beoogd effect De Hoogbouwkavel zorgt voor een grotere samenhang van de gebieden ‘Leidsche Rijn Centrum Noord’, waarin de Hoogbouwkavel ligt, en het gebied Leidsche Rijn Centrum Kern. Op deze manier functioneren de gebieden straks als één centrum. In het plangebied van de Hoogbouwkavel vormt een groen plein het centrale hart. Aan dit plein liggen zoveel mogelijk publieke voorzieningen, met daarom heen drie bouwblokken met drie torens. Het geheel vormt een verticaal dorp waarbij op verschillende niveaus plekken zijn waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en kunnen ontspannen. Beslistermijn Het moment van vaststellen van het bestemmingsplan bepaalt wanneer de omgevingsvergunning voor de ontwikkeling kan worden afgegeven en is daarmee bepalend voor de start van de bouw. De start van de bouw is begin 2024 gepland.
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - 20 december 2017: Raadsbrief (voornemen) start selectie hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord - 13 maart 2018: Start openbare selectieprocedure hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord - 16 maart 2018: Raadsbrief start selectie hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord - 5 juli 2018: Raadsbrief deelnemende partijen selectieproces hoogbouwkavel - 10 december 2018: Raadsbrief Voorlopige gunning hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord - 19 november 2019: Collegebesluit Ontwikkelovereenkomst en concept uitgifteovereenkomst hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord - 8 juni 2021: Raadsbrief Stedenbouwkundig Plan Hoogbouwkavel - 17 juni 2021: Vaststelling Stedenbouwkundig Plan Hoogbouwkavel door de Utrechtse Gemeenteraad - 15 maart 2022: Raadsbrief parkeren in ontwerp bestemmingsplan Leidsche Rijn Centrum Noord (MARK) - 25 maart 2022: Start ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan hoogbouwkavel
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en het voorstel om de ambtshalve wijzigingen en wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen in het Chw bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ te verwerken.
Argumenten 1.1
In het vaststellingsrapport worden de binnengekomen zienswijzen duidelijk beantwoord en wordt aangegeven tot welke aanpassingen ze hebben geleid Er zijn tien zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien. We bekeken of aanpassing van het bestemmingsplan nodig is. De zienswijzen gaan over parkeren en mobiliteit, maar ook over de vormgeving en passendheid van het gebouw in de stad. Ook wordt ingegaan op de invulling voor wat betreft de woningtypes en het percentage sociale huur en het feit dat door de inrichting van het pand als ‘dorp/buurt op zichzelf’ met alle voorzieningen die daarbij horen tot gevolg kan hebben dat er nauwelijks contact is met de bewoners van de wijk. In drie van de tien zienswijzen wordt aangegeven dat men positief is over het plan. Op grond van zienswijze 8 is een regel aangepast over
3
het grondwaterbeschermingsgebied. Hier is aangepast dat voor de bescherming van de zone van het grondwaterwingebied er ook een boringsvrije zone geldt. Het vaststellingsrapport bevat een samenvatting van en reactie op de zienswijzen en een overzicht van alle wijzigingen. 1.2
In het vaststellingsrapport worden de ambtshalve aanpassingen benoemd die tot aanpassingen hebben geleid In het ontwerp bestemmingsplan was het aantal woningen gemaximeerd op 1.200 woningen waardoor er wat ruimte was om te variëren in het aantal woningen. Dit is teruggebracht naar maximaal 1.015 woningen en maximaal 92.700m2 bvo. Dit heeft te maken met de wet- en regelgeving op het gebied van stikstof en een nieuwe tool waarmee de stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden berekend wordt, de zogenaamd Aerius- calculator. De stikstofberekeningen lieten op basis van de nieuwe tool een hogere depositie waarde zien. Om binnen de bandbreedtes van de onherroepelijke natuurvergunning te blijven was het noodzakelijk om het maximale programma dan ook in te krimpen. Overigens paste dit bij de uitwerking van het programma die inmiddels had plaatsgevonden. De onderbouwingen voor verkeer en parkeren zijn aangepast op dit gewijzigde programma. De onderzoeken voor luchtkwaliteit en stikstof zijn geactualiseerd en de onherroepelijke natuurvergunning van provincie is als bijlage toegevoegd.
Beslispunt 2
Geen exploitatieplan vast te stellen.
Argumenten 2.1
Het verhaal van kosten is op een andere manier verzekerd Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad besluiten of een exploitatieplan moet worden vastgesteld (op grond van de Wet ruimtelijke ordening). Het is niet nodig om een exploitatieplan vast te stellen, want de gemeente is grondeigenaar en het kostenverhaal is via gronduitgifte in erfpacht van bouwrijpe grond verzekerd. De ontwikkeling past daarnaast binnen de kaders van de grondexploitatie Leidsche Rijn Centrum.
Beslispunt 3
Argumenten 3.1
Het Chw bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ dat is vastgelegd in het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPHOOGBOUWLRCENTRNVA01.gml met ondergrond NL.IMRO.0344.BPHOOGBOUWLRCENTRNVA01.dgn vast te stellen, waarmee de ontwikkeling naar een gemengd hoogstedelijk gebied met 3 torens van maximaal 140 meter mogelijk wordt gemaakt met onder meer maximaal 1.015 woningen en aanvullende, gemengde functies. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor een goede inpassing van het zorgprogramma en plintinvulling Voor het optimaal inpassen van het zorgprogramma en het creëren van een goede plintinvulling heeft de gemeente een drietal wijzigingen doorgevoerd in het bestemmingsplan ten opzichte van het stedenbouwkundig plan. Zware zorg programma Tijdens de uitwerking van het voorlopig ontwerp en de gesprekken met de afnemer van het zorgprogramma is gebleken dat het metrage maatschappelijke voorzieningen van 2.200 m2 niet toereikend is. Voor het realiseren van het zorgprogramma (48 zorgunits) is 1000 m2 extra maatschappelijke voorzieningen
4
nodig. Het aantal zorgunits blijft hierbij ongewijzigd. De extra vierkante meters worden ingezet voor extra gemeenschappelijke ruimtes, liften en trappenhuizen. Omdat het aantal zorgunits (48) gelijk blijft heeft dit geen consequenties voor reeds uitgevoerde onderzoeken in het kader van het bestemmingsplan. Horeca Om in de plinten van het gebouw toch de gewenste functiemenging en werkgelegenheid te krijgen wordt in het bestemmingsplan het aantal horeca meters, ten opzichte van het SP, vergroot van 500 m2 naar 1.000 m2 bvo en het metrage leisure vervolgens met 500 m2 verlaagd. Deze resterende leisure meters worden onder andere ingezet voor het realiseren van een publiek uitzichtpunt op de bovenste verdieping van het gebouw. Ook zal de ontwikkelaar zich inspannen sportieve en gezonde functies onder te brengen in de resterende leisure meters. Dit zal ik het definitief ontwerp worden meegenomen. Commerciële voorzieningen In het SP is 300 m2 bvo opgenomen voor de realisatie van commerciële voorzieningen. Op basis van het SP is er programmatisch te weinig ruimte om alle units op maaiveld gevuld te krijgen. Hierdoor bestaat het risico dat een deel van de plinten gevuld zal worden met woonprogramma hetgeen ten koste gaat van functiemenging, toevoeging van werkgelegenheid en levendige plinten.
Het voorstel is om het metrage commerciële voorzieningen te vergroten van 300 m2 bvo naar 1.050 m2 bvo. De vergroting van het programma commerciële voorzieningen wordt net zoals de vergroting van het horeca programma in mindering gebracht op het leisure programma. De programmatische verschuivingen in het programma treft u aan in onderstaande tabel.
Leisure Horeca Commerciële voorzieningen Detailhandel Maatschappelijke voorzieningen Totaal 3.2
Stedenbouwkundig Plan 1.500 m2 500 m2 300 m2
Bestemmingsplan 250 m2 1.000 m2 1.050 m2
300 m2 2.200 m2 (48 zorgunits)
300 m2 3.200 m2 (48 zorgunits)
4.800 m2
5.800 m2
De Hoogbouwkavel geeft invulling aan de ambitie om een hoogwaardig en gemengd stedelijk gebied te creëren De populariteit van de stad Utrecht neemt nog steeds toe. Om deze groei te faciliteren zet de gemeente Utrecht in op ‘groei door inbreiding’ zoals aangegeven in de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040). Door het efficiënt benutten van de beschikbare ruimte en het faciliteren van hoogbouw bij knooppunten kan er een hogere dichtheid en gevarieerd woonprogramma gerealiseerd worden. De hoogbouwontwikkeling past binnen de kaders van de RSU 2040. Hierbij is het in beginsel belangrijk vanuit het volledige stadsdeel Leidsche Rijn de situatie in ogenschouw te nemen. Er is daarbij al gezorgd voor een evenwichtige programmering waar naast woningbouw, werkgelegenheid ook aandacht is voor een passend voorzieningenniveau en bijvoorbeeld voldoende groen en water. De hoogbouwkavel maakt deel uit van de woningbouwopgave en ontwikkeling van deelgebied Leidsche Rijn Centrum. Wonen • Maximaal 1.015 woningen 5
• • •
25% sociale huur (huurprijs tot € 710,68 per maand); prijspeil 1 januari 2018 25% middeldure huur (tussen € 710,68 en € 950,00 euro per maand):prijspeil 1 januari 2018 11% levensloopbestendige woonappartementen (met optionele service- en zorgdiensten)
3.3
De Hoogbouwkavel draagt bij aan de ambities in het kader van ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’ en duurzaamheid Het plan gaat uit van een ‘verticaal dorp’ met plekken voor ontmoeting, levendigheid, rust en ontspanning. In het plan zijn er op verschillende niveaus plekken waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en zich kunnen ontspannen. Een openbaar toegankelijk groen plein op maaiveldniveau, wintertuinen (voor bewoners) op verschillende verdiepingen. Halverwege de hoogste toren is er ruimte voor een restaurant. Daarnaast wordt binnen het plan de bovenste verdieping opengesteld als publiek toegankelijk experience-center & sky-bar met uitzichtpunt. De woningen binnen het plan krijgen een goede bescherming tegen omgevingsgeluid en een goed binnenklimaat. Om een goede luchtkwaliteit in de woningen te waarborgen, worden er aanvullende maatregelen genomen die ervoor zorgen dat de lucht binnen het gebouw optimaal is. Tenslotte worden er op meerdere niveaus binnen het plan patio’s ingericht als groene, rustige binnentuinen met verschillende thema’s en plantensoorten die dieren nestgelegenheden kunnen bieden. In de architectuur van de gevels komen daarnaast ook ‘natuur inclusieve’ voorzieningen, waar bijvoorbeeld vogels en insecten in kunnen huizen. Ten aanzien van de bomen is het zo dat er in het plangebied geen bomen aanwezig zijn.
Op het centrale plein komen er bomen en dat betekent dat er in de nieuwe situatie juist bomen bijkomen. Ten aanzien van duurzame mobiliteit wordt voor het gebied maximaal ingezet op het stimuleren van langzame verkeerstromen (lopen en fietsen) en gebruik van het aanwezige bus- en treinstation Utrecht Leidsche Rijn. In ruime fietsenstallingen op de begane grond - in de kernen van de blokken - komen deelfietsen en eigen fietsen van bewoners. In het plangebied wordt ingezet op deelmobiliteit tot 40%. Argumenten hiervoor zijn de doelgroepen die hier komen wonen, de aanwezigheid van voorzieningen in de directe omgeving en station Utrecht Leidsche Rijn op loopafstand. In plaats van deelauto's mogen ook deelmobiliteitsplekken (bijvoorbeeld elektrische bakfietsen) worden gerealiseerd voor maximaal 50% van de deelautoplekken en met een maximum van 5 plekken per bouwblok.
3.4
De Hoogbouwkavel zorgt voor een architectonische en stedenbouwkundige kwaliteit voor het gebied In de Hoogbouwvisie Utrecht (13 januari 2005) is Leidsche Rijn Centrum aangeduid als een ‘brandpunt’. Deze zijn omschreven als ‘schaarse en exclusieve absolute pieken die slechts op een zeer select aantal plekken in de stad voorkomen’. Het Stationsgebied/noordelijk deel Kruisvaartkwartier en Leidsche Rijn Centrum zijn de potentiële gebieden waar brandpunten van hoogbouw kunnen worden gerealiseerd. In Leidsche Rijn Centrum kan dit door gebruik te maken van één of enkele hoge piek(en). Op 13 maart 2018 heeft het college van B&W besloten uit te gaan van een maximale bouwhoogte van 140 meter. Hiermee werd aangesloten bij de wens van omwonenden tijdens de participatiebijeenkomsten in het verleden. Ook binnen de nieuwe hoogbouwvisie uit de RSU 2040 wordt de realisatie van een 140 meter hoge toren op deze plek mogelijk gemaakt. Daarnaast is er binnen het plan veel aandacht besteed aan het wonen op hoogte, de toepassing van groen en kwalitatieve buitenruimte.
Kanttekeningen/ Risico’s 6
3.1
Het woningbouwprogramma wijkt af van het coalitieakkoord (35% sociaal) en de Woonvisie Het Stedenbouwkundig Plan Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord, die in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld gaat uit van 25% sociaal en 25% middenhuur. Eerder, op 13 maart 2018, heeft het college selectiestukken vastgesteld welke uitgingen van een minimaal percentage sociale huur van 20%. Op basis van deze uitgangspunten zijn de verschillende consortia gestart met het uitwerken van hun plannen. In de selectiestukken werd ruimte gegeven voor de realisatie van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen beide met een ondergrens van 20% van het totale programma. Partijen konden voor de realisatie van extra sociaal programma (20%>) nog extra punten verdienen tijdens de selectieprocedure. Het winnende plan gaat uit van een minimaal percentage sociale huur en middenhuur van beide 25%. De woningen die vallen in de middenhuur zijn conform het Actieplan Middenhuur d.d. 7 december 2017. Naar verwachting wordt in 2024 de middenhuur landelijk gereguleerd op basis van het woningwaarderingssysteem, wat nu alleen nog voor sociale huurwoningen geldt. Deze regulering zal in veel gevallen een negatief effect hebben op de businesscase van beleggers.
Uit de brief van de minister op 9 december 2022 met de contouren van nieuwe regulering blijkt tevens dat deze niet geheel overeen komt met onze eigen voorwaarden uit het Actieplan Middenhuur. Op dit moment analyseren we, ook samen met beleggers en ontwikkelaars, de effecten. Dit zou effect kunnen hebben op de afspraken voor dit project indien wettelijk noodzakelijk.
Financiën De te ontwikkelen grond is eigendom van de gemeente. De ontwikkeling van dit plangebied is onderdeel van de grondexploitatie Leidsche Rijn, deelplan Leidsche Rijn Centrum Noord. In deze grondexploitatie worden de grondkosten en grondopbrengsten geraamd, en zijn dus ook de verwachte kosten en opbrengsten van deze ontwikkeling opgenomen. De kosten en opbrengsten van de ontwikkeling die wordt mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan passen binnen de grondexploitatie van Leidsche Rijn. Dit bestemmingsplan is daarmee economisch uitvoerbaar. De gemeente spant zich met ontwikkelcombinatie KEES maximaal in om te komen tot een haalbaar plan binnen de tenderkaders. Fasering van het hoogbouwplan kan daarbij een oplossingsrichting zijn. Vooralsnog kunnen wij nog geen uitspraak doen over de verwachte start bouw. Naast de kosten voor het maken van het bestemmingsplan moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. Eventuele planschade is gedekt door de grondexploitatie Leidsche Rijn. Voor de ontwikkeling van de hoogbouwkavel is een planschaderisicoanalyse opgesteld, waarin wordt geconcludeerd dat eventuele planschade op grond van voorzienbaarheid niet voor vergoeding in aanmerking zal komen.
Vervolg Na vaststelling wordt het vaststellingsbesluit gepubliceerd in het digitale gemeenteblad via officielebekendmakingen.nl en op het internet op de websites utrecht.nl/bestemmingsplan en ruimtelijkeplannen.nl. Het bestemmingsplan wordt samen met het vaststellingsrapport zes weken ter inzage gelegd. Men kan tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Raad van State. De indieners van zienswijzen worden via een brief op de hoogte gesteld van het vaststellingsbesluit. In de brief en in de publicatie staat aangegeven hoe zij tegen het vaststellingsbesluit beroep in kunnen stellen bij de Raad van State. In 2023 wordt er verder gewerkt aan het opstellen van het definitief ontwerp voor het plan en het indienen van de aanvraag omgevingsvergunning. De verwachte start bouw staat gepland begin 2024.
7
Participatie Op 18 april 2018 organiseerden het consortium KEES een participatiebijeenkomst. Doel van deze participatiebijeenkomst was om in samenspraak met bewoners uit de omgeving de belangrijkste wensen en aandachtspunten voor hoogbouw in Leidsche Rijn Centrum te inventariseren. De tijdens deze participatiebijeenkomst geïnventariseerde wensen en aandachtspunten zijn in de selectiefase aan alle partijen meegegeven. Een contactgroep van bewoners beoordeelde vervolgens in hoeverre deze wensen en aandachtspunten van de omgeving waren verwerkt in de plannen. In 2021 is een vervolg gegeven aan het participatieproces van MARK, op basis van het Plan van Aanpak Participatie. Het participatieproces is opgezet volgens het Diabolo-model, waarbij de fasen voorbereiding, verdieping en terugkoppeling centraal staan. Na een inhoudelijke voorbereiding op de participatiethema's, is op 18 mei 2021 een brede (online) bijeenkomst georganiseerd, met als doel om belanghebbenden en belangstellenden mee te nemen in het planinitiatief MARK. Tijdens de bijeenkomst waren 140 aanwezigen. Zij hadden de mogelijkheid om vragen te stellen en eerste reacties te geven. De bijeenkomst is teruggekoppeld met een verslag en aankondiging voor het vervolgproces: de klankbordgroep bijeenkomsten. Op 18 mei 2021 is ook het online platform www.mark-utrecht.nl gelanceerd.
Op dit online platform kunnen belanghebbenden en belangstellenden meer informatie verkrijgen over het plan, de verslagen teruglezen, zich aanmelden voor de klankbordgroep en meepraten over diverse thema's middels polls. Ook is er een online nieuwsbrief opgezet. Op 9 september 2021 is de eerste (online) klankbordgroep bijeenkomst georganiseerd met zeven belanghebbenden. Een divers gezelschap van zowel omwonenden als woning-geïnteresseerden. Tijdens deze bijeenkomst is gepeild welke betrokkenheid de klankbordgroep leden wensen voor het project MARK en is het gesprek gevoerd over het programma wonen en duurzaamheid. Hier zijn diverse bruikbare ideeën uit naar voren gekomen. De tweede klankbordgroep bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 23 september 2021, waar de thema's voorzieningen, mobiliteit en openbare ruimte centraal stonden. Een derde en voorlopig - voor wat betreft het voorlopig ontwerp - afsluitende klankbordgroep bijeenkomst heeft plaatsgevonden op 20 januari 2022 waar het concept VO aan de klankbordleden is gepresenteerd en is teruggekoppeld wat is gedaan met de leerpunten uit sessie I + II.
Daarin heeft het projectteam de volgende aandachtspunten meegekregen van de klankbordgroep: a) aandacht te houden voor de ‘monumentale waarde’ bij de uitwerking van het ontwerp op langere termijn, b) aandacht te hebben voor de functies in de plint en te bewaken dat deze functies een daadwerkelijke meerwaarde ‘voor de buurt’ opleveren bij de invulling ervan, c) aandacht te hebben voor de hoeveelheid glas in het ontwerp met het oog op warmte-instraling door de zon en d) bij de start van de volgende ontwerpfase weer een brede participatiebijeenkomst te organiseren om mensen te informeren over de stand van zaken. Het voorontwerpbestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ is 23 oktober 2021 naar de overlegpartners gestuurd zoals het Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden (HDSR), ProRail en provincie Utrecht. De reactie van de HDSR heeft geleid tot een aanpassing van de waterparagraaf. Dit staat beschreven in paragraaf 6.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ heeft vanaf 25 maart 2022 ter inzage gelegen. Iedereen kreeg de mogelijkheid om tijdens de terinzagelegging te reageren met een zienswijze. Het plan is gepubliceerd op www.utrecht.nl/bestemmingsplan, www.ruimtelijkeplannen.nl en in het Gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl.
In totaal zijn er 10 zienswijzen ingediend op het plan.
Communicatie De indieners van de zienswijzen zijn op de hoogte gesteld dat het college van burgemeester en wethouders het raadsvoorstel heeft aangeboden aan de gemeenteraad. Zij kregen het antwoord op hun zienswijze toegestuurd. Zie verder hierboven onder het kopje ‘Vervolg’ over de wijze van communiceren over het vaststellingsbesluit.
8
Niet-Referendabel De Verordening raadgevend referendum is niet van toepassing, omdat het een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van een bestemmingsplan (artikel 3 lid 2 onder f Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Vaststellingsrapport Bestemmingsplan hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord - Digitaal bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ een link naar RO publiceer Bijlagen informatief - Pdf van het bestemmingsplan ‘Hoogbouwkavel, Leidsche Rijn Centrum Noord’ - BEVAT PERSOONSGEGEVENS - Overzicht zienswijzen bestemmingsplan
9
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Vaststellingsrapport
Chw bestemmingsplan Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord
Maart 2023
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
Inhoud vaststellingsrapport 1
INLEIDING ............................................................................................................................................ 3 1.1 CHW BESTEMMINGSPLAN HOOGBOUWKAVEL LEIDSCHE RIJN CENTRUM NOORD .................................................. 3 1.2 DE OPBOUW VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT .............................................................................................. 3 1.3 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE.................................................................................................................... 3 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen .................................................................................. 3 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan ....................................................................................... 3 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen ........................................................................................ 3 1.3.4 Procedure voor de vaststelling ..................................................................................................... 4 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen ............................................................................................. 4
2
SAMENVATTING................................................................................................................................... 5 2.1 PROCEDUREEL ......................................................................................................................................... 5 2.2 INHOUD VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................................... 5 2.3 WIJZIGINGEN TEN OPZICHTE VAN HET ONTWERP............................................................................................. 5 2.3.1 Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen ......................................... 5 2.3.2 Ambtshalve wijziging van de juridische regeling ......................................................................... 6 2.3.3 Wijziging van de onderbouwing naar aanleiding van zienswijzen ............................................. 17 2.3.4 Ambtshalve wijziging van de onderbouwing ............................................................................. 18
3
BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ................................................................................................. 42 ZIENSWIJZE 1 ................................................................................................................................................... 42 ZIENSWIJZE 2 ................................................................................................................................................... 43 ZIENSWIJZE 3 ................................................................................................................................................... 43 ZIENSWIJZE 4 ................................................................................................................................................... 44 ZIENSWIJZE 5 ................................................................................................................................................... 45 ZIENSWIJZE 6 ................................................................................................................................................... 45 ZIENSWIJZE 7 ...................................................................................................................................................
46 ZIENSWIJZE 8 ................................................................................................................................................... 48 ZIENSWIJZE 9 ................................................................................................................................................... 48 ZIENSWIJZE 10 ................................................................................................................................................. 49
2
Datum Rapport
maart 2023 Vaststellingsrapport
1 Inleiding 1.1 Chw bestemmingsplan Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord
Het plangebied ligt in de wijk Leidsche Rijn en is onderdeel van Leidsche Rijn Centrum Noord. Het plangebied is begrensd door de Reykjavikstraat en de rijksweg A2 in het noorden en oosten, de Stockholmstraat en de spoorlijn tussen Utrecht-Woerden/Rotterdam/Den Haag in het zuiden en de Terwijdesingel in het westen. Het doel van het bestemmingsplan is het mogelijk maken van de ontwikkeling van het plan MARK. Het plan MARK bestaat uit drie torens variërend in hoogte, waarvan de hoogste maximaal 140 meter hoog is. De torens rijzen op uit de verschillende bouwblokken. In het midden van het plangebied komt een plein. De openbare ruimte en het plein worden zo groen mogelijk ingericht. Het programma bestaat uit maximaal 1.015 woningen voor verschillende doelgroepen, maatschappelijke voorzieningen, horeca, commerciële voorzieningen, detailhandel en leisure.
1.2 De opbouw van het vaststellingsrapport
In hoofdstuk 2 wordt een samenvatting gegeven van de inhoud van dit rapport. Wijzigingen die naar aanleiding van zienswijzen of ambtshalve gemaakt zijn in paragraaf 2.3 opgesomd. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de juridische regeling, die is vastgelegd in de regels met de bijbehorende verbeelding, en de onderbouwing van de juridische regeling, die in de toelichting bij het bestemmingsplan en de bijlagen daarbij wordt gegeven. Dat onderscheid is nodig, omdat belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend beroep mogen instellen tegen wijzigingen van de juridische regeling. Tegen een wijziging van de onderbouwing kan in beginsel geen beroep ingesteld worden. Het verbeteren van kennelijke fouten, van de redactie of van interpunctie wordt niet vermeld. De actualisatie van onderdelen ten aanzien van het Chw algemene regelplan is ook niet vermeld. In hoofdstuk 3 worden de zienswijzen behandeld. De zienswijzen zijn samengevat en per onderwerp van een reactie voorzien. De behandeling van elke zienswijze eindigt met een conclusie waarin wordt aangegeven of naar aanleiding van de zienswijze het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd wordt of niet. In het geval van een wijziging verwijst de conclusie naar de paragraaf in hoofdstuk 2 waarin de wijziging is weergegeven.
1.3 De vaststellingsprocedure 1.3.1 Termijn voor het indienen van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft van vrijdag 25 maart 2022 tot en met donderdag 5 mei 2022 ter inzage gelegen. Tijdens deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. 1.3.2 Zienswijzen over het bestemmingsplan Er zijn in totaal 10 zienswijzen ingediend. Alle zienswijzen zijn binnen de termijn ingediend. 1.3.3 Wijze van beoordeling van zienswijzen Een zienswijze bevat de mening van een indiener. De meningen in een zienswijze of de zienswijze zelf zijn nooit goed, fout, gegrond of ongegrond. Elke zienswijze wordt zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het ontwerpbestemmingsplan aangepast moet worden. Als een zienswijze vragen bevat, worden die in dit vaststellingsrapport zo mogelijk beantwoord.
3/49
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
In dit rapport worden alleen de samenvattingen van zienswijzen opgenomen. In verband met de privacy van indieners worden de zienswijzen niet openbaar gemaakt. Burgemeester en wethouders en de gemeenteraad krijgen wel van alle zienswijzen een kopie toegestuurd, zodat zij de volledige zienswijze kunnen lezen en bijvoorbeeld kunnen nagaan waar de indiener woont. Als een zienswijze niet aan de wettelijke eisen voldoet, wordt de indiener, als haar of zijn adres bekend is, in de gelegenheid gesteld om daar alsnog voor te zorgen. Bij een te laat ingediende zienswijze wordt alleen aan de wettelijke eis voldaan, als de indiener kan aantonen dat het op tijd indienen redelijkerwijs niet mogelijk was. Zienswijzen die uiteindelijk nog steeds niet aan de wettelijke eisen voldoen worden buiten behandeling gelaten. 1.3.4 Procedure voor de vaststelling Het college van burgemeester en wethouders bereidt de vaststelling van het bestemmingsplan voor. De voorbereiding bestaat uit de beoordeling of het ontwerpbestemmingsplan nog aangepast moet worden, bijvoorbeeld naar aanleiding van de zienswijzen. Vervolgens stelt het college de gemeenteraad voor het bestemmingsplan, zo nodig met wijzigingen ten opzichte van het ontwerp, vast te stellen. De gemeenteraad kan de indieners van zienswijzen in de gelegenheid stellen om hun zienswijze tijdens een raadsinformatiebijeenkomst toe te lichten.
Op zo’n bijeenkomst kunnen de raadsleden vragen stellen aan indieners en ook aan ambtenaren die bij de vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan betrokken zijn. Voordat de voltallige gemeenteraad het bestemmingsplan vaststelt, wordt het voorstel van het college besproken in de commissie Ruimtelijke ontwikkeling, Grondzaken en Vastgoed. In de commissie vindt een politieke discussie plaats. De verantwoordelijke wethouder is daarbij aanwezig en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op de mening van de leden van de commissie. De commissie bepaalt of een nadere bespreking in de gemeenteraad nog nodig is of dat het bestemmingsplan als hamerstuk geagendeerd kan worden. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vervolgens, al dan niet als hamerstuk, vast. 1.3.5 Belangrijkste wettelijke bepalingen De vaststellingsprocedure is beschreven in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Dat artikel verwijst weer naar Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht, de zogenaamde uniforme, openbare voorbereidingsprocedure. Op grond van artikel 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht moeten zienswijzen binnen de daarvoor gestelde termijn van zes weken worden ingediend.
Op grond van artikel 6:9, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is bij verzending per post een zienswijze op tijd ingediend, als hij voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en de zienswijze niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
4
Datum Rapport
maart 2023 Vaststellingsrapport
2 Samenvatting 2.1 Procedureel
Alle zienswijzen voldoen aan de wettelijke eisen. In dit document is een samenvatting van alle ingediende zienswijzen over het ontwerp Chw bestemmingsplan Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord opgenomen. Op grond van de Wet open overheid (Woo) kennen wij aan het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 3.1 in samenhang met artikel 5.1 Woo) een groter belang toe dan het belang van openbaarmaking van deze (herleidbare) persoonsgegevens. Daarom is een zakelijke en niet tot personen te herleiden samenvatting van alle ingediende zienswijzen, met de beantwoording daarvan, opgenomen in: het vaststellingsrapport maart 2023, bij het raadsvoorstel tot vaststelling van het Chw bestemmingsplan Hoogbouwkavel Leidsche Rijn Centrum Noord.
2.2 Inhoud van de zienswijzen
Er zijn 10 zienswijzen ingediend. De zienswijzen gaan over parkeren en mobiliteit, maar ook over de vormgeving en inpassing van het gebouw in dit deel van de stad. Ook wordt ingegaan op de invulling voor wat betreft de woningtypes en het percentage sociale huur en het feit dat door de inrichting van het pand als ‘dorp/buurt op zichzelf’ met alle voorzieningen die daarbij horen tot gevolg kan hebben dat er nauwelijks contact is met de bewoners van de wijk. Drie van de tien indieners van zienswijzen is positief over het plan. In één zienswijze wordt aangegeven dat de indiener van mening is dat het bestemmingsplan niet kan worden vastgesteld voordat het beleid dat daaraan ten grondslag ligt grondig is herzien. Er zijn ook zienswijzen ingediend namens Eneco en Vitens. Eneco is van mening dat niet wordt voldaan aan de richtafstanden en dat geluid en luchtkwaliteit onvoldoende is onderzocht. Vitens verzoekt om aanpassing van de planregels, toelichting en verbeelding om de boringsvrije zone Leidsche Rijn beter te waarborgen.
2.3 Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp
Hieronder worden eerst wijzigingen van de juridische regeling, dat wil zeggen wijzigingen in de regels of wijzigingen van de verbeelding, opgesomd. Vervolgens worden de wijzigingen in de toelichting en de bijlagen daarbij, weergegeven. 2.3.1
Wijziging van de juridische regeling naar aanleiding van zienswijzen
Naar aanleiding van zienswijze 8 2.3.1.1 Aanpassing artikel 3.6 en 4.5 Artikel 3.6 en artikel 4.5 over de grondwaterbescherming worden als volgt aangepast: De tekst “Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' zijn bestemd voor de bescherming van de kwaliteit van het grondwater voor de drinkwatervoorziening, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde met inachtneming van de regels in artikel 18 en artikel 8, lid 8.5.” wordt vervangen door de tekst: “Milieuzone - boringsvrije zone De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - boringsvrije zone' zijn, naast de voor die gronden aangewezen bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de beschermende laag in de bodem, de boringsvrije zone van het grondwaterwingebied Leidsche Rijn. Op deze zone zijn de provinciale regels van toepassing. Het roeren van gronden, zoals het maken van boorputten, grond-
5/49
Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht
en funderingswerken, dieper dan 40 meter onder het maaiveld zijn niet toegestaan, tenzij hiervoor toestemming van de provincie Utrecht is verkregen.”. 2.3.2
Ambtshalve wijziging van de juridische regeling
2.3.2.1 Aanpassing artikel 3, lid 1 In artikel 3, lid 1, is het aantal woningen aangepast naar maximaal 1.015 en een totaal maximum van 92.700 m2 brutovloeroppervlak. De tekst: “wonen tot maximaal 1.200 woningen, waarvan maximaal 1.075 woningen tussen 80-130 m2 bvo en 125 woningen groter dan 130 m2 bvo zijn toegestaan” wordt vervangen door de tekst: “wonen tot maximaal 1.015 woningen en een totaal maximum van 92.700 m2 brutovloeroppervlakte, met dien verstande dat, in afwijking van de regel onder 2.3 onder 2, parkeervoorzieningen, fietsenstallingen, bergingen, nutsvoorzieningen, liftschachten en overige interne verkeersruimte niet worden meegerekend bij het totaal m2 brutovloeroppervlakte”. 2.3.2.2 Aanpassing artikel 3, lid 1 onder 10 In artikel 3, lid 1, onder 10 is de regel aangepast zodat zowel een ondergrondse als bovengrondse parkeergarage mogelijk zijn. Ook is het maximumaantal parkeerplaatsen weggehaald. De tekst “ondergrondse parkeergarage voor maximaal 445 parkeerplaatsen” wordt vervangen door de tekst: “(ondergrondse) parkeergarage”. 2.3.2.3 Toevoeging artikel 3.7.3 Parkeerplaatsen De tekst: “In aanvulling op de regel genoemd in lid 6.1 geldt dat: 1. De benodigde parkeerplaatsen, zowel de parkeerplaatsen binnen het plangebied als de parkeerplaatsen op afstand, moeten in stand worden gehouden. 2.