Agendabundel
Tekst van het document
Hij roept de wethouder op om nog eens goed te bekijken hoe op het stadskantoor de cultuur veranderd kan worden door het gesprek aan te gaan aan de hand van de vraag: hoe kijken wij naar diversiteit, hoe kunnen wij breder kijken dan wij normaal doen en hoe kunnen wij onze eigen vooroordelen wegnemen? Dat gesprek moet steeds op nieuw geagendeerd worden. Hij gelooft daar meer in dan in het via moties steeds weer hogere streefcijfers voorschrijven.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
14
Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) dankt de collega-raadsleden die dit debat geagendeerd hebben. De afspiegeling van de stad in het bestuur en de organisatie is geen leukigheidje, geen hobby, maar gewoon een noodzaak. De Utrechters moeten vertrouwen kunnen hebben in de raad, het dagelijks bestuur en de ambtenaren, en dat lukt het best als zij zich kunnen herkennen in het bestuur en de organisatie. Omgekeerd is het voor de raad en de ambtenaren gemakkelijker om te weten wat er speelt in de stad als raad en ambtenaren een afspiegeling zijn van de stad. Zij onderschrijft de woorden van de heer Van Steeg. De cijfers in de Barometer zijn belangrijk, want die tonen de urgentie aan, maar het gaat ook om het kwalitatieve verhaal daarachter. Hoe gaat men uiteindelijk een verbeterslag maken? Dat is het stukje dat haar fractie mist. Kan de wethouder er ook een kwalitatieve analyse op loslaten? Hoe gaat men de verbeterslag maken? Omdat inclusiviteit en diversiteit een precair onderwerp is, is het nodig dat men met elkaar goed de route bepaalt. Mevrouw Voortman (wethouder) dankt de raad voor de inbreng. Het laat zien dat dit onderwerp enorm leeft. Ook zij vindt dit onderwerp belangrijk. Om die reden is zij twee jaar gleden gekomen met het Actieplan diversiteit en inclusie.
Dat gaat niet alleen over mensen met een bi-culturele achtergrond, waar het vandaag veel over gaat, maar ook over mensen met een LHBTQI+-achtergrond en mensen met een beperking. De gemeentelijke organisatie moet een afspiegeling van de stad zijn, zodat mensen zich kunnen herkennen in de mensen die voor hen werken. Toen het Actieplan gepresenteerd werd, wilde men gebruikmaken van de CBS-monitor, omdat men daarmee een nulmeting heeft. Uit de CBS-monitor blijkt dat vooral in de top nog veel te doen is. Om die reden zijn in het Actieplan diversiteit en inclusie tal van verschillende maatregelen genomen in de afgelopen jaren. Ook in de komende tijd zullen nog diverse maatregelen genomen worden. Aangezien uit de Barometer culturele diversiteit blijkt dat vooral in de hogere schalen het personeelsbestand te "wit" is, zal zij in het derde kwartaal met aanvullende maatregelen op dat vlak komen. Daarnaast wordt het Actieplan diversiteit en inclusie herzien en zal zij begin 2022 in de volle breedte met een nieuw plan komen. De urgentie wordt zeer breed gevoeld. Wat haar betreft wordt er in de komende tijd nog meer gedaan om die afspiegeling van de stad te worden. Het is nooit te voorspellen hoe te nemen maatregelen uitpakken. Het veranderen van de cultuur in de organisatie is inderdaad een enorm belangrijk aspect. Daarin zal geïnvesteerd moeten worden.
De cultuur moet goed gedragen worden, ook door de mensen die het personeel aannemen. Het gevraagde in motie 93 (Meer diversiteit in de top van gemeente Utrecht, tijd voor versnelling!) heeft zij de facto al toegezegd. Maar zij wil wel een slag om de arm houden, want streefcijfers zijn niet de oplossing. De oplossing zit in de concrete acties, en die kosten tijd. De eerste resultaten zijn nu zichtbaar, maar tegelijkertijd gaat het nog niet snel genoeg. Er wordt al veel geïnvesteerd in doorstroom, maar dat vergt een lange adem. Een streefcijfer dat nu wordt bepaald, zal niet volgend jaar al behaald zijn. Desondanks wil zij de motie ondersteunen, of het oordeel daarover aan de raad laten. Motie 88 (Naar een concreet en ambitieus diversiteitsbeleid bij de gemeente) vraagt om een aanscherping van het Actieplan. Zij heeft dat al toegezegd. Wel denkt zij dat de prioriteit bij de top van de organisatie moet liggen. Om die reden ontraadt zij motie 88. Overigens is zij van mening dat het beleid al ambitieus is. De heer Van der Zweth (PvdA) verduidelijkt dat in de motie wordt gezegd dat men met een streefcijfer alleen voor de top niet klaar zijn en dat er breder streefcijfers moeten worden gesteld, zodat over twee jaar kan worden bekeken wat wel en niet gelukt is. Mevrouw Voortman (wethouder) herhaalt dat zij een aangescherpt Actieplan heeft aangekondigd.
Door meer streefcijfers aan te houden, verwatert juist de ambitie. Zij stelt voor om te beginnen met een streefcijfer voor de top van de organisatie. Daarna kan men op meer terreinen streefcijfers bepalen. De heer Van der Zweth (PvdA) ziet niet in dat door meer streefcijfers het beleid zou verwateren. Streefcijfers zijn een middel om achteraf te bezien of de gestelde doelen behaald zijn. Als men zich alleen op de top richt, wordt slechts naar een klein deel van het vraagstuk gekeken. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat uit de Barometer blijkt dat de meeste inzet aan de top gepleegd zal moeten worden. Daarom moet daar de focus op worden gelegd.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
15
Motie 89 gaat over de oprichting van een Platform 030 Divers & Inclusief. Vanuit haar voortrekkersrol in het aanjagen van de anti-discriminatieagenda heeft de gemeente al contacten met veel organisaties in Utrecht. Daarmee past de motie bij de bestaande aanpak van arbeidsdiscriminatie. Daarnaast wordt bekeken of samen met werkgevers plannen kunnen worden gemaakt op het gebied van diversiteit en inclusie, ook in het kader van de anti-discriminatieagenda. In motie 89 wordt gevraagd om het structureel organiseren van een dergelijk platform, maar dat vraagt ook om financiële en personele middelen. Daar is op dit moment niet in voorzien. De motie heeft dus geen dekking. Om die reden moet zij de motie ontraden. Zij zet zich echter al in voor het doel dat het beoogde platform nastreeft. De heer Van der Zweth (PvdA) beaamt dat een dergelijk platform ambtelijke capaciteit kost. Maar in het debat rond de Black Lives Matter-demonstraties vertelde de wethouder dat er voldoende ambtelijke capaciteit was om aan een dergelijke zaak aandacht te besteden, omdat die capaciteit in alle organisatieonderdelen verweven is. Hij hoopt niet dat het gebrek aan ambtelijke capaciteit nu de reden is om een dergelijk platform niet in te stellen. Mevrouw Voortman (wethouder) antwoordt dat de gemeente met het structureel organiseren van een dergelijk platform een extra taak op zich neemt.
Als men dit goed wil aanpakken, zijn daar middelen en capaciteit voor nodig. De heer Van der Zweth (PvdA) herhaalt dat in een eerder debat overtuigend werd gezegd dat dit geen probleem opleverde. In de andere G4-steden heeft een dergelijk platform succes. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat de gemeente in het kader van de anti-discriminatieagenda al contacten heeft met veel organisaties. De vraag is of er een apart platform, dat structureel moet worden georganiseerd en gefaciliteerd, in het leven moet worden geroepen. Zij ontraadt motie 89. In motie 90 wordt gevraagd om een voorkeursbeleid voor diversiteit in de top van de gemeente. Zij heeft gezegd dat zij daarover in gesprek gaat met de gemeente Amsterdam. Dat wil zij eerst doen. Om die reden ontraadt zij de motie. De heer Sungur (DENK) vindt dat de wethouder met Amsterdam in gesprek kan gaan en tegelijkertijd al kan beginnen met het gevraagde in motie 90. Hij hoort de wethouder zeggen dat zij bereid is om in gesprek te gaan en dat zij over een halfjaar met een brief zal komen, maar hij mist de concrete acties om daadwerkelijk een verandering teweeg te brengen. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt vast dat de heer Sungur het Actieplan diversiteit en inclusie en de voortgangsbrieven daarover blijkbaar niet goed heeft gelezen. Daarin staan tal van acties.
Een onderwerp als doorstroming is niet iets wat morgen al gerealiseerd kan worden. Er zijn al concrete acties in gang gezet en er wordt al heel veel gedaan op dit gebied. De heer Sungur (DENK) antwoordt dat hij alle voortgangsbrieven heel goed heeft gelezen. In de brief die met het Actieplan is meegestuurd, stelt de wethouder dat al jaren wordt ingezet op culturele diversiteit in de top van de ambtelijke organisatie. Maar de Barometer culturele diversiteit wijst uit dat het tot nu toe bij 3% is gebleven, terwijl het in de richting van 13% zou moeten gaan. Kennelijk hebben de tot nu toe ingezette acties dus onvoldoende teweeggebracht. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat die acties in de afgelopen twee jaar zijn ingezet. De 13% gaat over beroepsniveau 4, vanaf schaal 9. De 3% gaat over schaal 12. De heer Sungur vergelijkt dus twee heel verschillende dingen met elkaar. In motie 92 wordt gevraagd de diversiteit bij deelnemingen van de gemeente te bevorderen. Het college is groot voorstander van een inclusieve arbeidsmarkt en stimuleert partijen in de stad om hun personeelsbestand zo veel mogelijk een afspiegeling van de stad te laten zijn. In de komende tijd gaat zij in gesprek met partijen in de stad om hen te committeren aan doelstellingen rondom diversiteit, bijvoorbeeld middels het door de heer Saiah genoemde pact. Daarvoor zullen ook deelnemingen benaderd worden.
GroenLinks vraagt om specifieke aandacht voor vrouwen met een migratieachtergrond in leidinggevende functies vanaf schaal 9. Zij vindt interseksualiteit heel belangrijk. De activiteiten die nu ontplooid worden in het kader van culturele diversiteit, zijn ook in het belang van vrouwen van kleur. Zij wil laten uitzoeken of specifieke aandacht voor vrouwen met een niet-westerse
Raadsvergadering van 20 mei 2021
16
migratieachtergrond kan worden meegenomen bij de volgende Barometer culturele diversiteit, zodat kan worden bekeken hoe de gemeente het op dat punt doet. In die zin ziet zij de door GroenLinks aangekondigde motie als ondersteuning van beleid en kan zij die overnemen. De heer Van Deún heeft gesproken over de LBHTI-medewerkers en hun acceptatie- en veiligheidsgevoel. Zij vindt het belangrijk dat alle medewerkers zich veilig voelen. Om die reden wordt daar veel aandacht aan besteed, onder meer via gesprekken op de werkvloer en het medewerkerstevredenheidsonderzoek. De heer Van Deún verzoekt om hier in functioneringsgesprekken aandacht aan te besteden, terwijl hij geen specifieke signalen heeft dat medewerkers met een LHBTI-achtergrond zich minder veilig zouden voelen door toedoen van medewerkers met een niet-westerse achtergrond. Dat lijkt haar niet de goede manier. Er wordt aandacht aan besteed en daar zou zij het bij willen laten. De heer Van Deún (PVV) stelt dat dit probleem in Nederlands en in feite in de hele wereld speelt, dus waarom zou het niet ook in Utrecht spelen? Hij dient motie 94 in (Anti-LHBTI-sentimenten op de Utrechtse werkvloer), zodat de raad daar een oordeel over kan vellen. Mevrouw Voortman (wethouder) stelt dat in het medewerkerstevredenheidsonderzoek gevraagd wordt of mensen zich veilig voelen en of zij te maken hebben met discriminatie.
Aan de hand daarvan wordt bekeken wat per organisatieonderdeel de beste actie is. Op die manier wordt ermee omgegaan. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) dankt de wethouder voor haar toezegging. Zij zal de aangekondigde motie niet indienen. De voorzitter deelt mee dat over de ingediende moties zal worden gestemd in de digitale stemagenda. Daarop schorst zij de vergadering.
(Bij hervatting van de vergadering heeft de heer De Pagter het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan mevrouw Podt.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 17. Raadsvoorstel Aanpassing ventilatie Grote Zaal TivoliVredenburg vanwege Covid-19. De voorzitter merkt op dat dit raadsvoorstel rechtstreeks op de agenda is geplaatst vanwege het spoedeisende karakter ervan. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat er niet aan valt te ontkomen dat de ventilatie in TivoliVredenburg moet worden aangepast, want iedere bezoeker moet immers veilig zijn en mag niet het risico lopen op besmetting door slechte ventilatie. Maar wat voor bezoekers van TivoliVredenburg geldt, moet zeker van toepassing zijn op leerlingen, leerkrachten en ouders van scholen in Utrecht. Sterker nog, daar zou eerder prioriteit aan moeten worden gegeven dan aan de bezoekers van een culturele instelling. Dat doet het college echter niet. Bij 38 Utrechtse scholen is de ventilatie nog steeds niet op orde, schreef het college op 16 maart jl. aan de raad. Dat komt wel bij het meerjarenonderhoudsprogramma en tot die tijd moet er maar geventileerd worden door de ramen open te zetten. De PVV vindt dat dit niet kan. De schoolgebouwen moeten zo snel mogelijk worden aangepast. Dan pas kan er aandacht zijn voor de ventilatie van een culturele instelling.
Als er geld voor Tivoli kan worden gevonden, is er ook geld voor de scholen. Kan het college toezeggen dat het gelijktijdig met TivoliVredenburg de 38 scholen gaat aanpakken, vóór het nieuwe schooljaar? Hij houdt hierover een motie achter de hand, die hij zo nodig zal indienen, mede namens Stadsbelang Utrecht. De heer Weistra (GroenLinks) stelt dat er sprake is van een nuttige investering in de grote zaal van TivoliVredenburg en een unieke kans om dit te doen voor de verwachte en gehoopte heropening van de zaal in het najaar. Dat heeft het college aangetoond met dit raadsvoorstel en de onderliggende stukken. Het college vraagt echter wel wat van de raad met dit spoedraadsvoorstel dat de raad vorige week ontving. Er was geen tijd voor een behandeling van het voorstel in de commissie; alleen is er vanochtend een technische briefing geweest. Er is nog geen dekking voor het voorstel, zodat
Raadsvergadering van 20 mei 2021
17
vooruitgelopen moet worden op de integrale afweging bij de behandeling van de voorjaarsnota. Zijn fractie vindt dit erg onprettig en is dan ook kritisch over het gevolgde proces. Het college motiveert het gevolgde proces met de toegenomen eisen die gesteld worden aan de ventilatie en de extra aandacht voor de luchtkwaliteit vanwege corona. Die argumenten zijn voor GroenLinks valide, maar niet voldoende. De ventilatie van de grote zaal voldoet op zich aan de wettelijke normen, ook met de aangescherpte eisen. En de klachten over vocht, geluid en comfort waren al langer bekend. Ook zouden de financiën zo ingericht moeten zijn dat dergelijk noodzakelijk onderhoud daaruit kunnen plaatsvinden. Zijn fractie heeft kortom nog wat politieke vragen over het voorstel. Het nut van de aanpassing is helder, de timing voor de aanpak is ook logisch. Maar de raad kan deze investering niet afwegen tegen eventuele andere nuttige investeringen die gedaan zouden kunnen worden. Kan het college verantwoorden dat deze investering echt voorrang moet krijgen boven andere investeringen die ook met dit geld gedaan hadden kunnen worden? Graag ontvangt zijn fractie de verantwoording hierover vóór de behandeling van de voorjaarsnota. Als de raad die afweging niet vooraf kan maken, ontvangt zijn fractie graag die verantwoording achteraf van het college.
In het raadsvoorstel wordt gezegd dat in het onderzoeksrapport uit november blijkt dat de grote zaal zonder aanpassingen slechts gedeeltelijk opengesteld zou kunnen worden; ongeveer een derde van de zaal zou dan niet benut kunnen worden. Dit staat echter niet letterlijk in het rapport. In de beantwoording van de technische vragen leest hij: "Gemiddeld voldoet de zaal aan het Bouwbesluit en dat is juridisch voldoende". Daarmee is de opmerking in het raadsvoorstel veel te stellig. Wellicht is de situatie ongewenst, niet comfortabel en niet toekomstbestendig, maar op zich niet onmogelijk. Is het college het met GroenLinks eens dat het raadsvoorstel daarmee veel stelliger is dan de onderliggende stukken? De verkennende onderzoeken stammen uit de zomer van vorig jaar. Het verdiepend onderzoek was in november vorig jaar klaar. Het college heeft ervoor gekozen om pas na het onderzoek waaruit bleek wat er precies nodig was - dat was eind april - de raad een voorstel voor te leggen. Het risico dat er met spoed kosten gemaakt zouden moesten worden, was dus al wat langer bekend bij het college.
Waarom heeft het college de raad niet eerder gevraagd om hiervoor een voorlopige voorziening op te nemen? Uit de technische briefing kwam naar voren dat de financiële techniek van het onderhoud het blijkbaar nog steeds niet mogelijk maakt om dergelijk onderhoud op te vangen, ondanks de herziene afspraken, gemaakt naar aanleiding van het recente rapport van de Rekenkamer. Welke stappen onderneemt het college om dit te veranderen? Komt het college hierop terug in het Meerjarenperspectief Utrechts Vastgoed? Geen enkele fractie wil dat TivoliVredenburg na de coronacrisis niet volledig open kan. Juist daarom vindt GroenLinks het onprettig dat er nog zo veel vraagtekens bij het proces gezet kunnen worden. Graag hoort hij een reflectie daarop van het college. Mevrouw Bijsterbosch (D66) merkt op dat D66 vindt dat dit gewoon moet gebeuren. Zo veel mogelijk Utrechters moeten weer kunnen genieten van cultureel aanbod, en zonder aanpassingen kan de grote zaal van TivoliVredenburg slechts voor 70% gevuld worden. Naar de letter zou de aanpassing niet hoeven, maar het is in deze pandemie niet verstandig en niet verantwoord om de aanpassing achterwege te laten. TivoliVredenburg wil een goed gastheer zijn en de bezoekers willen ontvangen met een gerust hart.
D66 vindt dat de gemeente als huurbaas van het pand haar verantwoordelijkheid moet nemen en iets moet doen aan de slechte luchtkwaliteit op sommige plekken in de grote zaal, ook als dat naar de letter misschien niet verplicht is. Bij schoolgebouwen die op zich aan de wettelijke normen voldoen, zijn ook aanpassingen gedaan - en terecht. Is dit de koninklijke weg, via de voorjaarsnota? Nee, maar haar fractie wil later niet constateren: operatie geslaagd, patiënt overleden. Zes weken de grote zaal dicht in het najaar, juist op het moment dat iedereen hopelijk gevaccineerd is en er dus meer mogelijk is, vindt D66 zeer onwenselijk. Utrecht snakt er ook naar. Zij stelt dan ook voor om snel met de aanpassing te beginnen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat één van de zalen van TivoliVredenburg "Pandora" heet. Dat is een toepasselijke naam, want in de mythologie kon Pandora haar nieuwsgierigheid niet bedwingen en opende de doos, waarna er een hoop ellende en onheil uit kwam. Ook met TivoliVredenburg heeft de raad het nodige te stellen gehad. Vijf jaar terug is daar in de raad uitgebreid over gesproken. Zijn fractie is dan ook kritisch op nieuwe uitgaven die ten behoeve van TivoliVredenburg moeten worden gedaan.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
18
Hij is blij dat het college wel de route van een raadsvoorstel heeft gekozen. Aanvankelijk was er ook de optie om deze zaak buiten het budgetrecht van de raad om te regelen. Zijn fractie deelt de verbazing van de heer Weistra. Corona wordt nu gebruikt als argument om dit voorstel met stoom en kokend water door de raad te krijgen. In het voorstel staat - de heer Weistra wees er al op - dat de ventilatie in de grote zaal niet aan de richtlijn voldoet, maar in de richtlijn zelf staat klip en klaar dat de ventilatie wel aan de eisen voldoet, zodat er in feite niets aanvullends nodig is. De onderbouwing rammelt dus. Uit de rapportage blijkt dat er zeker wel argumenten zijn om de ventilatie aan te passen, maar dat is nog geen reden om dit voorstel met stoom en kokend water door de raad te loodsen. Dit had ook op een andere manier gekund. Graag hoort hij de reflectie van het college op dit proces. Dan de dekking. In het Rekenkamerrapport staat dat eventuele extra onderhoudskosten normaal gesproken gedekt worden vanuit de vastgoedreserve. Dat stelt het college nu niet voor. Zijn fractie zal niet met een amendement komen om dit te wijzigen, want als het benodigde bedrag uit de vastgoedreserve gehaald wordt, moet het toch weer worden aangezuiverd bij de voorjaarsnota. Alleen is er nu niet de mogelijkheid om een afweging te maken.
Hij hoort graag van de wethouder waarom voor deze route is gekozen. Het lijkt het sowieso zinvol om deze investering te doen, alles afwegende, maar hij overweegt met een amendement te komen om het corona-argument uit het voorstel te halen. Wellicht kan het college daarop reflecteren. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat het RIVM sinds vanmorgen zijn beleid heeft aangepast ten aanzien van de aerosolen. Die blijken een grotere bron van besmetting te zijn dan eerder gedacht. De PVV heeft dit al vanaf het begin van de coronaepidemie geroepen. Maar ondanks het feit dat het RIVM en de WHO zeggen dat die kleine druppeltjes wel degelijk een besmettingsbron vormen - wat kan worden voorkomen door goede ventilatie - ziet de heer Wijmenga geen reden om de ventilatie in de grote zaal aan te passen? De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat in de richtlijn van het RIVM - die hij er eergisteren op heeft nageslagen - staat dat als de ventilatie voldoet aan het Bouwbesluit, er geen extra maatregelen nodig zijn. Dat is ook de situatie waar het college zich op gebaseerd heeft. Hij neemt aan dat ook het college die richtlijn erop nageslagen heeft. Mevrouw Bijsterbosch (D66) vraagt zich af of men in een pandemie zit, of in een juridische pandemie. De heer Wijmenga (ChristenUnie) begrijpt de vraag van mevrouw Bijsterbosch niet. Misschien kan zij de vraag toelichten.
Mevrouw Bijsterbosch (D66) verduidelijkt dat er puur naar de letter geen aanpassingen nodig zouden zijn, maar dat het de vraag is hoe verstandig het is om niets te doen, ook uit oogpunt van de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) heeft begrepen dat de ventilatie in de grote zaal op specifieke plekken onder de maat is. Daarmee is er volgens haar wel degelijk urgentie om het probleem aan te pakken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat er ook een economisch aspect zit aan het aanpakken van de problemen. Als de grote zaal niet volledig kan worden benut, heeft dat consequenties voor het bedrijfsresultaat van TivoliVredenburg, dat sowieso al desastreus is. De heer Wijmenga (ChristenUnie) begrijpt dat mevrouw Bijsterbosch zich afvraagt welk risico de gemeente accepteert als de problemen met de ventilatie niet worden aangepakt. Een risico van nul is natuurlijk nooit haalbaar. In de samenleving wordt geaccepteerd dat bepaalde situaties risico's met zich meebrengen. Als overheid probeer je in elk geval te voldoen aan de richtlijn en de gestelde normen. Daar is in dit geval aan voldaan. Natuurlijk kan er boven die normen nog wel iets gedaan worden. Zijn fractie vindt het in deze situatie ook wel gewenst om iets extra te doen.
Alleen kan hij niet helemaal volgen dat het argument van corona er nu bij gehaald wordt om dit voorstel met stoom en kokend water aan de raad voor te leggen.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
19
Mevrouw Bijsterbosch (D66) is het eens met de heer Bos dat de pandemie ook economische effecten heeft. Als een deel van de grote zaal niet gebruikt kan worden, heeft dat gevolgen voor de exploitatie. Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt de heer Wijmenga voor zijn uitzoekwerk. Zij heeft in de technische briefing vanmorgen gehoord dat corona wel degelijk een aanleiding vormt om dit voorstel met urgentie te behandelen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) stelt dat er zeker wel een urgentie is, omdat TivoliVredenburg zelf besloten heeft om de zaal maar voor twee derde te willen vullen in deze omstandigheden. Dat heeft uiteraard gevolgen voor het bedrijfsresultaat. De raad kan in dit geval TivoliVredenburg helpen door de aanpassingen te bekostigen. Maar dit zou in feite betekenen dat de raad TivoliVredenburg te hulp schiet omdat TivoliVredenburg de normen van het Rijk niet vertrouwt. Juridisch gezien voldoet de zaal aan de normen. Dat is dan ook geen argument voor de raad om hieraan mee te werken. Maar als men toch al van plan was om de problemen met de ventilatie aan te pakken, is dit misschien het juiste moment om dat te doen. Dan kan men in de zomer de noodzakelijke werkzaamheden uitvoeren. Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat gezonde lucht altijd belangrijk is, ook zonder corona. De heer Wijmenga lijkt te zeggen dat de situatie in de grote zaal oké is omdat er aan de normen wordt voldaan.
Uit de stukken blijkt echter dat het om een gemiddelde gaat. Het is dus heel verantwoordelijk van TivoliVredenburg om niet de volle capaciteit van de zaal te gebruiken, om te voorkomen dat bezoekers moeten zitten op plekken waar de luchtkwaliteit onder het gemiddelde is. De heer Weistra (GroenLinks) begrijpt dat de heer Wijmenga het met hem eens is dat het er niet zozeer om gaat of het hier een nuttige investering betreft, maar dat het er meer om gaat dat er een voorstel wordt gedaan dat de integrale afweging doorkruist. Aangezien het om een flink bedrag gaat, zou het college moeten verantwoorden waarom het deze procedure heeft gevolgd. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat de heer Weistra het heel goed samenvat. De raad moet nu afwegen of het geld aan deze zaak moet worden uitgegeven, buiten de algemene afweging in de voorjaarsnota om. Hij vindt een situatie waarin aan de normen wordt voldaan iets minder urgent. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) begrijpt heel goed dat het proces anders had kunnen lopen. Wellicht had de raad eerder geïnformeerd kunnen worden. Maar tijdens de technische briefing heeft zij ook gehoord dat het nu besproken moet worden, omdat er een aanbesteding moet worden gedaan. Als er niet op tijd aannemers ingeschakeld kunnen worden, wordt men alsnog geconfronteerd met een hoge kostenpost.
Dat zou zonde zijn, want daarmee wordt indirect ook de cultuursector geraakt. De heer Wijmenga (ChristenUnie) is het daarmee eens. Alleen is dan de vraag: moet de raad met het voorstel meegaan vanwege corona, of om andere gegronde redenen? Het raadsvoorstel is op dit moment onderbouwd vanuit corona. Dat is voor hem het probleem. Als Pandora ziet welke rampspoed er uit de doos ontsnapt, sluit zij die snel. Het enige wat er nog in de doos zit, is de hoop. Hij hoopt dat er een mooi jaar aankomt voor TivoliVredenburg. De heer Schipper (SP) merkt op dat het Bouwbesluit veelvuldig aangehaald wordt als de norm, maar dat het Bouwbesluit niet heilig is. Bijvoorbeeld een van de gebouwen van de Trip op de Helling voldoet aan het Bouwbesluit, maar met een rolstoel kom je daar niet in. Eén ding is zeker: als er in de raadzaal wordt gesproken over het muziekpaleis TivoliVredenburg, dan betekent dit dat het extra geld kost en dat het onvermijdelijk is. Hij denkt dat de aanpassingen in de grote zaal nu moeten plaatsvinden, want als de zaal niet volledig gebruikt kan worden als de coronamaatregelen voorbij zijn, krijgt de raad op een later moment de rekening alsnog gepresenteerd. Wel schaart hij zich achter de vragen van de heer Weistra over het gevolgde proces in relatie tot het centrale afwegingsmoment bij de voorjaarsnota.
Wanneer kan de grote zaal volgens de wethouder open? Is dat half augustus, eind augustus of half september? Waar streeft de wethouder naar? De heer De Pagter (VVD) kan zich vinden in het betoog van de heer Schipper. Hij is het eens met de heer Weistra. Eigenlijk had de raad eerder moeten weten dat er afgelopen jaar
Raadsvergadering van 20 mei 2021
20
een vervolgonderzoek is gestart en dat er mogelijk een grote investering nodig zou zijn. Graag hoort hij op dit punt een reflectie van de wethouder. De grote zaal van TivoliVredenburg is niet zomaar een onderdeel van de gemeentelijke vastgoedportefeuille. Het is een voorbeeld van een bijzondere en historische plek, met een groot verdienvermogen. Daardoor kunnen er ook veel financiële risico's optreden. Tijdens de technische briefing vanochtend werd duidelijk dat het ramen en voorspellen van grote opgaven op dit moment gebeurt via een tienjaarlijks gemiddelde. Is het college bereid om op basis van deze casus nog eens te bekijken of de bestaande afspraken voor beeldbepalend vastgoed volstaan? De heer Wijmenga heeft een amendement aangekondigd om het argument van de corona-epidemie uit het voorstel te schrappen. Zijn fractie worstelt met hetzelfde probleem. Ze ziet de urgentie van het voorstel, maar de argumentatie vindt ze wat vreemd. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het zuur dat deze aanpassingen nodig blijken te zijn, want het bedrag dat nu wordt uitgegeven, kan bijvoorbeeld niet besteed worden aan de verduurzaming van ander gemeentelijk vastgoed, of aan de programmering van cultuur.
Ook de PvdD ziet echter de noodzaak van deze investering, want als de grote zaal niet volledig gebruikt wordt, gaat dat niet alleen ten koste van de exploitatie en de inkomsten van de artiesten, maar ook ten koste van het aantal mensen dat kan genieten van cultuurdeelname. De PvdD heeft dan ook begrip voor het feit dat voorgesteld wordt om de aanpassingen nu te doen. Had de raad niet eerder in het traject gewaarschuwd of meegenomen kunnen worden? Het was niet nodig geweest om de raad volledig te informeren, maar als de raad een paar maanden geleden een memo had ontvangen, had dat gezorgd voor een minder grote verrassing op dit moment. Mevrouw Sturkenboom (Student & Starter) merkt op dat de Utrechters ernaar uitkijken om weer uit hun dak te kunnen gaan, elkaar te ontmoeten en te genieten van een mooi concert. Niet alleen bezoekers kijken uit naar deze heugelijke momenten, maar ook artiesten en orkesten. De grote zaal van TivoliVredenburg kan dat bieden, als tenminste enkele aanpassingen plaatsvinden. Student & Starter zal daarom voor het raadsvoorstel stemmen, zodat de zaal weer volop kan worden ingezet als het maatschappelijk leven in september weer opengaat. Wel staat de raad voor een wat vreemde situatie. Vooruitlopend op de voorjaarsnota moet een besluit worden genomen met een behoorlijke financiële impact.
Daardoor vraagt haar fractie zich af waarom dit voor TivoliVredenburg wel wordt geregeld, terwijl er ook andere noodzakelijke investeringen zijn, ook in het licht van het gegeven dat er straks € 20 miljoen zal moeten worden bezuinigd, zoals men vanmiddag heeft kunnen horen. Dat maakt het voor de raad wel een beetje wrang. Tegelijkertijd is het duidelijk dat de aanpassingen onvermijdelijk zijn. En Student &Starter hecht eraan dat de cultuursector straks een boost kan krijgen als het maatschappelijk leven weer opengaat. Daarbij krijgt zij graag de toezegging van de wethouder dat de nu voorgestelde investering niet ten koste gaat van het cultuurbudget. De TU Delft zal waarschijnlijk nog aanvullend onderzoek moeten doen naar de verschillende ventilatiestromen. Geleerd hebbende van dit proces, vraagt zij de wethouder de raad tijdig te informeren over de uitkomsten van dit onderzoek. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat je als boekhouder leert om altijd de principes van een goede boekhouding te hanteren. Een van de belangrijkste principes daarbij is het voorzichtigheidsprincipe. Dit betekent dat je verlies op kosten inzichtelijk moet maken, zodra deze voorzien zijn, en winsten pas moet nemen als die gerealiseerd zijn. In dit geval is er geen sprake van het hanteren van dit voorzichtigheidsprincipe in het beleid dat het college voorstaat. Dat vindt hij een kwalijke zaak.
Tegelijkertijd moet het gebeuren, dus ook hij geeft er een klap op. Maar voor hem geldt wel: dit is eens, maar nooit weer. De manier waarop het college dit voorstel heeft gepresenteerd, is niet goed. Hij onderschrijft nut en noodzaak van goede ventilatie voor de schoolgaande kinderen, daarom steunt hij de motie van de PVV. Mevrouw Zwinkels (CDA) merkt op dat ook haar fractie het vervelend vindt dat de raad geconfronteerd wordt met deze kostenpost. Maar TivoliVredenburg moet de mensen natuurlijk wel veilig kunnen ontvangen. Op dit punt dient de gemeente haar zorgplicht serieus te nemen. Zij snapt dat de gemeente financieel aan zet is, maar ze is benieuwd wat TivoliVredenburg eventueel
Raadsvergadering van 20 mei 2021
21
extra terugdoen voor de stad, als de raad dit voorstel goedkeurt. Ook zij hoort graag hoe het zit met de vastgoedreserve en hoe in het vervolg dergelijke zaken zullen worden opgepakt. Graag hoort zij hoe in de aanbestedingsfase de kosten laag gehouden zullen worden. Er is haast geboden met de werkzaamheden en vaak brengt dat extra kosten met zich mee. Zijn er wel voldoende partijen in de markt om de werkzaamheden op korte termijn uit te voeren? De heer Van der Zweth (PvdA) stelt dat ook zijn fractie de noodzaak voor deze investering begrijpt. Na deze ingewikkelde tijd is het van belang dat TivoliVredenburg zo snel mogelijk weer op een goede manier van start kan gaan. Linksom of rechtsom gaat het geld kosten, dus dan maar beter zo snel mogelijk het probleem bij de wortel aanpakken. Ook zijn fractie vraagt zich af waarom de noodzaak voor de aanpassingen pas zo laat bekend is geworden. Had dit niet iets eerder gedeeld kunnen worden? TivoliVredenburg blijft een doos van Pandora. Kan de wethouder reflecteren op het opdrachtgeverschap dat de gemeente heeft gekregen? In de brief wordt geschetst dat als de gemeente niets zou doen, de kosten voor TivoliVredenburg zijn. nu wordt een publieke investering gedaan en zijn de kosten voor de gemeente. Het blijft moeilijk dat toch de gemeente steeds weer de portemonnee moet trekken, ook al is dat nodig.
Hij is benieuwd naar de reflectie van de wethouder hierop. De heer Eerenberg (wethouder) merkt op dat terecht vragen zijn gesteld over het proces. Hij is niet trots op de wijze waarop de totstandkoming van het voorstel is verlopen. Die verdient geen schoonheidsprijs. Er waren echter goede argumenten om voor deze route te kiezen. Het college wil niet lichtzinnig afwijken van de financiële porcessen die zijn afgesproken, maar tegelijkertijd werd het college geconfronteerd met het dilemma waar ook de raad nu mee worstelt. In de voorjaarsnota is een setje opgenomen van gebouwen waar iets met de ventilatie moet gebeuren. Dat vraagt om een investering, enerzijds uit oogpunt van de volksgezondheid en anderzijds uit oogpunt van het weer openen van de samenleving. Als echter de route van bespreking bij de voorjaarsnota zou worden gevolgd, zou vlak voor het zomerreces een besluit genomen kunnen worden over de beoogde investering in de grote zaal van TivoliVredenburg. Ervan uitgaande dat de raad dit besluit neemt, zou pas in september kunnen worden begonnen met de werkzaamheden, waardoor de grote zaal naar schatting zes weken dicht zou moeten, juist op het moment dat die weer volop gebruikt kan worden. Hij vond dit een dilemma waar hij het graag met de raad over zou willen hebben.
De vraag is wat er bovenaan gezet moet worden: een ordentelijke financiële afweging en besluitvorming tijdens de behandeling van de voorjaarsnota, of meer sturen op de bedoeling, dus het dilemma inzichtelijk en transparant maken en op basis daarvan een weging maken. Het college stelt voor om voor deze ene keer een uitzondering te maken. Op deze manier moet niet standaard met elkaar gewerkt worden, maar op deze manier kan in de zomer aan de slag worden gegaan met de werkzaamheden, zodat TivoliVredenburg in september op een vellige manier open kan gaan. Dat is in de kern de afweging die het college heeft gemaakt. Het mechanisme voor het onderhoud van het vastgoed werkt uitstekend voor klein onderhoud en gepland onderhoud. In dit geval gaat het echter om een investering die voortvloeit uit een andere manier van denken over ventilatie, die niet kon worden voorzien. Daar staat echter tegenover dat de ventilatie over enkele jaren sowieso zou moeten worden aangepakt. Dus in feite zou dat in het mechanisme voor het onderhoud moeten kunnen worden opgevangen. Hij zegt toe dat met gezwinde spoed een studie gemaakt zal worden van de manier waarop daarvoor een goed mechanisme kan worden ontworpen, ook lerende van de adviezen van de Rekenkamer daaromtrent, zodat men iets wendbaarder en flexibeler is als zich wat hogere financiële pieken voordoen om het vastgoed maximaal te laten renderen.
Misschien zou dit op gebouwniveau moeten gebeuren. Hij zegt toe dat hij de raad daarover in het derde kwartaal per brief zal informeren. Het Bouwbesluit is in feite geen handzame richtlijn meer, nu men als gevolg van corona anders is gaan denken over ventilatie, de rol van aerosolen en dergelijke. Het RIVM heeft inderdaad gezegd dat er wat meer werk gemaakt zal moeten worden van een goede ventilatie. Het Bouwbesluit loopt daar natuurlijk op achter. Het Bouwbesluit werkt ook met gemiddelden. Maar als de luchtkwaliteit in een ruimte gemiddeld goed is, houdt dit in dat de luchtkwaliteit op bepaalde plekken in die ruimte niet goed is en dat daar de veiligheid dus niet gegarandeerd kan worden. Volgens het RIVM moeten er wel een paar dingen gebeuren. De richtlijn van de Landelijke Coördinatie
Raadsvergadering van 20 mei 2021
22
Infectieziektebestrijding (LCI) is: begin bij het Bouwbesluit, maar raadpleeg altijd een expert bij twijfel. Dat is in dit geval ook gedaan. Die expert heeft geadviseerd om iets aan de ventilatie te doen. In de LCI-richtlijn wordt ook gezegd te stoppen met recirculatie en continu verse lucht naar binnen te halen. Daarvoor zal de ventilatie in de grote zaal moeten worden aangepast. Dit is echt een nieuw inzicht, als gevolg van corona. Waarom komt men nu pas met het voorstel? Het college heeft de raad op 14 oktober een raadsbrief gestuurd waarin stond dat men aan de slag ging met een aantal panden, ook vanuit het nemen van maatregelen om een gezond gebruik van die panden mogelijk te maken. Al die panden zijn gecheckt. De panden waar kwetsbare groepen verblijven, zouden eerst worden aangepakt, later zouden de panden worden aangepakt waar grote groepen samenkomen, zoals de grote zaal van TivoliVredenburg. Dat proces is op 14 oktober met de raad gedeeld. Vervolgens zijn er een tweetal onderzoeken en een advies nodig geweest om uiteindelijk tot de conclusie te komen dat TivoliVredenburg met spoed zou moeten worden aangepakt. Dat heeft enige tijd gekost, want het advies dat uiteindelijk geleid heeft tot het onderhavige voorstel, is pas 15 april aan het college gepresenteerd.
Hij beseft dat er tussen 14 oktober 2020 en 15 april 2021 regelmatig updates zijn geweest over wat er rond de scholen gedaan wordt, maar dat de acties aan de overige panden minder specifiek beschreven zijn. Hij snapt dat de raad in die tijd had willen weten wat er allemaal gaande was. Hij zegt toe dat hij, als de resultaten van extra onderzoeken binnenkomen, onder meer van de TU Delft, en als de aannemer aan de slag gaat, ergens in de zomer - ergens rond 1 augustus - de raad een tussenbericht stuurt over de stand van zaken, specifiek over TivoliVredenburg. In de reguliere coronabrief zal hij wat vaker vertellen hoe het gaat met de vastgoedopgaven en de ventilatie. De aanpak van de installatie hangt niet uitsluitend samen met corona. Door corona is de noodzaak om iets te doen sterk verhoogd, maar het gaat ook om een verouderde installatie. Hetzelfde geldt voor de scholen waar iets extra's wordt gedaan boven het Bouwbesluit. Hij snapt heel goed wat de heer Van Deún heeft gezegd over de scholen. De scholen en TivoliVredenburg moeten niet tegenover elkaar gezet worden. Het gaat niet om óf de kinderen, óf TivoliVredenburg. Hij zou graag sneller willen gaan met het aanpakken van de ventilatie op de scholen. Er wordt al versneld, ook dankzij middelen van het Rijk, zoals de raad heeft kunnen lezen in de raadsbrief daarover. Maar ook de scholen zijn gebonden aan de vakanties.
Het is niet prettig voor de scholen als er moet worden lesgegeven terwijl er grootscheepse werkzaamheden worden verricht aan technische installaties. De werkzaamheden moeten dus in de vakanties worden georganiseerd. Graag wil hij, samen met collega Klein, de handschoen oppakken en bekijken hoe men nog slimmer en nog sneller kan gaan. In de volgende update over de ventilatie op de scholen, die gepland is voor vlak na de zomervakantie, zal hij ook vertellen op welke wijze die handschoen is opgepakt. Hij kan niet beloven de resterende scholen voor de zomervakantie op te pakken. Dat is niet eens een kwestie van geld, maar vooral een kwestie van organisatie. Waarom is deze route gekozen? Natuurlijk zou men kunnen zeggen dat voor deze investering de reserve vastgoed gebruikt zou kunnen worden. Bij de voorjaarsnota zou dan moeten worden voorgesteld om de reserve vastgoed weer aan te zuiveren. Er is, in goed overleg met de mensen van Financiën, gekozen voor een pragmatische route. Gezegd is: het gaat om het oplossen van een knelpunt, daarom beschouwen we dit dat als een voorschot op de voorjaarsnota, en komt het terug als voorstel in de voorjaarsnota. Dit betekent dat de raad bij de behandeling van de voorjaarsnota nog de discussie zou kunnen voeren over de dekking die het college in de voorjaarsnota voorstelt. Dit is een wat pragmatische tussenstap.
Het college had ook voor kunnen kiezen voor de route met een tussenstap via de reserve, maar dat was iets minder pragmatisch geweest. Gevraagd is of de garantie kan worden gegeven dat de werkzaamheden in de grote zaal niet ten koste van de cultuur gaan. Dat hangt af van de discussie bij de voorjaarsnota. Het voorstel dat het college in de voorjaarsnota doet, is om een losse bijdrage voor een investering in de ventilatie in het vastgoed te doen, wat betekent dat het niet uit het cultuurbudget gaat. Ook is gevraagd wat het college kan doen om de kosten in de aanbesteding te drukken. Er moet vooral voor gezorgd worden dat veel partijen worden benaderd voor het meedoen aan de aanbesteding. Dat gebeurt nu al. Daarnaast kan de gemeente al even wat contact leggen met enkele leveranciers, zodat de gemeente zelf weet wat de prijzen van bepaalde onderdelen zijn. Daarmee is de gemeente goed in staat om de offertes op juiste waarde te schatten. Wel tekent hij hierbij aan dat het op dit moment druk is op de markt, wat invloed heeft op de prijzen. Mevrouw Zwinkels heeft geopperd of TivoliVredenburg niet iets zou terug zou kunnen doen voor de stad. Dit lijkt hem een leuke suggestie om samen met TivoliVredenburg op te nemen. Hij zou zich
Raadsvergadering van 20 mei 2021
23
kunnen voorstellen dat als de stad weer opengaat, waaronder de cultuurinstellingen, dat een moment is om bij stil te staan. Dat zou op zo'n manier kunnen gebeuren dat ook de stad daar maximaal van kan genieten. Hij gaat graag met TivoliVredenburg in gesprek om te bekijken hoe daar invulling aan kan worden gegeven. Het resultaat daarvan kan hij meenemen in de brief die rond 1 augustus zal verschijnen. TivoliVredenburg heeft niet alleen de zaal Pandora, maar ook de zaal Ronda. Hij hoopt dat dit dossier vanavond rond gemaakt kan worden. De heer Schipper (SP) vraagt of de wethouder nog kan aangeven wanneer de zaal weer open kan. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat men zich richt op 1 september. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder kan vertellen wat de kosten voor TivoliVredenburg zouden zijn als de gemeente niet zou investeren in de ventilatie. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat als de kosten voor rekening zouden komen voor TivoliVredenburg- op welke manier dan ook - het linksom of rechtsom uiteindelijk toch een publiek vraagstuk zou worden. Hij ziet dus slechts een beperkte tegenstelling tussen beide opties. Wel vindt hij dat de gemeente vanuit de vastgoedportefeuille een eigenstandige verantwoordelijkheid heeft in het licht van de nieuwe informatie over corona, ventilatie, veiligheid en volksgezondheid.
De heer Weistra heeft gevraagd naar een verantwoording van de afweging die het college gemaakt heeft om voor de nu gevolgde route te kiezen. Op pagina 31 van de voorjaarsnota wordt daarover iets gezegd. Hij zegt toe dat hij de raad de redenatie van het college voor de behandeling van de voorjaarsnota op papier zal doen toekomen. De heer Van Deún (PVV) begrijpt dat de wethouder de handschoen wil oppakken en wil bekijken of de scholen nog sneller kunnen worden aangepakt. De wethouder erkent dat het sneller zou moeten, maar dat dit bijna niet mogelijk is. Daar heeft hij begrip voor. Men kan niet 68 scholen in zes weken schoolvakantie aanpassen. Hij ontvangt dan wel graag de toegezegde brief in Q3. Als hij dit als een toezegging van de wethouder mag beschouwen, zal hij de opgestelde motie niet indienen. De heer Weistra (GroenLinks) merkt op dat zijn fractie niet enthousiast is over de gevolgde route. De wethouder heeft echter een aantal mogelijkheden aangegeven om iets dergelijks in de toekomst zo veel mogelijk te voorkomen en ook een aantal concrete acties toegezegd. Daarom kan zijn fractie instemmen met het voorstel. De heer De Pagter (VVD) wil nog terugkomen op de informatievoorziening. De wethouder heeft gezegd dat hij in oktober een algemene brief heeft gestuurd over het vastgoed.
TivoliVredenburg heeft echter zo'n geschiedenis in deze gemeenteraad - er moest steeds weer geld bij - dat hij verwacht zou hebben dat het college de raad had geïnformeerd over het feit dat er opnieuw een extra investering verwacht werd. Graag ontvangt hij op dit punt een nadrukkelijker antwoord van de wethouder. De heer Wijmenga (ChristenUnie) merkt op dat de investering zinvol is, omdat de luchtkwaliteit in de grote zaal daar om vraagt. De vraag is of die investering wel of niet voortvloeit uit corona. Hij hecht eraan om in het raadsvoorstel wat scherper neer te zetten dat de investering niet specifiek vanwege corona noodzakelijk is. Daartoe dient hij amendement 43 in (Ventilatie TivoliVredenburg), mede namens de fracties van GroenLinks en VVD. Mevrouw Zwinkels (CDA) verbaast zich erover dat de heer Wijmenga hieraan vasthoudt. De wethouder heeft in zijn antwoord aangegeven dat de richtlijn voorschrijft dat er expertise wordt ingehuurd om na te gaan of de specifieke situatie tot aanvullende andere inzichten leidt. Wat maakt het amendement uit voor het voorstel? Zij voelt er niet voor om het amendement te steunen als er alleen op papier iets gewijzigd wordt.
De heer Wijmenga (ChristenUnie) antwoordt dat meespeelt dat hij vernomen heeft dat er een discussie geweest is tussen TivoliVredenburg en de gemeente, waarbij TivoliVredenburg heeft gezegd dat zij slechts twee derde van de zaal zal gebruiken als de gemeente niet investeert in een betere ventilatie,
Raadsvergadering van 20 mei 2021
24
ook al is het wel toegestaan om de zaal compleet te gebruiken. Die suggestie ademt ook het raadsvoorstel. Hij wil die suggestie uit het raadsvoorstel halen. De raad moet het voorstel aanvaarden omdat het nuttig is en niet omdat TivoliVredenburg dit van de gemeente wil. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil graag weten wat er precies gebeurt met de installatie die opgeruimd wordt. Die staat op de balans en zal afgeboekt moeten worden. Daarnaast moet er een bedrag geboekt worden als vervangingsinvestering. Hoe zal de vervangingsinvestering uiteindelijk verwerkt worden in een gebouwgebonden subsidie die de gemeente zal verstrekken aan TivoliVredenburg? Mevrouw Zwinkels (CDA) is blij met de toezegging dat de raad begin augustus zal worden geïnformeerd over de voortgang en dat de door haar ingebrachte suggestie daarbij zal worden meegenomen. De heer Eerenberg (wethouder) kan de heer Van Deún toezeggen dat hij de toegezegde brief in het derde kwartaal van 2021 kan tegemoetzien. De VVD heeft gevraagd om een aanvullende reflectie op de periode tussen oktober en april. Er waren twee onderzoeken en een advies nodig om tot de uiteindelijke conclusie te komen dat er iets moest gebeuren aan de grote zaal. Het rapport is 15 april verschenen. Daarvoor was nog niet duidelijk of er wel of niet iets moest gebeuren.
Natuurlijk had hij de raad ergens tussen oktober 2020 en april 2021 kunnen zeggen dat men in een aantal vastgoedobjecten was begonnen met metingen, maar het college wilde voorkomen dat men te snel tot de conclusie zou kunnen komen dat die objecten onveilig waren. TivoliVredenburg heeft er geen baat bij als het college te vroeg communiceert dat het zich zorgen maakt over de ventilatie in TivoliVredenburg, want dat heeft impact op de mensen die naar een concert willen gaan, terwijl misschien achteraf blijkt dat het allemaal meevalt. Dat heeft meegespeeld in de afweging. De heer Wijmenga kan hij zeggen dat corona een grote rol heeft gespeeld in dezen. In verband met corona heeft het college het onderzoek laten instellen en zijn er dingen aangepast, zoals de recirculatie van de lucht. Inderdaad is het TivoliVredenburg geweest die met het onderzoek in de hand heeft gezegd: als wij dit onderzoek volgen, moeten wij 30% van de stoelen onbezet laten. Hij is het echter eens met de heer Wijmenga dat corona niet het enige is dat geleid heeft tot het onderhavige voorstel. Ook bijvoorbeeld het type zaal en de relatief oude installatie, die misschien minder goed kan worden aangepast, hebben daartoe geleid. Als het amendement van de heer Wijmenga beoogd is om duidelijk te maken dat het voorstel niet alleen voortkomt uit corona, dan is hij het daarmee eens.
De vraag van de heer Bos over balans en afschrijvingen zal hij schriftelijk beantwoorden. De voorzitter deelt mee dat in de digitale stemagenda zal worden gestemd over het amendement en het voorstel. Daarop schorst zijn de vergadering. Na heropening van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 7. Actuele moties. De voorzitter deelt mede dat wethouder Van Ooijen niet lijfelijk in de zaal aanwezig is, maar via Zoom zal reageren op de moties. Actuele motie 71. Aanvalsplan Utrechtse Sportzomer '21. De heer Bakker (D66) merkt op dat de coronacrisis nog beter heeft laten zien hoe belangrijk sporten en bewegen zijn. Namens de fracties van D66, Student & Starter, PvdA, ChristenUnie, DENK, Stadsbelang Utrecht, VVD, GroenLinks en CDA dient hij motie 71 in, waarin wordt opgeroepen tot het maken van een aanvalsplan Sportzomer 2021. De komende zomer wordt sowieso al een fijne sportzomer, met verschillende EK's, de Olympische Spelen, de Tour de France, de Vuelta enzovoorts. Maar ook in Utrecht moet er een echte sportzomer van gemaakt worden, waarin Utrechters worden aangemoedigd om weer te gaan sporten, in het bijzonder kinderen en jongeren. Het is tijd voor actie! Om te beginnen op plekken in de stad waar de sportdeelname het laagst is. Op die manier krijgen ook de Utrechtse sportaanbieders, commercieel of niet-commercieel, een duwtje in de rug na het zware afgelopen jaar.
Raadsvergadering van 20 mei 2021
25
De heer Schipper (SP) merkt op dat ook hij enthousiast werd van dit idee, maar hij vraagt zich wel af wat dit uiteindelijk zal gaan kosten. En hoe worden de kosten verdeeld? Hoeveel moet er uit het coronapakket komen, hoeveel uit het Initiatievenfonds? Hij wil daar eerst meer duidelijk over hebben, alvorens met de motie te kunnen instemmen. De heer Bakker (D66) antwoordt dat het idee vooral is dat de gemeente de rol op zich neemt van het zoeken naar financiële middelen voor dit doel. Er zijn veel rijksmiddelen voor dit doel beschikbaar en er zijn ook andere initiatieven, specifiek voor jongeren, welzijn of sport. Wellicht zal daar enige inzet van fte's tegenover moeten staan, maar dat vindt hij een vraag voor de uitvoering. Ook het Initiatievenfonds zou nader onder de aandacht gebracht kunnen worden. De heer Van Ooijen (wethouder) dankt voor de mooie motie. Hij wil die graag overnemen. Voor de uitvoering van de motie zal hij in ieder geval de zomer benutten, maar wellicht zal er nog een uitloop zijn naar de nazomer. Enkele activiteiten zouden dan in september of oktober kunnen plaatsvinden, omdat veel sportaanbieders en sportverenigingen dan volop in hun activiteiten zitten. Vervolgens zou dan net na de kerst een terugkoppeling kunnen plaatsvinden over de wijze waarop alles verlopen is.
Er zijn inderdaad verschillende budgetten beschikbaar, dus hij denkt dat men financieel goed uit de voeten zal kunnen. Hij hoopt dat het zal lukken om er een fantastische sportzomer van te maken. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat de motie niet bedoeld is als een carte blanche. De coronamiddelen zijn ook bedoeld voor andere zaken om de economie te ondersteunen. Hij zou het dan ook prettig vinden als er op korte termijn een voorstel volgt met een financieel plaatje, in ieder geval op hoofdlijnen, zodat de raad daarnaar kan kijken. Volgens hem kan men dan een heel mooie sportzomer hebben. De heer Van Ooijen (wethouder) gaat er niet van uit dat de raad het college carte blanche geeft. Het geldt wordt primair geput uit twee bronnen. Allereerst het Sportakkoord, dat alweer tweeënhalf jaar geleden gesloten is, in het kader waarvan het Rijk extra middelen beschikbaar heeft gesteld om juist het sporten in deze tijd extra te ondersteunen. Ten tweede zal er worden geput uit het eigen coronamaatregelenpakket, waarmee de raad vorig jaar heeft ingestemd. Daarin zitten specifiek middelen voor welzijn, maar ook voor sport. Die middelen kunnen nu net even anders worden ingezet, waardoor er meer sportactiviteiten mogelijk worden gemaakt, in plaats van alleen ervoor te zorgen dat de sportverenigingen de crisis doorkomen. Daarnaast zijn er nog andere bronnen die kunnen worden benut.
Het maken van een totaalplaatje zal ingewikkeld zijn, omdat niet alles een-twee-drie duidelijk zal zijn. Sommige bronnen zullen buiten dit plan vallen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat haar fractie de motie heeft ondersteund omdat het een mooi plan is, met extra aandacht voor de jongeren die de meeste achterstand hebben en voor wie sportdeelname misschien niet zo vanzelfsprekend is. Tegelijkertijd zijn de achterstanden door corona ook op andere plekken groter geworden, bijvoorbeeld bij onderwijs en welzijn. Haar fractie vindt het belangrijk om ook de verbinding te maken naar alle achterstanden, omdat het vaak dezelfde jongeren en kinderen raakt. Is de wethouder bereid om te kijken op welke manier deze zaken slim gekoppeld kunnen worden aan de andere zaken die lopen, zeker omdat er landelijke middelen worden genoemd die ook bedoeld zijn voor welzijn en onderwijs? De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt dat in de motie wordt opgeroepen om te beginnen in de wijken waar ook op sportgebied soms sprake is van een lagere participatiegraad. In die gebieden zou je ook op welzijnsgebied extra willen investeren. In die zin is er sprake van een mooie overlap. Om te investeren in de onderwerpen welzijn, zorg, kwetsbare wijken en dergelijke zijn er natuurlijk ook nog andere bronnen, zeker in deze periode.
Hij wijst ten slotte nog op de European Life Goals games 2021, die juist deze zomer voor kwetsbare groepen wordt georganiseerd. De heer Bakker (D66) is blij met de enthousiaste reactie van de wethouder. Wat hem betreft gaat men lekker aan de slag met de motie. Aangezien de motie ruimhartig is overgenomen door de wethouder,
Raadsvergadering van 20 mei 2021
26
zal hij de motie intrekken. De voorzitter stelt vast dat motie 71 is ingetrokken. Actuele motie 72. Er zijn geen niet-rechthebbenden, alleen mensen die het recht niet krijgen. De heer Vonk (GroenLinks) merkt op dat de raad in de afgelopen jaren al vaak aandacht heeft gevraagd - en dit jaar extra, vanwege de coronapandemie - voor de groep niet-rechthebbenden, die dan weer wel en dan weer niet opgevangen mocht worden in de noodopvang. Dit is een probleem. Volgens artikel 25 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens heeft iedereen recht op een bepaalde levensstandaard, die hoog genoeg dient te zijn voor een goede gezondheid, en het recht op voorzieningen. Er zijn dus geen niet-rechthebbenden, alleen mensen die het recht niet krijgen. Er zijn werkgevers die arbeidsmigranten letterlijk op straat zetten zodra ze niet meer nodig zijn, voor wie de stad Utrecht niets kan doen. Voor GroenLinks is het belangrijk dat iedereen toegang heeft tot zorg en opvang. Die kan alleen niet voor rekening van de gemeente Utrecht komen. Het Rijk zal in dezen zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. Het Rijk is onlangs ook door de commissie-Roemer op de vingers is getikt vanwege de omgang met onder anderen arbeidsmigranten.
Daarom dient hij motie 72 in (Er zijn geen nietrechthebbenden, alleen mensen die het recht niet krijgen), mede namens de fracties van GroenLinks, ChristenUnie, PvdA, SP en D66. Mevrouw Meerding (VVD) leest in de motie dat het college wordt opgedragen om voor de uitvoering van het plan dekking te zoeken bij het Rijk. Wat zal er volgens de indieners van de motie gebeuren als die dekking er niet blijkt te zijn? De heer Vonk (GroenLinks) antwoordt dat er dan een lastige situatie zal ontstaan, want Utrecht kan de kosten van de opvang niet zelf dragen; daar heeft ze het Rijk echt voor nodig. Als er geen geld van het Rijk komt, zal het een uitgekleed plan worden. Maar dat ligt ook bij de wethouder. De heer Van Ooijen (wethouder) dankt de indieners voor de mooie motie, over een onderwerp dat de laatste maanden terecht weer in de aandacht staat. Afgelopen dinsdag heeft hij nog antwoorden gestuurd op de schriftelijke vragen over de vaccinatie van deze groep. Men gaat zo spoedig mogelijk aan de slag om deze mensen te bereiken. Dit plan gaat over de wat langere termijn. Hij vindt het terecht dat er in de motie wordt gevraagd om met een model te komen voor het omgaan met deze groep. Het is eigenlijk onbestaanbaar dat tegen een groep mensen gezegd moet worden: u heeft geen recht, wij weten niet precies wat u moet doen, maar wij wensen u veel succes.
Eigenlijk komt men deze mensen alleen tegen bij de koudweerregeling. Hij zou graag het gevraagde plan willen maken, maar het eerste wat hij daarvoor nodig heeft, is steun van andere steden. Als Utrecht dit alleen gaat doen, zal het niet lukken. Ten tweede zal de financiële bereidheid bij het Rijk aanwezig moeten zijn om hierin te kunnen investeren, want anders komt het plan uiteindelijk ten laste van de reguliere gemeentelijke begroting voor de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. En het is bekend hoe groot de druk op die begroting is. Binnen die twee kaders wil hij graag met een plan komen, maar dan moeten die twee kaders ook wel ingevuld kunnen worden. Ten slotte wijst hij erop dat er al een landelijke aanpak vreemdelingenvoorzieningen is (LVV), met name gericht op de groep ongedocumenteerden. Dit plan gaat specifiek over een andere groep, de EU-arbeidsmigranten. Hij wil het reguliere plan voor de LVV niet doorkruisen met een aanpak voor de in de motie bedoelde groep. Met inachtneming van het voorgaande kan hij de motie overnemen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de wethouder zegt dat hij een coalitie met andere steden nodig heeft. Kan de wethouder daarover nog iets explicieter zijn? Aan welke coalitie denkt hij? De heer Van Ooijen (wethouder) antwoordt op dat die coalitie met andere steden nodig is vanwege de hoge mobiliteit van de doelgroep.
De leden van die doelgroep bewegen zich snel van stad naar stad. Daarom zijn er meer steden nodig om met elkaar een stap te kunnen zetten. Hij denkt in ieder geval aan de steden binnen de G4 en aan de ongeveer zes steden die momenteel de LVV's vormgeven.
Raadsvergadering van 20 mei 2021 De heer Vonk (GroenLinks) dankt de wethouder voor het overnemen van de motie. Hij roept de raadsleden op om hun collega-fracties in het land te benaderen om deze zaak onder de aandacht te brengen. De voorzitter deelt mee dat over de motie zal worden gestemd in de digitale stemagenda. Daarop sluit de voorzitter, te 22.44 uur, de vergadering.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
27
Raadsvergadering van 20 mei 2021
28
Lijst van toezeggingen, gedaan tijdens raadsvergadering van 20 mei 2021.
Raadsvoorstel Aanpassing ventilatie Grote Zaal TivoliVredenburg vanwege Covid-19. Wethouder Eerenberg zegt toe dat hij de raad in het derde kwartaal per brief zal informeren over een beter mechanisme voor het onderhoud van het vastgoed. zal, als de resultaten van extra onderzoeken binnenkomen, onder meer van de TU Delft, en als de aannemer aan de slag gaat, de raad rond 1 augustus een tussenbericht sturen over de stand van zaken, specifiek over TivoliVredenburg. zal samen met collega Klein bekijken hoe men nog slimmer en sneller kan gaan met de aanpak van de ventilatie op de scholen, en daarover informeren in de update die gepland is in het derde kwartaal zal met TivoliVredenburg bespreken of TivoliVredenburg iets zou terug zou kunnen doen voor de stad en het resultaat daarvan meenemen in de brief die rond 1 augustus zal verschijnen.