CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen (2022-2026) 5 februari 2026, gemeente Utrecht40.040 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bundel - Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen van 5 februari 2026 1 2 3

3.1

3.2

4 5

6 7

8

9

Opening Vaststellen van de agenda van 5 februari 2026 Vaststellen van de behandelvoorraad Ter vaststelling. Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5 februari 2026 Raadsvoorstel Vaststelling TAM Omgevingsplan hoogspanningsstation TenneT Oudenrijn Dossier 4830 voorblad Raadsvoorstel TAM-omgevingsplan station Tennet Ouderijn, Rijnenburg Vaststellingsrapport TAM-Omgevingsplan TenneT station Oudenrijn Rijnenburg TAM-omgevingsplan TenneT station Oudenrijn, Rijnenburg NL.IMRO.0344.BPTAMTENSTAOUDRIJN-VA01 Link naar TAM omgevingsplan station TenneT Ouderijn Rijnenburg Raadsbrief “Start Planproces Wind Lage Weide”; Windmolens op Lage Weide Dossier 5166 voorblad Beleidsnota Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht Raadsbrief Start planproces Wind Lage Weide Transcripties Geen. Toezeggingen/Moties Ter vaststelling. Motielijst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5 februari 2026 Toezeggingenlijst commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen 5 februari 2026 Ingekomen stukken Geen.

Raadsvoorstel Zienswijze ontwerp liquidatieplan en begroting 2026 RUD Wethouder: Oosters, beleidsterrein: Milieu en Emissieloos vervoer Indicatieve behandeltijd: 15 minuten Met het voorstel wordt de gemeenteraad in de gelegenheid gesteld om een zienswijze kenbaar te maken ten aanzien van het door de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD) toegezonden ontwerp Programmabegroting 2026 en ontwerp liquidatieplan RUD Utrecht. Dossier 5119 voorblad Raadsvoorstel zienswijze liquidatiebegroting en begroting 2026 RUD Zienswijzebrief liquidatiebegroting en begroting 2026 RUD Aanbiedingsbrief (ontwerp) Liquidatieplan en begroting RUD Utrecht Ontwerp Liquidatieplan RUD Utrecht Ontwerp Programmabegroting RUD 2026 Raadsvoorstel Wijzigen Afvalstoffenverordening Wethouder: Schilderman, beleidsterrein: Circulaire Economie Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Met dit raadsvoorstel wordt de Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht gewijzigd. De voorgestelde toevoeging in de verordening geeft het college de bevoegdheid om de nadere regel ‘datagestuurd reinigen openbare ruimte’ vast te stellen. Dit biedt de juridische grondslag om door middel van camera’s op gemeentelijke voertuigen zwerfafval te mogen detecteren. Hiermee kunnen efficiëntere en effectievere reinigingsroutes worden gepland.

Dossier 5042 voorblad Raadsvoorstel Wijzigen Afvalstoffenverordening Besluit tot wijziging van de Afvalstoffenverordening - DROP Was-wordt overzicht wijziging Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht Raadsbrief Concept Beleidsregel Datagestuurd reinigen openbare ruimte Concept Beleidsregel datagestuurd reinigen openbare ruimte - DROP Raadsvoorstel Zienswijze begroting AVU 2027 en uittreding gemeenten DRV Eemnes

10

11

Wethouder: Schilderman, beleidsterrein: Circulaire Economie Indicatieve behandeltijd: 15 minuten In de zienswijzebrief geeft de raad het Dagelijks Bestuur van Afvalverwijdering Utrecht (AVU) aan het eens te zijn met het door AVU gevoerde beleid, financiën en proces. De raad stemt in met het voorgenomen AB-besluit over de uittreding van de gemeenten De Ronde Venen en Eemnes en kan zich vinden in het uittredingsplan van deze gemeenten. Dossier 5118 voorblad Raadsvoorstel zienswijze begroting AVU 2027 en uittreding gemeenten DRV Eemnes Zienswijzebrief begroting AVU 2027 en uittreding gemeenten De Ronde Venen en Eemnes Ontwerp-besluit uittreding gemeenten De Ronde Venen en Eemnes Aanbiedingsbrief bij de AVU-ontwerpbegroting 2027 AVU Ontwerpbegroting 2027 Uittredingsplan AVU - De Ronde Venen en Eemnes Raadsvoorstel Deelneming in publiek warmte- en afvalbedrijf HVC Wethouders: Maatoug en Schilderman, beleidsterreinen: Energie en Klimaat, en Circulaire Economie Indicatieve behandeltijd: 120 minuten Met dit raadsvoorstel wordt de raad gevraagd in te stemmen met deelname van de gemeente Utrecht als aandeelhouder in het energie- en afvalbedrijf HVC. De deelname betreft de verwerking van afvalstromen en de ontwikkeling en exploitatie van collectieve warmtevoorzieningen binnen de gemeente Utrecht.

Dossier 5027 voorblad Raadsvoorstel Deelneming in publiek warmte- en afvalbedrijf HVC Raadsbrief Start voorhangprocedure en toelichting besluitvorming deelneming HVC B1 Statuten van NV HVC per 23-12-2021 (geldig) B2 Toetredingsverklaring Utrecht B5 Samenwerkingsovereenkomst GU-HVC B6 Afwegingskader verbonden partij HVC B7 Toezichtarrangement HVC B7-1 Toezichtsarrangement - Rollen GU bij HVC B7-2 Toezichtsarrangement - RASCI-matrix B12 Concept Nadere regel Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht B13 Wijzigingsbesluit Afvalstoffenverordening gemeente Utrecht Raadsbrief Reactie voorhangprocedure Aandeelhouderschap HVC (toegevoegd op 27 januari) Reactie op wensen en bedenkingen voorhangprocedure HVC (toegevoegd op 27 januari) Memo Kostenvergelijking afvaltarieven (toegevoegd op 27 januari) Overzicht ingekomen wensen en bedenkingen voorhangprocedure HVC (toegevoegd op 29 januari 2026) AANVULLING REACTIES VOORHANGPROCEDURE - Overzicht ingekomen wensen en bedenkingen voorhangprocedure HVC (toegevoegd op 29 januari 2026) Kringloopwinkels behouden voor de stad Wethouders: Schilderman en Eerenberg, beleidsterrein: Circulaire Economie, en Ruimtelijke Ordening Indicatieve behandeltijd: 30 minuten Geagendeerd door Lenno van Straalen (ChristenUnie) en Ben van Impelen (LINK) De agenderende fracties gaan graag in debat over de maatschappelijke meerwaarde van kringloopwinkels in onze gemeente

en welke samenwerking dat vraagt. In het bijzonder willen de fracties in debat over de opvolging van M20 Kringloopwinkels behouden voor de stad waarin het college werd opgedragen om in samenwerking met kringloopwinkel de Waarde op zoek te gaan naar een concrete oplossing voor een nieuwe locatie. De fracties willen ingaan op het proces, de onderzochte locaties en de manier waarop de zoektocht verder wordt voortgezet. Dossier 5117 voorblad Raadsbrief Afdoening motie M20 Kringloopwinkels behouden voor de stad M20 Kringloopwinkels behouden voor de stad M514 Geef kringlooporganisaties ook gratis toegang tot de afvalscheidingsstations

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen d.d. 29 januari 2026 Onderwerp

Beleidsveld

Planning

Fatale termijn

Aangeboden/

aanbieden

Raadsbesluit

Gestopt

Toelichting wijziging planning

Toelichting in geval van gestopt

aan raad Nota wijk- en buurtaanpak

Buurt- en

2024 en verder

wijkgericht werken

2024 Q3

Gestopt

20240425 De ‘nota Wijk- en buurtaanpak 2024 en verder’ wordt een ‘Uitvoeringsprogramma Buurt- en wijkgericht werken’. Deze is op 27 september 2024 naar de raad gestuurd.

Zienswijze Uittredingsplan

Circulaire

De Ronde Venen en

Economie

2026 Q1

26-02-2026

2026 Q1

26-02-2026

Montfoort Zienswijze AVU

Circulaire

Ontwerpbegroting 2027

Economie

Zienswijze programma-

Circulaire

en productbegroting AVU

Economie

2025 Q1

Aangeboden

2025 Q1

Gestopt

2026 Zienswijze ontwerp-

Circulaire

begrotingswijziging AVU

Economie

Een begrotingswijziging voor 2025 is niet meer van toepassing. De

2025

afwijking van de AVU-begroting is dermate laag dat een zienswijze daarop niet nodig is.

Aanpassing

Circulaire

afvalstoffenverordening

Economie

n.a.v. actualisatie VNG modelverordening en

2024 Q2

Aangeboden

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen d.d. 29 januari 2026 aanpassing definitie van een huis-aan-huisblad Beleidsnota Utrecht

Circulaire

2024 Q4

Aangeboden

Circulair

Economie

Deelneming HVC

Energie en Klimaat

2024 Q4

Aangeboden

TAM-omgevingsplan

Energie en Klimaat

2025 Q4

Aangeboden

Beleidsnota Warmte

Energie en Klimaat

2025 Q3

Aangeboden

Eigendomsvariant publiek

Energie en Klimaat

2025 Q2

Aangeboden

Warmtesysteem Beursgebied

warmtebedrijf

Er is meer tijd nodig om een goede vergelijking te maken tussen de varianten en ook de twee aangenomen moties zorgvuldig te verwerken. Wij verwachten het voorstel in Q2 aan uw raad aan te bieden.

Herijking Regionale

Energie en Klimaat

2025 Q2

Energie en Klimaat

2026 Q1

Aangeboden

Energiestrategie Klimaatvisie

Conform toezegging ontvangt de raad in Q4 2025 een raadsbrief over de terinzagelegging van de ontwerpvisie. Vervolgens wordt de visie in Q1 2026 ter besluitvorming aan de raad aangeboden.

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen d.d. 29 januari 2026 Zienswijze Begroting 2027

Milieu en

en 2028 +

Emissieloos

Meerjarenraming ODU

Vervoer

Zienswijze Kadernota

Milieu en

2028 ODU

Emissieloos

2027 Q2

18-06-2027

2026 Q4

09-01-2026

2026 Q2

11-12-2025

2026 Q2

19-06-2026

2026 Q1

20-02-2026

Vervoer Zienswijze

Milieu en

Begrotingswijziging 2026

Emissieloos

en 2027 ODU

Vervoer

Zienswijze Begroting 2027

Milieu en

en 2028 +

Emissieloos

Meerjarenraming ODU

Vervoer

Zienswijze op ontwerp

Milieu en

liquidatieplan RUD Utrecht

Emissieloos Vervoer

RV zienswijze begroting

Milieu en

incl kadernota van de

Emissieloos

nieuwe fusie organisatie

Vervoer

2025 Q3

Aangeboden

2025 Q3

Aangeboden

omgevingsdienst RV zienswijze concept

Milieu en

gemeenschappelijke

Emissieloos

regeling van de nieuwe

Vervoer

fusie organisatie omgevingsdienst (rud en odru)

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen d.d. 29 januari 2026 Raadsvoorstel Gebiedsplan

Milieu en

Gebiedsgericht

Emissieloos

Grondwaterbeheer

Vervoer

Zienswijze Ontwerp

Milieu en

Programmabegroting

Emissieloos

2025

Vervoer

Beleidsnota Luchtkwaliteit

Milieu en

2026 Q4

2024 Q2

Aangeboden

2024 Q3

Aangeboden

Emissieloos Vervoer Voortgangsrapportage

Vastgoed

2026 Q1

Beleidsnota Vastgoed

Vastgoed

2024 Q4

Langjarig borgen

Wonen en

2026 Q2

betaalbare koop, pilot

Volkshuisvesting

Uitvoeringsprogramma Vastgoed Aangeboden

Briljantlaan Evaluatie en aanpassing

Wonen en

leegstandsverordening

Volkshuisvesting

2024 Q3

Gestopt

Het ministerie van binnenlandse zaken heeft het experiment m.b.t. de leegstandswet, waar Utrecht aan meedoet, verlengd tot 31 december 2029. De extra bevoegdheden die zijn vastgelegd in de leegstandsverordening blijven daarmee beschikbaar de komende periode, waardoor de noodzaak

Lange Termijnagenda commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen d.d. 29 januari 2026 vervalt om de leegstandsverordening in 2024 aan te passen. Beleidsnota Wonen

Wonen en

2025 Q1

Aangeboden

Volkshuisvesting Wijziging

Wonen en

Huisvestingsverordening

Volkshuisvesting

2027 Q1

Was Q1 2026, wordt Q1 2027 naar aanleiding van besluit van de regio. De Huisvestingsverordening wordt namelijk vastgesteld in regioverband.

Inzet Fonds betaalbare

Wonen en

koop voor betaalbaar en

Volkshuisvesting

collectief wonen

2024 Q2

Gestopt

Zoals aangegeven in de commissie EDVW van 11 april wordt er nu gewerkt aan een uitvoeringsprogramma coöperatief wonen i.p.v. een raadsvoorstel. De omzetting van de doelbestemming van de inzet fonds betaalbare koop wordt gedaan bij het eerstvolgende product van de P&C-cyclus. Dit is conform de nieuwe standaard voor beleidsdocumenten en de raadsbrief Betaalbaar wonen en inzet fonds betaalbare koop (29 november 2023).

Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Dossiernummer

4830

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

5 februari 2026

Agendapunt

3.1

Titel

Raadsvoorstel Vaststelling TAM Omgevingsplan hoogspanningsstation TenneT Oudenrijn

ID

5057

Behandelend ambtenaar

Evelein, Rob

Telefoon E-mail

r.evelein@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Vleuten-De Meern

Thema Portefeuillehouder

Wethouder Maatoug

Beleidsveld

Energie en Klimaat

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst) Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Energie(transitie),

5 februari 2026

Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Vaststelling Tijdelijke Alternatieve Maatregel (TAM ) omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Energie en Klimaat Ontwikkelorganisatie Ruimte Jord Bodewitz 34012205 Volgt Nee (artikel 1:2 lid 2 onder f Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en het voorstel om wijzigingen in het TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg te verwerken. 2. Het TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg, dat bestaat uit het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPTAMTENSTAOUDRIJN-VA01 en het omgevingsplan aanvult met regels, vast te stellen, dat binnen het plangebied een hoogspanningsstation van 150 kilovolt (kV) mogelijk maakt.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Voor een deeloplossing van de netcongestie is de realisatie van een nieuw 150kV hoogspanningsstation in de polder Rijnenburg noodzakelijk en urgent. Dit is nodig om nieuwbouw en duurzame energie in Utrecht en de buurgemeenten aan te kunnen sluiten op het elektriciteitsnet. TenneT heeft een verzoek ingediend voor de bouw van dit nieuwe hoogspanningsstation. De bouw van een nieuw hoogspanningsstation met nieuwe ondergrondse kabelverbindingen komt in het nieuw te ontwikkelen energielandschap in het noordelijk deel van Rijnenburg.

Context Aanleiding TenneT heeft een verzoek ingediend voor de bouw van een nieuw hoogspanningsstation. Er is een dringende behoefte aan deze voorziening en aansluiting op het elektriciteitsnet. Op 24 juni 2024 is er een besluit genomen voor een voorkeurslocatie. Naar aanleiding van het besluit voor de voorkeurslocatie zijn onderzoeken gedaan en is het TAM-omgevingsplan opgesteld. Het ontwerp heeft ter inzage gelegen van woensdag 14 mei 2025 tot en met dinsdag 24 juni 2025. Tijdens deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen hebben geleid tot enkele aanpassingen in de motivering bij het TAM-plan. Verloop van de procedure Tussen ter inzagelegging afgelopen voorjaar en voorstel voor vaststelling van het TAM-omgevingsplan heeft TenneT het exacte verloop van het ondergrondse kabeltracé door de gemeente Nieuwegein opnieuw en nader moeten bepalen. Dat had mogelijk effect op de aansluitpunten waar het tracé de gemeente Utrecht in- en uitgaat. Voor het afronden van het bepalen van het ondergrondse kabeltracé in Utrecht en daarmee de verbeelding bij dit TAM omgevingsplan moest daarop gewacht worden en kon het plan daarna past afgerond worden. Bomen Uit de bomeninventarisatie blijkt dat er voor dit plan, zowel het hoogspanningsstation als de ondergrondse kabeltracé ’s, geen bomen gekapt hoeven te worden.

Juridische context Wijzigen omgevingsplan Op grond van artikel 16.30 van de Omgevingswet is voor de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Het college is op grond van artikel 160, lid 1, onder b van de Gemeentewet bevoegd om beslissingen van de gemeenteraad voor te bereiden en uit te voeren. Op grond van artikel 3:11 van de Awb wordt een wijziging van het omgevingsplan ter inzage gelegd voor een periode van zes weken. Tijdens deze periode kan iedereen een zienswijze indienen. De gemeenteraad heeft op grond van artikel 2.8 van de Omgevingswet de vaststelling van het omgevingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders bij beleidsarme, technische/juridische wijzigingen en wijzigingen waarbij er geen beleidsruimte is. In onderhavig geval is hier geen sprake van en stelt de gemeenteraad dit TAM-omgevingsplan vast. TAM-omgevingsplan Omdat het nieuwe, digitale publicatiesysteem voor omgevingsplanwijzigingen nog niet goed werkt, wordt voor het wijzigen van het omgevingsplan voor een nieuwe gebiedsontwikkeling/bouwplan gewerkt met Tijdelijke Alternatieve Maatregelen (zogenaamde TAM). Een TAM-omgevingsplan is juridisch wel een wijziging van het omgevingsplan, maar heeft technisch nog de opzet en vorm van een bestemmingsplan.

Oorspronkelijk kon conform artikel 11.1, lid 3 (‘Tijdelijke voorziening omgevingsbesluiten) een jaar na de inwerkingtreding van de Omgevingswet gewerkt worden met TAM-plannen. Met de wijziging van het ‘Besluit elektronische publicaties’ die in werking is getreden op 1 januari 2025 is deze termijn verlengd met één jaar (tot 1 januari 2026). Deze termijn wordt niet meer verlengd. Als een TAM-plan voor 1 januari 2026 ter inzage is gelegd, kan deze wel nog als TAM-plan door de raad worden

2

vastgesteld. Dit TAM-plan heeft al ter inzage gelegen en kan dus nog als TAM-plan worden vastgesteld, ook ná 1 januari 2026. Vaststellingsrapport Er zijn twee zienswijzen ingediend en het vast te stellen TAM-omgevingsplan bevat enkele wijzigingen in de regels (aanscherping realisatiegebod landschappelijke inpassing) en motivatie (tekstuele aanvulling op planrealisatie en onteigening, veiligheidszone maximale afwerp windturbine en effect van magneetvelden) van het plan ten opzichte van het ontwerp. Daarom is er een vaststellingsrapport. Beslistermijn Zo spoedig mogelijke vaststelling van het TAM-omgevingsplan is zeer wenselijk om een bijdrage te kunnen doen aan de oplossing van het urgente netcongestie vraagstuk in de regio. Voor de oplossing van de netcongestie is de realisatie van dit nieuwe 150kV hoogspanningsstation in de polder Rijnenburg voorwaardelijk, noodzakelijk en urgent. Het TAM-omgevingsplan biedt onder andere grondslag voor het mogelijke onteigeningstraject van nog te verwerven percelen voor de realisatie van het hoogspanningsstation. Beoogd effect Op dit moment kan het elektriciteitsnet van TenneT in de provincie Utrecht de grote vraag naar het transporteren van elektriciteit niet overal aan en is sprake van een vol stroomnet (zie ook de raadsbrief Impact netcongestie en gemeentelijke aanpak van 13 juli 2023).

Hierdoor moeten onder andere bedrijven, uitbreiding van bedrijven en nieuwe woningbouwlocaties langer wachten op een aansluiting. Eén van de grootste knelpunten in de regio Utrecht, dat acute aandacht vereist, betreft hoogspanningsstation Oudenrijn. Naast de uitbreiding van het hoogspanningsstation van Stedin (ook in de polder Rijnenburg), is een nieuw hoogspanningsstation (van 150 kV) hard nodig om een deel van de netcongestie op te lossen. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad • Het hoogspanningsstation Oudenrijn is in de jaren ’90 aangelegd als permanent station met een tijdelijke vormgeving (provisorium). • Op 12 oktober 2021, met de beantwoording van SV 2021 nr. 246 Overspannen elektriciteitsnet, heeft uw college de raad geïnformeerd over de door TenneT en Stedin afgekondigde congestie op het elektriciteitsnet. De huidige congestie wordt niet veroorzaakt door het hoogspanningsstation Oudenrijn, maar na 2025 kan dat wel het geval zijn. • Op 13 juli 2023 heeft uw college naar aanleiding van de brief van netbeheerders Stedin en TenneT aandacht gevraagd van de raad voor de aankomende besluitvorming rondom de benodigde uitbreiding van hoogspanningsstation Oudenrijn. • Op 12 oktober 2023 heeft uw college besloten mee te werken aan het benodigde planproces voor de realisatie van een hoogspanningsstation van TenneT op basis van een Intentiedocument (IDOC).

• Op 24 juni 2024 heeft uw college besloten de voorkeurslocatie vast te stellen direct ten oosten van het bestaande hoogspanningsstation van Stedin voor de realisatie van het hoogspanningsstation Oudenrijn van TenneT en kennisgeving te doen van het voornemen tot een wijziging van het omgevingsplan.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

Akkoord te gaan met het vaststellingsrapport met daarin de beantwoording van de zienswijzen en het voorstel om wijzigingen in het TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg te verwerken.

Argumenten 1.1

De ingediende zienswijzen leiden tot aanpassingen van de motivering van het TAM-plan.

3

De 2 ingekomen zienswijzen bieden deels constructieve input om het omgevingsplan te verbeteren. Een van de zienswijzen heeft betrekking op uitvoeringsaspecten en nadere toelichting in het plan, de andere zienswijze heeft met name betrekking op de relatie met CHW-plan Windpark en de planrealisatie door grondeigenaren. De aanpassingen zitten voornamelijk in de motivering van het besluit (de toelichting). Deze wijzigingen aan de motivering hebben geen juridische gevolgen. De zienswijzen zijn in het vaststellingsrapport samengevat en van een reactie voorzien. De zienswijzen hebben aanleiding gegeven om het TAM-plan aan te passen. Door het vaststellingsrapport vast te stellen is duidelijk dat de raad een afweging heeft gemaakt over de zienswijzen. 1.2

De ambtshalve wijzigingen zijn noodzakelijke verbeteringen aan het TAMomgevingsplan. Ten opzichte van het ontwerp-TAM-omgevingsplan zijn diverse aanpassingen verricht aan het TAM-omgevingsplan. Er zijn verschillende kleine aanpassingen aan de regels van het TAMomgevingsplan gedaan om het plan te laten voldoen aan de laatste versie van de standaard die gebruikt worden om TAM-plannen te maken. Voor de toelichting geldt dit ook; er zijn diverse tekstpassages geüpdatet, en er zijn enkele beleidskaders toegevoegd danwel vervangen door andere beleidskaders, bijvoorbeeld omdat er nieuwe beleidsdocumenten zijn vastgesteld. Een volledige beschrijving van de ambtshalve wijzigingen met daarbij ook de wijzigingen zichtbaar is opgenomen in paragraaf 3.2 van het vaststellingsrapport.

Beslispunt 2

Het TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg, dat bestaat uit het digitale bestand NL.IMRO.0344.BPTAMTENSTAOUDRIJN-VA01 en het omgevingsplan aanvult met regels, vast te stellen, dat binnen het plangebied een hoogspanningsstation van 150 kilovolt (kV) mogelijk maakt.

Argumenten 2.1

De realisatie van het hoogspanningsstation draagt bij aan de oplossing van netcongestie in de regio. Op dit moment kan het elektriciteitsnet van TenneT de grote vraag naar het transporteren van elektriciteit niet overal aan en is sprake van volle netten of congestie. Hierdoor moeten onder andere bedrijven, uitbreidingen van bedrijven en nieuwe woningbouwlocaties langer wachten op een aansluiting. Om ervoor te zorgen dat iedereen ook in de toekomst stroom blijft krijgen en ontwikkelingen zoals woningbouw, de warmtetransitie en elektrische mobiliteit mogelijk te maken is een uitbreiding van het elektriciteitsnet nodig. De komende jaren worden nieuwe hoog- en middenspanningsstations bijgebouwd, bestaande stations opgewaardeerd en nieuwe (vaak ondergrondse) kabelverbindingen aangelegd om het net toekomstbestendig te maken. De aanleg van een nieuw hoogspanningsstation in Oudenrijn draagt zodoende (deels) bij aan het verminderen van de netcongestie.

2.2

Het te realiseren hoogspanningsstation is passend in het beoogde permanente energielandschap. De realisatie van het hoogspanningsstation past in een permanent energielandschap in het noordelijk deel van de polder Rijnenburg. Uitbreiding van de energie-infrastructuur zorgt voor een adequate energievoorziening die de realisatie van woningbouw en andere functies in dit gebied mogelijk maakt.

4

2.3

Het beoogde station past binnen de voorkeurslocatie zoals vastgesteld door het college. De locatie van het hoogspanningsstation komt overeen met de door het college vastgestelde voorkeurslocatie. Het station komt direct ten oosten van het station van Stedin te liggen, met de bovengrondse hoogspanningsverbinding tussen beide stations. Het station ligt op voldoende afstand van bestaande woningen aan de Heijcopperkade en Ringkade, en op voldoende afstand van de geplande windmolens in Rijnenburg.

Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties. De kosten voor dit plan en eventuele nadeelcompensatie zijn voor rekening van de ontwikkelaar. Voor de integrale gebiedsontwikkeling van dit plangebied is een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. De initiatiefnemer neemt de plicht op zich om de nieuwe functies, de bouwplannen én de openbare ruimte in het plangebied voor eigen rekening en risico te realiseren. In de overeenkomst zijn ook afspraken gemaakt over het kostenverhaal van de door de gemeente voor het plangebied te maken kosten (plankosten, kosten bovenwijkse voorzieningen). Ook wordt vastgelegd dat eventuele nadeelcompensatie aan derden voor rekening en risico is van TenneT, de initiatiefnemer. TenneT is verantwoordelijk voor het verwerven van de gronden en is op dit moment bezig met de minnelijke verwerving daarvan. Deels zullen de gronden moeten worden onteigend als de minnelijke verwerving niet lukt.

Vervolg Na vaststelling wordt het vaststellingsbesluit en het TAM-plan gepubliceerd in het digitale gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl en op de websites utrecht.nl/omgevingsplan en regels op de kaart. Het TAM-plan wordt samen met het vaststellingsrapport zes weken lang ter inzage gelegd. Na vier weken treedt het TAM-plan al in werking; er zit daarmee een overlap in de inwerkingtreding van het TAM-plan en de periode waarbinnen beroep ingediend kan worden. Belanghebbenden kunnen tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Raad van State. De indieners van zienswijzen worden via een brief op de hoogte gebracht van het vaststellingsbesluit.

Samen stad maken Voor de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het project is afstemming gezocht tussen de gemeente en TenneT, waarbij TenneT het voortouw heeft genomen in het participatieproces. In lijn met het participatiebeleid van de gemeente Utrecht, heeft TenneT als initiatiefnemer het participatieproces in een vroeg stadium en op interactieve wijze opgezet. De omgeving werd in een vroeg stadium betrokken met als doel zeggenschap, eigenaarschap en betrokkenheid te vergroten. Er is een brief gestuurd naar omwonenden en grondeigenaren. Ook is aan de ruime omgeving tijdens een bijeenkomst informatie verstrekt over het voornemen van TenneT om het hoogspanningsstation te realiseren. Tot slot is in december 2024 voor direct omwonenden een bijeenkomst georganiseerd over de concrete ontwikkeling van het perceel met de plannen voor landschappelijke inpassing.

Communicatie Zie het kopje vervolg. Voor vragen kunnen de omwonenden terecht bij de initiatiefnemer of de gemeentelijk projectmanager. Informatie is ook op de website van de initiatiefnemer en de website van de gemeente te vinden.

(Niet)Referendabel Dit besluit is niet referendabel, omdat dit een raadsvoorstel betreft de vaststelling van een omgevingsplan (artikel 3, lid 2 onder f van de Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlagen besluitvorming  Vaststellingsrapport. 5

Digitaal bestemmingsplan TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg via link ROpubliceer;

Bijlagen informatief  Pdf van TAM-omgevingsplan station TenneT Oudenrijn, Rijnenburg – regels, toelichting, Verbeelding  Bevat persoonsgegevens - Originele zienswijze met watermerk

6

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

TAM-omgevingsplan TenneT station Oudenrijn, Rijnenburg

Vaststellingsrapport Versie: november 2025

1

1

SAMENVATTING..................................................................................................................................4 1.1 1.2 1.3

2

INHOUD VAN HET VASTSTELLINGSRAPPORT ..........................................................................................4 KORTE SCHETS VAN DE ZIENSWIJZEN...................................................................................................4 BELANGRIJKSTE WIJZIGINGEN............................................................................................................4

BEOORDELING VAN DE ZIENSWIJZEN ..................................................................................................5 ZIENSWIJZE 1 RIJKSWATERSTAAT..........................................................................................................................5 ZIENSWIJZE 2 CONSORTIUM VAN GRONDEIGENAREN ................................................................................................8

3

WIJZIGINGEN IN HET ONTWERP ........................................................................................................16 3.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.3

4

WIJZIGINGEN DOOR ZIENSWIJZEN ....................................................................................................16 Gebodsbepaling artikel 4.4 ..................................................................................................16 Aanvulling paragraaf 5.2 van de motivering (magneetvelden) ...........................................17 AMBTSHALVE WIJZIGINGEN ............................................................................................................17 Planrealisatie .......................................................................................................................17 Aanpassing verbeelding tracé ..............................................................................................18 Aanpassing landschappelijk inpassingsplan ........................................................................18 Aanpassing regels Bedrijf - Nutsvoorziening ........................................................................18 Natuurtoets ..........................................................................................................................19 ONDERGESCHIKTE VERBETERINGEN ..................................................................................................19

TOELICHTING ....................................................................................................................................20 4.1 4.2 4.3 4.4

WAT IS EEN VASTSTELLINGRAPPORT? ...............................................................................................20 DE VASTSTELLINGSPROCEDURE........................................................................................................20 WIJZE VAN BEOORDELING VAN ZIENSWIJZEN ......................................................................................20 PRIVACY .....................................................................................................................................21

2

3

1 Samenvatting 1.1 Inhoud van het vaststellingsrapport

In het vaststellingsrapport staan: 1. samenvattingen van de zienswijzen en de reactie van de gemeente op de zienswijzen en 2. de wijzigingen die de gemeente in het ontwerp aanbrengt. In hoofdstuk 5 is algemene informatie over zienswijzen en over de procedure opgenomen.

1.2 Korte schets van de zienswijzen

Er zijn twee zienswijzen ingediend. In zienswijze 1 wordt de zorg geuit dat het plan eventuele toekomstige verbredingen of aanpassingen van de A12 en A2 kan frustreren. Ook wordt de zorg geuit dat het bouwverkeer bij de aanleg van het hoogspanningsstation een belastende impact heeft op het hoofdwegennet. Daarnaast wordt verzocht nader toe te lichten dat de beschermende functie Leidinghoogspanning geen gevolgen heeft voor de bestaande functies van kruisende netwerken van Rijkswaterstaat. Ook wordt verzocht toe te lichten in hoeverre rekening is gehouden met het nabijgelegen plangebied van het bestemmingsplan Windpark Rijnenburg, Reijerscop. In zienswijze 2 wordt betoogd dat de locatie van het hoogspanningsstation ongeschikt is, dat het omgevingsplan niet los van het Chw-plan Windpark Rijnenburg, Reijerscop vastgesteld had mogen worden en dat in het omgevingsplan onvoldoende rekening is gehouden met het concrete initiatief van de indieners van de zienswijze. Ook is het omgevingsplan volgens de indieners onzorgvuldig voorbereid omdat de belangen van de indieners niet goed zijn meegenomen terwijl hen wel verregaande verplichtingen zijn opgelegd. Termijn voor het indienen van zienswijzen De ontwerp wijziging heeft van woensdag 14 mei 2025 tot en met dinsdag 24 juni 2025 ter inzage gelegen.

Gedurende deze termijn konden zienswijzen over het ontwerp aangeboden worden aan de gemeenteraad. Hoeveel zienswijzen zijn er ingediend? Er zijn twee zienswijzen ingediend.

1.3 Belangrijkste wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het ontwerp zijn tekstuele aanvulling motivering van het plan op externe veiligheid nabij windturbines en aanpassing van de regels, gebodsbepaling in functie Groen naar aanleiding van de zienswijzen, en aanvulling regels, functie Bedrijf – Nutsbvoorziening, met bouwregels.

4

2 Beoordeling van de zienswijzen Zienswijze 1

Rijkswaterstaat

Rijkswaterstaat heeft als beheerder van rijks(vaar)wegen belang bij deze omgevingsplanwijziging. De ondergrondse kabeltracés kruisen namelijk zowel de A2 en A12 als het Amsterdam-Rijnkanaal. Met Rijkswaterstaat is ketenoverleg gevoerd in de voorontwerpfase van de omgevingsplanwijziging. Rijkswaterstaat vraagt om voor iedereen inzichtelijk te maken welke reactie Rijkswaterstaat heeft gegeven in het ketenoverleg en hoe de gemeente daarmee is omgegaan. 1. Invloed op Rijkswegen Indiener van de zienswijze vraagt op welke manier in het omgevingsplan rekening is gehouden met de invloed van de gestuurde boringen bij de aanleg van ondergrondse kabelverbindingen op eventuele verbredingen van de A2 en A12 en met de fundering van bestaande en eventuele toekomstige geluidsschermen.

Reactie De vraag van de indiener ziet op uitvoering die afgestemd is met initiatiefnemer TenneT. De beoogde boorprofielen zijn afgestemd met Rijkswaterstaat in een overleg dat is geweest tussen Rijkswaterstaat en TenneT (d.d. 12-05-2025). TenneT committeert zich aan de richtlijn boortechniek waardoor er geen technisch probleem is met het kruisen van de Rijkswegen A2 en A12. In de regels van het omgevingsplan worden deze uitvoeringsaspecten niet opgenomen. In de motivering van het omgevingsplan wordt in paragraaf 4.1.1 benadrukt dat er in het basisontwerp van het hoogspanningsstation rekening is gehouden met de mogelijke uitbreiding van de snelwegen (Besluit Kwaliteit Leefomgeving (BKL)-reservering voor de uitbreiding van een rijksweg). Ook bij verdere uitwerking van het ontwerp wordt rekening gehouden met de mogelijke verbredingen van de A12 en A2 en met de fundering van bestaande en mogelijke toekomstige geluidschermen. Hierdoor zijn er geen belemmeringen voor toekomstige verbredingen en geluidsschermen. 2. Bouwverkeer Het is voor indiener onduidelijk of bij deze ontwikkeling rekening is gehouden met de impact van het bouwverkeer op het hoofdwegennet. Indiener verzoekt de gemeente de stelling dat de ontwikkeling van het hoogspanningsstation geen impact heeft op het hoofdwegennet nader toe te lichten.

Reactie

Het bouwverkeer ten behoeve van de ontwikkeling van het hoogspanningsstation betreft uitvoeringsaspecten die separaat worden afgestemd door initiatiefnemer TenneT met Rijkswaterstaat en deze uitvoeringsaspecten regelen we niet in het omgevingsplan. In de zienswijze uit indiener zijn zorgen over de ontsluiting van het te ontwikkelen onderstation Oudenrijn. In een analyse van de bestaande wegenstructuur rond de Heycopperkade zijn drie

5

verschillende aanrijroutes bekeken, deze zijn in figuur 1 weergegeven als de rode, oranje en groene route.

Figuur 1: Mogelijke transportroutes en bijzonderheden

Route 1 (rood): De aanrijroute loopt vanaf de Meerndijk parallel aan de snelweg A12 en is goed te bereiken via de snelweg. Om bij het hoogspanningsstation te kunnen komen zal het op de Heycopperkade een smalle brug (item 1) moeten kruisen die niet geschikt is voor zwaar transport. Ter hoogte van het hoogspanningsstation zal de route een sloot kruisen (item 6). Route 2 (oranje): Deze aanrijroute is goed bereikbaar vanaf de snelweg (A2/A12) . Het transport zal via de C.H. Letscherweg en het Strijkviertel onder het viaduct van de A12 (item 2) door de Heycopperkade moeten bereiken. De hoogte van het viaduct is echter niet voldoende voor het transport van de spoelen voor het hoogspanningsstation. Verder moet deze route ook de sloot kruisen. Route 3 (groen): Voor deze aanrijroute moet een tijdelijke afrit vanaf de snelweg A12 (item 4) gerealiseerd moeten worden, die direct uitkomt op de Heykopperkade. Vervolgens zal het transport op dezelfde wijze als routes 1 en 2 de sloot moeten kruisen. Voor alle drie de opties geldt dat het zware transport (de zandwagens en de spoelen) niet zonder aanpassingen aan de bestaande wegen de locatie kunnen bereiken. Het streven is om voor het reguliere transport gebruik te maken van route 1. Deze route is, zoals eerder aangegeven, niet geschikt voor zwaar transport. Het reguliere vrachtverkeer kan wel over deze route.

De Heycopperkade is recentelijk opgeknapt door de gemeente Utrecht. Route 2 is het voorkeursalternatief als aanvoerroute voor het zware transport (zandwagens) en het aanvoeren van de compensatiespoelen. Voor het aanvoeren van de spoelen zijn er mogelijk maatregelen nodig om het viaduct tussen Strijkviertel en de Heycopperkade te passeren. De gedemonteerde compensatiespoelen hebben een hoogte van 3,850 m. Mogelijk moet om voldoende hoogte onder het viaduct te bereiken de weg of het gras gefreesd en/of afgegraven worden. Het derde alternatief is om een tijdelijke afrit op de snelweg A12 te realiseren voor de aanvoer van (zwaar) transport. Dit wordt als niet kansrijk gezien vanwege (1) het hoogteverschil tussen de snelweg en de Heycopperkade en (2) vanwege het beleid van Rijkswaterstaat dat nieuwe en tijdelijke afritten in beginsel niet wenselijk zijn. Tot slot (3) is een afrit lastig te realiseren vanwege de nabijheid van knooppunt Oudenrijn.

6

Een nadere uitwerking van de transportroutes zal nog door TenneT worden opgesteld in de vorm van een transportplan voor de bouw van het hoogspanningsstation. Voor de bouw van het station van Stedin is in het verleden route 1 gebruikt voor het reguliere transport, en is route 2 gebruikt voor het zware transport. Op het moment dat concreet inzichtelijk is welke maatregelen getroffen moeten worden om het transport mogelijk te maken, zal dit worden afgestemd met alle betrokken partijen. Indien noodzakelijk zal TenneT ook met Rijkswaterstaat in overleg gaan. 3. Beschermende functie leiding-hoogspanning Indiener verzoekt inzicht te geven in de gevolgen van de beschermende functie leidinghoogspanning voor de A12, A2 en het Amsterdam-Rijnkanaal en bestaande en eventuele toekomstige bosschages op het areaal van Rijkswaterstaat. Ook verzoekt indiener inzicht te geven in de gevolgen van de vergunningsplicht voor grondwerk op eventuele vervanging van damwanden langs het Amsterdam-Rijnkanaal en op eventuele toekomstige verbreding of aanpassing van de A12/A2. Rijkswaterstaat wil weten welke functie voorrang krijgt.

Reactie Uit de zienswijze blijkt dat het voor indiener niet precies duidelijk is welke beperkingen de beschermende functie leiding-hoogspanning oplegt. De beschermende functie leidinghoogspanning beperkt het gebruik van grondwerken in dit gebied. Wanneer er plannen zijn om grondwerk uit te voeren binnen de functie van dit gebied (bijv. het plaatsen van damwanden, geluidschermen of het verbreden van de rijkswegen), is het noodzakelijk om een omgevingsvergunning aan te vragen waarbij getoetst wordt aan de beschermende functie en onderliggende functie. Het college van b en w van de gemeente Utrecht zal in dit geval advies inwinnen bij netbeheerder (TenneT) met als doel de veiligheid van de hoogspanningsleidingen in de grond te waarborgen. Het ontwerp van TenneT van de boorprofielen voldoet aan de richtlijnen van Rijkswaterstaat. Per situatie zal worden afgewogen hoe de te vergunnen activiteiten zich verhouden tot de veiligheid van de hoogspanningsleidingen. De beschermende functie beperkt niet in absolute zin maar vraagt een nadere afweging hoe het gewenste grondwerk op veilige en verantwoorde wijze gedaan kan worden gelet op de beschermende functie. In Hoofdstuk 7.3 van de motivering is dit ook nader toegelicht. 4. Externe veiligheid Indiener verzoekt toe te lichten op welke wijze rekening is gehouden met het bestemmingsplan windpark Rijnenburg, Reijerscop.

Reactie Bij deze omgevingsplanwijzigingsprocedure is rekening gehouden met het vastgestelde Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop. De voorkeurslocatie van het hoogspanningsstation houdt bijvoorbeeld rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020), te weten 245 meter. Hierbij is uitgegaan van de tiphoogte van de windturbine ten oosten van het hoogspanningsstation. Ter verduidelijking is de motiveringf aangevuld en is er een afbeelding toegevoegd waaruit duidelijk wordt op welke manier rekening is gehouden met de afstand van het hoogspanningsstation tot de windturbine. Conclusie Op grond van deze zienswijze wordt paragraaf 2.3.2.3 van de motivering aangevuld en wordt ter verduidelijking een afbeelding van de transportroutes ingevoegd. In paragraaf 3.1 is de wijziging precies beschreven.

7

Zienswijze 2

Consortium van grondeigenaren

Het Consortium is een samenwerkingsverband van de verenigde eigenaren van percelen in de polders Rijnenburg en Reijerscop. De gronden van AM B.V., lid van het Consortium, liggen in het plangebied. In deze hoedanigheid heeft het consortium belang bij deze omgevingsplanwijziging. 1.

Alternatieve locatie a. Indiener stelt dat TenneT, het consortium en de gemeente middels een locatieonderzoek

twee voorkeurslocaties voor het hoogspanningsstation hebben bepaald. Volgens indiener genoot de gekozen locatie de voorkeur omdat deze locatie buiten de hindercirkel van de geplande meest oostelijke windturbine (Chw Bestemmingsplan Windpark, Reijerscop,

Rijnenburg) valt. De andere locatie (in de oksel van knooppunt Oudenrijn) viel volgens het consortium binnen de hindercirkel maar was daarbuiten de meest geschikte locatie. Het college heeft de studie naar de verkeersveiligheid, voorwaarde voor de

omgevingsvergunning voor de oostelijke gelegen windturbine, niet willen afwachten en anticipeerde zo op een positief advies over de oostelijk gelegen windturbine bij de locatiekeuze van het hoogspanningsstation.

Reactie In de verkenning naar een geschikte locatie voor het TenneT onderstation Oudenrijn 150kV, is er in samenwerking met het Consortium van Grondeigenaren Rijnenburg en stedenbouwkundig en landschappelijk adviesbureau IMOS-onderzoek gedaan naar de mogelijke locaties van het nieuw te bouwen station. In deze verkenning zijn een zestal alternatieven onderzocht. De alternatieven zijn beoordeeld op verschillende afwegings-aspecten en milieuaspecten. Enkele relevante aspecten die meewegen in de locatiekeuze van het station zijn: Aanwezigheid van windmolens (en bijbehorende contouren voor werpafstand wieken) -

Bestaande kabels en leidingen

-

Aanwezige bebouwing en geluidsnormen

-

Nabijheid van het Stedin station

-

Landschappelijke kenmerken

Figuur 1. Overzicht onderzochte alternatieven locatiestudie station Oudenrijn (bron: IMOS, januari 2024).

8

De zes varianten zijn in het rapport tegen elkaar afgewogen. Zie figuur 1 voor de onderzochte varianten. De afweging van de varianten is schematisch weergegeven in de volgende tabel: Variant 1

Variant 2

Variant 3

Variant 4

Variant 5

Variant 6

+ Volgt

+ Volgt

+ Dichtbij

+ Dicht langs

+ Op

- Staat

kavelrichting 1A

kavelrichting

station

de snelweg

bedrijventerrein,

middenin de

Stedin

4A/4B

niet binnen straal

‘nieuwe stad’

3A/3B

woningen

+ Aansluitend op

+ Op gronden

- Haaks op

+ Wenselijk

+ Dicht langs de

- Haaks op

Stedin 1A/1B

consortium

het

uit de buurt

snelweg

het bodem en

landschap,

van

bodem en

toekomstige

water

ontwikkelinge

sturend

n 4A/4B

water sturend

(indien - Te dicht langs de

+ Dichtbij

gedraaid

- Haaks op

- Grotere afstand

- Grotere

nieuwe

Stedin station

beter in te

het landschap,

te overbruggen

afstand te

passen 3B)

bodem en

naar Stedin

overbruggen

ontsluitingsweg 1A

water sturend

naar Stedin

4B - Past niet tussen

-

- Vormt

-Toekomstige

- Haaks op het

- HOV-

station Stedin en

Barrièrewerking

barrière ten

infrastructuur

landschap,

verbinding in

bestaande infra 1A

van beide

aanzien van

komt in het

bodem en water

hindercontou

stations naast

nieuwe

gedrang

sturen

r

elkaar

entree

4A/4B

3A/3B - Gedraaid staat

- Dicht

- Voorzien als

deze haaks op de

langs de

bedrijventerrein

landschapsstructuu

Wetering

in

r en vormt extra

daarmee

bestemmingspla

barrière voor

mogelijke

n

nieuwe entree 1B

belemmerin g voor recreatieve ontsluiting 3A/3B

- Valt binnen contour voorstel windmolens consortium 1B Tabel 3. Vergelijking varianten locatiestudie IMOS

De conclusie van het verkennende adviesrapport is dat er twee varianten de voorkeurslocaties voor station Oudenrijn worden aangemerkt (figuur 5).

9

Figuur 5. Voorkeursopties 2 en 5 station Oudenrijn (bron: locatiestudie station Oudenrijn adviesbureau IMOS, januari 2024)

Variant 2 scoort ten opzichte van variant 5 beter op landschappelijke aspecten: het station volgt de kavelrichting van de polder, ligt direct naast het aan te sluiten station van Stedin, sluit aan bij de visie van het toekomstige energielandschap én ligt buiten de werpcontouren van de te bouwen windmolens. Variant 5 scoort beter op bereikbaarheid en zou kunnen worden gerealiseerd op een bestaand bedrijventerrein. In de zoektocht naar de definitieve locatiekeuze is er vanuit de omgeving door een samenwerkingsverband van de verenigde eigenaren van percelen in de polders Rijnenburg en Reijerscop (het consortium), de voorkeur gegeven aan de locatiekeuze van het station in de oksel van het knooppunt Oudenrijn (zie figuur 1, variant 4a en 4b). De voorkeur van TenneT is daarentegen variant 2. Concluderend: De huidige locatiekeuze van het hoogspanningsstationscoort ten opzichte van de variant in de oksel van knooppunt Oudenrijn beter omdat (1) de afstand tot het station van Stedin kleiner is, (2) het station niet binnen de werpcontouren ligt van de te plaatsen windmolens (zie ook figuur 5), (3) dit aansluit bij de visie van het energielandschap Rijnenburg en de toekomstige ontwikkelingsplannen voor de polder Rijnenburg.

Daarnaast (4) is deze variant beter in de oorspronkelijke verkaveling van het landschap in te passen en (5) is vanuit deze locatie de tracering richting Strijkviertel, waar het kabeltracé aangesloten moet worden op de bestaande kabel richting station Lage Weide, de kortste route. Mede op voorgaande punten, is besloten tot de keuze voor de locatie van het hoogspanningsstation (voorkeursvariant 2). b.

Indiener haalt aan dat uit het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg blijkt dat een omgevingsvergunning voor de meest oostelijke windturbine slechts kan

worden verleend als geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico voor het verkeer van knooppunt Oudenrijn ontstaat. Het college moet zich baseren op een advies van

Rijkswaterstaat en een gezamenlijk uit te laten voeren verkeersonderzoek. Zowel het

verkeersonderzoek als het advies van Rijkswaterstaat zouden zich keren tegen verlening

van de omgevingsvergunning voor de bouw van de meest oostelijke windturbine. Indiener

stelt dat de vergunning niet verleend kan worden, de turbine niet kan worden gebouwd en

10

dat de andere locatie (in de oksel van knooppunt Oudenrijn) hiermee ook niet binnen een

hindercirkel bevindt. Deze locatie zou hiermee de meeste geschikte locatie zijn ook omdat deze locatie het minst bezwarend zou zijn voor andere toekomstige ontwikkelingen. De locatie zou volgens indiener moeten worden heroverwogen.

Reactie Het onderzoek naar de verkeersveiligheidsaspecten van de locatie van de oostelijke windmolen is in gezamenlijk opdrachtgeverschap van de gemeente en Rijkswaterstaat uitgevoerd en inmiddels afgerond. Bij het onafhankelijke onderzoek zijn meerdere experts betrokken, om een breed gedragen aanpak te formuleren en onafhankelijke conclusies te krijgen. Het onderzoek concludeert dat met enkele maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren de meest oostelijke windmolen nabij het knooppunt Oudenrijn verantwoord kan worden geplaatst. Op verzoek van de initiatiefnemer herstellen we de omgevingsvergunning van de meest oostelijke windmolen. Dit gaat alleen over het onderdeel verkeersveiligheid. Hierdoor wordt de omgevingsvergunning uitgebreid met de activiteit ‘afwijken van het bestemmingsplan’. Het ontwerp-herstelbesluit ligt van 6 december 2025 tot en met 16 januari 2026 ter inzage. De gekozen locatie wordt het meest geschikt geacht voor wat betreft inpasbaarheid in de gebiedsontwikkeling van het energielandschap Rijnenburg. Het hoogspanningsstation komt direct naast het station van Stedin te liggen waarmee het een directe verbinding krijgt. Tot slot is in het kader van de urgentie van het oplossen van de netcongestie in de regio onwenselijk de gekozen locatie nu nog te wijzigen. Vertraging van de bouw van het hoogspanningsstation moet zo veel mogelijk worden voorkomen.

De eventuele bouw van de meest oostelijke windturbine staat in dit plan niet ter discussie. 2.

Begrenzing Volgens indiener is de begrenzing van deze wijziging van het omgevingsplan in strijd met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Volgens indiener is het Chwbestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg niet uitvoerbaar indien het Omgevingsplan ten behoeve van het hoogspanningsstation niet wordt vastgesteld en uitgevoerd. Tussen beide plannen bestaat een dusdanige samenhang en onderlinge afhankelijkheid dat deze niet los van elkaar kunnen worden vastgesteld.

Reactie Bij de voorbereiding en totstandkoming van dit plan is verder gekeken dan de plangrens. Er is rekening gehouden met de door de gemeenteraad vastgestelde Visie Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop en het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg. Het is onjuist dat het Chw bestemmingsplan Windpark, Reijerscop, Rijnenburg niet uitvoerbaar is als dit plan niet wordt vastgesteld. Voorzien is dat in de komende jaren ruimte is voor het windpark om aan te sluiten en elektriciteit te transporteren. Een aansluiting bij Stedin wordt inmiddels gerealiseerd. De netaansluiting zal beschikbaar zijn in 2025-2026. Stedin heeft al in 2023 een bestemmingsplanprocedure doorlopen voor de aanpassing van het station dat hiervoor nodig is. Het station beschikt hiermee al over voldoende transportcapaciteit voor het windpark. Voor het windpark is de capaciteitsuitbreiding van TenneT niet nodig. 3.

Alternatief plan Volgens indiener heeft indiener een concreet alternatief plan voor het Chw bestemmingsplan Windpark Rijnenburg, Reijerscop ingediend en heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het Chw-bestemmingsplan onvoldoende inzicht gehad in het alternatief van het Consortium en zal dit alternatief opnieuw moeten beoordelen. Omdat dit omgevingsplan geen rekening houdt met het alternatieve plan van het consortium is dit omgevingsplan volgens het consortium onzorgvuldig gemotiveerd.

11

Reactie De aanleiding voor de omgevingsplanwijziging voor het hoogspanningsstation is een concreet plan van initiatiefnemer TenneT. Bij onderhavige omgevingsplanwijziging is het windpark het uitgangspunt, zoals het met Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop (vastgesteld door de gemeenteraad op 6 juni 2024) wordt mogelijk gemaakt. Daarnaast wijzen wij erop dat het alternatief plan, zoals aangekondigd in de zienswijze van indiener van 4 juli 2023 m.b.t. Chw ontwerpbestemmingsplan Windpark, Rijnenburg en Reijerscop, pas op 1 december 2023 is ingediend. Hier is voor de vaststelling van het Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop nog op ingegaan (hiervoor verwijzen wij naar de raadsbrief Ter inzagelegging Ontwerpbestemmingsplan windpark Rijnenburg en Reijerscop). 4.

Onderbouwing a. Indiener stelt dat de belangen van de grondeigenaren niet goed zijn meegenomen. Volgens indiener wordt hen een gebodsbepaling om een landschappelijk inpassingsplan te realiseren opgelegd die op zichzelf in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. Dit zou het eigendomsrecht (art 1 EVRM EP) aantasten. Daarnaast wordt volgens indiener het huidige legale gebruik wegbestemd. De belangenafweging om bestaand gebruik weg te bestemmen is volgens indiener niet goed gemaakt. Tot slot zouden de gevolgen van waardevermindering van de grond als gevolg van deze omgevingsplanwijziging niet goed zijn meegenomen.

Reactie Het doel van de initiatiefnemer TenneT is om de gronden minnelijk te verwerven voor de realisatie van het hoogspanningsstation. De voorwaardelijke verplichting is opgenomen met als doel TenneT te verplichten het station na realisatie op een goede manier in te passen in het landschap. Ook het laten vervallen van de agrarisch functie heeft als doel het mogelijk maken van het initiatief van TenneT. Op termijn zou deze functie met de ontwikkeling van Rijnenburg ook niet meer mogelijk zijn. Ten aanzien van de agrarische functie is er sprake van een nieuw planologisch inzicht. Er heeft een belangenafweging plaats gevonden tussen aan de ene kant de belangen van de grondeigenaren en het huidige agrarische gebruik en aan de andere kant de urgentie van het (gedeeltelijk) oplossen van netcongestie in de regio. Hierbij heeft de gemeente het algemene belang van het (gedeeltelijk) oplossen van de netcongestie in de regio zwaarder geacht. Deze belangenafweging komt ook terug in het locatieonderzoek dat is uitgevoerd. De grondeigenaren worden geen verplichtingen opgelegd en ze lijden ook geen schade door waardevermindering. De verplichting geldt namelijk voor TenneT die de gronden al dan niet op minnelijke wijze over zal nemen en de eventuele waardevermindering komt dan ook voor diens rekening.

Allereerst zal minnelijk geprobeerd worden de gronden te verwerven, mocht binnen afzienbare tijd geen overeenstemming worden bereikt dan is in uiterste geval onteigening in beeld. De wijziging van het omgevingsplan ten behoeve van de realisatie van een hoogspanningsstation inclusief landschappelijke inpassing zal uiteindelijk als grondslag voor een eventuele onteigening kunnen dienen. Onbedoeld is in artikel 4.4 van het plan de volgende regel opgenomen: Binnen 3 jaar na de inwerkingtreding van dit plan zal het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 10 worden aangelegd en in stand worden gehouden. Om de voorwaardelijke verplichting te koppelen aan de realisatie van het station en niet aan de inwerkingtreding van de omgevingsplanwijziging wordt dit artikel aangepast in de regels: binnen 3 jaar na in bedrijfsname van het hoogspanningsstation zal het landschappelijke inpassingsplan uit Bijlage 10 worden aangelegd en in stand worden gehouden. b.

Veiligheidszone Volgens indiener is het onduidelijk gemotiveerd en oncontroleerbaar hoe de ligging van het hoogspanningsstation en benodigde kabelverbindingen buiten de veiligheidszone liggen die behoort bij deze geprojecteerde windturbine.

Reactie

12

De meest oostelijke windmolen is direct oostelijk van het voorziene hoogspanningsstation geprojecteerd (in de hoek bij Knooppunt Oudenrijn). De ligging van het hoogspanningsstation en benodigde kabelverbindingen liggen buiten de veiligheidszone die behoort bij deze geprojecteerde windturbine. De voorkeurslocatie van het hoogspanningsstation houdt rekening met de maximale werpafstand bij nominaal toerental waarbuiten geen negatieve invloed van een windturbine te verwachten is (afstandscriteria in Handreiking Risicozonering Windturbines, 2020), te weten 245 meter. Hierbij is uitgegaan van de tiphoogte van de windturbine ten oosten van het hoogspanningsstation. Ter verduidelijking is de motivering aangevuld en is er een afbeelding toegevoegd waaruit duidelijk wordt op welke manier rekening is gehouden met de afstand van het hoogspanningsstation tot de windturbine. c.

Magneetvelden Indiener stelt dat het effect van de kabelverbindingen op de toekomstige ontwikkelingen in het gebied moet worden beoordeeld. Van belang voor het aanleggen van kabeltracés is dat er geen situaties ontstaan waarbij mensen langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden boven 0,4 μT. Ook vreest indiener dat eventuele toekomstige HOVverbindingen of andere onderdelen van het scenario ‘Klein Rijnenburg’ worden gefrustreerd door magneetvelden.

Reactie In Nederland zijn geen wettelijke normen gesteld voor de blootstelling aan magneetvelden die ontstaan bij een hoogspanningsverbinding. In Nederland geldt een voorzorgbeleid voor magneetvelden. Dit beleid richt zich op het zo veel mogelijk voorkomen van langdurige blootstelling. TenneT volgt dit advies op bij de bouw van een hoogspanningsverbinding of -station met technische maatregelen die magneetvelden bij de bron verkleinen. We noemen dat bronmaatregelen. Het voorzorgsbeginsel waarbij blootstelling aan magneetvelden als gevolg van hoogspanningsverbindingen idealiter niet boven 0,4 microtesla uitkomt geldt alleen voor bovengrondse hoogspanningskabels en indien er sprake is van langdurig verblijf. De kabels worden ondergronds aangelegd. TenneT neemt hierbij voldoende bronmaatregelen. De sterkte van een magneetveld hangt af van de diepte en de manier waarop de kabels in de grond liggen, bijvoorbeeld naast elkaar of in driehoek. De ondergrondse kabels van TenneT worden in een driehoek gelegd zodat magneetvelden minimaal zijn. Ook liggen de kabels meer dan vijf meter onder de grond. Zie ook paragraaf 5.2 van de toelichting voor een uitgebreide toelichting over magneetvelden. Naar aanleiding van deze zienswijze wordt paragraaf 5.2 van de motivering aangevuld. De loop van toekomstige HOV-verbindingen in Rijnenburg zijn nog niet exact bekend.

Eventuele effecten van magneetvelden op toekomstige HOV-verbindingen of andere onderdelen van het scenario ‘Klein Rijnenburg’ worden niet verwacht omdat de bronmaatregelen van TenneT de magneetvelden minimaliseert op 1 meter boven maaiveld. Aangezien de bovengrondse hoogspanningsverbindingen verdwijnen en op de ondergrondse verbindingen de nodige bronmaatregelen worden getroffen zullen de magneetvelden netto gezien substantieel afnemen. d.

Geluid In het kader van geluidsniveaus heeft er volgens de indiener geen toets plaatsgevonden aan het criterium van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en is in het bijzonder geen rekening gehouden met geluidscumulatie van het station met toekomstige windturbines.

Reactie

13

Uit het geluidsonderzoek blijkt dat het hoogspanningsstation amper geluid produceert en dat zowel de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT als de maximale geluidniveaus LAmax voldoen aan de wetgeving en aan de waarden uit de Beleidsnota Geluid en Trillingen van de Gemeente Utrecht. Het hoogspanningsstation heeft daarmee wat betreft geluid geen effect op omliggende functies. Gecumuleerd geluid hoeft slechts in specifieke gevallen te worden beoordeeld. Het realiseren van een hoogspanningsstation is niet zo’n situatie. E. Inpassingsplan

Indiener stelt dat de realisatie van het groene inpassingsplan noodzakelijk is om te voldoen aan de instructieregel van artikel 7.11 van de provincie Utrecht. Indiener stelt dat het allerminst zeker is dat het groene inpassingsplan gerealiseerd kan worden omdat de gronden niet in handen zijn van TenneT en dat daarmee de uitvoerbaarheid van het plan in het geding komt. Volgens indiener kan de gebodsbepaling met de voorwaardelijke verplichting om het groene inpassingsplan te realiseren geen standhouden bij de rechter waarmee niet aan de omgevingsverordening van de provincie Utrecht wordt voldaan.

Reactie De realisatie van het groene inpassingsplan is inderdaad noodzakelijk om te voldoen aan de instructieregel van artikel 7.11 van de provincie Utrecht. Daarom is ook een gebod opgenomen om het inpassingsplan te realiseren. Het gebod is gericht aan initiatiefnemer voor het hoogspanningsstation, i.c. TenneT. Initiatiefnemer TenneT is ook voornemens de relevante gronden minnelijk te verwerven. Het gebod zal dan ook nadrukkelijk worden gekoppeld aan de realisatie en in bedrijfsname van het hoogspanningsstation. Omdat dit gebod gekoppeld dient te worden aan de realisatie van het station wordt artikel 4.4 van de planregels aangepast. e.

Soorten Indiener stelt dat niet kan worden vastgesteld of daadwerkelijk beschermde soorten in het plangebied zijn aangetroffen. Daarom kan de gemeenteraad zich volgens indiener niet op het standpunt stellen dat het wettelijke soortenbeschermingsregime in zoverre niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat.

Reactie

Er is nader ecologisch onderzoek (september 2025) uitgevoerd. Op basis daarvan kan het volgende geconcludeerd worden: In het gebied zijn hazen en konijnen aangetroffen. De waarnemingen duiden er echter op dat het niet om essentieel leefgebied gaat, maar dat deze soorten het gebied alleen gebruiken om te foerageren. Geen van de overige onderzochte soorten (kleine marterachtigen, steenmarter, platte schijfhoren, rugstreeppad, heikikker, grote modderkruiper) zijn aangetroffen in het gebied. Er zijn geen specifieke vervolgacties noodzakelijk met betrekking tot deze soorten. f.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=8f67d1b1-2b59-436b-a8c5-67834e1b3752