CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Gemeenteraad 17 februari 2022, gemeente Utrecht43.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Hij ontraadt motie 3. De heer Van der Zweth (PvdA) bestrijdt dat het omdraaien van de rijrichting geen oplossing van het probleem is. Bovendien zijn er geen zwaarwegende bezwaren tegen dat omdraaien. Hij vraagt of de petitie, die breed ondersteund en ondertekend is, voor de wethouder geen reden is om een proef met het genoemde uitgangspunt te doen om recht te doen aan de participatie die er is geweest. De voorzitter merkt op dat het niet de bedoeling is het commissiedebat te herhalen. De heer Verschuure (wethouder) wijst op het verschil tussen een petitie, waarin een bepaalde groep zich laat horen, en een participatietraject waarin alle meningen in een wijk worden gepeild. De gemeente heeft ook signalen uit de wijk ontvangen van mensen die tegen het omdraaien van de rijrichting zijn. Bovendien spelen er zorgen bij andere belangen, zoals de school, als de rijrichting zou worden omgedraaid. Bij een volwaardig participatieproces moet naar de mening van de wijk worden gevraagd. Het omdraaien van de rijrichting betekent het weghalen van een wadi en ambtelijke inzet met een totaal van € 50.000 aan kosten. Hij vindt het zonde van het geld om na een proef de rijrichting weer om te moeten draaien. Hij besteedt dat geld dus liever aan andere dingen. Bovendien is de motie niet gedekt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft een punt van orde.

De voorzitter spreekt raadsleden aan op het herhalen van de commissiebehandeling. Maar het college doet dat in de beantwoording ook en daar wordt niet op gewezen. Hij verzoekt de voorzitter dit bij raad en college te doen. De voorzitter stelt vast dat zowel raad als college het debat overdoen waarin ze elkaar niet hebben overtuigd. Dat is niet de bedoeling. Ze heeft het ordepunt gehoord. Mevrouw De Boer (GroenLinks) wijst erop dat het punt van de proef in de motie nieuw is. Dat is in de commissie niet besproken. De heer Bosch (PVV) bevreemdt het de wethouder bij kosten van € 50.000 een zeer breed draagvlak wil, en daar niets van wil weten als het gaat om meer dan € 1 miljoen voor de Maliebaan. Hij vraagt waarom daarvoor geen draagvlakonderzoeken worden gedaan en voor kleine projecten wel. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat over de Maliebaan heel veel met de omgeving is gesproken. De details heeft hij niet paraat. Voor het omdraaien van de rijrichting moet een aantal

Raadsvergadering van 27 januari 2022

7

ingrepen worden gedaan in de openbare ruimte. Dat kost minimaal € 50.000. Hij vindt dat de moeite waard om er kritisch naar te kijken. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wijst erop dat in de commissie goed is geluisterd naar de antwoorden van de wethouder en de motie daarom is geformuleerd zoals ze is geformuleerd, namelijk om bij de oplossing die wordt gezocht de buurt actief te betrekken en niet zomaar € 50.000 te besteden. Hij vraagt waarom de wethouder dit niet ziet als het participatieproject waarover hij het heeft. De heer Van der Zweth (PvdA) onderstreept wat de heer Van der Graaf zegt. De punten in het dictum zeggen precies wat de wethouder vraagt: onderzoek het en betrek de buurt. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat hij zich zo'n onderzoek kan voorstellen als er zou staan: peil de mening in de omgeving over het al dan niet omdraaien van de rijrichting. Maar er staat een onderzoek doen met een uitgangspunt en vervolgens een proef doen en als die niet slaagt, de rijrichting weer omdraaien. Zo begrijpt hij de motie, anders staat er niet klip en klaar in wat de indieners bedoelen. De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat participatie ergens over moet gaan. Het omdraaien van de rijrichting is het gesprek dat moet worden gevoerd en een proef wordt pas gedaan als er aanleiding toe is. Dit is iets anders dan de wethouder zegt.

De heer Verschuure (wethouder) leest echt dat het omdraaien als uitgangspunt wordt genomen, en niet als vraag. Hij denkt dat het omdraaien van de rijrichting geen oplossing is voor het probleem dat wordt geschetst en vindt een onderzoek daarnaar niet nodig. Hij erkent dat het omdraaien van de rijrichting niet schaadt, maar wijst erop dat dit wel veel geld kost en er mensen zijn die dit niet willen. Dit betekent dat er een knoop moet worden doorgehakt en daarvoor een draagvlakmeting beter geschikt is dan een proef. De heer Peters (D66) ziet een oplossing door het uitgangspunt uit de motie te schrappen en het participatiepunt erin te laten staan. Dan kan men tot een gedragen motie komen. De heer Verschuure (wethouder) vindt dat aan het oordeel van de raad. Mevrouw De Boer (GroenLinks) vindt een proef een slecht idee bij zo'n grote verandering, omdat die omdraaiing dan toch niet meer wordt teruggedraaid. Daar moet men duidelijk over zijn. Ze vraagt of de motie beter behapbaar is voor de wethouder als de proef eruit wordt gehaald. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat hij daarop aanslaat. Of de raad moet besluiten om de rijrichting om te draaien, het liefst naar aanleiding van een draagvlakonderzoek, of besluiten dat niet te doen. Met een proef moeten er kosten worden gemaakt, terwijl die misschien moet worden teruggedraaid. Dat vindt hij onverstandig.

Hij vervolgt dat de bebording bij de parkeerplaats wordt aangepast. Hij verwacht de uitvoering in Q2 te kunnen starten. De suggestie om paaltjes plaatsen is interessant, maar moet hij met het winkelcentrum bespreken. Hij wijst erop dat dit vreemde situaties kan veroorzaken en niet de oplossing is voor het probleem dat is geschetst. Hij feliciteert de heer Van der Graaf met zijn maidenspeech. De heer Bosch (PVV) vraagt de mindervaliden bij het plaatsen van paaltjes niet uit het oog te verliezen. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat dat een reden kan zijn om geen paaltjes te plaatsen.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

8

Mevrouw De Boer (GroenLinks) merkt op dat participatie veel meer is dan peilen hoe iets zit, maar juist gaat om het aangaan van het gesprek met bewoners die ergens verschillend over denken. Ze vraagt, los van de motie, of de wethouder bereid is om breder in de buurt met bewoners op zoek te gaan naar oplossingen voor het ervaren probleem met parkeren. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat er is gesproken met de omgeving. Er heeft een langdurig participatieproject over de ontwikkeling van De Gaard plaatsgevonden en er is jarenlang gesproken over alle ingrepen, met als resultaat een mooi winkelcentrum. Daaruit is één geschilpunt overgebleven, de rijrichting. Als de raad de rijrichting wil omdraaien, raadt hij aan dit breed in de wijk te peilen. Daarop schorst de voorzitter de vergadering enkele minuten op verzoek van de heer Van de Zweth. Na heropening verleent ze het woord aan de heer Wiegant. De heer Wiegant (SP) dient motie 4 in, Levendig winkelcentrum De Gaard zonder parkeerproblemen – Onderzoek omdraaien richting Valetonlaan, mede namens de fracties van Stadsbelang Utrecht, PVV, VVD, ChristenUnie, D66, CDA en PvdA met de opdracht, 1. een objectief breed gedragen draagvlakonderzoek te doen naar een oplossing van het eventueel omdraaien van de Valetonlaan (van zuid naar noord rijden); 2. bij deze oplossing de buurt actief te betrekken; 3.

als daar aanleiding voor is, de uitkomsten van het onderzoek uit te voeren; 4. vanwege de toegang en ontsluiting van de wijk bij deze proef de verkeerssituatie bij de Wevelaan-Kapteynlaan hierop aan te laten sluiten; 5. na een jaar een evaluatie uit te voeren over de parkeerdruk van bezoekers aan de Obbinklaan en omliggende straten, en de overige effecten, en hierbij omwonenden en winkeliers te betrekken. De heer Van Dalen (VVD) trekt daarop motie 3 in, Levendig winkelcentrum De Gaard zonder parkeerproblemen – Onderzoek omdraaien richting Valetonlaan. De heer Verschuure (wethouder) ontraadt motie 4, omdat ze geen toegevoegde waarde heeft. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor enkele ogenblikken. Na heropening stelt de voorzitter aan de orde: 11. Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 2040. Volgens de heer De Pagter (VVD) kan dit een historische dag worden waarop de raad eindelijk de wens uitspreekt om te starten met woningbouw in de polder Rijnenburg. Immers, in het regeerakkoord wordt Rijnenburg genoemd, er komt landelijk geld beschikbaar voor locaties zoals Rijnenburg en D66 Utrecht kwam deze week aan boord van Team Rijnenburg. Vandaag heeft ze de kans haar woorden in daden om te zetten. In het huidige Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) komt Rijnenburg pas na 2035 in beeld.

Maar gezien de oplopende woningnood, kan de gemeente niet tot dan wachten. Daarom dient spreker amendement 1 in, Eindelijk beginnen met Rijnenburg, mede namens de fracties van CDA, Stadsbelang Utrecht, PVV, PvdA, DENK en Student & Starter, met het besluit twee beslispunten toe te voegen, namelijk • vanwege de nijpende situatie op de woningmarkt de wens uit te spreken om zo snel mogelijk te starten met woningbouw in Rijnenburg; • het college op te dragen de teksten en afbeeldingen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief in overleg met de andere U10-gemeenten aan te passen, zodanig dat daarin de wens wordt verwerkt om voor 2027 te starten met de bouw van de eerste woningen in Rijnenburg. De heer Koppelaar (Student & Starter) is mede-indiener. Hij leest het amendement zo, dat de door de

Raadsvergadering van 27 januari 2022

9

Student & Starter-fractie gewenste roeibaan er nog steeds kan komen. Hij vraagt of de VVD-fractie zich daarvoor samen met de Student & Starter-fractie wil inzetten. De heer De Pagter (VVD) zegt dat de VVD-fractie achter het standpunt staat dat er een roeibaan moet komen, ook als met de woningbouw wordt gestart; dit staat ook in zijn initiatiefvoorstel. Maar omdat de indieners allemaal anders denken over de invulling van Rijnenburg, staat dit niet in het amendement. Het bindende element is dat ze zo snel mogelijk willen beginnen met woningbouw. De heer Ișik (PvdA) herinnert eraan dat de PvdA-fractie altijd heeft willen bouwen in Rijnenburg en vindt dat duurzaamheid en woningbouw er hand in hand kunnen gaan. Hij vraagt hoe het zit het met de ontsluiting van Rijnenburg en of hiervoor geld komt uit Den Haag. Ook vraagt hij of de VVDfractie wil meewerken aan het realiseren van woningbouw gelijktijdig met het realiseren van openbaar vervoer, zoals een busbaan. De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat er volgens het regeerakkoord geld beschikbaar is. In zijn initiatiefvoorstel staat dat men ook kan beginnen met de eerste 2500 woningen, zonder infrastructurele ingreep. Hij bevestigt dat de VVD-fractie wil meewerken aan het realiseren van woningbouw gelijktijdig met het realiseren van openbaar vervoer en verwijst hiervoor naar het initiatiefvoorstel.

Spreker hoopt van harte dat de D66-fractie de daad bij het woord voegt en zich zal uitspreken voor woningbouw, zodat het amendement een meerderheid haalt en dit een historische dag wordt. De heer Koppelaar (Student & Starter) vindt dat het IRP nog verre van concreet is en niet veel verder komt dan een stip op de horizon. Zijn fractie steunt de overkoepelende ambitie. De woon- en klimaatcrisis kan echter niet worden opgelost zonder concrete plannen, daarom hoopt hij dat de wethouder zich ten volle zal inzetten voor een betere en meer concrete uitwerking van de ambities in het IRP. Zijn fractie heeft afgezien van het indienen van een motie over woningbouw, maar steunt wel voorstellen, zoals van de fracties van VVD en CDA. Mevrouw Zwinkels (CDA) dient twee voorstellen in. Het eerste is amendement 2, Bouwen aan compacte stedelijke gebieden inclusief Rijnenburg, mede namens de fracties van Stadsbelang Utrecht, PvdA, Student & Starter en VVD dat besluit, aan beslispunt 1 toe te voegen "inclusief Rijnenburg". De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat beslispunt 1 heel lang is. In de overwegingen wordt gesproken van "compacte stedelijke gebieden", maar het is ook mogelijk Rijnenburg toe te voegen aan 1f, is de regio op weg naar energieneutraliteit. Daarmee wordt het amendement anders. Hij vraagt of mevrouw Zwinkels het ermee eens is dat dit zou moeten gebeuren.

Mevrouw Zwinkels (CDA) is het daar niet mee eens. Ze stelt het besluit op deze manier voor vanwege het regeerakkoord en de lobby om de middelen en inzet voor de verbreding van de A27 bij Amelisweerd tegen te houden, daarvoor een oplossing te vinden binnen de bak en de middelen die overblijven te gebruiken voor OV-ontsluitingen om Rijnenburg op een duurzame manier dichterbij te brengen. Daarom zet ze in op het woonaspect van Rijnenburg. Ze dient vervolgens amendement 3 in, mede namens de fracties van PvdA, D66 en Student & Starter, Concretisering van recreatie en klimaatadaptatie als regionale opgaven, met de opdracht, steviger in te zetten op de regionale opgaven van (sportieve) recreatie en klimaatadaptatie, en dit te concretiseren in de uitvoeringsplannen. Mevrouw De Boer (GroenLinks) vindt "draagt het college op" klinken als een motie en niet als een amendement. Mevrouw Zwinkels (CDA) antwoordt dat er eerst ook een ander punt in stond, de aanpassing van de

Raadsvergadering van 27 januari 2022

10

tekst van een argument. Technisch kan dit echter niet. Daarom is voor deze oplossing gekozen. De voorzitter vindt dat ingewikkeld. De indieners dragen iets op, maar schrijven niet feitelijk voor wat de gewijzigde tekst is. Ze verzoekt de indieners iets aan de tekst te veranderen. Mevrouw De Boer (GroenLinks) vraagt of er niet gewoon motie boven gezet kan worden in plaats van amendement. Mevrouw Zwinkels (CDA) maakt er een motie van. De voorzitter stelt vast dat hiermee motie 5 is ingediend in plaats van amendement 3. Mevrouw Zwinkels (CDA) vervolgt dat de CDA-fractie het belangrijk vindt dat bewoners over de samenhang van het IRP kunnen participeren. Ze vraagt hoe dat wordt georganiseerd, aanvullend op de gebiedsstudies en omgevingsvisies. Mevrouw Schilderman (D66) vindt het goed dat het IRP er nu ligt, omdat de omgeving niet ophoudt bij de gemeentegrenzen. Er staan veel ambities van verschillende gemeenten in, die met elkaar worden verbonden. Ze ziet gedeeltelijk de aandacht terug voor het verbinden van groen, biodiversiteit, en meer banen in de maakindustrie en circulaire economie. Daarom kan de D66fractie ermee instemmen. De regionale fiets- en wandelroutes komen echter minder terug, daarom steunt ze motie 5. De uitwerking voor Rijnenburg is voor haar zeer van belang. Er zal 's middags uitgebreid worden gesproken over de uitwerking op het gebied van het openbaar vervoer.

Ze vraagt wanneer de ontwerpstudie voor Rijnenburg komt. Dat helpt bij de keuzes die moeten worden gemaakt voor de inrichting van dat gebied. Ze vindt het belangrijk dat dit in samenspraak met de regio gebeurt. De heer De Pagter (VVD) wijst erop dat D66 die week heeft aangekondigd zo snel mogelijk te willen beginnen met woningbouw in Rijnenburg. De wens voor woningbouw staat echter nog niet in het IRP. Hij vraagt of de D66-fractie zijn amendement hierover zal steunen. Mevrouw Schilderman (D66) wijst op de coalitieafspraken, die anders zijn dan de huidige wensen van D66. Nu houdt zij zich aan die afspraken, hopende dat er in maart nieuwe afspraken kunnen worden gemaakt. De heer Ișik (PvdA) vraagt of D66 opnieuw de bouw in Rijnenburg zal blokkeren als ze na maart met GroenLinks in een coalitie gaat zitten. Mevrouw Schilderman (D66) lijkt dat niet in de rede liggen, maar ze durft er niet veel over te zeggen, omdat de uitkomst van de verkiezingen nog ongewis is. De heer Ișik (PvdA) vraagt waar de draai vandaan komt dat D66 nu wel wil gaan bouwen in Rijnenburg, terwijl ze de afgelopen acht jaar moties en amendementen in die richting niet heeft gesteund. Is dit verkiezingsretoriek? Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat veel partijen van mening zijn veranderd, ook de PvdA. De VVD heeft in 2017 nog voor een bouwstop in Rijnenburg gestemd.

D66 heeft nooit gezegd dat er nooit woningen kunnen worden gebouwd, maar heeft ook haar ambities voor duurzame energie neergelegd. Ze ziet kansen om dit beide te doen en dat is in het kader van de campagne zichtbaarder naar buiten gekomen. De heer Bosch (PVV) wijst erop dat een raadslid zonder last stemt, zonder zich te hoeven houden aan coalitieafspraken, en dus kan doen wat in de krant staat.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

11

Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat D66 in de krant meer heeft gezegd over haar ambities op de langere termijn en niets over het IRP. Bovendien is dat een regionaal stuk. Mevrouw De Boer (GroenLinks) wijst erop dat een goede OV-ontsluiting altijd een randvoorwaarde voor de D66-fractie is geweest. In de krant stond daar niets over. Het IRP kiest voor openbaar vervoer en U-net-afspraken. Hoe staat de D66-fractie daarin? Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat er OV nodig is bij grootschalige woningbouw. Dit staat onvoldoende in het krantenbericht. Er is onduidelijkheid over kleinschalige woningbouw bij IJsselstein. Die is wellicht mogelijk op basis van de huidige infrastructuur. Ze verzekert de GroenLinks-fractie dat bij een grootschalige ontwikkeling van de polder hoogwaardig OV nodig is. Daarom is ze blij dat er 's middags wordt gesproken over investeren in het OV, want OV in de stad is nodig om aan te sluiten op OV in Rijnenburg. De heer Schipper (SP) wijst mevrouw Schilderman op Amendement 47 van twee jaar terug door haar ingediend "Prioriteitsvolgorde bij de opvang van de groei, verdichten rond stedelijke knooppunten, binnenstedelijke knooppunten, verdichten bij knooppunten aan de rand van de stad en binnenstedelijk verdichten waarbij groen wordt gespaard en als laatste buiten de stad". Spreker gunt iedereen zijn draai, maar hij vindt deze fantastisch.

Mevrouw Schilderman (D66) ziet hierin geen draai. Er zijn grote ambities om te bouwen in het Stationsgebied, bij de Merwedekanaalzone, bij Papendorp en op de A12-zone, dus vanuit de binnenstedelijke gebieden en de knooppunten. Ze ziet de druk op de woningmarkt en gunt mensen een plek om te wonen. Daarom vindt ze het moment aangebroken om na te denken over buitenstedelijke gebieden. De heer Schipper (SP) lijkt het onrealistisch dat er binnen vijf jaar mee kan worden gestart en de Nedereindse plas ook even wordt gesaneerd. Volgens hem is dat verkiezingsretoriek. Mevrouw Schilderman (D66) reageert dat het begint met ambitie en die ambitie is, ook iets te doen aan de problemen die in IJsselstein worden ervaren. Het bouwen daar betekent dat andere gebieden groen kunnen worden gehouden en IJsselstein als kern in stand kan worden gehouden. De heer Koppelaar (Student & Starter) kan niet anders dan concluderen dat de D66-fractie voor amendement 1 gaat stemmen. Dit is immers het moment om de daad bij het woord te voegen. Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat de heer Koppelaar dat verkeerd ziet. Dit heeft ze al uitgelegd. De heer De Pagter (VVD) zal het amendement hoofdelijk in stemming laten brengen. De heer Ișik (PvdA) heeft amendement 1 getekend. De PvdA-fractie heeft altijd gezegd dat woningbouw en duurzame energie hand in hand gaan in Rijnenburg met een goede OV-ontsluiting.

Ook amendement 2 kan op de steun van de PvdA-fractie rekenen. Maar volgens hem is het de cultuur van dit college dat het aangenomen amendementen of moties niet uitvoert. Zo is het amendement over schimmelwoningen niet uitgevoerd. Ook is er in 2019 een motie van de PvdA aangenomen, van Stadsakkoord naar Regionaal woonakkoord, waar spreker nog geen concrete uitwerking van heeft gezien. Op de bijeenkomst van U-net op 26 januari jl. over de bouw van 125.000 woningen is geen enkele keer gesproken over type woningen en de huur- en koopprijzen. Maar er worden wel stadhuizen gebouwd van € 2,5 miljoen of meer. Hij vraagt op welke wijze de hierboven genoemde motie wordt uitgevoerd en daarover een informatiebrief te sturen.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

12

Mevrouw De Boer (GroenLinks) is blij dat het IRP er ligt. Helaas kan de gemeenteraad van Utrecht daarin niet al zijn ambities kwijt, omdat het een samenwerking van verschillende gemeenten betreft. Maar ze ziet graag meer ambitie op het gebied van energie en betaalbaar wonen. Dat kan niet in dit IRP. Ze roept daarom de wethouder op zich meer in te spannen bij de vervolgafspraken om tot betere ambities te komen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) steunt het voorstel. Hij hoort graag op korte termijn hoe de behoefte aan recreatie en sport verder wordt uitgewerkt. De heer Van Heuven (PvdD) vindt de nadruk te veel liggen op economische groei. De ambitie "we zijn op weg naar energieneutraliteit" vindt hij ondermaats. Daarom stemt de PvdD-fractie niet in met het raadsvoorstel. Ze gaat ervan uit dat de ambitie voor energieneutraliteit concreter wordt uitgewerkt. In het IRP staan overigens ook goede dingen, zoals uitbreiding van groen en meer ecologische verbindingen, maar spreker vreest dat recreatie dominant gaat worden en roept op het belang van dieren goed mee te wegen. Hij oppert het idee van mensvrije zones. De heer Schipper (SP) zal na zijn afscheid van de raad stukken als het Ruimtelijk economisch perspectief en het IRP niet missen. Wat er ligt, is noodgedwongen een samenraapsel van wat gemeenten willen en daarmee weinig concreet, te weinig concreet om ermee in te stemmen.

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) reageert dat de heer Schipper al heel veel vergezichten heeft zien langskomen in de raad en eerder heeft gezegd dat hij niet echt gelooft in de uitwerking van dergelijke plannen. Hij vraagt of de heer Schipper dit nog steeds van mening is. De heer Schipper (SP) antwoordt dat de tijd zal leren of het in dit geval wel lukt. Hij mist de participatie vanuit de stad. In provinciaal verband is hij met een soortgelijk product aan de slag. In die zin wijst hij op de bestuurlijke drukte rond het eindproduct. Dat is voor hem onvoldoende. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat Utrecht de laatste gemeenteraad is die het IRP behandelt. Andere raden hebben het reeds vastgesteld en enkele opmerkingen meegegeven om uit te werken, want elke raad heeft eigen wensen. Men deelt de opvatting dat een stad niet alle opgaven op het gebied van woningbouw, infrastructuur, sport en recreatie alleen kan doen maar daarvoor regionale samenwerking nodig heeft. Amendement 1 ontraadt hij. Het IRP is de vertaling van lokaal ingebrachte documenten. Vanuit de stad Utrecht is de RSU vertaald in het IRP. De inbreng loopt dus niet via het IRP. Dit is een van de redenen waarom spreker het amendement ontraadt. Ook is het de vraag of het mogelijk is om in 2027 te starten met bouwen.

De heer Koppelaar (Student & Starter) merkt op dat als de gemeenteraad vandaag uitspreekt met de bouw in Rijnenburg te willen beginnen, dat de basis kan zijn van wat hij in het kader van het IRP zegt. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat dat mogelijk is, maar daarvoor andere middelen zijn, zoals een actuele motie. Een amendement op het IRP is niet de aangewezen methode, omdat het een regionaal document is dat al door andere raden is aangenomen. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt naar andere redenen om het amendement te ontraden. Immers, de raad werkt via een verouderde RSU, omdat de meningen inmiddels zijn veranderd. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat er wordt gewerkt aan een ontwerpstudie Rijnenburg dat binnenkort naar de raad zal gaan. Ook lopen er in U-net-verband gebiedsstudies. Die zal de raad moeten bespreken om te beoordelen hoe de ontwikkeling in zo'n gebied moet worden aangepakt. Een amendement los van een gedegen bespreking gaat te kort door de bocht en is niet verstandig.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

13

Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of de ontwerp- en gebiedsstudies mogen afwijken van de visie die erboven hangt, het IRP. De heer Verschuure (wethouder) legt uit dat als er andere ambities naar aanleiding van de verkiezingen of ontwerp- en gebiedsstudies worden vastgesteld, die in de vervolgfase van het IRP kunnen worden verwerkt. Dus eerst moet het lokale beleid worden vastgesteld, om vervolgens nieuwe input in het IRP te verwerken. De heer Koppelaar (Student & Starter) vraagt of hij goed heeft begrepen dat als de raad in meerderheid voor een actuele motie in dezen stemt, in de uitvoeringsfase rekening wordt gehouden met bouwen in Rijnenburg. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat de heer Koppelaar een aantal zaken door elkaar haalt. Een amendement op het IRP is niet de goede volgorde voor de besluitvorming, omdat het IRP de vertaling is van lokaal ingebrachte visies. De raad heeft daarvoor andere middelen. Hij adviseert de raad om eerst op een gedegen manier ontwerp- en gebiedsstudies te bespreken om tot een goede afweging te komen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af waarom de raad zou instemmen met het IRP als zich een meerderheid aftekent voor spoedig bouwen in Rijnenburg. Immers, na instemming moet alles via een omweg veranderd worden. Hij vraagt of het vaststellen van het IRP niet kan worden uitgesteld tot na de verkiezingen.

De heer Verschuure (wethouder) lijkt dat zeer onverstandig. Het IRP gaat over veel meer dan het al dan niet ontwikkelen van Rijnenburg, namelijk ook over de opgave om meer dan 125.000 woningen in de regio te bouwen, het aanpakken van de energieopgave en vastleggen waar werkgelegenheid kan worden gecreëerd. De polder Rijnenburg is daarvan een heel klein onderdeel. De raad zou niet op basis van de discussie daarover het IRP moeten vaststellen. Die kan namelijk in het vervolgtraject worden gevoerd. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) ziet twee elementen: de energieopgave en waar woningbouw moet komen. Die zijn belangrijk en staan als basis in het IRP. Hij vraagt zich af waarom de raad voor het IRP zou stemmen als er nu al partijen zijn die er anders over denken en er meerderheden kunnen worden gevormd. De wethouder laat volgens hem in het midden waarom dat zou moeten gebeuren. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat het IRP over veel meer gaat dan wat de heer Bos noemt. Het gaat om een regionale afspraak waarin men probeert samen te werken op heel veel facetten. Hij begrijpt dat de Student & Starter-fractie vindt dat het IRP wat concreter had kunnen zijn. Vanuit de gemeente Utrecht gezien is die redelijk concreet met een RSU die redelijk is ingevuld. De regio is ermee aan de slag, maar is afhankelijk van de input van deelnemende gemeenten.

De regio wil in fase 4 concreter worden. Spreker ontraadt om dezelfde reden als 1 amendement 2, Bouwen aan compacte stedelijke gebieden, inclusief Rijnenburg. Hij neemt motie 5, concretisering van recreatie en klimaatadaptatie als regionale opgaven, over. Mevrouw Zwinkels (CDA) dankt voor het overnemen van motie 5. Ze trekt haar in. Ze vraagt of de wethouder kan beamen dat Rijnenburg onderdeel is van het toevoegen van het type gebieden zoals genoemd in het besluit. De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat als Rijnenburg zou worden ontwikkeld, men er een stevig stedelijk gebied van zou moeten willen maken. Maar daarvoor moet eerst het besluit worden

Raadsvergadering van 27 januari 2022

14

genomen om Rijnenburg te ontwikkelen. Hij vervolgt dat hij tegen de zomer met het plan van aanpak en fase 4 kan komen. Daarin wordt uitgebreid ingegaan op de participatie van de steden en haar inwoners, ook op het integrale document. De raad zal die uitwerking krijgen. De ontwerpstudie is zo goed als klaar. Volgende week wordt deze in de staf besproken. De planning is nog steeds haar in het eerste kwartaal naar de raad te sturen. Het woonakkoord loopt via de tafel Wonen. Wellicht kan de heer Işik zijn vraag naar het uitvoeren van zijn motie uit 2019 via zijn partijlijnen in andere gemeenten naar voren brengen. Spreker heeft met gedeputeerde Muilekom gezegd ermee aan de slag te willen gaan. De heer Işik heeft gevraagd of er niet veel meer moet worden gestuurd op woningbouwprogramma's, omdat het IRP niets zegt over welke woningen er moeten worden gebouwd. De gemeente Utrecht vraagt voortdurend aandacht voor betaalbaar wonen in de regio waarbij elke gemeente haar fair share neemt. Wethouder Diepenveen is daarmee bezig aan de Woontafel. De heer Ișik (PvdA) gaat het niet om de programmering en sturing erop, maar dat er een motie is aangenomen om een vergelijkbaar akkoord in de regio op te stellen als het stadsakkoord wonen in Utrecht. De heer Verschuure (wethouder) begrijpt de oproep heel goed en deelt de mening van de heer Işik. Die motie is overgenomen.

Hij zet zich in om daarvoor te zorgen, maar kan de rest van de regio daartoe niet dwingen. Hij vervolgt dat in fase 4 aandacht zal worden besteed aan de uitwerking van betaalbaar wonen en energie. Aan sport en recreatie zal absoluut worden gewerkt. Aandacht voor dieren in de verdere uitwerking vindt hij ook belangrijk, naast recreatie in de groengebieden. Hij betreurt het dat dit voor de heer Schipper niet het mooiste onderwerp is na een zeer rijke raadscarrière, want er is met veel inzet aan gewerkt. Hij hoopt dat de heer Schipper het met hem eens is dat het belangrijk is de lokale opgave in regionaal verband ter harte te nemen. Hij begrijpt de oproep dat moet worden gewaakt voor te veel bestuurlijke drukte. Hij deelt niet de inbreng van de fracties van Stadsbelang Utrecht en PVV. De voorzitter schorst daarop de vergadering voor enkele ogenblikken. Na heropening van de vergadering stelt ze aan de orde:

12. Raadsvoorstel Verordening kabels en leidingen, wijziging APV en legesverordening; collegevoorstel handboek kabels en leidingen, vrijstellingsbesluit, wijziging nadeelcompensatieregeling. Mevrouw Sasbrink (PvdD) heeft het onderwerp geagendeerd om een motie en een amendement in te dienen. Ze vindt het namelijk goed dat er duidelijke regels zijn voor de ordening van alles wat in de Utrechtse ondergrond gebeurt. Het voorstel voegt volgens haar veel verbeteringen toe, maar de praktijk laat zien dat er nog veel bomen worden beschadigd. Daarom is ze blij dat de leges worden verhoogd en meer toezicht mogelijk wordt. De gemeente moet de regie nemen op de ondergrond. Daarom dient ze mede namens de GroenLinks-fractie amendement 3 in, Verordening ondergrond: kabels, leidingen én boomwortels, met het besluit, de titel van de verordening aan te passen door daaraan boomwortels toe te voegen. Spreekster betreurt dat de visie pas volgend jaar naar de raad komt, terwijl de boel niet op orde is en er sprake is van achterstallig onderhoud, en vraagt waarom dit een jaar langer moet duren en er niet meer vaart achter wordt gezet. Ze vindt het van belang dat in de visie bomen en het bodemleven een plek krijgen. Daarom vraagt ze de toezegging dat in de visie ondergrond de belangen van bomen, hun wortels, het beschermen ervan en het voorkomen van schade vooropgesteld gaan worden.

Ze stelt vast dat Utrecht geen beleid heeft voor het bodemleven. De visie is een mooi moment om daarin verandering te brengen. Daarom dient ze motie 6 in, Een visie op bodemleven in de ondergrond, die oproept, 1. in de nog te ontwikkelen Visie Ondergrond beleid voor bodemleven uit te werken en ambities en

Raadsvergadering van 27 januari 2022

2.

3.

15

maatregelen voor de bescherming van het bodemleven op te nemen; na het vaststellen van de Visie Ondergrond ook een wijzigingsvoorstel voor de Verordening Kabels en Leidingen voor te leggen waarin bepalingen opgenomen zijn die, in lijn met de Visie Ondergrond, erop gericht zijn, a. verstoring van het bodemleven te beperken; b. aan vergunningen voor activiteiten in de ondergrond bepalingen te kunnen verbinden met betrekking tot het bodemleven; c. het bodemleven te versterken en te beschermen, hierbij ook het Handboek en de Nadere regel Kabels en leidingen overeenkomstig aan te vullen.

De heer Van der Marel (VVD) is teleurgesteld dat de wethouder afziet van de lex silencio positivo. Spreker verwacht dat de wethouder en zijn mensen in staat zijn te beschikken binnen acht weken, zodat artikel 7 lid 4 in de verordening een dode letter wordt. Hij vraagt of de wethouder die verwachting deelt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) meldt dat hij niet met een amendement komt, zoals in de commissie is aangekondigd. Bij de wijkuitvoeringsplannen komt zijn fractie erop terug. De heer Diepeveen (wethouder) dankt voor de inbreng van de raad en voor het goede commissiedebat. Hij proeft brede steun voor de tweetrapsaanpak met eerst het vaststellen van de verordening, omdat er achterstallig beleid is in de regie en het beschermen van belangrijke waarden – het handboek is daarbij ook van belang – en daarna te komen met een visie. Er is namelijk veel tijd en overleg nodig om tot een goede visie te komen. De PvdD-fractie voegt daar het bodemleven aan toe; dat is waardevol. Dit kwartaal zal hij met een preciezere planning komen, maar hij houdt het er voorlopig op dat de visie er begin 2023 ligt. In die zin was hij in de commissie te optimistisch. Spreker deelt de verwachting van de heer Van der Marel dat er binnen acht weken kan worden beschikt. Alles is daarop gericht. Amendement 3 gaat over de naamgeving.

De naamgeving haakt aan bij de vergunningsplichtige activiteit: kabels en leidingen. Dit is gebruikelijk bij andere gemeenten. Natuurlijk is daarbij de bescherming van de ondergrond zeer belangrijk. Een aantal regels voorziet daarin. Hij laat het oordeel aan de raad. Bodemleven is een belangrijk thema en het is waardevol om dat toe te voegen en mee te geven aan de agenda en het proces voor het opstellen van de visie. Hij is blij dat in de motie tot uitdrukking wordt gebracht dat de visie eerst moet worden gemaakt en dit moet doorwerken in de verordening. Hij neemt motie 6 over. Mevrouw Sasbrink (PvdD) trekt de motie 6, een visie op bodemleven, in. De voorzitter sluit de beraadslaging op dit punt en geeft het woord aan de nestor van dienst, de heer Schipper om de heer Van der Graaf toe te spreken. De heer Schipper (nestor) feliciteert de heer Van der Graaf met zijn maidenspeech. Die ging over een thema, het omkeren van een rijrichting, dat niet direct samenhangt met de christelijke uitgangspunten van zijn partij, maar dat overkomt spreker ook weleens met zijn socialistische uitgangspunten. De heer Van der Graaf zaagde flink door op de beantwoording van de wethouder, de logica van diens argumentatie en hij beet zich vast in de motie die hij mede heeft geschreven. Spreker raadt hem aan deze werkwijze vast te houden.

De raad was al bekend met de doorwrochte betogen van de heer Van der Graaf als fractiemedewerker en de goede afwegingen die hij maakt. Zijn werkwijze wordt gekenmerkt door samenwerken, tussenoplossingen zoeken en iedereen in zijn waarde laten. Ga zo door. De voorzitter sluit daarop, te 12.08 uur, de vergadering.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

16

{{Signer1}}

{{Signer2}}

Lijst van toezeggingen, gedaan in de raadsvergadering van 27 januari 2022.

Vragen over Winkelcentrum De Gaard. •

zegt toe dat de bebording bij de parkeerplaats wordt aangepast en de uitvoering in Q2 wordt

gestart, waarbij rekening zal worden gehouden met de toegankelijkheid voor mindervaliden.

Raadsvergadering van 27 januari 2022

17

INHOUD 1.

Opening

Pag.

1

2.

Vaststellen agenda

Pag.

1

3.

Geheimhouding

Pag.

1

4.

Notulen raadsvergadering en stemagenda 25 november en raadsvergadering en stemagenda 16 december 2021

Pag.

1

5.

Notulen vragenuur 16 december 2021

Pag.

1

6.

Vaststelling bestemmingsplan Actualisering diverse gebieden 2021

Pag.

1

7.

Vaststelling bestemmingsplan Nedereindseweg 543, Rijnenburg

Pag.

2

8.

Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Hoek Papiermoerbeilaan -

Pag.

2

9.

Rekenkameronderzoek: "Grip op energietransitie. Een onderzoek naar de

Pag.

2

10. Debat Winkelcentrum De Gaard Valetonlaan

Pag.

2

11. Raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 2040

Pag.

8

Pag.

14

Monardastraat, Rijnvliet

Beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente bij concrete projecten"

12. Raadsvoorstel Verordening kabels en leidingen, wijziging APV en legesverordening

1 Stemagenda raad 27 januari 2022.doc

2022 STEMAGENDA GEMEENTERAAD UTRECHT Stemagenda gemeenteraad donderdag 27 januari 2021, 12.30 uur. De vergadering vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadszaal, maar digitaal. Voorzitter: de heer Zwanenberg. Aan de digitale vergadering nemen deel de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Bosch, Van Corler, Van Dalen, Dekkers, Deldjou Fard, Van Dun, Ferket, Frank, Gilissen, Van der Graaf, Heijne, Van Heuven, Işik, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Koppelaar, Van der Marel, Meerding, Naphegyi, De Pagter, Peters, Rood, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, Sungur, Vonk, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Griffier: mevrouw Van Hall.

Opening van de vergadering. De voorzitter opent de digitale vergadering. Hij deelt mee dat mevrouw Sturkenboom afwezig is. De heer De Pagter deelt mee dat de heer Te Hoonte later aan de vergadering zal deelnemen. Hierna wordt een proefstemming gehouden. Nadat de proefstemming goed is verlopen, geeft de voorzitter voor het afleggen van stemverklaringen over de moties 2 en 4, ingediend tijdens het debat over winkelcentrum De Gaard Valetonlaan.

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat zijn fractie zal instemmen met de gekozen oplossing, omdat ze denkt dat die het gebied verder zal helpen. Mevrouw De Boer (GroenLinks) merkt op dat participatie wat GroenLinks betreft meer is dan alleen een draagvlakmeting. Participatie is juist ook het samenbrengen van bewoners met verschillende belangen en opvattingen om tot oplossingen te komen. Daar geeft motie 4 ruimte voor, zonder het omdraaien van de rijrichting al als voorgeschreven uitkomst te geven. Daarom zal GroenLinks motie 4 steunen. Aan de orde is de stemming over motie 2 (Levendig winkelcentrum De Gaard zonder parkeerproblemen). Over motie 2 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, PVV, SP, ChristenUnie, DENK, PvdA, Stadsbelang Utrecht en VVD ervoor hebben gestemd en de overige leden ertegen, zodat de motie is verworpen met 18 tegen 25 stemmen. Aan de orde is de stemming over motie 4 (Levendig winkelcentrum De Gaard zonder parkeerproblemen – Onderzoek omdraaien richting Valetonlaan).

Stemagenda van 27 januari 2022 Over motie 4 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de motie met algemene stemmen is aangenomen. De voorzitter stelt vast dat de heer Te Hoonte inmiddels aan de digitale vergadering deelneemt. Aan de orde is de stemming over amendement 1 (Eindelijk beginnen met Rijnenburg). De voorzitter memoreert dat over dit amendement een hoofdelijke stemming is aangevraagd. Over amendement 1 wordt hoofdelijk gestemd, waarna de voorzitter constateert dat het amendement is verworpen met 15 tegen 29 stemmen. Voor het amendement hebben gestemd de leden De Pagter, Bosch, Meerding, Van der Zweth, Koppelaar, Zwinkels, Van Steeg, Işik, Assen, Bos, Gilissen, Van der Marel, Sungur, El Abassi en Te Hoonte. Tegen het amendement hebben gestemd de leden De Boer, Van Dalen, Wiegant, Sasbrink, Peters, Schilderman, Van Dun, Heijne, Van Heuven, Schipper, Van der Graaf, Dekkers, Kleinrensink, Schreuder, Zwanenberg, Deldjou Fard, Vonk, Schers, Van Corler, Wijmenga, Bakker, Ferket, Saiah, Bijsterbosch, Naphegyi, Koning, De Koning, Rood en Frank. De heer Van Dalen (VVD) merkt op dat hij per abuis verkeerd gestemd heeft en dat hij geacht wil worden voor het amendement gestemd te hebben.

Mevrouw Van Hall (griffier) merkt op dat in de notulen zal worden opgenomen dat de heer Van Dalen per abuis tegen heeft gestemd en geacht wenst te worden voor amendement 1 te hebben gestemd. De voorzitter stelt vast dat amendement 1 is verworpen met 16 tegen 28 stemmen. Aan de orde is de stemming over amendement 2 (Bouwen aan compacte stedelijke gebieden inclusief Rijnenburg). De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat hij, ondanks het herhaald gebruik door het CDA van het oude logo van zijn partij, wel kan instemmen met dit amendement. Over amendement 2 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, PVV, DENK, PvdA, Stadsbelang Utrecht, Student & Starter en VVD ervoor gestemd hebben en de overige leden ertegen, zodat het amendement is verworpen met 16 tegen 28 stemmen. Aan de orde is de stemming over het raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 2040. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat het vandaag helaas geen historische dag is geworden. Door amendement 1 niet aan te nemen, heeft de raad een kans laten liggen. Hoewel er ook goede onderdelen zitten in het IRP, stemt de VVD om die reden tegen. De heer Koppelaar (Student & Starter) vindt het jammer dat beide amendementen het niet hebben gehaald. Ook is het IRP wat zijn fractie betreft nog erg vaag en kan het een stuk concreter.

Tegelijkertijd onderschrijft Student & Starter wel de ambities die in het IRP staan. Student & Starter hoopt dat de wethouder keihard aan de slag gaat om die ambities concreet te maken. Met die kanttekening zal Student & Starter wel voor het voorstel stemmen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat zijn fractie niet heeft ingestemd met de Ruimtelijke

2

Stemagenda van 27 januari 2022 Strategie Utrecht, de onderlegger van het IRP. Om die reden stemt hij ook tegen het IRP. De heer Işik (PvdA) vindt het teleurstellend dat amendement 1 geen meerderheid heeft behaald. Toch zal de PvdA voor het raadsvoorstel stemmen. Hij hoopt dat D66 na de verkiezingen wat meer wakker wordt. De voorzitter wijst erop dat in stemverklaringen geen andere partijen genoemd mogen worden. Mevrouw Zwinkels (CDA) betreurt het eveneens dat de amendementen over Rijnenburg het niet gehaald hebben. Tegelijkertijd vindt het CDA het belangrijk dat de regionale opgaven gezamenlijk worden aangepakt. Toch zal het CDA moeten tegenstemmen. Ondanks het feit dat het CDA de ambities steunt, is het IRP nog net iets te vaag. De heer El Abassi (DENK) vindt het jammer dat amendement 1 het niet gehaald heeft. Zijn fractie zal tegen het raadsvoorstel stemmen. Hierna wordt digitaal gestemd over het raadsvoorstel, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van D66, GroenLinks, Student & Starter, ChristenUnie en PvdA ervoor hebben gestemd en de overige leden ertegen, zodat het raadsvoorstel is aangenomen met 28 tegen 16 stemmen. Aan de orde is de stemming over amendement 3 (Verordening ondergrond).

Over amendement 3 wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, GroenLinks, SP, Student & Starter, ChristenUnie, DENK, PvdD en PvdA ervoor hebben gestemd en de overige leden ertegen, zodat het amendement is aangenomen met 26 tegen 18 stemmen. Aan de orde is de stemming over het geamendeerde raadsvoorstel Verordening kabels en leidingen, wijziging APV en legesverordening.

De heer Bosch (PVV) stemt tegen het raadsvoorstel, alleen al door beslispunt 1.c inzake het van gas losmaken. Zijn fractie is erg tegen het van het gas los gaan.

Over het geamendeerde raadsvoorstel wordt digitaal gestemd, waarna de voorzitter constateert dat de leden van de fracties van CDA, D66, GroenLinks, SP, Student & Starter, ChristenUnie, PvdD, PvdA, VVD

en Stadsbelang Utrecht ervoor hebben gestemd en de overige leden ertegen, zodat het geamendeerde raadsvoorstel is aangenomen met 41 tegen 3 stemmen.

De voorzitter stelt vast dat de stemagenda is afgehandeld. Hij wenst alle aanwezigen nog een prettige dag en sluit daarop, te 12.56 uur, de vergadering.

{{Signer1}}

{{Signer2}}

3

Stemagenda van 27 januari 2022

4

INHOUD Opening van de vergadering

Pag.

1

De Gaard Valetonlaan

Pag.

1

Stemming over het raadsvoorstel Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) regio Utrecht tot 2040

Pag.

2

Pag.

3

Stemming over de moties 2 en 4, ingediend tijdens het debat over winkelcentrum

Stemming over het geamendeerde raadsvoorstel Verordening kabels en leidingen, wijziging APV en legesverordening

5 Notulen Vragenuur 20 en 27 januari 2022 1 20220120 vragenuur.doc

2022 NOTULEN VRAGENUUR Vragenuur – 20 januari 2022

Vragenuur, gehouden op donderdag 20 januari 2022 te 17.00 uur. Het vragenuur vindt in verband met de coronamaatregelen niet plaats in de raadzaal, maar digitaal. Voorzitter: mevrouw De Boer. Aanwezig zijn de leden: Assen, Dekkers, Van Heuven, Gilissen, De Pagter, Raaijmakers, Rood,

Schipper, Van Steeg, Vonk, Wiegant en Wijmenga.

Namens het college zijn aanwezig: burgemeester Dijksma en de wethouders Diepeveen,

Eerenberg, Klein en Voortman.

Voorts zijn aanwezig de fractiemedewerkers: Dotinga en Essabiri.

Opening van het vragenuur. De VOORZITTER: Dames en heren! Welkom bij het vragenuur van de gemeenteraad van

Utrecht. Er zijn tien sets vragen ingekomen. Dat is vrij pittig, dus ik vraag de vragenstellers om zich vooral aan de tweeminutenregel te houden.

1. Vragen van de heer Schipper (SP), de heer Bosch (PVV), de heer Sungur (DENK) en de heer Dekkers (GroenLinks) inzake Voortgang Bedrijvencentrum Vechtenstein.

De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Op 28 mei 2020 kwam in het vragenuur de opzegging van

de huur van de in bedrijvencentrum Vechtenstein gevestigde bedrijven aan de orde. De eigenaar had een initiatief ingediend om ter plekke woningbouw te laten plaatsvinden. Inmiddels had het college een intentiedocument goedgekeurd voor nader onderzoek. Enkele huurders zouden een

antikraakovereenkomst aangeboden krijgen, maar zijn daar niet op ingegaan omdat zij vonden dat

alle huurders er tot de sloop zouden moeten kunnen blijven en dat er geen sprake zou moeten zijn van willekeur. Deze huurders zijn vervolgens zeer tegen hun zin vertrokken.

Afgelopen week zijn wij benaderd door één van de voormalige huurders. Hij had ter plekke

geconstateerd dat de aanwezige bedrijfsunits nu via Ad Hoc met een antikraakcontract zijn verhuurd. Bijna twee jaar na dato lijkt het er dus op dat met de plannen nog geen voortgang is geboekt. Wij stellen hierover de volgende vragen.

Vragenuur van 20 januari 2022 1.

2.

Klopt het dat er nog geen enkele voortgang is te melden van de uitvoering van de in het

intentiedocument uit 2020 gepresenteerde woningbouwplannen? Zo nee, wat is er dan wél gebeurd? Wat is op dit moment de status?

De vragenstellers van destijds drongen erop aan dat de zittende huurders zo lang mogelijk

zouden kunnen blijven. Daar wilde het college zich destijds niet mee bemoeien. Nu sleept de

kwestie zich al twee jaar voort. Wat vindt het college ervan dat de reguliere huurders er zo vroeg 3.

zijn uitgezet?

Klopt het dat er op enig moment sprake was van een zodanige leegstand van het pand dat de eigenaar op verzoek van het college antikraakhuurders heeft aangetrokken?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik beantwoord de vragen namens collega

Verschuure.

Het antwoord op vraag 1. Na de zomer van 2020 is samen met de eigenaar gestart met het

opstellen van een bouwenvelop. Tot net voor de zomer van 2021, dus bijna een jaar, zijn wij in goed overleg geweest om het plan uit te werken. Daarbij is gesproken over het woningbouwprogramma, het ontwerp, de duurzaamheidsambities en de invulling van de openbare ruimte. Net voordat de

participatie met de buurt over het plan zou starten, heeft de projectontwikkelaar gezegd twijfels te hebben over de haalbaarheid van de ontwikkeling. Daarom hebben wij het gesprek niet kunnen afronden. De eigenaar heeft eenzijdig gezegd het vastgoed te willen verkopen. Daarop is de

planontwikkeling stilgelegd. Omdat het pand op gemeentelijke erfpachtgrond staat, dient de

gemeente eerst akkoord te gaan met de beoogde koper. Er loopt nu een proces om te beoordelen of wij kunnen instemmen met de beoogde koper. Bovenstaande ontwikkelingen hebben tot gevolg dat het vaststellen van de bouwenvelop en de anterieure overeenkomst zijn vertraagd.

Het antwoord op vraag 2. Wij hebben destijds de eigenaar laten weten dat het zo lang

mogelijk laten zitten van de huurders onze voorkeur had. Wij betreuren het dat dit uiteindelijk niet is gebeurd.

Het antwoord op vraag 3. Eind vorig jaar werden wij door de eigenaar op de hoogte gesteld

van de koopovereenkomst op basis waarvan wij zagen dat de beoogde herontwikkeling langer op zich zou laten wachten dan was voorzien. Tegelijkertijd ontvingen wij van het wijkbeheer en van

Handhaving berichten van nachtelijke overlast op de parkeerplaats van het bedrijvencentrum en van pogingen tot inbraak. Gelet op de naderende jaarwisseling en een andere kraakpoging in Zuilen

hebben wij de eigenaar geadviseerd om het pand niet leeg te laten staan. De eigenaar heeft daarop antikraakbewoning aangetrokken.

De heer DEKKERS (GroenLinks): Voorzitter! Ik maak uit de vragen op dat er een koper in beeld

is. Is het al bekend welke plannen deze koper met het pand heeft?

De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Dat is mij niet bekend. Ik weet eerlijk gezegd niet

of over nieuwe plannen wordt gesproken. Er moet eerst een toetsing van de beoogde koper plaatsvinden.

De heer SCHIPPER (SP): Voorzitter! Wij waren graag door het college van de plannen en de

gebeurtenissen op de hoogte gehouden. Kan de wethouder toezeggen dat hij de raad bij het zetten van de vervolgstappen in beeld blijft houden?

2

Vragenuur van 20 januari 2022 De heer DIEPEVEEN (wethouder): Voorzitter! Ik begrijp dat het in de raad over dit onderwerp

lang stil is geweest. Ik zeg graag toe dat het college de raad van de vervolgstappen op de hoogte houdt.

2. Vragen van mevrouw Dotinga (Student & Starter), mede namens de heer Vonk (GroenLinks), inzake zelfmoordpreventie Tuindorp West Complex.

Mevrouw DOTINGA (Student & Starter): Voorzitter! Helaas heeft bij het Tuindorp West

Complex het afgelopen jaar verscheidene keren een zelfmoordpoging plaatsgevonden. De pogingen worden meestal ondernomen door mensen die niet in het complex wonen. Zij springen van de flat naar beneden. Deze gebeurtenissen zijn droevig en kunnen traumatiserend zijn voor de bewoners van de flats. De fracties van Student & Starter en GroenLinks stellen daarom de volgende vragen. 1.

Is het probleem van het TWC als veelvoorkomende locatie voor zelfdoding bij het college in

beeld? Een aantal bewoners van het TWC heeft er bij de Stichting Studenten Huisvesting (SSH) op aangedrongen om meer te doen aan zelfmoordpreventie. Daarom zijn er posters van 113

opgehangen. Ook proberen zij onbekenden die over de galerij lopen in de gaten te houden. Ook spreken zij deze mensen aan. De SSH zegt verder geen maatregelen te kunnen nemen vanwege 2. 3. 4.

de monumentale status van het gebouw. Ook is er een gebrek aan capaciteit voor handhaving. Kan het college zeggen of het van plan is om op deze locatie inzake zelfmoordpreventie extra actie te ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Is het college bereid om in gesprek te gaan met SSH om mogelijkheden te bekijken om meer aan zelfmoordpreventie te doen?

Zijn er in Utrecht meer suïcide hotspots? Zo ja, wat doet het college preventief om suïcide te voorkomen?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. Het is altijd buitengewoon heftig als mensen geen andere uitweg

zien dan de suïcide. Ik kan mij goed voorstellen dat het voor de bewoners van deze flat zeer belastend is dat deze gebeurtenissen daar plaatsvinden.

De burgemeester wordt er altijd van op de hoogte gebracht als zo'n gebeurtenis plaatsvindt.

Het is vorig jaar twee keer gebeurd. Dat is twee keer te veel.

Via de politie en Stichting Studenten Huisvesting (SSH) worden de betrokkenen - de bewoners

van het complex - gewezen op de mogelijkheid van het inschakelen van slachtofferhulp. Wij weten dat een aantal bewoners van het complex er bij de SSH op heeft aangedrongen dat er meer moet gebeuren. Als eerste stap zijn posters opgehangen met informatie over het bekende

telefoonnummer 113. Er is ook een soort initiatief genomen dat ik buitengewoon fijn vind, namelijk

dat bewoners van het complex extra alert moeten zijn als er mensen over de galerij lopen, dat zij die moeten aanspreken en als er zaken gebeuren die er verdacht uitzien moeten zij handelen.

Het antwoord op de vragen 2 en 3. Wij zullen met SSH in overleg treden over wat er nog meer

mogelijk is om de preventie van suïcide ook op deze plek te voorkomen. Dat is ingewikkeld omdat het gebouw een gemeentelijk monument is, zodat er in fysieke zin weinig maatregelen zijn te

nemen. Wij zullen naar aanleiding van de vragen van de Student & Starter-fractie voor de bewoners

die dat willen een sessie organiseren over het signaleren en het bespreekbaar maken van psychische problemen in het licht van eerder door de Student & Starter-fractie gestelde vragen over kwetsbare jongeren.

Het antwoord op vraag 4. Andere hotspots zijn niet bij het college bekend.

3

Vragenuur van 20 januari 2022 Het is belangrijk te melden dat mensen die deze stream beluisteren en zelf worstelen met

suïcidale gedachten, altijd 113 kunnen bellen om adequate hulpverlening te kunnen krijgen.

De heer VONK (GroenLinks): Voorzitter! De wethouder gaf met zijn laatste opmerking een

mooie voorzet. Is hij bereid om ook naar aanleiding van de berichten van vorige week over de toename van het aantal zelfmoorden onder jongeren de komende tijd met jongeren- en

studentenorganisaties een campagne te voeren over hoe wij dit probleem bespreekbaar kunnen maken?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Ik ben daar zeker toe bereid. Ook in het

vragenuur van 30 september jl. heeft men daar - zeer terecht - aandacht voor gevraagd. Er zijn

verschillende activiteiten en campagnes die specifiek zijn gericht op studenten die naar aanleiding van corona worstelen met problemen van eenzaamheid en somberheid. De voorvallen in de

afgelopen week laten ons zien hoe belangrijk het is dat de maatschappij hierover gesprekken voert. Wij zullen die opnieuw aanslingeren.

Mevrouw DOTINGA (Student & Starter): Voorzitter! Veel dank voor de beantwoording. Het is

fijn dat de gemeente met Stichting Studenten Huisvesting in gesprek gaat.

Ik heb begrepen dat de suggestie is gedaan om gaas en hekwerken op de brandtrappen te

monteren om op die manier zelfmoordpreventie te bewerkstelligen. Daarop werd gezegd dat gaas en hekwerken op de brandtrappen niet mogelijk zijn vanwege de monumentale status van het gebouw. Zijn er andere mogelijkheden om hetzelfde doel te bereiken?

De heer EERENBERG (wethouder): Voorzitter! Het gebouw is een gemeentelijk monument. Dat

betekent dat er heel zuinig mee moet worden omgegaan. Wij zullen echter zeker in gesprek met

Stichting Studenten Huisvesting (SSH) bekijken wat er dan wél kan, bijvoorbeeld met de deur en de toegang. Wij moeten er scherp op toezien wie probeert binnen te komen, bijvoorbeeld als een

pakketje wordt bezorgd. Er zijn mogelijkheden, maar wij moeten ook het monument eren. Wij gaan

in gesprek. Ik zal ervoor zorgen dat de raad na afloop van dat gesprek een berichtje krijgt waarin wij vertellen hoe wij op deze plek verdergaan met de suïcidepreventie.

3. Vragen van de heer Wijmenga (ChristenUnie), de heer Van Steeg (CDA) en de heer Van Heuven inzake Een dagdeel op het stembureau?

De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Bij de behandeling van het raadsvoorstel

Centrale Stemopneming heeft de burgemeester naar aanleiding van motie 309 toegezegd om het mogelijk te maken dat vrijwilligers een dagdeel op het stembureau werken. Ze wil dit alleen niet

actief promoten. Volgens de ChristenUnie-fractie leidt het werken in dagdelen, wat tot voor kort in

Utrecht gewoon mogelijk was, tot meer mensen die beschikbaar zijn en zich kunnen inzetten voor de democratie in de stad. De verkiezingsdag is voor vrijwilligers op het stembureau immers heel lang, van vóór 07.00 uur 's ochtends tot gemiddeld 23.30 uur 's avonds.

Inmiddels worden stembureauleden, tellers en andere vrijwilligers alweer enkele weken actief

geworven. Het blijkt alleen dat nergens melding wordt gemaakt van de mogelijkheid voor mensen om zich een dagdeel in te zetten. Daarover hebben wij de volgende vragen.

4

Vragenuur van 20 januari 2022 1.

2. 3.

Is het op dit moment mogelijk voor mensen om zich voor een dagdeel als stembureaulid in te schrijven in lijn met de toezegging van de burgemeester? Bijvoorbeeld, waarom wordt dit niet vermeld op www.mijnstembureau-utrecht.nl?

Welke actie zal nog worden ondernomen om vrijwilligers ervan in kennis te stellen dat zij zich ook voor alleen een dagdeel kunnen aanmelden?

Als dit nu al mogelijk is, welke ervaring heeft de gemeente dan met inschrijvingen in de praktijk? Kiezen mensen eerder voor een hele dag dan voor alleen een deel van de dag? Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): Voorzitter! Dank voor de vragen.

Het antwoord op vraag 1. Zoals ik tijdens het debat heb beloofd, is dat mogelijk, maar geven

wij daar geen actieve promotie aan. Dat betekent dat wij op de site waar mensen zich aanmelden om mee te helpen bij het verkiezingsproces aan deze mogelijkheid aandacht besteden. Wij hebben dat recent aan de site toegevoegd, zodat mensen kunnen zien dat zij zich voor een dagdeel kunnen aanmelden. Op dit moment hebben twee vrijwilligers met ons contact opgenomen. Zij hebben gezegd dat ze graag een dagdeel willen meedoen. Zij zijn voor één dagdeel ingepland. Ik denk dat ik hiermee de drie vragen van de heer Wijmenga heb beantwoord.

De heer VAN HEUVEN (PvdD): Voorzitter! Ik heb een aanvullende vraag. Vrijwilligers zitten daar

een hele dag. De catering wordt voor hen verzorgd. De PvdD-fractie zou graag willen dat deze

catering, net als bij vergaderlunches, vegetarisch is, tenzij de mensen vooraf te kennen geven liever vlees of vis te eten. Is voor stembureaus het invoeren van een "vegetarisch, tenzij" mogelijk?

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): : Voorzitter! Tot nog toe hebben wij zowel voor het

Stadskantoor als voor de Jaarbeurs, waar de centrale stemopneming plaatsvindt, inderdaad besloten dat het adagium wordt gehanteerd "vegetarisch, tenzij anders is aangegeven".

De heer WIJMENGA (ChristenUnie): Voorzitter! Dank ervoor dat dit sinds deze week wél

mogelijk is. Volgens mij is dit naar aanleiding van mijn vragen aan de website toegevoegd. De

afgelopen week stond dit er zeker niet op. Ik vind het echter jammer dat dit niet direct is gedaan.

Wellicht kan de burgemeester daar nog even op reageren. Het is fijn dat dit nu mogelijk is, maar de toezegging was volgens mij iets anders.

Mevrouw DIJKSMA (burgemeester): : Voorzitter! Ik zou graag een kleine nuance willen

aanbrengen in de conclusie van de heer Wijmenga. Hij zegt dat het pas vanaf nu mogelijk is, maar dat is niet zo. Bij mijn weten hebben de twee vrijwilligers zich al eerder gemeld. Ook toen was het

mogelijk, maar wij hebben wél, naar aanleiding van de vragen van de heer Wijmenga, gezegd dat het wijs is om deze optie bij de veelgestelde vragen nadrukkelijk te noemen. Daarmee blijf ik binnen de belofte, maar het was al vanaf het begin mogelijk dat mensen ernaar vroegen. Nu laten wij via de website - met dank aan de heer Wijmenga - extra zien dat dit een optie is.

4. Vervolgvragen van de heer El Abassi (DENK) over de Utrechtse afvalberg: bergen grofvuil in Kanaleneiland.

De heer ESSABIRI (DENK): Voorzitter! De afgelopen jaren kampt de wijk Kanaleneiland met

overlast van grofvuil. Dat heeft voornamelijk te maken met de aan diverse woningcorporaties

afgegeven omgevingsvergunningen inzake groot onderhoud en renovaties van de woningen. Voor dit

5

Vragenuur van 20 januari 2022 soort grootschalige projecten zijn afspraken gemaakt in het kader van het Algemeen Sociaal Plan

waarbij uitdrukkelijk is gezegd dat de woningcorporaties verantwoordelijk zijn voor het plaatsen van containers ten behoeve van de afvoer van grofvuil. Verscheidene keren is door bewoners

geconstateerd dat door de corporaties geen afvalcontainers worden geplaatst of dat die niet tijdig worden geledigd. Wanneer bewoners de corporatie wijzen op de naar aanleiding van

renovatiewerkzaamheden in het ASP opgenomen verplichting inzake grofvuil wordt gezegd dat grofvuil bij de gemeente moet worden gemeld. De bewoners hebben dat echter gedaan.

Naar aanleiding van het bovenstaande en de beantwoording van de schriftelijke vragen inzake

de "Utrechtse afvalberg: bergen grofvuil in Kanaleneiland", jaargang 2021 nummer 291, stellen wij de volgende vragen. 1.

Is het college met ons eens dat de aanvrager van de vergunning - in dit geval de corporatie(s) en/of de aannemer van het geplande groot onderhoud en de renovatiewerkzaamheden zoals

geregeld in het ASP - verantwoordelijk zijn voor het grofvuil dat ontstaat naar aanleiding van de geplande werkzaamheden? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat denkt het college te doen om de 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0edb369a-248e-4cc2-8829-d2962008520f