Agendabundel
Tekst van het document
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
Na vier jaar zullen we indien er meer duidelijkheid is, het IHP onderwijs daarop aanpassen. Daarnaast is in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) de afspraak opgenomen dat scholen voor speciaal onderwijs niet meer “stand alone” worden gebouwd, maar alleen nog in combinatie met een reguliere school. Doel van dit uitgangspunt is het inclusiever maken van het onderwijs. Stand van zaken SWV PO en complexe ondersteuningsvragen In oktober 2024 heeft het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs (SWV PO) aangekondigd het arrangeren voor de rest van het kalenderjaar anders te organiseren in verband met financiële krapte. Concreet houdt dit in dat in het laatste kwartaal van 2024 geen financiering meer was voor extra ondersteuning en scholen gevraagd werd om ondersteuning in de sterke basis te organiseren. Wij hebben u hier eerder over geïnformeerd in de kwartaalbrief Onderwijs van Q3 2024. Dit besluit in combinatie met de teruglopende budgetten in de jeugdzorg, dwingt tot scherpere keuzes en een onzekere situatie in het (gespecialiseerd) onderwijs. We zien dat scholen en zorgpartners onder druk staan en dat het steeds moeilijker wordt om oplossingen op maat te maken voor kinderen. Daarom houden we nauwe verbinding met de kernpartners, in het bijzonder de leerplichtambtenaren, om de consequenties goed in beeld te krijgen.
In een situatie waarin de verschillende partners te maken hebben met financiële krapte, bestaat het risico dat men zich terugtrekt in de eigen organisatie terwijl een gezamenlijke aanpak juist nu noodzakelijk is. Binnen diverse bestuurlijke gesprekken wordt deze urgentie gedeeld. We zetten ons in om de gezamenlijke visie op onderwijs en zorg verder uit te werken. Over de ontwikkelingen binnen de kernpartneraanpak, de toegezegde evaluatie en de doorontwikkeling van de routekaart voor thuiszittende kinderen, informeren wij u in een kwartaalbrief in 2025. Trajectvoorzieningen binnen Sterk VO Binnen Sterk VO loopt sinds eind 2023 de pilot trajectvoorzieningen. Het doel van de pilot is leerlingen te voorzien in hun ondersteuningsbehoeften en het waar mogelijk voorkomen van uitval (thuiszitten), wisseling van school en/of doorstroom naar het VSO. De pilot loopt uiterlijk tot december 2026. Trajectvoorzieningen zijn bedoeld voor leerlingen met een complexe ondersteuningsbehoefte, welke zowel internaliserend als externaliserend van aard kan zijn. De leerlingen die gebruik maken van de klas hebben behoefte aan een tijdelijke (en gedeeltelijke) prikkelarme omgeving en extra ondersteuning binnen hun eigen school. Een trajectvoorziening binnen de school verbreedt de extra ondersteuningsmogelijkheden op de school en sluit aan bij de weg naar inclusiever onderwijs.
Het zorgt voor een lagere drempel voor leerlingen om naar school te (blijven) gaan en vergemakkelijkt de combinatie met reguliere lessen. Met een dergelijke in- en uitvoegstrook in school kan er sneller ingespeeld worden op gesignaleerde ondersteuningsbehoeften. Scholen die meedoen aan de pilot worden financieel ondersteund door Sterk VO. Naast de financiële ondersteuning ondersteunt Sterk VO scholen die deelnemen aan de pilot in de uitvoering door middel van kennis- en expertisedeling, zo nemen de scholen deel aan het kennisnetwerk Trajectvoorzieningen. De Universiteit Utrecht doet in samenwerking met Sterk VO en de scholen onderzoek naar de effectiviteit van de trajectklassen. Het onderzoek heeft een looptijd van minimaal een jaar en de eerste uitkomsten worden in de zomer van 2025 verwacht. De uitkomsten van het onderzoek worden
2/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
meegenomen in de besluitvorming over de opvolging van dit project, en de keuzes hierover worden opgenomen in het nieuwe Ondersteuningsplan van Sterk VO. Jaarverslag Leerlingzaken Dit schooljaar kende een mooie ontwikkeling in het vergroten van het aantal onderwijs-zorg combinaties voor leerlingen, het mogelijk maken van onderwijs voor nieuwkomers en zelfstandigheid in het leerlingenvervoer. Tegelijkertijd laten de cijfers zien dat we flinke uitdagingen kennen in het passende aanbod zodat alle leerlingen aan het onderwijs kunnen deelnemen en ook thuiszittende kinderen een passende plek krijgen. We zien bovendien dat de cijfers in het jaarverslag aanleiding geven om deze over een langere periode naast elkaar te leggen en te analyseren. We gaan dit doen over een periode van 6 jaar (dus terug te kijken tot en met schooljaar 2018-2019), per onderwijssector. En de hieruit voorvloeiende trends kwalitatief te duiden met de samenwerkingsverbanden PO en VO. De cijfers vanuit Leerplicht en het samenwerkingsverband zijn niet de enige cijfers die we hierbij willen betrekken: ook de cijfers van bijvoorbeeld wachtlijsten en knelpunten bij (speciaal) onderwijs en zorgpartners zijn van belang. Een gesprek over deze cijfers staat gepland voor de Stadstafel van april 2025. We komen hierover in kwartaalbrief Q2 onderwijs bij u op terug.
Als kanttekening bij het voorgaande moet worden opgemerkt dat Leerplicht aan de voorkant geen invloed heeft op de oorzaken van het verzuim. Verzuim is een ‘wicked problem’ waarbij tal van oorzaken met elkaar verweven zijn. Wel heeft leerplicht invloed en sturingsmogelijkheden op twee gebieden. Enerzijds is dit het tijdig oppakken van meldingen en vervolgens de juiste interventies inzetten volgens de methodische aanpak schoolverzuim. Anderzijds is dit de inzet via de kernpartneraanpak: aanwezigheid op de scholen met de tweeledige opdracht om in te zetten op individuele leerlingen én het versterken van de basis op de school zelf. Intensiveren van de inzet van leerplicht leidt niet een op een tot lagere verzuimcijfers. Bijvoorbeeld de inzet op het belang van vroeg signaleren en melden van (signaal)verzuim door scholen is gericht op de verbetering van de vroegtijdige hulp aan leerlingen, maar wordt in de cijfers zichtbaar als een toename van meldingen.
Acties die Leerplicht nu al uitvoert zijn: - Binnen de kernpartneraanpak het benadrukken van het belang van melden van verzuim, invoeren verzuimbeleid op scholen - Evaluatie over de aanpak van kinderen die thuis zitten, met henzelf en hun ouders, scholen en de kernpartners - Initiëren van bestuurlijke overleggen waarbinnen we knelpunten met name daar waar het vastloopt tussen de systemen van onderwijs en zorg optillen en oplossen Leerplicht volgt nauw de landelijke en stedelijke ontwikkelingen op schoolaanwezigheid vanuit de UOA, met de wens om in de toekomst hier de inzet op uit te breiden. Leerlingaantallen en verzuim Het belangrijkste signaal waarop de leerplichtambtenaren in actie komen is verzuim. Scholen zijn verplicht om ongeoorloofd verzuim te melden bij de afdeling Leerlingzaken van de gemeente waar de leerling die verzuimt woont. Wanneer er een verzuimmelding binnenkomt neemt de leerplichtambtenaar contact op met de school om af te stemmen wat er nodig is. Soms worden kinderen en jongeren in één schooljaar vaker gemeld. Dit kan zijn omdat het verzuim aanhoudt of
3/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
omdat er later in het jaar opnieuw verzuim wordt gesignaleerd. Er is in 2023-2024 in totaal 5577 keer geconstateerd dat er sprake van ongeoorloofd verzuim bij leerlingen onder de 18, het ging hierbij om 2310 verschillende leerlingen. In 2022-2023 waren 4801 meldingen over in totaal 1948 verschillende leerlingen. Bij de leerlingen boven de 18 ging het om 3931 meldingen, van in totaal 1372 jongeren. Dit waren in 2022-2023 3586 meldingen, van in totaal 1349 verschillende leerlingen. Thuiszitters Wanneer een leerling mét een schoolinschrijving gedurende een periode van meer dan vier weken de school niet bezoekt, noemen we de leerling een thuiszitter en wordt dit als zodanig geregistreerd en worden de kernpartners betrokken om samen met ouders en leerling een plan te maken. De term thuiszitter hanteren we als zodanig, omdat het een landelijke definitie is. We zijn ons er van bewust dat deze term door ouders en kinderen als stigmatiserend kan worden ervaren. We maken hierbij geen onderscheid in de reden waarom een leerling niet aanwezig is, dus zowel ongeoorloofd verzuim als ziekteverzuim wordt geregistreerd. Regelmatig ziekteverzuim kan een signaal zijn voor een risico op schooluitval. Als we deze kinderen al vroeg signaleren kan vaak voorkomen worden dat zij gaan uitvallen.
In de meeste situaties lukt het om een oplossing te vinden en kan het kind uiteindelijk toch weer naar school. Er zijn in 2023-2024 in totaal op PO (incl SBO), Vo, SO en VSO en MBO 215 kinderen die een periode thuis hebben gezeten. Voor 143 van hen is een oplossing gevonden, voor 72 nog niet. In 2022-2023 waren dit er 187, waarbij voor 42 geen oplossing werd gevonden in dat jaar. Redenen voor deze toename (die landelijk ook zichtbaar is) zijn o.a. dat het aantal leerlingen met complexe ondersteuningsvragen groeit en dat daar bij de wachttijden voor ondersteuning vanuit jeugdhulp of het speciaal onderwijs lang zijn als gevolg van financiële en personele krapte. Het uitblijven van tijdige passende ondersteuning zorgt ervoor dat de ondersteuningsvragen toenemen in complexiteit en dat ondersteuning langer nodig is. Combinaties van onderwijs en zorg zijn moeilijk te maken binnen het huidige stelsel. Absoluut verzuim Wanneer een kind leerplichtig of kwalificatieplichtig is, maar geen schoolinschrijving heeft, spreken we van absoluut verzuim. In het schooljaar 2023 – 2024 waren er 148 kinderen waarbij sprake was van absoluut verzuim. 51 van hen heeft alsnog een plek op een school gevonden. Van de overige leerlingen is een deel te verklaren omdat het leerlingen zijn die verhuisd zijn en bij wie een adresonderzoek loopt.
Ook zitten er in de groep van kinderen waarbij sprake is van absoluut verzuim leerlingen die voorheen werden vrijgesteld van leerplicht, maar die nu met een onderwijs-/zorgplan in beeld blijven. Deze leerlingen staan dus niet stil. Ter vergelijking waren dit in 2022-2023 117 leerlingen, waarvan er 43 alsnog een plek op een school hebben gevonden. Aantal vrijstellingen De leerplichtwet kent drie gronden voor ouders om vrijgesteld te worden van de plicht om hun kind in te schrijven op een school, hierbij gaat het om: - Artikel 5a: omdat een kind om psychische of lichamelijke redenen niet naar school kan. - Artikel 5b: omdat ouders overwegende bedenkingen hebben tegen de richting van het onderwijs, op alle binnen redelijke afstand van de woning gelegen scholen waarop de jongere geplaatst zou kunnen worden. - Artikel 5c: omdat de leerling een school in het buitenland bezoekt. Bij vrijstellingen is geen sprake van een besluit. Ouders tonen aan dat er een grond bestaat en dan ontstaat de vrijstelling van rechtswege. Bij dit proces is altijd een leerplichtambtenaar betrokken, en in het geval van artikel 5a ook een jeugdarts. Om het perspectief van het kind te borgen, onderzoeken
4/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
we altijd de mogelijkheid tot een onderwijs-/zorgplan in het geval van een beroep op artikel 5a, waarin onderwijs en zorgpartners samenwerken om ervoor te zorgen dat een kind toch tot ontwikkeling kan komen. De vrijstellingen op grond van artikel 5b nemen landelijk toe. Ook in Utrecht zien we een lichte stijging, al blijft deze beperkt in relatie tot het landelijke beeld. We nodigen ouders die zich beroepen op dit artikel altijd uit voor een gesprek. In dit gesprek toetst de leerplichtambtenaar of er aan de vereisten voor de vrijstelling wordt voldaan en gaan we uitgebreid in op hoe ouders het onderwijs willen vormgeven en borgen. In totaal zijn er in 2023-2024 188 vrijstellingen op grond van artikel 5a ontstaan, 24 op grond van artikel 5b en 151 op grond van artikel 5c. In de meeste gevallen voor maximaal een jaar, zodat er jaarlijks opnieuw bekeken kan worden of de vrijstelling nog nodig is. In 2022-2023 waren er 179 vrijstellingen op grond van artikel 5a, 18 op grond van 5b en 126 op grond van artikel 5c. Leerlingenvervoer In het jaarverslag van Leerlingzaken leest u dat we in het leerlingenvervoer een toename zien van kinderen die zelfstandiger reizen met bijvoorbeeld een vergoeding of een e-bike. Dit is in lijn met de gewenste beweging om leerlingen met recht op leerlingenvervoer, die dat kunnen (leren), zelf naar school te laten reizen in plaats van met de taxibus.
We hebben het afgelopen jaar meer ingezet op het bevorderen van zelfstandig reizen, zoals o.a. aangegeven in de Raadsbrief Korte termijn plan van aanpak Leerlingenvervoer Utrecht en de . De eerste effecten van dit beleid zijn in de cijfers van het jaarverslag terug te zien. De verwachting is dat het zelfstandig reizen in het komend jaar nog verder zal toenemen vanwege de recent aangepaste regelgeving van het leerlingenvervoer in Utrecht. Over de verdere stand van zaken in het vervoer, evenals de effecten van de wijzigingen in de regelgeving, informeren wij uw raad in de kwartaalbrieven en de kwartaalmonitor leerlingenvervoer. Voortijdig schoolverlaten In de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 van 10 april jl. is uw raad geïnformeerd over het aantal voorlopige voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) van het schooljaar 2022-2023. Onderstaand vindt u de inmiddels definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten voor het schooljaar 2022-2023. Deze cijfers verschillen in kleine mate van de voorlopige cijfers. Het percentage jongeren t/m 23 jaar dat zonder startkwalificatie1 het onderwijs heeft verlaten is in de gemeente Utrecht gedaald met 0,12%, van 2,25% naar 2,13%. In absolute aantallen betekent dit dat er, van de in totaal 23.506 Utrechtse jongeren, 500 Utrechtse jongeren (25 minder dan het jaar ervoor) voortijdig het onderwijs hebben verlaten.
Ook in de Doorstroomregio Utrecht, waarbinnen Utrecht de contactgemeente is, zien we een lichte daling in het percentage voortijdig schoolverlaters (0,06%) ten opzichte van het schooljaar 2021-2022. Landelijk zien we een vergelijkbare minimale daling van het aantal vsv’ers van 2,37% naar 2,34%. Utrecht (stad) Totaal
2018-2019 vóór corona 22.173
2019-2020
2020-2021
2021-2022
2022-2023
22.644
23.046
23.345
23.506
1 Een startkwalificatie is (minimaal) een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2 of hoger)
5/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
Nieuwe vsv
512
438
441
525
500
% Nieuwe vsv
2,31%
1,93%
1,91%
2,25%
2,13%
Doorstroomregio Utrecht Totaal
2018-2019 vóór corona 73.128
2019-2020
2020-2021
2021-2022
2022-2023
72.914
72.098
71.593
70.822
Nieuwe vsv
1.367
1081
1.183
1.462
1400
% Nieuwe vsv
1,87%
1,48%
1,64%
2,04%
1,98%
Tabel 1. Definitieve vsv-cijfers schooljaren 2018-2019, 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 20222023 In de vsv-cijfers zien we dat er op mbo entree een daling is in het aantal voortijdig schoolverlaters. Op mbo-2, mbo-3 en mbo-4 blijft het percentage vsv’ers nagenoeg gelijk. In het voortgezet onderwijs zien we een opvallende stijging in het percentage vsv’ers op havo/vwo bovenbouw. Dit betreft met name jongeren uit havo 4 en 5. In vmbo bovenbouw zien we een lichte daling. Met name in het voortgezet algemeen volwassenonderwijs (vavo) zien we, net als in 2021-2022, een stijging in het percentage vsv’ers. Voortijdig schoolverlaten en uitval in Utrecht Zoals eerder benoemd in de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 maken we naast de jaarlijkse vsv-cijfers gebruik van maandelijkse uitvalcijfers. Dit biedt een actueel beeld van jongeren zonder startkwalificatie die gedurende het schooljaar worden uitgeschreven van de opleiding, en daarmee ook een vooruitblik op de vsv-cijfers voor het schooljaar 2023-2024. Daarnaast zetten we continu in op het voorkomen van uitval en voortijdig schoolverlaten aan de hand van actuele signalen uit de praktijk, een goede samenwerking binnen het regionale programma en gesprekken met de onderwijsinstellingen. De afgelopen twee jaar is er een stijging te zien in het percentage vsv’ers uit Utrecht op het vavo.
Het gaat hier specifiek om jongeren die zichzelf hebben aangemeld bij het vavo (en dus geen jongeren die vanuit het vo zijn aangemeld). De voornaamste redenen voor uitval van deze leerlingen zijn persoonlijke omstandigheden. Sinds dit schooljaar zetten we vanuit het doorstroompunt (trajectbegeleiding mbo en focus-aanpak) preventiever in op het vavo, om zo dreigende uitval vroegtijdig te kunnen signaleren en waar nodig studenten te kunnen begeleiden naar een voor hen passende plek. Ook voert het ministerie van OCW op dit moment een landelijk onderzoek uit naar de uitval in het vavo. Op basis van de resultaten van het onderzoek en onze eigen analyses zullen we wanneer nodig aanvullende maatregelen nemen. Wat verder opvalt in de uitvalcijfers is een stijging in de uitval op mbo-2. De meest voorkomende redenen voor uitval bij deze doelgroep zijn een niet passende studiekeuze, het hebben van onvoldoende beroeps- en studievaardigheden en persoonlijke omstandigheden (o.a. financiële problematiek). Overigens lijken persoonlijke omstandigheden bij alle studenten een steeds grotere rol te spelen bij uitval. Een persoonlijke relatie met de student is een belangrijke manier om deze omstandigheden vroegtijdig te signaleren.
Door de mbo’s wordt daarbij benoemd dat het goed is om altijd verder te kijken dan de geregistreerde uitvalreden, omdat er sprake kan zijn van onderliggende (multi)problematiek. Tot slot zien we ook een stijging in het aantal studenten dat gaat werken. Er is bij deze doelgroep niet zozeer sprake van groenpluk2, maar van jongeren die zelf vaker kiezen voor het 2 Er is sprake van groenpluk wanneer een bedrijf jongeren in dienst neemt die hun opleiding nog niet hebben
voltooid
6/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
opzetten van een eigen bedrijf. Vanuit de regio zien we het belang van inzet op professionalisering binnen de onderwijsinstelling en van partners om deze jongeren goed op weg te kunnen helpen. Wet van school naar duurzaam werk In september jl. werd bekend dat de inwerkingtreding van het wetsvoorstel ‘Van school naar duurzaam werk’ is uitgesteld van 1 augustus 2025 naar 1 januari 2026. Het doel van dit wetsvoorstel is om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Hiervoor zijn vier samenhangende maatregelen bedacht. Er dient (1) aanvullende loopbaanbegeleiding ingeregeld te worden tot een jaar na diplomering of het verlaten van de school in het beroepsonderwijs, praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs. Daarnaast wordt (2) de maximumleeftijd van de doelgroep van de Doorstroompunt-functie verhoogd van 23 naar 27 jaar. Ook krijgen we (3) als gemeente (Werk en Inkomen) binnen de Participatiewet een meer preventieve rol bij het ondersteunen van jongeren naar werk. Tot slot (4) stimuleert het wetsvoorstel de samenwerking tussen het onderwijs, de Doorstroompunten en gemeenten (Werk en Inkomen) per jongere en binnen het regionaal programma.
Op dit moment werken we dan ook in gezamenlijkheid aan een nieuw regionaal programma en zoeken we daarbij de aansluiting met de ontwikkelingen binnen de arbeidsmarktregio (o.a. het regionaal werkcentrum). Binnen de gemeente Utrecht zijn we gestart om samen met de afdelingen Werk en Inkomen en Onderwijs/Leerlingzaken de huidige dienstverlening voor jongeren te analyseren. Zo wordt er een plan van aanpak opgesteld om de dienstverlening aan te laten sluiten bij wat er gevraagd wordt binnen de wet ‘Van school naar duurzaam werk’. Het wetsvoorstel is in december 2024 ingediend bij de Tweede Kamer. In Q1 2025 verwachten we de publicatie van de concept-regeling voor het nieuwe regionale programma en in Q3 2025 de publicatie van het wetsvoorstel. In de volgende raadsbrieven informeren wij u over nieuwe ontwikkelingen en wat dit betekent voor de gemeente en regio Utrecht. Focus aanpak De outreachende aanpak Focus valt onder de wettelijke doorstroomtaak van Leerlingzaken. Focus monitort, benadert en begeleidt Utrechtse jongeren tussen de 18-23 jaar die geen opleiding (meer) volgen en nog geen startkwalificatie hebben behaald. Vanuit monitoring hebben we al deze jongeren continu in beeld. Daarnaast benaderen we alle jongeren met een inkomen onder €580,- per maand outreachend. Dit drempelbedrag is per 1 januari 2024 bijgesteld en bedroeg daarvoor €473,- per maand.
Met deze verhoging volgen we het inlichtingenbureau dat op dezelfde datum het drempelbedrag heeft verhoogd naar €580,- per maand. Jongeren die een hoger inkomen hebben, mogen bij scholingsvragen altijd gebruik maken van de begeleiding van Focus, maar worden niet actief benaderd. Elke maand worden deze jongeren in beeld gebracht waardoor het totaal aantal jongeren binnen de Focusdoelgroep varieert: sommige jongeren vallen de ene maand wel in de doelgroep en de andere maand niet meer, omdat zij dan een (hoger) inkomen of schoolinschrijving hebben. We maken onderscheid tussen het benaderen van jongeren (waarmee we hen op de hoogte brengen van ons begeleidingsaanbod), het bereiken van jongeren (door middel van persoonlijk contact) en het daadwerkelijk begeleiden van jongeren met tenminste één adviesgesprek of traject. Het streefcijfer voor benadering is vastgesteld op 1.000 jongeren per schooljaar. In schooljaar 2023-2024 zijn er 1.830 jongeren benaderd, waarvan er 359 begeleid zijn of nog in begeleiding zijn. Hiervan hebben 121 jongeren een (scholings)adviesgesprek gevoerd en 238 jongeren een intensief begeleidingstraject gevolgd. Van deze laatste groep hebben 48 jongeren een schoolinschrijving, 70
7/8
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
4 februari 2025 12976065
jongeren werk en 50 jongeren zijn begeleid richting een traject bij Werk en Inkomen (18), passende hulpverlening (24) of arbeidsmatige activering (8). Het overige deel is nog actief in begeleiding (16) of heeft de begeleiding gestopt (54). Focus begeleidt naast bovenstaande doelgroep ook de jongeren die vanuit het praktijkonderwijs, het speciaal voortgezet onderwijs en de entree opleidingen de overstap gaan maken naar vervolgonderwijs, werk of arbeidsmatige activering. Dit doen we in samenwerking met Werk en Inkomen. In het schooljaar 2023-2024 zijn er door Focus 377 jongeren begeleid die deze overstap hebben gemaakt. In de bijlage, ‘Jaarverslag Leerlingzaken Gemeente Utrecht 2023-2024’ kunt u een verdere verdieping op de cijfers vinden. Tot slot Zodra wij de voorlopige cijfers voortijdig schoolverlaten van 2023-2024 in maart of april 2025 ontvangen, zullen wij u daarover informeren. In Q1 2026 ontvangt u de voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten met daarin de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten 2023-2024 en het jaarverslag van Leerlingzaken 2024-2025. Wij vertrouwen erop u door middel van deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
8/8
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 35
Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld
18 april 2025 College B&W Alian de Jong, Jasper van Wijk jasper.van.wijk@utrecht.nl 30242954 Onderwijs
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 35 van Venita Dada-Anthonij (D66), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Hester Assen (PvdA), Mariam AlSaqaff (VVD) van 12 maart 2025 over Uitdagingen Samenwerkingsverband Primair Onderwijs. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Wanneer en op welke wijze is de situatie rondom de financiële uitdagingen van het Samenwerkingsverband PO aan het licht gekomen? Antwoord 1 De financiële uitdagingen werden in het najaar van 2024 geleidelijk duidelijk. Op 3 oktober 2024 heeft Samenwerkingsverband Utrecht PO (hierna SWV PO) de ALV, bestaande uit de schoolbesturen, per brief geïnformeerd over de financiële situatie en de gevolgen voor het arrangeren op de korte termijn. Op 9 oktober 2024 zijn de kernpartners ook middels een brief en een gesprek geïnformeerd door het samenwerkingsverband. Wij hebben uw raad hierover op 21 oktober geïnformeerd in de derde kwartaalbrief van 2024 en in de Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2025. In december 2024 heeft de directeur-bestuurder haar vertrek medegedeeld aan de ALV en de (kern)partners; vervolgens is in januari 2025 een waarnemend directeur-bestuurder gestart.
Haar opdracht is om inhoudelijke en financiële keuzes in lijn te brengen zodat SWVPO financieel gezond wordt en blijft, met daarbij de focus op het nieuwe ondersteuningsplan en de kerntaak: samen met de scholen zorgen voor een zo passend mogelijke onderwijsplek voor de Utrechtse kinderen. Over deze ontwikkelingen is de gemeente door middel van een brief geïnformeerd op 13 februari 2025. Mede naar aanleiding hiervan is ambtelijk en bestuurlijk contact geweest met het SWVPO. Vraag 2 Wat is de aard en omvang van deze financiële uitdagingen, en welke factoren dragen bij aan deze problemen? Hoe heeft dit aldus het samenwerkingsverband zo kunnen ontstaan?
Antwoord 2 Er is sprake van een tekort van 814.000 euro op de begroting van 2024. De begroting bedraagt aan de inkomstenkant in totaal ca. 28,5 miljoen. U kunt de begroting hier lezen meerjarenbegroting ondersteuningsplan 2020-2025 SWV Utrecht PO. De inkomsten van het samenwerkingsverband zijn afhankelijk van het totaal aantal leerlingen in Utrecht (dit aantal is de afgelopen jaren gedaald in het primair onderwijs),het aantal kinderen dat naar het speciaal (basis) onderwijs gaat, en in welke ondersteuningscategorie deze kinderen vallen. SWV PO noemt de volgende zaken die hebben geleid tot de financiële problemen: Sinds 2020 neemt het aantal toegekende arrangementen toe en stijgen de totale arrangementskosten. Het betreft hier een stijging van 80,7% in de periode 2020 (472 arrangementen) tot en met 2023 (853 arrangementen). De arrangementskosten zijn vanaf het begin van de planperiode (2020 - €1.952.376) tot en met 2023 (€2.690.111) met 37,8% gestegen. De overschrijdingen in het budget zijn in deze periode opgevangen uit de reserves van het samenwerkingsverband, waardoor deze in 2024 uitgeput raakten.
In een beknopte analyse noemt het samenwerkingsverband een aantal factoren die hebben bijgedragen aan het ontstaan van het tekort, te weten: • Een stijging van uurtarieven, reiskosten en parkeerkosten bij arrangementsuitvoerders • Een toename van de bekostiging van zorg vanwege besparingen in de jeugdhulp • Aanvullende arrangementen bovenop het gespecialiseerd aanbod • Onvoldoende overzicht op grote arrangementen en het totaal aan kleine arrangementen • Het toekennen van arrangementen in de sterke basis, ondanks afspraken over de onwenselijkheid hiervan. Ook bleek er sprake van vertraging bij het indienen van arrangementen door de scholen, met vertroebeling van de begroting tot vervolg; de toenemende vraag naar arrangementen werd met vertraging zichtbaar, waardoor tijdig bijsturen op de begroting bemoeilijkt werd. Begin 2025 heeft SWV PO het arrangeren hervat en de gemeente geïnformeerd in de brief van 13 februari 2025. Vraag 3 Heeft het SWV PO of de scholen binnen het samenwerkingsverband, zelf tijdig aan de bel getrokken over deze financiële problemen bij de gemeente? Zo ja, wanneer is dit gebeurd en welke signalen zijn er op dat moment afgegeven? Antwoord 3 SWV PO bespreekt de begroting met de gemeente op de jaarlijkse accountgesprekken en heeft de gemeente in oktober 2024 ook direct geïnformeerd toen het tekort en de gevolgen voor arrangeren aan het licht kwamen.
Vraag 4 Op welke wijze is de gemeente daarna door het samenwerkingsverband betrokken bij het aanpakken van de financiële problemen? Antwoord 4 Binnen de kernpartneraanpak is na het bekend worden van de problemen bij het SWV PO direct ambtelijk en operationeel contact geweest met alle betrokken partners, om de gevolgen voor kinderen zo snel mogelijk op te kunnen vangen. Hierover is uw raad geïnformeerd in de derde kwartaalbrief van 2024. De wethouder heeft bestuurlijk afgestemd met zowel de vertrekkende directeur-bestuurder als met de nieuwe directeur-bestuurder. Daarnaast is bestuurlijk met de Inspectie van het Onderwijs gesproken over de ontstane situatie. De gemeente is aan de hand van accountgesprekken en een brief geïnformeerd over de acties die het samenwerkingsverband zelf onderneemt op het aanpakken van de financiële problemen. De invloed van de gemeente op de financiën van het samenwerkingsverband is beperkt, omdat de gemeente slechts een bedrag van 486.000 euro
financiert op de totale begroting van ca. 28,5 miljoen euro. Dit betreft een subsidie voor de uitbreiding van de taken van het SWVPO op het terrein van het jonge kind. Om de verhouding en de verantwoordelijkheden tussen een samenwerkingsverband en gemeente duidelijk te maken, leggen we hieronder (wellicht ten overvloede) uit hoe een samenwerkingsverband is georganiseerd en wat het doel is. Binnen een regio verenigen schoolbesturen zich in een samenwerkingsverband, met als doel het realiseren van een dekkend aanbod van passend onderwijs. De afspraken hierover en de begroting leggen zij vast in het ondersteuningsplan. Dit is een wettelijke verplichting in het kader van de Wet Passend Onderwijs. Dit plan wordt vastgesteld door de schoolbesturen die samen de algemene ledenvergadering van het samenwerkingsverband vormen. Met de gemeente wordt dit plan besproken in het op overeenstemming gericht overleg (OOGO). De bekostiging van het samenwerkingsverband komt vanuit het rijk en via het samenwerkingsverband wordt dit, volgens het ondersteuningsplan, verdeeld over de scholen.
Vraag 5 Hoe schat het college de impact van de financiële problemen in op kinderen die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning vanuit het SWV PO, en wat zijn de concrete gevolgen voor deze leerlingen en de scholen? Antwoord 5 De impact van de financiële problemen is vooral in het laatste kwartaal van 2024 (beperkt) merkbaar geweest. In die periode heeft SWV PO minder nieuwe arrangementen ingezet. Consulenten van het SWV hebben dit samen met de scholen en kernpartners opgevangen door zelf extra ondersteuning te bieden en er waren beperkt nog arrangementen beschikbaar. De ondersteuning is steeds doorgegaan, hoewel duidelijk is dat de vrees voor bezuinigingen enige tijd voelbaar is geweest in het werkveld. Per januari 2025 is het arrangeren ook weer hervat; hierover heeft SWV PO de gemeente geïnformeerd in de brief van 13 februari, die ook genoemd is bij het antwoord op vraag 1. In het kader van het nieuwe ondersteuningsplan, werkt het samenwerkingsverband de gevolgen en oplossingsrichtingen verder uit. Dit plan wordt uiterlijk 1 mei aangeleverd aan de Inspectie van het Onderwijs. Wij verwachten de komende periode meer duidelijkheid te krijgen over de inhoud van het ondersteuningsplan en zullen uw raad hierover op een later moment informeren.
Vraag 6 Is er inmiddels vanuit het samenwerkingsverband ook zicht op de consequenties voor scholen en leerlingen als gevolg van de financiële problemen? Antwoord 6 SWV PO moet om de financiële problemen het hoofd te bieden, scherp afbakenen wat het wel en wat het niet (meer) doet. Schoolbesturen zijn nauw betrokken bij deze besluitvorming in het kader van het opstellen van het ondersteuningsplan. Wij verwachten de komende periode meer duidelijkheid te krijgen over de inhoud van het ondersteuningsplan en daarmee ook over de gevolgen voor scholen en kinderen. Wij zullen uw raad hierover op een later moment informeren. Vraag 7 Welke maatregelen heeft het samenwerkingsverband ondernomen of is het van plan te nemen om zo snel mogelijk financieel stabiel te worden? En welke rol kan de gemeente hierin spelen? Antwoord 7 Deze vraag heeft betrekking op de inhoud van het ondersteuningsplan. Op het moment van antwoorden kunnen wij uw raad nog niet informeren over de maatregelen die SWV PO van plan is te nemen.
Het OOGO over dit ondersteuningsplan heeft op 16 april jl. plaatsgevonden. We zien zowel in het ondersteuningsplan als in het constructieve gesprek dat wij hierover hadden dat het samenwerkingsverband haar uiterste best doet om in korte tijd weer financieel gezond te worden en tegelijkertijd de kwetsbaarste kinderen te ontzien. Dit kan het samenwerkingsverband niet alleen. Het nu voorliggende plan is voor één jaar en in dit jaar zal met de partners in de stad gekomen worden tot afspraken over ieders verantwoordelijkheid binnen het hele stelsel van onderwijs, extra ondersteuning en zorg. Wij hebben vertrouwen in de wijze waarop het samenwerkingsverband dit aanpakt. Het ondersteuningsplan is deze week naar de inspectie gestuurd ter beoordeling. De planning is dat het samenwerkingsverband na de meivakantie het plan openbaar zal maken. We zullen u in een volgende kwartaalbrief hierover informeren. Vraag 8 In de brief wordt gesproken over “scherpe keuzes” en een “onzekere situatie”. Kan het college deze termen nader toelichten en specificeren welke keuzes en onzekerheden hiermee bedoeld worden? Antwoord 8 Deze vraag heeft betrekking op de inhoud van het ondersteuningsplan. Op het moment van antwoorden kunnen wij uw raad nog niet informeren over de keuzes die het samenwerkingsverband hierin maakt. Wij zullen uw raad hierover op een later moment informeren.
Vraag 9 Ziet het college nog extra risico's n.a.v deze situatie in het licht van de (nu al lopende) tekorten in de jeugd en hervormingen in het sociaal domein? Antwoord 9 We zien dat de tekorten ertoe leiden dat alle partijen kritischer kijken naar de werkzaamheden die zij uitvoeren. Als partijen daarbij de focus terugbrengen tot de eigen (wettelijke) taken en verantwoordelijkheden, beïnvloedt dat de bestaande samenwerkingsafspraken. Bij het herijken van deze afspraken en de daaruit voortvloeiende nieuwe werkwijzen, zien we het risico dat kinderen tussen wal en schip blijven hangen zolang de werkwijzen nog niet ingebed zijn. Daarom blijven we elkaar als partners opzoeken om dit te voorkomen en kijken we in het sociaal domein integraal naar de ontwikkelingen rondom het ondersteuningsplan; hoe deze de andere hervormingen raken en welke risico’s dat mogelijk met zich meebrengt. Dit gebeurt zowel met kernpartners in de praktijk als bestuurlijk, onder andere middels het OOGO. Vraag 10 Welke stappen worden ondernomen om de samenwerking tussen scholen, zorgpartners en de gemeente te versterken en te waarborgen, ondanks de financiële krapte? Antwoord 10 We ondernemen de volgende stappen: - Binnen de kernpartneraanpak vindt de samenwerking tussen onderwijs, leerplicht, het samenwerkingsverband, het Buurtteam en de jeugdgezondheidszorg onverminderd plaats.
- We evalueren de kernpartneraanpak om deze te versterken. Daarbij is extra aandacht voor de routekaart voor thuiszittende kinderen. Scholen, kernpartners en ouders doen hieraan mee middels enquêtes en interviews. - In de periode vanaf de kerstvakantie 2024 zijn wij intensief, onder andere door middel van een doorbraaktafel, met de relevante partners uit het onderwijsveld in gesprek om zowel voor de korte termijn oplossingen te vinden voor kwetsbare kinderen en ouders, evenals beleidsmatige oplossingen voor de langere termijn. Dit onderwerp is ook geagendeerd op de Stadstafel Jeugd en Onderwijs van 2 april. Zie tevens het antwoord op vraag 4.
Vraag 11 Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat leerlingen die echt extra ondersteuning nodig hebben, deze ook weer kunnen krijgen via het Samenwerkingsverband? Antwoord 11 Per 1 januari 2025 is het arrangeren weer hervat door SWV PO. Dat was een belangrijke maatregel om de ondersteuning voor deze leerlingen weer georganiseerd te krijgen. Tijdens het proces rondom het ondersteuningsplan, loopt de dagelijkse ondersteuning door SWVPO aan scholen en kinderen door. Hoe deze ondersteuning voor het komende jaar wordt vormgegeven en welke maatregelen het samenwerkingsverband neemt, wordt duidelijk in het ondersteuningsplan. Vraag 12 Kan de raad op de hoogte gehouden worden over het vervolgproces, omdat de huidige ontwikkelingen een behoorlijke hebben op de kwaliteit en zorg en onderwijs voor leerlingen. Antwoord 12 Ja, wij zullen uw raad op de hoogte houden van de ontwikkelingen rondom het ondersteuningsplan en het vervolgproces middels onze kwartaalbrieven. Vraag 13 Op 17 maart is uitspraak gedaan door de Raad van State dat bezuinigingen aangaande het samenwerkingsverband teruggedraaid moeten worden. Heeft dit gevolgen voor de gemeente Utrecht? Antwoord 13 Nee, deze uitspraak heeft geen negatieve gevolgen voor de gemeente Utrecht.
Vanzelfsprekend is het goed nieuws dat de gezamenlijke samenwerkingsverbanden deze rechtszaak tegen een landelijke generieke korting hebben gewonnen Deze kwestie ging over een generieke bezuiniging die de minister heeft doorgevoerd op de bekostiging van de samenwerkingsverbanden. De reden van de generieke korting was dat veel samenwerkingsverbanden volgens de minister te hoge reserves hebben. Samenwerkingsverbanden zonder hoge reserves zouden vervolgens gecompenseerd worden voor de gemiste bedragen. Samenwerkingsverband Utrecht PO zou in aanmerking komen voor compensatie van de gemiste bedragen. De compensatie zou echter niet even hoog zijn als het bedrag dat zonder de korting zou zijn betaald (vanwege indexaties). Financieel gezien zal deze uitspraak daarom voor SWV PO een positief financieel effect hebben.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Schriftelijke vragen: SV2025 12 maart 2025
Vragen: We hebben in de Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten1 van 4 februari kunnen lezen over de financiële uitdagingen van het Samenwerkingsverband PO en de directe gevolgen die dat heeft gehad. Daarnaast hebben D66, GroenLinks, PvdA en VVD signalen ontvangen, dat er onrust heerst rondom de situatie van het samenwerkingsverband en de impact die het heeft op het bieden van ondersteuning aan leerlingen. Daarom de volgende vragen: 1. Wanneer en op welke wijze is de situatie rondom de financiële uitdagingen van het Samenwerkingsverband PO aan het licht gekomen? 2. Wat is de aard en omvang van deze financiële uitdagingen, en welke factoren dragen bij aan deze problemen? Hoe heeft dit aldus het samenwerkingsverband zo kunnen ontstaan? 3. Heeft het SWV PO of de scholen binnen het samenwerkingsverband, zelf tijdig aan de bel getrokken over deze financiële problemen bij de gemeente? Zo ja, wanneer is dit gebeurd en welke signalen zijn er op dat moment afgegeven?
4. Op welke wijze is de gemeente daarna door het samenwerkingsverband betrokken bij het aanpakken van de financiële problemen? 5. Hoe schat het college de impact van de financiële problemen in op kinderen die afhankelijk zijn van zorg en ondersteuning vanuit het SWV PO, en wat zijn de concrete gevolgen voor deze leerlingen en de scholen? 6. Is er inmiddels vanuit het samenwerkingsverband ook zicht op de consequenties voor scholen en leerlingen als gevolg van de financiële problemen? 7. Welke maatregelen heeft het samenwerkingsverband ondernomen of is het van plan te nemen om zo snel mogelijk financieel stabiel te worden? En welke rol kan de gemeente hierin spelen? 8. In de brief wordt gesproken over “scherpe keuzes” en een “onzekere situatie”. Kan het college deze termen nader toelichten en specificeren welke keuzes en onzekerheden hiermee bedoeld worden? 9. Ziet het college nog extra risico's n.a.v deze situatie in het licht van de (nu al lopende) tekorten in de jeugd en hervormingen in het sociaal domein? 10. Welke stappen worden ondernomen om de samenwerking tussen scholen, zorgpartners en de gemeente te versterken en te waarborgen, ondanks de financiële krapte? 11. Welke maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat leerlingen die echt extra ondersteuning nodig hebben, deze ook weer kunnen krijgen via het Samenwerkingsverband? 12.
Kan de raad op de hoogte gehouden worden over het vervolgproces, omdat de huidige ontwikkelingen een behoorlijke hebben op de kwaliteit en zorg en onderwijs voor leerlingen. 13. Op 17 maart is uitspraak gedaan door de Raad van State2 dat bezuinigingen aangaande het samenwerkingsverband teruggedraaid moeten worden. Heeft dit gevolgen voor de gemeente Utrecht?
Gesteld door: • • • •
Venita Dada-Anthonij, D66 Maartje Vermeulen, GroenLinks Hester Assen, PvdA Mariam Al-Saqaff, VVD
Ondersteuning van de Utrechtse Leerling Basisinformatie Datum
17 Juni 2025
Gespreksleider
Maartje Vermeulen
Tijd
19:30-21:00
Zaal
Stadhuishal
Soort bijeenkomst Werkvorm
Regulier
Portefeuillehouder
Wethouder Eerenberg
Vervolg
De gemeenteraad debatteerd over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie:Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. De raad besluit hier in principe over tijdens de eerstvolgende raadsvergadering.
Links Deelnemers
Wilt u nog informatie delen met raadsleden? Stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en Facebook-pagina ‘Gemeenteraad Utrecht’ -Globe College Utrecht -Stichting de Asstronaut en mijn gezin. - 2 deelnemers
1
Programma 19.30 - 19.35 Welkom 19.35 - 19.45 Visie & Ervaringen SPO Utrecht - Anje-Margreet Woltjer (PO) 19.45 - 20.00 Gesprek met aanwezigen over wat zij zien en verwachten 20.00 - 20.10 Vragen van raadsleden 20.10 - 20.15 Korte pauze 20.05 - 20.15 Visie & Ervaringen SPO Utrecht – Jeroen Lreijkamp (VO) 20.15 - 20.30 Gesprek met aanwezigen over wat zij zien en verwachten 20.30 - 20.40 Vragen van Raadsleden 20.40 - 20.55 Gezamenlijk gesprek rondom de vraag: Hoe kunnen we de handen ineenslaan en deze uitdagende tijd samen zo goed mogelijk doorkomen? 20.55 - 21.00 Afsluiting
Motivatie Binnen het Samenwerkingsverband Primair Onderwijs is een zodanig financieel uitdagende situatie ontstaan, dat dit de leerlingen raakt die vanuit die financiering extra ondersteuning ontvangen. Er wordt op dit moment gewerkt aan een ondersteuningsplan om dit recht te trekken. Inmiddels is ook bekend geworden dat de Onderwijskansenregeling vanuit de overheid zal stoppen en er bezuinigd zal worden op de basisvaardigheden. Zowel leerlingen uit het basis als het voortgezet onderwijs zullen hierdoor geraakt worden. Graag horen bovenstaande fracties van het Samenwerkingsverband, schoolbesturen en schoolleiders (PO) en directeuren (VO), leerkrachten en docenten of, hoe en in welke mate de bovengenoemde landelijke bezuinigingen zullen impact hebben op op de ondersteuning van Utrechtse leerling in de praktijk. Daarnaast gaan bovenstaande partijen graag in gesprek over hoe een nieuwe situatie, waarin extra ondersteuning aan leerlingen verminderd of onderbroken moet worden, voorkomen kan worden.
Centrale vragen zullen zijn: -
Wat is de verwachte impact van de bezuinigingen op leerlingen in het basisonderwijs? Wat is de verwachte impact van de bezuinigingen op leerlingen in het voortgezet onderwijs? Wat kunnen we doen om de handen ineen te slaan en de impact te mitigeren? 2
Agendeerders 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Venita Dada-Anthonij, D66 Hester Assen, PvdA Maartje Vermeulen, GroenLinks Janouke van Meerveld, Student & Starter Anton Stam, Volt Job van den Broek, CDA Juriaan Otto, EenUtrecht
Bijdrage Naam en (evt.) organisatie.
3
Bezuinigingen Vanuit het Rijk met impact op Utrecht
16 juni 2025, Jeroen Kreijkamp CvB NUOVO Scholen
Indeling • Rijksbeleid 2024 • Rijksbeleid 2025 • Onderwijskansenregling • Impact op Utrechtse Scholen • Conclusie en oproep
Rijksbeleid 2024 • Bezuinigingen coalitieakkoord en Miljoenennota • Gedeeltelijk teruggedraaid via amendement Bontebal c.s. op begroting
Rijksbeleid 2024
Rijksbeleid 2025 • Voorjaarsnota 2025 • Val van het kabinet Schoof
Onderwijskansenregeling (OKR) • De OKR is een instrument om de structurele achterstelling van leerlingen met een sociaaleconomische, culturele of talige achterstand te doorbreken. • Het maakt het mogelijk om gericht te investeren in ondersteuning van leerlingen die een verhoogd risico lopen op een minder succesvolle schoolloopbaan. • Het gaat hierbij om extra begeleiding, taalondersteuning, kleinere klassen, aanvullende pedagogische inzet, en activiteiten die bijdragen aan de brede ontwikkeling van jongeren in kwetsbare posities. Dankzij deze middelen kunnen scholen compenseren waar de thuissituatie dat niet kan.
Impact op het Utrechtse onderwijs (1/2) Vanaf 2027 zullen meerdere Utrechtse scholen aanzienlijk geraakt worden door het wegvallen van deze middelen. De impact laat zich samenvatten in drie hoofdlijnen: 1. Kansengelijkheid onder druk ØHet vergroten van klassen, juist bij groepen leerlingen die vragen om intensieve begeleiding en structuur. ØHet wegvallen van extra taalondersteuning, terwijl het ministerie tegelijkertijd inzet op verbetering van de basisvaardigheden. ØHet schrappen van remediërend en verrijkend onderwijsaanbod, wat de ontwikkeling van leerlingen met achterstanden belemmert.
Impact op het Utrechtse onderwijs (2/2) 2. Onderwijsveiligheid en werkdruk ØMinder inzet van pedagogen en ondersteuningsteams, terwijl gedragsproblematiek toeneemt en de jeugdhulpverlening vastloopt. ØToenemende druk op reguliere docenten, met risico’s voor de onderwijskwaliteit én de veiligheid in de klas. 3. Aantrekkelijkheid van het beroep ØDe omstandigheden op de scholen die het verschil proberen te maken voor kansarme leerlingen, worden zwaarder. ØDe aantrekkelijkheid van deze scholen voor bevlogen professionals neemt af, juist op een moment dat lerarentekorten nijpend zijn.
Financiën • Impact op Utrechtse scholen enorm • Voorbeelden: • Ithaka ISK nieuwkomersonderwijs: ruim 1.5 mln • VMBO’s: ca. 500k per school
Conclusie en oproep • Deze bezuiniging treft de scholen en leerlingen die de extra ondersteuning het hardst nodig hebben. • Staat haaks op de ambities van inclusief onderwijs, gelijke kansen en versterking van de basisvaardigheden. • Wij roepen het ministerie van OCW en de Tweede Kamer dan ook met klem op om deze bezuiniging te heroverwegen. • Het behoud van de Onderwijskansenregeling is essentieel voor een rechtvaardig onderwijssysteem waarin álle kinderen tot bloei kunnen komen.
Bedankt!
NUOVO Scholen: Utrecht en omstreken