Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 17 juni 2025 1
Ondersteuning van de Utrechtse leerling Tijd: 19:30-21:00 Locatie: Stadhuishal Beleidsterrein: Onderwijs Portefeuillehouder: Wethouder Eerenberg Agendeerders: Venita Dada-Anthonij (D66), Hester Assen (PvdA) Maartje Vermeulen (GroenLinks), Janouke van Meerveld (Student & Starter), Juriaan Otto (EenUtrecht), Job van de Broek (CDA) en Anton Stam ( Volt). Motivatie: Inmiddels is bekend geworden dat het kabinet is gevallen. Helaas er nog steeds onzekerheid over wat er gaat gebeuren met o.a. de onderwijskansenregeling en andere onderwijsbezuinigingen. Zowel leerlingen uit het basis als het voortgezet onderwijs zullen hierdoor geraakt worden. Graag horen bovenstaande fracties van het Samenwerkingsverband, schoolbesturen en schoolleiders (PO) en directeuren (VO), leerkrachten en docenten of, hoe en in welke mate de voorgestelde landelijke bezuinigingen impact hebben op de ondersteuning van Utrechtse leerling in de praktijk. Daarnaast gaan bovenstaande partijen graag in gesprek over hoe een nieuwe situatie, waarin extra ondersteuning aan leerlingen verminderd of onderbroken moet worden, voorkomen kan worden. Daarnaast willen we graag in gesprek over hoe het veld er nu in slaagt de doelen binnen het onderwijs (op kansengelijkheid, goed en passend onderwijs, thuiszitters, segregatie tegengaan, burgerschap) te realiseren of wat daarin de uitdagingen of beperkingen zijn.
Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 3e kwartaal 2024 Raadsbrief voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten Q1 2025 Beantwoording schriftelijke vragen 2025 nr 35 Informatie over RIB Presentatie NUOVO
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Datum
21 oktober 2024
Doorkiesnummer 14030
Eva Spanjer
Kenmerk
12818422
eva.spanjer@utrecht.nl
Onderwerp
Kwartaalbrief onderwijs 3e kwartaal 2024
Bijlage(n)
3 (waarvan 1 onderaan)
Beleidsveld
Onderwijs
Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de kwartaalbrief met daarin informatie over de laatste ontwikkelingen en toezeggingen aan uw raad over onderwijs. We informeren u in deze kwartaalbrief over de ontwikkelingen op de onderwijstaken1 waarvoor de gemeente verantwoordelijk is, over activiteiten die raken aan het coalitieakkoord en over ontwikkelingen en opvolging van moties en toezeggingen van uw raad. Deze kwartaalbrief onderwijs bestaat uit een deel met informatie over onderwijsbeleid (A) en een deel met informatie over onderwijshuisvesting (B). De laatste kwartaalbrief onderwijs ontving u op 25 juni 2024. Beantwoording raadsvragen Uw raad heeft in de afgelopen kwartaal een aantal sets aan schriftelijke vragen gesteld ter beantwoording. De volgende schriftelijke vragen zijn beantwoord: - SV116 over (sociale) veiligheid onder de Utrechtse jeugd en op scholen op 9 juli jl. - SV117 over busje komt zo, of toch niet? op 2 juli jl. - SV119 over starten in de brugklas heeft een prijskaartje op 3 september jl. Moties en toezeggingen Met deze raadsbrief worden de volgende toezeggingen en moties afgedaan: - Toezegging 336 - Toezegging 596 - Toezegging 621 - Toezegging 629 - Toezegging 775 - Motie M179 - Motie M195 Commissie In de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie hebben we over de volgende onderwerpen met uw raad gesproken: 1 Over o.a.
Onderwijsachterstanden beleid (OAB), LEA (UOA), leerplicht, leerlingenvervoer, voortijdig schoolverlaten,
onderwijshuisvesting.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
-
21 oktober 12818422
Raadsbrief Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten op 20 juni jl.
Raadsbrieven De volgende raadsbrieven hebben we in de afgelopen periode aangeboden aan uw raad. - Raadsbrief Vaststellen leerlingenprognose 2024 op 25 juni jl. - Raadsbrief Ontwikkelingen Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2026-2041 op 27 juni jl. - Raadsbrief Update Onderzoek Kinderopvang op 27 juni jl. - Raadsbrief Afronding aanbestedingsprocedure International School Utrecht (ISU) op 4 september jl. - Raadsbrief Advies beoogde fusie scholen Hart van Noord - Voortgangsrapportage Onderwijshuisvesting Raadsvoorstellen De volgende raadsvoorstellen hebben we in de afgelopen periode aangeboden aan uw raad - Raadsvoorstel Verordening leerlingenvervoer op 19 juli jl. Deel A. Onderwijsbeleid In het dit deel gaan we in op de volgende beleidsonderwerpen: Utrechtse Onderwijsagenda, aanpak lerarentekort, kinderopvang, VE op maat groepen, dag van de voorschool, passend onderwijs, speciaal onderwijs, leerlingenvervoer, nieuwkomersonderwijs, bibliotheek en de Ontdekhal. Utrechtse Onderwijsagenda Bijgevoegd bij deze kwartaalbrief vindt de raad het jaarplan van de Utrechtse Onderwijsagenda (UOA) voor schooljaar 2024/2025, zoals afgesproken in toezegging 775. Het jaarplan is een concretisering van de ambities in de UOA werkagenda 2024-2027.
Het jaarplan heeft twee doelen: 1) het is een instrument voor het UOA-netwerk bij de gewenste en benodigde sector-overstijgende samenwerking van de domeinen onderwijs, jeugdhulp, volksgezondheid en de sociale basis. Het wordt gebruikt om doelen concreet te maken en koers te houden. En 2) het jaarplan is de manier waarop de UOA partners aan de stad Utrecht laten zien waar zij aan werken en welke resultaten zij boeken. In het jaarplan vindt u ook de uitwerking van toezeggingen die zijn gedaan tijdens het debat op 11 april 2024, waaronder de toezeggingen over: - Inzichtelijk maken niveau van basisvaardigheden (p. 4 jaarplan) - Aandacht om ouderbetrokkenheid te stimuleren om zo leerprestaties te bevorderen (3, 7) - Utrecht Mensenrechtenstad krijgt aandacht op de website van de UOA (p. 4 jaarplan) - Voortgang en ontwikkeling 0 - 18 scholen (p. 7 jaarplan) - Behoefte brede brugklassen (motie M195, p. 7 jaarplan) - Plan van aanpak buurtscholen (p. 5 jaarplan) - Burgerschapsonderwijs wordt verder uitgewerkt in relatie tot het MKB en hoe wij als gemeente dit verder kunnen ondersteunen (p. 4, 7). We organiseren een bijeenkomst voor Utrechtse ondernemers over de doelen van de UOA en hoe hier aan bij te dragen, bijvoorbeeld in het solidariteitsfonds. De frequentie stemmen we af op basis van de behoefte.
- Aandacht voor praktijk- en speciaal onderwijs (inleiding jaarplan en hebben we aandacht voor in de verdere uitwerking van de werkagenda) - Uitwerking familiescholen: nemen we mee in de uitwerking van de werkagenda. We versterken de samenwerking tussen ouders, scholen en de wijk door lessen te trekken uit het familieschoolconcept. Deze aanpak beoogt de kracht van ouders en de wijk te verbinden met het onderwijs, passend binnen het veranderde zorglandschap. Het doel is om kinderen optimale kansen te bieden door ouderbetrokkenheid te vergroten en de rol van de school als
2/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
onderdeel van de wijk te versterken. Zoals toegezegd aan uw raad worden ouders, leerlingen en professionals zo goed mogelijk betrokken bij de uitvoering van de UOA werkagenda. Soms door hen te informeren via medezeggenschaps- of leerlingenraden. Andere doelen en ambities lenen zich beter om mede met ouders, leerlingen en professionals uit te voeren. We hanteren het kompas voor zeggenschap uit de beleidsnota ‘Samen stad maken’ om te kiezen welke samenwerkingsvorm het beste past. Een voorbeeld van uitwerking van ambities waarin we actief ouders, leerlingen en professionals betrekken zijn: de ontwikkeling van het solidariteitsfonds ter vervanging van de vrijwillige ouderbijdrage en in het inclusiviteitspanel dat meepraat over de ontwikkeling van inclusieve scholen. Onderdeel van de werkagenda 2024-2027 was de ambitie om te komen tot een passende governance-structuur voor de UOA. In augustus 2024 hebben de partners van de UOA met elkaar de ambitie uitgesproken om op termijn toe te willen groeien naar een stedelijke agenda voor de Utrechtse Jeugd. Een eerste stap is het vervlechten van verschillende bestuurlijke tafels die er zijn in de stad.
De deelnemersgroep aan het bestaande UOA platform wordt daarom uitgebreid, zodat er één bestuurlijke tafel is waarin onderwijs, kinderopvang, de sociale basispartijen, (gespecialiseerde) jeugdhulp en JGZ met elkaar sturen op thema's die de Utrechtse jeugd betreffen. We organiseren een gezamenlijke vergaderdag waarop de verschillende gesprekken op één dag geclusterd worden, afgesloten door een plenaire vergadering van alle partners. De eerste keer dat deze dag georganiseerd wordt is in november 2024. Aanpak lerarentekort Bij de start van het schooljaar staan er nog vacatures open. Een deel van de scholen start met onderbezetting, wetende dat in de loop van het schooljaar de personele capaciteit nog dunner zal worden en er geen vervangers zijn. Een beeld dat we helaas inmiddels herkennen uit eerdere jaren. Scholen krijgen meer ervaring in het omgaan met personeelstekorten. We hebben geen signalen ontvangen dat de situatie heel anders is dan vorig jaar. Hieronder gaan we in de op de stagevergoeding, voorrang bij huurwoningen, parkeervergunning en de start van de campagne werken in het onderwijs. - Stagevergoeding In onze vorige kwartaalbrief zijn we ingegaan op het ontbreken van een regeling voor stagevergoedingen in het onderwijs.
Een stagevergoedingsregeling doet recht aan de waardering die studenten in het primair onderwijs verdienen, en maakt de sector aantrekkelijker als toekomstige werkgever. De schoolbesturen primair onderwijs (PO) willen graag afspraken maken over harmoniseren van de stagevergoeding. De Rijksbekostiging van het PO is ontoereikend voor deze uitbreiding van de arbeidsvoorwaarden. De sociale partners in het PO onderzoeken gezamenlijk hoe een stagevergoeding ingericht en gefinancierd kan worden. In het voortgezet onderwijs hebben de leden van de VO-raad inmiddels een regeling voor stagevergoedingen afgesproken. Deze worden meegenomen in de cao-onderhandelingen, omdat het onwenselijk is dat deze afspraken niet voor iedereen gelden. We volgen deze ontwikkeling op de voet, wetende dat er geen financiële ruimte is voor Utrechtse arbeidsvoorwaarden. - Beroepsvoorrang huurwoningen Enkele maatschappelijke beroepen (in sectoren onderwijs, zorg, politie) kenden al een voorrangscriterium in de huisvestingsverordening voor woningen in de sociale huur. Met ingang van 1 juli 2024 is de huisvestingsverordening herzien, waardoor deze maatschappelijke beroepen ook in de middenhuur voorrang kunnen krijgen bij het toewijzen van een woning. Tevens zijn de beroepen
3/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
uitgebreid met de sectoren vrijwillige brandweer en kinderopvang. Conform toezegging toezegging 629 is uitgezocht of dit voor meer projecten mogelijk is. De Huisvestingsverordening is wettelijk het enige instrument wat door de gemeente gebruikt kan worden voor het maken van afspraken over het toewijzen van woningen. Verhuurders zijn publiekrechtelijk verplicht zich aan deze voorrangsregels te houden. De beroepsvoorrang is hiermee geborgd voor elk project waar sociale huur en/of middenhuur geprogrammeerd staat. We zien een toename van het aantal toewijzingen op basis van beroepsvoorrang in de sociale huur (in 2021: 17 toewijzingen; in 2023 35 toewijzingen). - Parkeervergunning onderwijs Met Motie M467 en toezegging 565 heeft uw Raad opdracht gegeven om tot een ontwerp onderwijsparkeervergunning te komen die zo min mogelijk bureaucratie met zich meebrengt, alsmede een korte termijn- oplossing voor scholen die niet kunnen wachten tot het van kracht worden van de onderwijsparkeervergunning. Het vernieuwde ontwerp is voor de zomer met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen besproken.. In de raadsbrief van 24 juni en 8 oktober informeerden wij u over de stand van zaken rond de nieuwe parkeervergunning voor het onderwijs. Het tarief voor deze nieuwe vergunning is opgenomen in de aanstaande wijziging van de Verordening Parkeerbelastingen.
Het voorstel hiervoor is recent aan uw raad aangeboden. Na besluitvorming door uw raad nemen wij in de 'Nadere regel uitgifte parkeervergunningen en garageplaatsen' de voorwaarden voor het aanvragen van deze vergunning op. Tot het moment dat deze nieuwe parkeervergunning beschikbaar is, geven wij het verschil in het tarief tussen de huidige parkeervergunningen voor bedrijven en de parkeervergunning voor onderwijs aan scholen terug. De hoofdlijnen van de parkeervergunning onderwijs zien er als volgt uit: • De parkeervergunning onderwijs is bedoeld voor medewerkers van primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO), middelbaar beroepsonderwijs (MBO) en Voorschoolse Educatie. • Voor het aanvragen van de vergunning gelden dezelfde spelregels als voor de parkeervergunning voor bedrijven maar met aanvullende bepalingen rond het aantal formatieplaatsen, reistijd/woonplaats en de verplichting van een mobiliteitsplan (zoals eerder met uw raad besproken). Het aantal te verstrekken vergunningen is afhankelijk van de parkeerzone en de formatieplaatsen. • Voorwaarde voor het verstrekken van een onderwijsvergunning is dat de medewerker buiten utrecht woonachtig moet zijn met een minimale reistijd van 60 minuten van deur tot deur (volgens 9292.nl). • De parkeervergunning is niet gebonden aan een kenteken en daardoor flexibel inzetbaar door scholen.
- Campagne werken in het onderwijs Op 1 oktober 2024, in de week van de leraar, is de arbeidsmarktcampagne van Utrecht Leert feestelijk van start gegaan. Deze campagne is in nauwe samenwerking met de schoolbesturen ontworpen en we hebben echte Utrechtse onderwijsprofessionals bereid gevonden om model te zijn. Hiermee hebben wij toezegging 596, betreffende Motie M466 (ingetrokken en overgenomen op 7-122024) uitgevoerd. We onderzoeken of raadsleden een actieve bijdrage kunnen leveren aan het vergroten van de bekendheid van de campagne. Kinderopvang In de raadsbrief ‘Update onderzoek kinderopvang’ (27-06-2024) informeerden we u over de opvolging van de melding die bij de Inspectie kinderopvang (IKO) in maart 2024 is binnengekomen over nietgeregistreerde kinderopvang. Als het gaat om de casus kunnen wij u melden dat IKO, zoals toegezegd, nadere documentatie van de organisatie heeft beoordeeld op basis van de definitie van de Wet kinderopvang (Wko), de conclusie was dat het nog steeds kinderopvang is in de zin van de wet.
4/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
Het juridisch traject nog loopt. Zoals beschreven in de vorige raadsbrief bleek uit de interne evaluatie dat de gemeente Utrecht de procedures correct heeft gevolgd. Daarnaast kwamen er twee aandachtspunten naar voren uit de evaluatie waaraan opvolging gegeven wordt. Het eerste aandachtspunt is het verder duiden. De Wet kinderopvang (Wko) ziet erop toe dat kinderopvang veilig en kwalitatief goed wordt uitgevoerd. Maar ook activiteiten zonder intentie om formele opvang te bieden, kunnen volgens de formulering van de wet, binnen de reikwijdte vallen. Mede naar aanleiding van de bij u bekende casus, is er een verkenning gedaan naar mogelijke andere relevante kaders. De variatie en omvang van het aan kinderopvang grenzende gebied is groot. De verkenning heeft laten zien dat er op dit moment naast de Wko geen passende kaders bestaan voor zulke initiatieven. Het verder duiden van dit gebied is complex en vraagt afstemming met zowel de verschillende betrokken ministeries binnen de Rijksoverheid als andere gemeenten, waaronder de G4. Het gesprek hierover wordt op dit moment gevoerd en kost tijd. Over de voortgang van dit proces informeren we uw raad in de volgende kwartaalbrief. Het tweede aandachtspunt wat uit de evaluatie naar voren kwam is de positionering van de kinderopvang.
Er is de afgelopen maanden ingezet op het bouwen aan duurzame relaties met kinderopvanghouders in de stad, onder andere via het Platform Kinderopvang Utrecht. Daarnaast is er geïnvesteerd in een aan kinderopvang gerelateerd netwerk bij de ministeries en andere gemeenten. Dit netwerk biedt ruimte voor landelijke ontwikkelingen en mogelijke uitwisseling van kansrijke initiatieven. In september heeft er een eerste brede bijeenkomst plaatsgevonden binnen de gemeente, waarbij alle afdelingen die betrokkenheid hebben met kinderopvang uitgenodigd waren. Hier is kennis gedeeld over de geldende wetgeving en ingezet op het creëren van een gedeeld beeld over de kinderopvang en de rol van de gemeente. Er wordt aandacht besteed aan het vereenvoudigen en stroomlijnen van interne procedures, bijvoorbeeld rondom de start van een kinderopvanglocatie en de evaluatie van het verhuurbeleid. IKO werkt aan een intern instrument, waarbij de Wko begrijpelijker en makkelijker toepasbaar wordt gemaakt voor collega’s van andere afdelingen. Op deze manier is het eenvoudiger om in een vroeg stadium te toetsen of een initiatief mogelijk onder de reikwijdte van de Wko valt. Overigens is het wel zo dat áltijd in de praktijk beoordeeld wordt of het beschreven initiatief leidt tot het verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen zoals gedefinieerd in de Wko.
Alleen documentenonderzoek geeft hierover geen uitsluitsel. Tot slot zijn we, mede naar aanleiding van vragen vanuit de raad tijdens het debat Kinderopvang (februari 2023), gestart met het monitoren van de opvangcapaciteit in de stad, wat op termijn meer inzicht geeft in de ontwikkeling hiervan. De uitkomsten hiervan zullen we jaarlijks delen met de raad. In Q1 2025 informeren we de raad over de voortgang op bovenstaande initiatieven in een gecombineerde raadsbrief Voortgang VE & kinderopvang. VE op maat groepen In januari 2023 zijn we vanuit de regiodeal Overvecht gestart met een pilot om 2-jarigen voorschool te bieden aan de hand van een aangepast dreumescurriculum, uitgevoerd door Kind & Co Ludens. Normaal gesproken start de voorschool met 2,5 jaar. De pilot heeft als doel om kinderen eerder te ondersteunen in hun ontwikkeling. Inmiddels zijn er 3 VE groepen vanaf twee in Overvecht. Intussen is de pilot geëvalueerd en is een plan voor het vervolg gemaakt, hiermee geven we invulling aan toezegging 336, betreffende M51 ‘Ook VE, vanaf twee’. Bijgaande evaluatie (bijlage 2) beschrijft de belangrijkste conclusies van de evaluatie van de pilotgroep die uitgevoerd is door de Universiteit Utrecht, aangevuld met bevindingen van de uitvoerder Kind & Co Ludens en enkele observaties van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ).
5/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
De evaluatie geeft voldoende reden om de drie 2-2,5 jarigen groepen met spelinloop in Overvecht door te zetten. Deze worden op dit moment nog gefinancierd vanuit de Regiodealmiddelen. Voor 2025 en 2026 kunnen deze groepen uit de SPUK Leefbare wijk - het jonge kind gefinancierd worden. We onderzoeken mogelijkheden tot uitbreiding en daar wordt uw raad in in een gecombineerde raadsbrief Voortgang VE & kinderopvang in Q1 van 2025 over geïnformeerd. Ook ontvangt u in deze brief de gebruikelijke jaarlijkse update over bereik en wachtlijsten, samen met de andere ontwikkelingen in de VE. Dag van de Voorschool Op 2 oktober vond voor de tweede keer de Dag van de voorschool plaats. Ouders van kinderen tussen de 1 en 3 jaar ontvingen een kaart in de brievenbus met de uitnodiging om een kijkje te nemen op een voorschool in hun buurt. Ouders kregen een rondleiding, konden vragen stellen aan de pedagogisch medewerkers, een van de toeleiders of andere medewerkers van de Voorschool. Het doel van deze dag is dat we meer kinderen bereiken met een risico op (taal)achterstand en/of kinderen die naar geen enkele voorschoolse voorziening gaan.Aan deze dag van de voorschool doen alle VE aanbieders mee. Dit jaar hebben 29 VE locaties meegedaan aan de Dag van de Voorschool. Passend onderwijs - Inclusief onderwijs In het debat over passend onderwijs is op 20 juni jl.
aan uw raad toegezegd dat de gemeente in gesprek blijft met schoolbesturen in de stad over de kansen om inclusief onderwijs verder vorm te geven. Dit doen we onder andere door het thema inclusie aan verschillende bestuurlijke tafels te agenderen er bij de schoolbesturen en het samenwerkingsverband PO op aan te dringen om tot een gezamenlijke visie op dit thema te komen. We zien ook dat de besturen en het samenwerkingsverband inspanningen leveren om tot een gedeelde koers te komen. De gemeente is zelf bezig met de uitwerking van het uitgangspunt “inclusie”, zoals omschreven in de contourenbrief over het Integraal Huisvestingsplan. Daarnaast zijn we onder de vlag van de Utrechtse Onderwijsagenda aan de slag met de ontwikkeling van kansenwerkplaatsen en inclusieve scholen. Ook vanuit de beleidsnota jeugd ‘samen opgroeien, samen opvoeden’ (24 september jl.) dragen we bij aan een inclusieve maatschappij en inclusief onderwijs. Begin oktober is door het samenwerkingsverband PO een brief gestuurd aan de scholen en kernpartners over het besluit dat in het laatste kwartaal van dit kalenderjaar voor extra ondersteuning geen gebruik gemaakt wordt van (externe) arrangementsuitvoerders. Er wordt uitsluitend ingezet op de kennis en expertise van de consulenten van het samenwerkingsverband en van andere partners in de wijk. Dit geldt voor zowel nieuwe aanvragen als verlengingen.
We verwachten dat dit met name gevolgen heeft voor leerlingen met een intensieve ondersteuningsbehoefte. De reden voor dit besluit is een toename van het aantal aangevraagde arrangementen en de daarmee gepaard gaande kostenstijging waardoor de financiele positie van het samenwerkingsverband ernstig onder druk komt te staan. De gemeente staat in nauw contact met het samenwerkingsverband en de scholen over deze situatie. Onze primaire focus gaat uit naar de leerlingen die dit betreft, omdat wij niet willen dat er kinderen tussen wal en schip vallen. Daarom hebben we afgesproken dat wij de komende tijd extra intensief betrokken worden bij leerlingen waar mogelijk thuiszitten ontstaat, zowel vanuit onze rol als kernpartner leerplicht als vanuit onderwijs- en jeugdbeleid. Op de website van het samenwerkingsverband staat een lijst met veel gestelde vragen en antwoorden over ‘arrangeren anders organiseren’.
6/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
Signaal van ouders Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst over passend (en inclusief) onderwijs in juni 2024 werd door ouders van kinderen die tijdelijk niet naar school kunnen een krachtig signaal afgegeven over de manier waarop zij de samenwerking met kernpartners ervaren. Ouders gaven aan dat er verbeteringen mogelijk zijn in de werkwijze en in het benutten van hun ervaringsdeskundigheid. De gemeente heeft dit signaal goed gehoord en heeft daarom in samenwerking met samenwerkingsverband Sterk VO contact gelegd met ouderorganisatie Wisselhart en de sprekers bij de RIB om met hen samen de ‘Routekaart thuiszitten oplossen’ te herijken. Ook vragen we ouders voortaan om mee te lezen op het jaarverslag van leerlingzaken en de bijbehorende raadsbrief. Daarnaast kijken we naar andere constructieve manieren om ouders te betrekken bij de totstandkoming van ons beleid. Binnen de vier familiescholen (PO) die onze stad rijk is en op de 22 PO scholen en 7 VO scholen die een brugfunctionaris aanstellen, wordt extra aandacht besteed aan de verbinding tussen het gezin thuis en het kind op school. Op deze scholen wordt intensief samengewerkt met ouders (en leerlingen), en op deze scholen is daar ook fysiek de ruimte voor gecreëerd.
Speciaal onderwijs De gemeente is betrokken bij de werkgroep van schoolbesturen en het samenwerkingsverband dat als opdracht heeft om de druk op het gespecialiseerd onderwijs in kaart te brengen door inzicht te creëren in de vraag naar en het aanbod van gespecialiseerd onderwijs. Deze werkgroep is voortvarend aan de slag, en verwacht in november een gezamenlijk beeld te kunnen geven. Leerlingenvervoer Met de start van het schooljaar is ook het Utrechtse leerlingenvervoer weer opgestart. We informeren u daarom over de huidige stand van zaken. Daarnaast is de monitor Leerlingenvervoer Q2 2024 in de bijlage van deze brief toegevoegd. - Start schooljaar 2024-2025 De start van het schooljaar en de voorafgaande zomervakantie is één van de drukste periodes van het jaar voor het leerlingenvervoer. Jaarlijks spannen we ons in deze periode in om de start zo foutloos en soepel mogelijk te laten verlopen door alle leerlingen tijdig bij de vervoerder aan te melden, de routes te controleren en te corrigeren. Op die manier kunnen eventuele foutieve aanmeldgegevens nog voor de start van het schooljaar verwerkt en opgelost worden. Daarbij zijn we afhankelijk van de gegevens die ouders bij aanmelding aan ons doorgeven (zoals wijzigingen in huisadres, school of vervoersdagen).
In totaal zijn er 844 leerlingen die bij de start van het schooljaar met het aangepast vervoer (met de (taxibus) naar school gaan, op 144 verschillende routes. De resultaten van de opstart van het schooljaar zijn in Utrecht beter dan die van vorig jaar. Zo konden er meer klachten direct opgelost worden, worden er geen lusroutes gereden en is de tijdigheid van ritten met 11% verbeterd naar 83%. Na de start van het schooljaar kwam naar voren dat er 67 gegevenswijzigingen niet goed waren doorgegeven. Dit is direct in samenwerking met de vervoerder opgelost. In de gemeente Utrecht merken we de invloed van de onrustige situatie binnen het leerlingenvervoer in omliggende gemeenten. Naast dat de onrust op de scholen wordt gevoeld heeft het een grote impact gehad op het chauffeursbestand, doordat omliggende gemeenten zeer hoge vergoedingen aanboden aan onze onderaannemers. Desondanks is het Willemsen de Koning gelukt om voor alle
7/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
routes een chauffeur te vinden. Er worden in Utrecht nu nog 12 routes door onderaannemers gereden, tegenover 21 vorig schooljaar. Een meer gedetailleerde uitwerking van de cijfers over de start van het schooljaar vindt u in de bijgevoegde Monitor Leerlingenvervoer Q2 bij deze kwartaalbrief. - Monitor Leerlingenvervoer Met deze kwartaalbrief bieden wij de nieuwe monitor Leerlingenvervoer aan (zie bijlage). In deze versie van de monitor zijn de cijfers tot en met juni 2024 (Q2) opgenomen en voorzien van een korte toelichting. Hieruit blijkt dat het totale aantal klachten en het aantal loosmeldingen wederom is verminderd ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar. Ten opzichte van vorig jaar zien we dat de tijdigheid van de ritten is verbeterd. Er zijn meer chauffeurs beschikbaar (er wordt momenteel gewerkt met onderaannemers) waardoor er voor alle ritten voldoende bezetting is. De verdeling van de soorten vergoeding leerlingenvervoer is ongeveer gelijk gebleven. De meeste leerlingen in het leerlingenvervoer worden nog steeds naar school gebracht met de taxibus. De eerdere versies van de Monitor Leerlingenvervoer ontving u op 17 januari 2024,10 april 2024 en 25 juni 2024 als onderdeel van de vorige kwartaalbrieven onderwijs. De monitor is ontwikkeld met als doel om de beschikbare data over leerlingenvervoer overzichtelijk te kunnen delen en duiden.
Zolang de druk op het leerlingenvervoer hoog blijft, ontvangt u vier keer per jaar de kwartaalcijfers over leerlingenvervoer in Utrecht. De volgende monitor, met daarin de cijfers tot en met september, sturen we met de volgende kwartaalbrief mee. - Ouderparticipatie Momenteel geven we uitvoering aan de Motie M179 Ouderparticipatie Leerlingenvervoer. We hebben daarom advies ingewonnen bij drie organisaties die ouders vertegenwoordigen, te weten: Ouders en Onderwijs, Oudervereniging Balans en Wisselhart. Op basis van deze adviezen hebben we de insteek en uitnodiging van onze klankbordgroep aangepast, omdat we graag willen dat ouders meer mee gaan denken en niet alleen een klankbord zijn. De eerstvolgende meedenksessie is op 5 november, waar we ouders en scholen vragen om input in de voorbereiding van de aanbesteding van de vervoerder. Samen Stad Maken begeleidt ons in de tussentijd bij het creëren van laagdrempelige en passende participatievormen voor ouders een leerlingen, zodat zij een groter aandeel krijgen in de totstandkoming van beleid. We kijken hierbij onder andere naar manieren om nabijer, meer op school en in de wijk, in gesprek te komen met ouders en leerlingen. Nieuwkomersonderwijs Voor de zomer zijn 270 leerlingen van Taalschool Utrecht en 450 leerlingen van ISK Ithaka uitgestroomd naar regulier of vervolgonderwijs.
Dat zorg voor ruimte op beide scholen voor nieuwe instroom na de zomervakantie. Gezien de hoge instroom van nieuwkomers in de regio, waaronder veelal alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV), is de ruimte op Ithaka nog steeds zeer beperkt. Sinds januari 2023 zijn, met financiële steun van gemeente Utrecht, het Samenwerkingsverband PO, Taalschool Utrecht, International School Utrecht, Hogeschool Utrecht en de Marnix Academie gestart met het aanbieden van de training nieuwkomersspecialist. Inmiddels is in september 2024 alweer de vierde ronde deelnemers gestart met de opleiding. De groep die als eerste is gestart zit inmiddels in het tweede trainingsjaar. Doel van dit tweede jaar is het versterken van de rol van de nieuwkomersspecialist bij het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs aan nieuwkomers binnen
8/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
de eigen school. Dit doen de specialisten door middel van het uitvoeren van een opgesteld plan van aanpak. Ook bereiden de nieuwkomersspecialisten zich voor op hun rol als expert die ze in de wijk in de toekomst kunnen vervullen. Het Lectoraat Meertaligheid en Onderwijs (Hogeschool Utrecht) heeft de uitkomsten van de eerste ronde van de training nieuwkomersspecialisten gemonitord op individueel- en op schoolniveau. De belangrijkste conclusies zijn: • De nieuwkomersspecialisten hebben inzicht verkregen in de meerjarige ondersteuningsbehoeften van nieuwkomers op het gebied van meertaligheid, taalontwikkeling, sociaal-emotioneel leren en trauma. Bovendien hebben zij kennis opgedaan over het betrekken van ouders van nieuwkomers; • De nieuwkomersspecialisten hebben niet alleen het nieuwkomersonderwijs in de eigen school geanalyseerd en een plan van aanpak gemaakt, maar ze zijn ook in de praktijk aan de slag gegaan op school-, team-, groeps- en leerlingniveau; • Samen met collega’s hebben de nieuwkomersspecialisten nagedacht over individuele nieuwkomersleerlingen en de extra ondersteuning die zij nodig hebben en deze ook uitvoerbaar gemaakt voor de leerkracht van de betreffende groep. We zien bovendien dat nieuwkomersspecialisten andere attitudes hebben ontwikkeld ten aanzien van taalontwikkeling, meertaligheid en ouderbetrokkenheid.
Dit komt overeen met de veranderingen die we in de praktijk op scholen zien. Gedurende de zomer vond het zomerprogramma voor leerlingen van Ithaka plaats met een verlengd pré-zomerprogramma voor leerlingen die nog niet konden starten. Het programma zat vol workshops in het teken van muziek, bewegen of kunst en diverse uitjes. Eén dag stond speciaal in het teken van Utrecht. De leerlingen zijn naar het stadhuis en stadskantoor geweest. Uw democratieprogramma heeft speciaal voor deze groep activiteiten georganiseerd om de leerlingen kennis te laten maken met het stadhuis én de lokale democratie. De zomerschool sloot af met een zomerkamp in Zeist. Bibliotheek - Jaarverslag en SPUK-regeling Wij hebben het jaarverslag en de jaarrekening 2023 van de Bibliotheek Utrecht in ontvangst mogen nemen en beoordeeld. In het jaarverslag worden de vele facetten waarbinnen de bibliotheek opereert op een open en realistische manier aangekaart, zoals de investering in de samenwerking met het onderwijs, de beweging naar het wijkgericht werken en de rol van de bibliotheek in de informatiemaatschappij. Tegelijkertijd signaleert de bibliotheek uitdagingen om op in te spelen, zoals het bereiken van Utrechtse jongeren en de dalende cijfers in uitleningen in wijken met een lage sociaaleconomische status.
Voor 2023 werkte de stichting Bibliotheek Utrecht met een niet sluitende begroting, waarbij een tekort van €527.000 euro werd geraamd (inclusief een incidentele bijdrage van €1.000.000,- ter dekking van het verwachte tekort). De jaarrekening 2023 laat een positief resultaat zien van € 853.799,-. Dit is deels het gevolg van de incidentele indexatie die door ons is toegekend. Deze indexatie is onder meer bedoeld om de 20% cofinanciering voor de SPUK-regeling (Eenmalige specifieke uitkeringen lokale bibliotheekvoorzieningen 2024-2026) te bekostigen. De co-financiering door de gemeente, die een voorwaarde is voor de SPUK-toekenning, bedraagt €219.000 en zal, zoals in de vorige kwartaalbrief aangegeven, worden ingezet voor vier bibliotheeklocaties: Kanaleneiland, Leidsche Rijn, Overvecht en Hoograven. Andere belangrijke redenen voor het niet voorziene positieve resultaat zijn veroorzaakt door een aantal factoren. De indexering van de huren was fors lager dan eerder bekend was. Daarnaast zorgde de nasleep van de in 2023 doorgevoerd reorganisatie in combinatie met onderbezetting er onder
9/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
andere voor dat budgetten niet (volledig) zijn uitgegeven. Tijdens accountgesprekken hebben we benadrukt dat we in de toekomst een meer getrouwe begroting verwachten waarbij er wordt gestuurd op de nul-lijn, en het resultaat een acceptabele bandbreedte kent. Het positieve resultaat wordt toegevoegd aan de reserve van de Bibliotheek Utrecht. Het eigen vermogen komt dan net boven de richtlijn van 15%, die we als gemeente hanteren voor gesubsidieerde organisaties. Gezien de historische context met structurele tekorten zullen wij voor nu eenmalig bij wijze van uitzondering niet terugvorderen. Wel geven we in gesprekken met de Bibliotheek Utrecht aan dat bovenmatige ontwikkeling van het eigen vermogen niet gewenst is, tenzij extra reserves worden opgebouwd voor een specifiek, vooraf met de gemeente overeengekomen doel. Deze notie zal ook worden gemaakt in de vaststelling van de subsidie. Tevens sturen wij op de meerjarenbegroting i.o. dat incidentele niet voorziene tekorten opgevangen worden uit het eigen vermogen en dat een sluitende meerjarenbegroting wordt gepresenteerd. Het eerste concept is besproken en geeft vertrouwen voor de toekomst.
- Samenwerking beleidsterreinen gemeente Utrecht Tijdens het debat over de beleidsnota Bibliotheek in de commissie VOWE hebben we afgesproken om u te informeren over de samenwerking met verschillende beleidsterreinen vanuit de gemeente en de bibliotheek. In juni is door de bibliotheek het eerste initiatief genomen tot het organiseren van een bijeenkomst. Doel van de bijeenkomst was om vanuit verschillende invalshoeken mee te denken over doelstellingen uit het meerjarenbeleidsplan 2025 – 2028. Centraal in deze sessie stond de behoefte aan een meer integrale benadering, waarbij taal als basis van de bibliotheek wordt beschouwd en er breed draagvlak is voor de wijkgerichte aanpak. Vanuit de gemeente waren ambtenaren van volksgezondheid, publieksdienstverlening, onderwijs, bouwen aan sociaal, cultuur, onderwijs, en digitale stad aanwezig. De bibliotheek heeft vanuit haar brede maatschappelijke functie te maken met diverse beleidsterreinen, daarom is afgesproken om een dergelijk overleg op reguliere basis te voeren. Ontdekhal De Ontdekhal is deels met particuliere middelen en deels met middelen vanuit de gemeente opgezet. Doel is om scholen te ondersteunen bij het realiseren van de doelen op het gebied van techniekonderwijs. Op dit moment blijft de animo van scholen om de Ontdekhal te bezoeken achter bij de verwachting.
De ontdekhal probeert dit tij te keren door onder andere te werken aan extra workshops voor alle leerjaren van de basisschool en een abonnementsvorm voor scholen in te voeren. Een ambtelijke werkgroep (Economie, Wijken, Onderwijs) is in gesprek met de Ontdekhal om met hen de mogelijkheden en onmogelijkheden hiervoor te verkennen. Voor het eind van het jaar zal er meer helderheid komen over de toekomst en levensvatbaarheid van de Ontdekhal School aan de Singel NUOVO is dit schooljaar gestart met de nieuwe school ‘School aan de Singel’ op de plek van de oude school voor persoonlijk voortgezet onderwijs (Pvo). De School aan de Singel is gestart met een team van ervaren docenten die ook van andere NUOVO-scholen afkomstig zijn. De school telt 130 leerlingen, allemaal afkomstig van de gesloten school Pvo. We zijn blij dat op deze manier het belang van de leerlingen is gewaarborgd en dat NUOVO continuïteit van onderwijs – van voldoende kwaliteit - biedt in een voor de leerlingen vertrouwd schoolgebouw.
10/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
Deel B. Onderwijshuisvesting Voor een aantal onderwerpen is toegezegd dat we hierop terugkomen in de kwartaalbrief onderwijs. Overall planning onderwijshuisvesting Met toezegging 621, betreffende motie M28, draagt u het college op om in de eerstvolgende voortgangsrapportage een overall planning te geven van de maatregelen in volgorde van tijd, budget en beschikbare capaciteit, en om de financiële gegevens waar mogelijk publiek openbaar en visueel leesbaar te presenteren. In navolging van deze motie is de Voortgangsrapportage Onderwijshuisvesting – die u op 15 oktober heeft ontvangen - op een aantal punten aangepast: Er zijn visuele overzichten toegevoegd aan het openbare deel van de Voortgangsrapportage waarin de planning van uitgaven op totaal niveau inclusief toekenning van toeslagen wordt weergegeven. Op projectniveau is financiële en kwalitatieve informatie toegevoegd voor afgesloten projecten. Tot slot heeft op 24 september een Technische Sessie plaatsgevonden over de Voortgangsrapportage en financiële systematiek van Onderwijshuisvesting. Merwedekanaalzone 50 meter grens Het schetsontwerp voor de VO-school X11 in de Merwedekanaalzone is klaar. Alle opdrachtgevers en het Kwaliteitsteam Merwede zijn akkoord en positief over het Schetsontwerp voor blok 3.
Daarmee kan de aanbesteding voor het ontwerpteam voor het maatschappelijk vastgoed in blok 3, waar de school deel van uitmaakt, volgens planning starten. In de toekomstige situatie kent de Europalaan ongeveer 10.000 motorvoertuigen (mvt) per etmaal. Voor het bouwen van een school geldt het afstandscriterium uit de nota Volksgezondheid voor wegen met meer dan 10.000 mvt, waardoor 50 meter afstand van de Europalaan nodig is. Het aanhouden van die afstand is binnen de verkaveling van de Merwedekanaalzone en de wensen van het schoolbestuur niet mogelijk, circa 15% van het gebouw valt binnen de 50 metergrens. Om zeker te zijn dat de luchtkwaliteit binnen tenminste gelijkwaardig is aan scholen die op meer dan 50 meter van een drukke binnenstedelijke weg zitten, gaan we er nu vanuit dat er maatregelen op gebouwniveau nodig zijn ter bescherming van de gezondheid van de leerlingen tegen negatieve milieufactoren. Uiteraard zal in de uitwerking van de volgende fasen van het ontwerp hier extra aandacht voor zijn, en worden binnen de gestelde ruimtelijke, programmatische en financiële kaders zorgvuldige afwegingen van de beheersmaatregelen gemaakt. International School Utrecht Tijdens het debat over International School Utrecht in de commissie VOWE van 13 juni 2024 hebben we afgesproken om u te informeren over de communicatie omtrent de nieuwbouw.
Medio augustus is door de gemeente in een persbericht en wijkbericht gecommuniceerd aan bewoners en belanghebbenden dat dit najaar de realisatie van de nieuwbouw International School Utrecht start aan de Cambridgelaan in het USP. Eerder is in de raadsbrief 18 april 2024 vermeld dat Stichting ISU de nieuwbouwlocatie voor maatschappelijke doeleinden openstelt voor partners, zowel tijdens (indien mogelijk) als buiten schooltijd. Stichting ISU zal - naast dat zij zich openstelt voor alle scholen - zich inspannen om scholen met een lage SES-score te ondersteunen en haar kennis en expertise op onderwijs voor anderstaligen te delen, ook met scholen in Utrecht buiten de ‘eigen koepels’. Beleidsnota Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs
11/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
In de raadsbrief Ontwikkelingen Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs 2026 - 2041 hebben wij vermeld dat de beleidsnota en het uitvoeringsprogramma Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs (IHP) in Q4 2024 worden aangeboden aan uw raad. Tijdens de uitwerking van deze stukken is gebleken dat we hier meer tijd nodig hebben. Dit betekent dat beide documenten in Q1 2025 worden aangeboden. Met deze planning blijven we op koers om op tijd te voldoen aan de wetswijziging die het IHP verplicht stelt. Ook sluiten we nog steeds aan bij de p&c cyclus, dit betekent dat het jaarlijkse proces van het huisvestingsprogramma (HVP) 2026 gevolgd kan worden. Met de schoolbesturen wordt afgestemd welke aanvragen ze in kunnen dienen voor het HVP 2026.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
12/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
Bijlage Evaluatie Voorschool op maat/2 jarigen groep Overvecht Inhoudsopgave: 1. Inleiding 2. Wat zijn 2 jarigen groepen 3. Financiering 4. Evaluatie UU 5. Bevindingen/evaluatie KCL en JGZ 6. Conclusie 1.Inleiding In januari 2023 zijn we vanuit de regiodeal Overvecht gestart met een pilot om 2-jarigen voorschool te bieden aan de hand van een aangepast dreumescurriculum. Normaal gesproken start de voorschool met 2,5 jaar. De pilot heeft als doel om kinderen eerder te ondersteunen in hun ontwikkeling. Dit memo beschrijft de belangrijkste conclusies van de evaluatie die uitgevoerd is door de Universiteit Utrecht, aangevuld met bevindingen van de uitvoerder Kind & Co Ludens zelf en enkele observaties van de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Landelijk loopt er een grootschalig onderzoek, het EVENING project, een project waarin de hele keten van voorschoolse educatie (VE) in beeld wordt gebracht door de Universiteit Utrecht. Een belangrijke beleidsvraag in dit onderzoek is wat de optimale startleeftijd van VE is. Dit gaat de UU nog verder onderzoeken, het is nog niet duidelijk wanneer de bevindingen en resultaten van starten op 2 jarige leeftijd verwacht kan worden. Dit memo beperkt zich daarom tot de evaluaties die op de 3 pilotgroepen in Utrecht zijn uitgevoerd.
2.Wat zijn 2-jarigen groepen? In januari 2023 is vanuit de regiodeal Overvecht gestart met een pilot om 2-jarigen voorschool te bieden aan de hand van een aangepast dreumescurriculum. De pilot wordt uitgevoerd door Kind&Co Ludens op drie groepen in Overvecht en loopt tot eind 2024. De pilot heeft als doel om kinderen die achterblijven in hun ontwikkeling of onder gestimuleerd worden eerder te ondersteunen in hun ontwikkeling en daarnaast het VE-bereik van kinderen in Overvecht te vergroten. De drie pilotgroepen zijn losse groepen voor 2 tot 2,5 jarigen op locaties ’t Hummeltje, Joannes XXIII en De Klopvaart in Overvecht. De groepen kennen een verplichte ouderinloop. Er is plek voor 10 kinderen per groep (in plaats van 12-16 kinderen in een reguliere groep). De kinderen komen twee keer per week, drie uur naar de groep (in plaats van 16 uur per week). Voor ouders wordt er, naast de wekelijkse (verplichte) inloop op de groep ook regelmatig themabijeenkomsten georganiseerd, die breder toegankelijk zijn voor alle VE-ouders. Kind&Co Ludens heeft bewust gekozen voor aparte groepen van 2-2,5 jarigen, omdat de ontwikkelingsverschillen erg groot zijn onder jonge kinderen. Deze kinderen hebben een ontwikkelleeftijd die fors achterblijft op de kalenderleeftijd. Met een afgestemd aanbod in een aparte groep krijgen deze kinderen meer tijd en ruimte om zich te ontwikkelen.
De pedagogisch medewerkers volgen passende trainingen, o.a. ‘Peuters met dreumesgedrag’ en ‘Beweegkriebels’. 3.Financiering VE vanaf twee De pilotgroep 2-2,5 jaar is duurder dan een reguliere VE-groep. Dat heeft te maken met het lage aantal kinderen op de groep en de organisatie rondom de groep, o.a. de themabijeenkomsten met ouders. De kosten om een jaar lang drie groepen van 10 kindplekken voor 6 uur per week te draaien zijn ongeveer 170.000 euro. Dat betekent afgerond 5700 euro per kind per jaar. Een ‘reguliere’ VEpeuter kost zo’n 10.000 euro per jaar voor 16 uur per week. Gecorrigeerd naar aantal uren per week kost het aanbod voor 2-2,5 jarigen ongeveer 1,5x zoveel als het aanbod op een reguliere VE- groep. De drie groepen worden momenteel bekostigd uit de regiodeal Overvecht die afloopt eind 2024. Vervolgens worden de 3 groepen voortgezet en bekostigd vanaf 1 januari 2025 tot 1 januari 2027 uit de SPUK middelen leefbare wijk, het jonge kind. 4.Evaluatie Universiteit Utrecht
13/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
VE op Maat – verslag van onderzoek naar de eerste pilot met voorschoolse educatie voor 2-jarigen in Utrecht door Universiteit Utrecht,Paul Leseman en Keri Hilhorst, September 2023 In dit rapport wordt beknopt verslag gedaan van een kleinschalig formatief evaluatieonderzoek in opdracht van Kind & Co Ludens en gemeente Utrecht naar de pilot VE op Maat, waarin voorschoolse educatie (VE) voor 2-jarige doelgroepkinderen wordt aangeboden. De hier gerapporteerde evaluatie is formatief omdat het nog te vroeg is uitspraken te doen over de potentiële effectiviteit van de verlaging van de beginleeftijd van VE en nog niet vaststaat welke vorm van VE voor 2-jarigen het beste werkt. Uitspraken over de meerwaarde vragen bovendien om een grootschaliger onderzoek en een methodologisch sterker onderbouwd onderzoeksdesign. De evaluatie was formatief: vanuit de verrichte observaties en gesprekken werd systematisch teruggekoppeld naar de PM’ers, de pedagogische coach en de stafmedewerker pedagogische kwaliteit van Kind & Co Ludens, en gezamenlijk werd bediscussieerd hoe de aanpak te verbeteren zou zijn. Het verslag schetst een positief beeld van de potentie van de 2-jarigen groepen en de bijbehorende spelinloop met ouderbetrokkenheid, maar benoemt ook een aantal punten die discussie kunnen oproepen.
Wij hopen dat we met dit observatieonderzoek aan de professionele doorontwikkeling van VE op Maat op een constructief-kritische manier hebben kunnen bijdragen. We benadrukken nogmaals dat het onderzoek een nieuw gestarte groep met 2-jarigen betrof, voor wie het allemaal nieuw was. We benadrukken ook dat de 2-jarigen in cognitief, communicatief en sociaal-emotioneel opzicht (o.a. zelfredzaamheid, taakgerichtheid) over het algemeen als beneden-gemiddeld, als ‘nog heel jong’, moet worden beoordeeld.2 Onderzoeksopzet In het voorjaar van 2023 is de eerste 2-jarigen groep gestart op de locatie Joannes XXIII in Overvecht. De Universiteit Utrecht heeft de pilot gevolgd. Op drie momenten (medio maart, begin mei, begin juni) zijn steeds op twee dagdelen observaties verricht. Op het eerste en laatste moment zijn de observaties verricht door twee onderzoekers. De overeenstemming tussen de observatoren was goed. Van alle observaties zijn beknopte verslagen gemaakt ten behoeve van intern gebruik. Aan deze beknopte verslagen zijn, als bijlage, gedetailleerde observatieverslagen toegevoegd, waarin het verloop van de ochtenden van minuut tot minuut werd beschreven. Aan de hand van de verslagen vonden terugkoppelingsgesprekken plaats met de PM’ers, de coach, locatiemanager en stafmedewerker pedagogische kwaliteit van Kind & Co Ludens.
De PM’ers, die zeer ervaren en competent waren maar nog weinig ervaring hadden met VE voor 2-jarigen, deelden zowel tijdens de terugkoppelingsgesprekken als in informele gesprekken na afloop van de observaties hun ervaringen en gegroeide inzichten. De ouderbijeenkomst onder leiding van de pedagogische coach is door een van de onderzoekers bijgewoond. Tevens is er een interview gehouden met de pedagogische coach. Er zijn verder twee ouders geïnterviewd over hun ervaringen. Ervaringen in Rotterdam Daarnaast is er een gesprek geweest met een pedagogische coach van Kinderdam Peuter & Co in Rotterdam over de ervaringen daar met VE voor 2-jarigen. In het interview met de pedagogisch coach uit Rotterdam kwam naar voren dat daar een ander model wordt toegepast. Daar stromen 2-jarigen in op bestaande VE groepen met kinderen van 2 tot 4 jaar en houden de kinderen in principe dezelfde PM’ers. Rotterdam kent echter ook verschillende problemen met de continuïteit, met name vanwege ziekte-uitval en personeelsverloop). We hebben niet op de groepen in Rotterdam geobserveerd en het is denkbaar dat zich ook daar emotionele problematiek voordoet en het lastig is programmatische activiteiten te organiseren.
Bevindingen Het voorlopige ‘Utrechtse model’ van VE voor 2-jarigen biedt verschillende kansen en draagt potentieel bij aan de cognitieve, taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen (de kinderen gingen duidelijk vooruit, de ouders interacteerden meer en beter met hun kind), maar kent een aantal (aanloop)problemen. Het is een relatief kostbare aanpak die – vooral als een groep nog helemaal nieuw is en met ontwikkelingsachterstanden kampt, zoals in dit onderzoek – niet meteen tot optimale emotionele en educatieve processen leidt. De concentratie van 2-jarigen met wenproblemen, zindelijkheidsproblemen en scheidingsangst is een grote belasting voor de PM’ers. Bij 2.5-jaar is er een nieuwe overgang, namelijk naar een reguliere VE-groep. Het beleid is er op gericht die overgang zo soepel mogelijk te laten verlopen (dezelfde locatie, ten dele dezelfde PM’ers en dezelfde kinderen
14/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
21 oktober 12818422
voor zover mogelijk). Toch zou deze overgang mogelijk opnieuw met emotionele problemen gepaard kunnen gaan. De integratie van 2-jarigen in een leeftijd-heterogene groep van 2- tot 4-jarigen, met een volgens wettelijke regels aangepaste beroepskracht-kind ratio, zou daarom overwogen kunnen worden als alternatief model – als discussiepunt. Oudere kinderen kunnen bij het opvangen en integreren van de jongere kinderen en het overdragen van routines een positieve invloed hebben. Een nadeel van dit model is dat er misschien te weinig tijd is voor contact met ouders. Een nadeel is ook dat het voor de huidige groep kinderen die qua ontwikkeling nog heel jong zijn, te weinig aansluiting op hun mogelijkheden zou kunnen bieden. De PM’ers in de pilot ontwikkelden ter plekke kennis en vaardigheden om goed om te gaan met 2jarigen, en bedachten zelf een passend programma van educatieve activiteiten voor hen, met nadruk op sensomotorische exploratieve activiteiten en bijpassend taalaanbod. Op basis van het aangereikte materiaal, is er op dit moment, voor zover wij konden vaststellen, nog geen duidelijk, gespecialiseerd ‘curriculum’ voor 2-jarigen beschikbaar en zijn de aanwijzingen voor inrichting van de ruimte en het verloop van het ochtendprogramma nog weinig specifiek.
Het is aan te bevelen om in het bestaande professionaliseringsbeleid, naast verdieping door middel van webinars, ruimte in te bouwen om de opgedane praktijkkennis bijeen te brengen, uit te breiden en over te dragen op andere PM’ers die met 2-jarigen gaan werken. Zo wordt er maximaal gebruik gemaakt van de ervaring van de PM’ers van de pilot groep om handvatten te bieden aan andere PM’ers. De opvangruimte waar de pilot plaatsvond, in basisschool Joannes XXIII, is niet optimaal. Er is behoefte aan ruimte voor grof-motorische bewegingsactiviteiten (de gymzaal is beperkt beschikbaar; de buitenruimte wordt gedeeld met andere VE-groepen), er is behoefte aan een grotere herkenbare plek op de vloer (tapijt) en aan toegankelijkheid (zichtbaarheid, pakbaarheid) van de speelmaterialen. De informele spelinloop is belangrijk en werkt positief voor de 2-jarigen en hun ouders. Denkbaar is de tijd voor de spelinloop te vergroten en nog nadrukkelijker vorm te geven als een informele bijeenkomst voor ouders, door gesprekken met ouders binnen de spelinloop te initiëren. Bij een leeftijd-heterogene groep, zou gedifferentieerd kunnen worden: meer tijd en aandacht van de PM’ers voor de spelinloop met ouders van 2-jarigen die net beginnen.
De meer formele ouderbijeenkomsten lijken, op basis van onze observatie van één van deze bijeenkomsten en de gesprekken daarover met medewerkers, minder aan te slaan, al zijn de geïnterviewde deelnemende ouders hier positief over. Denkbaar is de spelinloop als startpunt te nemen en dan vanuit de informele spelinloop met de ouders een voortgezette informele ontmoeting – een koffiemoment - te hebben buiten de groepsruimte om relaties tussen ouders onderling te bevorderen, ervaringen tussen ouders te delen voor zover communicatiebarrières dat toelaten, en waar nodig informele opvoedingsondersteuning te bieden (oppikken van signalen, vervolggesprek organiseren met ouders die daaraan behoefte hebben, verwijzen naar een deskundige, hulp bieden bij het vinden van informatie enz.). Vanuit gedane observaties en gesprekken dient er te worden gezocht naar een manier waarop er informele opvoedondersteuning kan worden geboden en taalbarrières en de door ouders ervaren drempel om hier aan deel te nemen. Aanbevelingen voor het vervolg De informele spelinloop is belangrijk en werkt positief voor de 2-jarigen en hun ouders. Denkbaar is de tijd voor de spelinloop te vergroten en nog nadrukkelijker vorm te geven als een informele bijeenkomst voor ouders, door gesprekken met ouders binnen de spelinloop te initiëren.
De integratie van 2-jarigen in een leeftijd-heterogene groep van 2- tot 4-jarigen, met een volgens wettelijke regels aangepaste beroepskracht-kind ratio, zou overwogen kunnen worden als alternatief model. Oudere kinderen kunnen bij het opvangen en integreren van de jongere kinderen en het overdragen van routines een positieve invloed hebben. Een nadeel van dit model is dat er misschien te weinig tijd is voor contact met ouders. Een nadeel is ook dat het voor de huidige groep kinderen die qua ontwikkeling nog heel jong zijn, te weinig aansluiting op hun mogelijkheden zou kunnen bieden. 5.Bevindingen Kind&co en Jeugdgezondheidszorg (JGZ) Kind&co: • De kinderen laten in relatief korte tijd sprongen zien in hun ontwikkeling • Er is sprake van meer en betere interactie tussen ouder en kind • Eén verplicht inloopmoment voor ouders resulteert in grotere instroom van kinderen/ouders en versnelde opbouw in warme relaties tussen VE team en kinderen/ouders.
15/16
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
•
• • •
21 oktober 12818422
Ouders bouwen een netwerk en raken betrokken bij het onderwijs. Ze stellen vragen aan pedagogisch medewerkers (PM’ers), andere ouders en ketenpartners. Ouders nemen spel- en opvoedadviezen in informele setting veelal aan en PM’ers zien dit terug in het gedrag van- en contact met het kind Het VE team is in vergelijking met reguliere VE eerder betrokken wanneer een kind een indicatie nodig heeft en kan eerder doorverwijzen als nodig De overgang van de pilotgroepen VE vanaf twee naar de reguliere VE groep (2,5-4 jaar) verloopt voor de kinderen soepel(er) dan wanneer zij niet hebben deelgenomen aan de VE vanaf twee groep De vacatures voor VE vanaf twee groepen bleek aantrekkelijk voor pedagogisch medewerkers die bekend waren met het reguliere VE en toe waren aan een nieuwe uitdaging.
Jeugdgezondheidszorg (JGZ): • de JGZ signaleert dat de groepen nog niet breed bekend zijn en dat voor ouders niet duidelijk is welke kinderen op de groep terecht kunnen. Dit vraagt aanvullende communicatie • als ouders er wel van horen hebben zij veel interesse in deze groepen e • ouders zijn veelal tevreden over de VE vanaf twee groepen • ouders geven aan tevreden te zijn over deze vorm van ouderparticipatie. Conclusie Kind&co Ludens De VE vanaf twee groepen in de huidige vorm (losse 2-2,5 jarigen groepen) zijn de investering waard en hebben zeker een meerwaarde. Kinderen die op jonge leeftijd al een ontwikkelachterstand hebben zetten stappen in hun ontwikkeling. Daarnaast raken ouders betrokken bij hun kind, andere ouders en wordt er gewerkt aan een vertrouwensband tussen ouder en VE/het onderwijs. Een nadeel van de losse 2-2,5 jarigen groep is dat de groepen duurder zijn dan wanneer je de leeftijd van een reguliere VE groep verlaagd naar 2 jaar. Daar staat een grotere maatschappelijke opbrengst tegenover omdat veel geïnvesteerd wordt in ouderbetrokkenheid. Een ander nadeel van de huidige vorm is dat er een tweede wenmoment plaatsvindt op 2,5 jarige leeftijd. Een alternatieve vorm om te overwegen is VE vanaf twee in een reguliere groep, echter kent ook die vorm kwetsbaarheden. Zo wordt een reguliere groep waar 2 jarigen instromen erg zwaar voor PM’ers om te draaien.
Er moet nagedacht worden over hoe om te gaan met de andere peuters op de ‘wachtlijst’; maken zij nog kans om van het VE aanbod gebruik te maken als zij niet mee doen met het VE op maat aanbod. Met de nieuwe indicatiestelling voor VE, wordt pas op 2-jarige leeftijd een indicatie voor VE afgegeven; dit vraagt aandacht bij het eventuele voortzetten of uitbreiden van deze groepen. 6.Conclusie De universiteit Utrecht ziet potentie in deze vorm maar plaatst ook wat kanttekeningen en uitdagingen. Kind & Co Ludens is positief over de uitvoering van de groepen, en ziet daarnaast ook verbeterpunten. We vragen de aanbieders om in de voortzetting van de groepen aandacht te hebben voor de aanbevelingen van de universiteit en de door Kind & Co Ludens zelf geconstateerde verbeterpunten. • de spelinloop is een succesfactor en mag nog langer/nadrukkelijker als informeel contactmoment tussen ouders worden vormgegeven • we zijn met de aanbieders in gesprek over de opstart van een nieuwe vorm, waarin 2-jarigen instromen in een reguliere groep • de doorstroom van een 2-2,5 jaar groep naar de 2,5-4 groep moet zoveel mogelijk gegarandeerd worden • het communiceren over de VE voor 2 groepen zal extra aandacht krijgen en opgepakt worden door Kind&co en de gemeente Al met al geeft de evaluatie voldoende aanleiding om te onderzoeken of VE vanaf twee doorgezet en eventueel uitgebreid kan worden.
16/16
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
Alian de Jong en Sanne Reijnen
alian.de.jong@utrecht.nl
Bijlage
1
Datum
4 februari 2025
Kenmerk
12976065
Onderwerp
Voortgangsrapportage passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten
Beleidsveld
Onderwijs
Geachte leden van de raad, Middels deze brief rapporteren wij over de voortgang op het gebied van passend onderwijs en voortijdig schoolverlaten en ontvangt u de definitieve cijfers voortijdig schoolverlaten in 2022-2023 en het jaarverslag van Leerlingzaken (schooljaar 2023-2024). In april 2024 hebben wij uw raad in de kwartaalbrief onderwijs Q1 2024 geïnformeerd over het aantal voorlopige voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) in het schooljaar 2022-2023. Passend onderwijs De visie van Utrecht is dat we het belangrijk vinden dat alle kinderen aan voor hen passend onderwijs kunnen deelnemen. Regulier als dat kan, speciaal als dat nodig is. Inclusief onderwijs is daarmee onderwijs waarbij alle kinderen en jongeren dichtbij huis, volwaardig en gelijkwaardig toegang hebben tot een inclusieve leeromgeving waarin zij zich samen ontwikkelen en samen leren en participeren. De samenwerking tussen onderwijs en zorgpartners en daarmee ook de zorg voor kinderen in onze stad, komt steeds meer onder druk te staan. Het lukt daardoor niet meer altijd om kinderen te helpen zoals we graag zouden willen. We zien dit terug in de cijfers. In deze brief staan we daarom stil bij een aantal actualiteiten die bij deze partners spelen. Ten eerste de financiële uitdagingen bij het Samenwerkingsverband PO, de trajectvoorzieningen binnen het VO.
Daarnaast presenteren we de cijfers over 2023-2024 van leerlingenzaken. Ook fysiek een beweging naar inclusiever onderwijs Inclusief onderwijs heeft een plek in de ondersteuningsplannen van de samenwerkingsverbanden, echter de vertaling naar praktische consequenties op schoolniveau en in de huisvesting ontbreekt hierin. In de beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 die u ter besluitvorming is aangeboden is wel aandacht besteed aan de route naar inclusievere onderwijshuisvesting. In de eerste vier jaren van het IHP onderwijs zullen we bij ieder nieuwbouw- en renovatieprojecten in het uitvoeringsprogramma bij de projectdefinitie aangeven of en op welke wijze in dit project rekening wordt gehouden met inclusief onderwijs (inclusief het huisvesten van niet-onderwijs kindpartners).