CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 7 maart 2023, gemeente Utrecht30.970 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het was een initiatief van jongeren, horeca, politie, Victas en de gemeente Utrecht. Destijds bleek de controle op ‘indrinken’ (blaastesten bij de ingang) een heikel punt en niet

waterdicht. Zoveel jaar later – destijds was de leeftijdsgrens net verhoogd – verdient het onderwerp opnieuw de aandacht. Knelpunt: Er is nauwelijks aanbod voor jong publiek. Kans: Veel organisaties die in de nacht programmeren, zeggen om financiële redenen niet voor de doelgroep te kunnen programmeren. Subsidie kan verlichting geven. Ambitie: We voeren gesprekken met jongeren over hun uitgaansbehoeften. Op basis hiervan treffen we maatregelen, bijvoorbeeld op het gebied van subsidies. 3.2 Veilig uitgaan Aanpak Veilig Uitgaan & UIT-team Utrecht werkt sinds 2003 met convenanten Veilig Uitgaan. Daarin zijn afspraken vastgelegd over thema’s die bijdragen aan een veilig uitgaansklimaat, zoals veiligheid op straat en preventie van schadelijk middelengebruik. Eens per zes weken is er binnen de werkgroep Veilig Uitgaan overleg tussen de politie, gemeente en de horeca. Hier worden zaken rondom veiligheid tijdens het uitgaan besproken, zoals sfeer op straat en in de horeca, ontwikkelingen op gebied van overlast en geweld, middelgebruik, publieksgedrag en intimidatie op straat.

9  De Staat van de Utrechtse Jeugd, 2022.

21

Beleidsnota nachtcultuur

De politie in Utrecht werkt op donderdag, vrijdag en zaterdagnacht met het UIT-team (Uitgaansinterventieteam). Dit team surveilleert tijdens uitgaansavonden in de binnenstad, en heeft als doel de-escalerend te werken om uitgaansgeweld te voorkomen. Het team werkt nauw samen met de horecabeveiligers en -ondernemers en is snel oproepbaar via een speciaal telefoonnummer voor ondernemers en beveiligers. Uitgaansgelegenheden ervaren de laagdrempeligheid van het UIT-team als zeer prettig. Ook Toezicht & Handhaving Openbare Ruimte (THOR) is in de nachtdienst aanwezig.

Kansen: Onderdelen van de bestaande aanpak op het gebied van veiligheid in de binnenstad kunnen gebruikt worden in andere uitgaansgebieden, mits dit niet ten koste gaat van de veiligheid in de binnenstad.

Uitgaansgelegenheden buiten de binnenstad – waar het UIT-team niet opereert – hebben vooralsnog geen problemen op het gebied van veiligheid. De gemeente houdt wel vinger aan de pols bij deze uitgaansgebieden. Wanneer het aanbod buiten de binnenstad uitbreidt, komt hier mogelijk verandering in. Voldoende capaciteit van politie, THOR en VTH is hierbij een randvoorwaarde voor het uitgeven van een vergunning. Ook is er contact met de Fietsenbond over veilige fietsroutes van en naar de uitgaanslocaties buiten de binnenstad.

Safe space Veel clubs, feesten en evenementen treffen al maatregelen om ongewenst gedrag te voorkomen. Er zijn bijvoorbeeld hosts, die duidelijk herkenbaar zijn en aanspreekbaar zijn bij problemen. Zo werken zij ook binnendeurs aan een veilige omgeving. Clubs lopen voorop met deze trends. Met een training als Safer Clubbing van organisatie Sexmatters kunnen clubs hun werkwijze op het gebied van grensoverschrijdend gedrag verder aanscherpen.

Knelpunt: Beleid van de gemeente op het gebied van veiligheid richt zich hoofdzakelijk op de binnenstad, terwijl er steeds meer locaties buiten de binnenstad ontstaan.

10

Het Grote uitgaansonderzoek Trimbos 2020.

11

RIVM gezondheidsonderzoek COVID-19 (2021) Mentale gezondheid jongeren | RIVM.

Ambitie: We willen de veiligheid van uitgaansgelegenheden buiten de binnenstad waarborgen en versterken. We onderzoeken of het wenselijk is meer aansluiting te zoeken met bestaande overleggen, bijvoorbeeld bij het portiersoverleg en het Panel Deurbeleid.

3.3 Gezondheid Nachtcultuur geeft mensen de gelegenheid om te ontspannen en plezier te maken. Dat heeft over het algemeen een positief effect op het welbevinden. Echter, de nachtcultuur gaat ook vaak gepaard met middelengebruik, hetgeen gezondheids- en criminaliteitsrisico’s met zich meebrengt. Daarbij ligt er een relatie tussen gezond en

veilig uitgaan. Jongeren en jongvolwassenen die uitgaan, gebruiken aanzienlijk meer alcohol en drugs dan anderen. Zij vormen een risicogroep wat betreft combi- en binge-gebruik. Aan de andere kant blijkt uit onderzoek dat velen zonder al te veel problemen met alcohol en drugs kunnen omgaan10. Kortom, het uitgaansleven is een setting waarin enerzijds genoten wordt en die als uitlaatklep fungeert voor de dagelijkse verplichtingen, maar het is tegelijkertijd een setting waarin relatief meer gezondheidsrisico’s spelen (zoals overmatig middelengebruik, (uitgaans)geweld en gehoorschade). Mentale en sociale gezondheid De leeftijdsgroep 18-25 jaar heeft het meest te lijden gehad van de lockdowns tijdens de coronacrisis, blijkt uit onderzoek van het RIVM en de GGD. Sombere gevoelens en eenzaamheid kwamen veel voor bij jonge mensen, voornamelijk bij jonge vrouwen in een stedelijke omgeving. Het gebrek aan sociale contacten en mogelijkheden om iets te ondernemen waren de belangrijkste oorzaken11. Gezond stedelijk leven voor iedereen in Utrecht is een belangrijk uitgangspunt in het gemeentebeleid. We hechten aan de mentale en sociale gezondheid van de inwoners van de stad. Cultuurbeleving (en uitgaan) kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan kwaliteit van leven en mentaal welbevinden.

Voor veel jongeren is het uitgaansleven – en vooral de nachtcultuur – niet los te zien van het sociale bestaan.

22

Beleidsnota nachtcultuur

Daar is ruimte om jezelf te zijn, te dansen, plezier te hebben met vrienden, en nieuwe mensen en nieuwe muziek te ontdekken. Middelengebruik Uitgaan gaat vaak gepaard met middelengebruik; met name alcohol is favoriet in de nachtcultuur. Daarnaast komt het gebruik van cannabis, ecstasy, cocaïne en amfetamine geregeld voor. De afgelopen jaren is het gebruik van sterke drank en harddrugs in de privésfeer (tijdens huisfeestjes) toegenomen. Of middelengebruik tot gezondheidsproblemen leidt, is afhankelijk van meerdere factoren. De gemeente wil de risico’s beperken. Ook willen we de indirecte gevolgen of het vergroten van risico’s door alcohol en middelengebruik in het uitgaansleven beperken, zoals (uitgaans) geweld, seksueel grensoverschrijdend gedrag en rijden/fietsen onder invloed. Dat gebeurt onder andere met preventieprogramma’s van Jellinek, gericht op informatie voor bezoekers, trainingen voor het personeel en het preventie- en handhavingsplan alcohol.

Drugs & alcohol in het coalitieakkoord 2022 – 2026 We hebben een realistische kijk op drugs. Volksgezondheid staat centraal in het drugsbeleid waarin regulering en legalisering hand in hand gaan. Dat doen we zonder de ogen te sluiten voor de problematische kanten van drugsgebruik zoals gezondheidsrisico’s en drugsgerelateerde criminaliteit – een probleem waarover de partijen in de driehoek (burgemeester, Openbaar Ministerie en politie) zich buigen.

• We zoeken de balans tussen ruimte om te experimenteren met legalisering, een mogelijke regulering van de keten en het voorkomen van misbruik, verslaving en criminaliteit. • We ontwikkelen samen met deskundige partners informatie gericht op preventie van problematisch alcohol- en middelengebruik en gokken voor alle leeftijdsgroepen (jeugd en ouders, volwassenen en jongvolwassenen). We bieden passende zorg voor mensen met acute of chronische verslavingsproblemen. • We willen als stad een rol vervullen in het landelijke experiment ‘gesloten coffeeshopketen’ om te onderzoeken of legale levering, inkoop en verkoop van cannabis mogelijk is. De Rijksoverheid stelt een aantal eisen aan gemeenten om mee te kunnen doen aan het wietexperiment. Het overleg met Utrechtse coffeeshophouders zetten we voort.

Gehoorschade Gehoorschade kan een neveneffect zijn van uitgaan. Steeds meer jongeren ondervinden tijdelijke of blijvende gehoorschade door harde muziek. Uitgaanspubliek is zich vaak niet bewust van de blijvende schade die blootstelling aan versterkte muziek teweeg kan brengen. Knelpunt: De gemeente heeft alleen bevoegdheden bij geluids­ belasting op gevels, maar niet bij inpandige activiteiten. Wel heeft de podiumbranche een landelijk convenant gesloten, waarin is afgesproken dat inpandig geluid maximaal 103 dB is. Inmiddels ligt er ook een advies van de gezondheidsraad om de maximale geluidsbelasting te verlagen naar 100dB.

Kansen: Er zijn korte lijnen en verschillende overleggen tussen de gemeente en betrokken partijen (bijvoorbeeld het Nachtoverleg en de UITweek) waarin preventie en gezondheid aan de orde (kunnen) komen. Ambitie: De meeste clubs in Utrecht wijzen al standaard op het belang van oordoppen en bieden gehoorbescherming aan. We willen samen met de nachtsector bekijken hoe we de risico’s van gehoorschade verder kunnen beperken. Nachtrust Voor omwonenden van uitgaansgelegenheden kan geluidsoverlast een vervelend en soms zeer belastend bijverschijnsel zijn, met in sommige gevallen kwalijke gevolgen voor de gezondheid. Overlast kan zich voordoen wanneer een club of evenement zich niet houdt aan de wettelijke geluidsnorm of als een locatie slecht is geïsoleerd. Maar vaker is de overlast afkomstig van bezoekers die de gelegenheid verlaten of buiten staan te roken. Omdat voor deze vorm van geluidsoverlast geen norm bestaan, is het complex hier mee om te gaan en vergen dergelijke situaties maatwerk. Inwoners kunnen met klachten terecht bij het online meldpunt Signalen. Op sommige plekken in de stad werken we samen met bewoners aan oplossingen. Bij de komst van nieuwe locaties richten we ons bovendien nadrukkelijk op spreiding van locaties en het voorkomen van overlast.

Door als gemeente betrokken te zijn bij de zoektocht naar nieuwe locaties, kan er regie gevoerd worden op de ontwikkeling van nachtcultuur in de stad.

23

Beleidsnota nachtcultuur

4. De stad In dit hoofdstuk ligt de focus op locaties, vastgoed en leefbaarheid.

De nachtcultuur is energiek en veelomvattend met een uiteenlopend aanbod van (pop-up)clubs tot feestconcepten, van undergroundfeesten tot grootschalige evenementen. Al die verschijningsvormen voorzien in een behoefte, maar er moeten wel mogelijkheden (lees: fysieke ruimte) voor zijn. Dat is een uitdaging in een groeiende stad. De nachtcultuur raakt hier direct aan beleidsterreinen als Gebiedsontwikkeling, de Openbare Orde & Veiligheid en Toezicht & Handhaving in de stad. Op plekken waar geluidsoverlast een terugkerend probleem is, komt de leefbaarheid onder druk te staan. Het is een thema waarmee ook andere uitgaansgelegenheden, vooral in de binnenstad, te maken hebben. In deze beleidsnota vertellen we hoe we met gebiedsprofielen en locatieprofielen richtlijnen vastleggen voor de inrichting van de ruimte. 4.1 Evenementenkalender In en rond Utrecht vinden regelmatig evenementen plaats: culturele evenementen, sportevenementen, buurtevenementen, zakelijke beurzen en congressen. Dancefestivals horen ook tot dit aanbod. Bekende Utrechtse voorbeelden zijn Soenda, Smeerboel en Verknipt, maar ook State of Trance en Thunderdome – die jaarlijks in de

Jaarbeurs worden georganiseerd. Alle grotere evenementen staan vermeld op de zogeheten evenementenkalender, die de gemeente opstelt aan het einde van het jaar. Organisatoren kunnen zich daarvoor aanmelden. Evenementen die een plek hebben op de kalender, weten zich niet alleen verzekerd van de beschikbaarheid van de locatie, maar ook van voldoende capaciteit van de hulpdiensten (mits er geen noodgevallen elders zijn). Kleine festivals zonder risicoprofiel kunnen probleemloos in de loop van het jaar worden toegevoegd, als er ruimte voor is. Het aantal locaties in en rondom Utrecht waar evenementen in de buitenlucht zijn toegestaan is beperkt. Een deel daarvan zal de komende jaren nog afvallen in verband met bouwplannen. Voor een aantal plekken in de stad, zoals het Jaarbeursplein, is een maximum vastgesteld voor het aantal bezoekers en het aantal dagen per jaar dat er evenementen georganiseerd mogen worden. Omdat het aantal mogelijke evenementenlocaties in Utrecht beperkt is, zoekt de gemeente naar een permanente evenementenlocatie voor grootschalige evenementen. Over het algemeen geldt: wie het eerst komt, wie het eerst maalt. Het gebruik van de grond is voor alle soorten festivals en evenementen gratis. Bij meerdere aanvragen voor één locatie wordt in overleg met de betrokkenen naar een oplossing gezocht.

Er zijn geen inhoudelijke toetsingskaders voor verschillende aanmeldingen voor eenzelfde locatie op dezelfde datum. Om toch meer sturing te kunnen geven aan de toewijzing, zijn kaders noodzakelijk. Daarom werkt de gemeente aan locatieprofielen voor de spreiding van evenementen over de stad (zie paragraaf 4.4).

24

Beleidsnota nachtcultuur

4.2 Locaties en vastgoed Gebiedsontwikkeling Utrecht groeit in een hoog tempo en de ruimte om te wonen, te werken en te recreëren is al beperkt. In de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) hebben we onze visie op de ontwikkeling van de fysieke omgeving vastgelegd. In de Uitvoeringsnota Huisvesting Culturele en Creatieve Sector staat beschreven hoe we ruimte geven aan de creatieve en culturele sector in de stad. Als gemeente hebben we een actieve rol in gebiedsontwikkelingen: soms omdat we eigenaar zijn van de grond of de panden die daarop worden gebouwd, soms omdat we kaders stellen voor marktpartijen. Wanneer we delen van een gebiedsontwikkeling willen toewijzen aan nachtcultuur, moet dit worden opgenomen in het bestemmingsplan of het omgevingsplan. Voordat we dat kunnen doen, moeten we op de hoogte zijn van wensen en behoeften en weten wat er speelt in de sector. Nu is dat nog te weinig het geval. Tot nu toe was het kiezen voor nachtcultuur boven andere doelstellingen geen prioriteit, waardoor er weinig aandacht voor was binnen gebiedsontwikkeling. We moeten voorkomen dat het welzijn van omwonenden en de status quo van nabije voorzieningen worden geschaad. Een nachtclub midden in een woonwijk is zelden een goed idee, terwijl een kleine of middelgrote club op bijvoorbeeld een (oud) bedrijventerrein plezier en levendigheid met zich meebrengt.

Een nachtcultuurbestemming kan verlaten panden en omgevingen nieuw leven inblazen; omwonenden krijgen niet alleen een uitgaansgelegenheid dichtbij huis, door de

bedrijvigheid nemen de sociale controle en het gevoel van veiligheid in de buurt toe. Met de bedrijvigheid, neemt ook de kans op (geluids) overlast toe. Hiermee wordt expliciet rekening gehouden in de selectie van geschikte gebieden. Tegelijkertijd hebben al te afgelegen gebieden uitdagingen rondom mobiliteit, veiligheid en toezicht tot gevolg; voor (fietsend) uitgaanspubliek moet de uitgaansgelegenheid niet al te ver weg zijn en (sociaal) veilig te bereiken zijn. In het Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 worden de verschillende type vergunningen gekoppeld aan profielen voor de horeca (niet te verwarren met de nieuw te ontwikkelen locatieprofielen genoemd in paragraaf 4.4). Binnen een aantal van deze profielen is het ontwikkelen van alle mogelijke horeca toegestaan. A-vergunningen, die vereist zijn voor een club en een muziekpodium met nachtprogrammering, zijn ook binnen deze profielen mogelijk. Dit geldt voor het Stationsgebied en het Beurskwartier, voor Leidsche Rijn en Vleuten-de Meern, en voor ‘bedrijventerreinen en kantorenlocaties’, ‘bijzondere horeca op bijzondere locaties’ en ‘creatieve hotspots’. Clubs behoren hier tot de mogelijkheid, al wijst de praktijk uit dat vaker lichtere vormen van horeca, zoals restaurants, zich nestelen op deze locaties. Binnenstad In de Omgevingsvisie Binnenstad 2040 staan de ambities voor de binnenstad beschreven.

In de toekomst kent de binnenstad nog altijd een grote variatie aan functies: wonen en werken, winkels en cultuur,

25

Beleidsnota nachtcultuur

kerken en horeca. Het is de bedoeling dat de veelzijdigheid van de horeca toeneemt12. Ofschoon het risico van overlast toeneemt op een plek waar mensen dicht op elkaar wonen, werken en recreëren. Nieuwe A-vergunningen zijn op basis van het horecabeleid niet toegestaan. Alleen op panden waar al een A-vergunning op zit, kan nieuwe nachtcultuur in de binnenstad ontstaan. Dit betekent in de praktijk dat nieuwe nachtcultuurinitiatieven hier weinig kans maken. We hechten wel aan het behoud van de (bestaande) nachtcultuur in het centrum, ook omdat het aanbod aan diversiteit heeft ingeboet. De clubcultuur vormt in die zin een aanvulling op de feestcafés en dansbars. Tijdelijke locaties Culturele organisaties en horecaondernemers zijn dankbare gebruikers van leegstaande panden. De huur is vaak een fractie van de prijs van regulier vastgoed. Bovendien is de ambiance vaak aantrekkelijk voor een creatief en jong publiek. Dit heeft tot gevolg dat de laatste jaren pop-uplocaties als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Het gebruiksklaar maken van een leegstaand gebouw vraagt om een behoorlijke investering. Zo’n tijdelijke locatie is alleen rendabel als een club er minstens vijf jaar kan blijven zitten, maar liever nog tien jaar. Ad Hoc is de instantie die leegstaand gemeentelijk vastgoed nu beheert.

In het kader van Maatschappelijke Meerwaarde krijgt effectiever gebruik van tijdelijke leegstand de komende jaren meer prioriteit.

12

Knelpunt: In gebiedsontwikkeling wordt er nog onvoldoende rekening gehouden met (tijdelijke) locaties voor nachtcultuur. Kans: Dankzij het Nachtoverleg zijn de lijnen tussen de gemeente en de nachtsector kort. Kennis over de behoefte aan ruimte aan de ene kant en mogelijkheden door leegstand of gebiedsontwikkeling aan de andere kant kan gemakkelijker worden gedeeld. Ambitie: We selecteren een aantal gebieden in de stad die mogelijk geschikt zijn voor nachtcultuur. In samenspraak met de nachtsector en de verantwoordelijke gebiedscoördinatoren formuleren we verschillende ‘zoekopdrachten’. 4.3 Leefbaarheid en levendigheid Vooral in de binnenstad kunnen de behoeften en belangen van bewoners en uitgaanspubliek botsen. In de Omgevingsvisie Binnenstad staat beschreven hoe de gemeente de overlast wil beperken in samenspraak met bewoners, ondernemers en organisaties. Bewoners kunnen last hebben van geluidsoverlast, maar ook van fietsen voor deur of vuil op straat. Daarnaast kan de doorlopende drukte (veegwagens, een markt die opbouwt, busverkeer) storend zijn.

Tegen de verschillende oorzaken van overlast treedt de gemeente waar mogelijk op, onder meer door toezicht te houden. Fietsen worden verwijderd op plekken waar ze niet mogen staan. Op sommige plekken waar veel overlast wordt ervaren, treft de gemeente extra maatregelen. Tegen de verschillende oorzaken van overlast treedt de gemeente op, onder meer door toezicht te houden. Op sommige plekken waar veel overlast wordt ervaren, treft de gemeente extra maatregelen. In de Nobelstraat en omliggende straten wordt bijvoorbeeld een cumulatie aan problemen ervaren door bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden. De gemeente is op dit moment bezig met een onderzoek naar welke maatregelen genomen kunnen worden om de overlast af te laten nemen. Voor bewoners is het belangrijk dat ze weten waar ze aan toe zijn; het is van belang dat ze op tijd worden geïnformeerd en dat ze hun mening kunnen geven. Ook dat is een manier om (het gevoel van) overlast te beperken. Niemand wil worden overvallen door een nieuwe horecazaak in de straat of een evenement voor de deur. Ook horecaondernemers en evenementorganisatoren wensen duidelijkheid van de gemeente en hebben daar recht op. Gebiedsprofielen moeten houvast gaan bieden. Per 2024 treedt bovendien de nieuwe landelijke omgevingswet in werking.

Daarin is meer ruimte voor maatwerk en voor betere positionering van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zoals hulpverleningsdiensten. Dat is belangrijk, omdat de aanpak om leefbaarheid en levendigheid in balans te houden per locatie kan verschillen.

Omgevingsvisie Binnenstad 2040.

26

Beleidsnota nachtcultuur

Een gebiedsprofiel voor het Domplein De gemeente, omwonenden van het Domplein en andere belanghebbenden zijn gestart met het opstellen van een gebiedsprofiel voor het Domplein. Dit gebiedsprofiel omvat ruimtelijke, sociale een maatschappelijk thema’s. In verschillende werkgroepen komen actuele onderwerpen aan de orde, zoals ‘goederenvervoer’ op het plein. Betrokkenen analyseren gewoontes en gedrag die leiden tot ergernissen of overlast nauwgezet, zodat wederzijds begrip kan ontstaan. De werkgroep neemt vervolgens een standpunt in (of meerdere) op basis waarvan oplossingen en strategieën worden aangedragen. Deze landen in het gebiedsprofiel in de vorm van richtlijnen voor leefbaarheid en werkbaarheid. Deze manier van werken wordt in de toekomst naar verwachting vaker ingezet.

Locatieprofielen en evenementenbeleid Aan de hand van locatieprofielen willen we (muziek)evenementen beter spreiden over de stad. Zo maken we overlast beter beheersbaar en maken we het toewijzingsbeleid voor ondernemers en bewoners inzichtelijk. We beginnen met tien locatieprofielen voor evenementen. We onderzoeken de mogelijkheden van de betreffende plekken in de stad en bepalen vervolgens welke richtlijnen bij de locatie past. Knelpunt: De verhoudingen in sommige gebieden in de stad staan op scherp: bewoners ondervinden overlast, ondernemers raken in de verdrukking. Kans: Onvrede komt vaak voort uit onwetendheid en onvoorspelbaarheid. Door bewoners en ondernemers beter te informeren kan veel onvrede worden weggenomen. Ambitie: We gaan locatieprofielen en gebiedsprofielen ontwikkelen met duidelijke richtlijnen voor het gebruik en de inrichting van de omgeving. NB Locatieprofielen brengen de mogelijkheden en beperkingen voor nachtcultuur en evenementen in kaart; gebiedsprofielen zijn bedoeld om mogelijk botsende belangen op drukke locaties in de stad in goede banen te leiden.

27

Beleidsnota nachtcultuur

5. Ambities

De Utrechtse nachtcultuur heeft een stevige basis. Er zijn clubs, podia, dj’s, radiostations, makers en creatieven in de stad die met elkaar een levendige scene vormen en met veel energie, enthousiasme en kunde bouwen aan de voortzetting en uitbreiding ervan. Over publieksbelangstelling heeft de sector niet te klagen. Toch is er ruimte voor verbetering.

We formuleren vier hoofdambities waaraan we een aantal actiepunten koppelen, deels tijdelijk, deels permanent van aard. Voor een deel van de onderstaande ambities worden concrete actieplannen uitgewerkt waarmee de ambities verwezenlijkt kunnen worden. Voor andere ambities is dat niet nodig, en kunnen we direct aan de slag. Op deze beleidsnota volgt een uitvoeringsplan met een tijdlijn en indicatoren waaraan we kunnen meten of de doelen behaald zijn. De rol van de gemeente is faciliterend, maar ook sturend en regisserend als dat nodig is. We willen een solide gesprekspartner zijn voor vertegenwoordigers van de nachtcultuur. Inhoudelijk heeft de sector de vrije hand. 5.1 Nachtcultuur is een volwaardig onderdeel van de culturele sector Met de Nachtvisie 2030 en de Beleidsnota Nachtcultuur erkennen we het belang van de nachtcultuur voor Utrecht. Nachtcultuur geeft niet alleen dj’s en producers een podium en de gelegenheid zich te ontwikkelen, maar ook andere creatieven: visual artists, vormgevers, beeldend kunstenaars en performers. Nachtcultuur is meer dan uitgaan; bezoekers ontmoeten gelijkgestemden, genieten de vrijheid om te zijn wie ze willen zijn. Nachtcultuur is onderdeel van de culturele sector in onze stad. De komende jaren krijgt de sector ondersteuning en ruimte om te groeien.

• Het Nachtoverleg krijgt een permanent karakter Met het Nachtoverleg heeft de sector een belangrijke stap gezet om zich te verenigen en verder te professionaliseren. We stimuleren deze ontwikkeling en investeren in uitbouw en bestendiging van het overleg tot en met 2026. Het Nachtoverleg is toegankelijk voor

28

Beleidsnota nachtcultuur

de hele Utrechtse nachtsector. Het overleg voert zelf de regie over de structuur en de inhoud van de agenda en voorziet de gemeente gevraagd en ongevraagd van advies. Onderwerpen als veiligheid en gezondheid komen hier regelmatig aan bod. • Het aanbod wordt beter zichtbaar De stad heeft ’s nachts meer te bieden dan menigeen weet of denkt. Voor het publiek is informatie over de actuele Utrechtse nachtcultuur niet altijd even makkelijk te vinden. Daar brengen we verandering in samen met Utrecht Marketing. 5.2 Iedereen die dat wil voelt zich welkom in de Utrechtse nachtcultuur Op het gebied van diversiteit zijn in de Utrechtse nachtcultuur stappen te zetten. De nachtcultuur is te weinig representatief voor de bevolkingssamenstelling van onze stad wat betreft aanbod en bezoekers. In 2030 heeft Utrecht een gevarieerd nachtleven voor verschillende leeftijden en doelgroepen. Een belangrijke randvoorwaarde is dat alle bezoekers zich thuis voelen en veilig en gezond uit kunnen gaan. Hierbij speelt ook de vraag of de bestaande kaders binnen de gemeente, bijvoorbeeld binnen het vergunningensysteem, voldoende ruimte bieden voor een diverse nachtcultuur die past bij de stad anno nu. Toetsing aan de vergunningsvoorwaarden t.a.v. (geluids)overlast en veiligheid blijft ongewijzigd.

te veel mensen te maken met onwenselijk gedrag. Samen met de nachtsector kijken we hoe we dit beter kunnen signaleren en voorkomen. Dat geldt ook voor gezondheidsrisico’s op het gebied van middelengebruik en gehoorschade. • Onderzocht wordt of delen uit de aanpak Veilig Uitgaan kunnen worden uitgebreid Het portiersoverleg, Panel Deurbeleid en het convenant Veilig Uitgaan richten zich alleen op de binnenstad, terwijl het aantal uitgaanslocaties buiten de binnenstad toeneemt. We onderzoeken wat de wenselijke situatie is en of we onderdelen van de bestaande overleggen kunnen inzetten voor uitgaansgebieden buiten de binnenstad. Veiligheid (waaronder sociale veiligheid en discriminatie) en gezondheid (overmatig middelengebruik, gehoorschade) zijn ook hier relevante thema’s.

• De doelgroep 18-min krijgt een plaats in het nachtcultuurbeleid Voor jongeren onder de 18 jaar zijn er bijna geen uitgaansgelegenheden meer, los van incidentele feesten die poppodia en ondernemers voor de doelgroep organiseren. Veel jongeren herkennen zich bovendien niet in het aanbod. Aan de hand van gesprekken met de jongeren van Young Minds brengen we wensen en behoeften in kaart. Op basis daarvan stimuleren we initiatieven voor de jongere leeftijdsgroep. 5.3 De Utrechtse nachtcultuur heeft ruimte voor experiment en ontwikkeling Door ruimtegebrek zijn er weinig plekken voor experiment en talentontwikkeling in de stad. Toch zijn die nodig, willen we de nachtcultuur serieus nemen en een impuls kunnen geven. Vanuit de sector is de vraag naar ruimte veelgehoord en frequent. We gaan de

• Subsidieregelingen worden beter toegankelijk We willen de doorstroom binnen de nachtcultuur verbeteren, zodat ook jonge dj’s en nieuwe organisatoren er een plek in vinden. We willen de huidige culturele subsidieregelingen beter zichtbaar en toegankelijk maken voor mensen die er onbekend mee zijn. Op deze manier willen de diversiteit in het aanbod vergroten.

• (Sociale) veiligheid en gezondheid als randvoorwaarden Veilig uitgaan betekent onder meer dat bezoekers ongehinderd zichzelf kunnen zijn, zichzelf kunnen uiten zoals ze willen, geen discriminatie, agressie en grensoverschrijdend gedrag ondervinden en dat gezondheidsrisico’s worden beperkt. Helaas krijgen nog

29

Beleidsnota nachtcultuur

komende tijd op zoek naar drie nieuwe locaties. Een kanttekening is hier op zijn plaats: de gemeente wil niet interveniëren in de marktwerking van de sector. De invulling van de locaties laten we aan de sector over. Met een Nachtspreekuur willen we het gesprek tussen de gemeente en de nachtsector bovendien verbeteren. • We zoeken drie nieuwe locaties voor nachtcultuur Voor 2026 onderzoeken we de mogelijkheden voor drie nieuwe locaties voor nachtcultuur: klein (capaciteit voor 100-150 bezoekers) en groter (capaciteit 500+). De gemeente zoekt de locaties in eerste instantie binnen het eigen vastgoed verspreid over de stad. De focus ligt op locaties met bijzondere eigenschappen, waardoor deze niet direct geschikt zijn voor functies als wonen. Waar mogelijk wordt aangesloten bij de zoektocht naar meer m2 voor broedplaatsen in de stad. De aard van de zoekopdracht wordt samen met vertegenwoordigers van de nachtsector bepaald. De invulling van de locatie is aan hen. Binnen de huidige financiële kaders kunnen de mogelijkheden voor nieuwe locaties onderzocht worden. Voor nieuwe locaties voor de nachtcultuur is adequaat toezicht en handhaving op de naleving van de vergunning belangrijk, mede gelet op impact op de omgeving en bezoekersstromen.

Wanneer er concrete locaties op het oog zijn, wordt de haalbaarheid en gewenste invulling afgestemd met OOV in het algemeen en VTH (Vergunningen, Toezicht en Handhaving) in het bijzonder. Hierbij is voldoende capaciteit bij politie, toezicht & handhaving en de hulpdiensten een nadrukkelijke randvoorwaarde.

• We markeren gebieden in Utrecht waar nachtcultuur kansrijk is De stad ontwikkelt zich in hoog tempo. Bij gebiedsontwikkeling houden we rekening met eventuele ruimte voor nachtcultuur. De focus bij de zoektocht ligt in de volgende gebieden: Overvecht, Utrecht Science Park, Stationsgebied, Werkspoorgebied, Papendorp en Rotsoord. Dit betekent niet dat we in al deze gebieden een nieuwe locatie gaan zoeken. Het betekent ook niet dat de gebieden die niet in dit rijtje staan worden uitgesloten. Het beperken van overlast is prioriteit bij het bepalen van de locaties. Veiligheid, bereikbaarheid en de garantie tot voldoende menskracht zijn randvoorwaardelijk. • We stellen een opstartbudget beschikbaar voor planvorming aangaande nieuwe locaties Een geschikte locatie vinden is stap één. Het is aan ondernemers en organisatoren om een clubconcept te bedenken en deze locaties nieuw leven in te blazen. We stellen een opstartbudget beschikbaar om culturele ondernemers handvatten te geven voor bijvoorbeeld het opstellen van een businessplan. Het bibob onderzoek is een randvoorwaarde om aanspraak te maken op dit opstartbudget. • We stellen een nachtspreekuur in Voor veel creatieven en feestorganisatoren is de gemeente een ondoorgrondelijke organisatie. Zij weten niet waar ze terecht kunnen met vragen over beschikbare ruimte, vergunningen en subsidieregelingen.

Met een periodiek spreekuur willen we de sector tegemoetkomen.

5.4 De stad is levendig én leefbaar In een grote stad kan de balans tussen wonen, werken en recreëren soms een uitdaging zijn. Utrecht vormt daarop geen uitzondering. Het uitgaansleven en terugkerende evenementen kunnen gepaard gaan met overlast voor bewoners. We vinden het belangrijk om die waar mogelijk in de kiem te smoren. Dit doen we volgens de algemene handhavingsstrategie. Leefbaarheid is een belangrijk aspect om rekening mee te houden bij de zoektocht naar nieuwe locaties. We streven naar spreiding over de hele stad: van nachtcultuur, maar ook van andere evenementen die mogelijk overlast geven. Zo wordt overlast beter beheersbaar. • We stellen tien locatieprofielen op voor evenementen We schetsen de mogelijkheden van de locaties en bepalen welke richtlijnen bij de locaties passen. De profielen geven duidelijkheid over wat bewoners kunnen verwachten aan voorzieningen en evenementen in hun omgeving. Voor ondernemers vormen zij een leidraad en inspiratiebron. • We werken met gebiedsprofielen voor de (her)ontwikkeling van drukke gebieden Die brengen in kaart wat op die locatie al dan niet wenselijk is. In samenspraak met bewoners, ondernemers en andere belanghebbenden komen de profielen tot stand. Zij worden in een vroeg stadium betrokken bij het proces zodat zij niet voor verrassingen komen te staan.

30

Beleidsnota nachtcultuur

6. Financiën

Met de Utrechtse Nachtvisie 2030 en de Beleidsnota Nachtcultuur geven we de nachtsector een impuls. De komende jaren investeren we in regelingen en voorzieningen die verdieping en verbreding van de sector en een duurzaam nachtcultuurbeleid mogelijk maken. In het gemeentebudget is daar op basis van het Coalitieakkoord 2022-2026 geld voor vrijgemaakt. Het gaat hierbij om een budget van € 50.000 in 2023 en vanaf 2024 € 100.000,- structureel. Dit budget biedt de mogelijkheid eerste stappen te zetten op gebied toegankelijkheid van de gemeentelijke diensten en regelingen voor de nachtcultuur. Ook is er ruimte om een zoektocht naar nieuwe locaties te starten. Voor concrete ontwikkelingen die hieruit volgen, bijvoorbeeld voor het inrichten van locaties voor nachtcultuur, is het budget ontoereikend. Dat geldt ook voor het voorzien in voldoende capaciteit op het gebied van Openbare Orde en Veiligheid en Toezicht & Handhaving. Voor concrete ontwikkelingen die hier uit volgen, bijvoorbeeld voor het inrichten van locaties voor nachtcultuur, is het budget ontoereikend. Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden maakt onderdeel uit van de integrale afweging bij aan de Voorjaarsnota. Tussentijds zullen we de gang van zaken evalueren, en wordt het benodigde extra budget inzichtelijk.

De ambities uit deze beleidsnota overlappen daarnaast met verschillende beleidsterreinen, zoals Cultuur, Economische Zaken, Openbare Orde & Veiligheid, Vergunningen, Toezicht & Handhaving, Vastgoed en Volksgezondheid. Waar mogelijk zoeken we ruimte in bestaande programma, subsidies en regelingen.

31

Beleidsnota nachtcultuur

Colofon Februari 2023 www.utrecht.nl/nachtcultuur2030 Fotografie 36framez / Robin Keur Illustratie Enof creatieve communicatie Concept en lay out Enof creatieve communicatie

32

2.1 Huidige UPP: overzichtstabel met toelichting 1 2019-06-schema-upp-complexe-ruimtelijke-projecten.pdf

= bestuurlijk besluit

Beslissen en Beheersen: UPP 0: Plotontwikkeling

UPP 1: Gebiedsontwikkeling

Resultaat fase + besluit

UPP 2: Bouwvlekontwikkeling

UPP 3: Bereikbaarheid

UPP 4: Buitenruimte

- Intentiedocument - Intentie- en plankostenovereenkomst - Intentiedocument - Intentie- en plankostenovereenkomst - Intentiedocument - Intentie- en Plankostenovereenkomst

- Startdocument

- Startdocument

Startdocument

Opdrachtnemers + opstellers

Initiatiefnemer bij UPP 0, 1 en 2 (aangevuld door ruimtelijk regisseur/ gebiedscoordinator) / Deelprogr.man. bij UPP 3

Tijdsplanning Communicatie en participatie

- Stedenb. kundig PVE - Anterieure overeenkomst

Omg. Visie dg

Intentiedocument

Startdocument

ONTWERPFASE Stedenbouwkundig Plan

ONTWERPFASE (Bouw)planontwerp

In geval van BP, optioneel: - Anterieure overeenkomst

Optioneel: Intentiedocument - Omgevingsvisie deelgebied

Ruimtelijk regisseur / Programmamanager mobiliteit

Financiële dekking

DEFINITIEFASE Programma van Eisen

Intentiedocument

Opdrachtgevers

Organisatie

DEFINITIEFASE Omgevingsvisie deelgebied

- Bouwenvelop - Anterieure overeenkomst

Varianten Optioneel: studie - Omgevingsvisie deelgebied / Variantenstudie

Optioneel: - Variantenstudie

Varianten studie

Ruimtelijk regisseur / Progr.man. mobiliteit / Progr.man. gez. leefkl.

SPVE + overeenk.

- Stedenb. kundig Plan - VO Inricht.plan - onderz. BP

SP

BE (+ opt. overeenk.)

- VO + DO bouwplan - DO inricht.pl. - voorbereiden bouwr. maken - opstellen BP of aanvragen omgevingsvergunningen

- bestek + aanbesteding bouw - vergunningen bouw - voorb. woonr. maken - uitvoeren bouwr. maken - procedure BP of omgevingsvergunning

- VO + DO bouwplan - DO inricht.pl. - voorbereiden bouwr. maken - opstellen BP

- bestek + aanbesteding bouw - vergunningen bouw - voorb. woonr. maken - uitvoeren bouwr. maken - procedure BP

- VO + DO bouwplan (incl. buitenruimte) - voorbereiden BRM - onderzoeken BP

- bestek + aanbesteding bouw - vergunningen bouw - voorb. woonr. maken - uitvoeren bouwr. maken - opstellen en procedure BP

IPVE+FO

- Integraal Programma van Eisen + (Raad alleen Functioneel bij cat.B) Ontwerp

- Integraal Programma van Eisen

IPVE buitenruimte

VOORBEREIDINGSFASE

- VO tracé en maaiveld - onderz. BP - voorb. BRM

Voorontwerp tracé

- DO tracé en maaiveld - opstellen BP

- bestek + aanbesteding tracé - vergunningen tracé - voorb. woonr. maken - uitvoeren bouwr. maken - opstellen en procedure BP

- VO buitenruimte - onderz. BP - voorb. BRM

Voorontwerp Buitenr.

- DO buitenruimte - opstellen BP

- bestek + aanbesteding buitenruimte - uitvoeren bouwr. maken - opstellen en procedure BP

REALISATIEFASE

BP (met Expl.plan)

BP (met Expl.plan)

BP (met Expl.plan)

BP

BP

Beheerfase

- uitvoering bouw - opleveren bouw - uitvoeren woonrijp m.

Oplevering bouw gereed

- uitvoering bouw - opleveren bouw - uitvoeren woonrijp m.

Oplevering bouw gereed

- uitvoering bouw - opleveren bouw - uitvoeren woonrijp m.

Oplevering bouw gereed

- aanleg infra tracé Oplevering tracé gereed - uitvoeren woonrijp m.

- aanleg buitenruimte

Oplevering buitenruimte gereed

Ruimtelijk regisseur / Programmamanager mobiliteit

Ruimtelijk regisseur

Ruimtelijk regisseur / Programmamanager mobiliteit

Ruimtelijk regisseur / Programmamanager mobiliteit

Ruimtelijk regisseur / Programmamanager mobiliteit

Projectmanager & team

Projectmanager & team

Bij GREX: projectmanager & team Verder: particuliere ontwikkelaar met toetsen door projectmanager & team

Bij GREX: projectmanager & team Bij UPP 3&4: IBU / SW Verder: particuliere ontwikkelaar met toetsen door projectmanager & team

Bij GREX en UPP 3&4: IBU / SW Verder: particuliere ontwikkelaar met toetsen door projectmanager met FOV (bouwinsp.)

Bij UPP 3&4: door/ namens IBU/SW Verder particuliere ontwikkelaar met toetsen door FOV + SW

± 1 - 3 maanden

Bij UPP 1, 3 en 4: ± 12 maanden

± 12 maanden (bij UPP 2: ± 6 mnd)

± 6 maanden

± 9 maanden (bij UPP 3: ± 12 maanden)

± 9 - 12 maanden (bij UPP 3 en 4: ± 6 - 9 maanden)

± 12 - 24 maanden (bij UPP 3 & 4: ± 3 - 24 mnd)

Na besluit communicatie en/of participatie met belanghebbenden

Participatie volgens Utrechts participatiebeleid

Participatie volgens Utrechts participatiebeleid

Participatie volgens Utrechts participatiebeleid

Participatie volgens Utrechts participatiebeleid

Communicatie belanghebbenden + Bij bestemmingsplan: zienswijzen en beroepsprocedure

Communicatie belanghebbenden

Programma stedelijke ontwikkeling / Programmabegroting / Investeringsprogr. / Meerj. Progr. Bereikb.

Voorfinanciering uit Prog.begr of IP (bij UPP 1 met GREX: voorbereidingskrediet)

Voorfinanciering uit Prog.begr of IP (bij UPP 1 met GREX: voorbereidingskrediet)

Dekking uit exploitatie (kredietbesluit, overeenk., grondexploitatie) en/of toezegging subsidies

Dekking uit exploitatie (kredietbesluit, overeenk. grondexploitatie) en/of besluit subsidiegelden

Dekking uit exploitatie (overeenkomst, grondexpl. of leges) en/of uitkering subsidie

Dekking uit exploitatie / kredietbesluit (bij UPP 1 met gronduitgifte: GREX)

Overdracht naar beheer

INITIATIEFFASE

Inhoudelijk + financieel kader vastgesteld

Faseren

Versie juni 2019

: Plotontwikkeling = minder complexe ontwikkeling van 1 gebouw / gebouwencombinatie op 1 bouwvlek, met 1 eigenaar, waarvan doorgaans alleen de bestemming verandert : Gebiedsontwikkeling = complexe ontwikkeling in een buurt, of gehele buurt, gehele wijk, stadsdeel. Kan zowel private ontwikkeling zijn, als GREX-project met uitgeefbaar terrein : Bouwvlekontwikkeling = complexe ontwikkeling van een plan van 1 gebouw / gebouwencombinatie op 1 bouwvlek, met 1 eigenaar, van beperkte omvang / verandering, met geen/ beperkt openb. gebied, gering maatsch. gevoeligheid : Bereikbaarheidsproject uit Programma Bereikbaarheid (fysieke infrastructuurprojecten voor auto, fiets, OV, HOV/tram) : Buitenruimte ontwikkeling = buitenruimteproject los van bouwprojecten of bereikbaarheidsprojecten, dus bijv. stadspark of ecologische zone

2.2 Raadsbrief verbeteringen Utrechts Planproces (UPP) 1 Dossier 3243 voorblad.pdf

Raadsinformatiebijeenkomst Dossiernummer

3243

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

7 maart 2023

Agendapunt

2.2

Titel

Raadsbrief verbeteringen Utrechts Planproces (UPP)

ID

3437

Behandelend ambtenaar

T.A.M. de Gast

Telefoon

286021

E-mail

a.de.gast@utrecht.nl

Datum collegebesluit

22 februari 2022

Thema Portefeuillehouder

Wethouder Eerenberg

Beleidsveld

Ruimtelijke Ordening

Referendabel Raadsadviseur (lijst)

Frank de Kok/Cie Ruimtelijke ordening en Grondzaken/06-20011476

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

7 maart 2023

Voorgesteld besluit

1 Raadsbrief Verbeteringen Utrechts Planproces (UPP).pdf

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

T.A.M. de Gast

Datum

25 februari 2022

Doorkiesnummer

030 - 28 60201

Kenmerk

9717159

E-mail

a.de.gast@utrecht.nl

Onderwerp

Verbeteringen Utrechts Planproces (UPP)

Bijlage(n)

1 (onderaan bijgevoegd)

Beleidsveld

Ruimtelijke ontwikkeling

Geachte leden van de raad, Eind juni 2019 hebben we u geïnformeerd over een aantal verbeteringen in de initiatieffase van het Utrechts Planproces (UPP) en van het kostenverhaal (Brief 28 juni 2019). Die verbeteringen zijn gericht op snelle, transparante en zorgvuldige processen; ook dragen ze bij aan de uitvoering van het Actieprogramma Samen stad maken op de Utrechtse manier. In de brief werd toegezegd om de verbeteringen na een jaar te evalueren en te bezien of verdere verbetering mogelijk en wenselijk is. Die evaluatie vond eind 2020 plaats. Sindsdien werken we volgens de ingezette verbeteringen, kijken we in de dagelijkse praktijk wat werkt en wat (nog) niet werkt en passen we waar nodig werkwijzen aan. Zoals ook al benoemd in de brief van juni 2019 is daarbij de samenhang met een pilot met UPP 2 in Zuidwest, met vernieuwing van participatie en met de invoering van de Omgevingswet van belang. In deze brief praten we u dan ook graag bij over: 1. De evaluatie van de verbeteringen van de initiatieffase van het UPP en van het kostenverhaal (van eind 2020) en welke stappen daarna zijn gezet; 2. De stand van zaken rond de pilot met UPP 2 in Zuidwest; 3. Overige veranderingen in planprocessen als gevolg van vernieuwing participatie en invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb).

Overigens is er op dit moment onvoldoende ambtelijke capaciteit beschikbaar voor het – verder verbeteren van werk- en planprocessen. Komende periode kijken we hoe we voor de komende jaren extra capaciteit kunnen realiseren en welke keuzes dat vraagt. We verwachten dat extra capaciteit op termijn een positief effect heeft op de inzet die nodig is voor de verschillende projecten, helpt bij het standaardiseren van werk- en planprocessen en bij het goed aansluiten bij Omgevingswet en Wkb. Ad 1. Evaluatie verbeteringen initiatieffase UPP en kostenverhaal en vervolgstappen Conform de toezegging hebben we eind 2020 alle (35) Intentiedocumenten (IDOCs) die sinds 1 juli 2019 waren vastgesteld besproken met gebiedscoördinatoren, projectleiders en andere betrokkenen vanuit de gemeentelijke organisatie, aan de hand van de doelstellingen en concrete verbeteringen uit

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

de brief van juni 2019. Ook een aantal IDOCs uit de eerste helft van 2019, waarbij al volgens de nieuwe werkwijze werd gewerkt, zijn meegenomen in de evaluatie. Uit de evaluatie bleek dat alle verbeteringen waren doorgevoerd en dat daardoor een groot aantal doelstellingen was behaald (zie bijlage). Bij alle IDOCs wordt op de beoogde, nieuwe wijze gewerkt: kostenverhaal en participatie zijn daardoor eerder mogelijk en de initiatieffase wordt verkort. Het werk dat eerder in de initiatieffase werd gedaan, schuift wel door naar de definitiefase, waardoor de totale doorlooptijd vooralsnog niet verandert. De nieuwe werkwijze vraagt soms nog extra inspanning, met name in de gesprekken met de initiatiefnemers over het doel van de initiatieffase. De uitkomsten van de evaluatie zijn ook besproken met de marktpartijen en corporaties uit de ‘Kopgroep Stadsakkoord Wonen’. Zij gaven aan nog weinig positieve effecten te ervaren van de nieuwe werkwijze. Samen met hen hebben we mogelijkheden voor verdere verbeteringen verkend en in gang gezet. Zo zijn de voorschotbedragen voor UPP 1 en 2 (die al een paar jaar niet geïndexeerd en daardoor snel op waren) in de Grondprijzenbrief 2021 verhoogd. Ook willen initiatiefnemers graag eerder in het proces duidelijkheid over waaraan het initiatief moet voldoen en willen ze het ‘stapelen van ambities’ (dat initiatiefnemers nu soms ervaren) voorkomen.

De pilot met UPP 2 in Zuidwest (zie ad 2 hieronder) komt hieraan tegemoet en wordt mede om die reden uitgebreid. Daarnaast zijn de beoogde verbeteringen van het UPP meegenomen in de aanpassingen van de werk- en planprocessen in verband met de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) (zie ad 3 hieronder). Ad 2. Pilot UPP 2 in Zuidwest In de pilot met UPP 2-projecten in Zuidwest werken we - na het vaststellen van het IDOC en voordat we de Bouwenvelop maken - met een nieuw instrument: Programmatische Uitgangspunten (PUp). Daarmee leggen we eerder in het planproces de gezamenlijke ambities vast. Op basis daarvan schrijft de initiatiefnemer vervolgens – binnen zes maanden - de Bouwenvelop. De eerste ervaringen met deze werkwijze hebben we zowel met initiatiefnemers als binnen de gemeente besproken. Vooral initiatiefnemers zijn positief over het werken met PUp omdat daarmee eerder in het proces ambities en voorwaarden over en weer worden vastgelegd. De werkwijze sluit aan bij het streven om belanghebbenden vroegtijdig te betrekken bij een initiatief op een zo hoog mogelijk niveau van participatie. Omdat de pilotprojecten nog niet zijn afgerond kunnen we nog geen definitieve conclusies trekken, maar we verwachten dat voor deze werkwijze minder ambtelijke capaciteit nodig is.

Op basis van deze eerste, positieve bevindingen breiden we de pilot uit naar andere gebieden. Voor de zomer wordt de pilot geëvalueerd en wordt besloten of de werkwijze ook in de rest van de stad wordt ingevoerd. Komend najaar informeren we u hierover. Ad 3. Overige veranderingen in planprocessen als gevolg van vernieuwing participatie en invoering Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen In de vierde Voortgangsrapportage Samen stad maken die u op 30 november 2021 heeft ontvangen (Voortgangsrapportage november 2021) heeft u kunnen lezen dat de basis voor participatie in Utrecht op orde is: we hebben een leidraad, formats voor participatieplan en -verslag, het Groene golfteam, adviesgesprekken en casusbesprekingen, het online platform DenkMee enzovoort. In de praktijk zien we dat deze instrumenten en formats nog niet altijd voldoende worden gebruikt. Zo wordt nog niet altijd een participatieplan en -verslag gemaakt. En als plan en verslag wel worden gemaakt, dan zijn die nog niet altijd gemakkelijk vindbaar voor betrokkenen. Zoals ook aangegeven in de voortgangsrapportage is het dan ook van belang om te blijven onderhouden, trainen en opleiden, stimuleren, borgen en bijsturen waar nodig. Ook gaan we zorgen dat participatieplan en -verslag beter vindbaar zijn, bijvoorbeeld door ze toe te voegen aan de projectpagina’s op utrecht.nl.

2/7

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

Het gesprek over nut en noodzaak van participatie wordt onverminderd stevig gevoerd, zowel in en met de stad als binnen de gemeentelijke organisatie. Ook zien we dat de groei van de stad, de ambities die we hebben en de bijbehorende participatie om meer regie en sturing vraagt: steeds vaker is er behoefte aan meer samenhang in de participatie op buurt- en wijkniveau. Daarmee gaan we komende periode aan de slag: naast goede participatie bij ieder UPP-project, ook een samenhangende aanpak in gebieden waar veel ontwikkelingen tegelijkertijd plaatsvinden. De Omgevingswet vraagt daarnaast van ons dat we kunnen beoordelen of participatie in voldoende mate heeft plaatsgevonden. Daarvoor werken we aan een beoordelingstool. In het kader van de invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) worden de werk- en planprocessen (waaronder het UPP) op dit moment aangepast zodat ze voldoen aan de eisen en doelen van beide wetten. Zo vergroten we de efficiëntie door de fase van planvorming beter te laten aansluiten op de fase van vergunningverlening (die onder de Omgevingswet in bijna alle gevallen in acht weken moet plaatsvinden) en verbeteren we de integrale afweging door te gaan werken met omgevingstafels. U ontvangt binnenkort de brief waarin we uitgebreid stilstaan bij de voortgang van de invoering van Omgevingswet en Wkb.

Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/7

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

Bijlage Evaluatie verbeteringen initiatieffase UPP en kostenverhaal December 2020 Verbeteringen initiatieffase 1. Doelstellingen Voor de verbeteringen van de initiatieffase van UPP werden acht doelstellingen geformuleerd. Per doelstelling beschrijven we of deze behaald is. 1.1 ‘Bedoeling’ van (oorspronkelijke) startdocument weer helder krijgen Het is de bedoeling dat in het IDOC nog geen programma, randvoorwaarden e.d. worden vastgelegd, maar dat alleen onderzoeksvragen worden geformuleerd. Deze onderzoeksvragen worden beantwoord in de fase na vaststelling van het IDOC (de definitiefase). Op basis van deze antwoorden wordt de haalbaarheid en wenselijkheid van het initiatief bepaald. Ambtelijk is die bedoeling duidelijk, al bestaat af en toe nog de neiging om verder onderzoek te willen doen in deze eerste fase. Daarbij zien we verschil tussen mensen die lang op de ‘oude’ manier hebben gewerkt en mensen die gelijk gestart zijn met de nieuwe werkwijze. Bestuurlijk is de bedoeling ook duidelijk, maar is vaak de wens om al in een vroeg stadium iets mee te geven over bijvoorbeeld het woningbouwprogramma. Initiatiefnemers zijn in deze verkennende fase vaak al stappen verder, hebben zelf een concreet beeld bij hun initiatief en willen vooral snel duidelijkheid of ze hun initiatief kunnen realiseren.

Het duidelijk maken van de bedoeling van het IDOC aan de initiatiefnemers kost daardoor soms veel tijd en discussie. 1.2 Minder uitgebreid en diepgaand onderzoek naar wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief in de initiatieffase Deze doelstelling is in een aantal gevallen volledig behaald, in een aantal gevallen niet. Voorbeelden van oorzaken voor het toch soms uitgebreider onderzoek doen zijn: strijdig (gemeentelijk) beleid; zo is het bij het ‘verdichten op groene percelen’ zowel beleid om groen te behouden, als om woningen toe te voegen. toch vast nog wat meer gevoel willen krijgen bij de haalbaarheid van het beoogde programma; initiatiefnemers die niet akkoord gaat met de onderzoeksvragen waardoor meer gesprekken en aanscherping nodig zijn (de initiatiefnemer moet immers akkoord gaan vóór besluitvorming door het college); bij complexe projecten is het lastiger om overeenstemming over de onderzoeksvragen te bereiken; de financiële risico’s zijn vaak ook groter. Over het algemeen vraagt het een strakke sturing om niet toch te gaan uitzoeken en/of in onderhandeling te gaan. Ook helpt het soms om in het IDOC op te schrijven, dat de meningen in deze fase verschillen en te omschrijven wat de meningen van initiatiefnemer en gemeente zijn.

1.3 Doorlooptijd initiatieffase korter In de meeste gevallen was de doorlooptijd van de initiatieffase korter dan voordat de verbeteringen werden ingevoerd. Ook ‘een quick scan’ kost echter tijd, zeker bij de complexe ruimtelijke projecten waarvoor het UPP bedoeld is. De beoogde doorlooptijd van drie maanden blijkt in de praktijk dan ook niet realistisch: er zijn vaak meerdere gesprekken nodig met de initiatiefnemer, met vakdisciplines en soms ook met betrokken wethouders voordat een IDOC kan worden opgesteld. Ook het proces om tot vaststelling in het college te komen, neemt tijd in beslag. Sommige projecten hadden een langere initiatieffase omdat de betreffende projecten werden uitgesteld in verband met prioritering van tijd, geld of capaciteit, ofwel bij de gemeente, ofwel bij de initiatiefnemer.

4/7

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

1.4 Minder beslag op mensen en middelen Bij de meeste IDOCs is deze doelstelling behaald. Wel wordt geconstateerd dat het werk (dat wil zeggen: het beantwoorden van de onderzoeksvragen) doorschuift naar de definitiefase en dan alsnog moet worden gedaan. De plankosten kunnen dan echter worden verhaald op de initiatiefnemer, waardoor de ambtelijke kosten worden verlaagd. Ook is het financiële risico als een project alsnog niet doorgaat niet voor rekening van de gemeente. In zijn algemeenheid wordt het kostenbewustzijn door deze manier van werken groter. Redenen waardoor in een aantal gevallen toch meer beslag is gelegd op mensen en middelen zijn bijvoorbeeld: complexe projecten die meer uitzoekwerk, besluitvorming en kosten met zich meebrengen voordat een IDOC ter besluitvorming kan worden voorgelegd en/of waarover meerdere keren in staf of college moeten worden gesproken; er worden dan meer ambtelijke uren gemaakt; als al wel gesprekken met een initiatiefnemer zijn gevoerd en de wenselijkheid – globaal – is onderzocht maar door de initiatiefnemer of door de gemeente toch wordt besloten geen IDOC met elkaar te maken of - als deze al in concept is gemaakt – deze niet aan portefeuillehouder en college voor te leggen. De kosten die dan zijn gemaakt, zijn dan voor rekening van de gemeente.

1.5 Meer eenduidige documenten De IDOCs die sinds juli 2019 zijn gemaakt, hebben in principe eenzelfde opzet. Het werken met een vast format draagt bij aan de eenduidigheid van de IDOCs. Wat betreft de inhoud van de IDOCs is er behoefte aan nog meer standaardisering, bijvoorbeeld van basisteksten en onderzoeksvragen. Hier wordt aan gewerkt. 1.6 Proces initiatieffase voor initiatiefnemers duidelijker maken Het proces is op zich duidelijk voor initiatiefnemers, maar zoals al aangegeven bij 1.1 zijn initiatiefnemers vaak al stappen verder en willen ze vooral snel duidelijkheid. Uit de feedback van de Kopgroep Stadsakkoord Wonen blijkt ook dat initiatiefnemers wat dit betreft nog niet positief zijn over de beoogde verbeteringen. Zo is er eerder (dan in bouwenvelop of stedenbouwkundig programma van eisen) behoefte aan een duidelijk moment waarop ambities van de gemeente worden ‘vastgeklikt’, zodat er niet later nog nieuwe eisen en/of wensen op tafel komen. 1.7 Participatie eerder mogelijk maken Doordat in de initiatieffase ‘alleen’ de onderzoeksvragen worden geformuleerd en de intentie wordt uitgesproken om aan een initiatief mee te werken, is er per definitie meer ruimte voor inbreng door betrokkenen. Door de nieuwe werkwijze is de initiatieffase ook korter geworden en kan dus eerder naar buiten worden gegaan met de IDOCs. In de praktijk blijkt dit nog niet altijd te gebeuren.

Soms wil men een plan toch eerst concreter uitwerken (in een bouwenvelop of stedenbouwkundig programma van eisen) en pas daarna met een initiatief naar buiten gaan en met betrokkenen en belanghebbenden bespreken. Het is soms lastig om participatie te starten over een plan dat nog heel globaal van karakter is. Hier bestaat spanning tussen vroeg naar buiten gaan met iets heel globaals of later naar buiten gaan met een plan waarin al veel vaststaat. Bij sloop/ nieuwbouwprojecten, bijvoorbeeld waarbij woningbouwcorporaties de initiatiefnemer zijn, wordt participatie soms later gestart om onrust te voorkomen en worden bewoners pas betrokken als er meer duidelijkheid en een sociaal plan is. Om echt invulling te geven aan ons eigen participatiebeleid - Samen stad maken op de Utrechtse manier - en aan de eisen die de Omgevingswet stelt (‘vroegtijdige participatie’), vraagt deze doelstelling komende tijd dus nog extra aandacht.

5/7

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

2. Concrete verbeteringen Om de hierboven genoemde doelstellingen te bereiken, werden vijf concrete verbeteringen bedacht. Per beoogde verbetering beschrijven of die verbetering gerealiseerd is. 2.1 De naam van het startdocument wijzigt in Intentiedocument (IDOC) Sinds de verbeteringen zijn ingevoerd heten alle voorheen startdocumenten Intentiedocument. 2.2 Het IDOC wordt weer beknopter De IDOCs zijn vrijwel in alle gevallen beknopter dan de ‘oude’ startdocumenten. 2.3 De beslissingen over het programma worden weer genomen in de definitiefase Met het vaststellen van het IDOC wordt door het college ‘alleen’ de intentie uitgesproken om de wenselijkheid en haalbaarheid van het initiatief nader te onderzoeken. Vervolgens worden de onderzoeksvragen zoals geformuleerd in het IDOC beantwoord en wordt het precieze programma bepaald. De beslissing over dat programma wordt ‘pas’ genomen bij het vaststellen van het stedenbouwkundig programma van eisen door de raad of van de bouwenvelop door het college. 2.4 De Initiatiefnemer gaat meer zelf schrijven aan het IDOC In een aantal gevallen hebben initiatiefnemers zelf (mee)geschreven aan het IDOC. In de praktijk blijkt dit vaak (extra) tijd te kosten. Het IDOC moet aansluiten op de ambtelijke en bestuurlijke processen en besluitvorming en daarvoor moet het dan vaak alsnog worden aangepast of herschreven.

In de praktijk werkt het beste als de initiatiefnemer zorgt voor een goede omschrijving van het initiatief inclusief alle daarbij behorende gegevens, bijvoorbeeld over het plangebied. Ook hebben we ervaren dat het van belang is om de onderzoeksvragen gezamenlijk te formuleren en eventuele verschillen van mening concreet te benoemen in het IDOC. 2.5 We gaan werken met vernieuwde modeldocumenten: het IDOC en een Intentie- en plankostenovereenkomst (IPOK) Alle nieuwe IDOCs (opgesteld vanaf juli 2019) zijn in het nieuwe format gemaakt. Een aantal van de onderzochte IDOCs liep al langer en heette nog startdocument; deze zijn gaandeweg omgezet naar een IDOC. Ook voor de IPOK wordt gewerkt met een vast modeldocument.

Verbeteringen kostenverhaal 1. Doelstellingen Voor de verbeteringen van het kostenverhaal werden twee doelstellingen geformuleerd. Per doelstelling beschrijven we of deze behaald is. 1.1 Een aangescherpt en eenduidiger proces van kostenverhaal, waardoor: - initiatiefnemers weten waar zij aan toe zijn en vastgoedmedewerkers, ruimtelijk regisseurs en projectleiders weten wat ze van initiatiefnemers mogen vragen en - het proces efficiënt en kostenbesparend is Conform de beoogde verbetering is in vrijwel alle gevallen gewerkt met voorschotbedragen (in plaats van een lumpsum bedrag zoals voorheen gebeurde). Doordat de initiatieffase korter duurt, kunnen we eerder kosten verhalen. Uit oogpunt van kostenverhaal is het proces daarmee efficiënt en kostenbesparend. Daarmee is deze doelstelling behaald. Kanttekening is wel dat veel initiatiefnemers het gevoel hebben dat ze een ‘blanco cheque’ tekenen, omdat ze nog weinig zicht hebben op de kosten en er geen raming meer wordt gegeven. Initiatiefnemers kunnen hiervoor wel een

6/7

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

25 februari 2022 9717159

plankostenscan doen, maar die sluit lang niet altijd aan bij de werkelijkheid van het specifieke project. Initiatiefnemers willen daarom graag een indicatie van de gemeente. Daarnaast geven initiatiefnemers aan dat ze beter en sneller inzicht willen hebben in de plankosten die door de gemeente zijn gemaakt. Dit is van belang omdat alle kosten die door de gemeente worden gemaakt, worden verhaald op de initiatiefnemer. Dit inzicht in de gemaakte kosten kan op ieder moment gegeven worden. De voorschotbedragen waren de laatste jaren niet geïndexeerd en bleken in de praktijk laag te zijn. Hierdoor waren de voorschotten vaak snel op en moest er snel een nieuw voorschot gevraagd worden. In de Grondprijzenbrief 2021 zijn de voorschotbedragen voor UPP 1 en 2 intussen verhoogd (voor UPP 0 was dat niet nodig). Komende tijd kijken we hoe we, met behoud van de eerder geformuleerde doelstellingen, de werkwijze verder kunnen verbeteren. 1.2 Gemeentelijk risico zo veel mogelijk verlagen De opzet van de IPOK, met enerzijds een verplichting voor de initiatiefnemer om voorschotbedragen te betalen en anderzijds de regel dat de initiatiefnemer de door de gemeente gemaakte kosten verschuldigd blijft in het geval het initiatief niet haalbaar blijkt, biedt de gemeente veel zekerheid. In die zin is deze doelstelling behaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=94c946a0-a04d-464f-ab4c-508586070e6c