CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 11 april 2023, gemeente Utrecht31.469 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Het is ook niet mogelijk om de huidige standplaatsvergunningen langer te verlengen omdat de vergunningen voor bepaalde tijd worden verleend, en na afloop van deze periode weer beschikbaar moeten komen. Waar het gaat om branchering geven ze aan dat een dergelijke beperking in beginsel niet is toegestaan onder de Dienstenrichtlijn, maar onder voorwaarden wel mogelijk. Er moet duidelijk onderbouwd worden dat het doel en de eisen gerechtvaardigd zijn op basis van een ‘dwingende reden van algemeen belang’ (noodzakelijkheidseis), en de eisen moeten passen bij het nagestreefde doel (evenredigheidseis). Ook geldt het discriminatieverbod. Een rechter zal deze vereisten toetsen in geval van beroep. Effect voor de standplaatshouders Wij begrijpen heel goed dat een nieuw verdelingsmechanisme van vergunningen voor de huidige standplaatshouders zeer ingrijpend is. De huidige standplaatshouders staan met hun onderneming soms al tientallen jaren op dezelfde plek en moeten nu een onzeker proces ingaan voor een plek. We zien ook de belangrijke rol die standplaatshouders kunnen spelen in de buurt. Het is echter ook zo dat wij niet anders kunnen dan de wetgeving te volgen. Dat houdt in dat, nu de vergunningen aflopen, we zittende èn nieuwe ondernemers een kans moeten geven op een standplaats, we mogen niemand een voorkeurspositie1 geven. Op 16 maart a.s.

organiseren we een informatiebijeenkomst voor de bestaande vergunninghouders. Tijdens deze bijeenkomst informeren wij hen over de stand van zaken van het proces. Wijze van uitgifte nieuwe vergunningen Voor de toekenning van schaarse vergunningen bestaan verschillende verdelingsmethoden. De verdeling van schaarse vergunningen kan gebeuren op volgorde van binnenkomst van de aanvraag, via een veilig, via selectie met criteria (vergelijkende toets) of door loting. Bij alle methoden geldt dat de aanvraag moet voldoen aan de indieningsvereisten en aan de criteria behorende bij de aangevraagde standplaatslocatie. Deze vier opties gaan we hieronder langs.

1 Zie juridisch advies van VBK advocaten met onderwerp Advies inzake beleid standplaatsvergunningen

gemeente Utrecht d.d. 8 maart 2023; beantwoording vraag 1 en 2.

3/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

15 maart 2023 10523085

Volgorde van binnenkomst aanvraag Verdeling op volgorde van binnenkomst van de aanvraag gaat uit van het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’. Met het oog op de mededingingsplicht zijn wij gehouden de beschikbaarheid van schaarse vergunningen openbaar te maken, zodat potentiële gegadigden hiervan kennis kunnen nemen. Omdat wij alle geïnteresseerden gelijke kansen moeten en willen bieden vinden wij een verdeling op volgorde van binnenkomst van de aanvraag geen goede methode, mede ook gelet op het grote aantal schaarse vergunningen dat tegelijkertijd beschikbaar komt. Veilen Bij verdeling via veiling wordt de schaarse vergunning toegekend aan de aanvrager met de hoogste bieding. Deze methode vinden wij niet geschikt voor de verdeling van standplaatsvergunningen in Utrecht. Standplaatshouders zijn voor het merendeel kleine zelfstandige ondernemers. Wij willen dit ondernemerschap graag stimuleren. Verdeling van schaarse vergunningen op basis van hoogste bieding past daar niet bij, dit zou juist de kansen van ondernemers met veel investeringsruimte vergroten. Selectie door vergelijkende toets op inhoudelijke criteria Bij verdeling op basis van een vergelijkende toets worden de aanvragen getoetst op één of een aantal inhoudelijke criteria. Voor die criteria worden in de vergelijkende toets punten toegekend.

De aanvrager met het hoogst aantal punten krijgt de standplaatsvergunning toegewezen. Voor de Utrechtse situatie is dan te denken aan criteria als duurzaamheid of circulariteit, passend bij de ambities uit het coalitieakkoord. Deze vorm van selectie valt of staat met de juiste criteria en het logisch en systematisch toepassen daarvan. De criteria moeten objectief en voldoende onderscheidend zijn tussen de gegadigden en mogen niet discriminerend zijn. Daarnaast dienen de criteria relevant te zijn voor de met de vergunningverlening te bereiken doelen. Daartoe moeten die criteria hun juridische grondslag hebben in de Algemene plaatselijke verordening, waar het vergunningstelsel voor standplaatsen is geregeld. De weigeringsgronden voor een standplaatsvergunning hebben betrekking op veiligheid, openbare orde, overlast en welstand. Op grond hiervan kunnen we eisen stellen aan bijvoorbeeld de positionering, omvang en het uiterlijk van de verkoopwagen. Extra inhoudelijke criteria, aanvullend aan die op grond van de Apv, moeten een juridische basis hebben in beleid of regelgeving. Voor de genoemde criteria geldt dat hiervoor op dit moment nog niet voldoende beleidsmatige basis is.

In het externe advies is te lezen dat een vorm van branchering kan worden toegepast bij het verlenen van een standplaatsvergunning.2 Branchering betekent wel een beperking van de vrijheid van standplaatshouders in de uitoefening van hun activiteit (er wordt immers voorgeschreven welk type product zij kunnen aanbieden). Bij de keuze voor branchering moet worden voldaan aan het discriminatieverbod, de noodzakelijkheidseis en de evenredigheid. Naast de juridische beperkingen zullen extra inhoudelijke en kwalitatieve criteria leiden tot extra drempels voor de huidige ondernemers. Zij zullen dan immers -op korte termijn- moeten investeren om in de vergelijkende toets goed te scoren op de uitgevraagde criteria. Om een dergelijke wijziging gelijktijdig met het opnieuw uitgeven van alle vergunningen door te voeren, is wat ons betreft op dit moment te ingrijpend. Daarom kiezen we nu niet voor deze wijze van uitgifte. Wel breiden we de

2 Zie juridisch advies van VBK advocaten met onderwerp Advies inzake beleid standplaatsvergunningen

gemeente Utrecht d.d. 8 maart 2023; beantwoording vraag 3.

4/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

15 maart 2023 10523085

komende jaren het aantal standplaatsen uit, en zoeken we naar criteria voor uitgifte die bijdragen aan deze doelen, binnen wat wettelijk mogelijk is. Loten Bij verdeling via loten krijgen alle aanvragen, die voldoen aan de indieningsvereisten en aan de criteria behorende bij de aangevraagde standplaatslocatie, een lotnummer. Na sluiting van het tijdvak waarbinnen de aanvraag moet zijn ingediend, wordt in een openbare loting bepaald welke aanvraag voor welke locatie wordt gehonoreerd. De overige aanvragen worden afgewezen. Deze verdelingsmethode staat daarmee neutraal ten opzichte van de gegadigden en hun aanvraag. Verdeling van schaarse vergunningen via loten biedt gelijke kansen voor alle aanvragers. De procedure is transparant en biedt de ondernemers de meeste duidelijkheid. Naar verwachting geeft deze methode ook het laagste risico op juridische procedures en eventuele vertraging in de vergunningverlening. Na afweging van de voor- en nadelen van de verschillende methoden, als hierboven beschreven, vinden wij loting voor Utrecht op dit moment de meest geschikte methode. Voor de standplaatsvergunningen die vanaf 1 januari 2024 beschikbaar zijn wij daarom voornemens deze methode te hanteren. De daartoe te volgen procedure hebben wij uitgewerkt in de Nadere regel standplaatsen, die u als bijlage bij deze brief aantreft.

Zoals gezegd gaan wij graag over deze keuze met u in gesprek in de commissie van 23 maart, daarna zullen wij een definitief besluit nemen. Vergunningduur Het ministerie van EZK heeft een uitgebreid onderzoek (Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel) uit laten voeren door het onderzoeksbureau SEO, naar de terugverdientijd van de investeringen in de ambulante handel. Uitgangspunt is dat bij de vaststelling van de looptijd rekening moet worden gehouden met de terugverdientijd en met een redelijke vergoeding van geïnvesteerd kapitaal. Doel was om aan te geven op basis van welke objectieve maatstaven de terugverdientijd voor de ambulante handel berekend kan worden. Uitkomst van dit onderzoek is dat een termijn tussen de negen en twaalf jaar een reële terugverdientijd is van de investeringen. Het onderzoeksbureau geeft aan dat de bovengrens van de terugverdientijd maximaal twaalf jaar is. Een langere terugverdientijd is daarom niet aan de orde. Wij hebben als uitgangspunt bij de verlening van de vergunning een vergunningperiode van tien jaar genomen. Deze termijn sluit aan bij onze huidige praktijk waarbij de terugverdientijd wat korter is dan landelijk gezien. Bovendien geeft deze vergunningduur de kans aan nieuwe ondernemers om te kunnen starten, net als de zittende ondernemers die kans gehad hebben.

Locaties en vergunningen Voor de bepaling van de standplaatslocaties en de bijbehorende stadag(en) is het uitgangspunt dat de huidige situatie zoveel mogelijk in stand blijft. De standplaatsen worden opnieuw vergund op de fysieke locaties én de dag(en) zoals die nu vergund zijn. Op dit moment zijn er 81 vergunningen verleend, vanaf 1 januari 2024 hebben wij in totaal 86 vergunningen te verlenen op gemeentegrond. Het aantal locaties is straks 77, dit komt omdat we op een aantal locaties meerdere vergunningen (voor verschillende dagen) verlenen. In de bijlage vindt u een overzicht van de standplaatslocaties en bijbehorende stadag(en). In de binnenstad keert aan de Oudegracht een tweetal standplaatsen niet terug. Deze standplaatsen zijn nu gesitueerd bij de bruggen. Met het oog op de doorstroming van het voetgangersverkeer en het

5/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

15 maart 2023 10523085

voorkomen van (verkeers-)onveilige situaties verplaatsen wij deze twee standplaatsen naar het Vredenburg. Hiermee geven wij invulling aan de Omgevingsvisie Binnenstad. Niet alle huidige standplaatshouders zullen opnieuw meedingen naar een plek. Sommige standplaatshouders hebben aangegeven hun vergunning stop te zetten, bijvoorbeeld omdat ze een plek in een andere gemeente gaan innemen of gaan stoppen vanwege hun leeftijd. Uitbreiding aantal plaatsen in de toekomst Het aantal standplaatsen is al jaren min of meer gelijk. Vanwege de groei van de stad vinden we het voor de hand liggen de komende jaren extra plekken toe te voegen. Voor deze nieuwe plekken gaan we bekijken welke beleidsaanpassingen nodig zijn om wel selectie op basis van kwalitatieve criteria te kunnen toepassen en meer te sturen op circulariteit en duurzaamheid. Hiermee doen we dan ervaring worden op, en wordt een juridische basis gelegd voor meer kwalitatieve sturing op uiteindelijk alle standplaatsen. We stellen ons als eerste doel om binnen twee jaar een voorstel aan uw raad te doen voor circa 10 nieuwe standplaatsen op gemeentelijke grond.

Bij de vergunningverlening voor de nieuw toe te voegen plekken willen we invulling gaan geven aan wat hierover staat in het coalitieakkoord: ‘Partijen in de stad die bij een aanbesteding of vergunningaanvraag laten zien aanzienlijk duurzaam en circulair te opereren, hebben een streepje voor’. Hiermee werken we tussentijds toe naar een andere manier van selectie voor nieuw uit te geven vergunningen voor deze tien plaatsen, en ook bij uitgifte van plaatsen die vrijkomen (bijvoorbeeld bij tussentijdse opzegging). Wij onderzoeken hierbij ook de mogelijkheden rondom duurzame leges. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd, en kijken uit naar bespreking in uw commissie.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

6/6

1 Bijlage - Locatielijst bij Concept ‘Aanwijzingsbesluit artikel 5.pdf

Kavel

Locatie 1 Amsterdamsestraatweg I 2 Amsterdamsestraatweg II 3 Amsterdamsestraatweg III 4 Amsterdamsestraatweg IV 5 Omloop 6 Julianapark 7 Van Egmondkade 8 Doornburglaan I 9 Doornburglaan II 10 Doornburglaan III 11 Doornburglaan IV 12 Franciscusdreef I 13 Franciscusdreef II 14 Ghandidreef 15 St. Eustatiusdreef 16 Seinedreef I 17 Seinedreef II 18 Seinedreef III 19 Seinedreef IV 20 Seinedreef V 21 Seinedreef VI 22 Zambesidreef I 23 Zambesidreef II 24 a Euterpedreef 24 b Euterpedreef 25 Arnodreef 26 Willem van Noortplein 27 Blauwkapelseweg 28 Griftpark 29 Poortstraat 30 Wilhelminapark 31 Ina Boudier-Bakkerlaan 32 Mereveldseweg 33 Maliebaan 34 Maliebaan 35 a Hondsrug I 35 b Hondsrug II 36 Hondsrug III 37 Hondsrug IV 38 Opaalweg 39 Smaragdplein I 40 Smaragdplein II 41 Smaragdplein III 42 Rotsoord 43 Hollantlaan 44 Händelstraat I 45 a Händelstraat II

Vast of Seizoen Vast Vast Vast Seizoen Vast Seizoen Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Seizoen Vast Seizoen Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast vast vast Vast Vast Vast Seizoen vast Seizoen vast Seizoen Seizoen Seizoen Vast Vast Vast Seizoen Vast Vast Vast Vast Seizoen vast Vast Vast

Dagen Di t/m zo Di t/m za Ma t/m za Ma t/m zo Ma t/m za Za en Zo Ma t/m zo Za Za Za Za Ma t/m za Woe t/m za ma t/m zo Ma t/m za Ma t/m zo Di t/m zo Di t/m za Ma t/m za Di t/m za Ma t/m za Ma t/m za Vrij & za vrijdag zaterdag Ma t/m zo Ma t/m za Ma t/m zo Ma t/m zo zaterdag zondag Di t/m zo Ma t/m zo Ma t/m zo Ma t/m zo Woensdag zaterdag vrijdag Ma t/m zo zondag zaterdag Vrij t/m zo Ma t/m za Ma t/m zo za en Zo Di t/m vrij wo t/m za

Max opp. m2 20 20 20 24 20 10 25 15 15 13 25 25 30 10 20 24 25 10 30 25 25 25 25 25 25 25 25 35 10 25 10 25 10 10 24 20 20 20 24 10 10 25 25 24 15 25 25

45 b Händelstraat III 46 Atoomweg 47 Uraniumweg 48 Vredenburg 49 Neude 50 Oudegracht I 51 Oudegracht II 52 Oudegracht III 53 Oudegracht IV 54 Lepelenburg 55 Mariaplaats 56 Jaarbeursplein 57 Vredenburg 58 Vredenburg 59 Bochtdijk 60 Dorpsplein Vleuten 61 Haarrijnseplas 62 Hindersteinlaan I 63A Hindersteinlaan II 63B Hindersteinlaan III 64A Hindersteinlaan IV 64B Hindersteinlaan V 64C Hindersteinlaan VI 65 Hindersteinlaan VII 66A Oranjelaan I 66B Oranjelaan II 67A Oranjelaan III 67B Oranjelaan IV 68 Oranjelaan V 69A Oranjelaan VI 69B Oranjelaan VII 70 Ab Harrewijnstraat 71 Damzigt 72 Molenpolder I 73 Molenpolder II 74 Zuiderburcht 75 Verlengde Houtrakgracht I 76 Verlengde Houtrakgracht II 77 Brusselplein

Vast Vast Vast Seizoen Seizoen Vast Vast Vast Seizoen Seizoen Seizoen Seizoen Vast Vast Vast Seizoen Seizoen Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Vast Seizoen Vast Vast Vast Vast Vast Vast Seizoen Vast Vast Seizoen

dinsdag 25 di t/m vrij 24 Ma t/m vrij 25 Ma t/m zo 24 Ma t/m zo 24 Ma t/m zo 20 Ma t/m zo 16 Ma t/m zo 16 Ma t/m zo 6 Do t/m zo in overleg 10 Do t/m zo in overleg 10 Do t/m zo in overleg 24 maandag, dinsdag, donderdag 20 maandag, dinsdag, donderdag 20 zondag 20 Ma t/m zo 24 Ma t/m zo 15 Ma t/m wo, vrijdag en35zondag Donderdag 24 Zaterdag 20 Dinsdag 25 Donderdag 25 Vrijdag 23 Donderdag 20 Di t/m vrij 25 zaterdag 25 Woensdag 25 zaterdag 25 Ma t/m zo 24 Dinsdag 25 Woensdag 25 Zaterdag 20 Ma t/m vrij 20 Di t/m za 20 Zaterdag 20 Ma t/m za 24 Wo t/m za 10 Wo t/m za 20 Ma t/m za 24

Bijzonderheid Ter hoogte van het Oppenheimplein Ter hoogte van het Oppenheimplein Ter hoogte van het Oppenheimplein Ter hoogte van het Beuningenplein Ter hoogte van Nijenoord Nabij Amsterdamsestraatweg Winkelcentrum Rokade Winkelcentrum Rokade Winkelcentrum Rokade Winkelcentrum Rokade Vechtzoom / Klopvaart, Nabij autoboulevard Vechtzoom / Klopvaart, Nabij autoboulevard

Shoppingcenter Overvecht Shoppingcenter Overvecht Shoppingcenter Overvecht Shoppingcenter Overvecht Shoppingcenter Overvecht Shoppingcenter Overvecht Winkelcentrum Gagelhof Winkelcentrum Gagelhof Winkelcentrum Overkapel Winkelcentrum Overkapel Nabij station Overvecht

Winkelcentrum IBB Hof

Winkelcentrum Lunetten Winkelcentrum Lunetten Winkelcentrum Lunetten Winkelcentrum Lunetten Nabij begraafplaats Tolsteeg Winkelcentrum Smaragdplein Winkelcentrum Smaragdplein Winkelcentrum Smaragdplein Nabij Winkelcentrum Smaragdplein Woonboulevard Winkelcentrum Händelsstraat Winkelcentrum Händelsstraat

Winkelcentrum Händelsstraat Bedrijventerrein Lage Weide Bedrijventerrein Lage Weide Voetgangersgebied Voetgangersgebied Voetgangersgebied, nabij Bakkerbrug Voetgangersgebied, nabij Bezembrug tegenover Mango Voetgangersgebied, nabij Bezembrug tegenover Kruidvat Voetgangersgebied, nabij Maartensbrug In Lepelenburgpark Naast conservatorium Nabij Centraal Station Voetgangersgebied (I) Voetgangersgebied (II) Nabij kasteel De Haar Op Haarrijnsestrand Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Hindersteinlaan Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Winkelcentrum Mereveldplein Bedrijventerrein Vleuten De Meern Winkelcentrum Veldhof Winkelcentrum Veldhof Nabij winkelcentrum Vleuterweide Winkelcentrum Parkwijk Winkelcentrum Parkwijk In Leidsche Rijn Centrum

1 Extern juridisch advies VBK advocaten over beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht d.d.pdf

NOTITIE

M.W. Holtkamp en R.E. Helder Advocaten

Voor

: De gemeente Utrecht

Datum

: 8 maart 2023

Dossier

: 309917/52195932.1 :

Betreft

Archimedeslaan 61 Postbus 85005 3508 AA Utrecht T +31 30 2595521 F +31 30 2595505 E merelholtkamp@vbk.nl en reimerhelder@vbk.nl www.vbk.nl

: Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht

................................................................................................................................................................................... ...................................................................................................................................................................................

1

INLEIDING EN VRAAGSTELLING

In Utrecht zijn er op dit moment 84 vaste standplaatslocaties en 81 standplaatshouders die beschikken over een vergunning op grond van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 (hierna: "APV"). De looptijd van de in 2013 uitgegeven standplaatsvergunningen eindigt op 1 januari 2024. De gemeente Utrecht (hierna: "de gemeente") is voornemens om op korte termijn voor 77 standplaatslocaties, 87 nieuwe standplaatsvergunningen uit te geven. In dit kader is aan Van Benthem & Keulen verzocht om juridisch advies te geven over de volgende vragen: 1. 2. 3.

4.

Is het mogelijk om, en zo ja op welke wijze, de huidige standplaatsvergunninghouders een preferente positie toe kennen bij de verdeling van nieuwe standplaatsvergunningen? Is het mogelijk om, en zo ja op welke wijze, bij de verlening van de nieuwe standplaatsvergunningen voorrang te verlenen aan lokaal gebonden ondernemers? In het geval bij de verdeling van nieuwe standplaatsvergunningen wordt gekozen voor de methode van de "vergelijkende toets", welke ruimte bestaat er om binnen het stelsel (APV) nadere criteria op te stellen? Is het mogelijk om de bestaande standplaatsvergunningen voor een bepaalde periode te verlengen en zo ja, onder welke voorwaarden?

In deze notitie zullen bovenstaande vragen achtereenvolgens worden behandeld. Voorafgaand aan de beantwoording van deze vragen, schetsen wij enkele juridische uitgangspunten die in het kader van de beantwoording relevant zijn. 2

JURIDISCHE UITGANGSPUNTEN

Door de Dienstenrichtlijn mogen – kort gezegd – schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend.1 Op grond van de APV2 geldt een limietenstelsel, ofwel is er een maximum gesteld

1

ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Vlaardingen). Gemeenteblad 2022, 472394, "Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010." In de APV worden het belang van de openbare orde en veiligheid genoemd als dwingende redenen van algemeen belang. 2

309917/52195932.1

aan het aantal standplaatsenvergunningen. Daarmee is sprake van schaarse vergunningen die niet voor onbepaalde tijd mogen worden verleend. Indien sprake is van schaarse vergunningen moet door de gemeente op enigerlei wijze aan potentiële gegadigden ruimte worden geboden om mee te dingen aan het verkrijgen van de schaarse vergunning.3 Deze rechtsnorm is (mede) gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel dat in deze context strekt tot het bieden van gelijke kansen. De gemeente dient er daarom zorg voor te dragen dat de procedure om tot verdeling van schaarse vergunningen te komen, aan deze eisen voldoet. 3

ANTWOORD VRAAG 1: TOEKENNING PREFERENTE STANDPLAATSVERGUNNINGHOUDERS NIET MOGELIJK

POSITIE

HUIDIGE

Wij achten het juridisch niet houdbaar om aan huidige standplaatsvergunninghouders een preferente positie toe te kennen bij de verdeling van nieuwe (tijdelijke) standplaatsvergunningen. Wij lichten dat als volgt toe. Zoals hierboven uiteengezet, betreffen de standplaatsvergunningen schaarse vergunningen. Omdat de schaarste wordt veroorzaakt door een keuze in het gemeentelijk beleid 4 is sprake van zogeheten 'beleidsmatige schaarse vergunningen.' In jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: "Afdeling") is bevestigd dat beleidsmatige schaarse vergunningen uitsluitend voor een "passende beperkte duur" mogen worden verleend.5 De Afdeling verwijst voor de vraag wanneer van een passende beperkte duur sprake is, naar de preambule van de Dienstenrichtlijn. Uit de betreffende bepaling van de preambule volgt dat voor het bepalen van een passende beperkte duur rekening moet worden gehouden met factoren zoals de terugverdientijd van noodzakelijke investeringen, maar geen sprake kan zijn van "enig voordeel" voor de dienstverrichter van wie de vergunning net is komen te vervallen.6 In januari 2021 is voorts door "Seo Economisch Onderzoek" in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat onderzoek gedaan naar schaarse vergunningen in de ambulante handel (waaronder ook standplaatsen worden begrepen).

7 In dit rapport wordt bovenstaande conclusie (geen voordeel voor oude vergunninghouders) gedeeld en bovendien benadrukt dat de Dienstenrichtlijn zich verzet tegen het verlengen van de looptijd van verleende vergunningen:

3

ABRvS 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Vlaardingen), rov. 8. Naast beleidsmatige schaarste kan ook sprake zijn van fysieke schaarste: in die situatie is sprake van schaarste aan beschikbare natuurlijke hulpbronnen. Op het moment dat – bijvoorbeeld vanwege verkeersveiligheidsbelangen – ervoor wordt gekozen om de fysieke ruimte te beperken, is sprake van beleidsmatige schaarste. 5 ABRvS 21 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1588. 6 Europese Dienstenrichtlijn (2006/123/EG), overweging 62. 7 "Schaarse vergunningen en terugverdientijd in de ambulante handel", januari 2021. SEO Economisch Onderzoek doet onafhankelijk toegepast onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven. SEO Economisch Onderzoek is gelieerd aan de Universiteit van Amsterdam. 4

2023.03.08. Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht.(52193475.3)

2/6

De Dienstenrichtlijn8 kent voor beleidsmatige schaarse vergunningen geen specifieke bepaling die ertoe verplicht om een onpartijdige en transparante selectieprocedure te hanteren. Dit betekent echter niet dat ten aanzien van beleidsmatig schaarse vergunningen de eisen van een onpartijdige en transparante selectieprocedure niet zouden gelden. De rechtsgrondslag hiervoor volgt weliswaar niet direct uit de Dienstenrichtlijn, maar wel uit het primaire Unierecht, in het bijzonder het vrije verkeer van diensten (art. 56 VwEU) en de vrijheid van vestiging (art. 49 VwEU). Voor beleidsmatige schaarse vergunningen gelden daarnaast de eisen van gelijkheid, transparantie en onpartijdigheid (artikel 10 en 13 van de Dienstenrichtlijn), evenals de algemene beginselen van behoorlijk bestuur waaronder het gelijkheidsbeginsel. Wij achten de kans zeer aannemelijk dat een eventuele voorrangsregeling voor zittende ondernemers een (exceptieve) toetsing door de bestuursrechter niet zal doorstaan. Het toekennen van een preferente positie aan huidige standplaatsvergunninghouders leidt naar onze mening waarschijnlijk tot een schending van rechtstreeks werkende bepalingen op van de Dienstenrichtlijn en het Unierecht en levert bovendien strijd met het gelijkheidsbeginsel op. 4

ANTWOORD VRAAG 2: GEEN MOGELIJKHEID TOT HET VERLENEN VAN VOORRANG AAN LOKAAL GEBONDEN ONDERNEMERS

Met verwijzing naar de beantwoording van voorgaande vraag, achten wij het verlenen van voorrang aan 'lokaal gebonden ondernemers' tevens juridisch niet houdbaar. Ook in dat geval wordt een vorm van voorrang gecreëerd die op grond van de Europese Dienstenrichtlijn, rechtstreeks werkende bepalingen uit het Unierecht, de Dienstenwet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet lijkt te zijn toegestaan. Aanvullend op de beantwoording van voorgaande vraag, verwijzen wij naar punt 65 van de bij de Dienstenrichtlijn behorende preambule, waaruit volgt dat geen voorrang mag worden toegekend aan dienstverrichters met een lokale sociaaleconomische band: “De vrijheid van vestiging veronderstelt met name het beginsel van gelijke behandeling, dat niet alleen het discrimineren op grond van nationaliteit verbiedt, maar ook elke indirecte discriminatie op grond van andere criteria die in de praktijk tot hetzelfde resultaat kunnen leiden. De toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in een lidstaat, als hoofd- of als nevenactiviteit, mag derhalve niet afhankelijk worden gesteld van criteria als de plaats van vestiging, de feitelijke of juridische verblijfplaats of de plaats waar de dienstenactiviteit voornamelijk wordt uitgeoefend.

(…) Ook mag een lidstaat dienstverrichters met een bijzondere nationale of lokale sociaaleconomische band geen voordeel kunnen toekennen, noch dienstverrichters uit hoofde van hun vestigingsplaats beperkingen kunnen opleggen wat betreft hun vrijheid om rechten en goederen te verwerven, te gebruiken of te vervreemden, of om gebruik te maken van de verschillende vormen van krediet of huisvesting, voorzover deze

8

Artikel 12 Dienstenrichtlijn.

2023.03.08. Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht.(52193475.3)

3/6

keuzemogelijkheden de toegang tot of de daadwerkelijke uitoefening van zijn activiteit dienen.” [onderstreping VBK]

5

ANTWOORD VRAAG 3: BIJ TOEPASSING "VERGELIJKENDE TOETS" METHODE, BESTAAT ENIGE RUIMTE TOT HET STELLEN VAN NADERE CRITERIA IN DE APV

Opmerking vooraf: bij de beantwoording van deze vraag gebruiken wij de term "vergelijkende toets"9 in lijn met de literatuur en rechtspraak, namelijk ter aanduiding van de procedure waarbij de verdeling niet plaatsvindt op basis van het moment van binnenkomst, het financieel aanbod of lotnummer maar op grond van een inhoudelijke vergelijking.10 Wat betreft de mogelijkheid tot het al dan niet stellen van nadere criteria, bespreken wij hierna of het mogelijk is om een vorm van 'branchering' toe te passen, in die zin dat een maximumaantal standplaatsen per branche of assortiment wordt vastgesteld. Het toepassen van dergelijke branchering levert een beperking van de vrijheid van dienstverrichters in de uitoefening van de dienstenactiviteit op (er wordt immers voorgeschreven welk type product zij kunnen aanbieden). Een dergelijke beperking is daarom in beginsel niet toegestaan onder de Dienstenrichtlijn, maar onder voorwaarden wel mogelijk. In het geval branchering wordt toegepast, zijn zulke beperkingen op grond van de Dienstenrichtlijn slechts toegestaan indien: − de eisen geen direct of indirect onderscheid maken naar nationaliteit  het discriminatieverbod; − de eisen gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang  noodzakelijkheidseis; − de eisen geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken  evenredigheid.

Kortom: een beperking van de vrijheid van dienstverrichters in de uitoefening van hun dienstenactiviteit door het toepassen van branchering, kan mogelijk worden gerechtvaardigd indien daarbij aan bovenstaande eisen wordt voldaan. Bij het verlenen van standplaatsvergunningen is het naar onze mening mogelijk dat een vorm van 'branchering' wordt toegepast, in die zin dat een maximumaantal standplaatsen per branche of artikel wordt vastgesteld. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een maximumaantal vergunningen per branche (bijvoorbeeld bloemen, groente en fruit, vis etc.). Het is in dat geval echter raadzaam om op het moment dat branchering wordt toegepast, zorg te dragen voor een goede motivering waarom sprake is van niet-discriminatoire, noodzakelijke en evenredige beperkingen. 6

ANTWOORD VRAAG 4: VERLENGING BESTAANDE STANDPLAATSVERGUNNINGEN IS NIET MOGELIJK

Wij zien weinig juridische opties om tot een verlenging van bestaande vergunningen over te gaan. In deze notitie is al eerder uiteengezet dat beleidsmatig schaarse vergunningen, waarvan bij het verlenen van een maximum aantal standplaatsvergunningen sprake is, uitsluitend voor bepaalde tijd 9

De term "vergelijkende toets" is een ruime definitie. In de ruime zin is elke verdelingsprocedure een vergelijkende toets, waarbij het verdelingscriterium verschilt (bij verdeling op volgorde van binnenkomst is het criterium het moment van binnenkomst, bij de veiling het financiële bod et cetera.). 10 Wolswinkel 2011, p. 191-193. Vgl. CBB 19 december 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BC2467; CBB 28 april 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BM4375; CBB 8 januari 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BL3125.

2023.03.08. Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht.(52193475.3)

4/6

mogen worden verleend.11 De ratio hierachter is dat vergunningen na afloop van die duur weer beschikbaar komen voor herverdeling. Voorafgaand aan de verlening van een schaarse vergunning moet daarom een passende mate van openbaarheid in acht worden genomen12. Ook moet het vergunningenstelsel gebaseerd zijn op criteria die objectief zijn, duidelijk en ondubbelzinnig zijn geformuleerd, non-discriminatoir en vooraf kenbaar zijn.13 De looptijd van een schaarse vergunning betreft een element dat voorafgaand aan de verdeling moet worden vastgesteld en bekendgemaakt aan potentiële gegadigden, zodat zij hun aanvraag hierop kunnen afstemmen. Daarmee staat de looptijd voorafgaand aan de verdeling van de betreffende schaarse vergunningen vast. Uitgangspunt is dan ook dat schaarse vergunningen na afloop van de looptijd opnieuw verdeeld moeten worden teneinde (potentiële) nieuwkomers de gelegenheid te geven mee te dingen. De verplichting om mededingingsruimte te bieden kan enkel worden beperkt door het wettelijk voorschrift dat in de schaarse vergunning voorziet. De Dienstenwet biedt deze grondslag niet. Periodiek verlengen kan niet door de beugel Uit jurisprudentie van de Afdeling volgt dat het (telkens) verlengen van een standplaatsvergunning niet is toegestaan, zo volgt uit een uitspraak inzake de gemeente Veere.

14 Sinds 1987 werd aan de betreffende vergunninghouder periodiek een vergunning verleend. In 2009 is aan de vergunninghouder medegedeeld dat de betreffende vergunning tijdelijk is en zal eindigen (uit de uitspraak volgt niet wanneer). Een concurrent maakt bezwaar tegen een opnieuw periodiek verleende vergunning. De Afdeling oordeelt dat het argument van het gemeentebestuur dat aan de standplaatshouder al jaren een periodieke vergunning wordt verleend, onvoldoende is om opnieuw over te gaan tot het verlenen van een periodieke vergunning. Daarbij wordt relevant geacht dat de vergunninghouder al sinds 2009 weet dat de vergunning tijdelijk en eindig is. “Zoals de Afdeling in de uitspraak van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2934 heeft overwogen, is de omstandigheid dat aan [vergunninghouder] al jarenlang in afwijking van de beleidsnota vergunning wordt verleend, onvoldoende om ook in 2017 en 2018 ten gunste van [vergunninghouder] van de beleidsnota te kunnen afwijken. (…). [Vergunninghouder] weet al sinds 2009 dat de vergunning tijdelijk en eindig is en heeft jaren de tijd gehad om maatregelen te treffen om op andere wijze in zijn inkomen te voorzien, zoals bijvoorbeeld met visen frituurbedrijf [naam].

Nog steeds is niet gebleken dat [vergunninghouder] door toepassing van de beleidsnota zodanig onevenredig wordt benadeeld dat dit rechtvaardigt dat hij de vergunningen over 2017 en 2018 nog moest krijgen.”

11

ECLI:EU:C:2015:641 (Trijber en Harmsen). HvJEU 3 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2016:2927 (Vlaardingen), rov. 8. 13 Artikel 10 Dienstenrichtlijn. 14 ABRvS 24 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1467. 12

2023.03.08. Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht.(52193475.3)

5/6

'Verlengbaar maken' van vergunningen: zeer beperkt ruimte voor Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: "CBb") heeft zich in een uitspraak uitgelaten over het 'verlengbaar maken' van schaarse vergunningen. Deze recente uitspraak uit 2022 had betrekking op het besluit tot het 'verlengbaar maken' van vergunningen voor het gebruik van (FM)frequentieruimte.15 Dit zijn eveneens schaarse vergunningen. De minister bepaalde met een beroep op artikel 18, tweede lid, van het Frequentiebesluit 2013, dat de reeds verleende vergunningen 'verlengbaar' waren. De motivering hiervoor was dat sprake zou zijn van een 'algemeen economisch belang' omdat de commerciële radiosector daarmee de mogelijkheid kreeg te herstellen van de substantiële terugloop van advertentie-inkomsten als gevolg van de coronacrisis. Deze "FMvergunningen" waren in het verleden al tweemaal verlengd. De Cbb bepaalde echter dat schaarse vergunningen opnieuw moeten worden verdeeld en ging niet mee met de motivering van de minister. Uit deze uitspraak volgt dat het uitgangspunt dat schaarse vergunningen in beginsel opnieuw moeten worden verdeeld (in plaats van verlengd), nog zwaarder weegt wanneer verlenging van die vergunningen reeds heeft plaatsgevonden.

Uit deze zaak blijkt verder dat de ruimte voor een uitzondering op het uitgangspunt dat schaarse vergunningen na verloop van tijd opnieuw worden verdeeld, zeer beperkt is. Verlengen van vergunningen slechts bij zeer bijzondere omstandigheden Uit de (beperkte) jurisprudentie volgt verder dat het verlengen van bestaande schaarse rechten slechts bij zeer bijzondere omstandigheden mogelijk is. Dit doet zich bijvoorbeeld voor in het geval dat het bestuursorgaan er belang bij heeft dat vergunningen gelijktijdig worden verleend en daarom de looptijd van bepaalde schaarse vergunningen voor korte duur verlengd om een gelijktijdige verdeling van schaarse vergunningen mogelijk te maken. In het spaarzame voorbeeld uit de jurisprudentie ging het om GSM-vergunningen, waarbij met het kortstondig verlengen van bepaalde schaarse vergunningen (voor 900 MHz), een totale herschikking van het vergunningenbestand kon plaatsvinden (namelijk zowel van de 900 MHz, als 1800 MHz).16 Uitsluitend in een dergelijke bijzondere situatie kan een schaarse vergunning voor (bovendien) een korte periode worden verlengd. Daarvan lijkt ons in onderhavig geval echter geen sprake, nu de huidige standplaatsvergunningen in 2013 zijn verleend voor een periode van 10 jaar. Daarmee was zowel voor de gemeente, als de betreffende vergunninghouders bekend dat deze vergunning enkel voor de betreffende periode zou gelden.

Het verlengen van deze schaarse vergunningen is naar onze mening juridisch niet houdbaar.

Merel Holtkamp en Reimer Helder

15 16

Cbb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:821. Rb. Rotterdam 26 januari 2009, ECLI:NL:RBOT:2009:BH1202.

2023.03.08. Advies inzake beleid standplaatsvergunningen gemeente Utrecht.(52193475.3)

6/6

1 Concept Aanwijzingsbesluit artikel 5.pdf

Aanwijzingsbesluit artikel 5.13

Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, -

Gelet op artikel 5.13 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010;

Overwegende 

dat het college bevoegd is locaties aan te wijzen voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5.13 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010;

dat het college vanaf 1 januari 2024 voor een periode van tien jaar nieuwe vergunningen verleent voor het innemen van een standplaats op de in dit Aanwijzingsbesluit aangewezen locaties,

overeenkomstig de Nadere regel artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen

Besluiten vast te stellen het Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen

Artikel 1 Aanwijzing Burgemeester en wethouders wijzen de in de bij dit besluit behorende bijlage genoemde locaties, stadagen en afmetingen aan voor het innemen van een standplaats als bedoeld in artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010.

Artikel 2 Inwerkingtreding Dit besluit treedt in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 3 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als Aanwijzingsbesluit artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van <datum> De burgemeester Sharon A.M. Dijksma De secretaris, Gabrielle G.H.M. Haanen

Bezwaarclausule Vindt u het besluit om bepaalde reden onjuist? Dan kunt u bezwaar maken. U kunt uw bezwaar digitaal indienen. Daarvoor kunt u alleen gebruik maken van het door de gemeente beschikbaar gestelde digitale formulier. Dit vindt u op www.utrecht.nl/bezwaar. U kunt het bezwaar niet per e-mail insturen. Maakt u liever per brief bezwaar, dan kunt u uw bezwaarschrift sturen aan burgemeester en wethouders. Het adres is: Postbus 16200 3500 CE Utrecht Zorg ervoor dat u het bezwaarschrift indient binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit. Daarmee voorkomt u dat wij uw bezwaarschrift niet meer kunnen behandelen. In het bezwaarschrift neemt u in ieder geval op: -

uw naam, adres, datum en handtekening; graag ook het telefoonnummer waarop u overdag te bereiken bent;

-

een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift is gericht; vermeld hierbij de datum van bekendmaking van dat besluit of stuur een kopie van het besluit mee;

-

de reden waarom u vindt dat het besluit onjuist is;

-

een volmacht, als u het bezwaarschrift namens iemand anders indient.

Als er sprake is van een spoedeisende situatie kunt u daarnaast een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden Nederland, sector bestuursrecht, postbus 16005, 3500 DA Utrecht. Voor het in behandeling nemen van zo’n verzoek betaalt u griffierecht.

Bijlage Locatielijst

1 Concept Nadere regel artikel 5.13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen.pdf

Nadere regel artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, gemeente Utrecht, standplaatsen

Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht; -

gelet op artikel 156 lid 3 Gemeentewet en 5:13 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010;

Overwegende dat: a.

b.

het college nadere regels kan stellen voor het aanvragen en verlenen van een

standplaatsvergunning;

het noodzakelijk is om voor de verdeling van de standplaatsvergunning regels vast te

stellen;

Besluiten de volgende nadere regel vast te stellen:

Artikel 1 Definities Deze nadere regel verstaat onder:

a. tijdelijke standplaats: een standplaats op een niet vooraf door het college aangewezen locatie en gedurende een beperkte tijd (maximaal drie dagdelen). b. dagdelen: een deel van de dag, zoals ochtend, middag of avond. c. kavel: combinatie van door het college aangewezen standplaatslocatie en sta-dag(en). d. mobiel verkooppunt: vitrines, toonbanken e.d. die vanuit winkels of horeca-inrichtingen een openbare plaats op worden gereden in de directe omgeving van de betreffende winkel of horeca-inrichting en van waaruit voor een korte periode (maximaal 2 maanden) verkoop plaatsvindt. e. seizoenstandplaats: een standplaats op een vaste door het college aangewezen locatie voor de verkoop van producten die aan het zomer- of winterseizoen gebonden zijn (zoals oliebollen en ijs) en gedurende een bepaalde aaneengesloten periode. Het zomerseizoen is maximaal 6 maanden en loopt van 1 april tot 1 oktober en het winterseizoen is maximaal 4 maanden en loopt van 15 september tot 15 januari het jaar opvolgend. f. sta-dag(en): de dag(en) waarop de vergunninghouder de standplaats mag innemen.

g. vaste standplaats: een standplaats op een vaste door het college aangewezen locatie die gedurende het gehele kalenderjaar één of meerdere sta-dag(en) per week kan worden ingenomen. h. verordening: Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010.

Artikel 2 Doel en afbakening Het doel van deze nadere regel is om te bepalen voor welke categorieën standplaatsen een vergunning kan worden verleend op grond van artikel 5:13 van de verordening, hoeveel vergunningen beschikbaar worden gesteld, wat de maximale vergunningsduur is per categorie standplaats en aan wie vergunning wordt verleend in het geval er meerdere aanvragers in aanmerking willen komen voor een vergunning. Artikel 3 Vergunningenplafond 1. Ter bescherming van de openbare orde en veiligheid en ter voorkoming van overlast in de openbare ruimte is het aantal vaste en seizoenstandplaatsen gelimiteerd. Een vergunning voor een vaste- of seizoenstandplaats wordt alleen verleend voor de aangewezen locaties en dag of dagen zoals opgenomen in het Aanwijzingsbesluit artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, standplaatsen. 2. Op grond van artikel 5:13 van de verordening wordt in deze tabel aangegeven de categorie vergunning die kan worden verleend, het vergunningenplafond en de maximale vergunningsduur: Categorie Tijdelijke standplaats Mobiel verkooppunt Vaste standplaats Seizoenstandplaats

Vergunningenplafond nee nee ja ja

Maximale vergunningsduur maximaal drie dagdelen maximaal 2 maanden 10 jaar 10 jaar

Artikel 4 aanvragen tijdelijke standplaats en mobiel verkooppunt Vergunningaanvragen voor tijdelijke standplaatsen en mobiele verkooppunten kunnen gedurende het lopende jaar worden ingediend en zijn niet gebonden aan een tijdvak.

Artikel 5 Bekendmaking mogelijkheid aanvragen vergunning 1. Het college stelt de periode vast waarbinnen aanvragen voor vaste- en seizoenstandplaatsvergunningen kunnen worden ingediend. Hiervan wordt mededeling gedaan in het Gemeenteblad. Hierin wordt in ieder geval aangegeven:

a. een omschrijving van de vrijgekomen standplaats naar locatie en sta-dag(en). Hierbij wordt een kaartje van de locatie bijgevoegd met daarop aangegeven de maximale afmeting van de vrijgekomen standplaats; b. binnen welk tijdvak geïnteresseerden een aanvraag kunnen indienen; c. binnen welk tijdvak een aanvrager eventuele gebreken op het aanvraagformulier kan herstellen; d. op welke datum de uitslag van de procedure wordt bekendgemaakt; e. op welke wijze, met gebruikmaking van een (digitaal) aanvraagformulier, een aanvraag kan worden ingediend; f. welke gegevens bij de aanvraag moeten worden gevoegd om als volledig te worden aangemerkt; en; g. op welke wijze de selectie plaats zal vinden. 2. Het college stelt een aanvraagformulier vast dat moet worden gebruikt voor de vergunningaanvraag. 3. Vergunningaanvragen voor vaste- en seizoenstandplaatsvergunningen moeten worden ingediend in het tijdvak als bedoeld onder lid 1 van dit artikel.

4. Per kavel kan maximaal één vergunning afgegeven worden. Artikel 6 Indieningsvereisten voor aanvragen voor vergunning 1. Een aanvraag voor een vergunning wordt in behandeling genomen indien aan de volgende indieningsvereisten is voldaan: de aanvraag is schriftelijk of langs elektronische weg ingediend op het door het college vastgestelde aanvraagformulier dat volledig is ingevuld. 2. Onverminderd het bepaalde in lid 1 kan een vaste of seizoensstandplaats enkel binnen het in artikel 5 lid 1 onder b vastgestelde tijdvak worden ingediend. Artikel 7 Weigeringsgronden voor vergunning 1. Een aanvraag voor een vaste- of seizoenstandplaatsvergunning wordt onverminderd het bepaalde in artikel 5:13 lid 3 van de verordening geweigerd indien: a. een vergunning wordt aangevraagd voor een kavel waar op dat moment geen vergunning beschikbaar is. b. de afmetingen van het verkoopmiddel groter zijn dan de afmetingen die gelden op de betreffende kavel. 2. In aanvulling op het bepaalde in lid 1 geldt voor een vergunningaanvraag voor een vaste- of seizoenstandplaats indien er wordt geloot dat: a. als een aanvrager wordt ingeloot op een kavel, kan hij niet meedingen voor kavels die tijdens dezelfde sta-dag(en) beschikbaar zijn. b. alle overige vergunningaanvragen voor die betreffende kavel worden geweigerd.

Artikel 8 Verdelingsprocedure (schaarse) vergunning 1. Het college verleent tijdelijke standplaatsvergunningen en mobiele verkooppunten op basis van volgorde van binnenkomst. 2. Het college verleent vaste- en seizoenstandplaatsvergunningen op basis van loting, tenzij er voor een kavel slechts één aanvrager is. 3. De aangewezen standplaatslocaties voor vaste en seizoenstandplaatsen met de voor die locatie aangewezen sta-dag(en) en afmetingen vormen een onlosmakelijk geheel en worden als kavel verloot. 4. De loting vindt plaats in één ronde per kavel. In de lotingsronde wordt het recht verloot om op de kavel een standplaats in te nemen. Als er voor meerdere kavels geloot moet worden, loten we eerst om de lotingsvolgorde van de kavels te bepalen. 5. De lotingsprocedure ziet er als volgt uit: a. Bij gelijktijdige loting van meerdere kavels, wordt door loting de lotingsvolgorde van de kavel bepaald. b. Het college loot door de aanvragers van hetzelfde kavel op (digitale) briefjes te schrijven, en in een (virtuele) bak te doen. c. De lotingen genoemd onder a en b worden verricht door een notaris. d. Indien een aanvrager wordt ingeloot op een kavel worden zijn andere aanvragen voordezelfde stadag(en) op een ander kavel verwijderd uit de (virtuele) bak(ken), tenzij de winnaar zich terugtrekt. In dat geval zal het eerstvolgende getrokken lot in aanmerking komen voor de kavel. e.

Het college zal binnen 8 weken de vergunning aan de winnende inschrijver verlenen. f. Het college zal binnen 8 weken de overige aanvragen voor die betreffende kavel weigeren. 6. De loting wordt in het openbaar verricht. Aanvragers kunnen een waarnemer sturen om de loting bij te wonen. De uitkomst van de loting wordt schriftelijk vastgelegd. Artikel 9 Wijzigingen locatie Het college kan een vergunninghouder een andere locatie toewijzen als toenemende verkeersdrukte (voetgangersstromen) tot gevolg heeft dat een (verkeers)onveilige situatie ontstaat.

Artikel 10 Intrekking De Regels standplaatsen Utrecht 2013, Regels mobiele verkooppunten Utrecht 2013 en Regel venten Utrecht 2013 worden ingetrokken. Artikel 11 Inwerkingtreding Deze nadere regel treedt in werking de dag na bekendmaking in het gemeenteblad

Artikel 12 Citeertitel Deze nadere regel wordt aangehaald als Nadere regel artikel 5:13 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, gemeente Utrecht, standplaatsen.

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, in de vergadering van <datum>

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

De secretaris, Gabriëlle G.H.M. Haanen

2 Eerlijke ruimte voor lokale energie-initiatieven 1 RIB-Lokale-energie-initiatieven-Concept-doc-Info-en-Bijdragen-deelnemers-WEB.docx

Lokale energie-initiatieven Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren

11 april 2023 Julia Kleinrensink 19.30 – 20.30 uur Grote Trouwzaal Bespreken schriftelijke vraag Gesprek tussen raadsleden en aanwezigen. Eelco Eerenberg deelnemer, Energie-U 2 deelnemers, Nieuwe Energie Vechtzoom (NEV) Deelnemer, Klopvaart Aardgas Vrij (KVA) ambtenaar, Gemeente Utrecht (GU) De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie Energie(transitie). Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen op 20 april. Wilt u nog informatie delen met raadsleden, stuur dit naar raadsinformatiebijeenkomst@utrecht.nl Website gemeente en facebook 2 deelnemers

Vervolg

Links naar Deelnemers

Programma 19.30 19.32 19.37 19.40

19.50 20.00 20.08 20.10

20.25

Opening gespreksleider Energie-U: lokale warmte-initiatieven in Utrecht en de rol in de energietransitie. Algeheel beeld schetsen. Vragen raadsleden Presentatie door NEV en KVA • Beoordeling van lokale warmteplannen ten opzichte van aansluiting stadsverwarming • Discussiepunten beoordeling • Benodigdheden ‘gelijk speelveld’ • Leerpunten met buurtwarmtenet en Hybride Plus plan Vragen raadsleden Reflectie Gemeente Utrecht Vragen Open gesprek raadsleden met genodigden en andere deelnemers. Hoe om te gaan met lokale energie-initiatieven t.o.v. aansluiting op de stadsverwarming. Op het gebied van boordeling, duurzaamheid etc. Slotconclusie en vervolg

1

Motivatie Agendeerders: Gert Dijkstra (EenUtrecht), Charlotte Passier (Volt), Veerle Smit (Volt), Ralph Peters (D66), Rachel Heijne (GroenLinks), Joachim Cornielje (PvdA), Kirsten Alblas (ChristenUnie), Gertjan te Hoonte (VVD), Jantine Zwinkels (CDA), (Partij voor de Dieren). Lokale energie-initiatieven hebben in de afgelopen paar jaar, mede op verzoek en met steun van de gemeente, diverse ideeën en soms ook plannen ontwikkeld waarmee lokaal warmte kan worden opgewekt en geleverd voor het verwarmen van woningen. Dit als mogelijk alternatief voor het centrale warmtenet c.q. de stadsverwarming van Eneco. Bij het beoordelen van deze alternatieven blijkt regelmatig dat de lokale warmte netten op prijs/prestatie – met het huidige systeem - slechter scoren dan het centrale warmtenet. Dit was het geval bij het plan Buurt warmtenet (2021) van de lokale energie-initiatieven NEV en KVA. Hun buurt warmtenet met duurzame bron bleek financieel niet haalbaar. In de vergelijking met aansluiting op het bestaande warmtenet wordt de financiering van duurzame bronnen voor het warmtenet niet meegenomen. Daardoor ontstaat een ongelijk speelveld voor alternatieven. De lokale energie-initiatieven NEV en KVA in Overvecht-Noord ontwikkelen nu een Hybride-Plus warmteplan voor hun buurten.

Maar ook dat lijkt vast te lopen op bestaande stedelijke randvoorwaarden en aannames bij de ontwikkeling van het stadswarmtenet en de vergelijking met alternatieven. Dat roept vele vragen op. Doel van de RIB Raadsleden willen graag in gesprek met Utrechters en Utrechtse energie-initiatieven over hoe zij de toekomst zien van de lokale energie-initiatieven en hun plannen in Utrecht, gelet op het huidige speelveld en de ‘concurrentie’ met het centrale warmtenet c.q. de stadsverwarming van Eneco. Het gaat om organisaties zoals aangesloten bij Energie-U of de Community of Practice van Utrechtse Energiecoöperaties, waaronder NEV en KVA uit Overvecht. De raadsleden zijn nieuwsgierig naar de reactie hierop van de gemeente De agenderende fracties willen graag een antwoord op de volgende vragen: 1. Wat is er nodig om te komen tot een gelijkwaardig speelveld waarin baten/lasten voor alternatieven, zoals die van de lokale energie-initiatieven, volledig integraal kunnen worden vergeleken met de aansluiting op het centrale warmtenet van Eneco c.q. de stadsverwarming? 2. Op welke manier kunnen we in deze baten/lasten vergelijking de voordelen van lokaal eigenaarschap van Utrechters en Utrechtse (bewoners)organisaties hierin waarderen en mee laten wegen in de integrale beoordeling? Anders gezegd, welke extra investering mag dat lokale eigenaarschap (met bijkomende baten) kosten? 3.

Als lokale energievoorstellen zoals in Overvecht inderdaad niet concurrerend zijn, zoals wordt aangegeven in de reactie van het college op de SV 228/2022, wat betekent dit dan voor alle andere vergelijkbare lokale energie-initiatieven in de stad? 4. Op welke manier moet duurzaamheid worden afgewogen bij lokale energie-initiatieven ten opzichte van de aansluiting op stadsverwarming en op welke manier kunnen de inzichten die de NEV en KVA geven in hun standpuntennota verduurzaming stadsverwarming van september 2022 worden benut? 5. Met welke stedelijke randvoorwaarden dienen alternatieve energie-initiatieven zoals het Hybride-Plus plan van de NEV en KVA uit Overvecht Noord wel (en niet) rekening te houden, waarbij zij nog steeds voldoende ruimte overhouden om op zoek te gaan naar lokale duurzame alternatieven? 2

Bijdragen Energie-U 1. De waarde van bewonersinitiatieven in de warmtetransitie Bewonersinitiatieven kunnen meer én minder dan gemeente, warmtebedrijf en woningcorporatie. Ze brengen andere kennis in, óók ter aanvulling of correctie van de informatie bij andere partijen. In iedere wijk wonen mensen met relevante kennis. En vooral brengen ze iets mee wat nodig is en waar anderen vaak minder goed in zijn: de vertrouwensband in de buurt. Zeker bij een transitie als deze die voor ongeveer iedereen nieuw is, is dat heel belangrijk. Ook in (personele) continuïteit zijn ze vaak goed. We kunnen gerust stellen dat bewonersinitiatieven belangrijk zijn. En dan hebben we in Utrecht ook nog eens te maken met positieve, constructieve, oplossingszoekende groepen. Helemaal mooi. 2. De soorten bewonersinitiatief Waarom bestaan ze en wat beogen ze? We zien in Utrecht twee omgevingen: de vrije omgeving, en de omgeving waar de gemeente een grote rol speelt. Dat laatste speelt tot nu toe alleen in Overvecht-Noord. De gemeente bepaalt het speelveld, bijvoorbeeld door te stellen dat het gaat om aardgasvrij en dat dat uiterlijk in 2030 bereikt moet zijn. In Lunetten, Veemarkt, Veldhuizen, en ook in Oog in Al, is het speelveld vrijer. Het tweede dat relevant is, is hun doel. We zien groepen die zelf het warmtebedrijf van de buurt willen zijn. En groepen die ijveren voor zeggenschap en invloed.

Op proces en/of project of product. 3. De speelvelden Er wordt gesproken over ongelijke speelvelden. Welke speelvelden zijn er? Ik denk er drie te zien. De eerste is die van het bewonersinitiatief als warmtebedrijf. Dan word je op enig moment vergeleken met Eneco en de grote stadsverwarming. Eneco heeft zelf geld voor onderzoek en ontwikkeling, heeft een referentielijst, heeft al enige praktijkervaring (hoewel in bestaande buurten ook nog niet veel). En: Eneco heeft de grote stadsverwarming en kan zelf kiezen waar en wanneer ze welke duurzame bron van welke grootte toevoegt. Lukt het nu hier niet, dan vast straks daar. Een buurtinitiatief heeft één plek, dáár moet het gebeuren. Je hebt ook alles ter plekke te bouwen: bron, opslag, netwerk, huisaansluitingen, werk in de huizen. Je gaat als bewonersinitiatief voor de warmtevoorziening van je buurtje in Overvecht-Noord, niet in Nieuwegein-Zuid een bron ontwikkelen. Eneco kan dat wel en kan dat ook over vijf of tien jaar doen. Het tweede speelveld is dat van het bewonersinitiatief als hoeder van wat goed is voor de buurt en de mensen. Die rol ziet de gemeente ook voor zich weggelegd. Wie weet nou het beste wat het beste is voor de buurt? Dit zien we ook in Overvecht-Noord. Een bewonersgroep heeft nooit de bevoegdheden waar een gemeente wel over kan beschikken (afsluitrecht, aanwijsplicht, rijksbudgetten).

Maar weet mogelijk wél beter wat mensen belangrijk vinden en misschien ook wel wat mensen willen en wat ze aankunnen. De vraag is altijd: weten ze dat van álle mensen? Wie vertegenwoordigen ze? Het derde speelveld is dat met de woningcorporatie. Die kan kiezen waar ze in woningen investeert en in wat: renovatie hier, nieuwbouw daar, isolatie, elektrisch koken. Een corporatie heeft ook een ander gesprek met de gemeente: hier meer aardgasvrij, dan daar minder isolatie, renovatie of nieuwbouw, of 3

meer verkoop. Spanning tussen bewoners en een corporatie zien we in gemengde VVE’s. In de Klopvaartbuurt gaan we zien hoe corporatie en bewonersinitiatief tot iets gezamenlijks komen in een mix van rijtjeshuizen en appartementen. Er is nog geen beweging op gang van het massaal aansluiten van woningen op stadsverwarming. Het massaal in een buurt of straat toepassen van een andere optie gebeurt ook nog niet. Hoe groot de acceptatie is, weten we nog niet. In Overvecht-Noord vinden we het uit. Dat individuele eigenaar-bewoners die als eerste de vraag om aansluiting op stadsverwarming op hun tafel krijgen, twijfelen, bijvoorbeeld over duurzaamheid, lijkt me goed voorstelbaar. Hoe helpen we hen goed, en hoe helpen we de Utrechtse warmtetransitie goed op gang? Dat een bewonersinitiatief zich afvraagt of het wel eerlijk is dat Eneco wel een warmtenet mag aanleggen maar geen nieuwe bron hoeft te ontwikkelen, terwijl voor hen stadsverwarming zónder nieuwe bron niet duurzaam genoeg is, kan ik me ook goed voorstellen. Hoe zeker weten we nou dat die stadsverwarming wél snel genoeg door duurzame bronnen gevoed wordt? Eind dit jaar komt het Programma voor het aardgasvrij maken van Overvecht-Noord op de agenda van de gemeenteraad. We hebben een jaartje om hier met z’n allen het beste plan van te maken. Laten we veel blijven praten en luisteren.

4

Raadsinformatiebijeenkomst: Ruimte voor lokale energie-initiatieven

1 Presentatie-RIB-Ruimte-voor-Lokale-Energie-initiatieven-GU-WEB.pptx

11 april 2023

Introductie Programmamanager Buurtaanpak Aardgasvrij Projectmanager Overvecht-Noord Aardgasvrij Vooraf:

• Schriftelijke vragen technische sessie: in bezit raadsleden (en buurtinitiatieven) • Reactie op standpuntennota Verduurzaming Stadverwarming: in bezit buurtinitiatieven (met afschrift naar raadsleden) Opzet presentatie:

• Terug naar de kaders • Wat doen we al samen met de buurtinitiatieven? • Reflectie op inbreng buurtinitiatieven Nieuwe Energie voor de Vechtzoom en Klopvaartbuurt Aardgasvrij

Stedelijke kaders voor buurtinitiatieven in energietransitie • Verwoord in Transitievisie Warmte deel II (TVW) • Faciliteren initiatieven van onderop • Stimuleren van en samenwerken met buurten/initiatieven • Gelijkwaardige toetsen van (alle) alternatieven: • Belemmering alternatief voor andere gebieden • Bereikbaarheid alternatief voor iedereen • Uitgangspunten uit de TVW • Werken aan de grote opgave richting aardgasvrij in 2050 • 2030: Overvecht-Noord • 2034: Clusters Blok 1

Mogelijkheden voor buurtinitiatieven Diversiteit in activiteiten en rollen

Voorbeelden

Over de volle bandbreedte, bijvoorbeeld: • Helpen met bijeenkomsten / flyers / kennisopbouw/creeren netwerk in de wijk • Aanbieden Community of Practice (CoP), volgen ontwikkelingen bij Gemeente/regio, koppeling aan contactpersonen in network • Actieve betrokkenheid bij planvorming buurten, meedenken over participatievormen • Zeggenschap in projecten tot en met eigenaarschap

Zeer uiteenlopend: • Wijkplatformbijeenkomsten • Buurtactiviteiten rond energie • Netwerk ontwikkelen in de wijk • Bijeenkomsten CoP • Samen energie besparen • Duurzame energie opwekken • Warmte-alternatief (mede) ontwikkelen

Gelijk speelveld voor warmte-alternatieven • Buurtinitiatieven kunnen betrokken zijn bij onderzoek • In geval aanwezigheid lokale bron: meenemen in onderzoek (te bepalen waar en hoe toepasbaar in een gebied) • TVW: “In de donkerblauwe buurten komt een warmtenet (van uiteenlopend temperatuurniveau) in alle scenario’s als meest logische optie (met de laagste maatschappelijke kosten) naar voren. Dan gaat het om een nieuw aan te leggen net of uitbreiding van het bestaande warmtenet”

• Dit geldt voor clusters in blok 1 • Inspelen op ontwikkelingen Wet Collectieve Warmtevoorziening (met in meerderheid publiek warmtebedrijf) • Samenwerking met buurtinitiatieven past binnen gemaakte keuzes TVW deel II en indeling clusters Blok 1, binnenstad en bedrijventerreinen • Voor Blok 2 en 3: meer tijd beschikbaar voor ontwikkeling alternatieven

Samenwerking met buurtinitiatieven OVN Overzicht:

• Intensief contact sinds 2019 (NEV en KVA) • Betrokkenheid onderzoeken 2020 (CE) en 2021 (Greenvis) • Conclusie: buurtwarmtenet in kosten duurdere variant dan aansluiting bestaande net • 2022-2023: Hybride plan voor Vechtzoom als alternatief Recente overlegmomenten:

• Commissiebehandeling 19 januari 2023 • Technische Sessie 21 maart 2023 met CE Delft en Greenvis • Regulier overleg met buurtinitiatieven (januari en april 2023)

Overzicht recente/beschikbare informatie • Presentatie Technische Sessie 19 maart 2023 (CE, Greenvis) • Gestelde vragen raadsleden/buurtinitiatieven (beantwoord op 7 april 2023) • Reactie op Standpuntennota Verduurzaming Stadsverwarming van Nieuwe Energie voor de Vechtzoom (brief 7 april 2023)

Reflectie op hybride plan Vechtzoom Plan past niet bij vastgestelde kaders: • Niet gereed in 2030 • Hogere (maatschappelijke) kosten vanwege twee systemen • Maakt betaalbare aanpak collectief systeem in overige delen van de wijk moeilijker

• Discussie over duurzaamheid is uitgebreid gevoerd, onder andere via technische sessie van 21 maart, Standpuntennota en reactie daarop • Hybride plan geeft ruimte voor individueel bepaald overstapmoment naar elektrische oplossing; keuze voor dit alternatief is ook onderdeel van nieuwe wetgeving (‘opt out’) • Aanpak hybride plan mikt op collectieve deelname; keerzijde is dat in tijd later aansluiten op collectief warmtenet voor individuele bewoners ingewikkeld / onaantrekkelijk is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f5c367cc-f7ef-4699-b21c-fb5e59272e57