CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 18 maart 2021, gemeente Utrecht30.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Dit betekent: [ samenhang en structuur van het stedelijke (en landelijke) beeld staat voorop [ respect voor het kenmerkende bebouwingsbeeld met zijn architectonische verschijningsvorm [ nieuwe interpretaties, veranderingen en transformaties zijn mogelijk. [ Het plan sluit in architectuur en materialisering aan op de buurt en het ensemble van de Mattheuskerk, maar in een eigentijdse interpretatie. Zodoende wordt voldaan aan de welstandsnota en het beleidsniveau “respect”. Op 17 oktober 2019 heeft de gemeenteraad de Nota Gezondheid voor iedereen-Volksgezondheidsbeleid Utrecht 2019-2022 vastgesteld. De ambitie van de nota is dat mensen op een prettige, gezonde manier in de groeiende stad Utrecht kunnen wonen, werken en leven. Met de nota worden kansen benut door gezondheid te koppelen aan gebiedsontwikkeling, duurzaamheid, mobiliteit en sociale- en economische ontwikkelingen. De speerpunten voor de beleidsperiode die extra gezondheidswinst helpen te realiseren zijn: gezonde leefomgeving, gezond en veilig opgroeien, gezond gedrag, gezond rondkomen en gezond werkgeverschap. Het plan draagt hier onder andere aan bij door nieuwe gezondere woningen, goed bereikbare fietsenstallingen om het fietsen te stimuleren en vergroten van de groene openbare ruimte om beweging te stimuleren.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 19

Afbeelding: Impressie park met middenblok en hoekblokken

20 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

De ‘Actualisatie van Groenstructuurplan Utrecht’ maakt inzichtelijk hoe we met de stedelijke groenstructuur bijdragen aan de nieuwe opgaven die er afkomen op de stad Utrecht. Daarbij bouwen we voort op de oorspronkelijke ambities uit het Groenstructuurplan 2007. Het geactualiseerde Groenstructuurplan 2017 kent vijf hoofdopgaven: 1. Vergroten van de ecologische, recreatieve en landschappelijke kwaliteit van het bestaande stedelijk groen van Utrecht voor mensen, planten en dieren; 2. Verbeteren van de bereikbaarheid van de groengebieden rond Utrecht door recreatieve en ecologische verbindingen aan te leggen; 3. Uitbreiden van de groene buitenruimte door grootschalige groengebieden om de stad aan te leggen; 4. Gezonde verstedelijking; 5. Klimaatadaptie Dit project draagt bij aan drie hoofdopgaven. Namelijk (1) en (5) door het opheffen van asfalt en terugbrengen van groen en (4) doordat verouderde en energie onzuinige woningen worden vervangen door energiezuinige woningen.

4.2

Functies

Het plan betreft de realisatie van 54 sociale huur appartementen met een gebruiksoppervlak van gemiddeld 62 m2 GO (Gebruiksoppervlak) voor de tweekamerappartementen, 70m2 voor de driekamerappartementen en 80m2 voor vierkamerappartementen. Het voorgestelde woonprogramma sluit goed aan op de huidige verdeling naar segmenten in de wijk en de woonvisie, waarin thema’s zoals betaalbaarheid, beschikbaarheid maar ook duurzaamheid en leefbaarheid centraal staan. Het toevoegen van de categorieën H2 en H3 appartementen met lift zorgt voor meer differentiatie binnen het sociale huursegment. De ontwikkeling Johan Wagenaarkade maakt onderdeel uit van de prestatieafspraken tussen de gemeente en Mitros. In het addendum prestatieafspraken 2017-2020 is het plan opgenomen in het productieprogramma.

De sociale huurwoningen binnen het project zijn als volgt gedifferentieerd qua grootte: [ 26 tweekamerappartementen van circa 62m2 GO (streefhuur eerste aftoppingsgrens (< € 619,01) [ 26 driekamerappartementen van circa 70m2 GO (streefhuur liberalisatiegrens (< € 737,14) [ 2 vierkamerappartementen van circa 80m2 GO (streefhuur liberalisatiegrens (< € 737,14) Hiermee draagt dit plan bij aan de ambities in de woonvisie.

4.3

Ruimtelijk

De herontwikkeling gaat uit van: [ Sloop van 20 bestaande duplexwoningen; [ Ter plekke verwijderen Johan Wagenaarkade (weg) [ Aanleg binnenstraat met parkeerplekken [ Bouw van 26 wooneenheden circa 62m2 GO en 26 wooneenheden van circa 70m2 en 2 wooneenheden van circa 80m2; [ Het centrale appartementengebouw bestaat uit 5 woonlagen, met een flauw hellend zadeldak, met een terug liggende gevel (op de derde laag) aan de zijde van de binnenstraat. Het dak is gedraaid ten opzichte van de huidige situatie; [ De appartementengebouwen op de hoeken bestaan uit 4 woonlagen met een flauw hellend zadeldak, met terug liggende gevel (op de derde laag) aan de bestaande zijstraten. [ Uitbreiding en herinrichting van het park; [ Aanpassingen in de verkeercirculatie. De verkavelingsrichting is vergelijkbaar met de huidige bebouwingsstructuur, behalve dat de nieuwe binnenstraat een publiek karakter zal hebben omdat hier de voordeuren komen. Hierdoor wordt de strikte scheiding tussen privé en openbaar wat minder hard in het nieuwe plan. Tevens wordt het middelste blok naar voren geschoven, in plaats van terug liggend zoals in de oorspronkelijke situatie.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 21

Afbeelding: Impressie park met hoekblok en Petristraat

22 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Qua architectuur is gezocht naar een verwantschap aan de naoorlogse architectuur van de rest van het driehoekige blok en de architectuur in de buurt Halve Maan. De panden hebben een duidelijke eigentijdse uitstraling gericht op elkaar en de vergrote parkzone. De aansluiting op het bestaande zit hem vooral in de aansluiting in de architectuur wat betreft de karakteristiek van het bestaande ensemble, de materialisering en detaillering (zie ook kopje beeldkwaliteit). Beeldkwaliteit bebouwing De nieuwe bouwblokken gaan onderdeel uitmaken van het bestaande ensemble van de kerk en de rijen duplexwoningen. Om een goede aansluiting te waarborgen is de toepassing van de volgende zaken van belang: 1. De blokken krijgen een flauw hellende kap, die rust op een, aan twee zijden van het blok, doorlopende dakgoot met een overstek ten opzichte van de gevel; 2. De gevelindeling karakteriseert zich als openingen in het metselwerk (en niet zoals men tegenwoordig vaak ziet, een raster van metselwerk met daartussen de puien); 3. Balkons zijn als elementen toegevoegd aan de gevel, ze hangen eraan; 4. De gebouwen zijn in principe alzijdig, maar in de vormgeving zijn twee echte kopgevels herkenbaar (op de koppen bij de Hendrika van Tussenbroeklaan en de Petristraat), deze zijn afwijkend vormgegeven van de rest; 5. De materialisering en detaillering wordt afgestemd in lijn met de bestaande bebouwing.

Oriëntatie bebouwing De appartementenblokjes worden alzijdig ontworpen (2 vierspanners en 1 zesspanner) en krijgen een centraal stijgpunt waardoor de appartementen rondom aan de buitengevel zitten. Hierdoor is er voldoende sociale controle in de parkzone alsmede in het achtergelegen binnengebied. Bovendien bevinden de hoofdentrees van de bebouwing zich aan de binnenstraat, en is er sprake van tweede entrees aan de parkzijde. De bebouwing verhoudt zich met deze opzet goed tot de omliggende bouwblokken. Door de parkeerplaatsen grotendeels in het binnengebied te realiseren ontstaat er buiten het blok ruimte voor meer groen. De verdichting die plaats vindt aan de Johan Wagenaarkade gaat gepaard met een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte, om deze beter te benutten en betekenis te geven.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 23

Afbeelding: Plankaart

24 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Afbeelding: Situatie toekomstige ontsluiting Halve MaanZuid. Het rode kruis geeft bij benadering de locatie van de ‘knip’ aan.

4.4.

Verkeer en parkeren

Opheffen wegvak en knip Het opheffen van de verbinding tussen de Johan Wagenaarkade en de Hendrika van Tussenbroeklaan en het aanbrengen van de knip hebben gevolgen voor de ontsluiting van zowel Halve Maan-Zuid als Halve Maan-Noord. Het verkeersbeleid van de gemeente Utrecht is erop gericht het verkeer zo snel mogelijk naar ontsluitingswegen te leiden en woonstraten te ontlasten. De gewijzigde verkeerscirculatie en het realiseren van de knip dragen hieraan bij, verminderen de verkeersintensiteit in de wijk als geheel, voorkomt sluipverkeer door de wijk en onveilige situaties als gevolg van te hard rijden. Deze verkeersgevolgen zijn hieronder toegelicht. Ontsluiting Halve Maan-Zuid Doordat de verbinding tussen de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan niet terugkomt vervalt de Hendrika van Tussenbroeklaan als ontsluitingsweg voor de wijk. De toekomstige ontsluiting is weergegeven op naastgelegen afbeelding. Voor de beoordeling van de ontsluiting van de wijk zijn de huidige en toekomstige intensiteiten beoordeeld. Hiervoor is het verkeersmodel van de gemeente Utrecht gebruikt. Dit model bevat een berekening (prognose) van de hoeveelheid verkeer op basis van de aanwezige functies (wonen, winkels, onderwijs, etc) voor 2030.

Op basis van recente ervaring (zeer beperkte toename van het autogebruik binnen de ring van de stad) worden deze getallen ook als representatief voor de huidige situatie gezien. Het model gaat er vanuit dat zowel noord als zuid afzonderlijk ontsloten worden op de Lessinglaan respectievelijk de Joseph Haydnlaan; de grens ligt ter hoogte van de Everard Meijsterlaan (Dafne Schippersbrug). Het model houdt onbedoeld al rekening met een knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug (er is in het model geen relatie tussen het noordelijke en zuidelijke deel van de wijk).

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 25

Afbeelding: Uitsnede verkeersmodel Utrecht prognosejaar 2030, Halve Maan-Zuid

Op basis van dit model kunnen we bepalen hoeveel verkeer gebruik zal maken van de ontsluitingswegen: de Petristraat en de Catharina van Renneslaan. Verkeersintensiteiten Halve Maan-Zuid De Petristraat en de Catharina van Renneslaan hebben en houden een belangrijke rol in de ontsluiting van de wijk Halve Maan-Zuid. Het grootste deel van de wijk (circa 250 woningen) zal gebruik maken van deze twee wegen om de wijk in en uit te gaan. Door de knip in de Johan Wagenaarkade rijdt er vrijwel uitsluitend bestemmingsverkeer in de wijk. In de wijk heeft alleen de basisschool een beperkte aantrekkende werking voor verkeer van buiten de wijk. Het gaat daarbij om enkele tientallen auto’s per haal-/brengmoment.

Het model geeft aan dat er circa 1.900 voertuigbewegingen de wijk in en uitgaan. Deze voertuigbewegingen zijn gerelateerd aan 402 woningen binnen deze zone. Gemiddeld genereert een woning daarmee 4,72 verkeersbewegingen per etmaal. In deze zone bevinden zich ook woningen die (in de toekomstige situatie) weinig tot geen relatie hebben met het gebied tussen de Petristraat en de Catharina van Renneslaan. Het gaat hier om de woningen langs de Joseph Haydnlaan, Hendrika van Tussenbroekplantsoen, de Hendrika van Tussenbroeklaan en de woningen Johan Wagenaarkade 1-10Bis, die in de toekomst gesloopt worden. Bewoners van deze woningen parkeren langs de respectievelijke straten. Voor de ontsluiting wordt vooral gebruik maken van de Joseph Haydnlaan en/of het Hendrika van Tussenbroekplantsoen. Deze woningen, totaal circa 154, worden daarom buiten beschouwing gelaten. Onderzoeksgebied In het gebied tussen de Petristraat en de Catharina van Renneslaan zijn en blijven in de toekomstige situatie circa 250 woningen aanwezig. De bouw van extra woningen aan de Johan Wagenaarkade heeft geen invloed op deze getallen, omdat deze woningen ontsluiten via de Hendrika van Tussenbroeklaan. Deze 250 woningen genereren per huishouden gemiddeld 4,72 bewegingen per etmaal. Dit is een totaal van circa 1200 verkeersbewegingen per etmaal.

Dit betekent ongeveer 600 voertuigen de wijk in via de Petristraat en ongeveer 600 voertuigen de wijk uit via de Catharina van Renneslaan. Binnen de wijk zijn immers weinig bestemmingen waarvoor men de auto zal gebruiken.

26 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Ingaand verkeer In de huidige situatie gebruikt ingaand verkeer doorgaans al de Petristraat en de Galeslootstraat. In de toekomstige situatie wijzigt dit feitelijk niet. Deze straten worden naar verwachting rustiger doordat er minder verkeer richting Halve Maan-Noord en richting de woningen Johan Wagenaarkade 1-10bis door deze straten zal rijden. Uitgaand verkeer Voor het uitgaande verkeer verandert er meer. De route Johan Wagenaarkade/Hendrika van Tussenbroeklaan verdwijnt en ook richting het noorden kan men de Johan Wagenaarkade niet meer gebruiken vanwege de knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug. Dit verkeer gebruikt in de nieuwe situatie de Catharina van Renneslaan. Zoals hierboven reeds becijfert komen deze aantallen ongeveer op 600 uit. In landelijke richtlijnen (vanuit het CROW1) is voor dit soort straten een bovengrens van maximaal 1.000 voertuigbewegingen pet etmaal gesteld. Hierbij is uitgegaan van een woonerf (waarbij het uitgangspunt is dat kinderen op straat moeten kunnen spelen) waarmee de leefbaarheid en verkeersveiligheid gegarandeerd kan worden. Gezien de te verwachten verkeersintensiteiten worden daarom geen problemen verwacht op het gebied van leefbaarheid en verkeersveiligheid. Er is sprake van een toename van de hoeveelheid verkeer in de Catharina Van Renneslaan.

Deze toename is een direct gevolg van het aanbrengen van de knip en het opheffen van een deel van de Johan Wagenaarkade. Om deze stijging in perspectief te plaatsen is ook gekeken naar het huidig gebruik. Door de huidige alternatieven is het gebruik van de Catharina van Renneslaan relatief beperkt. Met name bewoners uit deze straat en de Noltheniusstraat gebruiken deze straat.

1 *CROW is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.

Gebruik door direct aanwonenden Op basis van de verkeerscijfers uit het verkeersmodel en het aantal aanwezige woningen in de Noltheniusstraat en Catharina van Renneslaan is becijferd hoeveel verkeer er nu naar verwachting in de Catharina van Renneslaan rijdt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen het deel van de Catharina van Renneslaan tussen de Johan Wagenaarkade en de Noltheniusstraat en het deel tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan. Ook voor de Noltheniusstraat is onderscheid gemaakt tussen de woningen die verplicht zijn om via de Catharina van Renneslaan uit te rijden en de woningen die een keuze hebben om eventueel via de Averkamplaan weg te rijden. Van deze laatste groep woningen is aangenomen dat ongeveer twee derde alsnog gebruik maakt van de Catharina van Renneslaan om de wijk te verlaten. Op basis van deze uitgangspunten is het aantal verkeersbewegingen in de Catharina van Renneslaan becijferd op circa 175 verkeersbewegingen per etmaal op het deel tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan en op het gedeelte tussen de Johan Wagenaarkade en de Noltheniusstraat op circa 90 verkeersbewegingen. Ander gebruik Ook andere wijkbewoners gebruiken de Catharina van Renneslaan. Bijvoorbeeld om de winkels aan de Händelstraat te bereiken of om de Joseph Haydnlaan te bereiken. Naar schatting gaat het hier om circa 50 tot 100 voertuigen per etmaal.

Totaal gebruik Het totale gebruik van de Catharina van Renneslaan in de huidige situatie wordt op basis van het bovenstaande geschat op ongeveer 225-275 voertuigbewegingen per etmaal. Hierbij ligt het zwaartepunt op het gedeelte tussen de Noltheniusstraat en de Joseph Haydnlaan.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 27

Toekomstige ontwikkelingen Er is geen rekening gehouden met het feit dat de verwachting is dat op termijn betaald parkeren kan worden ingevoerd en is ook nog geen rekening gehouden met het mobiliteitsbeleid van de gemeente Utrecht, dat naar verwachting tot 2040 een reductie van het aantal autobewegingen van maximaal 10% tot gevolg zal hebben. Met de algehele verwachting dat de verkeersintensiteiten in de wijk op termijn nog verder zullen dalen is bij onderstaande conclusie nog geen rekening gehouden. Conclusie: De verwachtte verkeersintensiteiten blijven ruim onder de maximale intensiteiten uit de richtlijnen die het CROW voor dergelijke woonstraten stelt. De verwachtte intensiteiten zijn volgens deze normen acceptabel in een woonerf, waar kinderen geacht worden op straat te kunnen spelen. De leefbaarheid en verkeersveiligheid van de straten in dit gebied is, ondanks een relatief forse toename, daarmee nog steeds voldoende gewaarborgd. Verkeersveiligheid Halve Maan zuid De uitrit bij de Catharina van Renneslaan is druk, maar het is door de brede uitritconstructie mogelijk om meer naar rechts op te stellen waardoor het zicht op het naderende verkeer goed is. De Catharina van Renneslaan sluit op de Joseph Haydnlaan aan middels een uitritconstructie waardoor de snelheid ter plaatse laag ligt. Een halterende bus kan het zicht tijdelijk verminderen.

Dit gebeurt in de spits ongeveer 4 keer per uur. Ook dan kan men meer naar recht opstellen voor beter zicht. De overige momenten heeft men hier goed zicht op het naderende verkeer. Gezien de eerder omschreven verkeersintensiteiten en het feit dat veel straten door de beperkte breedte niet uitnodigen tot hoge snelheden worden geen bijzondere verkeersveiligheidsrisico’s verwacht.

Ontsluiting Halve maan noord Voor de wijk Halve Maan-Noord heeft het realiseren van de knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug ook gevolgen. De Johan Wagenaarkade is voor veel bewoners van het noordelijke deel van de wijk de route om de wijk in- en uit te gaan. Deze mogelijkheid is er in de nieuwe situatie niet meer. Naast de knip in de Johan Wagenaarkade verandert er feitelijk niets aan de ontsluiting van de wijk. Doordat bewoners niet meer via de zuidkant de buurt uit kunnen rijden zullen ze via bestaande straten in Halve Maan Noord de buurt uitrijden. Dit zorgt naar verwachting tot een beperkte toename van de hoeveelheid autoverkeer in de straten die het noordelijke deel van de wijk ontsluiten.

28 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Afbeelding: Uitsnede verkeersmodel gemeente Utrecht, prognosejaar 2030, Halve Maan Noord

Verkeersintensiteiten Halve Maan Noord Verkeersmodel Voor een inschatting van de hoeveelheid verkeer is gebruik gemaakt van het verkeersmodel. Tevens is op basis van de adressen en “expert judgement” een inschatting gemaakt van de meest waarschijnlijke verdeling van deze verkeersbewegingen over de verschillende aansluitingen van deze wijk op de Lessinglaan.

Uit het verkeersmodel blijkt dat de hoeveelheid verkeerswegingen de wijk in en uit voor het noordelijke deel van Halve Maan voor 2030 circa 4.000 voertuigbewegingen per etmaal zal bedragen. Dit aantal is berekend op basis van 887 woningen in dit gebied. Dat komt neer op circa 4,51 verkeersbewegingen per etmaal, per woning. Hierbij zijn echter de woningen langs de Lessinglaan ook volledig meegerekend. Als we deze woningen (105 stuks) maar voor de helft tot de wijk rekenen (parkeren gebeurt deels langs de Lessinglaan maar ook deels in de wijk) is de totale verkeersgeneratie van de wijk komt daarmee 236 verkeersbewegingen lager uit op circa 3.800. Dat betekent dat er per dag ongeveer 1900 voertuigbewegingen de wijk in en 1900 voertuigbewegingen de wijk uit gaan. Verdeling verkeer Halve Maan Noord kent vijf aansluitingen. De verwachting is dat het ingaande en uitgaande verkeer niet gelijk over de aansluitingen verdeeld zal worden. We nemen aan dat de bewoners van de wijk meer oriëntatie richting het 24 oktoberplein hebben en de verbindingen richting het zuiden daarom drukker zullen zijn. Voor de berekening houden we rekening met de verhouding 1/3 naar en vanuit het Noorden en 2/3 naar en vanuit het Zuiden. 1.

2.

Kanaalweg/Cervanteslaan. Deze weg is alleen te gebruiken door verkeer uit noordelijke richting dat de wijk in wil. De verkeersfunctie van de Cervanteslaan is hierdoor beperkt. Naar schatting maakt circa 13% van het ingaande verkeer gebruik van deze weg. Von Kleistlaan. Deze weg mag in twee richtingen gebruikt worden maar heeft geen verbinding met de oostelijke rijbaan van de Lessinglaan. Hierdoor is deze weg alleen vanuit noordelijke richting te gebruiken als toegangsweg om de wijk in te gaan en kan men alleen in zuidelijke richting de wijk verlaten (ter hoogte van het Herderplein kan eventueel gekeerd worden). Deze weg is maar voor een klein deel van de wijk interessant.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 29

Afbeelding: Verdeling verkeer

3.

4.

5.

Mede gezien de nabijgelegen aansluiting Herderplein. Naar schatting maakt circa 5% van het ingaande verkeer en circa 10% van het uitgaande verkeer gebruik van deze weg. Herderplein. Deze weg is in twee richtingen te gebruiken en voor een groot deel van de wijk de meest waarschijnlijke route om in de toekomst te gebruiken. Het Herderplein heeft een volledige aansluiting met de Lessinglaan waardoor naar schatting 48% van het ingaande verkeer en 55% van het uitgaande verkeer gebruik maakt van deze aansluiting. Jakob Grimmstraat. Deze weg is net als het Herderplein in twee richtingen te gebruiken en heeft een volledige ontsluiting. Voor het zuidelijk deel van Halve Maan Noord is dit de voornaamste en kortste route de wijk uit. Tevens wordt verondersteld dat een deel van het ingaande verkeer uit zuidelijke richting zal kiezen voor een route via de Everard Meijsterlaan. Naar schatting maakt 30% van het ingaande verkeer en 35% van het uitgaande verkeer gebruik van deze weg. Everard Meijsterlaan. Deze weg kan alleen gebruikt worden om de wijk in te rijden. Voor de woningen rond het Victor Hugoplantsoen is dit de voornaamste (en deels enige) toegangsweg. Bovendien is deze weg het meest zuidelijk gelegen waardoor gebruik ervan aantrekkelijk is voor verkeer uit zuidelijke richting. De aanwezigheid van veel fietsers wordt gezien als een factor die het gebruik ontmoedigt.

Bovendien zal het gebruik van deze kruising in de toekomst afnemen als het project ‘Westelijke stadsboulevard’ gerealiseerd wordt volgens het functioneel ontwerp. In dit ontwerp wordt de linksafbeweging vanuit zuidelijke richting naar de Everard Meijsterlaan opgeheven en vervangen door een keerlus verderop. Dit zal meer verkeer richting de meer noordelijk gelegen aansluitingen sturen waardoor voornamelijk bewoners rond het Evert Cornelisplantsoen deze aansluiting zullen gebruiken. Naar schatting maakt daarom maar 4% van het ingaande verkeer gebruik van deze weg.

30 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Op basis van bovenstaande verdeling zijn de verkeersintensiteiten per aansluiting naar schatting al volgt: 1. 2. 3. 4. 5.

Cervanteslaan: circa 247 voertuigen per etmaal Von Kleistlaan: circa 285 voertuigen per etmaal Herderplein: circa 1.957 voertuigen per etmaal Jakob Grimmstraat: circa 1.235 voertuigen per etmaal Everard Meijsterlaan: circa 76 voertuigen per etmaal.

Op basis van bovenstaande analyse van het verkeersmodel is de verwachting dat de aansluiting van het Herderplein en de Jakob Grimmstraat de voornaamste ontsluiting van Halve Maan Noord zullen vormen. De verwachtte aantallen blijven ruim onder de maximale intensiteiten uit de richtlijnen die het CROW landelijk hanteert. Het CROW geeft een streefwaarde van maximaal 5.000-6.000 motorvoertuigen per etmaal voor erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/h. Spitsuurintensiteit Het is een gebruikelijke aanname dat in het drukste uur van de avondspits ongeveer 10% van de totale hoeveelheid van de dag passeert. Dit betekent bijvoorbeeld voor het kruispunt Herderplein/Lessinglaan ongeveer 200 voertuigen dit kruispunt gebruiken. In de avondspits zal meer verkeer de wijk in gaan dan er uit komt. We veronderstellen dat deze verdeling 75/25 is. Dat zou betekenen dat ongeveer 150 voertuigen de wijk in willen. Dit komt neer op circa 5 auto’s per 2 minuten. Het kruispunt kan deze intensiteiten zonder problemen verwerken; ook als er rekening wordt gehouden met de verhouding van zuidelijke- en noordelijke oriëntatie. Gelet op bovenstaande kan voor Halve Maan-noord geconcludeerd worden dat de gevolgen voor de ontsluiting van de wijk op basis van de hoeveelheid verkeer klein zijn en dat er geen knelpunten op dit vlak te verwachten zijn.

Verkeersveiligheid Op basis van een analyse van de ongevallencijfers en de huidige inrichting is vastgesteld dat in de straten Herderplein en Jakob Grimmstraat geen sprake is van onveilige situaties. Ter hoogte van het Herderplein kan een halterende bus het zicht tijdelijk verminderen. Dit gebeurt in de spits ongeveer 4 keer per uur. Op dat moment heeft een weggebruiker voldoende ruimte om meer naar rechts op te stellen om zijn zicht zo te vergroten. De overige momenten heeft men hier goed zicht op het naderende verkeer. In de Jakob Grimmstraat kan het zicht belemmerd worden door de geparkeerde auto’s langs de Lessinglaan. Echter, de uitrit heeft voldoende breedte, waardoor men zich zo kan opstellen dat het zicht vergroot wordt. Deze situatie is niet onveilig. Situatie basisschool De knip in de Johan Wagenaarkade heeft ook gevolgen voor de ontsluiting van de Openbare basisschool aan het Victor Hugoplantsoen. De Johan Wagenaarkade is nu nog de voornaamste plek voor het brengen en halen van leerlingen met de auto. De auto’s rijden aan de Johan Wagenaarkade langs de school. Het breng en haal gedrag is heel divers. Kinderen worden afgezet, waarna direct wordt doorgereden of gekeerd. Andere auto’s worden geparkeerd, waarna de kinderen naar school worden begeleid. Ook deze auto’s rijden door of keren.

In de nieuwe situatie is het niet meer mogelijk om aan de Johan Wagenaarkade langs de school te rijden. De verwachting is dat de meeste ouders ervoor zullen kiezen om de kinderen rond het Victor Hugoplantsoen af te zetten en het laatste stukje te lopen. Verder blijft het mogelijk om aan de Johan Wagenaarkade te parkeren. De Johan Wagenaarkade ter hoogte van de nummers 39 t/m 45 is in de toekomstige situatie doodlopend. Het is mogelijk om hier te parkeren, te stoppen en te keren, maar dit is niet aantrekkelijk en ook niet wenselijk. Dit gebruik wordt daarom ook niet gefaciliteerd door bijvoorbeeld een keerlus aan te leggen. Aan de zuidkant kan men een parkeerplaats zoeken langs de Johan Wagenaarkade of de Catharina van Renneslaan. Omdat de loopafstanden hier beperkt zijn is dit een redelijk alternatief.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 31

Tijdens verschillende observaties rond het ingaan van de school in de ochtend zijn in totaal circa 35 auto’s geteld van die kinderen kwamen brengen of halen. De auto’s kwamen voor ongeveer 50% uit noordelijke richting en ongeveer 50% uit zuidelijke richting. Dergelijke aantallen zorgen naar verwachting net als nu voor enige drukte rond het ingaan en uitgaan van de school. Parkeren Rechtens verkregen niveau Onderstaande berekening laat zien wat het rechtens verkregen niveau is van het plangebied waaruit de conclusie getrokken kan worden dat van de nieuwe parkeereis, na afronding 20 parkeerplaatsen afgetrokken mag worden. Een recente parkeerdrukmeting, die is uitgevoerd door Goudappel Coffeng, laat zien dat er in het openbaar gebied geen parkeerruimte is om het aantal te realiseren parkeerplaatsen te verminderen. Berekening rechtens verkregen niveau Johan Wagenaarkade 1-10bis Schema Functie

Aantal

maximum parkeernorm

aantal

wonen 80-130 m2 bvo

20 bewoners

1,1

-22

wonen 80-130 m2 bvo

20 bezoekers

0,3

-6

Opheffen 8 openbare pp

8

1

8

Saldo reductie

-20

Parkeerbalans In de nieuwe situatie wordt een programma gerealiseerd dat bestaat uit 54 appartementen, waarvan 22 in de categorie 80-130m2 bruto vloeroppervlak (BVO) vallen en 32 in de categorie 55-80m2 BVO. Op basis van de gemeentelijke parkeernormen leidt dit, rekening houdend met het rechtens verkregen niveau en dubbelgebruik tot een parkeerbehoefte van 20 parkeerplaatsen. De berekening hoe tot dit resultaat is gekomen is bijgevoegd als bijlage A. De benodigde parkeerplaatsen kunnen niet allemaal binnen het plangebied gerealiseerd worden. Op het binnenterrein bij de woningen is ruimte om 14 parkeerplaatsen te realiseren. Om extra ruimte te creëren voor parkeerplaatsen is besloten langs de Hendrika van Tussenbroeklaan een strook parkeerplaatsen te realiseren. Hiermee kan worden voorzien in 6 extra parkeerplaatsen. Fietsparkeren Fietsparkeren wordt inpandig gerealiseerd in een gezamenlijke fietsenstalling. Deze stalling voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in het addendum op de ‘Nota Parkeernormen fiets en auto’. Deze stalling biedt gelegenheid voor het parkeren van 164 fietsen waarmee aan de parkeerbehoeften voor fietsen kan worden voldaan.

32 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

4.5

Openbare ruimte

De drie volumes vormen een nieuw front aan het vergrote AmsterdamRijnkanaalpark. Deze vergroting vindt plaats door de opheffing van het zuidelijke deel van de Johan Wagenaarkade (weg). In het ontwerp worden bestaande bomen zoveel mogelijk opgenomen en in het park versterkt door aanplant van extra bomen, zodat boomgroepen ontstaan die het parkachtige karakter versterken. De ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de openbare ruimte en aan een gezonde verstedelijking. Zowel in de architectuur als in de inrichting van de buitenruimte wordt nagestreefd dat het gehele bouwblok als één eenheid/ensemble zal aandoen. Een belangrijk kenmerk van het huidige ensemble is dat alle gebouwen dezelfde steenkleur hebben. De nieuwe gebouwen zullen een metselwerk krijgen die goed aansluit bij de huidige gebouwen. Ook de steen van de bestrating van het binnengebied zal hierop worden afgestemd zodat er een mooie eenheid ontstaat. Een ander duidelijk kenmerk van het ensemble is de haag die rond de gebouwen ligt, zowel in de binnentuin als aan de openbare ruimte. De nieuwe bouwblokken worden ook met hagen omsloten. Dit zullen hagen zijn die overeenkomen met de wat grotere schaal van het park en de bouwblokken. Deze dikke hagen zullen op een robuuste manier de buitenruimten van de woningen op de begane grond omsluiten. In de binnentuin en het park staan enkele grote bestaande bomen.

Deze losjes verstrooide bomen, wat een natuurlijk effect geeft, blijven behouden.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 33

Afbeelding: Bomenkaart Te behouden bomen Te kappen bomen

34 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Op de positie van de twee bestaande ommuurde perken worden grote groenvakken gemaakt, waarin onder andere de bestaande grote spar in opgenomen gaat worden. Door de nieuwe bomen zoveel als mogelijk te verstrooien (en niet strak uit te lijnen) over het plangebied ontstaat er een logische verbinding tussen parkzone en binnengebied. Door de alzijdige opzet en de afstand tussen de bebouwing ontstaat er een samenhang tussen het park en het binnengebied. Door de alzijdige opzet en de afstand tussen de bebouwing loopt de nieuwe parkinrichting tot aan de achtergelegen binnenstraat. De ruimte tussen de bebouwing krijgt hiermee een meer openbaar karakter. Het daar achtergelegen binnenterrein met parkeerplaatsen wordt afgeschermd en ingeplant met hagen, nieuwe bomen en beplanting. De woongebouwen krijgen een tweede entree aan de parkzijde, hier worden nieuwe paden aangelegd die verbonden worden met het doorlopende pad in het Amsterdam-Rijnkanaalpark. Uitgegaan wordt van materialisering volgens het Handboek Openbare Ruimte en het toepassen van waterdoorlatende verharding om zo veel mogelijk hemelwater af te koppelen. Het Inrichtingsplan binnenterrein wordt in ieder geval door de gemeente getoetst op bereikbaarheid/ toegankelijkheid van nood-en hulpdiensten, verlichting, breedte parkeervakken en rijweg. Mitros is verantwoordelijk voor het beheer van het binnenterrein.

De inrichting van de Hendrika van Tussenbroeklaan en de daar te realiseren parkeerplaatsen moeten voldoen aan de eisen, die de gemeente daaraan stelt. Het inrichtingsplan voor de parkzone wordt later afgerond en zal worden ingericht conform de principes van Rondje Stadseiland en Kadernota (zie paragraaf 3.4).

4.6

Duurzaamheidsmaatregelen extra boven Bouwbesluit.

Energievisie en verantwoording conform Utrechts Energie Protocol Voor het plan is door Mitros een energieconcept (visie) met een indicatieve EPC/BENG-berekening opgesteld. Hieruit blijkt dat met een EPC van 0,1 dan wel een BENG3 van meer dan 90 % kan worden behaald. Dit wat betreft de gebouwgebonden energie. Voor een klimaatneutraal plan (energie gebouw én gebruik) moet buiten het plangebied nog grofweg zo’n 100.000 kWh per jaar worden opgewekt. Dit komt overeen met 500 – 600 m2 zonnepanelen. Ambitie MPG ipv GPR In plaats van een GPR-berekening zal Mitros voor de MPG, (onderdeel van GPR) streven en onderzoek doen naar een betere prestatie dan die van het Bouwbesluit: 0,6 i.p.v. 1,0. Hierover zal voorafgaand aan de aanvraag een Omgevingsvergunning worden teruggekoppeld en onderdeel zijn van de omgevingsvergunning. Maatregelen, akties mbt circulair slopen Uit een inventarisatie van twee sloopbedrijven bleek dat er niet zo veel kan met de bestaande materialen, behalve gescheiden afvoeren. Als leuk detail komen de kozijnen van de ronde raampjes op de koppen van de huidige woningen terug in de nieuwbouw. Eerste idee is om er een spiegel in te plaatsen en in de 3 hallen op te hangen. Ook wordt met een partij gekeken of het hout van de 3 hazelaars (staan tussen de parkeerplaatsen) hergebruikt kunnen worden.

In de nieuwbouw komen onder andere balkons, die later gedemonteerd kunnen worden.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 35

Maatregelen klimaatadaptatie deel bebouwing Door het plan neemt het groen toe ten nadele van de verharding. Daarnaast geeft Mitros door koeling in de woningen, zonneschermen, betere isolatie en toevoegen van bomen op eigen terrein antwoord op de hittestress. Diervriendelijk bouwen maatregelen Vanuit het Flora&Fauna-onderzoek zijn extra maatregelen niet nodig. Mitros zal in ieder geval een aantal vogelkasten meenemen in het verdere ontwerp en in afstemming met de stadsecoloog wordt onderzocht waar behoefte aan is in deze buurt en of dit binnen het plan van Mitros mogelijk is. Met deze afspraken worden maatregelen genomen boven het Bouwbesluit en draagt dit plan bij aan de ambities, die wij hebben als stad. Afbeelding: Impressie parkeerterrein met midden- en hoekblok

36 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Hoofdstuk 5 Onderzoek en haalbaarheid 5.1

Geluidhinder

Geluid kan de kwaliteit van de leef- en woonomgeving beïnvloeden. Geluidsbronnen die in het kader van de ruimtelijke inrichting en ontwikkeling van belang zijn, zijn onder meer wegverkeer, railverkeer, scheepvaart en bedrijven (waaronder ook stemgeluid). Voor sommige geluidsbronnen zijn wettelijke regels van kracht; voor andere moet een afweging plaatsvinden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. De regels en normen van de Wet geluidhinder zijn van toepassing bij:

[ [ [ [

bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten als woningen en scholen; bestemmen van nieuwe (gezoneerde) wegen (niet bij woonerven of 30 km-wegen); reconstructie van wegen; geluidgezoneerde industrieterreinen.

De Wet geluidhinder hanteert twee grenswaarden voor de hoeveelheid geluid: 1.

De voorkeursgrenswaarde. Het streven is de geluidsbelasting onder dit niveau te houden waardoor ontwikkeling zonder meer mogelijk is. Alleen als voldaan wordt aan bepaalde voorwaarden, mogen geluidgevoelige objecten aan hogere waarden dan de voorkeursgrenswaarde worden blootgesteld. 2. De maximale ontheffingswaarde. Dit is het maximale geluidsniveau waaraan, onder voorwaarden, geluidgevoelige objecten mogen worden blootgesteld. Bij overschrijding van de voorkeursgrenswaarde kan er een ontheffing worden verleend door de gemeente (‘hogere waarde procedure’). Aan een ontheffing verbindt de gemeente Utrecht aanvullende randvoorwaarden (zie Geluidnota) zoals het hebben van een geluidluwe gevel, een rustige buitenruimte en een akoestisch gunstige woningindeling.

Vanuit het gezondheidsbeleid van Utrecht geldt een strengere ambitiewaarde (63 dB) dan de maximale wettelijke waarde en gelden bovenstaande eisen generiek. Voor wegen met een snelheidsregime van 30 km/u, scheepvaart en stemgeluid gelden geen normen maar deze moeten wel worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij kan er worden aangesloten bij vergelijkbare normen. Plansituatie Adviesbureau Tauw heeft een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de optredende geluidsbelastingen in het kader van de Wet geluidhinder en een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt binnen de (wettelijke) geluidzones van de rijkswegen A2 en A12, de Joseph Haydnlaan en het gezoneerde industrieterrein Hooggelegen. Daarnaast ligt het binnen de invloedsfeer van vaarverkeer over het Amsterdam-Rijnkanaal en meerdere 30 km/u-wegen. Uit het onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde alleen door de rijkswegen wordt overschreden. Alle overige wegen (inclusief de 30 km/u wegen) en het industrieterrein voldoen wel. Voor de rijkswegen zal een ontheffing moeten worden verleend. Deze hogere waarde procedure moet parallel lopen aan de ruimtelijke procedure.

De gemeente verleent de hogere waarden alleen wanneer er voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: [ er moet per geluidbron een gevel aanwezig zijn met een geluidbelasting onder de voorkeursgrenswaarde (geluidluw): dat is het geval in het huidige ontwerp, de noordoostgevels zijn geluidluw [ er liggen voldoende verblijfsruimten aan de geluidluwe gevel: de indeling van de woningen moet hieraan voldoen [ minstens één buitenruimte moet aan een gevel liggen waarvan de geluidbelasting maximaal 5 dB hoger mag zijn dan die van de geluidsluwe gevel: bij situering aan de geluidluwe gevels, noordoostgevels, wordt aan deze voorwaarde voldaan

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 37

Het plan zal nader worden beoordeeld zodra de bestemmingsplanprocedure is opgestart. Voor scheepvaart gelden geen wettelijke (voorkeurs)grenswaarden. In het onderzoek is getoetst aan respectievelijk 51 (voorkeur) en 65 dB (maximaal). Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van het vaarverkeer op het Amsterdam-Rijnkanaal 59 dB bedraagt. Het is hiermee de geluidbron die het meeste geluid veroorzaakt maar wel als acceptabel kan worden gesteld omdat de woningen door het gekozen ontwerp allemaal een geluidluwe gevel hebben voor deze geluidbron. Om het binnenniveau zoals vermeld in het Bouwbesluit in de woningen te garanderen dient de geluidwering te worden gedimensioneerd op het aspect scheepvaartlawaai. Geadviseerd wordt om het gemiddeld scheepvaartlawaai spectrum te hanteren uit “Geluidseffecten scheepvaartlawaai -metingen, literatuurstudie en ontwikkeling rekentool (rapportnummer PV.W3629. R01 d.d. 6 december 2004)” bij het bepalen van de geluidwerende voorzieningen. In het kader van de nieuwbouw aan de Johan Wagenaarkade is geen onderzoek naar de geluideffecten vanuit de peuterspeelzaal uitgevoerd. Bij een peuterspeelzaal is de voornaamste geluidbron het geluid van (buiten) spelende kinderen. Het betreft hier een peuterspeelzaal waarbij kinderen slechts beperkt buiten spelen. De kinderen zijn 2,5 uur per ochtend of middag aanwezig.

Een deel van deze periode kan buiten worden gespeeld. Ten aanzien van de nieuwbouw geldt dat de buitenruimten zich niet aan de zijde van de peuterspeelzaal bevinden, maar aan de noord, zuid- en westzijde van de bebouwing. Aan de zijde van de peuterspeelzaal bevinden zich met name slaap- en enkele woonkamers. Op tijden dat er geslapen wordt, vinden er geen activiteiten bij de peuterspeelzaal plaats. Op basis van bovenstaande is er sprake van een acceptabel akoestisch woon – en leefklimaat.

5.2

Luchtkwaliteit

Het plan heeft geen effect op de hoeveelheid scheepvaartverkeer in het Amsterdam Rijnkanaal. De bijdrage van de scheepvaart is daarom opgenomen in de achtergrond emissies. De luchtkwaliteit op de planlocatie en vaststellen van de bijdrage van het plan kan daardoor doorgeschoven worden naar de bestemmingsplanfase. Om het effect van de beoogde ontwikkeling op de luchtkwaliteit te toetsen is een luchtkwaliteitsonderzoek uitgevoerd (rapportage N0021266349SSW-V01-kzo-NL), waarbij een ‘niet in betekenende mate’ toets is uitgevoerd. Uit de toets blijkt dat de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 allen onder de grenswaarde van 40 μg/m3 blijven. Hieruit wordt geconcludeerd dat het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit wordt beschouwd als ‘niet in betekenende mate’. Daarom zijn de geplande woningen vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar. Stikstof Voor de beoogde ontwikkeling heeft er onderzoek naar stikstofdepositie plaatsgevonden (rapportage: R003-1266349NVG-V02-sbb-NL (002)). De depositiebijdragen zijn berekend met behulp van AERIUS Calculator. In dit onderzoek wordt geconcludeerd dat zowel in de aanleg- als de gebruiksfase van de te realiseren woningen de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden 0,00 mol/ha/jaar is.

Geconcludeerd wordt dat zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot een verslechtering van de natuurlijke habitats en leefgebieden van soorten binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

38 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Externe veiligheid

waters taatku ndige functie

zone –

(35m)

(25m) vaarweg

s choonloopma incl kruipluik

t

fie ts ens talling l 46 pp totaa kken) (40 lage ple tota al e is min 46 plekken) (min 30 lage

PW

pos tkas ten

K

WM WD

70,7m2

W TW

werkkast hydrofoor

a rc: ve rla agd h=286 3+p

akoes tis ch

plafond

s choonloopmat incl kruipluik

s choonloopmat incl kruipluik

tr=18

1 600

o=183 a=220

64,8m2 75,0m2

lgo mo ot ban d

at loopm uik s choon l kruipl inc betonteg ellevis S ch cm grijs 50 x50 els

iels mob s coot14 pp

? e h o e b o n csb rh m

gro enblijvend e bodembe dekke r

behe

r erde

werk

pos

kas

tkas

ten

t

gro

entre

e

at loopm ik s choonl kruiplu inc

e bo

enblijvend

dembede kker

tr=18 o=183 a=220

60,2

band 10

m2

hydr

r ofoo

g king in sparin t afwer deur agnee in wand kleefm op

WP

cm PW

WT

W

te gels

66,9

d

W TW

m2

tis ch gd : verlaa 3+p arc h=286

plafon

W TW

akoes

WP

beton lle vis S che g rijs 0 cm 5 0x5

9m2

60,

1m2

W

WP

66,

ta llingl ens + fiets pp totaa en plekk ken) 72 la ge plek (48 hoge 24 al tota en) 72 plekk min eis lage 48 (min

52 00

1 600

tr=18 o=183 +/\ a=185 WT

at oopm uik sc hoonl kruipl incl

betonteg

S chellevis cm grijs 50 x50

els

groen blijvende e kke

bo dembed

r

2m

8 3 8 1= r 0 2 1=o t 2= a

8, 46 ne ts ak ts op

dn ta of kiu mp a lp lp oo hc i u ln sit r k oo s l cn h c s i eo ka

2m

dg aa p+ lr e 3 6 v :c 82 r a =h

0, 57 ts ro a k k of r e or w dy h

00

52

1600

m p ki ool u lp n iu ooh rk c lc s ni

ta

WTW

Tuin in kernzone

07

Beschermingszone (10m uit kernzone)

WP

m p kiu ool lp noo iu rk hc l cn s i

ta

Kernzone (25m)

2m 7,

Huidige bebouwing

gn )n la a il lat e k to s n ke t p e s lp p t e )n l a a e g 64 if ek to al ke t 6 04 lp 4 ( eg nim al 0 3 si e ni m (

K

M D W W

Het plangebied ligt op 25 meter van het Amsterdam Rijnkanaal (ARK). Over het ARK vindt transport plaats met gevaarlijke stoffen en vormt daarmee een extern veiligheidsrisico voor het plangebied. Ten aanzien van het aspect externe veiligheid is een risicobeoordeling uitgevoerd door TAUW (R004-1266349DPO-V01-los-NL). Dit om te onderzoeken of er vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen en/of risico’s zijn voor de herontwikkeling van het plangebied. In de omgeving van het plangebied zijn een beperkt aantal risicobronnen aanwezig. De dichtstbijzijnde en meest relevante risicobron betreft het Amsterdam Rijnkanaal (ARK) voor het transport van gevaarlijke stoffen, het ARK is opgenomen in het Basisnet. De mogelijke effecten van deze vaarweg op de planlocatie zijn nader onderzocht.Ten westen van het ARK loopt de A2 (het niet ondertunnelde deel), ook een transportroute voor gevaarlijke stoffen, op een afstand van ca. 600 meter van het plangebied. Deze afstand is te groot om van invloed te zijn op het plangebied. Ook overige risicobronnen (b.v. spoor Utrecht – Den Bosch, risicobedrijven) liggen alle op te grote afstand om van invloed te zijn op het plangebied. Na analyse van het groepsrisico is geconstateerd dat zowel in de huidige als de beoogde situatie sprake is van een nihil groepsrisico.

De effectafstanden van het transport van gevaarlijke stoffen over het ARK reiken niet ver genoeg dat er risico’s zijn voor de omwonenden. Er kan dan dus ook worden geconcludeerd dat de beoogde situatie niet tot een verhoging van het groepsrisico zal leiden in vergelijking met de huidige situatie en dat er geen belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling ten aanzien van het aspect externe veiligheid. In het kader van externe veiligheid is met Rijkswaterstaat gesproken over de zones van het ARK: de kernzone en de beschermingszone. In naastgelegen figuur zijn de bestaande en toekomstige bebouwing weergegeven ten opzichte van de kernzone en beschermingszone van het Amsterdam-Rijnkanaal. De huidige bebouwing is in naastgelegen figuur met een roze arceringslijn weergegeven. De huidige bebouwing staat gedeeltelijk in de beschermingszone.

250 0

5.3

vrijwa rings

Afbeelding: De contouren van de huidige en toekomstige bebouwing met de kernzone en beschermingszone van het Amsterdam-Rijnkanaal.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 39

Afbeelding: Luchtfoto met de milieu inrichtingen van Nedal en KWS (rood omkaderd) en het plangebied (geel omkaderd).

Voor de toekomstige bebouwing is dit ook het geval. Daarnaast geldt dat er drie locaties zijn waar de tuin gedeeltelijk in de kernzone komt (groene cirkels in de afbeelding op de vorige pagina). In de kernzone mag niet worden gebouwd. Voor de tuinen wordt een uitzondering gemaakt, mits er geen diepe fundatie werkzaamheden plaatsvinden (geen palen). De beschermingszone kent ook allerlei beperkingen; met name als het in de bodem wordt aangebracht. De initiatiefnemer heeft het bouwplan aangepast, zodat voldaan kan worden aan deze voorwaarden. Behalve voor de liftschacht van één van de gebouwen. Deze valt in de beschermingszone. Gezien de lokale situatie en de beperkte omvang heeft Rijkswaterstaat dit akkoord bevonden.

5.4

Bedrijven en milieuzonering

KWS Infra B.V. en Asfalt Centrale Utrecht (ACU) (waarvan KWS eigenaar is) ligt in de zuidelijke rode cirkel (ovaal). Hier worden verschillende soorten asfalt gemaakt en verwerkt. Voor het bepalen van de milieuzoneringen gelden voor KWS Infra B.V. en ACU zogenoemde richtafstanden voor verschillende aspecten (geur, stof, geluid en gevaar). KWS infra ligt een op (minimale) afstand van ca. 830 meter. Hier geldt dus dat het project Johan Wagenaarkade buiten alle zones valt. Aangezien aan de afstandsnormen wordt voldaan is dus op basis van KWS sprake van een goede ruimtelijke orde Nedal Aluminium B.V. ligt in de noordelijke rode cirkel. De hoofdactiviteit is de productie van aluminiumprofielen. Daarnaast worden lichtmasten en vlaggenmasten geproduceerd. Voor het bepalen van de milieuzoneringen gelden voor Nedal ook richtafstanden. De afstand tussen Nedal en de hoek van de Johan Wagenaarkade is ca. 250 meter. Hierdoor valt Nedal buiten de zonering/richtlijnen van geur, stof en gevaar. Het geluidsaspect is opgenomen in het geluidsonderzoek. Op basis van het onderzoek zijn in verband met Nedal geen hogere waarde nodig. Dus ook geen aanvullende eisen wat betreft gevelisolatie of luwe gevel.

40 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

5.5

Bodemkwaliteit

Bij een ‘goede ruimtelijke ordening’ is het van belang om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in kaart te brengen. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden. Voor de beoogde ontwikkeling heeft een verkennend bodemonderzoek plaatsgevonden. Uit eerdere bodemonderzoeken is gebleken dat de bodem (grond en grondwater) niet tot hooguit licht verontreinigd is met de NEN-parameters. Uit aanvullend onderzoek blijkt dat de toplaag licht met enkele zware metalen, minerale olie, PAK en PCB verontreinigd is en de onderlaag licht met PCB. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en som dichlooretheen. Op basis van dit onderzoek is er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen de voorziene nieuwbouw. Er worden geen negatieve effecten op het thema bodem verwacht.

5.6

Archeologie en monumenten

Op de locatie ligt de dubbelbestemming archeologie. Dat betekent dat er een archeologische verwachting is met mogelijk een vergunningsplicht.

[

[

De gemeente heeft op basis van het onderzoek een zogenoemd selectie-besluit genomen. Uit het onderzoek blijkt dat in het plangebied archeologische nederzettingsresten kunnen worden aangetroffen. Daarnaast kunnen ook resten worden aangetroffen die verband houden met het gebruik van een rivier, agrarische activiteiten of infrastructuur. In het zuidelijke deel van het plangebied zijn archeologische resten te verwachten vanaf de Romeinse tijd en in het noordelijke deel uit de periode Vroege Middeleeuwen C tot en met de Nieuwe Tijd. Naar verwachting bevinden archeologische resten zich 1 m beneden het huidige maaiveld. Vanwege de beperkte bodemverstoring bij realisatie van het bouwplan (relatief klein oppervlak en beperkte diepte)) hoeft in het plangebied geen archeologisch vervolgonderzoek plaats te vinden. De archeologische verwachting van het plangebied blijft nog wel onverminderd van kracht, dus wanneer de geschetste werkzaamheden veranderen, dient een nieuw selectiebesluit te worden genomen.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 41

Afbeelding: Inventarisatie van de conditie van de bomen

5.7

Water

5.8

Bomen

Vooruitlopend op het bestemmingsplan is er een watertoets uitgevoerd. Deze toets wordt uitgevoerd via de website van het Hoogheemraadschap “De Stichtse Rijnlanden”. Op basis van deze toets is geconcludeerd dat het plan Johan Wagenaarkade geen groot effect heeft op water (geen groot waterbelang). Er kan worden volstaan met een standaard wateradvies van het waterschap, omdat het plan voldoet aan het zogenoemde ‘standstill beginsel’. Dit betekent dat door het plan geen verslechtering van de waterhuishouding ontstaat. Conform gemeentelijk beleid dient schoon hemelwater niet afgevoerd te worden naar een gemengd rioolstelsel, maar te infiltreren in de bodem of af te voeren naar oppervlaktewater (eventueel via een gescheiden rioolstelsel). De bodem is hier niet geschikt voor infiltratie, afvoer van het hemelwater gaat hier dus naar het oppervlaktewater dan wel een gescheiden stelsel. Door Mitros is onderzoek gedaan naar de conditie van de bomen in en rond het plangebied. Dit in verband met de bouwwerkzaamheden en eventueel plaatsen van bouwmaterieel. Door het bouwplan moeten binnen het plangebied in ieder geval vier bomen geveld worden. Bij de te handhaven bomen zullen adequate boombeschermende maatregelen getroffen worden om schade gedurende de voorgenomen werkzaamheden te voorkomen.

Als de tekeningen voor de bouwwerkzaamheden gereed zijn, moet opnieuw gekeken worden naar de mogelijk negatieve invloed van de werkzaamheden op de bomen. Er moet maatwerk geleverd worden voor het behouden van de bomen. Voor de gevelde bomen geldt een herplantplicht. Bomen kunnen gecompenseerd worden in de parkzone.

42 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

5.9

Kwaliteit van de leefomgeving

In het kader van kwaliteit van de leefomgeving wordt door de gemeente in ruimtelijke plannen in belangrijke mate steeds meer aandacht gevraagd voor de aspecten zon en schaduw, sociale veiligheid, toegankelijkheid voor minder validen en windhinder omdat dit aspecten zijn die de kwaliteit van de openbare ruimte beïnvloeden. Sociale veiligheid Door de alzijdigheid van de appartementenblokken wordt gezorgd dat er zowel ogen op het binnengebied als op het park gericht zijn. Dit verbetert het veiligheidsgevoel in het gebied. Ieder blok heeft een hoofdentree aan het binnenterrein en een tweede entree aan de parkkant. Hierdoor komt er een centrale hal van voor naar achter, waardoor er van twee kanten zicht is. De positionering van de bouwblokken is er op gericht de nieuwe openbare ruimte te voorzien van “voorkanten”. Bezonning De bezonningsstudie laat zien dat er in het binnenterrein voor een klein aantal (4) van de bestaande woningen een verslechtering optreedt. De wijd uitlopende vorm van het binnenterrein en de plaatsing van het hoogste appartementengebouw in het midden zorgen ervoor dat er voor veel woningen niets veranderd qua bezonning. De verslechtering treedt op bij de hoekwoningen (Petristraat en Hendrika van Tussenbroeklaan) en de directe buren daarvan, in met name de achtertuinen, ten westen van de nieuwe appartementengebouwen.

Hier valt gedurende het voor- en najaar (maart/september) vanaf 12 uur een slagschaduw op, en in de zomer (juni) vanaf 15 uur. Windhinder Het aspect windhinder speelt bij gebouwen die hoger zijn dan 30 meter en is derhalve voor deze ontwikkeling niet aan de orde.

VN-verdrag handicap Utrecht wil een stad zijn die toegankelijk is voor iedereen. Utrecht werkt sinds 2007 aan die toegankelijkheid, eerst met Agenda 22 en nu met het VN-verdrag handicap. Dit verdrag is in 2016 vastgesteld. Inmiddels is het Handboek Openbare Ruimte (HOR) geactualiseerd en vormt het toetsingskader voor de openbare ruimte rondom het bouwplan. Daarmee wordt geborgd dat het VN-verdrag handicap van toepassing is op deze ontwikkeling.

5.10

Gezondheid

Verouderde, tochtige woningen worden vervangen door energiezuinige nieuwbouw. Het toekomstige Rondje Stadseiland loopt voor het plangebied langs, een recreatieve route langs het Amsterdam rijnkanaal en het Merwedekanaal. Op dit moment ligt er een groot stuk asfalt op de Johan Wagenaarkade aan het plangebied. Met de realisatie van het project maakt asfalt plaats voor groen en wordt het park langs het Amsterdam Rijnkanaal / Rondje Stadseiland verder de buurt ingetrokken tot de nieuwbouw. Een vernieuwde, minder versteende inrichting zal van meerwaarde zijn om zo het gebruik te vergroten. De nieuwe duurzame woningen en het aanpassen van de openbare ruimte zorgt voor een betere uitstraling van het gebied en voor gezondere woningen. De woningen krijgen beneden in het gebouw de ruimte om de fiets neer te zetten. Deze plek is logisch gelegen. Daarnaast hoeven bewoners maar één deur door om de fiets te plaatsen. Hierdoor wordt het gemakkelijk gemaakt om de fiets te pakken. Vanuit een gezondheidsperspectief is de herontwikkeling van deze woningen aan de Johan Wagenaarkade een goede ontwikkeling waar zowel de huidige bewoners van omliggende woningen als de nieuwe bewoners profijt van hebben.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 43

5.11

Kabels en leidingen

5.12

Afvalinzameling

De aanwezige kabels en leidingen in het plangebied zijn inzichtelijk gemaakt via een Klic-melding. Wanneer het inrichtingsplan opgesteld gaat worden zullen deze gegevens in ogenschouw genomen moeten worden. Als blijkt dat er binnen het projectgebied kabels en leidingen in het geding zijn en deze verwijderd dan wel verplaatst moeten worden, dan moet dit gebeuren in overleg met de nutsbedrijven. De toestemming van een eventuele verlegging moet de initiatiefnemer zelf aanvragen en de daarmee samenhangende kosten zijn voor rekening van de aanvrager. Voor de inzameling van afval moeten de bewoners gebruik maken van de ondergrondse containers voor restafval. De plek van de container is al bepaald en zal worden ingepast in het inrichtingsplan. De bovengenoemde thema’s zijn onderzocht ten behoeve van een op te stellen bestemmingsplan. De onderzoeken zullen nader worden beoordeeld zodra de bestemmingsplanprocedure is opgestart. Uit de aangeleverde onderzoeken kan worden afgeleid dat er geen wettelijke belemmeringen zijn te verwachten voor het plan.

44 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1

Economische uitvoerbaarheid

De locatie waarop de wijziging plaatsvindt, is gedeeltelijk eigendom van de gemeente en gedeeltelijk in eigendom (erfpacht) van de initiatiefnemer. De gebouwen zijn in eigendom van de initiatiefnemer. De kosten voor het project worden geheel gedragen door de initiatiefnemer. De extra gronden die initiatiefnemer nodig heeft om het bouwplan te realiseren zullen in erfpacht uitgegeven worden onder de gebruikelijke voorwaarden (Grondprijzenbrief en AV 1989). De gronden die initiatiefnemer na realisatie niet meer nodig heeft en toegevoegd worden aan het openbaar gebied zal initiatiefnemer terugleveren aan de gemeente. In de anterieure overeenkomst zullen de afspraken rond deze grondtransacties worden vastgelegd. Met de initiatiefnemer is een intentieovereenkomst gesloten waarin een voorschot op de plankosten overeen is gekomen. Verdere afspraken (planschade, overige plankosten) worden eveneens via de anterieure overeenkomst gemaakt. Als er sprake is van een waardestijging van grond bij herontwikkeling op erfpachtgrond dan brengt de gemeente (als eigenaar) in principe een economische meerwaardeafdracht in rekening bij de initiatiefnemer. In het stadsakkoord zijn nieuwe afspraken gemaakt met de corporaties over de afdracht van economische meerwaarde bij verdichting van sociale woningbouw.

Als er sprake is van sociale verdichting en van een negatieve businesscase dan wordt de meerwaardeafdracht binnen het project ingezet. In dit plan is er sprake van een negatieve businesscase en van sociale verdichting. De economische meerwaarde afdracht zal daarom in het plan worden aangewend.

Kostenverhaal De initiatiefnemer neemt het beheer, de exploitatie en het onderhoud van de te realiseren appartementen. Hiermee is de initiatiefnemer (financieel) verantwoordelijk en wordt er een situatie gecreëerd waarin de gemeente geen enkel financieel risico loopt en de economische uitvoerbaarheid van het project gewaarborgd is. De ambtelijke kosten voor de toetsing van het bouwplan worden door middel van leges gedekt. Indien er toch kosten zijn die op grond van artikel 6.13 Wro (Wet op de ruimtelijke ordening) dienen te worden verhaald, dan zal uitsluitend worden meegewerkt nadat er een kostenverhaal-overeenkomst is gesloten. Om de ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling te borgen, zijn er investeringen in het openbaar gebied noodzakelijk. Het gaat om de herinrichting van het park rondom de bouwblokken, aanpassingen van straten en rijrichtingen, realisatie van parkeerplaatsen in openbaar gebied en de knip ter hoogte van de Dafne Schippersbrug. Deze herinrichtingskosten zijn voor rekening van Mitros. In de anterieure overeenkomst worden hier afspraken over gemaakt. Planschade Naast de kosten voor het maken van het bestemmingsplan moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. Planschadeclaims zijn op voorhand niet uit te sluiten. De initiatiefnemer heeft een planschaderisico-inventarisatie laten uitvoeren.

Met Mitros zal een anterieure overeenkomst worden gesloten, met een paragraaf planschade zoals bedoeld in artikel 6.4a van de Wro. Hierin zal worden opgenomen dat eventuele planschadekosten voor rekening komen van de ontwikkelende partij.

Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021 - 45

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3

Technische uitvoerbaarheid

Voor de reguliere huurders heeft Mitros een draagvlakmeting gehouden. Tijdens deze draagvlakmeting heeft 70% van de reguliere huurders voor het sloop-nieuwbouwplan gestemd. Hiermee is het draagvlak behaald (minimaal 60%) en hebben de reguliere huurders een urgentie status bij woningnet ontvangen. Inmiddels zijn alle reguliere huurders verhuisd. Op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken en markuitvraag voor de realisatie blijkt dat er geen technische obstakels zijn voor de uitvoerbaarheid van het plan. Wel wordt nog onderzocht hoe het bouwverkeer en bouwplaatsinrichting optimaal vorm wordt gegeven. Eventuele afzettingen en omleidingen zullen vooraf getoetst worden in het Kernteam Tijdelijke Bereikbaarheid Utrecht. Tijdens de bouw dient de bouwoverlast voor omwonenden zoveel mogelijk beperkt te worden.

46 - Bouwenvelop Johan Wagenaarkade, januari 2021

Hoofdstuk 7 Verantwoording proces 7.1

Het gevolgde samenwerkingsproces

7.2

Het gevolgde participatieproces

De bouwenvelop is in samenspraak met initiatiefnemer Mitros opgesteld. Ook de gevormde klankbordgroep heeft input geleverd aan de bouwenvelop; zie ook paragraaf 7.2 over het gevolgde participatieproces. De gemeente heeft een kaderstellende rol aangenomen en zal in het vervolg optreden als toetser. Op dit moment is het voor Mitros mogelijk om binnen de kaders van deze bouwenvelop een haalbare ontwikkeling te maken. In de volgende fase zal Mitros daarom een aanvraag voor een nieuw bestemmingsplan gecoördineerd indienen samen met de omgevingsvergunning. Op basis van het nieuwbouwinitiatief en het vastgestelde startdocument door het college van B&W, is er een informatieavond in mei 2018 georganiseerd waar alle bewoners van de Halve Maan Zuid voor zijn uitgenodigd. De buurt is geïnformeerd over de voorgenomen plannen en uitgenodigd om in een klankbordgroep input te leveren voor de uitwerking van de nieuwbouwplannen naar een Voorlopig Ontwerp. Een groep van circa 25 omwonenden hebben zich opgegeven voor de klankbordgroep. In najaar 2018 hebben drie klankbordgroep bijeenkomsten plaatsgevonden. De klankbordgroepen stonden in het teken van de volgende thema’s: [ Opbouw gebouwen [ Verkeer en parkeren [ Aansluiting gebouw op binnenterrein en park

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d872e87f-60df-4436-bacd-e055582537a1