CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 16 januari 2024, gemeente Utrecht21.436 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

• Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone • Jongerencultuurhuisfunctie Leidsche Rijn/VleutenDe Meern • Aanloopprogramma jongerencultuur Leidsche Rijn/ Vleuten-De Meern 2022 – 2024 • Investeringsbudget nieuwe wijkcultuurvoorzieningen5 • Wijkcultuurhuis Merwedekanaalzone • Jongerencultuurhuisfunctie Leidsche Rijn/ Vleuten-De Meern

• Culturele activiteiten in de buurt • Meer verbinders in de buurt (Combinatiefuncties Cultuur)6

4

Deze bedragen zijn afhankelijk van de aanvragen die door cultuurparticipatie-organisaties en wijk- en jongerencultuurhuizen ingediend worden bij de nieuwe Cultuurnota voor 2025 – 2028 en de beoordeling daarvan.

5

De bedragen komen uit het investeringskader Groei van de stad en zijn reeds opgenomen in de nota Huisvesting culturele en creatieve sector. Deze bedragen worden jaarlijks geactualiseerd bij de voorjaarsnota. Ze betreffen de huisvestingslasten voor de nieuwe wijkcultuurvoorzieningen, waarmee nog niet de exploitatielasten gedekt zijn.

6

Voor de Combinatiefuncties Cultuur zijn we onder andere afhankelijk van rijksbijdragen. Bij de nu opgenomen bedragen zijn we uitgegaan van gelijkblijvend budget.

26

Uitvoeringsprogramma cultuurparticipatie 2024 – 2028

Colofon September 2023 Uitgave Gemeente Utrecht Tekst Gemeente Utrecht, afdeling Culturele Zaken Illustratie Enof creatieve communicatie Concept en lay out Enof creatieve communicatie utrecht.nl/cultuur

27

EINDRAPPORTAGE

Rondetafelgesprekken Cultuurparticipatie Gemeente Utrecht JULI 2023

EINDRAPPORTAGE RONDETAFELGESPREKKEN CULTUURPARTICIPATIE MEI 2023 In opdracht van: Culturele Zaken, gemeente Utrecht

1

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE Inleiding De gemeente Utrecht bereidt in navolging van de Kadernota Cultuurparticipatie ‘De kracht van Cultuur’ een uitvoeringsprogramma voor met de concrete invulling van cultuurparticipatie in Utrecht. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is een participatietraject. Dit is vormgegeven door middel van een serie rondetafelgesprekken waarbij aanbieders, afnemers, scholen en bemiddelende instellingen aanschoven. De rondetafelgesprekken vonden plaats op 8 en 10 mei 2023. In totaal waren er 66 deelnemers verspreid over acht tafels waarbij de tafels een gevarieerde samenstelling hadden. De programmalijnen cultuur in de buurt, cultuur in de vrije tijd en cultuur op school en de onderliggende thema’s daarvan vormden de basis voor het uitnodigingsbeleid en de gespreksstof aan de tafels. In De Kracht van Cultuur wordt al benoemd: ‘deze nota is een uitnodiging aan organisaties, makers en inwoners in de stad om het cultuurparticipatiebeleid met elkaar en met de gemeente vorm te geven. Let wel: dat kan ook door tegen te spreken en uit te dagen’.1 De gesprekken over het uitvoeringsprogramma hadden daarom een open en informeel karakter. De deelnemers werd gevraagd om vanuit het perspectief van de hele stad met al haar verschillende inwoners over de thema’s en de vragen na te denken.

Leeswijzer Deze rapportage bestaat uit verschillende onderdelen: eerst zijn de aanbevelingen voor het uitvoeringsprogramma beschreven, gevolgd door de opbrengsten en inzichten op basis waarvan de aanbevelingen geformuleerd zijn. De opbrengsten en inzichten zijn onderverdeeld in (landelijke) trends en ontwikkelingen, uitkomsten per programmalijn en algemene constateringen over cultuurparticipatie in de gemeente Utrecht. Deel 1: opdracht en aanpak (p.3); Deel 2: de aanbevelingen voor het uitvoeringsprogramma (p.4); Deel 3: (landelijke) trends en ontwikkelingen (p.8); Deel 4: bevindingen, observaties en prioriteiten per programmalijn (p.9); Deel 5: algemene constateringen over cultuurparticipatie in de gemeente Utrecht die uit de tafels naar voren kwamen (p.13).

1

2

Kadernota cultuurparticipatie, p. 27

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

1. OPDRACHT EN AANPAK De rapportage is zowel een weergave van de rondetafelgesprekken als een inhoudelijke analyse en afweging op basis van de gesprekken, verslagen en inputformulieren van de deelnemers. De rapportage verbindt de opbrengsten van de gesprekken aan de ambities uit de Cultuurvisie Kunst Kleurt de Stad en de Kadernota Cultuurparticipatie van de gemeente Utrecht. Het doel van de rondetafelgesprekken was om vanuit een diverse groep betrokkenen, van bewoners tot culturele instellingen, in gesprek te gaan over thema’s die onderdeel zijn van de Kadernota Cultuurparticipatie. De uitkomsten van deze gesprekken zijn input voor het Uitvoeringsprogramma Cultuurparticipatie. Rondetafelgesprekken zijn een effectieve vorm om veel informatie op te halen en om informatie te toetsen. Het creëert betrokkenheid met de deelnemers en vormt daarmee meteen een mooi uitgangspunt voor de verdere uitvoering. De aanpak was daarom ook gericht op een bundeling, ordening en prioritering van deze ideeën ten behoeve van het uiteindelijke Uitvoeringsprogramma, met een advies over de prioriteiten, het ambitieniveau en de trends en ontwikkelingen. Maar rondetafels geven ook ruimte aan verschillende inzichten en opvattingen, wat tot zeer uiteenlopende opbrengsten kan leiden.

In acht rondetafelgesprekken van twee uur faciliteerden we het gesprek over: • Cultuur in de buurt: spreiding wijkgerichte culturele voorzieningen, meer culturele activiteiten in de buurt en meer verbinders in de wijk. • Cultuur in de vrije tijd: innovatie amateurkunst, ondersteuning amateurkunstsector, innovatie amateurkunsteducatie, bereik van kinderen en jongeren in armoede via Jeugdfonds Sport & Cultuur en toegankelijkheid artistieke opleidingen voor kinderen en jongeren, bemiddelen betaalbare ruimte amateurkunst. • Cultuur op school: verbinding binnen- en buitenschool in het primair onderwijs, cultuureducatie in het Voortgezet Onderwijs en op het vmbo, verbinden van creatieve mbo-scholen met de culturele sector en doorgaan met cultuureducatie met kwaliteit. De deelnemers zijn ook gevraagd wat er meer, beter en anders zou kunnen en om hun top drie prioriteiten mee te geven. Reflectie op de rondetafels De rondetafels leverden een breed beeld op van wat er leeft bij wijkcultuurhuizen, culturele instellingen, amateurverenigingen, informeel georganiseerde initiatieven, professionals op het gebied van cultuurparticipatie en professionals uit het sociaal domein en scholen, waarbij over de rol en de invloedsfeer van de gemeente is nagedacht.

Door de diversiteit aan tafels, verschillen in kennis en ervaring, hebben de gesprekken zowel algemene noties over cultuurparticipatie in Utrecht en de rol van de gemeente hierin opgeleverd, als ook concrete ideeën. De verantwoordelijkheid van het onderwijs, inwoners en organisaties kwamen ook aan bod. Omdat dit de ideeën weergeeft die in de stad leven, hebben we deze constateringen en observaties onderdeel gemaakt van de rapportage. Gezamenlijk zorgt dit voor een verdere inkleuring van de Kadernota, gebaseerd op de afgelopen periode, de ervaringen en de huidige (ervaren) kaders. Met opgehaalde input kan maar beperkt uitspraak worden gedaan over een eventueel aanvullend ambitieniveau. Het geeft een beeld van de issues waar organisaties en professionals tegenaan lopen en wat van belang is voor een goed uitvoeringsprogramma. Het is dus niet altijd een concrete invulling voor de gemeente, maar wat de verschillende betrokken partijen de komende tijd samen te doen hebben om cultuurparticipatie in Utrecht mogelijk te maken voor alle inwoners.

3

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

2. AANBEVELINGEN VOOR HET UITVOERINGSPROGRAMMA CULTUURPARTICIPATIE Op basis van de rondetafelgesprekken zijn er voor het uitvoeringsprogramma zowel een aantal algemene aanbevelingen geformuleerd als per programmalijn met de daarbij behorende thema’s uit de kadernota. Daarin is onderscheid te maken tussen algemene aanbevelingen (A) en aanbevelingen per programmalijn (B). De aanbevelingen zijn geprioriteerd: per (sub)kopje volgen steeds eerst à de belangrijkste aanbevelingen (met schuingedrukte uitleg), daarna de aanbevelingen die meer tijd, capaciteit of verdere verkenning vragen.

A. Algemene aanbevelingen à Bied ondersteuning bij het creëren van de randvoorwaarden voor het ontwikkelen van passend aanbod in de wijken en op scholen. Dit kan door het faciliteren van het netwerk en partnerschappen, verbindingen te maken in de stad en inzicht in het aanbod te bieden. Een eenduidig, toegankelijk overzicht van het aanbod (voor professionals en voor inwoners) helpt om hiaten op te vullen en samenwerking te bevorderen; niet alleen op gebied van cultuur, maar ook voor sport, zorg en onderwijs. à Maak aanvragen van financiering laagdrempeliger. Bijvoorbeeld door aanvragen minder schriftelijk te maken en het meer aan te laten sluiten bij de beleving van makers en inwoners. Aanvragen kunnen ook in de vorm van pitches, gesprekken of showcases. Om een divers en passend aanbod te ontwikkelen is er budget nodig voor laagdrempelig experiment. Een deel van de programmering zou bijvoorbeeld van autodidacten en grass roots bewegingen kunnen zijn. Zo blijven amateurs aangesloten en biedt de gemeente nieuwe aanbieders laagdrempelig kansen. Zorg voor één laagdrempelige ingang voor gemeentelijke budgetten. In de praktijk komen initiatieven in de wijk, op scholen en bij gezinnen op sociaal domein, welzijn, cultuur vaak al samen.

Maar de financiering komt uit aparte budgetten en dit maakt het voornamelijk voor de kleine organisaties of éénpitters lastig als er projecten op het snijvlak van meerdere domeinen worden gedaan. Verbind deze stromen zoveel mogelijk binnen de gemeente zodat de organisaties dit makkelijk weten te vinden en daar niet verstrikt in raken. Ondersteun via deze weg ook aanbieders in hun (poging tot) samenwerking met andere domeinen om zo andere doelgroepen te bereiken. De gemeente kan proactief meedenken en adviseren over financiering en over de partners of ingangen bij andere beleidsafdelingen van de gemeente. Maak flexibele financiering en vertrouwen het uitgangspunt van het uitvoeringsprogramma. Geef kwalitatieve doelstellingen zoals impact en proces een plek in de toetsing van de regelingen. Laat organisaties uitleggen welke stappen ze hebben genomen, wie daarbij betrokken zijn geweest en wie misschien wel zijn afgehaakt. Hierdoor komt de rijkheid van de inspanningen van het culturele veld beter naar voren, naast de kwantitatieve doelstellingen over bezoekers, deelnemers, cursisten, etc. Er ligt een kans in de inzichten over de ruimte en vrijheid die in de corona-periode gegeven werd/ontstaan is. Daarnaast vormt langjarige duidelijkheid over de financieringsprioriteiten een basis om een band met de doelgroepen op te bouwen. Faciliteer de onderlinge ontmoeting.

Een mooie bijvangst van de rondetafels was dat organisaties, scholen en makers elkaar tegen kwamen en ervaringen konden uitwisselen. Meet-ups voor de sector, eventueel met andere sectoren zoals onderwijs en sociaal domein, zijn een laagdrempelige manier om het netwerk te versterken en nieuwe initiatieven de ruimte te geven.

B. Aanbevelingen per programmalijn Voor onderstaande aanbevelingen houden we de beleidsdoelstellingen en thema’s uit de Kadernota Cultuurparticipatie aan. Op basis van de opgehaalde informatie kan niet op alle thema’s specifiek een

4

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

advies mee worden gegeven en een aantal thema’s zijn samengevoegd omdat de aanbevelingen samenhangen. Programmalijn 1. Cultuur in de buurt Voor programmalijn cultuur in de buurt is de beleidsdoelstelling: elke wijk in Utrecht heeft een wijkgerichte cultuurfunctie die bestaat uit een passende mix van voorzieningen, programma-activiteiten en ‘verbinders’ die vraag en aanbod op elkaar afstemmen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen: spreiding wijkgerichte culturele voorzieningen, meer culturele activiteiten in de buurt en meer verbinders in de wijk. 1. Spreiding wijkgerichte culturele voorzieningen à Maak werken vanuit de kracht van de wijk een richtlijn voor het uitvoeringsprogramma. Zodat er op specifieke behoeften kan worden ingespeeld. Betrek makers en organisaties in de wijk bij de vormgeving van deze richtlijn. Laat voorzieningen in de wijk met de wijk ontwikkelen door culturele instellingen en makers.

à Ontwikkel een wijkcultuurhuis in Utrecht Zuid en aanbod in Kanaleneiland en Overvecht. Volgens de deelnemers ontbreken in deze wijken nog voorzieningen voor een evenwichtig en gespreid aanbod voor de hele stad. Daarnaast gaven de deelnemers aan dat de organisaties en de voorzieningen die er wel zijn nog niet alle doelgroepen van inwoners worden bereikt. De drempel voor cultuurparticipatie lijkt hierdoor hoger. Dit kan vanuit de gemeente een aandachtspunt zijn bij aanvragen. Niet alle instellingen hoeven in elke wijk actief te zijn. Zet in op een gezamenlijk, stadsbreed aanbod waarbij de kracht en de kennis van een organisatie wordt benut voor een specifieke wijk of doelgroep. Dit betekent ook: niet alles voor iedereen, wel voor iedereen iets. Deze aanpak vraagt overzicht, samenwerken en afstemmen tussen organisaties zodat de spreiding en het bereik goed verdeeld is. Hierin kan de gemeente een belangrijke faciliterende en verbindende rol spelen. 2. Meer culturele activiteiten in de buurt à Creëer ruimte in het uitvoeringsprogramma voor initiatieven van inwoners. Speel met kleine voorzieningen in op de specifieke behoeften en het kleinschalig aanbod in wijken. Bouw voort op de uitkomsten van de pilot en zorg voor een goed aanspreekpunt om de wijkcultuurprojecten op gang te krijgen.

à Begin in de wijken waar de afstand van inwoners tot cultuur het grootst is. In lijn met ongelijk investeren voor gelijke kansen is hier de grootste stap te maken in (fysieke) toegankelijkheid en (fysieke) bereikbaarheid van cultuurparticipatie. Stimuleer het realiseren van het beste aanbod op de beste plek. Door culturele instellingen (uit het centrum) en wijkcultuurhuizen beter met elkaar in verbinding te brengen, komen de kennis, het aanbod en de doelgroepen beter bij elkaar. Het is niet voor alle instellingen nodig om de wijk in te gaan, maar in samenwerking met partijen uit de wijk, of vervoerspartijen, kan het beste aanbod op de beste plek worden gerealiseerd. 3. Meer verbinders in de wijk à Investeer in makers als cultuurcoaches/intermediairs. Stel middelen beschikbaar voor makelaarsfuncties, outreachmedewerkers van instellingen en cultuurcoaches/combinatiefunctionarissen van wijkcultuurhuizen. Dit helpt in de aansluiting tussen vraag en aanbod, spreiding, toegankelijkheid en betrokkenheid. De huidige combinatiefunctionarissen zijn met (te) weinig en weinig zichtbaar. Juist makers kunnen hierin een rol spelen omdat het mes dan aan twee kanten snijdt: zij maken meteen de vertaalslag naar het aanbod. Scholen bieden ook een goed startpunt als scharnierpunt in de wijk. Zij hebben contacten met jeugd, jongeren, ouders waardoor zij de toegang tot cultuur zijn.

5

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

Programmalijn 2. Cultuur in de vrije tijd Voor de programmalijn cultuur in de vrije tijd is de beleidsdoelstelling: het amateurkunst(educatie)aanbod is niet alleen goed, betaalbaar en divers, maar het heeft zich ook vernieuwd. Verspreid over de stad zijn passende activiteiten toegankelijk voor iedereen, dus ook voor kinderen en jongeren die in armoede leven en voor ouderen. De sector floreert en jonge talenten krijgen de professionele begeleiding die ze nodig hebben. Onder cultuur in de vrije tijd verstaan we ondersteuning en innovatie amateurkunst(educatie), het bereik van kinderen en jongeren in armoede, toegankelijkheid van artistieke opleidingen en bemiddelen voor betaalbare ruimte amateurkunst. Ondersteuning en innovatie van amateurkunst en amateurkunst is samengevoegd omdat dit aan de tafels in samenhang werd besproken. 1. Ondersteuning en innovatie amateurkunst(educatie) à Stimuleer tussenvormen en tijdelijke vormen voor verenigingen. Zo kunnen doelgroepen laagdrempelig kennismaken met verenigingen of kunstvormen zonder direct lid te worden of langdurig betrokken te hoeven zijn. Door middel van losse initiatieven of tijdelijke samenwerking komen ze eerder in beeld bij inwoners. Stel organisaties bijvoorbeeld in staat om (samen) met een strippenkaartsysteem te werken en stimuleer open deuren.

Cultuurparticipatie kan namelijk laagdrempeliger door online, in de buurt en in de instellingen de deuren letterlijk open te zetten tijdens evenementen, lessen, voorstellingen, etc. Dit kan passief, maar ook actief door bijvoorbeeld ouders mee te vragen, via scholen uit te nodigen of ouderen te benaderen.

à Pas de voorwaarden van de volgende regeling basissubsidie amateurkunst aan. De voorwaarden zijn nu gericht op onder meer cultuurparticipatie voor groepen, actieve leden, één locatie en met gekwalificeerde leiding. Verruim deze voorwaarden om ruimte te geven aan nieuwere vormen van cultuurparticipatie die niet gebonden zijn aan leden en locaties. Stimuleer samenwerking tussen instellingen en eenpitters, amateurs en professionals in de regelingen. Voor een amateurkoor, orkest of fanfarekorps kan samenwerking met artistieke professionals een succesfactor zijn. Activiteiten door en voor jongeren stimuleert deelname en makerschap. Het creëert bovendien ambassadeurs, zeker als daarvoor de ruimte gegeven wordt. Het uitvoeringsprogramma zou van jongeren een specifiek focuspunt kunnen maken. Naast heldere motiverende voorwaarden in het uitvoeringsprogramma kan ook het actief verbinden van partijen en het wijzen op kansen nieuwe mogelijkheden creëren. Denk met verenigingen en collectieven mee over het aantrekken van nieuwe vrijwilligers. Door te onderzoeken of juridische of praktische drempels weggenomen kunnen worden, of door bijvoorbeeld met het sociaal domein te kijken naar uitzonderingen of combinaties met werk of uitkeringen. 2. Bereik van kinderen en jongeren in armoede à Zet in op het actief bereiken van deze doelgroep door samenwerkingen met scholen en welzijnsorganisaties.

Deze organisaties hebben deze doelgroep vaak goed (of beter) in beeld waardoor ze sneller te bereiken zijn. Ook kan het helpen om het aanbod maar vooral de (fysieke) toegang laagdrempeliger te maken en ouders goed te informeren over kosten en mogelijkheden. Stimuleer ideeën om gratis aanbod mogelijk te maken. De gemeente kan hierover meedenken, drempels wegnemen of (sociale) partners en afdelingen binnen de gemeente aanspreken voor mogelijkheden. Gratis aanbod is in eerste instantie voor jeugd en jongeren in armoede van belang om mee te kunnen doen, maar zou ook voor cultuur in de buurt een interessante ontwikkeling zijn. 3. Bemiddelen betaalbare ruimte amateurkunst à Faciliteer creatiever gebruik van ruimte voor cultuurparticipatie en neem drempels daarvoor weg. Kijk binnen de gemeente samen met onder meer onderwijs, vastgoed, sociaal domein naar opties in de buitenruimte, tussenruimte, tijdelijke ruimte en gezamenlijke ruimte, zoals parkeergarages, speeltuinen, buurthuizen, scholen. Nu wordt nog te veel naar locaties gekeken waar al cultuuraanbod is. Onderzoek de combinatie van cultuurparticipatie met de locaties voor nachtcultuur die overdag niet gebruikt worden. Geef prioriteit aan een locatie voor beeldende kunst, omdat dit nu ontbreekt in de stad.

6

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

Programmalijn 3. Cultuur op school De programmalijn cultuur op school heeft als beleidsdoelstelling: op alle scholen in het primair, voortgezet en (v)mbo-onderwijs is goed cultuuronderwijs geborgd. Daarbij staan de verbinding tussen binnen- en buitenschools aanbod in het primair onderwijs, cultuureducatie in het voortgezet onderwijs, verbinden van creatieve mbo-scholen met de culturele sector en doorgaan met cultuureducatie met kwaliteit centraal. 1. Verbinding binnen- en buitenschool in het primair onderwijs à In samenwerking met de afdeling onderwijs kan de gemeente gerichter aansturen en aanspreken op het cultuuraanbod op scholen en hun rol in de keten. Daarnaast zijn er nu meerdere regelingen die beter verbonden of in elkaar geschoven kunnen worden. Kijk welke partijen wat doen (binnenschools en buitenschools) in een wijk of cluster van wijken. Voor elke school een cultuurcoördinator. Dit hoeft niet per school georganiseerd te worden, maar vervul de rol wel voor elke school. Cultuurcoördinatoren zijn goed in staat verbindingen te maken en het verschil te maken op scholen. De ervaringen van cultuurcoördinatoren bij elkaar brengen en het uitwisselen van deze ervaringen is van meerwaarde. Zet in op co-creatie tussen het onderwijs en culturele instellingen en makers.

Dan wordt de verbinding tussen onderwijs en cultuur direct vormgegeven en vormt het voor scholen meteen een leerproces over het vormgeven van cultuureducatie. Maak gebruik van de korte lijntjes van bestaande partnerschappen voor cultuureducatie. Binnen- en buitenschoolse stroomt veel logischer in elkaar door bij de sterke partnerschappen. 2. Cultuureducatie in het Voortgezet Onderwijs (VO) en op het vmbo à Faciliteer uitwisseling van medewerkers en schoolleiding die cultuureducatie op school vormgeven. Er is veel kennis op de scholen in Utrecht, maar die blijft nu veelal binnen de school zelf. De verschillen kunnen afnemen als de kennis en ervaring met het ontwikkelen van aanbod onderling gedeeld wordt. Laat scholen niet alleen in los aanbod maar ook in structurele samenwerking met (vak)mensen investeren. In combinatie met leerkrachten kan er zo een wisselwerking op gang komen die zowel de scholen als de cultuurparticipatie verder brengt. 3. Verbinden van creatieve mbo-scholen met de culturele sector à Focus op een doorstroomroute van het VO samen met de mbo- en hbo-opleidingen en de culturele sector. Het onderwijsprogramma is geen directe rol van de gemeente, maar kan wel een aandachtspunt zijn in de onderlinge overleggen en uitwerking van cultuurparticipatie.

De verschillen in de opleidingen zijn nu nog erg groot en er ontbreken schakels in de creatieve onderwijsketen in Utrecht. Onderlinge kennis over waar behoefte aan is, hoe de aansluiting gemaakt kan worden en wat de opleidingen kunnen bieden aan de sector draagt bij aan een betere in- en doorstroom van talent en versteviging van de keten van cultuureducatie en -participatie. 4. Doorgaan met cultuureducatie met kwaliteit à Bevorder cultuureducatie door de verschillende programma’s en organisaties nauwer te verbinden. Er is veel waardering voor Creatief Vermogen Utrecht en Cultuur en School Utrecht, maar het is verwarrend dat het verschillende organisaties zijn. Nauwere verbinding helpt scholen om sneller de weg te vinden naar de juiste partners. Definieer met de culturele sector het begrip kwalitatieve cultuureducatie voor Utrecht. Omdat er veel spelers zijn die een rol hebben bij cultuureducatie, helpt het de betrokken partijen om dezelfde taal te spreken. Een gezamenlijke formulering, gedragen door de gemeente, scholen en cultuuraanbieders/instellingen, die uitgaat van de ontwikkeling van creatief vermogen, helpt hierbij.

7

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

3. TRENDS EN ONTWIKKELINGEN Uit de rondetafelgesprekken komt een aantal rode draden naar voren die in lijn zijn met algemene (landelijke) trends en ontwikkelingen op het gebied van cultuurparticipatie. Deze trends en ontwikkelingen geven we als context mee bij de constateringen over Utrecht en de observaties per programmalijn. Er is een behoefte aan een breder cultuurbegrip. De huidige opvatting van cultuurparticipatie omvat meer vormen dan de (traditionele) disciplines die tot nu toe het aanbod van amateurkunst behelsden. Dit zijn kunstvormen en crossovers zoals combinaties van muziek, dans, straatkunst, graffiti, koken, dancebattles en hiphop. Cultuuractiviteiten gerelateerd aan religie en tradities hebben een plek in de samenleving en vormen meer en meer een onderdeel van cultuurparticipatie. Omdat voor deze nieuwe kunstvormen en -disciplines geen (gekwalificeerde) opleiding en/of vakdocenten bestaan, vindt leren en professionaliseren op een andere manier plaats. Cultuurparticipatie en -educatie verandert. Er vindt meer participatie plaats via niet-formeel georganiseerde losse projecten en initiatieven, op verschillende plekken, waaronder ook online. De vormen van cultuurparticipatie veranderen ook; er zijn meer crossovers tussen disciplines en met andere sectoren.

Het gaat dus niet meer om één kunstvorm of één vereniging, maar samenwerking en verbinding tussen disciplines, en (wisselende) collectieven. De grenzen tussen professionals en amateurs worden verlegd. Autodidacten en nieuwe makers die vanuit meerdere disciplines werken, komen steeds meer in beeld als professionals. Ze worden daardoor steeds vaker ingezet als docent, mentor of coach bij amateurkunst en amateurkunsteducatie. Dit staat soms op gespannen voet met criteria rond artistiek-professionaliteit die (nog) samenhangen met kunstvakopleidingen. Zonder (amateur)basis kan er geen ontwikkeling naar een (professionele) carrière plaatsvinden. Cultuurbeoefening wordt gezien als deel van je algemene ontwikkeling en kan leiden tot professionele ontwikkeling. Cultuurparticipatie is daarom een belangrijk onderdeel van de talentontwikkeling en amateurkunsten vormt (een deel) van de basis in de kunst- en cultuurketen in een stad. Het kan zorgen voor doorstroom naar creatieve opleidingen en doorgroei naar beroepskunstenaarschap. Er wordt steeds meer flexibiliteit gevraagd van cultuurorganisaties. Maatschappelijke ontwikkelingen, stijgende kosten en veranderende voorkeuren van inwoners vragen om meer flexibiliteit in het aanbod van cultuurparticipatie en educatie.

Deze gevraagde flexibiliteit komt onder andere naar voren in een breder, gecombineerd of wisselender aanbod, in mogelijkheden tot deelname aan activiteiten (in plaats van lidmaatschappen), in termijnen van vooruitplannen en op korte termijn organiseren. Met name voor verenigingen is de gevraagde flexibiliteit een bottleneck omdat zij baat hebben bij een vast ledenaantal en locatiegebruik. Culturele instellingen en organisaties zien kansen in meer sturen op proces en impact dan op resultaten. De huidige manier van aanvragen en verantwoorden geeft volgens de deelnemers te weinig rekenschap van de impact die in het voorbereidingsproces gemaakt wordt, of de impact in wijken, op scholen en in levens. Regelingen vragen vaak om concrete resultaten voor een aantal jaar. Dit sluit vaak niet meer goed aan bij de flexibiliteit die nodig is om in te springen op vragen en ontwikkelingen uit de maatschappij.

8

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

4. BEVINDINGEN EN OBSERVATIES PER PROGRAMMALIJN Cultuur in de buurt, de vrije tijd en op school In de Kadernota Cultuurparticipatie zijn drie programmalijnen opgenomen: cultuur in de buurt, cultuur in de vrije tijd en cultuur op school. Op basis van deze thema’s zijn de deelnemers uitgenodigd en kregen de gesprekken aan de rondetafels vorm. De observaties zijn langs deze lijnen uitgewerkt. 3.1 Cultuur in de buurt Er is veel aandacht voor cultuur in de buurt. Zowel in de wijken (wijkcultuurhuizen) als van instellingen in het centrum die in de wijken aan de slag zijn en willen. ‘Even buurten’ in de wijken is niet genoeg voor een inclusieve participatieketen. Er wordt een groeiende focus op de wijken vanuit de gemeente en van culturele instellingen ervaren. Deze ontwikkeling wordt positief ervaren. Overvecht, Kanaleneiland en met name Hoograven worden genoemd als wijken met minder (aansluiting op het) aanbod en geschikte locaties.2 Hier wonen veel inwoners die niet bereikt worden en zelf de stad niet (kunnen) bereiken. Aan tafel is de indruk dat grote partijen soms slechts ‘even komen buurten’ in deze wijken en (kortlopende) projecten aanbieden, maar kennis missen van de doelgroep. Er is nog te weinig aanbod met wijken voor deze wijken ontwikkeld.

(Toekomstig) aanbod voor deze wijken heeft volgens de gesprekspartners meer kans van slagen als er meer samenwerking tot stand komt met wijkpartners, inwoners en er ondersteuning voor deze partijen komt zodat een passender en inclusiever aanbod komt. Begin bij de inwoners en in de wijken, is het devies aan de tafels, ontwikkel het samen en vraag uit waar behoefte aan is. Maar er wordt ook erkend dat het helemaal open uitvragen op het gebied van cultuur lastig is voor inwoners. Ze moeten een beeld hebben van wat mogelijk is. De drempel voor cultuurparticipatie is voor een deel van de inwoners nog erg hoog. Soms wordt zelfs het aanvragen van een U-pas al als drempel ervaren, terwijl dit juist de drempels weg zou moeten nemen. Onder meer Utrechtse senioren, jongeren met een beperking en kinderen in armoede zijn gebaat bij nieuwe laagdrempelige manieren van cultuurparticipatie en meer kennis over de bestaande regelingen en mogelijkheden. 3.2 Cultuur in de vrije tijd Voor cultuur in de vrije tijd is de toegang en bereikbaarheid een belangrijkpunt. Cultuur is niet voor alle Utrechters vanzelfsprekend, ook niet als je het (bijna) kosteloos aanbiedt. Dit geldt voor zowel aanbod via scholen als rechtstreeks gericht op inwoners. Toch is er veel vraag naar cultuurparticipatie via cultuurcoaches en combinatiefunctionarissen.

Hierop kan niet volledig worden ingespeeld door een gebrek aan capaciteit voor matching en aanbod. Het aanbod is onvoldoende verspreid over de stad door een beperkte infrastructuur. Om vraag naar en aanbod van cultuurparticipatie beter bij elkaar te brengen, is er een betere infrastructuur nodig. Dit scheelt namelijk individuele zoektochten. Het gaat de deelnemers daarbij om praktische zaken als een overzicht van ruimten en van het huidige aanbod. Locaties, professionals, podia en middelen komen nu nog niet goed genoeg bij elkaar. Daarvoor is samenwerking nodig in plaats van concurrentie, zoals het nu soms wordt ervaren. Wijkcultuurhuizen weten al veel over wat er speelt en kunnen hier samen met de gemeente een start maken. Er is behoefte aan flexibiliteit en vastigheid. Dit lijkt paradoxaal. Enerzijds moet er ruimte zijn voor korte, losse initiatieven, korte termijn aanbod en kortlopend aanbod van aanbieders, omdat dit meer aansluit bij de huidige beleving van amateurkunsten. Dan neemt de vaste, langdurige betrokkenheid bij verenigingen en culturele instellingen door inwoners af. Anderzijds is er behoefte aan vaste kaders voor de lange termijn. Door deze als gemeente op te stellen, bouw en versterk je onderlinge verbindingen en gemeentebrede netwerken.

Deze netwerkvorming draagt bij aan het mogelijk maken van incidentele samenwerkingen en (amateur)kunstvormen door individuen en organisaties die nog niet direct matchen bij een subsidieaanvraag. Als je elkaar goed kent en weet te vinden, is dit beter te realiseren. 2

9

Kadernota De Kracht van Cultuur, 5.1.2 Meer culturele activiteiten in de buurt, p.31

EINDRAPPORTAGGE RONDETAFELS CULTUURPARTICIPATIE - BUREAU &MAES, AMSTERDAM, JULI 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=75a8e7f8-a577-4df9-923d-7545d84dcd0c