CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 1 februari 2022, gemeente Utrecht35.544 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er is zeer slecht zicht op de aankomende fietsers als de straat wordt uitgereden. De gemeente heeft als doel om de stad fietsvriendelijker en veiliger te maken. Met de toename van de hoeveelheid verkeer dat de Catharina van Renneslaan moet gebruiken wordt

19/29

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

het tegenovergestelde bereikt. Straten worden onveiliger en de stad onleefbaarder. Wordt dit fietspad ook meegenomen in de overwegingen?

Reactie

Het zicht op de fietsers bij de uitrit van de Catharina van Renneslaan is voldoende. De begroeiing van de naastgelegen woning beperkt het zicht minimaal. Er is naast het fietspad nog een voetpad aanwezig, waardoor het fietspad beter te zien is. Door de uitritconstructie zal de snelheid van het autoverkeer hier ook voldoende laag liggen en is de hoeveelheid zicht dus ruim voldoende. 4. Onveiliger en onleefbaarder door opstoppingen De uitgang van de Catharina van Renneslaan is ongeveer 2,9 meter breed. Dat zou dan de enige uitgang van de wijk zijn. Terwijl deze uitmondt in een bijzonder drukke straat waardoor het soms lang kan duren voor er ruimte is om de Joseph Haydnlaan op te draaien. Momenteel staat er nog een stoplicht ter hoogte van de Everard Meijsterlaan, waardoor er af en toe ruimte komt in de verkeersstroom. In de toekomstige plannen van de Westelijke Stadsboulevard komt dit stoplicht te vervallen, waardoor de doorstroming vanuit de Catharina van Renneslaan alleen maar slechter zal worden. Als dit de enige uitgang van de wijk zal worden, dan zal dit voor verkeersopstoppingen gaan zorgen. Hulpdiensten kunnen de wijk dan ook niet meer uit. Een zeer onveilige en dus onwenselijke situatie.

Is het creëren van een klein extra stuk park het waard om de rest van de wijk onveiliger en onleefbaarder te maken? De weg openhouden zou de acceptatie van de nieuwbouwplannen in de wijk ten goede komen.

Reactie

In het ontwerp van de Westelijke Stadsboulevard is er gekeken naar de oversteekbaarheid bij de Everard Meijsterlaan. Er is op dit moment in het plan meegenomen om doseerlichten aan te brengen op de Joseph Haydnlaan en Lessinglaan om de oversteekbaarheid op drukke momenten te verbeteren. Deze doseerlichten zullen er dus ook voor zorgen dat het goed mogelijk blijft om vanuit de Catherina van Renneslaan de Joseph Hayndlaan op te draaien. 5. Fietsstraat Een eenrichting-fietsstraat de wijk uit zou volgens indiener de beste oplossing zijn om problemen in de wijk te voorkomen. Deze weg zou idealiter voor de nieuwbouw langs lopen, maar achter de nieuwbouw langs zou ook een oplossing zijn om het parkaanzicht aan de voorzijde te kunnen realiseren.

Reactie

Aan de voorzijde van de Mitros ontwikkeling kan geen fietsstraat gerealiseerd worden, vanwege de stedenbouwkundige randvoorwaarden. De nieuwe woningen komen namelijk verder naar voren te staan. Om op deze plek te kunnen verdichten moet de bebouwing aansluiten op een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De bouwblokken komen in een parkachtige omgeving te staan en hebben zowel een entree aan de achter- als voorzijde. Het onttrekken van de huidige weg en deze groen inrichten maakt onderdeel uit van een integraal plan waarbij het niet mogelijk is om één aspect te wijzigen, zonder dat dit invloed heeft op het totaal. Het is niet ook niet mogelijk om de weg aan de achterzijde te realiseren, omdat dit het parkeerterrein zal zijn bij de nieuwe ontwikkeling. Er is dus geen ruimte voor een extra ontsluitingsweg voor de wijk. Daarnaast is dit vanuit verkeerstechnisch en stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk. Conclusie Op grond van deze zienswijze worden de wijzigingen aangebracht die in paragraaf Error! Reference source not found.2.1 en 2.3.2.2 zijn aangegeven.

Zienswijze 18a en 19 20

Datum Rapport

November 2021 Vaststellingsrapport

Deze zienswijzen zijn gelijkluidend. 1. Bestemmingsplan voldoet niet aan beleid De gemeente Utrecht beschrijft in haar toelichting op het bestemmingplan zaken als klimaatadaptatie, het waarborgen van een goede toegankelijkheid middels de Nationale Omgevingsvisie, Barro en Rarro, de ladder van duurzame verstedelijking en de Woonvisie Utrecht beter in balans. Naast het feit dat in de toelichting staat dat het onderhavig plangebied hieraan bijdrages levert is dit zeker niet het geval in onze ogen. In onderstaande zienswijzen wordt dit nader toegelicht.

Reactie

In onderstaande specifieke zienswijzen wordt een reactie gegeven. 2. Waterstaat – Waterkering moet aangepast worden Op de verbeelding: de WS-WK lijn (Waterstaat - Waterkering) gaat door de nieuwe gebouwen. Dat moet aangepast worden.

Reactie

In paragraaf 5.12 van het bestemmingsplan is aangegeven dat er overleg is geweest met Mitros, gemeente en Rijkswaterstaat. Hierbij zijn afspraken gemaakt over het bouwen in de zone met de dubbelbestemming WS-WK. Er is sprake van een kernzone en een beschermingszone. Alleen in de kernzone mag niet gebouwd worden. De nieuwbouw ligt buiten de kernzone. 3. Waarom deels renovatie en deels sloop? Er staan nog soortgelijke woningen als die gesloopt zijn t.b.v. dit plan die wel gerenoveerd zijn. Er zijn 20 woningen gesloopt en 54 nieuw: dus er komen maar 34 woningen bij. Waarom is daarvoor gekozen? Renovatie was veel voordeliger en in Utrecht zijn er volgens indiener ook andere plekken waar deze 34 extra woningen gebouwd kunnen worden.

Reactie

De keuze om te renoveren of voor sloop en nieuwbouw te kiezen is door Mitros als initiatiefnemer gemaakt. Omdat de woningen verouderd waren en bijvoorbeeld geen lift hadden is er op deze plek voor gekozen om een sloop en nieuwbouwplan te onderzoeken. Voor de bouwblokken in de Petristraat en Hendrika van Tussenbroeklaan zag Mitros minder kansen om te verdichten en heeft daarom voor renovatie gekozen. 4. Johan Wagenaarkade open houden en extra groen De Johan Wagenaarkade kan en moet volgens indiener gewoon open blijven ook al worden er woningen gebouwd. Waarom is dat niet gedaan? De bewoners geven dat al jaren aan. Indiener geeft verder aan dat er vanuit het rijksbeleid geen extra groen nodig is, maar kwaliteitsverbetering van groen. Er is voldoende groen aanwezig. En indiener vraagt zich af of er per saldo wel extra groen komt. Extra groen kan wellicht ook op een andere manier gerealiseerd worden, bijvoorbeeld op het binnenterrein. De parkeerplaatse op de Hendrika van Tussenbroeklaan niet realiseren en parkeerplaatsen op de Johan Wagenaarkade ter hoogte van het bouwplan langs de weg realiseren door de Johan Wagenaarkade te behouden ter hoogte van het bouwplan. Indiener begrijpt niet waarom er bestaand groen opgeofferd moet worden en bomen gekapt moeten worden en er elders nieuw groen wordt gemaakt. Het park wordt procentueel weinig vergroot. En het is al groot.

Ook als de Johan Wagenaarkade blijft bestaan. Daarnaast kan het bestaande groen opgewaardeerd worden tot een groen park. En de jeux de boules baan zou daar mooi in kunnen blijven passen. Waarom wordt dit niet gedaan? Hoeveel m2 groen is er in de bestaande situatie en hoeveel groen in de nieuwe situatie? En hoe verhoudt zich dat tot het vele groen in de directe omgeving (bestaand groen langs het kanaal, langs de H.v.Tussenbroeklaan, tuintjes, enz)?

21/29

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Reactie

Het bouwplan is een integraal ontwerp en maatwerk voor deze locatie. Het is niet mogelijk om één aspect te wijzigen zonder invloed op het geheel. De gebouwen hebben een entree aan de achterzijde én aan de parkzijde. De ontsluiting voor verkeer is op het achterterrein waardoor de bouwblokken in het park komen te staan en aansluiten op de kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte. De ontwikkeling sluit hiermee rechtstreeks aan het op het Rondje Stadseiland. Dit zijn belangrijke stedenbouwkundige voorwaarden om hier verdichting toe te staan. Zou hier een ontsluitingsweg voor de wijk voorlangs lopen dan gaan al deze kwaliteiten verloren en dus de integrale kwaliteit van het plan. Het benutten van kansen voor ruimtelijke kwaliteit door het toevoegen van groen sluit aan bij de gemeentelijk beleidsdoelstellingen en ambities op het gebied van verbeteren van de openbare ruimte, vergroenen, ruimte voor recreatie en ontmoeting, stimuleren bewegen en het reduceren van geluidsbelasting op woningen. Deze beleidsdoelstellingen en ambities zijn gericht op realiseren van een gezonde leefomgeving en spelen een belangrijke rol bij de belangenafweging die door het college is gemaakt bij het vaststellen van de bouwenvelop. Het in stand houden van de weg betekent per definitie geen verbetering van de openbare ruimte.

Een auto-ontsluiting voor de wijk langs de nieuwe woningen en dwars door een beoogd park is ruimtelijk niet inpasbaar. Het bouwplan aanpassen om deze ontsluiting alsnog in te passen heeft consequenties voor het aantal woningen en dus de financiële haalbaarheid. Ook zullen de woningen dan weer een bepaalde geluidsbelasting te voorduren krijgen, wat ook niet wenselijk is. 5. Participatie Indiener geeft aan dat de burgers niet hebben kunnen participeren bij de totstandkoming van dit plan.

Reactie

Bij het opstellen van de bouwenvelop, het ruimtelijk kader voor de ontwikkeling en uiteindelijk de onderlegger voor het bestemmingsplan, heeft participatie plaatsgevonden. In een aantal sessies met een klankbordgroep zijn omwonenden betrokken bij de planvorming. Ook de conceptbouwenvelop heeft ter visie gelegen en hebben belanghebbenden een reactie kunnen geven op de plannen. Op basis van die reacties is het plan voor de verkeerscirculatie aangepast. Ook daarop konden belanghebbenden reageren. Uiteindelijk zijn alle reacties meegenomen in de besluitvorming door het college. 6. Verkeerskundige vragen Indiener geeft aan eerder verkeerskundige vragen aan de gemeente gesteld te hebben, maar heeft hier geen antwoord op gekregen.

Reactie

Het is erg vervelend dat u eerder blijkbaar niet voldoende antwoord op uw vragen heeft gekregen. Zoals hierboven aangegeven heeft er wel participatie plaatsgevonden, waarbij de omwonenden betrokken zijn bij de planvorming en de plannen voor de verkeerscirculatie zijn aangepast. 7. Inpassing in omgeving Het aanzicht van de Johan Wagenaarkade langs het kanaal wordt compleet verstoord door drie bouwblokken. Waarom is er zo weinig rekening gehouden met inpassen van de bouwblokken in de bestaande omgeving/ woningen? Alleen de kleur wordt aangepast. Dat is veel te weinig. Het is een hele andere bouwstijl. En veel hoger. Mogelijk komen alleen de kleuren overeen. Maak het gewoon twee of 3 verdiepingen hoog. De nieuwbouw doet afbreuk aan de cultuurhistorische waarde van de wijk de Halve Maan.

Reactie

De ruimtelijke uitgangspunten voor deze ontwikkeling zijn opgenomen in de bouwenvelop. Op basis daarvan heeft de initiatiefnemer het plan verder laten uitwerken door een architect. Omdat de 22

Datum Rapport

November 2021 Vaststellingsrapport

Halve Maan een wederopbouwgebied is met cultuurhistorische waarde, is er juist veel aandacht besteed aan een goede inpassing van de nieuwbouw in het gebied. Het uiteindelijke bouwplan is getoetst aan de ruimtelijke uitgangspunten van de bouwenvelop en akkoord bevonden. Uiteindelijk heeft de Commissie Welstand en Monumenten ook een positief advies uitgebracht over het ontwerp. 8. Parkeren behouden langs Johan Wagenaarkade Volgens de voorwaardelijke verplichting voor parkeren moeten er parkeerplaatsen bijkomen ten koste van groen. Dan kun je net zo goed de Johan Wagenaarkade laten bestaan en daarlangs parkeren. Waarom is dat niet gebeurd?

Reactie

Ons beleid is dat bij nieuwbouwontwikkelingen zoveel mogelijk parkeergelegenheid moet worden gerealiseerd op eigen terrein. Op die manier kan de openbare ruimte meer gebruikt worden om te verblijven in plaats van voor het stallen van auto’s. Daarom worden alle parkeerplaatsen voor deze ontwikkeling op het achterterrein gerealiseerd. De huidige openbare parkeerplaatsen langs de Johan Wagenaarkade zijn daardoor niet meer nodig en die ruimte kan benut worden voor het verbeteren van de openbare ruimte, in dit geval een park dat aansluit op het rondje Stadseiland. 9. Bouwenvelop In het bestemmingsplan staat dat het ontwerp BP voldoet aan de bouwenvelop. Indiener geeft aan dat de reacties van omwonenden niet door B&W zijn meegenomen in de definitieve bouwenvelop. B&W heeft alleen hun ideeën gepresenteerd in plaats van de bewoners te betrekken en te laten participeren in het proces van het vaststellen van de bouwenvelop.

Reactie

De concept bouwenvelop heeft ter visie gelegen en belanghebbenden hebben de gelegenheid gekregen om reacties in te dienen. Er zijn veel reacties gekomen over de verkeersveiligheid. Naar aanleiding van deze reacties is de verkeerscirculatie aangepast en beter onderbouwd. Hiermee is tegemoet gekomen aan de bezwaren. Het aangepaste verkeerscirculatieplan heeft ook ter inzage gelegen. Hierop zij opnieuw reacties binnengekomen. De reacties zijn beoordeeld en gaven geen nieuwe aanleiding om het verkeersplan en de bouwenvelop opnieuw te wijzigen. Alle reacties die zijn ingediend op de concept bouwenvelop en daarna ook de gewijzigde verkeerscirculatie zijn opgenomen in een reactienota. Deze reactienota is samen met de bouwenvelop vastgesteld door het college en maakt daarom integraal onderdeel uit van de besluitvorming. Bewoners zijn betrokken bij de totstandkoming van de bouwenvelop en het is uiteindelijk aan het bestuur om een besluit te nemen over de bouwenvelop. 10. Aantal parkeerplaatsen De gehele parkeerbalans (zowel openbaar parkeren als op eigen terrein) is volgens indiener sectoraal bekekenen niet consistent met gemeentelijk beleid en uitgangspunten alsmede niet bezien op de gehele wijk.

Waarom worden er maar zo weinig parkeerplaatsen gerealiseerd voor de 54 nieuwe appartementen? Daarnaast ontbreekt een verkeersmatig model voor het toestaan van aan huis gebonden beroepsen bedrijfsactiviteiten. Waar zijn deze parkeerplaatsen? En wanneer zijn er metingen gedaan? Vorig jaar was er corona en eerder dan 2019 is te lang geleden; geen representatieve meting. Indiener geeft aan dat er een nieuwe meting gedaan moet worden.

Reactie

Het aantal parkeerplaatsen dat is berekend, voldoet aan het gemeentelijk beleid. Deze zijn in het verleden al getoetst en er zijn geen fouten naar voren gekomen. Sociale huurwoningen hebben een lage parkeernorm, aangezien bewoners van sociale huurwoningen over het algemeen vaak maximaal één of geen auto bezitten. Aan huis gebonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten zijn kleinschalig en trekken geen extra verkeer aan.

23/29

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

11. Groen niet mogelijk door ondergrondse infrastructuur Is de gemeente zich bewust dat aan zijde van het Amsterdam Rijnkanaal onder de Johan Wagenaarkade zich vuilwater bevind; een 110 mm waterleiding en nog meer kabels en leidingen. In het stedenbouwkundig plan (4.1.2) staat het nodige groen geprojecteerd; zoals ook op de plannen van Mitros. Kortom voor bereikbaarheid van de appartementen van hulpdiensten bij de hoofd- en neveningangen; maar ook voor bluswater en vuilwaterriool (bereikbaarheid putten) zal aan de zijde van het Amsterdam Rijnkanaal geen groen toegepast kunnen worden wegens de ondergrondse infrastructuur.

Reactie

De exacte inrichting van het groen aan de zijde van het Amsterdam Rijnkanaal wordt meegenomen in de 2e fase van de herinrichting van de Johan Wagenaarkade. Om te kunnen bepalen waar bomen komen en waar gras of plantvakken zal altijd een zogenaamde klic-melding moeten gedaan zodat de ondergrondse infra inzichtelijk wordt. Overigens is de bereikbaarheid voor hulpdiensten en bluswatervoorziening reeds beoordeeld en akkoord bevonden in de omgevingsvergunning die samen met het bestemmingsplan gecoördineerd wordt. 12. Inpassing groen niet geborgd Indiener geeft aan dat in het bestemmingsplan staat dat door de stedenbouwkundige inpassing de impact op het bestaande beeld beperkt blijft. Er is echter niet vastgelegd in de bestemming Wonen niet opgenomen dat er voldaan moet worden aan een inrichtingstekening.

Reactie

In de private overeenkomst die tussen de ontwikkelaar en de gemeente is gesloten staat omschreven dat er inrichtingstekening moet worden opgesteld. Omdat de parkzone aan de kant van het Amsterdam Rijnkanaal gemeentegrond betreft moet het inrichtingsplan worden beoordeeld door de Commissie Beheer Inrichting en Gebruik (BInG). In deze commissie zijn alle disciplines vertegenwoordigd om het inrichtingsplan inhoudelijk te beoordelen. Het inrichtingsplan voor de parkzone is inmiddels in de maak en al een keer in de BInG besproken. 13. Knip Johan Wagenaarkade De knip betreft het deel van de Johan Wagenaarkade ter hoogte van de Daphne Schippersbrug. Als deze knip er komt is er volgens indiener geen sluipverkeer meer op de Johan Wagenaarkade ter hoogte van het bouwplan. En kan de Johan Wagenaarkade gewoon openblijven. De woonstraten in de Halve Maan zuid worden niet ontlast door het opheffen van de Johan Wagenaarkade. De Catherina van Renneslaan krijgt al het uitgaande verkeer van de Halve Maan zuid te verwerken. Volgens een bijlage zelfs bijna 3200 mvt/etm in 2030. De Catherina van Renneslaan is een hele smalle straat die daar absoluut niet geschikt voor is. Een CROW berekening is hier niet van toepassing. Die bekijkt alleen maar of een straat geschikt gemaakt moet worden voor 30 of 50 km/h. En de Catherina van Renneslaan is en blijft 30 km/h.

Reactie

Het klopt dat in het rapport van Tauw een etmaalintensiteit van 2.100 voertuigen is beschreven. In dit model is wel rekening gehouden met het afsluiten van de weg ter hoogte van de bouwlocatie, maar niet met de knip die wordt gerealiseerd onder de Dafne Schippersbrug. Door deze knip zal er in plaats voor doorgaand verkeer, alleen maar bestemmingsverkeer de wijk in- en uitrijden en zal de intensiteit op de betreffende wegen lager komen te liggen. Hiernaast is er in het model van Tauw geen rekening gehouden met de uitgangspunten van Utrecht om het autogebruik te verminderen. 14. Betaald parkeren Het instellen van een betaald parkeren zone in de wijk Halve Maan zuid ligt helemaal niet voor de hand. Er zijn geen parkeerproblemen; alleen bewoners parkeren in de wijk. Waarom wordt er gesuggereerd dat er betaald parkeren ingevoerd moet worden?

24

Datum Rapport

November 2021 Vaststellingsrapport

Reactie

Er wordt niet gesuggereerd dat betaald parkeren moet worden ingevoerd, maar er wordt wel gesteld dat dit in de toekomst een mogelijkheid is. De grens van het betaald parkeren gebied is inmiddels verder opgeschoven richting de Halve Maan en de ervaring leert dat daardoor de parkeeroverlast (door gratis parkeren) opschuift. Mocht er daardoor parkeeroverlast ontstaan in de Halve Maan dan zou het invoeren van betaald parkeren een oplossing kunnen bieden. Echter, volgens de huidige beleidsregels is hiervoor altijd draagvlak onder bewoners voor nodig. Er liggen op dit moment nog geen concrete plannen om op korte termijn betaald parkeren in te voeren. 15. Bedrijven en milieuzonering In het bestemmingsplan wordt ingegaan op de afstand tot het kinderdagverblijf. Indiener geeft aan dat het bestemmingsplan alle maatschappelijke voorzieningen mogelijk maakt. De worst case situatie moet beoordeeld worden en niet alleen het feitelijke gebruik. Ook moeten andere hinderlijke geluiden meegenomen worden. Zoals het dichtslaan van portieren van voertuigen. Dit moet nog onderzocht worden. Een bestaand bedrijf moet getoetst worden aan de bestaande bedrijfsvoering. En niet aan de milieuregels van een SBI code. Daarnaast moet er naast de wettelijke grenswaarden voor geluid in het kader van een BP ontwikkeling ook getoetst worden aan andere grenswaarden voor geluid.

Onder andere de LAmax (maximale geluidniveau) die de activiteiten van het bedrijf veroorzaken en de verkeersbewegingen op het terrein van het bedrijf (= industrieterrein) zelf.

Reactie

Ook in de huidige situatie zijn er al woningen op korte afstand van het kinderdagverblijf / de peuterspeelzaal. De nieuwe bebouwing komt verder weg te liggen dan op basis van het geldende bestemmingsplan mogelijk is. De peuterspeelzaal (of andere maatschappelijke bestemming) vormt daardoor geen belemmering voor de nieuwe woningen. In de toelichting is in het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing verder gemotiveerd waarom geen overlast op de woningen te verwachten is. In het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de VNG-methode voor Bedrijven en milieuzonering, waarbij milieucategorieën en richtafstanden inzicht geven in de hinderlijkheid van bedrijven op gevoelige functies. Nedal heeft een maatbestemming, waarbij specifiek een aluminium-fabriek in de categorie 5.3 is toegestaan. Er is dan ook rekening gehouden met specifiek dit type bedrijf. Daarvoor is de maatgevende (grootste) richtafstand de afstand voor geluid waar dit bouwplan binnen ligt. Voor geur gevaar en stof is de richtafstand 200 m en kleiner. Daar ligt de ontwikkeling buiten. Aangezien de bedrijven op een gezoneerd industrieterrein liggen, is voor het bestemmingsplan de Wet geluidhinder (industrielawaai) van toepassing. Er zijn geluidberekeningen uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen overschrijding is van de voorkeursgrenswaarde.

Het geluid van de verkeersbewegingen op het Nedal-terrein is in het geluidsonderzoek meegenomen. Het LAmax is niet door het Tauw-rapport van 2019 in beeld gebracht maar wel bekend: de milieuvergunning van Nedal kent grenswaarde voor LAmax van 52 dB(A) in de dag en 50 dB(A) in de avond en nacht, bij de woontoren Rheyngaerde op 12,5 m hoogte. Deze flat staat op een afstand van 200 m van de terreingrens van Nedal vandaan. Voor een goede ruimtelijke inpassing van woonfuncties is een LAmax van ten hoogste 70/65/60 dB(A) toelaatbaar voor de dag/avond/nachtperiode. Het is niet aannemelijk dat de LAmax van Nedal ter plaatse van dit bouwplan deze grenzen zal overschrijden. 16. Geluid Aan de geluidluwe zijde spelen kinderen buiten. Schepen zijn in het akoestisch onderzoek niet juist meegenomen: schepen maken vanaf 40 Hz veel geluid. Nu wordt alleen maar gerekend vanaf 125 Hz. Ook de geluidisolatie van de gevels moeten vanaf 40 Hz doorgerekend worden. De achtergevels van de woningen worden hierdoor zwaar belast. En scheepvaart gaat dag en nacht door. Volgens indiener moet dit allemaal nog onderzocht worden. En moet er getoetst worden aan de grenswaarden voor laagfrequent geluid.

25/29

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Reactie

Er zijn geen wettelijke normen voor Scheepvaartlawaai. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het effect van het scheepvaartlawaai op de nieuwe woningen in beeld gebracht. Hieruit blijkt dat het scheepvaartgeluid op de nieuwe woningen aanvaardbaar is. Bovendien wordt er met de geluidwerking van de gevels rekening gehouden met het scheepvaartgeluid. Op pagina 127 van het akoestisch onderzoek is aangegeven dat de oktaafbanden van 31.5 Hz en 63 Hz ook zijn meegenomen, dus niet alleen vanaf 125 Hz. 17. Luchtkwaliteit Indiener geeft aan dat het onderzoek naar de luchtverontreiniging door de scheepvaart op het Amsterdam-Rijnkanaal ontbreekt.

Reactie

Vanuit de Wet milieubeheer hoeft uitsluitend in beeld gebracht te worden wat het effect van de nieuwe bestemming is op de luchtkwaliteit. Zoals uit de toelichting blijkt, dragen de nieuwe woningen NIBM (Niet in betekenende mate) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is vanuit een goede ruimtelijke ordening gekeken naar de luchtkwaliteit ter plaatse van de nieuwe woningen. De luchtkwaliteit voldoet in de omgeving van het plangebied ruimschoots aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De luchtverontreiniging van de scheepvaart maakt onderdeel uit van deze integrale luchtkwaliteit (net als verkeer en bedrijvigheid). De verwachting is dat in 2030 voldaan kan worden aan de WHO-advieswaarden. 18. Gevaarlijke situatie Petristraat Door het parkeren van auto's van kerkbezoekers is er nauwelijks door de Petristraat te komen en dat levert gevaarlijke situaties op. Bijvoorbeeld voor fietsers die in beide richtingen mogen fietsen. De Petristraat is erg nauw om te parkeren.

Reactie

Kerkgangers dienen zich ook aan de regels te houden wat betreft parkeren. Als de auto’s normaal geparkeerd staan in de Petristraat is de weg voldoende breed om doorheen te rijden. 19. Externe veiligheid Door het Amsterdam-Rijnkanaal varen schepen met gevaarlijke en ontplofbare stoffen. In grote hoeveelheden. Indiener kan zich niet voorstellen dat scheepvaart geen risico vormt voor dit bouwplan.

Reactie

Zoals in de toelichting is aangegeven is het effect van externe veiligheid op de nieuwbouw in beeld gebracht. Ook van het Amsterdam Rijnkanaal. De afstand van het plangebied bedraagt circa 70 meter tot het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal. De risico's zijn in de studie van Tauw inzichtelijk gemaakt en getoetst aan de norm- en richtwaarden. Hieruit blijkt dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6/jaar niet tot over het plangebied ligt. Het plaatsgebonden risico legt dus geen beperkingen op. In de plannen is rekening gehouden met de vrijwaringszone van het ARK, de woningbouw is buiten de vrijwaringszone gepland, hiervoor geldt dus geen aanvullende motivatieplicht. Het groepsrisico is voor zowel de huidige als de toekomstige situatie inzichtelijk gemaakt. Hieruit blijkt dat het groepsrisico van het ARK zowel in de huidige situatie als na realisatie van de plannen ruim onder de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico ligt. De plannen zorgen niet voor een aantoonbare verhoging van het groepsrisico. 20. Samenhang andere plannen Er ligt een plan ter inzage om de verkeerssituatie van de Lessinglaan en de Joseph Haydnlaan te veranderen. Door de lus die daar zou moeten komen wordt de verkeerssituatie bij de uitgang van de Catherina van Renneslaan nog onveiliger. Verkeer uit de wijk en fietsers die daar in en uit de wijk 26

Datum Rapport

November 2021 Vaststellingsrapport

komen krijgen hierdoor een nog minder overzichtelijke en gevaarlijke situatie voor hun kiezen. Hoe wordt dat opgelost?

Reactie

In het ontwerp van de Westelijke Stadsboulevard is er gekeken naar de oversteekbaarheid bij de Everard Meijsterlaan. Er is op dit moment in het plan meegenomen om doseerlichten aan te brengen op de Joseph Haydnlaan en Lessinglaan om de oversteekbaarheid op drukke momenten te verbeteren. Deze doseerlichten zullen er dus ook voor zorgen dat het goed mogelijk blijft om vanuit de Catherina van Renneslaan de Joseph Hayndlaan op te draaien 21. Afkoppelen HWA Indiener mist de bijlagen van de regeninfiltratieleiding en maakt zich zorgen of het HWA wel afgekoppeld kan worden volgens Plan gemeentelijke Watertaken. In bijlage 15 met daarin de watertoets is onvoldoende onderbouwd op welke wijze invulling gegeven wordt aan het afkoppelen van HWA; daarnaast is bij de ter visielegging een onvolledig beeld gegeven van bijlage 17 (kabels en leidingen).

Reactie

Het afkoppelen van het HWA betreft een uitvoeringsaspect wat niet in het bestemmingsplan geregeld wordt. Het is daarom ook niet nodig om technische tekeningen, zoals die van de regenwaterinfiltratieleiding op te nemen in het bestemmingsplan. Er is geen reden om aan te nemen dat het bouwplan niet afgekoppeld kan worden. Bijlage 17 is ter informatie bijgevoegd. Het is niet duidelijk waarom dit een onvolledig beeld geeft. 22. Gevaarlijke stoffen en geur KWS Volgens indiener is de geur van de KWS centrale en de uitstoot gevaarlijke stoffen hoger dan de gestelde normen. Waarom is dit niet meegenomen in de toelichting?

Reactie

Zoals bij punt 15 al is aangegeven is op basis van richtafstanden gekeken naar het effect van omliggende bedrijven op de nieuwe woningen. Hieruit blijkt dat de nieuwbouw buiten de richtafstanden van KWS is gelegen. Nader onderzoek is niet nodig. 23. Archeologie In hoofdstuk 5.13 wordt de overschrijding geschat van de verstoring archeologische waarden. Deze genoemde 627 m2 is onjuist. Zeker wanneer de nodige kabel en leidingen verlegd moeten gaan worden aan de zijde plangebied Amsterdam-Rijnkanaal. Daarnaast is ook het roeren van de gronden voor infiltratie van HWA verstorend op de archeologische waarden. Volgens indiener is dus niet juist dat de bodemverstoring onder de 1000 m2 blijft; waarbij er dus een archeologievergunning noodzakelijk is; waarvoor voorafgaand een PvE opgesteld dient te zijn. Deze gegevens ontbreken allemaal en er moet aanvullend onderzoek uitgevoerd worden.

Reactie

Op basis van de beoogde ingreep is de bodemverstoring in beeld gebracht. Hierbij is al ruim gerekend omdat de daadwerkelijke verstoring door het palenplan veel kleiner zal zijn. Samen met de andere werkzaamheden blijft de bodemverstoring onder de 1000m2. 24. Ladder duurzame verstedelijking In de toelichting heeft u het over toevoegen van 34 sociale huurwoningen. In de planregels onder Wonen laat u 54 woningen toe. U voldoet niet aan de Ladder van duurzame verstedelijking. U heeft in de planregels niet verzekerd dat de woningen voor sociale huur zijn. Na realisatie kan verkoop plaatsvinden en kunnen de woningen Ook een andere klasse terechtkomen.

27/29

Ontwikkelorganisatie Ruimte Omgevingsrecht

Reactie

Per saldo komen er 34 woningen bij. Er waren al 20 woningen op de locatie aanwezig. Daarmee komt het totaal aan woningen op de locatie op 54. Met deze extra woningen wordt voorzien in een deel van de woningbehoefte en dus voldaan aan de ladder duurzame verstedelijking. In de erfpacht overeenkomst tussen de gemeente en Mitros is vastgelegd dat de woningen enkel als sociale woningen geëxploiteerd mogen worden. Het is juridisch niet mogelijk om een soortgelijke bepaling in de planregels van het bestemmingsplan op te nemen. 25. Voorwaardelijke verplichting groen In de planregels heeft u niet middels een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat er groen gerealiseerd dient te worden. Het is mogelijk dat de gehele bestemming Groen wordt gebruikt voor fiets en voetpaden. Er is geen belemmering opgenomen voor oppervlakte van de verhardingen. Dit moet aangepast worden.

Reactie

De gemeente is zelf eigenaar van de gronden en zullen ook onderhouden worden door de gemeente. Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting is daarom niet nodig. Het is uitdrukkelijk de bedoeling hier groen toe te voegen en niet het hele gebied te bestraten. 26. Soorten dieren In de binnentuin zijn diverse soorten dieren niet uit sluiten: dit moet nog onderzocht worden.

Reactie

Er heeft ecologisch onderzoek plaatsgevonden, daarbij is ook gekeken naar het effect van de ontwikkeling op beschermde soorten in de omgeving, zoals de binnentuin. Uit het onderzoek blijkt dat er geen effect op de instandhouding van de aanwezige soorten te verwachten is. Er zal voldaan worden aan de zorgplicht en de werkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd. 27. Warmte-koude opslag Waar komen de installaties voor warmte-koude opslag? Er moet nog een onderzoek komen naar de hinder op gebouwen met een geluidgevoelige bestemming.

Reactie

De installaties voor de warmte-koude opslag komen in de individuele woningen te staan en niet op het dak. Het gaat om warmtepompen die worden verwarmd door bodemwarmte. Op het dak komen geen geluidproducerende installaties te staan. 28. Financiën Is er genoeg geld gereserveerd voor nader onderzoek, zoals bijvoorbeeld het archeologische onderzoek?

Reactie

Eventueel nader onderzoek is voor risico en rekening van de initiatiefnemer. De financiële haalbaarheid van het plan is omschreven in hoofdstuk X van het bestemmingsplan en tevens geborgd middels een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. 29. NAP Het NAP is niet aangegeven. Blijft alles wel onder 35m NAP?

Reactie

De maximale bouwhoogte ten opzichte van peil is vastgelegd in het bestemmingsplan. Het hoogste deel van het plan mag maximaal 17 meter hoog worden. Het huidige maaiveld varieert tussen de +1.70m NAP en de + 2m NAP. De hoogte blijft ruim onder de 35 m NAP. 30.

WOB-verzoek 28

Datum Rapport

November 2021 Vaststellingsrapport

Er wordt een apart WOB verzoek ingediend om informatie te krijgen over de correspondentie tussen Mitros en de gemeente.

Reactie

Deze opmerking wordt ter kennisgeving aangenomen. Conclusie Op grond van deze zienswijze worden de wijzigingen aangebracht die in paragraaf Error! Reference source not found.2.1, 2.3.2.2 en 2.3.2.3 zijn aangegeven.

29/29

1 Bestemmingsplan Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid_Toelichting.pdf

Bestemmingsplan

Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid Vastgesteld, datum volgt na vaststelling

Johan Wagenaarkade 1-10 bis, Halve Maan-Zuid

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Doelstelling

7

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.4

Geldende plannen

7

1.5

Leeswijzer

8

Hoofdstuk 2

Relevante beleidskaders

9

2.1

Rijksbeleid

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

11

2.3

Gemeentelijk

13

2.4

Conclusie

Hoofdstuk 3

9 beleid

25

Bestaande situatie

27

3.1

Inleiding

3.2

Beschrijving

3.3

Verkeer en parkeren

28

3.4

Openbare ruimte

28

3.5

Conclusie

29

Hoofdstuk 4

27 van het plangebied

Planbeschrijving

27

31

4.1

Projectbeschrijving

31

4.2

Verkeer en openbare ruimte

33

Hoofdstuk 5

Onderzoek en randvoorwaarden

39

5.1

Inleiding

39

5.2

Milieueffectrapportage

39

5.3

Bedrijven en milieuzonering

39

5.4

Geluidhinder

41

5.5

Geur

42

5.6

Externe veiligheid

42

5.7

Luchtkwaliteit

43

5.8

Explosieven

45

5.9

Bodem

45

5.10

Natuurbescherming

47

5.11

Bomen

48

5.12

Water

49

5.13

Archeologie

53

5.14

Kabels en leidingen

56

5.15

Kwaliteit van de leefomgeving

56

5.16

Gezondheid

57

5.17

Toegankelijkheid

57

5.18

Duurzaamheid

58

5.19

Conclusie

59

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

6.1

Economische

6.2

Maatschappelijke

Hoofdstuk 7

uitvoerbaarheid uitvoerbaarheid

Juridische plantoelichting

2 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

61 61 61

63

Utrecht

7.1

Inleiding

63

7.2

Opbouw regels

63

7.3

Regeling bijbehorende

7.4

Locatie specifieke

7.5

Systematiek

7.6

Artikelsgewijze

7.7

Lijst van Bedrijven functiemenging

69

7.8

Handhaving

71

bouwwerken

64

omstandigheden

65

van de bestemming Wonen

65

toelichting

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

65

3

4 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Toelichting

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

5

6 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De voormalige drie blokken duplexwoningen (bestaande uit 20 woningen) gelegen aan de Johan Wagenaarkade waren verouderd. Mitros heeft de drie blokken gesloopt en wil deze vervangen door nieuwbouw bestaande uit 54 woningen. Dit levert een bijdrage aan de verdichtingsopgave van Utrecht en hierdoor kan eveneens de voorraad sociale huurwoningen uitbreiden. Bovendien kunnen er door nieuwbouw kwalitatief betere woningen met meer comfort worden gerealiseerd. Mitros heeft veel naoorloogse appartementen zonder lift in bezit, die niet levensloopbestendig zijn. De nieuwbouw appartementen worden voorzien van een lift, waardoor oudere bewoners door kunnen stromen naar een appartement en daarmee een eengezinswoning voor een gezin kunnen achterlaten. Vanwege voorgaande redenen is voor de Johan Wagenaarkade 1-10 bis gekozen voor sloop-nieuwbouw en niet voor groot onderhoud.

1.2

Doelstelling

De hoofddoelstelling van het bestemmingsplan is de nieuwe ontwikkeling van maximaal 54 sociale huurwoningen planologisch-juridisch mogelijk maken.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied is begrensd door de Johan Wagenaarkade, de Petristraat en de Hendrika van Tussenbroeklaan. Aan de achterkant wordt het plangebied begrensd door een peuterspeelzaal, basisschool en de achtertuinen van de Petristraat en Hendrika van Tussenbroeklaan.

Afbeelding 1.1 Begrenzing plangebied

1.4

Geldende plannen

Dit bestemmingsplan vervangt voor de locatie van het plangebied het volgende bestemmingsplan. Bestemmingsplan Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten Chw Algemene regels over bouwen en gebruik

Vastgesteld door Raad 26 november 2015

Onherroepelijk 17 augustus 2016

30 november 2017

31 oktober 2018

Voor de percelen Johan Wagenaarkade 1-10 bis geldt bestemmingsplan 'Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten'. De percelen hebben de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'. Voor de drie bouwblokken geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter. Daarnaast mag er alleen gebouwd worden binnen de aangegeven bouwvlakken. Voor de percelen geldt ook de gebiedsaanduiding 'geluidzone-industrie'. Deze stelt een grens aan de totale hoeveelheid geluid die het industrieterrein in de omgeving mag veroorzaken. Op de zonegrens geldt een wettelijk voorgeschreven, maximaal toegelaten geluidsbelasting door het industrieterrein van 50 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

7

dB(A) voor de etmaalwaarde van het equivalente geluidsniveau. Een deel van het meest noordelijk gelegen bouwblok heeft ook de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie' en hiervoor gelden specifieke bouwregels. Een groot deel van het meest zuidelijke bouwblok heeft daarnaast de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-straalpad'. Dit houdt in dat er vanwege een straalverbinding in principe niet hoger mag worden gebouwd dan 35 meter ten opzichte van het NAP. De Johan Wagenaarkade heeft de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied'. Ook is hier de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie' geldig en de 'geluidzone-industrie'. Een deel van de Johan Wagenaarkade heeft de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie'. Een deel van de Johan Wagenaarkade heeft daarnaast de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-vaarweg'. Dit is een zone langs een transportroute (het Amsterdam Rijnkanaal) waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, waarin bij realisatie van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten rekening gehouden moet worden met de effecten van een plasbrand. Daarnaast moeten deze gronden vanwege nautische belangen van de vaarweg vrij gehouden worden van bebouwing en opslag. Het deel van de Hendrika van Tussenbroeklaan dat binnen het plangebied valt heeft de bestemming 'Verkeer-Verblijfsgebied' en de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie'.

Ook hiervoor geldt de 'geluidzone-industrie' en deels de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone-straalpad'. De nieuwe bouwblokken worden met een maximale bouwhoogte van 17 meter hoger dan toegestaan. Ook passen de nieuwe bouwblokken niet binnen de huidige bouwvlakken. Daarom wordt voor de ontwikkeling een nieuw bestemmingsplan gemaakt.

Afbeel ding 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten'

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat de beschrijving van de relevante beleidskaders. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de bestaande situatie. Onder andere de ruimtelijke structuur, de historische ontwikkeling van het gebied en de beschrijving van de aanwezige functies worden hier beschreven. In hoofdstuk 4, de planbeschrijving, worden de mogelijkheden die het plan biedt aan de toekomstige ontwikkelingen beschreven. De diverse noodzakelijke onderzoeken ten aanzien van bijvoorbeeld milieuaspecten komen in hoofdstuk 5 aan bod. Hoofdstuk 6 gaat in op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. In hoofdstuk 7 komt de juridische toelichting op de planregels aan bod.

8 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Nationale Omgevingsvisie (2020)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI bevat een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. De gemeente Utrecht kan vooral aan de volgende nationale belangen een bijdrage leveren: 1.

bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; 2. realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; 3. waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; 4. zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften; 5. waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem; 6. waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving; 7. beperken van klimaatverandering; 8. realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie; 9. waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); 10. waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater; 11. waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; 12. behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang; 13. verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De NOVI benoemt vier prioriteiten De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel bevorderen; zorgen voor sterke en gezonde steden en regio's; stimuleren van een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Omgevingsinclusieve benadering Centraal in de te maken belangenafwegingen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving in zijn volledige omvang (boven- en ondergrond). Hierbij wordt aangesloten bij de integrale opvatting van het begrip fysieke leefomgeving uit de Omgevingswet en wordt de noodzaak van een integrale afweging benadrukt. Het belangrijkste spanningsveld in die afwegingen is het spanningsveld tussen beschermen en ontwikkelen. Een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving houdt in, dat ontwikkeling van de leefomgeving samen gaat met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Afwegingsprincipes Beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal samen (en zijn soms onverenigbaar), maar ze kunnen elkaar ook versterken. Om dit afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik

bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

9

2.

3.

van onze ruimte. Kenmerken & identiteit van een gebied staan centraal. De optimale balans tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties.

Plangebied Dit bestemmingsplan levert een bijdrage aan de nationale belangen door een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving door middel van het realiseren en instandhouden van een goede leefomgevingskwaliteit, het waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en zorg te dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 2.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) en Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) (2012) In de Wet ruimtelijke ordening zijn de besluitmogelijkheden van gemeenten begrensd om nationale belangen te borgen of te beschermen. Wanneer namelijk nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kan een algemene maatregel van bestuur (AMvB) regels stellen over de inhoud van een bestemmingsplan. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, oftewel de AMvB Ruimte) zijn nationale belangen beschreven die om bescherming van het Rijk vragen, zoals bijvoorbeeld de 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde'. Voor deze belangen is het Rijk namelijk verantwoordelijk. Verder zijn in de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) nadere regels opgenomen voor onder andere militaire terreinen, radarverstoringsgebieden, reserveringen voor spoor en wegen en buisleidingen.

Buiten deze belangen hebben decentrale overheden, zoals de gemeente Utrecht, beleidsruimte. Plangebied Langs het Amsterdam-Rijnkanaal geldt op basis van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) een vrijwaringszone vanwege de scheepvaart. Hierbij geldt het volgende: Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone en dat een wijziging inhoudt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan, wordt rekening gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: a. b. c. d. e.

de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, e n het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg.

Op basis van de legger van Rijkswaterstaat moet de vrijwaringszone gemeten worden vanaf de rand van het Amsterdam Rijnkanaal. De vrijwaringszone heeft een breedte van 25 m (gezien de vaarklasse van CEMT-IV en hoger). De nieuwbouw ligt buiten de vrijwaringszone. 2.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (2017)

De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in 2012 vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Bro bepaalt dat overheden een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting van het bestemmingsplan moeten motiveren. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe laddersystematiek geldt. Het doel van de motivering op grond van de Ladder is een zorgvuldige afweging bij ruimtelijke besluiten die zorgt voor zuinig ruimtegebruik en tegengaan van overprogrammering en leegstand. Het besluit voldoet hiermee aan een goede ruimtelijke ordening. De toetsing aan de Ladder kan bij het opnemen van uitwerkingsplichten en wijzigingsbevoegdheden in het bestemmingsplan, doorschuiven naar de fase van de vaststelling van het uitwerkings- of wijzigingsplan. Een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt moet een motivering bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Wanneer het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied moet het bestemmingsplan een motivering bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. 1 0 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

De Ladder is kaderstellend voor alle juridisch verbindende ruimtelijke besluiten van de decentrale overheden, waaronder de bestemmingsplannen van de gemeente Utrecht. Beschrijving behoefte De behoefte is kort gezegd het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd. De Ladder bepaalt niet voor welk gebied de behoefte in beeld moet worden gebracht. De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Naast een kwantitatieve beoordeling vindt ook een kwalitatieve beoordeling plaats. Beschrijving behoefte buiten het bestaand stedelijk gebied Wanneer de beoogde ontwikkeling niet kan plaatsvinden binnen het stedelijk gebied door bijvoorbeeld het toepassen van een andere bestemming van een gebied, herstructurering van bestaande terreinen of door transformatie van bestaande gebouwen of gebieden moet een motivering worden opgenomen waarom dit niet mogelijk is. Het bestaande stedelijk gebied kan worden gedefinieerd als het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur.

De provincie Utrecht heeft in de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening de afbakening van het bestaand stedelijk gebied vastgelegd. Plangebied Het plan voldoet aan de ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening). Utrecht groeit binnen enkele decennia naar 410.000 inwoners in 2030 en naar 455.000 in 2040. Het gemeentebestuur wil de ruimte in de stad optimaal benutten voor deze groei en kiest voor inbreiding. Daarmee worden de waardevolle landschappen rondom de stad gespaard. De sloop-nieuwbouw leidt tot een optimale benutting van de ruimte in bestaand stedelijk gebied. Daarvoor is het nodig dat de kwaliteit van de openbare ruimte verbetert. Dit plan voorziet daarin; er wordt ten opzichte van de huidige situatie meer groen toegevoegd. Op grond van het huidige bestemmingsplan 'Actualisering 2015, Oog in Al en Lunetten' zijn op de locatie 20 sociale huurwoningen aanwezig. Met dit bestemmingsplan worden 54 sociale huurwoningen mogelijk gemaakt. Er is veel vraag naar sociale huurwoningen. In de gemeentelijke woonvisie uit 2019 is dat tekort berekend op bijna 60.000 woningen, waarvan 35% sociale huurwoningen. Bovendien ligt de Johan Wagenaarkade in de Utrechtse wijk West in de subwijk Oog in Al, Welgelegen. Wijk West heeft een relatief hoog aandeel koopwoningen en een laag aandeel sociale huur van corporaties.

Wanneer er enkel naar de subwijk Oog in Al, Welgelegen wordt gekeken blijkt dat het aandeel koop nog groter is en het aandeel sociale huur van corporaties nog kleiner, dan in de wijk West. In West is het aandeel van sociale huur (27%) lager dan voor Utrecht in zijn geheel (35%). In de subwijk Oog in Al, Welgelegen is het aandeel aan sociale huur met 19% een stuk lager dan gemiddeld in Utrecht (Monitor Wonen, 2021). Er is dan ook sprake van een grote behoefte aan woonruimte voor de beoogde doelgroep. Met de bouw van 34 extra sociale huurwoningen wordt hier deels in voorzien. Daarnaast worden de woningen kwalitatief goed en duurzaam gebouwd. Bovendien heeft de gemeente Utrecht de Woondeal regio Utrecht op 24 juni 2019 ondertekend samen met minister Ollogren (BZK), de provincie Utrecht en 15 andere gemeenten. Hierin wordt ook belang gehecht aan het vergroten van het aanbod van sociale huur in de regio.

2.2

Provinciaal en regionaal beleid

2.2.1

Provinciale Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening

Op 10 maart 2021 stelden Provinciale Staten de Omgevingsvisie en de Interim Omgevingsverordening vast. Beiden zijn in werking getreden op 1 april 2021. De Interim Omgevingsverordening is nodig omdat de Omgevingsverordening alleen onder de Omgevingswet in werking kan treden. Met de Interim Omgevingsverordening kunnen plannen en ambities eerder vorm gegeven worden. De Omgevingsverordening zal rond de zomer van 2021 ter inzage liggen en eind 2021 vastgesteld worden. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie er in 2050 uitziet. De Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomstige en fysieke leefomgeving. Dit is alles op, boven en onder de grond en inclusief de sociale aspecten zoals toegankelijkheid en inclusiviteit. In de Interim Omgevingsverordening staan de regels en instructieregels die daarvoor nodig zijn. Provincie Utrecht geeft bij de onderstaande 7 thema's de provinciale belangen aan die verplichtingen met zich mee brengen. Dat geeft al een doorkijk naar deze instructieregels. bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

11

Om voor te sorteren op de toekomst richt de Omgevingsvisie zich op een aantal ontwikkelingen: extra woningen die gebouwd moeten worden; toename van werkgelegenheid; toename van verkeer; energietransitie; klimaatverandering; verandering in de landbouw; versterking van natuur en recreatief groen. Provincie Utrecht vindt het daarbij belangrijk om de bestaande kwaliteiten te behouden, te versterken en in balans te laten zijn met deze ontwikkelingen. De ruimte voor ontwikkelingen is beperkt, terwijl de vraag naar ruimte groot is. Uitwerking beleid in 7 thema's De Omgevingswet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving en voor het mogelijk maken van lokale afwegingen als een veilige en gezonde leefomgeving daarbij gebaat is. Het beleid voor de gezonde en veilige leefomgeving is beschreven in 7 thema's. 1.

Stad en land gezond Dit thema gaat over milieu, gezondheid, recreatie en toerisme. Provincie Utrecht wil graag voor de woon-, werk-, en leefgebieden bereiken dat deze gezond zijn en uitnodigen tot bewegen. In en rondom steden en dorpen moeten voldoende groene gebieden zijn om te recreëren.

2.

Klimaatbestendig en waterrobuust Dit thema gaat over een duurzaam en robuust bodem- en watersysteem, een klimaatbestendige en waterveilige leefomgeving en een perspectief voor bodemdalingsgebieden. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er bescherming is tegen overstromingen, een tekort aan zoetwater of de gevolgen van extreem weer (wateroverlast en hitte).

3.

Duurzame energie Dit thema gaat over het stimuleren van energiebesparing en het opwekken van duurzame energie uit wind, zon, bodem en water.

4.

Vitale steden en dorpen Dit thema gaat over ruimte voor wonen en leven en ruimte voor werken en winkelen. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat nieuwe woningen en bedrijven vooral komen op plekken binnen de bebouwde kom. Ook is het belangrijk dat deze plekken goed bereikbaar zijn met trein, bus, tram en fiets. Prioritaire locaties voor grootschalige integrale ontwikkeling zijn onder meer Leidsche Rijn, Utrecht Centraal Station (Beurskwartier/Lombokplein en Merwedekanaalzone), Lunetten-Koningsweg en Utrecht Science Park/Rijnsweerd.

5.

Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar Dit thema gaat over een goed bereikbare provincie, ontwikkeling bij knooppunten en optimalisatie van netwerken, wegen, OV en fiets. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat er nieuwe verbindingen voor openbaar vervoer en (snel)fietspaden komen tussen de woon-, werk-, en leefgebieden. Daarbij moet er beter gebruik gemaakt worden van bestaande wegen.

6.

Levend landschap, erfgoed en cultuur Dit thema gaat over aantrekkelijke landschappen en een toegankelijke cultuur en waardevol erfgoed. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat veel mensen kunnen genieten van de landschappen, waterlinies, forten, kastelen en buitenplaatsen. Ook is belangrijk dat het cultuuraanbod (zoals festivals en musea) meegroeit met het aantal inwoners.

7.

Toekomstbestendige natuur en landbouw Dit thema gaat over een robuuste natuur met hoge biodiversiteit en een duurzame landbouw. Provincie Utrecht wil graag bereiken dat de natuur wordt beschermd en nieuwe natuurgebieden worden aangelegd die elkaar verbinden. Verder worden boeren geholpen om een omslag te maken naar kringlooplandbouw.

Alle thema's moeten in samenhang bekeken worden. Dat betekent dat niet alles overal kan. Met het uitgangspunt slim combineren en concentreren kan de groei van inwoners en bedrijven en een gezonde leefomgeving in balans blijven. Het concentreren richt zich bijvoorbeeld op het bouwen van 1 2 bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

Utrecht

nieuwe woningen dichtbij stations en in steden en dorpskernen. Op die manier blijft er op andere plekken voldoende ruimte voor bewegen, groen, water en natuur. Uitvoering In drie regio's werkt Provincie Utrecht het beleid verder uit. De samenhang tussen de thematische ambities krijgt hier aandacht. Voor Utrecht is de regio U16 van belang. In deze uitwerking gaat het over de verstedelijkingsstrategie. De verwachting is dat er tot 2040 in de regio ongeveer 99.000 tot 125.000 extra woningen nodig zijn. Na 2040 tot 2050 is er verdere ruimte voor woningbouw onder meer over ontwikkelingen langs de A12 tussen knooppunten Lunetten en Oudenrijn en het benutten van bestaande OV-knooppunten in de regio. Plangebied Dit bestemmingsplan is in lijn met doelstellingen van de Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening en levert een postieve bijdrage aan deze thematische ambities en het creëren van extra woningen in een gezonde fysieke leefomgeving met aandacht voor veel groen. Dit nieuwbouwproject past duurzame energiebronnen toe zoals warmte-koude opslag (=wko) installatie en zonnepanelen. 2.2.2

Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling (2016)

Het Beleidskader Binnenstedelijke Ontwikkeling is in 2016 vastgesteld. Vanuit de centrale missie 'Utrecht Topregio' is het hoofddoel voor binnenstedelijke ontwikkeling: 'Blijvend aantrekkelijke steden en dorpen waar het goed wonen, werken en ontmoeten is'. De drie hoofdambities voor binnenstedelijke ontwikkeling zijn: Een aanbod van stedelijke milieus passend bij de vraag. Waaronder het realiseren van een passend woningaanbod, het transformeren, revitaliseren of creëren van werklocaties en het in stand houden en creëren van aantrekkelijke centrumgebieden. Een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit. Waaronder het realiseren en versterken van een goede woonomgeving, het creëren van een aantrekkelijk vestigingsmilieu, energieneutrale nieuwbouw en een gezonde binnenstedelijke leefkwaliteit. Optimaal gebruik van de binnenstedelijke ruimte. Waaronder het realiseren van binnenstedelijke woningbouw, transformatie van bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties en beleefbaar water en groen in het stedelijk gebied. De focus bij binnenstedelijke ontwikkeling ligt op vastgoed en openbare ruimte. Van provinciale betrokkenheid bij binnenstedelijke ontwikkeling kan pas sprake zijn als een of meer van de stedelijke functies wonen, werken, winkelen aan de orde is.

Bij wonen gaat het vooral om toevoeging van woningen teneinde bij te dragen aan het wegwerken van het woningtekort, terwijl het bij werken en winkelen vooral gaat om transformeren, revitaliseren en herstructureren. Uitvoering vindt enerzijds plaats door 'verbinding in gebieden' en anderzijds door 'verbinding op thema'. Plangebied Dit bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken van extra woningen, waarmee het bijdraagt aan het wegwerken van het woningtekort in de sociale huursector. Daarnaast voorziet dit plan in het realiseren van een prettig en nieuw woonmilieu, waarbij een juiste balans ontstaat tussen verdichting, voldoende verblijfskwaliteit en groenvoorzieningen. De woningen worden duurzaam gebouwd waarmee een toekomstbestendige binnenstedelijke kwaliteit wordt gecreëerd.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Coalitieakkoord 'Utrecht ruimte voor iedereen'

Op 1 juni 2018 is het coalitieakkoord 2018-2022 'Utrecht: ruimte voor iedereen' verschenen. Het coalitieakkoord bestaat uit drie onderdelen: • Plaats voor iedereen Het eerste deel van het akkoord bevat verschillende maatregelen op het gebied van onderwijs, economie, werk, sport, welzijn, zorg en veiligheid. Samen met inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en vrijwilligers maken we van Utrecht een plaats voor iedereen. • Gezonde groei voor iedereen Het tweede deel van het akkoord bevat maatregelen over wonen, mobiliteit, nieuwe energie en een gezonde omgeving om in te leven. We vinden dat er voor iedereen ruimte moet zijn om in Utrecht te wonen en dat Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar moet blijven. Ook willen we graag koploper zijn in de verandering naar een duurzame energievoorziening en economie. bestemmingsplan "Johan Wagenaarkade 1 - 1 0 bis, Halve Maan-Zuid" (vastgesteld)

13

• De kracht van iedereen Het derde deel van het akkoord gaat over hoe we de genoemde doelen willen bereiken, samen met Utrechters en andere betrokkenen. Om te komen tot gezonde groei voor iedereen worden onder andere de volgende maatregelen genomen: samen met marktpartijen maken we vanaf het begin van deze collegeperiode afspraken over het verhogen van het tempo in gebiedsontwikkelingen in alle woningcategorieën; we streven er naar dat in 2040 in Utrecht 35% van de woningvoorraad behoort tot de sociale voorraad en 25% tot de middencategorie; bij nieuwe ontwikkelingen zijn groen, een hoogwaardige en toegankelijke openbare ruimte en circulaire bouw belangrijk. We bevorderen klimaatadaptatie bijvoorbeeld via verticale bossen (hoogbouw), groene gevels en het voorkomen van verstening; één van de manieren om ruimte te maken voor een goede openbare ruimte is meer focussen op hoogbouw; dierenwelzijn heeft onze zorg. Bij bouwen houden we rekening met stadsvogels en vleermuizen. Daarnaast hebben we oog voor het beschermen van inheemse soorten. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b49fee46-4686-405f-9c94-e0cc5b5ca01b