Agendabundel
Tekst van het document
Ondanks dat dit een risico is waar we geen directe invloed op kunnen uitoefenen en het een structureel en landelijk probleem is zijn er wel aspecten die we kunnen oppakken om er zo goed mogelijk op in te spelen. Om tekorten aan personeel en materialen tegen te gaan en de voltooiing van projecten te waarborgen kunnen we nieuwe samenwerkingsvormen bij aanbestedingen verkennen en indien nodig externe capaciteit inhuren. Ook kunnen we schaalvoordelen benutten door gezamenlijke aanbestedingen, waardoor de marktuitvraag aantrekkelijker wordt en mogelijk minder (personele en materialistische) capaciteit benodigd is. Daarnaast hebben we het
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 48
Er zijn veel verschillende partijen betrokken met uiteenlopende belangen.
Door de verschillende belangen is er een risico dat het draagvlak voor het plan ontbreekt, wat de uitvoering kan bemoeilijken.
Voorfinanciering kinderopvang In het uitvoeringsprogramma zijn een aantal projecten opgenomen waarin we, conform beleid, willen investeren in Utrechtse Kindcentra. Voor het kinderopvangdeel zijn we bereid de investering voor te financieren. De kosten hiervan moeten worden gedekt uit de huuropbrengsten van de kinderopvang.
Er zit een risico in deze voorfinanciering dat de investeringskosten niet volledig en /of kostendekkend worden terug ontvangen. De betreffende partner kan bijv. failliet gaan. Ook is het mogelijk dat huurders de hoogte van de huurprijs niet kunnen betalen.
uitvoeringsprogramma aangepast om realistisch om te gaan met de beschikbare capaciteit. Faciliteer open communicatie en samenwerking tussen alle belanghebbenden om gemeenschappelijke doelen vast te stellen. Identificeer en adresseer conflicten of knelpunten vroegtijdig om vertragingen te voorkomen. Door vooraf het goede gesprek erover te voeren, een heldere meerjarige overeenkomst op te stellen en actief in gesprek te blijven met de kindpartner wordt het risico op inkomstenderving geminimaliseerd.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 49
3. Financiën De financiën van het IHP vallen onder het begrotingsprogramma Kansrijk opgroeien, doelstelling Huisvesting scholen. In het programma komen onder de doelstelling de kapitaallasten van de investeringsopgave terug. De totale investeringsvolumes staan in de paragraaf investeringen en worden voor het totale programma Kansrijk opgroeien weergegeven. Een nadere uitsplitsing van deze investeringsvolumes naar kredieten staat in de Investeringsstaat. Investeringsopgave De totale investeringsopgave van projecten waarmee in de beschouwingsperiode 2026 – 2041 wordt gestart, gebaseerd op voorgaande uitgangspunten, is als volgt: Omschrijving investering (*1.000.000)
Fase 1
Fase 2
Fase 3
Fase 4
Totale raming
Raming projecten niveau bouwbesluit
€388,6
€164,0
€140,7
€107,8
€801,1
Opslag frisse scholen (ambitie)
€4,3
€3,2
€2,9
€2,0
€12,5
Subtotaal projecten conform nieuw normbedrag ENG (ambitie)
€392,9
€167,2
€143,9
€109,8
€813,6
€10,1
€1,6
€1,8
€1,6
€15,1
Stedenbouwkundige eisen
€23,8
€13,1
€10,5
€8,3
€55,7
Onvoorzien
€4,0
€4,0
€4,0
€5,0
€17,0
Totale geprogrammeerde uitgaven
€430,8
€185,9
€159,9
€124,7
€901,3
Fase 1 2026 – 2029, fase 2 2030 – 2033, fase 3 2034 – 2037, fase 4 2038 – einde plan
De investeringsbijdrage aan het schoolbestuur wordt in twee termijnen beschikt. Aan de start van het project worden een voorbereidingskrediet beschikt van 8% van de totale investering. Na afronding van de voorbereiding (t+3) wordt het restant beschikt (92%). Dit wijkt af van de huidige werkwijze waarin in vier termijnen het krediet wordt beschikt. Door het op deze wijze aan te vliegen worden de administratieve lasten verlicht. Er bevindt zich een aanzienlijke piek in de geprogrammeerde uitgaven van fase 1. Dit heeft te maken met het feit dat verschillende omvangrijke projecten vanuit het MPOHV zijn vertraagd, en nu pas tot uitvoering komen, tegelijk met nieuwe IHP projecten. Veelal gaat het om scholen in de nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone, Cartesius en Beurskwartier, maar ook om bijvoorbeeld de Internationale School Utrecht. Of uitvoering daadwerkelijk plaats gaat vinden conform deze programmering hangt met vele externe factoren samen. Wij monitoren de planningen elk jaar en Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 50
zullen indien nodig de programmering elk jaar bijstellen. Overigens zal de daadwerkelijke cashflow afwijken van het beschikken van bedragen. De cashflow wordt jaarlijks in beeld gebracht bij de Programmabegroting en is van invloed op de bepaling van de gemeentelijke schuldquote en solvabiliteit. De eerste herijking van dit IHP inclusief actuele cashflow informatie zal plaats gaan vinden bij de Programmabegroting 2026. Er zijn reeds projecten opgenomen waarvan we verwachten dat die onderdeel uit gaan maken van de herschikkingsopgave. Het gaat met name om scholen die minder dan 191 leerlingen hebben (op of onder de opheffingsnorm zitten) of waarvan op basis van huidige ontwikkelingen en ligging een meerwaarde lijkt te zijn om mee te doen in de herschikkingsopgave. Herschikken kost geld, maar de benodigde investeringen hiervoor zijn vooraf minder goed in te schatten. Het is ook niet zeker op welke wijze de herschikking tot stand gaat komen in de praktijk. Daarom is er wel voor elk schoolgebouw apart een investering geraamd, zodat er budget beschikbaar is om in te spelen op de noodzakelijke en breed gedragen herschikking. Indien de herschikking niet door gaat, is het budget nodig voor renovatie / vervanging van de huidige gebouwen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 51
Budget De normvergoeding is berekend en gebaseerd op nieuw te bouwen projecten en niet renovatie van bestaand vastgoed. Dit betekent dat naar verwachting in alle gevallen het budget toereikend zal zijn om de projecten uit te kunnen voeren. Maar dat betekent ook dat er blijvend zorgvuldig moet wordt gekeken naar wat er per project daadwerkelijk nodig is en waar het voor ‘minder’ kan. Voor de gymzalen geldt dit ook. Er wordt gerekend met een vast investeringsbedrag voor een nieuw te bouwen gymzaal op basis van de adviezen KVLO 2019, welke als uitgangspunt zijn genomen voor de berekeningen door het extern bureau is. Dit gaat uit van een gymzaal met 647 m2 Brute Vloeroppervlakte (BVO). In het UVP zijn ook gymzalen opgenomen die in het verleden niet op basis van de KVLO-normen zijn gerealiseerd. Naar verwachting zal in die gevallen een lagere investering nodig zijn en niet de volledige normvergoeding (obv nieuwbouw) van toepassing zijn. Voor beide gevallen geldt dat maatwerk het devies is. We moeten immers te allen tijde zuinig en zorgvuldig met publieke middelen om gaan. Recht op uitvoering van het project Het IHP is een beleidsdocument waarin we gezamenlijke afspraken vastleggen met de schoolbesturen. Op deze wijze is meerjarig duidelijk welke scholen wanneer aan de beurt komen.
Het UVP is gedeeld en afgestemd met hen, zodat we ook daadwerkelijk planmatig met elkaar de komende jaren aan de slag gaan. De schoolbesturen mogen er van uitgaan dat het project in of rondom dat jaartal wordt gestart, maar er kunnen onvoorziene ontwikkelingen optreden die maakt dat de uitvoering van een project vertraagt of dat het project helemaal niet doorgaat. Bij de actualisaties en in nadrukkelijk overleg tussen de schoolbesturen en de gemeente wordt hier dan over gesproken. Met de schoolbesturen is het proces gedeeld over de totstandkoming van de nieuwe normbedragen. Zoals hiervoor beschreven zijn de berekeningen gebaseerd op normen en verwachtingen. Schoolbesturen krijgen op basis daarvan de investeringen beschikt. Als het project daadwerkelijk wordt aangevangen, wordt concreet gemaakt hoeveel de renovatie, uitbreiding of nieuwbouw gaat kosten. Dan wordt de vergelijking gemaakt met wat er beschikbaar is op basis van het normbedrag en worden er afspraken gemaakt over de verdere financiële afhandeling. Uitbetalingen vinden plaats op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. Tevens zijn er projecten opgenomen die nodig zijn ter dekking van de herschikkingsopgave, zoals elders toegelicht in deze beleidsnota. Deze zullen in eerste instantie niet worden beschikt voor het schoolgebouw zelf, maar voor de gewenste herschikking.
Het UVP is opgenomen als indicatie voor de planning voor het schoolbestuur. Het financiële aspect wordt pas definitief als het project wordt aangevangen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 52
Dekking en saldo De financiële dekking die beschikbaar is voor bovengenoemde investeringsopgave ziet er als volgt uit: Omschrijving dekking (*1.000.000)
Bedrag
Dekking doorloop MPOHV projecten
€293,6
Investeringsruimte kapitaallastenbudget OHV Reserve MPOHV*
€189,8
Budget programma Sport
€9,2
Budget Voorjaarsnota 2024
€247,2
Extra huuropbrengsten zorg/kinderopvang
€6,9
ENG budget (energieneutraal)
€8,4
Subtotaal dekkingen
€762,5
Totale uitgaven
€901,3
Tekort
€138,8
€7,4
*) De reserve MPOHV zal hernoemd worden naar reserve MPOHV / IHP
Dit betekent dat voor de uitvoering van het gehele plan ad € 901,3 miljoen, er nog € 138,8 miljoen aan financiële dekking ontbreekt. In de eerste jaren is er voldoende dekking beschikbaar, het tekort fluctueert tussen de jaren en ontstaat met name vanaf het jaar 2035. Planningsoptimisme
Bij de omrekening naar kapitaallasten houden we rekening met planningsoptimisme. In de afgelopen jaren is vaak gebleken dat geraamde investeringen op een later moment tot uitvoering kwamen dan geprogrammeerd. Ook al is de insteek om zo reëel mogelijk te ramen, enige mate van discrepantie hiertussen is niet geheel te voorkomen. Daarom gaan we ervan uit dat elke geprogrammeerde investering pas drie jaar later tot een benodigde kapitaallast zal leiden. Het gevolg hiervan is dat we er vanuit gaan dat er pas vanaf 2038 budget tekort ontstaat om het plan in deze vorm geheel uit te kunnen voeren. De kapitaallast horend bij het investeringstekort ad € 138,8 miljoen bedraagt € 5,1 mln structureel, bij het huidige rekenrentepercentage van 2%. Er wordt verwacht dat de ontwikkeling van de omslagrente langzaam zal toenemen naar circa 3,5% vanaf 2040. Belangrijk om te realiseren is dat het plan opgesteld is met de kennis van nu, en hoe verder in de toekomst we kijken hoe minder zeker het wordt dat de uitgaven zich exact zo zullen voordoen als nu opgenomen. In dit IHP hebben we uitbreidingsinvesteringen tot en met 2043 opgenomen in de programmering. Die programmering van uitbreidingsinvesteringen sluit aan bij de bevolkingsprognose voor de stad. Als de daadwerkelijke bevolkingsontwikkeling significant afwijkt van de prognoses zal aanpassing nodig zijn van de programmering.
En dat zal doorwerken in de kosten en de benodigde dekking. Dekking
Voor de uitbreidingsinvesteringen die in dit IHP zijn opgenomen is de dekking nog niet volledig beschikbaar. Voor de periode 2035 – 2044 is nog € 58,8 miljoen extra nodig voor uitbreidingsinvesteringen. Daarvoor doen we te zijner tijd een beroep op de groeimiddelen. Dit betreft o.a. de extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb die voortkomen uit groei van de stad. De middelen hiervoor ontvangt de gemeente in de toekomst via het gemeentefonds, en kunnen nu nog niet aan de
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 53
begroting van programma Onderwijs worden toegevoegd. Zij maken daarom nog geen onderdeel uit van de dekking, terwijl de uitgaven wel meegenomen zijn in de programmering. Behalve voor de uitbreidingsinvesteringen is er in de periode 2035 – 2044 ook extra budget nodig voor vervangende nieuwbouw en renovatie. Met de kennis van vandaag voorzien we daar een tekort van € 80 miljoen. Voorafgaand aan de start van de coalitieperiode 2034 – 2038 zal hiervoor een (structurele) oplossing gevonden moeten worden, voor zover wij nu kunnen overzien. Afhankelijk van bijstellingen die jaarlijks plaats zullen vinden is het uitgangspunt dat het tekort, uitgezonderd het uitbreidingsdeel, zoveel mogelijk binnen het IHP zelf opgevangen wordt. Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden maakt onderdeel uit van de integrale afweging bij een toekomstige Voorjaarsnota. En mogelijk wordt tegen die tijd opnieuw afgewogen of de bovenwettelijke ambities Frisse scholen klasse B en ENG nog steeds toegepast kunnen blijven worden. Bij de Voorjaarsnota 2024 is er geen indexatie op het kapitaallastenbudget doorgevoerd. Het is nodig om dat vanaf begroting 2026 wel weer te doen. Zonder deze indexatie zal het tekort jaarlijks oplopen met tientallen miljoenen, aangezien de uitgaven nu op prijspeil 2025 zijn weergegeven en jaarlijks zullen worden geïndexeerd naar een volgend prijspeil.
De indexatie is zowel nodig op budgetten die al in programma Onderwijs (Kansrijk opgroeien) zitten als op eerder in een Voorjaarsnota toegekende budgetten aan Onderwijs die meerjarig oplopen en gereserveerd staan in het Meerjarig begrotingssysteem LIAS. Alle investeringen die in deze paragraaf worden beschreven hebben betrekking op beide subdoelstellingen. Elk project voeren we namelijk uit om vast te kunnen houden aan de toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen en alle projecten moeten ervoor zorgen dat we schoolgebouwen en gymzalen kwalitatief goed zijn. Er is daarom geen onderscheid gemaakt in de investeringen, welk project aan welke doelstelling bijdraagt. Financiële tabel over periode fase 1 (alle uitgaven binnen de doelstelling ‘Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is’):
Investeringen (in €'000) Raming projecten niveau bouwbesluit
Structureel 2029 jaarbedrag
2026
2027
2028
203.945
55.051
114.681
14.929
870
963
2.212
284
204.815
56.015
116.892
15.214
ENG (ambitie)
4.332
2.027
3.407
284
Stedenbouwkundige eisen
8.613
4.349
9.882
920
Onvoorzien
1.000
1.000
1.000
1.000
218.760
63.391
31.181
17.418
Opslag frisse scholen (ambitie) Subtotaal projecten conform nieuw normbedrag
Totaal benodigd investeringsbudget
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 54
Kapitaallasten (in €'000) Raming projecten niveau bouwbesluit
2026
2027
2028
Structureel 2029 jaarbedrag 7.455
7.455
32
32
7.487
7.487
ENG (ambitie)
158
158
Stedenbouwkundige eisen
315
315
Onvoorzien
37
37
Totaal benodigd kapitaallasten budget
7.997
7.997
Kapitaallasten reeds in begroting gedekt Programma Onderwijs (Kansrijk opgroeien)
6.230
6.230
336
336
......
0
0
......
0
0
Reeds in begroting gedekt (B)
6.566
6.566
Bijdragen van derden (C)
1.431
1.431
0
0
Opslag frisse scholen (ambitie) Subtotaal projecten conform nieuw normbedrag
Programma Sport
Nog niet gedekte kosten (A-B-C) 1
0
0
0
1 Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden maakt onderdeel uit van de integrale
afweging voorafgaand aan de Voorjaarsnota
Bovengenoemde bedragen betreffen de structurele kapitaallasten vanaf 2029 horend bij de investeringsopgave in jaar 2026, uitgaande van planningsoptimisme waarbij pas drie jaar na programmering van de uitgave de daadwerkelijke uitgave plaats zal vinden. Normbedragen Gezien de ontwikkelingen in de markt (de prijs- en bouwkostenstijgingen), waardoor projecten alleen financieel uitvoerbaar zijn met een budget bovenop het huidige normbedrag (zoals opgenomen in de huidige verordening), is het normbedrag geactualiseerd door een gespecialiseerd extern bureau. Bij het opstellen van dit geactualiseerde normbedrag is specifiek rekening gehouden met de Utrechtse praktijk. Zo is er onder meer gebruik gemaakt van ervaringscijfers van referentiegebouwen en recent opgeleverde projecten. Voor elk project hanteren we het geactualiseerde normbedrag, gebaseerd op het Besluit bouwwerken leefomgeving, aangevuld met eisen voor UST (Utrecht Standaard Toegankelijk). Daarnaast hanteren we de sectorale norm Frisse scholen klasse B (met uitzondering van energie en licht). Voor netcongestie is een apart budget gereserveerd buiten het IHP om, waarvoor in lopende projecten een beroep op gedaan kan worden.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 55
4. Voortgang en verantwoording a. Beleidsnota en uitvoeringsprogramma Sturing Wij verantwoorden over de beleidsnota onderwijshuisvesting om grip te houden op de beleidsmatige doelstellingen. Om deze grip te versterken, richten we ons op drie belangrijke aspecten: minder rapporteren, hoogwaardiger rapporteren en sturingsmomenten. Het IHP onderwijs bestaat uit de beleidsnota (vast te stellen door de raad) en een uitvoeringsprogramma (vast te stellen door het college). Om de doelmatigheid concreet te maken, wordt het IHP onderwijs vastgesteld voor een periode van vier jaar, met een vooruitblik van twaalf jaar daarna. In totaal bestrijkt het plan dus zestien jaar. Elke vier jaar kan het IHP onderwijs worden aangescherpt of aangepast, maar het is wel belangrijk dat er consistent beleid wordt gevoerd. Deze beleidsnota geeft de lange termijn visie op de onderwijshuisvestingsbehoefte weer. De uitwerking van de beleidsnota onderwijshuisvesting is vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma is de verantwoordelijkheid van het college en daarmee ter informatie toegevoegd aan de beleidsnota. Het jaarlijkse huisvestingsprogramma (HVP) wordt gebaseerd op het uitvoeringsprogramma en geeft per kalenderjaar de toegekende voorzieningen weer inclusief het bijbehorende bedrag. Dit HVP wordt jaarlijks door het college vastgesteld, zie het figuur hieronder.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 56
Figuur 1 de momenten van besluitvorming door de raad
Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma (UVP) maakt concreet op welke wijze er invulling wordt gegeven aan de in de beleidsnota vastgestelde doelstellingen. Het UVP biedt daarmee de grondslag voor de huisvestingsaanvragen voor nieuwbouw/uitbreiding/renovatie. De financiële consequenties van het uitvoeringsprogramma zijn (en worden in de toekomst) verwerkt in de programmabegroting en de financiële uitgangspunten zijn bepaald op basis van de meest actuele gegevens. De uitvoering heeft invloed op de aangegeven effect-indicatoren. Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op de meest actuele gegevens en deze gegevens kunnen gedurende de uitvoering wijzigen. Het college ontvangt daarom één keer per jaar een geactualiseerd uitvoeringsprogramma. De terugkoppeling aan het college loopt parallel aan het proces van de programmabegroting, omdat er mogelijk (zoals hierboven beschreven) nog financiële consequenties in de programmabegroting en/of tweede bestuursrapportage verwerkt moeten worden. Het geactualiseerde uitvoeringsprogramma zal met de raad gedeeld worden middels een raadsbrief. Dat betreft een nadere specificatie van de beknopte toelichting in de documenten van de begrotingscyclus. Indien noodzakelijk vindt er een tussentijdse actualisatie plaats als er financiële consequenties doorgevoerd worden in de eerste bestuursrapportage.
Daarnaast wordt er een kwartaalbrief opgesteld, waarin mijlpalen, moties en toezeggingen worden besproken. Eén keer in de vier jaar komt er een integrale inhoudelijke verantwoording, die ook als evaluatie dient voor de nieuwe beleidsperiode. Hiermee vervalt de huidige jaarlijkse voortgangsrapportage, waardoor de focus verschuift naar structurele verantwoording en bijsturing op cruciale momenten. Beleidsnota De beleidsnota zal, mede op basis van de verwachte wetswijziging, elke vier jaar worden geactualiseerd. Hierin zal worden teruggekeken, maar vooral weer worden vooruit gekeken. Mutaties in beleidsuitgangspunten zullen dan worden voorgesteld op basis van een integrale terugblik. Dit wordt voorgelegd aan de raad ter besluitvorming. Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 57
Indien er eerder relevante beleidsmatige wijzigingen gaan spelen, zal de raad hierbij worden betrokken via de begrotingscyclus of separate besluitvorming. Document
Periode
Datum
Inhoud
Noodzaak
Doel
P&C cyclus
1 juni
Standaard
Informeren
Ja
Optioneel
besluiten
Ja
Standaard
besluiten
Ja
Uitvoeringsprogramma Voorjaarsnota
T+1
Programmabegroting
T+1
1 okt
(geactualiseerd) Uitvoeringsprogramma Afwijkingen van het gestelde beleid (geactualiseerd) UVP
1e bestuursrapportage 2e bestuursrapportage Kwartaalbrief
T
1 juni
(geactualiseerd) UVP
Optioneel
besluiten
Ja
T
1 okt
Geactualiseerd UVP
Optioneel
besluiten
Ja
T
Mijlpalen projecten/ moties en toezeggingen
Optioneel
Informeren
Nee
Evaluatie
T-1/4
Standaard
Informeren
Nee
IHP onderwijs
T+1/4
Standaard
Besluiten
Nee
2e bestuursrapportage Jaarstukken
T
1 okt
Inhoudelijke verantwoording/ evaluatie Aanscherpen/ aanpassen IHP onderwijs Effect-indicatoren
Optioneel
Besluiten
Ja
T-1
1 juni
Effect-indicatoren
Standaard
Besluiten
Ja
Beleidsnota
Het IHP onderwijs bestaat uit twee documenten. Elk document volgt zijn eigen route en heeft zijn eigen tijdsperiode. Niet elk P&C product zal hoeven te worden gebruikt, dit ligt aan de mate van door te voeren aanpassingen. N.B.
Bij T - 1/4 wordt bedoeld dat er 1 tot 4 jaar wordt teruggekeken. Bij T+ 1/4 wordt bedoeld dat er 1 tot 4 jaar wordt vooruitgekeken.
Mogelijkheden sturing raad: • Bij de integrale inhoudelijke verantwoording/ evaluatie van de beleidsnota iedere vier jaar over de voorgaande periode via een raadsbrief. • Via een raadsvoorstel bij de herijking van de beleidsnota over de daaropvolgende vier jaar. • Bij de besluitvorming via de P&C cyclus. • Bij de jaarlijks actualisatie van het uitvoeringsprogramma: o financieel via de VJN en / of programmabegroting; o schriftelijke toelichting via een raadsbrief. • Via de kwartaal raadsbrief over mijlpalen van projecten, moties en toezeggingen.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 58
b. Huisvestingsprogramma Deze beleidsnota geeft de lange termijn visie op de onderwijshuisvestingsbehoefte weer en vervangt niet de verordening, maar biedt de grondslag voor de huisvestingsaanvragen voor nieuwbouw/uitbreiding/renovatie via het jaarlijks huisvestingsprogramma. Het huisvestingsprogramma komt voort uit het uitvoeringsprogramma en geeft per kalenderjaar de toegekende voorzieningen weer inclusief het bijbehorende bedrag. Dit wordt jaarlijks door het college vastgesteld. De investeringskredieten worden op basis van het (geactualiseerde) uitvoeringsprogramma met het vaststellen van de programmabegroting vrijgegeven (= beslispunt). Zij worden hiermee nog niet ter beschikking aan de schoolbesturen gesteld. In de onderwijswetten is geregeld dat schoolbesturen hiervoor een huisvestingsaanvraag bij de gemeente moeten indienen. De huisvestingsaanvraag wordt getoetst op de bepalingen uit het IHP onderwijs en de verordening (VVHO). Bij een positieve beoordeling ontvangt het schoolbestuur een beschikking. Tegen dit besluit kan het schoolbestuur bezwaar maken. Met het schoolbestuur worden afspraken gemaakt op welke wijze er invulling gegeven wordt aan de voorziening. Het uitgangspunt van de beschikking is dat er redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting en de middelen binnen afzienbare tijd besteed worden.
Gelet op de doorlooptijd van de projecten en de mogelijke wijzigingen, kan het noodzakelijk zijn om de beschikking te splitsen in de voorbereiding en de realisatie van het project.
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 59
D.
Bijlagen
Sectie 4.01
Afkortingenlijst
Afkorting
Staat voor
BBL
Besluit bouwwerken leefomgeving
BENG
Bijna Energieneutraal
BSO
Buitenschoolse Opvang
BVO
Bruto Vloeroppervlak
ENG
Energieneutraal
HVP
Huisvestingsprogramma
IHP
Integraal Huisvestingsplan
IKC
Integraal Kindcentrum
KVLO
Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding
LEA
Lokaal Educatieve Agenda
MFA
Multifunctionele Accommodatie
MJOP
Meerjarenonderhoudsplan
MPOHV
Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting
MPR
Meerjaren Perspectief Ruimte
OCW
Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
PO
Primair Onderwijs
RSU
Ruimtelijke Strategie Utrecht
S(V)O
Speciaal (voortgezet) Onderwijs
SBO
Speciaal Basisonderwijs
SES
Sociaal Economische Status
THV
Tijdelijke huisvesting
UK
Utrechts Kindcentrum
UOA
Utrechtse Onderwijsagenda
UST
Utrecht Standaard Toegankelijk
UVP
Uitvoeringsprogramma
VE
Voorschoolse Educatie
VGU
Vastgoedorganisatie Utrecht
VO
Voortgezet Onderwijs
WEC
Wet op de Expertisecentra
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 60
WMO
Wet maatschappelijke ondersteuning
WPO
Wet op het Primair Onderwijs
WVO
Wet op het Voortgezet Onderwijs
Sectie 4.02
Overzicht projecten (uitvoeringsprogramma)
Sectie 4.03
Wijkportretten/profielen
Sectie 4.04
Adviezen themateams Duurzaamheid en Flexibele huisvesting
Beleidsnota Onderwijshuisvesting 2026-2041 - 61
Voorstel aan de gemeenteraad
Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim
Onderwijs Vastgoedorganisatie Utrecht Sophie Nauwelaerts de Agé 12845476 volgt Ja Nee
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 met de volgende ambitie/ doelstellingen/ uitgangspunten vast te stellen: a. Ambitie: Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is. b. Doelstellingen: i) Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. ii) Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. c. Uitgangspunten: i) Ongelijk investeren voor gelijke kansen ii) Duurzame scholen iii) Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad iv) Inclusief onderwijs v) Flexibele huisvesting 2. In de programmabegroting 2026 bij doelstelling 2 ‘Huisvesting scholen’ uit het programma Kansrijk opgroeien, de daarbij behorende effectindicatoren te vervangen, zoals beschreven in de Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041.
Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
Samenvatting Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs bestaat uit deze beleidsnota onderwijshuisvesting en een uitvoeringsprogramma. Met het IHP geeft de gemeente samen met schoolbesturen invulling aan de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting en de gezamenlijke wens om voor alle Utrechtse leerlingen moderne en toekomstbestendige huisvesting te realiseren. Het gaat hierbij om huisvesting van scholen in het primair onderwijs (PO), voortgezet onderwijs (VO) en (voortgezet) speciaal onderwijs (V)SO en gymzalen ten behoeve van het bewegingsonderwijs.
Context Aanleiding Het huidige Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting (MPOHV) loopt af in 2025, daarom stellen we het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs op voor de periode 2026-2041. Het IHP onderwijs bestaat uit de beleidsnota onderwijshuisvesting en het uitvoeringsprogramma onderwijshuisvesting. Met de beleidsnota geven we richting aan hoe we nieuwe Utrechtse scholen willen bouwen. Dit is vertaald naar een uitvoeringsprogramma, zodat er komende zestien jaar scholen ge- en verbouwd kunnen worden. Dit plan sluit aan op de ambities en de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting. Juridische context De gemeente Utrecht werkt al jarenlang met een meerjarig huisvestingsplan onderwijs. Het voorliggende plan is het derde plan dat meerjarig wordt vastgesteld, omdat het huidige MPOHV afloopt na 2025. Het is echter tot op heden geen juridische verplichting om een dergelijk meerjarenplan te hebben, maar gezien de huidige werkwijze past dit uiteraard wel bij de Utrechtse werkwijze en het daardoor zijn van een betrouwbare overheid. Het ministerie van OCW werkt echter al wel enkele jaren aan een wetswijziging op het gebied van onderwijshuisvesting, de wet ‘planmatige aanpak onderwijshuisvesting’. Daarin worden gemeenten in de nabije toekomst verplicht om een meerjarig IHP onderwijs vast te stellen.
In de wet wordt bij een IHP onderwijs geen onderscheid gemaakt tussen een beleidsnota en een uitvoeringsprogramma, terwijl in Utrecht dit onderscheid wel wordt gemaakt volgens de DUS methode. Daarom is er een beleidsnota opgesteld, welke vervolgens alvast is vertaald in een uitvoeringsprogramma. Kaderstellende documenten zoals de beleidsnota moeten vastgesteld worden door de gemeenteraad. Ook op grond van de huidige wetgeving dient de gemeenteraad deze beleidsnota vast te stellen. Wij kwalificeren de beleidsnota daarmee als een IHP, onder het nieuwe wetsvoorstel. Het voornaamste doel van de beoogde wetswijziging is om schoolbesturen en gemeente meer planmatig met elkaar te laten samenwerken bij investeringen in schoolgebouwen. In de beleidsnota wordt nader ingegaan op de wettelijke verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting (zie hoofdstuk kaders). Daarin wordt aangegeven dat de gemeente moet zorgen voor voldoende onderwijsoppervlakte en de schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor beheer en exploitatie van de schoolgebouwen. Dit samenspel maakt het ook des te noodzakelijker om meerjarige afspraken met elkaar te maken. Hiermee kunnen de partijen meerjarige vooruitkijken en programmeren, op basis van zoveel mogelijk zekerheid en duidelijkheid en met zo min mogelijk tussentijdse verrassingen.
Beslistermijn Om de beoordeling van de aanvragen voor het HVP 2026 op basis van een vastgestelde beleidsnota te laten plaatsvinden, moet de beleidsnota uiterlijk in mei 2025 van kracht zijn. Dit betekent dat het plan uiterlijk 1 april 2025 vastgesteld moet zijn, rekening houdend met de mogelijkheid referendum voor een periode van 5 weken. Beoogd effect Met het IHP onderwijs beogen we voor de periode 2026 –2041 voldoende onderwijscapaciteit te realiseren zodat alle Utrechtse leerlingen gebruik kunnen maken van moderne en toekomstbestendige schoolgebouwen en gymzalen.
2
Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Raadsvoorstel Meerjarenperspectief onderwijshuisvesting 2016-2025 - Raadsvoorstel Verordening onderwijshuisvesting - Raadsvoorstel Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; RSU 2040 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs Q1-2023 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs Q2-2023 - Raadsbrief Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting 2023 - Raadsbrief kwartaalbrief onderwijs 4e kwartaal 2023 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 1e kwartaal 2024 - Raadsvoorstel Utrechtse Onderwijs Agenda 2024-2027 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs 2e kwartaal 2024 - Raadsbrief Integraal huisvestingsplan onderwijs 2026-2041 - Raadsbrief Voortgangsrapportage onderwijshuisvesting 2024 - Raadsbrief Kwartaalbrief onderwijs derde kwartaal 2024
Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1
De Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 met de volgende ambitie/ doelstellingen/uitgangspunten vast te stellen: a. Ambitie: Moderne en toekomstbestendige huisvesting van scholen, die voldoende passend en duurzaam is. b. Doelstellingen: i) Een toereikende capaciteit aan schoolgebouwen en gymzalen. ii) Kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. c. Uitgangspunten i) Ongelijk investeren voor gelijke kansen ii) Duurzame scholen iii) Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad iv) Inclusief onderwijs v) Flexibele huisvesting
Argumenten 1.1
Dit beleid geeft invulling aan onze wettelijke taak en ambitie om voldoende goede onderwijshuisvesting te realiseren. We maken met schoolbesturen op basis van de beleidsnota onderwijshuisvesting lange termijn afspraken om een planmatige, duurzame en toekomstgerichte aanpak van onderwijshuisvesting mogelijk te maken. Hiermee voldoen we aan onze wettelijke taak en zorgen we voor voldoende kwalitatief goede schoolgebouwen en gymzalen. Deze plannen worden in het uitvoeringsprogramma door het college van B&W uitgewerkt. Op dit moment houden we rekening met financiële middelen voor: Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL)(wettelijk), Utrecht Standaard Toegankelijk (UST), frisse scholen klasse B, stedenbouwkundige eisen en energieneutraal bouwen (ENG) (bovenwettelijk).
1.2
Dit beleid geeft invulling aan een aantal vastgestelde moties. Zoals we ook hebben beschreven in de Raadsbrief Integraal huisvestingsplan onderwijs 2026-2041 zijn in de nota diverse moties verwerkt. We sluiten middels het uitgangspunt ongelijk investeren voor gelijke kansen aan bij de motie M2024/29 “Zet ook in op het bevorderen van kansengelijkheid in het afwegingskader bij Onderwijshuisvesting”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’. Op basis van de scheidslijnenmonitor brengen we prioritering aan in de programmering. Dit betekent dat een ruime meerderheid van de scholen uit de kwetsbare buurten 3
volgens de scheidslijnenmonitor in de eerste periode van het IHP aan bod komen. We sluiten middels het uitgangspunt ‘Samenwerking tussen scholen en 10 minuten stad’ aan bij de motie M2024/26 “Meer samenwerking, minder concurrentie”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’, in het subdoel verminderen leegstand en efficiënter inrichten van de portefeuille’. We sluiten middels het uitgangspunt ‘flexibele huisvesting’ aan bij de motie M2022/307, “Mixen maar!”. Dit wordt beschreven bij de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’, in het subdoel verminderen leegstand en efficiënter inrichten van de portefeuille’. 1.3
De uitgangspunten zorgen voor een gezamenlijk kompas om maatschappelijke effecten te bereiken. Duurzaamheid: Uitgangspunt van de beleidsnota onderwijshuisvesting is om te blijven inzetten om schoolgebouwen zo energieneutraal mogelijk te maken. Schoolbesturen worden gestimuleerd te kiezen voor energetisch duurzame maatregelen boven de wettelijke kaders van Bijna Energieneutraal (BENG) naar energieneutraal (ENG) en te kiezen om vroegtijdig van gas naar elektriciteit over te stappen (Aardgasvrije scholen vergoeding). Samenwerking tussen scholen: In herschikkingsgesprekken met de PO schoolbesturen bespreken we op wijkniveau de beschikbare vierkante meters, het aantal té kleine scholen, de leegstand en de leerlingenprognoses per PO school. We komen tot herschikkingsafspraken, zodat we gebouwen optimaler benutten en de bezettingsgraden van de schoolgebouwen verhogen. Inclusief onderwijs: We vinden het belangrijk dat kinderen en jongeren samen opgroeien, met en van elkaar leren en met elkaar omgaan. We willen segregatie tegengaan en integratie bevorderen, ook op school. Kinderen gaan zoveel mogelijk thuisnabij naar school. Flexibele huisvesting: Een belangrijke doelstelling in dit IHP onderwijs is slimmer ruimtegebruik. We stimuleren enerzijds zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik en combineren anderzijds functies binnen één pand.
We geven invulling aan de flexibele huisvesting en multifunctionele faciliteiten door actief te zoeken naar koppelkansen om functies binnen gebouwen te combineren.
1.4
Met de beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 lopen we vooruit op de komende wetswijziging en kunnen we hier tijdig op anticiperen. Het ministerie van OCW werkt aan een wetswijziging die beoogt per 1 augustus 2025 gemeenten te verplichten een Integraal Huisvestingsplan (IHP) te hebben. Deze wijziging is gericht op het bevorderen van een planmatige samenwerking tussen gemeenten en schoolbesturen bij de bouw en het onderhoud van schoolgebouwen. Door ons IHP nu vast te stellen, anticiperen we op deze aankomende verplichting en zorgen we ervoor dat we tijdig voorbereid zijn op de nieuwe wettelijke eisen. Bij de totstandkoming hebben we nauw samengewerkt met de schoolbesturen, waardoor we draagvlak hebben gecreëerd.
1.5
De beleidsnota betreft een plan voor een periode van zestien jaar In de beoogde wetswijziging wordt voorgesteld dat het IHP moet worden vastgesteld voor een periode van vier jaar, met een doorkijk van twaalf jaar. Het gaat in totaal om zestien jaar. Omdat bouwprojecten vaak een langere doorlooptijd hebben dan vier jaar, rekening houdend met de gesprekken die we vooraf met de schoolbesturen voeren, hebben wij ervoor gekozen om het plan voor zestien jaar te laten vaststellen. Bovendien hebben we in Utrecht met een groot aantal scholen te maken (in vergelijking met veel andere gemeentes) en op deze manier weten de schoolbesturen beter waar zij rekening mee moeten houden in hun meerjarenstrategie op onderwijshuisvesting.
Kanttekeningen/Risico’s
4
1.1
Het meerjarenprogramma IHP is (nog) niet volledig financieel gedekt. Er is dekking voor de periode 2026 tot en met 2035 en volgens de inzichten van nu zal vanaf 2035 een (structurele) oplossing gevonden moeten worden voor het tekort op het kapitaallastenbudget dat volgt uit de programmering die nu voorligt. Rekening houdend met planningsoptimisme ontstaat dit tekort naar verwachting wat later, vanaf 2038 oplopend naar 2,9 miljoen euro structureel. Belangrijk om te realiseren is dat het IHP is opgesteld met de kennis van nu, en hoe verder in de toekomst we kijken hoe minder zeker het wordt dat de uitgaven zich exact zo zullen voordoen als nu is opgenomen. Afhankelijk van bijstellingen die jaarlijks plaats zullen vinden is het uitgangspunt dat het tekort, uitgezonderd het uitbreidingsdeel, zoveel mogelijk binnen het IHP zelf opgevangen wordt (zie verder de toelichting Financiën).
1.2
De uitgangspunten inclusief onderwijs, flexibele huisvesting en duurzame schoolgebouwen passen op dit moment niet binnen het financieel kader. Wij staan voor grote uitdagingen op het gebied van onderwijshuisvesting. In onze verdichtende steden is het vinden van een geschikte onderwijslocatie erg lastig. Stijgende marktprijzen en bouwkosten en aanvullende (zelfs Europese) eisen die worden gesteld aan de gebouwen vergroten bovendien de financiële druk op de begroting voor onderwijshuisvesting. Er is geen dekking voor flexibel en circulair bouwen (onderdeel duurzaam bouwen) en voor inclusief onderwijs voor de gehele doorlooptijd van de beleidsnota onderwijshuisvesting. Deze onderwerpen zijn geen onderdeel van de wettelijke taak. De beleidsnota heeft een doorlooptijd van zestien jaar. Besluitvorming over aanvullende dekkingsmogelijkheden voor deze uitgangspunten maakt de komende jaren onderdeel uit van de integrale afweging bij de Voorjaarsnota. We zoeken aansluiting bij ontwikkelingen van aanpalende beleidsvelden. We geven hierdoor nog geen invulling aan de motie M2024/27 “Inclusief & Adaptief”.
1.3
Projecten in buurten die niet als kwetsbaar worden beschreven komen later aan de beurt. Het uitgangspunt ongelijk investeren voor gelijke kansen gaat niet gepaard met extra benodigde financiële middelen, maar met het anders verdelen van middelen over de tijd op basis van dit criterium. Dit betekent dat projecten in andere buurten later aan de beurt komen. De scheidslijnenmonitor is hierbij het uitgangspunt.
1.4
Er zijn uitdagingen op het gebied van beheer en onderhoud bij multifunctionele gebouwen en meervoudig gebruik van gebouwen. Om ook een combinatie van bredere functies te laten slagen, is het noodzakelijk om goede afspraken te maken over het eigenaarschap, beheer en onderhoud van een dergelijk gebouw tussen gemeente en schoolbesturen. In de beleidsnota stellen we acties voor de komende jaren voor om concreet invulling te geven aan dit onderwerp.
1.5
Schaarste in netcapaciteit kan zorgen voor vertraging en/of extra kosten voor de bouwprojecten onderwijs. Voor de bouwprojecten onderwijs kan dit voor vertraging en/of extra kosten zorgen. Gelet op de wettelijke taak die de gemeente heeft voor Onderwijshuisvesting zijn wij op zoek naar maatwerkoplossingen voor onze (nieuwbouw) onderwijshuisvestingsprojecten die gepland staan op te leveren tussen 2024 en 2030 (verwachte einde netcongestie). Hiervoor zijn beleidsmatige, operationele en/of financiële oplossingen nodig. Voor renovatieprojecten is reeds door het college besloten bij renovaties te kiezen voor aardgasvrijready in plaats van volledig aardgasvrij.
5
1.6
De ambities voor circulair en klimaatadaptief bouwen voor onderwijshuisvesting moeten nog worden uitgewerkt. De ambities op dit vlak moeten voor onderwijshuisvesting nog in lijn worden gebracht met de uitwerking van het circulariteits- en klimaatadaptief beleid van Utrecht het komend jaar. Op dit moment wordt noch op landelijk noch op stedelijk niveau gestandaardiseerde methode gevolgd voor circulair en klimaatadapatief bouwen.
Beslispunt 2
In de programmabegroting 2026 bij doelstelling 2 ‘Huisvesting scholen’ uit het programma Kansrijk opgroeien, de daarbij behorende effectindicatoren te vervangen, zoals beschreven in de Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041.
Argumenten 2.1
Met de nieuwe effectindicatoren kunnen we de nieuwe beleidsmatige subdoelstellingen beter monitoren. De verantwoording sluit door de aanpassing van de indicatoren en subdoelstellingen aan bij de Planning & Control-cyclus van Voorjaarsnota en Programmabegroting, wat de monitoring en realisatie van beleidsdoelen verder ondersteunt. Om de monitoring verder te versterken, richten we ons op: minder rapporteren, hoogwaardiger rapporteren waardoor sturingsmomenten beter benut kunnen worden. Door minder te rapporteren, voorkomen we overbelasting met onnodige informatie en houden we de focus op de essentie. Hoogwaardiger rapporteren zorgt voor nauwkeurige en strategisch relevante informatie. Dit biedt meer inzicht waardoor het bij cruciale sturingsmomenten (Voorjaarsnota en Programmabegroting) duidelijker is wat de situatie is, zodat de gemeenteraad beter in positie komt om bij te sturen als zij dat nodig vindt. Deze indicatoren geven uw raad meer mogelijkheden tot sturing.
2.2
Door de indicatoren te vervangen sluiten we aan op de nieuwe subdoelstellingen. De indicatoren hebben betrekking op de onderwerpen waar wij als ‘onderwijshuisvesting’ verantwoordelijk voor zijn.
Kanttekeningen/Risico’s 2.1
De nulmeting voor de indicator ‘leegstand’ is nog niet beschikbaar. Het jaar 2025 gebruiken we om de leegstand inzichtelijk te maken. Deze indicator sluit aan op de doelstelling ‘een toereikend aantal schoolgebouwen en gymzalen’ en de subdoelstelling ‘het verminderen van leegstand’. Er wordt door scholen vaak samengewerkt met BSO en VE. Dit betekent vaak dat er ruimtes in de schoolgebouwen ingezet worden voor kinderen buiten de reguliere schooltijden. Soms is hier sprake van dubbel gebruik van ruimtes, maar soms ook niet. Dit maakt het lastig om de leegstand goed inzichtelijk te maken. Tot die tijd kunnen we de gegevens zoals we nu beschikbaar hebben gebruiken, maar daarbij hebben we nog geen zicht op dubbelgebruik van ruimtes.
6
Financiën De totaal benodigde investering voor de volledige looptijd van het IHP bedraagt ruim € 900 mln. en is als volgt opgebouwd: Omschrijving investering (* 1.000.000)
Fase 1
€ € Subtotaal projecten conform nieuw normbedrag € ENG (ambitie) € Stedenbouwkundige eisen € Onvoorzien € Totale geprogrammeerde uitgaven € Raming projecten niveau bouwbesluit Opslag frisse scholen (ambitie)
Fase 2
388,6 € 4,3 € 392,9 € 10,1 € 23,8 € 4,0 € 430,8 €
Fase 3
Fase 4
Totale raming
164,0 € 140,7 € 107,8 € 3,2 € 2,9 € 2,0 € 167,2 € 143,7 € 109,8 € 1,6 € 1,8 € 1,6 € 13,1 € 10,5 € 8,3 € 4,0 € 4,0 € 5,0 € 185,9 € 159,9 € 124,7 €
801,1 12,5 813,6 15,1 55,7 17,0 901,3
Fase 1 2026 – 2029, fase 2 2030 – 2033, fase 3 2034 – 2037, fase 4 2038 – einde plan
Deze benodigde investering gaat zowel over de beleidsnota als het uitvoeringsprogramma. Het uitvoeringsprogramma geeft hierbij de concrete projecten weer, welke onderdeel zijn geworden van dit uitvoeringsprogramma op basis van de beleidsnota onderwijshuisvesting. De investering per project wordt alleen als geheime bijlage opgenomen bij het uitvoeringsprogramma. Bij de beleidsnota wordt enkel het overzicht van projecten beschreven, zonder investeringsbedrag. Dit in verband met de bevoegdheden van het college en de raad. Er bevindt zich een aanzienlijke piek in de geprogrammeerde uitgaven van fase 1. Dit heeft te maken met het feit dat verschillende omvangrijke projecten vanuit het MPOHV zijn vertraagd, en nu pas tot uitvoering komen, tegelijk met nieuwe IHP projecten voor met name het Voortgezet Onderwijs. Veelal gaat het om scholen in de nieuwe gebiedsontwikkelingen zoals Merwedekanaalzone, Cartesius en Beurskwartier, maar ook om bijvoorbeeld de Internationale School Utrecht. Of uitvoering daadwerkelijk plaats gaat vinden conform deze programmering hangt met vele externe factoren samen. Wij monitoren de planningen elk jaar en zullen indien nodig de programmering elk jaar bijstellen. Overigens zal de daadwerkelijke cashflow afwijken van het beschikken van bedragen.
De cashflow wordt jaarlijks in beeld gebracht bij de Programmabegroting en is van invloed op de bepaling van de gemeentelijke schuldquote en solvabiliteit. De eerste herijking van dit IHP inclusief actuele cashflow informatie zal plaats gaan vinden bij de Programmabegroting 2026. De investering voor de volledige looptijd van het IHP is niet volledig gedekt. Er resteert een tekort van € 138 mln. Dit is ondanks, zoals aangegeven, dat de ambities naar beneden zijn bijgesteld en we inzetten op een minimaal kwaliteitsniveau. Omschrijving dekking (* 1.000.000)
Bedrag
Dekking doorloop MPOHV projecten Investeringsruimte kapitaallastenbudget OHV Reserve MPOHV* Budget programma Sport Budget Voorjaarsnota 2024 Extra huuropbrengsten zorg/kinderopvang ENG budget (energieneutraal) Subtotaal dekkingen
€ € € € € € € €
293,6 189,8 7,4 9,2 247,2 6,9 8,4 762,5
Totale uitgaven
€
901,3
Tekort
€
138,8
In de eerste tien jaren is er voldoende dekking beschikbaar, het tekort fluctueert tussen de jaren en ontstaat met name vanaf het jaar 2035. 7
Bij de omrekening naar kapitaallasten houden we rekening met planningsoptimisme. In de afgelopen jaren is vaak gebleken dat geraamde investeringen op een later moment tot uitvoering kwamen dan geprogrammeerd. Ook al is de insteek om zo reëel mogelijk te ramen, enige mate van discrepantie hiertussen is niet geheel te voorkomen. Daarom gaan we ervan uit dat elke geprogrammeerde investering pas drie jaar later tot een benodigde kapitaallast zal leiden. Het gevolg hiervan is dat we ervan uit gaan dat er pas vanaf 2038 een tekort ontstaat om het plan in deze vorm geheel uit te kunnen voeren. De kapitaallast horend bij het investeringstekort ad € 138,8 mln. bedraagt € 5,1 mln. structureel, bij het huidige rekenrentepercentage van 2%. Er wordt verwacht dat de ontwikkeling van de omslagrente langzaam zal toenemen naar circa 3,5% vanaf 2040. Belangrijk om te realiseren is dat het plan opgesteld is met de kennis van nu, en hoe verder in de toekomst we kijken hoe minder zeker het wordt dat de uitgaven zich exact zo zullen voordoen als nu opgenomen. In dit IHP hebben we uitbreidingsinvesteringen tot en met 2043 opgenomen in de programmering. Die programmering van uitbreidingsinvesteringen sluit aan bij de bevolkingsprognose voor de stad. Als de daadwerkelijke bevolkingsontwikkeling significant afwijkt van de prognoses zal aanpassing nodig zijn van de programmering.
En dat zal doorwerken in de kosten en de benodigde dekking. Voor de uitbreidingsinvesteringen die in dit IHP zijn opgenomen is de dekking nog niet volledig beschikbaar. Voor de periode 2035 – 2044 is nog € 58,8 mln. extra nodig voor uitbreidingsinvesteringen. Dit betekent dat er op basis van de huidige inzichten vanaf 2038 een tekort op het kapitaallastenbudget ontstaat dat oploopt tot € 2,2 mln. structureel. Voor de dekking hiervan doen we te zijner tijd een beroep op de groeimiddelen. Dit betreft o.a. de extra inkomsten uit gemeentefonds en ozb die voortkomen uit groei van de stad. Of de middelen hiervoor ontvangt de gemeente in de toekomst via het gemeentefonds, en kunnen nu nog niet aan de begroting van programma Onderwijs worden toegevoegd. Of we kunnen de ambities ook op lange termijn niet waarmaken. Zij maken daarom nog geen onderdeel uit van de dekking, terwijl de uitgaven wel meegenomen zijn in de programmering. Behalve voor de uitbreidingsinvesteringen is er in de periode 2035 – 2044 ook extra budget nodig voor vervangende nieuwbouw en renovatie. Met de kennis van vandaag voorzien we daar een tekort van € 80 miljoen. Dit betekent dat er op basis van de huidige inzichten vanaf 2038 een tekort op het kapitaallastenbudget ontstaat dat oploopt tot € 2,9 mln. structureel.
Voorafgaand aan de start van de coalitieperiode 2034 – 2038 zal hiervoor een (structurele) oplossing gevonden moeten worden, voor zover wij nu kunnen overzien. Afhankelijk van bijstellingen die jaarlijks plaats zullen vinden is het uitgangspunt dat het tekort, uitgezonderd het uitbreidingsdeel, zoveel mogelijk binnen het IHP zelf opgevangen wordt. Mogelijk wordt tegen die tijd opnieuw afgewogen of de bovenwettelijke ambities Frisse scholen klasse B en ENG nog steeds toegepast kunnen blijven worden. Bij de Voorjaarsnota 2024 is er geen indexatie op het kapitaallastenbudget doorgevoerd. Het is nodig om dat vanaf begroting 2026 wel weer te doen. Zonder deze indexatie zal het tekort jaarlijks oplopen met tientallen miljoenen, aangezien de uitgaven nu op prijspeil 2025 zijn weergegeven en jaarlijks zullen worden geïndexeerd naar een volgend prijspeil. Tenslotte is een aandachtspunt de realisatie van extra vierkante meters voor kinderopvang en/of zorg. In het uitvoeringsprogramma zijn projecten opgenomen waarin we, conform beleid (uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra), willen investeren in Utrechtse Kindcentra. Voor het kinderopvangdeel zijn we bereid de investering voor te financieren voor de kinderopvangpartner. De kosten hiervan moeten worden gedekt uit de huuropbrengsten van de kinderopvang.
Er zit een risico in deze voorfinanciering dat de investeringskosten niet volledig en /of kostendekkend worden terug ontvangen. De betreffende partner kan bijv. failliet gaan. Ook is het mogelijk dat huurders de hoogte van de huurprijs niet kunnen betalen. Uitgangspunt is het in rekening brengen van een marktconforme huurprijs. Gevolg van de stijgende budgetten voor de bouw van het maatschappelijk vastgoed is het effect op de toekomstige structurele exploitatie: de hogere benodigde verhuurprijzen kunnen het vinden van maatschappelijke en commerciële huurders bemoeilijken. 8
Het gaat om de volgende projecten, reeds verwerkt in het Meerjaren Perspectief Onderwijshuisvesting (MPOHV), waarbij we voorfinancieren: Haarrijn, Cartesius, Kleine Vliegenier, Groenewoud, Sint Maarten, Rietendakschool, en Beurskwartier. En om de volgende projecten, nog niet eerder verwerkt in het MPOHV, met een voorfinanciering component: Auriscollege en Merwedekanaalzone blok 17. Van de ruim € 900 mln. geprogrammeerde uitgaven heeft € 46 mln. betrekking op voorfinancieringen. Volledigheidshalve merken wij op dat in dit bedrag ook de Internationale School Utrecht is inbegrepen, Deze voorfinanciering loopt via een ander individueel traject en niet volgens de lijn van het uitvoeringsplan. Door vooraf het goede gesprek erover te voeren, een heldere meerjarige overeenkomst op te stellen en actief in gesprek te blijven met de (kinderopvang)partner wordt het risico op inkomstenderving geminimaliseerd. Voorafgaand aan de voorfinanciering wordt getoetst of er sprake is van een financieel haalbare businesscase, voor zowel de gemeente als de (kinderopvang)partner.
Vervolg Na vaststelling van de beleidsnota onderwijshuisvesting worden de eventueel benodigde aanpassingen in het uitvoeringsprogramma verwerkt en definitief vastgesteld. Vervolgens worden aanpassingen gedaan volgens de reguliere cyclus sturen en verantwoorden. Jaarlijks komen we terug met verantwoording op basis van de programmabegroting. En over vier jaar evalueren we de eerste fase van het IHP onderwijs. Vervolgens passen we de beleidsnota aan na de eerste fase en kijken we vooruit naar de daaropvolgende periode. Het nieuwe IHP maakt het ook noodzakelijk om de verordening Onderwijshuisvesting aan te passen. In deze aanpassingen worden de doelstellingen uit de beleidsnota vertaald naar concrete regels, criteria en kaders, zodat hier uitvoering aan kan worden gegeven. Het gaat om aanpassingen zoals de herziening van normbedragen, het aanpassen van de verwijsafstanden (deze worden langer) en mogelijke uitwerkingen van de herschikkingsopgave. In het tweede deel van 2025 worden de aanpassingen aan de verordening ter besluitvorming voorgelegd aan uw raad. Sturen en verantwoorden Het IHP wordt in voorbereiding op nieuwe landelijke wetgeving opgesteld voor een periode van 4 jaar met een doorkijkperiode van de opvolgende 12 jaar waar onze voornemens uit blijken. Het IHP is daarom opgebouwd uit vier fases van vier jaar.
Elke vier jaar wordt de beleidsnota gewijzigd en opnieuw vastgesteld. Deze herijking geeft uw raad gelegenheid om te sturen, naast dat uw raad ook om de vier jaar wordt geïnformeerd over de inhoudelijke verantwoording/ evaluatie van de beleidsnota over de voorgaande periode. Daarnaast heeft uw raad de mogelijkheid om te sturen bij de besluitvorming via de P&C cyclus en via de kwartaalbrief onderwijs over mijlpalen van projecten, moties en toezeggingen. Dit wordt weergegeven in de figuur hieronder.
9
Participatie Bij het opstellen van het integraal huisvestingsplan onderwijs hebben we uitgebreid gesproken met de schoolbesturen om hun behoeften en inzichten mee te nemen in het proces. Ten eerste hebben de schoolbesturen zitting genomen in de stuurgroep, samengesteld uit vertegenwoordigers van schoolbesturen uit het Primair Onderwijs, Speciaal Onderwijs en Voortgezet Onderwijs. Enerzijds dragen zij hiermee direct bij aan de totstandkoming van de beleidsnota. Anderzijds waren zij als vertegenwoordigers in de stuurgroep verantwoordelijk voor het informeren en updaten van hun collega-besturen en het adviseren op ambities en uitgangspunten. De schoolbesturen hebben ingestemd met de beleidsnota en het uitvoeringsprogramma. Daarnaast hebben we de betrokkenheid van de besturen en huisvestingsadviseurs verzekerd door middel van themateams met belangrijke onderwerpen die in gezamenlijkheid zijn vastgesteld. Het ging in deze themateams bijvoorbeeld veel over flexibele huisvesting, duurzaamheid en gezond stedelijk leven. In deze themateams werkten vertegenwoordigers van de besturen samen met de gemeente om analyses te maken en aanbevelingen te doen. De themateams hebben geleid tot twee adviezen die in de bijlage van het IHP zijn opgenomen.
Ten slotte hebben we ook gesprekken gevoerd met de schoolbesturen op wijk(overstijgend)niveau om de specifieke behoeften en uitdagingen van verschillende wijken in kaart te brengen en te bespreken hoe deze kunnen worden aangepakt binnen het IHP. We hebben gesproken over de beschikbare capaciteit op wijkniveau, het aantal té kleine scholen, de leegstand en de leerlingenprognoses per PO school. We streven met deze gesprekken na om tot herschikkingsafspraken te komen zodat we gebouwen optimaler benutten en de bezettingsgraden van de schoolgebouwen verhogen.
Communicatie Na vaststelling van de Beleidsnota onderwijshuisvesting wordt een persbericht opgesteld en worden belanghebbenden (voornamelijk Utrechtse schoolbesturen) geïnformeerd.
Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.
Bijlagen Bijlagen besluitvorming - Beleidsnota onderwijshuisvesting 2026-2041 inclusief bijlagen: o Afkortingenlijst o Overzicht projecten (uitvoeringsprogramma) o Wijkportretten/ profielen o Adviezen themateams duurzaamheid en flexibele huisvesting Bijlagen informatief -
10
School Kindcentrum Cartesius - 1 gymzaal in sporthal x Kindcentrum Cartesius - Kinderdagverblijf x Kindcentrum Cartesius - PO x Extra VO schoolgebouw Kranenburgerweg 20 - Kromme Rijncollege x Limus college Limus college - Gymzaal Mesdaglaan 4 - Kromme Rijncollege x Rubenslaan 91 - Kromme Rijncollege x Rubenslaan 91 - Kromme Rijncollege - Gymzaal x Van Bijnkershoeklaan 2v- Unic college x Vondellaan 178 - X11 x Vondellaan 178 - X11 - Gymzaal x Cambridgelaan - ISU x Afrikalaan 28-28A-28B - MFA Agavedreef 92 - Gymzaal Al Amana Overvecht Albert Schweitzerlaan 10a - Gymzaal Amaliadwarsstraat 2 - Gertrudisschool Amaliadwarsstraat 2 - Gertrudisschool - Gymzaal Amsterdamsestraatweg 1 - Pijlstaart Amsterdamsestraatweg 3 - Pijlstaart - Gymzaal Bangkokdreef 2 - Gymzaal x Beethovenplein 2 - Johan de Witt Begijnekade 1a - Gymzaal Billitonkade 45 - Jenaplan De Brug Blauwe Vogelweg 11 - De Kleine Prins x Boadreef 2 - Tijdelijke huisvesting Brinkstraat 4 - St. Bonifatiusschool Buurtschool pilot 2 - Overvecht Buurtschool pilot 3 - N.t.b. C.
van Maasdijkstraat 33 - De Kleine Vliegenier x Centrumlaan 1 - Meander Ché Guevarastraat 15 - OBS Voordorp Columbuslaan 40 - Kaleidoskoop Componistenlaan 8 - Vrije School Utrecht Leidsche Rijn Duurstedelaan 14 16 18 - MFA Eifel 8 - De Spits (gezamenlijke voorbereiding Eiffel 8, 20 en 26) Eiffel 20 - Op Avontuur (gezamenlijke voorbereiding Eiffel 8, 20 en 26) Eiffel 26 - De Klim (gezamenlijke voorbereiding Eiffel 8, 20 en 26) Frans Halsstraat 22 - Utrechtse Schoolvereniging Franz Schubertstraat 20 - Gymzaal Goeree 4 - Gymzaal Goeree 6 - Gymzaal Handelstraat 51 - Dominicus x Hieronymusplantsoen 3 - Vrije School Utrecht Jan Muschlaan 24 - Daltonschool Rijnsweerd + gymzaal Keerderberg 23-25-27 - MFA Kortland 23 - Kees Valkensteinschool Kruisdwarsstraat 6 - Nieuwe Regentesseschool Laan van Chartroise 160 - Rietendakschool x Lagenoord 26 - Tijdelijke huisvesting x Lingestraat 2a - Wereldwijzer Lingestraat 2b - Wereldwijzer - Gymzaal Maasplein 1 - Maaspleinschool Maetsuykerstraat 1a - Tijdelijke huisvesting Maetsuykerstraat 1a - Tijdelijke huisvesting - Gymzaal V Imhoff Maliebaan 56 - Vrije School Utrecht Maria van Reedestraat 4 - Tijdelijke huisvesting Maria van Reedestraat 4 - Tijdelijke huisvesting - Gym Marnixlaan 362 - Al Amana Zuilen Marnixlaan 362 - Al Amana Zuilen - Gymzaal Mereveldlaan 3 - Gymzaal Neckardreef 20 - SBO St. Maarten Neckardreef 20 - SBO St.
Maarten - Gymzaal x Neckardreef 20 - SBO St. Maarten - VE Nicolaasdwarsstraat 3 - Agatha Snellen Nolenslaan 33A - De Fakkel x Noordse Parklaan 2 - Tijdelijke huisvesting x Noordse Parklaan 4 - Tijdelijke huisvesting x Notebomenlaan 137 - Stepping Stones Notebomenlaan 400 - Tijdelijke huisvesting Ondiep 63 - Taalschool loc. Ondiep Oortlaan 1 - De Wissel Orinocodreef 15 - De Schans Orinocodreef 15 - De Schans - Gymzaal Oude Kerkstraat 2A - Gymzaal Pallaesstraat 3 - Buiten Wittevrouwen Pastoor Boelenslaan 10 - Drie Koningen Pieterskerkhof 10 - Pieterskerkhof Pieterskerkhof 10 - Pieterskerkhof - Gymzaal
2026
2027 x x x x x
-
-
x x -
-
-
-
2029 -
-
-
x
-
x x
x x
-
x
-
-
x x
x x
x x x -
x x -
x x x x x -
2033 -
2034 x x x x -
-
-
x x
x x x
-
x
x
x x x
x x -
-
x
-
2032 x x x
x
-
-
2031 -
x
x x
x x x x x x -
-
x
x x
-
x x
x x
x x
-
2030 x
x -
-
x -
2028 -
x x x x
x x -
-
-
x x -
x x x -
-
x -
x -
2035 x x -
x -
2036 -
2037 x x -
-
x -
x x -
-
x -
x
x
-
x x x -
2039 x -
x
x x -
2038 -
x -
-
2041 -
x -
2042 x x x -
x x x -
x
x -
2040 -
x -
x -
2043 -
-
School Prinses Margrietstraat 124 - De Cirkel Prinses Margrietstraat 124 - De Cirkel - Gymzaal Prinses Margrietstraat 18 - Prinses Margriet - Gymzaal Prinses Margrietstraat 20 - Prinses Margriet Prof H Bavinckstraat 3 - SBO Belle van Zuylen Prof H Bavinckstraat 3 - SBO Belle van Zuylen - Gymzaal Ramsesdreef 190 - Gymzaal Regentesselaan 70 - De Regenboog Ridderlaan 2 - Gymzaal Rijnhuizenlaan 2-4 - St. Jan de Doper Santa Cruzdreef - Auris unilocatie Santa Cruzdreef - Auris unilocatie - Gymzaal Santa Cruzdreef - Auris unilocatie - Parkeergarage Santa Cruzdreef - Auris unilocatie - Zorg Schoolplein 6 - Buiten Wittevrouwen Schoolplein 6 - Buiten Wittevrouwen - Gymzaal Schoolstraat 7 - Torenpleinschool Schoolstraat 7 - Torenpleinschool - Gymzaal Schoolstraat 13 Staringstraat 1 - Catharijnepoort Staringstraat 1 - Gymzaal Stroyenboch 2 - Tijdelijke huisvesting Ten Veldestraat 94 - Gymzaal Teun de Jagerdreef 1A 1B 1C - MFA Trumanlaan 60 - Buurtschoo Hart van Noord Van Loonlaan 46 - De Beiaard Van Riebeeckstraat 40 - Molenpark Koningsbergerstraat 2 - Christelijk Gymnasium La Bohemedreef 5-9 - Pouwer La Bohemedreef 5-9 - Pouwer - Gymzaal Nobeldwarsstraat 9 - Tijdelijke huisvesting Van Asch van Wijckkade 20 - Tijdeijke huisvesting
2026 x x x x x x x x x -
2027 x x x x x
2028 x x -
2029 -
2030 x x
-
x x x
2031 -
2032 x x x -
-
x -
2033 x -
-
2034 x x -
x
Een project krijgt 2 momenten van uitbetalen van een krediet: bij de voorbereiding 8% van de totale investering (moment t). En bij uitvoering (t+2) de resterende 92% van het krediet.
-
2035 -
2036 x x
-
x x x
-
x x
-
-
x x
x -
2037 -
x -
2038 -
2039 x x -
x x x x x -
x -
2040 x x -
2041
-
x -
2042 x x x -
2043
-
x -
Bijlage 3 Wijkprofielen Noordwest Buurten en inwoners Er wonen 45.219 (2024) in de wijk Noordwest. Het aantal is gegroeid met 506 in het afgelopen jaar. De wijk bestaat uit de volgende buurten: • • • •
Pijlsweerd/Oudenoord, Daalsebuurten Ondiep Zuilen
Leerlingen Er worden 3.045 kinderen in schoolgaande leeftijd in deze wijk (teldatum 1-10-2023). Er wonen 2.860 leerlingen in deze wijk, die in Utrecht naar school gaan. 63% gaat daarvan ook in deze wijk naar school. De meeste scholen in deze wijk zijn dan ook een ‘buurtschool’. Er komen 81 leerlingen1 uit een andere gemeente naar deze wijk. Het aantal kinderen in schoolgaande leeftijd stijgt tot en met 2040 met ongeveer 600 kinderen (op basis van woningbouwprogramma 2023). Er zijn twee scholen op het UVP opgenomen die onder de opheffingsnorm zitten qua leerlingenaantallen (191).