Agendabundel
Tekst van het document
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 20 van 35
4.3 Overzicht van baten en lasten per 30 juni 2022 (programma niveau) Realisatie t/m 30 juni 2022 Programma's
Begroting t/m 30 juni 2022
1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving
Baten 2.439.000 1.871.000 568.000
Lasten 2.819.000 1.819.000 1.000.000
Saldo -380.000 52.000 -432.000
Baten 2.830.000 2.307.000 523.000
Lasten 2.849.000 2.327.000 522.000
Saldo -19.000 -20.000 1.000
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
3.047.000 2.464.000 583.000
3.251.000 2.150.000 1.101.000
-204.000 314.000 -518.000
2.874.000 2.336.000 538.000
2.851.000 2.312.000 539.000
23.000 24.000 -1.000
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's
2.057.000 7.543.000 7.543.000
2.144.000 8.214.000 8.214.000
-87.000 -671.000 -671.000
1.960.000 7.664.000 50.000 113.000 7.827.000
1.960.000 7.660.000 50.000 113.000 7.823.000
4.000 4.000
200.000 50.000 234.000 8.027.000
8.214.000
200.000 50.000 234.000 -187.000
7.827.000
7.823.000
4.000
Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: Omgevingswet VTH zaaksysteem Doorontwikkeling RUD Utrecht Gerealiseerd resultaat
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 21 van 35
Prognose t/m 31 december 2022
Begroting t/m 31 december 2022
Programma's 1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving
Baten 6.168.000 4.944.000 1.224.000
Lasten 6.562.000 5.088.000 1.474.000
Saldo -394.000 -144.000 -250.000
Baten 5.660.000 4.614.000 1.046.000
Lasten 5.700.000 4.654.000 1.046.000
Saldo -40.000 -40.000 -
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
6.972.000 5.707.000 1.265.000
7.293.000 5.775.000 1.518.000
-321.000 -68.000 -253.000
5.748.000 4.671.000 1.077.000
5.701.000 4.624.000 1.077.000
47.000 47.000 -
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van de baten en lasten
4.169.000 17.309.000 17.309.000
4.569.000 18.424.000 18.424.000
-400.000 -1.115.000 -1.115.000
3.919.000 15.326.000 100.000 225.000 15.651.000
3.919.000 15.320.000 100.000 225.000 15.645.000
7.000 7.000
400.000 100.000 467.000 18.276.000
18.424.000
400.000 100.000 467.000 -148.000
15.651.000
15.645.000
7.000
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Omgevingswet VTH zaaksysteem Doorontwikkeling RUD Utrecht Geprognotiseerd resultaat
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 22 van 35
4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten (programma niveau) Algemeen Vanaf de invoering van outputfinanciering zijn de opbrengsten deels variabel, deels vast. De vaste bijdrage (ter dekking van de directe vaste kosten in de programma’s Handhaving, Vergunningverlening en het gehele programma Bedrijfsvoering) zijn voor zes maanden opgenomen (1/2e van het jaarbedrag). De opbrengsten zoals opgenomen onder de programma’s Handhaving en Vergunningverlening op de regels “directe variabele kosten” (baten) zijn opgenomen op basis van de werkelijke productie van de eerste zes maanden. Op totaalniveau is voor het gehele jaar de prognose dat een negatief resultaat van -€ 148.000 zal worden gerealiseerd. Bedrijfsvoering Voor Bedrijfsvoering (en de vaste bijdrage) zou moeten worden gekeken naar het totaal van: Realisatie t/m 30 juni 2022 Programma's (kosten gedekt uit vaste bijdrage)
Directe vaste kosten handhaving Directe vaste kosten vergunningverlening Bedrijfsvoering Totaal vaste bijdrage
Programma's (kosten gedekt uit vaste bijdrage) Directe vaste kosten handhaving Directe vaste kosten vergunningverlening Bedrijfsvoering Totaal vaste bijdrage
Baten 568.000 583.000 2.057.000 3.208.000
Lasten 1.000.000 1.101.000 2.144.000 4.245.000
Saldo -432.000 -518.000 -87.000 -1.037.000
Begroting t/m 30 juni 2022 Baten 523.000 538.000 1.960.000 3.021.000
Lasten 522.000 539.000 1.960.000 3.021.000
Saldo 1.000 -1.000 -
Prognose t/m 31 december 2022
Begroting t/m 31 december 2022
Baten 1.224.000 1.265.000 4.169.000 6.658.000
Baten 1.046.000 1.077.000 3.919.000 6.042.000
Lasten 1.474.000 1.518.000 4.569.000 7.561.000
Saldo -250.000 -253.000 -400.000 -903.000
Lasten 1.046.000 1.077.000 3.919.000 6.042.000
Saldo
-
Zoals reeds beschreven maakt de RUD Utrecht eenmalig extra kosten in 2022 in verband met de doorontwikkeling van de organisatie en de komst van de Omgevingswet. Deze extra kosten verklaren het negatieve resultaat van € 903.000 bij bedrijfsvoering. Dit negatieve resultaat zal gedekt worden door het onttrekken van de daarvoor bestemde bestemmingsreserves (zie tabel hier onder). Het resterende positieve resultaat van het programma bedrijfsvoering van € 64.000 ontstaat doordat er in 2022 minder kapitaallasten worden gemaakt dan geprognotiseerd.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 23 van 35
Resultaat Bedrijfsvoering
-903.000
Uitgaven die gedekt worden uit bestemmingsreserves: 1. Voorbereiding Omgevingswet
400.000
2. VTH Zaaksysteem
100.000
3. Doorontwikkeling RUD Utrecht
467.000
a. RGT
60.000
b. Van inrichting naar MBA
150.000
c. Transitie bodem
50.000
d. Transitie energie en advisering
207.000
Resterende resultaat bedrijfsvoering
64.000
Handhaving Realisatie t/m 30 juni 2022 Programma handhaving Directe variabele kosten handhaving Totaal variabele bijdrage
Programma handhaving Directe variabele kosten handhaving Totaal variabele bijdrage
Baten 1.871.000 1.871.000
Lasten 1.819.000 1.819.000
Saldo 52.000 52.000
Begroting t/m 30 juni 2022 Baten 2.307.000 2.307.000
Lasten 2.327.000 2.327.000
Saldo -20.000 -20.000
Prognose t/m 31 december 2022
Begroting t/m 31 december 2022
Baten 4.944.000 4.944.000
Baten 4.614.000 4.614.000
Lasten 5.088.000 5.088.000
Saldo -144.000 -144.000
Lasten 4.654.000 4.654.000
Saldo -40.000 -40.000
Voor het programma Handhaving verwachten we dat voor 2022 de opbrengsten lager zullen zijn dan de lasten (-€ 144.000). Dit tekort ontstaat doordat we extra personeel inzetten om het productieverlies als gevolg van het hoge ziekteverzuimcijfer en de uren door ons personeel gespendeerd aan het nieuwe VTH-zaaksysteem uit de eerste maanden van 2022 te vervangen. Het productieverlies resulteert tot nu toe in een achterstand van 23% op de gerealiseerde baten. Daarnaast valt de CAO-stijging voor de vaste medewerkers hoger uit dan verwacht. In de realisatie is dit nog niet zichtbaar, aangezien het een principeakkoord betreft. In de prognose is hier al wel rekening mee gehouden. Inclusief de hogere lasten als gevolg van de stijging in de CAO en de kosten voor extra ingehuurd personeel verwachten we dat het verlies voor handhaving beperkt zal blijven tot -€ 144.000. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat er nog veel onzekerheden zijn. Zo is er een grote krapte op de arbeidsmarkt en is het lastig om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. Verder is er nog veel onzekerheid over het COVID-19 virus en eventuele daarbij horende beperkende maatregelen gedurende de rest van 2022.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 24 van 35
Vergunningverlening Realisatie t/m 30 juni 2022 Programma vergunningverlening
Directe variabele kosten vergunningverlening Totaal variabele bijdrage
Programma vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Totaal variabele bijdrage
Baten 2.464.000 2.464.000
Lasten 2.150.000 2.150.000
Saldo 314.000 314.000
Begroting t/m 30 juni 2022 Baten 2.336.000 2.336.000
Lasten 2.312.000 2.312.000
Saldo 24.000 24.000
Prognose t/m 31 december 2022
Begroting t/m 31 december 2022
Baten 5.707.000 5.707.000
Baten 4.671.000 4.671.000
Lasten 5.775.000 5.775.000
Saldo -68.000 -68.000
Lasten 4.624.000 4.624.000
Saldo 47.000 47.000
Voor het programma Vergunningverlening verwachten we dat voor 2022 de opbrengsten lager zullen zijn dan de lasten (-€ 68.000). Dit tekort ontstaat doordat we extra personeel inzetten om het productieverlies als gevolg van het hoge ziekteverzuimcijfer en de uren door ons personeel gespendeerd aan het nieuwe VTH-zaaksysteem uit de eerste maanden van 2022 te vervangen. Het productieverlies tot nu toe resulteert in een achterstand van 9% op de gehele DVO. Ook valt de CAO-stijging voor de vaste medewerkers hoger uit dan verwacht. In de realisatie is dit nog niet zichtbaar aangezien het een principeakkoord betreft. In de prognose is hier al wel rekening mee gehouden. Wel verwachten we dat het verlies beperkt zal blijven tot -€ 68.000, al zijn er nog wel onzekerheden zoals reeds vermeld bij het programma Handhaving.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 25 van 35
4.5 Overzicht van baten en lasten per 30 juni 2022 (kosten niveau) Realisatie t/m 30 juni 2022 Lasten Personeel Personeel van derden Kapitaallasten Huisvestingskosten en ICT Overige materieel budget Ontwikkelkosten Onvoorzien Stelpost loon- en prijscompensatie Totaal lasten
Begroting t/m 30 juni 2022
Prognose t/m 31 december 2022
Begroting t/m 31 december 2022
2e Begroting 2022 na begrotingswijziging wijziging 2022
5.495.000 1.384.000 55.000 815.000 271.000 194.000 8.214.000
6.321.000 10.000 174.000 832.000 236.000 87.000 113.000 50.000 7.823.000
11.851.000 2.892.000 291.000 1.664.000 619.000 1.107.000 18.424.000
12.645.000 20.000 348.000 1.664.000 469.000 174.000 225.000 100.000 15.645.000
-794.000 2.872.000 -57.000 150.000 933.000 -225.000 -100.000 2.779.000
11.851.000 2.892.000 291.000 1.664.000 619.000 1.107.000 18.424.000
3.184.000 3.815.000 507.000 37.000 7.543.000
3.184.000 4.604.000 39.000 7.827.000
6.367.000 9.129.000 1.615.000 198.000 17.309.000
6.367.000 9.207.000 78.000 15.652.000
-78.000 1.615.000 120.000 1.657.000
6.367.000 9.129.000 1.615.000 198.000 17.309.000
200.000 50.000 234.000 -187.000
4.000
400.000 100.000 467.000 -148.000
7.000
400.000 100.000 467.000 -155.000
400.000 100.000 467.000 -148.000
Baten Vaste bijdrage deelnemers Variabele bijdrage deelnemers Aanvullende opdrachten Aanvullende materiele middelen Totaal baten Toevoeging/onttrekking aan reserves: Omgevingswet VTH zaaksysteem Doorontwikkeling RUD Utrecht Gerealiseerde resultaat
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 26 van 35
4.6 Toelichting op het overzicht van baten en lasten (kosten niveau) Gerealiseerd resultaat Per 30 juni 2022 heeft de RUD Utrecht een negatief resultaat gerealiseerd van € 187.000. De achterstand in de productie (16% van de DVO afspraken) resulteert in een achterstand op de gerealiseerde variabele bijdrage. De gerealiseerde kosten blijven echter ook achter op de verwachting. In de tweede helft van 2022 verwacht de RUD de opgelopen achterstand nog in te halen en dit zal tevens gepaard gaan met een toename van de lasten voor met name ingehuurd personeel. Ook verwacht de RUD Utrecht in de tweede helft van 2022 een stijging in de Ontwikkelkosten. Daarnaast valt de CAOstijging (op basis van het huidige principeakkoord) voor de vaste medewerkers hoger uit dan verwacht. Aangezien deze CAO wijziging pas zal worden vastgesteld na 15 september is de stijging al wel onderdeel van het geprognotiseerd resultaat, maar nog niet onderdeel van het gerealiseerde resultaat. Geprognotiseerd resultaat Over geheel 2022 verwacht de RUD Utrecht uiteindelijk een negatief resultaat van € 148.000. In het eerste deel van het jaar is er een achterstand in de productie zichtbaar. De voornaamste oorzaken hiervan zijn een hoog ziekteverzuimcijfer, met name in verband met de nasleep van het COVID-19 virus en de benodigde tijdsbesteding van medewerkers aan het wegwijs worden met het nieuwe VTH-zaaksysteem..
Daarnaast merken we ook dat het lastig is om voldoende gekwalificeerd personeel te vinden waardoor sommige functies langer onvervuld blijven en de productie daarmee ook niet gerealiseerd wordt. Het gaat hierbij om een achterstand van 16% op de DVO afspraken, dat is ongeveer € 715.000. In de begrotingswijziging bijbehorende bij deze bestuursrapportage stellen we voor om deze achterstand gedeeltelijk op te vangen door de post Onvoorzien (€ 225.000) in te zetten voor extra (ingehuurd) personeel en daarmee de achterstand dus in te lopen. De RUD Utrecht verwacht dat het restant van de achterstand (€ 490.000) nog kan worden ingelopen in de tweede helft van 2022 mede omdat een deel van de formatieruimte nog niet was ingevuld. Deze verwachting is echter nog wel afhankelijk van een aantal externe factoren. Mocht de RUD Utrecht opnieuw te maken krijgen met beperkende maatregelen m.b.t. COVID-19, zal dit een negatief effect gaan hebben op de realisatie. Ook merkt de RUD dat er een grote krapte op de arbeidsmarkt is ontstaan en dat er daarom noodgedwongen meer moet worden gewerkt met ingehuurd personeel in plaats van vast personeel. In enkele gevallen is het zelfs helemaal niet mogelijk om vacatures in te vullen, al probeert de RUD Utrecht dit zo goed als mogelijk op te vangen met extra inzet van recruitment.
De RUD Utrecht probeert zo goed als mogelijk op deze onzekerheden aan te sturen om het verlies aan het einde van het jaar tot een minimum te beperken. Individuele posten overzicht baten en lasten
Personeel en Personeel van Derden
Deze posten vallen gezamenlijk € 2.078.000 hoger uit dan begroot. Dit ligt ten grondslag in onderstaande: - Extra aanvullende opdrachten (€ 1.615.000), waarvan een deel uitgeruild met de DVO (€ 51.000) - Extra inzet van ingehuurd personeel in verband met ziekteverzuim en nieuw VTH-zaaksysteem binnen de primaire teams, gedekt door inzet post Onvoorzien (€ 225.000) - Hogere lasten ICT-personeel in verband met de invoering van het nieuwe VTH-zaaksysteem (€ 162.000) - Extra inzet van ingehuurd personeel in verband met ziekteverzuim bij de afdeling bedrijfsvoering (€ 82.000) - Hogere werkgeverslasten nieuwe CAO (principeakkoord). De personeelslasten zijn in 2022 door de CAO verhoging met € 410.000 gestegen. Om te voorkomen dat de RUD Utrecht extra middelen nodig heeft van de deelnemers halverwege het begrotingsjaar is deze stijging zoveel mogelijk opgevangen binnen de eigen begroting. Hierbij is vooral gebruik gemaakt van het budget voor ingehuurd personeel. Hierdoor blijft de uiteindelijke kostenstijging in 2022 beperkt tot € 45.000.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 27 van 35
Kapitaallasten
Deze lasten vallen € 57.000 lager uit dan begroot door met name minder investeringen in het VTH-zaaksysteem.
Overig Materieel Budget / Aanvullende materiele middelen
Overig Materieel Budget valt hoger uit dan begroot (€ 150.000). Hier staan de aanvullende materiele middelen tegenover (€ 120.000). Voor een deel van de regionale en provinciale taken waren de lasten nog niet begroot maar de inkomsten al wel, daarom stijgen de opbrengsten minder dan de lasten (€ 30.000).
Ontwikkelkosten
- Hogere lasten m.b.t. voorbereiding op inwerkingtreding van de Omgevingswet conform het projectplan (€ 400.000) - Hogere lasten voor trajecten voortvloeiend uit “Samen op weg” en “Kleur bekennen” (€ 323.000), waarvan; - Inzet met betrekking tot de ontwikkeling van de rode kleur (advisering) (€ 139.000) - Kennisopbouw met betrekking tot de energietransitie (€ 120.000) - Advies “Samen op weg” (€ 64.000) - In verband met de komst van de Omgevingswet het omzetten van inrichting naar milieubelastende activiteit (MBA) (€ 150.000) - Doorontwikkeling van de RGT-app (Risico Gericht Toezicht) (€ 60.000)
Onvoorzien
De voorgestelde begrotingswijziging behorende bij deze Bestuursrapportage is om de post Onvoorzien in 2022 in te zetten om het productieverlies als gevolg van het hoge ziekteverzuim en de intensieve tijdsbesteding aan het wegwijs worden met het nieuwe VTH-zaaksysteem op te vangen (€ 225.000)
Stelpost loon-en prijscompensatie
De stelpost loon-en prijscompensatie wordt in 2022 ingezet voor compensatie van de lasten van Bedrijfsvoering. Het gaat hier om verschillende prijsstijgingen met name voor ICT licenties en hogere lasten voor ingehuurd personeel (€ 100.000).
Variabele bijdrage deelnemers
De variabele bijdrage valt € 78.000 lager uit dan begroot doordat de UVP’s zijn afgeraamd. Een deel hiervan waren materiele middelen, een deel ervan is uitgeruild om daarmee aanvullende opdrachten te financieren (€ 51.000)
Aanvullende opdrachten
Ten opzichte van de oorspronkelijke begroting is er € 1.615.000 aan aanvullend werk bijgekomen (aanvullend werk wordt initieel nooit begroot). € 51.000 hiervan is uitgeruild met de DVO.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 28 van 35
Deze aanvullende opdrachten zijn: Opdrachtgever / omschrijving: Amersfoort: diverse opdrachten < € 25.000 Baarn: diverse opdrachten < € 25.000 Bunschoten: diverse opdrachten < € 25.000 Eemnes: diverse opdrachten < € 25.000 Houten: Advisering Windpark I en II, BKK en complexe dossiers Leusden: diverse opdrachten < € 25.000 Lopik: diverse opdrachten < € 25.000 Nieuwegein: diverse opdrachten < € 25.000
Waarde:
3.460 1.851 1.851 1.851 112.372 45.069 1.851 1.851
Soest: diverse opdrachten < € 25.000
16.569
Utrecht: diverse opdrachten < € 25.000 Woudenberg: diverse opdrachten < € 25.000
32.775 3.211
Provincie Utrecht: materiele middelen, Stikstof, bodem en verschillende Spoedlocaties, aanvullend VTH opdracht over water-, milieu- en houtopstanden, Weidevogels, diffuus lood en conplexe dossiers TOTAAL opdrachtgevers Derden TOTAAL aanvullende opdrachten
1.373.155 1.595.866 18.837 1.614.703
De Aanvullende Opdrachten betreffen verschillende werkzaamheden: - Reguliere werkzaamheden die bovenop afgesloten DVO afspraken uitgevoerd zullen worden; - Complexe dossiers die door de complexiteit niet meer binnen de DVO afspraken (kentallen, totaal aantal uren) kunnen worden opgevangen; - Projecten zoals advisering en actualisaties van bedrijvenbestanden; en - Overige zaken zoals de detachering van medewerkers. Extra opdrachten gaan vrijwel altijd direct gepaard met extra kosten, met name voor inhuur
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 29 van 35
5. Voorgestelde tweede begrotingswijziging 2022 Begroting t/m 31 december 2022
2e begrotingswijziging 2022
Begroting 2022 na wijziging
Programma's 1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving
Baten 5.660.000 4.614.000 1.046.000
Lasten 5.700.000 4.654.000 1.046.000
Saldo -40.000 -40.000 -
Baten 508.000 330.000 178.000
Lasten 862.000 434.000 428.000
Saldo -354.000 -104.000 -250.000
Baten 6.168.000 4.944.000 1.224.000
Lasten 6.562.000 5.088.000 1.474.000
Saldo -394.000 -144.000 -250.000
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
5.748.000 4.671.000 1.077.000
5.701.000 4.624.000 1.077.000
47.000 47.000 -
1.224.000 1.036.000 188.000
1.592.000 1.151.000 441.000
-368.000 -115.000 -253.000
6.972.000 5.707.000 1.265.000
7.293.000 5.775.000 1.518.000
-321.000 -68.000 -253.000
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal lasten
3.919.000 15.326.000 100.000 225.000 15.651.000
3.919.000 15.320.000 100.000 225.000 15.645.000
7.000 7.000
250.000 1.982.000 -100.000 -225.000 1.657.000
650.000 3.104.000 -100.000 -225.000 2.779.000
-400.000 -1.122.000 -1.122.000
4.169.000 17.309.000 17.309.000
4.569.000 18.424.000 18.424.000
-400.000 -1.115.000 -1.115.000
15.651.000
15.645.000
7.000
400.000 100.000 467.000 2.624.000
2.779.000
400.000 100.000 467.000 -155.000
400.000 100.000 467.000 18.276.000
18.424.000
400.000 100.000 467.000 -148.000
Toevoeging/onttrekking aan reserves: Omgevingswet VTH zaaksysteem Doorontwikkeling RUD Utrecht Geprognotliseerd resultaat
Aan de hand van deze Bestuursrapportage willen wij een tweede begrotingswijziging voor 2022 voorstellen. Deze begrotingswijziging bouwt voort op de eerste begrotingswijziging, die op 31 maart 2022 door het Algemeen Bestuur is goedgekeurd. De baten over 2022 vallen € 1.657.000 hoger uit. Dit komt met name door: - Extra afgesloten aanvullende opdrachten; De lasten vallen in totaal € 3.104.000 hoger uit. Dit komt met name door: 1. Meer ingehuurd personeel om extra aanvullend/DVO-werk uit te voeren; 2. Meer ingehuurd ICT-personeel in verband met de invoering van het nieuwe VTH-zaaksysteem 3. Meer (ingehuurd) personeel in verband met ziekteverzuim 4. Hogere werkgeverslasten m.b.t. nieuwe CAO (principeakkoord) 5. Hogere Ontwikkelkosten m.b.t. voorbereiding op inwerkingtreding van de Omgevingswet conform het projectplan 6. Hogere Ontwikkelkosten voortvloeiend uit “Samen op weg” en “Kleur bekennen” 7. Hogere Ontwikkelkosten in verband met het omzetten van inrichting naar milieubelastende activiteit (MBA) (€ 150.000) 8. Hogere Ontwikkelkosten m.b.t. de doorontwikkeling van RGT-app.
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 30 van 35
Loon- en prijscompensatie Looncompensatie wordt in 2022 ingezet voor compensatie van de lasten van Bedrijfsvoering. De ingeschatte salarisstijgingen zaten reeds in de begroting. Onvoorzien Het voorstel is om onvoorzien in te zetten om het productieverlies als gevolg van het hoge ziekteverzuim en de intensieve tijdsbesteding aan het wegwijs worden met het nieuwe VTH-zaaksysteem op te vangen. Bestemmingsreserves 1. Onttrekking aan de bestemmingsreserve voor het VTH-zaaksysteem ten behoeve van de extra kosten die ontstaan voor de implementatie van dit nieuwe systeem (€ 100.000) 2. Onttrekking van de bestemmingsreserve voor de Omgevingswet ter dekking van de kosten die ontstaan in 2022 om de RUD Utrecht voor te bereiden op de Omgevingswet (€ 400.000) 3. Onttrekking van de bestemmingsreserve voor de Doorontwikkeling RUD Utrecht ter dekking van de kosten ontstaan in 2022 voortvloeiend uit het traject “Samen op weg” en “Kleur bekennen” (€ 257.000), van inrichting naar MBA (€ 150.000) en de ontwikkeling van de RGT-app (€ 60.000)
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 31 van 35
Bijlage 1 Meerjarig financieel perspectief Ter kennisname presenteren wij hierbij het meerjarig financieel perspectief voor 2021 – 2025. ACTIVA Vaste activa - Investeringen met een economisch nut
Materiële vaste activa
Totaal vaste activa Vlottende activa - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist
Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar
31 december 2021 €
€ €
315.000
450.000 5.725.000
Overlopende activa - Banksaldi
Liquide middelen
€
250.000
Totaal vlottende activa Totaal activa PASSIVA Vaste passiva - Algemene reserve - Bestemmingsreserves - Gerealiseerd resultaat
Eigen vermogen
€
315.000
€
315.000
€
6.175.000
€
812.000
€
250.000
€ €
7.237.000 7.552.000
€ € €
709.000 681.000 837.000
2.227.000
€
2.227.000
€
475.000
Overlopende passiva
€
Totaal vlottende passiva Totaal passiva
€ €
Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar
€
€ €
€
31 december 2021
€
Totaal vaste passiva Vlottende passiva - Overige schulden
31 december 2022
€
475.000
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
387.000
673.000 4.969.000
250.000
€
387.000
€
387.000
€
5.642.000
€
190.000
€
250.000
€ €
6.082.000 6.469.000
€
€ €
€
31 december 2022 € € €
769.000 292.000 -148.000
€
913.000
€
913.000
€
276.000
4.850.000
€
5.325.000 7.552.000
€ €
€
276.000
31 december 2024
31 december 2023 442.000
673.000 1.058.000
250.000
€
442.000
€
442.000
€
1.731.000
€
215.000
€
250.000
€ €
2.196.000 2.638.000
€
€ €
€
621.000 292.000 4.000
€
917.000
€
917.000
€
272.000
5.280.000
€
5.556.000 6.469.000
€ €
€
272.000
673.000 891.000
250.000
€
398.000
€
398.000
€
1.564.000
€
237.000
€
250.000
€ €
2.051.000 2.449.000
€
€ €
€
31 december 2024
31 december 2023 € € €
398.000
31 december 2025
€ € €
625.000 81.000 5.000
€
711.000
€
711.000
€
269.000
1.449.000
€
1.721.000 2.638.000
€ €
€
269.000
358.000
673.000 936.000
250.000
€
358.000
€
358.000
€
1.609.000
€
241.000
€
250.000
€ €
2.100.000 2.458.000
31 december 2025 € € €
630.000 81.000 5.000
€
716.000
€
716.000
€
268.000
1.469.000
€
1.474.000
1.738.000 2.449.000
€ €
1.742.000 2.458.000
€
268.000
Pagina 32 van 35
Begroting 2022 na wijziging
Begroting 2022 (na 1e BW)
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Programma's
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving ISV
6.168.000 4.944.000 -
6.562.000 5.088.000 -
-394.000 -144.000 -
5.660.000 4.614.000
5.700.000 4.654.000
-40.000 -40.000
6.416.000 5.232.000 -
6.443.000 5.259.000 -
-27.000 -27.000 -
6.493.000 5.295.000 -
6.520.000 5.322.000 -
-26.000 -26.000 -
6.571.000 5.359.000 -
6.598.000 5.386.000 -
-26.000 -26.000 -
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
6.972.000 5.707.000 1.265.000
7.293.000 5.775.000 1.518.000
-321.000 -68.000 -253.000
5.748.000 4.671.000 1.077.000
5.701.000 4.624.000 1.077.000
47.000 47.000 -
5.013.000 4.098.000 915.000
4.982.000 4.068.000 914.000
31.000 30.000 1.000
5.073.000 4.147.000 926.000
5.043.000 4.118.000 925.000
30.000 29.000 1.000
5.134.000 4.197.000 937.000
5.104.000 4.168.000 936.000
30.000 29.000 1.000
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van de baten en lasten Toevoeging/onttrekking aan reserves: - Omgevingswet - VTH zaaksysteem - Doorontwikkeling RUD Utrecht Gerealiseerde resultaat
4.169.000 17.309.000 17.309.000
4.569.000 18.424.000 18.424.000
-400.000 -1.115.000 -1.115.000
3.919.000 15.327.000 100.000 225.000 15.652.000
3.919.000 15.320.000 100.000 225.000 15.645.000
7.000 7.000
4.040.000 15.469.000 50.000 225.000 15.744.000
4.040.000 15.465.000 50.000 225.000 15.740.000
4.000 4.000
4.088.000 15.654.000 51.000 225.000 15.930.000
4.088.000 15.651.000 51.000 225.000 15.927.000
4.000 4.000
4.137.000 15.842.000 52.000 225.000 16.119.000
4.137.000 15.839.000 52.000 225.000 16.116.000
4.000 4.000
400.000 100.000 467.000 18.276.000
18.424.000
400.000 100.000 467.000 -148.000
15.652.000
15.645.000
7.000
15.744.000
15.740.000
4.000
15.930.000
15.927.000
4.000
16.119.000
16.116.000
4.000
De laatste financiële ontwikkelingen van de RUD Utrecht zijn weergegeven in de tweede begrotingswijziging 2022, welke is toegevoegd aan deze Bestuursrapportage (Bijlage 1).
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
Pagina 33 van 35
Bijlage 2 Bijdrage per deelnemer De in de tabel hier onder opgenomen bijdrage per deelnemer is gebaseerd op de tweede begrotingswijziging voor 2022 bijbehorend bij deze Bestuursrapportage. Pas na vaststelling van de Bestuursrapportage en na de zienswijze periode op deze Bestuursrapportage is de begrotingswijziging definitief met de bijbehorende bijdrage per deelnemer. Programmabegroting 2022 (na 1e begrotingswijziging)
Opdrachtgever
Variabele bijdrage (incl regionale en provinciale taken)*
Uren
BERAP 2022 (2e begrotingswijziging)
Vaste bijdrage
Variabele bijdrage Regionale & (excl regionale en provinciale taken provinciale taken)
Nieuwe variabele bijdrage (incl regionale & provinciale taken)*
Amersfoort
17.206
€
1.126.000
€
778.000
€
1.120.000
€
6.000 €
Baarn
3.875 €
253.000
€
193.000 €
252.000
€
1.000
Bunschoten
4.676 €
303.000
€
215.000 €
301.000
€
2.000
€
Eemnes
1.804 €
118.000
€
81.000 €
117.000
€
1.000
€
Houten
2.798 €
183.000
€
125.000 €
182.000
€
1.000
€
Leusden
3.619 €
236.000
€
162.000 €
235.000
€
1.000
€
Lopik
4.480 €
292.000
€
200.000 €
291.000
€
1.000
Nieuwegein
3.527 €
228.000
€
158.000 €
227.000
€
1.000
Provincie Utrecht
74.871
Soest
5.887 €
Utrecht
15.524
€
Woudenberg
3.119 € 141.386
RUD Utrecht | Ontwerp Bestuursrapportage 2022
€
€
4.856.000 €
1.126.000
€
778.000
253.000
€
193.000
303.000
€
215.000
118.000
€
81.000
183.000
€
125.000
236.000
€
162.000
€
292.000
€
200.000
€
228.000
€
158.000
€
€
4.733.000
€
46.000 €
4.778.000 €
3.343.000
€
263.000 €
382.000
€
2.000
€
384.000
€
263.000
1.024.000
€
693.000
€
1.018.000
€
5.000 €
1.024.000
€
693.000
204.000
€
156.000 €
203.000
€
1.000
204.000
€
156.000
9.061.000
€
68.000 €
9.129.000 €
6.367.000
384.000
9.207.000 €
3.343.000
Vaste bijdrage
6.367.000
€
€
Pagina 34 van 35
3.2 Raadsvoorstel zienswijze ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 RUD (nog te ontvangen) 1 Begeleidende brief zienswijze deelnemers eerste begrotingswijziging 2023 RUD Utrecht.pdf
Archimedeslaan 6 Postbus 85242 3508 AE Utrecht
Aan de deelnemers van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht T.a.v. de griffie
Datum Zaakkenmerk Briefnummer Uw nummer Onderwerp
16 september 2022 Z/22/724530 1003885 Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 RUD Utrecht
Contactpersoon Telefoonnummer E-mailadres Bijlage(n) Pagina
M. van Bockel 06 52 54 81 54 m.vanbockel@rudutrecht.nl 1 1
Geachte griffiers, Op 15 september jl. heeft het Algemeen Bestuur van de Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) de ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 vastgesteld voor zienswijze. Als deelnemer van de RUD Utrecht krijgt u hierbij op grond van artikel 59 van de Wet Gemeenschappelijke regeling deze ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 aangeboden en kunt u uw zienswijze ten aanzien van de verhoging van de deelnemersbijdrage ten gevolge van de nieuwe CAO, binnen de wettelijke termijn van twaalf weken aan ons kenbaar maken. U treft de ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 als bijlage aan. Gezien de wettelijke termijn, ontvangen wij uw zienswijze graag uiterlijk vrijdag 9 december 2022, waarna de ontwerp eerste begrotingswijziging 2023, gelezen uw zienswijze, ter vaststelling wordt behandeld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de RUD Utrecht van 9 februari 2023.
Aandachtspunt
Wij willen u er op attenderen dat u, conform de reguliere procedures rondom bekendmakingen, de bijgesloten ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 voor een ieder ter inzage dient te leggen en, eventueel tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar dient te stellen voor zover daarom wordt gevraagd. Dat deze mogelijkheid bestaat dient u kenbaar te maken door middel van een openbare kennisgeving. Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en zie met belangstelling uw zienswijze tegemoet. Met vriendelijke groet, namens het Dagelijks Bestuur RUD Utrecht
G. Spelt (Gerrit) voorzitter
H. Jungen (Hugo) secretaris
De Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Utrecht verleent vergunningen en handhaaft wetten en regels op het gebied van milieu, natuur, bodem, landschap en water. De RUD werkt voor de provincie Utrecht en de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Houten, Leusden, Lopik, Nieuwegein, Soest, Utrecht en Woudenberg.
1 Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 RUD Utrecht.pdf
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 15 september 2022
Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................2 1.
Ontwikkelingen ............................................................................................................................2
2.
Begrotingswijziging .....................................................................................................................2 2.1.
Gewijzigde begroting 2023........................................................................................................3
2.2.
Begrotingswijziging ..................................................................................................................3
2.3.
Gewijzigde bijdrage per deelnemer ............................................................................................4
2.4.
Gewijzigde bijdrage per deelnemer (detail).................................................................................5
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 15 september 2022
Pagina 1 van 5
Inleiding De Regionale Uitvoeringsdienst Utrecht (RUD Utrecht) is een samenwerkingsverband tussen elf gemeenten en de provincie Utrecht. Dit samenwerkingsverband heeft als missie om bij te dragen aan een gezonde, veilige en duurzame fysieke omgeving. Daarbij is de RUD Utrecht de uitvoeringsorganisatie en zijn de elf gemeenten samen met de provincie Utrecht de deelnemers. Doordat de RUD Utrecht een Gemeenschappelijke Regeling is dient de begroting van de RUD Utrecht als input voor de begroting van de deelnemers. Om deze reden is de Begroting 2023 al reeds in maart 2022 als concept en in juni 2022 definitief vastgesteld. Dit betekent concreet dat de begroting eind 2021 is opgesteld. Over de CAO 2022 en 2023 was destijds nog geen (principe)akkoord bereikt. Voor de begroting 2023 is de RUD Utrecht uitgegaan van de Septembercirculaire provinciefonds 2021 voor onder meer de indexering van de grootste kostenpost van de RUD Utrecht namelijk personeel. Normaliter wijkt de Septembercirculaire slechts beperkt af van het uiteindelijke onderhandelakkoord. Door recente ontwikkelingen (onder meer de sterk opgelopen inflatie) is dit nu echter niet het geval en is het noodzakelijk vanwege de resulterende hogere kosten de begroting te herzien.
Leeswijzer In hoofdstuk 1 zullen wij de ontwikkelingen en de daarbij noodzakelijke financiële middelen onderbouwen. Hoofdstuk 2 bevat de herziene begroting 2023, de bijdrage per deelnemer en de voorgestelde eerste begrotingswijziging ten opzichte van de eerder vastgestelde programmabegroting 2023.
1. Ontwikkelingen Voor de begroting 2023 is de RUD Utrecht uitgegaan van de Septembercirculaire provinciefonds 2021 die door de rijksoverheid was vastgesteld. Bij het opstellen van de Begroting 2023 is het startpunt de salariskosten van 2021 geweest door het moment van opstellen. Vervolgens heeft de RUD Utrecht voor het jaar 2022 rekening gehouden met een loonstijging van 2,5% en voor het jaar 2023 met een loonstijging van 2,3% (conform Septembercirculaire) naast de individuele stijging van medewerkers. Recente ontwikkelingen hebben ervoor gezorgd dat het principeakkoord dat inmiddels is bereikt over de provinciale CAO een flink hogere loonstijging bevat dan destijds geprognotiseerd in de septembercirculaire. Het huidige principeakkoord is een onderhandelakkoord tussen de werkgevers en de vakbonden (FNV, CNV, AVV en CMHF) dat op 24 juni 2022 is overeengekomen. Zowel voor het jaar 2022 als 2023 vallen de loonkosten een stuk hoger uit dan vooraf geprognotiseerd. Beide jaren hebben een effect op de loonkosten voor het begrotingsjaar 2023. Het principeakkoord kan als volgt worden samengevat: Met ingang van 1 januari 2022 worden alle functieschalen met €75 bruto verhoogd op basis van een fulltime dienstverband. Op 1 juli 2022 worden de salarissen structureel met 3% verhoogd. Per 1 januari 2023 worden de salarissen nog eens structureel verhoogd met 4%.
Per 1 juli 2022 wordt een bodembedrag voor het maandsalaris ingevoerd van €2.184 bruto per maand. Daarnaast zal er in 2022 nog een eenmalige flexibiliteit / thuiswerkvergoeding van €500 bruto worden uitgekeerd en zal er vanaf 1 januari 2023 €3 netto worden uitgekeerd per thuiswerkdag. Zowel de loonstijging in 2022 als 2023 heeft effect op de begroting 2023 aangezien het huidige principeakkoord significant meer stijgt dan waar rekening mee was gehouden op basis van de Septembercirculaire. Op totaalniveau stijgt de deelnemersbijdrage met € 479.000 Deze stijging bestaat uit een stijging van de vaste bijdrage van €115.000 veroorzaakt door een stijging van de loonkosten binnen de afdeling bedrijfsvoering en een stijging van de variabele bijdrage van €364.000 veroorzaakt door de loonstijgingen bij de afdelingen handhaving en vergunningverlening. De laatste stijging van €364.000 zal moeten worden gecompenseerd door een hoger uurtarief. Initieel was het vastgestelde tarief voor het jaar 2023 voor handhaving: € 64,00 (2022: € 61,75) en voor vergunningverlening: € 69,50 (2022: € 68,00). Door deze loonstijging stijgt het tarief naar € 66,00 voor handhaving en € 73,00 voor vergunningverlening.
2. Begrotingswijziging De kosten en opbrengsten voortkomend uit de ontwikkelingen beschreven in hoofdstuk 1 zijn in dit hoofdstuk verwerkt in de gewijzigde begroting 2023. Naast de gewijzigde begroting 2023 is tevens in dit hoofdstuk de bijdrage per deelnemer en de begrotingswijziging 2023 opgenomen.
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 15 september 2022
Pagina 2 van 5
2.1.
Gewijzigde begroting 2023
Op basis van de beschreven ontwikkelingen wordt de volgende gewijzigde begroting voorgesteld: Begroting 2023 na wijziging Programma's
Baten
Lasten
Saldo
1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving ISV
6.582.000 5.391.000 1.191.000 -
6.655.000 5.464.000 1.191.000 -
-73.000 -73.000 -
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
5.224.000 4.304.000 920.000
5.146.000 4.226.000 920.000
78.000 78.000 -
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal saldo van de baten en lasten
4.142.000 15.948.000 50.000 225.000 16.223.000
4.142.000 15.943.000 50.000 225.000 16.218.000
5.000 5.000
Gerealiseerde resultaat
16.223.000
16.218.000
5.000
2.2.
Begrotingswijziging
Op basis van de beschreven ontwikkelingen wordt de volgende begrotingswijziging voorgesteld: 1e begrotingswijziging 2023 Programma's 1 Handhaving Directe variabele kosten handhaving Directe vaste kosten handhaving
3 Bedrijfsvoering Totaal programma's Loon- en prijscompensatie Onvoorzien Totaal lasten
Baten 166.000 159.000 7.000 211.000 206.000 5.000 102.000 479.000 479.000
Lasten 212.000 205.000 7.000 164.000 158.000 6.000 102.000 478.000 478.000
Saldo -46.000 -46.000 47.000 48.000 -1.000 1.000 1.000
Geprognotiseerd resultaat
479.000
478.000
1.000
2 Vergunningverlening Directe variabele kosten vergunningverlening Directe vaste kosten vergunningverlening
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 15 september 2022
Pagina 3 van 5
De aard van de begrotingswijziging en de daarbij behorende achtergrond heeft ertoe geleid dat er ook een extra specifiek risico is ontstaan. Bij deze begrotingswijziging wordt dus ook een aanpassing aan de risicoanalyse voorgesteld. Aanvullend risico: Risico
Omschrijving
I/S
Kans %
Impact x € 1000
Restrisico x € 1.000
7. Inflatie (specifiek)
Gebruikelijk gaat de RUD Utrecht voor de prijsstijging en CAO stijgingen, bij het opstellen van de begrotingen, uit van de circulaire die door de rijksoverheid wordt opgesteld. Momenteel is de inflatie zodanig hoog dat de inschatting gebaseerd op de circulaire mogelijk te laag zijn ingeschat. Wel is de overheid momenteel bezig met een pakket aan maatregelen om de koopkracht op peil te houden en de inflatie te beperken. De verwachting is dat deze maatregelen in 2023 in zullen gaan. Het prijsniveau in 2023 blijft echter een specifiek risico voor 2023.
S
25%
€ 400
€ 100
Totaal restrisico (na het toevoegen van risico 7):
€ 973
Tegenover de bestaande risico’s staat de weerstandscapaciteit ter hoogte van € 983.000. De hierbij behorende ratio is: 1,01 (minimaal 1,0 is gewenst). De weerstandscapaciteit ligt daarmee op een voldoende niveau om de specifieke risico’s op te kunnen vangen. Hierbij met echter wel de opmerking gemaakt worden dat er in 2022 een negatief resultaat verwacht wordt en het daadwerkelijke weerstandvermogen daarmee waarschijnlijk iets zal gaan afnemen.
2.3.
Gewijzigde bijdrage per deelnemer
De bijdrage per deelnemer voor 2023 wordt in de volgende tabel gepresenteerd: Totale nieuwe bijdrage Nieuwe Vaste bijdrage 2023
Nieuwe variabele bijdrage incl regionale & provinciale taken
Amersfoort
€
1.943.000
€
781.000
€
1.162.000
Baarn
€
463.000
€
187.000
€
276.000
Bunschoten
€
552.000
€
223.000
€
329.000
Eemnes
€
241.000
€
97.000
€
144.000
Houten
€
397.000
€
159.000
€
238.000
Leusden
€
471.000
€
190.000
€
281.000
Lopik
€
534.000
€
215.000
€
319.000
Nieuwegein
€
406.000
€
164.000
€
242.000
Provincie Utrecht
€
8.208.000
€
3.300.000
€
4.908.000
Soest
€
791.000
€
319.000
€
472.000
Utrecht
€
1.845.000
€
743.000
€
1.102.000
Woudenberg
€
373.000
€
150.000
€
223.000
€
16.223.000
€
6.528.000
€
9.695.000
Opdrachtgever
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 15 september 2022
Pagina 4 van 5
2.4.
Gewijzigde bijdrage per deelnemer (detail) Programmabegroting 2023
1e Begrotingswijziging 2023
Amersfoort
Variabele bijdrage incl prov en regionale taken € 1.116.000
€
768.000 €
1.884.000 €
1.154.000
Baarn
€
265.000
€
183.000
€
448.000
€
274.000
Bunschoten
€
316.000
€
219.000
€
535.000
€
327.000
Eemnes
€
138.000
€
95.000
€
233.000
€
143.000
Houten
€
228.000
€
157.000
€
385.000
€
236.000
Leusden
€
270.000
€
187.000
€
457.000
€
279.000
Lopik
€
306.000
€
211.000
€
517.000
€
317.000
Nieuwegein
€
232.000
€
161.000
€
393.000
€
Provincie Utrecht
€
4.732.000 €
7.973.000 €
Opdrachtgever
Vaste bijdrage
Totale bijdrage 2023
3.241.000 €
Soest
€
454.000
€
313.000
Utrecht
€
1.059.000
€
730.000 €
€
214.000
€
148.000
€
362.000
€
9.330.000 €
6.413.000
€
Woudenberg
€
Ontwerp eerste begrotingswijziging 2023 Status: t.b.v. vergadering Algemeen Bestuur d.d. 15 september 2022
€
Nieuwe variabele bijdrage incl regionale & provinciale taken 8.000 € 1.162.000
€
781.000 €
1.943.000
€
€
2.000
€
276.000
€
187.000
€
463.000
€
15.000
€
2.000
€
329.000
€
223.000
€
552.000
€
17.000
€
1.000
€
144.000
€
97.000
€
241.000
€
8.000
€
2.000
€
238.000
€
159.000
€
397.000
€
12.000
€
2.000
€
281.000
€
190.000
€
471.000
€
14.000
€
2.000
€
319.000
€
215.000
€
534.000
€
17.000
240.000
€
2.000
€
242.000
€
164.000
€
406.000
€
13.000
4.783.000
€
125.000 €
3.300.000 €
8.208.000
€
234.000
Variabele bijdrage
Regionale en provinciale taken
Nieuwe Vaste bijdrage
4.908.000 €
Totale nieuwe bijdrage 2023
Toename Totale bijdrage (i.v.m. CAO) 58.000
€
469.000
€
3.000
€
472.000
€
319.000
€
791.000
€
24.000
1.789.000 €
1.095.000
€
7.000 €
1.102.000
€
743.000 €
1.845.000
€
56.000
€
221.000
€
2.000
223.000
€
150.000
€
373.000
€
11.000
15.743.000 €
9.538.000
€
157.000 €
9.695.000 €
6.528.000
€
16.223.000
€
479.000
767.000
€
Pagina 5 van 5
3.3 Nagekomen agenderingen 1 Nagekomen Agenderingen Commissie EDW PROCEDUREEL 29 september 2022.docx
Nagekomen agenderingen Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen Vast te stellen op 29 september 2022
Stukken afkomstig van het college
Datum: september 2022 Onderwerp: Raadsbrief Rijnenburg
Afzender: VVD, Gertjan te Hoonte, PVV, Stadsbelang, Eén Utrecht, Volt De raad is middels een Raadsbrief (5731) geïnformeerd over het Voorontwerp en de vergunningsaanvraag voor
Wethouder:Van Hooijdonk Beleidsveld: Energie Griffier: Mariska de Vos
windmolens Rijnenburg en Reijerscop. De agenderende
fracties willen met elkaar en de wethouder in gesprek over de inhoud van de brief. De vraagstelling richt zich enerzijds op hoe het planologische traject nu wordt doorlopen en de
positie van de raad hierin. Hierbij kijken de fractie in het
bijzonder naar hoe de huidige raadsbrief zich verhoudt tot eerdere raadsbrieven, in het bijzonder ook de raadsbrief
(5522) over het voorgenomen voorkeursalternatief en de
Reactienota NRD, waarin een procedure is geschetst. Ook
willen de fracties in gesprek over de MER-procedure en het (nu niet) delen van de rapportage.
Het tweede deel van de vraagstukken richt zich op de
inhoudelijke keuzen die nu gemaakt lijken te worden,
bijvoorbeeld op het gebied van de hoogte en de positie van windmolens ook irt de nu geplande woningbouw, het
openhouden van de optie van meer windmolens en het ontbreken van de geplande zonne-energie.
Voorstel: 1. Agenderen voor de commissie EDW 2. Tijd: 90 minuten
VOLT wil het gaat graag in gesprek over de totstandkoming van de milieuregels (o.a. de regels opgenomen voor de beperking van geluid en slagschaduw) en het (nu niet) consulteren van de raad, omwonenden en andere belanghebbenden over wat zij belangrijk vinden voor lokale kaders en welke onderzoeken zij belangrijk vinden voor lokale kaders.
2
3.3.1 Raadsbrief Voortontwerp en vergunningaanvraag windmolens Rijnenburg en Reijerscop 1 Raadsbrief Voorontwerp en vergunningaanvraag windmolens Rijnenburg en Reijerscop.docx.pdf
Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl
Aan de gemeenteraad
Behandeld door
H. Kraaij
Datum
7 september 2022
Doorkiesnummer
14030
Kenmerk
10405111
h.kraaij@utrecht.nl
Onderwerp
Voorontwerp en vergunningaanvraag windmolens Rijnenburg en Reijerscop
Bijlage(n)
1
Beleidsveld
Energie en Klimaat
Geachte leden van de raad, Utrecht werkt aan de overstap naar duurzame energie, door bronnen en gebouwen te verduurzamen en de energie-infrastructuur daarop aan te passen. Daarmee leveren we een bijdrage aan het bestrijden van de wereldwijde klimaat- en energiecrisis. In deze brief informeren wij u over het door Rijne Energie c.s.1 opgestelde voorontwerp voor de realisatie van vier windmolens (zie bijlage) en de omgevingsvergunning die ze daarvoor hebben aangevraagd. Windenergie in Rijnenburg in het kort In de polders Rijnenburg en Reijerscop ligt voor onze gemeente het grootste potentieel om duurzame energie op te wekken met windmolens en zonnevelden. Op 9 juli 2020 heeft uw raad hiervoor een Visie en een Uitnodigingskader vastgesteld. Op 19 februari 2021 bent u geïnformeerd over de selectie van het consortium Rijne Energie c.s. als initiatiefnemer en op 10 december 2021 en 21 april 2022 bent u geïnformeerd over de planologische procedure, inclusief de milieueffectrapportage (m.e.r.). In het coalitieakkoord 2022-2026 staat dat we in Rijnenburg kiezen voor het ontwikkelen van een combinatie van permanente energieopwekking (in het noorden) en woningbouw (in het midden en zuiden).
We willen het maximaal aantal mogelijke windmolens verwezenlijken binnen de kaders die door uw raad zijn vastgesteld voor het energielandschap en tegelijkertijd bereiden we de planontwikkeling voor woningbouw voor. Voorontwerp Rijne Energie maakte bijgevoegd voorontwerp, op basis van de op dit moment beschikbare grondposities. Hierin staan de locaties van kleine zonnevelden en vier windmolens, toegangswegen, elektriciteitskabels en het station waarmee de windmolens aangesloten worden op het hoogspanningsstation Oudenrijn. Het maken van een voorontwerp voor het energielandschap is stap 8 in onderstaande schema voor de te doorlopen stappen voor de realisatie van energielandschap Rijnenburg en Reijerscop. In dit 1 Dit consortium bestaat uit de energiecoöperaties Rijne Energie en De Windvogel, Utrechtse zonneveldontwikkelaar BHM
Solar en energiebedrijf Eneco.
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
7 september 2022 10405111
voorontwerp is weinig landschapsontwikkeling opgenomen omdat er op dit moment onvoldoende grondposities beschikbaar zijn om de door ons en Rijne Energie c.s. gewenste maatregelen te kunnen realiseren.
Vergunning en bestemmingsplan Rijne Energie heeft op 29 juli jl., namens het consortium, een omgevingsvergunning aangevraagd voor vier windmolens die maximaal 270 meter hoog kunnen worden. Ze hebben besloten om nu geen vergunning aan te vragen voor zonnevelden, omdat dit de realisatie van toekomstige, veel grotere zonnevelden in de weg zou kunnen zitten. Bij de provincie is voor vier windmolens een ontheffing voor de Wet natuurbescherming aangevraagd. Rijne Energie verzoekt de gemeente om het bestemmingsplan te wijzigen om deze vier windmolens mogelijk te maken. Aan ons college is gevraagd om deze besluiten en de nog bij het waterschap aan te vragen Waterwetvergunning te coördineren. Dat betekent dat er voor vier besluiten één zienswijzeprocedure wordt georganiseerd en dat er ook één mogelijkheid is om in beroep te gaan bij de Raad van State: bestemmingsplan, omgevingsvergunning, ontheffing Wet natuurbescherming en Waterwetvergunning. Met het raadsbesluit van 6 juli 2017 heeft uw raad al aangegeven deze coördinatie te willen inzetten. Op dit moment beoordelen wij of de aanvraag voor de omgevingsvergunning past binnen het door de raad vastgestelde uitnodigingskader en bestaande regelgeving. De provincie toetst de aanvraag voor de ontheffing voor de Wet natuurbescherming.
Indien de beoordeling van de vergunningaanvragen vlot verloopt, kunnen wij nog dit jaar besluiten over een ontwerpbestemmingsplan en een ontwerpbesluit over de omgevingsvergunning. Deze worden vervolgens, indien mogelijk, samen met de ontheffing voor de Wet natuurbescherming en de Waterwetvergunning, ter inzage gelegd. Op basis van het ontwerpbestemmingsplan wordt de Minister van Defensie gevraagd om een ‘verklaring van geen bedenkingen’ af te geven, waarbij getoetst wordt aan de regels die gelden voor de vliegtuigradar. Op basis van de in 2019 uitgevoerde pre-toets verwachten we niet dat er redenen zijn om deze verklaring te weigeren. Mogelijkheid tot opschaling en optimalisering Het plan voor vier windmolens levert een belangrijke bijdrage aan onze ambities voor de energietransitie. Met vier moderne windmolens met een tiphoogte van maximaal 270 meter kan bijna net zoveel energie geproduceerd worden als met acht windmolens van de omvang waarmee we gerekend hebben toen de Visie en het Uitnodigingskader voor het energielandschap werden vastgesteld: ca. 90 GWh per jaar, goed voor het elektriciteitsgebruik van 27.000 huishoudens. Dat is bijna een verdubbeling van de hoeveelheid groene stroom die we op dit moment in Utrecht
2/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
7 september 2022 10405111
produceren met zonnepanelen op daken. Maar onze ambitie voor de stad gaat verder. Wij streven naar een maximaal aantal windmolens in Rijnenburg en Reijerscop. Rijne Energie c.s. kunnen een aanvraag indienen voor uitbreiding van het plan als daarvoor grondposities beschikbaar komen. Wij zullen vervolgens beoordelen of het bestaande plan aangepast kan worden of dat we een tweede planprocedure starten. In deze aanvullende planprocedure ontstaan mogelijk kansen voor een permanente landschapsontwikkeling, waaronder natuur, recreatie en eventueel een roeiwater. Tegen die tijd zijn we ook verder met de planontwikkeling voor woningbouw en kunnen bovenwijkse opgaven, die voortkomen uit de woningbouw, wellicht geïntegreerd worden in de planvorming voor het energielandschap. Als deze aanvullende planontwikkeling binnen circa twee jaar na de eerste planontwikkeling wordt gestart, dan kan de uitvoering van de twee plannen gelijktijdig plaatsvinden. In de loop van 2023 denken wij een beter beeld te krijgen van de mogelijkheden om het plan voor een energielandschap uit te breiden. Op dat moment zullen wij u informeren over de stappen die wij als gemeente willen zetten om deze uitbreiding te realiseren. Relatie windmolens met toekomstige woningbouw De locaties van de vier windmolens in het huidige plan zijn optimaal voor bestaande woningen en woonwijken.
Hierdoor is de geluidhinder minder dan berekend bij de vaststelling van de Visie en het Uitnodigingskader voor het energielandschap. De in de vergunningaanvraag genoemde geluidbelasting door windmolens op bestaande woningen en nieuwbouw (conform model “Klein Rijnenburg”) is lager dan 45 dB Lden. Dit is de maximale geluidbelasting van windmolens die geadviseerd wordt door de WHO en de GGD. De geluidhinder die gepaard gaat met deze geluidbelasting is vergelijkbaar met de nationaal geaccepteerde hinder als gevolg van autosnelwegen, spoorwegen en industrieterreinen. Op basis van deze informatie gaan wij er vooralsnog vanuit dat windmolens en mogelijk toekomstige woningbouw met elkaar verenigbaar zijn, zolang de geluidnormen niet scherper worden gesteld dan 45 dB Lden. Dat is 2 dB scherper dan de norm die tot voor kort gold. Vervolgproces Na de zienswijzeprocedure leggen wij medio 2023 een voorstel voor een bestemmingsplan ter besluitvorming voor aan uw raad. In dit bestemmingsplan worden de locaties van de windmolens en toegangswegen bestemd. Ook worden in het bestemmingsplan regels opgenomen voor afmetingen van de windmolens en de beperking van geluid en slagschaduw. Als uw raad positief besluit over het bestemmingsplan, dan wordt door ons de omgevingsvergunning afgegeven.
Tegen het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelt de besluiten als één besluit en dient binnen zes maanden na ontvangst van het verweerschrift een besluit te nemen. Lopende deze beroepsprocedure kunnen Rijne Energie c.s. de voorbereidingen starten voor de realisatie, waaronder de aanvraag van SDEsubsidie bij het Rijk, inkoop van windmolens en het maken van een definitief ontwerp op basis van de ingekochte windmolens. Dit duurt naar verwachting twee tot drie jaar. Voor de aansluiting van de windmolens op het elektriciteitsnet moeten Rijne Energie c.s. wachten op de vernieuwing van hoogspanningsstation Oudenrijn, waarvoor op dit moment ook een procedure voor een bestemmingsplanwijziging loopt. Volgens de huidige planning kunnen de vier windmolens in 2026 draaien. Dat is onder voorwaarde dat er op dat moment voldoende capaciteit is op het elektriciteitsnet om de elektriciteit te kunnen transporteren. Vooralsnog lijkt dit project te passen binnen de restcapaciteit die in het bestaande net gecreëerd wordt door de door TenneT en Stedin aangekondigde congestiemaatregelen.
3/4
Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk
7 september 2022 10405111
Communicatie Rijne Energie stuurt een nieuwsbericht en informeert haar leden over de aanvraag van de vergunning. De gemeente stuurt een nieuwsbericht en een Rijnenburg-nieuwsbrief naar de ruim 1000 abonnees die het proces sinds 2016 met belangstelling volgen. Ook plaatsen we een bericht in de nieuwsbrief Utrecht. Wij hebben de provincie, buurgemeenten en Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden vooraf geïnformeerd over deze raadsbrief. Hetzelfde geldt voor het consortium van grondeigenaren in Rijnenburg met wie we op 31 augustus jl. gesproken hebben over scenario’s voor planvorming voor woningbouw en energie. We vertrouwen erop u hiermee voor nu voldoende te hebben geïnformeerd.
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,
de secretaris,
de burgemeester,
4/4
ENERGIELANDSCHAP
1 Voorontwerp windturbinelocaties Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop.pdf
VOORONTWERP WINDTURBINELOCATIES
RIJNENBURG EN REIJERSCOP
Het College van de gemeente Utrecht heeft in december 2021 het NRD vrijgeven. Sindsdien is hard gewerkt aan de milieueffectrapportage (MER). Het voorkeursalternatief (VKA) heeft Rijne energie cs in drie participatiebijeenkomsten in mei 2022 gedeeld met de omwonenden. Wij zijn nu klaar om een vergunningsaanvraag te doen. Om risico's van vertraging door de komst van de Omgevingswet uit te sluiten vragen wij het College om ook het bestemmingsplan dit jaar in ontwerp gereed te maken. Rijne energie cs is absoluut geen voorstander om via een juridische weg extra windturbines af te dwingen. Dit leidt tot veel vertraging en mogelijk zelfs afstel. De gemeente Utrecht heeft een ambitie en Rijne energie cs wil veel duurzame coöperatieve energie realiseren bij voorkeur zo snel mogelijk: klimaatverandering wacht niet op ons. We hopen dat het College ons steunt in deze ambitie. 30 JUNI 2022
1
INITIATIEFVOORSTEL RIJNE ENERGIE CS
Energielandschap Rijnenburg & Reijerscop Na het vaststellen van het uitnodigingskader door de Utrechtse gemeenteraad is veel werk verzet. Rijne Energie cs heeft een voorstel ingediend en is geselecteerd als partij om zonnevelden en windturbines te ontwikkelen in het energielandschap.
Afbeelding 1: Windturbineposities
Het initiatiefvoorstel is verder uitgewerkt. Participatiebijeenkomsten, crowdfunding, uitgebreide onderzoeken en intensief overleg hebben geleid tot de mijlpaal die we in dit document aan u voorleggen: het voorontwerp van de windturbineposities in Rijnenburg & Reijerscop. In december van 2021 heeft het College van Utrecht de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vrijgegeven voor zienswijzen als startmoment voor het maken van een Milieu Effect Rapportage (MER). Daarna is een viertal opstellingsalternatieven onderzocht met bijzondere aandacht voor landschap, woningen in de omgeving, ecologie en energie. Er zijn meerdere locaties onderzocht, ook locaties waar het consortium geen afspraken heeft met grondeigenaren. Dit is vooral gedaan om de impact van verschillende locaties in beeld te krijgen en goed te kunnen vergelijken. Naar aanleiding van het MER onderzoek heeft Rijne Energie cs een uitvoerbaar voorkeursalternatief gekozen waarvan we het voorontwerp voor de windturbinelocaties in dit document aan u voorleggen.
ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP
3
Afbeelding 2: Windturbine posities voorgenomen Voorkeurs Alternatief
4
2
VOORKEURSALTERNATIEF WINDTURBINES
Klimaatverandering wacht niet op de uitvoering van de energietransitie. De urgentie neemt toe om tot uitvoerbare plannen te komen. Al geruime tijd wordt er door ons gewerkt aan de voorbereiding van het energielandschap. In de participatiemomenten die ook dit jaar hebben plaatsgevonden, merken we dat omwonenden toe zijn aan duidelijkheid. Ook de vele vrijwilligersuren bij de energiecoöperatie en de professionele bijdragen uit het consortium zouden naar ons idee nu moeten kunnen leiden tot concretisering van het plan. Wij stellen voor om dat in stappen te doen en te starten met de huidige vier windturbinelocaties.
Eerst wind Het realiseren van windturbines duurt lang (onderzoeken, procedures, SDE++ aanvragen, organiseren van netaansluiting, aanbesteding en bouw), een proces van nog enkele jaren. Hoe eerder we met het planologische traject starten, hoe sneller we tot realisatie kunnen overgaan. We stellen voor om de ontwikkeling van zonne-energie en het realiseren van landschappelijk, ecologische en recreatieve kwaliteiten in een volgende stap verder uit te werken. Deze onderdelen kennen een kortere planologische procedure en meer overzichtelijke uitvoeringstermijnen. Daarmee is het naar ons inzicht goed mogelijk om zon en wind uiteindelijk op een zelfde moment tot uitvoering te brengen. Dit document doet een voorstel voor de windturbinelocaties en schetst de planning van de andere onderdelen van het energielandschap.
Planvoorbereiding
Realisatie
Besluit Windturbines Grootschalig zon Ecologie, landschap en recreatie
2022
2023
2024
2025
2026
Vier windturbinelocaties De locaties van de windturbines zijn geselecteerd op basis van een goede onderlinge samenhang (in een rechte lijn met in het midden een knik) en zoveel mogelijk rekening houdend met bestaande woningen in het noorden en oosten en de mogelijk op termijn te realiseren woningen in het zuiden. Uiteraard zijn daarbij grondcontracten het uitgangspunt om de windturbines ook echt te kunnen realiseren. Omdat het vermogen van windmolens in de afgelopen jaren flink is toegenomen, kunnen we met 4 windturbines (van 6MW elk) evenveel energie opwekken als initieel met 8 windmolens van 3MW.
ENERGIELANDSCHAP RIJNENBURG EN REIJERSCOP
5
Afbeelding 3: Gering ruimtebeslag windturbines met nog veel ontwerpruimte voor zonnevelden, landschapsontwikkeling, ecologie en recreatie
Afbeelding 4: Mogelijke uitbreiding op termijn van windturbineopstelling binnen de principes van het Voorkeursalternatief
6
Afdwingen leidt tot vertraging Het verkrijgen of op een bepaalde manier afdwingbaar maken van nieuwe of andere windturbinelocaties is naar onze verwachting een route die tot heel veel vertraging zal leiden. Wij zien twee belangrijke redenen om dat niet te doen: • Het juridisch afdwingen van de plaatsing van windturbines heeft in Nederland nog nooit plaatsgevonden en leidt zonder twijfel tot een jarenlange juridische strijd met niet op voorhand te voorspellen resultaat. • Bij onze plannen betrekken we zo veel mogelijk bewoners en grondeigenaren. We staan voor een samenwerking waarbij we in goed overleg met grondeigenaren tot afspraken willen komen. Wij denken dat deze werkwijze tot een maatschappelijk meer geaccepteerde energietranisitie leidt. Nu planologische besluitvorming starten De gekozen windturbinelocaties bieden flexibiliteit voor de voorbereiding, uitwerking en uitvoering van andere plannen. In ieder geval zonnevelden en landschappelijke kwaliteiten. Maar ook op wat langere termijn zullen de windturbines de ontsluiting van een woongebied en een grotere woningbouwontwikkeling in het zuiden niet in de weg staan. Rijne Energie cs wil nu de planologische besluitvorming starten voor vier windmolens met de optie om in een latere fase procedures te starten voor extra windmolens en zonnevelden als er geïnteresseerde grondeigenaren zijn.
Wij verwachten dat als er planologische medewerking wordt verleend voor vier
windturbineposities er bij andere grondeigenaren meer interesse is voor het inzetten van grond voor zonnevelden en mogelijk ook 1 of 2 extra windturbines.
Cruciale planning Zoals het er nu naar uitziet, treedt de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking. Met name juristen (ambtelijk en Eerste Kamer) maken zich zorgen of we op dat moment een werkend systeem hebben om procedures voor planologische besluitvorming te kunnen starten. Het is de verwachting dat de eerste omgevingsplannen te maken krijgen met kinderziektes en in het slechtste geval (verloren) rechtszaken. Projecten met grote maatschappelijke dynamiek (lees: windenergie) zullen dan onder een vergrootglas komen te liggen wat het risico op vertraging nog veel groter maakt. Het is daarom voor Rijne Energie cs van groot belang dat we een omgevingsvergunning aanvraag doen en een bestemmingsplan maken onder het huidige Wro-regime. Om dit te realiseren, moet er medio juli een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden ingediend. De gemeente heeft dan nog voldoende tijd om deze dit jaar te beoordelen en een ontwerpbestemmingsplan te behandelen in het College.