CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 6 mei 2025, gemeente Utrecht17.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Raadsinformatiebijeenkomst van 6 mei 2025 1

Asiel en integratie Tijd: 20:45-21:45 Locatie: Grote Trouwzaal Beleidsterrein: Portefeuillehouder:Wethouder Streefland Agendeerders: 1. Tabasum Westra-van Til, ChristenUnie 2. Hester van Assen, PvdA 3. Sjaak van Bemmel, PvdD 4. Tess Meerding, VVD 5. Lars van Rooij, Student&Starter 6. Melody Deldjou Fard, GroenLinks 7. Venita Dada-Antonij, D66 8. Bert van Steeg, CDA 9. Noura Oul Fakir, Bij1 10. Beau Nederhand, Volt Motivatie; Voorafgaand aan het commissiedebat over asiel willen de fracties graag met partners en organisaties uit de stad in gesprek, met als focus de gevolgen van het kabinetsbeleid op asiel en integratie en welke impact dit heeft op organisaties in de stad en hoe die vervolgens raken aan de Utrechtse ambities waar het gaat om humane asielopvang, activeren en samenleven. Raadsbrief Gevolgen kabinetsbeleid op Asiel en Integratie Beantwoording SV2025 nr 40 over Schokkende misstanden in de pleegopvang voor jonge vluchtelingen Beantwoording SV2025 nr 39 over Adequate begeleiding en rechtsbescherming van vluchtelingen Raadsbrief Stand van zaken opvang Oekraïense vluchtelingen Raadsbrief Stand van zaken na beëindiging Landelijke Vreemdelingenvoorziening (LVV) Beantwoording SV2024 nr 197 Gevolgen en impact einde samenwerking LVV met Rijk Raadsbrief verdeelbesluit Spreidingswet Presentatie SNDVU Presentatie Gemeente Utrecht

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

L. van der Leije

Datum

20 maart 2025

E-mail

lena.van.der.leije@utrecht.nl

Kenmerk

30213924

Type brief

Voortgangsbrief

Onderwerp

Gevolgen kabinetsbeleid op Asiel en Integratie

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Asiel en integratie

Geachte leden van de raad, Met deze brief informeren we u over de impact van het huidige kabinetsbeleid op asiel en migratie voor Utrecht en hoe we daarmee omgaan. Ingrijpend asielprogramma kabinet heeft grote impact op Utrecht Het nieuwe kabinet heeft een ingrijpend asielprogramma, dat stevige gevolgen heeft voor de opgaven op het gebied van opvang van ongedocumenteerde mensen, (dakloze) EU-(arbeids)migranten, asielzoekers en inburgeraars. Het Rijksbeleid staat bovendien op gespannen voet met Utrechts lokaal beleid, de verwelkomende stad die we willen zijn, de uitgangspunten van Utrecht als mensenrechtenstad en op onderdelen met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. De humanitaire ondergrens staat onder druk. Deels gaat het om voornemens en wetsvoorstellen die nog niet ten uitvoer zijn gebracht: dat maakt het onzeker of en op welke manier het Rijksbeleid wordt uitgevoerd en wat de gevolgen zijn voor lokaal beleid. We doen onze uiterste best om de humanitaire ondergrens te bewaken en te voorkomen dat we structuren afbreken die we later mogelijk met hoge kosten weer moeten opbouwen. In de brief van 11 juni 2024 hebben we u geïnformeerd over de gevolgen van het Hoofdlijnenakkoord. Inmiddels is een deel van deze beleidsvoornemens verder uitgewerkt of in werking getreden.

Hieronder zetten we per opgave de belangrijkste ontwikkelingen in het kabinetsbeleid op een rij en de impact daarvan voor het Utrechts beleid en onze doelgroepen. Voor de opgave Inburgering ontvangt u in Q2 ook een brief over de voortgang en resultaten, inclusief de toegezegde Rapportage Inburgering. Over de opvang van Oekraïense vluchtelingen bent u onlangs geïnformeerd in de brief van 12 maart. Continuering opvang ongedocumenteerde mensen onzeker zonder Rijksmiddelen In onze brief van 28 januari jl. informeerden wij u over de ontwikkelingen rondom de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV). Hier noemen we alleen kort de stand van zaken.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

20 maart 2025 30213924

We hebben in Utrecht 235 plekken voor ongedocumenteerde mensen en begeleiden hen naar een bestendige oplossing. Dat is legaliseren van verblijf, doormigratie of terugkeer naar land van herkomst. Met het stopzetten van de LVV en de Rijksbijdrage hiervoor vanaf 1 januari 2025 ontstonden grote risico’s op dakloosheid voor deze mensen en daarmee ook voor de veiligheid en volksgezondheid in de stad. Zoals reeds met u gedeeld heeft in Utrecht een aantal deelnemers bezwaar aangetekend tegen de beëindiging van de LVV en heeft de voorzieningenrechter hen in het gelijk gesteld (zie raadsbrief van 28 januari). Het Rijk blijft hierdoor bijdragen aan de opvang van deze ongedocumenteerde mensen in de Utrechtse opvang tot in ieder geval 4 weken na beslissing op bezwaar. Na deze uitspraak over het bezwaar en de vervolgprocedures, stellen wij de raad zo spoedig mogelijk op de hoogte over de uitkomst en de gevolgen. (Dakloze) EU-(arbeids)migranten: geen compensatie voor maatschappelijke opvang Het aantal kwetsbare EU-(arbeids)migranten dat in problemen komt en op straat belandt groeit snel. In 2023 hielp Stichting Barka 608 unieke personen, waarvan 463 dakloos; tot en met september 2024 waren dit er al 659, waarvan 508 dakloos.

Tijdens de Koudweerregeling werden in de winter 20222023 per nacht gemiddeld 45 dakloze EU-arbeidsmigranten opgevangen; deze winter zijn dat er gemiddeld 80-90 per nacht. Dit betreft vooral (Oost-)Europese burgers die als arbeidsmigranten hierheen komen en dakloos raken na het verlies van hun baan, omdat hun huisvesting vaak gekoppeld is aan hun arbeidscontract. Deze toenemende problematiek vraagt om een bredere, gecoördineerde aanpak. Die is er nu nog onvoldoende. In de tussentijd ondersteunen we deze groeiende groep wel zo goed mogelijk met onderstaande initiatieven Huidige aanpak - Zeer kwetsbare dakloze EU-arbeidsmigranten vangen we op in het kader van universele mensenrechten. Dit doen we in een intensieve samenwerking met Stichting Barka. Van de mensen die Stichting Barka afgelopen jaar heeft ondersteund, is ongeveer 40 procent duurzaam teruggekeerd naar werk (incl. huisvesting), dan wel naar het land van herkomst. Voor de overige cliënten was het perspectief divers en daarmee ook de ondersteuning: van hulp bij het aanvragen van een uitkering of paspoort tot begeleiding richting verslavingszorg en opvang. - Er is een informatiepunt ingericht voor EU-(arbeids)migranten bij het Utrecht International Center (UIC). Via een aparte raadsbrief wordt u hier nader en uitgebreider over ingelicht.

- Daarnaast loopt sinds eind 2023 een pilot met incidenteel Rijksgeld voor de opvang en begeleiding van zeer kwetsbare, dakloze EU-arbeidsmigranten die geen recht hebben op Wmovoorzieningen. Dit jaar komt het Rijk met een besluit over het structureel maken van deze middelen en mogelijk een landelijke uitbreiding. Op basis van de gesprekken die we voeren met de Ministeries van VWS en SZW, gaan we er vanuit dat de pilot wordt doorgezet, maar is nog geen zekerheid. In de voorjaarsnota 2024 is aanvullend budget van 800.000 euro vrijgemaakt voor een periode tot 2029 om zowel de groeiende groep dakloze EU-arbeidsmigranten als de groep ongedocumenteerde mensen te proberen zo goed mogelijk te helpen. - Verder willen we werken met de ‘Checklist Gelijke Behandeling EU-burgers’, die het Rijk in 2024 heeft uitgebracht. Deze checklist maakt inzichtelijk welke EU-arbeidsmigranten wettelijk aanspraak kunnen maken op voorzieningen uit de Wmo. Ongeveer 30 procent van de huidige populatie dakloze EU-burgers in Utrecht zou recht hebben op maatschappelijke opvang in het kader van de Wmo. Dat bleek uit de indicatieve impactanalyse die we hebben uitgevoerd. Voor deze groep gaan we inzetten op: opvangplekken, begeleiding naar hernieuwd perspectief, extra uitvoeringsbudget voor het werken met de checklist, de bijbehorende Wmo-toets en begeleiding.

Het Rijk ziet dit niet als taakverzwaring voor gemeenten en biedt geen compensatie, ook niet voor

2/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

20 maart 2025 30213924

de implementatie van deze rechtentool. Deze wettelijke taak moet dus extra worden uitgevoerd door een klein team met binnen de bestaande (centrumgemeente-)middelen voor de maatschappelijke opvang. We blijven, samen met andere (G4) gemeenten, inzetten op de lobby richting het Rijk voor meer middelen om deze verbreding en verzwaring te financieren. Door alvast ervaring op te doen met de checklist, krijgen we goed zicht op de structurele kosten voor de uitvoering van de checklist. Daarnaast is het werken met de checklist een mogelijk aanknopingspunt om in de toekomst te achterhalen waar dakloze Eu-arbeidsmigranten hebben gewerkt en gewoond. Daarmee willen we proberen andere gemeenten, bedrijven en woonsituaties te achterhalen en vanuit daar grondoorzaken meer in beeld te krijgen en op te kunnen handelen. Dit vraagt meer dan wat we op dit moment aankunnen en zullen we betrekken bij de voorjaarsnota 2026. Utrechtse inzet In 2020 heeft de commissie-Roemer aanbevelingen gedaan voor een landelijke integrale aanpak EUarbeidsmigratie waarin – naast dakloosheid – aandacht is voor zorg, werk/bedrijven en huisvesting. Een belangrijk deel van de aanbevelingen is nog niet uitgevoerd door het Rijk. Onze lobby is erop gericht dat alsnog te bewerkstelligen.

Gezien de beperkte financiële en personele bezetting concentreren we ons nu op het implementatietraject voor de Checklist Gelijke Behandeling. Daarnaast zijn we met een zoektocht bezig naar meer kleinschalige opvanglocaties, in alle krapte die we hebben in de stad (en financieel), voor dakloze EU-arbeidsmigranten; en een kleinschalige 24-uursopvang voor Europese vrouwen, zodat deze beter begeleid kunnen worden naar herstel dan nu het geval is vanuit de extra plekken in de nachtopvang. Met o.a. de aanpak voor Overlast Criminele Vreemdelingen (OCV) proberen we het hoofd te bieden aan de toenemende problematiek op straat waarbij meer en meer sprake is van verward gedrag en alcoholmisbruik. We blijven zoeken naar oplossingen voor deze mensen in de bestaande keten. We verwachten daarin wel stappen te moeten zetten die een veilige opvang en inloop kunnen blijven garanderen zowel voor de mensen die worden opgevangen, de veiligheid op straat als voor de professionals. Naast de lobby richting het Rijk ten aanzien van de gecoördineerde aanpak, richt een lobby vanuit VNG en G4 zich specifieke op het versneld behandelen en invoeren van het toelatingsstelsel voor uitzendbureaus, vanuit de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta).

Uitvoering moties gecoördineerde aanpak Eu (arbeids)migranten De gemeenteraad heeft in november Motie 416 aangenomen, die oproept om te komen tot een lokale integrale, gecoördineerde aanpak voor EU-(arbeids)migranten, overeenkomstig met de aanbevelingen voor gemeenten van de commissie-Roemer. Gezien de financiële situatie van de gemeente is het niet mogelijk nu al uitvoering te geven aan de uitvoering van deze moties. Wij komen bij de presentatie van de voorjaarsnota met een voorstel ten aanzien van deze aanpak. Asiel en migratie: onzekerheid en versobering De nieuwe wetgevingsvoorstellen op asiel en migratie volgen elkaar snel op. In deze Kamerbrief van 22 november 2024 staat omschreven wat de planning is voor een aantal wetsvoorstellen op asiel: asielnoodmaatregelenwet, asielcrisiswet, het tweestatusstelsel, intrekken spreidingswet en implementatie Europees Asiel- en Migratiepact. Dit gaat om ingrijpende wijzigingen en zorgt voor veel onzekerheid de komende periode voor de asielzoekers zelf en dat horen we ook terug uit de stad. Ook is het nog onzeker wat de impact hiervan is voor gemeenten. Daarnaast is er sprake van een stevige versobering van de budgetten asiel en migratie op de Rijksbegroting vanaf 2027, onder

3/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

20 maart 2025 30213924

andere voor het COA en de IND. Hiermee anticipeert het Rijk op de aanname dat er dan een lagere instroom van asielzoekers en andere migranten zal zijn door nieuw landelijk en Europees beleid. Ook bezuinigt het Rijk al vanaf 2025 op de juridische hulp op de AZC’s aan asielzoekers door Vluchtelingenwerk. Vanuit de gemeente volgen we de internationale en landelijke ontwikkelingen op de voet. We trekken op met de VNG, G4 en de provincie Utrecht in onze lobby naar het Rijk om zichtbaar te maken wat de negatieve consequenties zijn van deze en andere maatregelen en blijven scherp op de uitvoerbaarheid. Asielopvang: opgave Spreidingswet In 2024 werd de Spreidingswet ingevoerd. Op 23 december 2024 bent u via een brief geïnformeerd over het verdeelbesluit van de minister van A&M. Daarin is bepaald dat gemeente Utrecht nu de wettelijke taak heeft om voor 1 juli 2025 1.946 asielopvangplekken (waarvan 152 voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen) door het COA te laten realiseren. In onze brief van 17 april 2024 stond ons streven om ten minste 75% hiervan te realiseren in de 1e cyclus van de spreidingswet (voor 1 juli 2025) en op termijn 100%. Dit vanwege de schaarste aan locaties en de doorlooptijd van ruimtelijke ontwikkelingen. We verwachten nu 80% te realiseren, onder de voorwaarde dat locatie Pahud de Mortangesdreef (300 plekken), die in november 2026 afloopt, wordt verlengd.

80% halen we door: - de opening van de nieuwe locatie Vlampijpstraat begin mei voor de duur van 3 jaar (220 plekken); - de verlenging van de Bizetlaan voor statushouders tot 1 februari 2026 (50 plekken). Het nieuwe kabinet is voornemens de Spreidingswet in te trekken, mogelijk al in 2025. Daarmee vervallen de wettelijke taken en budgetten van gemeenten voor het zoeken naar en beschikbaar stellen van locaties voor asielopvang. Als Rijksmiddelen zouden wegvallen voor de zoektocht naar nieuwe locaties en we dit niet meer kunnen financieren, leggen we dat voor aan de raad. Daarnaast hebben we met het Rijk en COA eerder afspraken gemaakt over de cofinanciering van onze lokale uitgangspunten, namelijk kwalitatieve, duurzame en kleinschalige opvang op basis van het Plan Einstein concept. Het is helaas momenteel onzeker of het COA zich bij verlenging van locaties of bij nieuw te ontwikkelen locaties kan of wil houden aan deze (financiële) afspraken. Dit is momenteel onderwerp van bestuurlijke gesprekken met het COA. Naast de locaties in het kader van de Spreidingswet, zijn we met het COA in gesprek over een opvanglocatie voor langere tijd (duurzame opvang), volgens de kaders die uw raad heeft vastgesteld. Wij betrekken u als we verder zijn met het invullen van de lokale kaders. Daarnaast hebben we een tijdelijke noodopvang in de Jaarbeurs.

Deze opvang met 100 plekken voor mannen (uitgevoerd door de Veiligheidsregio Utrecht) hebben we verlengd tot 1 april 2025, onder de voorwaarde dat de asielzoekers snel doorstromen naar opvang elders. In de praktijk blijkt dat COA dit niet lukt door een landelijk tekort aan opvangplekken. Mensen verblijven daardoor te lang in deze sobere voorziening (HUB), die niet voldoet aan de kwalitatief goede opvang die we in Utrecht beogen. We hebben daarom besloten dat deze locatie rond 1 april sluit voor de opvang van asielzoekers. COA zal de bewoners overplaatsen naar andere opvanglocaties in het land. De VNG heeft ingestemd met de verhoging van het bedrag voor BRP-straten, waardoor Utrecht kostendekkend een BRP-inschrijfvoorziening kan realiseren voor 1000 inschrijvingen, waarover we u in de brief van 4 december 2024 voor het laatst informeerden. Steeds meer alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV) We zien een stijgende vraag naar opvang van AMV in de stad. Dit komt doordat er sinds 2024 een wettelijke opgave is vanuit de spreidingswet voor 152 plekken AMV-opvang door COA en vanuit de

4/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

20 maart 2025 30213924

taakstelling huisvesting statushouders een opgave voor 69 plekken AMV-opvang door Nidos. De opening van locatie Nidos op de Amsterdamsestraatweg (9 plekken voor AMV) is uitgesteld vanwege personeelstekort bij Nidos en opent naar verwachting in april als Nidos de kwaliteit van de begeleiding daar goed op orde heeft. Een groter aantal AMV-plekken doet een groter beroep op de zorg en ondersteuning voor deze groep, waarvoor de gemeentelijke middelen onvoldoende meegroeien. Hier hebben we aandacht voor bij het uitbreiden van het aantal AMV-plekken. Ook vraagt de VNG meer budget voor jeugdhulp voor deze groep. Verder blijven we ons inspannen met onze partners Nidos en COA om de vele verhuizingen van AMV tussen verschillende opvanglocaties in het land te verminderen. Wetsvoorstel bemoeilijkt huisvesting statushouders In deze raadsbrief van 24 januari 2025 bent u geïnformeerd over de stand van zaken van de taakstelling huisvesting statushouders en het provinciaal toezicht hierop. Het ministerie van VRO heeft op 17 februari 2025 een wetsvoorstel gepubliceerd om voorrang op huisvesting te verbieden voor statushouders. Dit wetsvoorstel heeft grote consequenties voor zowel de statushouders zelf, de asielopvang, de inburgering en de stad.

Wanneer deze wet realiteit wordt valt het volgende te verwachten: een grote druk op de asielopvang en inhumane woonsituaties bij verblijf in eigen netwerk met overbewoning, minder leefbaarheid en meer dakloosheid tot gevolg. Voor statushouders zelf komt hun inburgering lange tijd stil te staan en daarmee het meedoen aan de samenleving. Daarnaast wil het Rijk de taakstelling pas op een later moment afschaffen. De gemeenten zijn dus tot die tijd nog wel verplicht statushouders te huisvesten, terwijl de mogelijkheden om dat te doen ernstig worden belemmerd. Daarom hebben we meteen na bekendmaking van dit wetsvoorstel met 16 steden de stevige boodschap afgegeven dat het wetsvoorstel ingetrokken moet worden. Ook de VNG roept op af te zien van dit wetsvoorstel, in hun reactie op de internetconsultatie. Tegelijkertijd kondigde de minister Asiel & Migratie in de Kamerbrief van14 februari 2025 maatregelen aan, voor het sneller huisvesten van statushouders. Doel is de uitstroom uit AZC's te stimuleren, omdat met de huidige trend op 1 januari 2026 de helft van de bewoners op AZC's statushouder is. Hierin zijn vergoedingen voor gemeenten opgenomen wanneer zij meer plekken creëren voor statushouders, zoals doorstroomlocaties, het inrichten van (on)zelfstandige woonruimte en verblijf in hotels.

Het gaat hierbij voornamelijk om zeer tijdelijke oplossingen en het is onduidelijk waar statushouders daarna terecht kunnen, gezien het hiervoor beschreven voornemen de voorrang voor statushouders bij huisvesting af te schaffen. De VNG heeft op 19 februari 2025 een kritische reactie gegeven op deze tegenstrijdige maatregelen, die we van harte steunen. Inburgering: geen passende financiering voor uitvoering Wet Inburgering 2021 Het Rijk komt bestuurlijke afspraken over passende financiering voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021 niet na. Het uitvoeringsbudget voor inburgering groeit in 2025 en naar verwachting ook in 2026 niet mee met het aantal inburgeraars, terwijl de instroom van zowel statushouders als gezinsmigranten op dit moment twee keer zo groot is dan het aantal waarop het uitvoeringsbudget is gebaseerd. De verwachting is dat in 2025 en 2026 de verdubbeling van de instroom aanhoudt. De VNG en G4 hebben meerdere keren gepleit voor het nakomen van bestuurlijke afspraken door in passend uitvoeringsbudget te voorzien, tot op heden zonder resultaat. Dit getuigt van onbehoorlijk bestuur. Daarnaast groeit ook het re-integratiebudget en de uitvoeringsmiddelen van Werk en Inkomen voor de begeleiding naar werk of participatie op grond van de Participatiewet niet mee met de hogere aantallen inburgeringsplichtigen.

Er zijn vanaf 2025 onvoldoende middelen om uitvoering te kunnen geven aan de Wet Inburgering 2021 en begeleiding naar werk of participatie op grond van de Participatiewet.

5/6

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

20 maart 2025 30213924

Het Rijk voert in 2025 een bekostigingsonderzoek uit naar de kosten voor de uitvoering van de Wet Inburgering 2021. Op basis daarvan neemt het Rijk naar verwachting in 2026 een besluit over structurele financiering. Met oog op landelijke ontwikkelingen zoals de (voorgenomen) maatregelen omschreven bij asiel en huisvesting statushouders voorzien we grote risico's. Het is hoogst onzeker of het Rijksbudget vanaf 2027 wel passend is bij de wettelijke taken. Ook is het mogelijk dat het Rijk het inburgeringsstelsel aanpast en mogelijk zover versobert dat we negatieve gevolgen voor inburgeraars en de stad en daarmee hogere kosten voorzien. Aan de raad is toegezegd om in 2026 voorstellen voor te leggen voor een definitieve inrichting van de Utrechtse inburgeringsaanpak vanaf 2027. We benutten 2025 voor het herijken van onderdelen van de dienstverlening van de gemeente en opdrachtnemers om beschikbare middelen zo effectief en efficiënt mogelijk in te zetten. Daarin onderzoeken we ook of we alle onderdelen van de wet willen en kunnen blijven uitvoeren. Tegelijkertijd blijven we samen met de G4 bij het Rijk aandacht vragen voor het nakomen van bestuurlijke afspraken en de noodzaak van structureel passend (uitvoerings-) budget voor uitvoering van de Wet Inburgering 2021.

Tot slot: nader in gesprek Door de nieuwe kabinetsplannen en afnemende Rijksbudgetten komen onze voorzieningen nog verder in de knel. We hebben te maken met schaarse ruimte in de stad; onze partners en de uitvoerend professionals staan onder druk en die druk neemt verder toe. Het is een uitdaging om aan onze wettelijke taken te blijven voldoen en de humanitaire ondergrens te blijven bewaken. We begrijpen dat deze brief veel informatie bevat en de consequenties wellicht lastig te overzien zijn. We zijn voornemens om een technische sessie hierover te organiseren in mei. Daar informeren wij u over de laatste ontwikkelingen op alle bovengenoemde onderwerpen, de samenhang tussen die ontwikkelingen en de impact op Utrecht. We nemen hierin ook de opvang van Oekraïense vluchtelingen mee. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

6/6

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 40 Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

15 april 2025 College B&W C. Cock carlijn.cock@utrecht.nl 30227898 Asiel en Integratie

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 40 van Melody Deldjou Fard (GroenLinks), Iskender Simsek, (DENK), Venita Dada-Anthonij (D66), Lars van Rooij (S&S), Noura Oul Fakir (Bij1) Sjaak van Bemmel (PvdD) Bert van steeg (CDA), Tess Meerding (VVD) Hester Assen (PvdA) Beau Nederhand Volt Yvonne Hessel, Utrecht Solidair (Partij) van 18 maart 2025 over ‘Schokkende misstanden in de pleegopvang voor jonge vluchtelingen. De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 Kan het college aangeven hoeveel alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) momenteel in Utrecht worden opgevangen via Nidos? Antwoord 1 Ja, Nidos heeft in Utrecht momenteel 8 locaties met 38 opvangplekken voor amv’ers. Begin mei opent er een nieuwe Nidoslocatie op de Amsterdamsestraatweg voor 8 jongeren met een status. Deze wordt later geopend dan gepland, omdat Nidos onvoldoende personeel had. Daarnaast worden er in Utrecht 48 jongeren met én zonder status opgevangen in opvanggezinnen.

Vraag 2 Welke afspraken heeft de gemeente Utrecht met Nidos over het waarborgen van de veiligheid en het welzijn van jonge vluchtelingen in pleeggezinnen? Hoe verloopt de samenwerking wanneer er zorgen of klachten zijn over de opvang? Hoe wordt de kwaliteit van de opvang gemonitord en hoe vaak vinden controles of evaluaties plaats? Op welke wijze wordt het college hierover door Nidos geïnformeerd? Antwoord 2 Voor het beantwoorden van de vraag lichten we eerst de landelijke context van de organisatie voor de amv opvang toe. Nidos is, in opdracht van het ministerie van Asiel en Migratie, verantwoordelijk voor de jeugdbescherming (voogdij) van amv'ers, de werving en begeleiding van opvanggezinnen en de opvang van amv’ers op opvanglocaties. Het toezicht is door het rijk belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Ook is Nidos als gecertificeerde jeugdzorginstelling aangesloten bij het Keurmerkinstituut, een eis vanuit de Jeugdwet.

Samenwerking Gemeente Utrecht en Nidos De gemeente is samenwerkingspartner van Nidos voor de opvang die plaatsvindt in onze gemeente. We hebben als gemeente bijvoorbeeld de rol om jeugdhulp voor de amv te bieden als er meer nodig is dan Nidos en COA kunnen bieden, bijvoorbeeld gespecialiseerde ggz. Ook zijn we als gemeente bij opvanglocaties verantwoordelijk voor de vergunning en zien we erop toe dat de opvang goed functioneert in de wijk. Wij werken nauw samen met Nidos en andere betrokken partners en zij informeren ons over eventuele zorgen en klachten, bijvoorbeeld bij casuïstiek. Voor de samenwerking in Utrecht hebben we met Nidos een samenwerkingsovereenkomst afgesloten en het convenant gezond pedagogisch klimaat: • Samenwerkingsovereenkomst Gemeente Utrecht en Nidos De gemeente Utrecht heeft eind 2021 een samenwerkingsovereenkomst gesloten met Nidos met afspraken over dat Nidos de gemeente informeert over de stand van zaken bij opvanglocaties en de opvanggezinnen, het melden van incidenten aan de gemeente en evaluatie op de accountgesprekken. We hebben drie keer per jaar een accountgesprek met Nidos waarin we de stand van zaken op vervolghuisvesting, opvang en jeugdbescherming bespreken. Daarnaast nemen we regelmatig contact op met Nidos over deze thema's en casuïstiek en signaleren zij naar ons als er zorgen zijn.

• Convenant pedagogisch klimaat Eind 2020 heeft de gemeente, naar aanleiding van een motie in de raad, met COA, Nidos, Ithaka, Lokalis, NUOVO, JGZ en leerplicht het convenant Gezond pedagogisch klimaat voor AMV en in de kleinschalige woonvoorzieningen (KWV) van COA afgesloten. Het doel hiervan is om te werken vanuit een gedeelde visie die bijdraagt aan begeleiding, ondersteuning en een pedagogisch klimaat wat zo optimaal mogelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen in de KWV. Met een leidend principe dat we toepassen bij alle Utrechtse jongeren; één jongere, één gezin (opvang), één plan. Vanuit het convenant is de gedachte om preventief te werken, dus vooraf een aanpak per jongere en niet voor het eerst om tafel zitten als er zorgen of problemen zijn. De partners bespreken met elkaar op de multidisciplinaire overleggen wat er nodig is voor een jongere en zetten dit in gang. Er vinden ook dergelijke overleggen plaats over de jongeren in de Nidosopvang, alleen dan niet in het kader van het convenant. Als het nodig is informeren de partners de gemeente over hun zorgen, bijvoorbeeld over casuïstiek. Verder hebben we ook zicht op de jongeren via onze partner Vluchtelingenwerk. Ten eerste vanuit de juridische begeleiding bij hun procedures bij de IND.

Ten tweede begeleidt het ex-amateam de (ex-) amv'ers met status die verblijven bij Nidos vanaf het moment dat ze bijna 18 zijn. Monitoring en evaluatie en informatie hierover aan gemeente De kwaliteit van de opvang in opvanggezinnen wordt gemonitord en geëvalueerd door de jeugdbeschermer (voogd) werkzaam bij Nidos. Na de eerste zes weken van plaatsing vindt de eerste evaluatie plaats tussen de jeugdbeschermer en het opvanggezin. De jeugdbeschermer komt vervolgens structureel één keer in de zes weken langs bij het opvanggezin. Als er klachten en/of zorgen zijn over opvanggezinnen wordt dit besproken bij interne multidisciplinaire overleggen van Nidos. Daar is een gedragswetenschapper, de medewerker die de gezinsscreening heeft gedaan en de jeugdbeschermer bij aanwezig. Afhankelijk van de situatie worden er vervolgstappen ondernomen, zoals de inzet van een interculturele mediator. Als er zorgen zijn over de veiligheid van de jongere, wordt er meteen actie ondernomen en gezocht naar een andere opvangplek. De interne monitoring en evaluatie van Nidos opvanglocaties vindt plaats aan de hand van het kwaliteitskader opvang en de methodiek voor opvang, die regelmatig door Nidos worden geactualiseerd. Er zijn meerdere momenten in het jaar waarin de kwaliteit van de opvang door Nidos 2

intern gemonitord en geborgd wordt. Ook kunnen de amv-ers waar nodig terecht bij externe vertrouwenspersonen of ex-amv die als vertrouwenspersoon werken. In de accountgesprekken met Nidos gaan wij het onderwerp kwaliteit van de opvang nadrukkelijker agenderen. Wij hebben na de uitzending van Zembla met Nidos afgesproken dat er medio april een gesprek plaatsvindt over hoe Nidos de gemeente beter informeert over hoe het gaat met de jongeren in de opvanggezinnen. In de praktijk is er namelijk meer afstemming over de opvanglocaties dan over de gezinnen. Vraag 3 Waren er eerder bij het college signalen bekend over misstanden of zorgen over de opvang van deze jongeren, bijvoorbeeld bij Nidos of andere partners? Nidos geeft in een eigen verklaring aan dat zij de afgelopen jaren door diverse redenen met grote uitdagingen te maken heeft gehad. Heeft Nidos deze uitdagingen eerder bij het college kenbaar gemaakt en/of om hulp gevraagd? Antwoord 3 Het college is op de hoogte van een aantal casussen waarbij er zorgen waren over jongeren en/of opvanggezinnen. In deze gevallen zoeken Nidos en andere betrokken partners zoals COA of Vluchtelingenwerk per individuele casus naar een passende oplossing. De gemeente wordt hier in veel gevallen van op de hoogte gesteld.

Nidos heeft op 16 maart 2025 gereageerd op de Zembla uitzending, zie deze link, waarin zij onder andere de hoge werkdruk en veel nieuw personeel noemen als landelijke uitdagingen. Nidos Utrecht heeft deze uitdagingen sinds 2023 meermaals kenbaar gemaakt aan de gemeente. Zij erkennen dat er sprake is van een te hoge caseload en daardoor werkdruk, waardoor de aandacht van de jeugdbeschermers verdeeld moet worden onder te veel amv'ers. Hierdoor krijgen de jongeren niet altijd alle begeleiding en aandacht die ze nodig hebben. Ook werkt er relatief gezien veel nieuw en onervaren personeel bij Nidos. De hoge caseload en werkdruk heeft als gevolg dat de zorg en begeleiding die Nidos aanbiedt niet altijd toereikend is. In de praktijk zien wij de gevolgen van deze uitdagingen ook met name terug in casuïstiek. We blijven hierover in gesprek met Nidos en andere betrokken partners. Nidos verwacht in de komende periode een kwalitatieve verbeterslag te maken, omdat de caseload en daarmee de werkdruk van de jeugdbeschermers nu afneemt. Nidos heeft ons als lokale samenwerkingspartner niet specifiek om hulp gevraagd. Vraag 4 De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zal in april toezicht gaan uitvoeren bij Nidos. Daarnaast heeft Nidos aangekondigd een intern onderzoek te starten. Dit onderzoek zal naar verwachting tijd in beslag nemen.

Wat gebeurt er in de tussentijd met Utrechtse jongeren die nu mogelijk in een onveilige of zorgelijke situatie verkeren? Hoe monitort het college hun welzijn en welke aanvullende maatregelen worden overwogen om hun veiligheid op dit moment te garanderen? Antwoord 4 Het ministerie Asiel en Migratie is verantwoordelijk voor Nidos. De jeugdbeschermers van Nidos zijn verantwoordelijk voor het monitoren van de veiligheid van hun jongeren vanuit hun voogdijrol. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd gaat over het toezicht. Als gemeente hebben we afspraken met betrokken partijen bij amv’ers via het convenant pedagogisch klimaat en via de zorgoverleggen vanuit Ithaka. Hiermee bespreken we maandelijks alle amv’ers die in een woongroep wonen in een multidisciplinair overleg met COA, Nidos, school, Buurtteam, Leerlingzaken en JGZ, waarmee we zicht houden op hun ontwikkeling en welzijn. Ook op management- en bestuurlijk niveau vindt afstemming plaats over het convenant gezond pedagogisch klimaat. Op dit moment vallen jongeren die in een opvanggezin wonen niet binnen dit convenant.

3

Nidos doet in de periode 24 maart tot en met 9 april onderzoek naar alle jongeren die verblijven in opvanggezinnen. Een globaal beeld hiervan wordt medio april met de gemeente gedeeld. Als de gegevens eenmaal gepubliceerd zijn, worden de uitkomsten gedeeld met de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd en met de gemeente. Er zijn tot op heden geen zorgelijke actuele situaties van jongeren in opvanggezinnen bij de gemeente bekend. Nidos stelt ons meteen op de hoogte als dit wel het geval is. Ook schoolmentoren (ISK Ithaka) houden zicht op signalen bij amv’ers die in opvanggezinnen wonen en hebben hierover contact met de betrokken jeugdbeschermers. Wij onderzoeken de komende tijd hoe we vanuit de gemeente meer zicht krijgen op hoe het gaat met de jongeren in de opvanggezinnen. We onderzoeken daarbij de mogelijkheid om het convenant gezond pedagogisch klimaat uit te breiden met de amv die in opvanggezinnen én opvanglocaties van Nidos verblijven. Vraag 5 Overweegt het college, gezien de schokkende berichten, extra maatregelen om de opvangkwaliteit van jonge vluchtelingen in Utrecht te verbeteren en beter te monitoren? Bijvoorbeeld door een onafhankelijk meldpunt voor jongeren, waar mogelijk extra ondersteuning aan Nidos of aanvullende gemeentelijke controles? Antwoord 5 Wij zijn, net zoals uw raad, enorm geschrokken van de uitzending van Zembla.

Wij hebben direct contact met Nidos opgenomen om te vragen of dit in Utrecht ook speelt en hoe Nidos de gemeente beter kan informeren. Aan de hand van de uitkomst van het interne onderzoek van Nidos en het onderzoek van de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd kijken we wat al goed gaat en wat onvoldoende is en welke aanvullende maatregelen nodig zijn. Vraag 6 Politieke partijen in Utrecht maken zich zorgen over het welzijn en de veiligheid van deze kwetsbare groep jongeren. Hoe wil het college de Utrechtse gemeenteraad de komende maanden actief informeren en betrekken bij de ontwikkelingen rondom dit onderwerp? Antwoord 6 Wij zullen de raad een update geven in de technische sessie over asiel en integratie op 6 mei (zie raadsbrief 20 maart 2025). Ook zullen we de raad informeren in de volgende raadsbrief over asiel; in ieder geval in het najaar 2025. Als de uitkomsten van de onderzoeken aanleiding tot zorg geven wat betreft de Utrechtse situatie, informeren wij de raad uiteraard eerder.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4

Schriftelijke vragen ‘Schokkende misstanden in de pleegopvang voor jonge vluchtelingen’ De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) is een onderzoek gestart naar misstanden in de pleegopvang voor jonge vluchtelingen. De aankondiging van de IGJ volgt op een onderzoek van het BNNVARA-programma Zembla naar de opvang. Uit het onderzoek blijkt dat er ernstige misstanden spelen in de pleegopvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) onder de verantwoordelijkheid van Nidos. Jongeren melden mishandeling, honger en verwaarlozing binnen pleeggezinnen. Nidos heeft inmiddels aangekondigd een intern onderzoek te starten naar deze misstanden. Als GroenLinks schrikken wij hiervan en vinden het onacceptabel dat kinderen en jongeren in een kwetsbare positie kennelijk in zulke ernstige situaties hebben gezeten, mogelijk ook in Utrecht. De veiligheid en het welzijn van kwetsbare kinderen en jongeren binnen onze gemeentegrenzen moeten te allen tijde gewaarborgd worden. GroenLinks wil daarom van het college weten hoe het in Utrecht gaat met deze jonge vluchtelingen, in hoeverre de gemeente zicht heeft op de opvang van amv’s in Utrecht, hoe de gemeente de samenwerking met Nidos monitort en welke stappen er genomen gaan worden om dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Want elk kind en elke jongere heeft recht op een veilig thuis.

5

Dit brengt de fracties van diverse politieke partijen tot de volgende vragen aan het college: 1. Kan het college aangeven hoeveel alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s) momenteel in Utrecht worden opgevangen via Nidos? 2. Welke afspraken heeft de gemeente Utrecht met Nidos over het waarborgen van de veiligheid en het welzijn van jonge vluchtelingen in pleeggezinnen? Hoe verloopt de samenwerking wanneer er zorgen of klachten zijn over de opvang? Hoe wordt de kwaliteit van de opvang gemonitord en hoe vaak vinden controles of evaluaties plaats? Op welke wijze wordt het college hierover door Nidos geïnformeerd? 3. Waren er eerder bij het college signalen bekend over misstanden of zorgen over de opvang van deze jongeren, bijvoorbeeld bij Nidos of andere partners? Nidos geeft in een eigen verklaring aan dat zij de afgelopen jaren door diverse redenen met grote uitdagingen te maken heeft gehad. Heeft Nidos deze uitdagingen eerder bij het college kenbaar gemaakt en/of om hulp gevraagd? 4. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zal in april toezicht gaan uitvoeren bij Nidos. Daarnaast heeft Nidos aangekondigd een intern onderzoek te starten. Dit onderzoek zal naar verwachting tijd in beslag nemen.

Wat gebeurt er in de tussentijd met Utrechtse jongeren die nu mogelijk in een onveilige of zorgelijke situatie verkeren? Hoe monitort het college hun welzijn en welke aanvullende maatregelen worden overwogen om hun veiligheid op dit moment te garanderen? 5. Overweegt het college, gezien de schokkende berichten, extra maatregelen om de opvangkwaliteit van jonge vluchtelingen in Utrecht te verbeteren en beter te monitoren? Bijvoorbeeld door een onafhankelijk meldpunt voor jongeren, waar mogelijk extra ondersteuning aan Nidos of aanvullende gemeentelijke controles? 6. Politieke partijen in Utrecht maken zich zorgen over het welzijn en de veiligheid van deze kwetsbare groep jongeren. Hoe wil het college de Utrechtse gemeenteraad de komende maanden actief informeren en betrekken bij de ontwikkelingen rondom dit onderwerp?

Gesteld door: • • • • • • • • • • •

Melody Deldjou Fard, GroenLinks Iskender Simsek, DENK, Venita Dada-Anthonij, D66 Lars van Rooij, S&S Noura Oul Fakir, Bij1 Sjaak van Bemmel, PvdD Bert van steeg, CDA Tess Meerding, VVD Hester Assen, PvdA Beau Nederhand, Volt Yvonne Hessel, Utrecht Solidair

6

Bron:

https://nos.nl/artikel/2559331-mishandeling-honger-misstanden-in-pleegopvang-jongevluchtelingen-onderzocht https://www.nidos.nl/nieuws/reactie-nidos-op-nieuwsberichten-over-begeleiding-en-opvangvan-jongeren

7

BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE RAADSVRAGEN 2025, NUMMER 39

Datum Van Behandeld door E-mailadres Kenmerk Beleidsveld

10 april 2025 College B&W Lena van der Leije /Liesbeth Maats lena.van.der.leije@utrecht.nl 30242020 Asiel en Integratie

Geachte leden van de raad, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de schriftelijke raadsvragen jaargang 2025 nummer 39 over Adequate begeleiding en rechtsbescherming van vluchtelingen van 13 maart 2025, van: Bina Chirino en Tabasum Westra-van Til (ChristenUnie), Ruben Snijder en Lars van Rooij, (Student&Starter), Venita Dada-Anthonij (D66), Hester Assen (PvdA), Louise de Vries en Sjaak van Bemmel (PvdD), Melody Deldjou Fard (GroenLinks), Stevie Nolten en Noura Oul Fakir (Bij1), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Ruud Maas en Beau Nederhand (Volt), Mahmut Sungur (Denk). De gestelde vragen zijn onderaan bijgevoegd. Vraag 1 1. Inzicht in lokale samenwerking Heeft het college kennis genomen van genoemde uitspraak van de rechter? Wat is haar reactie op deze uitspraak? Antwoord 1 Ja, wij hebben kennis genomen van deze uitspraak. Wij vinden het belangrijk dat het Rijk gehouden wordt aan de wettelijke vereisten voor subsidieverstrekking. Het Rijk moet nu een aangepaste opdracht met bijbehorende financiering voor VluchtelingenWerk opstellen en daar maken wij ons zorgen over. De verwachting is dat de juridische dienstverlening aan asielzoekers door VluchtelingenWerk zoals die nu wordt geboden, sterk wordt ingeperkt. Dat zal impact hebben op de dienstverlening aan en integratie van asielzoekers en statushouders in de stad.

Door het verlagen van de financiering verwachten we dat de kwaliteit van de juridische begeleiding van asielzoekers minder wordt. Niet iedereen kan dan nog de juiste ondersteuning krijgen. Mensen zullen onnodig uitgeprocedeerd raken en op straat terechtkomen. Dit leidt tot problemen voor de gemeente Utrecht, zoals meer mensen op straat en een toename van aanmeldingen voor de voorzieningen voor ongedocumenteerde mensen. En meer werk voor de juridische begeleiding aldaar om een oplossing te bieden. Daarnaast heeft het impact op de vele vrijwilligers die zich via VluchtelingenWerk voor deze mensen inzetten. Hoe de aangepaste opdracht voor VluchtelingenWerk er precies uit gaat zien en de termijn wanneer die ingaat, is nog niet bekend. De minister heeft spoedig een voorstel hierop beloofd. Vraag 2 Klopt het dat de gemeente Utrecht voor de begeleiding en ondersteuning van asielzoekers mede afhankelijk is van de inzet van VluchtelingenWerk Nederland? Welke specifieke taken en verantwoordelijkheden heeft VWN binnen de gemeente Utrecht? Antwoord 2 Ja, dat klopt. VluchtelingenWerk biedt vanuit het programma Rechtsbescherming ook op alle asielopvanglocaties in Utrecht juridische begeleiding aan asielzoekers tijdens hun procedure. Dit programma wordt gefinancierd door het ministerie van Asiel & Migratie. Het betreft onafhankelijke

rechtsbijstand door de juridische experts van VluchtelingenWerk bij de aanvraag van een asielstatus en gezinshereniging. Deze rechtsbescherming gaat hoofdzakelijk over steun aan asielzoekers nog voor ze een status hebben gekregen of zijn afgewezen. Deze steun wordt gegeven via persoonlijke gesprekken, groepsgesprekken, inloopuren, spreekuren; vaak met behulp van tolken. Belangrijk daarbij is ook het bieden van een luisterend oor en het signaleren van kwetsbaren in de opvang. Het geven van onafhankelijke informatie over de procedure gaat over wat voor informatie en formulieren asielzoekers bijvoorbeeld moeten aanleveren, over hun rechten en plichten, over de gevolgen die kunnen ontstaan indien hij/zij zijn verplichtingen niet nakomt of niet samenwerkt, zodat de IND haar werk vlot en efficiënt kan doen. Daarnaast betreft het onder meer ‘toekomstoriëntatie’ en tolk- en vertaaldiensten, dat ook wordt ingezet ter ondersteuning van de terugkeer van afgewezen asielzoekers. Verder valt het ondersteunen van statushouders bij de aanvraag tot nareis van achtergebleven gezinsleden onder de werkzaamheden. Dit alles dreigt nu grotendeels weg te vallen.

Naast bovenstaande ondersteuning vanuit het (landelijke) programma Rechtsbescherming, levert VluchtelingenWerk dienstverlening en activiteiten vanuit een gemeentelijke subsidie, te weten: - De maatschappelijke en juridische begeleiding van statushouders, vanaf moment van koppeling aan gemeente Utrecht; - Het verzorgen van het participatieverklaringstraject voor statushouders; - De training omgaan met geld voor statushouders; - De begeleiding van voormalig alleenstaande minderjarige vreemdelingen door het Ex-ama Team; - Een coördinerende rol en voorlichtingen bij Plan Einstein; - Juridische begeleiding aan ongedocumenteerde mensen bij De Toevlucht. - Vraagbaak en juridische ondersteuning voor Oekraïense ontheemden die in Utrecht worden opgevangen Deze dienstverlening vanuit de gemeentelijke subsidie staat los van het bovengenoemde programma Rechtsbescherming van vluchtelingen en blijft bestaan. Vraag 3 Is bij het college bekend hoe samenwerkende partners zoals het COA en IND op deze uitspraak reflecteren? Hoe zien het COA en de IND hun rol in de begeleiding van vluchtelingen, indien deze taak wegvalt bij VWN? Antwoord 3 Het COA heeft, voordat de voorlopige voorziening diende, haar zorgen geuit over de aangekondigde korting op de subsidie van VluchtelingenWerk Nederland. De geplande bezuinigingen hebben gevolgen voor het werk van het COA.

De wettelijke rol in de onafhankelijke juridische begeleiding tijdens de asielprocedure van bewoners op de COA-locaties en voor nareizigers komt met de aangekondigde bezuiniging in gevaar. Het COA ziet dat de medewerkers en vrijwilligers van VluchtelingenWerk vaak een vertrouwensband hebben met de bewoners van COA, wat de gemoedsrust en leefbaarheid op onze locaties ten goede komt. Het COA geeft aan dat nog moet blijken hoe deze subsidiekorting precies gaat uitpakken voor het COA en hun bewoners. Het is wel duidelijk dat als de bezuiniging doorgaat, de COA-bewoners dan minder goed of helemaal niet meer geholpen worden bij de juridische onderbouwing van hun aanvraag of tijdens het asielproces. Dit zorgt naar verwachting voor onrust onder de bewoners van asielopvanglocaties en druk op COAmedewerkers om die taak over te nemen. Het COA kan deze begeleiding echter niet overnemen, omdat de rol van het COA, opvang en begeleiding van asielzoekers, gescheiden moet zijn van de onafhankelijke taak van VluchtelingenWerk. De IND maakt zich ook zorgen over de korting die de minister heeft aangekondigd. VluchtelingenWerk en IND werken nauw samen in de asielprocedure, waarin VluchtelingenWerk veel voorbereidend werk doet. Straks kan VluchtelingenWerk de aanvragen voor gezinshereniging mogelijk niet meer ondersteunen, is de zorg van de IND.

De IND heeft aangegeven dat zij de voorlichting niet kan overnemen. Verder zal de IND de gevolgen vooral merken in vertraging van afhandeling van dossiers en extra werkdruk. Gevolgen van de uitspraak voor Utrecht Vraag 4 Deelt het college de mening dat de onzekerheid over de subsidierelatie met VWN risico’s met zich meebrengt voor de continuïteit van de begeleiding en integratie van vluchtelingen in Utrecht voor de korte en de lange termijn? (Ja/Nee, graag toelichten)

2

Antwoord 4 Ja, die mening delen wij. De onzekerheid over de subsidierelatie met het Rijk gaat vooral over de juridische begeleiding door VluchtelingenWerk voor mensen met een lopende asielprocedure of die gezinshereniging aanvragen. Dat treft vooral bewoners in een asielopvanglocatie. Dit gespecialiseerde werk kan niet gemakkelijk overgenomen worden door derden; het vraagt bijvoorbeeld interactie en gegevensuitwisseling met IND en de kleinste (onbedoelde) fout kan grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld het uitzetten van iemand die geruime tijd in Utrecht woont en werkt. Het is nu nog niet duidelijk wat de impact voor statushouders zal zijn. Ondertussen bereidt de minister A&M ook het asielnoodmaatregelen wetsvoorstel voor, waarin de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning wordt verkort van vijf naar drie jaar en waarbij de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd wordt afgeschaft. Als die wet ongewijzigd wordt aangenomen, zouden statushouders in Utrecht extra juridische ondersteuning nodig kunnen hebben bij de verlenging van hun asielstatus. Die ondersteuning zal in mindere mate beschikbaar zijn.

Vraag 5 Welke directe gevolgen heeft deze uitspraak voor de uitvoering van lokale projecten en gemeentelijke samenwerking met VWN? Hoeveel asielzoekers en vluchtelingen raken gedupeerd door deze beslissing, bij benadering? Antwoord 5 De voorzieningenrechter heeft de Minister van A&M opgedragen een nieuwe opdracht voor Vluchtelingenwerk te formuleren. Pas als dat duidelijk is, kan Vluchtelingenwerk aangeven wat zij wel of niet voor het dan aangeboden subsidiebedrag kan doen en wat dat betekent voor de uitvoering van lokale projecten. Ook dan wordt pas duidelijk hoeveel mensen het zal treffen. Het gaat om ten minste 1800 mensen in opvang in Utrecht (incl. alleenstaande minderjarig vreemdelingen). Het tekort aan juridische ondersteuning dat ontstaat kunnen we niet vanuit de gemeente compenseren. De gemeentelijke samenwerking met Vluchtelingenwerk voor statushouders die aan het inburgeren zijn, zetten we voort. De verwachting is dat wanneer de rechtsbijstand vanuit Vluchtelingenwerk daadwerkelijk wordt afgeschaald, door statushouders en asielzoekers meer beroep gedaan zal worden op het COA, Plan Einstein-partners, ondernemers en andere lokale partners.

Continuïteit en waarborging van dienstverlening Vraag 6 Welke partijen zijn momenteel verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van vluchtelingen in Utrecht en hoe wordt deze samenwerking geborgd? Antwoord 6 Het Centraal orgaan voor opvang van Asielzoekers (COA) is verantwoordelijk voor de opvang van asielzoekers. VluchtelingenWerk zorgt voor de rechtsbescherming van de asielzoeker, door middel van procesbegeleiding. Dit zijn ketenpartners die een convenant hebben met elkaar. Op het moment dat een asielzoeker erkend vluchteling is (statushouder) en moet gaan inburgeren, is de gemeente verantwoordelijk voor de inburgering. Voor de maatschappelijke en juridische begeleiding van statushouders die inburgeren, heeft gemeente Utrecht subsidieafspraken met VluchtelingenWerk (zie antwoord vraag 2). Daarnaast vangen we in Utrecht asielzoekers op volgens Plan Einstein concept, dus met activiteiten en toekomstgerichte cursussen voor bewoners van het AZC &buurt en het faciliteren van betekenisvolle ontmoetingen. Hierbij zijn meerdere Utrechtse organisaties betrokken, waaronder VluchtelingenWerk.

Vraag 7 In hoeverre kan het college garanderen dat vluchtelingen en asielzoekers in Utrecht de komende jaren toegang houden tot adequate opvang, begeleiding en integratie-voorzieningen, ongeacht veranderingen in landelijke subsidiestromen? (Ja/Nee, graag toelichten) Antwoord 7 We maken ons als mensenrechtenstad hard voor goede opvang, begeleiding en voorzieningen. Voor de financiering van rechtsbijstand van asielzoekers door VluchtelingenWerk zijn we afhankelijk van het Rijk. Wij kunnen niet alle gaten dichtlopen die het Rijk creëert, zoals wanneer het deze subsidie snel

3

afbouwt. We bewaken de humanitaire ondergrens, maar het Rijk is in dit geval aan zet. De Gemeente Utrecht kan de financiering hiervan niet overnemen. Financiële onzekerheid Vraag 8 Deelt het college de zorg dat de door de minister gecreëerde financiële onzekerheid de continuïteit van adequate en onafhankelijke begeleiding en ondersteuning van vluchtelingen, asielzoekers en statushouders in gevaar kan brengen? (Ja/Nee, graag toelichten) Antwoord 8 Ja, die zorg delen wij voor de asielzoekers. De juridische begeleiding van statushouders (vluchtelingen) wordt gefinancierd vanuit de gemeente aan VluchtelingenWerk. Een gevolg van deze keuze van de Minister A&M zal, bij ongewijzigde opdracht zijn, dat meer asielverzoeken in eerste aanleg worden afgewezen. Naar verwachting stijgt het aantal zaken waarbij de rechter afgewezen asielzoekers in het gelijk stelt en de procedure dus opnieuw moet. Dit zorgt voor extra kosten voor de samenleving. En daarbij een nog verdere belasting van de toch al overbelaste IND en COA en de rechtspraak. Hierdoor zal ons opvangsysteem verder vastlopen. De wachttijden gaan oplopen omdat de procedure voor asielzoekers nóg langer gaat duren: de wachttijd is nu al gemiddeld anderhalf tot twee jaar. Dit leidt tot veel onzekerheid, stress en leed bij asielzoekers, inclusief kinderen en jongeren. En onrust in de opvanglocaties.

Vraag 9 Zijn er alternatieven in beeld om vluchtelingen alsnog adequate begeleiding te bieden mocht er gerechtelijk anders besloten worden? Antwoord 9 Dat hangt af van de opdracht die de Minister nu voor Vluchtelingenwerk gaat formuleren en welk subsidiebedrag daarvoor beschikbaar wordt gesteld. Toekomstige samenwerking en strategie Vraag 10 Hoe ziet het college de toekomstige samenwerking met VWN in het licht van deze ontwikkelingen? Wat is het gevolg voor de begeleiding van asielzoekers op nieuwe opvanglocaties, zoals de Vlampijpstraat? Antwoord 10 De samenwerking van de gemeente Utrecht met VluchtelingenWerk zal in de basis niet veranderen. Met elkaar zullen we bekijken hoe we het beste de ondersteuning kunnen bieden aan asielzoekers en statushouders in de nieuwe situatie, ook voor de nog te openen locatie Vlampijpstraat. Vraag 11 Is het college bereid om in haar lobby met het Rijk te blijven aandringen op behoud van adequate, onafhankelijke begeleiding en rechtsbescherming van vluchtelingen? Antwoord 11 Ja, daarin trekken we op met de VNG en zo nodig los van de VNG in andere gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4

Schriftelijke Vragen | Adequate begeleiding en rechtsbescherming van vluchtelingen 13 maart 2025

Inleiding Asielzoekers hebben, net als iedereen, recht op onafhankelijke juridische begeleiding. Sinds 2010 vervult stichting VluchtelingenWerk Nederland (VWN) deze wettelijke taak op basis van Europese regelgeving. Dit omvat onder meer het uitleggen van de asielprocedure, het informeren over rechten en plichten en het ondersteunen bij het verzamelen van de benodigde documenten voor de IND. VluchtelingenWerk is aanwezig op asielzoekerscentra en opvanglocaties om voorlichting te geven, spreekuren te houden en juridische ondersteuning te bieden. Elke vluchteling die in Nederland aankomt, krijgt van een vrijwilliger uitleg over de asielprocedure. Vluchtelingenwerk zet zich hiernaast ook in voor asielzoekers en vluchtelingen met ondersteuning en begeleiding bij toelating, opvang, integratie en terugkeer. Daarmee vormt VluchtelingenWerk een essentiële schakel in de migratieketen tussen asielzoekers en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V).

Op 2 januari 2025 heeft minister Faber echter de begroting voor het programma Rechtsbescherming meer dan gehalveerd, van 34 naar 13 miljoen euro.1 Dit plaatst VluchtelingenWerk in een onmogelijke positie: met een drastisch lager budget wordt van hen verwacht dat zij dezelfde werkzaamheden blijven uitvoeren. Hierdoor komt de (juridische) begeleiding van vluchtelingen ernstig onder druk te staan, waardoor zij grotendeels op zichzelf aangewezen zullen zijn in een complexe procedure. Het werkveld vreest dat deze bezuiniging de chaos in de asielopvang alleen maar zal vergroten en zal leiden tot een toename van juridische procedures.2

Op 14 februari heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de minister van Justitie en Veiligheid de subsidierelatie met Stichting VluchtelingenWerk Nederland (VWN) voorlopig ongewijzigd moet voortzetten.3 Dit betekent dat VWN haar werk voor de ondersteuning van vluchtelingen en asielzoekers voorlopig kan blijven uitvoeren. Tegelijkertijd blijft er onzekerheid over de toekomst van deze subsidie en de gevolgen voor lokale samenwerking.

Ook in Utrecht zijn er meerdere opvanglocaties voor vluchtelingen en asielzoekers. De ChristenUnie en de fracties D66, Student&Starter, PvdA, PvdD, Groenlinks, Bij1, EenUtrecht, Volt en Denk vinden het van groot belang dat asielzoekers en vluchtelingen adequate begeleiding krijgen in de asielprocedure en ondersteuning en begeleiding bij toelating, opvang, integratie en terugkeer. Daarom hebben wij de volgende vragen aan het college. 1 https://nos.nl/artikel/2555815-rechter-minister-faber-mag-subsidie-vluchtelingenwerk-niet-halveren; Zie beslisnota,

https://www.eerstekamer.nl/overig/20250210/beslisnota_bij_afbouw/document of besluit: https://open.overheid.nl/documenten/dpc-45d52e0ea3c7c478c5ff8ede94c1040059b7dd9c/pdf 2 https://www.vluchtelingenwerk.nl/nl/artikelen/nieuws/zwart-scenario-vluchtelingen-staan-er-straks-alleen-voor 3 https://www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Organisatie/Rechtbanken/Rechtbank-Amsterdam/Nieuws/Paginas/Minister-moet-subsidierelatie-met-Vluchtelingenwerk-voorlopig-ongewijzigd-voortzetten.aspx

5

1. Inzicht in lokale samenwerking 1. 2. 3.

Heeft het college kennis genomen van genoemde uitspraak van de rechter? Wat is haar reactie op deze uitspraak? Klopt het dat de gemeente Utrecht voor de begeleiding en ondersteuning van asielzoekers mede afhankelijk is van de inzet van VluchtelingenWerk Nederland? Welke specifieke taken en verantwoordelijkheden heeft VWN binnen de gemeente Utrecht? Is bij het college bekend hoe samenwerkende partners zoals het COA en IND op deze uitspraak reflecteren? Hoe zien het COA en de IND hun rol in de begeleiding van vluchtelingen, indien deze taak wegvalt bij VWN?

2. Gevolgen van de uitspraak voor Utrecht 4. 5.

Deelt het college de mening dat de onzekerheid over de subsidierelatie met VWN risico’s met zich meebrengt voor de continuïteit van de begeleiding en integratie van vluchtelingen in Utrecht voor de korte en de lange termijn? (Ja/Nee, graag toelichten) Welke directe gevolgen heeft deze uitspraak voor de uitvoering van lokale projecten en gemeentelijke samenwerking met VWN? Hoeveel asielzoekers en vluchtelingen raken gedupeerd door deze beslissing, bij benadering?

3. Continuïteit en waarborging van dienstverlening 6. 7.

Welke partijen zijn momenteel verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van vluchtelingen in Utrecht en hoe wordt deze samenwerking geborgd? In hoeverre kan het college garanderen dat vluchtelingen en asielzoekers in Utrecht de komende jaren toegang houden tot adequate opvang, begeleiding en integratie-voorzieningen, ongeacht veranderingen in landelijke subsidiestromen? (Ja/Nee, graag toelichten)

4. Financiele onzekerheid 8. 9.

Deelt het college de zorg dat de door de minister gecreëerde financiële onzekerheid de continuïteit van adequate en onafhankelijke begeleiding en ondersteuning van vluchtelingen, asielzoekers en statushouders in gevaar kan brengen? (Ja/Nee, graag toelichten) Zijn er alternatieven in beeld om vluchtelingen alsnog adequate begeleiding te bieden mocht er gerechtelijk anders besloten worden?

5. Toekomstige samenwerking en strategie 10. Hoe ziet het college de toekomstige samenwerking met VWN in het licht van deze ontwikkelingen? Wat is het gevolg voor de begeleiding van asielzoekers op nieuwe opvanglocaties, zoals de Vlampijpstraat? 11. Is het college bereid om in haar lobby met het Rijk te blijven aandringen op behoud van adequate, onafhankelijke begeleiding en rechtsbescherming van vluchtelingen? Gesteld door:          

Bina Chirino – Tabasum Westra-van Til, ChristenUnie Ruben Snijder – Lars van Rooij, Student&Starter Venita Dada-Anthonij, D66 Hester Assen, PvdA Louise de Vries – Sjaak van Bemmel, PvdD Melody Deldjou Fard, GroenLinks Stevie Nolten – Noura Oul Fakir, Bij1 Gert Dijkstra, EenUtrecht Ruud Maas – Beau Nederhand, Volt Mahmut Sungur, Denk

6

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

M. ter Bals

Datum

12 maart 2025

E-mail

mark.ter.bals@utrecht.nl

Kenmerk

30206266

Type brief

Voortgangsbrief

Onderwerp

Stand van zaken opvang Oekraïense vluchtelingen

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Asiel en integratie

Geachte leden van de raad, Hierbij informeren wij u over de stand van zaken ten aanzien van de opvang, zorg en ontwikkeling naar zelfredzaamheid van de Oekraïense vluchtelingen in Utrecht en de wijzigingen ten opzichte van de vorige raadsbrief die hier te vinden is. Op dit moment van schrijven zien we een uitermate onzekere en instabiele geopolitieke situatie ten aanzien van de oorlog in Oekraine. Dat heeft grote effecten op de Oekraïense vluchtelingen die in onze opvang zitten. We proberen hen in deze tijden van onzekerheid en zorgen een stabiele omgeving in de opvang te bieden en hen te begeleiden. We staan in nauw contact met de mensen en de beheerders van de verschillende opvanglocaties. Richtlijn Tijdelijke Bescherming Minister Faber heeft een verzamelbrief opvang Oekraïne januari 2025 aan de Tweede Kamer gestuurd. Hierin staat onder meer dat op dit moment vluchtelingen tot en met 4 maart 2026 recht op tijdelijke bescherming hebben op grond van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Er is volgens de minister een reële mogelijkheid dat de tijdelijke bescherming opnieuw verlengd wordt met een jaar. Ook als er een bestand komt tussen Rusland en Oekraïne waardoor delen van Oekraïne veiliger worden, zal het geruime tijd duren voordat vluchtelingen uit Oekraïne kunnen en willen terugkeren.

Het is dus van belang om lange termijnbeleid te ontwikkelen, aldus de minister. De richtlijn RTB biedt een mogelijkheid om richting het einde van de tijdelijke bescherming een vrijwillig terugkeerprogramma op te zetten. Het kabinet wil van deze mogelijkheid gebruik maken. Daarnaast werkt het kabinet aan een Nationale Terugval Optie (NTO) om een stortvloed van asielaanvragen na het verstrijken van de RTB te voorkomen. Het kabinet denkt aan een tijdelijke verblijfsstatus van 3 jaar na de RTB, dus vermoedelijk in de periode 2027-2030. De uitwerking van de NTO is nog niet bekend. Dat betekent dat gemeenten nog niet weten wat de aard, omvang en kaders van hun opvang-opdracht wordt na 4 maart 2026. Tegelijkertijd staat het wel zo goed als vast dat de opvang een duurzaam vervolg moet gaan krijgen en dat gemeenten tijd nodig hebben om zich hierop voor te bereiden. Vooruitblik opvanglocaties Oekraïners in Utrecht Het perspectief om ook in 2026 nog te kunnen voorzien in voldoende kwaliteit en kwantiteit van opvang voor Oekraïense vluchtelingen is onzeker en bij gelijkblijvende regelgeving ronduit ongunstig.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b5acbddd-d9a2-4eab-a13c-492d00936d94