CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Stad en Ruimte (2008-2021) 10 juni 2021, gemeente Utrecht58.277 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Er dient snel en grondig met spoor 2 aan de slag te worden gegaan om de leefbaarheid te verbeteren en de oversteekbaarheid van de NRU. Als het gaat om spoor 2, is de fractie benieuwd naar de fysieke gevolgen hiervan. In hoeverre gaat de weg nog verbouwd worden en gaan er infrastructurele ingrepen plaatsvinden? De PvdD ziet graag dat zoveel mogelijk bomen worden behouden en dat er oplossingen komen die leiden tot schonere lucht en minder geluid. In de omgeving dienen zoveel mogelijk stikstofrechten aangekocht te worden. Ook dienen er oplossingen te komen niet alleen voor fietsers en wandelaars maar ook voor dieren die de NRU als barrière zien. Graag de toezegging van de wethouder dat een verlaging van de snelheid van de beoogde 80 kilometer per uur een mogelijkheid is en wordt meegenomen in spoor 2. Verder dienen vergroening en het behoud van bomen zoveel mogelijk als uitgangspunten te worden Pagina 14 van 67

meegenomen. Tot slot vraagt de fractie het college bij de uitwerking van spoor 2 zo snel mogelijk met nieuwe visualisaties te komen en de oude visualisaties van spoor 1 niet meer te gebruiken. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Işik (PvdA) constateert dat er na acht jaar praten nog steeds geen concreet plan ligt. Welke lessen trekt het college uit de gang van zaken? De PvdA-fractie maakt zich zorgen over de wijze waarop ingewikkelde infrastructurele projecten in Utrecht worden georganiseerd. Werkgroep Droom heeft in de brief van 20 mei goede suggesties meegegeven. Kan het college toezeggen dat per punt een inhoudelijke reactie wordt gegeven en dat deze ook naar de commissie wordt gestuurd? Een van de punten gaat over een gefaseerde uitvoering. Kan het college hierop ingaan? De PvdA zal een verbreding van de A27 niet steunen. Kan het college toezeggen dat de nodig inspanning geleverd zal worden om dit van de agenda te krijgen? De partij wil graag dat er een planning komt waaruit blijkt hoe verder moet worden gegaan. Binnen een jaar dient er een plan op tafel te liggen. De heer Simsek (DENK) zegt dat de fractie van DENK een voorstander blijft van spoor 1. Bereikbaarheid en leefbaarheid gaan hand in hand. Doorstroming en bereikbaarheid verbeteren de leefbaarheid en de verkeersveiligheid. Mevrouw Petersen (SP) zegt dat de SP-fractie vindt, dat als de NRU wordt opgewaardeerd dit goed moet worden gedaan of niet. Het heeft de voorkeur om de kruisingen te onder tunnelen. De SP twijfelt eraan of spoor 2 een verbetering is voor de leefbaarheid en de effecten voor de doorstroming.

De partij vreest ook dat de provincie haar bijdrage zal intrekken. De heer Işik (PvdA) vraagt of het college binnen nu en maand de commissie kan laten weten of de bijdrage van de provincie in tact blijft of niet als gekozen wordt voor spoor 2. Mevrouw Petersen (SP) merkt op dat er in spoor 2 een sterke nadruk komt op verkeersmanagement en de beïnvloeding. Waarom betaald parkeren invoeren in Overvecht een deel van de oplossing is, is de fractie echter een raadsel. Graag opheldering. Verder staat in de planning dat de adviesgroep NRU betrokken blijft. Dat is mooi en daarnaast wordt onderzocht welke communicatiemiddelen ingezet kunnen worden. De SP geeft aan dat een website of een brief onvoldoende is. Persoonlijk contact via wijkbureaus en winkelcentra kan veel verschil maken. Kunnen hieromtrent meer concrete toezeggingen worden gedaan? Wethouder Van Hooijdonk gaat in op hoe tot dit punt is gekomen. Toen zij begon als wethouder heeft zij een voorkeursalternatief geërfd van haar voorganger. Op dat moment was de pot met geld door de Rijksoverheid teruggetrokken. Dit voorkeursalternatief ging uit van drie verdiepte kruisingen. In de loop van de tijd is geconstateerd dat de drie verdiepte kruisingen ver aflagen van de budgetten die er waren. Er is toen geconcentreerd op het mogelijk maken van twee verdiepte kruisingen. Op dit moment is zelfs dit scenario achter de horizon verdwenen.

Vervolgens is spoor 2 in beeld gekomen. Dit proces was niet leuk maar wel verstandig want als verder wordt gegaan met het uitwerken van een niet gedekt project dan bestaat de mogelijkheid dat hier veel proceskosten aan worden besteed. Een aantal raadsleden heeft opgemerkt dat er ook al veel kosten zijn gemaakt. De PvdA vroeg wat het college heeft geleerd. De wethouder antwoordt dat het college heeft geleerd, dat niet begonnen moet worden aan de uitvoering van een project waar geen geld voor is. Er is dus geleerd om op tijd in te grijpen. De winst hiervan is, dat de weg is afgelegd samen met de Rijksoverheid en de provincie waardoor met elkaar teruggegaan kon worden naar de vraag waarom een en ander ook alweer gewild werd. Hierbij is ook gekeken naar wat de verschillende belangen ook alweer zijn. Op dit moment is het zo, dat de verschillende overheden vinden dat de NRU belangrijk is. Hierdoor blijft er ook zicht op de financiële middelen. Verder ligt spoor 1 nog niet in de prullenbak. Er zal alleen geen geld worden besteed aan nog verdere uitwerking. De heer Van Steeg vroeg of bij het BO-MIRT niet ingezet moet worden op spoor 1 en de drie kruisingen. Zij wist erop dat de derde kruising niet in de ramingen zit en dat voor spoor 1 op dit moment bij provincie en Rijk geen weerklank wordt gevonden. Het is hierom dat het college de bakens heeft verzet.

De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat het voor het BO-MIRT overleg betekent, dat spoor 1 nog wel op tafel ligt.

Pagina 15 van 67

Wethouder Van Hooijdonk merkt op dat nog niet helder is of er een haalbare variant in spoor 2 is die recht doet aan alle belangen. Na de zomer moet met elkaar gekeken worden of er muziek zit in spoor 2. Als dit zo is, dan zullen kaders aan de commissie voor worden gelegd. 5

De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat het betekent dat spoor 1 nog op tafel ligt. De heer Işik (PvdA) vraagt of het college hoopt dat een nieuw kabinet middelen ter beschikking stelt voor spoor 1.

10

15

Wethouder Van Hooijdonk verduidelijkt dat spoor 1 in de koelkast staat. Daar kan die dus ook weer uit komen maar alleen als er zicht is op nieuw en meer geld. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt of spoor 1 van de koelkast naar de prullenbak verdwijnt, als spoor 2 recht blijkt te doen aan alle belangen. Als spoor 2 geen recht blijkt te doen aan alle belangen, wordt dan gestopt met de hele planvorming rondom de NRU? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat als er een kansrijk perspectief komt uit spoor 2, dat het dan voor de hand ligt dat op hoofdlijnen een nieuwe focusvariant wordt vastgesteld.

20

25

30

De heer Van Heuven (PvdD) vraagt wat er gebeurt als er uit spoor 2 geen kansrijk perspectief komt. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat beide sporen dan niet tot resultaat zijn gekomen. Het gesprek zal dan opnieuw aangegaan moeten worden. Zij vervolgt haar beantwoording. De formatie kan nieuwe mogelijkheden bieden maar tot nu toe krijgt een en ander weinig weerklank. Vervolgens gaat zij in op spoor 2. Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de elementen van spoor 2. Er is dus procesgeld nodig om erachter te komen of er muziek zit in spoor 2. De drieslag oversteekbaarheid, bereikbaarheid en leefbaarheid staat nog steeds overeind. Een mogelijk alternatief ligt waarschijnlijk binnen het spectrum van infrastructuur en beïnvloeding van mobiliteit. Hiertussen zal een juiste balans gevonden moeten worden. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat kijkend naar spoor 2 en de stedelijke opgave opvalt, dat bereikbaarheid wegvalt. Is de wethouder bereid om bereikbaarheid expliciet op te nemen?

35

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat bereikbaarheid er volgens haar tussen staat. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder nu anders kijkt naar spoor 1. De formulering die er staat is eufemistisch geformuleerd.

40

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat bereikbaarheid de derde bullet is. Er staat ‘een aantrekkelijk alternatief voor routes door de stad’. Dit vindt zij bereikbaarheid, zonder de grote aanzuigende werking. Ze wijst erop dat het nationale belang net even anders is dan het gemeentelijke belang.

45

De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de robuuste NRU bijdraagt aan bereikbaarheid. Dit is toch een belangrijk onderdeel van het mobiliteitsplan? Hoe kan dit nu opeens zijn veranderd? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat een en ander precies is zoals het in het mobiliteitsplan zit. Er dient alleen een juist evenwicht gevonden te worden tussen bepaalde effecten.

50 De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat optie 1 nog steeds de beste variant is.

55

60

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat wel geconstateerd is, dat optie 1 een zwaarder verkeer aantrekkend effect heeft dan men lief is. Zij vervolgt haar beantwoording. De heer Van Steeg vroeg wat het verschil is met spoor 1. Dit is het mengsel met andere alternatieven en benaderingen met betrekking tot de beïnvloeding van mobiliteit. Mevrouw Dekker vroeg naar de kaderstelling. Er moet eerst onderzoek worden gedaan voordat kaders voorgelegd kunnen worden aan de raad. De heer Van Heuven vroeg of nu niet geprobeerd moet worden om maximaal bomen te sparen, betere verbindingen voor dieren te maken en stikstof te beperken. Als dit gedaan kan worden, verdient dit de voorkeur. De heer De Pagter vroeg of toegezegd kan worden dat er geen Pagina 16 van 67

5

10

15

20

25

gelijkvloerse kruisingen komen. Dit kan de wethouder niet toezeggen. Met betrekking tot de ‘flyover’ van de dreef merkt zij op, dat een en ander toch wel ‘in de papieren loopt’. Verder kost een parallelweg waarschijnlijk veel ruimte. Bij het verleggen van de Franciscusdreef kwamen niet meteen beelden op. De wethouder nodigt de heer De Pagter uit, om ook buiten deze vergadering om, zijn ideeën te delen. De heer Bosch vroeg aan welk openbaar vervoer wordt gedacht. Dit betreft een deel van het onderzoek. Ten aanzien van de fietsinfrastructuur merkt zij op, dat als er muziek zit in spoor 2, dat faseren dan voor de hand ligt. De heer Gaillard deed de suggestie voor dubbel grondgebruik. Hier is op ‘bierviltjesniveau’ naar gekeken. Tot nu toe lijkt dit niet heel kansrijk. De heer Weistra vroeg naar ‘beprijzing’. Het is best kansrijk dat hier afspraken over worden gemaakt. Verder is snelheid verlaging ook onderwerp van bespreking. Dan de vragen over de financiën. Ze gaat in op het budgetrecht in relatie tot onderzoeksgeld. Het project kan stopgezet worden op het moment dat de euro’s zijn besteed waar de raad toestemming voor heeft gegeven mocht de raad geen toestemming geven voor de extra anderhalve ton. Het laatste deel wacht dus nog op groen licht. Dan de 17 miljoen euro voorbereidingsgeld. De betaling van dit bedrag wordt verdeeld tussen de provincie en de gemeente.

Het Rijk betaalt hier niet aan mee. Een en ander heeft geleid tot een technisch deugdelijk plan maar het was alleen niet financieel gedekt. Daarbij was ook het stikstofprobleem nog niet weg. De heer Işik (PvdA) vraagt hoe het kan zijn dat het college een bestemmingsplan opstelt terwijl de financiële uitvoerbaarheid niet zeker is. Wethouder Van Hooijdonk merkt op dat de heer Işik hier bij is geweest. Een en ander is ook gerapporteerd en in de loop van de tijd zijn de ramingen verder uit de pas gaan lopen. Student&Starter vroeg hoe realistisch het is om te rekenen op de bijdragen van het Rijk en de provincie in spoor 2. Op dit moment wordt elke stap samen gezet. Het dienen van alle belangen is de enige manier die ervoor zorgt dat het budget bij elkaar blijft. Hier zet de wethouder zich voor in. De heer Bosch (PVV) vraagt of de 80-kilometer per uur een vaststaand gegeven is in spoor 2.

30

35

40

Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat zij dit niet te horen heeft gekregen. Het gesprek hierover komt in een volgende fase. Zij vervolgt met het onderwerp bewoners. Het blijft belangrijk om hen op een goede manier te betrekken. Droom is tot nu toe een goede partner geweest. Het college hoopt dat dit zo blijft. Wat het college betreft verandert er niets aan de rol en de manier waarop wordt samengewerkt. Er zal uiteraard gereageerd worden op de gedane suggesties. Hier zal een afschrift van worden gestuurd aan de commissie. Mevrouw Petersen zei dat in Overvecht aandacht besteed moet worden aan hoe mensen worden benaderd. Er zijn ervaringen opgedaan met laagdrempelig aanwezig zijn, deze zullen worden meegenomen. Vervolgens de onderwerpen planning en proces. Ze deelt de emotie over de wens om eens een mijlpaal te willen behalen. Tegelijkertijd als men geconfronteerd met een onhaalbare kaart, dan dient daarop te worden gehandeld. Het college hoopt in het najaar conclusies te kunnen trekken over spoor 2. Er zal dan teruggekomen worden bij de commissie. De heer Van Heuven (PvdD) vraagt met welke insteek de wethouder het BO-MIRT overleg ingaat.

45

50

55

Wethouder Van Hooijdonk herhaalt dat de partners hebben gezegd dat zij geen kans zien op meer middelen. Dit is de reden voor het promoveren van spoor 2 tot primair spoor. Zij vervolgt haar beantwoording. De heer Van Heuven vroeg naar nieuwe visualisaties. Er is nog geen helder beeld van het andere spoor waardoor het lastig communiceren is hierover. Dan de A27. De wethouder zegt dat als zij zegt dat de verbreding van de A27 geen aanname mag zijn in dit project, dat het behouden van het Rijksbudget ingewikkeld wordt. Zij denkt dat zakelijk en pragmatisch te werk moet worden gegaan. Er is een besluit genomen volgens de regels van dit land. Dit wordt op dit moment nog bevochten bij de Raad van State maar de Rijksoverheid heeft het Tracébesluit genomen. De besluiten worden in verkeersmodellen verwerkt zonder oordeel. Dit vormt de basis. Als hier iets in verandert, dan wordt weer in overleg gegaan om de nieuwe werkelijkheid te verwerken in de plannen. Wat het effect is als de verbreding van de A27 niet doorgaat, is nog niet helder. Mevrouw Oosters (StudentStarter) vraagt of spoor 2 de positie van Utrecht ten opzichte van de verbreding van de A27 niet zwakker maakt.

60 Pagina 17 van 67

De heer Weistra (GroenLinks) hoopt dat erbij de formatie ook iets wenselijks wordt gezegd over de A27. Hij denkt dat het goed is om op twee sporen in te zetten. 5

10

Wethouder Van Hooijdonk kijkt met nieuwsgierigheid en goede hoop naar de resultaten van de formatie. Zodra die duidelijk zijn, zal de gemeente zich hiertoe verhouden. Tegen mevrouw Oosters zegt de wethouder een en ander niet te zien zoals zij. De Rijksoverheid zal altijd kijken of het hoofdwegennet functioneert. De NRU is daarin belangrijk of nu voor spoor 1 of 2 wordt gekozen. Tot slot gaat zij in op vragen over stikstof. Hieromtrent zal nog iets op te lossen zijn. Mevrouw Oosters (StudentStarter) vraagt of in de uitwerking van spoor 2 terugkomt in hoeverre de stikstofdepositie zich verhoudt tot die in spoor 1. Wethouder Van Hooijdonk denkt dat op hoofdlijnen hier iets over gezegd kan worden.

15

Mevrouw Dekker-Abdulaziz (D66) vraagt of de wethouder iets kan zeggen over de verhouding tussen infrastructuur versus gedragsbeïnvloeding. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat er moeilijk iets te zeggen is over de verhouding. Het zal voldoende moeten zijn om binnen het budget terecht te komen.

20 De voorzitter inventariseert of er vragen op antwoorden worden gemist. De heer Van Heuven (PvdD) heeft gevraagd of het verlagen van de snelheid een optie is in spoor 2. 25 Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dit denkbaar is. Het is ook geopperd door de Rijksoverheid. 30

De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vraagt of hij de berekeningen in verband met dubbel grondgebruik kan ontvangen. Wethouder Van Hooijdonk zegt dat zij niet weet of er iets over op schrift staat. Als het mogelijk is om de heer Gaillard te informeren, dan zal dat gebeuren.

35

De voorzitter herhaalt de toezegging. Wethouder Van Hooijdonk stuurt in het najaar van 2021, in de aanloop naar het BO-MIRT overleg, een voorstel of brief naar de commissie op basis van de conclusies van het onderzoek naar spoor 2.

40

De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het goed is om in de raad nader te spreken over de balans tussen de drie punten. Het is ook goed om te kijken hoe spoor 1 op tafel kan worden gehouden, hoe spoor 2 kan worden uitgewerkt en hoe hiervoor kaders geboden kunnen worden. De voorzitter schorst de vergadering om 12.45 uur.

45

LIJST VAN TOEZEGGINGEN

50

Wethouder Van Hooijdonk zal met betrekking tot agendapunt 4, Raadsvoorstel Zienswijzen ontwerp-begrotingen 2022 recreatieschappen De Stichtse Groenlanden en Plassenschap Loosdrecht: • de commissie voor de zomer van 2021 een brief sturen met de stand van zaken rondom de transitie van de recreatieschappen inclusief de uitkomsten van een onderzoek naar wensen ten aanzien van de recreatiegebieden. zal met betrekking tot agendapunt 5, Noordelijke Randweg Utrecht: • de commissie in het najaar van 2021, in de aanloop naar het BO-MIRT overleg, een voorstel of een brief sturen op basis van de conclusies van het onderzoek naar spoor 2.

55

Pagina 18 van 67

Verslag openbare middagvergadering Commissie Stad & Ruimte 5 Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

27 mei 2021 Beeldvergaderen Remko Schotsman (Notuleerservice Nederland)

10

Aanwezigen

15

De voorzitters, mevrouw Kleinrensink en mevrouw Van Dun, de wethouders, de heer Verschuure en de heer Eerenberg, en de leden, mevrouw E. Oosters (Student&Starter), mevrouw F. de Koning (GroenLinks), de heer B. Işik (PvdA), de heer M. Koning (D66), de heer T. Schipper (SP), mevrouw J. Zwinkels (CDA), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer S. Nagtegaal (PVV), de heer I. el Abassi (Denk), de heer E. van der Marel (VVD) mevrouw R. Heijne (GroenLinks) de heer M. van Heuven (PvdD), de heer S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht) en mevrouw A. Sasbrink (PvdD) en mevrouw T.M. Leenders (Commissiegriffier). Tevens aanwezig zijn ambtelijke vertegenwoordigers van gemeentelijke afdelingen.

20

Verslag openbare vergadering Commissie Stad & Ruimte 25

6. Raadsbrief Evaluatie regionale Huisvestingsverordening……………………………………….... 19 7. Burgeragendering Geluidsnorm….……………………………………………………………………38 Lijst van toezeggingen…………………………………………………………………………………….42

30

De voorzitter, mevrouw Van Dun, heropent de vergadering om 14.00 uur.

6. Raadsbrief Evaluatie regionale Huisvestingsverordening Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. 35 Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen. 40

Mevrouw Oosters (Student&Starter) licht toe dat Student&Starter reikhalzend naar deze bespreking heeft uitgekeken, en wil kijken hoe de gemeenteraad kan helpen bij een eerlijker verdeling van het woningaanbod. Ongeveer 65% van de woningzoekenden in de evaluatie is Pagina 19 van 67

5

10

15

jonger dan 35 jaar en een steeds groter deel bestaat uit alleenstaanden. Het aanbod van sociale huurwoningen gaat omlaag terwijl de vraag blijft stijgen. De slaagkans voor het vinden van een woning is 5% in Utrecht. Wat Student&Starter betreft is het dan ook tijd voor actie. Uit de evaluatie blijkt dat de bezettingsgraad van woningen te wensen over laat, nog te vaak worden woningen met veel kamers bezet door kleine gezinnen, koppels of zelfs alleenstaanden. Student&Starter heeft over de oplossing hiervan ideeën als meer toegankelijke vormen van woningdelen. Spreker is echter ook vooral benieuwd naar de duiding van het college hiervan. Utrecht maakt al gebruik van Variant 2 om de woning fijnmazig te verdelen maar dit blijkt niet genoeg. Gevraagd wordt of de wethouder kan toezeggen deze problematiek aan de regionale tafel te bespreken en welke oplossingen hij gaat aandragen om de woningen beter te verdelen. In de evaluatie viel ook de uitwerking van het amendement over het verloten van meer sociale huurwoningen. Dit werkt en de verlote woningen komen terecht bij de groep die het heel hard nodig heeft als starters en mensen die net gescheiden zijn. Gevraagd wordt vraagt hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat de 20% in Utrecht wordt aangetikt en hoe hij denkt meer regiopartners te kunnen aansporen om van deze mogelijkheid gebruik te maken.

Mevrouw De Koning (GroenLinks) geeft aan te zien dat er veel verhuurd wordt via loting. Gevraagd wordt wat Student&Starter er toe brengt te denken dat de mensen die de lootwoningen krijgen, deze harder nodig hebben dan mensen die er al meer dan tien jaar op wachten.

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan te zien dat er 17% is verloot wat 3% minder is dan de afgesproken 20% en dat deze woningen terecht komen bij de doelgroep die tot de 65% van de woningzoekenden behoort. Deze mensen hebben nog maar een korte inschrijftijd en zijn tussen de 23 en 35 jaar en hebben daarom een kleine kans op een woning. Dit systeem biedt de flexibiliteit om ervoor te zorgen dat de mensen die net op de woningmarkt komen een kans hebben. De heer Işik (PvdA) vindt het oneerlijk. Spreker sluit niet uit dat mensen die net op de woningmarkt komen woonruimte nodig hebben maar vindt het oneerlijk dat iemand die 11 jaar ingeschreven staat een woning ziet verdwijnen naar iemand die twee maanden ingeschreven staat. Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan niets oneerlijks te zien. De 20% is maar een klein deel van de voorraad en biedt een kans voor mensen die anders helemaal geen kans zouden hebben. Het streven naar meer kansgelijkheid zou de PvdA aan het hart moeten gaan meent spreker. Student&Starter meent dat een hoger percentage zou passen bij de ontwikkeling bij een groeiende groep jonge woningzoekenden. Gevraagd wordt hoe de wethouder hier naar kijkt. Spreker meent dat de onderzoeksgroepen waar mee gewerkt wordt, opvallend zijn. Spreker valt net binnen de groep 23-35 jaar maar kan zich niet voorstellen dezelfde woonwensen heeft als haar collega De Koning.

De grootte van de onderzoeksgroep valt ook op en de meerderheid van de groep woningzoekenden valt hier onder. Dit maakt het ingewikkeld om inzicht te krijgen wat de woonwensen zijn waardoor passend beleid maken ook niet makkelijk is. Gevraagd wordt of de wethouder het daar mee eens is en of dit in een volgende evaluatie verbeterd kan worden. Een steeds groter deel van de woningzoekenden is alleenstaand en het woningaanbod is daar niet op toegerust. De wethouder wordt gevraagd toe te zeggen dit aan te kaarten bij de regiopartners en zelf ook aan de slag te gaan met oplossingsrichtingen op dit gebied. Student&Starter was het niet eens met de aanpassing in 2019 van het omzet- en splitsbeleid. Er is toen wel toegezegd dat de effecten zouden worden gemonitord. Deze resultaten zijn echter niet bekend. Student&Starter verwacht dat de effecten niet in balans zijn en het in Utrecht onmogelijk is gemaakt om woningen om te zetten of te splitsen. Dit heeft effect op de grootste groep woningzoekenden, op betaalbaarheid, doorstroming en de bezettingsgraad en is een doorn in het oog van de fractie. De fractie wil daarom voor de bespreking van de huisvestingsverordening duidelijkheid over de effecten van het beleid en hoopt aanpassingen in de huisvestingsverordening terug te zien. Student&Starter zal hiervoor al voorstellen voorbereiden.

Student&Starter is klaar voor actie op de Utrechtse woningmarkt en hoopt dat de wethouder aan de slag wil gaan met de suggesties en kijkt uit naar de aangepaste huisvestingsverordening. De hoop is dat deze nog voor de zomer behandeld kan worden.

Pagina 20 van 67

5

10

15

20

25

De heer Koning (D66) geeft aan dat D66 voor een groot deel kan aansluiten op de woorden van Student&Starter. In het Rigo-rapport kwam naar voren dat veel sociale huurwoningen met vier of vijf kamers verhuurd worden aan kleine huishoudens. 40% van de vierkamerwoningen gaan naar een- of tweepersoonshuishoudens. D66 meent dat de grotere woningen beschikbaar moeten zijn voor de grotere gezinnen. De wethouder deelt deze conclusie en bij het herijken van de huisvestingsverordening zal er gekeken worden of hier meer passendheid in kan worden aangebracht. Gevraagd wordt op welke wijze de wethouder dat in de regio wil gaan regelen. De heer Schipper (SP) heeft bij de technische bijeenkomst gevraagd of er een uitsplitsing te maken is vanuit de toewijding van grote woningen aan kleine huishoudens. Voor de meeste meergezinswoningen is nu geen bezettingsnorm. Het lijkt spreker logisch dat daar de oorzaak ligt en dat op de vier- en vijfkamerwoningen wel bezettingsnormen gezet gaan worden. gevraagd wordt of de wethouder van plan is dit mee te nemen naar de bestuurstafel. De heer Koning (D66) vindt dat een mooie aanvulling. Loten werkt en voor D66 zou het mooi zijn als de 17% wordt uitgebreid naar 20% of misschien wel 25%. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt D66 aan te geven over welk type woningen het loten mag gaan en welke doelgroepen voor loten in aanmerking komen.

Gevraagd wordt of de prioriteit wordt gegeven aan gescheiden ouders of dat iedereen zich hier voor kan inschrijven. De heer Koning (D66) licht toe dat het nu vooral op de een- en tweepersoonshuishoudens is gericht. D66 ziet dat ook zo voor zich omdat deze mensen pas vaak vanaf hun 18e staan ingeschreven omdat het niet eerder kan. Dan heb je dus maar een korte termijn om inschrijfduur op te bouwen, terwijl de wachttijden tegen de 10 jaar aanlopen. Daarom vindt D66 het belangrijk dat een significant deel van het aanbod via loting beschikbaar is. Een beweging richting de 25% is voor de komende tijd voor D66 goed voor een relatief brede groep mensen met een korte inschrijfduur.

30 Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt ten koste waarvan dat zou moeten gaan.

35

De heer Koning (D66) licht toe dat de schaarste op de woningmarkt voor D66 betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden en voor D66 is dat het uitbreiden van de mogelijkheden op dat segment richting 25%. Dit is de keuze van D66 om de schaarste te verdelen. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat dat betekent dat de wachttijden op blijven lopen in Utrecht.

40

45

50

55

De heer Koning (D66) antwoordt dat het betekent dat er meer woningen beschikbaar komen voor mensen met een relatief korte inschrijfduur. Er worden niet meer of minder woningen verdeeld maar ze worden anders verdeeld. De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan dat pas twee jaar geleden het percentage van 10% naar 20% is verruimd. De eerste effecten hiervan zijn zichtbaar en nu komt gelijk het verzoek om het weer te verruimen. Spreker meent dat er eerst goed gekeken moet worden wat deze levering nu oplevert en bij welke groepen het het meeste knelt omdat dit ten koste gaat van mensen die al langer op de wachtlijst staan. De heer Işik (PvdA) kookt van deze opmerkingen. D66 verkoopt de sociale huurwoningen in de binnenstad en liberaliseert de sociale huurwoningen in de binnenstad. De 35% sociale huur uit de Woonvisie wordt niet gehaald en nu wil D66 nog meer woningen verloten. Als D66 stopt met het verkopen van sociale huurwoningen en naar de verdeling 40-40-20 wil gaan, dan zou spreker mee willen denken over de verhoging van het percentage. Als D66 dat niet doet, moet het niet komen met de vraag om het percentage te verhogen. De heer Koning (D66) meent dat dat oude koeien uit de sloot zijn. De PvdA heeft jaren geleden meer voorbereid om de verkoop van de monumentenwoningen in de binnenstad te organiseren

Pagina 21 van 67

De heer Işik (PvdA) stelt dat de PvdA niet haar handtekening hier onder heeft gezet. Dat heeft het college met D66 gedaan. Het percentage in Leidsche Rijn staat op 25 terwijl in de Woonvisie 35% staat. D66 is vanuit haar ideologie oneerlijk bezig. 5

10

15

De heer Koning (D66) meent dat het jij-bakken niet zo veel oplevert. 3% van de verhuringen gaat naar de middeninkomens terwijl het niet-Daebsegment meer ruimte toelaat. Voor de corporaties is het interessant om te verhuren aan de middeninkomsten omdat de opbrengsten wat hoger zijn. Dat is ook goed voor de mogelijkheden om te verduurzamen en bij te bouwen. Gevraagd wordt of het college dat ook zo ziet en de wens ziet om hier verder op in te zetten. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) hoort dat D66 mensen die al jaren op de woningmarkt actief zijn wil kaltstellen door meer te gaan verloten. Daarnaast hoort spreker dat D66 een groot deel van de sociale huurvoorraad ter beschikking wil stellen aan middeninkomens. Spreker meent dat het tekort aan woningen voor middeninkomens door D66 zelf is veroorzaakt door zo lang niet te leveren van wat er in het verkiezingsprogramma beloofd is. Spreker vindt het schofterig dat nu al sociale huurders de stad uit worden gejaagd naar Lopik of Houten. Het zijn schoftenstreken van D66 als het nu ook nog eens wil dat de niet-Daebwoningen die in de sociale woningvoorraad vallen toevallen aan de middeninkomens.

20

25

30

35

40

45

Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan hierover met D66 van mening te verschillen. Met betrekking tot het verloten wordt er nu een tegenstelling gemaakt. Het gaat echter om het bieden van een kans aan mensen die die kans normaal gesproken niet hebben. Met betrekking tot de middenhuur vraagt spreker of dit er niet toe leidt dat er minder kans is voor mensen die het harder nodig hebben. De heer Koning (D66) is verbaasd dat dit nog maar 3% is ondanks dat het college heeft aangegeven dat er ruimte in zit. Het college wordt gevraagd of het ook ziet dat daar ruimte zit. Spreker is het met iedereen eens er voor alle inkomens een grote schaarste is in de stad. Het Rigo-rapport laat wel zien dat de middeninkomens bijzonder in de knel zitten. Dat is waarom de vraag wordt gesteld. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat dat een zwaktebod is omdat dankzij de inzet van D66 de productie van middenhuurwoningen zwaar achter blijft op wat beloofd is. Zo is ook de totale betaalbare woningvoorraad uitgehold van 28.000 naar 5.500 woningen. D66 heeft gefaald in de opdracht en nu wordt geprobeerd via de sociale huurwoningvoorraad de middeninkomens te huisvesten. Spreker vindt dat te zot voor woorden. Mevrouw De Koning (GroenLinks) ziet een enorme schaarste op de woningmarkt en vooral aan de onderkant. Sinds de invoering van de verhuurdervergunning is er veel minder gebouwd.

D66 kiest er nu voor om mensen die net ingeschreven staan of die meer verdienen voorrang te geven. GroenLinks zou die keus niet willen maken en wil mensen met een krappe beurs kansen geven. Spreker vraagt hoe D66 dit wel rechtvaardig vindt. De heer Koning (D66) geeft aan te zien dat het voor mensen met middeninkomens heel moeilijk is om een woning te vinden. Koopwoningen zijn nauwelijks beschikbaar en deze mensen komen er ook niet tussen als zij een inkomen hebben tot 55.000 euro. Dat is de reden dat de vraag wordt gesteld en waarom D66 hier een deel van de oplossing in ziet. Andere partijen kunnen daar een andere mening over hebben, dat is een politieke keuze.

50 De heer Nagtegaal (PVV) begrijpt dat D66 een deel van de bestaande voorraad wil omvormen tot middenhuur en vraagt waarom er dan niet meer moties of amendementen zijn van D66 bij bouwplannen om een deel van de vrije sector of de koopwoningen eruit te halen. 55

60

De heer Koning (D66) geeft aan dat het D66 gaat om het deel dat wettelijk ook aan de middeninkomens verhuurd mag worden ook daadwerkelijk wordt verhuurd aan de middeninkomens. Deze woningen blijven in corporatiebezit en in de sociale sector. De heer Nagtegaal (PVV) vraagt nogmaals waarom hij dan nooit moties van D66 om dit bij andere plannen ook meer op te trekken omdat vrije sector en koop niet betaalbaar is. Pagina 22 van 67

De heer Koning (D66) geeft aan dat D66 inzet op het voor elkaar krijgen van middenhuur en middenkoop. In dat segment zou deze groep meer aanbod moeten hebben. Omdat de schaarste zo groot is probeert D66 ook op deze manier wat meer ruimte te creëren. 5

10

15

De heer Işik (PvdA) geeft aan dat in de raadsbrief van 14 mei staat dat de wachttijd voor sociale huurwoningen is toegenomen. Door het ontbreken van voldoende huurwoningen en de verkoop van sociale huurwoningen is het aantal verhuren afgenomen. De fractie vindt daarom dat de variant 40-40-20 in de stag uitgevoerd moet gaan worden. Spreker vindt het prima dat corporaties een aantal woningen in de middencategorie verhuurt en wil aan het college meegeven te kijken of het mogelijk is die woningen te labelen aan politie, leerkrachten en zorgpersoneel. Spreker is het met mevrouw Oosters eens dat vierkamerwoningen niet aan eenpersoonshuishoudens verhuurd moeten worden en onderschrijft de suggestie van de SP op dit gebied. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt of dat betekent dat de PvdA er voor pleit een groter aandeel voor bemiddeling toe te wijzen of dat het vanuit de reguliere vraag moet.

20

25

De heer Işik (PvdA) antwoordt dat het regulier moet maar dat het goed is om een bezettingsnorm mee te geven. Spreker meent dat de doorstroming van ‘Van groot naar beter’ beter georganiseerd moet worden. Spreker verwacht dat het college hier nog aanvullende maatregelen moet nemen. Gevraagd wordt wat het college bedoelt met de opmerking dat het doorschuiven niet mag leiden tot een ‘wooncarrière’. De fractie zal een verruiming van de loting niet accepteren en vindt dit een oneerlijke behandeling van de woningzoekenden die al lang ingeschreven staan. Als de 20% niet gehaald wordt mag het percentage ook teruggeschroefd worden.

30 Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan dat het loten niet nergens vandaan is gekomen. Een grote groep huurders mag nu 75% wachttijd behouden als zij verhuizen. Dat heeft een negatief effect op de grootste groep woningzoekenden en gevraagd wordt hoe de PvdA over die verhouding denkt. 35 De heer Işik (PvdA) begrijpt dat er een percentage woningen beschikbaar moet zijn voor de spoedzoekers. Echter, als je kijkt naar het aanbod en wat er gebouwd wordt, dan is het onwenselijk om het percentage voor loting te verruimen omdat er 35.000 tot 40.000 actief woningzoekenden per jaar zijn. 40 Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan dat de grootste groei zit in de doelgroep die kan profiteren van het lotingssysteem. Het behoud van de wachttijd heeft daar een negatief effect op en Student&Starter zou hier meer balans in willen brengen. 45

50

55

Mevrouw De Koning (GroenLinks) geeft aan dat het behoud van de wachttijd volgens de evaluatie nog helemaal geen effect heeft op doorstroming terwijl de loting al wel flink verhoogd is. Mevrouw Oosters (Student&Starter) geeft aan dat als het wachttijdbehoud er niet toe leidt dat de doorstroming wordt bevorderd de fractie dan niet ziet wat het eventuele positieve effect is. Uit de evaluatie blijkt dat er nog weinig effecten te zien zijn en Student&Starter verwacht dat deze negatief zullen zijn. Daarom pleit de fractie ervoor te kijken naar de effecten van loting omdat die al wel duidelijk positief zijn. De heer Işik (PvdA) stelt voor om de verkoop van sociale huurwoningen per direct stop te zetten en om het percentage 40-40-20 toe te passen. Dan wordt het aanbod groter en kan het voorgestelde percentage worden gewaarborgd. Spreker vraagt of dat voor Student&Starter een idee is. Mevrouw Oosters (Student&Starter) antwoordt dat dat het geval is.

60 Pagina 23 van 67

5

De heer Işik (PvdA) heeft gezien dat er vanuit de sociale sector minder doorstroming is naar middenhuur en vraagt wat het college daar aan gaat doen. Ook wordt gevraagd wat het college gaat doen met betrekking tot het gegeven dat de vraag toeneemt en het aanbod achterblijft. Gevraagd wordt of het college bereid is de variant 40-40-20 toe te passen. Als dat niet wordt gedaan is het dweilen met de kraan open waarbij D66 de voorkeur geeft aan mensen met een dikke portemonnee.

15

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de PvdA op de hoogte is met het aantal toegevoegde middenhuurwoningen in de stad, sinds de invoering van het Actieplan middenhuur. Dit zijn er hooguit 400 geweest en daarom is het niet gek dat er niet veel doorstroming is vanuit de sociale huur. Daarnaast wordt gevraagd of de PvdA op de hoogte is van het kwaliteitsverschil tussen sociale huurwoningen en middenhuurwoningen. Die is namelijk marginaal. Sociale huurwoningen zijn relatief groot en in relatie tot de huidige voorraad middenhuurwoningen zou je dan gaan van een relatief grote sociale huurwoning met misschien wel een tuin naar een middenhuurwoning van 50 vierkante meter en spreker vraagt wat voor perspectief dat is.

20

De heer Işik (PvdA) is het met de heer Bos eens dat dit college haar eigen Woonvisie niet kan uitvoeren. Er zijn projecten aan de raad voorgelegd met nul procent sociale huurwoningen en 15% middenhuur. Richting de heer Bos merkt spreker op dat de enige oplossing een ander college is die vasthoudt aan de eigen afspraken.

10

25

30

35

40

De heer Nagtegaal (PVV) geeft aan dat er veel gesproken wordt over wonen maar dat er weinig gebeurt. De woningnood is nog groot en waarschijnlijk is voor jongeren met een middeninkomen wonen in Utrecht in de toekomst niet weggelegd. Utrecht verwordt tot een plek waar straks alleen nog maar woke yuppen kunnen wonen en die een timmerman van anderhalf uur verderop moeten inhuren. Dat zullen dure voorrijdkosten worden. Veel mensen kunnen het niet meer betalen en daarom zijn ooit de sociale huurwoningen in het leven geroepen, de zo geheten betaalbare woning. Inmiddels is een betaalbare woning in Utrecht net zo zeldzaam als het Gentiaanblauwtje, een vlinder, voor heel Nederland. De PVV vindt het bijzonder dat Utrecht geen gebruik maakt van de bindingsvoorrang. De PVV heeft vaker moties ingediend over voorrang voor de Utrechter en dit zou zelfs op wijkniveau toegespitst kunnen worden. De wethouder wordt gevraagd hier op te reageren. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het CDA in het verleden ook buurtbinding heeft voorgesteld, met name voor ouderen mensen en dit zou een regeling als ‘Van groot naar beter’ kunnen bevorderen. De heer Nagtegaal (PVV) is het daar mee eens en meent dat het ook over jongeren moet gaan die bij hun ouders wonen en ingeschreven staan en in de wijk van hun ouders voorrang kunnen krijgen op een woning.

De PVV wil ook dat gezinnen in Utrecht kunnen blijven wonen maar ziet dat de corporaties woningen verkopen. Het college is links en het lijkt spreker links dat er een stop wordt gezet op de verkoop van sociale huurwoningen. De PVV roept op te stoppen met de verkoop van studentenhuisvesting.

45

50

55

60

Mevrouw De Koning (GroenLinks) licht toe dat er sinds het amendement van GroenLinks nog maar heel weinig sociale huurwoningen worden verkocht. Daarnaast blijkt uit het onderzoek van Rigo dat in Utrecht de slagingskans voor het vinden van een woning het grootst is. 5% per jaar is niet goed maar in de omliggende regio’s is dit nog een stuk lager. Spreker meent dat Utrecht daarom naar de regio moet meenemen dat de regio het wat beter moet gaan doen en meer sociale huurwoningen moeten gaan bijbouwen. De heer Işik (PvdA) vindt het prima dat GroenLinks de regio oproept meer sociale huurwoningen te bouwen en het is ook goed dat er minder sociale huurwoningen verkocht worden. Echter, het aanbod is klein en dat komt door de verkoop. In De Lessepsstraat worden woningen massaal verkocht en spreker roept op om dat stop te zetten. Mevrouw De Koning (GroenLinks) geeft aan dat GroenLinks altijd te vinden is in de strijd tegen de verkoop van sociale huurwoningen. De vraag aan de PVV is dat Utrecht het beter doet dan de regio en of de PVV blijft bij de stelling dat Utrecht het slechter doet. Pagina 24 van 67

5

10

De heer El Abassi (Denk) stelt dat de heer Nagtegaal oproept om te stoppen met de verkoop van sociale huurwoningen. Opvallend is dat er dan opeens naar buurgemeenten gekeken wordt. Als er over criminaliteit wordt gesproken, wordt er ook niet gezegd dat er in Utrecht niets gedaan hoeft te worden omdat het in Rotterdam nog erger is. Spreker roept op in Utrecht te stoppen met de verkoop van sociale huurwoningen en om niet te kijken naar wie het nog slechter doet. Mevrouw De Koning (GroenLinks) geeft aan dat de heer Nagtegaal over de regio begon en dat spreker een feitelijke onjuistheid recht wilde zetten. Daarnaast wilde spreker de opmerking dat er heel veel sociale huurwoningen worden verkocht nuanceren. Daarnaast gaat het over de regionale huisvestingsverordening en in de stukken is te lezen dat er heel veel mensen vanuit andere gemeenten naar Utrecht komen. Als er in andere gemeenten te weinig sociale huurwoningen worden gebouwd komen deze er dus in Utrecht extra bij. Het is dus een regionaal probleem waar ook regionaal naar gekeken moet worden.

15 De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) neemt aanstoot aan de opmerkingen van GroenLinks over de slaagkans. Spreker vraagt hoeveel van de genoemde 5% gaat naar sloopurgent en asielzoekers of mensen die vanwege het beëindigen van een relatie of door een ziekte een woning krijgen toegekend. Dat moet er nog wel vanaf gehaald worden. 20 Mevrouw De Koning (GroenLinks) licht toe dat 61% van de sociale huurwoningen gaat naar de mensen vanuit de reguliere wachttijd en dat ook spreker zich daar zorgen over maakt. 25

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) meent dat dit geen slaagkans genoemd moet worden en dat GroenLinks zich niet op de borst moet kloppen. De reguliere woningzoekenden die 10.3 jaar op de wachtlijst staan zijn uiteindelijk het kind van de rekening.

30

Mevrouw De Koning (GroenLinks) stelt dat actieve woningzoekenden in Utrecht een kans van 5% hebben om een woning te vinden en dat dat in omliggende gemeenten meestal 2% is en dat er in die gemeenten ook urgenten zijn. Utrecht doet het relatief dus niet zo slecht, ondanks dat het volgens spreker in Utrecht ook een stuk beter moet.

35

40

45

50

55

De heer Nagtegaal (PVV) geeft aan dat mevrouw De Koning hem gegijzeld houdt en dat hij één keer per dag wat crackers krijgt, maar dat hij ook graag eens een bord pasta wil. Spreker wil dat er helemaal met de verkoop van sociale huurwoningen wordt gestopt. De mensen die met bemiddeling worden gehuisvest zijn bijvoorbeeld statushouders, wat vaak alleenstaande mannen zijn. De PVV wil deze voorrang schrappen. Daar is geen meerderheid voor maar het is geen verplichting om deze mensen in zelfstandige woningen op te vangen en de PVV geeft de voorkeur aan opvang in onzelfstandige woningen. Dit wordt het college meegeven. De PVV is geen voorstander van de loting en vindt het bizar dat D66 dit weer wil uitbreiden. De fractie ziet dit als een pleister op een gapende wond. Het lijkt alsof er hierdoor meer mensen kans maken, maar er wordt ook een grote groep benadeeld. De PVV zou de loting alleen bij een- of tweekamerwoningen willen gebruiken en dus voor de doelgroep studenten. Spreker meent dat mensen die gescheiden zijn in het bemiddelingstraject moeten vallen en dat er in de loting niet steeds meer opgeschaald moet worden. De heer Van der Marel (VVD) stelt dat de huidige verordening al veel maatwerk kent. Er is de voorrangsregeling inkomen, de voorrangsregeling bezettingsnorm, de voorrangsregeling doorstromen en doorschuiven, er zijn de bindingsregels en er is een scala aan urgenties.

Deze regels functioneren grosso modo alhoewel spreker ook vindt dat het altijd beter kan. Tijdens de presentatie van Rigo viel spreker over de definitie van actief woningzoekenden. Dit is iemand die één keer per jaar reageert, maar ook iemand die dat 20 keer per jaar doet. Spreker vraagt of het belang voor beiden even groot is. Iemand die één keer per jaar reageert kan gelijk beet hebben en iemand die 10 keer per jaar reageert kan achter het net vissen omdat hij een kortere inschrijftijd heeft. Per saldo is de slagingskans gelijk maar de kans-winstverhouding niet. Spreker vraagt de wethouder of daar niet iets mee kan worden gedaan en of iemand die bijvoorbeeld ook naar bezichtigingen gaat in aanmerking kan komen voor een snellere plaatsing. Of loting werkt hangt af vanuit welk standpunt dat bekeken wordt. Dit laten stijgen lijkt spreker niet opportuun, ook omdat de bemiddelingspercentages sterk toenemen. Dit opgeteld bij de loting die Pagina 25 van 67

5

10

15

20

25

30

35

40

D66 voorstelt komt al uit op ongeveer 50% voorraad dat uit het aanbodsysteem wordt gehaald wat volgens spreker tot nog meer frustratie zal leiden. Spreker sluit aan bij Student&Starter met betrekking tot omzetten en splitsen omdat dit kan bijdragen aan de behoeften van mensen die in de grootste groep zitten, jongeren. Spreker heeft begrepen dat er weer een woningbehoeftemonitor aan komt aan het einde van het jaar en de olifant in de kamer is dat Utrecht en de regio moeten bouwen, in alle segmenten. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan graag te zien dat de doorstroom van sociale huur naar middenhuur kan worden opgeschaald. Gevraagd wordt of dit alleen te maken heeft met bijbouwen of dat er ook andere knelpunten kunnen worden weggenomen, ook om scheefwonen tegen te gaan. Het CDA was in eerste instantie tegen het behoud van de inschrijfduur. Het effect op de doorstroming is ook nog niet bevestigd en gevraagd wordt hoe het college dit gaat monitoren en wanneer dit inzicht er wel is. Tijdens de technische bijeenkomst heeft spreker gevraagd of de gemeente niet meer data wil verzamelen over de uitstroom vanuit de sociale huur. Het college wordt gevraagd toe te zeggen hier in de regio over te spreken. De fractie onderstreept het streven om met de bezettingsnorm grotere gezinnen ook in grotere woningen te krijgen.

Met betrekking tot ‘Van groot naar beter’ de grotere woningen die vrijkomen niet in de cijfers zichtbaar worden en spreker zou willen weten hoe dat zit omdat dat de reden is waarom dit wordt gedaan. Spreker is ook benieuwd of de gemeente wat preciezer kan zijn in de definities van actief woningzoekenden om daar meer op te kunnen sturen. Met betrekking tot de doorschuifregeling kun je nu zonder verlies van wachttijd doorschuiven in het eigen complex en spreker vraagt of dit verruimd kan worden naar bijvoorbeeld de eigen wijk of de hele stad om zo tot een betere optimalisatie te komen. De heer Wijmenga (ChristenUnie) vond de vraag van de heer Van der Marel mooi die vroeg of er nog een voorrangsregeling moet worden toegevoegd. Spreker sluit aan bij de vragen over de grotere woningen en de verhuring daarvan aan eenpersoons huishoudens. Spreker is benieuwd naar de beantwoording van de vragen van de heer Schipper over de bezettingsnorm. Er moet bijgebouwd worden en dit is ook het effect van landelijk beleid en spreker vraagt waar de landelijke partijen de partijen in Den Haag op moeten zouden gaan wijzen met betrekking tot bijvoorbeeld het aanpassen van wetgeving die belemmerend is in het beschikbaar hebben van voldoende sociale huurwoningen. De verhuurderheffing is daar een van, dat is bekend maar er zullen vast ook andere zaken knellen.

Het splitsen en omzetten is vaak in de raad besproken en daarbij hing het vaak op kleine stemverschillen. De ChristenUnie was in het verleden tegen op het verhuren aan bijvoorbeeld mensen die met hun drieën samen een woning willen delen. In de praktijk is nu te zien dat er allerlei constructies bedacht worden om dit te omzeilen. Spreker heeft in zijn afdeling gezien dat mensen een samenlevingsovereenkomst aangaan om als een huishouden gezien te worden om een woning te kunnen delen en dat lijkt spreker niet de bedoeling van het beleid. Daarom is het versoepelen van de regels van de gemeente misschien wel beter.

45 De heer Işik (PvdA) meent dat het vergroten van de beschikbaarheid bijvoorbeeld kan door actief grondbeleid en vraagt of dit voor de ChristenUnie bespreekbaar is. 50

De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan dat eerder besproken is dat er voor de ChristenUnie geen taboe zit op het inzetten van het instrument dat nu wordt genoemd. Dit staat zelfs ook in het coalitieakkoord. De heer Işik (PvdA) vraagt de heer Wijmenga een project te noemen dat het college daarvoor heeft ingezet.

55

60

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt de behoefte tot splitsen en omzetten in de raad. Er is sprake van een ongecontroleerde beweging waarbij mensen kamers of een halve woning huren als ware het een kamer. Er is een perverse prikkel in de markt om deels aan andere mensen te verhuren met als gevolg dat deze mensen bij de gemeente uit beeld raken. Deze markt zou dan ook beter gereguleerd moeten worden wat betekent dat er met betrekking tot splitsen en omzetten Pagina 26 van 67

5

10

15

een goed kader neergezet moet worden zodat de mensen en de panden in beeld komen en de gemeente niet geconfronteerd wordt met woonfraude. Spreker wil hier graag het gesprek met de raad en het college over aangaan maar had vooralsnog het gevoel dat er vanuit de coalitie niet de wens was om enige beweging hierop te maken en de coalitiepartijen worden gevraagd hoe ze daar nu in staan. Mevrouw Oosters (Student&Starter) stelt dat dit voor Student&Starter een spannend thema is en de fractie herkent de signalen die de ChristenUnie heeft geschetst. Dit komt niet voor uit het willen vinden van een maas in de wet maar uit pure noodzaak. Dit is ook de reden dat een groot aantal mensen zich niet bij de gemeente inschrijft en misschien kan hier later over doorgesproken worden. De heer Wijmenga (ChristenUnie) meent dat dit onderwerp zeker een debat waard is. Er is vanuit de coalitie geen taboe op onderwerpen. Dat betekent niet dat met splitsen en omzetten alles vrijgegeven moet worden omdat er ook negatieve effecten aan zitten met betrekking tot bijvoorbeeld leefbaarheid. Kijken of grotere woningen gesplitst kunnen worden als daar behoefte aan is en een middel is om de grote nood te lenigen lijkt in crisistijd goed omdat er dan draconische maatregelen nodig zijn. De wethouder kan reageren op de vraag van de heer Işik met betrekking tot actief grondbeleid.

20

25

30

35

40

De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt dat er nu wel ‘ja mits’ gezegd kan worden maar dat de situatie van ‘nee, want’ is gerealiseerd. Er zijn obstakels opgeworpen waarbij er flink betaald moet worden om tot splitsen of omzetten over te gaan die niet bevorderlijk zijn om dat feitelijk ook gereguleerd te doen. De gescheiden mannen die niet aan een kamer of woning komen in Utrecht en uitwijken naar Lopik of Benschop moeten ook in Utrecht gehuisvest kunnen worden. De gemeente is echter zelf de vijand van deze groepen geworden en om dat te slechten moet naar het ‘ja, mits’-principe worden gegaan. D66 en GroenLinks worden gevraagd hier op te reageren. Mevrouw De Koning (GroenLinks) ziet in de evaluatie van de huisvestingsverordening dat een paardingen goed gaan zoals het project ‘Van groot naar beter’. Veel mensen waren er kritisch over maar er wordt veel meer gebruik van gemaakt. Spreker hoopt dat er door promotie nog meer gebruik van gemaakt wordt en dat de vrijkomende woningen goed terecht komen. Spreker ziet ook dat middenhuurwoningen terecht komen bij de mensen die het het hardst nodig hebben, maar GroenLinks miste net als Student&Starter wel een aantal elementen in de evaluatie. Te denken valt aan een evaluatie van het beleid rondom splitsen en omzetten, daar wil de fractie meer informatie over en dan kan de raad daar een goed debat over voeren.

Spreker vindt het vreemd dat er geen evaluatie is van het effect van het verruimen van de loting terwijl te zien is dat het aantal mensen dat via de reguliere wachtlijst een woning krijgt snel afneemt. Dit is nog maar 61% en de fractie maakt zich daar zorgen over. Spreker meent dat het goed is om bij volgende evaluaties of rapportages scherper te rapporteren over de wachttijd. Er wordt nu steeds gezegd dat het iets meer dan 10 jaar duurt maar de fractie hoort vanuit de stad dat het soms wel 16 of 17 jaar duurt voordat je een reële kans maakt op een klein flatje in een wijk ver van de binnenstad. Spreker wil zien hoe lang het duurt als je verliest bij de loting die Student&Starter zo goed vindt.

45 De heer Nagtegaal (PVV) stelt dat GroenLinks zich zorgen maakt dat de 61% niet is meegenomen in de evaluatie maar heeft niet gehoord wat GroenLinks dan zou willen en vraagt of GroenLinks bijvoorbeeld met de loting wil stoppen. 50

Mevrouw De Koning (GroenLinks) licht toe nu op de evaluatie van de huisvestingsverordening in te gaan omdat dat het agendapunt is. Duidelijk is wel dat GroenLinks geen voorstander is van het grootschalig verloten. Hier zou een klein segment starterswoningen voor beschikbaar gesteld kunnen worden maar voor GroenLinks mag dit terug naar 10%

55

De heer Nagtegaal (PVV) irriteert zich eraan dat vooral coalitiepartijen doen alsof een commissievergadering een raadsinformatiebijeenkomst is waarbij vragen aan de wethouder worden gesteld. Spreker zal aan de heer Van Déun die in het DB zit, meegeven te verduidelijken dat een commissie voor het debat is en niet voor een vragenuurtje voor de wethouder.

Pagina 27 van 67

5

10

15

20

25

Mevrouw De Koning (GroenLinks) vindt deze opmerking beledigend en meent dat het goed is dat de stukken gelezen hebbende, er vragen worden gesteld. Dat is wat spreker doet en wat zij heeft gemist in de bijdrage van de PVV. GroenLinks miste in de raadsbrief wat het college gaat doen bij de regiotafel en gevraagd wordt of hier nog een startnotitie over verwacht kan worden. Wat GroenLinks inhoudelijk wil is meer inzicht in de wachttijden, dat het college de verantwoordelijk aanneemt om het gesprek aan te gaan dat de regio meer sociale huurwoningen moet bouwen en het oppakken van uitstromers van maatschappelijke opvang. Dat zorgt er namelijk ook voor dat reguliere woningzoekenden in Utrecht weinig kans maken. GroenLinks zou ook graag zien dat er in Utrecht een verhuurdervergunning wordt ingevoerd, zoals in Groningen. Meestal gebeurt dat via de APV maar de fractie heeft begrepen dat dit ook via de huisvestingsverordening kan en de wethouder wordt gevraagd zich er voor in te zetten dat dat niet onmogelijk wordt gemaakt. De heer Işik (PvdA) valt GroenLinks bij met betrekking tot het meer bouwen van sociale huurwoningen in de regio. Het college wordt gevraagd te reageren op wat de uitvoering is van motie 4.11 over het Regio-akkoord wonen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of dit bij de bespreking van de reg huisvestingsverordening hoort.

Spreker vraagt welke consequenties PvdA en GroenLinks eraan verbinden als blijkt dat de bereidwilligheid in de regio om meer sociale huurwoningen te realiseren er niet is. Utrecht loopt als stad nu tegen die consequenties aan en moet mensen huisvesten die eigenlijk in bijvoorbeeld Wijk bij Duurstede willen wonen. Mevrouw De Koning (GroenLinks) begrijpt deze zorg maar denkt dat het niet goed is als Utrecht een hek zet om de woningmarkt voor mensen uit omliggende gemeenten te weren. Spreker hoopt dat de regiogemeenten hard worden aangesproken op de gezamenlijke verantwoordelijkheid.

30

De heer El Abassi (Denk) stelt dat het gevolgen heeft voor de Utrechters als mensen van buiten Utrecht naar de stad komen. spreker vraagt of de Utrechters hiermee niet de stad uit worden gestuurd.

35

Mevrouw De Koning (GroenLinks) stelt dat 70% van de Utrechters niet in Utrecht is geboren en daarmee is het begrip Utrechter een moeilijk begrip. Daarnaast kunnen Utrechters het ook fijn vinden om een tijdje in Nieuwegein te wonen. De vrijheid van woonplaatskeuze is een groot goed. Als alle gemeenten stellen dat iedereen in de gemeente moet blijven wonen waar hij of zij is geboren dan is dat volgens spreker niet in het voordeel van de meeste mensen.

40

45

50

De heer El Abassi (Denk) beseft dat hij in de raad een van de weinige geboren en getogen Utrechters is en probeert duidelijk te maken dat door de regels veel mensen voorrang krijgen. Daardoor wordt het voor de Utrechter zelf steeds moeilijker om een plek te krijgen of te behouden. Gemeenten als Amsterdam en Amstelveen hebben al gebruik gemaakt van de bindingsregel. Spreker vraagt waarom Utrecht dat niet zou willen doen omdat er legitieme redenen voor zijn. De stad moet het eerst zelf op orde hebben voordat andere gemeenten geholpen kunnen worden. Ervoor zorgen dat de eigen Utrechters hierdoor in problemen raken is voor spreker niet de oplossing. De heer Wijmenga (ChristenUnie) geeft aan 75% van de verhuur aan mensen uit de gemeente Utrecht is en een nog groter deel komt uit de U16-regio. Spreker meent dat een bindingsregeling dan ook niet veel zal toevoegen aan de situatie op de woningmarkt De heer El Abassi (Denk) meent dat dit 64% en dat dan 36% dus niet uit de regio komt. Een paar procent verbetering zou voor heel veel Utrechters veel kunnen betekenen.

55

De heer Koning (D66) geeft aan dat D66 zich van alles bij een verhuurdersvergunning kan voorstellen. In Amsterdam is hier ook voor gepleit. Gevraagd wordt wat GroenLinks hier in wil regelen. Alles wat in dit systeem geregeld wordt, kan ook op andere manieren geregeld worden, waar het om gaat is dat er ook gehandhaafd kan worden.

Pagina 28 van 67

5

Mevrouw De Koning (GroenLinks) meent dat dit niet een debat is over de huisvestingsverordening maar spreker hoopt wel dat de huisvestingsverordening hier ruimte voor laat. Er komt een voorstel van het college en dan kan het debat gevoerd worden. Spreker ziet voor zich dat als een huisbaas zich discriminerend opstelt of wanpraktijken heeft, daar beter tegen kan worden opgetreden en dat je niet meer afhankelijk bent van het feit dat iedere individuele huurder zijn gelijk moet krijgen. De heer Işik (PvdA) geeft aan dat geregeld kan worden dat een verhuurder geen hogere huur vraagt dan in het puntenvalideringsstelsel is afgesproken.

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Schipper (SP) stelt dat de heer Van de Marel zich zal herinneren dat spreker zich in het begin van zijn raadslidperiode druk maakte over het convenant met de regio over de te bouwen sociale huurwoningen. 14 jaar later is er nog niets opgeschoten. Er wordt hoog opgegeven over de regeling ‘Van groot naar beter’ en spreker is het daar mee eens. Echter, als die woningen dan weer bij eenpersoonshuishoudens terecht komen, dan schiet het niet op. Spreker is benieuwd of de wethouder met hem deelt dat dat lek gedicht moet worden. De SP is geen voorstander van loting en het Rigo-rapport laat cijfers tot 2020 zien. In 2019 bleek dat ongeveer 20% via loting werd verhuurd maar de helft daarvan kwam op het conto van Jebber. Sinds maart dit jaar heeft Jebber zijn bezit overgedragen aan de SSH. Dat aanbod is nu niet meer terug te zien en het lijkt dat alleen de Trip bij Rotsoord via loting wordt aangeboden. Er wordt nog wel steeds 20% verloot, maar dan door de reguliere corporaties. Deze hebben echter geen leeftijdsvoorrang voor jongeren. Spreker is benieuwd hoe dit zich gaat ontwikkelen omdat de kans voor jonge starters nu lijkt te zijn verkeken. In het verleden waren er voorrangslabels voor jongeren tussen de 23 en 30 jaar. Zij hebben nu geen voorrang mee bij de loting via de reguliere corporaties.

Het lijkt de SP niet heel dom om weer een aantal woningen of complexen te labelen voor jongeren. Spreker heeft begrepen dat het college met iets bezig is op het gebied van woningen voor jongeren en de wethouder wordt gevraagd om een toelichting. Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan dat het CDA het ook belangrijk vindt dat de loting voor jongeren starters toegankelijk wordt gemaakt. Tijdens de technische bijeenkomst werd ook duidelijk dat gescheiden ouders hier ook succesvol gebruik van maken en spreker was hier positief verrast door omdat deze doelgroep hier bij bemiddeling niet altijd voor in aanmerking komt en gevraagd hoe de SP deze groep zou willen bedienen. De heer Schipper (SP) meent dat deze groep acuut behoefte heeft aan een woning en daarmee niet in aanmerking komt voor loting. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het daar mee eens maar heeft wel gezien dat deze groep hiervan heeft kunnen profiteren. Het college wordt gevraagd hoe er voor deze groep een oplossing gevonden wordt. De heer El Abassi (Denk) sluit aan bij de woorden van de PvdA met betrekking tot de 40-40-20 verdeling. Spreker is het ook eens met een directe stop op het verkopen van sociale huurwoningen. Er moet vooral gekeken worden waar er bijgebouwd kan worden, in plaats van verkocht. Door de verruiming van de inkomensgrens is het aantal middeninkomens dat een woning toegewezen heeft gekregen gestegen.

Gevraagd wordt in hoeverre dit ten koste is gegaan van de lage inkomens, en als dat inderdaad ten koste is gegaan van de lage inkomens of het college van plan is om dat tegen te gaan. Denk is voor een bezettingsnorm die past bij het huishouden en wil dat er daarbij meer gekeken wordt naar het aantal vierkante meters in plaats van het aantal kamers omdat er identieke woningen worden aangeboden waarbij bij een van de woningen slechts een muurtje is weggehaald. Denk heeft ooit voor een motie gestemd om het lotingspercentage omhoog te krijgen. De fractie heeft daar nu spijt van en kijkt hier anders tegen aan. Denk meent dat het lotingssysteem nu afgeschaft kan worden. Mevrouw Oosters (Student&Starter) stelt dat het effect waar met het amendement op werd gehoopt precies is wat er nu wordt teruggezien en dat het meenemen van de wachttijden gecompenseerd wordt door de loting. Gevraagd wordt waarom Denk hier nu spijt van heeft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=6c9d84c8-b25b-4b0b-8e73-ef4cf8db54ef