CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsinformatiebijeenkomst 16 november 2021, gemeente Utrecht24.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Huidige toepassing in Utrecht – Open House

ondernemers), is er sprake van een overheidsopdracht en is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. 1 Het Europese Hof van Justitie heeft in dezelfde zaak verder bepaald dat voor zover het voorwerp van een procedure voor toelating tot een systeem van afspraken een zeker grensoverschrijdend belang vertoont, deze procedure moet worden gevoerd en georganiseerd in overeenstemming met de beginselen van nondiscriminatie, transparantie en gelijkheid van behandeling van aanbieders en met het daaruit voortvloeiende transparantiebeginsel. In tegenstelling tot subsidie is Open House een privaatrechtelijk instrument. Dit betekent onder andere dat bij een Open House nakoming kan worden gevorderd door de gemeente. Voordelen

In Utrecht wordt een Open House-systeem op dit moment toegepast voor kortdurend verblijf en voor beschermd wonen voor mensen met bijkomende GGZ-problematiek. Dit is een beperkte groep cliënten die op termijn doorstroomt naar de Wlz.

•

De overeenkomsten in een Open House zijn relatief flexibel en kunnen gedurende de looptijd in grotere mate gewijzigd worden dan overeenkomsten die Europees zijn aanbesteed. Dit komt doordat de Aanbestedingswet 2012 en de daarin gestelde beperkingen ten aanzien van wezenlijke wijzigingen niet van toepassing zijn. 2

Juridisch kader Open House

•

De duur van een overeenkomst in een Open House is in principe niet beperkt. Wanneer tussentijdse toetreding (op vastgestelde tijdstippen) is toegestaan, is een onbepaalde duur zelfs verdedigbaar. Dit betekent dat de continuïteit voor de inwoner en de professional goed geborgd kan zijn in een Open House.

•

Net als overheidsopdrachten en in tegenstelling tot subsidie zijn de overeenkomsten die via een Open House worden gesloten privaatrechtelijk. De gemeente kan daardoor nakoming door de aanbieder afdwingen.

Het juridisch kader voor Open House is gebaseerd op een uitspraak van het Europese Hof van Justitie uit 2016, het Falk-arrest. In dit arrest is vastgesteld dat het mogelijk is om te kiezen voor een wijze van contracteren die niet kwalificeert als overheidsopdracht in de zin van de Europese aanbestedingsrichtlijn(en), maar waarbij wel sprake is van een aankoopsysteem voor goederen op basis van een toelatingsprocedure. Essentieel hierbij is dat de gemeente geen selectie maakt uit de belangstellende aanbieders. Bij Open House krijgen alle dienstverleners, die aan de door de gemeente gestelde voorwaarden voldoen, het recht om de opdracht uit te voeren in volledige onderlinge concurrentie. Wanneer de gemeente wel selecteert (een opdracht exclusief vergeeft aan één of meer 1) PIANOo, 2) Tim Robbe © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

20

Mogelijkheid 3 – Open House

Een Open House is transparant en eerlijk naar de markt en kan transactiekosten besparen, maar het zorglandschap is lastig te sturen en te beheersen voor de gemeente Nadelen

Match met het Utrechts model

•

De gemeente kan het aantal aanbieders niet zelf vaststellen, omdat zij met alle aanbieders die aan de geschiktheidseisen voldoen een overeenkomst sluit. Wel kan de gemeente enigszins sturen door meer of minder strenge geschiktheidseisen te hanteren. In de praktijk blijkt dat het aantal gecontracteerde aanbieders hierdoor heel groot kan worden. De kosten en tijdsbesteding aan contractmanagement kunnen hierdoor zeer hoog oplopen.

•

Doordat selectie van aanbieders niet mogelijk is, kan een gebrek aan grip en sturing ontstaan. De gemeente kan geen afspraken over het aantal cliënten maken met aanbieders en kan niet beïnvloeden hoeveel en welke cliënten door bepaalde aanbieders worden bediend.

•

Het is niet mogelijk om taakgerichte bekostiging toe te passen, omdat de gemeente geen controle heeft over de volumes. Daarom is de gemeente in een Open House vaak genoodzaakt om met vast gedefinieerde producten te werken.

Het Utrechts model bestaat uit vier pijlers: 1) leidende principes, 2) inrichtingskeuzes, 3) financiering en inkoop en 4) volgen, spiegelen en leren. Het instrument van Open House verdraagt zich goed met de leidende principes. Echter, zowel de inrichtingskeuzes in het Utrechts model als de financiering passen niet goed bij een Open House. Onder de inrichtingskeuzes vallen partnerschap en cocreatie, waarbij de gemeente intensief wil samenwerken met aanbieders om lijnen uit te denken vanuit een gedeelde visie, in gesprek te gaan over onvermijdelijke hobbels en vertrouwen in elkaar te ervaren. 1 Een partnerschap in deze vorm is alleen realistisch, betaalbaar en effectief wanneer het aantal aanbieders relatief beperkt is. In een Open House kan de gemeente zeer beperkt op het aantal aanbieders sturen. In de praktijk hebben Open House-systemen vaak vele aanbieders, soms zelfs honderden. Ook ziet de gemeente graag dat aanbieders met elkaar samenwerken. Om dezelfde redenen is ook dat lastiger in een Open House-systeem.

•

Het is heel lastig om langdurige, strategische partnerschappen te vormen, omdat het aantal aanbieders daar in de praktijk veel te groot voor is. Cocreatie met de gemeente ligt ook niet voor de hand voor aanbieders die uitsluitend gekozen (geselecteerd) worden door de inwoner zelf.

Bovendien is het in een Open House niet mogelijk om met een taakgerichte bekostiging te werken, omdat de cliënten zelf kiezen bij welke aanbieder zij diensten afnemen. In het Utrechts model is expliciet wel voor taakgerichte bekostiging gekozen (niet omdat deze bekostiging an sich de sleutel is, maar omdat het een belangrijk onderdeel is van de werkwijze die in zijn geheel bijdraagt aan de transformatie).

1) Gemeente Utrecht © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

21

Mogelijkheid 3 – Open House

Voorbeeld Open House - Jeugdhulpregio Hol and Rijnland Praktijkvoorbeeld Jeugdhulpregio Holland Rijnland Context In de jeugdhulpregio Holland Rijnland hebben twaalf gemeenten de krachten gebundeld om de jeugdhulp zo goed mogelijk te organiseren. Om integrale ondersteuning en hulp op maat te kunnen bieden, stemmen de gemeenten (boven)regionaal met elkaar af en worden bepaalde opgaven gezamenlijk opgepakt. Aanleiding Holland Rijnland wilde niet opnieuw aanbesteden, maar had wel de wens om het jeugdhulpstelsel opnieuw in te richten. De wens van gemeentelijke bestuurders om meer en gerichter te kunnen sturen zorgde ervoor dat de inkoop op segmentniveau werd ingestoken (Behandeling met verblijf; Wonen; Dagbesteding – Dagbehandeling; Ambulante jeugdhulp; Onderwijs; Crisis; Veiligheid). Door de lopende overeenkomsten te wijzigen, kreeg het jeugdhulpstelsel een andere vorm.

inrichting geen ruimte voor nieuwe toetreders. Hoewel er feitelijk en juridisch dus geen sprake is van een nieuwe aanbesteding, is het stelsel met de hernieuwing van de overeenkomsten behoorlijk van vorm veranderd.

Overeenkomsten herinrichten door gebruik te maken van wijzigingsclausules is alleen mogelijk in een Open House-systeem, niet bij overeenkomsten die Europees zijn aanbesteed (die mogen namelijk niet wezenlijk gewijzigd worden). Proces Het proces leek in grote mate op een aanbestedingsproces: van een ontwerpfase (najaar 2019) tot een voorbereidingsfase inkoop (2020) tot een dialoogfase (voorjaar 2021).

Nieuwe contractvorm De huidige overeenkomsten van de jeugdhulpaanbieders zijn voor de periode 2017-2021 bestuurlijk aanbesteed op basis van een Open Housesysteem. Dankzij het Open House-systeem is het voor Holland Rijnland mogelijk de overeenkomsten voor 2022 te hernieuwen en te verlengen zonder opnieuw te contracteren. De overeenkomsten bevatten namelijk wijzigingsclausules. Door voor de nieuwe contractinrichting gebruik te maken van deze wijzigingsclausules zijn uitsluitingscriteria en geschiktheidseisen aangescherpt en is de segmentindeling ingevoerd. Feitelijk zijn de oude overeenkomsten helemaal ‘gestript’ en opnieuw ingedeeld in de segmenten. Wijzigingen zijn met jeugdhulpaanbieders besproken aan ontwikkeltafels en aanbieders die het niet eens waren met de wijzigingen konden hun overeenkomst opzeggen. Er was in de nieuwe © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

22

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

Overheidsopdracht – een opdracht gunnen aan marktpartijen die door de gemeente zijn geselecteerd in een Europese aanbestedingsprocedure Bij een overheidsopdracht geeft de gemeente opdracht voor het uitvoeren van activiteiten of het leveren van producten. Dit is anders dan bij een subsidie, waarbij de gemeente alleen financiering biedt, maar geen opdracht geeft. Kenmerkend is dat een overheidsopdracht wordt uitgevoerd op basis van een overeenkomst waarin wederzijdse verplichtingen zijn opgenomen. De aanbieder verplicht zich bijvoorbeeld tot het leveren van voorzieningen, terwijl de gemeente zich verplicht om daar betalingen tegenover te stellen.

•

Overheidsopdrachten vallen onder de werkingssfeer van de Aanbestedingswet 2012. Dit betekent dat als de geraamde waarde van een opdracht hoger is dan de Europese drempelbedragen, de opdrachtnemer geselecteerd moet worden op basis van een Europese aanbesteding.

Op overheidsopdrachten is de Aanbestedingswet 2012 van toepassing. In deze wet staan twee reguliere aanbestedingsprocedures: de openbare en de niet-openbare procedure. Deze procedures mogen altijd worden toegepast. Daarnaast kent de wet negen uitzonderingsprocedures*, die onder voorwaarden mogen worden toegepast. Eén van die uitzonderingsprocedures is de SAS-procedure, die in het sociaal domein in beginsel altijd mag worden toegepast.

Huidige toepassing in Utrecht - Overheidsopdracht De gemeente Utrecht maakt op dit moment relatief veel gebruik van overheidsopdrachten. Voor de jeugdhulp zijn twee overheidsopdrachten voor reguliere aanvullende jeugdhulp en één overheidsopdracht voor bovenregionale jeugdhulp Europees aanbesteed. Bovendien zijn enkele overheidsopdrachten (enkelvoudig of meervoudig) onderhands aanbesteed, waaronder crisiszorg en dyslexiezorg. Ook voor maatschappelijke ondersteuning zijn meerdere overheidsopdrachten gebruikt, onder andere voor beschermd wonen / maatschappelijke opvang, thuisbegeleiding, hulp bij het huishouden, individuele begeleiding en dagbegeleiding. Juridisch kader overheidsopdracht Een overheidsopdracht wordt in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet 2012 gedefinieerd als: •

een schriftelijke overeenkomst onder bezwarende titel,

•

die is gesloten tussen één of meer dienstverleners en één of meer aanbestedende diensten, en

die betrekking heeft op werken, leveringen of diensten

De bezwarende titel houdt in dat er sprake is van wederzijdse verplichtingen; de dienstverlener levert een prestate en de gemeente levert een op geld waardeerbare tegenprestatie. Uit jurisprudentie blijkt dat er ook sprake is van een bezwarende titel, en dus van een overheidsopdracht, als de dienstverlener een prestatie levert aan derden (bijvoorbeeld inwoners) in plaats van rechtstreeks aan de gemeente.1

Voordelen •

Overheidsopdrachten zijn privaatrechtelijke overeenkomsten waarbij de gemeente nakoming van de gewenste dienstverlening door de aanbieder kan afdwingen. Cliënten kunnen er hierdoor met zekerheid op rekenen dat de voorzieningen waar zij aanspraak op maken inderdaad geleverd worden.

•

In de overeenkomst kunnen de rollen, taken en verantwoordelijkheden heel scherp neergezet worden, wat duidelijkheid schept voor alle partijen. Bij een overheidsopdracht moet deze afspraken aan de voorkant transparant en scherp geformuleerd worden, waardoor het aanbestedingsproces intensief kan zijn. In verschillende procedures die in

* Het totaal aantal uitzonderingen is veel groter (meerdere uitzonderingen kunnen een grond zijn om dezelfde procedure toe te passen). © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

1) Europa decentraal

23

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

Een overheidsopdracht lijkt goed te passen bij het Utrechts model, omdat o.a. cocreatie, partnerschap en taakgerichte bekostiging mogelijk zijn het sociaal domein zijn toegestaan kunnen afspraken in dialoog met de leverancier aangescherpt en vastgesteld worden. Tijdens de uitvoering van de opdracht hebben zowel gemeente als aanbieders juist baat bij de heldere afspraken en duidelijk afgebakende verantwoordelijkheden. •

Door concurrentiestelling kan de gemeente de kwaliteit van de dienstverlening periodiek verbeteren en het aanbod opnieuw op de behoefte afstemmen. Efficiënt en effectief werken wordt zo gestimuleerd.

•

Door een overheidsopdracht periodiek aan te besteden kunnen innovatieve aanbieders en ideeën op vaste momenten beoordeeld en toegelaten worden.

het verschil met de tijd en kosten bij een subsidietender kan beperkt zijn. •

Reguliere Europese aanbestedingsprocedures zijn strikt gereguleerd, waardoor niet elke invulling van een procedure is toegestaan. Onderhandelingen zijn bijvoorbeeld in reguliere procedures (openbaar en niet-openbaar) niet mogelijk. Dit is een belangrijke oorzaak waarom aanbesteden een strikt en beknellend imago heeft. Voor de SASprocedure (die vrijwel altijd toegepast kan worden in het sociaal domein) gelden echter veel minder voorschriften en kan de procedure naar eigen inzicht ingericht worden. Ook een dialoog met meerdere aanbieders en een-op-een onderhandelingen zijn daarbij toegestaan.

Nadelen

Match met het Utrechts model

•

De continuïteit voor cliënten kan onder druk staan wanneer opnieuw aanbesteed wordt (zoals ook geldt voor een subsidietender). Toetredende en wegvallende gecontracteerde aanbieders kunnen immers een negatief effect hebben op bestaande samenwerkingsrelaties in wijken en zorgnetwerken, wat kan leiden tot nadelige effecten op de continuïteit van zorg en dienstverlening aan inwoners. In de overeenkomsten kunnen wel afspraken gemaakt worden over de overgang van cliënten wanneer de overeenkomst ten einde komt. Zo zijn cliënten wel verzekerd dat hun zorg/ondersteuning in een vorm gecontinueerd wordt (maar niet noodzakelijkerwijs op dezelfde wijze en door dezelfde professional).

•

Een aanbesteding kan grote onrust veroorzaken onder professionals (net zoals een subsidietender). Dit omdat de uitslag van een aanbesteding effect kan hebben op hun werkzaamheden, functie en mogelijk zelfs het voortbestaan van hun organisatie. In de praktijk blijkt dat professionals hierdoor minder effectief werken en veel druk kunnen ervaren.

•

De transactiekosten en tijdsbesteding bij een Europese aanbesteding, zowel bij gemeenten als bij aanbieders, kunnen (zeer) hoog zijn. Echter,

Het Utrechts model bestaat uit vier pijlers: 1) leidende principes, 2) inrichtingskeuzes, 3) financiering en inkoop en 4) volgen, spiegelen en leren. De leidende principes zijn goed toe te passen in een overheidsopdracht (zoals dat voor alle mogelijkheden geldt). Ook kan een overheidsopdracht goed passen bij de inrichtingskeuzes van partnerschap en cocreatie, omdat de gemeente een beperkt aantal leveranciers kan selecteren en nauwkeurig kan omschrijven hoe de gemeente samen met hen aan een partnerschap wil werken. De gemeentelijke wens voor een langdurig partnerschap kan op gespannen voet staan met een overheidsopdracht wanneer voor een raamovereenkomst gekozen wordt. Een raamovereenkomst (die vaak gebruikt wordt in het sociaal domein) heeft in principe een maximale duur van 4 jaar. Bij heraanbesteding kan een aanbieder opnieuw een overeenkomst gegund krijgen, zodat het partnerschap voortgezet kan worden, maar een aanbieder kan ook zijn overeenkomst verliezen, waardoor opgebouwde relaties, kennis en vertrouwen verloren kunnen gaan. Het is mogelijk om gemotiveerd af te wijken van de maximale duur van een raamovereenkomst van 4 jaar. De gemeente Utrecht maakt op dit moment al gebruik van deze mogelijkheid: de

1) Europa decentraal © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

24

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

Verscheidene mitigerende maatregelen kunnen de tijdsbesteding, transactiekosten en druk op continuïteit bij een overheidsopdracht beperken Overgang van onderneming Wanneer een aanbesteding gewonnen wordt door een andere aanbieder dan de huidige opdrachtnemer, kan er sprake zijn van overgang van onderneming. Volgens artikel 7:662 e.v. Burgerlijk Wetboek is hier sprake van wanneer de identiteit van de overgenomen economische eenheid behouden blijft en door de nieuwe opdrachtnemer wordt voortgezet. Bij deze beoordeling moeten alle omstandigheden van het geval meegenomen worden, zoals de overdracht van materiële activa, de samenstelling en variëteit van de dienstverlening, de overdracht van personeel en de overdracht van de klantenkring. Als er inderdaad sprake is van overgang van onderneming, gaat het personeel met behoud van arbeidsvoorwaarden en dienstjaren van de vorige opdrachtnemer automatisch van rechtswege over naar de winnende opdrachtnemer.1 In de praktijk heeft de gemeente Utrecht een toezichthoudende rol: zij wijst inschrijvers erop rekening te houden met de wetgeving, maar stelt zelf niet vast of er sprake is van overgang van onderneming. Uit de interviews blijkt dat het van belang is alle gegadigden voldoende informatie te bieden over het over te nemen personeel en de over te nemen materiële activa.

Hierdoor ontstaat een gelijk speelveld met de huidige opdrachtnemer en hebben gegadigden een gelijke kans om een goede en realistische inschrijving op te stellen. Ook kan een transparante toelichting op de gunningsbeslissing helpen om onduidelijkheid rondom de overgang te voorkomen. Anderzijds is ook aangegeven in de interviews dat het belangrijk is om te investeren in een soepele overgang en passende rol voor alle betrokken personeelsleden. Professionals moeten de overstap willen maken, zodat ze zich thuis en betrokken voelen bij de nieuwe opdrachtnemer. Wanneer personeelsleden de overstap niet willen maken kan in overleg met alle betrokken partijen naar een andere oplossing gezocht worden.

huidige overeenkomsten voor aanvullende en specialistische zorg in het kader van de Wmo en de jeugdzorg hebben bijvoorbeeld een looptijd van 9 jaar. Naast deze mogelijkheid is het ook mogelijk om een gewone overheidsopdracht aan te besteden (in tegenstelling tot een raamovereenkomst). Een gewone overheidsopdracht heeft geen maximale looptijd.* Tot slot is het binnen een overheidsopdracht goed mogelijk om met een taakgerichte bekostiging te werken. Op dit moment wordt de taakgerichte bekostiging al toegepast in Utrecht in het merendeel van de overheidsopdrachten in het sociaal domein. Mitigerende maatregelen In het onderzoek zijn een groot aantal inrichtingskeuzes en maatregelen naar voren gekomen die de nadelen van een overheidsopdracht (en bijbehorende Europese aanbesteding) kunnen mitigeren. Zowel voorafgaand aan de aanbesteding, tijdens de aanbesteding als tijdens de uitvoering kunnen deze keuzes en maatregelen worden toegepast. Voorafgaand aan de aanbesteding

•

Van groot belang is om voorafgaand aan een aanbesteding helder te hebben hoe de dienstverlening eruit moet zien en hoe de relatie met de gemeente ingericht moet worden. Belangrijk hierbij zijn de wijze van bekostiging, monitoring, sturing, verantwoording, evaluatie en de samenwerkingsrelatie (en cocreatie) met de gemeente. De keuzes ten aanzien van deze elementen moeten leidend zijn, het instrument dat voor de geldverstrekking wordt gebruikt volgend. Dat geldt dus ook voor subsidie (al dan niet met tender) en Open House. Wanneer de keuzes helder zijn en een overheidsopdracht daarbij passend is, kan veel tijd en discussie in de aanbesteding bespaard worden.

* De looptijd van een overeenkomst moet zich wel verdragen met de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht

1) PIANOo © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

25

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

Mitigerende maatregelen kunnen zowel voorafgaand aan de aanbesteding, tijdens de aanbesteding als tijdens de uitvoering van de opdracht toegepast worden •

Het kan hierbij zeer behulpzaam zijn om voorafgaand aan de aanbesteding de markt te consulteren. Omdat de marktconsultatie geen onderdeel is van een aanbestedingsprocedure, is hier juridisch veel ruimte voor. In de praktijk zien we goede voorbeelden van uitgebreide marktconsultaties (ook digitaal ten tijde van COVID-maatregelen). Het is goed om in de consultatie ook transparant naar de aanbieders te communiceren over de beoogde vervolgstappen.

•

Bij de inrichtingskeuzes kan rekening gehouden worden met de mate waarin overeenkomsten uniform zijn met andere zorgvormen binnen de gemeente en met andere inrichtingen in (naburige) gemeenten. De mate waarin overeenkomsten uniform zijn heeft een grote invloed op de administratieve lasten van aanbieders.

•

In een overheidsopdracht kan een gemeente kiezen voor een overeenkomst met verlengingsopties. Bijvoorbeeld door een looptijd te kiezen van 3 jaar en 3 verlengingsopties van 2 jaar (zoals nu in Utrecht al een aantal keer is gedaan). Elke verlenging is een ‘weegmoment’ waarbij de gemeente kan evalueren of de dienstverlening nog bij haar behoefte en de behoeften van inwoners past. Het is van belang de juiste balans te vinden in het aantal verlengingen; veel verlengingen geven de gemeente veel ruimte voor evaluatie en veel momenten om de samenwerking eventueel te beëindigen, maar veel verlengingen brengen ook meer onzekerheid mee voor aanbieders.

•

Om continuïteit van zorg voor cliënten te garanderen kunnen bij de aanbesteding van een overeenkomst al bepalingen opgenomen worden voor de omgang met cliënten wanneer de overeenkomst afloopt. Zo kan bijvoorbeeld vastgelegd worden dat de aanbieder nog een bepaalde periode de behandelingen van bestaande cliënten kan afmaken en/of de tijd heeft om de overdracht vorm te geven.

•

Het gebruik van (landelijk) uniforme definities in overeenkomsten en aanbestedingsdocumenten kan aanbieders helpen om sneller de opdracht te begrijpen. Het gaat bijvoorbeeld om definities van begrippen als cliëntgebonden tijd, directe tijd en continuïteit.

•

Zo veel mogelijk aansluiten op landelijke standaarden kan ook helpen om administratieve lasten te verminderen en complexiteit (voor aanbieders) te reduceren. Bijvoorbeeld door aan te sluiten bij de uitvoeringsvarianten, uniforme contractvoorwaarden, iStandaarden en de inrichting van de controle.

Tijdens de aanbesteding •

•

Met een deugdelijke motivatie kan bij een raamovereenkomst een langere contractduur dan 4 jaar worden gehanteerd. De benodigde inzet en tijd om vernieuwing en transitie te bewerkstelligen in het sociaal domein lijkt hiervoor als deugdelijke gezien te kunnen worden, zeker in combinatie met de mogelijke overgang van personeel. Bij een gewone overheidsopdracht geldt het maximum van 4 jaar niet en kan altijd voor een langere contractduur worden gekozen. Met een langere contractduur kan één van de zwaarst wegende nadelen van een overheidsopdracht gemitigeerd worden. Uit de interviews blijkt dat een periode van 9 jaar als ideaal wordt gezien: een goede balans tussen continuïteit en ruimte om beleidsmatig te vernieuwen. Het toepassen van de SAS-procedure stelt de gemeente in staat om de procedure naar wens in te richten. Zo kan de gemeente in dialoog met aanbieders en over prijzen en volumes onderhandelen. Ook is het niet nodig aan de voorkant van de procedure het precieze aantal gesprekken en de invulling daarvan al te bepalen.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

26

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

De combinatie van verschillende mitigerende maatregelen lijkt de mate waarin een aanbesteding kan knel en sterk te kunnen beperken •

•

Voor wederzijds begrip helpt het om als gemeente heel transparant te zijn over de gemaakte afwegingen en keuzes. Bijvoorbeeld door goed uit te leggen wat de beoogde doelstelling is van een opdracht en waarom daarvoor gekozen is. Zo kan een aanbieder ook een beter passende inschrijving opstellen. Om tijd en kosten te besparen in een aanbestedingstraject helpt het om bij alle vragen en vereisten voor aanbieders kritisch na te denken over wat de toegevoegde waarde is. Elk vraag of eis die onvoldoende bijdraagt aan de doelstelling kan beter niet gesteld worden. Dat betekent niet dat het aanbestedingstraject automatisch veel korter wordt; aanbieders geven juist aan dat een zorgvuldig traject veel waarde heeft (waarbij de contractduur wel in verhouding moet staan tot kosten van de aanbestedingsprocedure).

•

Bovendien is het ook raadzaam om niet te vragen naar aspecten of deeloplossingen die na gunning in de praktijk niet gecontroleerd worden. Dit kost nodeloos tijd en geld, maar leidt ook tot frustratie bij (verliezende) aanbieders.

•

Voor een goede beoordeling van de inschrijvingen is het van belang om te zorgen voor de juiste expertise in de beoordelingscommissie. Het vergt relatief veel kennis van het sociaal domein – specifiek in Utrecht – om de waarde en het realisme van inschrijvingen goed te kunnen beoordelen. Anderzijds is het ook van belang dat de beoordelaars onafhankelijk zijn, waardoor het aantal geschikte beoordelaars beperkt kan zijn. Naast de juiste selectie kan ook een gedegen voorbereiding van de beoordelingscommissie helpen om tot een weloverwogen beoordeling te komen.

•

overgenomen door de winnende inschrijver; zo werken zij alsnog aan de opdracht waarvoor zij een verliezende inschrijving hebben opgesteld. •

In een aanbesteding de eisen en gunningscriteria gebruiken om te sturen richting huidige of voorkeursaanbieders is niet mogelijk. Wel kan van alle inschrijvers een plan van aanpak gevraagd worden waarmee hun begrip van de context en de aanpak van het sociaal domein in Utrecht getoetst en beoordeeld kan worden. Ook is het mogelijk jongeren of vertegenwoordigers van cliënten te betrekken in de beoordeling van dergelijke gunningscriteria. Het is niet toegestaan eisen of gunningscriteria op te nemen die rechtstreeks betrekking hebben op de vestigingsplaats van de aanbieder of eerdere opdrachten in Utrecht.

Tijdens de uitvoering •

Tijdens de uitvoering van een overheidsopdracht kunnen de beoogde doelstellingen pas daadwerkelijk gerealiseerd worden. Daarom is het van belang om te investeren in accounthouderschap en partnerschap met de aanbieder, zodat gezamenlijk gemonitord, gestuurd, geleerd en verbeterd kan worden. Uit de interviews en de bronnen blijkt dat de voortdurende aandacht en inzet tijdens de uitvoering van groter belang kunnen zijn voor de transformatie dan de keuze voor een marktinstrument.

•

Aan de kant van de gemeente is het noodzakelijk om de kennis van de opdracht (inclusief visie, voorbereiding, achtergrond en aanbesteding) te borgen, zodat eventuele wisselingen in accounthouders of contractmanagers niet leiden tot vertraging of een verstoorde relatie met de aanbieder.

Het is van belang om tijd te investeren in een eerlijk en transparant afwijsgesprek met (medewerkers van) verliezende inschrijvers. Zo kan wederzijds begrip en vertrouwen in tact blijven. Dit kan met name cruciaal zijn wanneer medewerkers van een verliezende inschrijver worden

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

27

Mogelijkheid 4 – Overheidsopdracht (aanbesteding)

Vrijwil ige transparantie vooraf is toegestaan binnen de Aanbestedingswet, maar kent zeer strenge toepassingsvoorwaarden Vrijwillige transparantie vooraf Bij ‘vrijwillige transparantie vooraf’ wordt gegund door middel van de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging. Hierin is het mogelijk om een-op-een te onderhandelen met één aanbieder, zonder andere aanbieders te betrekken. De vrijwillige transparantie vooraf bestaat eruit dat na succesvolle onderhandelingen het voornemen tot het sluiten van een overeenkomst via TenderNed gepubliceerd wordt in het Publicatieblad van de Europese Commissie. Bij deze publicatie moet een motivatie worden gevoegd waarom het gerechtvaardigd is de opdracht zonder voorafgaande bekendmaking te gunnen. Na publicatie wordt 20 dagen gewacht met het sluiten van een overeenkomst. Wanneer in deze periode (de Alcatel-termijn) geen bezwaar wordt ontvangen, kan de overeenkomst definitief gesloten worden. Voordeel van deze mogelijkheid is dat een overeenkomst die op deze wijze gesloten is – waarbij na publicatie binnen 20 kalenderdagen geen bezwaar is ontvangen – niet meer vernietigd kan worden. Dit is vastgelegd in artikel 4.16 lid 1 Aanbestedingswet 2012.

Een zeer belangrijke randvoorwaarde is dat deze procedure alleen kan worden toegepast als aan één van de toepassingsgronden van de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging wordt voldaan. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer mededinging om technische redenen ontbreekt, in geval van dwingende spoed en wanneer op basis van een reguliere procedure geen of geen geschikte inschrijvingen zijn ontvangen. Deze gronden lijken niet zonder meer van toepassing op het sociaal domein in Utrecht. Vrijwillige transparantie vooraf gebruiken om nieuwe overeenkomsten te sluiten met huidige leveranciers die goed presteren is dus niet mogelijk. Alle gronden staan in artikel 2.32 van de Aanbestedingswet 2012. © 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

28

Conclusie

Conclusie – subsidieverstrekkingen, (quasi-)inbesteden, Open House en overheidsopdrachten zijn vrijwel altijd toegestaan in het sociaal domein en worden al toegepast In dit adviesrapport is gekeken naar de mogelijkheden binnen de regelgeving om tot nieuwe of voortzetting van bestaande overeenkomsten te komen in het sociaal domein zonder aanbestedings- of tenderprocedures te volgen. Bovendien is gekeken naar mitigerende maatregelen om Europese aanbestedingsprocedures minder knellend toe te kunnen passen. Uit het onderzoek blijkt dat verlenging van de bestaande overeenkomsten veelal niet mogelijk is (i), terwijl er diverse mogelijkheden zijn om nieuwe overeenkomsten te sluiten zonder aanbesteding- of tenderprocedures (ii). Ook zijn er verschillende maatregelen geïdentificeerd om in een aanbesteding het recht minder knellend te laten zijn (iii). Veel mogelijkheden en maatregelen worden op dit moment in Utrecht al toegepast. (i) Voortzetting van bestaande overeenkomsten zonder aanbesteden De huidige overeenkomsten in het sociaal domein in Utrecht zijn veelal subsidieverstrekkingen of overheidsopdrachten die Europees zijn aanbesteed. Bovendien is in een enkel geval gebruikgemaakt van een Open House-systeem. Voor subsidie geldt dat een verlenging nooit mogelijk is zonder een nieuwe aanvraag.

Voor een overheidsopdracht geldt dat alleen verlengd kan worden op basis van verlengingsopties die bij de aanbesteding al bekend waren bij alle geïnteresseerde aanbieders. Dat betekent dat een heel groot deel van de huidige geldverstrekkingen niet verlengd kan worden. Veel overheidsopdrachten voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp lopen (inclusief vooraf bekende verlengingsopties) tot en met 2028. Wanneer die overeenkomsten aflopen, zal de gemeente nieuwe overeenkomsten moeten sluiten. De mogelijkheden daarvoor zijn in dit rapport onderzocht. (ii) Nieuwe overeenkomsten zonder aanbesteden Het sociaal domein in Utrecht is een samenhangend systeem dat vraagt om een integrale aanpak en een complex samenspel tussen alle partners. De gemeente geeft hier invulling aan op basis van de visie, leidende principes

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

en inrichtingskeuzes van het Utrechts model. Met dit model wil Utrecht inwoners zo nabij mogelijk, op maat en in hun eigen leefwereld helpen, terwijl aanbieders veel ruimte krijgen, maar ook een stevige rol als partner van de gemeente moeten oppakken. Om de doelen te bereiken worden alle nieuwe overeenkomsten inhoudelijk ingevuld in lijn met het Utrechts model. Die invulling is vervolgens mede bepalend voor de keuze voor het best passende marktinstrument. Voor dit rapport zijn drie instrumenten buiten de werkingssfeer van het aanbestedingsrecht onderzocht: een subsidieverstrekking, een Open Housesysteem en een (quasi-)inbesteding. Er zijn in het sociaal domein vrijwel geen juridische belemmeringen om deze instrumenten toe te passen – wel juridische voorwaarden waar de inzet van de instrumenten aan moet voldoen. Met name bij een subsidieverstrekking kunnen die voorwaarden enigszins knellen voor de inzet in het sociaal domein. Voor alle drie instrumenten – subsidieverstrekking, Open House en een (quasi)inbesteding – geldt dat die op dit moment al toegepast worden in het sociaal domein in Utrecht. iii) Mitigerende maatregelen overheidsopdracht

Opvallend is dat veel genoemde nadelen van een overheidsopdracht niet zozeer samenhangen met het aanbestedingsrecht, maar met de inrichtingskeuzes die gemaakt moeten worden binnen de context van een overheidsopdracht. Het meest genoemde nadeel is het kortcyclische karakter van overheidsopdrachten, omdat raamovereenkomsten in beginsel een maximale duur hebben van 4 jaar. Het is echter in het sociaal domein in veel gevallen mogelijk om met een deugdelijke motivatie van dit voorschrift af te wijken. Bovendien hebben gewone overheidsopdrachten geen maximale looptijd. In Utrecht wordt op dit moment al gebruikgemaakt van langere looptijden: veel van de huidige overheidsopdrachten voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp hebben een looptijd van (maximaal) 9 jaar.

29

Conclusie

Conclusie – voor elke overeenkomst kan het instrument gekozen worden dat het best past bij de inhoud – dat kan ook een goed vormgegeven overheidsopdracht zijn In dit onderzoek zijn meer maatregelen benoemd om ook andere nadelen van een overheidsopdracht geheel of gedeeltelijk te mitigeren. Voorbeelden die uit meerdere bronnen naar voren komen zijn: •

toepassen van overeenkomsten met een langere duur (bv. 9 jaar);

•

goede voorbereiding om visie en uitgangspunten vast te stellen;

•

organiseren van een marktconsultatie;

•

toepassen van de SAS-procedure;

•

gebruik van uniforme definities;

•

organiseren van dialoogrondes;

•

borging van de juiste expertise in de beoordelingscommissie;

•

voeren van eerlijke en transparante afwijsgesprekken.

Veel van deze maatregelen zijn in Utrecht al toegepast in (Europese) aanbestedingen en subsidietenders. Aanbevelingen De visie en inhoudelijke keuzes van de gemeente zijn leidend bij geldverstrekking in het sociaal domein. Volgend op de inhoud kan in het sociaal domein uit verschillende marktinstrumenten gekozen worden die veelal zonder veel juridische belemmeringen ingezet kunnen worden. De juiste keuze kan bepaald worden op basis van de kenmerken van de gewenste dienstverlening en de bijbehorende markt en de voordelen en nadelen van elk instrument die in dit rapport in kaart zijn gebracht.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat de tijdsinvestering van beide kanten tijdens een aanbesteding juist de effectiviteit en efficiency in de uitvoering van de overeenkomst kan bevorderen. Doordat aan de voorkant gezamenlijk een visie is opgesteld en heldere afspraken zijn gemaakt over verantwoording en evaluatie kan de gemeente haar sturingsrol scherper invullen en kan een partnerschap ontstaan waarin gezamenlijk aan een betere uitvoering wordt gewerkt. Dit onderzoek komt mede voort uit het (landelijke) beeld dat aanbesteden een sterk en stabiel sociaal domein kan hinderen. De resultaten van het onderzoek bevestigen dit beeld niet; een aanbesteding kan in veel gevallen een geschikt instrument zijn. Een goede voorbereiding, een dialooggedreven procedure en een passende, langere contractduur kunnen een aantal veel genoemde nadelen mitigeren. Tot slot is van belang dat de gewenste transformatie in het sociaal domein niet alleen tot stand gebracht kan worden tijdens een aanbesteding/tender, maar juist ook tijdens de uitvoering van een opdracht/subsidie. De aandacht voor accounthouderschap, partnerschap en gezamenlijk leren kan van groter belang zijn voor de transformatie dan de juiste keuze voor een marktinstrument.

Wanneer gekozen wordt voor een overheidsopdracht, biedt dit rapport mitigerende maatregelen om het aanbestedingsrecht minder knellend te laten zijn. Een deel van die maatregelen wordt al toegepast in Utrecht, een ander deel kan de perceptie van knellend recht verder af laten nemen.

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

30

Bijlagen 1. Interviews – (lijst van geïnterviewde organisaties en gemeenten) 2. Bronvermelding

Bijlage 1

Interviews Overzicht van geïnterviewde organisaties en gemeenten: •

Buurtteamorganisaties

•

DOCK Utrecht

•

FNV

•

Gemeente Alphen aan den Rijn

•

Gemeente Rotterdam

•

Incluzio

•

JoU Utrecht

•

Lokalis

•

PPRC

•

SportUtrecht

•

Stadsteam Back Up

•

Youké

•

Van Benthem & Keulen

•

Visie op jeugd

•

VNG

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

32

Bijlage 2

Bronvermelding •

Europa Decentraal (2021). Subsidie of opdracht. https://europadecentraal.nl/onderwerp/aanbesteden/subsidie-en-aanbesteden/

•

Europa Decentraal (2021). Inbesteden. https://europadecentraal.nl/onderwerp/aanbesteden/inbesteden/

•

Damste advocaten / notarissen, Kim Schipper (2021). Kan ik als aanbestedende dienst de overeenkomst met mijn bestaande opdrachtnemer verlengen?

•

FNV Welzijn stad Utrecht (2020). Stop met tenderen in het sociaal domein

•

Gemeente Rotterdam (2017). Kadernotitie Inkoopstrategieën Heel de Stad, Overkoepelende uitgangspunten voor de Inkoopstrategieën van de inkoopsporen Welzijn, Wmo-maatwerkondersteuning, Wijkteams en Jeugdhulp

•

Gemeente Utrecht (2017). Memo Nieuwe subsidieperiode buurtteamorganisaties

•

Gemeente Utrecht (2020). De Utrechtse aanpak in het sociaal domein. Model en werking in de praktijk https://zorgprofessionals.utrecht.nl/fileadmin/uploads/documenten/zz-zorgprofessionals/2020-11-magazine-de-utrechtse-aanpak-in-het-sociaaldomein.pdf

•

Inkoop Sociaal Domein (2021). Afwegingskader Inkoop sociaal domein. Impact van hoofd- en onderaannemerschap

•

Inkoop Sociaal Domein (2021). Folder pilots Jeugdwet en Wmo 2015

•

Inkoop Sociaal Domein (2020). Praktijkverhaal gemeente Veenendaal: quasi-inbesteden van welzijnswerk https://www.inkoopsociaaldomein.nl/actueel/nieuws/2020/06/18/praktijkverhaal-gemeente-veenendaal-quasi-inbesteden-van-welzijnswerk

•

Inkoop Sociaal Domein (2021). Herinrichten van contracten zonder opnieuw aan te besteden https://www.inkoopsociaaldomein.nl/actueel/nieuws/2021/09/10/het-holland-rijnland-model-herinrichten-van-contracten-zonder-opnieuw-aan-te-besteden

•

PIANOo (2021). Aanbestedingsplicht. https://www.pianoo.nl/nl/inkoopproces/fase-1-voorbereiden/aanbestedingsplicht#niet-aanbestedingsplichtigeopdrachten

•

PIANOo (2021). Visie: Subsidie of overheidsopdracht https://www.pianoo.nl/nl/visie-subsidie-overheidsopdracht

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

33

Bijlage 2

Bronvermelding •

PIANOo (2021). Vijf vragen bij het achterhalen van verschillen https://www.pianoo.nl/nl/over-pianoo/vakgroepen/vakgroep-aanbestedingsrecht/visie-subsidie-of-overheidsopdracht/vijf-vragen-bij-achterhalen-van

•

PIANOo (2021). Waarborgen van zorgcontinuïteit https://www.pianoo.nl/nl/sectoren/sociaal-domein/stappenplan-inkoop/flexibiliteit/waarborgen-van-zorgcontinuiteit

•

PIANOo (2021). Open House als inkoopmethodiek https://www.pianoo.nl/nl/sectoren/sociaal-domein/checklist-inkoop/aanbesteden-inbesteden-subsidie-open-house/open-house-als

•

PIANOo (2017). Aanbesteden Wmo 2015 En Jeugdwet. Een Handreiking

•

Tim Robbe (2021). In opkomst; de SAS-procedure https://www.sociaalweb.nl/blogs/in-opkomst-de-sas-procedure

•

Van Heukelom, S. en De Jong, J. (2013). Subsidiëren of inkopen? Handreiking voor ambtelijke professionals. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. https://vng.nl/files/vng/szm-handreiking_subsidieren_of_inkopen_def.pdf

•

Vijverberg Advocaten (website bezocht 2021). Buitenwettelijke subsidies. Subsidies op basis van een begrotingspost en incidentele subsidies

•

VNG (2019), Handreiking Basisbeginselen subsidierecht https://vng.nl/sites/default/files/2019-11/20190820-basisbeginselen-subsidierecht.pdf

© 2021 KPMG Advisory N.V. Alle rechten voorbehouden.

34

Arjan Ogink

Wouter Lohmann

Partner KPMG Health

Senior Manager Procurement & Supply Chain - Public sector & Health

Mob. +31 648 263 503 Ogink.Aran@kpmg.nl

Mob. +31 619 960 136 Lohmann.Wouter@kpmg.nl

KPMG on social media

KPMG app

© 2021 KPMG Advisory N.V., een naamloze vennootschap en lid van het KPMG-netwerk van zelfstandige ondernemingen die verbonden zijn aan KPMG International Limited, een Engelse entiteit. Alle rechten voorbehouden. De naam KPMG en het logo zijn geregistreerde merken die onder licentie worden gebruikt door de zelfstandige ondernemingen die lid zijn van de wereldwijde KPMG-organisatie.

2 Drugscriminaliteit en ondermijning (Fysieke bijeenkomst in 2 delen) 1 RIB Drugscriminaliteit en ondermijning Deel 1-Info-WEB.docx

Drugscriminaliteit en ondermijning Deel 1: focus op cijfers Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm

16 november 2021 Marijn de Pagter 19.30 – 20.15 uur Fysiek, Stadhuis/ Raadzaal Bespreken raadsvoorstel Gesprek tussen raadsleden, betrokken ambtenaren en genodigde experts, Burgemeester Dijksma Deelnemer, GU Deelnemer, Politie Utrecht Deelnemer, onderzoeksbureau Broekhuizen Deelnemer, Universiteit Leiden De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën op 16 december. De raad besluit in principe hier over tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. / Dit onderwerp is nog niet geagendeerd voor een debat in de gemeenteraad. Website gemeente en facebook

Portefeuillehouder Betrokken ambtenaren/presentatoren

Vervolg

Links naar

Programma Focus: onderliggende feiten en cijfers 19:30 Opening en welkom door Marijn de Pagter 19:35 Korte intro door Petra Nijmeijer 19:40 presentaties door Jolijn Broekhuizen en Liesbeth Maas met duiding van de problematiek aan de hand van feiten en cijfers. Aansluitend: gesprek raadsleden met presentatoren 20:00 Pieter Tops geeft zijn visie op de problematiek, de ontwikkeling ervan in NL en 030 en de relatie met de geschetste aanpak 20:15 Afsluiting

1

Motivatie Agendeerders Bert van Steeg (CDA), Maarten Koning (D66), Mahmut Sungur (DENK), Henk van Déun (PVV), Rachel Streefland (CU), Myrthe van Mil (S&S) Peter van Corler (GL), Tess Meerding (VVD) Hester Assen (PvdA) De agenderende fracties willen graag spreken over de ontwikkeling van ondermijning en drugsgerelateerde criminaliteit in Utrecht ter voorbereiding van de behandeling in de commissie van de nieuwe nota “Grenzen stellen, perspectief bieden”. Genoemde fracties willen meer inzicht krijgen in de problematiek in Utrecht en de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Zij hebben behoefte aan meer cijfermatige onderbouwing van de genoemde ontwikkelingen in de nota en nadere specificering van de cijfers op wijkniveau. Zij willen ook graag inzicht in cijfers waaruit blijkt dat ten opzichte van het verleden criminaliteit ontwikkelt en hoe dit verhoudt tot ontwikkelingen in binnen- en buitenland, om het in perspectief te kunnen plaatsen. Daarnaast willen de agenderende fracties in gesprek met betrokken partijen die zich inzetten bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit in Utrecht. Genoemde fracties hebben de behoefte om een beter beeld te krijgen van de continuïteit van het ondermijningsbeleid, de effectiviteit van het gevoerde beleid en de manier waarop de deze nieuwe nota aansluit op eerder genomen initiatieven.

Daarbij is een belangrijke vraag wat het handelingsperspectief voor inwoners is en op welke manier zij een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van ondermijning. Een ander punt van focus is de verwachtte effectiviteit van de aanpak zoals deze wordt voorgesteld, niet alleen op macroniveau maar ook de impact op onderwerpen als privacy, veiligheidsgevoel (subjectieve veiligheid). Eveneens willen de aanvragers van de bijeenkomst met experts van gedachten wisselen over de effectiviteit van het Nederlandse drugsbeleid en wat er lokaal mogelijk en wenselijk is om effectief op te treden tegen verschillende vormen van drugs. Gezien de genoemde cijfers in de nota hebben de fracties behoefte aan een extra focus op het beleid ten aanzien van jongeren en de maatregelen die worden genomen om te voorkomen dat jongeren het criminele pad op gaan of daar blijven. De fracties hebben behoefte aan twee bijeenkomsten, een eerste bijeenkomst, waarbij de cijfers centraal staan en kan worden gesproken over de ontwikkeling in de stad en de wijken. Daarna hebben deze fracties behoefte aan een bijeenkomst met betrokken partijen bij het ondermijnings- en drugsbeleid. Idealiter vindt het geheel op 1 avond plaats. Zij betrekken nadrukkelijk de beleidsvelden jeugd en volksgezondheid bij dit thema omdat we vanuit diverse invalshoeken visies op willen halen.

Een effectieve aanpak van ondermijning gericht op het tegengaan van drugscriminaliteit gaat veel verder dan het OOV-beleidsdomein, zij willen de samenwerking tussen deze beleidsvelden versterkt zien worden

2

1 RIB Drugscriminaliteit en ondermijning Deel 2-Info-WEB.docx

Drugscriminaliteit en ondermijning Deel 2 Basisinformatie Datum Gespreksleider Tijd Zaal Soort bijeenkomst Werkvorm

16 november 2021 Marijn de Pagter 20.30 – 21.45 uur Fysiek, Stadhuis/ Raadzaal Bespreken raadsvoorstel Gesprek tussen raadsleden, experts en genodigden. Burgemeester Sharon Dijksma Deelnemer, advocaat en opinieleider 2 deelnemers,JoU 2 deelnemers, Reclassering ervaringsdeskundige Vertegenwoordiger(s) branche organisatie(s) 3 deelnemers, bedrijventerrein Overvecht Noord Deelnemer, actiegroep ASW Deelnemer, ondernemer binnenstad Deelnemer, VTH Deelnemer, politie Utrecht Deelnemer, universiteit Leiden De gemeenteraad debatteert over dit onderwerp tijdens de vergadering van de commissie van Veiligheid, bestuur en Financiën op 16 december. De raad besluit in principe hier over tijdens de eerstvolgende raadsvergadering. Website gemeente en facebook

Portefeuillehouder Panelleden blok 1

Gasten blok 2

Gasten blok 3 Vervolg

Links naar

Programma deel 2: 20:30 20:35 20:40 -

Opening en welkom door Marijn de Pagter Korte intro door burgemeester Sharon Dijksma blok ‘persoonsgerichte aanpak’ (hoe doorbreek je criminele carrières?) pitch (max 9 min.) door opiniemaker Reflectie hierop onder leiding van Marijn de Pagter met leden van het panel.

1

21:10

blok ‘ervaringen in de stad’, bijvoorbeeld met de maatregelen doorbreken criminele geldstromen. Marijn de Pagter bevraagt verschillende gasten over problematiek op straat zoals ervaren door ondernemers, bewoners en professionals.

21:30

Reflectie op alle gehoorde ervaringen, meningen, stemmen door deelnemer van universiteit Leiden.

Motivatie Agendeerders Bert van Steeg (CDA), Maarten Koning (D66), Mahmut Sungur (DENK), Henk van Déun (PVV), Rachel Streefland (CU), Myrthe van Mil (S&S), Peter van Corler (GL), Tess Meerding (VVD)Hester Assen (PvdA) De agenderende fracties willen graag spreken over de ontwikkeling van ondermijning en druggerelateerde criminaliteit in Utrecht ter voorbereiding van de behandeling in de commissie van de nieuwe nota “Grenzen stellen, perspectief bieden”. Genoemde fracties willen meer inzicht krijgen in de problematiek in Utrecht en de ontwikkeling in de afgelopen jaren. Zij hebben behoefte aan meer cijfermatige onderbouwing van de genoemde ontwikkelingen in de nota en nadere specificering van de cijfers op wijkniveau. Zij willen ook graag inzicht in cijfers waaruit blijkt dat ten opzichte van het verleden criminaliteit ontwikkelt en hoe dit verhoudt tot ontwikkelingen in binnen- en buitenland, om het in perspectief te kunnen plaatsen. Daarnaast willen de agenderende fracties in gesprek met betrokken partijen die zich inzetten bij de bestrijding van ondermijnende criminaliteit in Utrecht. Genoemde fracties hebben de behoefte om een beter beeld te krijgen van de continuïteit van het ondermijningsbeleid, de effectiviteit van het gevoerde beleid en de manier waarop de deze nieuwe nota aansluit op eerder genomen initiatieven.

Daarbij is een belangrijke vraag wat het handelingsperspectief voor inwoners is en op welke manier zij een bijdrage kunnen leveren aan de bestrijding van ondermijning. Een ander punt van focus is de verwachtte effectiviteit van de aanpak zoals deze wordt voorgesteld, niet alleen op macroniveau maar ook de impact op onderwerpen als privacy, veiligheidsgevoel (subjectieve veiligheid). Eveneens willen de aanvragers van de bijeenkomst met experts van gedachten wisselen over de effectiviteit van het Nederlandse drugsbeleid en wat er lokaal mogelijk en wenselijk is om effectief op te treden tegen verschillende vormen van drugs. Gezien de genoemde cijfers in de nota hebben de fracties behoefte aan een extra focus op het beleid ten aanzien van jongeren en de maatregelen die worden genomen om te voorkomen dat jongeren het criminele pad op gaan of daar blijven. De fracties hebben behoefte aan twee bijeenkomsten, een eerste bijeenkomst, waarbij de cijfers centraal staan en kan worden gesproken over de ontwikkeling in de stad en de wijken. Daarna hebben deze fracties behoefte aan een bijeenkomst met betrokken partijen bij het ondermijnings- en drugsbeleid. Idealiter vindt het geheel op 1 avond plaats. Zij betrekken nadrukkelijk de beleidsvelden jeugd en volksgezondheid bij dit thema omdat ze vanuit diverse invalshoeken visies op willen halen.

Een effectieve aanpak van ondermijning gericht op het tegengaan van drugscriminaliteit gaat veel verder dan het OOV-beleidsdomein, zij willen de samenwerking tussen deze beleidsvelden versterkt zien worden.

2

1 Presentatie-RIB_ Ondermijning-Bureau-Broekhuizen ( 2).pptx

Drugscriminaliteit Utrecht 2021 Een geïntegreerd beeld van de gemeente Utrecht en politie Midden-Nederland Jolijn Broekhuizen

Geïntegreerd beeld

Gemeente Utrecht en politie Midden-Nederland

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

1

Drugscriminaliteit Utrecht

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Hotspots gebieden

Aanbevelingen toekomst

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

2

Waar is het beeld op gebaseerd? Politieregistraties Cijfers

MMA-meldingen Demografische gegevens

Ervaringen

Rondetafelgesprekken burgers en professionals Eerdere onderzoeken

Combinatie

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Politie-informatie

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

3

Fenomenen drugscriminaliteit

Utrecht logistiek knooppunt cocaïnehandel (25 CSV’s) Stijging registraties handel harddrugs, daling registraties softdrugs

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

4

Handel harddrugs, hennepteelt (per 10.000 inwoners)

2016

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

2018

2020

5

Fenomenen drugscriminaliteit

Utrecht knooppunt cocaïnehandel (25 CSV’s bij betrokken) Stijging registraties handel harddrugs, daling registraties softdrugs Crystal meth markt relatief klein, maar groeit (nu 4 CSV’s) Stijging MMA-meldingen drugscriminaliteit 2016-2020

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

6

MMA-meldingen drugscriminaliteit

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

7

Fenomenen drugscriminaliteit

Utrecht knooppunt cocaïnehandel (25 CSV’s bij betrokken) Stijging registraties handel harddrugs, daling registraties softdrugs Crystal meth markt relatief klein, maar groeit (nu 4 CSV’s) Stijging MMA-meldingen drugscriminaliteit 2016-2020 1.669 verdachte transacties a 128 miljoen euro, stijging witwassen Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

8

Ontwikkeling registraties witwassen

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

9

Consequenties drugscriminaliteit

Excessief geweld (granaten, beschietingen) Utrecht als spil in plofkraakscene Criminele en seksuele uitbuiting Gevolgen voor veiligheid(gevoel) burgers én professionals Acceptatie en normalisatie Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

10

Jongeren drugscriminaliteit

Sterke toename minderjarige verdachten drugscriminaliteit

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

11

Toename minderjarige verdachten drugscriminaliteit 35 30

30

25 20 15 10 5 0

7 2016

13

13

2017

2018

17

2019

Bezit harddrugs

Bezit softdrugs

Handel softdrugs

Vervaardigen harddrugs

Vervaardigen softdrugs

Totaal

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

2020

12

Jongeren drugscriminaliteit

Sterke toename minderjarige verdachten drugscriminaliteit Aandeel 18-25 jarigen drugscriminaliteit hoog

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

13

Hoog % 18-25 jarigen in drugscriminaliteit

Tot 18 jaar (%)

18 tot 25 jaar (%)

25 tot 35 jaar (%)

35 tot 45 jaar (%)

45 tot 55 jaar (%)

55 tot 65 jaar (%)

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

14

Hoog % 18-25 jarigen in drugscriminaliteit

Tot 18 jaar (%)

18 tot 25 jaar (%)

25 tot 35 jaar (%)

45 tot 55 jaar (%)

55 tot 65 jaar (%)

onbekend

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

35 tot 45 jaar (%)

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

15

Jongeren drugscriminaliteit

Sterke toename minderjarige verdachten drugscriminaliteit 46% verdachten drugscriminaliteit 18-25 (hoger dan andere gemeenten) Instroomproces: geleidelijk, rekrutering, jeugdgroep of criminele familie 150 kwetsbare jongeren (tot 23 jaar), waarvan 1/3 geen PGA krijgt Meer berekenend, verjonging, selecte verharding Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

16

Drugscriminaliteit Utrecht

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Hotspots gebieden

Aanbevelingen toekomst

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

Hotspots gebieden

Welke branches?

Welke gebieden?

Transportsector

Overvecht (ASW)

Vastgoed

Zuidwest

Autobranche

Zuid

Bezorgdiensten

Vleuten-de Meern

Horeca

Noordwest

Koeriersdiensten

West (Kop van Lombok)

Zorgsector

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

18

Nieuw-Overvecht als voorbeeld combinatie gebied en branche Faciliteren criminaliteit Fraude

Criminaliteit

Excessief geweld Verloedering en leegstand Onvoldoende toezicht en handhaving

Kwetsbaarheid

Veel autobedrijven

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

19

Drugscriminaliteit Utrecht

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Hotspots gebieden

Aanbevelingen toekomst

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

Aanbevelingen toekomst

Prioriteer jeugd Zicht op blinde vlekken

Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

Vergroot weerbaarheid

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

21

Drugscriminaliteit Utrecht Hotspots gebieden Aanbevelingen toekomst Bureau Broekhuizen Onderzoek en advies

bureaubroekhuizen.nl

Drugscriminaliteit Utrecht Geïntegreerd beeld

bureaubroekhuizen.nl

1 Presentatie-RIB-Ondermijning-Politie.pdf

RIB 16-11-’21

Liesbeth Maas Districtschef Stad-Utrecht

Ondermijning

Garagebedrijf waar explosief gevonden is in Overvecht Utrecht was al eerder doelwit UPDATE Op het industrieterrein Nieuw Overvecht is gisteravond aan de Arkansasdreef een explosief gevonden. Dat gebeurde bij een garagebedrijf, dat al eerder doelwit was. In mei van 2018 werd het bedrijf beschoten. De explosieven opruimingsdienst (EOD) heeft het explosief, vermoedelijk een handgranaat, onschadelijk gemaakt. Bernie van Unen 21-04-19, 09:18 Laatste update: 21-04-19, 13:29

Handgranaat met tape aan deur van kledingwinkel in Leidsche Rijn verwijderd Op de Parijsboulevard in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn is een verdacht voorwerp verwijderd dat vastgeplakt zat aan de deur van kledingwinkel Mon Amis. Volgens de politie gaat het om een handgranaat, die later door de EOD onschadelijk is gemaakt. Savannah Borst & Marco Gerling 23 sep. 2019 Laatste update: 23-09-19, 16:35

Plofkraken in Duitsland zijn steeds vaker terug te leiden naar deze regio: ‘Ze wonen in onze wijken’ AD 30 september 2021 Plofkrakers uit de provincie Utrecht slaan tot diep in Duitsland toe. Samen met de Duitse collega’s jagen politie en Justitie verwoed op de daders. ,,Het zijn gastjes die in onze wijken wonen en daar de verkeerde rolmodellen zijn.’’

Op heterdaad betrapt: vijftien drugsdealers in Utrecht na maandenlange voorbereiding aangehouden AD 5 november 2021 In Utrecht zijn vijftien drugsdealers aangehouden. De aanhoudingen vonden afgelopen weken plaats in Hoograven, Kanaleneiland, Zuilen en Overvecht. Agenten vonden allerlei soorten harddrugs en ook telefoons, scooters en auto’s zijn in beslag genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=2f8a71f7-ac54-42b8-bd49-98fbf223fcd5