CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 3 oktober 2023, gemeente Utrecht12.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Wethouder Schilderman

Beleidsveld

Financiën

Referendabel

Nee

Reden niet referendabel

Sub e: Raadsvoorstel over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen.

Raadsadviseur (lijst)

Raadsadviseur/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Veiligheid, Bestuur en

3 oktober 2023

Financiën Voorgesteld besluit

Voorstel aan de gemeenteraad

Tariefdifferentiatie Afvalstoffenheffing Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Financiën Bedrijfsvoerings- en Strategienetwerk Oya Akyol 11351182 Volgt Nee (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum) Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De tarifering van de afvalstoffenheffing aan te passen met een nieuwe tariefdifferentiatie op basis van vier tariefklassen voor huishoudens en een ingroeiperiode van twee jaar, waarmee de tarieven worden gebaseerd op het principe ‘de vervuiler betaalt’.

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

Samenvatting Met dit voorstel wordt de raad voorgesteld om een meer gedifferentieerde benadering van de afvalstoffenheffing toe te passen. Deze aanpassing komt voort uit de aangenomen motie "Eerlijkere afvalstoffenheffing", waarin de wens is uitgesproken om de tarieven op een rechtvaardigere wijze vast te stellen. Het nieuwe systeem zal werken met vier tariefklassen voor huishoudens - één persoon, twee personen, drie personen en vier of meer personen - met een ingroeiperiode van twee jaar. Hierdoor kunnen de kosten beter worden afgestemd op de daadwerkelijke afvalproductie van verschillende huishoudens. Deze meer gedifferentieerde aanpak bevordert een eerlijkere verdeling van de lasten en biedt een passend tarief dat beter aansluit bij de samenstelling van het huishouden. Met deze voorgestelde wijziging komt de gemeente tegemoet aan de wens van een eerlijker en rechtvaardiger afvalbeheerbeleid, waarbij de afvalstoffenheffing meer in lijn is met de werkelijke kosten en het principe van 'de vervuiler betaalt'. Door het implementeren van dit voorstel dragen we bij aan een duurzame omgang met afval en streven we naar een evenwichtige financiële lastendruk voor alle huishoudens in onze gemeente.

Context Aanleiding Jaarlijks wordt, gelijktijdig met de programmabegroting, de verordening afvalstoffenheffing voor het komende kalenderjaar aan de raad voorgelegd. In het kader van het huidige raadsvoorstel is er aanleiding om de tarifering van de afvalstoffenheffing aan te passen. Juridische context De bevoegdheid om belastingverordeningen vast te stellen ligt bij de gemeenteraad en is verankerd in artikel 216 van de Gemeentewet. Daarnaast is artikel 15.33 van de Wet milieubeheer de wettelijke basis voor de verordening afvalstoffenheffing. Op basis van deze juridische kaders wordt het raadsvoorstel ingediend om de tarifering van de afvalstoffenheffing te wijzigen en aan te passen. Beslistermijn Voor inwerkingtreding van de verordening afvalstoffenheffing per 1 januari 2024 inclusief het doorvoeren en uitvoeren van de wijzigingen van tariefklassen is besluitvorming door de gemeenteraad uiterlijk 31 september 2023 nodig. Beoogd effect Met deze voorgestelde wijziging beogen we een verfijnder en beter afgestemd systeem te creëren, dat rekening houdt met de diverse samenstellingen van huishoudens. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad - Zie aangenomen Motie 21/M360 “Eerlijkere afvalstoffenheffing” en raadsbrief Eerlijkere afvalstoffenheffing voor verdere uitwerking.

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De tarifering van de afvalstoffenheffing aan te passen met een nieuwe tariefdifferentiatie op basis van vier tariefklassen voor huishoudens en een ingroeiperiode van twee jaar, waarmee de tarieven worden gebaseerd op het principe van de vervuiler betaalt.

Argumenten

2

1.1

Dit zorgt voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling van de kosten in lijn met de aangenomen motie. In de huidige situatie hanteert de gemeente Utrecht twee tariefklassen voor afvalstoffenheffing: één voor eenpersoonshuishoudens en één voor huishoudens bestaande uit twee of meer personen. Vanaf 2024 wordt er voorgesteld om een meer gedifferentieerde tarifering te hanteren, waarbij vier tariefklassen worden geïntroduceerd voor huishoudens: één persoon, twee personen, drie personen en vier of meer personen. Deze overgang zal geleidelijk verlopen gedurende een periode van twee jaar. Deze veranderingen vinden plaats naar aanleiding van de aangenomen motie 21/M360, die streeft naar een eerlijkere afvalstoffenheffing. Hier zijn de belangrijkste redenen waarom deze aanpassingen nodig zijn: 1. De huidige situatie in Utrecht, waarin eenpersoonshuishoudens naar verhouding veel meer betalen dan meerpersoonshuishoudens, wordt als onrechtvaardig ervaren. 2. Dit verschil in tarieven tussen eenpersoonshuishoudens en meerpersoonshuishoudens is nergens anders in de regio zo nadelig voor eenpersoonshuishoudens, zoals blijkt uit onderzoek van het COELO en het AD. 3. Het huidige tariefsysteem voldoet niet aan het principe van "de vervuiler betaalt", omdat grotere huishoudens over het algemeen meer afval produceren (met enkele uitzonderingen). 4.

Door een meer gedifferentieerd stelsel in te voeren met meerdere categorieën huishoudens, kunnen we recht doen aan de principes van rechtvaardigheid en evenredigheid. Belangrijk om op te merken is dat deze wijziging budgetneutraal wordt doorgevoerd. Dit betekent dat de totale opbrengsten van de afvalstoffenheffing gelijk zullen blijven. Hoewel er meer tariefklassen worden geïntroduceerd, zal dit niet leiden tot een tariefsverhoging voor de inwoners van Utrecht. Het is een verschuiving van tarieven tussen de verschillende categorieën huishoudens, zodat de totale kosten voor de gemeente niet zullen toenemen. Met deze voorgestelde aanpassingen streven we ernaar om een eerlijker en rechtvaardiger afvalstoffenheffingssysteem te creëren dat beter aansluit bij de werkelijke kosten en de mate van afvalproductie binnen verschillende huishoudens. Dit gebeurt zonder dat het de inwoners financieel belast met hogere tarieven, maar eerder door een herverdeling van de kosten tussen de tariefklassen.

Financiën Het uitbreiden van het aantal tariefklassen en het aanpassen van de tarieven zal leiden tot een herverdeling van de lastendruk tussen huishoudens. We streven ernaar om de financiële gevolgen voor grotere huishoudens beheersbaar te houden. Daarom stellen we voor om een geleidelijke overgangsperiode van twee jaar te hanteren. Bovendien is het belangrijk om te benadrukken dat deze aanpassing budgetneutraal is, wat betekent dat er geen verhoging van de totale tarieven plaatsvindt. In de raadsbrief "Eerlijkere afvalstoffenheffing" hebben we een voorbeeldberekening opgenomen voor het tarief van 2024, waarbij we de gezinsgrootte hebben gebaseerd op de peildatum van 1 januari 2023. Houd er rekening mee dat deze berekening nog geen rekening houdt met de inflatieverhoging en de actuele verhouding van gezinsgrootte voor 2024. Deze aspecten zullen worden meegenomen in het voorstel voor aanpassing van de verordening afvalstoffenheffing 2024 dat aan u wordt voorgelegd.

3

1 e jaar Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer

Nieuwe tarief 2024

Verschil t.o.v. huidige tarief €

€ 269,84 € 335,83 € 401,82 € 489,35

-

€ 22 € 15 € 18 € 62

Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel

Vervolg Het college zal gelijktijdig met de programmabegroting 2024 een voorstel indienen voor de aanpassing van de verordening Afvalstoffenheffing 2024. Zodra de raad de definitieve verordening Afvalstoffenheffing 2024 heeft vastgesteld, zal deze officieel gepubliceerd worden op overheid.nl. Het nieuwe tarief zal vervolgens vanaf 1 januari 2024 in rekening worden gebracht.

Participatie Er heeft geen participatie plaatsgevonden over dit voorstel.

Communicatie De nieuwe tarieven worden naast publicatie op overheid.nl gemeld op de website van de Belastingsamenwerking.

(Niet)Referendabel Dit raadsvoorstel is niet-referendabel omdat het een raadsvoorstel betreft over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen (artikel 3 lid 2 onder e Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht).

Bijlagen Bijlage besluitvorming: Bijlagen informatief: -

4

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

O. Akyol

Datum

13 juni 2023

Doorkiesnummer

030 - 28 61421

Kenmerk

11151029

E-mail

oya.akyol@utrecht.nl

Onderwerp

Eerlijkere afvalstoffenheffing

Bijlage(n)

-

Beleidsveld

Financiën

Geachte leden van de raad, Op 11 november 2022 heeft uw raad de motie 21/M360 Eerlijkere afvalstoffenheffing aangenomen. In deze motie roept u het college op een voorstel te doen tot een meer gedifferentieerde vorm van afvalstoffenheffing, en hierbij te werken met het ‘Eindhovense model’ met vier tarieven voor huishoudens: één persoon, twee personen, drie personen, en vier of meer personen. In de motie roept u ook op tot de wenselijkheid van een ingroeiperiode, waarin in enkele jaren naar een eindverdeling tussen de vier categorieën wordt toegewerkt. Daarbij vraagt u ons om goed te kijken naar de financiële draagkracht van - met name - gezinnen en in hoeverre de huidige kwijtscheldingsregels voldoen om te voorkomen dat zij in de problemen komen door gestegen woonlasten. In deze brief gaan we in op deze verschillende aspecten en kondigen wij aan op korte termijn een raadsvoorstel hiertoe voor te bereiden. Uitgangspunten berekening We gaan er bij de berekeningen van de tarieven vanuit dat de volledige kostendekkendheid bij de afvalstoffenheffing gehandhaafd blijft. Het aantal huishoudens dat wij hanteren is 158.177 die een aanslag voor de afvalstoffenheffing ontvangen. Qua gezinsgrootte hanteren we in deze berekening peildatum 1 januari 2023.

Voor de indeling van de nieuwe tariefklassen gaan we uit van de in de motie genoemde onderverdeling in vier huishoudensgrootte conform het ‘Eindhovense model’. De 158.177 huishoudens zijn als volgt nader onder te verdelen: Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer

Aantal huishoudens 59.319 51.329 18.544 28.985 158.177

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

13 juni 2023 11151029

Voorbeeldberekening conform motie In deze berekening is de omvang van de huishoudens, en de verdeling daartussen, gelijk aan de Eindhovense variant. Dit houdt in dat er voor het tarief voor de eenpersoonshuishoudens een afslag van 14,20% is genomen ten opzichte van het huidige tarief en als opslag tussen de verschillende persoonshuishoudens de methode van Eindhoven is aangehouden, te weten: - tussen een en tweepersoonshuishoudens van 24,5% - tussen twee en drie persoonshuishoudens van 19,7% - en vier persoonshuishoudens en meer van 21,8%. In de huidige situatie kent Utrecht twee tarieven, één voor eenpersoonshuishoudens en een voor huishoudens bestaande uit twee of meer personen. Door het uitbreiden van het aantal tariefklassen worden de totale kosten van de afvalinzameling anders verdeeld, waarbij het algemene uitgangspunt is dat de aangeboden hoeveelheid afval, en daarmee de kosten voor de inzameling samenhangt met de grootte van de het huishouden meer tot uitdrukking komt. Het tarief voor een eenpersoonshuishouden en tweepersoonshuishouden daalt daarmee ten opzichte van het huidige tarief. Het tarief voor drie- en vierpersoonshuishouden stijgt ten opzichte van het huidige tarief. Dit zien wij terug in de berekening: Omvang huishouden

Huidige tarief 2023

Voorgesteld tarief 2024

€ 314,50

€ 269,84 € 335,83 € 401,82 € 489,35

1 2 3 4 en meer

€ 366,25

Verschil € -

Verschil %

€ 44 € 32 € 36 € 124

-

14% 8% 10% 34%

Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel

Voorbeeldberekening Ingroeiperiode Het uitbreiden van het aantal tariefklassen en het overeenkomstig aanpassen van de tarieven ten opzichte van de huidige situatie heeft onvermijdelijk tot gevolg dat de verdeling van de lastendruk tussen huishoudens verschuift. We willen voorkomen dat de financiële consequenties voor met name grotere huishoudens te groot worden. Met een ingroeivariant kan hier geleidelijk naar toe gewerkt worden. Daarom kunnen wij ons voorstellen te kiezen voor een ingroeiperiode:

1 e jaar Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer

Verschil t.o.v. huidige tarief € -

Verschil % € 22 € 15 € 18 € 62

7% 4% - 5% - 17%

Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel

2/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

13 juni 2023 11151029

2 e jaar Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer

Verschil t.o.v. jaar 1 ingroeiperiode € -

€ 22 € 15 € 18 € 62

Verschil % 8% 4% - 5% - 14%

Voordeel Voordeel Nadeel Nadeel

(bedragen zijn afgerond op hele euro’s, percentages zijn afgerond op hele getallen en zijn berekend t.o.v. tarief in 1e jaar)

Financiële draagkracht en kwijtschelding Het uitbreiden van twee naar vier tariefklassen doet recht aan het principe “de vervuiler betaalt” vanuit de gedachte dat meerpersoonshuishoudens ook meer afval veroorzaken. Ten opzichte van de oude situatie betaalden met name een- en tweepersoonshuishoudens in het oude systeem relatief veel. In de kwijtscheldingscijfers zien we dat het merendeel van verleende kwijtscheldingen (ruim 76%) verleend wordt aan een- of tweepersoonshuishoudens. Dit zijn tevens de huishoudens waar de nieuwe systematiek meer aan tegemoet gaat komen. In uw motie vraagt u tevens in de uitwerking van dit voorstel goed te kijken naar de financiële draagkracht en kwijtschelding. In de Minima-effectrapportage 2023 is onderzoek gedaan naar de algemene draagkracht van onze inwoners. Deze is niet specifiek gericht op enkel de afvalstoffenheffing, maar geeft een beeld van de draagkracht van verschillende typen huishoudens. Volgens deze rapportage zijn minima verdeeld in 13 groepen. Deze 13 groepen zijn onderverdeeld in 6 subgroepen op basis van inkomen (100% t/m 150% van het bijstandsniveau). Bij gemiddelde woonlasten gaan alle (sub)groepen er gemiddeld per maand op vooruit en zou een verhoging door tariefswijziging naar verwachting financieel dragelijk zijn.

Bij hoge woonlasten is dit ook het vrijwel ook het geval, met uitzondering van de subgroep paar met twee oudere kinderen. Wat betreft de kosten van kwijtschelding maakt het feit dat het merendeel van de kwijtscheldingen aan een- of tweepersoonshuishoudens wordt verleend dat de kosten van kwijtschelding bij het hanteren van vier tariefklassen redelijk in lijn zijn met de huidige kosten voor kwijtschelding bij twee tariefklassen. Rekening houdend met de gezinsgrootte op basis van de gegevens van de BghU, peildatum 1 januari 2023, en met het tarief vastgesteld voor het jaar 2023. Dit levert het volgend beeld op volgens de tarieven van 2023 met het huidige model (2 tariefklassen): Omvang huishouden 1 2 3 4 en meer Totaal

Aantal huishoudens 7.369 2.354 1.224 1.773 12.720

Huidige tarief 2023 € 314,50 € 366,25

Kwijtschelding € 2.317.550,50 € 862.152,50 € 448.290,00 € 649.361,25 € 4.277.354,25

3/4

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

13 juni 2023 11151029

Eenzelfde berekening, ter vergelijking, maar dan met de tarieven volgens het Eindhovens model (4 tariefklassen), levert het volgende beeld op: Omvang huishouden Aantal huishoudens Tarief o.b.v. 4 Kwijtschelding klassen 1 2 3 4 en meer Totaal

7.369 2.354 1.224 1.773 12.720

€ 269,84 € 335,83 € 401,82 € 489,35

€ 1.988.458,33 € 790.549,59 € 491.832,46 € 867.623,00 € 4.138.463,39

Situatie andere gemeenten In 2022 heeft 55% van de inwoners van Nederland een tarief betaald dat afhankelijk is van de grootte van het huishouden. Van de 20 grootste gemeenten hanteren 14 gemeenten een tariefsysteem aan de hand van het aantal personen (huishoudgrootte). De gemeente Eindhoven hanteert vier tarieven. Gemeente Rotterdam, Den Haag, Groningen en Zoetermeer hanteren drie tarieven en de rest twee tarieven. Uitvoering BghU Het uitbreiden van tariefklassen brengt extra werk met zich mee voor BghU. Deze werkzaamheden omvatten bijvoorbeeld de noodzakelijke aanpassingen in programmatuur voor de aanslagoplegging en tevens dienen deze aanpassingen nog getest te worden. De extra werkzaamheden hebben naar verwachting geen grote weerslag op de capaciteit van BghU en worden er geen extra kosten door BghU in rekening gebracht. Desalniettemin kunnen de technische aanpassingen in de programmatuur pas worden doorgevoerd als er een raadsbesluit is genomen om de heffingssystematiek te wijzigen. Onze verordening is hierbij leidend voor BghU, daarin wordt namelijk de (gewijzigde) heffingssystematiek vastgelegd. Voorbereiding voorstel en bespreking in raad Op basis van deze informatie bereiden wij conform de motie een voorstel voor dat we verwachten voor de zomer te kunnen sturen.

Om een wijziging van de tariefklassen per 1-1-2024 te kunnen doorvoeren, en uitvoeren is uiterlijk eind september 2023 een besluit van uw raad noodzakelijk. Daarom hebben wij u verzocht dit mee te nemen in de overwegingen voor de behandelvoorraad van uw commissie, direct na het zomerreces. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

4/4

Motie: Eerlijkere afvalstoffenheffing De gemeenteraad van Utrecht, in vergadering bijeen op 11 november 2021 ter bespreking van de Programmabegroting 2022 en de Afvalstoffenheffing 2022,

Constaterende dat: 1. De afvalstoffenheffing in Utrecht per huishouden wordt bepaald en betaald; 2. De afvalstoffenheffing nu alleen een eenpersoons en een meerpersoonstarief kent; 3. Het verschil wat betreft de afvalstoffenheffing tussen een eenpersoons- en een meerpersoonshuishouden nu niet meer mag bedragen dan €50.

Overwegende dat: 1. De Utrechtse situatie wat betreft afvalstoffenheffing niet rechtvaardig is omdat eenpersoonshuishoudens naar rato veel meer betalen dan meerpersoonshuishoudens; 2. Dit verschil tussen wat eenpersoonshuishouden en wat meerpersoonshuishoudens betalen, nergens zo ten nadele van de eenpersoonshuishoudens is in de regio als in de gemeente Utrecht (zo blijkt uit cijfers van het COELO en het AD); 3. De huidige tarifering geen recht doet aan het principe ‘de vervuiler betaalt’, omdat hoe groter het huishouden, hoe meer afval geproduceerd wordt – uitzonderingen daargelaten; 4. We hieraan iets kunnen veranderen door een meer gedifferentieerd stelsel in te voeren waarbij er gewerkt wordt met meer dan twee categorieën van huishoudens; 5. Er gemeenten in Nederland zijn waar dit al gebeurt, waarbij de gemeente Eindhoven het voor Utrecht meest ‘passende’ systeem kent, zo blijkt uit de raadsbrief ‘Motie eerlijkere woonlasten’ d.d. 21 oktober 2021 (incl. onderstaande tabel):

6. Belangrijke randvoorwaarden bij een wijziging zijn: a. dat huishoudens door deze aanpassing niet in de problemen komen door (onverwachte) neveneffecten of een te snelle stijging van de woonlasten; b. dat er voldoende tijd is om de nieuwe situatie in te regelen in de systemen van de BghU en hierover te communiceren naar bewoners; c. dat er duidelijkheid is voor bewoners waar de heffing uit is opgebouwd en op basis waarvan differentiatie plaatsvindt.

Draagt het college op: 1. Bij de Voorjaarsnota 2023 - of zoveel eerder als mogelijk - een voorstel te doen tot een meer gedifferentieerde vorm van afvalstoffenheffing en hierbij te werken met het ‘Eindhovense model’ met vier tarieven voor huishoudens: één persoon, twee personen, drie personen, en vier of meer personen; 2. De wenselijkheid van een ingroeiperiode - waarin in enkele jaren naar een eindverdeling tussen de vier categorieën toe wordt gewerkt – in dit voorstel te bezien; 3. Goed te kijken naar de financiële draagkracht van (met name) gezinnen en in hoeverre de huidige kwijtscheldingsregels voldoen om te voorkomen dat zij in de problemen komen door gestegen woonlasten; 4. Voort te bouwen op de kennis en ervaring uit andere gemeenten met soortgelijke stelsels. En gaat over tot de orde van de dag.

Ingediend door: • • • • •

Has Bakker, D66 Ruurt Wiegant, SP Floor de Koning, GroenLinks Tessa Sturkenboom, Student & Starter Maarten van Heuven, Partij voor de Dieren

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

3327

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

8 juni 2023

Agendapunt

12

Omschrijving

Raadsbrief Tegemoetkoming energiekosten maatschappelijke organisaties

ID

3523

Behandelend ambtenaar

Jurjen Bakker

Telefoon

14030

E-mail

jurjen.bakker@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering Thema Portefeuillehouder

Wethouder Schilderman

Beleidsveld

Financiën

Referendabel Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Jochim Schueler/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën/06-42238564

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Commissie Veiligheid, Bestuur en

8 juni 2023

Financiën Voorgesteld besluit

Burgemeester en wethouders Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl

Aan de gemeenteraad

Behandeld door

Jurjen Bakker

Datum

24 februari 2023

Doorkiesnummer

14030

Kenmerk

10952545

E-mail

jurjen.bakker@utrecht.nl

Onderwerp

Tegemoetkoming energiekosten maatschappelijke organisaties

Beleidsveld

Financiën

Bijlage(n)

Geachte leden van de raad, In januari meldden we in de raadsbrief “Tegemoetkoming prijsstijgingen maatschappelijke partners” dat we noodsteun bieden aan organisaties in acute problemen. Wij kondigden daarbij ook aan dat we in februari regelingen openstellen voor een tegemoetkoming in de energiekosten voor organisaties die binnenkort problemen verwachten. Deze subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties is nu beschikbaar. Met deze subsidie willen we snel hulp bieden zodat deze organisaties, die dagelijks klaar staan voor een grote groep Utrechters, door kunnen met het werk dat ze doen. Daarbij biedt de tegemoetkoming de kans om energiebesparende maatregelen te nemen, om hogere energiekosten in de toekomst te beperken. Wij reserveren 3,1 miljoen euro voor maatschappelijke organisaties, en 1,2 miljoen euro voor maatschappelijke instellingen waarmee wij een inkooprelatie hebben vanuit het geld dat beschikbaar is gesteld via amendement A99. Prijsstijgingen en pakket aan maatregelen Compenseren van de effecten van inflatie is in de eerste plaats een taak voor de Rijksoverheid. Toch merken we dat we als gemeente in sommige gevallen van waarde kunnen zijn voor inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Vooral omdat we als gemeente soms wat sneller kunnen handelen.

Zo hebben wij eerder maatregelen genomen voor energiecompensatie voor inwoners en een regeling ingesteld voor het MKB. In de raadsbrief van januari informeerden wij u over de verschillende maatregelen die we nemen om te voorkomen dat maatschappelijke organisaties hun activiteiten geheel of gedeeltelijk moeten beëindigen vanwege de extreme prijsstijgingen in het afgelopen jaar: 1. Structurele tegemoetkoming voor loon- en prijsstijgingen bij de Voorjaarsnota 2023; 2. Sectorspecifieke tegemoetkoming in de energiekosten voor maatschappelijke organisaties; 3. Noodsteun voor organisaties met acute problemen.

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 februari 2023 10952545

Deze brief gaat over de uitwerking van de tweede maatregel. Sectorspecifieke regelingen voor tegemoetkoming in de energiekosten Het college heeft naar aanleiding van amendement A99 “Energiesteun voor maatschappelijke instellingen” een subsidieregeling ingesteld voor tegemoetkoming in de stijgende energiekosten. Deze regeling houdt rekening met de landelijke Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK). Binnen de kaders van de Aanbestedingswet bieden we maatwerk aan maatschappelijke organisaties waarmee de gemeente een inkooprelatie heeft. Zoals aanbieders van zorg en ondersteuning. Subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties moeten aantonen dat hun energietarieven in de periode 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2023 met minimaal 30% zijn gestegen. Als dat zo is kunnen zij een tegemoetkoming aanvragen voor 75% van de gestegen energiekosten op basis van het jaarverbruik in 2022. We zetten de tegemoetkoming op 75% en niet op 100%. Zo bieden we een belangrijke tegemoetkoming maar blijft er een prikkel voor het nemen van energiebesparende maatregelen. Als maatschappelijke organisaties voldoen aan de voorwaarden voor een TEK-aanvraag dan kunnen ze bij ons een aanvulling op de TEK krijgen. Ze moeten aantonen dat hun energietarieven in de periode 1 januari 2022 tot en met 30 juni 2023 met minimaal 30% zijn gestegen.

Als dat zo is kunnen zij een tegemoetkoming aanvragen voor 45% van de gestegen energiekosten op basis van het jaarverbruik in 2022. Hiermee zijn we aanvullend op de TEK en hoeven we niet te wachten op regelingen van het Rijk. Zo kunnen we aanvragen voor onze subsidieregeling meteen volledig en definitief afhandelen. Met deze subsidieregeling en de TEK blijft er een prikkel voor organisaties om te verduurzamen. Organisaties die de subsidie aanvragen moeten informatie meesturen over het energieverbruik en een overzicht van de maatregelen die ze nemen om kosten te besparen. Bijvoorbeeld dat ze de verwarming een graadje lager zetten. Sportclubs moeten de resultaten van een energiescan inleveren. Het Ministerie van VWS en NOC*NSF hebben voor sportclubs een regeling om de kosten van de energiescan te vergoeden. Voor de subsidieregeling geldt een subsidieplafond van 3,1 miljoen euro. Op basis van de huidige inschatting verwachten we zo’n 150 aanvragen te ontvangen van ongeveer 60 sportorganisaties, 30 culturele instellingen en 60 maatschappelijke organisaties. Denk aan buurtcentra, scouting, broedplaatsen, verzelfstandigde speeltuinen, bibliotheken, stadsboerderijen en andere zorg- en welzijnsorganisaties. We verwachten hen binnen het gestelde subsidieplafond een tegemoetkoming in de energiekosten te kunnen bieden. We hanteren een maximaal bedrag per aanvrager van 150.000 euro.

Zo beperken we het risico dat we boven het plafond uitkomen of dat het beschikbare budget maar naar een paar grote organisaties gaat. Met dit maximale bedrag kunnen we ook grotere organisaties een belangrijke tegemoetkoming bieden. Voor de verdeling gaan we uit van wie eerst komt, wie eerst maalt. Daardoor kunnen we snel overgaan tot toekennen en uitbetalen. Aan uitvoeringskosten verwachten we 200.000 euro.

2/3

Burgemeester en wethouders Datum Ons kenmerk

24 februari 2023 10952545

Regeling Maatschappelijke inkooprelaties Het aanbestedingsrecht biedt mogelijkheden om inkooprelaties tegemoet te komen wanneer er onvoorzienbare omstandigheden zijn. Zoals onverwachte prijsstijgingen van gas, elektriciteit, warmte en brandstof. Deze tegemoetkoming past in de voorwaarden van de Aanbestedingswet zodat een nieuwe aanbestedingsprocedure niet nodig is. We verwachten dat maatschappelijke inkooppartijen een vergoeding zullen aanvragen, daarom reserveren we extra budget voor deze groep. We hebben 1,2 miljoen euro voor tegemoetkoming in de stijgende energietarieven voor maatschappelijke instellingen waar de gemeente een inkooprelatie mee heeft gereserveerd. Daarmee bieden we deze instellingen een belangrijke tegemoetkoming wanneer dat nodig is voor het voortzetten van hun bedrijfsvoering. Ondersteuning verduurzaming maatschappelijke organisaties Naast tegemoetkoming bieden we maatschappelijke organisaties ook ondersteuning aan om verduurzamingsmaatregelen te nemen. Zo kunnen zij terecht bij ons Energieloket voor advies op maat, een subsidieregeling voor gericht verduurzamingsadvies en een subsidieregeling voor het treffen van energiebesparende maatregelen zoals isolatie en vervanging van enkel glas.

Vervolg Zoals aangegeven in deze brief verwachten wij bij de Voorjaarsnota 2023 (in mei 2023) te komen met een voorstel voor de structurele tegemoetkoming voor loon- en prijsstijgingen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester,

3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=9778c4a0-4d3c-47a3-8da8-74d63f5825c5