CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 3 oktober 2023, gemeente Utrecht12.932 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bundel - Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën van 3 oktober 2023 1 2 3

4

4.1 4.2 5

Opening Vaststellen van de agenda van 3 oktober 2023 Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2023 Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Het betreft de jaarlijkse herziening van de Algemene Plaatselijke Verordening, waarbij een aantal (technische) wijzigingen worden gedaan: a) Het lokale, gebiedsgerichte lachgasverbod wordt omgezet naar het landelijke lachgasverbod dat sinds 1 januari jl. van kracht is; b) de toevoegingen van een verbodsbepaling t.a.v. fietsparkeren; en d) behelzen vooral technisch-administratieve wijzigingen zoals het actualiseren of schrappen van verouderde of onjuiste verwijzingen.

Dossier 3392 voorblad Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2023 (juni 2023).docx Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 partiële herziening 2023 (juni 2023) - DROP.docx Toelichting bij Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2023 (juni 2023).docx Overzicht van de wijzigingen APV, was-wordt lijst (juni 2023).docx STVV Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2023.pdf STVV Besluit tot wijziging van de APV Utrecht partiele herziening 2023.pdf STVV Toelichting bij Besluit tot wijziging van de APV partiële herziening 2023.pdf STVV Overzicht van de wijzigingen APV (was-wordt lijst).pdf Raadsvoorstel Tariefdifferentiatie Afvalstoffenheffing Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Financien Indicatieve behandeltijd: 45 minuten Voorgesteld wordt een meer gedifferentieerde benadering van de afvalstoffenheffing toe te passen. Deze aanpassing komt voort uit de aangenomen Motie 360 "Eerlijkere afvalstoffenheffing", waarin de wens is uitgesproken om de tarieven op een rechtvaardigere wijze vast te stellen. Het nieuwe systeem zal werken met vier tariefklassen voor huishoudens - één persoon, twee personen, drie personen en vier of meer personen - met een ingroeiperiode van twee jaar.

Dossier 3539 voorblad Raadsvoorstel Tariefdifferentiatie Afvalstoffenheffing Raadsbrief Eerlijkere afvalstoffenheffing Raadsbrief Eerlijkere afvalstoffenheffing.docx M360 Eerlijkere afvalstoffenheffing M360 Eerlijkere afvalstoffenheffing (PGB 2022).docx Raadsbrief Tegemoetkoming energiekosten maatschappelijke organisaties Wethouder: Schilderman, Beleidsterrein: Financiën Indicatieve behandeltijd: 75 minuten Geagendeerd door: VVD, Volt, UtrechtSolidair, DENK, Stadsbelang Utrecht, PVV, CDA, EenUtrecht, D66 en Syudent en Starter. Doel is bespreking van de aanpak en gebruik van deze eind februari ingestelde subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties. Benieuwd zijn we ook naar de bekendheid van deze regeling onder maatschappelijke organisaties. Dossier 3327 voorblad.pdf Raadsbrief Tegemoetkoming energiekosten maatschappelijke organisaties.pdf

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

3392

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

3 oktober 2023

Agendapunt

3

Titel

Raadsvoorstel Wijziging van de APV Utrecht partiële herziening 2023

ID

3588

Behandelend ambtenaar

Fabienne Wind

Telefoon

0614688333

E-mail

fabienne.wind@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Veiligheid

Portefeuillehouder

Burgemeester Dijksma

Beleidsveld

Openbare Orde en Veiligheid

Referendabel

Ja

Reden niet referendabel Raadsadviseur (lijst)

Raadsadviseur/Cie Veiligheid, Bestuur en Financiën

Behandelvoorstel Resultaat commissiebehandeling Resultaat raadsbehandeling Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsinformatiebijeenkomst

6 juni 2023

Commissie Veiligheid, Bestuur en

3 oktober 2023

Financiën Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Voorgesteld besluit

3 oktober 2023

Voorstel aan de gemeenteraad

Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Fabienne Wind 11039153 volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. Opheffen van het verbod op enkel het bezit van lachgas en omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (schrappen van artikel 2:28a APV en toevoegen van artikel 2:45b APV); b. Opnemen van een verbod om op door het college aangewezen plaatsen i. fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan; ii. ter voorkoming of beëindiging van hinder overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan (artikel 2:32 APV); c. Actualisering van een verwijzing naar het terrassenreglement (artikel 2:9 APV); d. In het artikel Gedragseisen exploitant en beheerder een onjuiste verwijzing te schrappen (artikel 3:5 APV).

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester

Samenvatting De beslispunten betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk Er wordt een artikel inhoudelijk gewijzigd: - Het college wordt de mogelijkheid geboden gebieden aan te wijzen waar zij fietsparkeren kunnen reguleren (punt 1b). Er wordt een artikel geschrapt: - Het artikel voor een verbod op hinderlijk lachgasgebruik wordt geschrapt in verband met het toevoegen van lachgas aan lijst II van de Opiumwet, waardoor het een verboden (soft)drug is en de huidige bepaling, die ook het bezit verbiedt, niet in stand kan blijven (punt 1a). Er worden een artikel toegevoegd: - Een verbod op hinderlijk lachgasgebruik in de gehele gemeente (punt 1a). Redactioneel - Een aantal verwijzingen worden geactualiseerd door naar geldende wet- en regelgeving te verwijzen, (punt 1c). - In een artikel wordt een foutieve verwijzing gecorrigeerd (punt 1d).

Context Aanleiding De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Bij deze aanpassing is rekening gehouden met: - de model APV van de VNG - de 100 ideeën voor de regelgeving - de gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen - de lokale situatie en praktijk. Een nadere toelichting van de aanleiding voor de voorgestelde wijziging ten aanzien van de lachgasbepaling staat in de bijgevoegde raadsbrief. Juridische context Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waaronder ook het wijzigen van verordeningen valt. Beoogd effect Het doel van deze partiële herziening is om weer een actuele APV te hebben: - die aansluit bij de model APV van de VNG en de 100 ideeën voor de regelgeving; - die in lijn is huidige wetgeving (omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik); - die aansluit bij de lokale behoefte (reguleren van geparkeerde fietsen en bromfietsen); - waarin wordt verwezen naar geldende regelgeving. Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Onderstaand overzicht van eerdere besluitvorming of informatievoorziening aan de gemeenteraad is gerangschikt per onderwerp in volgorde van het voorstel.

Omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (punt 1a) 13-12-2022: Schriftelijke vragen (SV 2022, nr. 200) Landelijk verbod lachgas (met antwoord). 01-07-2022: Raadsbrief Nadere beoordeling lachgasverbod. 02-12-2020: Raadsbrief Uitbreiding verbodsgebied lachgas. 05-12-2019: Raadsbrief Antwoorden op vragen lachgas verbodsgebieden. 28-11-2019: Raadsvoorstel Verordening tot wijziging van de APV Utrecht 2010, Gemeente Utrecht, hinderlijk lachgasgebruik (agendapunt 13). 03-10-2019 Raadsbrief Verbodsgebieden lachgas. 2

18-07-2019: Amendement 51 Pak lachgasoverlast aan met gebiedsaanpak. 18-07-2019: Motie 262 Wijs gebieden aan voor aanpak lachgas. 18-07-2019: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2019, Gemeente Utrecht, partiële herziening 2019’ vastgesteld (agendapunt 18). 11-07-2019: Motie 167 Lachgas – lokale problematiek vraagt landelijke aanpak. 11-07-2019: Motie 160 Veilig omgaan met lachgas op evenementen. 21-05-2019: Schriftelijke vragen (SV 2019. Nr. 95) Pak verkoop en vervuiling van lachgas aan! (met antwoord) 01-02-2018: Schriftelijke vragen (SV 2017, nr. 139) Lachgasgebruik is niet zonder risico’s (met antwoord). 19-01-2018:Memo Uitstel beantwoording SV 2017/ nr. 139 (over lachgas). 14-09-2017: Motie 144 Lachgas is niet om te lachen - ingetrokken. 29-06-2017: Motie 94 Zwerfvuil – lachgasampullen helemaal niet grappig. Fietsparkeren (punt 1b) 07-03-2023: Raadsbrief Handhaving fietsparkeren Stationsgebied 16-09-2022: Raadsbesluit module Fietsparkeren

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. Opheffen van het verbod op enkel het bezit van lachgas en omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (schrappen van artikel 2:28a APV en toevoegen van artikel 2:45b APV); b. Opnemen van een verbod om op door het college aangewezen plaatsen i. fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan; ii. ter voorkoming of beëindiging van hinder overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan (artikel 2:32 APV); c. Actualisering van een verwijzing naar het terrassenreglement (artikel 2:9 APV); d. In het artikel Gedragseisen exploitant en beheerder een onjuiste verwijzing te schrappen (artikel 3:5 APV).

Argumenten 1.1

Het omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik voor de gehele gemeente. Met wijzigingen in het lachgasverbod blijft het mogelijk om effectief te handhaven op lachgasgebruik dat overlast en hinder kan veroorzaken. Door het landelijke verbod is lachgas sinds 1 januari 2023 een verboden middel. Lachgas kan nu worden geschaard onder softdrugs en er dient dan ook als zodanig mee om te worden gegaan. Dit betekent dat de huidige APV-bepaling, die ook het bezit van o.a. lachgastanks verbiedt, niet in stand kan blijven. De Opiumwet verbiedt niet het gebruik van lachgas, daarvoor is de APV-bepaling noodzakelijk. De APVbepaling kan het gebruik van lachgas in de openbare ruimte in de gehele gemeente verbieden. Er hoeft niet langer te worden gewerkt met het aanwijzen van gebieden waar het verbod van toepassing is. Met deze wijzigingen blijft het mogelijk voor zowel opsporingsambtenaren, als buitengewoon opsporingsambtenaren, effectief (middels een feitcode) te handhaven op lachgasgebruik dat overlast en hinder kan veroorzaken. Wanneer er geen verbod op hinderlijk lachgasgebruik wordt opgenomen in de APV is handhaven op het gebruik zelf niet mogelijk.

3

1.2

Het toevoegen van de verbodsbepalingen over (brom-)fietsparkeren maakt het toegankelijk houden van de openbare ruimte eenvoudiger. De openbare ruimte moet toegankelijk blijven. Voetgangers en fietsers moeten comfortabel en veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Ook moet in het geval van calamiteit veilig geëvacueerd kunnen worden. Voor locaties waar de stallingscapaciteit op orde is en de druk op de openbare ruimte groot is, is het wenselijk gebruik te kunnen maken van een verbod op het plaatsen van fietsen buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen. De beleidsregel Handhaving fietsparkeren Stationsgebied die het college op 7 maart jl. heeft vastgesteld heeft met deze wijziging een duidelijke grondslag in de APV.

1.3

Door de overige aanpassingen wordt de APV gecorrigeerd, geactualiseerd en verduidelijkt. - In artikel 2:3 moet het omzetten van de lachgasverbodsbepaling worden meegenomen door naar het juiste artikel te verwijzen (schrappen artikel 2:28a en toevoegen artikel 2:45b). - Het opnemen van de ‘beleidsregel terrassen gemeente Utrecht’ sluit aan bij geldende regelgeving, aangezien het Terrassenreglement niet meer van kracht is. - In artikel 3:5 staat een onjuiste verwijzing naar ‘onderdeel a’.

Financiën Punt 1b: fietsparkeren. Binnen het programma Bereikbaarheid onderdeel parkeerexploitatie worden de communicatiekosten en de kosten om bebording aan te brengen gedekt. Het handhaven in het Stationsgebied zal niet leiden tot extra handhavingsinzet en wordt vooralsnog gedekt binnen het huidig handhavingsbudget binnen de parkeerexploitatie. De monitoring en evaluatie van de effecten van de aanpak in het stationsgebied moet uitwijzen in welke mate en op welke termijn dit nodig is en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Mocht uitbreiding van de handhavingscapaciteit noodzakelijk zijn, dan wordt een voorstel gedaan in het MPB 2024. De wijzigingen genoemd onder punten 1a, 1c en 1d hebben geen financiële gevolgen.

Vervolg Algemeen Na vaststelling wordt het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2010’ op www.overheid.nl bekend gemaakt. Daarbij hoort ook een aan de wijzigingen aangepaste toelichting. De wijzigingen worden geconsolideerd verwerkt (opgenomen in de APV). Na de officiële bekendmaking op www.overheid.nl passen we Utrechtse webpagina www.utrecht.nl/apv aan.

Communicatie Zie ook ‘Algemeen’ onder het kopje ‘Vervolg’.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlage besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023. Bijlagen informatief: - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2023.

4

Besluit tot wijziging van de

Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023

De raad van de gemeente Utrecht;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 mei 2023, kenmerk 11039153; Gelet op artikel 149 en artikel 108 tweede lid Gemeentewet;

Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen:

Artikel I A. In de tekst bij artikel 2:3, derde lid, onder a komt te vervallen “2:28a” en na 2:45a toe te voegen “, 2:45b”.

B.

In artikel 2:9, vierde lid, wordt “terrassenreglement” gewijzigd in “beleidsregel terrassen gemeente Utrecht”.

C. Artikel 2:28a komt te vervallen.

D. Artikel 2:32, tweede lid, komt te luiden: ‘Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.’

E.

Artikel 2:32, derde lid, komt te luiden: ‘Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan.’

F.

Artikel 2:45b komt te luiden: Artikel 2:45b Verbod op hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar te

gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

G. In de tekst bij artikel 3:5, derde lid, onder a wordt de verwijzing naar artikel 76, “derde lid, onder a,” van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gewijzigd in artikel 76, “tweede lid, onder c”.

Artikel II Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

De griffier, Merel van Hall

Bijlage: Toelichting bij ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 Artikelsgewijze toelichting Waar in een bestaande toelichting op een artikel van de APV inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht naar aanleiding van dit besluit, zijn deze wijzigingen weergegeven in het rood. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel A (Verblijfsontzegging, artikel 2:3) - Artikel I, onderdeel D en E (Neerzetten van fietsen e.d., artikel 2:32) - Artikel I, onderdeel F (Verbod op hinderlijk lachgasgebruik, artikel 2:45b) Het schrappen van een artikel van de APV maakt de toelichting bij het artikel overbodig. De toelichting komt te vervallen. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel C (Hinderlijk lachgasgebruik, artikel 2:28a).

Artikel I, onderdeel A Artikel 2:3 creëert een bevoegdheid voor de burgemeester om gebieden aan te wijzen waar verblijfsontzeggingen kunnen worden opgelegd aan personen die de openbare orde verstoren. Een verblijfsontzegging is een verbod om zich gedurende een bepaalde periode in een aangewezen gebied te bevinden (artikel 1:1, onder m. APV). Voorwaarde voor de aanwijzing van een gebied is de mate van ordeverstoringen die in dat gebied plaatsvinden. Alleen bij ernstige ordeproblemen kan van het artikel gebruik worden gemaakt. Deze verstoringen kunnen zowel van structurele als van incidentele aard zijn. Bij incidentele ordeverstoringen zal de gebiedsaanwijzing veelal van tijdelijke aard zijn. Een verblijfsontzegging is een bestuurlijke maatregel en geen (strafrechtelijke) sanctie. De algemene motivering voor de hantering van dit instrument is, dat in gebieden waarin de handhaving van de openbare orde onder druk staat het gerechtvaardigd is personen die daarop een inbreuk plegen tijdelijk uit het gebied te verwijderen. De maatregel is dus een instrument ter handhaving van de openbare orde. Alleen aan personen die zich in het aangewezen gebied schuldig maken aan bepaalde ordeverstoringen die in het derde lid, onder a. tot en met e. zijn opgesomd kan een verblijfsontzegging opgelegd worden. Deze opsomming is limitatief. De onder a.

genoemde artikelen uit de APV betreffen: 2:1 Bevel van de politie zijn weg te vervolgen of zich te verwijderen. 2:2 Verstoring van de openbare orde e.d. 2:22a Spelen om geld op de weg. 2:27 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen. 2:28 Hinderlijk drankgebruik. 2:29 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen.

2:45 Handel in verdovende middelen 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebruik 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik 3:3 Straatprostitutie (eerste, tweede en negende lid) In de verblijfsontzegging dient een termijn te worden opgenomen. Het zou de bewegingsvrijheid van burgers te zeer beperken, indien een verblijfsontzegging voor onbepaalde tijd wordt opgelegd. De ernst van de inbreuk op de openbare orde zal van invloed zijn op de lengte van de termijn. In het derde lid wordt de verwijzing naar andere artikelen in de APV op grond waarvan een verblijfsontzegging kan worden opgelegd gecompleteerd. Het vijfde lid verleent de burgemeester de bevoegdheid de verblijfsontzegging naar tijd en plaats te beperken, indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven. Als voorbeeld kan hierbij gedacht worden aan het reizen per openbaar vervoer door het gebied, indien er voor de betrokkene geen andere reële mogelijkheid bestaat om zijn werk te bereiken, noodzakelijk ziekenhuisbezoek af te leggen e.d. Het zesde lid verbiedt overtreding van de verblijfsontzegging. Op overtreding staat een strafrechtelijke sanctie. Dit kan artikel 184 Wetboek van Strafrecht zijn. Indien niet aan de delictsomschrijving van dit artikel wordt voldaan is strafbaarstelling op grond van de APV mogelijk.

Het derde lid van artikel 2:3 Apv bepaalt op welke gronden een verblijfsontzegging kan worden opgelegd. Nadat een gebied is aangewezen, kan een ondertekeningsmandaat met daaraan verbonden instructies worden verleend. In die instructies kan worden bepaald dat op grond van (een aantal van) de in het derde lid genoemde gronden een verblijfsontzegging wordt opgelegd conform een standaardmodel verblijfsontzegging. Verblijfsontzeggingen op deze gronden kunnen in beginsel door een mandans ondertekend worden, mits hierbij geheel volgens de instructies van de burgemeester gewerkt wordt. (Het gaat hier om een zgn. gebonden bevoegdheid). Uiteraard moet in de instructies aangegeven zijn voor welke termijn de verblijfsontzegging wordt opgelegd. Voor verblijfsontzeggingen geldt immers dat er uitsluitend sprake kan zijn van een ondertekeningsmandaat en niet van een beslissingsmandaat. Indien een verblijfsontzegging wordt opgelegd op basis van de overige gronden zal de burgemeester zelf het besluit moeten nemen.

Artikel I, onderdeel D en E Artikel 2:32 Neerzetten van fietsen e.d. Het plaatsen van voertuigen is op verschillende plaatsen geregeld, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van diefstal of verkeersbelangen. In dit artikel gaat het om de voorkoming van overlast en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voetgangers en fietsers moeten comfortabel en veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Het neerzetten van fietsen en bromfietsen op plaatsen waar deze voertuigen hinder of schade kunnen veroorzaken, geeft vaak aanleiding tot klachten. Artikel 2:32 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden. Met dit artikel werken we het eerder door de raad vastgestelde beleid rondom fietsparkeren (de module fietsparkeren van de parkeervisie) uit. Het college kan middels een aanwijzingsbesluit plaats en termijn bepalen voor het stallen van fietsen en bromfietsen. Op locaties waar de stallingscapaciteit voldoende is en de druk op de openbare ruimte groot is, kan terughoudend gebruik worden gemaakt van dit artikel. Daarbij wordt rekening gehouden met de werkelijke beschikbare stallingscapaciteit. Dat

betekent dat er gedifferentieerder, effectiever en sneller kan worden ingespeeld op behoefte en noodzaak van type handhaving. Artikel I, onderdeel F Artikel 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik Dit artikel bevat een verbod op het gebruik van de softdrug lachgas (lijst II van de Opiumwet), het treffen van voorbereidingen voor dat gebruik en het bezit van voorwerpen en stoffen die als hulpmiddel kunnen dienen bij het gebruik van lachgas in de openbare ruimte en in voor het publiek toegankelijke gebouwen. De Opiumwet verbiedt het gebruik van lachgas niet. Het gebruik van lachgas gaat gepaard met veel overlast en hinder (o.a. door ongeremd gedrag van de gebruiker) in de openbare ruimte. Ook veroorzaakt lachgasgebruik vervuiling en verloedering (o.a. door het achterlaten van ampullen, ballonnen, e.d.) van de openbare ruimte. Het verbod heeft als doel aantasting van de openbare orde tegen te gaan. Dit is een ander doel dan de Opiumwet, waarmee het belang van de volksgezondheid wordt beschermd.

Artikel I, onderdeel C Artikel 2:28a Hinderlijk lachgasgebruik Toelichting vervalt.

Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2023

Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Bij nieuwe artikelen is alleen de kolom ‘Nieuwe tekst’ ingevuld. Bij artikelen die vervallen is alleen de kolom ‘Bestaande tekst’ ingevuld. Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen (de stippeltjes geven aan dat er meer artikelleden zijn die niet gewijzigd worden). Bestaande tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzeggingen ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2.28a, 2:29, 2:45, 2:45a en 3:17 van deze verordening; …………….

Nieuwe tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzeggingen ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2.28a, 2:29, 2:45, 2:45a, 2:45b en 3:17 van deze verordening; …………….

Bestaande tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de

Nieuwe tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de

Verordening horeca gemeente Utrecht en het daarbij behorende Terrassenreglement, of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO) .…………….

Verordening horeca gemeente Utrecht en het daarbij behorende beleidsregel terrassen gemeente Utrecht of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO) …………….

Bestaande tekst Artikel 2:28a Hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water, dat deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lachgas bedoeld of bestemd voor recreatief gebruik - te gebruiken of tanks, ampullen en dergelijke met dat lachgas bij zich te hebben.

Nieuwe tekst

Bestaande tekst Artikel 2:32 Parkeren van fietsen en bromfietsen …………….. 2. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, zonder wezenlijke tijdsonderbreking te parkeren op of aan een openbare plaats dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen in door het college aangewezen gebieden en langer dan een door het college te bepalen periode.

Nieuwe tekst Artikel 2:32 Parkeren van fietsen en bromfietsen ……………. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder …………….. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom € 375,00 of minder bedraagt; ……………..

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder …………….. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, onder c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom € 375,00 of minder bedraagt; ……………..

Voorstel aan de gemeenteraad

Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 Beleidsveld Organisatieonderdeel Opsteller Kenmerk Vergaderdatum Raad Referendabel Geheim

Openbare Orde en Veiligheid Openbare Orde en Veiligheid Fabienne Wind 11039153 volgt Ja Nee

Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten: 1. De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. Opheffen van het verbod op enkel het bezit van lachgas en omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (schrappen van artikel 2:28a APV en toevoegen van artikel 2:45b APV); b. Opnemen van een verbod om op door het college aangewezen plaatsen i. fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan; ii. ter voorkoming of beëindiging van hinder overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan (artikel 2:32 APV); c. Toevoeging van een verbod op openlijk harddrugsgebruik (artikel 2:45a APV); d.c. Actualisering van een verwijzing naar het terrassenreglement (artikel 2:9 APV); e.d. In het artikel Gedragseisen exploitant en beheerder een onjuiste verwijzing te schrappen (artikel 3:5 APV).

Burgemeester en wethouders van Utrecht,

de secretaris,

de burgemeester

Samenvatting De beslispunten betreffen inhoudelijke en redactionele wijzigingen. Inhoudelijk Er wordt een artikel inhoudelijk gewijzigd: - Het college wordt de mogelijkheid geboden gebieden aan te wijzen waar zij fietsparkeren kunnen reguleren (punt 1b). Er wordt een artikel geschrapt: - Het artikel voor een verbod op hinderlijk lachgasgebruik wordt geschrapt in verband met het toevoegen van lachgas aan lijst II van de Opiumwet, waardoor het een verboden (soft)drug is en de huidige bepaling, die ook het bezit verbiedt, niet in stand kan blijven (punt 1a). Er worden twee artikeleneen artikel toegevoegd: - Een verbod op hinderlijk lachgasgebruik in de gehele gemeente (punt 1a). - Een verbod op openlijk harddrugsgebruik ten behoeve van de zorgaanpak (punt 1c). Redactioneel - Een aantal verwijzingen worden geactualiseerd door naar geldende wet- en regelgeving te verwijzen, (punt 1e1c). - In een artikel wordt een foutieve verwijzing gecorrigeerd (punt 1d).

Context Aanleiding De Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 moet op onderdelen geactualiseerd en gewijzigd worden in verband met ontwikkelingen en regulier onderhoud. Bij deze aanpassing is rekening gehouden met: - de model APV van de VNG - de 100 ideeën voor de regelgeving - de gewijzigde regelgeving en ontwikkelingen - de lokale situatie en praktijk. Een nadere toelichting van de aanleiding pervoor de voorgestelde wijziging ten aanzien van de lachgasbepaling staat in de bijgevoegde raadsbrief. Juridische context Op grond van artikel 149 van de Gemeentewet is de raad bevoegd om verordeningen vast te stellen, waaronder ook het wijzigen van verordeningen valt. Beoogd effect Het doel van deze partiële herziening is om weer een actuele APV te hebben: - die aansluit bij de model APV van de VNG en de 100 ideeën voor de regelgeving; - die in lijn is huidige wetgeving (omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik); - die aansluit bij de noodzaak om kwetsbare harddrugsgebruikers naar opvang en zorg toe te geleiden en waarmee kan worden opgetreden tegen groeiende en aanhoudende overlast die ondernemers, omwonenden en studenten ervaren (verbod op openlijk harddrugsgebruik); - die aansluit bij de lokale behoefte (reguleren van geparkeerde fietsen en bromfietsen); - waarin wordt verwezen naar geldende regelgeving.

Eerdere besluitvorming en informatievoorziening aan de raad Onderstaand overzicht van eerdere besluitvorming of informatievoorziening aan de gemeenteraad is gerangschikt per onderwerp in volgorde van het voorstel. Omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (punt 1a) 13-12-2022: Schriftelijke vragen (SV 2022, nr. 200) Landelijk verbod lachgas (met antwoord). 01-07-2022: Raadsbrief Nadere beoordeling lachgasverbod. 02-12-2020: Raadsbrief Uitbreiding verbodsgebied lachgas. 2

05-12-2019: Raadsbrief Antwoorden op vragen lachgas verbodsgebieden. 28-11-2019: Raadsvoorstel Verordening tot wijziging van de APV Utrecht 2010, Gemeente Utrecht, hinderlijk lachgasgebruik (agendapunt 13). 03-10-2019: Raadsbrief Verbodsgebieden lachgas. 18-07-2019: Amendement 51 Pak lachgasoverlast aan met gebiedsaanpak. 18-07-2019: Motie 262 Wijs gebieden aan voor aanpak lachgas. 18-07-2019: Verordening tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2019, Gemeente Utrecht, partiële herziening 2019’ vastgesteld (agendapunt 18). 11-07-2019: Motie 167 Lachgas – lokale problematiek vraagt landelijke aanpak. 11-07-2019: Motie 160 Veilig omgaan met lachgas op evenementen. 21-05-2019: Schriftelijke vragen (SV 2019. Nr. 95) Pak verkoop en vervuiling van lachgas aan! (met antwoord) 01-02-2018: Schriftelijke vragen (SV 2017, nr. 139) Lachgasgebruik is niet zonder risico’s (met antwoord). 19-01-2018:Memo Uitstel beantwoording SV 2017/ nr. 139 (over lachgas). 14-09-2017: Motie 144 Lachgas is niet om te lachen - ingetrokken. 29-06-2017: Motie 94 Zwerfvuil – lachgasampullen helemaal niet grappig. Fietsparkeren (punt 1b) 07-03-2023: Raadsbrief Handhaving fietsparkeren Stationsgebied 16-09-2022: Raadsbesluit module Fietsparkeren

Beslispunten, Argumenten en Kanttekeningen/Risico’s Beslispunt 1

De wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 20222023 vast te stellen, met de volgende wijzigingen: a. Opheffen van het verbod op enkel het bezit van lachgas en omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik in aangewezen gebieden naar de gehele gemeente (schrappen van artikel 2:28a APV en toevoegen van artikel 2:45b APV); b. Opnemen van een verbod om op door het college aangewezen plaatsen i. fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan; ii. ter voorkoming of beëindiging van hinder overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan (artikel 2:32 APV); c. Toevoeging van een verbod op openlijk harddrugsgebruik (artikel 2:45a APV); d.c. Actualisering van een verwijzing naar het terrassenreglement (artikel 2:9 APV); e.d. In het artikel Gedragseisen exploitant en beheerder een onjuiste verwijzing te schrappen (artikel 3:5 APV).

Argumenten 1.1

Het omzetten van het verbod op hinderlijk lachgasgebruik voor de gehele gemeente. Met wijzigingen in het lachgasverbod blijft het mogelijk om effectief te handhaven op lachgasgebruik dat overlast en hinder kan veroorzaken. Door het landelijke verbod is lachgas sinds 1 januari 2023 een verboden middel. Lachgas kan nu worden geschaard onder softdrugs en er dient dan ook als zodanig mee om te worden gegaan. Dit betekent dat de huidige APV-bepaling, die ook het bezit van o.a. lachgastanks verbiedt, niet in stand kan blijven. De Opiumwet verbiedt niet het gebruik van lachgas, daarvoor is de APV-bepaling noodzakelijk. De APVbepaling kan het gebruik van lachgas in de openbare ruimte in de gehele gemeente

3

verbieden. Er hoeft niet langer te worden gewerkt met het aanwijzen van gebieden waar het verbod van toepassing is. Met deze wijzigingen blijft het mogelijk voor zowel opsporingsambtenaren, als buitengewoon opsporingsambtenaren, effectief (middels een feitcode) te handhaven op lachgasgebruik dat overlast en hinder kan veroorzaken. Wanneer er geen verbod op hinderlijk lachgasgebruik wordt opgenomen in de APV is handhaven op het gebruik zelf niet mogelijk. 1.2

Het toevoegen van de verbodsbepalingen over (brom-)fietsparkeren maakt het toegankelijk houden van de openbare ruimte eenvoudiger. De openbare ruimte moet toegankelijk blijven. Voetgangers en fietsers moeten comfortabel en veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Ook moet in het geval van calamiteit veilig geëvacueerd kunnen worden. Voor locaties waar de stallingscapaciteit op orde is en de druk op de openbare ruimte groot is, is het wenselijk gebruik te kunnen maken van een verbod op het plaatsen van fietsen buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen. De beleidsregel Handhaving fietsparkeren Stationsgebied die het college op 7 maart jl. heeft vastgesteld heeft met deze wijziging een duidelijke grondslag in de APV.

1.3

Een verbod op openlijk harddrugsgebruik biedt bescherming voor de kwetsbare harddrugsgebruikers. Er is sprake van een toenemend aantal kwetsbare harddrugsgebruikers, die met de huidige intensieve zorgaanpak onvoldoende worden bereikt. Zorginstellingen pleiten voor een verbod op openlijk harddrugsgebruik, zodat deze doelgroep beter naar zorg en opvang kan worden begeleid. Een verbod op het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte moet ertoe leiden dat kwetsbare harddrugsgebruikers zich verplaatsen naar de daarvoor bestemde binnen locaties bij maatschappelijke instellingen. Het verbod is daarmee onderdeel van een bredere aanpak vanuit zorg en veiligheid voor verslaafde harddrugsgebruikers.

1.4.

Een verbod op openlijk harddrugsgebruik maakt Utrecht minder aantrekkelijk voor kwetsbare harddrugsgebruikers en dealers. Er zijn grote groepen harddrugsgebruikers op meerdere locaties in de stad, die veel overlast veroorzaken. Er zijn zorgen over de leefbaarheid van de omgeving en de gezondheid van de kwetsbare harddrugsgebruikers. Grotere groepen harddrugsgebruikers trekken ook meer (andere) dealers aan. Deze situatie kan het nog lastiger maken kwetsbare en verslaafde harddrugsgebruikers naar zorginstellingen toe te geleiden. Een verbod op openlijk harddrugsgebruik kan ook een preventieve werking hebben, doordat kwetsbare harddrugsgebruikers beter worden beschermd en het aantal dealers en harddrugsgebruikers van buiten de stad wordt verminderd. Het merendeel van de Nederlandse gemeenten kent namelijk wel een verbod op openlijk (hard)drugsgebruik.

1.5

Het verbod op openlijk harddrugsgebruik gaat ernstige aantasting van de openbare orde tegen De overlast van kwetsbare harddrugsgebruikers in de openbare ruimte is toegenomen. Er is sprake van hardnekkige overlast door een alsmaar groeiende groep harddrugsgebruikers. Met dit verbod wordt de roep van omwonenden, ondernemers en studentenverenigingen gehoord. Het verbod kan de overlast voor de omwonenden, ondernemers, studenten en passanten verminderen, doordat (buitengewoon) opsporingsambtenaren kunnen handhaven op harddrugsgebruik. Om te voorkomen dat de problematiek zich verplaatst naar elders in de stad moet het verbod voor de gehele gemeente gelden.

1.63

Door de overige aanpassingen wordt de APV gecorrigeerd, geactualiseerd en verduidelijkt.

4

-

-

In artikel 2:3 moet het omzetten van de lachgasverbodsbepaling worden meegenomen door naar het juiste artikel te verwijzen (schrappen artikel 2:28a en toevoegen artikel 2:45b). Aan artikel 2:3 moet worden toegevoegd het artikel op openlijk harddrugsgebruik (artikel 2:45a). Het opnemen van de ‘beleidsregel terrassen gemeente Utrecht’ sluit aan bij geldende regelgeving, aangezien het Terrassenreglement niet meer van kracht is. In artikel 3:5 staat een onjuiste verwijzing naar ‘onderdeel a’.

Kanttekeningen 1.1

Het verbod op openlijk harddrugsgebruik kan indruisen tegen het lokale progressieve drugsbeleid. De verbodsbepalingen zijn echter gericht op het kunnen optreden tegen overlast ten gevolge van drugsgebruik.

Financiën Punt 1b: fietsparkeren. Binnen het programma Bereikbaarheid onderdeel parkeerexploitatie worden de communicatiekosten en de kosten om bebording aan te brengen gedekt. Het handhaven in het Stationsgebied zal niet leiden tot extra handhavingsinzet en wordt vooralsnog gedekt binnen het huidig handhavingsbudget binnen de parkeerexploitatie. De monitoring en evaluatie van de effecten van de aanpak in het stationsgebied moet uitwijzen in welke mate en op welke termijn dit nodig is en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Mocht uitbreiding van de handhavingscapaciteit noodzakelijk zijn, dan wordt een voorstel gedaan in het MPB 2024. Punt 1c: toevoegen van een verbod op openlijk harddrugsgebruik. Handhaving van dit verbod kan uit bestaande financiële middelen worden bekostigd. Punt 1d: actualiseren van de verwijzing naar geldende regelgeving over terrassen. Punt 1a: schrappen en toevoegen van de lachgasverbodsbepaling. De wijzigingen genoemd onder punten 1a, 1bc en 1d hebben geen financiële gevolgen.

Vervolg Algemeen Na vaststelling wordt het ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2010’ op www.overheid.nl bekend gemaakt. Daarbij hoort ook een aan de wijzigingen aangepaste toelichting. De wijzigingen worden geconsolideerd verwerkt (opgenomen in de APV). Na de officiële bekendmaking op www.overheid.nl passen we Utrechtse webpagina www.utrecht.nl/apv aan.

Communicatie Zie ook ‘Algemeen’ onder het kopje ‘Vervolg’.

(Niet)Referendabel De Verordening raadgevend referendum gemeente Utrecht is van toepassing.

Bijlagen Bijlage besluitvorming: - Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023. Bijlagen informatief: - Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2023.

5

Besluit tot wijziging van de

Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023

De raad van de gemeente Utrecht;

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 mei 2023, kenmerk 11039153; Gelet op artikel 149 en artikel 108 tweede lid Gemeentewet; Besluit de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 als volgt te wijzigen:

Artikel I A. In de tekst bij artikel 2:3, derde lid, onder a komt te vervallen “2:28a” en na 2:4545a toe te voegen “2:45a, “, 2:45b en”.

B.

In artikel 2:9, vierde lid, wordt “terrassenreglement” gewijzigd in “beleidsregel terrassen gemeente Utrecht”.

C. Artikel 2:28a komt te vervallen.

D. Artikel 2:32, tweede lid, komt te luiden: ‘Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan.’

E.

Artikel 2:32, derde lid, komt te luiden: ‘Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan.’

F.

Artikel 2:45a komt te luiden: Artikel 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebuik Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw harddrugs of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

G.F. Artikel 2:45b komt te luiden: Artikel 2:45b Verbod op hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar te

gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te treffen of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. H.G.

In de tekst bij artikel 3:5, derde lid, onder a wordt de verwijzing naar artikel 76, “derde lid,

onder a,” van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gewijzigd in artikel 76, “tweede lid, onder c”.

Artikel II Dit besluit treedt in werking vijf weken na bekendmaking in het gemeenteblad.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van <datum>

De burgemeester, Sharon A.M. Dijksma

De griffier, Merel van Hall

Bijlage: Toelichting bij ‘Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010, partiële herziening 2023 Artikelsgewijze toelichting Waar in een bestaande toelichting op een artikel van de APV inhoudelijke wijzigingen zijn aangebracht naar aanleiding van dit besluit, zijn deze wijzigingen weergegeven in het rood. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel A (Verblijfsontzegging, artikel 2:3) - Artikel I, onderdeel D en E (Neerzetten van fietsen e.d., artikel 2:32) - Artikel I, onderdeel F (Verbod openlijk harddrugsgebruik, artikel 2:45a) - Artikel I, onderdeel G (Verbod op hinderlijk lachgasgebruik, artikel 2:45b) Het schrappen van een artikel van de APV maakt de toelichting bij het artikel overbodig. De toelichting komt te vervallen. Dit is het geval bij de artikelsgewijze toelichting op: - Artikel I, onderdeel C (Hinderlijk lachgasgebruik, artikel 2:28a).

Artikel I, onderdeel A Artikel 2:3 creëert een bevoegdheid voor de burgemeester om gebieden aan te wijzen waar verblijfsontzeggingen kunnen worden opgelegd aan personen die de openbare orde verstoren. Een verblijfsontzegging is een verbod om zich gedurende een bepaalde periode in een aangewezen gebied te bevinden (artikel 1:1, onder m. APV). Voorwaarde voor de aanwijzing van een gebied is de mate van ordeverstoringen die in dat gebied plaatsvinden. Alleen bij ernstige ordeproblemen kan van het artikel gebruik worden gemaakt. Deze verstoringen kunnen zowel van structurele als van incidentele aard zijn. Bij incidentele ordeverstoringen zal de gebiedsaanwijzing veelal van tijdelijke aard zijn. Een verblijfsontzegging is een bestuurlijke maatregel en geen (strafrechtelijke) sanctie. De algemene motivering voor de hantering van dit instrument is, dat in gebieden waarin de handhaving van de openbare orde onder druk staat het gerechtvaardigd is personen die daarop een inbreuk plegen tijdelijk uit het gebied te verwijderen. De maatregel is dus een instrument ter handhaving van de openbare orde. Alleen aan personen die zich in het aangewezen gebied schuldig maken aan bepaalde ordeverstoringen die in het derde lid, onder a. tot en met e. zijn opgesomd kan een verblijfsontzegging opgelegd worden. Deze opsomming is limitatief. De onder a.

genoemde artikelen uit de APV betreffen: 2:1 Bevel van de politie zijn weg te vervolgen of zich te verwijderen. 2:2 Verstoring van de openbare orde e.d. 2:22a Spelen om geld op de weg. 2:27 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen. 2:28 Hinderlijk drankgebruik.

2:29 Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen. 2:45 Handel in verdovende middelen 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebruik 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik 3:3 Straatprostitutie (eerste, tweede en negende lid) In de verblijfsontzegging dient een termijn te worden opgenomen. Het zou de bewegingsvrijheid van burgers te zeer beperken, indien een verblijfsontzegging voor onbepaalde tijd wordt opgelegd. De ernst van de inbreuk op de openbare orde zal van invloed zijn op de lengte van de termijn. In het derde lid wordt de verwijzing naar andere artikelen in de APV op grond waarvan een verblijfsontzegging kan worden opgelegd gecompleteerd. Het vijfde lid verleent de burgemeester de bevoegdheid de verblijfsontzegging naar tijd en plaats te beperken, indien de belanghebbende een aantoonbaar belang heeft om zich binnen het aangewezen gebied te begeven. Als voorbeeld kan hierbij gedacht worden aan het reizen per openbaar vervoer door het gebied, indien er voor de betrokkene geen andere reële mogelijkheid bestaat om zijn werk te bereiken, noodzakelijk ziekenhuisbezoek af te leggen e.d. Het zesde lid verbiedt overtreding van de verblijfsontzegging. Op overtreding staat een strafrechtelijke sanctie. Dit kan artikel 184 Wetboek van Strafrecht zijn. Indien niet aan de delictsomschrijving van dit artikel wordt voldaan is strafbaarstelling op grond van de APV mogelijk.

Het derde lid van artikel 2:3 Apv bepaalt op welke gronden een verblijfsontzegging kan worden opgelegd. Nadat een gebied is aangewezen, kan een ondertekeningsmandaat met daaraan verbonden instructies worden verleend. In die instructies kan worden bepaald dat op grond van (een aantal van) de in het derde lid genoemde gronden een verblijfsontzegging wordt opgelegd conform een standaardmodel verblijfsontzegging. Verblijfsontzeggingen op deze gronden kunnen in beginsel door een mandans ondertekend worden, mits hierbij geheel volgens de instructies van de burgemeester gewerkt wordt. (Het gaat hier om een zgn. gebonden bevoegdheid). Uiteraard moet in de instructies aangegeven zijn voor welke termijn de verblijfsontzegging wordt opgelegd. Voor verblijfsontzeggingen geldt immers dat er uitsluitend sprake kan zijn van een ondertekeningsmandaat en niet van een beslissingsmandaat. Indien een verblijfsontzegging wordt opgelegd op basis van de overige gronden zal de burgemeester zelf het besluit moeten nemen.

Artikel I, onderdeel D en E Artikel 2:32 Neerzetten van fietsen e.d. Het plaatsen van voertuigen is op verschillende plaatsen geregeld, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van diefstal of verkeersbelangen. In dit artikel gaat het om de voorkoming van overlast en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voetgangers en fietsers moeten comfortabel en veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Het neerzetten van fietsen en bromfietsen op plaatsen waar deze voertuigen hinder of schade kunnen veroorzaken, geeft vaak aanleiding tot klachten. Artikel 2:32 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden. Met dit artikel werken we het eerder door de raad vastgestelde beleid rondom fietsparkeren (de module fietsparkeren van de parkeervisie) uit. Het college kan middels een aanwijzingsbesluit plaats en termijn bepalen voor het stallen van fietsen en bromfietsen. Op locaties waar de stallingscapaciteit voldoende is en de druk op de openbare ruimte groot is, kan terughoudend gebruik worden gemaakt

van dit artikel. Daarbij wordt rekening gehouden met de werkelijke beschikbare stallingscapaciteit. Dat betekent dat er gedifferentieerder, effectiever en sneller kan worden ingespeeld op behoefte en noodzaak van type handhaving. Artikel I, onderdeel F Artikel 2:45a Verbod openlijk harddrugsgebruik Dit artikel bevat een verbod op het gebruik van harddrugs (lijst I van de Opiumwet), het treffen van voorbereidingen voor dat gebruik en het bezit van voorwerpen en stoffen die als hulpmiddel kunnen dienen bij het gebruik van harddrugs in de openbare ruimte en in voor het publiek toegankelijke gebouwen. Het verbod heeft als doel de openbare orde te beschermen door het tegengaan van overlast en hinder die met het gebruik van harddrugs op voor publiek toegankelijke plaatsen gepaard gaan. Dit is een ander doel dan de Opiumwet, waarmee het belang van de volksgezondheid wordt beschermd. Overigens verbiedt de Opiumwet het openlijk gebruik van harddrugs als zodanig niet. Een verbod op openlijk harddrugsgebruik is noodzakelijk, omdat de overlast als gevolg van openlijk harddrugsgebruik ernstig is toegenomen. De groep van kwetsbare harddrugsgebruikers is gegroeid en andere aanpakken om deze overlast tegen te gaan hebben niet het beoogde effect gehad.

Zonder openlijk harddrugsverbod blijft het voor grote groepen gebruikers, ondanks het ruime zorgaanbod, aantrekkelijk om in de openbare ruimte harddrugs te gebruiken. Om kwetsbare harddrugsgebruikers meer naar opvang en zorg toe te geleiden is een verbod op openlijk harddrugsgebruik noodzakelijk. Het verbod kan ervoor zorgen dat kwetsbare harddrugsgebruikers bij daartoe aangewezen maatschappelijke instellingen binnen harddrugs gebruiken en de nodige zorg en begeleiding krijgen. Met dit verbod wordt aantasting van de openbare orde tegengegaan. Het overlastgevende harddrugsgebruik brengt sterke gevoelens van onbehagen en onveiligheid met zich mee en gaat vaak gepaard met criminaliteit. Zo hebben de plekken waar openlijk harddrugs worden gebruikt een aanzuigende werking op dealers, andere drugsgebruikers, verslaafden en kwetsbare personen. Vervuiling en verloedering liggen op de loer. Vanwege de ernst van de aantasting van de openbare orde waarmee openlijk harddrugsgebruik gepaard gaat en het risico op een waterbedeffect, geldt het verbod voor de gehele gemeente. Handhaving zal vooral worden ingezet op plaatsen waar structureel overlast wordt ervaren van openlijk harddrugs gebruik.

Bij de handhaving wordt oog gehouden voor de zorg voor drugsverslaafden en worden zij zoveel mogelijk gewezen op de mogelijkheid om bij daartoe aangewezen maatschappelijke instellingen binnen drugs te gebruiken.

Artikel I, onderdeel FG Artikel 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik Dit artikel bevat een verbod op het gebruik van de softdrug lachgas (lijst II van de Opiumwet), het treffen van voorbereidingen voor dat gebruik en het bezit van voorwerpen en stoffen die als hulpmiddel kunnen dienen bij het gebruik van lachgas in de openbare ruimte en in voor het publiek toegankelijke gebouwen. De Opiumwet verbiedt het gebruik van lachgas niet. Het gebruik van lachgas gaat gepaard met veel overlast en hinder (o.a. door ongeremd gedrag van de gebruiker) in de openbare ruimte. Ook veroorzaakt lachgasgebruik vervuiling en verloedering (o.a. door het achterlaten van ampullen, ballonnen, e.d.) van de openbare ruimte. Het verbod heeft als doel aantasting van de openbare orde tegen te gaan. Dit is een ander doel dan de Opiumwet, waarmee het belang van de volksgezondheid wordt beschermd.

Artikel I, onderdeel C

Artikel 2:28a Hinderlijk lachgasgebruik Toelichting vervalt.

Bijlage: Overzicht van de wijzigingen in de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 na partiële herziening 2023 Onderstaand de teksten van de artikelen die inhoudelijk wijzigen. De wijzigingen zijn cursief aangegeven in de bestaande tekst en onderstreept in de nieuwe tekst. Bij nieuwe artikelen is alleen de kolom ‘Nieuwe tekst’ ingevuld. Bij artikelen die vervallen is alleen de kolom ‘Bestaande tekst’ ingevuld. Daar waar de wijzigingen artikelleden betreft, zijn alleen de betreffende artikelleden opgenomen (de stippeltjes geven aan dat er meer artikelleden zijn die niet gewijzigd worden). Bestaande tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzeggingen ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2.28a, 2:29, 2:45, 2.45 artikel en 3:17 van deze verordening; …………….

Nieuwe tekst Artikel 2:3 Verblijfsontzeggingen ……………. 3. De burgemeester kan een verblijfsontzegging opleggen aan personen die in het aangewezen gebied de openbare orde verstoren door: a. handelen in strijd met het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:2, 2:22a, 2:27, eerste lid onder b, 2:28, 2.28a, 2:29, 2:45, 2:45a, 2:45b en 3:17 van deze verordening; …………….

Bestaande tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de

Nieuwe tekst Artikel 2:9 Voorwerpen of stoffen aan, op, in of boven de weg ……………. 4. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Telecommunicatiewet, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverordening provincie Utrecht 2010, de Verordening ondergrond: kabels, leidingen en boomwortels gemeente Utrecht, of de Afvalstoffenverordening Utrecht 2010 van toepassing zijn, of voor zover er sprake is van evenementen als bedoeld in de artikelen 5:20 en 5:30 van deze verordening waarvoor door de burgemeester een vergunning is verleend, of voor zover er sprake is van een straat- of buurtfeest waarvan melding is gemaakt als bedoeld in artikel 5:32 van deze verordening, of een terras als bedoeld in de

heeft opmaak toegepast: Niet onderstrepen

Verordening horeca gemeente Utrecht en het daarbij behorende Terrassenreglement, of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO) .…………….

Verordening horeca gemeente Utrecht en het daarbij behorende beleidsregel terrassen gemeente Utrecht of voor zover sprake is leidingen en installaties voor warmte koude opslag (WKO) …………….

Bestaande tekst Artikel 2:28a Hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op een openbare plaats of het openbaar water, dat deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, lachgas bedoeld of bestemd voor recreatief gebruik - te gebruiken of tanks, ampullen en dergelijke met dat lachgas bij zich te hebben.

Nieuwe tekst

Bestaande tekst Artikel 2:32 Parkeren van fietsen en bromfietsen …………….. 2. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, zonder wezenlijke tijdsonderbreking te parkeren op of aan een openbare plaats dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen in door het college aangewezen gebieden en langer dan een door het college te bepalen periode.

Nieuwe tekst Artikel 2:32 Parkeren van fietsen en bromfietsen ……………. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsvoorzieningen te laten staan.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:45b Verbod hinderlijk lachgasgebruik Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw lachgas, een middel als bedoeld in lijst II van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder …………….. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom € 375,00 of minder bedraagt; ……………..

Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder …………….. 3. Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld: a. vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76, tweede lid, onder c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de geldsom € 375,00 of minder bedraagt; ……………..

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën Dossiernummer

3539

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

3 oktober 2023

Agendapunt

4

Titel

Raadsvoorstel Tariefdifferentiatie Afvalstoffenheffing

ID

3739

Behandelend ambtenaar

Oya Akyol

Telefoon

030 - 28 61421

E-mail

oya.akyol@utrecht.nl

Datum collegebesluit Geocodering

Stad Utrecht

Thema

Bestuur en ondersteuning

Portefeuillehouder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=9778c4a0-4d3c-47a3-8da8-74d63f5825c5