Accountantsverslag 2025 gemeente Utrecht - DEFINITIEF 12-05-2026
Tekst van het document
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Accountantsverslag 2025 Gemeente Utrecht, 12 mei 2026
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026 Deloitte Accountants B.V. Wilhelminakade 1 3072 AP Rotterdam Postbus 2031 3000 CA Rotterdam Nederland Tel: 088 288 2888 www.deloitte.nl
Aan de gemeenteraad van de gemeente Utrecht Postbus 16200 3500 CE UTRECHT Onderwerp Accountantsverslag 2025 Datum 12 mei 2026 Ons kenmerk 260552D544/CP Behandeld door drs. R.M.J. van Vugt RA 088 288 1108 RvanVugt@deloitte.nl
Geachte leden van de raad, Graag bieden wij u hierbij ons accountantsverslag aan met betrekking tot de controle van de jaarrekening 2025 van de gemeente Utrecht. Deze rapportage beschrijft op hoofdlijnen onze controleaanpak en de belangrijkste aangelegenheden die wij tijdens onze controle in overweging hebben genomen. Wij zijn van mening dat de reikwijdte van onze werkzaamheden en de resultaten daarvan een deugdelijke basis vormen voor ons oordeel over de jaarrekening 2025 van de gemeente Utrecht. De jaarrekening 2025 is opgesteld onder verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht. Wij hebben d.d. 12 mei 2026 bij deze jaarrekening een goedkeurende controleverklaring voor het getrouwe beeld verstrekt. Onze controle is uitgevoerd in overeenstemming met onze opdrachtbevestiging gedateerd d.d. 4 september 2025 en met ons auditplan 2025 welke wij d.d. 18 september 2025 met uw Adviescommissie Controle en Financiën hebben besproken. Wij hebben dit accountantsverslag ambtelijk besproken met uw portefeuillehouder Financiën, concerndirectie en met de betrokken medewerkers. Graag lichten wij dit rapport ook toe aan de Adviescommissie Controle en Financiën tijdens de vergadering d.d. 10 juni 2026. Hoogachtend, Deloitte Accountants B.V.
B. Leeuwenkamp MSc RA 088 288 3560 Bleeuwenkamp@deloitte.nl drs. R.M.J. van Vugt RA
Op alle opdrachten verricht door Deloitte, behoudens M&A Diensten, zijn de Algemene Voorwaarden Dienstverlening Deloitte Nederland, januari 2020 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel van toepassing. Deloitte Accountants B.V. is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder nummer 24362853. Deloitte Accountants B.V. is een zogenoemde affiliate van Deloitte NSE LLP en maakt onderdeel uit van het internationale netwerk van Deloitte Touche Tohmatsu Limited.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Inhoudsopgave Kernboodschap jaarrekeningcontrole
4
• Kernboodschap jaarrekeningcontrole
5
• Concernsturing en (overige) speerpunten Adviescommissie Controle en Financiën
6
Bestuurlijke samenvatting
7
• Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen
7
Bevindingen jaarrekening
13
• De financiële positie van uw gemeente
14
• Belangrijkste bevindingen uit onze controle
21
Interne beheersing
30
• Belangrijkste bevindingen voor de interne beheersing
31
Bijlagen
34
• Bijlage A1 - Niet-gecorrigeerde controleverschillen
35
• Bijlage A2 - Onzekerheden in de controle
36
• Bijlage A3 - Tekortkomingen in de toelichtingen
37
• Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025
38
• Bijlage C - Onafhankelijkheidsbevestiging
44
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/3 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/4 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Kernboodschap jaarrekeningcontrole De basis voor onze controle is het auditplan 2025 dat met de Adviescommissie Controle en Financiën is besproken. In dit accountantsverslag geven wij u inzicht in de belangrijkste bevindingen bij de controle van de jaarrekening en de (ontwikkeling van de) interne beheersing van de gemeente Utrecht. Wij hebben tijdens onze jaarrekeningcontrole de rekeningsaldi en transactiestromen samenhangend met de balans en het overzicht van baten en lasten gecontroleerd. In deze kernboodschap koppelen wij ons overstijgende beeld terug van deze controle en geven wij beknopt een managementsamenvatting voor de gemeente Utrecht. In het hoofdstuk ‘Bevindingen jaarrekeningcontrole 2025’ hebben wij onze bevindingen meer in detail toegelicht, evenals onze adviezen voor de verdere doorontwikkeling van de organisatie gedurende 2026. Onderwerp
Boodschap
Overall beeld jaarrekeningcontrole 2025:
Wij hebben de jaarrekeningcontrole 2025 van de gemeente Utrecht uitgevoerd en hebben bij de jaarrekening d.d. 12 mei 2026 een goedkeurende controleverklaring verstrekt. Op basis van de rechtmatigheidsverantwoording van uw college signaleren wij een stijging van het aantal en de omvang van onrechtmatigheden als gevolg van onterecht niet Europees aanbesteden. In dit verslag vragen wij hiervoor uw aandacht. Graag spreken wij onze waardering uit voor de inzet en betrokkenheid van uw centraal coördinerende functie in het verantwoordings- en controleproces. Wij hebben kunnen voortborduren op de gemaakte afspraken en ervaringen uit voorgaande controles en hierin het proces verder kunnen optimaliseren. Het opstel- en controleproces is hierdoor prettig verlopen. Specifiek benoemen wij hierin het proces omtrent de verantwoording van de SiSa-verantwoording waar ten opzichte van vorig boekjaar aanzienlijke verbeteringen zijn te constateren. Hierbij dient nog wel opgemerkt te worden dat, hoewel er aanzienlijke verbeteringen zichtbaar zijn binnen het proces, het proces nog niet optimaal is ingericht. De oorzaken hiervan liggen in lijn met hetgeen eerder in onze management- en boardletter gerapporteerd is: •
Een hoog aantal afsluitende en nagekomen boekingen na de eerste concept jaarrekening.
•
De verantwoording van omvangrijke o.a. de administratieve verwerking van de over specifieke uitkeringen (SiSa) kan verder geoptimaliseerd worden (specifiek de samenhangende overlopende post).
Wij hebben, samen met uw organisatie, de doelstelling om een snellere accountantscontrole te realiseren. Dit jaar hebben wij de datum van onze controleverklaring weer iets vervroegd ten opzichte van vorig jaar en dit komt mede door het soepelere controleproces dat wij met uw organisatie hebben doorlopen. Om te komen tot een snellere afronding van het verantwoordings- en controleproces is het noodzakelijk om nagekomen boekingen te beperken, te werken met periodeafsluitingen (of een ‘soft-close’ voorafgaand aan jaareinde) en het SiSa-proces verder te verbeteren. In reactie geeft uw ambtelijke organisatie aan dat de onder andere met het programma “versterken financiële functie” concrete maatregelen worden getroffen om in boekjaar 2026 een verdere professionaliseringsslag door te voeren. Hiermee wordt eveneens invulling gegeven aan onze eerdere signalering dat de organisatieonderdelen op basis van hun integrale verantwoordelijkheid op dit moment te weinig expliciet en zichtbaar de (eind)verantwoordelijkheid (kunnen) nemen voor hun (aan) deel in het samen- en controleproces van de jaarrekening. Daarnaast signaleren wij op basis van de realisatie over 2025 dat realisatie van ambities niet altijd in balans is met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden. In de jaarrekening 2025 is dit eveneens zichtbaar in de afwijkingen tussen begroting en realisatie.
De analyse van de jaarstukken toont dat dit wordt veroorzaakt door een samenloop van structurele factoren. De meest significante oorzaak voor de lagere lasten is de systematische vertraging van grote, kapitaalintensieve projecten. Budgetten 2025 zijn niet tot besteding gekomen omdat de uitvoering van de werkzaamheden is doorgeschoven naar volgende jaren. De realisatiekracht blijft een structurele uitdaging welke de organisatie onder druk zet. Daarnaast wordt de voortgang van projecten sterk beïnvloed door externe factoren en afhankelijkheden. De gemeente opereert in een complex ecosysteem en is voor de realisatie van haar ambities vaak afhankelijk van ketenpartners zoals netbeheerders, waar hoge werkdruk of technische problemen tot vertraging leiden. Daarnaast komen er vertragingen die voortvloeien uit de inherente complexiteit van publieke plannings- en besluitvormingsprocessen en de onderlinge afhankelijkheid die publieke projecten met elkaar hebben. Ondanks de complexe omgeving is het van belang om hierop in de begroting nog beter te anticiperen. Deze complexe uitdagingen versterken de noodzaak voor verdere centrale kaderstelling, sturing en monitoring. Wij blijven het belang hiervan benadrukken om zo de wendbaarheid en weerbaarheid van de financiën van de gemeente Utrecht te borgen.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/5 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Concernsturing en (overige) speerpunten Adviescommissie Controle en Financiën Overall beeld interne beheersing en organisatieontwikkeling | Concernsturing In eerdere jaren hebben wij onze visie gedeeld over de wijze waarop de gemeente Utrecht organisatorisch ingericht is en welke effecten dit heeft op de (financiële) interne beheersing. U erkent het centralisatievraagstuk als meest urgente thema. Wij identificeren diverse onderwerpen die vragen om centrale sturing en monitoring, zoals: • • • • • •
de control(functie); grip op investeringen; de inkoopfunctie; het versterken van de financiële functie en hygiëne van de financiële administratie (beperken van P14/15 boekingen); het zicht houden op risico’s en claims; de functie van reserves.
Wij achten het van belang om een duidelijke keuze te maken ten aanzien van het centralisatievraagstuk en hierbij een planning met concrete tijdsmomenten af te spreken. De eerste maatregelen volgen uit het door u vastgestelde programma “versterken financiële functie”. Daarbij wordt ingezet op (1) verbeteringen intern binnen de afdeling financiën en het onderlinge samenspel tussen de clusters en (2) het gemeentebrede samenspel met de organisatieonderdelen en concerncontrol. Binnen het programma is ook aandacht voor de voorwaarden voor grip: • • • • •
(centrale) kaderstelling; organisatie en werkprocessen; besturing en beheersing; informatievoorziening en systemen; en mensen en cultuur.
Wij hebben bij onze controle kennisgenomen van de eerste resultaten van het programma, waaronder met vaste dienstverbanden invullen van een aantal key functies binnen de financiële afdeling. De doelstelling is dat dit uw gemeente een stabielere basis geeft om de financiële functie (duurzaam) te versterken. Wij blijven kritisch op de wijze waarop de financiële- en controlfunctie op dit moment is georganiseerd binnen Utrecht. Op belangrijke dossiers wordt niet centraal gestuurd en gemonitord. Daarnaast zijn diverse activiteiten van uw financiële- en controlfunctie decentraal georganiseerd. Hierdoor is zowel F&I als concerncontrol niet op alle onderwerpen (centraal) betrokken. Een voorbeeld hiervan betreft de sturing en beheersing van verbonden partijen, risicomanagement, juridische geschillen en investeringen. Hierdoor is het eveneens onvoldoende mogelijk voor de organisatieonderdelen om, op basis van hun integrale verantwoordelijkheid, de (eind)verantwoordelijkheid te (kunnen) nemen voor hun (aan)deel in het samen- en controleproces van de jaarrekening. Ook hier is de sturing en informatievoorziening van decentraal naar centraal op onderdelen ontoereikend om centraal te kunnen monitoren en tijdig beslissingen te nemen. Om hier verdere invulling aan te geven adviseren wij, in lijn met het programma “versterken financiële functie” om de positie c.q.
rol van (financial) control binnen de gemeente Utrecht te heroverwegen en centraler te positioneren. Hierdoor ontstaat een meer zuivere rol en kan verdere beheersing van concernfinanciën worden versterkt. Tevens zien wij de ontwikkeling en implementatie van een centraal financial controlframework (welke vervolgens ook gebruikt kan worden om vanuit decentraal naar centraal verantwoording af te leggen) als een logische c.q. noodzakelijke vervolgstap in de professionalisering van de financiële- en controlfunctie. Onderdeel van dit framework zou onder andere de eerder door ons geadviseerde analyse van balansrekeningen, alsmede het gaan werken met periodeafsluitingen moeten zijn. Hiermee kan de organisatie de financiële discipline en centrale sturing verder versterken.
Tevens zou, indien dit proces adequaat wordt ingericht, dit moeten leiden tot een aanzienlijk lager aantal einde periode (‘periode 14 en 15’) boekingen in het jaarrekeningtraject (gezien balansposten tussentijds vaker worden beoordeeld in plaats van enkel aan het einde van het boekjaar). Wij merken op dat in opdracht van de Directeur Concerncontrol een projectteam, ondersteund door een extern adviesbureau, aan een hervorming van de Control functie werkt. Het projectteam adviseert omtrent de inrichting van een robuuste en toekomstbestendige Control functie en bijbehorende taken, rollen en verantwoordelijkheden. Wij zien dit als een positieve ontwikkeling. Het centralisatiethema, programma “versterken financiële functie” en “Grip op investeringen” betreffen verbeteracties die meerdere jaren in beslag nemen. Speerpunten adviescommissie Controle en Financiën De adviescommissie Controle en Financiën kan – als vertegenwoordiging van de gemeenteraad – ter ondersteuning van de controlerende rol specifiek aandacht vragen voor bepaalde posten van de programma’s, gemeentelijke producten, specifieke projecten en/of organisatieonderdelen.
Voor boekjaar 2025 zijn twee speerpunten geselecteerd: Inzicht in het financieel beeld, specifiek aandacht voor hervorming/bezuinigingen en historisch perspectief Wij informeren u in dit accountantsverslag over de financiële positie en de voorspellende waarde van de begroting. Waarin deze elementen naar voren komen.
SiSa-controle: verbetering van het verantwoordings- en controleproces Dit speerpunt hebben wij nader uitgewerkt onder: “Planning en verantwoording SiSa-bijlage“.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/6 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Bestuurlijke samenvatting Bestuurlijk relevante bevindingen en aanbevelingen jaarrekeningcontrole
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/7 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Getrouwheid
Rechtmatigheid
Welke verbeteringen zien wij?
Welke aandachtspunten zien wij?
•
Wij hebben d.d. 12 mei 2026 een goedkeurende controleverklaring verstrekt voor het getrouwe beeld van de jaarrekening, inclusief de daarin opgenomen rechtmatigheidsverantwoording van het college.
•
De gehanteerde materialiteit voor fouten en onzekerheden bedraagt € 41,77 miljoen.
•
Wij hebben naar aanleiding van onze controle van de WNT geen niet-gecorrigeerde feitelijke afwijkingen geïdentificeerd die de materialiteitsgrens conform het controleprotocol WNT te boven gaan.
•
De gehanteerde verantwoordings- en rapportagegrens bedraagt € 41,77 miljoen respectievelijk € 0,5 miljoen.
•
Het college van B&W heeft in haar rechtmatigheidsverantwoording fouten gerapporteerd lager dan de verantwoordingsgrens. Het totaal van onrechtmatigheden bedraagt € 29,5 miljoen. Onderdeel hiervan betreffen overschrijding van lasten (op programmaniveau) en investeringskredieten voor een bedrag van € 2,6 miljoen. Uw college merkt hiervan € 1,5 miljoen als acceptabel aan.
•
Wij hebben de conclusies van het college in ons getrouwheidsoordeel betrokken waaruit geen materiële tekortkomingen zijn gebleken.
•
Uw college heeft de onrechtmatigheden die groter zijn dan de door de gemeenteraad vastgestelde rapporteringstolerantie toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering in de jaarstukken.
•
Wij hebben geen fouten en/of onzekerheden geconstateerd ten aanzien van de SiSa-bijlage die als bijlage bij de jaarstukken is opgenomen. In Bijlage B - Bevindingen controle SiSa-bijlage 2025 is de voorgeschreven tabel met fouten en onzekerheden opgenomen.
In lijn met onze kernboodschap zien wij de volgende verbeteringen: •
Verdere verbetering van onze samenwerking, waarbij wij in staat zijn om samen tijdig (potentiële) knelpunten te signaleren en hierop te anticiperen. De onderlinge communicatie is open en transparant over zowel onderwerpen die kwalitatief op orde zijn als de onderwerpen met aandachtspunten waarop wij de juiste focus te leggen.
•
De voorspellende waarde van de begroting en de onderliggende structurele vraagstukken zijn bij het college goed onder de aandacht. Het college is hiertoe initiatieven gestart die de komende jaren een positief effect moeten hebben op het realistisch begroten met aandacht voor de uitvoeringskracht van uw organisatie. Het programma “Grip op investeringen” en “versterken financiële functie” zijn hier belangrijke voorbeelden van.
•
Specifieke uitkeringen (SiSa): wij merken op dat het verantwoordings- en controleproces omtrent de SiSa-bijlage is verbeterd ten opzichte van vorig boekjaar. Op dossiers waar aanlevering niet tijdig plaatsvond uit de decentrale organisatie, is directer geëscaleerd om stukken juist en volledig te kunnen aanleveren voor controle. Wij zien dit als het resultaat van de investeringen die de organisatie het afgelopen jaar heeft gedaan in de coördinatie van het SiSa-controleproces.
In lijn met onze kernboodschap onderkennen wij de volgende belangrijke aandachtspunten: •
Wij signaleren discrepantie tussen de begroting en de realisatie als gevolg van structurele (project)vertragingen (mede als gevolg van het complexe ecosysteem waar gemeenten in acteren), wat de voorspelbaarheid en de sturende kracht van de begroting vermindert. De ingezette programma’s “Grip op investeringen” en “versterken financiële functie” zien wij als stappen in de goede richting maar wij blijven, net als in voorgaande rapportages, aandacht vragen voor het verder versterken van de centrale interne (financiële) controlefunctie, welke aan de hand van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden de robuustheid van het budget- en kredietbeheersingsproces moet borgen.
•
Specifieke uitkeringen (SiSa): Hoewel wij een verbetering constateren ten opzichte van vorig boekjaar, is een deel van de verantwoordingsdossiers niet tijdig, juist of volledig aangeleverd bij de medewerkers die centraal coördineren (en vervolgens bij ons). Tevens is tijdige escalatie bij door uw organisatie ontdekte fouten of bij onduidelijkheden hoe de SiSa-bijlage in te vullen een belangrijk aandachtspunt. Op basis hiervan kunnen dan eventuele vragen aan ons en/of het Ministerie tijdig worden gesteld. Daarnaast zien wij dat de aansluiting van de overlopende post, die behoort bij de SiSa-regelingen, een intensief en tijdrovend proces is voor de organisatie. Voor een groot aantal SiSa-regelingen is er sprake van een overlopende post, aangezien voorschotten in 2025 (of eerder) zijn ontvangen, terwijl de bestedingen nog niet volledig hebben plaatsgevonden. De door ons geconstateerde complexiteit ten aanzien van de overlopende post is hoofdzakelijk zichtbaar bij SiSa-regelingen die door meerdere organisatieonderdelen worden uitgevoerd. Het is cruciaal voor het verkrijgen van een juist en volledig overzicht van de nog te besteden rijksmiddelen dat de overlopende post op een juiste wijze wordt bepaald.
Wij adviseren u dan ook om dit vroegtijdig inzichtelijk te maken en, waar mogelijk, per regeling in de financiële administratie een separate balansgrootboekrekening aan te maken waardoor er een duidelijke koppeling zichtbaar wordt tussen de SiSa-regeling en de corresponderende overlopende post. Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/8
© 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Financiële positie
Realiteitsgehalte begroting
Kwaliteit verslaggeving
•
De reservepositie ultimo 2025 is toegenomen ten opzichte van 2024. De jaren 2022 tot en met 2024 is ingeteerd op het eigen vermogen. Ondanks de stijging van het eigen vermogen in 2025 adviseren wij u om alert te blijven dat de reservepositie ook in de toekomst toereikend blijft op basis van uw meerjarenbegroting.
•
De beschikbare weerstandscapaciteit ultimo 2025 bedraagt € 88,4 miljoen (2024: € 89,3 miljoen). De weerstandscapaciteit is nagenoeg gelijk aan de door de gemeente Utrecht onderkende en aanwezige risico’s van € 85,0 miljoen (2024: € 86,7 miljoen). Het weerstandsvermogen is toereikend om de risico’s op te kunnen vangen en kwalificeert uw college als ‘gezond’. Het is de verwachting dat u komende jaren inteert op uw reservepositie en daarmee op de beschikbare weerstandscapaciteit. Wij vragen hiervoor de aandacht.
•
Uw jaarrekening toont wat betreft de baten en lasten een verschil tussen de begroting en realisatie, en kent dit jaar een rekeningresultaat 2025 ad € 55 miljoen (2024: € 33 miljoen). Ten opzichte van het begroot resultaat van nihil. Wij verwijzen naar de ‘Toelichting baten en lasten’ in de jaarrekening voor een nadere toelichting bij de verschillen tussen begroting en realisatie.
•
U heeft als gemeenteraad de focus gelegd op het realiseren van de gestelde doelen. De realisatie hiervan is echter niet altijd in balans met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden. In de jaarrekening 2025 is dit eveneens zichtbaar in de afwijkingen tussen begroting en realisatie.
•
De analyse van de jaarstukken toont aan dat dit niet realiseren van budgetten wordt veroorzaakt door een samenloop van structurele factoren. De meest significante oorzaak voor de lagere lasten is de systematische vertraging van grote, kapitaalintensieve projecten. Budgetten 2025 zijn niet tot besteding gekomen omdat de uitvoering van de werkzaamheden is doorgeschoven naar volgende jaren. Dit is geen besparing, maar uitstel van uitgaven. Direct gekoppeld aan dit uitstel is het 'papieren' effect van grote Rijks- en EU-subsidies. Veel van de vertraagde projecten worden extern gefinancierd. Doordat de uitgaven niet worden gedaan, wordt de bijbehorende subsidie eveneens niet als bate geboekt, wat leidt tot een forse daling aan zowel de lasten- als de batenkant. Gescheiden van deze project gerelateerde verschuivingen, werd het uiteindelijke nettoresultaat daadwerkelijk beïnvloed door een aantal grote, eenmalige meevallers.
•
Een van de meest fundamentele en terugkerende oorzaken voor het uitstellen van projecten is de beperkte beschikbaarheid van personele capaciteit. Dit blijkt een structurele uitdaging te zijn die op meerdere plekken de realisatiekracht van de organisatie onder druk zet. Daarnaast wordt de voortgang sterk beïnvloed door externe factoren en afhankelijkheden. De gemeente opereert in een complex ecosysteem en is voor de realisatie van haar ambities vaak afhankelijk van ketenpartners zoals netbeheerders, waar hoge werkdruk of technische problemen tot vertraging leiden. Daarnaast komen er vertragingen die voortvloeien uit de inherente complexiteit van publieke plannings- en besluitvormingsprocessen en de onderlinge afhankelijkheid die publieke projecten met elkaar hebben.
•
De gesignaleerde structurele vertragingen leiden tot een discrepantie tussen de begroting en de realisatie, wat de voorspelbaarheid en de sturende kracht van de begroting vermindert. Om de betrouwbaarheid van de begroting als financieel plan te versterken, is uw organisatie de afgelopen jaren gestart met de programma’s “Grip op investeringen” en “versterken financiële functie”. Binnen deze programma’s is onder andere aandacht voor het tijdig centraal signaleren van afwijkingen in de realisatie. Wij zien dit als stappen in de goede richting en blijven, net als in voorgaande rapportages, aandacht vragen voor het verder versterken van de centrale interne (financiële) controlefunctie. Van belang is deze aan de hand van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden de robuustheid van het budget- en kredietbeheersingsproces borgt.
Bij de jaarrekeningcontrole hebben wij vastgesteld dat uw jaarstukken 2025 voldoen aan de vereisten uit het BBV. Wij hebben bij onze werkzaamheden de jaarstukken integraal doorgenomen en hebben daarbij – naast de verenigbaarheid van jaarverslag en jaarrekening – vanuit het belang en begrip van de gebruikers van de jaarstukken vooral gelet op de toegankelijkheid en begrijpelijkheid van de daarin opgenomen toelichtingen en analyses. Tijdens de controle hebben wij het door het management toegepaste proces met betrekking tot belangrijke verslaggevingsvraagstukken geëvalueerd. Hierbij valt te denken aan het proces om tot schattingen te komen, zoals bij de grondexploitatie en de voorzieningen. Bij processen waarbij wij dat nodig achtten, hebben wij specialisten betrokken. Dit betrof de post Voorraden onderhanden werk (grondexploitatie).
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/9 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Interne beheersing
•
Op basis van de interim-controle 2025 hebben wij tekortkomingen geïdentificeerd in de interne-beheersingsmaatregelen voor de financiële verslaggeving. Onze belangrijkste bevindingen zijn met u (gemeenteraad) gedeeld, en zijn besproken in de Adviescommissie Controle & Financiën middels onze definitieve boardletter 2025 van 14 november 2025. In het voorliggende accountantsverslag treft u onze bevindingen naar aanleiding van de jaarrekeningcontrole.
Sociaal domein
•
In 2025 is de controle soepel verlopen. De verantwoorde bestedingen vanuit de zorgaanbieders zijn getrouw verantwoord.
•
Jaarlijks wordt het definitieve vierkantbudget voor zorgaanbieders bepaald in het opvolgend boekjaar en vastgelegd in een ondertekende overeenkomst. Op basis hiervan bestaat onzekerheid over de omvang van financiële verplichtingen ten aanzien van deze aanbieders in de jaarrekening. Om deze onzekerheid te verminderen heeft uw gemeente gedurende 2024 een wijziging doorgevoerd in het proces rondom het aansturen en monitoren van gecontracteerde zorgaanbieders. Uw gemeente is overgestapt van kwartaal- naar tertaalgesprekken. Dit heeft bijgedragen aan verbetering in het monitoringsproces en dat de inschattingen van de afrekeningen in lijn liggen met de verwachte afrekening over boekjaar 2025.
•
In 2025 zetten de landelijke kostenstijgingen in het zorgdomein (Wmo en Jeugd) door. Waar deze eerdere jaren vooral door volumegroei veroorzaakt werden, is nu vooral de toegenomen zorgzwaarte in de jeugdzorg bepalend: meer jeugdigen hebben intensievere, langere en duurdere trajecten, wat leidt tot hogere structurele lasten voor Utrecht.
•
Complicerende factoren zijn stijgende tarieven door oplopende loonkosten en huisvestingslasten bij aanbieders en aanhoudende arbeidsmarktkrapte. Hierdoor ontstaan capaciteitsbeperkingen: de feitelijke besteding wordt niet langer uitsluitend door de zorgvraag maar ook door het leverbare aanbod bepaald, waardoor beschikbare middelen niet altijd direct tot gewenste zorg leiden. Gemeenten hebben hierop slechts beperkt invloed.
•
Uw gemeente monitort kosten, volumes en trajectduur met dashboards en tertaalgesprekken met aanbieders om vroegtijdig te signaleren en bij te sturen. Gezien de situatie kiest de gemeente voor twee sporen: (1) versterken van operationele sturing—meer monitoring en preventie van overschrijdingen/onrechtmatigheden; (2) beleidsmatige, structurele oplossingen—investeren in preventie en sociale basis, vereenvoudigen van toegang en gegevensgestuurd werken aan doorlooptijdreductie.
•
Ter ondersteuning van die doelstellingen is gepland om vanaf 2027 de Wmo-zorg bij één aanbieder in te kopen, met als doel snellere, samenhangende toegang en effectievere inzet van schaarse middelen.
•
Voor de grondexploitatie hebben wij het proces, de dossiervorming en de onderbouwingen beoordeeld waarop het management de geactualiseerde schattingen heeft gebaseerd. Wij hebben onder andere een analyse gemaakt van de realisatie in en de geactualiseerde schattingen ultimo 2025 versus de schattingen in de jaarrekening 2024 (‘backtesting’). Ook hebben wij de door de gemeente toegepaste parameters voor onder andere de toerekening van kosten- en opbrengstenstijgingen gecontroleerd, waarbij wij door ons ingeschakelde specialisten betrokken hebben bij het beoordelen ervan.
•
Tevens hebben wij detailwerkzaamheden verricht op belangrijke schattingsonderdelen in de voor de accountantscontrole relevante grondexploitatie-begrotingen, waarbij aandacht besteed is aan de aannemelijkheid van de gedane veronderstellingen en aan de juiste toepassing van het BBV hierin. Wij hebben als onderdeel van deze werkzaamheden specialisten ingeschakeld voor het beoordelen van de toepassing van de juiste methodiek, de aannames, de berekeningen en de consistente toepassing van de betrokken modellen betreffende de grondexploitaties Leidsche Rijn A2-Zone Leidsche Rijn uitvoeringsprogramma, Merwede OPG en Busstalling, Beurskwartier en Lombokplein.
•
Op grond van de door ons verrichtte werkzaamheden concluderen wij dat de uitgangspunten die in de grondexploitaties, en dus in de jaarrekening 2025, zijn verwerkt, door ons zijn getoetst als aannemelijk kunnen worden aangemerkt. Uitzondering hierop zijn echter elementen bij een tweetal grondexploitaties: • beurskwartier: enkele kostenstelposten, ter grootte van 6,5 miljoen, in de kostenramingen van de grondexploitatie Beurskwartier kunnen door ons op dit moment onvoldoende getoetst worden. Dit is eveneens door u beschreven in de toelichting op de balans in de jaarrekening 2025. Daarnaast zijn er een aantal risicocorrecties, ter grootte van 3,7 miljoen in de opbrengstraming. Dit betreffen risico’s die door ons als plausibel worden aangemerkt. Deze risicocorrecties moeten naar onze mening worden opgenomen en gekwantificeerd in de paragraaf risicobeheersing en weerstandsvermogen grondexploitaties.
Grondexploitatie
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/10 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Belangrijkste bevindingen, conclusies en aanbevelingen Grondexploitatie
IT-omgeving
Overig
•
Leidsche Rijn A2-zone: Bij onze controle hebben wij voor een van de opgenomen bovenwijkse voorzieningen (Fietsbrug Papendorp) vastgesteld dat de toerekening aan andere kredieten c.q. projecten onvoldoende (vooraf) onderbouwd is. Doordat de kostenraming voor de aan de raad gecommuniceerde voorkeursvariant hoger uitvalt dan waar in het financieel kader voor dit project rekening is gehouden, is op dit moment voor een bedrag van circa € 0,97 miljoen niet toegerekend aan het project (of een van de overige projecten die profijt hebben van deze bovenwijkse voorziening). Over de variantenstudie en de voorkeursvariant is de gemeenteraad in 2023 geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. In deze brief is tevens toegezegd om met een concreet voorstel richting gemeenteraad te gaan voor een keuze voor de uiteindelijke variant (inclusief een definitieve raming van de investeringskosten, dekking en kredietaanvraag) van deze bovenwijkse voorziening. Omdat in de verantwoording van de grondexploitaties, op basis van de notitie grondbeleid van de commissie BBV, uitgegaan moet worden van de projectkaders die per balansdatum gelden, hebben wij het bedrag van € 0,97 miljoen meegenomen als ongecorrigeerd controleverschil.
•
De belangrijke thema’s in 2025 voor de waardering van de grondexploitaties, zoals de herstructurering van de grondexploitatie Leidsche Rijn en de impact hiervan op het verwachte resultaat van de grondexploitaties, hebben wij nader uitgewerkt in het onderdeel “Voorraad onderhanden werk (grondexploitatie)”.
•
Wij hebben testwerkzaamheden uitgevoerd op de Algemene IT controles (kritische rechten, hoge rechten accounts, generieke accounts, relevante instellingen ten aanzien van de beveiliging) in SAP S/4Hana als onderdeel van de jaarrekeningcontrole 2025. De bestaande tekortkomingen in de IT-omgeving leiden ertoe dat de gemeente en wij niet zonder meer kunnen steunen op de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking. Wij constateren dat het college deze bevindingen heeft onderkend en een actieve en strategische aanpak hanteert om verbetering te realiseren.
•
De technische datamigratie naar het nieuwe SAP S/4Hana-systeem is succesvol verlopen. De operationele functionaliteiten en de aantoonbare werking van interne controles binnen het systeem vereisen nog aandacht.
•
Daarnaast is de gemeente op dit moment nog onvoldoende voorbereid op de naderende NIS2-wetgeving, wat een urgent risico vormt. Het is van belang dat het opgestarte verbeterprogramma zorgvuldig wordt bewaakt om op termijn tot een beheerste, aantoonbaar veilige en toekomstbestendige IT-omgeving te komen.
•
Zie de bijlagen A bij dit accountantsverslag waaruit blijkt welke (niet)-gecorrigeerde bevindingen, onzekerheden en tekortkomingen in de toelichtingen wij hebben geconstateerd.
•
In bijlage C is onze volledige onafhankelijkheidsbevestiging te vinden.
Frauderisicoanalyse Via onderzoeken en audits besteedt uw gemeente aandacht aan de onderwerpen ‘fraude’ en ‘integriteit’. In de paragraaf bedrijfsvoering is als onderdeel van ‘weerbare organisatie’ een overzicht opgenomen van integriteitsmeldingen en acties. U merkt het onderwerp ‘fraude’ aan als belangrijk thema in uw jaarplan Concernaudit (2025-2026 en 2026-2027). Op basis van de benodigde competenties en capaciteiten is het eigenaarschap van de frauderisicoanalyse belegd bij Concernaudit. Aan onze aanbevelingen uit de managementletters over de afgelopen jaren heeft u in uw jaarplan uitgebreid aandacht besteed. Wij constateren dat u zichtbaar een kwaliteitsimpuls heeft gegeven aan uw (proces van) frauderisicoanalyse en de verdere inbedding hiervan in de organisatie. U heeft hierbij expliciet rekening gehouden met onze adviespunten uit voorgaande jaren. Concernaudit betrekt ons proactief bij actuele ontwikkelingen, onderzoeken, jaarplan en –verslag. Jaarlijks onderkennen wij dat de kwaliteit van werkzaamheden en rapportages verder toeneemt en dat Concernaudit verder professionaliseert. Concernaudit is sinds januari 2026 IIA-gecertificeerd. Hiermee is Utrecht de eerste gemeente in Nederland die aantoonbaar voldoet aan de nieuwe auditstandaarden (GIAS - Global Internal Audit Standards).
De certificering toont aan dat de interne auditfunctie werkt volgens internationale beroepsnormen van het Instituut van Internal Auditors (IIA). De conclusie van het IIA is dat Concernaudit onafhankelijke en objectieve audit- en adviesdiensten levert om de organisatie te verbeteren en risico's te beheersen.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/11 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/12 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Bevindingen jaarrekening
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/13 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente De vermogenspositie van uw gemeente is toegenomen Het BBV, de verslaggevingsregels voor gemeenten, maakt een duidelijk onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming. Alle baten en lasten dienen via het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening te lopen. Er mogen geen baten of lasten rechtstreeks in het eigen vermogen worden gemuteerd. De mutaties in het eigen vermogen vinden plaats door middel van de resultaatbestemming. Het gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten over het boekjaar 2025 bedraagt € 52 miljoen voordelig. Per saldo is tussentijds € 3 miljoen uit de reserves onttrokken, zodat het uiteindelijk gerealiseerde resultaat over 2025 circa € 55 miljoen positief bedraagt. Dit resultaat is afzonderlijk vermeld onder het eigen vermogen in de balans. In het overzicht hiernaast hebben wij de ontwikkeling van het eigen vermogen opgenomen. De omvang van het eigen vermogen bedraagt ultimo 2025 circa 26% van het balanstotaal (ultimo 2024: 25% van het balanstotaal) en is daarmee toegenomen ten opzichte van 2024. De jaren 2022 tot en met 2024 is ingeteerd op het eigen vermogen. Ondanks de stijging van het eigen vermogen in 2025 adviseren wij u om alert te blijven dat de reservepositie ook in de toekomst toereikend blijft op basis van uw meerjarenbegroting. U spaart immers voor toekomstige uitgaven.
Eigen vermogen (x € 1 miljoen)
2025
2024
2023
2022
2021
Eigen vermogen per 1 januari
624
759
831
852
822
Tussentijdse resultaatbestemming
-/-3
168
-/- 54
-/- 56
-/- 25
Gerealiseerd resultaat
55
33
-/- 17
35
55
Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten
52
-/-135
-/-72
-/- 21
30
Eigen vermogen per 31 december
676
624
759
831
852
Exploitatieresultaat (x € 1 miljoen)
Totale baten
2.140
Totale lasten
-/- 2.088
Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten
Saldo baten en lasten Het feitelijke saldo van baten en lasten in een jaar is weergegeven als het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten. Daarnaast kent de gemeente het gerealiseerde resultaat. Dit is het gerealiseerde totaalsaldo van baten en lasten plus of min de tussentijdse resultaatbestemming. Deze tussentijdse resultaatbestemming bestaat uit de onttrekkingen aan en stortingen in reserves gedurende het boekjaar. Deze mutaties in reserves vinden plaats op basis van door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerde resultaat is dus mede het gevolg van de eerdere politieke besluitvorming.
52
Af: stortingen in reserves
-/- 223
Bij: onttrekkingen aan reserves
226
Saldo mutaties reserves
3
Gerealiseerd resultaat
55
Wat het voorgaande concreet betekent voor uw gemeente hebben wij in het overzicht hiernaast weergegeven.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/14 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente Het overzicht van baten en lasten over het boekjaar 2025 laat een voordelig gerealiseerd totaalsaldo van baten en lasten van € 52 miljoen zien, ten opzichte van een begroot nadelig saldo van € 36 miljoen (begroting na wijziging).
100
De jaarrekening 2025 sluit – na verwerking van de mutaties in reserves – met een voordelig gerealiseerd resultaat van circa € 55 miljoen.
-
In de programmaverantwoording geeft het college per programma op hoofdlijnen een verklaring voor de gerealiseerde afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijziging. In de rechtmatigheidsverantwoording heeft het college een overzicht opgenomen van overschrijdingen van de lasten op programmaniveau. Daarbij heeft het college onderscheid gemaakt tussen overschrijdingen die zij aanmerkt als acceptabel en niet acceptabel. In de paragraaf bedrijfsvoering geeft het college een nadere toelichting op de niet acceptabele begrotingsafwijkingen boven de vastgestelde rapportagegrens van € 500.000.
(50)
Gerealiseerd totaalsaldo baten en lasten (x € 1 miljoen) 50
(100) (150) 2021
2022
2023
2024
2025
Mutaties in reserves (x € 1 miljoen) 50 -
(50)
Totaalsaldo van baten en lasten (in € 1 miljoen)
(100) (150)
€ 175
(200)
€ 125
2021
€ 75
2023
2024
2025
Gerealiseerd resultaat (x € 1 miljoen)
€ 25 -€ 25
2022
60
2021
2022
2023
2024
40
2025
20
-€ 75
-
-€ 125
(20)
-€ 175
(40)
Begroot © 2026. Deloitte Nederland.
Begr na wijz
2021
Werkelijk Kernboodschap jaarrekeningcontrole
2022
2023
2024
2025 Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/15
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente Kengetallen voor gemeente Utrecht (begroot en werkelijk over de periode 2020-2025)
Solvabiliteit De solvabiliteit geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (totaal van algemene en bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Uw solvabiliteit bedraagt, op basis van de jaarstukken 2025, 25,6% en classificeert hiermee op basis van de normen van de VNG als ‘Neutraal’. Op basis van uw meerjarenbegroting daalt deze de komende jaren. Grondexploitatiequote De grondexploitatiequote geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten van de gemeente. In de regel geldt: hoe hoger de grondexploitatiequote, hoe groter het risico dat de gemeente loopt. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de ‘druk’ van de rentelasten en aflossingen op de exploitatie. Uw netto schuldquote op basis van de jaarstukken 2025 van 73% classificeert op basis van de normen van de VNG als ‘minst risicovol’, maar op basis van uw meerjarenbegroting stijgt deze de komende jaren. Structurele exploitatieruimte
Solvabiliteit
Grondexploitatiequote 16%
45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
14% 12% 10% 8% 6% 4% 2% 0% 2021
2022 Begroot
2023
2024
2025
Deze geldt voor 2025 als ‘minst risicovol’ op basis van de normen van de VNG, al neemt deze de komende jaren echter af.
2022
Werkelijk
Begroot
Netto Schuldquote
2023
2024
2025
Werkelijk
Structurele exploitatieruimte
100%
5,00% 4,00%
80%
Voor de beoordeling van de financiële positie is ook van belang te kijken naar de structurele baten en lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van leningen) te dekken.
2021
3,00%
60%
2,00%
40%
1,00%
20%
0,00% -1,00%
0% 2021
2022 Begroot
2023
2024
2025
2021
2022
2023
Begroot
Werkelijk
2024
2025
-2,00%
Werkelijk
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/16 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente Voorspellende waarde van uw begroting
Saldo baten en lasten | Begroting vs realisatie (x € 1 miljoen)
De begroting is voor uw gemeente een belangrijk sturingsinstrument. Het is een kaderstellend document waarmee de gemeenteraad financiële en beleidsmatige kaders vaststelt waarbinnen het college haar beleid en doelen kan realiseren.
150
U heeft als gemeenteraad de focus gelegd op het realiseren van de gestelde doelen. De realisatie hiervan is echter niet altijd in balans met de beschikbare capaciteit en mogelijkheden. In de jaarrekening 2025 is dit eveneens zichtbaar in de afwijkingen tussen begroting en realisatie.
(50)
50
(150)
De discrepantie tussen de begrote en gerealiseerde totalen zijn geen gevolg van willekeurige budgetafwijkingen, maar kunnen worden verklaard aan de hand van enkele structurele, overkoepelende patronen.
2021
2022
2023
2024
2025
Baten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen)
De meest significante oorzaak voor de lagere lasten is de systematische vertraging van grote, kapitaalintensieve projecten. Budgetten 2025, zijn niet tot besteding gekomen, omdat de uitvoering van de werkzaamheden is doorgeschoven naar volgende jaren. Dit is geen besparing, maar uitstel van uitgaven. Dit patroon is met name zichtbaar bij de grondexploitaties (programma Ontwikkelen en wonen voor iedereen), waar de gemeente zelf een verschuiving van € 14,9 miljoen meldt door een aangepaste fasering van civieltechnische- en plankosten alsmede circa 17,7 miljoen lagere baten als gevolg van uitgestelde gronduitgiften. Daarnaast is dit zichtbaar bij de groenprojecten (programma Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed) waar eveneens (in oorzaak) vergelijkbare verschuivingen plaatsvinden.
2.050 1.850 1.650 1.450 2021
2022
2023
2024
2025
Lasten | Begroting vs realisatie (excl. mutaties reserves) (x € 1 miljoen)
Direct gekoppeld aan dit uitstel is het 'papieren' effect van grote Rijks- en EU-subsidies. Veel van de vertraagde projecten worden extern gefinancierd. Doordat de uitgaven niet worden gedaan, wordt de bijbehorende subsidie eveneens niet als bate geboekt, wat leidt tot een forse daling aan zowel de lasten- als de batenkant.
2.200 2.000 1.800 1.600 1.400 2021
2022
2023
2024
2025 Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/17
© 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente Gescheiden van deze project gerelateerde verschuivingen, werd het uiteindelijke nettoresultaat daadwerkelijk beïnvloed door een aantal grote, eenmalige meevallers. De positieve uitkomst werd voornamelijk gedreven door incidentele baten: een hogere uitkering uit het Gemeentefonds (+ € 15,5 miljoen) en meer ontvangsten in het kader van de OZB (+ € 12,4 miljoen). Deze voordelen worden echter gedempt door tekorten en kwetsbaarheden in het Sociaal Domein, die een meer structureel karakter lijken te hebben (toenemende vraag, wachttijden, capaciteitsproblematiek).
Een derde oorzaak voor vertragingen vloeit voort uit de inherente complexiteit van publieke plannings- en besluitvormingsprocessen. Grote ruimtelijke ontwikkelingen vergen zorgvuldige voorbereidende studies, gedetailleerde ontwerpfases en soms aanpassingen gedurende het traject. Bovendien leiden maatschappelijke en juridische trajecten, zoals uitgebreide participatieprocessen met bewoners en het doorlopen van bezwaar- en beroepsprocedures, onvermijdelijk tot een langere doorlooptijd dan ideaal gepland.
Ten slotte wordt een deel van de verschillen in de totaaltellingen verklaard door boekhoudkundige en technische correcties, zoals de herverdeling van lagere rentelasten (€ 3,8 miljoen), die de cijfers tussen de programma's verschuiven zonder het eindresultaat wezenlijk te veranderen.
Tot slot wordt de planning verstoord door een sterke onderlinge afhankelijkheid van projecten. De jaarstukken tonen aan dat het werk vaak in een keten is georganiseerd, waarbij het ene project pas kan starten na de afronding van een ander. Zo moet de aanleg van groen wachten op de afronding van infrastructurele werkzaamheden, en is de realisatie van een bouwproject afhankelijk van de fasering van een bredere gebiedsontwikkeling. Deze domino-effecten zorgen ervoor dat een vertraging in één onderdeel van de keten direct gevolgen heeft voor de planning van diverse andere projecten.
Nadere duiding van de oorzaken van projectvertragingen Een van de meest fundamentele en terugkerende oorzaken voor uitstel van projecten is de beperkte beschikbaarheid van personele capaciteit. Dit blijkt een structurele uitdaging te zijn die op meerdere plekken de realisatiekracht van de organisatie onder druk zet. De jaarstukken illustreren dit met concrete voorbeelden, zoals het niet tijdig kunnen invullen van cruciale vacatures, waardoor de uitwerking van beleid stagneert. Deze krapte is niet alleen een kwantitatieve kwestie, maar ook een kwalitatieve, waarbij een tekort aan specifieke expertise de voortgang van gespecialiseerde projecten belemmert. De gemeente erkent dat de capaciteit een fundamentele factor is die dwingt tot prioritering en die direct bijdraagt aan het niet realiseren van begrote uitgaven. Daarnaast wordt de voortgang sterk beïnvloed door externe factoren en afhankelijkheden. De gemeente opereert in een complex ecosysteem en is voor de realisatie van haar ambities vaak afhankelijk van ketenpartners zoals netbeheerders, waar hoge werkdruk of technische problemen tot vertraging leiden. Ook het wachten op nationale wetgeving of op de toekenning van Rijksfinanciering wordt genoemd als een remmende factor.
De impact op het begrotingsproces De gesignaleerde structurele vertragingen leiden tot een discrepantie tussen de begroting en de realisatie, wat de voorspelbaarheid en de sturende kracht van de begroting vermindert. Om de betrouwbaarheid van de begroting als financieel plan te versterken, is uw organisatie de afgelopen jaren gestart met de programma’s “Grip op investeringen en “versterken financiële functie”. Binnen deze programma’s is onder andere aandacht voor het tijdig centraal signaleren van afwijkingen in de realisatie. Door de wisselwerking in de informatievoorziening van decentraal naar centraal (om centraal te kunnen monitoren en tijdig beslissingen te nemen) verder te versterken. Wij zien dit als stappen in de goede richting en blijven, net als in voorgaande rapportages, aandacht vragen voor het verder versterken van de centrale interne (financiële) controlefunctie, welke aan de hand van duidelijke rollen en verantwoordelijkheden de robuustheid van het budgeten kredietbeheersingsproces moet borgen.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/18 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
De financiële positie van de gemeente Weerstandscapaciteit (x € 1 miljoen)
Het weerstandsvermogen ligt in lijn met vorig boekjaar Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit op basis van de door de gemeente geschatte risico’s. Beiden zijn gemuteerd in 2025; de ratio weerstandsvermogen ligt in lijn met vorig boekjaar.
90 85
Beschikbare weerstandscapaciteit
80
De door uw gemeente berekende beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt € 88,4 miljoen (2024: € 89,3 miljoen). De beschikbare weerstandscapaciteit is afgenomen ten opzichte van voorgaand jaar.
75
Benodigde weerstandscapaciteit
65
De inventarisatie van risico’s – die in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag is opgenomen – geeft een indicatie van de financiële omvang van de belangrijkste (specifieke) risico’s, inclusief een schatting van de kans dat het geïdentificeerde risico zich voordoet, om daarmee de benodigde weerstandscapaciteit te kunnen bepalen. Daarbij geeft het college een doorlopend inzicht in de grootste risico’s (qua financiële impact en kans) voor uw gemeente, en is vermeld welke risico’s zijn vervallen en/of nieuw zijn geïdentificeerd. Ook is een inhoudelijke toelichting gegeven op nieuw gedefinieerde en gewijzigde risico’s in de top van de belangrijkste risico’s.
60
70
Uw gemeente heeft op basis van deze risico-inventarisatie berekend wat de benodigde weerstandscapaciteit is. Het berekende bedrag voor specifieke risico’s bedraagt € 85,0 miljoen (2024: € 86,7 miljoen). Ten opzichte van 2024 is hiermee sprake van een afname. Uw weerstandscapaciteit van € 88,4 miljoen is nagenoeg gelijk aan de berekende risico’s van € 85,0 miljoen. Dit heeft het college inhoudelijk nader toegelicht in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en risicobeheersing’ van het jaarverslag.
55 2021
2022
2023
Benodigde weerstandscapaciteit
2024
2025
Beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandscapaciteit
1,25 1,00 0,75 0,50 0,25 2021
2022
2023
Ratio weerstandscapaciteit
© 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
2024
2025
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/19 Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/20 © 2026. Deloitte Nederland.
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2023 nemen gemeenten de rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Aan de hand hiervan legt het college verantwoording af over het rechtmatig handelen (o.b.v. het normenkader) in het boekjaar. Verantwoordings- en rapportagegrens De gemeenteraad heeft de verantwoordings- en rapporteringsgrens vastgesteld. De verantwoordingsgrens heeft het college gehanteerd bij het opmaken van de rechtmatigheidsverantwoording en de uiteindelijke conclusie daaromtrent. Fouten en onduidelijkheden die de verantwoordingsgrens niet overschrijden, zorgen voor een positieve uiting van het college waaruit blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen. De rapporteringsgrens bepaalt de diepgang van de toelichting van het college in de paragraaf bedrijfsvoering. Uit de in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording blijkt dat de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde verantwoordingsgrens. Het totaal van onrechtmatigheden bedraagt € 29,5 miljoen, Onderdeel hiervan betreffen overschrijding van lasten (op programmaniveau) en investeringskredieten voor een bedrag van € 2,6 miljoen. Uw college merkt hiervan € 1,5 miljoen als acceptabel aan.
Normenkader Het college heeft het van toepassing zijnde normenkader in kaart gebracht. Dit normenkader is door de gemeenteraad vastgesteld in haar vergadering d.d. 18 december 2025. Wij hebben vastgesteld dat dit normenkader leidend is geweest voor het college om te komen tot de rechtmatigheidsverantwoording en de toelichtingen in de paragraaf bedrijfsvoering. Onderstaand gaan wij verder in op de verschillende onderdelen van de rechtmatigheidsverantwoording.
Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidsverantwoording vormt het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. Financiële beheershandelingen, die ten grondslag liggen aan de baten, lasten en balansmutaties, dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en de hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Uitgangspunt hiervoor is het niveau waarop de raad de budgetten in de begroting en bij investeringen geautoriseerd heeft. In de begroting zijn de bedragen voor de lasten en baten vermeld die door de raad zijn vastgesteld. Dit houdt in dat de financiële beheershandelingen dienen te passen binnen de begroting. Wij hebben vastgesteld dat het college specifieke werkzaamheden heeft uitgevoerd ten aanzien van het begrotingscriterium, zijnde controle op programmaoverschrijdingen en controle op kredietoverschrijdingen. De gemeenteraad en het college hebben afspraken gemaakt in welke situatie lastenoverschrijdingen onrechtmatig maar acceptabel zijn (lastenoverschrijdingen zijn en blijven onrechtmatig, maar zijn onder voorwaarden acceptabel, wat betekent dat het college deze niet hoeft toe te lichten in de paragraaf bedrijfsvoering). Hieruit blijkt het volgende: Kredietoverschrijdingen
€ 1,0 miljoen welke volledig als niet acceptabel is aangemerkt. Begrotingsrechtmatigheid € 1,6 miljoen welke volledig als acceptabel is aangemerkt. Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld aan de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen c.q. voorwaarden zijn afkomstig uit de relevante wet- en regelgeving zoals opgenomen in het normenkader, en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
Gemeenten stellen via de financiële verordening en/of onderliggende nota’s kaders vast die van invloed zijn op verslaggeving. Het gaat hier om de invulling van de ruimte die het BBV geeft voor eigen gemeentelijke kaders.
Denk hierbij aan grenzen voor het activeren van investeringen, afschrijvingstermijnen, omgang met reserves en voorzieningen en dergelijke. Deze vallen onder het getrouwe beeld en vallen per definitie onder de reikwijdte van de reguliere accountantscontrole. Ook voorwaarden die direct van invloed zijn op de verslaggeving c.q. het getrouwe beeld van de jaarrekening worden niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Hierbij kan worden gedacht aan het niet naleven van voorwaarden met betrekking tot recht, hoogte, duur, termijnen, normbedragen, doelgroep en grondslag bij bijvoorbeeld bijstandsverlening, maatschappelijke ondersteuning, inkomensoverdrachten en het opleggen van belastingen dat tot gevolg heeft dat de bijhorende lasten of opbrengsten onjuist of onvolledig zijn. Het niet naleven van deze voorwaarden heeft direct invloed op het getrouwe beeld van deze posten in de jaarrekening. Aanbestedingen Uw gemeente voert in het kader van de rechtmatigheidsverantwoording en specifiek de controle op de naleving van de Europese aanbestedingsregels jaarlijks een uitgebreide ‘spendanalyse’ uit, die in samenspraak met ons tot stand komt. Wij constateren dit jaar een stijging in de omvang van onrechtmatigheden als gevolg van het niet naleven van de Europese aanbestedingsregels.
Uit de controle blijkt een fout van € 23,0 miljoen, terwijl over 2024 nog sprake was van een fout van € 6,8 miljoen. De toename is veroorzaakt door aanvullende diepgaandere controletechnieken door uw afdeling Concernaudit alsmede vanuit meldingen door de verschillende organisatieonderdelen over onrechtmatigheden bij de inkopen. Hierdoor kon Concernaudit gerichter te werk gaan in het selecteren van “risicovolle” dossiers. De toename van de intern gemelde onrechtmatigheden is mede het gevolg van toegenomen aandacht voor en naleving van de Europese aanbestedingswetgeving binnen de gehele gemeente. Dit heeft een positieve impact op de bewustwording binnen de organisatie. In uw paragraaf bedrijfsvoering heeft uw college de rechtmatigheidsfouten toegelicht en maatregelen beschreven ter voorkoming van soortgelijke bevindingen in de toekomst. Doorlopende bestellingen binnen enkele contracten blijven gedurende de contractperiode tot onrechtmatigheden leiden. Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/21
© 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole
Bestuurlijke samenvatting
Bevindingen jaarrekening
Interne beheersing
Bijlagen
Digitally signed by Rein-Aart Van Vugt on 12 May 2026
Rechtmatigheidsverantwoording Uw gemeente heeft in de afgelopen jaren diverse maatregelen getroffen om de naleving van de interne en Europese aanbestedingsregels beter te borgen. In de praktijk kan echter, als gevolg van de complexe materie en de hoeveelheid bij dit proces betrokken personen, gemakkelijk een verkeerde aanbestedingsprocedure worden gekozen. Als gevolg van geconstateerde fouten en ontwikkeling van preventieve maatregelen blijft de repressieve controle door de afdeling Concernaudit van belang. Daarbij moet worden nagegaan of een opdracht niet via een verkeerde procedure ‘in de markt’ is gezet. Wij constateren dat de Europese aanbestedingsafwijkingen veelal voortkomen uit het overschrijden van de contracttermijn en/of doelwaarde. Ons adviespunt blijft daarmee van kracht. Wij adviseren u om maatregelen te implementeren ten aanzien van de primaire registratie van de contracten en de looptijden, waaronder verlengingsopties, zodat tijdig kan worden gesignaleerd dat opdrachten opnieuw moeten worden aanbesteed. Ook vragen wij uw aandacht voor een toereikende inschatting van de opdrachtraming bij inkoop en aanbesteding. Subsidieverstrekkingen In een geval heeft uw organisatie de verstrekking van een subsidie ad € 4.0 miljoen aangemerkt als een formele onrechtmatigheid.
De onrechtmatigheid is gebaseerd op een voorschrift (vanuit de algemene subsidieverordening) dat regelt voor welke activiteiten een subsidie kan worden verstrekt en hoe dit onderbouwd dient te worden. De organisatie neemt maatregelen om dergelijke onrechtmatigheden in de toekomst te voorkomen. Deze voorgenomen maatregelen zijn beschreven in de paragraaf bedrijfsvoering.
Accountantsverslag 2025/260552D544/CP/22 © 2026. Deloitte Nederland.
Kernboodschap jaarrekeningcontrole