CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanvraagformulieren

Gemeenteraad 17 juli 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Bindend Advies Tussen de Rails12.116 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Een windonderzoek kan bestaan uit een computeranimatie of een windtunnelonderzoek. Uit het onderzoek moet blijken of er windhinder of windgevaar ontstaat en welke maatregelen hiertegen genomen kunnen worden.

4.2.3 Bezonningstudie/ schaduwwerking Bij een bezonningsstudie wordt de bestaande (maximaal toegestane planologische situatie) vergeleken met de nieuwe situatie (maximaal toegestane planologische situatie). Er wordt dan nagegaan of de bebouwing effect heeft op de bezonning van de bestaande bouw en of er bij de nieuwbouw sprake is van voldoende zon om te kunnen spreken van een aanvaardbare fysieke leefomgeving. Hiervoor zijn de volgende dagen van de vier seizoenen van belang: -

22 december: de dag dat de zon het laagst staat; 21 juni: de dag dat de zon het hoogst staat; 21 maart: de dag de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 22 december en 21 juni in (zomertijd); 23 september: de dag dat de zon op ‘half’ staat, namelijk precies tussen de stand van 21 juni en 22 december in (wintertijd). De volgende tijden moeten in ieder geval in de bezonningsstudie terugkomen: 9.00 uur, 12.00 uur, 15.00 uur, 18.00 uur (behalve op 21 december) en 20.00 uur (alleen voor 21 juni).

4.2.4 Stemgeluid Wanneer bijvoorbeeld een horecaterras, een schoolplein of een buitenruimte bij een kinderdagverblijf wordt mogelijk gemaakt, dan is een onderzoek naar stemgeluid benodigd.

28

Ga direct naar de checklist

4.2.5 Ontplofbare Oorlogsresten Wanneer er in het plangebied bodemroerende werkzaamheden worden uitgevoerd stelt de Arbeidsomstandighedenwet dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Het is mogelijk nodig om een onderzoek te doen naar ontplofbare oorlogsresten. 4.2.6 Kabels en leidingen Een klick-melding geeft inzicht in de leidingen die in het plangebied liggen. Een klick-melding kan worden gedaan via het Kadaster. Zijn in het plangebied leidingen aanwezig die planologische beschermen nodig hebben? 4.2.7 Radarverstoring In artikel 5.150, lid 5 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) worden in samenhang met bijlage XIV, onder E, gebieden aangewezen waar bouwwerken het beeld van een militaire radar kunnen verstoren. Het gaat hier om gebieden binnen een straal van 75 kilometer rondom een militair radarstation. Hoge bouwwerken in gebieden rond een radarstation kunnen leiden tot verstoring van het radarbeeld dat de gezamenlijke radarstations opbouwen. Of dat het geval is, en in welke mate, is afhankelijk van de hoogte, breedte, opstelling, opbouw en het materiaal van een bouwwerk. Om er zeker van te zijn dat de radars een goed beeld van het luchtruim houden, moet voordat een omgevingsplan hoge bouwwerken in een gebied rondom een radar toelaat, zeker zijn gesteld dat die bouwwerken geen onaanvaardbare gevolgen voor het radarbeeld hebben.

In dat verband bepaalt artikel 5.155, lid 1 Bkl in samenhang met bijlage XIV, onder E, in welk gebied rondom een radar een omgevingsplan op voorhand geen bouwwerken boven een bepaalde hoogte mag toelaten. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen bouwwerken in het algemeen en windturbines. Windturbines kunnen, door hun omvang en overwegend stalen en bewegende onderdelen, een ernstige verstoring van het radarbeeld veroorzaken. Daarom gelden voor windturbines grotere afstanden tot een radar dan voor overige bouwwerken. In bijlage XIV, onder E, is vastgelegd welke maximale hoogtes voor bouwwerken in het algemeen en voor windturbines gelden. Die maximale hoogte is nabij de radar gelijk aan de hoogte van de radar en neemt, naarmate de afstand tot de radar groter wordt, toe met een hoogte van ongeveer 65 meter op een afstand van 15 kilometer tot de radar voor bouwwerken in het algemeen. Voor windturbines geldt aanvullend hierop vanaf een afstand van 15 kilometer tot 75 kilometer van de radar een maximale bouwhoogte van 65 meter boven de hoogte van de radar. Bouwwerken en windturbines die de gestelde hoogtes niet overschrijden, hebben naar verwachting geen onaanvaardbare gevolgen voor het radarbeeld en kunnen in een omgevingsplan gewoon worden toegelaten.

Bouwwerken en windturbines die de gestelde maximale hoogtes overschrijden, zijn niet per definitie uitgesloten, maar moeten worden beoordeeld op hun gevolgen voor het radarbeeld. Dit gebeurt in opdracht van het Ministerie van Defensie door TNO. Als uit die beoordeling blijkt dat een bouwwerk

29

Ga direct naar de checklist

of windturbine geen onaanvaardbare gevolgen voor het radarbeeld heeft – eventueel na enkele aanpassingen – dan kunnen deze in een omgevingsplan worden toegelaten. Om die beoordeling te kunnen uitvoeren, is in dit lid bepaald dat een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit is vereist voor bouwwerken en windturbines in een gebied rondom de radar die de gestelde maximale hoogtes overschrijden. Een omgevingsplan kan deze bouwwerken en windturbines dus wel toelaten onder het vereiste van een vergunning. De gemeente geeft dan toepassing aan artikel 5.19, eerste lid, van de wet. 4.2.8 Slagschaduw Wanneer een plangebied ligt binnen de slagschaduwcontour van windturbines, dan is van belang dat in kaart wordt gebracht of de gevoelige functies die in het plangebied worden gerealiseerd tot meer stilstand van de windturbines leiden. Wanneer er extra stilstand nodig is, dan moet in kaart worden gebracht tot hoeveel derving van energieopbrengst de extra stilstand leidt. In de belangenafweging moet de extra stilstand en het verlies aan energieopbrengst meegewogen worden. 4.2.9 Magneetvelden Magneetvelden spelen een rol bij hoogspanningsverbindingen.

Als er sprake is van boven of ondergrondse hoogspanningsverbindingen willen we graag inzicht in de magneetveldzone en de magneetveldsterkte die afkomstig is van de hoogspanningsverbinding en we willen weten of dit voldoet aan het beleidsadvies ‘voorzorgbeleid magneetvelden’ van de Rijksoverheid. Het beleidsadvies is erop gericht om, zo veel als redelijkerwijs mogelijk is, te voorkomen dat mensen (volwassen en kinderen) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden, die afkomstig zijn van de elektriciteitsinfrastructuur. In het beleidsadvies staat dat de netbeheerder technische maatregelen (‘bronmaatregelen’) treft bij onderdelen van het elektriciteitsnetwerk: bovengrondse hoogspanningslijnen, ondergrondse hoogspanningskabels, hoogspanningsstations en transformatorhuisjes. Deze bronmaatregelen worden genomen bij de aanleg van nieuwe netcomponenten of bij wijzigingen aan bestaande netcomponenten. Op deze manier wordt de blootstelling van omwonenden aan magneetvelden van deze bronnen verminderd. Voor nieuwe situaties bij bovengrondse hoogspanningslijnen gelden zowel bronmaatregelen als een magneetveldzone (afstandsmaatregel). Voor de andere netcomponenten dan bovengrondse hoogspanningslijnen heeft de rijksoverheid besloten géén afstanden ten opzichte van gevoelige bestemmingen te adviseren.

Dat betekent dat er ook geen magneetveldzone bij deze netcomponenten bepaald wordt, hier gelden wel de bronmaatregelen. 4.3 Groenstructuur Het initiatief moet in beginsel passen binnen de groenstructuur van de gemeente Utrecht. Als een voorgesteld plan niet past binnen de groenstructuur moet de gemeenteraad moet hier eerst over beslissen voordat de vergunning wordt verleend. De gebieden binnen de groenstructuur zijn vastgelegd in Groenstructuurplan Utrecht, Stad en land verbonden en in Actualisatie groenstructuurplan Utrecht 2017-2030, waarin staat welke gebieden in en rondom de stad groen moeten blijven.

30

Ga direct naar de checklist

Als een ontwikkeling plaatsvindt in de Stedelijke Groenstructuur of in de directe nabijheid daarvan, en als daarbij groen verloren gaat of negatieve effecten op het groen optreden, moet een groencompensatieplan worden ingediend. Het groencompensatieplan omvat de volgende aspecten: 

Je moet aantonen dat de ontwikkeling in de groenstructuur noodzakelijk is en hoe schadelijke effecten worden verminderd en gecompenseerd. Het voorkomen van negatieve impact heeft hier prioriteit boven herstel/compensatie. De beslissing over deze ontwikkeling moet bestuurlijk worden afgewogen. De oppervlakte aan nieuwe verharding en bebouwing moet voor 100% worden gecompenseerd met minimaal dezelfde kwaliteit groen (dezelfde soorten/kwaliteit of gelijkwaardige alternatieven). Een ontwikkeling moet worden benut om zoveel mogelijk invulling te geven aan de vijf hoofdopgaves uit het Groenstructuurplan.

Belangrijk om op te merken: Werkzaamheden die negatieve effecten hebben op groen, maar buiten de Stedelijke Groenstructuur plaatsvinden, worden beoordeeld op groencompensatie. Als bomen buiten worden gekapt, moeten deze bomen één op één worden gecompenseerd, zie hiervoor de regels uit het omgevingsplan. 4.4 Bomenplan Het bomenbeleid van de gemeente Utrecht is vastgelegd in het Bomenbeleid Utrecht. Het Bomenbeleid bevat richtlijnen voor het omgaan met bomen bij aanvraag van omgevingsvergunningen. Je dient voldoende informatie te verstrekken voor een zorgvuldige afweging. Informatie kan nodig zijn over:   

welke begroeiing en/of bomen aanwezig zijn op het terrein van het project. hoe het omliggende terrein na realisatie van het bouwinitiatief wordt ingericht. welke bomen verwijderd moeten worden. Als voor het verwijderen van deze bomen een omgevingsvergunning nodig is (conform artikel 5.1 Ow en hoofdstuk 6, art. 20.1 van het Chw bestemmingsplan Algemene regels of art. 4.7 Algemene plaatselijke verordening), moet worden aangegeven wanneer een aanvraag wordt ingediend. Als bomen moeten worden gekapt en niet kunnen worden verplant, moeten er nieuwe bomen worden geplant als compensatie. In de meeste gevallen is het verplicht om een vergunning aan te vragen voor het kappen van een boom. Voor jonge bomen die jonger zijn dan 50 jaar en zich bevinden in tuinen kleiner dan 300m², is dit echter niet verplicht.

Het kappen van bomen is doorgaans het hele jaar door toegestaan, tenzij er vogels broeden in of naast de boom of als een beschermde diersoort de boom als verblijfplaats gebruikt. 4.4.1 Bomeninventarisatie Bomen (zowel vergunningplichtig als niet-vergunningplichtig) die binnen het plangebied staan moeten hiervoor in kaart worden gebracht. Hierbij moet de conditie, de boomsoort, de stamdiameter en de leeftijd worden beschreven. Als bomen niet op de bestaande locatie behouden

31

Ga direct naar de checklist

kunnen blijven, moet de oorzaak hiervan duidelijk worden gemaakt en onderzoek worden gedaan naar de verplantbaarheid van de boom. Wanneer vergunningplichtige bomen gekapt moeten worden, dan geldt hiervoor een herplantplicht. Het aantal, soort en de stamdiameter van de bomen die binnen het plangebied worden herplant wordt bij voorkeur aangeleverd.

4.5 Erfgoed en archeologie Het onderdeel cultureel erfgoed en de mate waarin rekening wordt gehouden met het behoud van cultureel erfgoed in voorgenomen activiteiten. In paragraaf 5.1.5.5 en 5.1.5.6 Bkl zijn instructieregels vastgelegd met betrekking tot cultureel erfgoed. Hierbij wordt onder andere gelet op het voorkomen van aantasting van:    

Rijksmonumenten: belangrijke gebouwen of objecten die van nationaal cultureel belang zijn. Beschermde stads- of dorpsgezichten of beschermde cultuurlandschappen: gebieden die vanwege hun historische, architectonische of landschappelijke waarde beschermd zijn. Archeologische monumenten: plaatsen waar archeologische vondsten worden gedaan of verwacht worden. Behoud van werelderfgoed: Hierbij wordt gelet op het behoud en de bescherming van locaties die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staan vanwege hun uitzonderlijke universele waarde.

4.5.1 Archeologie Grondwerk dat archeologische resten kan verstoren mag niet zonder omgevingsvergunning worden verricht. In het omgevingsplan zijn de locaties met diverse archeologische verwachtingswaarde opgenomen. Bekijk hiervoor de regels uit het omgevingsplan. Deze staan op moment van het opstellen van de toelicht (2024) in hoofdstuk 5 van het Chw bestemmingsplan Algemene regels Utrecht. Er wordt onderscheidt gemaakt in verschillende gebieden. -

-

-

-

Locaties met de archeologische verwachtingszone – 2. Hier is het verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerk te verrichten als het grondwerk dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld plaatsvindt. Locaties met de archeologische verwachting – 3. Hier is het verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerk te verrichten als het grondwerk zowel een grotere oppervlakte dan 30 m2 beslaat als dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld plaatsvindt. Locaties met de archeologische verwachting – 4. Hier is het verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerk te verrichten als het grondwerk zowel een grotere oppervlakte dan 100 m2 beslaat als dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld plaatsvindt. Locaties met de archeologische verwachting – 5. Hier is het verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerk te verrichten als het grondwerk zowel een grotere oppervlakte dan 500 m2 beslaat als dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld plaatsvindt.

32

Ga direct naar de checklist

-

Locaties met de archeologische verwachting – 6. Hier is het verboden om zonder omgevingsvergunning grondwerk te verrichten als het grondwerk zowel een grotere oppervlakte dan 5000 m2 beslaat als dieper dan 50 centimeter onder het maaiveld plaatsvindt.

Er zijn ook locaties die niet zijn aangeduid als een gebied met archeologische verwachting. Hiervoor is geen omgevingsvergunning nodig voor grondwerk dat archeologisch erfgoed kan aantasten. Daarnaast zijn in het omgevingsplan nog enkele uitzonderingen op de vergunningplicht opgenomen. Zo is het niet nodig om een omgevingsvergunning voor grondwerk dat archeologisch erfgoed kan aantasten te hebben voor het doen van archeologisch onderzoek of grondwerk dat normaal onderhoud en beheer betreft, zoals onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen. Uit de beschrijving moet blijken welke archeologische verwachting van toepassing is en of daarvoor onderzoek gedaan moet worden. U kunt hiervoor ook contact opnemen met de afdeling archeologie via archeologie@utrecht.nl. 4.6 Ruimtelijke kwaliteit / welstand De gemeente vindt het belangrijk dat een bouwwerk in zijn omgeving past en dat het bouwwerk een goede vormgeving en kwaliteit heeft. Voor de vraag of er sprake is van een ETFAL wordt beoordeeld of het bouwwerk past in de omgeving en of het een goede vormgeving en kwaliteit heeft. Het beleid staat in de welstandsnota De schoonheid van Utrecht. De Commissie Omgevingskwaliteit Utrecht (COU) adviseert in principe over alle wijzigingen die de gebouwde omgeving betreffen.

In sommige gevallen adviseert Het Bureau COU die de commissie ondersteunt. Je moet voldoende gegevens overleggen zodat de COU deze kan beoordelen. Het gaat om tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk, principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking. Als het nodig is, kunnen aanvullende gegevens worden gevraagd.

4.7 De voornemens op het gebied van toegankelijkheid van de gebouwen en openbare ruimte

  

Toegankelijkheid gebouwen: Extra maatregelen voor toegankelijkheid voor mensen met en zonder beperking, naast wettelijke eisen. Gebruiksgemak gebouwen: Aanpassingen binnen gebouwen zodat iedereen de voorzieningen optimaal kan gebruiken. Toegankelijke buitenruimte: Inrichting van openbare ruimte volgens artikel 5.162 voor goede mobiliteit voor iedereen, met en zonder beperking.

4.8 De voornemens op het gebied van Civieltechnische werken; Het kan zijn dat voor het (bouw)initiatief civieltechnische werken van belang zijn, waaronder:  Waterhuishoudingssysteem: Aanleg/demping van water, bronnering, drainage.

33

Ga direct naar de checklist

 Rioleringssysteem: Installatie en onderhoud van riolering.  Buitenruimte: Aanleg van verharding, leidingen, in- en uitritten.  Ondergrondse infrastructuur: Aanpassing van kabels en leidingen.4o 4.9 Onttrekking openbare weg  Onttrekking openbare weg: Bij bouwinitiatief op/ of gedeeltelijk op de openbare weg is onttrekkingsprocedure volgens de Wegenwet vereist.  Bereidheid gemeente: onderzoeken of de gemeente de procedure wil volgen.  Vermelding in beschrijving: Beschrijf in de toelichting of de gemeente bereid is de onttrekkingsprocedure te starten.

5 Overige aspecten ETFAL Het begrip ETFAL is net als het begrip ‘goede ruimtelijke ordening’ voordat de Omgevingswet in werking trad, een open norm. Hierdoor kunnen soms ook niet wettelijk genormeerde elementen een rol spelen. Hieronder zijn enkele aspecten die van belang kunnen zijn bij de beoordeling van een aanvraag op basis van ETFAL, gebaseerd op jurisprudentie over "goede ruimtelijke ordening": 5.1 ETFAL overig 

Woon-, leef- en ondernemersklimaat:

De activiteit moet binnen de grenzen van aanvaardbaar woon-, leef- en ondernemersklimaat. Dit kan naast de eerder genoemde onderdelen ook betrekking hebben op privacy en uitzicht. 

Overlast en hinder:

In sommige situaties kan worden gevraagd om toe te lichten welke maatregelen worden genomen om overlast en hinder te beperken. Dit kan nodig zijn voor het uitvoeren van een leefbaarheidstoets. 

Compensatiemaatregelen:

Indien de activiteit alsnog negatieve gevolgen heeft voor omwonenden of ondernemers, zijn mogelijk compensatiemaatregelen nodig om deze gevolgen te verzachten. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het aanleggen van geluidswallen, het plaatsen van groenbuffers, het beperken van bouwhoogtes of het treffen van andere mitigatie- en compensatiemaatregelen. 5.2 Privaatrechtelijke belemmeringen Geef – indien van toepassing- inzicht in eventuele privaatrechtelijke belemmeringen die de uitvoering van het project kunnen hinderen. Dit onderdeel omvat verschillende aspecten: 

Eigendomssituatie: soms is het nodig om aan te geven of je eigenaar bent van de grond en/of opstallen waarop het project betrekking heeft.

34

Ga direct naar de checklist

Burenrecht: Het is belangrijk om te onderzoeken of het project mogelijk in strijd is met het burenrecht, zoals regels met betrekking tot erfgrenzen, overhangende takken, of hinderlijke situaties voor aangrenzende percelen. In sommige situaties (bijvoorbeeld een dakterras binnen twee meter van de erfgrens) kan het nodig zijn dan je hierover informatie moet verstrekken. Betwiste eigendom en/of erfpacht: Indien er sprake is van betwiste eigendom of erfpacht, dien je dit aan te geven en eventuele maatregelen te treffen om de juridische situatie op te helderen voordat het project wordt uitgevoerd.

6 Verantwoording van de economische uitvoerbaarheid 6.1 Financiële haalbaarheid Bij sommige plannen is het voor de beoordeling nodig om na te gaan of het (bouw)plan financieel uitvoerbaar is binnen een redelijke termijn. Het is dan nodig om inzicht te geven in de financiering van het (bouw)plan. 6.2 Kostenverhaal/ Anterieure overeenkomst Bij sommige activiteiten bestaat er een noodzaak tot kostenverhaal. Hiervoor wordt vaak een anterieure overeenkomst gesloten. Kostenverhaalplichtige activiteiten zijn opgenomen in afdeling 8.4 Ob. Een anterieure overeenkomst is een contract dat wordt gesloten tussen de gemeente en een particuliere initiatiefnemer of ontwikkelaar voordat een bouwproject wordt uitgevoerd. In deze overeenkomst worden afspraken vastgelegd over de kosten die de gemeente moet maken voor de uitvoering van het project, met name gerelateerd aan de ontwikkeling van openbaar gebied, zoals wegen, rioleringen, groenvoorzieningen, enzovoort. De anterieure overeenkomst regelt hoe deze kosten worden verhaald op de particuliere initiatiefnemer of ontwikkelaar. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door middel van een bijdrage aan de gemeente voor de infrastructuur die nodig is voor het project. Het grondbeleid staat in de nota Het Utrechts grondbeleid.

6.3 Nadeelcompensatie Nadeelcompensatie bij een omgevingsvergunning houdt in dat als gevolg van de uitvoering van een project, belanghebbenden schade lijden, zij recht hebben op compensatie voor dit nadeel. Dit kan verschillende vormen aannemen, zoals financiële compensatie of andere vormen van herstelmaatregelen. Wij kunnen aan je vragen om een nadeelcompensatieovereenkomst te sluiten. In deze overeenkomst wordt vastgelegd dat je verantwoordelijk bent voor het vergoeden van eventuele schade die wordt veroorzaakt door de uitvoering van het project. Dit kan bijvoorbeeld schade zijn aan eigendommen, verstoring van leefbaarheid, of andere vormen van nadeel voor belanghebbenden.

35

Ga direct naar de checklist

6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie is een belangrijk onderdeel bij bouwprojecten en andere initiatieven. Bij participatie gaat het om het proces van overleg en overeenstemming dat voorafgaat aan het indienen van een formele aanvraag. Hieronder volgt een uitleg van de verschillende aspecten. 7.1 Participatie Wij vinden het belangrijk dat je voorafgaand aan het indienen van de aanvraag in gesprek gaat met de omgeving of buurtbewoners (participatie). Het doel hiervan is om te beoordelen of het plan maatschappelijk uitvoerbaar is. Geef aan op welke manier er participatie heeft plaatsgevonden met de omgeving, de reden waarom voor deze specifieke vorm van participatie is gekozen, en wat het resultaat daarvan is. Geef aan hoe deze participatie heeft bijgedragen aan de totstandkoming of aanscherping van het plan. 7.2 Omgevingstafel Wij bieden de mogelijkheid om voorafgaand aan de aanvraag deel te nemen aan een omgevingstafel. Een omgevingstafel is een platform met verschillende vakspecialisten binnen de gemeente Utrecht waarin initiatieven worden besproken. Indien er een omgevingstafel heeft plaatsgevonden is het van belang om de uitkomsten van het overleg met de omgevingstafel inclusief eventuele aanpassingen die zijn doorgevoerd aan te geven. 7.3 Bestuurlijk vooroverleg

Voorafgaand aan indienen van de aanvraag heeft er soms bestuurlijk overleg plaatsgevonden. Indien dit het geval, is het van belang om aan te geven met wie het overleg heeft plaatsgevonden en wat de uitkomsten hiervan zijn.

36

Ga direct naar de checklist

Bijlage 1 Wet-regelgeving Rijksregels Omgevingswet Besluit activiteiten leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving Omgevingsbesluit Omgevingsregeling Algemene wet bestuursrecht Nationale Omgevingsvisie Provincie Omgevingsverordening provincie Utrecht Omgevingsvisie provincie Utrecht Gemeentelijk beleid Beleidsdocumenten van de koers - Koersdocument leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen - Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040, ‘Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad’. - Gezondheid voor iedereen – volksgezondheid Utrecht 2019-2022 Beleidsdocumenten van thematisch beleid Gebiedsbeleid

Woondeals en de Regionale Energiestrategieën (RES).

37

Ga direct naar de checklist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=0d0e5472-ab8c-4cda-a77f-dfae546240d9