Aanvraagformulieren
Tekst van het document
1 van 8
Tussen de rails 1 publiceerbaar Uw verzoek Ingediend bij
Gemeente Utrecht
Soort
Aanvraag vergunning
Activiteit(en)
Afwijken van regels in het omgevingsplan
Doel
Aanvullen
Status
Aangevuld
Verzoeknummer(s)
20250331 00908 002 (ingediend op 16-06-2025) 20250331 00908 000 (ingediend op 31-03-2025) 20250331 00908 001 (ingediend op 07-05-2025)
Project Naam van dit project Tussen de rails 1 Projectomschrijving De ontwikkeling en realisatie van ongeveer 450 flexwoningen
Locatie Teken een gebied op de kaart
Algemeen U kunt een bijlage toevoegen over het contact met anderen (participatie). Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 17 Verslag Lunetten Kennismaking oktober 2023.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 18 Verslag Lunetten Bewonersavond januari 2024.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 19 Verslag Lunetten Bewonersavond maart 2024.pdf
Nee
Uw verzoek
16-06-2025
2 van 8
Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 20 Verslag informatieavond november 2024.pdf
Nee
Voeg als bijlage toe: gegevens over de grens van de locatie. Document
Vertrouwelijk
20230920_Begrenzing Plangebied.jpg
Nee
Participatie: anderen betrekken bij uw plannen Heeft u contact gehad met anderen voor wie de omgeving anders wordt door uw plannen? Ja Hoe heeft u anderen betrokken bij uw plannen? geen openbare informatie Welke reacties heeft u gekregen? geen openbare informatie Verzoek Geef uw verzoek een naam Tussen de rails 1 Toelichting op uw verzoek geen openbare informatie Uw referentienummer geen openbare informatie Hierbij verklaar ik alle vragen naar waarheid te hebben ingevuld. Ja Zijn er gegevens die u later opstuurt? Denk aan bouwtekeningen, foto's, plattegronden, etc. Geef hier aan welke gegevens dat zijn en waarom u die later opstuurt. geen openbare informatie Zijn er gegevens die u nu niet opstuurt? Geef aan welke gegevens dat zijn en waarom u die niet opstuurt. Bijvoorbeeld omdat u die eerder heeft opgestuurd. geen openbare informatie
Uw verzoek
16-06-2025
3 van 8
Uw gegevens E-mailadres en telefoonnummer initiatiefnemer E-mailadres geen openbare informatie Telefoonnummer geen openbare informatie Gegevens vestiging of bedrijf initiatiefnemer KVK-nummer 30280353 Vooraf ingevuld antwoord. Handelsnaam Gemeente Utrecht Vooraf ingevuld antwoord. RSIN 002220647 Vooraf ingevuld antwoord. Adresgegevens bedrijf initiatiefnemer Straatnaam Stadsplateau Vooraf ingevuld antwoord. Huisnummer 1 Vooraf ingevuld antwoord. Huisletter Huisnummertoevoeging Postcode 3521AZ Vooraf ingevuld antwoord. Plaats Utrecht Vooraf ingevuld antwoord. Is het postadres hetzelfde als het hoofdadres? Ja Het vooraf ingevulde antwoord is gewijzigd. Dit was 'Nee'.
Uw gegevens
16-06-2025
4 van 8
Contactpersoon Wilt u een contactpersoon voor deze aanvraag of melding opgeven? Ja Functie contactpersoon Projectmanager Voorletters geen openbare informatie Voorvoegsel geen openbare informatie Achternaam geen openbare informatie E-mailadres geen openbare informatie Telefoonnummer geen openbare informatie Wat voor adres wilt u opgeven als postadres? binnenlands adres Straatnaam geen openbare informatie Huisnummer geen openbare informatie Huisletter geen openbare informatie Huisnummertoevoeging geen openbare informatie Postcode geen openbare informatie Plaats geen openbare informatie
Uw gegevens
16-06-2025
5 van 8
Vragen en antwoorden Afwijken van regels in het omgevingsplan Afwijken van regels in het omgevingsplan Omschrijf wat u wilt gaan doen. Maximaal 460 flexwoningen realiseren. Ten behoeve hiervan dient de locatie bouwrijp gemaakt te worden. Beschrijf hoe en in welke mate de voorgenomen activiteiten of het gebruik in strijd zijn met de regels uit het omgevingsplan. Op basis van het omgevingsplan heeft het de functie groen. Regels laten het dus niet toe om het gebied te bebouwen en bouwrijp te maken. Geef aan waarom u van regels in het omgevingsplan wil afwijken. Om de realisatie van maximaal 460 flexwoningen mogelijk te maken. In het kader van het huisvesten van bepaalde doelgroepen. Het afwijken van de regels in het omgevingsplan kan gevolgen hebben voor de leefomgeving. Beschrijf deze gevolgen. Het plan heeft gevolgen voor de leefomgeving. Met name voor de aspecten waterhuishouding, archeologie, flora en fauna en geluid. Dit staat beschreven in het document "BOPA onderbouwing Tussen de Rails". Wilt u tijdelijk afwijken van de regels in het omgevingsplan? Ja Tijdelijk afwijken: Geef aan hoe lang u wilt afwijken van de regels in het omgevingsplan. Voor de periode van 13 jaar. Die termijn begint op de dag na vergunningverlening. Binnen deze termijn is het mogelijk dat gedurende 10 jaar lang gebouwen kunnen staan en gebruikt kunnen worden voor woondoeleinden.
De termijn van 10 jaar begint op de dag van gereedmelding van het betreffende gebouw (gereedmelding als bedoeld in artikel 2.21 Bbl). De einddatum van het gebouw is de termijn die als eerste wordt bereikt: 10 jaar na gereedmelding of 13 jaar na vergunningverlening. Milieueffectrapportage Is er al een mer-beoordelingsbeslissing? Nee
Vragen en antwoorden
16-06-2025
6 van 8
Bijlagen Afwijken van regels in het omgevingsplan Mededeling mer-beoordelingsplichtig project Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 10 M.e.r.-beoordeling.pdf
Nee
Overige gegevens noodzakelijk voor toetsing aan het omgevingsplan Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 1 Figuur bij BOPA.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 10 M.e.r.-beoordeling.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 11 Bomen Effect Analyse.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 12 Bomenkaart.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 13 Tabel overzicht te vellen en nieuw te planten bomen.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 14 Waterhuishoudkundig plan.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 15 Rioleringstekening.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 16 Rapportage stikstofberekeningen.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 17 Verslag Lunetten Kennismaking oktober 2023.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 18 Verslag Lunetten Bewonersavond januari 2024.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 19 Verslag Lunetten Bewonersavond maart 2024.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 2 Stedenbouwkundig programma van Eisen.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 20 Verslag informatieavond november 2024.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 21 Heritage Impact Assesment.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 22 Verkeer- en parkeerberekening Gemeente Utrecht.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 23 Parkeerdrukmeting.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 24 Trillingsonderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 25 Verkennend en aanvullend bodemonderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 26 Saneringsplan Paardenweide.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 27 Beschikking saneringsplan Paardenweide.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 28 Akoestisch onderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 29 Akoestisch onderzoek dierenasiel.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 3 Raadsvoorstel Stedenbouwkundig Programma van Eisen
Nee
Bijlagen
16-06-2025
7 van 8
Document
Vertrouwelijk
Tussen de Rails.pdf Bijlagen_Bijlage 30 Ecologisch onderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 31 Nader ecologisch onderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 32 Nader onderzoek grote modderkruiper Tussen de Rails.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 33 Quickscan ecologie Paardenweide.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 34 Nader ecologisch onderzoek Paardenweide.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 35 Activiteitenplan.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 36 Onderzoek externe veiligheid.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 37 Archeologisch onderzoek.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 38 Bezonningsstudie.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 39 Advies ontplofbare oorlogsresten Paardenweide.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 4 Raadsbesluit Stedenbouwkundig Programma van Eisen.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 5 Impressie inrichting openbare ruimte.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 6 Bouwwegen en kabels & leidingen stroken.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 7 Structuurplannen blokken B & C.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 8 Structuurplannen blokken A & F.pdf
Nee
Bijlagen_Bijlage 9 3D visualisaties.pdf
Nee
BOPA Tussen de rails_1306.pdf
Nee
Verslag verzoek om aanvullingen DEF.pdf
Nee
Overzichtstekening nieuwe toestand Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 5 Impressie inrichting openbare ruimte.pdf
Nee
Project-milieueffectrapport Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 10 M.e.r.-beoordeling.pdf
Nee
Rapport archeologische waarde Document
Vertrouwelijk
Bijlagen_Bijlage 37 Archeologisch onderzoek.pdf
Nee
Situatietekening bestaande toestand
Bijlagen
16-06-2025
8 van 8
Document
Vertrouwelijk
20240226_Huidige Situatie_Uitsnede.jpg
Nee
Situatietekening nieuwe toestand Document
Vertrouwelijk
20230920_Begrenzing Plangebied.jpg
Nee
Bijlagen_Bijlage 5 Impressie inrichting openbare ruimte.pdf
Nee
Bijlagen
16-06-2025
GEMEENTEBLAD
Nr. 145629 3 april 2025
Officiële uitgave van de gemeente Utrecht
Aanvraag omgevingsvergunning, het bouwen van maximaal 460 flexwoningen, Tussen de rails 1, 3585LN Utrecht, GU-Z2025-0010354 GU-Z2025-0010354 Toelichting: het bouwen van maximaal 460 flexwoningen Datum ontvangst aanvraag: 31 maart 2025 Reageren op de aanvraag Binnen de wettelijke termijn neemt de gemeente een besluit over deze aanvraag. Wilt u reageren voordat dit besluit is genomen? E-mail dan naar bekendmakingen@utrecht.nl de volgende gegevens: het kenmerk van de aanvraag, de titel van de aanvraag, uw naam, adres, telefoonnummer, en uw reactie. Doe dit zo snel mogelijk, zodat uw reactie ook meegenomen kan worden bij de beoordeling van de aanvraag. Stukken inzien Wilt u deze aanvraag met de stukken die daarbij horen inzien? Dat kan als volgt: • •
Kijk op deze webpagina in de linker kolom of er bijlagen staan die u wilt inzien. E-mail naar bekendmakingen@utrecht.nl de volgende gegevens: • het kenmerk van deze aanvraag, • uw naam, adres en telefoonnummer, • en welke informatie u wilt inzien.
Wij e-mailen u dan de juiste stukken
1
Gemeenteblad 2025 nr. 145629
3 april 2025
TOELICHTING BUITENPLANSE OMGEVINGSVERGUNNING OMGEVINGSPLANACTIVITEIT (BOPA) Inleiding Dit document helpt je om een goede toelichting te geven bij je aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een activiteit die niet past binnen de regels van het omgevingsplan. Dit soort aanvragen noemen we buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA). Om zo'n omgevingsvergunning te krijgen, moet je ervoor zorgen dat de locatie waar de activiteit plaatsvindt evenwichtig wordt gebruikt (ETFAL). Je moet daarbij ook voldoen aan de regels die door de overheid zijn vastgesteld, zowel op landelijk als provinciaal en regionaal niveau. In dit document is een lijst met onderwerpen opgenomen die hiervoor van belang kunnen zijn. De onderwerpen gelden voor een groot aantal situaties, maar is niet uitputtend bedoeld. Dit betekent dat er meer onderwerpen zijn dan in de lijst zijn opgenomen. In specifieke situaties kunnen er dus andere onderwerpen zijn waaraan moet worden getoetst. Bij de toelichting op je aanvraag beschrijf je ook of je initiatief past binnen geldende beleid en regels. Instructie Dit document begint met een korte opsomming van de belangrijkste beschrijvingen en onderzoeken en overige stukken die nodig zijn voor het beoordelen van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL).
Daarna volgt een checklist waarin per onderwerp wordt aangegeven of een toelichting en/of onderzoek nodig is. Dit kan variëren afhankelijk van de situatie. Hoe groter en complexer het project, hoe gedetailleerder de onderbouwing per onderwerp moet zijn. Sommige onderwerpen zijn mogelijk niet relevant voor de activiteit die je aanvraagt, het verstrekken van informatie hierover is dan niet nodig. Bij de start van de aanvraag kan de checklist worden gebruikt om te controleren of alle vereiste informatie aanwezig is. Als er iets ontbreekt, krijg je de kans om aanvullende gegevens of onderzoeken te leveren.
1
Ga direct naar de checklist
Beschrijving van:
projectbeschrijving: beschrijving initiatief, projectlocatie en reden voor de aanvraag; huidige en toekomstige (planologische) situatie; toets aan het beleid; toets aan Instructies- voorbeschermingsregels en projectbesluit; gezondheid; de voornemens op het gebied van duurzaamheid; circulariteit- energie – klimaatadaptatie; de voornemens op het gebied van toegankelijkheid van de gebouwen en openbare ruimte ; civieltechnische werken (indien aan de orde); onttrekking openbare weg (indien aan de orde); bestaande, eventueel te kappen bomen, en nieuwe bomen; verantwoording van de economische uitvoerbaarheid en eventueel de grondexploitatie ; sociale veiligheid; verantwoording van de maatschappelijke uitvoerbaarheid, ketenpartners en participatie met de omgeving.
Onderzoeken (indien relevant voor het project) naar: -
omgevingsveiligheid; waterbelangen; luchtkwaliteit; geluidhinder; trillingen; bodem; geurhinder; licht; activiteiten en milieuzonering; aanmeldnotitie mer (mer-beoordeling) of MER; natuuraspecten/flora en fauna; natuuraspecten/natura 2000 -gebied; mobiliteit (parkeren en verkeer); ladder voor duurzame verstedelijking of behoefteonderzoek; stemgeluid; bezonning; windhinder; kabels en leidingen; radarverstoring; slagschaduw; magneetvelden; bomeninventarisatie en verplantingsonderzoek; groencompensatieplan; archeologie; nadeelcompensatie
Overige informatie: 1. 2. 3. 4.
tekeningen van het project; privaatrechtelijke belemmeringen (waaronder burenrecht); anterieure overeenkomst met de gemeente; andere relevante aspecten.
2
Ga direct naar de checklist
Opvragen stukken: Voor het opvragen van de stukken maken we een onderscheid in de mate van complexiteit van de aanvraag.
Checklist BOPA Nr.
Onderwerp
Grondslag
Onderdelen
Stukken (beschrijving, onderzoek of overige informatie)
Korte beschrijving initiatief
Beschrijving en situatietekeningen
Projectbeschrijving / beleidstoets 1.1
Projectbeschrijving
Art. 7.207b Or en 3:2 en 4:2 Awb
Projectlocatie Tekeningen van het project Reden voor de aanvraag
1.2
Huidige en toekomstige (planologische) situatie
Art. 7.207b Or en 3:2 en 4:2 Awb
Beschrijving huidige situatie Beschrijving toekomstige situatie
Niet volledig Opmerkingen Tekeningen van het project ontbreken, daarnaast duidelijk op tekening aangeven welke bouwblokken buiten deze aanvraag vallen (bijvoorbeeld door een plangrens). O.a. maatvoering/schaal graag aangeven. Ook graag duidelijkheid over buitenruimte en invulling openbaar gebied (o.a. fietsparkeren), ontsluiting perceel, looproutes naar parkeergebied) De reden van de aanvraag moet nader worden toegelicht. De urgentie voor deze woningen ontbreekt in de toelichting. Beschrijving Aanwezig Opmerkingen
Beschrijving strijdigheid 1.3
Toetsen aan het beleid
Art. 7.207b Or en 3:2 en 4:2 Awb
Past het plan binnen Rijks, provinciaal, regionaal regels en beleid en gemeentelijke beleidsdocumenten Toetsen aan o.a: De Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Beschrijving Niet volledig Opmerkingen Verwijzing naar regionaal beleid (woondeal/RES) ontbreekt. Graag aanvullen.
Provinciale Omgevingsvisie (Povi) en Omgevingsverord ening Regionaal beleid:
3
Ga direct naar de checklist
1.4
Instructiesvoorbeschermingsre gels en projectbesluit.
Art. 7.207b Or en 3:2 en 4:2 Awb
2.
Impact fysieke leefomgeving
2.1
Omgevingsveiligheid
2.2
2.3
Waterbelangen
Gezondheid milieuaspecten
en
Woondeal/RES Gemeentelijk beleid instructies Rijk- provincie voorbeschermingsregels projectbesluit
Beschrijving Aanwezig Opmerkingen
Art. 7.207b Or en 3:2 en 4:2 Awb jo. § 5.1.2 Bkl
Omgevingsveiligheid
Idem + § 5.1.3 Bkl
Waterbelangen
Wateronderzoek (indien relevant)
o.a Advies van de waterbeheerder vereist, tenzij het initiatief geen impact heeft op waterbelangen.
Niet volledig Opmerkingen
Idem + § 5.1.4 Bkl
Voorkomen van risico’s voor mensen rondom bedrijven die gevaarlijke stoffen gebruiken/opslagen, zoals fabrieken.
Onderzoek omgevingsveiligheid (indien relevant) Aanwezig Opmerkingen
De watertoets ontbreekt, graag toevoegen inclusief toestemming van het Hoogheemraadschap.
Onderzoek (indien relevant) Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit Geluidhinder Geluidhinder Trillingen Trillingshinder Bodem Bodem Geurhinder Geur Lichthinder Licht Activiteiten Gezondheid milieuzonering. Activiteiten en Beschrijving Gezondheid milieuzonering
en
Niet volledig Beschrijving over activiteiten en milieuzonering ontbreekt, graag toevoegen. Opmerkingen
2.4
Duurzaamheid Visie Utrecht circulariteit- energie Circulair 2050, – klimaatadaptatie duurzame stad, energie
2.5
Energie Circulariteit Klimaatadaptatie
Beschrijving Aanwezig Opmerkingen
aanmeldnotitie mer Afdeling 16.4 Is er een (MER) of mer- Aanmeldnotitie mer (mer(mer-beoordeling) of Ow , bijlage V beoordeling beoordeling) of MER; MER Ob noodzakelijk?
4
Aanwezig Opmerkingen
Ga direct naar de checklist
5
Ga direct naar de checklist
6
Ga direct naar de checklist
7
Ga direct naar de checklist
8
Ga direct naar de checklist
Toelichting op de checklist 1 Projectomschrijving en beleidstoets 1.1
Projectbeschrijving
Voor een volledige en duidelijke motivering van het project zijn de volgende elementen nodig: Korte beschrijving van je initiatief: Geef een beknopte beschrijving van wat er wordt aangevraagd. Dit kan bijvoorbeeld gaan over het type bouwwerk, de functie ervan, en eventuele bijzondere kenmerken. Locatie van het te ontwikkelen initiatief: Geef aan waar het project zal plaatsvinden door middel van een kaartje waarop het projectgebied is begrensd. Zorg ook voor vermelding van kadastrale gegevens om de locatie specifiek te identificeren. Reden voor het initiatief: Geef aan waarom je de aanvraag indient. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals de behoefte aan een nieuwe voorziening, de wens om een bestaand gebouw te renoveren, of het realiseren van een bepaald doel of functie op die locatie.
1.2 Huidige en nieuwe situatie Voor een volledige beschrijving van het project is het belangrijk om zowel de huidige als de nieuwe situatie duidelijk uiteen te zetten: 1.2.1 Beschrijving huidige situatie:
Geef aan wat momenteel mogelijk is op de locatie volgens het geldende omgevingsplan. Beschrijf de feitelijke situatie op de locatie, inclusief eventuele bebouwing, functies, en kenmerken van het terrein.
1.2.2 Beschrijving van de nieuwe situatie: Geef een gedetailleerde beschrijving van het voorgestelde initiatief. Benoem wat er precies wordt gerealiseerd, inclusief aandachtspunten zoals:
Doelgroep van het initiatief. Locatie, omvang, volume, en eventuele prijsklasse van het project. Hoe het initiatief wordt ingepast in de omgeving, inclusief stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten, mobiliteit, inrichting van het terrein, en duurzaamheidsaspecten. Maatregelen met betrekking tot duurzaamheid, gezondheid, klimaatadaptatie, veiligheid, en milieu. Geplande startdatum voor de realisatie van het project.
9
Ga direct naar de checklist
Voeg afbeeldingen, foto's, en illustraties toe die zowel de huidige als de toekomstige situatie weergeven, bij voorkeur op schaal en voorzien van maatvoering.
1.2.3 Tekeningen van het project Op een inrichtings- en situatietekening moet in elk geval worden aangegeven:
de contouren van de geplande bebouwing op schaal en de afmetingen (hoogte, breedte, lengte) van de bouwmassa; situering van de bouwmassa, met afstanden ten opzichte van perceelgrenzen; de locatie van de ontsluiting; de functies (per verdieping of ruimte) in de op te richten bebouwing onder vermelding van het aantal m2 vloeroppervlak. Onder niet woonfuncties worden verstaan: wonen, winkels, dienstverlening, kantoren, bedrijven, recreatie, ontspanning, vrijetijdsbesteding, sport en speelvoorzieningen e.a.
1.2.4 Beschrijving van de strijdigheid met het omgevingsplan: Bekijk de regels van het omgevingsplan. Beschrijf met welke regels je initiatief in strijd is met de regels van het omgevingsplan.
1.3 Toetsing aan beleid/-instructieregels Leg uit waarom je initiatief in lijn ligt met het geldende beleid en de instructieregels voor de locatie, en/of hoe het past bij de gewenste situatie voor die locatie. Hieronder volgt een omschrijving van het Rijks- en provinciaal- en regionaalbeleid. 1.3.1 Toetsing Rijksbeleid Het Rijksbeleid is opgenomen in de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Deze visie richt zich op langetermijndoelen en -prioriteiten voor de ontwikkeling van de leefomgeving. De vier prioriteiten die voortkomen uit de NOVI zijn: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie:
Dit onderdeel omvat maatregelen om Nederland aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals het voorkomen van overstromingen en het tegengaan van hittestress. Ook staat het bevorderen van een duurzame energietransitie centraal, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen.
2. Duurzaam economisch groeipotentieel:
Hierbij gaat het om het bevorderen van economische groei op een duurzame en verantwoorde manier. Dit kan onder meer worden bereikt door het stimuleren van innovatie, circulaire economie en duurzame mobiliteit.
3. Sterke en gezonde steden en regio's:
Bij dit onderdeel ligt de focus op het versterken van stedelijke en regionale structuren, het bevorderen van leefbaarheid, sociale cohesie en gezondheid in steden en regio's. Dit omvat
10
Ga direct naar de checklist
ook het tegengaan van ruimtelijke segregatie en het creëren van inclusieve gemeenschappen. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied:
Dit onderdeel betreft het waarborgen van een duurzame ontwikkeling van het platteland, met aandacht voor onder andere landbouw, natuurbehoud, landschapskwaliteit en recreatie. Ook wordt ingezet op het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid van landelijke gebieden.
1.3.2 Rijksinstructieregels Je initiatief moet passen binnen de Rijksinstructieregels. In het Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) zijn de Rijksinstructies opgenomen met het oog op een Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties (ETFAL). Hieronder staan de instructieregels. Hoofdstuk 4 beschrijft de relevante instructieregels per onderwerp. - Dienstenrichtlijn (§ 5.1.1); - Waarborgen van de veiligheid (§ 5.1.2); - Beschermen van waterbelangen (§ 5.1.3); - Beschermen van gezondheid en milieu (kwaliteit buitenlucht, trillingen, geluid en geur en bodemkwaliteit) (§ 5.1.4); - Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking (§ 5.1.5); - Behoud van ruimte voor toekomstige functies voor autowegen, buisleidingen, natuur- en recreatiegebieden (§ 5.1.6); - Het behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen
van
activiteiten
waaronder
landsverdediging
en
nationale
veiligheid,
elektriciteitsvoorziening, rijksvaarwegen en luchtvaart, fiets- en wandelroutes, aanwijzing van woningbouwcategorieën (§ 5.1.7); - Het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen ( § 5.1.8).
Niet alle onderwerpen zijn relevant voor het initiatief waarvoor je de aanvraag indient. De mate van relevantie hangt van verschillende factoren af, zoals: welke activiteiten je gaat uitvoeren, de locatie en de specifieke lokale omstandigheden. Vaak hoef je alleen de onderwerpen toe te lichten met een korte beschrijving. Soms is echter ook aanvullend onderzoek nodig om aan te tonen dat aan de regels wordt voldaan. 1.3.3 Toetsing aan provinciaal beleid en provinciale verordening Je initiatief moet passen binnen het provinciaal beleid van de provincie Utrecht. Beschrijf voor dit onderdeel hoe je initiatief past binnen de thema's van de Provinciale Omgevingsvisie Utrecht (POVI). Hieronder volgt een beknopte beschrijving van elk thema:
11
Ga direct naar de checklist
1. Stad en land gezond:
Dit thema richt zich op het bevorderen van een gezonde leefomgeving, zowel in stedelijke als landelijke gebieden. Een initiatief kan bijdragen aan een gezonde leefomgeving door bijvoorbeeld het toevoegen van groenvoorzieningen, het verbeteren van de luchtkwaliteit of de leefbaarheid te vergroten.
2. Klimaatbestendig en waterrobuust:
Bij dit onderdeel gaat het om het aanpakken van de gevolgen van klimaatverandering en het zorgen voor een goede waterhuishouding. Een initiatief kan bijdragen aan klimaatadaptatie doordat er maatregelen worden genomen om wateroverlast, hitte of droogte tegen te gaan.
3. Duurzame energie: Dit onderdeel richt zich op de overgang naar duurzame energiebronnen en het verminderen van de CO2-uitstoot. Een initiatief kan bijdragen aan duurzame energievoorziening door bijvoorbeeld gebruik te maken van zonne-energie, windenergie of andere vormen van hernieuwbare energie. 4. Vitale steden en dorpen:
Bij dit onderwerp staat het versterken van de vitaliteit en leefbaarheid van steden en dorpen centraal. Een initiatief kan hieraan bijdragen door bijvoorbeeld het creëren van nieuwe voorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid of het bevorderen van sociale cohesie.
5. Duurzaam, gezond en veilig bereikbaar:
Dit onderdeel gaat over het bevorderen van duurzame, gezonde en veilige vormen van mobiliteit. Een initiatief kan hieraan bijdragen door bijvoorbeeld de bereikbaarheid te verbeteren, fietsen en wandelen te stimuleren, of verkeersdrukte en -uitstoot te verminderen.
6. Levend landschap, erfgoed en cultuur: Dit onderdeel gaat het over het behouden en versterken van het landschap, cultureel erfgoed en de culturele identiteit van een gebied. Het initiatief kan hieraan bijdragen door aandacht te besteden aan het behouden van historische gebouwen, landschapselementen of archeologische vindplaatsen. 7. Toekomstbestendige natuur en landbouw: Dit onderdeel gaat over het bevorderen van een veerkrachtige natuur en duurzame landbouwpraktijken. Een initiatief kan hieraan bijdragen door bijvoorbeeld het realiseren van natuurcompensatie, het beschermen van ecologische waardevolle gebieden of het stimuleren van natuurinclusieve landbouw. Leg uit – indien relevant- hoe je initiatief past binnen deze thema's en hieraan bijdraagt.
12
Ga direct naar de checklist
1.3.4 Provinciale verordening De provinciale instructieregels zijn opgenomen in de Omgevingsverordening Utrecht. Hier volgt een beknopt overzicht van de hoofdstukken en relevante onderwerpen uit de Omgevingsverordening: 1. Waterbelangen (hoofdstuk 2):
Dit hoofdstuk bevat regels met betrekking tot waterveiligheid, drinkwaterbelang, waterkwaliteit en het voorkomen van wateroverlast. Deze zijn met name relevant als het initiatief invloed heeft op de waterhuishouding, bijvoorbeeld bij bouwprojecten in overstromingsgevoelige gebieden.
2. Ondergrond en bodem (hoofdstuk 3):
Dit hoofdstuk bevat regels voor het beschermen van de ondergrond en bodemkwaliteit. Dit onderdeel is relevant als het initiatief grondwerkzaamheden of bodemverstoring met zich meebrengt, zoals bij bouwprojecten of infrastructuurwerken.
3. Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4): Dit hoofdstuk bevat regels die de bereikbaarheid en mobiliteit bevorderen, zoals het stimuleren van duurzame vervoersmiddelen en het voorkomen van verkeersoverlast. Deze regels zijn van belang als het initiatief invloed heeft op de verkeersstromen en bereikbaarheid. 4. Energie (hoofdstuk 5):
Dit hoofdstuk bevat regels voor het bevorderen van duurzame energieopwekking en het verminderen van energieverbruik. De regels zijn relevant als een initiatief betrekking heeft op energievoorziening, bijvoorbeeld bij de bouw van windmolens of zonneparken. Soms is er een energietoets nodig. Dit is het geval als uw initiatief een aanvullende belasting heeft op de elektriciteit-infrastructuur. Als je initiatief toeziet op minder dan tien woningen is dit niet nodig.
5. Natuur (hoofdstuk 6):
Dit hoofdstuk bevat regels over de bescherming en ontwikkeling van natuurwaarden, zoals natuurgebieden, flora en fauna. De regels zijn van belang als het initiatief invloed heeft op de natuurlijke omgeving, zoals bij bouwprojecten in groene gebieden.
6. Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7):
Dit hoofdstuk bevat regels voor het behoud en de ontwikkeling van cultuurhistorisch erfgoed en landschappelijke waarden. De regels zijn relevant als het initiatief invloed heeft op historische gebouwen, archeologische vindplaatsen of het landschap.
7. Landbouw (hoofdstuk 8):
Dit hoofdstuk bevat regels voor het beschermen en bevorderen van agrarische activiteiten en het landelijk gebied. De regels zijn relevant als een initiatief invloed heeft op agrarische gronden of het landbouwlandschap.
13
Ga direct naar de checklist
8. Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9): Dit hoofdstuk bevat regels voor het faciliteren van wonen, werken en recreatie, zoals bestemmingen en functies van gebieden. De regels zijn van belang als een initiatief invloed heeft op de fysieke leefomgeving en functieveranderingen in gebieden. Geef – indien relevant- aan hoe je initiatief binnen deze thema's past en hieraan bijdraagt. 1.3.5
Toetsing regionaal beleid
Het regionaal beleid omvat onder andere de Woondeals en de Regionale Energiestrategieën (RES). Deze hebben betrekking op de ontwikkeling van woningbouw en de transitie naar duurzame energie in de regio. 1. Woondeals:
Een Woondeal is een afspraak tussen het Rijk, de regio en lokale overheden om de woningmarkt te verbeteren en de bouw van nieuwe woningen te versnellen. Deze afspraken kunnen betrekking hebben op het creëren van voldoende betaalbare woningen, het herbestemmen van leegstaande panden, het stimuleren van woningbouw binnen bepaalde prijscategorieën, enzovoort. Er zijn drie woondeals opgesteld voor de regio’s U10 (samenwerking van 16 Utrechtse gemeenten, Amersfoort en Foodvalley).
2. Regionale Energiestrategieën (RES):
De RES richt zich op de transitie naar duurzame energie en het behalen van klimaatdoelstellingen op regionaal niveau. In een RES werken gemeenten, provincies, waterschappen en andere stakeholders samen om afspraken te maken over de opwekking van duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie, en de daarvoor benodigde ruimte. Bij de toetsing van regionaal beleid is het van belang om te beoordelen hoe het initiatief bijdraagt aan de doelstellingen en ambities die zijn vastgesteld in de RES voor de betreffende regio. Voor de gemeente Utrecht zijn de doelstelling opgenomen in de Regionale Energiestrategie U16.
Leg uit – indien relevant- hoe je initiatief binnen deze thema's past en hieraan bijdraagt. 1.3.6 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijke beleid is openomen in de omgevingsvisie. De omgevingsvisie bestaat uit drie onderdelen: 1. De koers (algemene beleid) 2. Gebiedsbeleid 3. Thematisch beleid 1.3.6.1 De koers bestaat uit de volgende documenten:
Ruimtelijke Strategie 2040, Utrecht dichtbij: de tien-minutenstad
14
Ga direct naar de checklist
Aanvulling op Ruimtelijke strategie: Oplegger RSU2040
Leefbare stad en maatschappelijke voorzieningen (pdf, 2,7 MB)
‘Samen gezondheidsverschillen verkleinen’, beleidsnota Gezondheid 2024 -2027
Hierbij is onder andere het volgende van belang: 1. Stad voor iedereen:
Dit onderdeel gaat over het belang van het creëren van een inclusieve stad waarin iedereen mee kan doen. Dit kan gaan om het beschikbaar maken van huizen, openbare ruimte en voorzieningen voor alle bewoners, en hoe toegankelijkheid hierin wordt gewaarborgd.
2. Verbondenheid tussen Utrechters:
Dit onderdeel gaat over de verbondenheid tussen bewoners van Utrecht. Denk hierbij aan sociale aspecten, zoals het creëren van ontmoetingsplekken en het versterken van sociale cohesie.
3. Groen en gezondheid: Dit onderdeel gaat over het vergroenen en verduurzamen van de stad, en hoe het de gezondheid van bewoners bevordert. Denk hierbij aan groenvoorzieningen, leefbaarheid, en het creëren van rustige plekken in de stad. 4. Behoud van stadskarakter: Dit onderdeel gaat het behoud van het karakter van de stad. Dit kan gaan om architectuur, historische waarde, en het respecteren van bestaande kenmerken van de stad. 1.3.6.2 Gebiedsbeleid Gebiedsbeleid geldt voor een groter of kleiner gebied van de gemeente. Dat kan een wijk zijn, maar ook een buurt, een park of zelfs een bepaald terrein. Het beleid kan in een bepaald gebied anders zijn dan in een ander deel van Utrecht. Andere belangen krijgen hier dan voorrang. Binnenstad Leidsche Rijn Noordoost Noordwest Oost Overvecht Vleuten- De Meern
15
Ga direct naar de checklist
West Zuid Zuidwest Ligt toe – indien relevant- hoe je initiatief binnen het gebiedsbeleid en hieraan bijdraagt.
1.3.6.3 Thematisch beleid In het thematisch beleid staat per onderwerp wat kan en mag in de leefomgeving. Het gaat om de volgende onderwerpen. De onderwerpen komen ook terug bij de hoofdstukken 2 tot en met 4 Bedrijventerreinen Bodem, grondwater en ondergrond Bomen Bouwen en ontwikkelen Detailhandel Energie Erfgoed Evenementen Geluid en trillingen Gezondheid Groen Hoogbouw Horeca Klimaatverandering Luchtkwaliteit Omgevingsveiligheid Openbare ruimte Parkeren Het thematische beleid maakt ook onderdeel uit van de thema’s zoals opgenomen in hoofdstuk 2 tot en 4 van deze toelichting.
16
Ga direct naar de checklist
1.4 Voldoet het initiatief aan de rijks-, provinciale instructies en/of voorbeschermingsregels? Dit onderwerp zal niet altijd van toepassing zijn, voor de volledigheid wordt het hier wel genoemd. Je initiatief mag namelijk niet in strijd zijn met een instructie van het Rijk of de provincie dan wel met een voorbeschermingsregels. Daarbij mag je initiatief ook niet in strijd zijn met een projectbesluit dat is vastgesteld door het Rijk of de provincie. 1. Instructies van het Rijk en de provincie:
Controleer of je initiatief niet in strijd is met instructies die zijn vastgesteld door zowel het Rijk als de provincie.
2. Voorbeschermingsregels: Controleer of je initiatief niet in strijd is met eventuele voorbeschermingsregels die zijn opgesteld door het Rijk of de provincie. Je vindt deze regels bij ‘regels op de kaart’. 3. Projectbesluit van het Rijk of de provincie: Controleer op ‘regels op de kaart’ of je initiatief niet in strijd is met een projectbesluit dat is vastgesteld door het Rijk of de provincie. Dit kan bijvoorbeeld een besluit zijn over infrastructurele projecten, natuurontwikkeling, of andere grootschalige initiatieven die invloed kunnen hebben op het plangebied.
17
Ga direct naar de checklist
2. Impact fysieke leefomgeving Je initiatief kan gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving. Activiteiten kunnen bijvoorbeeld een gevaar opleveren voor de omgeving, denk aan het opslaan van vuurwerk of een fabriek met gevaarlijk stoffen. Activiteiten kunnen ook geluid of trillingen veroorzaken of een geur verspreiden. In deze paragraaf staan de regels beschreven die ervoor zorgen dat er een balans blijft tussen het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Geef – indien relevant- aan of je initiatief past binnen de relevante regels. Het kan nodig zijn dat hiervoor onderzoeken moeten worden uitgevoerd. 2.1 Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid heeft te maken met het voorkomen van gevaarlijke situaties voor mensen buiten een bedrijf of locatie. Denk aan een bepaalde plek in de stad waar een fabriek staat die gevaarlijke stoffen gebruikt of opslaat. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat mensen in de omgeving van die fabriek veilig zijn. Dit geldt niet alleen voor mensen die in de fabriek werken, maar ook voor mensen die in de buurt wonen, werken of naar school gaan. Daarom zijn er regels nodig om te bepalen hoe veilig het is om in de buurt van zo'n fabriek te zijn. De Rijksinstructies over omgevingsveiligheid zijn opgenomen in § 5.1.2 Bkl.
Hierin staat bijvoorbeeld dat als er een nieuwe fabriek wordt gebouwd, er eerst goed onderzoek moet worden gedaan naar de risico's voor de mensen in de omgeving. Ook als bestaande bedrijven uitbreiden of als er nieuwe gebouwen komen, moet er naar de omgevingsveiligheid worden gekeken. Er zijn meerdere situaties waarin een onderzoek naar omgevingsveiligheid nodig is. Bijvoorbeeld als er brandbare, explosieve of giftige stoffen worden opgeslagen of gebruikt, of als er drukke wegen of spoorlijnen in de buurt zijn. Ook speciale aandacht is vereist voor bijvoorbeeld waterstof, gasleidingen en locaties zoals schaatsbanen waar veel mensen samenkomen. Het is belangrijk om te weten dat voor tijdelijke ontwikkelingen, zoals een festivalterrein, er ook regels zijn, maar deze zijn minder streng. Toch moet er ook dan gekeken worden naar de veiligheid van de mensen in de omgeving. 2.2 Waterbelangen Waterbelangen hebben te maken met hoe we in Nederland omgaan met water in onze leefomgeving, zoals rivieren, meren, en de zee. Water is een belangrijk onderdeel van onze leefomgeving. Het kan een bron van leven zijn, maar ook van problemen, zoals overstromingen. Het is daarom belangrijk om bij een BOPA rekening te houden met water. Er is in beginsel een advies van de beheerder van het watersysteem nodig. Via de Digitale Watertoets kunt je het waterbelang van je ruimtelijke ontwikkeling bepalen.
Als het initiatief geen invloed kan hebben op waterbelangen dan is dit niet nodig. Bij waterbelangen kan het bijvoorbeeld over waar wel en niet mogen gebouwd kan worden, gebieden die gevoelig zijn voor overstromingen, of hoe we water kunnen gebruiken voor recreatie. Ook wordt er gekeken naar hoe met watervervuiling wordt omgaan. Er dient te worden voorkomen dat bijvoorbeeld chemicaliën of afvalstoffen in het water terechtkomen, omdat dit schadelijk is voor mens, dier en natuur.
18
Ga direct naar de checklist
Daarnaast is er aandacht voor het behoud van natuurlijke watergebieden, zoals moerassen en wetlands. Deze gebieden spelen een belangrijke rol bij het filteren van water en het bieden van leefruimte voor planten en dieren. 2.3 Gezondheid en milieu Dit onderdeel bestaat uit diverse onderdelen en zijn in de rijksregels opgenomen in § 5.1.4 Bkl 2.3.1 Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit heeft te maken met hoe schoon of vervuild de lucht is die we inademen. De lucht kan vervuild zijn door bijvoorbeeld uitlaatgassen van auto's, industrieën of rook van verbranding. Om de gezondheid van mensen te beschermen, zijn er regels over de kwaliteit van de lucht. In paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl zijn rijksinstructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. Bij initiatieven moet worden gekeken naar de invloed van deze activiteiten op de luchtkwaliteit. De regels zien toe op de luchtkwaliteit van:
wegtunnels auto(snel)wegen de aanleg of wijzigen van wegen, vaarwegen en spoorwegen activiteiten die zorgen voor een toename van de verkeersintensiteit op wegen, vaarwegen en spoorwegen milieubelastende activiteiten waarover in het Besluit activiteiten leefomgeving regels zijn gesteld met het oog op het beperken van verontreiniging van de lucht
Bij sommige initiatieven is het noodzakelijk dat er een onderzoek naar de luchtkwaliteit wordt uitgevoerd. Er is geen onderzoek nodig als het gaat om een locatie waar het publiek geen toegang heeft en waar geen vaste bewoning plaatsvindt. Ook is het niet nodig om te toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging. In juridische termen noemen we dit "niet in betekenende mate" (NIBM). In artikel 5.54 van Bkl staan standaardgevallen opgenomen wanneer sprake is van NIBM. Dit is bijvoorbeeld het geval bij: -
gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met:
1°.één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen; of 2°.twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen. 2.3.2 Geluid Je initiatief mag niet teveel geluid veroorzaken op geluidsgevoelige gebouwen. In paragraaf 5.1.4.2 Bkl zijn regels over geluid opgenomen. Het uitgangspunt is dat er rekening moet houden met geluid van activiteiten op plekken waar mensen wonen, werken, of verblijven (geluidsgevoelige gebouwen), zoals woningen, scholen, zorginstellingen, en kinderopvang.
19
Ga direct naar de checklist
Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de geluidsnormen standaard opgenomen in het omgevingsplan, in paragraaf 22.3.4. In tabel 22.3.1 van het omgevingsplan (zie hieronder) zijn specifieke waarden vastgesteld voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen.
gebouw voor minder dan 10 jaar. Het huidige beleid staat in de beleidsnota Geluid en Trillingen. Verkeerslawaai/ industrieterrein
Geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen, onderwijsinstellingen, zorginstellingen en kinderopvang, worden beschermd tegen verkeers- en industrielawaai. Ook bij de aanvraag van een vergunning voor een ontwikkeling op een industrieterrein is een onderbouwing en soms een onderzoek naar industrielawaai noodzakelijk. Voor nieuwe woningen zijn geluidsnormen vastgesteld, afhankelijk van het type verkeer en de locatie van de weg. Deze normen zijn gewijzigd onder de Omgevingswet. Zo is bijvoorbeeld de
20
Ga direct naar de checklist
standaardwaarde voor wegverkeer langs rijkswegen 50 Lden, met een maximale waarde van 65 Lden (3.34 en 3.35 Bkl). 2.3.3 Trillingen Met trillingen wordt bedoeld trillingen in de grond die worden veroorzaakt door bijvoorbeeld bouwwerkzaamheden, verkeer of industrie. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning moet rekening worden gehouden met deze trillingen om ervoor te zorgen dat ze geen overlast veroorzaken voor mensen of gebouwen. In paragraaf 5.1.4.4 van het Bkl zijn rijksinstructieregels opgenomen voor trillingen. Het gemeentelijk beleid staat in de beleidsnota Geluid en Trillingen. Spoorlijn Onderzoek naar trillingshinder van een spoorlijn is nodig bij plangebieden, die binnen een afstand van 100 meter van een spoorlijn liggen en waar trillingsgevoelige functies (zoals wonen) worden mogelijk gemaakt 2.3.4 Bodem De bodem is een belangrijk onderdeel van de fysieke leefomgeving. Het is belangrijk om de bodem te beschermen tegen verontreiniging en om ervoor te zorgen dat deze geschikt is voor verschillende doeleinden, zoals wonen, werken en recreëren. De Omgevingswet bevat regels en normen met betrekking tot de bodemkwaliteit en het beheer ervan. In paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl zijn rijksinstructieregels opgenomen over bodemkwaliteit.
Daarnaast zijn er algemene regels in Besluit activiteiten leefomgeving voor bedrijfsoverstijgende activiteiten (afdeling 3.2), die zijn bedoeld om de bodem te beschermen tegen verontreiniging en om ervoor te zorgen dat deze veilig is voor mens en milieu. Zo zijn er bijvoorbeeld regels voor milieubelastende activiteiten als het graven in de bodem, saneren van verontreinigde grond en voor het voorkomen van bodemverontreiniging bij bouwprojecten. Wanneer is een bodemonderzoek nodig? Een bodemonderzoek is nodig in verschillende situaties, zowel bij het aanvragen van een omgevingsvergunning als bij functiewijzigingen. Hier zijn de omstandigheden waarin een bodemonderzoek vereist kan zijn:
het gaat om een vergunningsplichtig bouwwerk EN; het gaat om een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie; het een bouwwerk betreft waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend, meer dan 2 uur per (werk)dag, mensen verblijven (verblijfsruimte).
In sommige gevallen is al een bodemonderzoek of saneringsrapport beschikbaar kan zijn, waardoor geen nieuw onderzoek nodig is. De algemene houdbaarheid van onderzoeksgegevens is twee jaar.
21
Ga direct naar de checklist
2.3.5 Geur Het Rijk stelt voor een aantal specifieke activiteiten gelden geurregels. In paragraaf 5.1.4.6 van het Bkl zijn rijksinstructieregels opgenomen voor luchtkwaliteit. De regels gelden voor rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), het houden van landbouwhuisdieren en andere agrarische activiteiten. Een geuronderzoek kan vereist zijn bij het aanvragen van deze omgevingsvergunning. Daarbij kan een geuronderzoek nodig zijn in de volgende situatie: 1. Locatiespecifieke overwegingen:
In gebieden waar gevoelige functies, zoals woningen, scholen, of recreatiegebieden, in de buurt zijn van potentieel geurveroorzakende activiteiten, kan een geuronderzoek nodig zijn om de mogelijke gevolgen van geurhinder te beoordelen.
2. Bestaande situaties:
Bij wijzigingen in bestaande activiteiten die geurhinder kunnen veroorzaken, zoals uitbreidingen van bedrijven of veranderingen in productieprocessen, kan een geuronderzoek vereist zijn om de impact op de omgeving te beoordelen
2.3.6 Licht Verlichting kan effect hebben op de fysieke leefomgeving. Zoals kunstverlichting bij straten, parken en sportvelden. Verlichting kan bijdragen aan sociale- en verkeersveiligheid. De gemeente Utrecht zet daarbij ook in op het tegengaan van energieverspilling en lichtvervuiling. Geef aan – indien relevant- op welke wijze licht afkomstig van je initiatief effect heeft op de fysieke leefomgeving. 2.3.7 Gezondheid Het Utrechtse gezondheidsbeleid bestaat uit meerdere beleidsdocumenten, waaronder de nota Samen gezondheidsverschillen verkleinen 2024-2027. Het gezondheidsbeleid kent verschillende onderdelen. Voor je initiatief is het thema: gezonde leefomgeving van belang. Hierbij gaat het onder andere om: schone lucht, tegengaan van hittestress, verkleinen van ongezonde verleidingen in publiek toegankelijke gebouwen, ruimte voor sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte, sociale veiligheid, betere plekken voor ontmoetingen en voldoende voorzieningen op het gebied van zorg, welzijn, cultuur, sport en onderwijs. Geef aan – zover niet al eerder naar voren is gekomen, hoe je initiatief bijdraagt aan de gezondheid van de gemeente Utrecht. 2.3.8 Activiteiten in de omgeving en milieuzonering Vanwege een goede fysieke leefomgeving wordt gekeken naar de milieu-invloed van bedrijven en andere functies op de locaties in het plangebied.
Daarbij gaat het om geur en geluid, stofhinder en gevaar. Daarnaast wordt bekeken welke invloed de functies die in het plangebied mogelijk gemaakt worden op de omgeving hebben. Of een beoordeling nodig is hangt af van de afstand tot gevoelige functies zoals woningen. Voor deze 'richtafstanden' wordt gebruik gemaakt van de VNG-handreiking 'Activiteiten en milieuzonering’.
22
Ga direct naar de checklist
2.4 Duurzaamheid (circulariteit- energie – klimaatadaptatie) 2.4.1 Duurzaamheid Elk initiatief dient rekening te houden met het thema duurzaamheid en dan specifiek op de thema’s energie, circulariteit en klimaatadaptatie (hittestress). Onderstaand vind je in het kort met welke aspecten je rekening dient te houden en wat je dient aan te dragen afhankelijk van het type initiatief. 2.4.2 Energie Utrecht wil een klimaatneutrale stad zijn. Voor nieuwbouw betekent dit dat we alleen woningen en andere gebouwen willen bouwen die energieneutraal of beter zijn. We willen bouwers en ontwikkelaars zoveel mogelijk helpen om dit voor elkaar te krijgen. Hiervoor hebben we het Utrechts Energie Protocol gemaakt.
Energieneutraal bouwen en ontwikkelen | gemeente Utrecht Dit Utrechts Energie Protocol wordt binnenkort aangevuld (Raadsbrief 26 april 2024: Raadsbrief Warmtesystemen Nieuwbouw Utrecht - iBabs Publieksportaal (bestuurlijkeinformatie.nl) met de volgende tekst: Bij projecten groter dan circa 150 woningequivalenten stuurt het college op collectieve warmte-koudesystemen, gebaseerd op warmte-koudeopslag, waarbij meerdere woningen worden aangesloten op één systeem; Bij projecten van meer dan circa 1500 woningequivalenten stelt het college de gemeenteraad voor om in een Omgevingsplan warmtesysteem vast te stellen, en neemt het college de regie over de selectie van een warmtebedrijf die een collectief systeem realiseert; Bij projecten tussen de circa 150 en circa 1500 woningequivalenten waarbij sprake is van een grondexploitatie, stimuleert het college de samenwerking tussen ontwikkelaars om te komen tot een gezamenlijk collectief warmtesysteem. Als initiatiefnemer vragen wij je een energieplan aan te leveren waarin je toelicht hoe je initiatief invulling geeft aan je energiebehoefte en hoe jij van plan bent om te gaan met de beperkingen rondom netcongestie.
Bij het indienen van dit energieplan dien je aan het volgende te denken: beschrijving elektriciteitsvoorziening en realisatie aansluiting op het Stedin- net beschrijving van de warmtevoorziening en hoe je de aansluitingen op warmte-(koude)bronnen/netwerken voor je ziet. beschrijving/berekening inperken risico oververhitting (TO-juli) Heb jij een duurzaam energieproject en zoek je financiering? Als energiecoöperatie, VvE, bewonersgroep, bedrijf, maatschappelijke instelling of sportvereniging kun je gebruikmaken van een lening van het Energiefonds Utrecht. Wie wij zijn | Energiefonds Utrecht 2.4.3 Circulariteit De gemeente Utrecht heeft als ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn. Als gemeente Utrecht hanteren wij de prestatieniveaus van het Nieuwe Normaal (HNN) en is het goed om te weten, als initiatiefnemer, dat er binnenkort een nieuwe circulaire beleidsnota wordt vastgesteld. Als initiatiefnemer draag je een circulair plan aan waarin je toelicht hoe jouw initiatief invulling geeft aan circulariteit. Je moet hierbij aan het volgende denken: Voor de openbare ruimte
23
Ga direct naar de checklist
We werken als organisatie aan de openbare ruimte met het waarderen van circulariteit, het wegen van milieu-impact, en het werken volgens het principe “hergebruik, tenzij”. Visie op het gebruik en hergebruik van materialen aan de hand van de R-ladder. Het aanleveren van een MKI (Milieu Kosten Indicator) of CO2 berekening. Voor woning- en utiliteitsbouw Bij woningbouw maken wij als organisatie gebruik van het Convenant Toekomstbestendig Bouwen. Het doel voor 2030 komt overeen met niveau goud: een massapercentage van minimaal 55% hernieuwbaar of hergebruikt materiaalgebruik (biobased en/of non-virgin). Bij utiliteitsbouw gebruiken we niet het convenant toekomstbestendig bouwen, maar het Nieuwe Normaal. De parameter herkomst materialen geeft daarbij eenzelfde waarde, met als doel een massapercentage van minimaal 55% in 2030. Indien er sprake is van nieuwbouw/aanbouw of renovatie van vastgoed vragen wij je een (voorlopige) MPG (Milieu Prestatie Gebouw)/CO2 berekening aan te leveren. Indien er sprake is van sloop vragen wij om een beschrijving en bestemming van het vrijkomende materiaal. Visie op inzet van materialen (herkomst, primair materiaal gebruik, hergebruik).
Visie op hoe jouw initiatief verder bijdraagt aan circulair bouwen, denk daarbij aan het verlaging van materiaal gebonden CO2 uitstoot via Paris Proof bouwen en het verhogen van demontabiliteit en/of andere indicatoren belegd in het Nieuwe Normaal. Tip: Wil je meer informatie over het toepassen van Biobased materialen, kun je contact opnemen met Building Balance. 2.4.4 Klimaatadaptatie (hittestress) Vanuit de Gemeente Utrecht streven naar een klimaatbestendige stad, waar we wonen in een groene stedelijke omgeving met genoeg schaduw, gezond zwemwater en een goede nachtrust voor iedereen. We houden regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt, en gebruiken de bodem als spons. Zo wordt Utrecht niet alleen een stad met genoeg ruimte voor planten en dieren, maar beschermt het ons ook tegen wateroverlast en overstromingen. De Visie Klimaatadaptatie is daarvoor de basis. Als initiatiefnemer vragen wij jou om een plan op te stellen waarin je aangeeft hoe jouw initiatief hittestress minimaliseert, hierbij kunt aan het volgende denken: Beschrijving van maatregelen hoe je denkt hittestress in binnen- en buitenruimten te beperken. Beschrijving hoe je invulling wil geven aan een plat dakoppervlak. Denk hierbij aan de mogelijkheden tot het gebruik van het dak voor waterberging en het toepassen van (hoogwaardig) groen.
2.5 Milieueffectrapportage (MER) en mer-beoordeling Bij bepaalde categorieën projecten moet verplicht een milieueffectrapportage (MER) worden opgesteld of moet een mer-beoordeling plaatsvinden voordat er een omgevingsvergunning kan worden verleend. De mer-beoordeling is een procedure om te bepalen of een project significante milieueffecten kan hebben en dus een volledige MER vereist.
24
Ga direct naar de checklist
De MER en mer-beoordeling wordt uitgevoerd op basis van criteria die zijn vastgesteld in de wetgeving, waaronder de aard en omvang van het project, de locatie, de kenmerken van het milieu en de mogelijke effecten op het milieu. Om te boordelen of een MER nodig is, kun je gebruik maken van verschillende instrumenten, zoals de mer-scan omgevingsvergunning of bijlage V van het Omgevingsbesluit. Als dit het geval is, moet een MER-beoordeling worden aangevraagd en de resultaten hiervan worden ingediend bij de aanvraag van een omgevingsvergunning. 2.6 Soortenbescherming (flora- fauna) De wet- en regelgeving met betrekking tot natuur- en soortenbescherming moet worden nageleefd. Dit betekent dat mogelijke schade aan natuurlijke habitats en beschermde soorten een Flora-Fauna vergunning nodig is. Voorbeelden van activiteiten waarbij dit kan spelen, zijn:
Bouwactiviteiten met aanpassingen aan gevels/muren/daken; Activiteiten op begroeid terrein; Activiteiten op braakliggend terrein met los zand/grind; Activiteiten die vliegroutes van soorten verstoren; Bij kap, ingrijpend snoeien of verplanten van 5 of meer bomen.
Voor deze activiteiten moet, indien dit volgt uit de natuurregels in paragraaf 11.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving je een aparte omgevingsvergunning voor flora- en fauna-activiteit aanvragen (art. 5.1, lid 2 onder g Ow). Voor het beoordelen of er sprake is van een ETFAL en om het besluit zorgvuldig voor te bereiden (art. 3:2 Awb) kan het nodig zijn dat om de effecten van je initiatief op de flora en fauna in kaart te brengen. Natuur maakt namelijk onderdeel uit van de fysieke leefomgeving (art. 1.2 Ow). Je initiatief mag daarbij ook niet onuitvoerbaar zijn, dit kan het geval zijn als het direct duidelijk is dat de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit nooit kan worden verleend. Het is daarom soms nodig dat je een QuickScan- Natuur aanlevert. In het onderzoek naar flora en fauna wordt de Utrechtse Soortenlijst meegenomen. Het toevoegen van de Utrechtse soorten vormt geen verhoging van deze onderzoeksinspanning omdat via de natuurwaardekaarten deze informatie ook beschikbaar wordt gemaakt. Als er beschermde of Utrechtse soorten in het projectgebied aanwezig zijn, zal worden beoordeeld of de soorten nadelige gevolgen van de ontwikkeling ondervinden. Bij mogelijke nadelige gevolgen, wordt gekeken of de ontwikkeling op een andere manier kan worden uitgevoerd zodat nadelige gevolgen worden voorkomen of geminimaliseerd.
Als deze nadelige gevolgen niet te voorkomen zijn moet het leefgebied gecompenseerd worden, zo dicht mogelijk bij het projectgebied, of wanneer dit niet mogelijk is op een alternatieve locatie binnen de gemeente. Als het leefgebied van een Utrechtse soort niet op korte termijn te compenseren valt zal dit expliciet aan het college worden voorgelegd. De verwachting is dat dit alleen het geval is in enkele oude bomenlanen waarin voor Nederland zeldzame paddenstoelen groeien. Met de stappen 1. Onderzoek, 2. Alternatieven, 3. Mitigeren, 4. Compenseren, 5. Expliciete keuze, wordt voorkomen dat Utrechtse soorten uit onze stad verdwijnen, terwijl gebiedsontwikkelingen mogelijk blijven. De resultaten van het onderzoek en de consequenties voor de soorten worden gemeld in het hoofdstuk waar ook de resultaten van de beschermde soorten onder de Omgevingswet worden gerapporteerd. De Utrechtse Soortenlijst is te vinden op de gemeentelijke website (Groenbeleid | Gemeente Utrecht – Omgevingsvisie).
25
Ga direct naar de checklist
2.7 Natura 2000- gebied Activiteiten mogen geen significante gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied. Dit kan nodig zijn als:
Bouwactiviteiten plaatsvinden EN/OF. De ontwikkeling woningbouw mogelijk maakt. De ontwikkeling gepaard gaat met gasverbruik of het gebruik van gasketels. Er een toename van verkeersbewegingen wordt verwacht.
Als de activiteiten significante gevolgen hebben voor een Natura-2000-gebied dan moet je een aparte omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit aanvragen (art. 5.1, lid 1 onder e, Ow). Voor het beoordelen of er sprake is van een ETFAL kan het ook nodig zijn om de effecten van het initiatief op het Natura 2000-gebied in kaart te brengen door het laten uitvoeren van een AERIUSberekening aanlevert, zoals vereist door de wetgeving (art. 4.15 Omgevingsregeling). Dit zorgt ervoor dat de berekening voldoet aan de actuele regelgeving en methodologieën voor het beoordelen van stikstofdepositie. Natuur 2000-gebieden maken namelijk onderdeel uit van de fysieke leefomgeving (art. 1.2 Omgevingswet) en daarbij mag je initiatief niet op voorhand onuitvoerbaar zijn. Het is daarom soms nodig dat je een AERIUS-berekening aanlevert.
3. Verkeer 3.1 Parkeren: Je initiatief moet op grond van het omgevingsplan voldoen aan de parkeerregels die in Utrecht gelden. Je dient te vermelden waar en welke parkeervoorzieningen (voor zowel auto's als fietsen) worden gerealiseerd. Hierbij zijn de volgende punten relevant: het aantal benodigde parkeerplaatsen op basis van het omgevingsplan en de gemeentelijke parkeernormen (zoals vastgelegd in de Beleidsregels Parkeernormen Fiets 2021 en Auto 2021). of het parkeren zal plaatsvinden op eigen terrein of op de openbare weg (rekening houdend met eventuele parkeervergunningen). De manier waarop er geparkeerd zal worden, zoals op het maaiveld, in een garage, bijgebouw of (half)ondergronds. 3.2 Verkeer/ mobiliteit en verkeersveiligheid Beschrijf:
de geplande ontsluiting en bereikbaarheid van het terrein voor zowel auto- als langzaam verkeer of er verkeersmaatregelen en/of verkeersbesluiten van de gemeente nodig zijn om de ontsluiting mogelijk te maken, zoals het verkrijgen van recht van overpad en een uitritvergunning. Soms kan het nodig zijn dat er een verkeersonderzoek wordt gedaan naar de verkeersveiligheid
26
Ga direct naar de checklist
toename of afname verkeer en of een toename mogelijk is op de bestaande wegen.
2 Stedenbouwkundige inpassing Je initiatief moet passen binnen de context van het bestaande stadslandschap, de stedelijke structuur en het cultureel erfgoed, en of de unieke identiteit van de stad behouden blijft. De rijksinstructieregels zijn opgenomen in paragraaf 5.1.5 Bkl en zien op regels over: -
duurzame verstedelijking cultureel en werelderfgoed
4.1 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een belangrijke richtlijn voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Deze ladder is van toepassing op verschillende vormen van stedelijke ontwikkeling, waaronder:
nieuwe woningbouwlocatie (vanaf 12 woningen) winkels kantoren bedrijventerrein scholen zorgcomplexen, overige stedelijke voorzieningen die voldoende substantieel zijn.
Daarnaast zijn er instructieregels vanuit de provincie (afdeling 9.1 van de Omgevingsverordening) die specifiek van toepassing zijn op stedelijke functies in zowel landelijk als stedelijk gebied, zoals:
Het verstedelijkingsverbod in landelijk gebied. De legalisatie van bestaand gebruik en bebouwing bij stedelijke functies. De mogelijkheid tot omzetting van een recreatiewoning naar een permanente woning. Functiewijzigingen van voormalige agrarische bedrijfspercelen naar stedelijke functies, zoals wonen of andere stedelijke voorzieningen. Uitbreiding van woningbouw en bedrijventerreinen in landelijk gebied.
Geef - indien relevant - aan hoe uw aanvraag past binnen deze regels. 4.2 Stedenbouwkundige inpassing Stedenbouwkundige inpassing houdt in dat de nieuwe bebouwing past binnen de directe omgeving binnen het plangebied. Dit gaat niet over de esthetische aspecten van het ontwerp, maar over hoe de aanvraag past binnen de bestaande omgeving. In de plantoelichting, een document dat de achtergronden en overwegingen van een plan beschrijft, wordt vaak uitgebreid ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van een project. Bij hoogbouw gelden specifieke richtlijnen en beleid, zoals vastgelegd in de hoogbouwvisie van de gemeente Utrecht. Deze visie biedt gedetailleerde richtlijnen voor de ontwikkeling van
27
Ga direct naar de checklist
hoogbouwprojecten. Het beleid in de hoogbouwvisie is gericht op het waarborgen van een passende inpassing van hoogbouw in de stedelijke omgeving, rekening houdend met factoren zoals schaal, massa, en functies. De gemeente Utrecht werkt aan een nieuwe stedenbouwvisie. Deze wordt gebaseerd op de Ruimtelijke strategie Utrecht 2020. 4.2.1 Sociale veiligheid Een beschrijving van hoe rekening is gehouden met de sociale veiligheid in het plangebied. Als er ruimtelijke ingrepen nodig zijn om de sociale veiligheid te verbeteren dan graag aangeven wat daar voor nodig is. 4.2.2 Windhinder Wanneer lager wordt gebouwd dan 30 meter, dan moet een afweging plaats vinden of er een windhinderonderzoek nodig is. Dit is het geval bij beschut gelegen gebouwen met een hoogte van 15 tot 30 meter of bij onbeschut gelegen gebouwen tot 30 meter. Bij gebouwen hoger dan 30 meter is een windhinderonderzoek nodig. Het windhinderonderzoek wordt volgens de NEN 8100:2006 ‘Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving’ uitgevoerd. In deze NEN wordt gewerkt met uurgemiddelde windsnelheden (m/s) gerelateerd aan de overschrijdingskans in percentage van uren per jaar. In een tabel wordt voor verschillende situaties en activiteiten (doorlopen, slenteren, langdurig zitten) een beoordeling van het windklimaat gegeven (slecht, matig, goed).