9e raadsvergadering 26 september 2024
Tekst van het document
20
zonder dat daar een vergunning of zelfs maar een KvK-inschrijving voor vereist is. De fractie heeft er
daarom meermaals kritische noten over gekraakt en zal dan ook tegen deze APV-wijziging stemmen. Wel heeft de fractie een voorstel om de beleidswijziging net iets beter te maken. De VVD vindt het
opvallend dat er over deze fundamentele beleidswijziging nauwelijks inspraak heeft plaatsgevonden. Daarom dient mevrouw Meerding motie 370 (Laat de buurt meepraten over sekswerk) in. Hierin
wordt het college opgedragen om bij de verdere concrete uitwerking van de APV-wijziging en de
proeftuin thuissekswerk bewoners de mogelijkheid te geven zich te laten horen, onder andere door
bewonersmeldingen te registreren en eventueel buurtgesprekken te organiseren, en hen expliciet te betrekken bij de evaluatie van de beleidswijziging.
Mevrouw Nolten (BIJ1) hoort mevrouw Meerding zeggen dat Utrechters er niet bij betrokken zijn, maar zegt dat sekswerkers ook Utrechters zijn.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de sekswerkers er inderdaad bij betrokken zijn, maar dat er nog heel veel andere belanghebbenden zijn. Het college wil thuissekswerk overal mogelijk maken.
Waarom hebben alle andere Utrechters, die in al die woonwijken wonen, daar dan niet over kunnen meepraten?
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt waarom mevrouw Meerding ervoor kiest om het verhaal van de sekswerkers weg te laten in het algemene verhaal.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat zij het verhaal van de sekswerkers niet weglaat. In het
Verwey-Jonkerrapport staat dat een deel van de sekswerkers niet thuis wil werken, omdat het te onveilig is. Zij zijn dus niet geholpen met dit voorstel.
De heer Sungur (DENK) vraagt of het standpunt van de VVD verandert als na participatie blijkt dat de buurt het thuissekswerk geen probleem vindt.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de APV-wijziging helaas niet meer tegengehouden kan worden. Haar voorstel is om heel goed te registreren waar meldingen gedaan worden, wat die
meldingen betekenen en om, als daar aanleiding toe is, een buurtgesprek te organiseren waar conclusies uit getrokken moeten worden. Als er geen meldingen komen, is dat positief.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) kent de VVD als een partij die goed op het geld let. Wat vindt
mevrouw Meerding ervan dat er nu 1,5 miljoen wordt uitgegeven aan hulpverlening, omdat deze groep toch aardig wat problemen blijkt te hebben.
Mevrouw Meerding (VVD) antwoordt dat de VVD hierover bij eerdere programmabegrotingen
voorstellen heeft ingediend, juist om te kijken of al dat geld echt nodig is. Dat gaat niet zozeer over de zorg, maar over de ontwikkeling van de plannen. Die kosten vond de VVD altijd al aan de hoge kant, dus de fractie kijkt hier zeer kritisch naar.
De heer Van Vliet (D66) is blij dat er een volgende stap gezet kan worden in het mogelijk maken van thuissekswerk. Dit is geen kleinigheid. Hoe dit nu met de APV geregeld wordt, komt weinig voor.
D66 denkt dat dit een goede weg is. De fractie begrijpt de voorstellen van andere partijen die sneller willen doorpakken. Tegelijkertijd begrijpt hij de reactie van het college dat men eerst maar eens aan
Raadsvergadering van 26 september 2024
21
de slag moet met dit voorstel. Wat D66 betreft kunnen de voorstellen van PvdD en BIJ1 in een later stadium snel weer op tafel komen.
Vervolgens dient de heer Van Vliet amendement 152 (Een Utrechtse sekswerker moet kunnen verhuizen) in, mede namens de fracties van EenUtrecht, GroenLinks en Student & Starter. De strekking hiervan is dat een sekswerker die naar Utrecht verhuist niet drie maanden zonder inkomsten komt te zitten.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat de heer Van Vliet zich in het debat aansloot bij de punten van de Partij voor de Dieren. Nu lijkt hij een van deze punten te nuanceren met een ander voorstel. Kan hij uitleggen waarom dit opeens vertraagd moet worden?
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij de wens om door te pakken begrijpt, maar dat hij ook de wens van het college begrijpt om eerst aan de slag te gaan. Er zijn in de coalitie verschillende wensen. Daarom kan D66 zich grosso modo vinden in het voorstel dat er nu ligt.
Mevrouw Nolten (BIJ1) weet dat er verschillende wensen bestaan binnen de coalitie en vraagt waarom coalitieafspraken zwaarder gewogen worden dan de wensen van de sekswerkers.
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat het thuiswerken nu mogelijk gemaakt wordt. Dat gebeurt misschien niet op de manier die BIJ1 graag wil en wat D66 betreft had het misschien ook
enthousiaster gemogen, maar er wordt nu een belangrijke stap gezet en daar is D66 blij mee. Mevrouw Nolten (BIJ1) vindt dit geen antwoord op haar vraag. Sekswerkers moeten centraal gesteld worden. Het kan toch niet zo zijn dat dit vertraagd wordt doordat coalitieafspraken belangrijker lijken te zijn?
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat de veiligheid en autonomie van sekswerkers altijd centraal
moeten staan. Met dit voorstel wordt een heel goede eerste stap gezet. Het zal zeker niet de laatste zijn.
Mevrouw De Vries (PvdD) is zeer verbaasd dat D66 nu met een afgezwakt voorstel komt van haar
eigen amendement. D66 zegt nu dat hier in een later stadium over gesproken kan worden, terwijl de
fractie in het debat zei dat het sneller moest. Waarom zwabbert D66 en wat zegt D66 tegen de eigen kiezers die hierachter staan?
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij het geen gekke gedachte vindt dat iemand die vanuit het
buitenland komt niet meteen als sekswerker aan de slag kan, maar dat iemand die vanuit Nederland naar Utrecht verhuist dat wel kan.
Mevrouw De Vries (PvdD) vraagt wat D66 dan van de Schengenzone vindt, waarbinnen je gewoon vrij over de grens mag werken.
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat dit inderdaad klopt, maar dat zijn voorstel prima valt te
verdedigen in verband met seksuele uitbuiting. De gemeente moet hiermee beginnen. Als eromheen gewerkt gaat worden, is dat het eerste wat op tafel komt bij het eerstvolgende evaluatiemoment.
Raadsvergadering van 26 september 2024
22
Mevrouw De Vries (PvdD) concludeert dat D66 zegt dat sekswerk normaal werk is, maar dat er op dit punt wel voorwaarden worden gesteld aan werken over de grens.
De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat dit wat D66 betreft een eerste stap is en niet de laatste stap. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat met de wijziging van de APV thuissekswerk mogelijk wordt gemaakt. Dat biedt kansen op meer zicht op deze groep en hulpverlening voor deze vaak
kwetsbare groep. Tegelijkertijd heeft de ChristenUnie ook zorgen over dit voorstel. Zal de gemeente er inderdaad in slagen een veiligere werkomgeving en voldoende ondersteuning te bieden aan deze sekswerkers? Daar zal de fractie deze proeftuin strak op volgen en beoordelen. De ChristenUnie
vraagt zich af of er voldoende waarborgen zijn om dit werk veilig, schoon en transparant te doen. Daarom dient de heer Van der Graaf motie 371 (Onderzoek mogelijkheden verbeteren veiligheid
thuiswerken) in, mede namens de fracties van VVD en D66. Hierin wordt het college verzocht om te
onderzoeken welke stappen er nog gezet kunnen worden op onder andere het gebied zorg, hygiëne
en handhaving om de situatie te verbeteren voor thuiswerkende sekswerkers en voor de stad, hierbij met verschillende organisaties in gesprek te gaan en het verslag van dit onderzoek bij te voegen bij de handhavingsstrategie in Q4 dit jaar.
De heer Maas (Volt) vraagt wat deze vraag over strategie bijdraagt aan het staande beleid wat betreft handhaving.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat bij het legaliseren van iets hoort dat men de
handhavingsstrategie op orde heeft. Dit draagt eraan bij om tot die strategie te komen en daar goed onderzoek naar te doen.
De heer Maas (Volt) merkt op dat de burgemeester had gezegd dat het bij de handhaving ging om
adressen waar meerdere sekswerkers samenwerkten. Er wordt dus wel degelijk gehandhaafd, er zijn
wel degelijk cijfers en handhaven kon de gemeente altijd al. Waarom dient de heer Van der Graaf dan deze motie in?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat er een bepaalde verantwoordelijkheid hoort bij dit voorstel. De zinnen die in het voorstel aan handhaving gewijd worden vindt hij onvoldoende. Daarom dient hij deze motie in om tot betere handhaving te komen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt dat er een stap gezet wordt in de richting van decriminaliseren. Het idee
van de proeftuin is dat het geëvalueerd zal worden. Waarom is deze extra interventie dan nodig? Is er te weinig vertrouwen in de evaluatie die eerder is afgesproken, onder andere in het coalitieakkoord? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat de evaluatie nog moet komen. Deze motie gaat over een onderzoek naar de wijze waarop de handhaving in andere steden plaatsvindt.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt nogmaals of dit nodig is. Hiervoor heeft de gemeente toch al de commissie-Sorgdrager gehad?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat deze commissie zinnige dingen heeft gezegd en dat het beleid hier mede op gebaseerd is. Over de handhavingsstrategie valt nog wat te leren. Daar
Raadsvergadering van 26 september 2024
23
gaat deze motie over. De heer Sungur (DENK) begrijpt dat de ChristenUnie kritisch is op de wijze waarop de gemeente het beleid wil handhaven. Als de motie wordt verworpen, zal de ChristenUnie dan tegen het voorstel stemmen?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) hoort graag een reactie op zijn motie. Die is voor hem nodig om het beleid goed uit te voeren.
De heer Sungur (DENK) vraagt wat er verbeterd wordt aan de handhaving als deze onderzoeksmotie aangenomen wordt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat er nog een hoop verbeterd moet worden aan de handhaving. In de proeftuin moet geleerd worden. In zijn motie geeft de heer Van der Graaf aan op welke vlakken hij vindt dat er nog geleerd moet worden.
De heer Van Steeg (CDA) hoort de heer Van der Graaf zeggen dat met dit voorstel de veiligheid van de sekswerkers wordt verhoogd, maar dat er aan de andere kant onderzoek verricht moet worden
naar de handhaving. Is dit niet gewoon de keuze die het college maakt en moet de raad niet gewoon kiezen of ze hier voor of tegen is?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat er een aantal voorwaarden gesteld is aan
sekswerk thuis. Die zijn duidelijk geformuleerd en hier staat de ChristenUnie achter. Die dragen bij aan veilig, schoon en transparant werk. Op het gebied van handhaving is het nog mager en dat wil de heer Van der Graaf verbeteren.
De heer Van Steeg (CDA) is het hiermee eens, maar vraagt zich af wat een onderzoek van een maand hier nog aan toevoegt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat de burgemeester gezegd dat er al een
handhavingsstrategie is. Die komt nog naar de raad. Met deze motie wil de heer Van der Graaf
ervoor zorgen dat de gemeente nog leert van andere gemeenten en organisaties. Als daar meer tijd voor is, hoort hij dat graag. Dan moet de gemeente die tijd ook nemen.
De heer Van Steeg (CDA) concludeert dat de heer Van der Graaf pleit voor uitstel van dit voorstel, omdat hij op dit moment niet voor dit raadsvoorstel kan zijn.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat hij dit niet gezegd heeft. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) stelt voorop dat de gemeente deze situatie gecreëerd heeft door honderden vrouwen van hun werkplek weg te jagen. De ChristenUnie heeft het gezin en
kinderveiligheid hoog in het vaandel staan. Hoe kijkt de heer Van der Graaf ertegenaan dat een alleenstaande moeder met vier kinderen straks haar klanten thuis ontvangt?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat hij allerlei soorten mensen in de samenleving
hoog in het vaandel heeft staan, waaronder gezinnen. Er zitten twee kanten aan dit verhaal. Er zijn
Raadsvergadering van 26 september 2024
24
risico’s en er zijn mogelijkheden om het zicht op sekswerkers, en daarmee de hulpverlening, te verbeteren.
De proeftuin is er om te leren en te streven naar een schone, transparante en veilige sector. Dat
wordt een grote uitdaging. Daarom is het belangrijk goed te evalueren. Er zal lerend geëvalueerd
worden, maar wat de heer Van der Graaf betreft komt er ook een moment waarop bekeken wordt hoe men verder moet. Gaat de gemeente verder, worden zaken aangepast of stopt ze ermee? Daarbij moet gekeken worden naar het risico op mensenhandel, laagdrempelige zorgverlening en het
vertrouwen in hulp en ondersteuning. Daarom dient de heer Van der Graaf motie 372 (Evaluatie proeftuin thuiswerken) in, mede namens VVD en CDA. Hierin wordt het college verzocht om de
wijziging in de APV Q3 2027, drie jaar na de invoering, grondig te evalueren en in Q1 2026, over
anderhalf jaar, een tussentijdse evaluatie naar de raad te sturen en deze evaluatie naar de raad te sturen, waarna de raad kan beslissen over het vervolg van de proeftuin.
De heer Sungur (DENK) zal het commissiedebat niet herhalen. De raad weet hoe DENK over dit
onderwerp denkt. De heer Sungur dient motie 373 (Geen prostitutie vanuit flats) in. Hierin wordt het college verzocht om in ieder geval geen prostitutie vanuit huis toe te staan in flatgebouwen.
Vervolgens dient de heer Sungur motie 374 (Geen prostitutie bij scholen en religieuze instellingen) in. Hierin wordt het college verzocht om in het nieuwe sekswerkbeleid een afstandscriterium van
minimaal 250 meter te hanteren voor thuissekswerkplekken ten opzichte van scholen en andere door kinderen gebruikte gebouwen, zoals opvang, kerken, moskeeën en andere religieuze instellingen.
De heer Snijder (Student & Starter) vraagt zich af wat er met de sekswerkers zal gebeuren wanneer deze afstandscriteria zullen gelden. Waar moeten zij dan naartoe?
De heer Sungur (DENK) antwoordt dat zij in dat geval zouden moeten verhuizen. DENK is sowieso geen voorstander van thuissekswerk.
Mevrouw Assen (PvdA) is blij dat de gemeente dichter bij de uitvoering komt van de adviezen van de commissie-Sorgdrager en dat met deze wijziging ook thuissekswerk gelegaliseerd wordt. Dat is een
goede stap in de richting van de decriminalisering van sekswerk in het algemeen. Er moet niet langer gewacht worden met het zetten van stappen, want er zijn al te lang te weinig legale
sekswerkplekken. Hierop dient mevrouw Assen motie 375 (Bescherm kwetsbare jongere
sekswerkers) in, mede namens de fracties van EenUtrecht, ChristenUnie en D66. Hierin wordt het
college opgedragen om samen met hulporganisaties in de stad te komen met een plan van aanpak om sekswerkers onder de 21 jaar in beeld te krijgen en hen te beschermen tegen de risico’s die
komen met het blijven werken in de illegaliteiten en hier al op in te gaan in de handhavingsstrategie die nog naar de raad komt in Q4.
Mevrouw Nolten (BIJ1) vraagt wat de toegevoegde waarde is van deze motie. In de motie lijkt het of sekswerkers onder de 21 per definitie kwetsbaar zijn, maar vanaf 18 jaar is het gewoon legaal om sekswerk te doen. De gemeente doet een stap naar decriminalisering. Warm haalt de PvdA dan de handhavingsstrategie erbij en bestempelt ze deze groep zo?
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat ze in de illegaliteit blijven werken en volgens de PvdA daarom kwetsbaarder zijn.
Raadsvergadering van 26 september 2024
25
Mevrouw Nolten (BIJ1) begrijpt die redenering, maar haar voorstel is om de leeftijdsgrens van 21 te verlagen naar 18. Dit is volgens de wet al zo. Waarom sluit de PvdA zich daar niet bij aan?
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat het debat neerkomt op het debat dat mevrouw Nolten met de heer Van Vliet had. Dit komt voort uit het onderdeel uitmaken van de coalitie.
Mevrouw Nolten (BIJ1) stelt mevrouw Assen dan ook dezelfde vraag als de heer Van Vliet. Vindt zij de coalitieafspraken belangrijker dan het centraal stellen van de sekswerkers?
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat zij het niet vindt kloppen om deze twee zaken tegenover elkaar te zetten. De belangen van de sekswerkers staan centraal, ook op basis van de aanbevelingen van de commissie-Sorgdrager. Als de PvdA 23 zetels had, zouden de gemaakte keuzes iets anders zijn.
De heer Sungur (DENK) hoort nu al een aantal keer verwezen worden naar coalitieafspraken, maar is dan wel benieuwd wie wat vindt in de coalitie. Hij hoort partijen alleen maar zeggen dat ze eigenlijk ergens voor zijn, maar dat ze zich houden aan coalitieafspraken.
Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat de verkiezingsprogramma’s van de vijf partijen een goed inkijkje geven in de opvattingen van de partijen hierover.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) steunt een aantal gedane voorstellen. Hopelijk verruimen die het
raadsvoorstel. De fractie is echter tevreden met het voorliggende raadsvoorstel. Er wordt meer ruimte en legaliteit gecreëerd voor sekswerkers. Er wordt een grote stap voorwaarts gedaan.
Mevrouw De Vries (PvdD) hoort dat GroenLinks tevreden is met het raadsvoorstel, maar de fractie
sloot zich in de commissie nog aan bij het betoog van de PvdD. Waarom gebeurt dit op deze manier? Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat dit niet klopt. Ook in de commissie heeft ze gezegd
tevreden te zijn met het raadsvoorstel. Ze heeft toen ook gezegd dat dit een compromis is tussen verschillende partijen in de raad. Ze heeft zich toen aangesloten bij de vragen die de PvdD stelde over de criteria. Hier heeft het college op geantwoord en GroenLinks begrijpt deze antwoorden. Daarom is de fractie blij met het voorliggende voorstel.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is verbaasd over wat ze hoort van GroenLinks. Sekswerk is al heel lang legaal. Sekswerkers betalen al heel lang belasting. Het gaat steeds over legaal en illegaal.
GroenLinks is al heel lang de grootste partij in Utrecht. De partij is erbij geweest toen de vrouwen een stichting hadden, gefinancierd door de ABN Amro, om het beroep in ere te houden en de
vrouwen te beschermen. ABN Amro wilde toen een garantie van 10 miljoen. Die is niet gegeven, want de gemeente wilde zich niet bemoeien met het prostitutiebeleid.
De voorzitter vindt dat dit geen interruptie meer is, maar een hele bijdrage. Ze roept mevrouw Hessel op een vraag te stellen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt waarom het college met GroenLinks erin destijds niet de
garantie van 10 miljoen had afgegeven. Dan was het nu legaal geweest en had de Utrechtse burger niks hoeven betalen, omdat ABN Amro alles ging financieren.
Raadsvergadering van 26 september 2024
26
De voorzitter stelt dat deze vraag buiten de orde van dit debat is. Dit debat gaat over een APVwijziging thuissekswerk. Op deze manier kunnen er geen debatten meer gepland worden.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) wil het ook graag houden bij de orde van de vergadering. Ze vindt het fijn om te horen dat Utrecht Solidair net als GroenLinks een groot hart heeft voor sekswerk. Er zijn inderdaad stappen gezet, ook door het college waar GroenLinks in zat de afgelopen jaren, die de positie voor sekswerkers moeilijker hebben gemaakt. Daarom is mevrouw Fattal wel blij met het voorstel dat nu voorligt. Zo worden meer werkplekken gecreëerd voor sekswerkers.
De heer Van Steeg (CDA) is ook benieuwd naar de afspraken die de coalitie achter de schermen heeft gemaakt. In het commissiedebat is het CDA kritisch geweest op thuissekswerk. De heer Van Steeg
bedankt de burgemeester voor de antwoorden. Hij ziet nog steeds onvoldoende in het voorstel terug dat ook andere belangen zijn gewogen. Die belangen hebben betrekking op handhaving, overlast en de risico’s die onvermijdelijk gepaard gaan met het beroep van sekswerker en de ongelijkheid die hier onvermijdelijk mee gepaard gaat. Hierom zal het CDA tegen het voorstel stemmen.
De heer Eerenberg (wethouder) bedankt de burgemeester dat zij hem vervangen heeft in het commissiedebat. Raad en college hebben al veel met elkaar van mening gewisseld over dit
onderwerp. Kortheidshalve kan de wethouder dan ook zeggen dat hij bij het voorstel wil blijven. In een eerder debat heeft hij al aangegeven waarom: er wordt een heel grote stap gezet in het
implementeren van de adviezen van de commissie-Sorgdrager. Dit is een antwoord op veel moties en amendementen. Niet elk advies is geschikt voor elke sekswerker. Niet elke sekswerker wil thuiswerken of escortwerk doen.
Het beeld is zeer gedifferentieerd, maar een van de adviezen van de commissie was om het
thuissekswerk legaal te maken. Dat verbetert de positie van sekswerkers. De wethouder heeft met sekswerkers gesproken. Zij vertellen dat klanten ermee dreigen stampij te maken, zodat de sekswerker uit haar huis moet. Hierdoor worden de sekswerkers gedwongen tot bepaalde
handelingen. Met dit voorstel wordt die machtspositie weggenomen. Dat is een verbetering voor de positie van sekswerkers.
Tegelijkertijd moet de gemeente niet naïef zijn. Er zijn geëmancipeerde mensen die zelf voor dit werk kiezen. Die zijn van harte welkom en moeten ondersteund worden. Het is echter ook een wereld waarin de zwakken in de samenleving uitgebuit worden. Daarom zit er een aantal
veiligheidskleppen in dit voorstel. Die wil de wethouder in het voorstel houden om ervoor te zorgen dat er geen misbruik wordt gemaakt van mensen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) merkt op dat de beperking van drie maanden vanuit de politie komt en niet vanuit de commissie-Sorgdrager. Waarom is daarvoor gekozen?
De voorzitter roept de leden op om het commissiedebat niet over te doen. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er een groep geëmancipeerde sekswerkers is die zelf thuis wil werken. Dat mag nu niet. Utrecht is een van de steden die dat nu goed wil regelen. Dat is een grote stap. Er zijn mensen in de samenleving die hier misbruik van willen maken. Dat wil de
gemeente niet laten gebeuren, ook met het oog op het succes van deze maatregel. Als er misbruik
van deze maatregel gemaakt wordt en dit overlast bezorgt, is het makkelijk om de hele maatregel ter
Raadsvergadering van 26 september 2024
27
discussie te stellen. Daarom is er gekozen voor bijvoorbeeld de maatregel van de drie maanden. Zo kan er niet even snel ergens een sekswerker ingeschreven worden. Dan is er geen sprake meer van thuiswerken, maar is er in een woning sekswerk via een pooier mogelijk gemaakt. Dit wil de gemeente niet. Hetzelfde geldt voor de veiligheidsklep van 21 jaar.
De voorzitter vraagt of de wethouder alle moties en amendementen langs wil gaan. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat hij met de genoemde redenatie de amendementen 147 1n 148 ontraadt. Amendement 149 heeft betrekking op het inperken van de mogelijkheid om ’s
nachts thuis te werken. De gemeente moet overlast die mogelijk gepaard gaat met dit werk serieus nemen, ook met het oog op het draagvlak. Dit is eveneens een veiligheidsklep. De wethouder
ontraadt dit amendement dus. Amendement 150 wil het mogelijk maken dat meerdere sekswerkers vanuit één huis werken. Het risico bestaat dat dit leidt tot sekswerkdienstverlening vanuit huizen in
plaats van thuiswerkende sekswerkers. Dat wil de gemeente niet. Ook dit is dus een veiligheidsklep en ook dit amendement ontraadt de wethouder.
Mevrouw De Vries (PvdD) heeft een vraag over amendement 148, Ook na verhuizing legaal werk. Ziet de wethouder dat de veiligheidsklep waar hij het over heeft ook al zit in de twee voorwaarden over de bemiddeling door en afdracht aan derden? Deze extra voorwaarde is dus overbodig.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat deze naar zijn oordeel niet overbodig is. Er moet een grens gesteld worden om te voorkomen dat mensen er misbruik van maken. Als de grens iets te strak geformuleerd blijkt te zijn, dan maakt hij die liever later iets soepeler. Als het andersom gedaan wordt, kan het draagvlak voor dit voorstel wegvallen.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) merkt op dat in 2018 voor 5,7 miljoen het pand in de
Hardebollenstraat aangekocht is om prostitutie daar onmogelijk te maken. Dat vonden de
prostituees toen jammer. Nu kunnen daar vier prostituees thuis gaan werken. Hoe valt te verklaren dat eerst al die panden aangekocht worden omdat de gemeente geen prostitutie wil en er straks misschien vier prostituees thuiswerken?
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat er heel veel vormen van sekswerkers bestaan.
Straatsekswerk is anders dan raamsekswerk of escortwerk of via een webcam diensten aanbieden. Nu wordt er al thuissekswerk verricht in de stad. Dat allemaal op één hoop gooien door te zeggen dat iets moet kunnen als het andere ook mag, helpt niet in de discussie. Het gaat nu over
thuissekswerk. De raad gaf op advies van de commissie-Sorgdrager ook de opdracht aan de
wethouder om op zoek te gaan naar nieuwe locaties voor sekswerk, waaronder voor de groep die
misschien ook op de Hardebollenstraat zat. Hier is hij mee bezig. Dit moet niet gemengd worden, want het is een ander type sekswerk.
De PvdD vroeg om toe te zeggen dat er niet zomaar nadere regels gesteld worden zonder de raad eerst te informeren. Dit zegt de wethouder toe.
Ook amendement 151 ontraadt de wethouder met dezelfde argumenten als de eerdere amendementen.
In motie 370 wordt het college opgedragen om met buurten te spreken. Men weet niet precies waar de thuissekswerkers zitten. De wethouder heeft met wijkplatforms gesproken. De gemeente zal
meldingen registreren. Als de situatie problematisch is, zal de gemeente met de buurt in gesprek
Raadsvergadering van 26 september 2024
28
gaan, overigens wel op een manier waarop dit voor alle partijen veilig is. De wethouder adviseert de motie positief.
Met betrekking tot amendement 152 maakt de wethouder dezelfde opmerking als bij het
amendement van de PvdD. Het punt van sekswerkers die verhuizen is een terecht punt, maar de oplossing om het dan open te zetten, vindt de wethouder te ver gaan. Dat kan een aanzuigende
werking hebben op mensen die er misbruik van willen maken. De wethouder had graag in dit debat een alternatief willen bieden. Dit gaat niet over honderden mensen per jaar, dus hij wil studeren op de mogelijkheid om maatwerk te leveren voor sekswerkers in Utrecht die vanuit huis werken en die verhuizen en door willen gaan. Hij stelt voor om in de eerstvolgende update te schrijven hoe hij denkt dit reële probleem te kunnen oplossen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) hoort de wethouder spreken over een aanzuigende werking en zaken die
kunnen ontstaan, maar tegelijkertijd geeft de wethouder aan dat zaken al gebeuren. Hij weet hoe
BIJ1 erover denkt. Het is beter om realistisch beleid te maken dat werkt voor de sekswerker. Waarom kiest hij niet een van deze conclusies? Wat de wethouder nu zegt, is tegenstrijdig.
De heer Eerenberg (wethouder) neemt het amendement van D66 als voorbeeld. Iemand hoeft alleen maar in Nederland een registratie gehad te hebben om in Utrecht thuissekswerk te mogen doen. Er zullen mensen zijn die met kwade intenties naar zo’n regel kijken. Enerzijds wil de wethouder dit
niet voor de kwetsbare sekswerkers die hier slachtoffer kunnen worden, en anderzijds wil hij het niet voor het draagvlak voor deze maatregel voor de geëmancipeerde sekswerker. Het punt dat je moet
kunnen verhuizen zonder drie maanden te hoeven wachten is relevant, maar dit is niet de oplossing voor dit probleem. De wethouder zal in een brief met een andere oplossing komen.
In motie 371 wordt het college verzocht om de mogelijkheden tot het verbeteren van de veiligheid
van thuiswerkende sekswerkers te onderzoeken. Dit is staand beleid. Hier is het college mee bezig. De wethouder begrijpt ook dat het voor de raad belangrijk is om te laten zien dat ze dit serieus neemt. Hij geeft de motie dus een positief advies.
Met betrekking tot motie 372, Evaluatie proeftuin thuiswerken, geeft de wethouder aan dat de commissie-Sorgdrager heeft aangeraden om lerend te evalueren. De gemeente evalueert dus
constant. Als de raad de behoefte heeft om over anderhalf jaar heel expliciet te kijken waar men staat, kan de wethouder dit faciliteren. In die zin geeft hij de motie een positief advies.
Motie 373, Geen prostitutie vanuit flats, ontraadt de wethouder, omdat het wel of niet wonen in een flat geen bepalende factor is die het sekswerk al dan niet kwetsbaar maakt. Het is evenmin een voorspeller voor overlast.
De heer Sungur (DENK) stelt dat de kans op overlast in een flat hoger is dan bij een rijtjeshuis. De heer Eerenberg (wethouder) is dit niet met de heer Sungur eens. Ook in een rijtjeshuis zijn er buren.
De heer Sungur (DENK) heeft het over de kans. Er gebeurt meer tussen buren in flats. Hier kan de wethouder toch eerlijk over zijn?
De heer Eerenberg (wethouder) vindt het sowieso goed om eerlijk te zijn. Het is de hypothese van de
heer Sungur dat sekswerk niet thuishoort in een flat. De wethouder ondersteunt deze hypothese niet. Motie 374 gaat over de afstand tot scholen en religieuze instellingen. De wethouder weet niet waar
Raadsvergadering van 26 september 2024
29
de sekswerkers thuiswerken. Dit wil hij ook niet weten vanuit privacyoverwegingen. Hij kan dus ook niet sturen op afstanden tot wat dan ook, dus hij ontraadt de motie.
In motie 375 wordt opgeroepen om jonge sekswerkers te beschermen. Belle doet dit al voor de
gemeente. De motie is in die zin overbodig. Het tweede dictum van de motie vindt de wethouder ingewikkeld. Er wordt verzocht om een aanpak van hulpverlening in een handhavingsstrategie te stoppen. Dat is een gekke plek. Dat doet de gemeente niet. De handhavingsstrategie gaat over
handhaving. Van hulpverleners mag verwacht worden dat ze een goed plan van aanpak hebben voor kwetsbare sekswerkers en die heeft Belle. Als mevrouw Assen het woord "in" verandert in "bij", dan kan de wethouder de motie overnemen. Anders geeft hij een negatief advies.
Mevrouw Assen (PvdA) kan dit aanpassen. Ze vraagt of ze de motie dan moet intrekken en opnieuw moet indienen.
De voorzitter antwoordt bevestigend, omdat het om een wijziging gaat. De heer Sungur (DENK) stelt voor dat de wethouder een toezegging doet. De voorzitter vindt dit een goed idee. Dit zou iedereen veel tijd schelen. Ze constateert dat ook mevrouw Assen dit een goed idee vindt.
De heer Eerenberg (wethouder) zegt toe waartoe het college wordt opgeroepen in motie 375, met het verschil dat hij de tweede "in" in het tweede beslispunt heeft gewijzigd in "bij".
De voorzitter constateert dat geen van de aanwezigen behoefte heeft aan een tweede termijn. Aan het eind van de vergadering zal over de amendementen, het raadsvoorstel en de moties gestemd worden.
22. Raadsvoorstel Intrekken warmteplan Zuilense Vecht. De heer Te Hoonte (VVD) is teleurgesteld over het proces. Er is een raadsvoorstel aangenomen en nu wordt de raad gevraagd dit weer in te trekken op basis van een marktconsultatie. Dit had beter
gekund door eerst de marktconsultatie uit te voeren en daarna pas te komen met een raadsvoorstel. Daarom dient de heer Te Hoonte motie 376 (Warmteplan Bezint eer ge begint) in, mede namens de fracties van UtrechtNu!, Volt en CDA. Hierin wordt het college opgedragen om bij toekomstige
keuzes voor warmtesystemen bij gebiedsontwikkelingen, waarbij een warmteplan wordt overwogen, vooraf de markt te consulteren over haalbaarheid en wenselijkheid van zowel de technische oplossing als het in te zetten rechtsmiddel.
De heer Peters (D66) vraagt hoe de VVD ertegenaan kijkt als dit tot vertraging van het project zou kunnen leiden.
De heer Te Hoonte (VVD) denkt niet dat dit tot vertraging van een project zal leiden. Wanneer een
project bedacht wordt, moet ook nagedacht worden over hoe warmte naar die woning toe gaat. Als
er bijvoorbeeld overgegaan wordt van zonnepanelen met warmte-koudeopslag naar een warmteplan, moet er ook een andere woning ontwikkeld worden. De marktconsultatie moet dus aan de voorkant uitgevoerd worden om te weten hoe de woning getekend moet worden.
Raadsvergadering van 26 september 2024
30
Mevrouw Heijne (GroenLinks) kent de VVD als een partij die het belangrijk vindt om de stappen in de juiste volgorde te nemen. Ze denkt dat de VVD, als het college al uitvoerende stappen neemt of een uitvoerende verkenning doet voor er een raadsvoorstel is, daar ook moeite mee zou hebben. Hoe kijkt de heer Te Hoonte daar tegenaan?
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit binnen de Omgevingswet het uitgangspunt is. Eerst gaat de gemeente met de stad spreken en haalt ze dingen op. Er wordt met energieleveranciers
gesproken. Dat komt dan allemaal samen in een document. Dat past prima in dat traject, dus wat de VVD betreft gaat de marktconsultatie naar de voorkant.
Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft met stijgende verbazing deelgenomen aan het commissiedebat. De beantwoording van de wethouder vond zij vreemd. Daarom dient mevrouw Zwinkels motie 377 (Duurzaam warmtesysteem vraagt visie op samenwerking) in, mede namens de fracties van
EenUtrecht, VVD en Volt. Hierin wordt het college verzocht om In het geval van Zuilense Vecht
afrondende gesprekken te voeren met de geïnteresseerde partijen en daarmee de consultatie op een nette wijze te beëindigen, te leren van deze ervaring bij Zuilense Vecht, met extra aandacht voor
visievorming rondom publiek-private samenwerking in het realiseren van de energietransitie, dit vast
te leggen in een raadsbrief en transparanter te zijn in de achterliggende redenen voor een besluit om de aanpak of een oplossing in de energietransitie te wijzigen.
Mevrouw Passier (Volt) sluit zich aan bij de moties van de VVD en het CDA. Tegelijkertijd kan ze zich
vinden in het voorstel van het college om het Warmteplan Zuilense Vecht terug te trekken. Volt is een sterk voorstander van het inzetten op collectieve energiesystemen. Daarom dient mevrouw Passier
motie 378 (Collectief warmtesysteem Zuilense Vecht) in. Hierin wordt het college opgedragen om via privaatrechtelijke afspraken, en daaraan voorafgaand overleg, de kans te maximaliseren dat de ontwikkelaars in Zuilense Vecht aansluiten op een collectief warmtesysteem.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) worstelt met het voorstel van Volt. Inhoudelijk doet het precies wat de fractie van GroenLinks wil. Die wil namelijk ook een collectief warmtesysteem. Ze ziet in de motie
dingen terug die ook in het raadsvoorstel staan. Wat voegt deze motie toe aan het raadsvoorstel en de in de commissie gedane toezeggingen?
Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat er in beslispunt inderdaad staat dat er wordt ingezet op een collectief energiesysteem en dat de gemeente een stimulerende rol aanneemt om de
woningbouwcorporatie en de ontwikkelaars te bewegen tot een samenwerking, maar Volt heeft begrepen dat dit op de rand is van wat er kan. De fractie wil met deze motie de wethouder
ondersteunen om via privaatrechtelijke afspraken de kans te maximaliseren dat de ontwikkelaars in Zuilense Vecht aansluiten op een collectief warmtesysteem.
Mevrouw Heijne (GroenLinks) hoort in dat geval graag of het college deze motie nodig heeft als ondersteuning.
Mevrouw Passier (Volt) vertelt dat alleen inzetten op een collectief warmtesysteem Volt niet ver
genoeg gaat. De fractie wil inzetten op systeemintegratie, waarin warmte en elektra in één systeem worden geïntegreerd. Juist bij dit soort nieuwe projecten zijn hier kansen voor. Het is een gemiste
Raadsvergadering van 26 september 2024
31
kans dat dit niet meegenomen wordt in het voorstel. Ook mist Volt de kans voor meer ruimte voor lokale initiatieven. Daarom dient mevrouw Passier motie 379 (Pak de kans voor een lokaal,
geïntegreerd energiesysteem Zuilense Vecht) in. Hierin wordt het college opgedragen om in het
onderzoek naar hoe de eisen of gunningscriteria zo slim mogelijk geformuleerd kunnen worden ook het geïntegreerde energiesysteem en de mogelijkheden voor lokale initiatieven mee te nemen en de resultaten van het onderzoek met de raad te delen wanneer dit is afgerond.
De heer Peters (D66) vraagt of er lokale initiatieven uit Zuilense Vecht zijn die zich gemeld hebben bij Volt. Zelf heeft hij die nog niet gehoord.
Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat die zich nog niet gemeld hebben. In het raadsvoorstel staat wel dat er gesprekken zijn met de woningcorporaties, maar dat er verder nog geen participatie is geweest. Daarom wil Volt dit wel laten onderzoeken.
De heer Peters (D66) merkt op dat men wel aan de slag moet gaan om woningen te bouwen. Als
lokale initiatieven zich hadden willen melden had dit in een eerder stadium moeten gebeuren en had Volt dit eerder moeten benadrukken.
Mevrouw Passier (Volt) antwoordt dat dit niet helemaal uit de lucht komt vallen. De raad heeft nu dit voorstel gekregen. Er wordt nu een andere keuze gemaakt in het proces dat ver voor de huidige raadsperiode is ingezet. Daarom grijpt Volt dit moment aan om dit nogmaals te benadrukken.
De heer Peters (D66) merkt op dat iedereen hiervoor is. Dit is al bestaand beleid, maar niet in precies dezelfde woorden die Volt altijd gebruikt. In het bestaande beleid heeft niemand zich gemeld, ook
geen lokaal initiatief. De heer Peters ziet de toegevoegde waarde van deze motie dan ook niet. Kan mevrouw Passier dit nog één keer goed uitleggen?
Mevrouw Passier (Volt) vraagt zich af of energiesystemen, waarin warmte en elektra zijn
geïntegreerd, bestaand beleid zijn. Als dat het geval is, heeft Volt een heel groot succes te pakken. Ze hoort dit graag van de wethouder.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt de titel van motie 376, Bezint eer ge begint, verstandig klinken, maar na zorgvuldige lezing blijkt de motie op te roepen om met de markt te praten nog voor
überhaupt een warmteplan overwogen wordt. Dit vindt de wethouder wel heel erg vroeg. Dan kan de markt ook nog weinig terugzeggen. De ervaring van de gemeente is dat de markt pas scherp
reageert als er een begin van een warmteplan is en de gemeente weet wat ze ongeveer in het gebied wil.
De heer Te Hoonte (VVD) had "waarbij een warmteplan wordt overwogen" opgeschreven. Dan kunnen ook nog andere dingen worden overwogen. Als er helemaal geen warmteplan wordt overwogen, hoeft er ook geen consultatie plaats te vinden.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat of en hoe een warmteplan eruitziet wel heel bepalend
is voor de kwaliteit van het gesprek met de markt. Het idee van de heer Te Hoonte om eerder met de markt te praten dan nu is gebeurd is goed, maar er moet wel een beetje een begin van een idee zijn van wat de gemeente wil in een gebied. Dan kan de markt ook goed adviseren. Wellicht kan de heer
Raadsvergadering van 26 september 2024
32
Te Hoonte met deze feedback op het dictum bepalen wat verstandig is om met de motie te doen. De wethouder is bereid om een passende toezegging te doen.
Met de oproep in motie 377 is de wethouder het zeer eens. De motie zou overbodig genoemd
kunnen worden. De wethouder laat dan ook aan de indieners wat ze met de motie willen doen.
Motie 378 is een mooie aanscherping of aanmoediging. De wethouder geeft de motie dan ook een positief advies.
Bij nauwkeurige lezing van motie 379 vraagt de wethouder zich af wat Volt precies bedoelt. Moeten lokale initiatieven niet uitgesloten en zijn ze welkom als ze er zijn? Dat vindt de wethouder
hartstikke goed. Of wordt er bedoeld dat er eerst heel breed in de buurt gekeken moet worden? Dan is de wethouder het eens met wat D66 zei. Dan worden er heel veel huizen in de pauzestand gezet en dat zou zonde zijn. In de eerste betekenis vindt de wethouder de motie prima. In de tweede betekenis ontraadt hij de motie.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat het warmtesysteem wordt meegenomen in de nota van uitgangspunten en dat daar dan ook consultatie over heeft plaatsgevonden. Daar zou hij mee uit de voeten kunnen.
De heer Eerenberg (wethouder) vindt dit logisch klinken, maar wil duidelijk hebben wat er precies afgesproken wordt.
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat de vraag nog bij de wethouder ligt wat er straks in de nota van
uitgangspunten zit. Hij geeft de wethouder de ruimte om zelf te definiëren wat voor warmtesysteem hij erin gaat zetten.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de raad hierover een brief krijgt, waarvan hij al een
aantal keer een concept heeft gezien. De wethouder zal in die brief hier antwoord op geven. De heer Te Hoonte kan aan de hand daarvan bij de volgende raadsvergadering bepalen of hij nog een motie in wil dienen.
De heer Te Hoonte (VVD) is hiermee akkoord en trekt motie 376 in. Mevrouw Passier (Volt) bedoelde motie 379 als de eerste interpretatie van de wethouder. Als lokale initiatieven zich melden, wil zij niet dat die al op voorhand worden uitgesloten.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat de wijze waarop de motie is opgeschreven die lezing niet uitsluit. Dat is bij dezen vastgesteld. Hij kan de motie positief adviseren.
De heer Peters (D66) vraagt zich af wat deze motie dan toevoegt aan wat er al gebeurt. De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat deze motie scherp maakt dat de eisen zo
geformuleerd moeten worden dat geïntegreerde energiesystemen eruit kunnen komen. De raad wil
dat lokale initiatieven welkom geheten worden zonder dat dit tot vertraging leidt. Daarnaast geeft de raad aan dat ze een brief wil ontvangen wanneer dit tot iets leidt. Dit is net iets anders dan wanneer de motie niet was ingediend. De wethouder zou er dan geen brief over hebben gestuurd. Verder
gebeurt hier wat vaker gebeurt: de raad zet accenten en geeft aan wat ze belangrijk vindt. Dat heeft soms ook waarde.
Raadsvergadering van 26 september 2024
33
De voorzitter stelt vast dat geen van de aanwezigen behoefte heeft aan een tweede termijn. Mevrouw Zwinkels (CDA) heeft geen reactie op haar motie gehoord. Ze begrijpt dat deze wel gegeven is en zal deze in de pauze terugkijken.
De voorzitter deelt mee dat aan het eind van de vergadering over het raadsvoorstel en de moties gestemd zal worden.
23. Raadsvoorstel Beeldkwaliteitsplan Woonbuurt Zuilense Vecht. De voorzitter heeft begrepen dat er geen voorstellen meer worden gedaan. Ze constateert dat geen
van de leden het woord wenst te voeren over dit raadsvoorstel. Aan het eind van de vergadering zal gestemd worden over het raadsvoorstel.
De voorzitter schorst daarop de vergadering tot 14.00 uur.
(Bij hervatting van de vergadering heeft mevrouw Dijksma het voorzitterschap van de vergadering overgedragen aan de heer Zwanenberg.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 24. Raadsvoorstel beleidsnota grondbeleid. De heer Koning (D66) stelt dat de omzettingsregeling voor D66 essentieel is om met het voorstel te kunnen instemmen. Daarom dient hij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht en Utrecht Solidair
amendement 153 in (Blijf inwoners een keuze geven). Daarmee blijft het voor woningeigenaren die
wonen op een perceel onder eeuwigdurend afgekochte erfpacht mogelijk om dit tegen een beperkte vergoeding om te zetten naar vol eigendom. De keuzevrijheid voor onze inwoners om gebruik te
maken van deze regeling is er nu sinds een jaar of negen. Daarnaast regelt het amendement dat het college bij projecten met 100% vrijesectorkoopwoningen ervoor kan kiezen om de grond in vol eigendom te blijven uitgeven, zoals ook gebeurt met de gronduitgifte door particuliere grondeigenaren.
De heer Stellinga (CDA) memoreert een commissiedebat uit september 2024 waarin de heer Koning
over de beleidsnota zei: "Rondom erfpacht vinden wij dat het college met een kanon op een mug wil schieten." In amendement 153 wordt niet gesteld dat erfpacht niet meer de standaardmanier van gronduitgifte is. Wat is er veranderd in de opvatting van D66?
De heer Koning (D66) steunt de beweging van het college richting een eeuwigdurende uitgifte onder erfpacht. Daarom is in dit amendement en het amendement dat nog zal worden ingediend een
keuzemogelijkheid opgenomen voor het college om, als het gaat om 100% vrijesectorwoningen, ook voor een andere vorm van uitgifte te kiezen wanneer dat de voorkeur verdient.
De heer Stellinga (CDA) stelt dat dit drie weken geleden nog "schieten met een kanon op een mug" was. Waarom is D66 op dit punt gedraaid?
Raadsvergadering van 26 september 2024
34
De heer Koning (D66) legt uit dat zijn uitspraak van destijds zag op het feit dat de
omzettingsmogelijkheid zou worden teruggedraaid. D66 wil die omzettingsmogelijkheid overeind
houden. Dat wordt in amendement 153 geregeld. Volgens hem is dit iets wat ook het CDA heel graag wil.
De heer Stellinga (CDA) wijst erop dat dit niet de teneur van het debat was. Het ging toen over erfpacht in het algemeen.
De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. De amendementen zijn enkele minuten voor aanvang van de raadsvergadering aangeleverd. Daarom is het wenselijk om kort de schorsen. De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Te Hoonte. De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd in welke mate de raad amendement 153 steunt. Heeft D66 steun voor dit amendement geregeld?
De heer Koning (D66) reageert dat het aan de partijen zelf is om het amendement al dan niet te steunen.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de coalitie achter amendement 153 staat. De heer Koning (D66) ziet een aantal partijen onder het amendement staan, maar gaat niet over de steun van de diverse partijen.
De voorzitter verzoekt de heer Koning om zijn bijdrage voort te zetten. De heer Koning (D66) dient mede namens Volt, UtrechtNu!, EenUtrecht, ChristenUnie, Utrecht Solidair en Student & Starter amendement 154 (Meer mogelijkheden voor gronduitgiften voor tijdelijke functies) in. Bij tijdelijke functies kan er soms namelijk prima worden gekozen voor huur- of opstalrecht.
De heer Koning (D66) vraagt het college verder om toe te zeggen dat over de punten die over mogelijk toekomstig rijksbeleid gaan, de raad hierover aan zet blijft.
De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 deze nota zal gaan steunen en in hoeverre dat afhankelijk is van steun voor amendement 153.
De heer Koning (D66) benadrukt dat de omzettingsregeling voor D66 essentieel is om in te kunnen stemmen met het raadsvoorstel.
De heer Stellinga (CDA) neemt daarmee aan dat D66 de nota gaat steunen, ongeacht het wel of niet halen van amendement 153. Hoe kan dit geplaatst worden tegenover de ongezouten en terechte kritiek die D66 eerder had op de beleidsnota?
Raadsvergadering van 26 september 2024
35
De heer Koning (D66) benadrukt nogmaals dat de omzettingsregeling voor D66 essentieel is om in te kunnen stemmen met het raadsvoorstel.
De heer Van der Zweth (PvdA) hecht eraan dat de gemeente stappen zet richting een actief
grondbeleid. De grond is immers voor iedereen en dient aan de hele stad ten goede te komen. Daarbij is erfpacht cruciaal.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) memoreert dat de raad eerder het voorstel inzake Utrechtse wooncorporaties heeft aangenomen. De ChristenUnie kijkt uit naar het moment dat het nieuwe
actieplan naar de raad komt. Er dient gekeken te worden waar het grondbeleid ingezet kan worden om in Utrecht meer coöperaties van de grond te krijgen. Een grote groep Utrechters wil graag een
corporatie starten, maar het vinden en financieren van grond is een grote uitdaging. De gemeente kan grond beschikbaar stellen voor het realiseren van wooncorporaties. Dit zullen minimaal twee
locaties per jaar moeten zijn, met een duidelijk streven naar meer. Daarom dient hij mede namens GroenLinks, EenUtrecht, Partij van de Arbeid, Partij voor de Dieren motie 380 in (Realiseer locaties voor wooncoöperaties).
Het vinden en financieren van grond blijft een grote uitdaging, met name in de eerste vijftien jaar, waarin een wooncorporatie te maken heeft met hoge financieringslasten. De gemeente zal in de
grondprijzen rekening moeten houden met hoe wooncorporaties te werk gaan. Daarom dient de
ChristenUnie mede namens GroenLinks en EenUtrecht motie 381 in (Passende grondprijzen voor wooncoöperaties).
De heer Koning (D66) wijst op het nadeel van motie 381, die mogelijk kan leiden tot minder
inkomsten voor de gemeente. Daarnaast kan het een herintroductie zijn van erfpachtcanons. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wenst wooncoöperaties te stimuleren. Dit is immers een woonvorm die echt iets toevoegt aan de stad.
De heer Koning (D66) hoort van de ChristenUnie graag of het een bewuste keuze is om erfpachtcanons weer in te voeren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) wenst de categorie wooncoöperaties apart te stimuleren, ongeacht het instrument.
De heer Koning (D66) wijst erop dat in het gemeentelijk beleid nog niet is gedefinieerd wat een wooncoöperatie is.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt dat een pijnlijke constatering. Het initiatiefvoorstel inzake wooncoöperaties is immers al enkele jaren geleden ingediend.
De economische meerwaardeafdracht dient te worden afgedragen indien de bestemming, en
daarmee het erfpachtrecht, wijzigt. Dit pakt in sommige gevallen onrechtvaardig nadelig uit voor wooncoöperaties. Voor wooncorporaties bestaat in specifieke gevallen een uitzondering voor de
economische meerwaardeafdracht, maar niet voor wooncoöperaties. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht, GroenLinks, en de Partij van de Arbeid amendement 155 (Maak ook voor wooncoöperaties uitzonderingen op de economische meerwaardeafdracht) in.
Raadsvergadering van 26 september 2024
36
De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat wooncorporaties vaak ook koopwoningen zijn. Waarom
zouden deze kopers wel recht hebben op de uitzondering voor de economisch meerwaardeafdracht en andere niet? Hoe past dit binnen de beginselen van gelijke behandeling?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat welke vorm er ook wordt gekozen, er voor
wooncoöperaties altijd drempels zijn. Met amendement 155 wordt een aantal van die drempels weggenomen.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de ChristenUnie amendement 153 steunt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat dit deels afhankelijk is van de reactie van het college.
Mevrouw Bode (Volt) pleit ervoor om actief grondbeleid als instrument te gebruiken om betaalbare woningen te realiseren. De nota mag echter actiever zijn in de uitvoering; het college dient bij de
Voorjaarsnota 2025 met een uitwerking van een financiële strategie te komen, waarin de capaciteit
en middelen voor uitvoering van actief grondbeleid worden geconcretiseerd. Daarom dient zij mede namens Student & Starter en de Partij van de Arbeid motie 382 in (Kom in Actie bij Actief grondbeleid).
De heer Stellinga (CDA) constateert dat Volt de tekortkomingen van de Nota Grondbeleid wenst op te lossen bij de Voorsjaarnota.
Mevrouw Bode (Volt) beaamt dat er stappen gezet moeten kunnen worden, ondersteund door financiële middelen, indien er een wens is om grondbeleid daadwerkelijk uit te willen voeren.
De heer Stellinga (CDA) stelt dat de voorliggende beleidsnota actief grondbeleid niet gunstig gezind is. Het stuk voldoet niet aan de Utrechtse eisen en het blijft onduidelijk welk instrument van actief
grondbeleid wanneer wordt toegepast. Erfpacht is een reliek dat Utrechters confronteert met grote
onzekerheden en dient te worden geschrapt als standaardwijze van gronduitgifte. Daarom dient hij mede namens UtrechtNu!, EenUtrecht, Utrecht Solidair en de VVD amendement 156 in (Erfpacht: verzin iets beters!).
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst op het afwegingskader van de nota, waarin precies staat waar het CDA om vraagt. Hij raadt de heer Stellinga aan om dit kader op pagina 11 er eens op na te slaan. De heer Stellinga (CDA) reageert dat de beslisboom in het afwegingskader niets zegt over een tijdslijn en niet is gelinkt aan de RSU 2024.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het CDA ziet dat D66 een handreiking doet aan de oppositie. Steunt het CDA amendement 153?
De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat dit voor de partij een strategische afweging betreft. De heer Te Hoonte (VVD) hecht eraan dat de omzettingsregeling van kracht blijft.
Raadsvergadering van 26 september 2024
37
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert allereerst op amendement 153, dat beoogt om de
omzettingsregeling in stand te houden en het college de mogelijkheid geeft om maatwerk toe te passen wanneer erfpacht wordt gehanteerd als algemene uitgiftevorm. Dit zorgt ervoor dat de
ongewenste omzettingsregeling in stand gehouden wordt en zorgt ook voor dubbel administratief werk voor de gemeentelijke organisatie bij gronduitgifte. Zij ontraadt het amendement.
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de wethouder haar positie verbindt aan het aannemen van deze nota.
Mevrouw Voortman (wethouder) ontkent dat. Zij respecteert de afweging van de gemeenteraad. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de wethouder de opvatting deelt dat amendement 153 actief grondbeleid niet beoogt.
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert dat hoewel de omzettingsregeling ermee in stand wordt gehouden, er ook een stap wordt gezet richting actief grondbeleid.
De heer Te Hoonte (VVD) wijst erop dat D66 de nota niet steunt wanneer amendement 153 niet wordt aangenomen, waarmee de nota het niet zou halen.
Mevrouw Voortman (wethouder) kan niet vooruitlopen op het besluit over de nota. De heer Sungur (DENK) begrijpt de vraag van de VVD. Hoe ervaart de wethouder deze dreiging van D66?
Mevrouw Voortman (wethouder) reageert dat hoe meer steun de nota zal krijgen, hoe beter.
Dat brengt de wethouder bij amendement 154 inzake meer mogelijkheden voor gronduitgifte. Zij kan dit amendement positief adviseren.
Zij reageert op de vraag van D66 of de wethouder kan toezeggen dat bij nieuw te ontwikkelen beleid de raad aan zet is en blijft. De wethouder zegt toe dat bij nieuw te ontwikkelen beleid de raad aan zet is en blijft.
Zij reageert op motie 380 inzake het realiseren van locaties voor wooncoöperaties. Het beschikbaar
stellen van twee locaties per jaar is voor het college akkoord. Meer dan twee locaties zou betekenen dat er minder geld beschikbaar is voor financiële ondersteuning en woningen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat het beschikbaar stellen van meer dan twee locaties alleen zinnig is als er kansen zijn.
Mevrouw Voortman (wethouder) kan motie 380 daarmee positief adviseren.
Dan reageert de wethouder op motie 381 inzake passende grondprijzen voor wooncoöperaties. Zij kan deze motie overnemen. Via de raadsbrief is reeds toegezegd dat dit wordt onderzocht.
Zij reageert op amendement 155 inzake uitzonderingen op de economische meerwaardeafdracht
voor wooncoöperaties. Het college ondersteunt initiatieven die langdurig betaalbaar wonen kunnen garanderen en een meerwaarde hebben voor de stad. Het zal echter even duren voordat een wooncoöperatie hier een beroep op kan doen. Zij kan het amendement positief adviseren.
Raadsvergadering van 26 september 2024
38
Dat brengt de wethouder bij motie 382 inzake het in actie komen bij actief grondbeleid. Bij de
Voorjaarsnota wordt een integrale afweging voorgelegd. Het college zou graag de bestaande P&C-
documenten willen gebruiken om te rapporteren over en te monitoren op actief grondbeleid. Zij kan de motie oordeel raad geven.
Dan amendement 156. Door erfpacht als algemene uitgiftevorm te blijven hanteren, blijft het grondeigendom bij de gemeente. Dit zorgt voor grip, sturing en regie bij de invulling van de
gemeentelijke opgaves en ambities. Zodoende kan de gemeente eenvoudiger haar ambities rondom
betaalbare huisvesting bij de uitgifte van gronden borgen. De wethouder ontraadt het amendement. De heer Sungur (DENK) informeert hoe er grip en regie op het grondbeleid wordt gehouden wanneer er sprake is van eeuwigdurend afgekocht erfpacht.
Mevrouw Voortman (wethouder) legt uit dat ook in dat geval de grond van de gemeente blijft, ook al is deze eeuwigdurend afgekocht.
De voorzitter inventariseert of partijen behoefte hebben aan een tweede termijn. Dit is niet het geval. Aan het eind van de vergadering zal over de amendementen, het raadsvoorstel en de moties gestemd worden.
De voorzitter schorst hierop voor enkele ogenblikken de vergadering.
(Bij heropening van de vergadering heeft de heer Corten de functie van griffier overgedragen aan de heer Dorst.) De voorzitter heropent de vergadering en stelt aan de orde: 25. Raadsvoorstel Subsidieverordening U-pas gemeente Utrecht. De heer Talhaoui (PvdA) acht het van belang dat er hoe dan ook compensatie komt voor de invoering van betaald parkeren per 1 november 2024. Voor de gehele periode waarin deze koppeling tussen
het U-pasbudget en betalen voor de parkeervergunning nog niet werkt, dient er gezocht te worden naar een alternatieve manier waarop de in het raadsvoorstel bedoelde doelgroep compensatie kan
krijgen voor het (gedeeltelijk) betalen van een parkeervergunning. Daarom dient hij mede namens de ChristenUnie, EenUtrecht, Student & Starter en D66 motie 183 (Compensatie invoering betaald parkeren) in.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) constateert dat dit dubbel is. Enerzijds wordt het budget op de U-pas
verhoogd en anderzijds vraagt de PvdA om compensatie. Is het niet beter om te wachten met de uitrol van betaald parkeren totdat de systemen op orde zijn?
De heer Talhaoui (PvdA) reageert dat er voor de invoering van betaald parkeren compensatie dient te komen voor de laagste inkomens.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) reageert dat het budget voor de U-pas ook per 1 november 2024 werd
verhoogd, maar dat dit nog niet ingezet kan worden voor de compensatie voor betaald parkeren.
Raadsvergadering van 26 september 2024
39
De heer Talhaoui (PvdA) legt uit dat de compensatie geregeld dient te worden vanuit de verhoging van het U-pasbudget.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft bezwaren tegen het plan om betaald parkeren per 1 november 2024 in te voeren. Er blijkt compensatie voor de laagste inkomens te zijn en de systemen blijken niet op orde te zijn. Als er geen betaald parkeren is, hoeft er immers niets gecompenseerd te worden. Daarom dient zij amendement 157 (geen betaald parkeren geen compensatie via U-pas) in.
De heer Van Heuven (PvdD) heeft een aanvullend voorstel inzake de U-pas. Het is zaak dat er kritisch wordt gekeken naar het aanbod van de U-pas, waarin op dit moment een hengelaarsvereniging en een dierentuin te vinden zijn. De U-pas mag niet bijdragen aan dierenleed en daarom dient hij amendement 158 (In de U-pas geen ruimte voor dierenleed) in.
Mevrouw Bode (Volt) vindt de compensatie voor de invoering van betaald parkeren te laag. In de
aangenomen motie 358 die er destijds over is ingediend, en waar Volt mede-indiener van is, staat
dat bewoners met een laag inkomen ook via de U-pasmethodiek wezenlijk gecompenseerd moeten worden. Daarbij zou de compensatieregeling ook na 2026 vastgehouden worden op de kosten van
64% tot 68% van de parkeervergunning van tariefgebied en B1. Daarom dient zij motie 384 (Voer de motie uit!) in.
De heer Vasters (D66) leest in het collegevoorstel dat € 105 van het U-pasbudget uitgegeven mag worden aan de parkeervergunning. Dit komt overeen met het door Volt genoemde percentage.
Mevrouw Bode (Volt) legt uit dat hoewel de U-pas inmiddels ook voor mobiliteit ingezet kan worden, hier een extra budget van € 30 bijkomt. Dit is geen compensatie.
De heer Vasters (D66) informeert naar de dekking van motie 383. Mevrouw Bode (Volt) hecht eraan dat motie 358 goed wordt uitgevoerd. Het is dan aan het college
om met een dekking te komen. Mogelijk is er nog ruimte bij de opbrengsten van de U-pas of bij de onderbesteding.
De heer Sungur (DENK) stelt dat dat budget uit mobiliteit dient te komen. Het is echter raar dat er
een motie is aangenomen die niet conform de wens van de raad is uitgevoerd, waardoor er nu een tweede motie nodig is om het college de eerste motie wel te laten uitvoeren. Mevrouw Bode (Volt) sluit zich aan bij die woorden van DENK. De heer Sungur (DENK) stelt dat de vraag naar dekking op dit moment niet aan de orde is, want deze was aan de orde bij de behandeling van motie 358.
Mevrouw Bode (Volt) sluit zich aan bij die woorden van DENK. Met motie 383 wordt er voor motie 358 een uitwerking gezocht.
De heer Van Steeg (CDA) kent Volt als een partij die voor indicatoren en goed beleid staat. Dit
voorstel voldoet daar echter niet aan, want met het voorstel belandt de compensatie niet op de
Raadsvergadering van 26 september 2024
40
gewenste plek. Motie 383 versterkt dit effect. Mevrouw Bode (Volt) wijst erop dat in motie 358 staat dat er gerapporteerd dient te gaan worden op uitnutting van het budget. Met motie 383 wordt geregeld dat de compensatie voldoende is.
De heer Van Steeg (CDA) begrijpt niet waarom Volt de compensatie wil verhogen, terwijl duidelijk is dat het niet terechtkomt bij de mensen die Volt beoogt te helpen.
Mevrouw Bode (Volt) zegt dat die constatering onjuist is. Het geld komt wel terecht bij de mensen die Volt beoogt te helpen. Bovendien is het prima dat mensen die niet beschikken over een auto, extra geld kunnen ontvangen. De compensatieregeling op de kosten van 64% tot 68% van de parkeervergunning van tariefgebied en B1 zou ook na 2026 vastgehouden worden.