9e raadsvergadering 19 mei 2022.docx
Tekst van het document
2022 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 9e vergadering - 19 mei 2022 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 19 mei 2022 te 14.00 uur.
Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester; de heer Zwanenberg, plaatsvervangend voorzitter, tijdens de behandeling van agendapunt 7.
Aanwezig zijn de leden: Assen, Al-Saqaff, Bakker, Bode, Bos, Bosch, Chirino, Dada-Anthonij,
Dekkers, Deldjou Fard, Dijkstra, Fattal, Van der Graaf, Heijne, Hellevoort, Hessel, Van Heuven, Te Hoonte, Hornsveld, Kendir, Kleinrensink, Koning, Maas, Meerding, Nolten, Oudejans, De Pagter,
Passier, Peters, Ramaker, Raaijmakers, Sasbrink, Schilderman, Snippe, Van Steeg, Stellinga, Stylianou, Sungur, Vermeulen, Van Vliet, Van der Wilt, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Afwezig is het lid: Talhaoui. Aanwezig zijn de wethouders: Diepenveen, Van Hooijdonk, Klein, Streefland en Verschuure. Tevens aanwezig: de heer Venhoeven (Rekenkamercommissie). Griffier: mevrouw Van Hall.
1. Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en de mensen die thuis meekijken van harte welkom. Ze deelt mede dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Talhaoui. 2. Vaststellen agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 3. Ingekomen stukken. Met betrekking tot de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. 4. Geheimhouding. Op voorstel van de voorzitter wordt, conform artikel 25, lid 3 van de Gemeentewet, besloten de door
Raadsvergadering van 19 mei 2022 het college opgelegde geheimhouding op de documenten, zoals vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, te bekrachtigen.
5. Notulen raadsvergadering 17 en 24 februari 2022 en geheime vergadering 17 februari 2022 (openbaar gemaakt op 18 februari 2022) en 10, 29 en 30 maart 2022. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 6. Notulen vragenuur 17 en 24 februari, 10 en 31 maart en 7, 14 en 21 april 2022. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 8. Raadvoorstel wijziging Mandaatregeling gemeenteraad Woo. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 10. Raadsvoorstel Benoemen leden adviescommissie Controle en Financiën. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. De voorzitter wenst de leden Oudejans en Nolten heel veel succes.
(Applaus.)
11. Raadsvoorstel Benoemen plaatsvervangend voorzitter Commissie Energie(transitie), Duurzaamheid en Wonen. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. De voorzitter wenst de heer Bos heel veel succes.
(Applaus.)
12. Raadsvoorstel Aanwijzen leden Algemeen Bestuur gemeenschappelijke regeling Stichtse Groenlanden. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 13. Raadsvoorstel Zienswijzen naar recreatieschrappen Eerste begrotingswijziging 2022 en Uitgangspunten Begroting-Kadernota 2023. Zonder stemming wordt overeenkomstig dit voorstel besloten. 14. Initiatievoorstel referendum op raadsinitiatief. De voorzitter deelt mee dat dit initiatiefvoorstel door de commissie is doorgeleid naar de raad, met de afspraak dat er niet meer over gesproken zal worden. Er zal over het voorstel worden gestemd
2
Raadsvergadering van 19 mei 2022
3
aan het eind van de vergadering.
Zij dankt de heer Bos namens de raad voor het genomen initiatief. 18. Raadsvoorstel Zienswijzemogelijkheid ontwerp programmabegroting RUD Utrecht 2023. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt voor van dit agendapunt een A-punt te maken. De voorzitter constateert dat hiertegen geen bezwaren zijn. Zonder stemming wordt overeenkomstig het voorstel besloten. De voorzitter schorst daarop de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 9.
Raadsvoorstel Aanpassing Verordening op de raadscommissies gemeente Utrecht. De heer Sungur (DENK) dient, mede namens de fracties van Stadsbelang Utrecht, PVV, EenUtrecht, SP en BIJ1 amendement 51 in, Ruimte voor 5 commissieleden, met de strekking dat het aantal
commissieleden per fractie niet moet worden teruggebracht van vijf naar vier, maar vijf moet blijven. De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over dit onderwerp voor geëindigd. De stemmingen
over het voorstel en de ingediende amendementen en moties zullen plaatsvinden aan het eind van de vergadering.
15. Debat Stand van zaken sportpark Overvecht-Noord. De heer Van Steeg (CDA) herinnert eraan dat motie 92, Rust op Sportpark Overvecht Noord, vlak voor de verkiezingen met algemene stemmen is aangenomen om rust te brengen voor de
sportverenigingen op Sportpark Overvecht Noord. De wethouder heeft echter vlak na de verhuizing
van URV, de hondenvereniging, naar het sportpark, gemeld dat de motie niet uitvoerbaar is, een klap in het gezicht van de sportverenigingen. Daarover gaan zijn volgende vragen: -
Waarom heeft de wethouder pas op het allerlaatste moment de raad geïnformeerd dat de motie juridisch niet kan worden uitgevoerd, zodat de raad naar eerdere opties had kunnen kijken?
-
Wanneer wist de wethouder dat de motie niet uitvoerbaar was?
-
Is de wethouder bereid de motie alsnog uit te voeren en op welke manier?
-
Is de wethouder bereid te kijken naar de verschillende opties, zodat URV toch kan verhuizen naar een andere plek?
De heer Bakker (D66) vraagt hoe de CDA-fractie kijkt naar de langere termijn en de plek voor de hondenvereniging daarin.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat motie 92 daarbij leidend moet zijn. Daarin staan heldere
uitgangspunten voor vestiging van de hondenvereniging op het sportpark. Eerder is gezegd dat dat een slecht plan is. Als de motie niet uitgevoerd kan worden, moet er naar andere oplossingen
Raadsvergadering van 19 mei 2022
4
worden gezocht. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt waarom URV zou moeten verhuizen en niet een van de andere
gebruikers, als naar alternatieven wordt gekeken. Ze is verbaasd dat er wordt gesproken van het opgeven van een sportveld voor een hondenvereniging, omdat deze vereniging ook onder de
categorie sport valt en er meerdere voorbeelden in Utrecht zijn van hondenverenigingen op een
sportveld. Ze vraagt of de CDA-fractie ook vindt dat een hondenvereniging een maatschappelijk belang dient en daarvoor ruimte moet krijgen op een sportveld.
De heer Van Steeg (CDA) vindt URV de meest logische vereniging om te verhuizen. Hij vindt het
onwenselijk om een sportveld op te geven voor een hondenvereniging. De opties die er lagen, lieten zien dat verhuizing de beste opties bood. Hij staat ervoor open als er een andere oplossing wordt gevonden. Hij vindt dat een hondenvereniging een volwaardige plek verdient, maar wijst erop dat deze een regionale functie vervult en sport beter past bij de groei van Overvecht.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of het niet verstandig is om eerst gesprekken te voeren met de gebruikers van het sportpark om de rust terug te brengen.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dit allang is gedaan. Dat de raad op het allerlaatste moment een brief krijgt dat de motie onuitvoerbaar is en de verhuizing gewoon doorgaat, schaadt zijn vertrouwen in het college.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) begrijpt dat. Omdat de CDA-fractie openstaat voor andere
oplossingen, vraagt hij of het niet veel verstandiger is met alle partijen aan tafel in het mediation-
traject dat is gestart naar oplossingen te zoeken in plaats van hier overhaast beslissingen te nemen. De heer Van Steeg (CDA) reageert dat hij geen overhaaste beslissingen neemt. De onrust is volgens
hem gecreëerd omdat er op het allerlaatste moment een brief is gestuurd dat de motie onuitvoerbaar is, terwijl deze was bedoeld om rust te creëren.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de CDA-fractie zich ervan bewust is dat die motie niet gedragen wordt door alle gebruikers.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat er altijd is gezegd dat de hondenvereniging er eigenlijk niet
past. Er zijn allerlei initiatieven bij elkaar gekomen, wat voor niemand fijn is. Iedereen moet water bij de wijn doen en dat is de pijn in motie 92.
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat al jaren wordt gedebatteerd over Sportpark Overvecht en de positie van EDO. Hij meent dat de oorzaak van deze discussie erin ligt dat er een structureel
tekort aan sportcapaciteit is. Er moet gewerkt worden aan een uitbreiding van die sportcapaciteit, omdat het allemaal te lang duurt.
Dit spoeddebat heeft het karakter van paniekvoetbal om te proberen iets te veranderen, in de
wetenschap dat dit niet ineens anders zal zijn. Hij is verbaasd hoe het proces is verlopen. Breed is
geprobeerd een goede motie te formuleren, omarmd door het college. Een dag voor de start van de competitie en twee dagen voor de verhuizing van URV blijkt het dictum niet helemaal uitvoerbaar.
Had de wethouder niet moeten weten dat deze motie niet geheel uitvoerbaar was? En hoe komt het
Raadsvergadering van 19 mei 2022
5
dat de raad dit zo laat heeft gehoord?
EDO redt het niet op deze plek qua capaciteit. Daarom moet men nu zoeken naar alternatieven. Maar op de lange termijn biedt deze situatie geen oplossing en moet er worden gezocht naar een andere plek voor URV. Daarbij moet ook worden gekeken naar velden die vrij of onderbezet zijn.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) houdt haar maidenspeech en verhaalt over haar komst naar Nederland en
sinds haar studententijd naar Utrecht, waar ze heeft kunnen groeien en bloeien, en kunnen genieten van haar vrijheid. Haar ouders hebben haar het leven gegeven dat voor hen nooit vanzelfsprekend is geweest. Haar vader heeft immers moeten vluchten voor oorlog.
Spreekster wil dat iedereen de mogelijkheid krijgt om te genieten van Nederland en Utrecht. Ze wil een overheid die mensen de kans geeft om te groeien en te bloeien. Maar ze heeft gemerkt dat in haar wijk, Transwijk, steeds meer ouders het gevoel hebben dat ze hun kinderen niet die kansen kunnen geven die ze hun willen geven. In het Nederland dat zij voor zich ziet heeft iedereen een
plekje. Ze wil meewerken aan een land waar kansen worden gecreëerd en gegund, zoals voor het
vinden van een woning, het volgen van goed onderwijs en het leiden van een gezond leven door te kunnen sporten. Daarvoor heeft de stad een goed bestuur nodig.
Dit laatste wringt bij Sportpark Overvecht Noord, met uitgestelde verhuizingen, verkeerde
berekeningen, loze beloften, teleurstelling en onzekerheid. Motie 91 bood licht aan het eind van een
donkere tunnel, totdat het bericht kwam dat de motie onuitvoerbaar is. De VVD-fractie vraagt zich af hoe dat komt en de wethouder er geen weet van had toen ze de motie omarmde. Ze vraagt hoe de
communicatie is gegaan, o.a. met VV Kismet. Ze heeft het idee dat vrijwilligers moeten strijden tegen een starre, gemeentelijke organisatie. Dit is heel schrijnend.
Uit de hele stad komen geluiden over ruimtegebrek voor sportparken, terwijl de stad groeit en men wil dat Utrechters gezond blijven en blijven sporten. Daarom is er een actief beleid nodig; dat
ontbreekt nog. Hoe gaat de gemeente deze voorslepende misère een halt toeroepen en komt er een oplossing? Hoe zorgt het college ervoor dat dergelijke problemen uitblijven bij andere sportparken?
(Applaus.)
De voorzitter feliciteert mevrouw Al-Saqaff met haar maidenspeech. De heer Bakker (D66) betreurt het dat motie 91 onuitvoerbaar is, vooral omdat dit afleidt van waar het om zou moeten gaan: lekker sporten en bewegen zonder gedoe.
Op de korte termijn is het feitelijk zo dat URV haar activiteiten op het sportpark uitvoert. Daar liggen juridische afspraken onder. Er zit op dit moment geen beweging in de zaak. Daarom vindt spreker dat alle betrokken partijen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben en de gemeente een actieve en enthousiaste rol dient te spelen en hulp te bieden aan alle partijen. Ook vindt hij
mediation belangrijk. Partijen moeten goede afspraken maken. In motie 91 staan zaken die nog niet actief worden opgepakt. Dat moet wel gebeuren.
De hamvraag ligt volgens hem bij het gebruik van het URV-veld op de zaterdagen. Daar moet men uit kunnen komen, los van de juridische afspraken. Hoe kijkt de wethouder daarnaar?
De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat motie 91 voor de heer Bakker nog steeds leidend is, ondanks dat de wethouder zegt dat deze niet kan worden uitgevoerd. Hij vraagt wat de heer Bakker ervan
vindt dat de wethouder de raad zo laat heeft geïnformeerd over het niet uitvoeren van die motie. De heer Bakker (D66) antwoordt dat de motie unaniem is aangenomen, maar dat veel facetten
Raadsvergadering van 19 mei 2022
6
daaruit nog niet worden opgepakt. Hij wijst erop dat aan het gebruik van het URV-veld juridische afspraken ten grondslag liggen en de overheid betrouwbaar moet zijn. Dit geldt dus ook voor de
raad. Met dit uitgangspunt moet worden gekeken naar de behoefte van voetbalvereniging EDO om de competitie te kunnen spelen op dit veld.
Hij vindt dat de wethouder de raad eerder had mogen informeren, met excuses en met een oplossing.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat mediation een lang traject is, terwijl dit probleem al 2½ jaar speelt. Ze vraagt of moet worden bekeken hoe motie 91 uitgevoerd kan worden om tot een snelle oplossing te komen.
De heer Bakker (D66) is het ermee eens dat er snel een oplossing moet komen. Hij meent dat
mediation, op een goede manier uitgevoerd met alle partijen, ook de gemeente en FC Utrecht, op de korte termijn antwoord kan geven. De gemeente heeft daarin aan belangrijke rol. Hij is benieuwd naar de oplossing die de VVD-fractie ziet. Hij heeft van die kant nog geen idee voor een snelle oplossing gehoord.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wil van de wethouder horen hoe de motie uitgevoerd kan worden. Dat is sneller dan hier met de raad het debat voeren.
De heer Bakker (D66) is het daarmee eens, maar wijst erop dat betrokken partijen niet vaak goed met elkaar hebben gepraat om vertrouwen op te bouwen. Men moet samen goede, heldere afspraken maken die voldoen aan de juridische afspraken en EDO de ruimte geven om de competitie op de zaterdag te kunnen houden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Bakker zich ervan bewust is dat een aantal gebruikers niet op de hoogte was van de aard en intentie van motie 91.
De heer Bakker (D66) antwoordt dat er toen zoveel mogelijk contact is gezocht met alle partijen. Dit heeft nachtwerk gekost. Er is ook ambtelijk gecheckt. Daarbij kunnen fouten zijn gemaakt. Nu blijkt
dat de motie niet uitvoerbaar is vanwege juridische afspraken. Daarvoor moet een oplossing worden geboden en daar gaat dit debat over.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat in de motie de suggestie is gewekt dat met alle partijen is
gesproken, terwijl dit in de praktijk niet zo was, zoals de raad achteraf heeft gehoord van VV Kismet en URV. Ze vraagt of de D66-fractie de motie anders had gewogen als ze dit geweten had en wat de D66-fractie doet voor het belang van URV. Als EDO het veld nodig heeft, moet deze er terechtkunnen, maar wat als URV dat veld nodig heeft?
De heer Bakker (D66) denkt dat de motie er dan iets anders uit had gezien als hij dit geweten had. Hij vindt het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt, gezien de belangen van URV en EDO. Hij weet dat EDO met ongeveer vijftien zaterdagen in het jaar zeer geholpen is. Er blijven volgens hem dus genoeg dagen over.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) wijst erop dat het ook voor URV om die zaterdagen gaat, niet in de schoolvakanties.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
7
De heer Bakker (D66) is het daar niet mee eens. Hij vindt dat het mogelijk moet zijn om er samen uit te komen, dus dat men met de hakken uit het zand moet. De gemeente speelt daarin een rol.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat de mensen van EDO in de zaal nee-schudden als de heer Bakker het over vijftien zaterdagen heeft. Wat vindt hij daarvan?
De heer Bakker (D66) zegt dat hij contact heeft gehad met mensen van EDO en dit voor hen een
minimum is. Hij begrijpt dat ze meer willen, maar het gaat erom dat als om en om competitie wordt gespeeld, ongeveer twintig zaterdagen nodig zijn. Hij vindt dat het mogelijk moet zijn dat men er samen uitkomt met goede afspraken waarin EDO tegemoet wordt gekomen in het kader van
competitie, schoonmaak en lichtmasten, en recht wordt gedaan aan de juridische afspraken die met URV zijn gemaakt. Hij had deze overigens graag eerder gekend.
Hij vervolgt dat de vraag voor de langere termijn is of de gemeente wil dat sportcapaciteit wordt
ingevuld door een hondenvereniging, ook al verricht deze belangrijk werk. Hij vindt € 1,4 miljoen
voor een verplaatsing veel geld en vindt dat daar nog eens goed naar moet worden gekeken, wellicht met een optie van VV Kismet.
EDO wil en kan groeien, ook met damesvoetbal, maar ook andere clubs zitten krap in de stad.
Daarom vraagt spreker tot wanneer de afspraken met URV gaan, in het bijzonder voor deze locatie, en wat de gemeente wil met dit sportpark en met een plek voor URV in de toekomst.
De heer Sungur (DENK) is benieuwd of de D66-fractie met VV Kismet heeft gesproken. De heer Bakker (D66) antwoordt dat hij er niet mee heeft gesproken, maar heeft gehoord dat het
onduidelijk is of deze vereniging in het alternatieve onderzoek al dan niet is gehoord en door wie. EDO zou wel contact met VV Kismet hebben gehad en heeft gezegd dat de laatste openstaat om hierover mee te denken. Hij vindt dit een interessant alternatief.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) merkt op dat er al heel veel is gesproken en geschreven over dit dossier en dat betrokkenen moe en gedesillusioneerd zijn nu er al 2½ jaar wordt gezocht naar dé oplossing. Ze begrijpt goed dat dit alle betrokkenen, ook de gemeenteraad en ambtenaren, pijn
doet. Ze kijkt uit naar de reactie van de wethouder op wat de collega's hebben ingebracht. Ze wil dat de gemeente alles op alles zet om de mediation goed te organiseren en hoopt dat die zal leiden tot
een betere verstandhouding tussen alle partijen. Het is immers onvermijdelijk dat er samen gebruik moet worden gemaakt van de ruimte, in een grote stad waar een tekort is aan ruimte. Bovendien
worden vaker verschillende groepen Utrechters gemengd, zoals in het cultuurdomein. Ze gelooft erin
dat dit hier ook gaat lukken, maar zegt dat dit om aanpassingsvermogen vraagt van alle betrokkenen en oog voor de behoeften van de buren. De gemeente dient een visie te hebben op het gebrek aan ruimte en hoe verschillende groepen in een gebied gehuisvest kunnen worden.
De heer Van Steeg (CDA) is het ermee eens dat men goed moet kunnen samen werken. Hij vraagt
naar de mening van mevrouw Deldjou Fard over hoe de wethouder met motie 91 is omgegaan. En hij vraagt hoe ze het gerezen probleem met mediation opgelost ziet worden.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) weet dat de motie raadsbreed is gesteund, maar constateert dat die juridisch niet kan worden uitgevoerd. Dat is een gegeven. Als een motie juridisch onuitvoerbaar
Raadsvergadering van 19 mei 2022
8
is, kan in een goed gesprek naar oplossingen worden gezocht. De gemeente moet dat gesprek faciliteren.
De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat mevrouw Deldjou Fard vindt dat men moet doorgaan op de weg die er was. Maar die werkte volgens hem niet.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) zegt dat niet. Het is een feit dat de motie juridisch onuitvoerbaar is.
De heer Bakker (D66) vraagt hoe mevrouw Deldjou Fard de plek van een hondenvereniging ziet op een drukke sportcapaciteit, op de langere termijn en
vraagt of mevrouw Deldjou Fard het ermee eens is dat er duidelijke normen en kaders moeten zijn voor hondensportverenigingen en sportverenigingen. Volgens hem gaat het daarin mis.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) begrijpt dat er een visie moet zijn op de sportparken in Utrecht, gezien het ruimtegebrek, maar ze wil geen onderscheid maken tussen hondensport en andere
sporten. Het gaat erom welk proces de gemeente ingaat zodat dit niet tot conflicten leidt. Ze vraagt hoe andere steden met hondenverenigingen omgaan en vindt dat er een visie moet liggen om de
kaders scherp te hebben voor sportparken in het algemeen. Ze ziet voordelen in gemengd gebruik van de ruimte.
De heer Bosch (PVV) vraagt of er ook plek is voor autosport en motorsport in Utrecht. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) reageert dat de situatie al complex genoeg is. Daarom wil ze die er niet bij betrekken, maar daarover een ander debat voeren.
Ze vervolgt dat FC Utrecht een grote gebruiker is van Sportpark Overvecht. Ze is benieuwd welke rol FC Utrecht wil spelen in de oplossing. Ze vraagt de wethouder de FC actief bij de gesprekken te betrekken.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) had dit debat liever niet opnieuw gevoerd, omdat er al veel tijd aan deze uitdaging is besteed, terwijl er op veel plekken in de stad tekorten zijn en de stad groeit. Hij pleit ervoor samen te zoeken naar een oplossing voor het tekort in de openbare ruimte. Daarin
moet men creatief zijn en stappen naar elkaar toe durven zetten. In die zin waardeert hij alle inzet in de raad. Het is frustrerend dat die inzet nog niet heeft geleid tot het gewenste resultaat. Partijen
moeten echter niet alleen naar de gemeente kijken in hun zoektocht naar een oplossing, maar ook kijken naar andere clubs die last hebben van het ruimtegebrek.
In de brief van de wethouder staat dat wordt gewerkt aan onderdelen uit de motie. Hij vraagt naar de status.
Hij vindt het verstandig dat er gestart is met de mediation. Natuurlijk moet men verder in gesprek
hoe het veld kan worden gedeeld en de motie verder kan worden uitgevoerd. De gemeente moet niet alleen bij alle partijen wensen ophalen, maar ook vragen op welke manier ze bereid zijn stappen
richting elkaar te zetten om er samen uit te komen. Hij vraagt of de wethouder dit kan meenemen als opdracht in de mediation, want zo moet men verder gaan. Immers, het ruimtegebrek voor sport elders in de stad vraagt ook de aandacht van het gemeentebestuur.
De heer Van Steeg (CDA) reageert dat de motie op samenwerking was gericht, maar onuitvoerbaar is.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
9
Hoe beoordeelt de heer Van der Graaf het proces dat daarin is gevolgd? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat de overheid betrouwbaar moet zijn en het
daarom ingewikkeld is om de motie uit te voeren. De raad vraagt volgens hem terecht of dit eerder gedeeld had kunnen worden, zodat er eerder stappen hadden kunnen worden gezet. Hij kijkt uit naar het antwoord.
De heer Van Steeg (CDA) meent dat dit allang bekend was en de raad dit eerder had moeten weten. Juist in het kader van een betrouwbare overheid kan het niet zo zijn dat de raad pas op het allerlaatste moment een brief krijgt. Daarmee is de overheid toch niet betrouwbaar?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) leest de brief niet zo, omdat deze juist laat zien dat de
gemeente zich tot het uiterste heeft ingespannen met de capaciteiten en middelen die er zijn de
motie uit te voeren op een juiste manier. Toen dat niet bleek te lukken, is dat met de raad gedeeld. Hij wijst erop dat de periode tussen het aannemen van de motie en de uitvoering betrekkelijk kort was.
De heer Van Steeg (CDA) meent dat het een van twee is, of de raad had eerder geïnformeerd moeten worden over de juridische onuitvoerbaarheid, of het college doet het uiterste om die motie uit te
voeren. Immers, als de raad had geweten dat de motie onuitvoerbaar was, had deze een andere optie gekozen. Maar als de motie goed wordt uitgevoerd, maakt het niet uit of de raad op het laatste
moment wordt geïnformeerd. De heer Van der Graaf heeft volgens hem gezegd dat de raad eerder geïnformeerd had moeten worden.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat hij niet heeft gezegd dat de raad eerder
geïnformeerd had moeten worden, maar dat de raad een motie heeft aangenomen met zijn wensen
en oplossingen. Daaraan is hard gewerkt, maar ze bleek juridisch niet uitvoerbaar. Hij heeft gevraagd wanneer het college dit wist en op welke wijze dit met de raad is gedeeld.
De heer Sungur (DENK) vindt dat als men afspraken maakt over een mogelijke verhuizing, de gemeente op de hoogte moet zijn van de juridische afspraken.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) herhaalt hoe hij de motie leest en vraagt aan de wethouder of de tijdlijn klopt en of ze die wil toelichten.
De heer Van der Zweth (PvdA) wijst erop dat EDO nu al in de problemen komt met de competitie en
vraagt wat de opmerking van de ChristenUnie betekent over mediation op de korte termijn voor het oplossen van de problemen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat hij daarom een oproep aan alle partijen in het gebied doet om een stap naar de ander te zetten en daarvoor tijd te maken. Dit betekent dat dit sneller moet dan nu.
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de gemeente dit ook moet doen en moet nadenken en
stappen zetten om voor de zomer een beeld te vormen hoe het anders te doen, en niet alleen de mediation moet afwachten.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
10
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het natuurlijk dat de gemeente hierin stappen zet. Hij
wijst erop dat de gemeente voor veel meer uitdagingen staat als het gaat om sport. De raad legt die neer. Daarom roept hij de raad op ruimte te bieden om op een goede manier de wensen die in de raad leven uit te voeren.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) houdt zijn maidenspeech en vindt het niet erg als hij onderbroken wordt.
EenUtrecht zit als nieuwkomer met één zetel in de raad. Spreker bedankt de mensen die op Een
Utrecht hebben gestemd voor hun vertrouwen in de partij. De leus van EenUtrecht is: mensen en
buurten op 1. Hij wil dit graag omzetten in acties en besluiten, omdat alle Utrechters mede-eigenaar zijn van deze mooie stad. Hij vindt dat vele Utrechters vaak niet worden gehoord en te vaak niet
serieus worden genomen als ze zelf iets willen doen in hun leefomgeving en daarom zijn afgehaakt bij de politiek. Dat moet anders.
Hij vindt dat de gebruikers sociaal eigenaar zijn van Sportpark Overvecht Noord. Maar veel
gebruikers zullen zich door de gemeente niet benaderd voelen als mede-eigenaar. Dit leidt tot
rechtszaken met de gemeente, protestbrieven, gedoe onderling, debat in de raad en moties die niet helpen. Hij stelt drie vragen aan de raad en aan de wethouder. -
Het najagen van een volstrekt onverantwoorde groei van de stad leidt tot veel ellende en gaat ten koste van de leefbaarheid van buurten met steeds minder ruimte voor groen, welzijn, cultuur en sport. De gebruikers van Sportpark Overvecht Noord zijn dus de dupe van onverantwoorde keuzes van het huidige college. De nieuwgekozen gemeenteraad moet het grotere plaatje zien en daaraan met burgerpolitiek iets doen, anders is de raad voortdurend bezig met dweilen. Hij vraagt de raadsleden of ze de directe relatie onderkennen tussen een te hard groeiende stad aan de ene kant en het gevecht om ruimte voor groen, welzijn, cultuur en sport aan de andere kant en ze het ermee eens zijn dat dit probleem bij de wortel moet worden aangepakt en de ellende niet moet worden afgeschoven op de burgers. Willen ze zich met EenUtrecht bezinnen op de vraag of een langzamer groeiscenario nodig is?
Gezien de tijd beperkt spreker zich verder tot de vragen en vervolgt: -
Is de wethouder bereid te erkennen dat ze hier flinke steken heeft laten vallen en is ze bereid met alle gebruikers om de tafel te gaan en op zoek te gaan naar welke oplossing de gebruikers kunnen aandragen, passend in het beschikbare budget en voldoend aan de voorwaarden die aan het gebruik van sportvelden worden gesteld, met de inzet dat alle vijf gebruikers voldoende tevreden zijn?
-
Zijn de raadsleden het met EenUtrecht eens dat ze bij Sportpark Overvecht Noord te veel in detail proberen de zaak op te lossen, terwijl dit met een duidelijk ruimer kader met tijd en geld veel beter aan de gebruikers zelf kan en moet worden overgelaten?
(Applaus.) De voorzitter feliciteert de heer Dijkstra met zijn maidenspeech. De heer Bakker (D66) herkent zich niet in het geschetste beeld dat de ophaalbrug maar moet worden opgehaald voor iedereen die nog niet binnen Utrecht is. Hij vraagt wat het antwoord van EenUtrecht is als de vijf gebruikers niet allemaal hetzelfde willen en vinden.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
11
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt de heer Bakker verenigingen als deze niet te onderschatten. De
gemeenteraad probeert tot in detail problemen op te lossen, ook in motie 91, tot op niveau dat URV wordt gevraagd de boel schoon te houden. Door op dat niveau in te grijpen doet de gemeenteraad
het verkeerde. Spreker vraagt de raadsleden terughoudend te zijn en dit niet tot in detail te regelen. Met een goed kader kunnen volgens hem de vijf gebruikers samen tot betere oplossingen komen. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt welk kader EenUtrecht meegeeft, waardoor die verschillende belangen bij elkaar kunnen komen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt het de taak van de wethouder een kader mee te geven in tijd en geld en het aantal gebruikers. Mochten de gebruikers er niet uitkomen voor dit terrein, is het mogelijk dat ze een deel van de oplossing elders vinden.
De heer Van der Zweth (PvdA) reageert dat juist de gebruikers niets over andere velden kunnen vinden; daarvoor staat de gemeente aan de lat. Daarom herhaalt hij zijn vraag.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) beaamt dat een deel van de oplossing buiten het bestaande sportveld kan liggen. Het is de kunst van een ambtenaar of wethouder om daarin te ondersteunen.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat er moet gebeuren als de raad constateert dat dat plan niet goed is en niet past. Dat is immers de reden waarom de raad bij motie 91 is uitgekomen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) is verbaasd over deze vraag van de CDA-fractie. Een raadslid moet, als die het initiatief neemt, van tevoren met de gebruikers contact hebben gehad en niet met een
oplossing komen waarmee één van de gebruikers absoluut niet is geholpen. Dit toont volgens spreker aan dat een raadslid niet zo tot in detail oplossingen moet zoeken. De raad dient
terughoudend te zijn met dit soort moties om de gebruikers in hun recht te zetten en te behandelen als eigenaar van het veld. Met moet met bestaande gebruikers verkennen of er ruimte is op een sportveld voordat er gebruikers worden toegevoegd. Dat laatste is hier veel te snel gebeurd, waarmee deze ellende is begonnen.
Hij vindt dat dit probleem voor een deel is ontstaan door het ingrijpen van de gemeente zelf.
Vervolgens heeft de gemeenteraad een motie aangenomen die niet uitvoerbaar is. Hij vindt zijn route
een betere route. Ook nu het fout is gelopen vindt hij dat de gemeente moet faciliteren, een duidelijk kader stellen en dit terug moet geven aan de gebruikers en ze vertrouwen op het feit dat ze tot goede oplossingen kunnen komen.
De heer Maas (Volt) houdt weliswaar zijn maidenspeech, maar beperkt zich tot het onderwerp en
sluit zich aan bij de argumenten van de meeste voorgangers en de vragen aan de wethouder. Ook hij is verbaasd dat de motie juridisch niet uitvoerbaar is en dit pas op het allerlaatste moment bleek.
Belangrijk is volgens hem de vraag hoe men tot een oplossing komt die voor alle partijen realistisch is en tot tevredenheid stemt, op zo kort mogelijke termijn. Hij heeft alternatieven gehoord over
andere plekken, regionale oplossingen en mediation. Hij hoort graag van de wethouder wat zij daar vanaf nu mee gaat doen.
(Applaus.)
De voorzitter feliciteert de heer Maas met zijn maidenspeech.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
12
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt de wethouder de bevestiging dat ze, gezien alleen al de juridische afspraken met URV, deze vereniging niet weg kan sturen. Ook vraagt ze iets te zeggen over de
wenselijkheid om een vereniging met een maatschappelijke meerwaarde, zoals de hondenvereniging, te faciliteren als gemeente.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat ze graag na 10 maart een andere oplossing had
gevonden, zoals iedereen hier. Op 8 maart is gesproken over alle scenario's die waren onderzocht en teruggebracht van 28 naar 4. Er is vervolgens heel hard gewerkt, vooral door veel raadsleden in de nacht, aan een voor iedereen acceptabele oplossing, ook voor EDO. Vanaf 2017 wordt er al
gesproken met URV over haar verhuizing uit Zuilen. Er is juridische afgesproken dat zij bij een
verhuizing niet achteruit zou gaan. Helaas is spreekster hier te laat achter gekomen, evenals de
raadsleden. In die hectiek van anderhalve dag is het niet gelukt met URV af te stemmen of motie 91 uitvoerbaar is en helaas is dit niet het geval. URV is gevraagd te verhuizen vanwege de
ontwikkelingen op Sportpark Zuilen. Met dictumpunt 2, het om en om gebruikmaken van het veld, komt URV in de problemen, vanwege de trainingen die URV wekelijks moet geven.
De heer Van der Zweth (PvdA) interrumpeert dat de raad bij het indienen van de motie heeft gehoord dat die uitvoerbaar was. Het is niet de raad die dit beoordeelt.
Mevrouw Streefland (wethouder) beaamt dit. Er is gepoogd met URV te bellen, maar dat is niet
gelukt. URV heeft overigens eerder bij EDO aangegeven dat ze met het om en om gebruikmaken van het veld haar businesscase niet rond kan krijgen. In die zin was dit bij andere partijen bekend. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de raad altijd heeft gezegd dat URV eigenlijk niet op
Overvecht Noord past. Daarop heeft de raad een alternatief geboden. De wethouder heeft dat
omarmd, maar is vlak voor de verhuizing met een brief gekomen dat dit niet uitvoerbaar is. Waarom heeft ze dat niet eerder gemeld?
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat ze vanaf 25 april wist dat de motie niet uitvoerbaar
was vanwege de juridische afspraken: hoofdveld, hoofdgebruik en kantine. Daarop heeft ze de raad zo snel mogelijk geïnformeerd. Ze heeft dit intern eerst goed uitgezocht. Eerder heeft ze gehoord
dat het ingewikkeld lag, daarom heeft ze mediation ingezet en de raad daarover geïnformeerd op 7 april tijdens de mondelinge vragen. Dit is de tijdlijn.
De heer Van Steeg (CDA) vindt dat het niet zo kan zijn dat URV zegt dat ze niet gaat verhuizen en de wethouder erachter komt dat een verhuizing juridisch niet haalbaar is, nadat de raad met een motie is gekomen.
Mevrouw Streefland (wethouder) vindt dit een goede beschrijving van hoe de situatie is. Juridisch
gezien moet ze URV steunen in haar beweging. De communicatie is niet altijd goed geweest, daarom
heeft ze er mediation op gezet. Ze ziet als lichtpunt dat 7 mei het veld om 10:30 uur vrij was en URV het heeft aangeboden aan EDO. De mediation van half juni is ook naar voren gehaald. Met rust en ruimte lukt het partijen misschien om dit uit te zoeken.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de wethouder hier eerder van had moeten weten dan 25 april, los
Raadsvergadering van 19 mei 2022
13
van het contact met URV. Immers, de afspraken waren bij de gemeente bekend, want die heeft ze gemaakt.
Mevrouw Streefland (wethouder) kan dat niet goed beoordelen. Ze denkt dat als ze deze informatie
op 10 maart had gehad, de motie er waarschijnlijk anders uit had gezien, of beslispunt 2. Ze erkent dat de gemeente de afspraak heeft gemaakt dat URV er bij een verhuizing niet op achteruit zou
gaan. Dit is in 2017 gebeurd. Nu moeten partijen zelf bekijken hoe ze goede buren kunnen zijn. Daarbij is het goed mogelijk dat men elkaars velden deelt, zoals op veel sportparken gebeurt.
De heer Sungur (DENK) vindt dat het antwoord op zijn vraag moet zijn: het had eigenlijk gemoeten dat we hier eerder van hadden geweten en dit met de raad was gedeeld.
Mevrouw Streefland (wethouder) wist dit 25 april. Ze heeft vervolgens zo snel mogelijk de raad geïnformeerd.
Ze vervolgt dat de motie wordt uitgevoerd, met uitzondering van dictumpunt 2. Vervolgens kunnen partijen bespreken hoe ze elkaars velden kunnen gebruiken, ook al is de een hoofdhuurder van het ene veld en de ander van het andere veld. Die oplossing ziet ze op dit moment; er worden bewegingen gemaakt. Dit is volgens haar de meest vruchtbare oplossing.
Voor voetbalvelden gelden normeringen: zoveel velden waarop zoveel mensen kunnen voetballen. Dit hoort EDO niet graag, want die heeft een groeiambitie. Spreekster constateert dat er andere voetbalverenigingen zijn, soms zelfs grotere, die het lukt met minder velden en meer teams te
werken. Daarbij kiezen ze ervoor om ook op vrijdagavond en/of zondag te voetballen. EDO kiest
daar niet voor. Spreekster benadrukt dat er heel veel krapte is. Daarom moet de gemeente een been bijtrekken en meer doen om de groei op te vangen.
Het maatpak past, maar wellicht is de combinatie niet oké: is een hondenvereniging op een sportpark gewenst?
Volgens haar is dat de onderliggende vraag. De heer Van Steeg (CDA) vindt vergelijkingen met andere sportverenigingen niet opgaan, omdat hier een plan is gemaakt waar allerlei dingen bij elkaar komen en dat uiteindelijk niet past. Dat leidt tot frustraties. In de motie staat dat EDO de ruimte moet krijgen om te groeien. Ook dat deel kan de wethouder volgens hem niet uitvoeren.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat er een discussie is over de vraag of het past. De
capaciteitsnormen zijn met elkaar afgestemd in 2019. Dit gesprek is immers voor EDO en andere
clubs relevant. Als een vereniging groeit, wordt gezocht naar mogelijkheden. Die zitten soms in een grotere speelruimte, zoals op vrijdagavond en zondag en som op dinsdag. Soms zitten ze in een
satellietlocatie. Dit kan vervelend zijn, zeker als een vereniging een groeiambitie heeft en eerste is
geworden in de competitie. URV is bereid mee te denken over oplossingen die ook voor EDO passend zijn, maar die bestaan niet in het om en om gebruiken van het veld, want dan gaat URV failliet. Ze zegt dat ze wellicht eerder en meer alert had moeten zijn. Ze had dit graag gewild.
De heer Sungur (DENK) wil duidelijk zijn, de wethouder had het eerder moeten weten en niet "wellicht" eerder moeten weten en eerder moeten communiceren met de raad.
Mevrouw Streefland (wethouder) had dat zeker eerder gedaan als zij die informatie eerder had
Raadsvergadering van 19 mei 2022
14
gehad. Er zit namelijk geen strategie achter om laat te informeren. De heer Sungur (DENK) gaat het erom dat deze informatie bij de gemeente bekend is omdat die
afspraak door de gemeente is gemaakt, de politiek verantwoordelijke die informatie tot zich had moeten nemen en die had moeten meenemen voor de discussie op 8 maart in de raad. Mevrouw Streefland (wethouder) neemt hier kennis van.
Ze feliciteert mevrouw Al-Saqaff met haar maidenspeech op dit onderwerp. Ze erkent dat dit
probleem al 2½ jaar onderwerp van gesprek is, niet alleen in de raad. De berekening is gemaakt op de normen die hiervoor gelden om goede afspraken te kunnen maken, ook met andere clubs.
Deze casus is een wake-up call voor dit en wellicht het volgende college, gezien de beperkte ruimte
voor sportparken. De opgave is of er genoeg ruimte gecreëerd kan worden voor sport en bewegen en of dit op een creatievere manier kan worden opgepakt. Ze noemt het voorbeeld van Rijnvliet, dat te krap is, met name omdat de rugbyvereniging is gegroeid. Aan de voorkant heeft men geprobeerd
met de gemeente, Sport Utrecht en alle betrokkenen op het veld te kijken hoe kan worden omgegaan met de krapte, om te voorkomen dat iedereen zijn eigen plan indient. Er is een creatieve oplossing gevonden voor de rugbyvereniging in de paardenbak.
Mevrouw Kendir (Student & Starter) herinnert aan het debat in juni 2021, waarin de Student &
Starter-fractie heeft gepleit voor creatieve oplossingen, zoals het opheffen van parkeerplaatsen om meer ruimte te creëren. Er zijn ook andere oplossingen te bedenken. Ze roept de wethouder op
hierin een knoop door te hakken en de sportverenigingen duidelijkheid te bieden. Wanneer kan de gemeente duidelijkheid op een duurzame manier bieden aan de sportverenigingen?
Mevrouw Streefland (wethouder) kan zich goed voorstellen dat iedereen op de fiets komt, maar ze vindt dit wellicht niet helemaal de oplossing. Die zit eerder op de parkeerdrukmeting, op basis
waarvan men kan vaststellen of alle parkeerplaatsen nodig zijn. Dit moet met de mensen worden gedaan.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het niet goed genoeg dat wordt gewacht totdat anderen creatieve
oplossingen aandragen. Wat gaat het college doen om ervoor te zorgen dat dit soort problemen niet meer voorkomen?
Mevrouw Streefland (wethouder) kan niet garanderen dat zij kan voorkomen dat er problemen
ontstaan vanwege ruimtegebruik. Ze zal een uiterste poging doen om dat wel te doen. Daarvoor
staat ook de raad aan de lat. Is er genoeg geprogrammeerd en is er genoeg geld aan uitgegeven? Met een voorstel van de raad zou de sportafdeling heel blij zijn.
Mevrouw Hessel (SP) vraagt of er nog ruimte zit bij FC Utrecht, die elke zaterdag speelt. Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat de uitdaging is om samen met FC Utrecht te kijken of er mogelijkheden zijn om zijn ruimte af en toe te delen. Maar dat gaat om topsport voetbal waaromheen strikte eisen zitten. Ze hoopt van harte dat dit kan.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt "een poging doen en dat niet gegarandeerd kan worden dat daarmee problemen in de toekomst voorkomen kunnen worden" heel summier klinken. Ze vraagt om een
Raadsvergadering van 19 mei 2022
15
goed plan. Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat ze heeft geleerd dat er tijdig naar de verdeling van de gebruiksmogelijkheden moet worden gekeken met de mensen in openheid en transparantie, omdat zo'n proces anders heel lang duurt. Voor EDO was de grootste frustratie dat ze hoopte dat er een verbetering zou komen en vervolgens URV en FC Utrecht erbij zijn gekomen. Dat past binnen de normen, maar voelt niet zo.
Ze vervolgt dat ze het ermee eens is dat een actieve rol van de gemeente nodig is.
Er zijn afspraken met URV over het schoonmaken van het veld. Overigens hanteren hondenverenigingen strikte normen voor het schoonhouden van het veld.
Een tweede ring bebording wordt in principe niet door de gemeente gedaan. Dat is afwijken van het huidige beleid. Het college zal hierover een besluit nemen en er welwillend naar kijken.
Ze hoopt van harte dat mediation gaat helpen bij de ondersteuning in het zoeken naar flexibele
oplossingen voor wedstrijddagen en het lukt EDO ruimte te geven om op middagen of soms hele
dagen gebruik te maken van het veld van URV. Ze vraagt EDO flexibeler om te gaan met het gebruik. De gemeente is altijd bereid te helpen zoeken naar andere oplossingen.
De heer Bakker (D66) interrumpeert dat de inhoud wel duidelijk is. Maar het punt van EDO is haar vraag om te helpen. Spreker merkt op dat een proactieve houding van de gemeente lijkt te ontbreken.
Mevrouw Streefland (wethouder) neemt daar kennis van. Ze belooft haar uiterste best te doen en zegt dat ze het gesprek al voert, ook op andere niveaus. Ze wijst erop dat partijen zelf de benodigde vergunningen moeten aanvragen; dat doet de gemeente niet.
Ze vervolgt dat URV voor tien jaar een overeenkomst heeft voor het gebouw en daar ook het veld bij hoort.
De heer Van der Zweth (PvdA) stelt vast dat er dan heel weinig gaat veranderen. Hij vraagt de
toezegging dat de wethouder nu al gaat werken aan een alternatief voor URV, wellicht op een andere plek, waardoor iedereen beter tot zijn recht kan komen.
Mevrouw Streefland (wethouder) pakt met liefde scenario's uit de kast. URV is bereid ergens anders naartoe te gaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat ze er niet op achteruitgaat. Spreekster
wijst erop dat daaraan kosten zijn verbonden en dit niet gelijk volgende maand klaar is. Ze vindt het belangrijk dat er een uitspraak van de raad ligt om dit te gaan doen. Het college zit op de route van de mediation.
De heer Sungur (DENK) heeft al luisterend het gevoel gekregen dat de raad zich er zo min mogelijk mee moet bemoeien, zodat partijen en de wethouder alle ruimte hebben om de mediation op een degelijke manier te doen. Hij voelt bij de wethouder de urgentie om hier snel mee aan de gang te
gaan. Hij vraagt wat de wethouder precies van deze raad nodig heeft om op korte termijn ruimte te zoeken. Hij wil overigens ook weten wat de wethouder zelf vindt.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat op korte termijn mediation nodig is om ervoor te
zorgen dat alle punten worden opgepakt, omdat er ruimte genoeg is op het park. De groeiambitie van EDO past daarin. Als de raad vindt dat URV een andere plek moet krijgen, wil ze daarover een
Raadsvergadering van 19 mei 2022
16
uitspraak van de raad en laat ze bij een motie hieromtrent het oordeel aan de raad. Ze heeft een voorkeur voor mediation, omdat daaruit een vruchtbare oplossing kan komen.
Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) gaat ervan uit dat die 28 scenario's de gezochte routes zijn. Ze vraagt of de wethouder nu zegt dat er nog meer routes zijn.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat ze dat niet heeft gezegd. De scenario's zijn
uitgezocht en teruggebracht naar vier. Als een van die vier verder uitgezocht moet worden als oplossing voor het probleem op het sportpark, staat ze er niet geharnast in.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder daadwerkelijk gaat zoeken naar een oplossing buiten het sportpark en niet meer inzet op het oude plan, als de raad die opdracht geeft.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat ze scenario nul aan het verkennen is, zoals in bullet 1 van motie 91 staat. Ze heeft er vertrouwen in dat ze daar met de partners uit kan komen als ze in volle vaart verder gaan met mediation. Ze begrijpt dat er partijen zijn die dit helemaal niet willen. De heer Bakker (D66) vindt het een belangrijke vraag wat er uit het traject gaat komen en of er positieve ontwikkelingen te verwachten te zijn. Kan de wethouder hierover iets zeggen en
bijvoorbeeld een termijn noemen waarop ze er bij de gemeenteraad op terugkomt? Als het niet lukt, is de raad immers weer aan zet.
Mevrouw Streefland (wethouder) zegt toe na een half jaar te kijken hoe het gaat en de raad in Q4 te informeren. URV zal niet snel weg zijn. Voor een ruil met VV Kismet zijn immers ook allerlei afspraken nodig en moet er flora- en faunaonderzoek worden gedaan. De heer Van Steeg (CDA) vraagt een schorsing aan. De voorzitter schorst de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan de heer Van Steeg. De heer Van Steeg (CDA) dankt voor de antwoorden. Hij blijft het onverkwikkelijk vinden dat de raad op zo'n laat moment is geïnformeerd over de juridische positie van URV en hij vindt het moeilijk te
horen dat de wethouder dit pas op het laatste moment wist. Hij dient motie 123 in, mede namens de fracties van VVD en PvdA, met de opdracht, verder te werken aan een oplossing op basis de
uitgangspunten uit motie 91, daarnaast te blijven zoeken naar een betere oplossing op termijn
buiten het sportpark, met name voor URV en de eerdere alternatieven daarvoor verder uit te werken en de raad hierover te informeren in Q4.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de motie beoogt dat alle scenario's weer ter tafel komen. Hij hoorde de heer Van Steeg ook zeggen door te gaan in de richting die motie 91 beoogt en de mediation wel voor te zetten.
De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat motie beoogt dat alle scenario's weer ter tafel komen. Hij beaamt dat motie 91 de basis blijft om samen te werken op het sportpark.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
17
De heer Sungur (DENK) vraagt of de heer Van Steeg akkoord is als de wethouder met iets nieuws komt waarover partijen het eens zijn, maar wat niet geheel conform motie 91 is. De heer Van Steeg (CDA) hoopt dat er in overleg een oplossing komt. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) begrijpt dat die oplossing anders kan zijn dan exact in motie 91 staat.
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat als er voor alle partijen een acceptabele oplossing is, motie
91 niet het uitgangspunt hoeft te zijn. De motie is een uitspraak van de raad en blijft hij als leidraad houden.
Mevrouw Deldjou Fard GroenLinks) vraagt wat "op termijn" is. De heer Van Steeg (CDA) gaat ervan uit dat de wethouder actief aan de slag gaat; hoe eerder hoe beter.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) is verbaasd dat één van de vijf gebruikers in de motie genoemd wordt en daar de oplossing gezocht wordt, en niet alle vijf. Waarom is daarvoor gekozen?
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dit het meest in lijn ligt met de alternatieven die zijn
besproken. Als er een ander alternatief uit de hoge hoed komt, is dat voor hem ook een optie. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) wijst erop dat haar vragen niet allemaal zijn beantwoord door de wethouder. Ze vraagt of FC Utrecht proactief wordt betrokken bij de gesprekken.
Mevrouw Streefland (wethouder) antwoordt dat FC Utrecht vanzelfsprekend bij de gesprekken wordt betrokken. Ze doen ook mee met het parkoverleg.
Ze vervolgt dat ze overtuigd is van de mogelijkheden van mediation voor een creatief gebruik van de velden en een goede planning ervan. Dan is motie 123 niet nodig. Maar als de raad deze motie op tafel legt, zal zij haar uitvoeren. Ze wijst erop dat dit niet gratis is en tijd kost.
De voorzitter verklaart hiermee de beraadslaging over dit onderwerp voor geëindigd. De stemmingen
over het voorstel en de ingediende amendementen en moties zullen plaatsvinden aan het eind van de vergadering.
De voorzitter schorst de vergadering. Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 16. Rekenkameronderzoek: "De balans opmaken. Een onderzoek naar de effectiviteit van het economisch beleid van de gemeente Utrecht." Mevrouw Fattal (GroenLinks) houdt haar maidenspeech. Ze vertelt waarom het voor haar
onvermijdelijk was om de politiek in te gaan, namelijk ten eerste omdat ze op een elitaire school
Raadsvergadering van 19 mei 2022
18
heeft gezeten waarin ze een van de zeer weinigen was met een migratieachtergrond. Daardoor kon ze niet anders dan links worden. Bovendien worstelden haar ouders met de problemen van
nieuwkomers: het leren van de taal, studeren, opvoeden van hun kinderen, onderhouden van familieleden in Syrië en chronische ziekte.
Ten tweede is politiek haar met de paplepel ingegoten als kind van politiek vluchtelingen.
Haar migratieachtergrond was ongewild haar belangrijkste karakteristiek en politici als Fortuyn, Wilders en Baudet droegen bij aan haar gevoel dat ze hier niet thuishoorde en ze moest kiezen
tussen Nederlander zijn of Syriër, terwijl ze door beide gemeenschappen niet werd geaccepteerd. Die keuze is onmogelijk. Ze kan wel kiezen voor wat ze met deze ervaringen doet en ervoor zorgen dat anderen niet dezelfde discriminatie en uitsluiting hoeven mee te maken. Daarom is ze de politiek ingegaan.
De stad kent dezelfde uitdagingen. Er zijn breuklijnen veroorzaakt door het neoliberale,
kapitalistisch rendementsdenken en meritocratie. De huidige crises zijn allemaal met elkaar
verbonden en hebben te maken met de manier waarop mensen samenleven en met hun relatie met de planeet.
Het antwoord op de vraag wat er voor de stad Utrecht nodig is, is simpel. Er moet op een radicaal andere manier worden gekeken naar de economie, en sociaal en duurzaam moeten aan elkaar
worden gekoppeld. De armoede moet worden bestreden, er moet worden ingezet op betaalbaar
wonen en arbeidsuitsluiting moet worden tegengegaan. Dat is het sociale fundament. De bovengrens wordt gevormd door de grenzen van de planeet, met een inzet op CO2-reductie en circulariteit. Pas wanneer de verbanden worden gezien tussen de wooncrisis, werkloosheid en klimaatcrisis, en
gewerkt wordt vanuit het donutmodel, kunnen oplossingen de maatschappij verder brengen en kan men in Utrecht gezond, stedelijk leven.
Ze bedankt de rekenkamer voor haar rapport, want dit biedt de kans het donutmodel te integreren in het economisch beleid en sluit aan bij alles wat in Utrecht wordt gedaan. Mede namens de PvdDfractie vraagt ze de toezegging het concept van het donutmodel en brede welvaart als basis te gebruiken voor het uitwerken van het economische profiel van Utrecht.
(Applaus.)
De voorzitter feliciteert mevrouw Fattal met haar maidenspeech. De heer Van Steeg (CDA) dient motie 124 in, Samenhangend economisch beleid, mede namens de fracties van VVD en Volt, met de opdracht, 1.
de Utrechtse gemeenteraad jaarlijks apart te informeren over het geheel gevoerde economische beleid en de manier waarop dit de Utrechtse economie heeft versterkt;
2.
prestatie-indicatoren voor de (lokale) Utrechtse economie te ontwikkelen, zodat het effect van
3.
de raad hierover in het vierde kwartaal voor de eerste keer te informeren.
het lokale en regionale economische beleid beter meetbaar wordt;
Mevrouw Al Saqaff (VVD) merkt op dat het rapport voor de VVD-fractie een signaal is dat het
gemeentebestuur scherp moet zijn waarin het zijn middelen, tijd en energie wil steken en meer om zich heen moet kijken om de ondernemers beter te bereiken en betrekken bij het beleid. Ze citeert hierbij uit het rekenkamerrapport en dient motie 125 in, Lokale economische agenda en sterk profiel, mede namens de fracties van EenUtrecht en PVV met de opdracht,
Raadsvergadering van 19 mei 2022 1.
19
de samenwerking op te zoeken met strategische partners en ondernemers voor het maken van een lokale economische agenda waarin concrete doelen staan voor Utrecht én deze af te stemmen op de doelen uit de regionale agenda;
2.
de samenwerking op te zoeken met strategische partners en ondernemers over wat het onderscheidende economische profiel wordt van de gemeente Utrecht met het oog op het verbeteren van het vestigingsklimaat;
3.
de gemeenteraad op zijn laatst voor de programmabegroting te informeren over de vorderingen.
De heer Peters (D66) merkt op dat in het rekenkameronderzoek is te lezen dat de Utrechtse
economie het goed doet. De gemeente doet daarvoor waardevolle dingen. Een gedegen EZ-beleid is belangrijk voor, naast een sterke economie, alle beleidsterreinen, omdat het zorgt voor meer werkgelegenheid, minder mensen in de schulden, ruimte voor ondernemers en een goed
ondernemingsklimaat voor jonge duurzame en circulaire bedrijven, zodat Utrecht een donutstad wordt. Hij vindt dat de raad hier vaker bij stil mag staan.
De behoefte aan meer grip en zicht op de effectiviteit van het beleid is politiek gezien begrijpelijk,
maar men moet oppassen hierin niet door te slaan. Anders zijn ambtenaren volgens hem alleen nog maar bezig met kpi's, het schrijven van verantwoordingsrapporten en het monitoren van beleid.
Spreker vindt het belangrijk de balans te vinden, tussen de conclusie van het rekenkamerrapport en de praktische werkelijkheid, omdat Utrecht zeer beperkte middelen en capaciteit heeft.
Mevrouw Al Saqaff (VVD) vindt de rekenkameraanbeveling dat het duidelijk moet zijn op welke doelen gestuurd moet worden niet buitenproportioneel en zeker in balans.
De heer Peters (D66) is het daar gedeeltelijk mee eens. Hij wil voorkomen dat te veel op alleen maar verantwoording afleggen wordt gestuurd. Het rekenkamerrapport gaat over de afgelopen twee jaar, tijdens de coronacrisis, waarin maatregelen moesten worden getroffen om de economie zo goed
mogelijk te laten werken. Het is begrijpelijk dat men dan niet bezig is met alleen maar monitoren en verantwoording afleggen. Tijdens zo'n crisis is adaptiviteit en wendbaarheid heel belangrijk. Dat wordt te weinig aan het licht gebracht.
Mevrouw Al Saqaff (VVD) reageert dat het onderzoek is gedaan ver voordat corona begon en de
effecten van corona buiten beschouwing zijn gelaten. Het gaat erom of er duidelijke doelen zijn waarop gestuurd wordt.
De heer Peters (D66) antwoordt dat het onderzoek de afgelopen twee jaar is gedaan en deels
daarvoor. In die tijd was er sprake van geringe ambtelijke capaciteit, waardoor men niet bezig kon zijn met grotere doelen. Hij pleit ervoor naar het rapport te kijken en naar de dagelijkse praktijk.
De heer Maas (Volt) vraagt of de heer Peters het met hem eens is dat de rekenkamer constateert dat
er onvoldoende wordt gewerkt met de PDCA-cyclus, waardoor het controleren van beleid nauwelijks mogelijk is, en dit op veel meer fronten ingevoerd moet worden.
De heer Peters (D66) begrijpt dat de heer Maas vraagt wat hij van de PDCA-cyclus vindt: plan, do,
check, act. Spreker vindt dat de raad het EZ-beleid op een goede manier moet controleren. Hoe dat moet, vindt hij te veel op de details gericht. Dit kan ook met andere modellen dan de PDCA-cyclus.
Raadsvergadering van 19 mei 2022
20
De heer Maas (Volt) reageert dat het hem niet om de PDCA-cyclus gaat, maar om het principe: heldere doelen stellen, data gebruiken en die controleren op een duidelijke uitvoering.
De heer Peters (D66) neemt daar kennis van. Hij vervolgt dat de waarde van adaptiviteit en
wendbaarheid van de ambtelijke organisatie niet onderschat moet worden. Hij wil die behouden voor het geval men in een nieuwe crisis komt. Immers, Utrecht heeft het de afgelopen twee jaar heel goed gedaan, ondanks corona.
Mevrouw Al Saqaff (VVD) vraagt wat de D66-fractie ervan vindt dat het totaal niet duidelijk is wat de bijdrage van de gemeenteraad is geweest.
De heer Peters (D66) antwoordt dat hij het heeft over wat de gemeente heeft gepresteerd, de resultaten die zijn bereikt, de aanpak van de leegstand van winkels in de binnenstad, een
steunpakket van € 5 à € 6 miljoen voor Utrechtse ondernemers. Achteraf gezien zat er geen doel achter, maar dat kan niet in een periode waarin men niet weet wat de toekomst gaat brengen. Mevrouw Al Saqaff (VVD) beaamt dat het goed is gegaan, maar om het beter te doen, moet de gemeente volgens haar beter sturen op doelen.
De heer Peters (D66) vervolgt dat er goede en herkenbare aanbevelingen zijn gedaan door de
rekenkamer. De wethouder heeft gezegd met een groot deel aan de slag te gaan. Spreker vindt het
niet helemaal eerlijk voelen dat het onderzoek tijdens corona is gedaan, omdat dit abnormale tijden
waren, en pleit ervoor met de aanbevelingen aan de slag te gaan. Tegelijkertijd moet er volgens hem ruimte zijn voor wendbaarheid.
De heer Verschuure (wethouder) dankt de rekenkamer voor het onderzoek. Het college heeft schriftelijke meegedeeld hoe het met de aanbevelingen om wil gaan. Ze zijn bijna allemaal overgenomen en binnen een paar weken verwacht spreker een plan van aanpak te kunnen presenteren.
Hij zegt toe zijn opvolger de boodschap mee te geven brede welvaart te nemen als basis voor het economische beleid en de donuteconomie toe te passen als onderlegger. Overigens wordt dit al
gedaan, maar het is goed dit verder uit te werken. Het donutmodel is op meer beleidsterreinen van toepassing, zoals bij werk en inkomen, inkoopbeleid en ruimtelijke ontwikkeling.
Motie 124 is overbodig. Hij heeft in de commissie toegezegd de raad jaarlijks op een bijeenkomst te informeren over wat het college doet op het gebied van het economische beleid qua vestigings- en arbeidsmarktbeleid. In het plan van aanpak wordt tegemoetgekomen aan wat in de motie wordt gevraagd.
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt wat het in de praktijk betekent dat het college met de donuteconomie aan de slag gaat. Het gaat erom niet alleen de juiste bedrijven hiernaartoe te halen, maar ook in
gesprek te gaan met, en een ontmoedigingsbeleid te voeren voor bedrijven die niet passen in het kader van gezond stedelijk leven.
De heer Verschuure (wethouder) antwoordt dat hij zich heeft verdiept in de uitgangspunten. Hij stelt
voor in een informatiesessie de hele raad uit te nodigen om bij te praten over de uitgangspunten van dit economische model. Hij wijst erop dat de regionale economische agenda is vastgesteld. Een
Raadsvergadering van 19 mei 2022
21
uitgangspunt als brede welvaart heeft deze regio als eerste in Nederland opgevoerd. Voor het
aantrekken en faciliteren van bedrijven zit dit in het beleid. Het enige bedrijventerrein dat nog moet
worden ingericht, wordt helemaal gericht op circulaire bedrijvigheid. Maar het kunnen weren van niet duurzame bedrijven kent beperkingen vanwege de wetgeving. Het beleid is gericht op het stimuleren van circulaire bedrijvigheid. De raad zou dit debat de komende vier jaar kunnen voeren.
Mevrouw Snippe (PvdD) merkt op dat haar fractie al jaren aandacht vraagt voor de donuteconomie. Ze herinnert eraan dat deze wethouder niet de keuze heeft gemaakt om de vestiging van het
hoofdkantoor van McDonalds te ontmoedigen, maar dit bedrijf met een welkom heeft onthaald. De heer Verschuure (wethouder) constateert dat dit een oproep is.
Motie 125 roept op een lokale economische agenda op te stellen. Hij ontraadt dit, omdat er inmiddels een regionale economische agenda is. Hij herinnert eraan dat men zich kan laten
voorlichten over wat de gemeente doet op het gebied van vestigingsklimaat en arbeidsmarktbeleid.
Er wordt namelijk heel veel gedaan. Een nieuwe economische agenda opstellen vraagt veel capaciteit van ambtenaren die druk zijn met andere dingen.