6e vergadering gemeenteraad 22 april 2021.doc
Tekst van het document
In de gesprekken tussen Rijkswaterstaat, het Rijk en de regio's is de analyse dat de klassieke modellen de trends in stedelijke gebieden niet goed voorspellen, maar daarmee is er niet gelijk een alternatief. Utrecht werkt met een model dat gevalideerd is door Rijkswaterstaat. Dat is preciezer in het voorspellen van bewegingen in de regio, maar de wijze van voorspellen moet worden verbeterd. Voor de Merwedelijn wordt voorspeld dat het aantal reizigers kan oplopen tot 50.000 per dag, het dubbele van lijn 12. Die kunnen niet door bussen worden bediend. Bij het wiel ligt dat iets anders, daar worden lagere aantallen voorspeld. Dat moet nog verder worden uitgewerkt. Dit betekent dat delen van de propositie alleen met lightrail uitvoerbaar zijn. Bovendien, als van Lunetten een intercitystation wordt gemaakt, komt dat in de top-10 van Nederland terecht. Er is dus geen gebrek aan reizigers. Volgens de commissie moet het Rijk zijn fondsen beter op orde krijgen. Het Groeifonds is niet
14
Raadsvergadering van 22 april 2021 geschikt voor verstedelijking. Het college zal proberen te beïnvloeden dat het geschikter wordt, omdat het een flinke graan uit het Groeifonds wil meepikken. Als het zo blijft als het is, is het de vraag of Utrecht überhaupt kans maakt. Als het antwoord nee is, moeten de bakens worden verzet, als het antwoord ja is, moet goed worden bekeken op welke manier Utrecht nog enige kans maakt. Voor het mobiliteitsplan en de RSU is het totale bedrag nog niet beschikbaar. Bij een honorering van de proposities zou bijna de helft binnen zijn. Dus Utrecht kan het niet alleen, ook niet bij andere inhoudelijke keuzes, en heeft altijd het Rijk nodig. Er moeten eerst uitgewerkte plannen zijn, voordat Utrecht een aanvraag kan indienen. Het mobiliteitsplan bevat een verstandige richting voor Utrecht, maar moet nog verder worden uitgewerkt. Als het geld lang uitblijft, heeft Utrecht een probleem, überhaupt heeft men dat in Nederland, om woningen te bouwen. De heer De Pagter (VVD) heeft geen zelfreflectie van de wethouder gehoord. Hij krijgt de indruk alsof ze een ander report heeft gelezen dan hij. Onafhankelijke deskundigen hebben geadviseerd, CPB en SEO, maar de beoordelingen zouden onterecht zijn.
Waar haalt de wethouder dit vandaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan zich niet voorstellen dat de heer De Pagter het ermee een is dat bij een MKBA de baten van woningbouw niet worden meegenomen. Dat is de reden waarom Utrecht een schaalsprong van het OV wil. Ze heeft gezegd dat een aantal punten nog verder moet worden uitgewerkt, zoals reistijdwinst. Ze vindt de kwalificering van de heer De Pagter op een aantal punten wonderlijk, want de termen "doordacht" en "samenhangend" staan in het rapport en zij vindt dat een compliment. De heer De Pagter (VVD) reageert dat dat het enige compliment is dat erin staat. Dit duidt op selectief lezen van het rapport want het is snoeihard. Hij verwacht dat het college de hand in eigen boezem gaat steken over de onderbouwing. Wat is er misgegaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft juist stilgestaan bij hoe dit proces is gelopen, wat gelukt is in termen van eensgezindheid van al die overheden – dat is een grote verworvenheid – en tegelijkertijd bij het proces dat van grof naar fijn gaat, van een abstract model naar een steeds preciezer model. Het college weet nog niet alles, elke paar maanden weet het meer. Dit is een momentopname. Ze vindt dat ze een correcte weergave heeft gegeven van het proces. De heer Van Steeg (CDA) mist introspectie, ook over de betrokkenheid van de raad.
Hij ziet licht tussen het feit dat Utrecht nu op de shortlist staat en tussen de kans die Utrecht maakt om nog een aanvraag te doen. Wat betekent de shortlist voor de toekomstige aanvraag in het Groeifonds en wordt die nog gedaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) heeft dit punt al aangeraakt. In Nederland moet woningbouw mogelijk gemaakt worden. Utrecht zit in hetzelfde schuitje als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Die zien hun plannen ook niet gehonoreerd worden. Alleen de projecten die reistijdwinst op het nationale net teweegbrengen, zijn gehonoreerd. Alles in relatie tot verstedelijking, ook in de andere steden, is niet gehonoreerd. Dat is een nationaal probleem. De steden en de rijksoverheid willen dat probleem oplossen. Zij hoopt dat de formerende partijen daar ook bij horen. Dit kan of door het Groeifonds daarvoor geschikt te maken, of door andere fondsen. Of het college nog een keer gaat voor het Groeifonds, hangt af van de vraag of dit een goede tijdsinvestering is. Dat kan alleen als die bakens verzet worden. De commissie zegt dat niet te kunnen doen. De heer Weistra (GroenLinks) vindt dat het en-en is. Hij vraagt zich af of er op twee sporen moeten worden ingezet, enerzijds het aanpassen van de propositie, zodat deze past binnen de kaders, en anderzijds de discussie over die kaders of zelfs een heel andere afrit.
Het college heeft geschetst wat het anders en beter kan doen binnen de kaders in de volgende ronde. Is het college het met hem eens dat twee sporen moeten worden verkend? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat dit zeker het geval is. Het college is niet vies van opportuniteit. Als er ergens een kans is om een deel van de Utrechtse opgave te verwezenlijken, gaat het college daarvoor. Nu is nog heel veel onbekend. Het is een politieke beslissing of er een tweede tranche van het Groeifonds komt en op welke manier. Op de conclusie van de heer Van Steeg dat de analyse van de wethouder, dat de aanvraag an sich
15
Raadsvergadering van 22 april 2021 goed was en heeft geholpen voor het vervolgtraject, niet gebaseerd is op de liggende feiten, zegt ze dat ze geen garanties heeft gegeven dat Utrecht op een gegeven moment een gehonoreerde aanvraag krijgt. Ze merkt, ook in alle informele contacten, dat Utrecht in de eredivisie van de aanvragen zit. In die zin heeft deze aanvraag geholpen om op de shortlist te komen en mee te draaien. Ze wijst erop dat het doortrekken van de Noordzuidlijn een regionale wens is die decennia oud is. De wens van Utrecht is een paar jaar oud. Het college knokt ervoor om in het collectieve systeem van Den Haag te komen. Daar staat Utrecht nu in. De heer De Pagter (VVD) wijst erop dat in de RIB begin november niets over de aanvraag voor het Groeifonds is gezegd. De raad heeft dit vraagstuk pas eind november op tafel gekregen en in december heeft de raad heel veel moeite gedaan om de aanvraag te zien te krijgen. Vindt het college dat er helemaal niets is misgegaan in de samenwerking met de raad en dat dit echt in samenspraak met college en raad moet worden gedaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er altijd dingen misgaan. Ze heeft gereageerd op de duiding van de heer De Pagter op het rapport. Het college volgt dit alles met de raad. Ze heeft de kaders genoemd waarop het college zich heeft gebaseerd.
En als het proces de trechter in gaat, komt het college natuurlijk voor kaderstelling bij de raad terug. Het college had geen regie op het proces en de geheimhouding eromheen beviel het college ook niet. Het is een Haagse discussie hoe dit gelopen is. Zij had dit liever anders gezien. De heer De Pagter (VVD) constateert dat het college in dit traject stukken ter onderbouwing heeft opgestuurd die de raad niet heeft vastgesteld. Dat had niet mogen gebeuren. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat het proces loopt van grof naar fijn. De raad heeft kaders gesteld en gaat voor de zomer weer kaders stellen. Na de zomer gaat het college daarmee door. De raad vraagt die miljarden binnen te halen. Het college probeert dat door de juiste voorstellen aan de raad voor te leggen en op basis daarvan te handelen. De heer Van Steeg (CDA) herinnert eraan dat de heer Bakker van D66 op 10 september heeft gevraagd naar het Groeifonds en om de raad mee te nemen in de besluiten. De heer Verschuure heeft toen gezegd dat het college de raad zou informeren als het meer weet. De raad heeft daarna constant moeten vragen om informatie en is nauwelijks geïnformeerd. Waarom is dat niet gebeurd? Hij leest voor: "We zijn al geruime tijd met diverse ministeries en andere overheden in gesprek.
De kansen zijn groot, ook voor Utrecht… Als wij daar informatie over hebben, zullen wij de raad daarover informeren." Dit was 10 september 2020. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) herhaalt dat ze het tijdspad heeft geschetst. Een week voor de deadline, 1 oktober, heeft het college pas bericht ontvangen. Utrecht stond 10 september nog niet op de shortlist en het college deed zijn best om daarop te komen. Mevrouw Schilderman (D66) wijst erop dat raad en college binnenkort komen te spreken over het mobiliteitsplan. Dat is een logisch moment om van het grote "wiel met spaken" naar verfijning te gaan. Helpt dat en kan de wethouder de raad een aantal dingen meegeven om een beter besluit te kunnen nemen, zoals een brief met verdiepingen op een aantal vragen? De heer Weistra (GroenLinks) heeft dezelfde denkrichting. Iets beter betrokken worden helpt, niet alleen op de inhoud, maar ook op de strategie. Misschien is daarvoor nu wat meer ruimte in het kader van de tweede tranche en kan het gesprek met de raad op een andere manier worden gevoerd. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat het college van plan is om de raad voor de zomer inhoudelijk verder te informeren. De heer Verschuure zal ingaan op de vraag, de raad van informatie te voorzien voor de lobby. Het college zal de raad in de aanloop naar het bestuurlijk overleg MIRT opnieuw informeren.
Dan komt ook de tweede tranche eraan. Dus op die twee momenten kan het college de raad inlichten over de stand van zaken, hoe de hazen lopen in Den Haag en wat Utrechts strategie is. Wanneer dit de kaderstelling raakt, zal er een kaderstellend voorstel moeten liggen. Dit zijn de twee stappen richting het najaar.
16
Raadsvergadering van 22 april 2021 De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat de raad niet en/of ontijdig en onvolledig is geïnformeerd. Dit is ook bij de Uithoflijn gebeurd. Hij zoekt het comfort bij het college dat hij al tijden niet heeft, namelijk dat hij ervan uit mag gaan dat de raad wordt meegenomen in dergelijke trajecten. Woorden zijn leuk, maar hij rekent het college af op daden. Hij heeft die de afgelopen jaren weinig gezien. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) vraagt of haar voorstel een goede manier van werken is, nu onbekend is hoe de kaarten in Den Haag worden geschut. Dit betekent dat de peilstok er voor de zomer en na de zomer in wordt gestoken en dan wordt bekeken op welk paard en hoe de gemeente het best kan wedden: de formatie, het Groeifonds, het lopende MIRT-traject en de samenwerking met de provincie. Op deze wijze wordt op de meest integrale manier naar het speelveld gekeken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de wethouder hem geen gevoel van comfort geeft over hoe ze de raad mee wil nemen. Het vertrouwen is al geruime tijd aan erosie onderhevig. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) wijst op het voorstel dat ze net heeft gedaan. Ze vraagt een reactie daarop. Ze stelt dit separaat aan het mobiliteitsplan voor.
Er lopen twee separate trajecten, de ene in de samenwerking met de provincie, en de andere met het Rijk aan tafel, het MIRT-traject, Daar wordt de inhoud gevormd en over die stand van zaken wil het college de raad graag informeren. Daarnaast ligt het strategische speelveld, waar het Groeifonds tweede tranche onderdeel van is, maar ook de formatie. De kwesties waar Utrecht in de regio staat en de MIRT-verkenning, hoe de vlag van het Groeifonds erbij hangt en hoe de kansen in de formatie worden beschouwd, moeten in samenhang door college en raad worden bekeken. Mevrouw Oosters (Student & Starter) denkt dat dat veel zal helpen. Haar fractie heeft grote behoefte aan tijdige bespreking vooraf. Het steekt bij verschillende partijen dat er nu niet gereflecteerd wordt op het feit dat de raad niet tijdig is geïnformeerd en op enig moment input heeft kunnen leveren. Daarom staan ze niet positief tegenover dit voorstel. De heer Işik (PvdA) sluit zich aan bij de fractie van Student & Starter. Hij vindt dat er ruimte moet zijn voor de raad om bepaalde dingen te beïnvloeden. De heer De Pagter (VVD) vindt dat mevrouw Oosters mooie woorden heeft gesproken. Zijn fractie heeft niet per se behoefte aan brieven, maar wil kaders stellen en actief meebeslissen. De denderende trein moet ook even tot stilstand komen om met oppositie en coalitie hierop te reflecteren.
De heer Van Steeg (CDA) waardeert de woorden van mevrouw Oosters. Hij verwacht van het college, juist in de betrokkenheid van de raad, meer introspectie over het gelopen traject. Hij kan zich vinden in het voorstel van de wethouder. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het voorstel van de wethouder interessant. Hij is het eens met de heer De Pagter dat hij geen brief wil, maar betrokken wil worden. Hij vraagt of de wethouder dit aanbod zou hebben gedaan zonder dit debat in de raad. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat het college dit sowieso van plan was. Dit staat ook in de beantwoording van de schriftelijke vragen. Blijkbaar is dit voorstel onvoldoende gemarkeerd, daarom heeft ze het nu scherp aangezet en breder aangevlogen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) stelt vast dat het college de vorige keer last had van de tijdsdruk. In hoeverre wordt dit in het nieuwe voorstel tegengegaan? Heeft Utrecht daar meer invloed of zicht op, zodat dit beter kan worden gedaan? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat raad en college zich erop moeten concentreren dat ze op de inhoud verder komen in een eigen tempo met eigen regie. Het college vraagt bij iedere stap aan de raad zich daarover uit te spreken. Op opportuniteiten die langskomen moet het college snel kunnen reageren.
Als raad en college het voldoende eens zijn over de inhoud, hoeft het precieze jasje niet het punt te zijn. Het college houdt de raad zo goed mogelijk op de hoogte van de
17
Raadsvergadering van 22 april 2021 ontwikkelingen in Den Haag en de kansen die er zijn. De opgelegde geheimhouding heeft het college bij de eerste tranche echt parten gespeeld. De heer Verschuure (wethouder) vervolgt de beantwoording. Hij zegt dat het college natuurlijk teleurgesteld was bij het lezen van het rapport, op meer had ingezet en meer had gehoopt. Hij herinnert zich dat er op 16 oktober 2020 een raadsbrief is gestuurd en dat er een RIB is geweest op 3 of 4 november. Veel van wat in de propositie staat, is toen met de raad besproken. Het is niet de bedoeling dat het college de raad onvoldoende informeert. De heer Van Steeg (CDA) reageert dat in het traject daarna de raad alles uit de kast heeft moeten halen om geïnformeerd te worden over de propositie voor het Groeifonds. Hij begrijpt de geheimhouding en dat het Groeifonds om snelheid vroeg, maar vindt nog steeds dat er in de latere maanden eerder met de raad gesproken had kunnen worden over een aantal fundamentele keuzes in de propositie die effect hebben op het MIRT en het mobiliteitsplan. Dat is niet gebeurd. De antwoorden op de mondelinge vragen geven een ander beeld. De heer Verschuure (wethouder) vindt het altijd goed om hierop terug te kijken. Op 17 november 2020 heeft het college een brief over het MIRT gestuurd en op 8 december 2020 een raadsbrief over de inzet van de propositie.
Gezien het ongemak, heeft de raad behoefte aan meer informatie. Mevrouw Van Hooijdonk heeft hiervoor een voorstel gedaan. De heer Weistra (GroenLinks) vindt het prettig dat de wethouder hierop reflecteert. Hij begrijpt dat het college de kaders volgt die de raad heeft gesteld. De heer Van Steeg wijst erop dat de raad niet helemaal is meegenomen in de strategie en de stappen die het college heeft gezet. In die zin is het goed voor de aankomende tijd te bekijken welke stappen dan worden gezet. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat in de brief van 16 oktober 2020 staat: "Daarnaast hebben we een propositie opgesteld." Dat is iets anders dan de raad uitgebreid informeren. Ook op de RIB is niet inhoudelijk ingegaan op het feit dat er een aanvraag is ingediend en wat die heeft ingehouden. Daar zit het punt van de verbetering van de informatiepositie van de raad in dit dossier. De heer Verschuure (wethouder) heeft ook een aantal vervolgmomenten genoemd. Hij herhaalt dat de propositie door het ministerie van I&W is ingediend en in die zin niet van het college was. Daarom was het college niet helemaal vrij om over alles te communiceren. Daarover is eerder uitgebreid in de raad gesproken. Hij is het ermee eens dat het beter kan en eens met de wensen voor de toekomst. Hij vraagt een beetje begrip voor het feit dat het college deels met de handen op de rug gebonden zat.
De heer De Pagter (VVD) heeft behoefte aan het terugzoeken van dingen in de stukken om daarmee het onderwerp informatiepositie goed af te ronden. Hij komt hierop terug in de tweede termijn. De heer Verschuure (wethouder) vervolgt dat hij bereid is de deur in Den Haag plat te lopen om te lobbyen. Daaraan is hij al begonnen. Zo heeft hij over de opgaven van Utrecht gesproken – in een bredere setting – in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van 21 april jl. met de minister van BZK en de staatssecretaris van I&W. In het kader van het MIRT is hij al langer met Den Haag in gesprek. Inmiddels heeft hij afspraken met alle nieuwe woordvoerders in de Tweede Kamer. Binnen de G4 wordt bekeken of er met het Rijk een verstedelijkingsakkoord kan worden gesloten richting de formatie. Er wordt ook via partijlijnen gesproken en via de U16. Geïnstitutionaliseerd zit dit onderwerp veel meer in de U NED onderhandelingen met BZK, EZK, de provincie, U10 en de gemeente Utrecht. Onlangs is Utrecht Nabij afgesproken en wordt dat uitgewerkt. Binnenkort worden de gebiedsstudies verder uitgewerkt. I&W is samen met BZK in gesprek over de MKBA's, wat er wel en niet in mee kan worden genomen. De invloed van Utrecht daarop is relatief. Lopende het traject van de Groeifonds-aanvraag zijn de criteria steeds bijgesteld. Alle partners hebben dus aan de lopende band moeten schakelen.
Zonder lightrail richting Merwedekanaalzone A12 en Nieuwegein valt er veel woningbouwcapaciteit af vanwege de bereikbaarheid. De ontwikkelaars in de stad en de partners op het Sciencepark steunen allemaal de plannen, evenals de corporaties, de bouwers en ontwikkelaars. Ze onderschrijven de noodzaak en urgentie en hebben een brief gestuurd naar de ministeries om de
18
Raadsvergadering van 22 april 2021 propositie te steunen. Het college is al lange tijd met de RSU bezig. Het Groeifonds kwam pas later langs en bood een kans. Maar dit is niet de enige lijn die uitstaat. Het college is al langere tijd bezig met het MIRT. Richting de formatie zal er worden gelobbyd en mocht er een tweede tranche Groeifonds komen, zal het college daar weer een beroep op doen. Maar het wil van tevoren weten hoe kansrijk het is om daarin aanvragen voor infrastructuur te doen. Hierop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan de heer De Pagter. De heer De Pagter (VVD) meldt dat zijn fractie niet helemaal tevreden is over de reflectie van het college. Hij hoopt dat het college nog iets kan zeggen over de informatiepositie van de raad in deze aanvraag voor het Groeifonds. Hij dient met de voltallige oppositie motie 67 in, "Breed gedragen plan." De motie is er uitdrukkelijk voor bedoeld dat de raad meer grip krijgt op het hele proces rond dit soort aanvragen. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) begrijpt dat deze motie een versteviging is op dat wat het college al heeft gezegd, namelijk voor en na de zomer de peilstok erin met de raad over het Groeifonds, het MIRT en de samenwerking met de provincie.
Wat brengt de motie nog meer? De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat de raad in de motie betrokken wordt, allerlei zaken in kaart worden gebracht en op voorhand geen ontwikkelingen worden uitgesloten die een bijdrage kunnen leveren aan de woningopgave, mobiliteitsbehoefte en duurzaamheidsopgaves. Dit is breder dan het college heeft aangegeven en is een breed gedeelde wens van de oppositiefracties. Mevrouw Schilderman (D66) hoopt dat ze dit kan zien als een poging om daarin samen te werken. Ze had het leuk gevonden als haar fractie had mogen meedenken over deze motie, maar dit was niet het geval. In de constateringen staan dingen die ze anders ziet, maar ze is bereid daaroverheen te lezen. Ziet de heer De Pagter de motie als een poging om echt samen te werken met iedereen? En bedoelt hij dit als poging om de mobiliteitsmiddelen binnen te halen en niet een lagere inzet te maken dan eerder is vastgesteld, met name met "het wiel met spaken". De heer De Pagter (VVD) antwoordt bevestigend. De heer Weistra (GroenLinks) dankt de heer De Pagter voor de motie. De motie wil niets uitsluiten, maar er zijn wel kaders vastgesteld door de raad. Hij hoopt dat het wiel niet opnieuw hoeft te worden uitgevonden.
De heer De Pagter (VVD) reageert dat de indienende fracties meer grip willen op de procedures en goed in kaart willen hebben welke ontwikkelingen bijdragen aan de opgaven en niets willen uitsluiten. De heer Weistra (GroenLinks) vindt de intentie mooi. Als verbinding het doel is van de motie, kan hij met die gedachte uit de voeten. De tekst van de motie moet hij nog lezen. Mevrouw Schilderman (D66) meldt dat de D66-fractie volop wil focussen op hoe meer geld voor het OV op korte termijn kan worden binnengehaald. Dat hebben alle mensen in de stad nodig die een betaalbaar huis zoeken. De heer Weistra zal hierover een motie indienen die ze van harte steunt. Ze kijk enigszins positief naar de motie van de heer De Pagter. Ze hoopt in het vervolg echt te kunnen samenwerken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) had gehoopt dat de coalitie de hand had uitgestoken, in plaats van dat de oppositie dit moet doen. De fracties van Stadsbelang Utrecht en PVV lopen keer op keer aan tegen het totale gebrek aan introspectie van het college en tegen het onvolledig, onjuist en ontijdig informeren van de raad, alsook het betrekken en in positie brengen van de raad. Tot tweemaal toe hebben ze geprobeerd het college te dwingen zijn gedrag aan te passen. Zelfs ondanks een oppositie-brede motie van wantrouwen, blijft het college in gebreke. Daarom dienen
19
Raadsvergadering van 22 april 2021 deze fracties motie 68 in, "Motie van afkeuring". Mevrouw Oosters (Student & Starter) pleit ervoor om ook in te zetten op de kansen die het Groeifonds biedt. Haar fractie stemt voor motie 67 en motie 69, die nog zal worden ingediend. De heer Van Steeg (CDA) miste ook wat introspectie bij het college. De raad had beter bij de propositie voor het Groeifonds betrokken kunnen worden. Zijn fractie steunt motie 67 om op de langere termijn beter betrokken te zijn bij de lobby die wordt gevoerd, een effectievere lobby te kunnen voeren en dit gezamenlijk te doen. De heer Weistra (GroenLinks) steunt de intentie om de lobby te versterken. Hij dient met de fracties van PvdA, Student & Starter, D66 en ChristenUnie motie 69 in, "Verstedelijkingsfonds", om het college de opdracht te geven op de twee routes in te zetten. De heer Van Deún (PVV) merkt op dat het om politieke keuzes gaat en twee werelden, die van wensdenken en Haagse realiteit. Voor de derde keer deze periode heeft zijn fractie geen vertrouwen in wethouder Van Hooijdonk en keurt zij het gevoerde beleid af. Dit betekent niet dat de PVV-fractie in de toekomst niet mee wil denken aan andere oplossingen voor het OV en de stad Utrecht. De heer Işik (PvdA) dankt de wethouders voor het beantwoorden van de vragen. Hij hoopt dat er voldoende zelfreflectie wordt toegepast voor enige vooruitgang.
Er is geld nodig voor betaalbaar wonen, de duurzame stad en voor een goed OV. Hij is blij dat de voltallige oppositie een motie heeft opgesteld waarbij ze kan rekenen op de steun van collegepartijen. Hij wenst het college in het traject om geld te krijgen heel veel succes. De heer Van Heuven (PvdD) vindt het merkwaardig dat het college nergens iets van emotie laat zien. Er wordt gedaan alsof er niets aan de hand is, sterker nog, de positie van Utrecht zou beter zijn geworden, terwijl de gemeente miljarden is misgelopen. Hij mist boosheid en frustratie in de reactie van het college. Is het college bang om de banden met het Rijk te beschadigen? Een toenadering van de raad had het college goed gepast. Was de wethouder voor Mobiliteit kwaad toen het bod werd afgewezen? Hij krijgt hier geen beeld van. Hij waardeert het dat de raad in de komende tijd in de gelegenheid wordt gesteld om een mening hierover te uiten en heeft daarom motie 67 mede ingediend. De heer Wiegant (SP) sluit zich aan bij de heer Van Heuven. Hierop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening verleent de voorzitter het woord aan wethouder Van Hooijdonk. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt mevrouw Oosters dat het college probeert de inhoud met de raad te ontwikkelen en als er kansen langskomen, die aan te grijpen. Het is dus enen.
Ze antwoordt de heer Van Heuven dat het heel frustrerend is dat je moet constateren dat de randvoorwaarden niet op orde zijn en het heel langzaam gaat, als je aan een opgave werkt die iedereen wil, zoals de woningcrisis oplossen, zeker als het fonds daarvoor zeer onvoldoende blijkt te zijn. Motie 67 heeft een heldere intentie, de terechte wens van de raad om aan de voorkant te zien wat het college doet en op welke manier, in de lobby richting het Rijk. Ze doet dit graag. Ze voelt veel urgentie in de zaal, en stelt voor meteen na het mei-reces informatie te verstrekken middels een brief of bijeenkomst, zodat er meer interactie ontstaat. In alle gevallen wordt de raad in kaderstellende zin in positie gebracht, wanneer dit aan de orde is. Binnen die kaders doet het college zijn aanvragen. Motie 68 is aan het oordeel van de raad. Motie 69 ervaart ze als een adhesiebetuiging en oproep om flink aan de poort te rammelen. Het is goed om dit breed met elkaar uit te spreken. De voorzitter meldt dat de besluitvorming over de moties zal plaatsvinden in de digitale vergadering
20
Raadsvergadering van 22 april 2021 die aansluitend aan de raadsvergadering zal plaatsvinden. 9. Raadvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Eendrachtlaan 10. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft in het debat een amendement aangekondigd en dient dat nu in, samen met de PVV-fractie: Amendement 18, "Parkeren Eendrachtlaan 10". De heer Van Dalen (VVD) dient amendement 19 in, "Eendrachtlaan 10". De heer Diepeveen (wethouder) ontraadt namens het college amendement 18. Het schrappen van lid 2 van artikel 7.3 is in tegenspraak met de standaardregels in een Utrechts bestemmingsplan, en is niet in overeenstemming met de wettelijke regeling in het Besluit Ruimtelijke Ordening. Dit lid zit standaard in de Utrechtse bestemmingsplannen na een uitspraak van Raad van State. Het college wil ze flexibel en toekomstbestendig laten zijn, omdat anders elke verandering van de parkeernorm tot een wijziging van het bestemmingsplan moet leiden. Amendement 19 laat de toelichtende tekst schrappen. Dat ontraadt hij ook, omdat het college het belangrijk vindt om in de toelichting op het bestemmingsplan te duiden dat het plan een toekomstbestendige parkeeroplossing mogelijk maakt die flexibel kan aansluiten op nieuwe ontwikkelingen en mogelijk nieuwe kaders.
De voorzitter meldt dat de besluitvorming over de amendementen en het voorstel zal plaatsvinden in de digitale vergadering die aansluitend aan de raadsvergadering zal plaatsvinden. 10. Raadsvoorstel Visie Vervoer voor iedereen. Mevrouw Assen (PvdA) dient twee amendementen in. Amendement 20, "Aanbesteding geen uitgemaakte zaak in visie Vervoer voor iedereen", dient ze mede in namens de fracties van SP, DENK, PVV en GroenLinks. Daarin staat dat de keuze voor de aanbesteding op een later moment moet worden gemaakt en de verwijzingen naar aanbesteden in de bijbehorende stukken moet worden gewijzigd. Amendement 21, "Betaalbaar vervoer voor iedereen", dient ze in mede namens de fracties van DENK, SP, PVV, Student & Starter en GroenLinks. Het dictum luidt: artikel 1 lid e te wijzigen naar: "Het systeem is eenvoudig en betaalbaar voor de gebruiker, en de bijbehorende stukken conform te wijzigen." De heer Van Ooijen (wethouder) adviseert positief op amendement 20 over het aanbesteden. Amendement 21 gaat over betaalbaarheid. Hij kan ermee instemmen, maar voegt er iets aan toe, namelijk de betaalbaarheid voor de gemeente. Hij stelt de volgende zin voor: "Het systeem is eenvoudig, betaalbaar voor de gebruiker en op systeemniveau." Als wethouder kan hij namelijk geen carte blanche geven. Mevrouw Assen (PvdA) trekt amendement 21 in en dient amendement 22 in, met de gevraagde aanpassing.
De heer Van Ooijen (wethouder) dankt voor de aanpassing. De voorzitter meldt dat de besluitvorming over de amendementen en het voorstel zal plaatsvinden in de digitale vergadering die aansluitend aan de raadsvergadering zal plaatsvinden. 11. Raadsvoorstel bedrijfsuitbreiding De Trip B.V. De heer Van Dalen (VVD) dient mede namens de fracties van Stadsbelang Utrecht en CDA motie 70 in, "Proactieve, oplossingsgerichte houding van de gemeente". Daarin wordt het college verzocht proactief in gesprek te gaan met De Trip B.V. De heer Verschuure (wethouder) ontraadt de motie, omdat het tijd is duidelijkheid te geven aan eenieder, omwonenden en De Trip. De Trip heeft zeer lang de tijd gehad om de vergunningaanvraag aan te passen, maar dat is niet
21
Raadsvergadering van 22 april 2021 gelukt. Het bedrijf is voor hem waardevol, maar de uitbreiding niet. De voorzitter meldt dat de besluitvorming over het voorstel en de motie zal plaatsvinden in de digitale vergadering die aansluitend aan de raadsvergadering zal plaatsvinden. Daarop sluit de voorzitter, te 17.34 uur, de vergadering.
{{Signer1}}
{{Signer2}}
Lijst van toezeggingen, gedaan in de raadsvergadering van 22 april 2021.
Debat over de Utrechtse propositie over het Groeifonds. Wethouder Van Hooijdonk zal de raad meteen na het mei-reces middels een brief of bijeenkomst informeren over de lobby richting het Rijk.
22
Raadsvergadering van 22 april 2021
23
INHOUD 1.
Opening
Pag.
1
2.
Vaststellen agenda
Pag.
1
3.
Ingekomen stukken
Pag.
1
4.
Bekrachtiging geheimhouding
Pag.
1
5.
Notulen raadsvergadering, integrale voorbereidende vergadering en stemraad van 25 maart 2021
Pag.
2
6.
Notulen vragenuur van 1 april 2021
Pag.
2
8.
Debat over de Utrechtse propositie over het Groeifonds
Pag.
2
9.
Raadvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Merwedekanaalzone deelgebied 6, Eendrachtlaan 10
Pag.
26
10.
Raadsvoorstel Visie Vervoer voor iedereen
Pag.
26
11.
Raadsvoorstel bedrijfsuitbreiding De Trip B.V.
Pag.
27