6e vergadering gemeenteraad 22 april 2021.doc
Tekst van het document
2021 NOTULEN VERGADERING GEMEENTERAAD UTRECHT 6e vergadering - 22 april 2021 Vergadering van de gemeenteraad, gehouden op donderdag 22 april te 13.15 uur. Voorzitter: mevrouw Dijksma, burgemeester. Aanwezig zijn de leden: El Abassi, Assen, Bakker, Bijsterbosch, De Boer, Bos, Van Corler, Van Dalen, Dekker-Abdulaziz, Dekkers, Deldjou Fard, Van Deún, Van Dun, Ferket, Gilissen, Heijne, Işik, Van Heuven, Te Hoonte, Kleinrensink, Koning, De Koning, Van der Marel, Meerding, Oosters, De Pagter, Podt, Saiah, Sasbrink, Schers, Schilderman, Schipper, Schreuder, Van Steeg, Streefland-Driesprong, Sturkenboom, Sungur, Virginia, Vonk, Weistra, Wiegant, Wijmenga, Zwanenberg, Van der Zweth en Zwinkels. Aanwezig zijn de wethouders: Van Hooijdonk, Diepeveen en Verschuure. Griffier: mevrouw Van Hall. 1. Opening van de vergadering. De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom, ook de mensen die thuis meekijken. De vergadering wordt gehouden volgens de coronamaatregelen. Er zijn geen berichten van verhindering ingekomen. De stemming over de voorstellen zullen aan het eind van de middag plaatsvinden in een aansluitende digitale raadsvergadering. 2. Vaststelling agenda. De agenda wordt zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 3. Ingekomen stukken. Met betrekking tot de ingekomen stukken wordt zonder stemming besloten overeenkomstig hetgeen daaromtrent is voorgesteld. 4.
Bekrachtiging geheimhouding. Op voorstel van de voorzitter wordt conform artikel 25, lid 3 van de Gemeentewet zonder stemming besloten de door het college opgelegde geheimhouding op de documenten vermeld in de bij de agenda gevoegde bijlage, te bekrachtigen. 5. Notulen raadsvergadering, integrale voorbereidende vergadering en stemraad van 25 maart 2021. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 6. Notulen vragenuur 1 april 2021. Deze notulen worden zonder stemming ongewijzigd vastgesteld. 7. Actuele moties. Er zijn geen actuele moties ingediend.
Raadsvergadering van 22 april 2021 8. Debat over de Utrechtse propositie over het Groeifonds. Mevrouw Schilderman (D66) vindt het zeer teleurstellend dat er geen geld in het Groeifonds beschikbaar is gesteld voor de schaalsprong in het openbaar vervoer, niet alleen voor haar en de gemeente, maar ook voor iedereen die een woning zoekt. Immers, Nederland kent een grote woningbouwopgave en Utrecht probeert een grote bijdrage te leveren met meer dan 60.000 woningen. De schaalsprong in het OV is randvoorwaardelijk voor de woningbouwopgave. Dit geldt ook voor de andere G4-gemeenten en zelfs voor Eindhoven. Ze krijgen slechts een klein gedeelte van het benodigde bedrag. De D66-fractie kijkt graag vooruit hoe Utrecht bij de volgende tranche van het Groeifonds of de kabinetsformatie een concreet perspectief kan bemachtigen voor iedereen die een woning zoekt. Ze is daarom van plan de deur in Den-Haag plat te lopen, digitaal en/of fysiek zodat ze daar overtuigd raken dat er geïnvesteerd moet worden in het OV. De D66-fractie pleit ervoor te leren van de feedback op deze aanvraag en beter voorbereid op pad te gaan naar Den Haag. Ze verwacht de Utrechtse raadsleden daar te zien, met de wethouders Van Hooijdonk en Verschuure voorop.
Op de vraag van de heer Van Steeg wat er is geleerd van het traject dat is gelopen en van wat er is misgegaan, antwoordt ze dat diverse stukken beter onderbouwd hadden kunnen worden, bijvoorbeeld de maatschappelijke kosten/batenanalyses, de winst op reistijd en in hoeverre de afspraken onderdeel zijn van de landelijke afspraken, bijvoorbeeld op het gebied van het spoor. Het college heeft een aantal concrete punten weergegeven voor verbetering. Op de vraag van de heer De Pagter met welke boodschap ze naar Den Haag gaat, welke OV ze wil hebben, en of busverbindingen ook bespreekbaar zijn, antwoordt ze dat een busverbinding altijd bespreekbaar is, maar ze die second best vindt en er daarom niet voor kiest de lobby daarmee te beginnen. De gemeenten Amsterdam en Den Haag hebben een gigantische bijdrage gevraagd en iets gekregen voor een miniem onderdeel, voor de helft gefinancierd. Daarom is het niet verstandig te beginnen met de helft te vragen. Ze vindt dit niet het moment om af te schalen naar een busbaan in plaats van lightrail. Mevrouw Oosters (Student & Starter) is het ermee eens dat niet met halve plannen moet worden gelobbyd.
Is mevrouw Schilderman het ermee eens dat er wel scherpere keuzes moeten worden gemaakt in de plannen die Utrecht gaat aanbieden, ook in de tweede tranche van het Groeifonds, omdat duidelijk is wat wel en niet kansrijk is? Mevrouw Schilderman (D66) doet suggesties hoe het anders zou kunnen, zoals een sterkere focus op versnelling op het hoofdspoornet – dat wordt als een van de belangrijke zaken gezien – en het sterker neerzetten van station Lunetten Koningsweg. Bij andere projecten blijkt dat deelprojecten beter gefinancierd worden, maar ze wil niet met iets nieuws beginnen. De waardevolle feedback en het inzicht dat Utrecht heeft gekregen, wil ze gebruiken om met de volgende propositie een winnend verhaal neer te zetten. Mevrouw Oosters (Student & Starter) vindt dat lastig worden. Volgens haar is duidelijk dat heel fundamentele dingen in de huidige propositie geen kans van slagen hebben. Moeten er daarom geen scherpere keuzes worden gemaakt, zoals die intercitystations? Mevrouw Schilderman (D66) vindt dat een goed punt om naar te kijken. Maar ze wijst erop dat het intercitystation verbonden is met het tramnetwerk. Dat verbetert de onderbouwing van zo'n station en daarmee kunnen veel meer woningen worden gebouwd dan alleen op die locatie. Ze verwacht dat het college een goede inschatting kan geven van wat hiervan is geleerd en waarmee het de volgende keer verder gaat.
De heer Işik (PvdA) onderschrijft de opmerking dat er veel woningen moeten worden gebouwd en dat er een goede mobiliteit moet zijn. De D66-fractie roept op tot steun voor het lobbywerk in Den Haag. Hoe rijmt ze dit met het feit dat er geen ruimte is geweest om raadsbreed keuzes te maken? Het moet een keuze van de raad zijn, waarop het lobbywerk kan worden georganiseerd. Mevrouw Schilderman (D66) reageert dat de raad heeft vastgesteld waar de gemeente op inzet op het gebied van OV. Dat begon met "Utrecht aantrekkelijk en bereikbaar", vervolgens met "Slimme
2
Raadsvergadering van 22 april 2021 routes slim regelen", het vaststellen van "Het wiel met spaken" en de MIRT-verkenning. Dit is steeds een stukje verder uitgewerkt in de propositie voor het Groeifonds gekomen. Deze planvorming is niet klaar, maar de raad praat hier steeds over. Ze herkent de inzet van de raad in de propositie. Op de voorwaarde van de heer Işik voor zijn steunt dat Rijnenburg ook opgenomen moet worden in de propositie, antwoordt ze dat ongeacht wat er in Rijnenburg gebeurt, de infrastructuur van Rijnenburg aan moet kunnen sluiten op de rest van het OV. Dat zit in de propositie, die is randvoorwaardelijk. De heer De Pagter (VVD) vindt dat de D66-fractie net doet alsof de raad hierbij sterk betrokken is geweest, maar daarop is juist kritiek en dat is de reden voor dit debat. De propositie voor het Groeifonds kwam volgens de VVD-fractie echt uit de hoge hoed. De raad heeft in november/december heel veel moeite moeten doen om die propositie te krijgen. Hij roept ertoe om samen met de raad, met een breed pallet aan politieke partijen, aan een goed voorstel te werken dat breed wordt gedragen. Tot nu toe is het veel te veel een verhaal van deze coalitie. Mevrouw Schilderman (D66) vindt dit opmerkelijk, omdat "Het wiel met spaken" en de actualisering van het mobiliteitsplan met de schaalsprong door de raad is vastgesteld, nota bene met de VVD in het college.
De heer Weistra (GroenLinks) verbaast zich over de toon van een aantal collega's. "Het wiel met spaken" is een duidelijke onderlegger van de propositie. De Rijnenburgdiscussie komt steeds terug, maar het mobiliteitsplan is randvoorwaardelijk en gebaseerd op een brede meerderheid in de raad. Het proces rond de propositie was onduidelijk door de geheimhouding die het Rijk erop legde. Hij stelt voor te bekijken hoe de lobby richting Den Haag voor Utrecht kan worden verstevigd. Op de vraag van de heer De Pagter of in de opmerking dat de raad met elkaar moet optrekken een opening zit naar andere fracties in de raad om input te leveren en mee te denken met het plan antwoordt hij dat er zeker ruimte voor input is. Als de VVD-fractie een inbreng heeft, kan die hier worden gebracht en kan de raad het daarover hebben. De heer Van Steeg (CDA) steunt de oproep van de heer De Pagter van harte. Hij merkt op dat de oppositie op geen enkele manier betrokken is geweest bij de lobby richting Den Haag en de keuzes die in de propositie zijn gemaakt. Is mevrouw Schilderman het met hem eens dat de raad in de toekomst daar meer bij betrokken moet worden? Mevrouw Schilderman (D66) ziet deze opmerking als een opening om er samen aan te werken. Het verhaal rond de propositie vindt ze lastig. Het college had twee weken om die in te vullen in een format van I&W dat niet vrijgegeven mocht worden.
Dat vindt ze geen manier van doen, maar dat neemt niet weg dat het college een paar stappen vooruit had kunnen denken en ambtelijke capaciteit had kunnen vrijmaken toen het Groeifonds nog Wiebesfonds heette, en het gesprek aan had kunnen gaan met de raad. Ze hoopt dat het college deze les trekt. Op de vraag van de heer Van Steeg of het niet beter is om even te wachten met het indienen van een propositie tot er een betere aanvraag kan worden ingediend, antwoordt ze dat dat geen goed idee is, omdat er geen geld komt als er geen aanvraag wordt ingediend. Bovendien is er nu extra informatie over wat er aan de Utrechtse propositie ontbreekt en kan die de volgende keer beter onderbouwd worden. Ze deelt de opmerking van de heer Işik dat Utrecht geen feedback heeft gekregen, maar een keiharde afwijzing van de aanvraag, niet helemaal. Er is geen toekenning en geen reservering gekomen – Amsterdam en Den Haag hebben alleen een reservering gekregen. De commissie heeft een beschreven hoe zij de propositie beoordeelt en ook onderzoeksbureaus hebben ernaar gekeken. In de correspondentie tussen Utrecht en Den Haag zit ook een duidelijke feedback. Die heeft goed inzicht gegeven. Ze stelt voor die te gebruiken.
Ze vervolgt met de vraag aan het college of het met haar deelt dat het een goed idee is om de deur in Den Haag plat te lopen en of het college bereid is de raadsleden te voorzien van zoveel mogelijk brochures, filmpjes en onderzoeksrapporten, zodat ze goed beslagen ten ijs kunnen komen. Het college beaamt dat de onderbouwing op bepaalde punten beter kan en heeft daarvoor een aantal suggesties gedaan, zoals meer met de G4 en lokale partners optrekken, extra sparen met de provincie en werken aan een betere onderbouwing. Ze vraagt waarom het college pas zo laat wist dat Utrecht een propositie moest indienen en of het de mening van de D66-fractie deelt dat het beter is
3
Raadsvergadering van 22 april 2021 vanaf nu proactief te werken aan extra voorstellen voor iedere mogelijke kans die voorbijkomt. Ze pleit ervoor dat er teams klaarstaan om met de regio voorstellen te schrijven, hetzij voor de formatie, het Groeifonds, het MIRT of wat dan ook. Is er voldoende ambtelijke capaciteit en wat kan de raad doen om de gemeente, regio of provincie hierin te helpen? Ze vraagt het college drie punten uit de reactie op het bit de volgende keer anders aan te pakken: de bijdrage aan het landelijke spoornetwerk, een betere uitwerking van het besparen van reistijd en het opdelen van project in zelfstandig financierbare deelprojecten, zodat het niet een alles of niets verhaal wordt. Is het college bereid deze drie punten verder te verdiepen en hierop terug te komen bij de gemeenteraad, zodat de raad het gesprek beter kan voeren? Sinds 2015 ziet ze vooruitgang in de raad bij de gesprekken over het OV. Toentertijd werd bij iedere discussie de vraag gesteld of er wel of geen tram door de binnenstad moest rijden. De discussie in Utrecht loopt nog steeds achter op die in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Ze hoopt dat college en raad bereid zijn om allemaal de schouders eronder te zetten om verder te komen met deze discussie, want dan kan Utrecht aan de slag met verstedelijking.
De heer Weistra (GroenLinks) reageert dat Utrecht vooroploopt op het gebied van de fiets en het OV op de genoemde steden. Hij worstelt met het opknippen van het bit in deelprojecten en die los te knippen van de woningbouwopgave, enerzijds omdat de integraliteit de kracht is van het bit, maar anderzijds deelprojecten meer succes lijken te hebben. Hij vraagt reflectie hierop. Mevrouw Schilderman (D66) worstelt daar ook mee. De commissie heeft bij andere gemeenten het kleinste deelproject gepakt en daarop de helft geboden. Utrecht loopt bij het opdelen van projecten hetzelfde risico. Ze wijst erop dat de gemeente mensen ook een kortetermijnperspectief wil bieden op een woning. Als een deelproject verstedelijk op korte termijn kan bieden, is ze ervoor. Maar als de combinatie met woningbouw wegvalt, is ze ertegen. Ze vraagt het college hier verder in te duiken. De heer Weistra (GroenLinks) is het ermee eens dat er moet worden gekeken naar een maximaal succes om iets binnen te krijgen. Een andere weg is volgens hem praten met het kabinet of met deze commissie over hoe de integraliteit beter meegewogen kan worden in het beoordelingskader. Wellicht kan Utrecht de waarde daarvan beter uitdrukken. Mevrouw Schilderman (D66) vindt dat een interessante suggestie voor het college De heer De Pagter (VVD) vraagt of de D66-fractie vindt dat het college steken heeft laten vallen.
Ook vraagt hij haar mening op het antwoord van de Utrechtse indieners op de vraag van het CPB of er alternatieve woningbouwlocaties zijn. Dat antwoord was negatief. D66 is toch ook voorstander van woningbouw in Rijnenburg? Mevrouw Schilderman (D66) antwoordt dat er natuurlijk dingen niet goed zijn gegaan, maar dit niet betekent dat het meteen slecht of fout is geweest. Het is goed om iedere kans aan te grijpen om extra geld voor mobiliteit naar Utrecht te halen. Als dit betekent dat er af en toe iets misgaat, neemt ze dat liever voor lief dan dat ze geen actie onderneemt. Het lijkt haar goed dat het college reageert op de vraag naar andere woningbouwlocaties. Voor die andere locaties geldt dat er ook dan infrastructuur nodig is. Het is de vraag of daar een heel ander bit naast komt te staan, waar bovendien geen uitspraak van de raad onder ligt. De raad heeft zich niet uitgesproken over die locatie of over dat mobiliteitsnetwerk. Ze vindt het negatieve antwoord op de vraag niet vreemd, want de commissie weet ook wel dat er altijd andere locaties te bedenken zijn. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wijst erop dat er een appel op de raad wordt gedaan om mee te gaan lobbyen. Hij vraagt zich af of diezelfde oproep van de coalitie was gekomen om samen met de oppositie op te trekken in het mobiliteitsverhaal, als Utrecht wel € 2,1 miljard had gekregen.
Volgens hem was de coalitie dan met de eer gaan strijken. Mevrouw Schilderman (D66) heeft het idee dat alle fracties zich uitspreken voor meer betaalbare woningen in Utrecht. Ze gelooft dat de raadsleden in de basis met elkaar delen dat die goed ontsloten moeten zijn, en er infrastructuur en OV voor nodig zijn. Het lijkt haar heel logisch dat alle partijen zich hiervoor inzetten. De afwijzing voor het Groeifonds doet daar niets aan af. Maar het is
4
Raadsvergadering van 22 april 2021 nu een spannend moment vanwege de formatie, waarin grote keuzes worden gemaakt, bijvoorbeeld over een extra tranche in het Groeifonds, om fundamenteel andere keuzes te maken, het MIRTfonds te vergroten et cetera. Die gaan over de partijlijnen heen. Daarom vindt ze dit het ultieme moment om met elkaar te lobbyen. De heer De Pagter (VVD) merkt op dat het college niet is gelukt om geld voor de infrastructuur uit het Groeifonds binnen te halen. In de beoordeling van het adviescollege staat dat de propositie nog in een prematuur stadium verkeert, dat het voorstel onterecht rendabel lijkt door de baten van de woningbouw bij de baten van het OV op te tellen en dat het uitgaat van diverse optimistische veronderstellingen. Bovendien zouden er woningen en arbeidsplaatsen binnenstedelijk kunnen worden gebouwd met veel beperktere investeringen in het OV. De VVD-fractie concludeert dat de aanvraag en onderliggende plannen onvoldragen, ondoordacht en overmoedig zijn. Maar het college zoekt de oorzaak niet bij zichzelf. Het denkt dat deze plannen, met wat extra huiswerk een kans van slagen hebben bij de kabinetsformatie. Echter, de schade is al aangericht en is groot. Het college leeft in zijn eigen gelijk met zijn rug naar de oppositie en de rest van het land. Dit is een doodlopende weg. Het college gaat verder alsof er niets aan de hand is.
De VVD-fractie concludeert hieruit dat het kansloos is om de lobby op basis van deze aanvraag voort te zetten. Utrecht moet terug naar de tekentafel en aan de slag met de goede elementen uit het plan om vandaaruit een plan te maken dat op steun van zoveel mogelijk partijen in de raad kan rekenen. Mevrouw Schilderman (D66) vraagt wat er veranderd moet worden aan de tekentafel. De propositie is immers gebaseerd op de inzet die de raad heeft vastgesteld. Wat wil de heer De Pagter anders besluiten dan hij eerder heeft gedaan? De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat dat de keuzes zijn die deze raad moet maken. De gemeenteraad heeft "Het wiel met spaken" vastgesteld, maar de VVD-fractie heeft daartegen gestemd, omdat het de indruk had dat er over een heel ander plan werd gestemd. Dat is terug te vinden in de propositie die niet met de raad is besproken. Voor de VVD-fractie is woningbouw in Rijnenburg een belangrijk onderdeel. Mevrouw Schilderman (D66) hoort de heer De Pagter zeggen dat het college terug moet naar te tekentafel, omdat hij het er niet mee eens is. Eerder heeft hij gezegd dat het aan de onderbouwing ligt. Volgens haar moet daarop een verdieping komen. Wat wordt er beter, als wat eerder is vastgesteld door de shredder moet worden gehaald? De heer De Pagter (VVD) vindt dat wat door de raad is vastgesteld niet in de aanvraag is voorgelegd.
De aanvraag is een soort aftreksel van wat door de raad is besloten, een beperkt deel daarvan, en had met de raad moeten worden besproken, desnoods in een besloten setting. Het is kansloos om een lightrailverbinding binnen te halen. Iedereen in Den Haag heeft deze slecht onderbouwde aanvraag gelezen en daarmee is deze in de toekomst ook kansloos. De heer Weistra (GroenLinks) schrikt van de grote woorden van de heer De Pagter. De regio's hebben namelijk allemaal ongeveer dezelfde beoordeling gekregen, met als uitzondering dat er in Utrecht geen knip kon worden gelegd tussen deelprojecten. De aanvraag is ingediend door de ministeries van BZK en I&W, samen met U NED, de provincie en een grote groep bedrijven. Het klopt gewoon niet dat er slechts één partij naar Den Haag is gegaan met een plan. Kan de heer De Pagter reflecteren op de mogelijkheid om de kans voor Utrecht te vergroten? De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat daarvoor in de gemeenteraad moet worden gezocht naar een breed gedragen oplossing en dat er geen taboes mogen zijn. Hij komt er later op terug. Het is deels waar dat andere steden ook slechte beoordelingen hebben gehad, maar die van Utrecht is ook prematuur genoemd. Utrecht is veel te vroeg geweest en dat neemt hij het college kwalijk. De heer Weistra (GroenLinks) is benieuwd naar de andere voorstellen van de heer De Pagter.
Dit terugbrengen naar een discussie over Rijnenburg is inhoudelijk niet nuttig, omdat de propositie daar randvoorwaardelijk aan is. Hij vraagt zich af of de heer De Pagter zich realiseert dat hij Utrecht daar niet verder mee helpt.
5
Raadsvergadering van 22 april 2021 De heer De Pagter (VVD) vindt dat het college de enige is die de gemeente niet verder helpt. Hij constateert dat de aanvraag kansloos is geworden door de dikke onvoldoende vanuit de adviescommissie. Hij is bereid de hand uit te steken om met alle partijen in de raad naar een oplossing te werken. Er is een slecht onderbouwde aanvraag gedaan en de raad is er niet bij betrokken. Dat is de oorzaak van de huidige situatie. Hij vervolgt met een aantal vragen. 1. Hoe kijkt het college terug naar de wijze waarop de aanvraag tot stand is gekomen, met name de rol van de raad daarin? Was het verstandig om onder hoge tijdsdruk een aanvraag voor het Groeifonds te doen, zonder enig overleg met de raad? 2. Waarom heeft het college de baten zo overtrokken? De indieners van de aanvraag hebben gezegd dat er 32.000 woningen niet kunnen worden gebouwd als de Merwedelijn er niet komt, terwijl dit aantoonbaar niet waar is. Waarom doet het college dit? Ook met beperktere investeringen in het OV is een groot deel van die woningen te realiseren. 3.
Wat bedoelt het college met de oproep aan de raad om samen op te trekken in de lobby? Is er ruimte om het voorstel bij te sturen? Of verwacht het college dat de raad kritiekloos achter dit plan gaat staan? De VVD-fractie verwacht dat het college de hand in eigen boezem steekt en de raad in de toekomst volwaardig en tijdig betrekt bij dergelijke lobbytrajecten. Ze ziet graag dat het Rijk bijdraagt aan de toekomstige Utrechtse infrastructuur. Dit betekent investeren in de economie en het oplossen van de woningnood. Ze pakt ook graag een rol in de lobby naar Den Haag. Maar voor een brede lobby is het nodig dat er een breed gedragen plan ligt. Daarin zitten elementen van het huidige plan, maar ook nieuwe, zoals focussen op sobere, maar doelmatige HOV-busverbindingen en veel woningen in Rijnenburg, waar een raadsmeerderheid voor is. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) vraagt hoe toekomstgericht en duurzaam een bus op een busbaan is. Hoe kansrijk is het dat de gedachte van de VVD-fractie een bijdrage gaat leveren? De heer De Pagter (VVD) antwoordt dat de VVD-fractie zich kan vinden in het concept " Het wiel met spaken", maar heeft tegengestemd omdat het bij de stemming niet meer om dat concept ging. In de lobby naar Den Haag is er iets anders uitgerold.
Het initiatiefvoorstel van de heer Te Hoonte heeft aangetoond dat in Rijnenburg kan worden begonnen met bouwen, ook zonder heel grote OVinvesteringen. "Het wiel met spaken" moet volwaardig zijn. Hij stelt voor om met goede busverbindingen te beginnen vanuit Leidsche Rijncentrum naar Westraven en De Uithof en niet met het +++-pakket met overal tramlijnen. Mevrouw Schilderman (D66) is blij dat de heer De Pagter het belangrijk vindt om in te zetten op meer OV in de stad. Ziet de heer De Pagter het voor zich dat wordt begonnen met bouwen in Rijnenburg zonder duidelijkheid over het toekomstig OV, of alleen met busbanen? Ze herinnert aan de discussie met de inwoners van Leidsche Rijn, omdat de gemeente aanvankelijk geen OV had geleverd. Niemand vindt dat voor herhaling vatbaar. Een randvoorwaarde voor het bouwen in Rijnenburg is immers dat de OV-infrastructuur ergens op aan kan sluiten. De heer De Pagter (VVD) vindt een tram naar Rijnenburg prima, maar die zit niet in de plannen die de D66-fractie voorstelt. Hij zegt alleen te beginnen met busverbindingen, met soberder OV, omdat er heel veel mee kan worden gedaan, zoals 6000 woningen bouwen in de Merwedekanaalzone. Hij bedoelt hier niet mee dat de VVD-fractie bij Rijnenburg pleit voor een tram en elders voor een bus. Binnenstedelijk kan heel veel gebouwd worden zonder grote investeringen in het OV.
Dit kan met veel beperktere investeringen, omdat er al heel veel verbindingen zijn. Een tram naar Rijnenburg is prima, maar daar kan ook zonder die tram in worden gebouwd. Hij ziet die tram graag als onderdeel voor een nieuwe lobby naar Den Haag. De heer Weistra (GroenLinks) is wat gerustgesteld door het laatste deel van het betoog van de heer De Pagter, nu hij het terugbrengt naar ook naar andere mobiliteiten kijken en dat er altijd goede OV-verbindingen moeten worden aangelegd als er ooit een aftakking naar Rijnenburg moet komen. Zijn dit de wensen van de heer De Pagter, of staan er meer op zijn lijstje? De heer De Pagter (VVD) heeft een paar dingen genoemd. Wat hem betreft gaan de fracties gezamenlijk toewerken naar een breed gedragen plan en lobby. Hij heeft forse woorden gebruikt, omdat hij zeer teleurgesteld is over de slecht onderbouwde aanvraag en het slechte rapport van de
6
Raadsvergadering van 22 april 2021 commissie. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) begrijpt dat de heer De Pagter pleit voor een soberder idee, omdat hij verwacht dat dit kansrijker is om een propositie door het Groeifonds heen te krijgen. Is dat het wiel? De heer De Pagter (VVD) vindt het wiel een prima idee, maar dat hoeft niet alleen om lightrailverbindingen te gaan. Utrecht kan ook beginnen met bussen. Hij is benieuwd naar de reactie van andere fracties en het college en komt zo nodig in de tweede termijn met een motie. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vindt dat het tijd wordt om verantwoording af te leggen. Hij kwalificeert het plan als onvolledig, onjuist, ontijdig, onzorgvuldig, slecht onderbouwd, onvoldragen, daardoor onzinnig en onvoldoende. Het proces rond de aanvraag wordt gekenmerkt door het onvolledig, ontijdig en onjuist informeren van de raad. Het plan is onzorgvuldig en slecht onderbouwd en is nota bene onderlegger van de RSU, de ruimtelijke plannen Merwedekanaalzone en de mobiliteitsplannen van de stad. Als de commissie de onderlegger als onvoldoende kwalificeert, hoe kan het college dan van de raad verwachten dat hij instemt met deze plannen? Hoe kan de raad op de deugdelijkheid van de onderlegger vertrouwen? Wellicht dient hij in tweede termijn moties in.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) merkt op dat het zo mooi had kunnen zijn, een Groeifonds voor het Nederland van de toekomst. De onder stoom en kokend water opgestelde propositie bleek echter niet te voldoen aan de eisen van de commissie. Haar fractie erkent dat de eisen aan de voordeur niet altijd even duidelijk waren. Toch dient het college volgens haar te doen aan de nodige zelfreflectie. Ze vindt het kwalijk dat de grootste kritiekpunten het gebrek aan belang voor de nationale netwerken, de toekomstbestendigheid en de onvoldoende MKBA's zijn. Juist tegen De Uithof, die heel veel baat heeft bij de uitwerking van de mobiliteitsplannen, is volgens haar moeilijk op te boksen door andere steden, evenals tegen het belang van de ontlasting van Utrecht Centraal voor het nationale netwerk. Haar fractie ziet de potentie van Utrecht voor het hele land en baalt dat in de schriftelijke vragenronde van het Groeifonds onvoldoende is geantwoord op vragen over de toekomstbestendigheid en de potentie. Ze heeft zich gestoord aan de toon van de beantwoording op schriftelijke vragen van de raad. Er spreekt arrogantie uit over de oordelen van de commissie van het Groeifonds, terwijl bescheidenheid meer op zijn plaats zou zijn. Ze vindt het onverteerbaar dat de handdoek zo goed als in de ring wordt gegooid voor een volgende propositie, omdat er slechts een geringe kans op succes zou zijn.
De alternatieve plannen over verstedelijkingsfondsen en lobby's richting kabinetsvorming vliegen de raad om de oren. Het gaat hier om miljoenen, zo niet miljarden, waar het college zijn schouders ook na een afwijzing onder mag zetten. Omdat dit niet gaat lukken met de oude versie van de plannen, moet er kritisch worden gekeken naar onderdelen die haalbaar zijn in het kader van het Groeifonds, zoals de koppeling met de nationale netwerken, de maatschappelijke baten en de onderbouwing van de toekomstgerichtheid. Ze zet het college aan scherpere keuzes te maken voor het gebruik van het Groeifonds en overweegt hierover een motie in te dienen. Het college zegt in de beantwoording dat Rotterdam en Amsterdam meer regionaal georiënteerd waren en daardoor meer kansen hadden. Hoe wil het college hier echt sprongen in maken in de richting van de volgende propositie? Op welke wijze kan Utrecht meer als regio functioneren? Verschillende kennis- en innovatieproposities waaraan USP-partners deelnamen zijn wel gehonoreerd. Daar ziet de Student & Starter-fractie veel kansen door samen met hen plannen te maken, zodat de urgentie duidelijk wordt. Hoe gaat het college deze samenwerking vormgeven? De heer Weistra (GroenLinks) vindt het betoog van mevrouw Oosters over de potentie van Utrecht vurig en interessant. Eerder sprak ze over bescheidenheid.
Hij vraagt welke ideeën zij heeft om de propositie te versterken. Mevrouw Oosters (Student & Starter) antwoordt dat de bescheidenheid zit in de antwoorden op de vragen op de raad. Er wordt daarin weinig kritiek op de plannen gegeven, maar verwezen naar de kaders van het Groeifonds die niet goed gesteld waren. Ze denkt dat er veel te halen is in het opknippen van de plannen, door te kijken welke delen kansrijk zijn en te zorgen dat daarvoor ondersteuning komt. Ze heeft nog veel meer ideeën, zoals het toelichten van de deelmobiliteit.
7
Raadsvergadering van 22 april 2021 Ze vervolgt met de informatiepositie van de raad. De wethouder roept de raad op de gezamenlijke lobby te steunen. Die oproep is verkeerd gevallen, gezien de manier waarop het college dit proces heeft aangevlogen. De gemeenteraad is op een bepaalde manier buiten dit proces gehouden. Dit maakt de mislukking extra pijnlijk. Ze hoopt dat de gemeenteraad in het vervolg wel wordt betrokken. De heer Van Steeg (CDA) is ook teleurgesteld over het mislopen van de aanvraag bij het Groeifonds. Terugkijkend was het proces volgens hem rommelig en onvoldoende. Hij vraagt waarom de raad hier niet eerder bij is betrokken. De CDA-fractie heeft hiertoe een oproep gedaan. Hij vindt de oproep van het college om mee te denken voor de toekomst in die zin gratuit. Hij spreekt de hoop uit dat de raad in de toekomst eerder bij het proces wordt betrokken. Het Groeifonds kwam laat op gang, maar het college had zich in een eerder stadium kunnen voorbereiden op een eventuele aanvraag. Op de vraag van mevrouw Schilderman hoe de heer Van Steeg dat eerder betrekken van de raad graag wil zien, antwoordt hij dat de CDA-fractie in november/december daarover al voorstellen heeft gedaan. De propositie stond in de Volkskrant voordat de raad erover was geïnformeerd. Er is dus ruimte voor verbetering.
Hij kan zich voorstellen dat in de toekomst naar een langere termijn wordt gekeken en strategischer wordt gelobbyd, waarbij de raad veel eerder wordt betrokken bij de plannen en de verschillende mogelijkheden die er bij het Rijk zijn. Toen bleek dat Utrecht op alles een min scoorde, werd er onmiddellijk getwitterd dat Utrecht naar de informatietafel moest gaan en ervoor moest zorgen daar goed op de kaart te staan. Dat lijkt erg ad hoc. Juist de raad kan daarvoor de kaders scheppen, zeker op de langere termijn. Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat soms een aantal dingen door elkaar heen lopen: inhoud en strategie. Ze vraagt zich af of de raad op de strategie moet zitten, of op de inhoud en zich daarin verdiepen. Immers, er was slechts weinig tijd om het strategisch goed te doen. De heer Van Steeg (CDA) vindt het helpen om op de langere termijn te kijken wat Utrecht nodig heeft als bijdrage van het Rijk. Hij vindt het te makkelijk om te zeggen dat er te weinig tijd was. In de tijd was er ruimte om de raad er beter bij te betrekken en een inhoudelijk beter gedragen aanvraag te doen. De heer Weistra (GroenLinks) begrijpt de oproep van de heer Van Steeg. Het college zegt zich te baseren op raadsbesluiten die er liggen. Die zijn voor de langere termijn.
Heeft de CDA-fractie ideeën over de strategie, waar Utrecht al dan niet op moet inzetten? De heer Van Steeg (CDA) denkt dat naast de inhoudelijke debatten, de raad op langere termijn moet kijken wat nodig is. De budgetten krimpen immers. Wat betekent dat voor de plannen? Er liggen verschillende plannen met een financieel tekort voor Utrecht. De raad moet meer strategisch bekijken waar dat geld vandaan kan worden gehaald op welke manier. De heer Weistra (GroenLinks) merkt op dat dit concrete suggesties zijn. Hij begrijpt dat de oproep wat meer op de strategie zit dan op de inhoud. Hij vindt dit een goed idee. De heer Van Steeg (CDA) steunt van harte de oproep en de motie die de heer De Pagter waarschijnlijk op dit vlak zal indienen om de raad hier meer bij te betrekken. Hij vervolgt dat ook op de inhoud van de aanvraag onvoldoende was. Hij is verbaasd over de inschatting van de coalitie dat dit een mooie eerste stap is om verder te komen in een positieve aanvraag voor het Groeifonds. Het college beoordeelt dit zelf vrij negatief. Hij ziet een gesprek tussen doven, tussen het Rijk en Utrecht en hoe het Rijk naar de mobiliteitsvisie van Utrecht kijkt. Hij vraagt naar de beoordeling van het college en hoe het mogelijk is dat de beoordeling van de maatschappelijk baten van de mobiliteitsvisie zo verschillen tussen Rijk en gemeente.
Moet het college dat aanpassen, of de wijze waarop die bij het Rijk wordt neergelegd? Uiteindelijk moet het Rijk worden meegenomen in wat Utrecht voorstelt. Utrecht had deze aanvraag niet moeten doen, maar de raad beter betrekken en wachten tot de volgende tranche om een aanvraag te doen. De heer Weistra (GroenLinks) vraagt of de CDA-fractie ermee bekend is dat de aanvraag door twee ministeries is gedaan, I&W en BZK. In zijn beleving is er eerder sprake van een verschil in inzicht tussen de commissie en de indieners dan tussen lokaal en Rijk.
8
Raadsvergadering van 22 april 2021 De heer Van Steeg (CDA) bevestigt dat hij daarmee bekend is. In de beoordeling zijn de maatschappelijk baten onvoldoende en gaat het om een totaal andere inschatting. Hij steunt van harte de partijen die vinden dat de raad beter en strategischer moet worden betrokken, dat er meer moet worden gekeken naar de langere termijn en vooral dat er een effectievere lobby moet worden gevoerd. Daarvoor moet men gevoeliger zijn voor wat Den Haag van Utrecht vraagt en op welke manier Utrecht daaraan kan bijdragen. Als het nodig is, zal Utrecht het plan moeten opknippen. Hij is benieuwd op welke vlakken het college verbeteringen ziet en of het voldoende introspectie heeft. Mevrouw Streefland-Driesprong (ChristenUnie) merkt op dat voor de grote groeiopgave van Utrecht "Het wiel met spaken" is ontwikkeld. Voor de woningbouwopgave is het van cruciaal belang dat er binnenstedelijk hoogwaardig OV wordt gerealiseerd, ook voor eventueel toekomstig bouwen in Rijnenburg. Dit doet Utrecht samen met provincie, Rijk en U16. In de propositie is duidelijk te zien dat in deze samenwerking grote stappen zijn gezet. Ze vraagt naar de reflectie van het college op die samenwerking met provincie, Rijk en U16 en hoe die aangescherpt of verstevigd kan worden. Ook de regio's Amsterdam en Rotterdam worstelen met dezelfde opgave.
Zonder substantiële investering in de schaalsprong van het OV kan de verstedelijkingsopgave niet gerealiseerd worden. In de plannen van de metropoolregio's Amsterdam, Rotterdam en Den Haag is het deel dat een relatie heeft met de woningbouwopgave ook afgewezen. De delen met een relatie tot de nationale reistijdbaten zijn wel gehonoreerd. Bij Utrecht kon deze knip niet worden gemaakt. Ziet het college kansen met een uitwerking van de koppeling met doelen in het nationaal belang, zoals het ontlasten van Utrecht Centraal? Het college vindt het oordeel op punten ongefundeerd. Zij heeft het idee dat de indieners en het Rijk gebruikmaken van modellen en wijzen van onderbouwing die op veel punten langs elkaar heen lopen. Hoe reflecteert het college hierop en is hieraan voor de tweede tranche wat te doen? Op welke manier trekt Utrecht hierin samen op met andere grote steden? Volgens steeds meer onderzoeken zal corona een blijvend effect hebben op het reispatroon en daarmee de berekening van verkeersmodellen en onderbouwing van de propositie. Hoe beoordeelt het college de reactie van de commissie hierop? Als de noodzaak en urgentie van de woningbouwopgave op alle niveaus wordt gedeeld, is het belangrijk dat hiervoor op alle niveaus financiële middelen beschikbaar zijn. Daarom is haar fractie blij met de kansen die het Groeifonds biedt.
Ze ziet dat de propositie voor de tweede tranche mogelijkheden biedt. Daarom is een lobby naar Den Haag juist nu cruciaal. De heer Weistra (GroenLinks) proeft de gedeelde urgentie dat Utrecht ervoor moet zorgen geld te krijgen voor de schaalsprong in het OV, zodat er woningen kunnen worden gebouwd en die duurzaam kunnen worden ontsloten om zo de overspannen woningmarkt te lijf te gaan. Daarom is de GroenLinks-fractie teleurgesteld dat Utrecht geen geld wordt toegekend uit het Groeifonds. BBP-groei lijkt voor de commissie het belangrijkste punt te zijn, economische groei in de smalste zin van het woord. Daarmee gaat ze voorbij aan schone lucht, groen, veilige straten, comfortabel OV en vooral betaalbare woningen. Volgens hem kunnen de Utrechtse plannen naast deze baten ook een bijdrage leveren aan de economie. Hij vraagt waarom het college er niet scherper op heeft ingezet om te laten zien dat de Utrechtse plannen daar ook hoog op scoren. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of Utrecht het niet zo moet doen dat haar plannen in Den Haag begrepen worden. Is het probleem van de propositie niet dat daarmee een visie is neergelegd die in Den Haag minder wordt begrepen en daardoor op een afwijzing strandt? De heer Weistra (GroenLinks) antwoordt dat dit precies zijn worsteling is.
Enerzijds denkt hij dat alles wat de propositie kansrijker maakt en binnen het analysekader van de commissie past gedaan moet worden, anderzijds denkt hij dat de commissie juist het integrale plan van Utrecht waardeert, dus ook de ruimtelijke aspecten en de combinatie met woningbouw. Volgens hem is het en-en. Hij vervolgt dat de commissie worstelt met de integraliteit van de plannen, de combinatie van woningbouw en infrastructuur. Was het bekend dat de commissie niet uit de voeten zou kunnen met een integrale benadering? Heeft de commissie voldoende handreikingen gekregen om de verschillende onderdelen afzonderlijk te beoordelen? De commissie is het meest positief over projecten die het nationaal belang dienen en economische
9
Raadsvergadering van 22 april 2021 groei opleveren, zoals het doortrekken van de Noordzuidlijn naar Schiphol vanwege het vliegverkeer. Inhoudelijk vindt hij dit een verkeerde keuze, omdat deze economische groei rechtstreeks ten koste gaat van schone lucht en klimaat. Wellicht kan Utrecht hiervan leren, omdat station Lunetten Koningsweg ook een nationale uitstraling heeft en De Uithof en heel Utrecht bereikbaarder maakt zonder een negatieve impact op het klimaat. Had het college achteraf gezien dit niet beter inzichtelijk kunnen maken? Utrecht verdient meer dan ze nu heeft gekregen. Hij pleit ervoor dat het college erop inzet binnen de beoordelingskaders zoveel mogelijk voor elkaar te krijgen. Maar er is meer nodig. Voor geen enkel OV-project is financiering toegekend, behoudens aan twee projecten met landelijke uitstraling, voorwaardelijk en voor de helft. De commissie constateert dat de infrastructuurproposities te omvangrijk zijn voor volledige bekostiging uit het Groeifonds. De commissie kan binnen de gestelde kaders geen waarde toekennen aan het keuzes die Utrecht maakt voor woningbouw, ontsloten door hoogwaardig OV. Bovendien zouden woningen en arbeidsplaatsen ook binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden met veel beperktere investeringen in het OV. De kwaliteit van de ontsluiting per OV is een politiek bestuurlijk keuze, volgens SEO. Hij is het daar van harte mee eens.
Dat dit niet in geld is uit te drukken, is voor hem geen reden om dit niet te bekostigen. Hij constateert dat Utrecht en de regio's Amsterdam, Zuid-Holland en Eindhoven er niet komen met alleen dit fonds en dit kader. Dat is een enorm probleem voor iedereen die betaalbaar wil wonen. Hij roept het college op deze kabinetsformatie aan te grijpen en de formerende partijen erop te wijzen dat de regio's moeten kunnen investeren in woningbouw, er een politieke keuze moet worden gemaakt voor ontsluiting door kwalitatief hoogwaardig OV en meer middelen moeten worden vrijgemaakt om deze investeringen te kunnen doen. Dit kan door het Groeifonds te vergroten, de kaders te verbreden, structureel meer middelen voor OV vrij te maken en wellicht ook op andere manieren. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de heer Weistra door heeft wat er is gebeurd met de voorraad betaalbare koopwoningen vanaf het aantreden van het huidige college. Die is namelijk gedaald van 28.000 naar nu rond 5.000. Hoe wil de heer Weistra de koppeling maken tussen mobiliteit en betaalbare koopwoningen? De heer Weistra (GroenLinks) denkt dat de woningnood op allerlei manieren moet worden bestreden. Daarvoor zijn rijksinstrumenten nodig. Lokaal moet de gemeente bijdragen met meer woningen. Daarvoor is OV nodig, want er is geen ruimte voor meer auto's.
OV is een van de efficiëntste vormen van transport in de stad, naast fietsen en lopen De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) constateert dat het dit college niet is gelukt het aantal betaalbare koopwoningen te laten groeien. Dat zal niet lukken als het prijsinstrument niet wordt gehanteerd. Mobiliteitsoplossingen dienen volgens hem helemaal niet de woningmarkt. De heer Weistra (GroenLinks) is het daar niet mee. Hij erkent dat er meer nodig is dan OV, maar volgens hem draagt dat wel bij aan betaalbare woningbouw. Hij vervolgt dat hij een motie heeft voorbereid, samen met de PvdA-fractie, om zijn oproep kracht bij te zetten. Daarin is geen nadruk gelegd op precieze vormgeving, maar gaat het om een lobby voor meer woningen en meer infrastructuur. Hij reageert op mevrouw Oosters dat hij niet denkt dat door deze motie bij dit debat in te dienen een stapje terug wordt gezet in de lobby voor het Groeifonds tweede tranche. Hij begrijpt haar aanname niet. Mevrouw Oosters (Student & Starter) legt uit dat in de beantwoording van het college wordt gefocust op andere potten met geld. Deze motie steunt dat. Ze verwacht dat daarmee de kansen van Utrecht bij de tweede tranche van het Groeifonds alleen maar kleiner wordt gemaakt. De heer Weistra (GroenLinks) neemt daar krachtig afstand van. Hij heeft eerder gezegd dat het Groeifonds kan worden vergroot of de kaders kunnen worden toegepast.
De commissie zegt zelf geen geld te hebben en roept op te zorgen voor meer structurele middelen. In die zin is het en/en. De motie zet op allebei in. Mevrouw Schilderman (D66) is blij met deze verduidelijking. Ze denkt dat er een risico ligt om bij
10
Raadsvergadering van 22 april 2021 landelijk overheid voor andere kaders te pleiten. Ze ziet liever dat het belang voor de woningbouw er sterker in zit, maar ze wijst op het risico dat dit niet gebeurt. Opnieuw het Groeifonds inzetten lijkt haar goed, maar dat is niet het enige pad dat moet worden bewandeld. De heer Işik (PvdA) vult aan dat het niet alleen maar lobbywerk is, maar ook de onderbouwing van de inhoudelijke argumentatie die nodig is om financiële middelen te vinden bij het Rijk. De heer Van Deún (PVV) heeft, als hij zijn kritiek moet samenvatten, de volgende steekwoorden: blamage, beschamend, amateuristisch, dorps, afkeuring van het beleid en onvoldoende. Het oordeel van de wijze mannen en de ministers op het voorstel is vernietigend. In het rapport staat dat niet is aangetoond dat de propositie de meest geëigende en kostenefficiënte oplossing biedt, dat er te optimistische aannames voor de overstap van auto naar OV zijn gebruikt, er een geringe strategische onderbouwing is, de plannen niet toekomstbestendig zijn, kortom, er onvoldoende kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing is. De reactie van het college hierop is: ja, maar ook de andere gemeenten hebben niet alles gekregen. Doch de regio's Amsterdam en Rotterdam krijgen wel geld. Het college vraagt de raad breed mee te denken.
Hoewel "het wiel met de spaken" breed is aangenomen door de raad, is dit gebeurd met dertien stemmen tegen, waaronder die van de PVVfractie. Hij vindt het nog erger dat alle plannen van stad en provincie gestoeld zijn op dit model, dat nu keihard onderuit is gehaald door topdeskundigen en de regering. Hoe nu verder met RSU en het mobiliteitsplan? Voor de PVV-fractie komt de afwijzing niet als een verrassing. In het MIRT van vorig jaar waren de plannen van Amsterdam en Zuid-Holland al te lezen en toen zag het er al naar uit dat Utrecht geen kans maakte. Wanneer wisten de wethouders dit en wie heeft er gelobbyd voor de stad om het toch voor elkaar te krijgen? Hoe gaat het college verder? Zijn fractie wil graag, met alle fracties, meedenken om tot een oplossing te komen, in het belang van de stad. Hij roept ze op om gezamenlijk aan tafel te gaan. Hij vraagt zich af of deze wethouder de juiste persoon is om dit proces te trekken. De heer Işik (PvdA) wijst erop dat Utrecht het grootste verkeersknooppunt heeft van Nederland. De gemeente, provincie en het Rijk willen goede OV-verbindingen hebben voor een goede doorstroming. Dezelfde bestuurslagen willen veel betaalbare woningen bouwen, ook in Rijnenburg. De gemeente heeft samen met provincie en Rijk een grote uitdaging op het gebied van het klimaat.
De gemeente heeft Rijk en provincie nodig om grootschalige ruimtelijke projecten te financieren. De aanvraag van Utrecht voor het Groeifonds is echter keihard afgewezen. De raad is in het voortraject van de propositie buitenspel gezet. De PvdA-fractie betreurt dit. De beoordelingscommissie mist de kwantitatieve en kwalitatieve onderbouwing van de argumenten. Hoe is dit mogelijk? Bij grootschalige, ingewikkelde projecten komt soms de amateuristische handelwijze van het college naar voren. Heeft het college de propositie goed voorbereid, informatie opgehaald bij de commissie en een conceptaanvraag voorgelegd om te zien of het op de goede weg zat? Wist het college van tevoren niet dat het Groeifonds niet groot genoeg was voor omvangrijke proposities als die van Utrecht? Volgens de beoordelingscommissie kan woningbouw niet gekoppeld worden aan de schaalsprong van het OV. Wat vindt het college van deze weigeringsgrond? Immers, de ambitie van het kabinet is om een miljoen woningen te bouwen. Hoe beoordeelt het college zijn onderbouwing van de aanvraag en hoe gaat het straks verder, met de kennis van nu? Omdat er een nieuw kabinet komt, moet er nu worden gelobbyd. Daarvoor is een inhoudelijk goed verhaal nodig.
Het college moet erover nadenken welke extra kwaliteit nodig is om het juiste plan in te dienen om geld te krijgen voor de gezamenlijke ambitie van Rijk, provincie en gemeente. De PvdA-fractie vindt dat het college pas een nieuwe aanvraag kan indienen als het verwacht daarvoor goedkeuring te krijgen. Hij stelt voor dat het college de conceptaanvraag eerst aan de beoordelingscommissie voorlegt om te zien of het op de goede weg zit. Hij gaat ervan uit dat in eerste instantie goede gesprekken worden gevoerd met de politieke partijen, maar ook met de commissie. Het is in het belang van de samenleving dat dit op een goede manier wordt geregeld, anders krijgt Utrecht grote problemen met het OV en de bouw van betaalbare woningen. Het college zal zijn keuzes eerst aan de raad moeten voorleggen om hier draagvlak te krijgen. De heer Van Heuven (PvdD) wijst erop dat het Nationaal Groeifonds gericht is op de groei van de
11
Raadsvergadering van 22 april 2021 economie. Volgens de PvdD is het sturen op economische groei geen oplossing, maar een probleem. Daarom heeft zijn partij in Den Haag bij het instellen van het Groeifonds gepleit dit in te zetten voor het bestrijden van de klimaatcrisis en dus het beperken van de CO2-uitstoot, te sturen op minder economie die wel duurzamer is en het fonds om te dopen in een krimpfonds. De PvdD-fractie in Utrecht ziet de behoefte aan meer woningen, veel minder auto's en een veel beter OV. Dat moet goed, dichtbij en natuurinclusief ontwikkeld worden. De PvdD-fractie is teleurgesteld dat het college bij het Groeifonds een aanvraag met een dusdanig slechte kwaliteit heeft ingediend, dat deze niet serieus is genomen door het Rijk. Het oordeel is vernietigend. Het voorstel van het college moet van hoogwaardige kwaliteit zijn en daadwerkelijk een kans maken. Zijn fractie baalt ervan dat het college de zaken onvoldoende op orde heeft.
Hoe gaat het college om met het ruimtelijke programma waarvan de financiële basis voor een groot deel is weggevallen? In hoeverre worden ambities verlegd, of mogelijk verkleind? Kan het college toezeggen bij een volgende aanvraag de schaalvergroting OV nadrukkelijk te koppelen aan de voor de commissie belangrijke criteria van toekomstbestendigheid, het beperken van de CO2-uitstoot, het bestrijden van de klimaatcrisis en het creëren van meer natuur in de regio? De groeiambities van het college lijken nog onrealistischer geworden dan ze al waren. Ziet het college ook in dat zonder de gedroomde gelden uit de groeifondsaanvraag, groei überhaupt niet te realiseren is en de gemeente hiermee tegen de grenzen van de Utrechtse groei aanloopt? Op de vraag van de heer Işik waar de grens aan de groei voor de PvdD-fractie ligt, antwoordt hij dat die daar ligt waar de leefbaarheid voor mens en dier in gevaar komt. Nu al klagen veel mensen over de drukte op straat en hebben dieren in de stad steeds minder plek om te leven. Er zijn dus al problemen en op het gebied van de mobiliteit zijn goede oplossingen nodig. Maar het college blijft doorgaan met het actief stimuleren van de groei. Daar is volgens de PvdD-fractie een grens bereikt.
En op de vraag van de heer Işik of aan het college een uitspraak kan worden gevraagd over de grenzen aan de groei, "tot hier en niet verder" antwoordt hij dat hij graag een goed debat wil voeren over tot waar het college überhaupt wil gaan. "Tot hier en niet verder" klinkt voor hem interessant. De heer Wiegant (SP) vat samen: het Rijk vindt de effecten van de plannen veel te optimistisch ingeschat en de gemeente vindt de blik van het Rijk te beperkt. Volgens hem hebben beiden gedeeltelijk gelijk. De gemeente heeft hier sterk op ingezet. Er kan weinig in de fysieke sfeer gebeuren omdat de infrastructuurprojecten randvoorwaardelijk zijn aan alle woningbouw, met uitzondering van de eerste fase Merwedekanaalzone. Echter, voor nu kunnen de ambities de prullenbak in. Volgens hem zit het probleem niet in de technocratische berekeningen maar in de verschillende inzichten in wat wel en niet de investering waard is. Een betere onderbouwing en een paar miljoen extra vanuit gemeente en provincie gaat volgens hem niet helpen. Het verbaast hem dat de ambities voor de investeringsopgave van RSU en het mobiliteitsplan blijven staan. Hij vraagt wat deze afwijzing van deze aanvraag betekent voor het mobiliteitsplan en RSU en de mogelijkheid tot woningbouw in Utrecht.
Wat is het back up plan voor de groei van de stad als het Rijk niet over de brug komt? De SP-fractie heeft een paar ideeën: zet in op een sterk en flexibel busnetwerk in plaats van een dure en inflexibele lightrail, schrap de infrastructuurprojecten die niet direct randvoorwaardelijk zijn voor woningbouw, zoals de NRU en de westelijke Stadsboulevard, en buig dat geld om naar projecten die meer doen voor de ontsluiting van de stad, zodat de belangrijkste opgave, het oplossen van het verstikkende gebrek aan betaalbare woningen, niet helemaal vastloopt. Daarop schorst de voorzitter de vergadering. Na heropening van de vergadering verleent de voorzitter het woord aan wethouder Van Hooijdonk. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) dankt voor de overweldigende belangstelling vanuit de raad Ze deelt haar reactie in, in een deel over het proces en een deel over de inhoud. Ze gaat terug naar de basis met "het wiel met spaken", een geabstraheerd plaatje dat later vorm heeft gekregen. Dat is tot stand gekomen in overleg met de provincie. Dit is in de loop van tijd ook omarmd door de regio en het Rijk en is in allerlei documenten vastgelegd. Daarop gebaseerd is een MIRT-verkenning afgesproken. Op alle niveaus in Nederland staat een handtekening onder dit model. Dit kan worden verstevigd door de relaties die de gemeente heeft, ook met het Rijk, verder uit te diepen.
12
Raadsvergadering van 22 april 2021 Naast de heel goede samenwerking met de ministeries I&W en BZK zou de gemeente de relatie met EZK en misschien ook wel Financiën verder moeten uitdiepen, want ze zijn in het Groeifonds belangrijke spelers geweest. De raad is bij de besluitvorming betrokken geweest van "het wiel met spaken", de uitgangspunten van RSU, de contouren van REP en de regionale vertaling van het toekomstbeeld OV. Dit zijn belangrijk bronnen geweest voor de propositie. Het college heeft in het voorjaar begrepen dat er een Groeifonds zou komen en daarin een onderdeel zou zitten over bereikbaarheid. De ministeries zouden de proposities indienen en bepalen welke proposities naar de commissie zouden gaan. In eerste instantie stond Utrecht op de longlist. Het college heeft een aantal maanden intensief contact gehad met het Rijk en de partners in de regio om op de shortlist te komen. De winst van dit proces is dat Utrecht inmiddels op die shortlist staat. Twee weken voor het inleveren van de proposities kreeg het college een uitnodiging om plannen in te dienen door een formulier in te vullen. Vervolgens heeft het college keihard gewerkt met de provincie, partners in de regio en het ministerie. Voor die tijd heeft het college het met berichten in de krant moeten doen. I&W heeft de propositie ingediend.
Het college heeft eraan bijgedragen, maar slechts beperkt invloed en regie kunnen voeren op het proces. Het Groeifonds kwam langs als een kans; die kans heeft het college gegrepen. He college heeft niet alle kaarten op het Groeifonds gezet, maar is bezig met een MIRT-procedure met het Rijk en in die zin volop bezig met de inhoud. Die inhoud probeert het college in het jasje van het Groeifonds te gieten. Dat zal het college blijven doen. De formerende partijen in Den Haag zullen bepalen hoe ze verdergaan met het Groeifonds en het MIRT, of op een andere manier aan de woningopgave gaan werken. Daar zal de gemeente zich toe moeten verhouden. Op een aantal momenten hebben college en I&W vragen ontvangen van de commissie of het CPB en die gezamenlijk beantwoord. Er is geen dialoog geweest en er is geen uitnodiging aan bestuurders geweest. In die zin heeft het college niets kunnen toetsen, want dat zat niet in de procedure ingebakken. Eigenlijk heeft het Rijk de criteria tijdens het proces ontwikkeld. Die waren aan de voorkant niet goed voorspelbaar. Op de vraag van de heer Işik of het college op de hoogte is gesteld over de inhoud van de aanvraag door I&W antwoordt ze dat dit is gebeurd.
Twee weken voor het indienen van de propositie heeft I&W gemeld de Utrechtse porpositie in te dienen met als uitgangspunten de scope van de MIRTverkenning, dus het wiel, een stuk spaak en het station. Het college heeft actief bijgedragen aan het vullen van die propositie. Mevrouw Schilderman (D66) merkt op dat een aantal fracties denkt dat Utrecht schade heeft opgelopen door het indienen van een onvoldoende uitgewerkte propositie. Hoe kijkt de wethouder daarnaar en zien de partners in Den Haag de propositie als een stap naar een volgende aanvraag of als een "afslag de woestijn in". Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat de partners en partijen die bezig zijn met de verstedelijking en alles doen wat nodig is om de woningnood te lijf te gaan, ministeries en steden, met elkaar in overleg zullen gaan. Het MIRT is immers een mager gevuld fonds dat zwaar onder druk staat. Het Groeifonds zou daarin een kans moeten bieden, maar dan moet er iets aan de kaders gebeuren. De sleutel ligt bij de formerende partijen. In die zin onderschrijft ze van harte dat lobbyen belangrijk is. Ze vervolgt dat er veel achter gesloten deuren is gebeurd. Op zeker moment werd duidelijk dat het fonds zwaar overvraagd werd: € 20 miljard, waarvan € 15 miljard voor bereikbaarheid. De eerste tranche was slechts € 4 miljard voor alles samen, veel te weinig voor de proposities die er lagen.
Met de provincie zal de inhoud in de regio verder worden ontwikkeld. De raad zal hierover voor de zomer worden geïnformeerd. Bij de MIRT-verkenning in U NED-verband doet de gemeente dit samen met het Rijk. Het is afwachten of de kans ligt bij een tweede tranche Groeifonds of een ander fonds. Het concept wordt van grof naar fijn ontwikkeld en wordt steeds specifieker. Voor de zomer komen RSU, mobiliteitsplan en IRP in de raad aan de orde. Hiermee stelt de raad opnieuw kaders. Als uit de onderzoeken een uitwerking komt die een stap verder zet in de trechter, gaan er voorstellen naar de raad om het college een mandaat te geven. Mevrouw Schilderman heeft gevraagd of er voldoende ambtelijke capaciteit is. Toen het college het formulier ontving, was duidelijk dat er planeconomen nodig waren en is gekeken welke team moest worden neergezet om binnen twee weken te leveren. Die mensen zijn al voor de gemeente aan het
13
Raadsvergadering van 22 april 2021 werk. Maar er is ook versterking van de capaciteit nodig. In de voorjaarsnota zal de raad hierover een voorstel vinden. Het helpt als de raad daarmee instemt. De regio heeft goed gefunctioneerd. Het college heeft intensief met de regio gesproken. Zeker met de provincie wordt zeer intensief samengewerkt. Die samenwerking zal doorgezet moeten worden. Met de G4 zal het college de banden kort moeten houden, want deze steden zitten met hetzelfde vraagstuk om de woningbouwopgave te lijf te gaan. Het Groeifonds kwam langs als opportuniteit, terwijl het college in een proces zat en er werd gestudeerd op de infrastructuur. De MIRT-verkenning is nog niet klaar. Dit betekent dat het college veel weet, maar niet alles. De commissie heeft gezegd dat de propositie doordacht en samenhangend is en niet ondoordacht, zoals de heer De Pagter zegt. Het college vindt niet alle beoordelingen van de commissie terecht. Het is wonderlijk dat de woningbouw niet mocht worden meegenomen in het MKBA, omdat die in deze regio een van de belangrijkste baten is. Hetzelfde geldt voor de agglomeratie-effecten, die alleen vanuit de mobiliteit mogen worden aangevlogen en niet vanuit economie en verstedelijking. Dus enerzijds weet het college niet alles, anderzijds krijgt het ook complimenten en zijn er wat kanttekeningen geplaatst.
Mevrouw Oosters (Student & Starter) is het deels met de wethouder eens dat het vreemd is dat er geen zwaar gewicht aan het wonen mag worden gegeven. Is de wethouder voornemens om een volgende aanvraag meer in het perspectief van de commissie te zien en in andere factoren die MKBA te zoeken? Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat dit er mede van afhangt hoe het Groeifonds er dan voorstaat. Ze komt er nog op terug. Het college is verrast dat de commissie de integraliteit zo ingewikkeld vond. Het wist dat het een economisch gericht fonds was, maar het maatschappelijke deel is door het college te breed ingeschat. In het vervolg is verfijning nodig op reistijd. Er is een uitgewerkt concept nodig om die goed te kunnen rekenen; dat is huiswerk. Op de vraag van mevrouw Schilderman of de focus op de reistijd invloed heeft op de mobiliteiten die worden voorgesteld antwoordt ze dat de reistijd van de mobiliteit afhangt, maar ook van de dienstregeling. Dit betekent dat dit verder in de planvorming ligt. Het college wil graag kijken hoe Utrecht meer kansen maakt door deelkeuzes te maken. Zo is bekeken of op weg naar een intercitystation, in eerste instantie op een sprinterstation kan worden ingezet. Echter, een station zonder voor- en natransport met het OV trekt minder reizigers.
De commissie heeft ermee geworsteld dat de projecten aan elkaar geklonken zitten, maar in de werkelijkheid gaat het zo. In die zin is het belangrijk om vanuit de samenhang te opereren. Ze vindt het verwonderlijk dat het nationaal belang vooral beredeneerd is vanuit bereikbaarheid en niet vanuit de bredere MKBA, zoals woningbouw. Desalniettemin is het heel verstandig om beter te onderbouwen waarom in deze propositie ook voor het nationale mobiliteitssysteem goede investeringen staan. Dat is immers de primaire reden waarom voor de Noordzuidlijn een bedrag wordt gereserveerd. Dat ontlast namelijk het nationale systeem. Het college denkt dat zijn voorstel dat ook doet, maar dat moet pregnanter in beeld worden gebracht. Overigens, daar waar regio's een bijdrage van het Rijk vragen, is de uitkomst van de commissie soms dat de regio bijdraagt aan de rijksopgave, zoals bij de spoorverdubbeling in Zuid-Holland. Dat spel moet slim worden gespeeld, zodat ook de regio ermee geholpen is. De toekomstbestendigheid van de OV-plannen ligt ongelooflijk ingewikkeld in verband met corona. Het lijkt onvermijdelijk dat het OV de komende jaren weer gaat volstromen, regionaal gebeurt dit al, maar het blijft een lastige vraag. Het college is bezig met de duurzaamheidstransitie – en dit blijft zijn inzet – die de infrastructuur toekomstbestendig maakt, maar dat is niet gehonoreerd.