4e raadsvergadering 25 april 2024
Tekst van het document
c. Deze plek te onttrekken aan het huidige bestand van standplaatsen en vervolgens elders een nieuwe standplaats toe te voegen.
Standplaatshouders moeten investeren in emissievrij vervoer en kramen, terwijl banken
terughoudend zijn in het verstrekken van leningen/krediet voor investeringen met een korte terugverdientijd vanwege onzekerheid over de terugbetaling. Het is in het belang van de
Raadsvergadering van 25 april 2024
24
vergunninghouders en de continuïteit van hun ondernemingen dat de bestaande kiosken als
standplaats kunnen blijven functioneren. Daarom dient hij mede namens Utrecht Solidair motie 159
(Denk aan niet-verrijdbare verkoopinrichtingen standplaatshouders) in, die het college opdraagt om: - Na verlening van de nieuwe standplaatsvergunningen, medewerking te verlenen bij aanvragen voor omgevingsvergunningen of overleggen, voor ondernemers die een standplaats naar een kiosk willen omzetten;
- In geval van een toegekende omgevingsvergunning, de betreffende locatie te onttrekken aan het standplaatsenbestand;
- Bij handhaving rekening te houden met individuele situaties, zodat ondernemers met een vast
bouwwerk zich kunnen aanpassen aan de nieuwe situatie, waarbij de huidige standplaatshouder ook in de nieuwe situatie de vergunninghouder blijft.
Ten slotte dient hij motie 160 (Denk ook aan persoonlijke omstandigheden van ondernemers) in, die het college opdraagt om:
- Het standplaatsbeleid zodanig vorm te geven dat in gevallen van persoonlijke dringende
omstandigheden of gezondheidstoestanden een tijdelijke aanpassing van de operationele dagen niet leidt tot onbedoelde aanpassingen in de vergunning die het bedrijfsvoeren bemoeilijken;
- Duidelijk en transparant te communiceren met de betrokken standplaatshouders over de specifieke voorwaarden en eventuele wijzigingen in hun vergunningen;
- Te overwegen om voor houders die door gezondheidsredenen of andere persoonlijke omstandigheden niet in staat zijn hun standplaats regelmatig te verplaatsen een maatwerkoplossing toe te passen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is van mening dat standplaatshouders een grote waarde hebben voor de samenleving. Met het nieuwe beleid heeft het college geprobeerd om zo veel
mogelijk rekening te houden met bestaande standplaatshouders en de wensen van de raad. De standplaatshouders moet echter voldoende perspectief en toekomst worden geboden. De
ChristenUnie vindt de vergunningsduur die het college voorstelt daarom te kort. Standplaatshouders hebben in de laatste jaren immers onder andere te maken gekregen met gestegen kosten, een hoge inflatie en nieuwe landelijke en lokale regels waar ze aan moeten voldoen. Dit maakt de
terugverdientijd die standplaatshouders hebben op investeringen langer. Daarom is de ChristenUnie medeondertekenaar van amendement 33.
De heer Stellinga (CDA) is blij met de branchering en het grotendeels loslaten van loting, zoals dit in
het nieuwe beleid wordt voorgesteld. De selectie van de selectiecriteria is en blijft echter duister. Het CDA vindt dat andere criteria beter onderzocht moeten worden. De gemeente stelt vanuit
duurzaamheid en lokale binding eisen die een terugverdientijd van vijftien jaar rechtvaardigen. Daarom is het CDA medeondertekenaar van amendement 33.
Mevrouw Bode (Volt) benadrukt dat de standplaatshouders een verbindende rol vervullen. Dit werd merkbaar uit de steunbetuigingen van de afgelopen maanden. Voorliggend raadsvoorstel is een grote stap voorwaarts, met een groot oog voor de huidige standplaatshouders en voor nieuwe
ondernemers. De investeringen voor duurzaamheid en lokale binding verdienen echter een langere terugverdientijd en daarom is Volt medeondertekenaar van amendement 33.
De heer Talhaoui (PvdA) is verheugd over het raadsvoorstel: eindelijk wordt er meer zekerheid
geboden aan de standplaatshouders. Hij complimenteert de wethouder met de wijze waarop zij de
Raadsvergadering van 25 april 2024
25
wensen van de raad heeft uitgewerkt. Het is een goede ontwikkeling dat de loting van de baan is en daarnaast zijn de selectiecriteria inmiddels beter uitgewerkt. Het is nu zaak om in te zetten op een soepele overgang, waarbij wordt gestreefd naar behoud van zo veel mogelijk ondernemers op hun vertrouwde plekken. De investeringen voor duurzaamheid en lokale binding verdienen echter een langere terugverdientijd en daarom is de PvdA medeondertekenaar van amendement 33.
Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft sinds het begin gezegd dat standplaatshouders een juridisch houdbaar en eerlijk systeem verdienen. De investeringen voor duurzaamheid en lokale binding
verdienen echter een langere terugverdientijd en daarom is GroenLinks medeondertekenaar van amendement 33.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is een van de weinigen die niet blij is met het voorliggende
raadsvoorstel. Standplaatshouders zijn niet te spreken over het nieuwe beleid en hadden liever het lotingsysteem gehouden. In plaats daarvan moeten zij een bouwvergunning of een
omgevingsvergunning aan gaan vragen en dit kost duizenden euro's, zonder garantie dat die
vergunning wordt verleend. Het nieuwe beleid heeft voor de meeste standplaatshouders ernstige
gevolgen. Utrecht Solidair verzoekt de wethouder om de mobiliteitseis te laten vervallen en om de
standplaatshouders tegemoet te komen. Ook de branchering is geen goed idee. Een extern bureau heeft alle detailhandel van heel Utrecht onderzocht en dit kost publiek geld. Een projectleider
begeleidt de branchering en ook dit kost publiek geld. Standplaatshouders moeten nu zelf criteria
gaan verzinnen waarop zij de vergunning verleend kunnen krijgen. De aanvraag voor een vergunning wordt anoniem behandeld door een commissie en dit is tegen de algemene beginselen van
behoorlijk bestuur. Frequente handhaving gaat plaatsvinden op de door aanvrager ingevulde
criteria, welke bekostigd wordt door de huur met 13% extra te verhogen. Mede daarom dient zij motie 161 (Voorwaarden Standplaatsvergunning Broddelwerk) in, die het college opdraagt: Het voorliggende voorstel van selectiecriteria in te trekken en met een nieuw voorstel te komen, waarin de aanvraag voor een vergunning objectieve en meetbare voorwaarden heeft.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt aan Utrecht Solidair wat er dan wel objectief en meetbaar zou zijn. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) antwoordt dat de criteria objectiever moeten en dat het geen zin
heeft om de standplaatshouders zelf met criteria te laten komen die in de toekomst getoetst worden. Op dit moment heeft degene die het creatiefst is met taal de grootste kans op een vergunning.
De heer Sungur (DENK) noemt het voorliggende raadsvoorstel een baggervoorstel. Dit ligt meer aan de gemeenteraad dan aan de wethouder. Het primaire voorstel om te loten is namelijk beter.
Standplaatshouders staan door dit voorstel voor de lastige uitdaging om zelf de vergunning aan te vragen middels een creatief verhaal. De raad zorgt met dit voorstel enkel voor extra werk waarbij niemand echt is geholpen.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Schilderman.
Raadsvergadering van 25 april 2024
26
Mevrouw Schilderman (wethouder) benadrukt dat het belangrijk is dat er duidelijkheid komt voor de standplaatshouders. De wethouder heeft in de afgelopen tijd velen van hen gesproken en gemerkt
dat zij snakken naar duidelijkheid. De standplaatshouders dragen bij aan de levendigheid in de stad en zij verdienen zekerheid en duidelijkheid over hun toekomst. De nieuwe wijze waarop
standplaatsen worden toegewezen, is echter een heftige verandering. Het is begrijpelijk dat dit
spannend is voor de standplaatshouders. Het college heeft geprobeerd om binnen de bestaande kaders zo goed mogelijk invulling te geven aan de wensen die de raad mee heeft gegeven. Het raadsvoorstel is daar een uitvloeisel van.
De wethouder reageert op motie 165 over plantaardig en gezond verduurzamen en de eiwittransitie.
Het college heeft met dit voorstel beoogd om enerzijds onderscheidbaar te zijn, en anderzijds niet te veel veranderen ten opzichte van de huidige situatie. Het toevoegen van plantaardige voeding aan de criteria voor een vergunning levert niet de juiste balans. Daarnaast verkopen standplaatshouders meer dan alleen voedsel. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op amendement 32 over een verbod op verkoop van levende dieren op standplaatsen.
Dierenwelzijn is voorzien in de Wet dieren. Deze wet is uitputtend bedoeld, waardoor de gemeente
geen extra eisen kan stellen op het gebied van dierenwelzijn. Het verbod dat de Partij voor de Dieren voorstelt is daarmee niet mogelijk. De wethouder moet het amendement negatief adviseren.
De VVD vroeg om een toezegging dat bij wijziging van de uitvoering van de selectiecriteria de raad
wordt geïnformeerd. De wethouder zegt dit toe. Afhankelijk van wat de raad aanneemt, is het college niet van plan om heel wilde veranderingen door te voeren.
Zij reageert op motie 157 over een inspanningsverplichting om een branchevertegenwoordiger en
een wijkbewoner aan de beoordelingscommissie toe te voegen. Dit lijkt de wethouder een goed idee en zij kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 158 het stimuleren van ondernemerschap. Het dictum van de motie is een
onderstreping van hoe het gaat in de uitvoeringssituatie. Een extra statafel moet kunnen, maar te veel uitbreiding is niet wenselijk. Zij kan de motie overnemen.
Zij reageert op amendement 33 over een wijziging van de vergunningsduur naar 15 jaar. Dit is een
begrijpelijke inzet, echter brengt afwijken van de bandbreedte uit het onderzoek van het ministerie een reëel juridisch risico met zich mee. De kans is aanwezig dat de rechter oordeelt dat de
verlenging van de vergunningsduur naar 15 jaar niet voldoende is onderbouwd en dat dit kan leiden tot het terugdraaien van het besluit. Het college acht dit risico te groot en moet het amendement daarom negatief adviseren.
Zij reageert op amendement 34 over niet-verrijdbare verkoopinrichtingen standplaatshouders. Het mobiele karakter van standplaatsen is altijd onderdeel geweest van de regels en in 2013 is gezegd dat de inrichting mobiel moest zijn. Amendement 34 stuurt aan op een verdere gedoogsituatie en
het college kan de gewenste zekerheid niet bieden. Daarom zal het college dit amendement moeten ontraden.
Zij reageert op motie 159 over niet-verrijdbare verkoopinrichtingen standplaatshouders. De
wethouder kan zich vinden in de motie en is er positief over, maar maakt de kanttekening dat er met deze motie potentieel meer kiosken komen in Utrecht. Zij kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 160 over het meewegen van de persoonlijke omstandigheden van de
standplaatshouders. Het college gaat in geval van dringende omstandigheden altijd flexibel om met de verleende vergunning. Zij kan de motie positief overnemen.
Zij reageert op motie 161 over het intrekken van het raadsvoorstel. Het college heeft gepoogd om
met deze selectiecriteria te zoeken naar objectieve, vergelijkbare en navolgbare criteria. Zij zou de motie willen ontraden.
Raadsvergadering van 25 april 2024
27
Utrecht Solidair vroeg naar een toezegging om de mobiliteitseis te laten vallen. Ambulante handel is mobiel. In de regels is ervan uitgegaan dat men op aaneengesloten verkoopdagen de mobiliteitseis kan laten vervallen. Een verdere beweging zou op gespannen voet staan met het feit dat het om ambulante handel gaat.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) vraagt of de wethouder zich ervan bewust is dat er veel plaatsen zijn waar standplaatshouders al 30 jaar staan.
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat er op sommige plekken zaken zijn neergezet die passen. Om hoeveel jaren het gaat, wisselt per plek. Het feit dat dit niet tot de mogelijkheden behoort, is geruime tijd bekend.
De heer Peters (D66) trekt motie 158 in, want deze is door de wethouder overgenomen. De heer Bosch (UtrechtNu!) trekt motie 160 in, want deze is door de wethouder overgenomen. De heer Sungur (DENK) hoort van de wethouder graag of zij vindt dat het huidige voorstel beter is dan het primaire voorstel.
Mevrouw Schilderman (wethouder) vindt dat een lastige gewetensvraag. Het huidige voorstel is beter dan het vorige voorstel, want hierbij is er beter overlegd, ook met de brancheverenigingen, en heeft er betere participatie plaatsgevonden. Kortom, het huidige voorstel is zorgvuldiger tot stand gekomen. Het nadeel is echter dat het meer werk is om vergunningen te verlenen aan
standplaatshouders, ook voor henzelf. De raad is helder geweest door niet te kiezen voor het lotingsysteem.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de moties, het amendement en het voorstel vindt vanavond plaats.
15. Raadsvoorstel Wijziging van de Verordening Parkeerbelasting 2024 voor het heffen van parkeerbelasting stadsbreed.
Mevrouw Meerding (VVD) constateert dat er maar weinig onderwerpen in deze raad zijn die zo veel
reactie oproepen als het plan om betaald parkeren in te voeren in de hele gemeente. Alle Utrechters roepen dan ook op om hiermee te stoppen. Zij vinden dit een slecht plan en de VVD is het daar
volledig mee eens. Het idee dat een automobilist 5 euro per uur moet betalen om te parkeren, ook in een rustige woonwijk, is bespottelijk. Daarnaast zullen de bewoners ieder kwartaal moeten betalen
voor een parkeervergunning, terwijl er meestal genoeg plek is en er geen parkeerproblemen zijn. Dit beleid kost de bewoners veel geld, soms wel meer dan 100 euro per maand. Zij dient allereerst en mede namens UtrechtNu! en Utrecht Solidair amendement 35 (Laat de buurt zelf stemmen over
invoeren betaald parkeren) in, met het dictum om beslispunt 1 van het raadsvoorstel te schrappen en de buurt zelf te laten bepalen of er ergens betaald parkeren komt.
De heer Sungur (DENK) vraagt of hetgeen de VVD voorstelt niet gewoon de huidige situatie is.
Raadsvergadering van 25 april 2024
28
Mevrouw Meerding (VVD) reageert dat dat klopt. Het amendement heeft maar één beslispunt en is eigenlijk een oproep om het raadsvoorstel te schrappen.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat met tegenstemmen hetzelfde effect wordt bereikt. Mevrouw Meerding (VVD) ontkent dat. De VVD wil niet dat partijen bij hun stemverklaring zeggen dat zij tegenstemmen vanwege een bepaald deel of overweging. Met amendement 35 wordt duidelijk welke partijen precies voor de invoering van betaald parkeren zijn en welke niet. De voorzitter verzoekt mevrouw Meerding om haar bijdrage te hervatten. Mevrouw Meerding (VVD) vindt het belangrijk dat in blokken 2 en 3 geen betaald parkeren wordt
ingevoerd. Het is te vroeg om te besluiten over betaald parkeren na 2026. Daarom dient zij mede
namens UtrechtNu!, Utrecht Solidair en het CDA amendement 36 (Geen betaald parkeren in blokken 2 en 3) in, met het dictum:
In beslispunt 1 van het voorstel de woorden
“…waarmee het hele grondgebied van de gemeente wordt aangewezen…” te wijzigen in:
“…enkel blok 1 zoals opgenomen in de gewijzigde Verordening parkeerbelastingen wordt aangewezen…”
Zij dient mede namens UtrechtNu! en Utrecht Solidair amendement 37 (Geen delen van Leidsche Rijn in blok 1) in, met het besluit:
Aan beslispunt 1 van het voorstel een zinsnede toe te voegen, die komt te luiden: “, met dien verstande dat de buurt Grauwaart wordt opgenomen in blok 2”.
Mede namens UtrechtNu!, Utrecht Solidair, CDA en PvdA dient zij amendement 38 in, met het besluit: Beslispunt 1 onder c van het voorstel als volgt te wijzigen:
“met als basisvenstertijd (tijdsperiode waarbinnen belastingplicht geldt) van maandag tot en met vrijdag van 6 uur – 11 uur, en een ruimere venstertijd:
- in gebieden waar inwoners of bedrijven verzoeken om uitbreiding van de venstertijden (draagvlakmeting), of,
- in gebieden waar dit naar het oordeel van de raad nodig is.”
Zij vindt het belachelijk dat Utrechters straks in rustige woonwijken € 5 per uur moeten betalen om
te parkeren. Daarom dient zij mede namens UtrechtNu! motie 162 (Laag tarief voor woonwijken) in, die het college opdraagt om:
1. Een voorstel uit te werken voor veel lagere parkeertarieven in rustige woonwijken waar betaald parkeren gaat gelden;
2. Bij de hoogte van de tarieven aansluiting te zoeken bij tarieven die in andere gemeenten gelden voor rustige woonwijken;
3. Voor de grenzen van de tariefzones aansluiting te zoeken bij de zones A, B en C in het Mobiliteitsplan;
4. Dit voorstel aan te bieden bij de parkeerbelastingverordening 2025.
Ten slotte benadrukt ze dat er nog gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden voordat betaald
parkeren in de meeste wijken wordt ingevoerd. Dat is het moment waarop de Utrechters zich kunnen uitspreken tegen het parkeerbeleid van de gemeente door op de VVD te stemmen.
Raadsvergadering van 25 april 2024
29
De heer Sungur (DENK) constateert dat er in veel delen van Utrecht helemaal geen parkeerdruk is, zoals de indieners van het voorstel menen. Betaald parkeren voor de hele stad moet direct de prullenbak in. De kwijtschelding van gemeentebelastingen is bedoeld om inwoners met een
minimuminkomen te ondersteunen en te voorkomen dat zij financieel nog verder in de problemen komen. De gemeente Utrecht heeft momenteel echter geen regeling die het mogelijk maakt voor inwoners met kwijtschelding van gemeentebelastingen om gratis een parkeervergunning te
verkrijgen. Daarom dient hij motie 163 (Gratis parkeervergunning voor inwoners die kwijtschelding
krijgen voor gemeentebelastingen) in, die het college opdraagt om te onderzoeken hoe het mogelijk
kan worden gemaakt dat inwoners van Utrecht die in aanmerking komen voor kwijtschelding van hun gemeentebelastingen gratis in aanmerking kunnen komen voor een eerste parkeervergunning en indien mogelijk, dit ook te realiseren.
Hij dient motie 164 (Parkeervergunning en Parkeerboete naar draagkracht) in, die het college
opdraagt om te onderzoeken op welke manieren het mogelijk zou kunnen zijn om de kosten voor een parkeervergunning en de parkeernaheffing (ook bekend als parkeerboete) te bepalen naar inkomen van inwoners.
Hij dient motie 165 (Meer parkeervergunningen per adres in nieuwe gebieden) in, die het college opdraagt om in de gebieden die in het raadsvoorstel zijn aangewezen als blok 1, 2 en 3
de bewoners de mogelijkheid te geven om bij voorkeur drie en als dat niet mogelijk is twee parkeervergunningen per adres te krijgen.
Mevrouw Passier (Volt) wil meer ruimte in Utrecht voor zaken als groen en speelruimte voor kinderen. Daarom deelt Volt de ambitie van het college om het aantal auto's in Utrecht te
verminderen. Betaald parkeren is daarvoor vaak een effectief middel, maar niet altijd. De auto is voor veel mensen een middel om naar hun werk te gaan of om andere voorzieningen te kunnen bereiken.
Invoering van betaald parkeren raakt daarmee sommige inwoners harder dan anderen, want niet voor iedereen zijn de alternatieven geschikt. Daarom dient zij mede namens het CDA amendement 39
(Ook bereikbaarheid in het afwegingskader voor prioritering gebieden binnen een blok) in, met het dictum:
Beslispunt 1b van het ontwerp raadsbesluit Wijziging verordening parkeerbelasting (december 2023) d.d. 28 maart 2024, kenmerk 11334075 als volgt te wijzigen:
1b. Met een afwegingskader voor prioritering van gebieden binnen een blok met de volgende criteria:
- Oplevering bouwontwikkelingen - Parkeerdruk
- Aantal meldingen - Bereikbaarheid.
Mede namens GroenLinks, ChristenUnie, CDA, PvdA en D66 dient zij motie 166 (Bereikbaar Utrecht) in, die het college opdraagt om:
1. Bereikbaarheidsindicatoren op te stellen, met als doel een afweging te kunnen maken voor het
verlengen van de venstertijden van betaald parkeren, en deze bereikbaarheidsindicatoren aan te bieden aan de raad voor eind 2024;
2. Te verkennen voor welke doelgroepen het invoeren betaald parkeren effect heeft op de bereikbaarheid;
3. In deze verkenning binnen de mogelijkheden van beschikbare data en tijd zo veel mogelijk inzicht te krijgen in de volgende elementen:
a) De verschillen in reistijd per vervoersmiddel naar voorzieningen en banen
Raadsvergadering van 25 april 2024
30
b) De verschillen in reiskosten per vervoersmiddel naar voorzieningen en banen
c) De bereikbaarheid van (benodigde) voorzieningen en banen met een modaliteit anders dan de auto;
d) De effecten daarvan voor de doelgroepen voor wie het invoeren van betaald parkeren de bereikbaarheid kan belemmeren;
4. Het resultaat van bovenstaande punten met de raad te delen voor het einde van 2024. De heer Van Steeg (CDA) roept op om van betaald parkeren geen melkkoe te maken. Met het voorstel om betaald parkeren in de gehele stad in te voeren, wordt de doelstelling van bijsturen van
parkeeroverlast definitief verlaten en is dit een middel geworden om de financiën van de stad
overeind te houden. Dit ondermijnt het draagvlak voor de maatregel die toch al de nodige weerstand oproept. Betaald parkeren is een noodzakelijk kwaad dat alleen ingezet moet worden op de
benodigde plekken en daarom is CDA tegen het besluit om nu al betaald parkeren in de hele
gemeente in te voeren. Daarom dient hij mede namens EenUtrecht amendement 40 (Betaald parkeren alleen voor een stad op mensenmaat) in, met het dictum:
• Beslispunt 1: de passage “het hele grondgebied van de gemeente” te wijzigen in “blok 1 zoals opgenomen in de gewijzigde verordening parkeerbelasting”.
• Bij 1c. de zinsnede “en op termijn te streven naar….zonder auto op orde is” te schrappen. • 1d. te schrappen.
• En toe te voegen: 1f. Verdere uitbreiding naar de volgende blokken en de prioritering daarvan is
afhankelijk van een evaluatie van de actuele situatie waarin in ieder geval de volgende elementen worden meegenomen:
o Lokaal ervaren parkeeroverlast met een onderbouwde ontwikkeling van het waterbedeffect o Alternatieven voor autogebruik en autoparkeren.
Mede namens EenUtrecht dient hij motie 167 in, die het college opdraagt om:
1. In overleg met een aantal doelgroepen een speciaal parkeerregime te ontwikkelen en op te nemen in parkeerplaatsenverordening waarbij in ieder geval de volgende groepen worden aangemerkt: • Leraren
• Politiemedewerkers en boa’s
• Medewerkers in de kinderopvang
2. Alert te blijven en in te spelen op signalen van andere groepen die getroffen worden door het nieuwe parkeerregime;
3. En de raad te informeren over de uitwerking hiervan in Q1 van 2025.
Maatwerk is noodzakelijk, ook bij de sportaccommodaties. Daarom dient hij motie 168 (Bied maatwerk bij sportaccommodaties) in, die het college opdraagt om:
1. In overleg te treden met sportverenigingen en SportUtrecht, met als doel om knelpunten die betaald parkeren opleveren weg te nemen;
2. Hierbij Utrecht als aantrekkelijke en gastvrije sportstad en het maatschappelijk gebruik van sportaccommodaties als speerpunten te kiezen;
3. En te komen tot alternatieve invullingen van parkeerregimes voor sportaccommodaties.
Mede namens Volt dient hij motie 169 (Alternatieven op orde bij betaald parkeren) in, die het college opdraagt om:
1. Bij iedere uitbreiding van betaald parkeren, zowel ruimtelijk als in venstertijd, te beargumenteren waarom de alternatieven voor autoparkeren en autogebruik voldoende op orde zijn;
2. Hierbij inwoners van de wijk en bezoekers alternatieven te bieden zoals parkeren op afstand en/of parkeermogelijkheden in nabijgelegen parkeergarages;
Raadsvergadering van 25 april 2024
31
3. En een deel van de opbrengsten voor betaald parkeren op straat te gebruiken om parkeren in nabijgelegen parkeergarages te financieren.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) hoort graag van de wethouder of zij de garantie kan geven dat de gemeente klaar is voor de stap naar betaald parkeren. Hij vraagt om de toezegging dat wanneer
de techniek er niet klaar voor is, de gemeente niet overgaat tot betaald parkeren in bepaalde wijken of buurten.
Hij constateert dat het college van plan is om betaald parkeren in te voeren op diverse locaties in de stad, waaronder wijken waar politiebureaus liggen. De uitvoering van de plannen baart zijn partij
echter zorgen, waaronder ten aanzien van de politie. Een goed functionerende politieorganisatie is van essentieel belang voor het handhaven van veiligheid en leefbaarheid in Utrecht en het is wenselijk om eventuele negatieve effecten van de invoering van betaald parkeren voor
politiemedewerkers te minimaliseren. Daarom dient hij mede namens PvdA en D66 motie 170 (Kom tot een oplossing met de politie) in, die het college opdraagt om:
1. Op het moment dat betaald parkeren wordt ingevoerd op een locatie waar een politiebureau is
gevestigd, de verantwoordelijkheid te pakken om samen met de politie als werkgever te zoeken naar een parkeeroplossing die tegemoetkomt aan de behoeften van politiemedewerkers;
2. De raad hierover te informeren op moment dat de invoering van betaald parkeren in de nabijheid van een politiebureau aan de orde is.
De heer Bosch (UtrechtNu!) vraagt of dit niet wat selectief is. Niet alleen de politie zou last hebben van dit parkeerbeleid. Er zijn tal van mensen die niet met het ov kunnen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) erkent dat meerdere groepen hier last van hebben. Daar zal de raad blijvend aandacht voor moeten hebben.
De heer Sungur (DENK) merkt op dat de indieners van deze motie alleen voor politieagenten het parkeerbeleid wil verzachten. Ook kinderopvangcentra hebben echter grote zorgen over het
parkeerbeleid. Dit voorstel is funest voor het hele sociale leven in Utrecht, dus waarom dan beperken tot alleen de politieagenten?
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) reageert dat de raad een verantwoordelijkheid heeft richting een brede groep. De politie wordt er specifiek uitgelicht, omdat zij een andere rol heeft. De voorzitter verzoekt de heer Van der Graaf om zijn betoog voort te zetten. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat ook voor het onderwijs er problemen zijn met
het parkeerbeleid. Kan de wethouder een update geven wanneer deze oplossing er komt? Op 1 mei 2024 wordt betaald parkeren ingevoerd in Transwijk, de Woonboulevard en Voordorp. Welke
oplossing wordt er aan scholen geboden die in dit gebied liggen nu een definitieve oplossing nog op zich laat wachten?
Hij constateert dat in andere steden, zoals Parijs, maatregelen worden genomen om zware
voertuigen, waaronder SUV's en pick-ups, te ontmoedigen door middel van hogere parkeertarieven vanwege verkeersveiligheids- en milieubelangen. Verkeersveiligheid moet voor met name
voetgangers en fietsers prioriteit hebben, omdat zij de kwetsbare verkeersdeelnemers zijn. Daarom
Raadsvergadering van 25 april 2024
32
dient hij mede namens GroenLinks, Horizon, Volt, Partij voor de Dieren, Student & Starter en D66 motie 171 (Weer pick-ups en SUV's uit Utrechtse straten) in, die het college opdraagt om: 1. Ontwikkelingen in andere steden te volgen;
2. Waar mogelijk maatregelen te nemen pick-ups en SUV's uit de Utrechtse straten te weren.
3. De raad bij de jaarlijkse rapportage mobiliteit te informeren of er maatregelen gevonden zijn die we in Utrecht zouden kunnen toepassen.
De heer Vasters (D66) is van mening dat het voorliggende parkeerbeleid in de ambitie past om tot een duurzaam mobiliteitssysteem te komen. Dat betekent echter dat de effecten goed in beeld gebracht moeten worden en dat de gemeente bereid moet zijn om het beleid eventueel aan te
passen op basis van de inzichten daaruit. Hij dient daarom amendement 41 (Meten is weten) in, met het dictum:
Beslispunt 1f en 1g als volgt toe te voegen:
f. met periodieke evaluaties van de effecten van deze parkeerbelasting op een duurzaam mobiliteitssysteem en de verandering in de verdeling van de openbare ruimte;
g. met een advies op basis van de periodieke evaluaties voor eventuele aanpassing van de wijze van uitvoering van het invoeren van betaald parkeren, zowel generiek (tarieven, venstertijden,
aantallen (op te heffen) parkeerplaatsen, et cetera) als specifiek de planning voor blok 3 (per gebied/buurt: zoals gepland, eerder, later), dat ter besluitvorming aan de Raad wordt aangeboden.
De heer Van Steeg (CDA) hoort van D66 graag wat er concreet verandert bij aanname van dit amendement.
De heer Vasters (D66) reageert dat met dit amendement er duidelijk voor blok 3 wordt gekeken naar cijfers en inzichten van de uitrol in blok 1 en 2. Op basis daarvan kan bepaald worden of versnelling of juist vertraging van invoering van het beleid wenselijk is.
De heer Van Steeg (CDA) denkt niet dat er daarmee iets verandert aan de timing. Beleid in blok 3 wordt namelijk ingevoerd conform besluit.
De heer Vasters (D66) wijst erop dat in het amendement staat dat die timing kan worden aangepast. Mevrouw Meerding (VVD) wil van D66 weten of dit voorstel de deur openzet naar een niet verdere uitvoering van betaald parkeren in blokken 2 en 3.
De heer Vasters (D66) reageert dat het amendement niet gaat om een niet verdere uitvoering van het parkeerbeleid. Met het collegevoorstel wordt betaald parkeren uiteindelijk in de hele gemeente uitgevoerd. Het is echter belangrijk om zich af te vragen waarom dit wordt gedaan, namelijk vanwege de mobiliteitstransitie. Dit amendement toetst of die transitie ook daadwerkelijk
plaatsvindt. Gebeurt dit niet, dan dient er opnieuw gekeken te worden naar de timing van de invoering van het parkeerbeleid.
Mevrouw Meerding (VVD) vindt het amendement van D66 niet duidelijk genoeg.
Raadsvergadering van 25 april 2024
33
De heer Vasters (D66) wijst erop dat volgens de timing in het voorstel parkeerbeleid in blok 3 wordt ingevoerd in 2030-2034. Dit zijn wijken en buurten waarin geen hoge parkeerdruk wordt ervaren,
maar waar het parkeerbeleid enkel wordt ingevoerd voor het stimuleren van de mobiliteitstransitie. Daarom mag dit pas worden ingevoerd wanneer is bewezen dat het voldoende effect realiseert. De heer Sungur (DENK) vraagt wat de lange termijn in het voorstel voor zin heeft wanneer het parkeerbeleid geen effect heeft op de mobiliteitstransitie.
De heer Vasters (D66) legt uit dat de mobiliteitstransitie ook wordt gedreven door alternatieven als ov en fiets. De gemeente dient naar het hele pakket aan maatregelen te kijken. Mogelijk kan er worden gewacht met het parkeerbeleid totdat zaken wel op orde zijn.
De heer Sungur (DENK) vraagt of het voor D66 een optie is om, wanneer uit de meting blijkt dat het parkeerbeleid niet werkt, er niet mee verder te gaan in blok 2 of 3.
De heer Vasters (D66) legt uit dat er in het amendement specifiek over blok 3 wordt gesproken. Voor blok 3 is het een optie om nog naar de timing te kijken.
De heer Sungur (DENK) heeft het niet over de timing, maar over de invoering van betaald parkeren. Hoe staat D66 tegenover afstel van dit beleid wanneer uit het meten blijkt dat het niet werkt? De heer Vasters (D66) vindt het woord "afstel" te ver gaan. Het plan is om betaald parkeren uiteindelijk overal in te voeren.
De heer Dekkers (GroenLinks) wijst erop dat in het amendement staat dat men ook aan andere
knoppen in het parkeerbeleid en bereikbaarheidsbeleid zou kunnen draaien om de doelen van de mobiliteitstransitie te realiseren.
De heer Vasters (D66) bevestigt dat. Het gaat tevens over generieke elementen uit het parkeerbeleid, waaronder de hoogte van de parkeertarieven en de venstertarieven.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de parkeertarieven ook na 2034 mogen worden ingevoerd. De heer Vasters (D66) geeft aan dat dat wat D66 betreft open staat. Met amendement 41 wordt er gekeken naar de timing, waar ook van worden afgeweken als dat uit de inzichten nodig blijkt. De voorzitter verzoekt de heer Vasters om zijn betoog voort te zetten. De heer Vasters (D66) vindt het goed dat er eerder afspraken zijn gemaakt over een tegemoetkoming
via de U-pas voor Utrechters met een kleine portemonnee en leerkrachten die willen parkeren bij hun school. D66 is net als de ChristenUnie benieuwd naar de oplossing voor scholen.
Mevrouw Nolten (BIJ1) maakt zich ernstig zorgen over de gevolgen van het invoeren van betaald
parkeren. BIJ1 is voor een groene en autovrije stad, maar vindt niet dat de werkende klasse hiervan
de dupe mag zijn. Mobiliteit moet geen privilege worden. Ov dient gratis te worden, pas dan kan BIJ1 meegaan met de invoering van betaald parkeren in de stad.
Raadsvergadering van 25 april 2024
34
De heer Bosch (UtrechtNu!) sluit zich aan bij de opmerking dat mobiliteit geen privilege mag worden. UtrechtNu! vindt betaald parkeren in de stad totaal abject en ongewenst. UtrechtNu! is fel
tegenstander van de invoering van parkeertarieven en van de wijze waarop dit tot stand is gekomen. De heer Talhaoui (PvdA) is van mening dat de gemeente goed om dient te gaan met de schaarse
openbare ruimte in Utrecht. Een schone en groene stad is van groot belang en de PvdA steunt het
principe van de gebruiker betaalt. Er dient stevig rekening te worden gehouden met de mensen die te weinig te besteden hebben. De PvdA heeft geregeld dat er compensatie komt voor mensen met
een laag inkomen. Ligt deze compensatie er ook echt bij de invoering van betaald parkeren? Kan de wethouder dit nogmaals toezeggen? Daarnaast hebben scholen veel moeite met het behoud en
aantrekken van leraren in verband met parkeren. Kan de wethouder aangeven hoe snel deze regeling voor parkeren bij scholen wordt ingevoerd? Is dat op tijd voor de invoering van betaald parkeren?
Ten slotte steunt de PvdA de wethouder bij haar inzet om gratis openbaar vervoer voor mensen met een laag inkomen mogelijk te maken.
De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt aandacht voor pleinen als De Neude en Vredenburg zonder
geparkeerde auto's, water in de Catharijnesingel en Weertsingel, minder geparkeerde auto's langs de grachten, autoloze buurten en mooie groene plekjes als in de Tesselschadestraat. Dit is het resultaat van jarenlange voor minder rijdende en stilstaande auto's in de stad. Daarom is GroenLinks voor het op termijn invoeren van betaald parkeren in de hele stad. Zodoende kan er ruimte worden gemaakt voor lopen, fietsen, spelen, groen en de mobiliteitstransitie. Er is rekening gehouden met diverse bezwaren.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zal tegen het raadsvoorstel stemmen, al was het maar om het evidente argument dat de gemeente hiermee het enige middel afschaffen waar de inwoners tussen twee verkiezingen door nog een zekere mate van stemrecht hebben, namelijk de draagvlakmeting.
Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) is tegen het betaald parkeren in de hele stad en sluit zich aan bij de woorden van de VVD. Het is zeer teleurstellend, want van de vijf coalitiepartijen had slechts één partij het betaald parkeren in haar programma. De overige vier zijn blijkbaar abrupt overtuigd van het belang van betaald parkeren wanneer de allerarmsten iets tegemoet worden gekomen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) is er sterk van overtuigd dat de invoering van parkeertarieven in heel Utrecht goed is voor de stad, niet alleen voor de parkeerdruk, maar ook voor ruimte op de weg. voor de vergroening van Utrecht en voor de investering in de stad.
Zij reageert op amendement 35 over de buurt zelf laten stemmen over betaald parkeren. Zij ontraadt dit amendement.
Zij reageert op amendement 36 over geen betaald parkeren in de blokken 2 en 3. De inzet is om betaald parkeren in te voeren in de hele stad. Zij ontraadt het amendement.
Zij reageert op amendement 37 over geen parkeertarieven in Grauwaart. De parkeerdruk is hier reeds hoog. Zij ontraadt het amendement.
Zij reageert op amendement 38 over het niet uitbreiden van venstertijden. In de commissie is
voorgesteld om de raad in positie te brengen door met cyclusdocumenten te werken. Op die manier
is een groot deel van het amendement te implementeren. Toch moet de wethouder het amendement negatief adviseren, want op sommige plekken zal het nodig zijn om een grotere venstertijd te
Raadsvergadering van 25 april 2024
35
hanteren, bijvoorbeeld omdat er op die betreffende plek voorzieningen zijn. Bij Merwede moet het mobiliteitsconcept werkend worden gemaakt en daar zijn voorwaarden voor nodig, waaronder de
venstertijd in de omgeving. Wanneer de indieners bereid zijn om Merwede een uitzonderingspositie te geven, kan de wethouder haar advies heroverwegen.
Zij reageert op amendement 39 bereikbaarheid in het afwegingskader voor prioritering gebieden
binnen een blok. De wethouder kan dit amendement positief adviseren. Dit amendement zal echter een sterkere invloed op blok 3 hebben dan op blok 2.
Zij reageert op amendement 40 over betaald parkeren met mensenmaat. Zij ontraadt dit amendement.
Zij reageert op amendement 41 over meten is weten. Zij kan dit amendement positief adviseren.
Dat brengt de wethouder bij motie 162 over lage tarieven voor woonwijken. Door de korte venstertijd is er het grootste deel van de dag geen tarief. Het is daarom redelijk om in de andere uren het tarief te verhogen. Daarnaast is er een lager tarief via de bezoekersregeling. Ten slotte zou deze motie effect hebben op de verwachte opbrengsten.
Zij reageert op motie 163 over de gratis vergunning bij kwijtschelding. De raad heeft middels een motie gekozen voor een tegemoetkoming aan U-pashouders. Kwijtschelding zou voor een heel
kleine groep gelden. Daarnaast zorgen de regels omtrent autoformaat om een lastig taxatieproces. Het college adviseert om te blijven bij de eerder afgesproken tegemoetkoming. Zij ontraadt de motie.
De heer Sungur (DENK) denkt niet dat dat taxatieproces heel ingewikkeld is. De gemeente behoort
dit namelijk al te doen bij het behandelen van kwijtscheldingsaanvragen voor gemeentebelastingen. Wat is daar dan zo ingewikkeld aan? Bovendien kunnen kwijtschelding en het budget voor de U-pas naast elkaar bestaan.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) antwoordt dat er eerder een andere keuze is gemaakt, namelijk voor de tegemoetkoming. De raad heeft niet gekozen voor de kwijtschelding.
De heer Sungur (DENK) vraagt of de tegemoetkoming en de kwijtschelding naast elkaar kunnen bestaan. En hoe ingewikkeld is het taxatieproces daadwerkelijk?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) geeft aan dat het college eerder heeft geoordeeld dat dat niet tegen elkaar opweegt. Het taxatieproces kost te veel werk en levert te weinig op.
De heer Sungur (DENK) begrijpt dat de wethouder steeds teruggrijpt naar een eerdere uitspraak van de raad, maar dat betekent toch niet dat het niet meer kan?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zegt dat het U-pasbudget met een bepaald bedrag is verhoogd en dat dit bedrag zou wijzigen op het moment dat de raad tevens voor een kwijtschelding kiest. Er volgt nog een raadsvoorstel over de U-pas.
De voorzitter verzoekt de wethouder om haar beantwoording voort te zetten. Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert op motie 164. Ook deze motie ontraadt de wethouder, want het is per wet verboden om dergelijke belastingen inkomensafhankelijk te maken.
Raadsvergadering van 25 april 2024
36
Zij reageert op motie 165 over meer vergunningen per adres. Wanneer betaald parkeren wordt
ingevoerd, hanteert de gemeente een overgangsregeling, waarbij het bestaande autobezit zo veel
mogelijk wordt geaccommodeerd. Is de overgangssituatie voorbij, dan geldt maximaal twee auto's per adres. Ook deze motie ontraadt zij.
De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe compensatie voor de laagste inkomens voor hogere parkeertarieven wordt gecommuniceerd.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) legt uit dat de raad zich eerst dient uit te spreken voordat de
gemeente iets kan communiceren. De organisatie van U-pas heeft echter wel al goed over nagedacht over hoe dit gecommuniceerd wordt.
De heer Talhaoui (PvdA) is vooral nieuwsgierig naar de volgorde. Worden bewoners vooraf aan de invoering van betaald parkeren geïnformeerd over de compensatie of andersom?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) geeft aan dat mensen een hoger U-pastegoed hebben op het moment dat de raad zich uitspreekt voor het voorliggende raadsvoorstel. Vervolgens, een paar
maanden daarna, kunnen mensen het ook voor de parkeervergunning gebruiken. Dit wordt zowel gecommuniceerd via de U-pas als bij het invoeren van betaald parkeren in nieuwe gebieden.
Zij reageert op motie 166 Volt over bereikbaarheidsindicatoren. Deze motie is een goede invulling van hetgeen is besproken en is toegezegd voor het vierde kwartaal van 2024. Zij kan de motie positief adviseren.
Zij reageert op motie 167 over tegemoetkomen van bepaalde doelgroepen, waaronder politieagenten en onderwijzers. Het college wil voorkomen dat er allerlei verschillende soorten vergunningen ontstaan, want uitvoerbaarheid is belangrijk. Voor onderwijs werkt het college nog aan een
oplossing. De wethouder verwacht voor de zomer van 2024 een voorstel te kunnen doen aan de raad. Waar zit bijvoorbeeld de knip tussen kinderopvang en onderwijs? Ook gaat het college in
gesprek met de politie als werkgever om vanuit de bestaande gereedschapskist het een en ander
mogelijk te maken. De wethouder moet motie 167 ontraden, maar daarmee is niet gezegd dat er voor deze groepen niets geregeld wordt.
Zij reageert op motie 168 over sportvoorzieningen. Bij de nieuwe gebieden gaat het over een korte venstertijd en dat is grotendeels niet gedurende de sporttijden. De invloed van het nieuwe
parkeerbeleid op de sportvoorzieningen is dus beperkt. Daarnaast is het ontwikkelen van een nieuw soort zakelijke vergunning voor sportvoorzieningen een goed alternatief. Zij ontraadt de motie.
De heer Van Steeg (CDA) herinnert de wethouder aan haar uitspraak tijdens het commissiedebat dat zij met een voorstel voor sportaccommodaties komt. Dit is in tegenspraak met hetgeen zij nu
beweert. De venstertijden zullen immers in de toekomt worden uitgebreid. Wat kan de wethouder dan wel voorstellen voor deze groepen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan zich niet herinneren op dit punt een toezegging te hebben gedaan. In de commissie heeft zij hetzelfde gezegd als dat zij nu zegt: de invloed van het nieuwe
parkeerbeleid op de sportaccommodaties zal beperkt zijn. De ontwikkeling van een nieuwe zakelijke vergunning kan voor deze groep een verbetering en een oplossing zijn. Tussen 06.00 uur en 11.00 uur zijn er niet veel mensen die gebruikmaken van een sportvoorziening.
Raadsvergadering van 25 april 2024
37
De heer Van Steeg (CDA) herhaalt dat de venstertijden conform het raadsvoorstel in de toekomst worden uitgebreid.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) denkt dat het op dit moment niet tot grote problemen leidt. Overleg op een later moment is altijd mogelijk.
De heer Van Steeg (CDA) constateert dat de wethouder bereid is om in gesprek te gaan met de raad
op het moment dat er problemen ontstaan als gevolg van het nieuwe parkeerbeleid. Is zij dan bereid om te kijken naar een apart regime voor de sportaccommodaties?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) wil dat op dit moment niet toezeggen. Zij benadrukt dat in een groot deel van de stad betaald parkeren al geldt en dat dit goed functioneert.
Zij reageert op motie 169 over alternatieven op orde bij betaald parkeren. Zij ontraadt deze motie, met name vanwege de ingewikkeldheden. Er worden allerlei aannames gedaan over waar de
opbrengsten heengaan en dit is ongedekt. Deze opbrengsten zijn reeds gealloceerd. Dit voorstel gaat specifiek over de mobiliteitstransitie en niet over het gratis accommoderen van heel veel autobezit.
Zij reageert op motie 170 over tot een oplossing komen met de politie. De wethouder kan de motie
overnemen. De afspraak is dat er goed met de politie wordt besproken wat de aanpak is ten aanzien van de nieuwe gebieden.
Zij reageert op motie 171 over het weren van pick-ups en SUV's uit Utrechtse straten. Ook deze
motie kan de wethouder overnemen. In het debat over verkeersveiligheid heeft zij gezegd dat het college voornemens is om een quickscan uit te voeren, breder dan alleen parkeerbeleid.
De ChristenUnie vroeg naar parkeerbeleid rondom scholen in de nieuwe gebieden. Het college breidt
steeds gebieden uit die gaan vallen onder het nieuwe parkeerbeleid en daaronder vallen ook scholen. Zoals altijd gaat het college met allerlei voorzieningen in gesprek, inclusief scholen. Er worden
speciale regelingen getroffen voor het onderwijs en het college is van plan om te zorgen dat deze regelingen vanaf het schooljaar 2024-2025 beschikbaar zijn, waarbij dit tot in de loop van 2025 verder wordt uitgewerkt.
De ChristenUnie vroeg ook of het college goed is voorbereid op het invoeren van het
parkeersysteem, dat per 1 mei 2024 voor de eerste gebieden gaat plaatsvinden. Invoeren van het
parkeersysteem gaat op dit moment best aardig. Het college is op dit moment hard bezig met alle bestaande producten, waaronder de normale vergunningen, vergunningen voor gehandicapten en
parkeren voor bezoekers. Daarna komen de bijzondere varianten en de nieuwe arrangementen. De
organisatie heeft er vertrouwen in dat invoeren van betaald parkeren niet het grootste probleem is. Het wordt lastiger wanneer er met vele soorten vergunningen wordt gewerkt.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) hoort de wethouder spreken over een tijdelijke oplossing. Dat
is precies waar de ChristenUnie bang voor is: parkeerbeleid dat net niet helemaal goed functioneert. Kan de wethouder concreet toezeggen dat wanneer iets niet helemaal werkt, te zullen wachten met bepaald beleid?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) reageert dat de normale vergunningen voor normale bewoners – bezoekersvergunningen, gehandicaptenvergunningen en zakelijke vergunningen – allemaal prima
zijn geregeld. De raad heeft echter opgeroepen om, vooruitlopend op de onderwijsvergunning, ook
Raadsvergadering van 25 april 2024
38
tijdelijk wat te doen. Dat houtje-touwtje is dus een gevolg van een raadsuitspraak. Het college geeft gehoor aan die uitspraak.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of het college het aandurft om, wanneer de techniek nog niet gereed is, beleid uit te stellen.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) legt nogmaals uit dat het parkeerbeleid per 1 mei 2024 wordt uitgebreid. Daar zijn mensen op dit moment vergunningen voor aan het aanvragen.
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) benadrukt dat er ook na 1 mei 2024 nog verschillende
startmomenten van beleid zijn. Hij concludeert dat de wethouder bereid is om beleid uit te stellen wanneer de techniek daarom vraagt.
De heer Sungur (DENK) merkt op het betaald parkeren per 1 mei 2024 wordt ingevoerd in delen van Kanaleneiland. De gemeente organiseert bijeenkomsten om burgers te ondersteunen bij het
aanvragen van een vergunning. Wil de wethouder toezeggen dat de gemeente in de maand mei 2024 niet heel actief boetes gaat uitdelen, en in plaats daarvan vooral gaat inzetten op het ondersteunen van mensen om aan die vergunning te komen?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) zou die vraag graag willen beantwoorden op een later moment in de vergadering van vandaag.
De voorzitter antwoordt dat dat mogelijk is. De behandeling van agendapunt 15 wordt op een later moment in de vergadering voortgezet.
16. Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Museumhotel, Binnenstad. De heer Stellinga (CDA) benadrukt dat het 112 weken geleden dat de gemeente conform de wet
Utrechters om hun mening vroegen over het Bestemmingsplan Museumhotel. Pas twee jaar later
besluit de raad over dit bestemmingsplan. Daarmee laat de raad zien dat de ruimtelijke participatie
er niet toedoet. Daarom dient het CDA mede namens EenUtrecht motie 172 (Museumhotel opnieuw de participatie in!) in, die het college opdraagt om het raadsvoorstel bestemmingsplan
"Museumhotel, Binnenstad" in te trekken en het bestemmingsplan opnieuw in ontwerp ter inzage te leggen.
De heer Dekkers (GroenLinks) informeert naar de kunst in het Museumhotel. Het zou mooi zijn als die kunst ook voor anderen te zien is. Ziet de wethouder instrumenten om dat te bevorderen?
De heer Eerenberg (wethouder) moet motie 172 ontraden. De motie is begrijpelijk, want het heeft
inderdaad lang geduurd om tot een besluit te komen over het Museumhotel. Daarentegen zijn daar voldoende redenen voor. Zo moesten er ingewikkelde afspraken worden gemaakt over de
binnentuinen, die beschikbaar moesten blijven voor de stad. Bovendien is er van ontwikkelaar
gewisseld. De wethouder schat in dat een nieuwe zienswijze geen nieuwe inzichten gaat opleveren.
Daar is geen extra juridische noodzaak toe, terwijl het veel tijd en geld kost. Daarnaast is er slechts één reactie gekomen op de mededeling dat het raadsgesprek over het Museumhotel zal
Raadsvergadering van 25 april 2024
39
plaatsvinden. In januari, na het collegebesluit, is er een wijkbericht over verspreid en ook daarop is relatief weinig reactie gekomen.
De heer Stellinga (CDA) vraagt aan de wethouder of hij aan participatie een maximale houdbaarheidsdatum toeschrijft.
De heer Eerenberg (wethouder) denkt dat participatie niet absoluut gemaakt kan worden, want ook participatie is maatwerk.
De heer Stellinga (CDA) vraagt of de wethouder er anders over denkt als het vijf jaar zou hebben geduurd tot het raadsbesluit.
De heer Eerenberg (wethouder) antwoordt dat dat niet de casus is die nu voorligt. Het is in dit geval te rechtvaardigen om de besluitvorming door te zetten. In een ander geval maakt de wethouder allicht een andere weging.
De voorzitter verzoekt de wethouder om zijn beantwoording voort te zetten. De heer Eerenberg (wethouder) reageert op de vraag van GroenLinks over de toegankelijkheid van de kunst in het Museumhotel. De exploitant van het hotel zal het mogelijk niet fijn vinden dat er allerlei mensen over de gangen dwalen om de kunst te bewonderen. Wanneer de kunst echter in de volière of in het restaurant te vinden is, is dit misschien een welkome toevoeging. Hij zal de wens van
GroenLinks over toegang voor Utrecht tot de kunst in het Museumhotel doorgeven aan de exploitant. De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Daarop schorst zij de vergadering.
Na hervatting van de vergadering stelt de voorzitter aan de orde: 17. Burgeragendering energiezuiniger nieuwbouw. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de raad de kwaliteitsverklaring van Eneco kan accepteren of weigeren. Door deze niet te accepteren, kan dit leiden tot mogelijk meer dan 20% extra
energiebesparing in de nieuwbouw en lagere woonlasten. Het lijkt dus heel aantrekkelijk om dit te overwegen. Bovendien gaat het niet om een erkende verklaring. Daarom dient EenUtrecht mede
namens Partij voor de Dieren motie 173 (Laat geen kans lopen om energiezuinig te nieuwbouwen) in, die het college opdraagt om:
1. Te erkennen dat we inderdaad als gemeente technisch-juridisch in staat zijn de kwaliteitsverklaring van Eneco wel of niet te accepteren;
2. Expliciet en inzichtelijk na te gaan wat de voor- en nadelen kunnen zijn van het niet accepteren
door de gemeente van de kwaliteitsverklaring van Eneco, in het bijzonder bij de nieuwbouw van woningen;
3. De gemeenteraad hierover uiterlijk Q3 2024 te informeren. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) informeert of deze motie de woningbouw verder zal stagneren.
Raadsvergadering van 25 april 2024
40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat dit in sommige opzichten zou kunnen. De vraag is echter of de raad wil dat mensen woningen kunnen kopen en huren én dat er energiezuinigheid is.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) onderstreept dat dit de afronding is van een wat ingewikkeld
debat over juridische mogelijkheden. De adviseurs van de gemeente Utrecht schatten in dat de motie juridisch niet uitvoerbaar is. Met de kwaliteitsverklaring van Eneco dient de gemeente rekening te houden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat er een verschil is tussen erkende kwaliteitsverklaringen en reguliere kwaliteitsverklaringen. De tweede hoeft niet geaccepteerd te worden en dit tonen websites van deskundigen dan ook aan. Is de wethouder daarvan op de hoogte?
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) schat de situatie juridisch anders in. Dit systeem werkt anders. De wethouder vaart hier op het advies van de juridische adviseurs, die aangeven dat dit niet kan.
De voorzitter sluit de beraadslaging over dit agendapunt. Stemming over de motie vindt vanavond plaats.
Daarop stelt zij aan de orde de voortzetting van de behandeling van: 15. Raadsvoorstel Wijziging van de Verordening Parkeerbelasting 2024 voor het heffen van parkeerbelasting stadsbreed.
Mevrouw Meerding (VVD) deelt mee dat amendement 38 over het niet uitbreiden van venstertijden ingetrokken wordt. Amendement 42 wordt een technische wijziging op dit eerdere amendement,
waarbij wordt aangegeven dat reeds genomen raadsbesluiten, bijvoorbeeld over de Merwede, worden uitgezonderd.
Mevrouw Van Hooijdonk (wethouder) kan amendement 42 daarmee positief adviseren. 18. Afrondende besluitvorming na debat over Baas in eigen groen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) memoreert dat anderhalf jaar geleden de Utrechtse raad de
biodiversiteitscrisis heeft uitgeroepen. De raad droeg daarbij het college op om de versterking van
biodiversiteit op te nemen in al het beleid en om dit hoge prioriteit te geven. Zij dient mede namens
Stadsbelang Utrecht, ChristenUnie, GroenLinks en BIJ1 motie 174 (Biodiversiteit bij zelfbeheer) in, die het college opdraagt om het versterken van de biodiversiteit op te nemen in de overeenkomst zelfbeheer groen.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat in 2007 voor het laatst de gemeenteraad beleid heeft
vastgesteld voor ‘groen in zelfbeheer’ met de nota ‘Meedoen met beheer’. Dit is te lang geleden. De gemeenschapskracht van Utrechtse bewoners voor een verdere vergroening en toename van
biodiversiteit is onmisbaar en er is voldoende informatie bij de groene zelfbeheerinitiatieven
gezamenlijk beschikbaar is om de beplanting biodivers en invasiefvrij te maken en te houden. Hij
dient daarom motie 175 (Uitwerken kader zelfbeheer openbaar groen) in, die het college opdraagt om:
Raadsvergadering van 25 april 2024
41
1. De nota ‘Meedoen met beheer’ uit 2007 en het ‘Actieplan zelfbeheer van openbaar groen’ uit 2021 te actualiseren en om te zetten naar heldere en beknopte kaders voor zelfbeheer van openbaar groen, mede op basis en met behulp van ervaringen van actieve bewoners;
2. Deze kaders uiterlijk Q4 2024 aan de raad ter vaststelling voor te leggen.
Het "Actieplan zelfbeheer van openbaar groen" biedt ruimte voor informeel - dus zonder schriftelijke toestemming van de gemeente - zelfbeheer van openbaar groen, als het gaat over geveltuinen,
boomspiegels en plantenbakken. Een overeenkomst tussen gemeente en bewoners is niet voor alle Utrechters op te nemen in hun dagelijkse realiteit en kan demotiverend werken. Grotere stukken bestaand groen, zoals bermen en grasveldjes, kunnen prima op
informele wijze (melding volstaat) beheerd worden met een gelijke (zelf)beheeraanpak als bij
geveltuinen, boomspiegels en plantenbakken. Hij dient daarom motie 176 (Uitbreiden informeel zelfbeheer bestaand openbaar groen) in, die het college opdraagt om:
1. Het beleid voor informeel zelfbeheer van openbaar groen uit te breiden met grotere stukken bestaand groen, zoals bermen en grasveldjes;
2. Deze mogelijkheid duidelijk en actief te communiceren naar bewoners en wijkopzichters; 3. In dit nieuwe informeel groen haar beheertaken op te schorten;
4. Dit expliciet op te nemen in (de nieuwe) beleidskaders voor zelfbeheer van openbaar groen.
Hij merkt dat mensen tegen veel regels uit het Handboek Openbare Ruimte aan lopen en hij dient ten slotte motie 177 (Ruimte voor afwijking bij informeel zelfbeheer openbaar groen) in, die het college opdraagt om:
1. Ruimte te geven aan de wijkopzichter om ‘in de geest van de huidige kaders’ af te kunnen wijken van de huidige kaders voor geveltuinen en boomspiegels, om zo onnodige verharding te voorkomen;
2. Dit expliciet op te nemen in (de nieuwe) beleidskaders voor zelfbeheer van openbaar groen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) twijfelt of motie 177 de toegankelijkheid voor mensen in rolstoelen ten
goede komt. Komt de rolstoeltoegankelijkheid van de openbare ruimte hiermee niet onder druk te staan?
De heer Dijkstra (EenUtrecht) reageert dat dit in strijd zou zijn met de geest van de kaders. De
toegankelijkheid van de stoepen moet goed zijn: in de overwegingen van de motie staat dat de
resterende stoep altijd minimaal 120 cm blijft. Onnodige verharding dient echter wel te worden tegengegaan.
De voorzitter schorst hierop de vergadering. Na hervatting van de vergadering geeft de voorzitter het woord aan wethouder Schilderman. Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert op motie 175 over meedoen met beheer. Dat actieplan is vastgesteld in 2021 en daarmee kortgeleden. Zij stelt voor om bij de evaluatie in 2025 te bepalen of het nodig is om nieuw beleid vast te stellen. Veel van de doelen in het verleden zijn nog actueel; het gaat met name om bijstelling. De wethouder zegt toe om bij de evaluatie in 2025 te bekijken of het nodig is om kaders van zelfbeheer in groen aan te passen. Zij ontraadt de motie.
Raadsvergadering van 25 april 2024
42
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder ziet dat het beleid uit 2021 is vastgesteld door het college. Motie 175 gaat over het nemen van een raadsbesluit op zelfbeheer in groen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) ziet op dit moment niet welke kaders er gesteld zouden moeten
worden. Op basis van de evaluatie kan worden bekeken of er andere inzichten zijn en of die vragen om nieuwe kaderstelling.
Zij reageert op motie 176 over uitbreiden van informeel groen. Bij grote stukken informeel groen,
waarvan men verwacht dat de gemeente die onderhoudt, is het belangrijk dat de gemeente weet wie die aan het beheren is. Omwonenden hebben vaak geklaagd over een stuk groen dat eerst door iemand beheerd werd en vervolgens is verloederd. Daarnaast is het belangrijk dat de openbare
ruimte voor iedereen is. Stukken groen in zelfbeheer geven, kan daarom alleen in goed overleg. Deze motie roept echter op het zelfbeheer geheel vrij te laten en dat is niet verstandig. Zij ontraadt de motie.
Zij reageert op motie 177 over de ruimte aan de wijkopzichter om meer ruimte te geven om af te wijken. Het college ziet graag dat de wijkopzichter zich gesteund voelt door het beleid. De
wethouder zegt toe om samen met de wijkopzichters te kijken hoe zij op een prettige manier meer ruimte kunnen krijgen in hun werkzaamheden.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder motie 175 positief kan adviseren wanneer hij
het tweede dictum herschrijft naar "Deze kaders uiterlijk Q1 2025 aan de raad ter vaststelling voor te leggen".
Mevrouw Schilderman (wethouder) heeft niet het idee dat er een nieuw raadsvoorstel moet komen op dit punt. De raad zou eerst de evaluatie in 2025 moeten afwachten.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zou hier graag in de gemeenteraad willen besluiten over het zelfbeheer van groen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) reageert dat de stukken een aanzienlijk detailniveau hebben. Op
het kaderstellend gedeelte is volgens de wethouder in de afgelopen jaren niets veranderd, maar dat zal blijken tijdens de evaluatie.
Zij reageert op motie 174 over biodiversiteit bij zelfbeheer. Het past Utrecht goed om meer te doen aan biodiversiteit en klimaat, maar aan de andere kant wil de raad een laagdrempelig zelfbeheer.
Deze motie zou juist een drempel opleggen aan mensen die aan zelfbeheer doen. De wethouder zou er voorstander van zijn om mensen bijvoorbeeld via de website te informeren over biodiversiteit en zelfbeheer. Zij ontraadt de motie.
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat er in de overeenkomst zelfbeheer groen al verschillende eisen worden gesteld. Kan dit niet aan die overeenkomst worden toegevoegd?
Mevrouw Schilderman (wethouder) vermoedt dat dat leidt tot minder zelfbeheer, omdat mensen
opname van biodiversiteit in de overeenkomst zien als een drempel. Daarnaast zal de handhaving op biodiversiteit bij zelfbeheer van groen complex zijn.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) trekt motie 175. Ter vervanging dient hij motie 178 (Uitwerken kader zelfbeheer van openbaar groen) in. In de overwegingen is tevens opgenomen dat een serieuze
Raadsvergadering van 25 april 2024
43
evaluatie van het ‘Actieplan zelfbeheer van openbaar groen' nog niet heeft plaatsgevonden, maar wel nog in 2024 gaat plaatsvinden en dit een natuurlijk moment is de raad op basis daarvan een
verbeterde en geactualiseerd aanpak ter vaststelling voor te leggen. De motie draagt het college op: 1. De nota ‘Meedoen met beheer’ uit 2007 en het ‘Actieplan zelfbeheer van openbaar groen’ uit 2021 te actualiseren en om te zetten naar heldere en beknopte kaders voor zelfbeheer van openbaar groen, mede op basis en met behulp van ervaringen van actieve bewoners;
2. Deze kaders uiterlijk Q1 2025 aan de raad ter vaststelling voor te leggen.
Mevrouw Schilderman (wethouder) ontraadt de motie, want er wordt van uitgegaan dat de